Tweede Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Matthias de Smedt
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 186 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 29 april 2010 In 2007 hebben de minister voor Jeugd en Gezin en ik het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gevraagd een onderzoek te doen naar sociale uitsluiting bij kinderen. Hierbij bied ik u, mede namens de minister voor Jeugd en Gezin, de rapportage van het verrichte onderzoek Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden, aan. 1 Meer feitelijke kennis nodig sociale uitsluiting kinderen Feitelijke kennis over sociale uitsluiting van kinderen in Nederland is beperkt. Dat was de aanleiding om het onderzoek te doen. Er is een meer diepgaande analyse als basis voor beleidsvorming nodig. Daarom hebben wij het SCP in 2008 verzocht het onderzoeksproject Armoede en sociale uitsluiting bij kinderen te beginnen. Het SCP is daarin gevraagd de volgende twee vragen te beantwoorden: 1. Hoeveel (arme) kinderen doen om financiële redenen maatschappelijk niet mee? 2. In welke mate verhogen armoede en andere factoren de kans op sociale uitsluiting bij kinderen? 1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten- Generaal. Daarnaast willen wij van het SCP vooral weten hoe armoede en sociale uitsluiting van kinderen met elkaar samenhangen en waar uitsluiting nog meer (mee) samenhangt, met welke kenmerken van ouders en kinderen en via welke mechanismen sociale uitsluiting tot stand komt. Hierbij horen deelvragen als: Is armoede intergenerationeel overdraagbaar? In welke mate leidt armoede tijdens de jeugd tot sociale uitsluiting tijdens de (jong) volwassenheid? Welke mechanismen liggen hieraan ten grondslag? Op deze deelvragen geeft het SCP in haar zogenaamde «litteken»-onderzoek antwoord. Dit onderzoek verschijnt naar verwachting in kst ISSN s-gravenhage 2010 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr
2 SCP-onderzoek: sociale uitsluiting gaat over meer dan geld Omvang sociale uitsluiting kinderen nader onderzocht Het SCP heeft voor de eerste vraag al een eerste onderzoek gedaan (nulmeting 2008). De resultaten staan in het eerder gepubliceerde rapport Kunnen alle kinderen meedoen? (Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 150). Dit onderzoek stelt onder meer vast dat in 2008 circa kinderen uit arme gezinnen vanwege financiële redenen niet participeerden. In maart 2011 ontvangt u de vervolgmeting van het SCP. Het rapport dat u nu ontvangt beschrijft de uitkomsten van een verdiepend onderzoek naar de omvang en achtergronden van sociale uitsluiting bij kinderen van 5 tot en met 17 jaar. Het SCP gaat hierin een stapje verder door niet alleen te kijken naar deelname aan sport, cultuur en verenigingsleven, maar ook naar andere vormen van sociale participatie van kinderen en andere aspecten van sociale uitsluiting. Zo kan het SCP beter inschatten hoeveel kinderen in verschillende opzichten sociaal uitgesloten zijn, maar ook de voornaamste achtergronden en mechanismen van sociale uitsluiting bij kinderen in kaart brengen. Dit levert daarom andere cijfers op dan de «nulmeting». Het SCP gaat voor de definitie van «sociale uitsluiting» bij kinderen uit van vier dimensies, te weten: sociale participatie als kinderen niet op een sport of hobbyclub zitten, vrijwel nooit uitstapjes maken of op vakantie gaan, weinig met vrienden thuis afspreken of geen verjaardagen vieren; materiële achterstelling als kinderen bijvoorbeeld om financiële redenen geen nieuwe kleding of schoenen krijgen en geen verjaardagsfeestje vieren; sociale rechten van kinderen zijn niet verzekerd als er in hun buurt weinig speel- en ontmoetingsplekken zijn, en wanneer er sprake is van overlast, onveiligheid en weinig sociale cohesie; normatieve integratie loopt achter als kinderen regels van de school (spijbelen, geschorst worden) of de samenleving (plegen van diefstal, openbare vernieling) overtreden. Het SCP heeft voor elk van de vier aspecten van sociale uitsluiting bij kinderen een meetinstrument ontwikkeld en een overkoepelende maatstaf. Deze overkoepelende maatstaf omvat de combinatie van weinig sociale participatie, materiële achterstelling en in een onveilige of onprettige buurt wonen. De normatieve integratie dat mensen gangbare normen naleven is bij deze maatstaf buiten beschouwing gelaten. Die geldt veel minder voor heel jonge kinderen en wordt veel minder sterk bepaald door financieeleconomische en sociaal-cognitieve kenmerken van ouders dan de andere aspecten. Volgens de gecombineerde maatstaf van de drie genoemde factoren zijn kinderen (3%) tamelijk tot zeer sociaal uitgesloten. Worden ook de enigszins uitgesloten kinderen meegeteld dan betreft het kinderen (11%). Deze percentages zijn gebaseerd op het totale aantal kinderen in de leeftijd van 5 17 jaar (circa 2,5 miljoen). Risicofactoren sociale uitsluiting liggen ook buiten armoede De onderzoekers van het SCP beschrijven verder een aantal risicofactoren die van invloed zijn op sociale uitsluiting. De kans op sociale uitsluiting is groter wanneer: een kind in een arm gezin leeft, Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr
3 van niet-westerse herkomst is, deel uitmaakt van een eenoudergezin en ouders heeft met een laag opleidingsniveau, zonder betaalde baan, met een hoge mate van materiële achterstelling of met een geringe mate van sociale participatie. Materiële achterstelling betekent: het door geldgebrek bepaalde essentiële zaken moeten missen, zoals: geld voor nieuwe schoenen en kleding, voor verjaardagen en cadeautjes en schoolkosten, maar ook het niet kunnen deelnemen aan sport- en culturele activiteiten vanwege geldgebrek. Het SCP constateert dat armoede weliswaar een belangrijke schakel is in de keten die leidt tot uitsluiting, maar dat sociale uitsluiting zich ook voordoet bij niet-arme kinderen. Armoedebestrijding alleen is daarom niet voldoende om sociale uitsluiting bij kinderen tegen te gaan. Het SCP concludeert voorts een laag inkomen leidt niet per definitie tot (financiële) problemen. Beleid tegen sociale uitsluiting zou zich tevens moeten richten op andere factoren, zoals: schulden van ouders of hun geringe deelname in de samenleving. Het SCP vindt daarom dat sociale uitsluiting een nog bredere aanpak verdient, zowel op rijksniveau als bij gemeenten. Het onderzoek leidt samenvattend tot de volgende conclusies: Sociale uitsluiting van kinderen heeft ten eerste niet alleen te maken met de financiële toegankelijkheid tot het sport- en cultuuraanbod, maar ook met meer sociale aspecten. Bijvoorbeeld: sociale contacten met andere kinderen in algemene zin, het organiseren van een verjaardagsfeest, wonen in een (onveilige) buurt waar voor kinderen weinig te doen is, gedrag vertonen dat maatschappelijk ongewenst wordt geacht. Een belangrijke reden voor sociale uitsluiting van kinderen ligt, ten tweede, bij de materiële achterstelling en (gebrek aan) sociale participatie van de ouders. Het SCP beschrijft twee «routes» naar sociale uitsluiting: de financieeleconomische route en de sociaal-cognitieve route. De financieeleconomische route verklaart ongeveer twee derde van de variëteit in sociale uitsluiting bij kinderen. De belangrijkste vijf factoren hierin zijn: materiële achterstelling bij de ouders, een niet-westerse herkomst, een laag inkomensniveau, het leven in een eenoudergezin, het hebben van ouders zonder betaald werk. De materiële achterstelling bij ouders is hierin dominant. Die wordt onder meer veroorzaakt door armoede en het niet hebben van betaald werk. De sociaal-cognitieve route verklaart circa een derde van de variëteit in sociale uitsluiting bij kinderen. De belangrijkste factoren hierbij zijn: lage opleiding ouders, geringere vaardigheden van de ouders, onvoldoende sociale participatie. Hierin is een tekort aan sociale participatie bij ouders dominant; deze wordt onder meer veroorzaakt door geringe vaardigheden en een laag opleidingsniveau van de ouders. Ik deel de mening dat kinderen om diverse redenen in een achterstandssituatie kunnen verkeren en dat de reactie daarop dan ook een meer integrale benadering vraagt. Daarom werken de direct betrokken departementen SZW, OCW, VWS en Jeugd en Gezin al meer en meer intensief samen. Zo hebben de departementen gezamenlijk de eerste themaweek «participatie van kinderen» in het kader van het Europese jaar tegen armoede en sociale uitsluiting georganiseerd. Kabinetsinzet tegen sociale uitsluiting blijft hard nodig Het SCP-onderzoek onderstreept nog eens dat meedoen in de maatschappij van groot belang is voor de ontwikkeling van een kind. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr
4 Sociale uitsluiting hindert een kind duidelijk in deze ontwikkeling, ongeacht of de oorzaak ligt in louter financiële zaken of in sociaalcognitieve aspecten als een achterstand van ouders. Het SCP geeft aan dat de financiële positie van een gezin daarbij dominant is, maar nadrukkelijk niet de enige risicofactor. Het vergroten van arbeidsparticipatie en het begeleiden van de gezinnen met financiële problemen dragen bij aan het tegengaan van sociale uitsluiting. Het SCP-onderzoek onderschrijft het huidige kabinetsbeleid, ten aanzien van de financiële positie van gezinnen, waarmee getracht wordt sociale uitsluiting terug te dringen. Enerzijds nemen we, daar waar mogelijk, financiële belemmeringen voor participatie gericht weg. En anderzijds proberen we mensen te stimuleren via betaald werk uit armoede te komen. De onderzoekers stellen terecht vast dat er al veel beleid is dat sociale uitsluiting tegen kan gaan. Bijvoorbeeld: de uitkeringen voor de kosten van kinderen (kinderbijslag, kindgebonden budget), de bijzondere bijstand, de jeugdzorg, het aanbod van regulier en speciaal onderwijs, etc. Ook heeft dit kabinet gemeenten ruimte gegeven voor maatwerk om gerichter sociale uitsluiting tegen te gaan door extra inspanningen voor armoedebestrijding en schuldhulpverlening. De conclusies uit dit onderzoek bevestigen het kabinet in haar streven om, met sociale partners en gemeenten, te zorgen dat zoveel mogelijk mensen meedoen op de arbeidsmarkt. Hierbij staat voorop dat werk een belangrijke manier is om mee te doen en betrokken te zijn in de maatschappij, want hierdoor wordt niet alleen inkomen gegenereerd maar ook het sociale netwerk van mensen in het algemeen vergroot. Het SCP vraagt daarnaast aandacht voor de belangrijke overkoepelende rol van de ouders als factor in de sociale uitsluiting van kinderen. Als ouders niet werken of maatschappelijk meedoen, kan dit de kans op sociale uitsluiting bij kinderen vergroten. Een duurzaam sociaal netwerk waar ouders elkaar kennen en durven aan te spreken is belangrijk om sociale uitsluiting te voorkomen. Om onderdeel van zo n netwerk te worden en te blijven moeten ouders actiever betrokken worden bij de sociale activiteiten van hun kinderen. Hierdoor kan de kracht van de gezinnen worden versterkt en het sociale isolement van kinderen en ouders duurzaam doorbroken. Gemeenten, tot slot, hebben de taak om binnen de landelijke kaders lokaal voor een goed armoedebeleid te zorgen en hierbij goed te kijken naar de lokale problemen en mogelijkheden. Het bestuursakkoord dat het kabinet hierover in 2007 heeft gesloten en het extra geld dat het kabinet beschikbaar heeft gesteld, zijn hiervoor een goede basis. Ook gemeenten zijn geholpen met goede overkoepelende kennis over omvang en met name achtergronden van sociale uitsluiting. Het SCP-onderzoek biedt interessante inzichten en daarom zal ik hen mede namens mijn collega s van VWS, OCW en Jeugd en Gezin het rapport, vergezeld van deze brief aan uw Kamer, toesturen. Tegelijkertijd met het SCP-onderzoek krijgen gemeenten ter handreiking een boekje ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) en Cultuurnetwerk met voorbeelden van beleidsmaatregelen van gemeenten om kinderen meer te laten participeren. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr
5 Gemeenten kunnen zelf mede met behulp van deze nieuwe inzichten een belangrijke bijdrage leveren aan de doelstelling om sociale uitsluiting van kinderen (en hun ouders) te voorkomen. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. P. H. Donner Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr
Armoede en sociale uitsluiting in de jeugd: Omvang, achtergronden en beleid
Armoede en sociale uitsluiting in de jeugd: Omvang, achtergronden en beleid Annette Roest Onderzoeksgroep Arbeid, Inkomen en Sociale Zekerheid Congres Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland Utrecht, 25
Gemeente Den Haag Kinderen doen mee!
Kinderen doen mee! Ilona Ligtvoet, gemeente Den Haag DSZW Richard van der Zand, ministerie van SZW 1 Achtergrond Kinderen moeten gelijke kansen krijgen om hun talenten te ontplooien, ongeacht het inkomen
Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden
Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden Annette Roest Anne Marike Lokhorst Cok Vrooman Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag,
Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014
Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014 Inleiding Uit onze gemeentelijke armoedemonitor 1 blijkt dat Leeuwarden een stad is met een relatief groot armoedeprobleem. Een probleem dat nog steeds
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 30 982 Beleidsdoorlichting Sociale Zaken en Werkgelegenheid Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer A. Aboutaleb, handelend als bestuursorgaan, hierna te noemen: de Staatssecretaris,
Kinderen doen mee! Partijen, De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer A. Aboutaleb, handelend als bestuursorgaan, hierna te noemen: de Staatssecretaris, Het College van burgemeester
Meedoen en erbij horen
Meedoen en erbij horen Resultaten van een mixed method onderzoek naar sociale uitsluiting Addi van Bergen, Annelies van Loon, Carina Ballering, Erik van Ameijden en Bert van Hemert NCVGZ Rotterdam, 11
Sportdeelname van kinderen en jongeren in armoede
Sportdeelname van kinderen en jongeren in armoede Work in progress Niels Reijgersberg Hugo van der Poel Mulier Instituut, Utrecht November 2013 Inhoud presentatie Aanleiding en achtergrond onderzoeksvragen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 29 817 Sociale werkvoorziening Nr. 99 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 729 Evaluatie Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter
Armoede en kinderen: ontwikkeling, achtergronden, gevolgen Lezing voor Inspiratiesessie kinderarmoede Divosa, Amersfoort 6 juni 2017
Armoede en kinderen: ontwikkeling, achtergronden, gevolgen Lezing voor Inspiratiesessie kinderarmoede Divosa, Amersfoort 6 juni 2017 Erik Snel Department of Public Administration and Sociologie (DPAS/EUR)
Armoede en parochie. Opzet 1. Mijn moeder (tekst 1) 2. Wat is armoede? o Iedere deelnemer geeft een woord of definitie o Bespreking tekst 2
Armoede en parochie Situering Met dit materiaal kunt u leren wat armoede eigenlijk is en welk plan je als parochies kunt maken om met armoede aan de slag te gaan. Als u het in groepsverband doet, is het
Armoede & Veerkracht: Hoe vinden mensen met weinig geld hun weg?
Armoede & Veerkracht: Hoe vinden mensen met weinig geld hun weg? Ruim 10% van de Nederlandse bevolking leeft in armoede. Ongeveer 7% van de kinderen in de provincie Groningen groeit op in een gezin dat
EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede
EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede Doel Armoede is geen eenduidig begrip. Armoede wordt vaak gemeten via een inkomensgrens: iedereen met een inkomen beneden die grens is arm, iedereen er boven is
Maatschappelijke effecten van armoede: kenmerken en gevolgen
Maatschappelijke effecten van armoede: kenmerken en gevolgen Amsterdam, 30-3-2016 Roeland van Geuns LECTOR ARMOEDE EN PARTICIPATIE HOGESCHOOL VAN AMSTERDAM INHOUD! 1. Wat is armoede 2. Wat zijn effecten
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 29 544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 433 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
School-Muziek-Sport: Doen meer kinderen mee?
School-Muziek-Sport: Doen meer kinderen mee? SMS-Kinderfonds Dordrecht 2006-2012 Inhoud: 1. Conclusies 2. Doelgroep, harde kern 3. Bekendheid en gebruik 4. Participatie Kinderen die opgroeien in arme gezinnen
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 maart 2015 Betreft Inzet huishoudelijke hulp toelage
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk
Tijdens het begrotingsonderzoek heb ik toegezegd u nog aanvullende informatie toe te zenden.
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a Den Haag Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333
Minimabeleid Beek, september 2014 Danielle Marting
Minimabeleid 2015 Beek, september 2014 Danielle Marting - 2-1. Inleiding In de afgelopen jaren heeft de gemeente Beek een stevig armoedebeleid opgebouwd. Sinds 2006 is Beek actief in het voorkomen en bestrijden
Acht vragen over de SCP leefsituatie-index voor gemeenten. Onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken
Acht vragen over de SCP leefsituatie-index voor gemeenten Onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken Acht vragen over de SCP leefsituatie-index voor gemeenten Vraagt u zich ook wel eens af: hoe gaat
Het Meedoenarrangement. Armoede mag niemand uitsluiten
Het Meedoenarrangement Armoede mag niemand uitsluiten 1. Inleiding Niemand mag door armoede buiten de boot vallen of sociaal uitgesloten worden. Inwoners moeten zich kunnen ontplooien, hun eigen mogelijkheden
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 21 501-21 Jeugdraad Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Bijna 14.000 kinderen in de provincie Groningen groeien op in armoede
Feiten & Cijfers Bijna 14.000 kinderen in de provincie Groningen groeien op in armoede Opgroeien in armoede heeft nadelige gevolgen voor de ontwikkeling en de maatschappelijke participatie van kinderen.
Effectiever minimabeleid in Amersfoort
Effectiever minimabeleid in Amersfoort Trudi Nederland Marieke Wentink Marian van der Klein M.m.v. Marie-Christine van Dongen en Monique Stavenuiter Oktober 2007 Verwey- Jonker Instituut Samenvatting
SAMEN BEREIK JE MEER DAN ALLEEN. Monique Maks, directeur Jeugdsportfonds & Jeugdcultuurfonds
SAMEN BEREIK JE MEER DAN ALLEEN Monique Maks, directeur Jeugdsportfonds & Jeugdcultuurfonds KINDEREN & JONGEREN IN ARMOEDE 378.000 kinderen & jongeren Opgroeien in armoede is een belangrijke oorzaak van
Bijlage VMBO-GL en TL 2012
Bijlage VMBO-GL en TL 2012 tijdvak 1 maatschappijleer 2 CSE GL en TL Tekstboekje GT-0323-a-12-1-b Analyse maatschappelijk vraagstuk: armoede in Nederland tekst 1 Armoede in Nederland gestegen 5 10 15 20
Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University
LAAGGELETTERDHEID IN DEN HAAG - CONCLUSIES Uitgevoerd door: CINOP Advies Etil Kohnstamm Instituut Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University DEZE FACTSHEETRAPPORTAGE IS
maatschappijwetenschappen pilot vwo 2015-I
Opgave 3 Sport in de samenleving Bij deze opgave horen de teksten 7 en 8, tabel 4 en figuur 3 uit het bronnenboekje. Inleiding Sport en bewegen nemen in de Nederlandse samenleving een belangrijke plaats
B en W-nummer 15.0379; besluit d.d. 12-5-2015. Onderwerp
B en W-nummer 15.0379; besluit d.d. 12-5-2015 Onderwerp Beantwoording van schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van het raadslid A. Van den Boogaard (PvdA) inzake Arbeidsparticipatie
2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE
> Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4
Informatie 10 januari 2015
Informatie 10 januari 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS ARMOEDE WERELDWIJD Wereldwijd leven ongeveer 1,2 miljard mensen in absolute armoede leven: zij beschikken niet over basisbehoeften zoals schoon drinkwater,
De Bibliotheek; óók partner in het sociale domein
De Bibliotheek; óók partner in het sociale domein Laaggeletterden hebben vaker te maken met armoede, Schuldhulp en gezondheidsproblemen. Gemeenten, wijkteams en consulenten Werk en Inkomen zijn zich hier
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 Nota over de toestand van s Rijks Financiën Nr. 42 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland
Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Onderwijs Het aandeel in de bevolking van 15 tot 64 jaar dat het onderwijs reeds heeft verlaten en hun onderwijscarrière
Cijfers en wegwijzers Armoede in Vlaanderen en Brussel. ChanceArt 10 december 2009
Cijfers en wegwijzers Armoede in Vlaanderen en Brussel ChanceArt 10 december 2009 Inhoud 1. De naakte cijfers 2. Decenniumdoelstellingen 3. Armoedebarometers 4. Armoede en cultuurparticipatie 5. Pleidooi
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 161 Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 077 Evaluatie van de Wet structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Maassluis. Geacht college van Burgemeester en Wethouders,
Aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010 5919243 E [email protected] I www.adviesraadsamenlevingszakenmaassluis.nl
Verordening Individuele Voorzieningen. Een onderzoek onder leden van Digipanel Haarlem
Verordening Individuele Voorzieningen Een onderzoek onder leden van Digipanel Haarlem Onderzoek en Statistiek Haarlem, november 2009 1 Colofon Opdrachtgever: Samensteller: Gemeente Haarlem Programmabureau
Toespraak Freya Saeys, actualiteitsdebat VP 13.05.2015
Toespraak Freya Saeys, actualiteitsdebat VP 13.05.2015 Collega s, Voorzitter, Armoede is moeilijk te bestrijden. Ook de collega s van de oppositie zullen dat moeten toegeven. Zo is mevrouw Lieten 5 jaar
