Broedvogels op de Zuidoost-Veluwe
|
|
|
- Juliana Pauwels
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Broedvogels op de Zuidoost-Veluwe Inleiding Als deze Vlerk op de deurmat ploft, is het voorjaar al zo n beetje aangebroken. In ieder geval op de Veluwe waar winterharde soorten in januari al vlinders in de buik hebben. Bosuilen kunnen in die maand al volop op eieren zitten, althans in jaren met veel muizen. Raaf en Kruisbek volgen niet veel later en ook Havik en Sijs zijn notoir vroege broeders. Ook dit voorjaar het 35e (!) op een rij - zullen we de ontwikkelingen op de Zuidoost-Veluwe weer op de voet volgen. Laten we als opwarmertje beginnen met een terugblik op de belangrijkste wapenfeiten van de laatste jaren. Ons studiegebied Aanvankelijk besloeg het studiegebied ruim ha. In de jaren negentig hebben we het westen (omgeving Warnsborn) eruit gehaald, omdat het animo om te tellen hier afnam. Het huidige telgebied is met ha nog steeds fors. Hiervan bestaat ha uit bos en ha uit heide. Het resterende deel wordt vooral in beslag genomen door landbouwgronden, recreatieterreinen en parken en bebouwing (Vogelwerkgroep Arnhem, 2008). De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het uiterste noorden (omgeving Hoeve Delle) in de meeste jaren maar beperkt aandacht heeft gekregen. Onze monitoringstrategie Om een betrouwbaar beeld te krijgen van de ontwikkeling van vogels op de Zuidoost- Veluwe werken we met proefvlakken. Het gebied is immers veel te groot om jaarlijks vlakdekkend te onderzoeken. Bovendien zijn verspreid over het broedseizoen nogal wat bezoeken in de vroege ochtend nodig, omdat de meeste soorten maar een beperkte trefkans hebben, vaak van minder dan 25%. Dat wil zeggen dat je tijdens één bezoek in de geschikte tijd maar een kwart van de aanwezige paren vaststelt: ze zijn nu eenmaal lang niet altijd vocaal actief. Om die reden kunnen we losse waarnemingen (terloops gedane waarnemingen tijdens het vogelen) nauwelijks gebruiken om een betrouwbaar beeld te krijgen van de ontwikkelingen, Figuur 1. BMP-proefvakken waar in 2005 tellingen hebben plaatsgevonden. In een deel van de profvlakken wordt jaarlijks geteld, in een ander deel met een interval van enkele jaren. Vlerk 31/1 maart 2014 Broedvogels op de Zuidoost-Veluwe
2 al kunnen ze voor sommige (zeldzamere) soorten tot waardevolle aanvullingen leiden. Om uitspraken te kunnen doen over het héle studiegebied is het nodig de proefvlakken te verdelen over verschillende terreintypen (heide, bos op voedselrijkere bodems, bos op voedselarme bodems). We gebruiken vaste, jaarlijks te inventariseren proefvlakken en roulerende proefvlakken waar we eens in de 3-6 jaar terugkomen. Op deze manier krijgen we een beeld van trends in de populaties en in de verspreiding. Door de slimme combinatie van vaste en roulerende proefvlakken is de monitoring voldoende gevoelig om betrouwbare uitspraken te doen. Figuur 1 geeft een indruk van de gebieden die in een bepaald jaar onderzocht worden. In de figuren 2 t/m 8 is de trend (index) per soort weergegeven berekend met behulp van het programma TRIM (CBS). Methode We gebruiken twee varianten van de uitgebreide territoriumkartering, onder vogelaars ook wel BMP-methode genoemd (Van Dijk en Boele, 2011): BMP-A: kartering van alle soorten, inclusief talrijke soorten zoals Vink en Merel, in kleine proefvlakken (± 50 ha) met vaste grenzen. Hier zijn acht ochtendbezoeken en 1-3 avondbezoeken nodig. BMP-B: kartering van een vaste selectie van bijzondere soorten, zoals Roodborsttapuit, Appelvink en Geelgors, in grotere proefvlakken (± 250 ha) met vaste grenzen. Hier volstaan vijf ochtendbezoeken en 1-3 avondbezoeken. Daarnaast wordt een selectie zeldzame soorten jaarlijks vlakdekkend onderzocht in het hele gebied, door het gebied op te delen en tellers voor een deelgebied verantwoordelijk te maken. Op deze manier volgen we bijvoorbeeld de Nachtzwaluw. Bij soorten als Draaihals, Middelste Bonte Specht en IJsvogel proberen we het ook, maar dat is lastig. De eerste soort heeft een korte roepperiode en gedraagt zich onopvallend. De tweede neemt toe en kan op nieuwe plekken gevonden worden en voor de laatste geldt dit ook na een reeks van zachte winters. Joost van Bruggen heeft aangetoond dat er ook bij uilen successen zijn te boeken, hoewel de aanpak zich nog in een experimenteel stadium bevindt (gestart in 2012). Bij onopvallende zeldzame soorten als Kortsnavelboomkruiper is een vlakdekkend beeld op voorhand kansloos en moeten we het hebben van de proefvlakken. Een greep uit de resultaten Bossen Veel bosvogels zijn de afgelopen vijfendertig jaar in aantal toegenomen, maar vanaf de jaren negentig zien we wel verschillen van soort tot soort. De Boomklever laat de toename prachtig zien (figuur 2). Van jaar tot jaar zien we behoorlijke verschillen, maar door de oogharen zien we over de lange termijn toch een duidelijke toename. Dat laatste is niet onlogisch: de bossen worden gemiddeld ouder en het aandeel loofbos, waar de Boomklever vooral aan gebonden is, is geleidelijk toegenomen. Boomklevers zijn in het winterhalfjaar in sterke mate aangewezen op beukennoten. In jaren met een slechte beukenmast treedt veel sterfte op en beginnen veel vogels in een slechte conditie aan het broedseizoen. Dat verklaart de jaarlijkse fluctuaties Vlerk 31/1 maart 2014 Broedvogels op de Zuidoost-Veluwe
3 Figuur 2. De ontwikkeling van de Boomklever in de periode Figuur 4. De ontwikkeling van de Fluiter in de Figuur 3. De ontwikkeling van de Havik in de periode Figuur 5. De ontwikkeling van de Geelgors in de Het beeld voor de Havik is (toevallig) bijna spiegelbeeldig (figuur 3). Hier zien we de hoogste aantallen vooral in de jaren tachtig en daarna een duidelijke afname, met fluctuaties van jaar tot jaar. De afname op de Veluwe is eerder begonnen dan in andere gebieden, waar veelal zelfs nog geen sprake is van een afname, en wordt geweten aan een verslechterde voedselsituatie. De biomassa aan havikprooien (vooral duiven) is afgenomen door intensiever gebruik en verdwijnen van het omliggende agrarische cultuurland. Het aantal Fluiters is eveneens jarenlang afgenomen, maar heeft zich de laatste jaren op een lager niveau gestabiliseerd (figuur 4). Deze ontwikkeling doet zich ook in rest van Nederland en de ons omringende landen voor. Mogelijk liggen de oorzaken elders, bijvoorbeeld in de Afrikaanse overwinteringsgebieden. Foto: Ko Bosranden De geleidelijke overgangen tussen bos en heide zijn het domein van de Geelgors. De soort komt overigens ook op de heide voor als daar geschikte zangposten zijn (vooral geïsoleerde berken). Tot halverwege de jaren negentig bleef de populatie stabiel, al veroorzaakten strenge winters soms een tijdelijke afname. Het gebied en de soort hadden kennelijk genoeg veerkracht voor snel herstel. Althans, tot begin jaren negentig, want sindsdien is het aantal Geelgorzen gestaag afgenomen (figuur 5). Een van de oorzaken is het dichtgroeien van voormalige kapvlakten en stormvlakten. Ook op de heidevelden Vlerk 31/1 maart 2014 Broedvogels op de Zuidoost-Veluwe
4 Figuur 6. De ontwikkeling van de Torenvalk in de Figuur 7. De ontwikkeling van de Veldleeuwerik in de vindt een afname plaats die de kwaliteitsafname van de heide weerspiegelt: een groot deel van de heide is geleidelijk vergrast. Dat proces is versneld door de atmosferische depositie van nutriënten die weer het gevolg is van de intensieve landbouw. Mogelijk is ook de ongunstige voedselsituatie in de winter en vroege voorjaar een bottleneck. Er zijn in de regio steeds minder stoppelvelden en ruderale terreinen waar Geelgorzen in die periode zaden kunnen vinden. Heidevelden Het is nu nauwelijks voor te stellen, maar zo n dertig jaar geleden was de Torenvalk een gewone verschijning op onze heidevelden (figuur 6). De aantallen fluctueerden wel van jaar tot jaar, waarschijnlijk een gevolg van goede en slechte muizenjaren. Sinds het eind van de jaren tachtig is het aantal Torenvalken Figuur 8. De ontwikkeling van de Roodborsttapuit in de afgenomen. De Veldleeuwerik bevindt zich in een vergelijkbare neerwaartse spiraal (figuur 7). Met name de sterk vergraste heidevelden zijn verlaten. Is het dan allemaal kommer en kwel? De trend van de Roodborsttapuit bewijst dat dat niet zo is. Deze laat juist een stijgende lijn zien (figuur 8). Interessant is dat Roodborsttapuiten niet overal in aantal toenemen, maar alleen in bepaalde heidevelden als gevolg van daar optredende insectenplagen. Enkele zeldzame soorten De toename van het aantal Nachtzwaluwen lijkt vrijwel tot staan gekomen. Met meer dan 160 territoria zijn alle heidevelden vol, ook alle kleine heidevelden in het noorden. De Draaihals is enorm afgenomen; in 2013 waren slechts twee territoria aanwezig. Voormalige bolwerken zoals Zilvensche Heide en Loenermark lijken verlaten. De toename van de Middelste Bonte Specht zet door, met negen territoria binnen en verschillende territoria juist buiten het studiegebied. In 2013 zijn voor het eerst twee territoria op de Imbosch waargenomen, naast territoria bij Beekhuizen, Rhederoord, Kasteel Middachten, Onzalige Bossen en Hof te Dieren. Het begint erop te lijken dat de Kortsnavelboomkruiper het voorbeeld van de Mibo volgt, met vier territoria in het Vlerk 31/1 maart 2014 Broedvogels op de Zuidoost-Veluwe
5 studiegebied en ten minste één daarbuiten. De kern bevindt zich voor zover bekend - in de Onzalige Bossen (oude hoog opgaande gemengde bossen), maar wellicht is de soort al wijder verbreid. In 2013 broedden 3-4 paren Grauwe Klauwieren op de Arnhemse Heide en omgeving en in ieder geval één daarbuiten. De Raaf neemt lichtjes toe in het studiegebied en is nu met circa 15 paren aanwezig. In 2013 had de Raaf het beste broedseizoen sinds tijden. Naar schatting de helft van de paren was succesvol. Helaas heeft 2013 geen Ruigpootuilen, Bergfluiters en Kleine Vliegenvangers gebracht, maar het kan niet elk jaar feest zijn. Hoe verder? 2014 belooft om drie redenen een bijzonder jaar te worden: In de eerste plaats hebben we afgelopen winter een invasie van Kruisbekken beleefd. Vaak blijven na zo n invasie veel Kruisbekken hangen. Als de voedselsituatie gunstig is, kunnen zij tot broeden over gaan. Dat zal in 2014 mogelijk het geval zijn in gemengde naaldbossen met Lariks. In de tweede plaats was het najaar van 2013 een goed mastjaar van beuk. Veel zaadeters hebben hier overwinterd en zijn de winter door het uitblijven van vorstperioden vermoedelijk goed doorgekomen. Zelfs Zwarte Mezen, niet bepaald bodemfoerageerders pur sang waren in beukenlanen volop op de bosbodem te vinden, druk foeragerend tussen Vinken en Kepen. In de derde plaats kan de goede beukenmast ook gunstig zijn voor Rosse Woelmuizen en Bosmuizen, die op de Zuidoost-Veluwe in sommige jaren zeer talrijk kunnen voorkomen. Dat was in 2012 het geval en nu mogelijk weer, al is het interval tussen deze piekjaren normaal een jaartje of 3-4. Als dat inderdaad het geval is, zullen ook muizeneters meteen profiteren. Rob Vogel [email protected] Henk Sierdsema [email protected] Cor de Vaan [email protected] Literatuur Van Dijk A.J. & Boele A Handleiding SOVON-broedvogelonderzoek. Sovon, Nijmegen. Vogelwerkgroep Arnhem e.o Vogels van de Veluwezoom. Vogelwerkgroep Arnhem en omstreken, Arnhem. Meedoen of een rondje meelopen? MELD JE AAN BIJ COR DE VAAN. Foto: Ko Vlerk 31/1 maart 2014 Broedvogels op de Zuidoost-Veluwe
Overzicht broedperiode 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels.
Overzicht broed 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels. Voorkeur bos Vogelsoorten van Bijlage 1 vogelrichtlijn Gemengd bos Zwarte specht #1 1500-2500 2300-2900 1100-1600 - Naald- en loofbos Wespendief
Broedvogels van de begraafplaats Soerenseweg in Apeldoorn 2015
Broedvogels van de begraafplaats Soerenseweg in Apeldoorn 2015 Martin Heinen Vogelwerkgroep Oost-Veluwe, Apeldoorn 1 1. Inleiding De gemeente Apeldoorn heeft Vogelwerkgroep Oost-Veluwe gevraagd een inventarisatie
Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold
Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold Tellers: D.Schoppers, A. Vanderspoel, J. de Vries, W. Woudman, M. Werkman, J. De Bruin, M.Wijnhold Inhoud: 1. Samenvatting 2. Methode: territoria
Broedvogels van Park Rosendael 1981-2012
Broedvogels van Park Rosendael 1981-2012 Inleiding Park Rosendael (38,9 ha) is het langstlopende BMP-proefvlak van de vogelwerkgroep geteld in 1981 en 1984-2012. Dertig jaar telhistorie waaraan veel gevierde
De nieuwe Vogelatlas voor Nederland. Hoe staan de vogels in Drenthe er voor? Door Bert Dijkstra
De nieuwe Vogelatlas voor Nederland. Hoe staan de vogels in Drenthe er voor? Door Bert Dijkstra Atlasproject 2013-2015 aanleiding en ambities Opkomende wintervogel Hoe gaat het met? Veranderingen in de
Broedvogels van de HAPERTSE HEIDE
Broedvogels van de HAPERTSE HEIDE Broedvogelmonitoringproject, seizoen 1997 Samenstelling: Vogelwerkgroep De Kempen: Hans Hermans Ben Jacobs Tonny van der Vleuten Carlo van Wely Jan van der Zee November,
Broedvogelinventarisatierapport. Heseveld, Nijmegen. Marc de Bont Nijmegen, september 2010
Broedvogelinventarisatierapport Heseveld, Nijmegen 2010 Marc de Bont Nijmegen, september 2010 Inleiding Methode In maart 2010 heb ik besloten om in de omgeving van het complex Berkenoord de broedvogels
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels)
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels) Bronvermelding Deze voorlopige verspreidingskaarten zijn gebaseerd op de huidige atlastellingen (vanaf 1-3-2013), aangevuld met informatie uit
BROEDVOGELS VAN HET LEERSUMSE VELD EN GINKELDUIN IN 2008-2010 André van Kleunen
BROEDVOGELS VAN HET LEERSUMSE VELD EN GINKELDUIN IN 2008-2010 André van Kleunen Sinds 2008 voer ik jaarlijks broedvogeltellingen uit in een telgebied op het Leersumse Veld en Ginkelduin volgens de richtlijnen
40 jaar vogelonderzoek in de Kempen. door Henk Sierdsema
40 jaar vogelonderzoek in de Kempen door Henk Sierdsema Onderzoek Broedvogelonderzoek Winter- en trekvogelonderzoek Losse waarnemingen Broedvogelonderzoek Inventarisaties in steekproefgebieden Vlakdekkende
Verslag Vogelwerkgroep IVN Vijlen-Vaals en Gemeente Vaals 2014
Verslag Vogelwerkgroep IVN Vijlen-Vaals en Gemeente Vaals 2014 Door de zachte winter en het mooie voorjaar zag het er rooskleurig uit voor onze vogels. Door het milde weer waren de planten 3 weken eerder
Broedvogels van landgoed de Haere in 2017
Broedvogels van landgoed de Haere in 2017 Tim van Alen en Esther Veldhoen Broedvogel Monitoring Project, B Bijzondere soorten Colofon Vogelwerkgroep de IJsselstreek 2018 Secretariaat: Tineke Hirschler
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels)
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels) Bronvermelding Deze voorlopige verspreidingskaarten zijn gebaseerd op de huidige atlastellingen (vanaf 1-3-2013), aangevuld met informatie uit
Streefbeelden Bomen & Bos. Streefbeelden Bomen, Bos & Struweel. Stadsbomen. Van Leefbaarheid & Emotie tot Biodiversiteit & Natuureducatie
Streefbeelden Bomen, Bos & Struweel Van Leefbaarheid & Emotie tot Biodiversiteit & Natuureducatie Streefbeelden Bomen & Bos Van Leefbaarheid & Emotie tot Biodiversiteit & Natuureducatie Stadsbomen Stadsbomen
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels)
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels) Bronvermelding Deze voorlopige verspreidingskaarten zijn gebaseerd op de huidige atlastellingen (vanaf 1-3-2013), aangevuld met informatie uit
Broedvogelonderzoek op Twickel 2009
Broedvogelonderzoek op Twickel 2009 Inleiding In 2009 zijn alle 3 Twickelse bedrijven gekarteerd op broedvogels. Het veldwerk is uitgevoerd door de volgende leden van de Twentse Vogelwerkgroep: Tim Asbreuk
Broedvogelinventarisatierapport. Heseveld, Nijmegen. Marc de Bont Nijmegen, juli 2012
Broedvogelinventarisatierapport Heseveld, Nijmegen 2012 Marc de Bont Nijmegen, juli 2012 Inleiding Methode In 2012 is voor het derde jaar op rij het gebied op broedvogels geteld. Het wordt begrensd wordt
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels)
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels) Bronvermelding Deze voorlopige verspreidingskaarten zijn gebaseerd op de huidige atlastellingen (vanaf 1-3-2013), aangevuld met informatie uit
Gebiedsbeschrijving. Werkwijze BROEDVOGELS VAN WOONWIJK `HET LAAKSE VELD` IN door Henk Jan Hof
BROEDVOGELS VAN WOONWIJK `HET LAAKSE VELD` IN 2006. door Henk Jan Hof In het voorjaar van 2006 heb ik woonwijk Het Laakse Veld op broedvogels geïnventariseerd. Deze kartering is uitgevoerd om aantallen
Wat feitjes rond de duizendste Eempoldertelling
AANTAL. Wat feitjes rond de duizendste Eempoldertelling Sinds 1973 worden elke veertien dagen de vogels in de westelijke Eempolders geteld. Dat is nu dus al ruim 38 jaar. Wat rekenwerk levert op dat op
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels)
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels) Bronvermelding Deze voorlopige verspreidingskaarten zijn gebaseerd op de huidige atlastellingen (vanaf 1-3-2013), aangevuld met informatie uit
Vogelringstation Schiermonnikoog. Verslag activiteiten 2014 voor CCWO
Vogelringstation Schiermonnikoog Verslag activitei 2014 voor CCWO Verslag veldwerk 2014 Inleiding In 2014 zijn de activitei van het Vogelringstation Schiermonnikoog in de onderzoeksopzet voortgezet: 1.
(nestkastenproject) Golfbaan Welschap
(nestkastenproject) Golfbaan Welschap 4 Nestkastenverslag Golfbaan Welschap, 27 Wil de Veer In het voorjaar werd samen met diverse vrijwilligers begonnen met de noodzakelijke schoonmaak van de nestkasten.
Resultaten. Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe. Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland.
Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland Juni 2015 Inleiding Door de provincie Gelderland is verzocht om een update te maken van
KERKUILEN WERKGROEP TWENTE
KERKUILEN WERKGROEP TWENTE Broedseizoen kerkuil De start van het broedseizoen kerkuilen was zeer verrassend. Rond half maart werd er op een locatie in Oud-Ootmarsum een nestkast aangetroffen met daarin
Typische soorten van Westerwolde
Typische soorten van Westerwolde Terwijl de Bosuil al weer nestelt en zijn melancholieke roep laat horen, de winter zacht is en de ijzel ons enige weken geleden wat getart heeft, willen wij graag de ontwikkelingen
Gouwebos. midmaandwintertellingen van vogels trends samengesteld door Cok Scheewe. Foto (Huig Bouter)
Gouwebos midmaandwintertellingen van vogels trends 1994-2014 samengesteld door Cok Scheewe Foto (Huig Bouter) Inleiding Al meer dan 20 jaar worden in de winterperiode in het Gouwebos door de vogelwerkgroep
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels)
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels) Bronvermelding Deze voorlopige verspreidingskaarten zijn gebaseerd op de huidige atlastellingen (vanaf 1-3-2013), aangevuld met informatie uit
2013 wordt het jaar van de Patrijs.
2013 wordt het jaar van de Patrijs. 1 Waarom? De soort kwam vroeger in grote aantallen voor in NL; er werd zelfs op gejaagd (en in sommige landen nog steeds) Bijna iedereen heeft de vogel wel eens gezien
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels)
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels) Bronvermelding Deze voorlopige verspreidingskaarten zijn gebaseerd op de huidige atlastellingen (vanaf 1-3-2013), aangevuld met informatie uit
BROEDGEVALLEN VAN DE RAAF IN DE PROVINCIE UTRECHT IN 2009 EN 2010
BROEDGEVALLEN VAN DE RAAF IN DE PROVINCIE UTRECHT IN 2009 EN 2010 André van Kleunen en Gert Ottens Een paar jaar geleden hebben we in de Provinciale Nieuwsbrief van SOVON en in de Kruisbek aangekondigd
mini BMP-cursus VWG Zutphen 2017 Frank Majoor
mini BMP-cursus VWG Zutphen 2017 Frank Majoor Hoe zit het Sovon broedvogel-telwerk in elkaar? Aantalsverandering alle broedvogels Totaalaantal Kolonievogels (17 soorten) Zeldzame soorten (160) Steekproef
Actuele verspreiding, trends en broedsucces van Steenuilen in Nederland
Actuele verspreiding, trends en broedsucces van Steenuilen in Nederland Chris van Turnhout (Sovon) Ronald van Harxen, Pascal Stroeken en Theo Boudewijn (STONE) foto: Pete Whieldon Inleiding - Effectieve
DE UTRECHTSE HEUVELRUG EN ZIJN BETEKENIS VOOR VOGELS
DE UTRECHTSE HEUVELRUG EN ZIJN BETEKENIS VOOR VOGELS Herman van den Bijtel De Utrechtse Heuvelrug met zijn uitgestrekte bossen, heidevelden, droge graslanden, vennen en, langs de flanken, tal van landgoederen
Broedvogels van het centrale deel van de Loonse en Drunense Duinen in 2009
Broedvogels van het centrale deel van de Loonse en Drunense Duinen in 2009 Henk Sierdsema SOVON-inventarisatierapport 2010/50 Dit rapport is samengesteld in opdracht van Natuurmonumenten Broedvogels van
Verslag over de roofvogelstand in de. Amsterdamse Waterleidingduinen dagen later begonnen met het leggen. ongunstig en
11 Verslag over de roofvogelstand in de Amsterdamse Waterleidingduinen 1976 Het voorjaar van 1976 werd gekenmerkt door extreem lage temperaturen tot ver in de maand mei. Dit had tot gevolg dat de uilen
1.2 landschap, natuur en recreatie. Landschap
1.2 landschap, natuur en recreatie Landschap Radio Kootwijk vormt een belangrijke schakel in een aaneengesloten open tot halfopen droog tot vochtig stuifzand- en heidegebied dat zich uitstrekt van het
(nestkastproject) Koningshof
(nestkastproject) Koningshof 8 Verslag van de nestkastencontroles op Koningshof in 2007 Jan Wouters Ook in 2007 hebben we de nestkasten op Koningshof weer bijgehouden. Het was dit jaar het dertigste jaar
Broedvogelinventarisatie ADM terrein
Broedvogelinventarisatie ADM terrein 2016 Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks en adviesbureau G&G Advies Broedvogelinventarisatie ADM terrein Toetsing in het kader van de Flora en faunawet F.M.
Broedvogels van de Boswachterij Ruurlo in 2006.
Broedvogels van de Boswachterij Ruurlo in 2006. Gerrit Arfman Opdrachtgever Staatsbosbeheer Regio Oost Deventer Colofon Broedvogelkartering: Gerrit Arfman. Foto s: Ad van Roosendaal. Tekst: Gerrit Arfman,
Broedvogelinventarisatierapport. Heseveld, Nijmegen. Marc de Bont Nijmegen, juli 2013
Broedvogelinventarisatierapport Heseveld, Nijmegen 2013 Marc de Bont Nijmegen, juli 2013 Inhousopgave Inleiding Pagina 3 Methode Pagina 3 De telling Pagina 4 Het weer Pagina 4 De resultaten Pagina 4 Bijlage:
13.3 Meerkoet (Fulica atra)
13.3 Meerkoet (Fulica atra) 1 Samenvatting Aantal en verspreiding Landelijk is het aantal broedvogels vanaf 199 niet significant veranderd, over de laatste 1 jaren is een significante afname van
Vogeltrektelling 30 oktober 2016
Vogeltrektelling 30 oktober 0 Voorwoord De laatste vogeltrektelling van 0 vond plaats op zondag 30 oktober, op de nieuwe dit jaar gekozen locatie de Volthe es.de tel locatie ligt dicht tegen de zuid kant
OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen
OPKOMST VAN DE HALSBANDPARKIET IN NEDERLAND EN UTRECHT André van Kleunen De halsbandparkiet (Psittacula krameri) komt van oorsprong voor in Afrika, in een gordel ten zuiden van de Sahara en op het Indisch
Verslag telling aalscholvers en blauwe reigers in het Kippenest in De Wieden op 9 mei 2009
Verslag telling aalscholvers en blauwe reigers in het Kippenest in De Wieden op 9 mei 2009 Ronnie Veldkamp Om 9.00 uur had ik afgesproken met mijn vriend Pieter van den Hooven om weer de jaarlijkse telling
Broedvogels van Sportcentrum Papendal in 2007
Broedvogels van Sportcentrum Papendal in 2007 Jan Schoppers Inleiding In 2007 is in opdracht van Sportcentrum Papendal en NOC*NSF een broedvogelinventarisatie uitgevoerd op het terrein. Dit is een nieuwe
Hof ten Berg. Tasseniersstraat Galmaarden 054/ (tussen 18:00 en 20:00 uur) André Prové
Hof ten Berg Tasseniersstraat 1 1570 Galmaarden 054/58 92 17 (tussen 18:00 en 20:00 uur) André Prové [email protected] Coxiestraat 11 2800 Mechelen Tel: 015-29 72 20 fax: 015-42 49 21 [email protected]
Vogelwerkgroep de Kempen. Broedvogelinventarisatie Goorloop
Vogelwerkgroep de Kempen Broedvogelinventarisatie Goorloop 2 INLEIDING In 2 is het natuurgebied de Goorloop op broedvogels geïnventariseerd door een aantal leden van Vogelwerkgroep de Kempen. Deze inventarisatie
broedvogelonderzoek Handleiding Sovon PDF 3: verschillen met vorige handleiding Centraal Bureau voor de Statistiek
Handleiding Sovon broedvogelonderzoek PDF 3: verschillen met vorige handleiding Centraal Bureau voor de Statistiek 1 BMP Handleidingen 2011 en 2016: wat is er veranderd? In dit document zetten we de verschillen
De weg eist zijn tol: 10 jaar verkeersslachtoffers op de Nijmeegsebaan in Groesbeek
De weg eist zijn tol: 10 jaar verkeersslachtoffers op de Nijmeegsebaan in Groesbeek Kees Schreven NOU-congres, De Hoeve van Nunspeet, 7-9 januari 017 Mac Gillavry D. 1930. De Levende Natuur 3: 10. Mac
Bosuilen 34 jaar geteld in Noord-Kennemerland
Bosuilen 34 jaar geteld in Noord-Kennemerland Overdag rusten de bosuilen meestal goed verscholen op een tak, in een boomholte, nestkast of een ruimte waar geen mensen komen. Na zonsondergang worden ze
Werkgebied VWG-Zutphen Oppervlak: ha
Werkgebied VWG-Zutphen Oppervlak: 19.227 ha Overzicht verdeling werkgebied in Deelgebieden - Telgebieden KN1 KN2 KN3 KN6 KN5 KN4 GE7 GE6 GE5 GE4 GE2 GE3 GE1 VB11 TE5 TE4 TE3 TE2 TE1 HC5 HC4 HC3 HC2 HC1
Bijlage 2 Uitvoeringsprojecten biodiversiteit en leefgebieden. Voorbeeld 1 Leefgebieden gladde slang in De Kempen (binnen EHS)
Bijlage 2 Uitvoeringsprojecten biodiversiteit en leefgebieden Voorbeeld 1 Leefgebieden gladde slang in De Kempen (binnen EHS) Inleiding In 2006 heeft RAVON in opdracht van de Provincie Noord-Brabant het
Vogelbevolking van de Gorsselse Heide Globaal verslag 2012
Vogelbevolking van de Gorsselse Heide Globaal verslag 2012 Een voorproefje op het BMP onderzoek 2013 Inleiding Sinds eind 2011 bezoek ik met een zekere regelmaat de Gorsselse Hei, waarbij systematisch
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject Bronvermelding Deze voorlopige verspreidingskaarten zijn gebaseerd op de huidige atlastellingen, aangevuld met informatie uit de Sovon-meetnetten (Netwerk Ecologische
Jaarverslag steenuilen 2013. uitgebreide versie
Jaarverslag steenuilen 2013 uitgebreide versie Jaarverslag steenuilen 2013 uitgebreid Broedseizoen 2013 zit er weer op. Tijd om de balans op te maken en dit met jullie te delen. We hebben qua aantallen
Er zijn drie tellingen waaraan u mee kunt doen. Deze tellingen staan los van elkaar dus u kunt zelf bepalen aan welke tellingen u mee wilt doen.
Handleiding tellingen Er zijn drie tellingen waaraan u mee kunt doen. Deze tellingen staan los van elkaar dus u kunt zelf bepalen aan welke tellingen u mee wilt doen. Als er onduidelijkheden zijn over
TREKTELLEN 2006 TELPOST OOLMANSWEG Aagje van der Wulp
TREKTELLEN 2006 TELPOST OOLMANSWEG Aagje van der Wulp In het najaar van 2006 is er voor het eerst geteld aan de Oolmansweg. Door bebouwing in de zuidwesthoek van het recreatieterrein Bussloo moest er een
WEIDEVOGELS LOPIKERWAARD
WEIDEVOGELS LOPIKERWAARD 214 Er is goed nieuws en er is slecht nieuws WEIDEVOGELS LOPIKERWAARD 214: ER IS GOED NIEUWS EN ER IS SLECHT NIEUWS Sinds 211 telt DNatuur voor ANV Lopikerwaard hoeveel Grutto
9.1 Meerkoet (Fulica atra)
9.1 Meerkoet (Fulica atra) 1. Status Tot 1 maart 2017 was onder voorwaarden ontheffing verleend voor het doden van meerkoeten met het hagelgeweer op percelen waar schade dreigt of voorkomt, ter voorkoming
Vogeltrekstation. wetenschappelijke vragen maar heeft ook maatschappelijk nut, jaarcyclus, als overwinterings-gebied
Op het Vinkentouwnr. 111 november2007- Nieuw project: Pullen Ringen. Vogeltrekstation In Nederland worden jaarlijks zo n 235 000 vogels van een ring voorzien. Ongeveer een kwart daarvan betreft nestjongen
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels)
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels) Bronvermelding Deze voorlopige verspreidingskaarten zijn gebaseerd op de huidige atlastellingen (vanaf 1-3-2013), aangevuld met informatie uit
VOGELRINGSTATION OUD NAARDEN 4 e KWARTAAL OVERZICHT 2012
VOGELRINGSTATION OUD NAARDEN 4 e KWARTAAL OVERZICHT 2012 Rudy Schippers Het afgelopen kwartaal werd gekenmerkt door veel regen en ook veel harde wind waardoor er minder geringd kon worden dan gebruikelijk.
Broedvogelinventarisatie van Oranje Nassau s Oord. door Eric Minke
Broedvogelinventarisatie van Oranje Nassau s Oord door Eric Minke Inventarisatierapport Vogelwerkgroep KNNV afdeling Wageningen Website: www.knnv.nl/wageningen Redactieadres: Eric Minke, Gruttoweide 79,
Bijlage 9 - Toetsing typische soorten in Natura 2000 gebieden zonder vogeldoelen
Bijlage 9 - Toetsing typische soorten in Natura 2000 en zonder vogeldoelen Erratum Bijlage 9 Toetsing typische soorten in Natura 2000 en zonder vogeldoelen Onderstaande tekst vervangt bijlage 9 bij het
Vraagprogramma Europese Cultuurvogels
Vraagprogramma Europese Cultuurvogels Hoofdgroep Soort Kooi Aantal jaar gevraagd 15.001.001 Europese Kanarie Wildkleur Man 2 2 15.001.002 Europese Kanarie Wildkleur Pop 2 2 15.001.003 Citroensijs Wildkleur
Omgevingscheck De Del te Rozendaal. categorie 5 nesten: koolmees, pimpelmees, grauwe vliegenvanger, boomklever, boomkruiper en grote bonte specht
Omgevingscheck De Del te Rozendaal categorie 5 nesten: koolmees, pimpelmees, grauwe vliegenvanger, boomklever, boomkruiper en grote bonte specht Omgevingscheck De Del te Rozendaal categorie 5 nesten: koolmees,
HEIDEHERSTEL Bert Geerdes en André van Keken
HEIDEHERSTEL Bert Geerdes en André van Keken De laatste 150 jaar is de Utrechtse Heuvelrug veranderd van heidegebied naar bosgebied. Het is moeilijk voor te stellen, maar op die uitgestrekte heide met
Bijzondere Vogels Strabrechtse Heide 2011
Bijzondere Vogels Strabrechtse Heide 2011 Dit overzicht bevat bijzondere vogelwaarnemingen die gemaakt zijn op de Strabrechtse Heide. Hieronder vallen fenologische waarnemingen, opmerkelijke trekvogels,
(Broed-)Vogels van de Brunssummerheide
(Broed-)Vogels van de Brunssummerheide - 2013 Broedvogel Monitoring Project Bijzondere Soorten (BMP-B) Noordelijke Brunssummerheide Gedurende de broedperiode van 2013 werd alweer voor het 12 e opeenvolgende
5.1 Fazant (Phasianus colchicus)
5.1 Fazant (Phasianus colchicus) 1. Status De fazant is een wildsoort waarop door de jacht populatiebeheer plaatsvindt. De jacht is toegestaan van 15 oktober t/m 31 december (hennen), resp. van 15 oktober
Onderzoek steltlopers op slaapplaatsen in Noord-Holland Eerste resultaten
Onderzoek steltlopers op slaapplaatsen in Noord-Holland Eerste resultaten Het Kenniscentrum Weidevogels 1 heeft in 2008 het initiatief genomen in Noord-Holland het gehele weidevogelseizoen onderzoek te
Bijlage 9 - Toetsing typische soorten in Natura 2000 gebieden zonder vogeldoelen
Bijlage 9 - Toetsing typische soorten in Natura 2000 en zonder vogeldoelen Er zijn acht Natura 2000 en waarvoor geen vogeldoelen zijn geformuleerd, maar die wel binnen één van de helikopterlaagvliegen
Aantal gevonden legsels in 2008
10 1 Broedpaaraantallen 2. Reproductie Na terugkomst van weidevogels in hun broedgebied vormen zich paren en kiezen de vogels een plek om te gaan broeden: de vestiging. Daarna komen twee belangrijke reproductiefasen:
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels)
Voorlopige verspreidingskaarten Atlasproject (broedvogels) Bronvermelding Deze voorlopige verspreidingskaarten zijn gebaseerd op de huidige atlastellingen (vanaf 1-3-2013), aangevuld met informatie uit
Bescherming Weidevogels Zuid-Holland Versterken, ondersteunen en stimuleren van vrijwilligerswerk in het groen
Bescherming Weidevogels Zuid-Holland 2018 Versterken, ondersteunen en stimuleren van vrijwilligerswerk in het groen Dit jaarverslag is tot stand gekomen in samenwerking met 17 actieve weidevogelgroepen
