Instructie Voorjaarstelling 2015
|
|
|
- Barbara Lenaerts
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Instructie Instructie voor WBE s bij de organisatie van faunatellingen Koninklijke Jagersvereniging Afdeling Ecologie Maart 2015 Internet: [email protected] Telefoon:
2 Samenvatting In 2010 is met de Nationale Wildteldag een start gemaakt met het inventariseren van wilden faunasoorten. Ook dit voorjaar zal weer worden geteld. Door deze telinstructie te volgen worden in het hele land op uniforme wijze structureel telgegevens verzameld. Daardoor zijn ze onderling goed vergelijkbaar. Wie organiseert wat? Tellingen worden uitgevoerd door jagers en tellers en georganiseerd door WBE s in samenwerking met de FBE s. De Koninklijke Jagersvereniging coördineert de landelijke verzameling van gegevens. Wanneer wordt geteld in 2015? De voorjaarstelling wordt gehouden op zaterdag 11 april Dit is een week later dan normaal vanwege het Paasweekend op 5/6 april. De reewildtelling valt in het weekend van 26,27 en 28 maart Wat wordt geteld? de wildsoorten in de door de WBE vastgestelde steekproefgebieden (hoofdstuk 1). de ganzen, knobbelzwanen, meerkoet en kraaiachtigen in de hele WBE (hoofdstuk 2). Reewild wordt traditioneel in het voorjaar (eind maart-begin april) geteld, het liefst op 27,28 en 29 maart (hoofdstuk3). Damherten, edelherten en wilde zwijnen worden later in het voorjaar geteld (hoofdstuk 4). Dit verschilt per provincie (april-juni) en vindt plaats in overleg met de FBE s. Wat wordt niet geteld op deze data? De aanwezigheid zoogdieren wordt gedurende het hele jaar bijgehouden in het eigen jachtveld (zie hst.5). Burchtinventarisatie vos. De burchtinventarisatie vindt om de twee jaar plaats in de even jaren en is niet noodzakelijk in 2015, maar wordt in 2016 uitgevoerd. Wat is anders? Alle tellingen worden ingevoerd in FRS of voor de provincie Zuid-Holland in DORA (NWRS). Voor degenen die nog niet eerder met FRS hebben gewerkt kan een korte startershandleiding worden opgevraagd. pagina 2
3 Waarom tellen? Cijfers zijn belangrijk. Ze zijn noodzakelijk om ook in de toekomst te kunnen blijven jagen. Ze zijn ook noodzakelijk voor de onderbouwing van de ontheffingen en voor de transparantie naar buiten. Jagers laten dat zien door betrouwbare tel- en afschotcijfers te publiceren. Voor de actualisatie van de faunabeheerplan zijn WBE s verplicht aan de Faunabeheereenheid gegevens van een reeks jaren te leveren over populatiegrootte en afschot van schadeveroorzakende diersoorten. Daarnaast gebruikt de Jagersvereniging de data voor landelijk beleid, bijvoorbeeld om onder de nieuwe natuurwet te kunnen blijven jagen. Belangrijk: Tel- en afschotgegevens moeten van jaar op jaar vergelijkbaar zijn en van goede kwaliteit. Daar is het volgende belangrijk: Tel jaarlijks op dezelfde wijze dezelfde telgebieden! Volg de instructies in het telprotocol Voer de gegevens tijdig door in FRS of in DORA (alleen Zuid-Holland) Vraag gerust als er iets niet duidelijk. Voor vragen over FRS via de helpdeks van Natuurnetwerk ([email protected]). Voor vragen over de omzetting van NWRS naar FRS en de telinstructie de Jagersvereniging ([email protected]). Voor Zyuid-Holland is de FBE Zuid-Holland contactpersoon. Nieuw De Jagersvereniging is overgestapt van NWRS naar FRS. Alle telcijfers worden vanaf eind maart ingevoerd in FRS. Zuid-Holland voert de tellingen in DORA in, een gewijzigde versie van NWRS die alleen beschikbaar is voor Zuid-Holland en via de FBE. Aanpak telling (ree)wild en faunasoorten Om de organisatie van de tellingen en het verwerken van de telgegevens binnen de WBE te stroomlijnen is het raadzaam dat het bestuur hier één of twee personen (faunacoördinator) mee belast. Het is aan te bevelen om binnen uw WBE een verzamelpunt af te spreken voor het geven van de laatste instructies en het uitdelen van telformulieren en kaarten. De telformulieren kunnen aan het eind van de telling ook weer op een centraal punt ingeleverd worden. Dit maakt het mogelijk om de telling na te bespreken en eventuele dubbeltellingen te verwijderen. pagina 3
4 De volgende acties zijn belangrijk: 1. Opdeling van de hele WBE in telgebieden (sectoren), zodat een telgroep van minimaal 2 personen een telsector kan tellen; 2. Controle faunacoördinator of alle telgebieden in FRS zitten 3. Instructie aan de telgroepen door de faunacoördinator in de WBE op een verzamelpunt of vooraf; 4. Uitleg aan tellers hoe zal worden geteld: 5. doorkruisen van het hele telgebied met auto, fiets en/of lopend of varend, 6. aantallen waarnemingen noteren op het telformulier en intekenen op kaart. Wanneer een soort niet is waargenomen, dan 0 invullen! 7. Uitreiken telformulieren en kaarten telsectoren aan de tellers; 8. Tellen op 11 april Na afloop op het verzamelpunt bijeenkomen, afstemmen op dubbeltellingen en inleveren telformulieren; 10. Invoer in het FRS door WBE-secretaris, faunacoördinator of gemachtigde teller Invoer De WBE registreert de telcijfers en zoogdierverspreiding in het FRS vóór 31 mei Spreek af dat de telformulieren aan het eind van de teldag worden verwerkt in het FRS dan wel worden ingeleverd bij de faunacoördinator, zodat hij/zij de digitale verwerking kan uitvoeren. Na invoering in het FRS dient het telformulier alsnog bij de faunacoördinator te worden ingeleverd, zodat deze bewaard kan worden voor het archief van de WBE. Vergeet niet de kaart met de groepen en de telroute in te leveren bij de faunacoördinator. Veel WBE s tellen al in telsectoren en die sectoren staan al in het FRS. Telgegevens kunnen alleen worden ingevoerd als er telsectoren zijn. Anders moeten ze eerst digitaal worden ingetekend in FRS. In de bijlage handleiding telsectorindeling van deze telinstructie, staan de voorwaarden waar een telsector aan moet voldoen en hoe aan te maken in FRS. Veel WBE s gebruiken een zelfde telsectorindeling voor de voorjaarstelling van ganzen en kraaiachtigen die ook van toepassing kan zijn voor het reewild. Wanneer u per telling echter een andere telsectorindeling wil aanhouden, dan is dat ook mogelijk in het FRS. Voor het wild worden aparte telgebieden gebruikt die representatief zijn voor de verschillende biotopen (hoofdstuk 1). Wild wordt dus geteld in steekproef gebieden. VRAGEN over FRS via Natuurnetwerk ([email protected]); over telprotocol en NWRS/FRS ([email protected]) pagina 4
5 1. Voorjaarstelling wildsoorten (steekproefgebieden voor trends) Doel Het vaststellen van de populatieontwikkeling (trend) van de wildsoorten. Neemt een wildsoort in aantal toe, blijven de aantallen gelijk of is er sprake van een daling? Door ieder jaar op dezelfde wijze, op hetzelfde tijdstip en in dezelfde gebieden het aantal hazen, konijnen, wilde eenden, fazanten, houtduiven en patrijzen te tellen, kan deze vraag na verloop van tijd worden beantwoord. Wanneer tellen? De telling vindt dit jaar plaats op 11 april 2015 (ivm Pasen). De wildsoorten worden twee keer geteld: s Ochtends vanaf zonsopkomst (6.53 uur) tot ca. een uur na zonsopkomst. s Avonds vanaf ca. een uur voor zonsondergang (20.51) tot donker. Waar tellen? Niet de hele WBE wordt geteld, maar in een aantal van tevoren vastgestelde steekproefgebieden die representatief zijn voor de WBE. Met andere woorden de verschillende in de WBE aanwezige biotopen (zoals bijvoorbeeld loofbos, naaldbos, heide, griend, weiland, akker en duin) moeten in deze telgebieden globaal in dezelfde verhouding terug te vinden zijn. Als richtsnoer kan één telgebied van ongeveer 100 hectare per 1000 ha werkgebied WBE worden aangehouden. Wanneer de WBE bijvoorbeeld 8400 hectare groot is, kan worden volstaan met 8 telgebieden. Het mag er ook één meer of minder zijn. Het is van het grootste belang dat de WBE deze telgebieden op een kaart vastlegt. In het FRS kunt u deze telgebieden intekenen als ze nog niet in FRS bestaan. Jaarlijks zullen de wildtellingen immers in dezelfde telgebieden geteld moeten worden. Hoe tellen? In de steekproefgebieden wordt vervolgens een vaste telroute aangegeven. Het is immers de bedoeling om ieder jaar op dezelfde wijze te tellen. Die route kan per auto, fiets of lopend worden afgelegd. Het is dus niet de bedoeling alle aanwezige wild op te jagen (drijven), maar het aantal hazen, konijnen, wilde eenden, fazanten, patrijzen en houtduiven dat tijdens het afleggen van de vaste telroute met behulp van een kijker wordt waargenomen, te noteren. Leg ook de telroute vast op de kaart. De tellers weten dan precies wat van hen wordt verwacht, ook wanneer het andere tellers betreffen dan het jaar ervoor. pagina 5
6 Wie telt? Per telgebied zijn niet meer dan 2 tellers nodig. Voor deze wildtelling is per WBE dus maar een beperkt aantal personen nodig. Telresultaten Het aantal waargenomen dieren wordt geturfd op telformulier 1 (zie bijlage Telformulier 1: Voorjaarstelling populatie ontwikkeling (trend) wildsoorten). In het FRS voert u nu aantallen in van de zes wildsoorten van zowel de ochtend- als avondtelling. Het FRS bepaalt dan eenvoudig de hoogste score per diersoort. De telresultaten van de ochtend- en avondtelling kunt u invoeren in het FRS voor ieder steekproef telgebied. Dit is dus een ander telgebied dan de telgebieden die gebruikt worden voor de voorjaarstelling van ganzen en kraaiachtigen! pagina 6
7 Bijlage 1: Telformulier 1: Voorjaarstelling steekproef (trend) wildsoorten Voorbeeld Telformulier nr. 1 Voorjaarstelling populatie ontwikkeling wildsoorten (trend) in WBE De springende haas Datum telling: 11 april 2015 Telgebied: nummer 1 ( Hazenhemel ) Oppervlakte telgebied: ca. 90 ha. OCHTENDTELLING Diersoort Aantallen turven Totaal aantal Haas 2/1/3/1/1/2/4/2 16 Konijn 8/3/2/6/7/8 34 Fazant 2/4/2/1 9 Patrijs 0 Houtduif 9/15/3/2/6/ 35 Wilde eend 3/2/3/4/6/1/2/2/1/4 28 AVONDTELLING Diersoort Aantallen turven Totaal aantal Haas 2/4/2/3/1/4/2/3/1/1/1 24 Konijn 4/6/4/7/5 26 Fazant 3/1 4 Patrijs 0 Houtduif 1/3/4/5/2/6/8 29 Wilde eend 2/2/4/1/2/2/1/3/2 19 EINDRESULTAAT Diersoort Totaal ochtendtelling Totaal avondtelling Hoogste score * Haas Konijn Fazant Patrijs Houtduif Wilde eend * hoogste waarde ochtend-/avondtelling, automatisch bepaald in het FRS pagina 7
8 2. Voorjaarstelling faunasoorten Doel: Het zo goed mogelijk vaststellen van absolute aantallen van de voorjaarsstand van een aantal schadeveroorzakende faunasoorten (Knobbelzwaan, Meerkoet, Grauwe gans, Kolgans, Brandgans,Canadese gans, Indische gans, Nijlgans, Soepgans (verwilderde- / boerengans), Zwarte kraai, Ekster, Kauw, Blauwe reiger, Aalscholver en Roek). Wanneer tellen? Deze telling zal op dezelfde dag als de wildtelling (11 april 2015) worden uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats na de ochtendtelling van de wildsoorten. Denk er aan dat de telgroepen binnen de hele WBE op hetzelfde tijdstip gaan tellen (na 9.15 uur). Waar tellen? In de hele WBE, ook gebieden die niet behoren tot jachtvelden. Afstemmen met particulieren en beheerders van natuurterreinen is belangrijk. Er wordt vanuit gegaan dat ook natuurbeheerders meetellen omdat ook zij belang hebben bij het vaststellen van de natuurwaarden in hun terreinen. Wie telt? Telsectoren worden elk met een telgroep van min. 2 personen geteld. Door goede afstemming tussen terreinbeherende organisaties (TBO s) en de WBE voorkomt men dubbeltellingen. We verzoeken u als fauna-coördinator voor zover dat nog niet is gebeurd heldere afspraken te maken met de desbetreffende terreinbeherende natuurorganisatie over wie waar telt. Gebieden kunnen natuurlijk ook samen met de beheerders worden geteld. Door samen te tellen kunnen de resultaten breed worden gedragen. Een telgroep dient daarom bij voorkeur zoveel mogelijk te variëren op basis van organisatie of achtergrond. Aandachtspunten wijze van tellen - Als er bepaalde soorten niet worden waargenomen tijdens de telling dan een 0 invullen. - Wanneer er niet geteld is, vul dan op het telformulier in: telling niet uitgevoerd. Wanneer niets is ingevuld is het immers niet duidelijk tijdens de gegevensverwerking of er wel of niet is geteld. - Grote groepen vogels (>50) inetekenen op de topografische kaart en voorzien van een volgnummer (bv. 1 = groep Grauwe ganzen, 2 = groep Brandganzen), 3= groep grauwe ganzen etc. De grootte van de groep kan worden genoteerd op het pagina 8
9 telformulier. De WBE-secretaris, faunacoördinator of gemachtigde teller kan deze groepen na afloop weer intekenen op een digitale kaart in het FRS. - Indien u een grote groep vogels waarneemt vlak buiten òf binnen de grenzen van de eigen telsector kunt u -om dubbeltellingen te voorkomen- dit noteren in het vak onderaan het telformulier. Graag tijdstip van waarneming, groepsgrootte en soort vermelden. Achteraf kan dan met de aangrenzende tellers of aangrenzende WBE, worden besproken of zij deze groepen vogels wel of niet hebben waargenomen en worden afgestemd wie deze aantallen meeneemt op het telformulier. - Het doorkruisen van een telsector kan per auto, fiets, lopend of varend. Als men een goed zicht op een groep vogels wil hebben om deze accuraat te kunnen tellen kunnen de vogels beter benaderd worden met de auto dan lopend. Een langzaam rijdende of stilstaande auto heeft namelijk een veel minder verstorend effect op vogels dan een wandelaar. Ganzen op grote wateren en eilanden kunnen eventueel met de boot worden geteld of met een telescoop als die in bezit is. Spreek af wie de grotere wateren telt. - In de telsectoren dienen de tellers een vaste telroute te plannen die door henzelf aangegeven wordt op de topografische kaart. Dit is belangrijk voor de standaardisatie van de telmethode en betrouwbaarheid van de resultaten. Bij voorkeur wordt een telsector jaarlijks door dezelfde personen en op dezelfde wijze geïnventariseerd. Wanneer tellers niet elk jaar beschikbaar mochten zijn dan kan zo, met behulp van de kaart en ingetekende route, toch hetzelfde traject worden afgelegd. - Bij de ganzentelling wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen broedparen en niet-broedvogels. Voor alle soorten ganzen geldt dat het totaal aantal ganzen inclusief de jongen wordt genoteerd. - De overvliegende vogels tellen we niet mee om dubbeltellingen te voorkomen. Overvliegende ganzen strijken vaak later neer op een terrein waar op dat moment ook geteld wordt. pagina 9
10 Let op! Nieuw bij roekentelling Het totaal aantal roeken in een WBE kan groter zijn dan het aantal broedvogels (bijv. door aanwezige juveniele of zwervende roeken). Daarom wordt bij de roekentelling nu duidelijk onderscheid gemaakt tussen een nestentelling (1) en een aantalstelling (2). Dit zijn twee verschillende methoden die beiden uitgevoerd worden. 1 - Het totaal aantal nesten is een goede indicatie voor het aantal broedende roeken in het telgebied. Teken de kolonie in op kaart. Alle nesten worden jaarlijks binnen de kolonie geteld. Omdat lege nesten worden afgebroken door andere roeken in de kolonie kan men er van uitgaan dat alle nesten begin april zijn bewoond. Wanneer in een kolonie helemaal geen roeken worden waargenomen betreft het een verlaten kolonie, geef dit dan aan op het telformulier. Vergeet de kolonies niet in de bebouwde kom. 2- Naast de nesten worden ook de aantallen roeken buiten de kolonie geteld. Dit zijn zowel broedvogels uit een nabije kolonie als zwervende niet broedvogels. Het is onvermijdelijk dat hier dubbeltellingen optreden. Dit zal bij de verwerking van de gegevens in FRS worden betrokken. Wanneer ieder jaar op dezelfde wijze wordt geteld is dit niet zo n probleem en krijgt de roekentelling het karakter van een trendtelling. Bijlage 1: Telformulier 2: Voorjaarstelling faunasoorten ganzen en knobbelzwanen Bijlage 1: Telformulier 3: Voorjaarstelling faunasoorten kraaiachtigen, blauwe reiger en aalscholver pagina 10
11 3. Telling Reewild (trendtelling MNA)) Doel: Het zo goed mogelijk verkrijgen van minimaal aanwezige aantallen van de voorjaarsstand van het ree. Dit telprotocol komt overeen met het telprotocol VHR Het verschil zit in de berekening van de minimumaantallen. Dat heeft een statistische achtergrond. De telprocedure is gelijk. Belangrijk! De reewildtelling sinds 2007 is een trendtelling. Door ieder jaar op dezelfde wijze te tellen wordt achterhaald of de aantallen toe- of afnemen of gelijkblijven. Het is dus niet de bedoeling te achterhalen hoeveel reeën er precies in het jachtveld zitten. Dat gaat niet lukken, vandaar de trend. Het missen van reeën tijdens een telling is dan ook geen ramp. Een voorbeeld van een telformulier is opgenomen in de bijlage. Wanneer tellen Het meeste geschikte tijdstip om de telling uit te voeren is eind maart/ begin april, in een periode waarin het grootste gedeelte van de wintersterfte al heeft plaatsgevonden en vóór de kalvertijd. De reeën zijn in deze tijd goed zichtbaar doordat ze in sprongen bijeen staan. Bovendien is er dan nog weinig blad aan de bomen. Rond nieuwe maan benutten de reeën de relatief kortere schemerperiode intensiever om te fourageren dan tijdens nachten met volle maan. Een telling kan daarom het best worden uitgevoerd in de schemer rond nieuwe maan, gedurende de vroege ochtend tot zo n twee uur na zonsopkomst, en in de avond twee uur voor zonsondergang tot donker (tot het tijdstip dat de dieren niet meer aan te spreken zijn). Hoe tellen Door de telling drie maal achtereen (avond-ochtend-avond) te organiseren, is men minder afhankelijk van de weersomstandigheid van dat moment. De telling vindt plaats in telgebieden. Dit kunnen dezelfde zijn als de telsectoren die voor andere soorten gebruikt worden, maar de WBE kan ook anders ingedeeld worden, waarbij rekening wordt gehouden met het biotoop van het ree. Belangrijk is dan de telgebieden zo te bepalen dat deze overeenkomen met de wijze waarop reeën hun leefomgeving benutten. Denk bijvoorbeeld aan de daginstanden en foerageerplaatsen van de sprongen op basis van eerdere tellingen, waarnemingen en landschap en biotoop. De telgebieden hebben een dusdanige oppervlakte dat ze goed in één telronde (eenmalig) doorkruist kunnen worden (zo n 2 tot 2,5 uur). De telgebieden moeten zo worden gekozen dat voor elk van die gebieden eenzelfde telinspanning wordt gevergd. In beginsel ligt de indeling in telgebieden langjarig vast. De telling vindt in principe volledig plaats vanuit een langzaam rijdende auto, met uitzondering van die gebieden waar geen auto s kunnen komen of de omstandigheden van pagina 11
12 dien aard zijn dat niet vanuit de auto kan worden geteld; in dat geval kan bijvoorbeeld te voet, per fiets of vanaf aan-/hoogzit worden geteld. Wie tellen Een telploeg dient te bestaan uit minimaal 2 tellers en staat onder leiding van een ervaren persoon. Wanneer er per auto geteld wordt zijn 3 tellers beter (chauffeur, teller, schrijver/kaartenlezer). De telploegen dienen allen te beschikken over minimaal een teller met ervaring in het beheer (en of tellen) van reeën. Op verzoek kunnen de Jagersvereniging en VHR regio/gewest aanspreekavonden verzorgen. Deelnemers kunnen zowel jagers, medewerkers van terreinbeherende organisaties als ook particulieren zijn. Aandachtspunten - Iedere waarneming wordt duidelijk geregistreerd op een telformulier en bijbehorende kaart met uniek volgnummer en aantekeningen over de plaats, het tijdstip, geslacht en de leeftijdscategorie. - Het is aan te bevelen dat een telploeg in kleinschalig landschap beschikt over een verrekijker van minimaal 7x vergroting. Een telploeg in grootschalige open gebieden beschikt over een verrekijker van minimaal 10x vergroting. Hiermee zijn reeën in de betreffende landschappen prima aan te spreken. - Wanneer het geslacht van volwassen reeën of kalveren niet te bepalen is wordt onbekend ingevuld (niet aangesproken). - Een telronde is in de praktijk na 2 tot 2,5 uur afgerond. Is het telgebied kleiner dan wordt met een avondtelling later gestart met tellen met een ochtendtelling wordt er eerder gestopt om zo de schemerperiode optimaal te benutten. Een telronde wordt slechts eenmalig doorkruist om dubbeltellingen zo veel mogelijk te vermijden. - Van dieren die na observatie duidelijk vluchten in de richting van een naburig telgebied wordt naast het aantal en geslacht (indien aangesproken, anders het aantal bij onbekend vermelden), het tijdstip en de vluchtrichting (windstreken) vermeld. - Om de inspanning van iedere teller zoveel mogelijk gelijk te houden is het niet de bedoeling de auto uit te stappen om onoverzichtelijke terreindelen af te zoeken naar reeën. Wanneer een groepje reeën bij elkaar staan mag wel uitgestapt worden om beter aan te spreken. pagina 12
13 Eindresultaat De resultaten worden ingeleverd bij de faunacoördinator of WBE-secretaris. Die verwerkt ze tot eindresultaten. Dit houdt in dat de telcijfers van iedere deeltelling (3 stuks) moeten worden doorgegeven per telgebied. De voorjaarstelling is bedoeld om het aantal reeën te bepalen dat gezien wordt tijdens de telronden gedurende de vastgestelde tijd en route. Dus niet om een absoluut aantal te bepalen van de reeën in een telgebied. Door deze telling jaarlijks op dezelfde tijd en wijze uit te voeren, kan een trend in de ontwikkeling van een reeënpopulatie worden onderkend, stijgend, stabiel, afnemend. Dit aantal zegt dus niets over het werkelijk aantal aanwezige reeën. Dit werkelijke aantal is niet door middel van tellingen vast te stellen. Door drie keer te tellen is de kans groot dat gedurende het afleggen van de vaste route tijdens de 3 telronden, de meeste reeën langs die route zich een keer laten zien. Met de tellingen wordt bepaald: Het minimum aantal reeën in het telgebied De trend, door voorgaande jaren te betrekken De samenstelling van de populatie Alleen de telronden met het hoogste totaal waarnemingen wordt voor het bepalen van de MNA gebruikt. Bepalen van het minimaal aantal reeën per telgebied (MNA) Het bepalen van de MNA per telgebied gaat als volgt: De totaal gegevens van ieder telformulier (onderste horizontale regel) worden genoteerd volgens onderstaand voorbeeld. De MNA is de telling met de hoogste aantallen in de kolom Totaal! Dus 268 reeen en niet de hoogste aantallen van iedere telling. Dit getal zegt dus niets over het werkelijk aantal aanwezige reeën in het telgebied! REE Bok Geit Bokkalf Geitkalf Onbekend Totaal 1 e telronde e telronde e telronde Traditionele schattingen van de populatiegrootte mogen niet worden gebruikt voor het bepalen van de MNA. Door van alle telgebieden binnen een WBE deze uitkomsten bij elkaar op te tellen krijgt men de MNA van de betreffende WBE. Bepalen van de samenstelling van de getelde populatie Uit dezelfde gegevens kan een reëel beeld worden verkregen in de samenstelling van de populatie. Hier gaan we echter anders met dezelfde gegevens te werk. Door uit de verticale kolomen het hoogste aantal waargenomen, geiten, geitkalveren, bokken en bokkalveren te nemen, kan in het telgebied de verhouding mannelijke/vrouwelijke reeën pagina 13
14 worden berekend maar ook de verhouding jong/volwassen. Deze gegevens zijn van belang bij het maken van een werkplan en de uitvoering van het beheer. Men kan bij de berekening de niet aangesproken reeën (NA) buiten beschouwing laten of opdelen in dezelfde verhoudingen als de wel aangesproken reeën (geit, geitkalf, bok, bokkalf) REE Bok Geit Bokkalf Geitkalf Onbekend Totaal 1 e telronde e telronde e telronde Hoogste aantal Voorbeeld berekening verhouding mannelijk/vrouwelijk: Bok + bokkalf = 120 (80+40) Geit + geitkalf = 150 (100+50) Verhouding mannelijk: vrouwelijk = 1: 1,25 Door van alle telgebieden binnen een WBE deze uitkomsten bij elkaar op te tellen krijgt men de geslachtsverhouding van de betreffende WBE. Het bepalen van de trend en het bepalen van de toewijzing per jachtveld is geen onderdeel van de telprocedure. In de bijlage is opgenomen telformulier 4: Reewildtelling pagina 14
15 4. Telling Damhert, Edelhert en Wildzwijn Doel: het zo goed mogelijk verkrijgen van minimaal aanwezige aantallen van de voorjaarsstand van damhert, edelhert en wild zwijn. Deze grofwildsoorten worden sinds vele jaren geteld. Damherten komen verspreid voor in Nederland. Ook wilde zwijnen worden buiten de leefgebieden (Veluwe en de Meinweg) gesignaleerd. Deze dieren kunnen door WBE s worden geteld tijdens de voorjaarstelling. Op de Veluwe worden edelherten en wilde zwijnen reeds in bestaande programma s geteld. Aangezien er steeds meer verbindingszones worden gecreëerd en opengesteld, kan het edelhert ook buiten de bestaande leefgebieden gesignaleerd worden. Vandaar dat het edelhert nu ook is opgenomen in de telformulieren. De volgende leeftijdscategorieën zijn van belang: - Damhert: hert, hinde, spitser, kalf, onbekend (niet aangesproken) - Edelhert: hert, hinde, spitser, kalf, onbekend (niet aangesproken) - Wild zwijn: keiler, zeug, overloper, big, onbekend (niet aangesproken). Voorbeelden van telformulieren zijn opgenomen in de bijlage (nr 5). Bestaande telformulieren kunnen ook worden gebruikt. LET OP! Wanneer in de WBE geen damherten, edelherten of wilde zwijnen zijn waargenomen, ook dan graag invullen in het FRS en als resultaat 0 invullen! In bijlage 1 is opgenomen Telformulier 5: Grote hoefdieren pagina 15
16 5. Inventarisatie verspreiding zoogdieren Doel: Informatie over de aanwezigheid van een aantal zoogdiersoorten in het jachtveld. Het gaat in ieder geval om hermelijn, wezel, bunzing, steenmarter, boommarter, das, muntjak, wasbeer, verwilderde nerts, wasbeerhond, beverrat, bever, grijze eekhoorn, muskusrat en otter. Aanpak: Iedere jachthouder houdt in zijn eigen jachtveld bij welke van deze zoogdieren hij/zij in de loop van het jaar aantreft. Het gaat dus niet om de aantallen, maar om welke soorten in zijn/haar jachtveld voorkomen. Dit wordt aangekruist op telformulier 5. LET OP. Voor deze soorten wordt geen telling georganiseerd. Wel is het einde van het seizoen 2014/2015 het goede moment om de gegevens in te voeren. Resultaten: De resultaten van het afgelopen jaar (seizoen 2014/2015) worden ingeleverd bij de faunacoördinator van de WBE. De WBE-secretaris of faunacoördinator kruist in het FRS aan welke soort aanwezig, afwezig is danwel of het onbekend is of de soort aan- of afwezig is binnen de WBE. Omdat het hierbij niet om aantallen gaat en in feite ook geen telling betreft is opgave op het niveau van een WBE vooralsnog voldoende. Bijlage: Inventarisatieformulier 6: Verspreiding zoogdieren pagina 16
17 BIJLAGE 1 TELFORMULIEREN De telformulieren 1 tot en met 5 kopiëren ten behoeve van de tellers. Inventarisatieformulier 6 en 7 kopiëren ten behoeve van de jachthouders in uw WBE. pagina 17
18 Telformulier nr 1. Populatie ontwikkeling wildsoorten per telgebied Dit formulier kopiëren voor de tellers WBE / Organisatie: Telgebied (telsector code+ naam) Aantal ha telgebied: Datum telling: Naam tellers: Vertegenwoordigde organisaties: Tijdstip begin telling: Tijdstip eind telling: OCHTENDTELLING Diersoort Aantallen turven Totaal aantal Haas Konijn Fazant Patrijs Houtduif Wilde eend AVONDTELLING Diersoort Aantallen turven Totaal aantal Haas Konijn Fazant Patrijs Houtduif Wilde eend EINDRESULTAAT Diersoort Totaal ochtendtelling Totaal avondtelling Hoogste score Haas Konijn Fazant Patrijs Houtduif Wilde eend pagina 18
19 Telformulier nr 2. Voorjaarstelling Faunasoorten ganzen en knobbelzwanen per telsector Dit formulier kopiëren voor de tellers WBE / Organisatie: Telsector (code+naam): Aantal ha telsector: Datum telling: Naam tellers: Vertegenwoordigde organisaties: Tijdstip begin telling: Tijdstip eind telling: Aantal ganzen (inclusief jonge ganzen) Knobbelzwaan Meerkoet Grauwe gans Kolgans Brandgans Canadese gans Indische gans Nijlgans Individuen turven Groepen meer dan 50 stuks groeps grootte in cijfers 4 totaal aantal ganzen subtotaal individuen subtotaal groepen zie achterzijde pagina 19
20 Dubbeltellingen Indien er grote groepen ganzen zijn geteld buiten of binnen de eigen telsector: gelieve in dit vak de soort, het aantal en de locatie van de ganzen te vermelden en het tijdstip van waarneming. Let op: Deze gegevens worden niet meegenomen in de resultaten, maar dienen slechts ter geheugensteun om na afloop van de telling met uw buurteller af te stemmen op eventuele dubbeltellingen. pagina 20
21 Telformulier 3. Voorjaarstelling Faunasoorten kraaiachtigen, blauwe reiger en aalscholver per telsector Dit formulier kopiëren voor de tellers WBE / Organisatie: Telsector (code+naam): Aantal ha telsector: Datum telling: Naam tellers: Vertegenwoordigde organisaties: Tijdstip begin telling: Tijdstip eind telling: Diersoort Aantal (turven) Totaal aantal Zwarte kraai Ekster Kauw Blauwe reiger Aalscholver Roek - nestentelling Locatie nr. Aantal nesten kolonie* per kolonie Totaal aantal Totaal aantal kolonies nesten Roek - aantalstelling Aantal getelde roeken in Aantal getelde roeken niet kolonie in kolonie Totaal aantal getelde Totaal aantal getelde roeken in kolonie roeken niet in kolonie pagina 21
22 Telformulier nr 4. Voorbeeld Reewildtelling per telsector * intekenen op kaart Dit formulier kopiëren voor de tellers WBE / Organisatie: Telsector (code+naam): Aantal ha telsector: Datum telling: Naam tellers: Vertegenwoordigde organisaties: Tijdstip begin telling: Tijdstip eind telling: Ronde (kruis aan) 1 e ronde 2 e ronde 3 e ronde REE A A N T A L Volg tijd Bok Geit Bok- Geitnr.# kalf kalf Totaal # intekenen op een WBE-kaart *N.A.: niet aangesproken (onbekend) Ree Onbekend* Opmerkingen Totaal: pagina 22
23 Telformulier nr 5. Voorbeeld Grote hoefdieren per telsector Dit formulier kopiëren voor de tellers WBE / Organisatie: Telsector (code+naam): Aantal ha telsector: Datum telling: Naam tellers: Vertegenwoordigde organisaties: Tijdstip begin telling: Tijdstip eind telling: Damhert A A N T A L Volg nr.# tijd Hert Hinde Spitser Kalf Damhert Onbekend* Totaal Opmerkingen Totaal: Edelhert A A N T A L Volg nr.# tijd Hert Hinde Spitser Kalf Edelhert Onbekend* Totaal Opmerkingen Totaal: pagina 23
24 Wild zwijn A A N T A L Volg Tijd Keiler Zeug Over Big Onbekend Opmerkingen nr.# loper Totaal Totaal: # intekenen op een WBE-kaart *N.A.: niet aangesproken (onbekend) pagina 24
25 Inventarisatieformulier 6: Verspreiding zoogdieren Dit formulier kopiëren voor de jachthouders WBE.. Jaar: seizoen 2014/2015 Jachtveld:. (naam jachthouder) Diersoort Aanwezig* Afwezig Onbekend Hermelijn Wezel Bunzing Steenmarter Boommarter Das Bever Otter Muntjak Wasbeer Wasbeerhond** Verwilderde Nerts Muskusrat Beverrat Grijze eekhoorn * waarneming van een levend of dood exemplaar ** (=marterhond) Aankruisen hetgeen van toepassing is! pagina 25
26 Bijlage 2: Handleiding telsectorindeling Wat is een telsector? Een telsector is een gebied binnen de WBE dat jaarlijks wordt geteld. Door de WBE op te delen in meerdere telsectoren kan de hele WBE geteld worden. De meest objectieve resultaten van tellingen worden verkregen door een WBE in willekeurige telsectoren op te delen. In de praktijk bestaan telsectoren vaak uit een of meerdere jachtvelden of ook uit willekeurige gebieden en niet bejaagde gebieden. De afspraak is dat WBE s zorgen voor een indeling van hun WBE in telsectoren. Deze worden ingetekend in FRS. Wanneer er in telsectoren geteld wordt zijn er over het algemeen minder tellers nodig dan wanneer iedere jager alleen zijn eigen jachtveld telt. Het is overigens geen enkel bezwaar om een jachtveld ook als telsector te gebruiken of bij zeer grote jachtvelden ze op te knippen in meerdere telsectoren. Voor iedere telling (voorjaarstelling, zomertelling, reewildtelling, grofwildtelling etc.) kan een WBE andere telsectoren gebruiken. Belangrijk voor de vergelijkbaarheid is dat telsectoren van jaar op jaar gelijk blijven. Telsectoren aub niet steeds veranderen, het maakt de gegevens slecht vergelijkbaar. Doel Voor de voorjaarstelling van wildsoorten hoeft maar 10% van de oppervlakte geteld te worden. Voor de voorjaarstelling van faunasoorten (knobbelzwaan, ganzen en kraaiachtigen) geldt dat de gehele WBE in één ochtend geteld wordt. Deze telling moet gebiedsdekkend zijn. Een gebiedsdekkende telling vergt veel organisatie, maar levert het beste beeld op van de getelde populatie. Om een gebiedsdekkende telling uit te voeren is het noodzakelijk om de WBE in te delen in telsectoren (te tellen deelgebieden), zodanig dat het gehele WBE gebied is gedekt. Telsectoren De grootte van een telsector wordt zo bepaald dat de tijdsinspanningen te vergelijken zijn en het gehele gebied in één ochtend op vogels geïnventariseerd kan worden door een telgroep van 2 personen). Een telsector kan zowel samengevoegde jachtvelden omvatten als gebieden niet zijnde jachtvelden (industrieterrein, natuurgebied, etc.). De grootte van een telsector kan verschillen per WBE en is afhankelijk van de overzichtelijkheid van het gebied en dus de tijdsinspaning. Moeilijk begaanbaar terrein heeft kleinere sectoren. Een indicatie voor een telsector is hectare. Sommige WBE s gebruiken dezelfde telsectorindeling voor de voorjaarstelling als voor de zomertelling. pagina 26
27 Aandachtspunten: - Sommige WBE s liggen in meerdere provincies. Zorg ervoor dat de sectorgrenzen niet provincieoverschrijdend zijn! We willen resultaten graag per WBE en per provincie kunnen presenteren. Ook kunnen afzonderlijke telsectoren nooit de grenzen van de WBE overschrijden, maar zullen op de buitengrens moeten liggen. Dit is noodzakelijk voor de verwerking en analyse van de resultaten. - Als grenzen van telsectoren kunnen het beste landschappelijke grenzen worden aangehouden, wegen, kanalen, meren, bosranden, bebouwing, dijken, spoorlijnen of sloten. - Als er in een bepaald gebied geen vogels (ganzen) voorkomen (bijv. bosgebieden) dan is het toch noodzakelijk dit gebied toe te wijzen aan een telsector. Op het telformulier voor deze telsector wordt een 0 ingevuld. Dit om op basis van de telformulieren de gebieden waar geen vogels zijn te kunnen onderscheiden van gebieden waar niet geteld is. Wanneer er niet geteld is wordt telling niet uitgevoerd vermeld op het telformulier en wordt dit opgegeven in FRS. Wie telt wat? Het moet duidelijk zijn welke gebieden door wie geteld worden. Een mix van jagers en nietjagers vergroot de samenwerking in de WBE s. Over scheidingen zoals rivieren en meren moet ook duidelijkheid bestaan; wie telt bijvoorbeeld het water mee dat als grens tussen twee gebieden wordt gebruikt? Door heldere afspraken te maken voorkomt men dat een gebied dubbel geteld wordt. Noteer apart of omcirkel de dieren die op de grens van de telsector zitten. Mogelijk dat ze ook door de buren zijn geteld. Ook buitendijkse tellingen vanaf het land en boottellingen kunnen leiden tot dubbeltellingen. Om dit te voorkomen kunnen buitendijkse gebieden een eigen telsector krijgen toebedeeld. Ook kan er besloten worden om de boottellingen te beperken tot vogels die op het water zitten en de buitendijkse tellingen te beperken tot vogels die op het land zitten. Het is dus belangrijk goede afspraken te maken over wie wat telt. pagina 27
28 Vastlegging in FRS Om de grote hoeveelheid telgegevens goed te kunnen verwerken en te interpreteren vragen we de WBE s om de telsectoren duidelijk vast te leggen. Degene die de telgegevens verwerkt met kaart en telsectorindeling kan dan eenvoudig achterhalen waar geteld is en hoeveel vogels daar zaten. De telsectoren en bijbehorende grenzen worden daarom ingetekend op een topografische kaart in FRS. Neem de grenzen over van de kaart die u de afgelopen jaren heeft gebruikt. Werkte de WBE nog niet met telsectoren, dan is het raadzaam om de telsectoren en bijbehorende routes eerst in te tekenen op een geprinte topografische kaart, om als basis te gebruiken. Door de kaart van de telsector uit te printen uit het FRS kunnen deze kaarten eenvoudig overhandigd worden aan de tellers waarin duidelijk hun telgebied staat aangegeven. De WBE-secretaris of fauncoördinator kan op deze geprinte kaart de vastgestelde route intekenen, zodat duidelijk is voor tellers hoe ze de route moeten afleggen. Voorbeeld indeling Hieronder ziet u de opdeling van WBE Fivelgo (provincie Groningen) in 10 telsectoren welke wordt gebruikt voor de voorjaarstelling. In zwart de WBE grens, in rood de grenzen van de telsectoren en in gele arcering de representatieve telgebieden voor de trendtelling van de wildsoorten. Alleen de nummering ontbreekt nog. pagina 28
29 pagina 29
De telformulieren 1 tot en met 5 kopiëren ten behoeve van de tellers.
VOORJAARSTELLING 2012 TELFORMULIEREN De telformulieren 1 tot en met 5 kopiëren ten behoeve van de tellers. Inventarisatieformulier 6 en 7 kopiëren ten behoeve van de jachthouders in uw WBE. Voorjaarstelling
Instructie Voorjaarstelling
Instructie Voorjaarstelling Instructie voor WBE s bij de organisatie van faunatellingen KNJV Afdeling Faunazaken Februari 2014 Internet: www.knjvintranet.nl E-mail: [email protected] Telefoon: 033-4619841
INSTRUCTIE WINTERTELLING 2012
INSTRUCTIE WINTERTELLING 2012 Wintertelling knobbelzwaan en meerkoet op 21 januari 2012 Afdeling Faunazaken December 2011 Internet: www.knjvintranet.nl E-mail: [email protected] Telefoon: 033-4619841 Wintertelling
Instructie Voorjaarstelling
Instructie Voorjaarstelling Instructie voor WBE s bij de organisatie van faunatellingen KNJV Afdeling Faunazaken Februari 2014 Internet: www.knjvintranet.nl E-mail: [email protected] Telefoon: 033-4619841
Instructie Voorjaarstelling 2009
Voorjaars voor WBE s bij de organisatie van fauna KNJV Afdeling zak februari Internet: www.knjvintranet.nl E-mail: [email protected] Telefoon: 033-4619841 INSTRUCTIE VOORJAARSTELLING Vier jaar geled is
TELINSTRUCTIE REEËN IN UTRECHT. Wie? Wat? Waar? Projectteam Faunatellingen i.s.m. de Utrechtse Wildbeheereenheden
TELINSTRUCTIE Wie? REEËN Wat? IN UTRECHT Waar? Projectteam Faunatellingen i.s.m. de Utrechtse Wildbeheereenheden januari 2013 INTRODUCTIE Voor u ligt de telinstructie reeën zoals tot stand gekomen in
TELINSTRUCTIE REEËN IN UTRECHT. Wie? Wat? Waar? Projectteam Faunatellingen i.s.m. de Utrechtse Wildbeheereenheden
TELINSTRUCTIE Wie? REEËN Wat? IN UTRECHT Waar? Projectteam Faunatellingen i.s.m. de Utrechtse Wildbeheereenheden INTRODUCTIE Voor u ligt de telinstructie reeën (inclusief eventueel aanwezige grote hoefdieren
TELINSTRUCTIE VOORJAARSTELLING 6 april 2019
TELINSTRUCTIE VOORJAARSTELLING 6 april 2019 Wat stuurt u terug: Overzichtskaart met ingetekend: nestkolonies van roeken gebieden met reewild dat niet geteld wordt Excel-formulier met telgegevens, getelde
Landelijk telprotocol reeën VHR
Landelijk telprotocol reeën VHR Protocol voor het tellen van reeën. Februari 2014 Vereniging Het Reewild Inhoud 1 Inleiding...3 1.1 Trend bepaling populatie op basis van minimaal aantal aanwezige reeёn..3
Wildbeheereenheid Nieuwsbrief 2/2014 Lopikerwaard e.o.
Wildbeheereenheid Nieuwsbrief 2/2014 Lopikerwaard e.o. VOORJAARSTELLING 2014 - Nemen de meerkoeten en knobbelzwanen in de Lopikerwaard toe of af? - Hebben we de populatie zwarte kraai onder controle? -
TELINSTRUCTIE. Rapportages graag uiterlijk zondag 19 mei a.s. aan mevrouw C. Holdinga ([email protected])
TELINSTRUCTIE 2013 Wat stuurt u terug: Overzichtskaart met ingetekend: nestkolonies van roeken belopen vossenburchten gebieden met reewild dat niet geteld wordt Excel-formulier met telgegevens, getelde
FaunaRegistratieSysteem (FRS): Stap-voor-Stap Instructie Tellingen voor WBE secretarissen & Telling Coördinatoren
FaunaRegistratieSysteem (FRS): Stap-voor-Stap Instructie Tellingen voor WBE secretarissen & Telling Coördinatoren Inhoudsopgave: Korte Inleiding -A- Klaarzetten Telplan door FBE -B- WBE mogelijkheden VOORAF
Protocol zomertelling ganzen
Protocol zomertelling ganzen Gezamenlijk protocol voor de provinciale zomertellingen van ganzen Landelijke technische werkgroep zomertelling ganzen Vastgesteld: April 2012 Inleiding Dit protocol is opgesteld
Handleiding tellingen reewild in FRS
Handleiding tellingen reewild in FRS Jaarlijks vinden in het voorjaar de schemertellingen reeën volgens het landelijk telprotocol plaats. De reewildcommissies organiseren de tellingen en verzorgen de verwerking
Fauna & Schade LLTB - Ubachsberg - 14 dec 2015
Fauna & Schade LLTB - Ubachsberg - 14 dec 2015 Fauna & Schade 15 december 2015 Alfred Melissen - FBE Limburg Faunabeheereenheid Limburg Faunabeheer & Wetgeving Preventie & Schademeldingen Beheer Faunabeheerplan
Ganzenakkoord. Product: Handleiding en telprotocol Zomertelling ganzen. Taakgroep: Monitoring
Ganzenakkoord Product: Handleiding en telprotocol Zomertelling ganzen Taakgroep: Monitoring Contactpersoon: Joachim van der Valk Opleverdatum: 6 juni 2013 Zomertelling ganzen Handreiking Organisatie Mei
Aanvraag ontheffingverlening ex art. 68 van de Flora- en faunawet
Aanvraag ontheffingverlening ex art. 68 de Flora- en faunawet A AANVRAGER 1. Naam aanvrager: M/V* Adres: Postcode en plaats: Telefoonnummer: Faxnummer: E-mailadres: Relatienummer: (indien bekend) Indien
Damhert- en Reetelling Duingebied Noord- en Zuid-Holland 2016 Rapport van het beoordelingscomité
Damhert- en Reetelling Duingebied Noord- en Zuid-Holland 2016 Rapport van het beoordelingscomité B. Bieze & C.F. Schoon Faunabeheereenheid Noord-Holland & Faunabeheereenheid Zuid-Holland Damhert- en Reetelling
Nieuwsbrief 2 Juli 2015
Nieuwsbrief 2 Juli 2015 Beste lezer, Inmiddels stijgt de temperatuur alweer naar tropische waarden en zoeken mens en dier verkoeling op. Opgezweept door deze temperaturen vinden momenteel verhitte discussies
UNIFORME TELINSTRUCTIE VOORJAARSTELLING
UNIFORME TELINSTRUCTIE VOORJAARSTELLING Wat stuurt u terug: Overzichtskaart met ingetekend: nestkolonies van roeken belopen vossenburchten gebieden met reewild dat niet geteld wordt Excel-formulier met
Damhert- en reetelling duingebied Noord- en Zuid-Holland 2014. Rapport van het beoordelingscomité
Damhert- en reetelling duingebied Noord- en Zuid-Holland 2014 Rapport van het beoordelingscomité Haarlem 05 juni 2014 1 Damhertentelling Noord- en Zuid-Holland 2014 Rapport van het beoordelingscomité Inhoud
Beheer en schadebestrijding in Noord-Brabant
Flora- en faunawet Beheer en schadebestrijding in Noord-Brabant Overzicht van de meest voorkomende schadesoorten Onderstaande tabel geeft overzicht van de meest voorkomende schade veroorzakende soorten
Integrale telling Zomerganzen Zuid-Holland 2010
Integrale telling Zomerganzen Zuid-Holland 2010 Resultaten en aanbevelingen Integrale telling Zomerganzen Zuid-Holland 2010 Resultaten en aanbevelingen A. Visser J.A. Guldemond W. Tolkamp CLM Onderzoek
VOORSCHRIFTEN BIJ ONTHEFFING GROFWILD FAUNABEHEEREENHEID GELDERLAND
VOORSCHRIFTEN BIJ ONTHEFFING GROFWILD FAUNABEHEEREENHEID GELDERLAND Vastgesteld 9 september 2014 zaaknr. 2014-003717. Expirerend 1 oktober 2019. Laatst gewijzigd 28 juli 2015 en bij veegbesluit december
Officieuze coördinatie van de jachtreglementering
28 oktober 2005 - Ministerieel besluit tot vaststelling van de gegevens die in het wildbeheerplan moeten worden opgenomen (B.S. 14 november 2005) De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu
Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van. A.H.K. van Viegen (PVDD) (d.d. 12 augustus 2014) Nummer 2963. Aan de leden van Provinciale Staten
van Gedeputeerde Staten op vragen van A.H.K. van Viegen (PVDD) (d.d. 12 augustus 2014) Nummer 2963 Onderwerp Ontheffingverleningen Flora- en faunawet door Gedeputeerde Staten Zuid-Holland Aan de leden
zaaknummer datum 27-aug-09 1-jul mei-10 doc. nummer
Afschotgegevens 2014 zaaknummer 2007-009968 2009-007396 2009-019657 datum 27-aug-09 1-jul-14 25-mei-10 doc. nummer 745930 ontheffinghouder adres plaats periode 16 juni 2009-16 juni 2014 01-07-2014 tot
1. Patrijzenproject WBE West-Twente
1. Patrijzenproject WBE West-Twente 1.1. Aanleiding Sinds de jaren zeventig is de patrijzenstand landelijk met ruim 95% afgenomen. Binnen het werkgebied van WBE West-Twente zal dat niet veel anders zijn.
Wildschade. DLV Plant
Wildschade Faunafonds (landelijk) Bevorderen maatregelen ter voorkoming en bestrijding van schade door beschermde inheemse diersoorten Handreiking faunaschade Tegemoetkoming/toekennen schade in redelijkheid.
Provincie Gelderland Afdeling Vergunningverlening, Team water, ontgrondingen en natuur Postbus 9090 6800 GX Arnhem
Provincie Gelderland Afdeling Vergunningverlening, Team water, ontgrondingen en natuur Postbus 9090 6800 GX Arnhem Datum: 30 juni 2014 Zaaknummer: 2010-000499, 2010-011979 en 2010-011982 Onze ref.: 1406107/LS
Beleef het wild! Het jaar rond
QUIZ Beleef het wild! Het jaar rond QUIZ Hoi, ik ben Raoel. Ik ben acht jaar en ik zit in groep vijf. Samen met mijn ouders en zus woon ik in dit huis. Sep is onze hond, een Labrador. Mijn vader en moeder
Zomerganzentelling Provincie Utrecht
Zomerganzentelling 2015 - Provincie Utrecht Utrecht, 29 september 2015 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Wettelijk kader en provinciaal beleidskader... 4 3. Resultaten... 5 Totaalbeeld... 5 Soorten
Werkinstructie Landelijk Telprotocol VHR 2014
Werkinstructie Landelijk Telprotocol VHR 2014 Voor u ligt de werkinstructie telprotocol van de Vereniging het Reewild. Deze instructie is aanvullend op het telprotocol en geeft handvatten om de overgang
Stichting Faunabeheereenheid Groningen
Stichting Faunabeheereenheid Groningen Jaarverslag 2016 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 2 2 WET NATUURBESCHERMING (WNB)... 2 3 VERORDENING NATUURBESCHERMING (VNB)... 2 4 GEVOLGEN VOORGENOMEN INVOERING WNB
Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van. A.H.K. van Viegen (Partij voor de Dieren) (d.d. 10 januari 2010) Nummer 2340
van Gedeputeerde Staten op vragen van A.H.K. van Viegen (Partij voor de Dieren) (d.d. 10 januari 2010) Nummer 2340 Onderwerp Sluiting jacht op wilde eend en fazanthaan Aan de leden van Provinciale Staten
2013 wordt het jaar van de Patrijs.
2013 wordt het jaar van de Patrijs. 1 Waarom? De soort kwam vroeger in grote aantallen voor in NL; er werd zelfs op gejaagd (en in sommige landen nog steeds) Bijna iedereen heeft de vogel wel eens gezien
Natuurwetgeving. Reinier van Elderen voorzitter HPG 25 september
Natuurwetgeving Reinier van Elderen voorzitter HPG 25 september Natuurwetgeving & Faunabeheer Reinier van Elderen. Voorzitter HPG Ervaring: 50 jaar praktische beheerder van particuliere landbouw- en natuurgronden
Opgave Gewaspercelen
Naam: BSN/KvK-nummer: Relatienummer: Aanvraagnummer Gecombineerde opgave: Grond in gebruik of beheer op 15 mei 2013 Invulinstructie Vul in met blauwe of zwarte pen. Schrijf binnen de vakken. Invulrondjes
Vossenbeheerplan WBE. Tubbergen
Vossenbeheerplan WBE. Tubbergen 1.0 Inleiding. Met het in werking treden van de FBE is gesteld dat iedere WBE een beheerplan voor vossen voorhanden dient te hebben. Voor u ligt dan ook het vossenbeheerplan
6.1 Houtduif (Columba palumbus)
6.1 Houtduif (Columba palumbus) 1. Status De houtduif is een wildsoort waarop door de jacht populatiebeheer plaatsvindt. De jacht is toegestaan van 15 oktober t/m 31 januari. Daarnaast is de houtduif landelijk
12.1 Ekster (Pica pica)
12.1 Ekster (Pica pica) 1 Samenvatting Aantal en verspreiding Landelijk is over een langere periode zowel bij broedvogels als bij niet-broedvogels het aantal significant afgenomen, terwijl over de laatste
Jachtexamen 2016. Eerste antwoord is juiste. Wetgeving. 1. Wie kan het Jachtverlof intrekken Arrondissementscommissaris ANB.
Jachtexamen 2016 Eerste antwoord is juiste Wetgeving 1. Wie kan het Jachtverlof intrekken Arrondissementscommissaris ANB Burgemeester 2. Wanneer opent in het huidige jachtseizoen de jacht op canadagans
Beleidsregels Faunabeheer Provincie Overijssel
Faunabeheer Provincie Overijssel (geconsolideerde versie, geldend vanaf 5-2-2003 tot 7-10-2008) Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel provincie Overijssel Faunabeheer
Handleiding LiveAtlas
Handleiding LiveAtlas www.liveatlas.nl Wat is LiveAtlas? LiveAtlas is een project dat met behulp van eenvoudige streeplijsten de actuele verspreiding van vogels in Nederland in kaart brengt. Een logisch
omgevingsdienst HAAGLANDEN
Zaaknummer Ons Kenmerk Datum Beschikking 00492778 ODH-2017-00120269 0 9 FEB. 2018 omgevingsdienst Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899
Word ook actief voor onze zoogdieren!
ZOOGDIERVERENIGING ZOEKT VRIJWILLIGERS Word ook actief voor onze zoogdieren! Gezocht: haas, konijn, ree, vos, egel en eekhoorn, bijzondere muizen zoals de hazelmuizen, bevers, bunzingen en boommarters
Aanvraagformulier 05 EB-1
Aanvraagformulier 05 EB-1 Ontheffing ex artikel 68 Flora- en faunawet, ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen (De met een * gemerkte vragen worden in de toelichting nader toegelicht) Onvolledig
Stichting Faunabeheereenheid Groningen
Stichting Faunabeheereenheid Groningen Jaarverslag 2017 Inhoudsopgave 1 INLEIDING...2 2 WET NATUURBESCHERMING (WNB)...2 3 VERORDENING NATUURBESCHERMING (VNB)...2 4 GEVOLGEN INVOERING WNB EN VNB...2 5 LANDELIJKE
Notulen Algemene ledenvergadering 3 februari 2017
Notulen Algemene ledenvergadering 3 februari 2017 Datum: Vrijdag 3 februari 2017 Tijdstip: 20.00 uur Plaats: De Schatberg Middenpeelweg 5, Sevenum Afwezig met kennisgeving: H.Donders, A. Nooijen, J. Keijsers,
Vossentelling Zeeland. november 2015 t/m februari 2016
Vossentelling Zeeland november 2015 t/m februari 2016 Inhoudsopgave Bladzijde 2: Bladzijde 3 Bladzijde 4: Bladzijde 5: Bladzijde 6: Bladzijde 7: Bladzijde 8: Inleiding Conflicterende belangen door vossen
Faunabeheereenheid Overijssel
Secretariaat: Postbus 645 7400 AP Deventer 0570-746017 [email protected] Faunabeheereenheid Overijssel Jaarverslag 2017 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 2 2 WET NATUURBESCHERMING (WNB)... 2 3 PROVINCIALE
Nieuwsbrief Faunabeheereenheid Noord Holland - 1 mei 2014
Nieuwsbrief Faunabeheereenheid Noord Holland - 1 mei 2014 Beste WBE-secretarissen / faunacommissarissen, Nieuwe Faunabeheerplan algemene soorten 2014-2019 door GS goedgekeurd Op 15 april jongstleden hebben
van Gedeputeerde Staten op vragen van
van Gedeputeerde Staten op vragen van A.H.K. van Viegen (PvdD) d.d. 20 maart 2017 nummer 3279 Onderwerp Bescherming faunabescherming Aan de leden van Provinciale Staten 1. De provincie Zuid-Holland gaat
Faunabeheereenheid Noord-Holland
Faunabeheereenheid Noord-Holland Rapportage uitvoering Faunabeheerplan 2006 Deelplannen KNOBBELZWANEN GANZEN en SMIENTEN MEERKOETEN en EKSTERS DAMHERTEN REEËN VOSSEN WILDSOORTEN Mei 2007 Inhoudsopgave
JAARRAPPORTAGE GROFWILD inclusief werkplannen
JAARRAPPORTAGE GROFWILD 2015-2016 inclusief werkplannen 2016-2017 tevens Nieuwsbrief nr. 42 van Vereniging Wildbeheer Veluwe Ing. C.F. Schoon BSc L.M. Schrauwen Deventer, 30 juni 2016 INLEIDING... 3 1
Introductie Faunabeheer. FBE Limburg - Alfred Melissen
Introductie Faunabeheer FBE Limburg - Alfred Melissen 1 Introductie Faunabeheer FBE Limburg - Alfred Melissen Keerpunt v.w.b. Jacht : 1 april 2002 introductie Flora en faunawet (Samenvoeging van de Vogelwet,
NIEUWSBRIEF STICHTING FAUNBEHEER FLEVOLAND
Juni 2018 Jaargang 2, nummer 1 NIEUWSBRIEF STICHTING FAUNBEHEER FLEVOLAND Inhoud Voorwoord voorzitter Reewildtellingen 2018 Lichtbak ontheffing Faunaschade Reekalveren Faunabeheerplan 2019-2023 Informatieavond
Vos. De kop-romplengte van 58 tot 90 cm met een staart van 32 tot 48 cm.
Inheemse Roofdieren Vos De kop-romplengte van 58 tot 90 cm met een staart van 32 tot 48 cm. vos kan zich makkelijk aanpassen aan een leefgebied maar zijn favoriet is toch wel een bos met open gebieden.
CONCEPT Notulen Algemene ledenvergadering 19 februari 2016
CONCEPT Notulen Algemene ledenvergadering 19 februari 2016 Datum: Vrijdag 19 februari 2016 Tijdstip: 20.00 uur Plaats: De Schatberg Middenpeelweg 5, Sevenum Afwezig met kennisgeving: E. Baeten, F. Boerenkamp,
Handleiding Vogel Wintertuintelling IVN Zeewolde. Vogelwerkgroep Oriolus
Handleiding Vogel Wintertuintelling 2016-2017 IVN Zeewolde Vogelwerkgroep Oriolus (foto door: Paula van Schaik) Inhoud handleiding: Hoe vogel wintertuinwaarnemingen tellen; Hoe te tellen- Wat te tellen;
Nationale Tuinvogeltelling 2011 enkele cijfers en getallen op een rij
Nationale Tuinvogeltelling 2011 enkele cijfers en getallen op een rij In totaal werden 28374 tellingen doorgegeven verdeeld over meer dan 900.000 verschillende individuen. Er werden 125.550 huismussen
JAARVERSLAG 2013. Tel. 0318 578 565 [email protected] www.faunabeheereenheid.nl. Faunabeheereenheid Utrecht Postbus 870 3900 AW Veenendaal
JAARVERSLAG 2013 Faunabeheereenheid Utrecht Postbus 870 3900 AW Veenendaal Tel. 0318 578 565 [email protected] www.faunabeheereenheid.nl Jaarverslag 2013 Faunabeheereenheid Utrecht 1 JAARVERSLAG 2013
TOELICHTING MELDEN > AFSCHOT EN MAATREGELEN
TOELICHTING MELDEN > AFSCHOT EN MAATREGELEN Via een wizard kunt u in FRS onder één menukeuze vrijwel alle soorten afschot en maatregelen melden, onafhankelijk van de wettelijke basis, op grond waarvan
Faunabeheerplan. Onafhankelijke jachtrechthouder
Faunabeheerplan Onafhankelijke jachtrechthouder. Voorwoord en inleiding: Algemene gegevens jachtterrein: Biotoopbeschrijving: Het jachtterrein bevind zich in de geografische streek zandig Vlaanderen. Binnen
Wild Naam Gew Groep Leeftijd Tand Dracht # Zogen Aanw. Zintuig Schade Hert - Hinde Hertekalf - Hindekalf Spitser - Smaldier gr.
Levenswijze Grofwild Wild Naam Gew Groep Leeftijd Tand Dracht # Zogen Aanw. Zintuig Schade Hert Ree Hert - Hinde Hertekalf - Hindekalf Spitser - Smaldier Bok Geit Bokkits Geitkits Smalspitser Smalree 150-70
VRAAG 1. Een afschotplan is: A: verplicht voor de jacht op grof wild B: verplicht voor de jacht op patrijs C: enkel verplicht voor de jacht op ree
VAK I WETGEVING VRAAG 1 Een afschotplan is: A: verplicht voor de jacht op grof wild B: verplicht voor de jacht op patrijs C: enkel verplicht voor de jacht op ree VRAAG 2 Welke wildsoort mag niet in de
Wat feitjes rond de duizendste Eempoldertelling
AANTAL. Wat feitjes rond de duizendste Eempoldertelling Sinds 1973 worden elke veertien dagen de vogels in de westelijke Eempolders geteld. Dat is nu dus al ruim 38 jaar. Wat rekenwerk levert op dat op
Een moeilijk woord voor Natuurbrug is Ecoduct. Wat dat nu precies is, legt de schrijver Frank van Pamelen hieronder nog eens uit.
Ecoduct Een moeilijk woord voor Natuurbrug is Ecoduct. Wat dat nu precies is, legt de schrijver Frank van Pamelen hieronder nog eens uit. Ecoduct Wat is dat dan precies, een ecoduct? Zo vroeg een jonge
Gegevens betreffende afschotstatistieken gronden nder andere eigendommen) gemeente Ede. 2013:
Gegevens betreffende afschotstatistieken gronden nder andere eigendommen) gemeente Ede. 2013: OVERZICHT VOORJAARSSTAND OP BASIS TELLINGEN EN AANVULLENDE WAARNEMINGEN HERT SPITS HI / SM KALF TOTAAL ER 1
Deelrapportage ontheffing artikel 68 Flora- en faunawet
Deelrapportage ontheffing artikel 68 Flora- en faunawet Ontheffing: Wilde eend (Anas platyrhynchos) Specificatie: (gelegerde) granen Periode: 1-7-2015 tot 15-8-2015 Zaaknummers: 2010-011997 en 2010-012002
Monitoring op natuurboerenerven. Uitleg over de systematiek van het monitoren
Monitoring op natuurboerenerven Uitleg over de systematiek van het monitoren Inleiding Boerenzwaluwen op het erf, korenbloemen in de akkers, fladderende citroenvlinders tussen de schuren. Al dat pracht
Gemeente Amstelveen Afdeling RO & Projecten T.a.v.: P.J.M. van den Bergh Postbus BA AMSTELVEEN
Gemeente Amstelveen Afdeling RO & Projecten T.a.v.: P.J.M. van den Bergh Postbus 4 1180 BA AMSTELVEEN Uw kenmerk: ****** Ons kenmerk: AMNA1004 Datum: 18-11-2010 Plaats: Zaandam Projectgebied: Kostverlorenweg
