SAMENVATTING BOEK (+ NOTITIES)
|
|
|
- Oscar Brander
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 SAMENVATTING BOEK (+ NOTITIES) Julie Kerckaert Basisbegrippen van recht Academiejaar
2 Inhoudsopgave Deel 1: Wat is recht?... 4 Hoofdstuk 1: Het recht een geheel van gedragsregels Enkele definities... 4 Hoofdstuk 2: Relativiteit van deze benadering... 4 Deel 2: Basisbegrippen... 5 Hoofdstuk 1: Rechtssubjecten Begrippen Fysieke personen Rechtspersonen... 6 Hoofdstuk 2: Bekwaamheid Begrippen De bekwaamheid van fysieke personen De bekwaamheid van rechtspersonen Hoofdstuk 3: Rechtshandelingen Inleiding Geldigheid van rechtshandelingen Nietigheid van rechtshandelingen Tegenwerpelijkheid van rechtshandelingen Vertegenwoordiging bij rechtshandelingen De vorm van rechtshandelingen Soorten rechtshandelingen Hoofdstuk 4: Aansprakelijkheid Begrip en situering Soorten aansprakelijkheid Grondslagen van extracontractuele aansprakelijkheid Schade Causaal verband Gevolgen van de extracontractuele aansprakelijkheid Hoofdstuk 5: Rechtsmisbruik De beperking van de uitoefening van subjectieve rechten De ontwikkeling van de leer van het rechtsmisbruik De gevolgen van het rechtsmisbruik Hoofdstuk 6: Subjectieve rechten PAGINA 1
3 1. Begrip en nut Indeling van de subjectieve rechten volgens het rechtsobject Deel 3: De professionele actoren in het recht Hoofdstuk 1: De magistraat Hoofdstuk 2: Het gerechtspersoneel De griffier De referendaris De parketjurist Hoofdstuk 3: De advocaat Hoofdstuk 4: De gerechtsdeurwaarder Hoofdstuk 5: De notaris Hoofdstuk 6: De hypotheekbewaarder Hoofdstuk 7: De ontvanger van het registratenkantoor Hoofdstuk 8: De bedrijfsjurist Hoofdstuk 9: De overheidsjurist Hoofdstuk 10: De jurist in academia Deel 4: Kennismaking met het procesrecht Hoofdstuk 1: Inleiding Hoofdstuk 2: Bronnen van procesrecht Grondwet Gerechtelijk Wetboek Bijzondere wetgeving Algemene beginselen van behoorlijke procesvoering Rechtspraak Rechtsleer Internationaal en supranationaal recht Hoofdstuk 3: Organisatie en bevoegdheid van de internrechtelijke rechtscolleges Algemeen Organisatie en bevoegdheid van de rechtscolleges van de rechterlijke macht. 27 Hoofdstuk 4: Rechtspleging Voorwaarden voor rechtsvordering Soorten vorderingen Inleiding van de vordering Inleidende zitting Het in staat stellen van de zaak PAGINA 2
4 6. Rechtsdag Beraad en uitspraak Rechtsmiddelen Deel 5: Handhaving van subjectieve rechten Hoofdstuk 1: Algemeen Hoofdstuk 2: Privaatrechtelijke sancties en andere maatregelen ter bescherming van subjectieve rechten Maatregelen ter voorkoming van een rechtsschending Sancties na overtreding van een rechtsplicht of schending van een recht Tenuitvoerlegging van een gerechtelijke beslissing Franse juridische terminologie Materieel recht Procesrecht PAGINA 3
5 Deel 1: Wat is recht? HOOFDSTUK 1: HET RECHT EEN GEHEEL VAN GEDRAGSREGELS 1. Enkele definities Objectief recht <-> subjectief recht Het objectief recht is het recht als geheel van gedragsregels met bepaalde specifieke kenmerken. Subjectieve rechten zijn juridisch bekrachtigde aanspraken en bevoegdheden die een rechtssubject op bepaalde zaken of jegens bepaalde personen kan uitoefenen om zijn doelstellingen te verwezenlijken. Privaatrecht <-> publiekrecht Rechtsfeiten Het privaatrecht bevat de rechtsregels die de private (horizontale) rechtsverhoudingen tussen de burgers regelen. Het publiekrecht regelt de verticale verhouding (tussen de staat en de machtonderhorigen). Rechtsfeiten zijn feiten waaraan de rechtsregel gevolgen verbindt. Rechtshandelingen Rechtsgevolgen Rechtshandelingen zijn menselijke wilsverklaringen waaraan het recht rechtsgevolgen verbindt en die gesteld worden om deze rechtsgevolgen mee te brengen. Rechtsgevolgen zijn gevolgen die het recht koppelt aan feiten die beantwoorden aan de hypothese die in een norm vervat ligt. 2. Centrale elementen in het begrip recht Zie 1. Inleiding bij de samenvatting van de lessen van Marc De Vos 2.1 Een geheel van gedragsregelen met bijkomende institutionele voorschriften 2.2 Rechtsregelen worden opgelegd door de maatschappij 2.3 Het doel van rechtsregelen: de ordening van de maatschappij 2.4 Rechtsregelen worden gehandhaafd door of krachtens het maatschappelijk gezag 2.5 Synthese HOOFDSTUK 2: RELATIVITEIT VAN DEZE BENADERING Niet overal wordt het recht, zoals in continentaal Europa, gezien als een stel gedragsregels. (bv. common law, marxistische opvatting, traditionele Afrikaanse recht, enz.) De vraag die men ons kan stellen is of dat wij niet te veel focussen op de ordenende functie. Het zou namelijk ook mogelijk zijn de nadruk te leggen op de humaniserende functie. PAGINA 4
6 Deel 2: Basisbegrippen HOOFDSTUK 1: RECHTSSUBJECTEN 1. Begrippen Rechtssubject Het rechtssubject is degene voor wie de rechtsnorm gevolgen meebrengt. We onderscheiden twee soorten rechtssubjecten: Fysieke persoon of natuurlijke persoon De rechtspersoon Een persoon in de zin van het recht is dus iedere drager van rechten en plichten. Juridische persoonlijkheid De juridische persoonlijkheid omvat het geheel van rechten en plichten van een rechtssubject. Deze komt tot uiting in de staat van een persoon en de bekwaamheid van een persoon. Staat van een persoon De staat van een persoon is het geheel van bepaalde hoedanigheden van die persoon die zijn juridische toestand in de maatschappij en in de familie bepalen. We kunnen volgende elementen onderscheiden: - Staat in de maatschappij - Staat in de familie (afstamming en adoptie) - Staat als enkeling (fysieke, psychische en civielrechtelijke elementen) De staat van een persoon is afhankelijk van: - Rechtsfeiten - Materiële rechtshandelingen - Rechterlijke uitspraken - Een wet (in de formele zin) De onderscheiden elementen zijn vatbaar voor bezit. Bezit van staat impliceert een behandeling van de persoon en feitelijke gedragingen van een andere betrokkene die wijzen in de richting van de uitoefening van rechten en de naleving van plichten inherent verbonden aan de status familiae. Het bezit van staat heeft een enkelvoudig maar tweezijdig karakter. Het bezit van een staat sluit het bezit van een andere staat uit (= enkelvoudig). Anderzijds kan met wel de staat van kind-afstammeling hebben tegenover één man en één vrouw (= tweezijdig). PAGINA 5
7 Bekwaamheid van een persoon Feitelijke bekwaamheid: Dit is de feitelijke mogelijkheid die een persoon bezit om ene bepaalde daad te stellen. Rechtsbekwaamheid: Dit houdt de bevoegdheid in om titularis te zijn van rechten en plichten. Handelingsbekwaamheid: Dit is de bevoegdheid om rechten en plichten zelfstandig uit te voeren. 2. Fysieke personen Elke mens is een rechtssubject. Dit betekent niet dat elke mens evenveel subjectieve rechten heeft, wel dat eenieder een gelijke rechts- en handelingsbekwaamheid heeft. Alleen de levend en levensvatbaar geboren mens heeft een juridische persoonlijkheid. - De juridische persoonlijkheid begint bij de geboorte (als levensvatbaar wezen). Opmerking: Ook het ogenblik van de verwekking is van cruciaal belang. Een ongeboren vrucht kan namelijk al bepaalde rechten hebben (geen plichten), op voorwaarde dat het kind naderhand levensvatbaar wordt geboren. - De juridische persoonlijkheid eindigt met de dood. Na de dood kunnen bepaalde aspecten van de juridische persoonlijkheid wel nog blijven bestaan of gewijzigd worden. 3. Rechtspersonen 3.1 Begrip en bestaansreden Een rechtspersoon is een groepering van rechtssubjecten die net zoals een fysiek persoon titularis kan zijn van bepaalde rechten en plichten. Een rechtspersoon bezit rechtspersoonlijkheid. Wanneer een bepaalde groep omvangrijk wordt of economisch belangrijke initiatieven onderneemt ontstaat de noodzaak om de samenwerking nader te organiseren en te structureren. Het recht beantwoordt aan deze behoefte door de oprichting van rechtspersonen mogelijk te maken. 3.2 Rechtspersoon versus feitelijk samenwerkingsverband De rechtspersoon heeft een eigen vermogen dat afgescheiden is van het persoonlijke vermogen van de leden van de groep. Deelgenoten ontvangen aandelen in ruil voor hun inzet ten behoeve van het vermogen van de rechtspersoon. Schuldeisers van een individueel lid kunnen zich niet verhalen op het vermogen van de rechtspersoon, maar enkel op het persoonlijke vermogen van de aandeelhouder. Het feitelijk samenwerkingsverband heeft geen rechtspersoonlijkheid. Schuldeisers van een individueel lid kunnen zich verhalen op het voor de samenwerking bestemde vermogen. PAGINA 6
8 3.3 Soorten rechtspersonen - Enkele voorbeelden Publiekrechtelijke rechtspersonen Publiekrechtelijke rechtspersonen worden door de overheid opgericht met het oog op publieke dienstverlening. (bv. de staat, de gemeenschappen, de gewesten, enz.) Privaatrechtelijke rechtspersonen Verenigingen Verenigingen zijn privaatrechtelijke rechtspersonen die een niet-lucratief (niet winstgevend) doel nastreven. - Vereniging zonder winstoogmerk (vzw) - De stichting van openbaar nut: Dit is een afgescheiden vermogen, gericht op de verwezenlijking van een werk van filantropische, levensbeschouwelijke, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische of culturele aard. - De private stichting: Dit is een afgescheiden vermogen ingezet ter verwezenlijking van een bepaald belangeloos doel. (Bij een private stichting zijn er geen leden, maar enkel bestuurders.) Vennootschappen Vennootschappen zijn privaatrechtelijke rechtspersonen die winstvorming nastreven. Vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid De schuldeisers van een vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid kunnen zich verhalen zowel op het vermogen van de rechtspersoon als op het persoonlijk vermogen van de individuele leden. Voorbeelden: - De vennootschap onder firma of VOF Het doel van een VOF is het uitoefenen van een burgerlijke activiteit of een handelsactiviteit. De vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk. - De coöperatieve vennootschap met onbeperkte en hoofdelijke aansprakelijkheid of CVOHA De coöperatieve vennootschap is samengesteld uit een veranderlijk aantal vennoten met veranderlijke inbrengen. De vennoten staan onbeperkt en hoofdelijk in voor de schulden van de vennootschap. Vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid De schuldeisers van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid kunnen zich enkel verhalen op het vermogen van de rechtspersoon. Hierbij is er geen sprake van een risico voor het privévermogen. PAGINA 7
9 Bij vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid worden er zwaardere formele verplichtingen opgelegd. Ook is een minimuminbreng van de vennoten vereist. Voorbeelden: - De coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of CVBA De vennoten staan slechts in voor de schulden ten belope van hun inbreng. - De naamloze vennootschap of NV De NV wordt ook wel een kapitaalvennootschap genoemd. Bij de NV is de identiteit van de vennoten minder belangrijk en primeert kapitaalverstrekking. - De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of BVBA De BVBA wordt ook wel een personenvennootschap genoemd. De identiteit van de vennoten speelt bij de BVBA een grote rol. De BVBA kan bestaan uit één persoon. 3.4 Het legaliteitsbeginsel Rechtspersoonlijkheid kan enkel worden toegekend in de gevallen die in de wet zijn voorzien. 3.5 Ontstaan en einde van de rechtspersoon(lijkheid) Het ontstaan van de rechtspersoon gebeurt op de dag van neerlegging van een uittreksel uit de oprichtingsakte ter griffie van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waarbinnen de zetel is gelegen. Uitzondering: De stichting van openbaar nut verkrijgt haar rechtspersoonlijkheid vanaf de datum van het koninklijk besluit waarbij ze erkend wordt. (Er is een machtiging van overheidswege vereist voor de oprichting van een stichting van openbaar nut.) Privaatrechtelijke rechtspersonen zijn vatbaar voor vrijwillige of gerechtelijke ontbinding. 3.6 De tegenwerpelijkheid van het bestaan van de rechtspersoon aan derden De tegenwerpelijkheid start pas na publicatie van een uittreksel uit de oprichtingsakte in het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK 2: BEKWAAMHEID 1. Begrippen Feitelijke bekwaamheid De feitelijke bekwaamheid is de feitelijke mogelijkheid die een persoon bezit om een bepaalde daad te stellen. PAGINA 8
10 Rechtsbekwaamheid of genotsbekwaamheid De rechtsbekwaamheid is de bevoegdheid om titularis te zijn van rechten en plichten. Handelingsbekwaamheid De handelingsbekwaamheid is de bevoegdheid om rechten en plichten zelf en zelfstandig uit te voeren. 2. De bekwaamheid van fysieke personen 2.1 Genotsbekwaamheid In beginsel hebben alle fysieke personen een gelijke volledige genotsbekwaamheid. Er bestaan echter uitzonderingen op het beginsel van de volle rechtsbekwaamheid van fysieke personen: - Algemene beperkingen (m.b.t. twee categorieën personen) Vreemdelingen Bepaalde strafrechtelijke veroordeelden kunnen ontzet worden uit bepaalde politieke en/of burgerlijke rechten. - Specifieke beperkingen (m.b.t. één bepaalde rechtsverhouding) Opgelegd door de wet (bv. huwelijksbeletselen, onbekwaamheden tot het stellen van bepaalde rechtshandelingen, enz.) Opgelegd door de rechter (bv. verbod tot beroepsuitoefening, ontzetting uit het ouderlijk gezag, vervallenverklaring van het recht tot sturen, uitsluiting uit een erfenis wegens onwaardigheid, enz.) De sanctie bij de overtreding van de regels van de genots(on)bekwaamheid is de absolute nietigheid. 2.2 Handelingsbekwaamheid In beginsel is iedereen handelingsbekwaam. Er zijn echter verschillende uitzonderingen. De handelingsonbekwaamheid is de regel voor minderjarigen en de uitzondering voor meerderjarigen Algemene handelingsonbekwamen Algemene handelingsonbekwaamheid veronderstelt dat de handelingsonbekwame in geen enkel geval zelfstandig in het rechtsverkeer kan optreden. - Niet-ontvoogde minderjarigen zijn steeds handelingsonbekwaam. - Meerderjarigen geplaatst onder een beschermingsstatuut (voor 01/09/2014) Verlengd minderjarigen Gerechtelijk onbekwaamverklaarden Onder voorlopig bewind gestelde personen Meerderjarigen (na 01/09/2014): Eerder vermelde onbekwaamheidsstatuten worden vervangen door één uniform rechterlijk beschermingsstatuut: het bewind. PAGINA 9
11 2.2.2 Gedeeltelijk handelingsonbekwamen Gedeeltelijke handelingsonbekwaamheid veronderstelt dat de betrokkene slechts handelingsonbekwaam is voor die rechtshandelingen waarvoor de wet zijn handelingsbekwaamheid uitdrukkelijk heeft ingeperkt of uitgeschakeld. - Ontvoogde minderjarigen - Meerderjarigen (voor 01/09/2014) Onder gerechtelijk raadsman Onder voorlopig bewind gestelde personen Meerderjarigen (na 01/09/2014): De twee eerder vermelde onbekwaamheidsstatuten worden vervangen door het bewind, waarbij de onbekwaamheid kan opgevangen worden via het systeem van bijstand of vertegenwoordiging Functie van de uitzonderingen op de principiële handelingsbekwaamheid De wettelijke beschermingsregeling kent zowel een positief als een negatief aspect: - Positief aspect De handelingsonbekwame kan niet meer zelfstandig op treden. De onbekwame kan optreden via vertegenwoordiging of bijstand: Vertegenwoordiging: De vertegenwoordiger zal in de plaats van de onbekwame rechtshandelingen stellen. Bijstand: Degene die bijstand verleend zal samen met de onbekwame rechtshandelingen stellen. - Negatief aspect Het negatieve aspect houdt de eventuele nietigverklaring van de rechtshandeling in. De rechtshandelingen moeten steeds gesteld worden rekening houdend met de regels van de bijzondere beschermingsstatuten. Wanneer dit niet het geval is kan de rechtshandeling vernietigd worden. Het betreft een relatieve nietigheid Ogenblik waarop de handelingsonbekwaamheid ontstaat Minderjarigen zijn handelingsonbekwaam vanaf hun geboorte. Bij meerderjarigen is dit vanaf de neerlegging van het verzoekschrift tot aanstelling van een bewindvoerder. 2.3 Sanctionering van het stellen van rechtshandelingen bij onbekwaamheid Relatieve nietigheid versus absolute nietigheid Bij miskenning van de regels van genotsbekwaamheid volgt er absolute nietigheid. Bij miskenning van de regels van handelingsbekwaamheid volgt er relatieve nietigheid. Om dit onderscheid te kunnen begrijpen moet men aandacht besteden aan het begrip dwingend recht. Dwingend recht omvat louter dwingende rechtsregels en rechtsregels van de openbare orde. PAGINA 10
12 Regels van louter dwingend recht Louter dwingend recht primeert op de eigen regeling van partijen. Degene die belang heeft bij de toepassing van de wettelijke regels in plaats van de eigen regeling van de partijen, kan de nietigheid van de eigen regeling inroepen. De nietigheid in dit het kader van louter dwingend recht is relatieve nietigheid: - Enkel de belanghebbende kan de nietigheid opwerpen. (Dit is bijgevolg niet de rechter ambtshalve. Toegepast is dit dus enkel de handelingsonbekwame de vertegenwoordiger van, de bijstandsverlener van- die hiertoe in staat zal zijn.) - Er kan verzaakt worden aan de mogelijkheid de nietigheid in te roepen. Regels van openbare orde Regels van openbare orde zijn regels die zo essentieel geacht worden voor de ordening van de maatschappij dat men er geen afwijkingen op duldt. De sanctie bij overtreding van deze regels is absolute nietigheid: - Elke belanghebbende kan de nietigheid opwerpen. (Ook de rechter ambtshalve kan dit.) - De aangetaste rechtshandeling is niet vatbaar voor bevestiging Nietigheid rechtens versus nietigheid wegens benadeling Nietigheid rechtens: - De rechter kan niet weigeren de nietigheid uit te spreken indien ze gevorderd wordt. - De loutere overtreding van de beschermingsregels volstaat om de nietigheid uit te spreken. Nietigheid wegens benadeling: - Miskenning van de beschermingsregels volstaat niet om de nietigheid uit te spreken. - Er moet bewezen worden dat de rechtshandeling in het nadeel van de handelingsonbekwame werd gesteld (= bewijs van benadeling). Intrinsieke benadeling: Er is sprake van intrinsieke benadeling als de rechtshandeling is op zich nadelig is. Extrinsieke benadeling: Wanneer de rechtshandeling op zich niet nadelig is, maar wel in het licht van de vermogenstoestand van de betrokkene. Rechtshandelingen gesteld door een handelingsonbekwame zijn in de regel rechtens nietig, maar - Bij minderjarigen is het bewijs van benadeling vereist (behalve voor minderjarigen zonder het oordeel des onderscheids), tenzij voor rechtshandelingen waarvoor de vertegenwoordiger niet kan optreden zonder rechterlijke machtiging (dan geldt de nietigheid rechtens). - Bij meerderjarigen is benadeling (enkel) vereist voor niet-machtigingbehoevende vermogensrechtelijke rechtshandelingen. In regel geldt dus de nietigheid rechtens. PAGINA 11
13 2.4 Bekwaamheid raakt de openbare orde Niet enkel de regels met betrekking tot de genotsbekwaamheid raken de openbare orde. Ook de handelingsbekwaamheidsproblematiek behoort tot de openbare orde. Een onbekwaamheid kan slechts voortvloeien uit de wet. (Dit betekent dus dat enkel de wetgever onbekwaamheden kan creëren.) 3. De bekwaamheid van rechtspersonen 3.1 Genotsbekwaamheid Principe De wet bevat geen bepalingen in verband met de bekwaamheid van rechtspersonen. De rechtspraak heeft deze wel en plaatst de gelijkberechtiging van rechtspersonen en natuurlijke personen voorop. De rechtsbekwaamheid van een rechtspersoon is principieel gelijk aan die van een natuurlijk persoon Uitzonderingen Beperkingen vloeien voort uit: - de aard van de rechtspersoon Rechtspersonen genieten evident niet van familierechten en politieke rechten (zoals kiesrechten). - de wet De uitzonderingen gesteld bij wet betreffen voornamelijk het bezit van onroerende goederen en het verkrijgen om niet. - het doel dat de rechtspersoon nastreeft Het specialiteitsbeginsel: De rechtspersoon is slechts genotsbekwaam binnen de hem door zijn doel toegewezen activiteitssfeer. Wettelijke specialiteit: Een type van rechtspersoon kan enkel gebruikt worden voor een bepaald doel. Statutaire specialiteit: Dit verwijst naar het bijzondere doel van de rechtspersoon, zoals omlijnd door de oprichters. Deze regeling houdt grote gevaren in voor derden. Vandaar: Publiciteitsvoorschriften Uitzondering op de statutaire specialiteit voor de NV, de BVBA en de vzw: Deze rechtspersonen zijn t.o.v. derden wel verbonden door handelingen gesteld door bestuurders of organieke vertegenwoordigers (binnen hun wettelijke bevoegdheid) die buiten het doel van de vennootschap/vereniging liggen, tenzij de derde op de hoogte was of moest zijn van de statutaire doeloverschrijding. PAGINA 12
14 3.2 Handelingsbekwaamheid De tussenkomst van natuurlijke personen is hierbij noodzakelijk: Organen van de rechtspersoon - Bv. de raad van bestuur, de zaakvoerders,... - Deze organen zijn door de wet en/of de statuten belast met het bestuur en de vertegenwoordiging van de rechtspersoon. - Via deze organen wordt de rechtspersoon geacht zelf te zijn opgetreden. Bijzondere lasthebbers - Dit zijn contractuele vertegenwoordigers met een beperkte opdracht (voor bepaalde handelingen). - Ze worden juridisch niet geïdentificeerd met de rechtspersoon. HOOFDSTUK 3: RECHTSHANDELINGEN 1. Inleiding Materiële handelingen Materiële handelingen zijn handelingen die niet gesteld worden om rechtsgevolgen teweeg te brengen. Men kan ze verder opdelen in: - Niet-geoorloofde handelingen of onrechtmatige daden - Geoorloofde handelingen of quasi-contracten Rechtshandelingen Rechtshandelingen zijn menselijke wilsverklaringen waaraan het recht rechtsgevolgen verbindt en die gesteld worden om deze rechtsgevolgen mee te brengen. Proceshandelingen Proceshandelingen zijn handelingen die betrekking hebben op het optreden in rechte als eiser of verweerder. 2. Geldigheid van rechtshandelingen 2.1 De geldigheidsvereisten De traditionele geldigheidsvereisten voor alle rechtshandelingen zijn de volgende: - Bekwaamheid - Toestemming - (Bepaald) voorwerp - (Geoorloofde) oorzaak Handelingsbekwaamheid In principe is elk rechtssubject handelingsbekwaam (en kan die dus zelfstandig rechtshandelingen stellen). Bij een aantal personen is deze handelingsbekwaamheid echter beperkt of zelfs volledig uitgesloten (zoals we eerder zagen). PAGINA 13
15 Opmerking: Het begrip handelsbekwaamheid mag niet verward worden met de begrippen toerekenbaarheid en toerekeningsvatbaarheid De rechtshandeling moet beantwoorden aan de werkelijke wil van degene die haar stelt (toestemming) Wilsleer versus vertrouwensleer De wilsleer kan worden gezien als basis voor wat betreft de geldigheid van rechtshandelingen. - Een rechtshandeling kan slechts geldig zijn als zij beantwoordt aan de werkelijke wil van degene die haar stelt. - Verschrijving werkelijke wil - Wanneer er onduidelijkheid is, dan wordt de rechtshandeling geïnterpreteerd in functie van de werkelijke wil. Correcties op de toepassing van de wilsleer: - Door de wet De theorie van de wilsgebreken houdt in dat er bepaalde minimumvereisten worden gesteld in verband met het tot stand komen van de wil. (Dwaling, bedrog en geweld zijn wilsgebreken en maken een rechtshandeling dus ongeldig.) - Door de rechtspraak In de rechtsspraak wordt er belang gehecht aan de wilsverklaring zelf, dit blijkt o.a. uit de vereiste van de verschoonbaarheid van de dwaling, evenals uit de vertrouwensleer of schijnleer. De vertrouwensleer: Een wilsverklaring kan toch geldig zijn indien bij de wederpartij het vertrouwen werd opgewekt dat het om een werkelijk gewilde wilsverklaring ging. Verstoring van het bewustzijn of wilsvermogen Wilsgebreken Het recht hecht rechtsgevolgen aan een wilsverklaring die afgelegd is door iemand die over het wilsvermogen of bewustzijn beschikt. Wanneer er een gebrek is aan de nodige wilsbasis voor de wilsverklaring dan spreekt men over wilsdeficiëntie, wilsonvermogen of onvolwaardige wilsvorming. Deze begrippen wijzen op de feitelijke toestand waarbij het wilsvermogen verstoord is. Handelingsonbekwaamheid daarentegen verwijst naar de toestand waarin men niet meer zelfstandig rechtshandelingen kan stellen. (feitelijk en concreet <-> toestand) Een bepaalde rechtshandeling zal geen gevolgen met zich mee brengen wanneer deze gebeurt is op basis van bedrog, vergissing of dwang. PAGINA 14
16 Dwaling Bedrog Geweld Dwaling houdt een onjuiste voorstelling van zaken in die een partij ertoe brengt een rechtshandeling te stellen. Indien men de juiste toedracht van de zaken had gekend, zou men deze niet gesteld hebben. Er is slechts grond tot nietigverklaring indien de dwaling essentieel is (de zelfstandigheid van de zaak betreft) EN verschoonbaar is (ook begaan zou zijn door een redelijk voorzichtig persoon). Bedrog is de situatie waar men een list gebruikt om bij iemand anders een verkeerde voorstelling van de zaken op te wekken en hem daardoor tot het stellen van een rechtshandeling te bewegen. (= een opzettelijk verwekte dwaling) Geweld is het aanwenden van gewelddaden of bedreigingen door één van de partijen met het doel de toestemming van de andere af te dwingen. Bij bedrog en geweld is er geen verschoning nodig als grond om nietigverklaring te erkennen De inhoud van de rechtshandeling (het voorwerp) Enkel rechtshandelingen met een aanvaardbare inhoud (geoorloofd voorwerp) kunnen geldig zijn. De controle verschilt bij gesloten rechtshandelingen (hier wordt de inhoud in feite vooraf door de wetgever bepaald) en open rechtshandelingen Een individuele rechtvaardiging, de beweegredenen van de rechtshandeling voor het rechtssubject (de oorzaak) Voor de geldigheid van een rechtshandeling is een oorzaak vereist. De rechtshandeling moet nuttig zijn voor het rechtssubject. (Een tegenprestatie is niet noodzakelijk voor het bestaan van de oorzaak.) Opmerking: Vooral bij open rechtshandelingen is de oorzaak relevant. Bij gesloten rechtshandelingen treedt men toe tot een juridische instelling, waardoor de oorzaak gekend en gecontroleerd is. Wetsontduiking: Het handig gebruik maken van een wettekst waarvan de uitwerking uitsluitend gewenst wordt omdat men, dankzij die uitwerking, buiten de letter van het ontdoken voorschrift valt. (bv. een schijnhuwelijk) PAGINA 15
17 2.2 Conformiteit van de rechtshandeling met dwingende rechtsregelingen - Onderscheid tussen dwingend en aanvullend recht Aanvullend recht Suppletieve of aanvullende normen (bepalingen van het aanvullend recht), gelden slechts wanneer degene op wie zijn van toepassing zijn, geen andere regeling hebben voorzien in een rechtshandeling. Dwingend recht Imperatieve of dwingende rechtsregelen daarentegen kunnen door de betrokken niet terzijde worden gesteld in een rechtshandeling. Het is enkel bij strijdigheid met een dwingende rechtsregel dat een rechtshandeling ongeldig zal zijn. 2.3 Organisatie van de controle op de geldigheid van de rechtshandeling In de regel is er geen preventieve controle op de geldigheid van rechtshandelingen en wordt de geldigheid enkel gecontroleerd bij betwisting. Enkel bij rechtshandelingen die een homologatie (= goedkeuring) of machtiging vereisen zal dit wel het geval zijn. 3. Nietigheid van rechtshandelingen 3.1 De nietige rechtshandeling bestaat tot zolang ze niet werd vernietigd Een rechtshandeling is nietig wanneer er niet in alle opzichten aan de geldigheidsvereisten voldaan is. De door nietigheid aangetaste rechtshandeling bestaat tot ze wordt vernietigd. 3.2 Gevolgen van de nietigverklaring Algemeen De nietigverklaring heeft tot gevolg dat de rechtshandeling geacht wordt nooit te hebben bestaan: - Dit gebeurt met terugwerkende kracht (ex tunc) en geldt ook voor de toekomst (ex nunc). - De gevolgen worden uitgewist zowel voor het verleden als voor de toekomst. (Quod nullum est, nullum prodcuit effectum.) Voor de partijen In principe moet bij een nietigverklaring de uitvoeringsdaden zoveel mogelijk ongedaan gemaakt worden. Er geldt een wederzijdse restitutieplicht (restitutie = teruggave): - In natura - Bij equivalent Bij handelingsonbekwamen geldt echter het gunstregime dat stelt dat zij maar moeten teruggeven wat hen voordeel heeft gestrekt. PAGINA 16
18 Voor derden De geldigheid van rechtshandelingen die voortbouwen op de vernietigde rechtshandeling komen in het gedrang. Soms wordt de nietigheid door de rechter beoordeeld rekening houdend met de rechten van derden te goeder trouw. 3.3 Onderscheid tussen relatieve en absolute nietigheid Absolute nietigheid - bij strijdigheid met de openbare orde of de goede zeden - bij genotsonbekwaamheid - bij ongeldig voorwerp of gebrek aan beweegreden Relatieve nietigheid - bij strijdigheid met bepalingen van louter dwingend recht - bij handelingsonbekwaamheid - bij wilsgebreken 4. Tegenwerpelijkheid van rechtshandelingen 4.1 Het beginsel van de relativiteit van de rechtshandelingen Een rechtshandeling bindt in principe enkel de partijen. Derden zijn erdoor niet gebonden. 4.2 Relativering De relativering uit zich op drie niveaus: - Het bestaan van de rechtshandeling dringt zich als een feit op aan derden. Derden moeten er rekening mee houden dat de rechtshandeling bestaat. - Derden moeten andermans rechtshandelingen respecteren, wanneer zij van het bestaan ervan op de hoogte (behoren te) zijn (= verbod op medeplichtigheid aan contractbreuk). - Rechtshandelingen maken feitelijke gegevens uit die de toepassing van andere rechtsregels voor derden kunnen beïnvloeden. (Dit geldt zowel voor patrimoniale als voor extrapatrimoniale rechtshandelingen.) 4.3 Bijkomende voorwaarden voor de tegenwerpelijkheid Tegenwerpelijkheid wordt soms aan bijkomende voorwaarden onderworpen, zoals: - Publicatie in het Belgisch Staatsblad: Wanneer de publicatie van een bepaalde rechtshandeling niet gebeurt, dan kan de rechtshandeling niet aan derden worden toegeworpen. - Mededeling bij ter post aangetekende brief - Overschrijving op het hypotheekkantoor: Dit is noodzakelijk bij de overdracht van zakelijke rechten op onroerend goed. PAGINA 17
19 5. Vertegenwoordiging bij rechtshandelingen 5.1 Maatschappelijke functie Begrip Maatschappelijke functie Begrip Vertegenwoordiging is noodzakelijk om het rechtsverkeer te laten plaatsvinden bij handelingsonbekwamen. Ook bij fysieke personen die zich op een afstand bevinden en rechtspersonen biedt vertegenwoordiging een oplossing. Opmerking: Vertegenwoordigers kunnen niet optreden als het gaat om rechtshandelingen met een specifiek persoonlijk karakter. (bv. het huwelijk) Bij vertegenwoordiging stelt een persoon (vertegenwoordiger) een rechtshandeling in naam en voor rekening van een derde (vertegenwoordigde) aan wie de gevolgen van de rechtshandeling worden toegerekend. De vertegenwoordiger zelf is niet gebonden. 5.2 Grondslagen van vertegenwoordigingsbevoegdheid De volmacht van de vertegenwoordiger kan gebaseerd zijn op uiteenlopende gronden: - Conventionele vertegenwoordiging (via een overeenkomst) Hier gaat het om een lastgeving, waarbij de lasthebber (vertegenwoordiger) zich ertoe verbindt rechtshandelingen te stellen in naam van de lastgever (vertegenwoordigde). - Wettelijke vertegenwoordiging Dit is het geval wanneer de wetgever de tussenkomst van een vertegenwoordiger verplicht. (bv. bij handelingsonbekwamen) - Organieke vertegenwoordiging Dit betreft de organieke vertegenwoordiging van de rechtspersonen door hun organen. De bevoegdheden van deze organieke vertegenwoordigers kan bij privaatrechtelijke rechtspersonen beperkt worden door de statuten. - Door de rechter georganiseerd 5.3 De toerekening van rechtsgevolgen bij vertegenwoordiging Basisregels Er is enkel sprake van toerrekening (van de rechtshandelingen aan de vertegenwoordigde) wanneer de vertegenwoordiger bevoegd is EN de vertegenwoordiger handelt binnen de perken van zijn opdracht. PAGINA 18
20 De vertegenwoordigden evenals derden kunnen de vertegenwoordiger aansprakelijk stellen voor de schade veroorzaakt door bevoegdheidsoverschrijding. (De rechtshandelingen zullen bij bevoegdheidsoverschrijding niet toegerekend worden aan de vertegenwoordigde.) Uitzonderingen De leer van het schijnmandaat (= de schijnleer) Deze leer volgt uit de vertrouwensleer. Deze leer houdt in dat bij een onregelmatige vertegenwoordiging toch toerekening plaats kan vinden, indien de vertegenwoordigde (lastgever) bij derden de rechtmatige schijn heeft opgewekt dat de vertegenwoordiging regelmatig was. Bijzondere regels voor de NV, BVBA, vzw De statutaire of andere interne beperkingen van de wettelijke vertegenwoordigingsbevoegdheden kunnen niet aan derden worden tegengeworpen. Wanneer een orgaan zijn bevoegdheid overschrijdt, gelden de volgende zaken: - Organen zijn aansprakelijk tegenover de rechtspersoon. - De rechtspersoon blijft gebonden tegenover derden. 5.4 Varianten Middellijke vertegenwoordiging Een vertegenwoordiger treedt op in eigen naam, maar voor rekening van een derde. - Vertegenwoordiger: de commissionair - Vertegenwoordigde: de committent Bewind Een vertegenwoordiger treedt op in naam van een vermogen (niet in naam van een persoon). 6. De vorm van rechtshandelingen 6.1 Het beginsel van het consensualisme versus het formalisme Consensualisme Formalisme In principe geldt het consensualisme. Het consensualisme houdt in dat de loutere wil volstaat, op welke wijze deze ook tot uiting wordt gebracht. Er zijn geen vormvereisten die moeten worden nageleefd. Wanneer men te maken heeft met formalisme, dan moeten bepaalde vormvereisten nageleefd worden en is de geldigheid van de rechtshandeling hiervan afhankelijk. PAGINA 19
21 6.2 Soorten wilsuiting Uitdrukkelijke of expliciete wilsuiting De wilsuiting blijkt uit bepaalde handelingen gesteld met de bedoeling de wil tot uiting te brengen. Impliciete wilsuitdrukking De wilsuiting moet afgeleid worden uit handelingen gesteld met een ander doel dan de wil tot uiting te brengen. Wilsuiting afgeleid uit louter stilzwijgen Vereist hierbij is een omstandig stilzwijgen, dat in het licht van bijzondere omstandigheden kan worden geïnterpreteerd als een toestemming. 6.3 Soorten vormen De akte De akte is een geschrift (instrumentum) opgesteld met het doel een rechtshandeling (negotium) te bewijzen. Men kan twee soorten onderscheiden: authentieke akten en onderhandse akten. De authentieke akte Een authentieke akte is een akte die is opgesteld in de wettelijk voorgeschreven vorm voor openbare ambtenaren die daartoe bevoegd zijn. Bewijskracht - Tussen partijen bewijst de akte de gehele rechtshandeling en haar inhoud. - Ten opzichte van derden worden de feiten die de ambtenaar zelf (de visu et auditu) heeft vastgesteld, volkomen bewezen geacht zolang de echtheid van de akte niet wordt betwist. De feiten die de ambtenaar niet zelf heeft vastgesteld, zijn slechts bewezen tot het bewijs van het tegendeel. Kosten - Belastingen - Honoraria (ereloon) Uitvoerbare kracht De onderhandse akte Er kan beroep gedaan worden op een gerechtsdeurwaarder om de naleving van de verplichtingen in de akte na te leven. Een onderhandse akte is een akte die zonder tussenkomst van een openbaar ambtenaar opgesteld wordt door de partijen zelf. (Er is sprake van vormvrijheid, enkel een handtekening is vereist.) PAGINA 20
22 Bijzondere vormvereisten voor het gebruik als bewijsmiddel - Wederkerige verbintenis De handtekeningen van alle partijen (of hun vertegenwoordigers) zijn vereist. De akte moet opgemaakt zijn in zoveel exemplaren als er partijen met zijn. Op elk exemplaar moet vermeld staan hoeveel exemplaren er werden opgemaakt. De handtekeningen worden vooraf gegaan door de eigenhandig geschreven vermelding gelezen en goedgekeurd. - Eenzijdige verbintenis Bewijskracht De akte moet volledig eigenhandig geschreven en ondertekend zijn. Indien deze niet volledig zelf geschreven is, naast de handtekening de vermelding goed voor of goedgekeurd voor de som of hoeveelheid van de zaak staan. - Tussen partijen de onderhandse akte dezelfde bewijskracht als de authentieke akte. - Ten opzichte van derden wordt het bewijs van de inhoud slechts geleverd tot het bewijs van het tegendeel door de derde, die met elk bewijsmiddel mag bewijzen dat de inhoud van de akte niet overeenstemt met de werkelijkheid Andere vormen Ook andere vormen kunnen vereist zijn. Voorbeelden hiervan zijn: - De verklaring ter griffie - Publicatie in het Belgisch Staatsblad 6.4 De functie van de vorm Vormen vereist voor de geldigheid van de rechtshandeling Vaak wordt er een authentieke akte vereist. Niet-naleving van de vormvereiste leidt tot nietigheid. Vormvoorschriften verhogen het besef van het belang van de rechtshandeling Vormen gebruikt met het oog op de bewijslevering De vorm bewijst dat een rechtshandeling met een bepaalde inhoud en strekking wel degelijk door de partijen werd gesteld. Slechts een aantal bewijsmiddelen zijn wettelijk erkend: - Het schriftelijk bewijs - Het getuigenbewijs: Dit is het bewijs dat geleverd wordt door de verklaringen van personen die het te bewijzen fenomeen hebben bijgewoond. - De vermoedens: Dit is het bewijs dat steunt op de gevolgtrekkingen die men afleidt uit een bekend feit. PAGINA 21
23 - De bekentenis: Dit is de verklaring waardoor iemand een feit erkent dat tegen hem rechtsgevolgen teweeg brengt. - De eed: Dit is een plechtige verklaring van een partij tot bevestiging van haar beweringen. Men moet ook een onderscheid maken naargelang men rechtshandelingen of materiële handelingen en rechtsfeiten wil bewijzen. Bewijs van materiële handelingen en rechtsfeiten Materiële handelingen en rechtsfeiten kunnen bewezen worden met alle bewijsmiddelen. Bewijs van rechtshandelingen Bij het bewijs van rechtshandelingen geeft men de voorkeur aan schriftelijk bewijs Vormen gebruikt met het oog op de tegenwerpelijkheid aan derden van de rechtshandeling De vorm is vereist om de rechtshandeling inroepbaar te maken ten aanzien van derden Vormen gebruikt met het oog op de bescherming van de consument 7. Soorten rechtshandelingen 7.1 Naar het aantal betrokken personen Eenzijdige rechtshandeling Een eenzijdige rechtshandeling komt tot stand door de wilsverklaring van één enkele persoon. (bv. het opstellen van een testament) Meerzijdige rechtshandeling Een meerzijdige rechtshandeling vereist voor haar totstandkoming de toestemming van twee of meerdere personen. (bv. het aangaan van een contract) Eenzijdig en wederkerig karakter van contracten Het sluiten van een contract is een meerzijdige rechtshandeling. Toch kunnen we spreken van eenzijdige en wederkerige contracten. Wanneer er door het contract gevolgen ontstaan voor één van de partijen, spreekt men van een eenzijdig contract. (bv. een lening) Wanneer de twee partijen ten opzichte van elkaar een wederzijdse verbintenis aangaan, spreekt men van een wederkerig contract. (bv. de huur) 7.2 Naar de invloed op de subjectieve rechten Constitutieve of vestigende rechtshandelingen Constitutieve of vestigende rechtshandelingen scheppen een nieuw subjectief recht. (bv. het aangaan van een huwelijk) PAGINA 22
24 Uitdovende of extinctieve rechtshandelingen Uitdovende of extinctieve rechtshandelingen doen een bestaand subjectief recht tenietgaan. (bv. kwijtschelding) Overdragende of translatieve rechtshandelingen Overdragende of translatieve rechtshandelingen brengen de overdracht mee van een bestaand subjectief recht aan een nieuwe titularis. (bv. een verkoop) Declaratoire of bevestigende rechtshandelingen Declaratoire of bevestigende rechtshandelingen strekken tot het bevestigen, het behoud of het bewijs van een subjectief recht. (bv. het opstellen van een akte) 7.3 Vormelijke en vormvrije rechtshandelingen Consensuele rechtshandelingen Bij consensuele rechtshandelingen speelt de vorm geen rol. Plechtige of vormelijke rechtshandelingen Bij plechtige of vormelijke rechtshandelingen is het naleven van bepaalde vormen vereist opdat een rechtshandeling geldig zou zijn. 7.4 Toetreding tot juridische instellingen en open rechtshandelingen Gesloten rechtshandelingen (= burgerrechtelijke instellingen) Open rechtshandelingen Opmerking: De toetredingscontracten zijn een tussenvorm. Omwille van een monopoliepositie is de inhoudelijke contractsvrijheid uiterst klein of onbestaand. 7.5 Naar de invloed op het vermogen Daden van bewaring Daden van bewaring beogen de instandhouding van een vermogensbestanddeel. (bv. een huis herstellen) Daden van gebruik of genot Daden van gebruik of genot impliceren het aanwenden van het goed volgens zijn normale bestemming of het genieten van de vruchten ervan. (bv. wonen in een huis) Daden van beheer Daden van beheer beogen de normale toekomstige vruchtdraging van het vermogen te verzekeren. (bv. inkomsten beleggen) PAGINA 23
25 Daden van beschikking Daden van beschikking zijn rechtshandelingen waarbij de samenstelling van het vermogen wordt gewijzigd. Meestal verlaat een vermogensbestanddeel definitief of voor een lange periode het vermogen. (bv. verkopen, wegschenken, enz.) Daden van economisch beheer Daden van economisch beheer maken formeel deel uit van de daden van beschikking maar worden gesteld om de normale vruchtdraging van een vermogensbestanddeel te bevorderen. (bv. verkopen van delen van de voorraad in een kleinhandelszaak) HOOFDSTUK 4: AANSPRAKELIJKHEID 1. Begrip en situering 2. Soorten aansprakelijkheid 2.1 Onderscheid strafrechtelijke en burgerrechtelijke aansprakelijkheid 2.2 Onderscheid contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid Begrippen en belang van het onderscheid De problematiek van de samenloop Het samenloopverbod op basis van het stuwadoorsarrest Uitzondering op het samenloopverbod 2.3 Onderscheid enkelvoudige en samengestelde aansprakelijkheid 2.4 Onderscheid schuldaansprakelijkheid en objectieve aansprakelijkheid 3. Grondslagen van extracontractuele aansprakelijkheid 3.1 De schuldaansprakelijkheid De objectieve component: de fout De subjectieve component: de toereken(ingsvat)baarheid of schuldbekwaamheid De onmondige kinderen Krankzinnigen Rechtspersonen Vermoedens van aansprakelijkheid De aansprakelijkheid van de ouders voor de schade aangericht door hun minderjarige kinderen De aansprakelijkheid van onderwijzers en ambachtslieden voor schade aangericht door leerlingen en leerjongens onder hun toezicht 3.2 Objectieve (of foutloze) aansprakelijkheid Schuldloze aansprakelijkheid: aansprakelijkheid voor eigen niet-toerekenbaar gedrag Aansprakelijkheid voor eigen (niet on)rechtmatige daden Risico-aansprakelijkheid PAGINA 24
26 Zaken die een bijzonder gevaar opleveren De persoon als risicofactor 4. Schade 5. Causaal verband 5.1 Equivalentieleer versus theorie van de adequate zaak 5.2 Samenloop van oorzaken Pluraliteit van daders Fout van het slachtoffer en fout van de dader Fout en toevallig feit 6. Gevolgen van de extracontractuele aansprakelijkheid HOOFDSTUK 5: RECHTSMISBRUIK 1. De beperking van de uitoefening van subjectieve rechten 1.1 Wettelijke beperkingen 1.2 De zorgvuldigheidsnorm 1.3 Rechtsmisbruik 2. De ontwikkeling van de leer van het rechtsmisbruik 3. De gevolgen van het rechtsmisbruik HOOFDSTUK 6: SUBJECTIEVE RECHTEN 1. Begrip en nut 2. Indeling van de subjectieve rechten volgens het rechtsobject 2.1 Politieke en burgerlijke rechten 2.2 Patrimoniale en extrapatrimoniale rechten Patrimoniale rechten Zakelijke rechten Zakelijke zekerheidsrechten Vorderingsrechten Intellectuele rechten Het onderscheid tussen zakelijke rechten en vorderingsrechten Extrapatrimoniale rechten Persoonlijkheidsrechten Familierechten PAGINA 25
27 Deel 3: De professionele actoren in het recht HOOFDSTUK 1: DE MAGISTRAAT HOOFDSTUK 2: HET GERECHTSPERSONEEL 1. De griffier 2. De referendaris 3. De parketjurist HOOFDSTUK 3: DE ADVOCAAT HOOFDSTUK 4: DE GERECHTSDEURWAARDER HOOFDSTUK 5: DE NOTARIS HOOFDSTUK 6: DE HYPOTHEEKBEWAARDER HOOFDSTUK 7: DE ONTVANGER VAN HET REGISTRATENKANTOOR HOOFDSTUK 8: DE BEDRIJFSJURIST HOOFDSTUK 9: DE OVERHEIDSJURIST HOOFDSTUK 10: DE JURIST IN ACADEMIA Deel 4: Kennismaking met het procesrecht HOOFDSTUK 1: INLEIDING HOOFDSTUK 2: BRONNEN VAN PROCESRECHT 1. Grondwet 2. Gerechtelijk Wetboek 3. Bijzondere wetgeving 4. Algemene beginselen van behoorlijke procesvoering 4.1 Recht van toegang tot de rechter 4.2 Hoor en wederhoor rechten van verdediging PAGINA 26
28 4.3 Onpartijdigheid van de rechter 4.4 Motiveringsplicht 4.5 Redelijke termijn 4.6 Beschikkingsbeginsel Partijautonomie 5. Rechtspraak 6. Rechtsleer 7. Internationaal en supranationaal recht HOOFDSTUK 3: ORGANISATIE EN BEVOEGDHEID VAN DE INTERNRECHTELIJKE RECHTSCOLLEGES 1. Algemeen 2. Organisatie en bevoegdheid van de rechtscolleges van de rechterlijke macht 2.1 Inleiding 2.2 Vredegerecht 2.3 Politierechtbank 2.4 Rechtbank van eerste aanleg Burgerlijke rechtbank Familie- en jeugdrechtbank Correctionele rechtbank Strafuitvoeringsrechtbank Beslagrechter Voorzitter van de rechtbank 2.5 Arbeidsrechtbank 2.6 Rechtbank van koophandel 2.7 Arrondissementsrechtbank 2.8 Hof van assisen 2.9 Hof van beroep 2.10 Arbeidshof 2.11 Afdelingen en zaakverdelingsreglement 2.12 Rechterlijke mobiliteit 2.13 Hof van Cassatie 2.14 Openbaar Ministerie 2.15 Hoge Raad voor de Justitie PAGINA 27
29 HOOFDSTUK 4: RECHTSPLEGING 1. Voorwaarden voor rechtsvordering 2. Soorten vorderingen 3. Inleiding van de vordering 4. Inleidende zitting 5. Het in staat stellen van de zaak 6. Rechtsdag 7. Beraad en uitspraak 8. Rechtsmiddelen 8.1 Verzet 8.2 Hoger beroep Deel 5: Handhaving van subjectieve rechten HOOFDSTUK 1: ALGEMEEN HOOFDSTUK 2: PRIVAATRECHTELIJKE SANCTIES EN ANDERE MAATREGELEN TER BESCHERMING VAN SUBJECTIEVE RECHTEN 1. Maatregelen ter voorkoming van een rechtsschending 2. Sancties na overtreding van een rechtsplicht of schending van een recht 3. Tenuitvoerlegging van een gerechtelijke beslissing 3.1 Persoonlijke prestatie is vereist 3.2 Geen persoonlijke prestatie is vereist 3.3 Tenuitvoerlegging van veroordelingen tot het betalen van een geldsom Algemene beginselen Zekerheden Zakelijke zekerheden Persoonlijke zekerheden 3.4 Tenuitvoerlegging voor uitvoerend beslag 3.5 Bedrog vanwege de schuldenaar Bewarend beslag Pauliaanse vordering PAGINA 28
30 Franse juridische terminologie 1. Materieel recht 2. Procesrecht PAGINA 29
Basisbegrippen van Recht enkele definities
Basisbegrippen van Recht enkele definities Recht ð D. Simoens: Het recht is een geheel van gedragsregels, die tot ordening van het maatschappelijk leven door de staat worden opgelegd en waarvan de naleving
1. Een geldige wil = om een rechtshandeling te stellen, moeten de partijen hun volwaardige wil uiten
Inleiding tot het economische recht Contactpersoon: [email protected] woensdag 10/10/2012 Overeenkomst mogelijk bij aanwezigheid: (Art. 1108 BW) - toestemming - handelingsbekwaamheid - bepaald
Recht P2 Auteur: Lydia Janssen
Recht P2 Auteur: Lydia Janssen Ondernemingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid Eenmanszaak Maatschap VOF (CV) Ondernemingsvormen met rechtspersoonlijkheid (2:3 BW) BV NV (vereniging, coöperatie, OWM, stichting)
Belang van het onderscheid
privaatrecht publiekrecht Horizontale relaties in het recht = relaties tussen particuliere personen Verticale relaties in het recht = relaties tussen overheid en privé-personen Belang van het onderscheid
O. T., eiser tot cassatie van een arrest, op 5 juni 1998 gewezen. vertegenwoordigd door mr. Adolf Houtekier, advocaat bij het Hof
27 OKTOBER 2000 C.98.0554.N/1 C.98.0554.N O. T., eiser tot cassatie van een arrest, op 5 juni 1998 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, vertegenwoordigd door mr. Adolf Houtekier, advocaat bij het Hof
I VERBINTENISSENRECHT 17
I VERBINTENISSENRECHT 17 1 Inleiding in het recht 19 1.1 Inleiding 19 1.2 Recht en rechtsbronnen 20 1.2.1 Wetten 20 1.2.2 Verdragen 21 1.2.3 Jurisprudentie 22 1.2.4 Het gewoonterecht 23 1.3 Privaatrecht
Verbintenissenrecht. Inleiding in het recht
Inhoud I Verbintenissenrecht 17 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10 1.11 in het recht 19 19 Recht en rechtsbronnen 19 1.2.1 Wetten 20 1.2.2 Verdragen 21 1.2.3 Jurisprudentie 23 1.2.4 Het gewoonterecht
Feitelijke vereniging of VZW? Een overzicht
Feitelijke vereniging of VZW? Een overzicht Ouders die zich willen engageren in de school van hun kind verenigen zich vaak in een ouderraad, oudervereniging, oudercomité. Verschillende begrippen die meestal
De zorgvolmacht als onderdeel van een tijdige zorgplanning
De zorgvolmacht als onderdeel van een tijdige zorgplanning Prof. Dr. Annelies Wylleman Hoogleraar Privaatrecht Universiteit Gent Notaris te Sleidinge Kern van het probleem Het stellen van een rechtshandeling
De belangrijkste bron van het burgerlijk recht is het burgerlijk wetboek,
Recht is alomtegenwoordig. Of het nu gaat om een verbod iets te doen (door het rood licht rijden), een verplichting iets te doen (deelnemen aan verkiezingen), een werkwijze die men dient na te leven (procesrecht)
Inleiding. 1 Plaatsbepaling en definitie burgerlijk recht
I Inleiding 1 Plaatsbepaling en definitie burgerlijk recht Burgerlijk recht Het burgerlijk recht, ook wel aangeduid als privaatrecht of civiel recht, regelt de juridische betrekkingen tussen burgers onderling.
Deel 0 ALGEMEEN RECHT 13
7 Deel 0 ALGEMEEN RECHT 13 1 ALGEMENE INLEIDING 15 1.1 Wat is recht? 15 1.2 Indelingen van het recht 16 A Privaatrecht publiekrecht 16 B Enkele andere indelingen 17 1.3 De bronnen van het recht 18 A Wetgeving
Inleiding Hoofdstuk I. Wie kan betalen?... 13
INHOUD Woord vooraf.............................................................. v Dankwoord.............................................................. vii Lijst met verkorte werken.................................................
INHOUD. Voorwoord... v Beknopte inhoud... xvii BOEK I. RECHTSFENOMEEN. Hoofdstuk I. Concepten van recht... 3
INHOUD Voorwoord.......................................................... v Beknopte inhoud................................................... xvii BOEK I. RECHTSFENOMEEN Hoofdstuk I. Concepten van recht.......................................
Samenvatting Ondernemingsrecht R10343
Samenvatting Ondernemingsrecht R10343 Auteur: Dick Tillema Datum: 18 januari 2016 Opleiding: OU Bachelor Bedrijfskunde Ondernemingsrecht OU DT, januari juni 2016 Pag. 1 Hoofdstuk 1. Inleiding Nav Dorresteijn
Recht in je opleiding
Verbintenissenrecht el ondernemingsrecht Mr. C.W. de Ruiter Mr. R. Westra Tweede druk Boom Juridische uitgevers Den Haag 201 o Inhoud VERBINTENISSENRECHT I I.I 1.2 i-3 1.4 1.6 i-7 1.8 1.9 I.IO in het recht
Rechtspersoon = Dat is aansprakelijk dus niet de mensen die erachter zitten.
Recht les 1 Verplichtingen van de ondernemer - Publicatieplicht - Administratieplicht - Instellen OR Rechtspersoon = Dat is aansprakelijk dus niet de mensen die erachter zitten. Ondernemingsvormen zonder
Inhoud. Inleiding 13. Noordhoff Uitgevers bv
Inhoud Inleiding 13 1 Enige grondbeginselen 15 1.1 Rechtsregels 16 1.1.1 Publiekrecht en privaatrecht 16 1.1.2 Dwingend en aanvullend (regelend) recht 17 1.1.3 Materieel en formeel recht 18 1.1.4 Objectief
A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie.
Rolnummer 2287 Arrest nr. 163/2001 van 19 december 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Arbitragehof,
BEGINSELEN VAN EUROPEES FAMILIERECHT BETREFFENDE VERMOGENSRECHTELIJKE RELATIES TUSSEN ECHTGENOTEN
BEGINSELEN VAN EUROPEES FAMILIERECHT BETREFFENDE VERMOGENSRECHTELIJKE RELATIES TUSSEN ECHTGENOTEN PREAMBULE Erkennende dat ondanks de bestaande verschillen in de nationale familierechten er evenwel een
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 2. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET RECHT OP AFBEELDING...33
INHOUDSOPGAVE DANKWOORD... v VOORWOORD...vii HOOFDSTUK 1. DE GRONDSLAG... 1 1. De grondslag: het persoonlijkheidsrecht op afbeelding... 1 2. Invloed van de mensenrechten... 3 A. Art. 22 G.W.... 4 B. Art.
Inhoudsopgave DEEL 1 INLEIDENDE BEGRIPPEN DEEL 2 ASPECTEN UIT HET BURGERLIJK RECHT
Inhoudsopgave DEEL 1 INLEIDENDE BEGRIPPEN HOOFDSTUK 1: INDELING VAN HET RECHT 3 1.1. Het publiekrecht 4 1.1.1. Het staatsrecht 4 1.1.2. Het administratief recht 5 1.1.3. Het strafrecht 6 1.1.4. Het fiscaal
INHOUD. INLEIDING... 1 A. De wet... 3 B. De rechtspraak... 28 C. De rechtsleer... 32 D. De gewoonte... 32 E. De algemene rechtsbeginselen...
INHOUD INLEIDING... 1 A. De wet.... 3 B. De rechtspraak.... 28 C. De rechtsleer... 32 D. De gewoonte.... 32 E. De algemene rechtsbeginselen.... 34 BOEK I. PERSONENRECHT TITEL I PERSONENRECHT.... 39 Hoofdstuk
INLEIDING TOT HET BURGERLIJK RECHT
INLEIDING TOT HET BURGERLIJK RECHT Nicole HEIJERICK Notarieel Jurist, Docent Europese Hogeschool Brüssel, Gastdocent EHSAL Management School l.s.m. Trudo BREESCH Hoofdlector Katholieke Hogeschool Kempen,
Contracten: basisbeginselen. Door Mr. Franky De Mil Advocaat-vennoot bij Pure Advocaten
Contracten: basisbeginselen Door Mr. Franky De Mil Advocaat-vennoot bij Pure Advocaten Introductie Van der Gucht Advocaten Pure Advocaten Voskenslaan 34 9000 Gent Doel: basisbeginselen Contracten (principes
Inhoud WOORD VOORAF 3. Deel 1 INLEIDING TOT HET RECHT 13
5 WOORD VOORAF 3 Deel 1 INLEIDING TOT HET RECHT 13 1 ALGEMENE INLEIDING 15 1.1 Verantwoording 15 1.2 Het begrip recht 16 1.2.1 Algemeen 16 1.2.2 Een geheel van algemeen geldende normatieve regels 17 1.2.3
NATUURLIJK PERSOON VENNOOTSCHAP - VERENIGING
NATUURLIJK PERSOON VENNOOTSCHAP - VERENIGING 1. Inleiding Als men een onderneming opstart kan men dit doen als natuurlijk persoon, onder vorm van een vennootschap of via een vereniging. 2. Definities -
1 Inleiding: plaats van verbintenissenrecht
1 Inleiding: plaats van verbintenissenrecht 1.1 De opzet en doel van het boek In het dagelijks leven gaan we tal van verplichtingen aan of worden ons juist door het recht verplichtingen opgelegd. We sluiten
Verbintenissenrecht & ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht & ondernemingsrecht Mr. CW.de Ruiter Mr. R.Westra Derde druk Boom Juridische uitgevers Den Haag Inhoud I VERBINTENISSENRECHT in het recht Recht en rechtsbronnen Wetten Verdragen Jurisprudentie
De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014)
De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014) FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95
BENOEMDE OVEREENKOMSTEN
BENOEMDE OVEREENKOMSTEN 1. Koop De koop is een overeenkomst waarbij een partij (de verkoper) zich ertoe verbindt dat de eigendom van een zaak over te dragen aan een andere partij (de koper), die zich op
De formaliteiten voor overdracht verschillen naar gelang het over te dragen goed.
Korte handleiding bijeenkomst 5. Overdracht van goederen. 3:83 en volgende BW Definitie overdracht: rechtsovergang van het ene rechtssubject naar het andere op basis van een een levering. Overdracht is
Inhoudstafel. iii. Ten geleide... HOOFDSTUK 1. TOEPASSELIJKE WETGEVING OP VASTGOEDCONTRACTEN
Inhoudstafel Ten geleide...................................................... i HOOFDSTUK 1. TOEPASSELIJKE WETGEVING OP VASTGOEDCONTRACTEN GESLOTEN DOOR EEN RECHTSPERSOON.................. 1 Dirk MEULEMANS,
HOOFDSTUK XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen
GERECHTELIJK WETBOEK - Deel IV : BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. HOOFDSTUK XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen Afdeling II. Echtscheiding door onderlinge toestemming. Art.
Uw rechten en plichten als 18-jarige
Uw rechten en plichten als 18-jarige Hoofdstuk 5 Een 18 de verjaardag is vaak een mijlpaal waarop men zelfstandiger en onafhankelijker wordt, maar het is ook het moment van wettelijke meerderjarigheid.
INHOUD. Voorwoord... v Verkorte inhoudsopgave... vii Lijst van verkort geciteerde werken... xv DE CORRECTIONELE TERECHTZITTING
INHOUD Voorwoord............................................................ v Verkorte inhoudsopgave............................................... vii Lijst van verkort geciteerde werken......................................
Bewijswaarde van een sms-bericht bij de verkoop van een onroerend goed
Bewijswaarde van een sms-bericht bij de verkoop van een onroerend goed Analyse arrest HvB Gent 26 september 2013 FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E [email protected]
Rechterlijke beschermingsmaatregelen - bewindvoering. Wet van 17 maart2013
Wet van 17 maart2013 tot hervormingvan de regelingen inzakeonbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strooktmet de menselijkewaardigheid(bs 14 juni2013) Wanneer Wie Hoe Gevolgen
Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging
Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Verlangend gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende het toepasselijke recht
DE VEREFFENING VAN DE BVBA EN DE NV
DE VEREFFENING VAN DE BVBA EN DE NV J. LAMBRECHTS Juridisch adviseur-bedrijfsjurist 2007 a Wolters Kluwer business Voorwoord 1 Hoofdstuk 1. Begripsomschrijving 3 Hoofdstuk 2. Wanneer moet een BVBA/NV vereffend
Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten
Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Bron : Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Belgisch Staatsblad,
Bijlage. Antwoorden op de vragen Wetsartikelenregister Jurisprudentieregister
Bijlage Antwoorden op de vragen Wetsartikelenregister Jurisprudentieregister Versie 2016/2017 1 Inleiding recht Antwoorden Hoofdstuk 1 Antwoord 1: B Antwoord 2: B Antwoord 3: wetten (regelgeving), verdragen,
Instelling. Onderwerp. Datum
Instelling My Lawyer Info Monard D Hulst www.monard-dhulst.be Onderwerp De vereffening van vennootschappen vereenvoudigd Datum 7 juni 2012 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen
Afstamming. U hebt vragen over uw afstamming of over de afstamming van uw kind
Afstamming U hebt vragen over uw afstamming of over de afstamming van uw kind Inhoud Afstamming in het Belgische recht...3 Afstamming krachtens de wet...4 Afstamming langs moederszijde...4 Afstamming langs
Wijzigingen: AB 2009 no. 75; AB 2012 no. 54; (inwtr. AB 2013 no. 15) ====================================================================== Artikel 1
Intitulé : Landsverordening op stichtingen Citeertitel: Landsverordening op stichtingen Vindplaats : AB 1999 no. GT 3 Wijzigingen: AB 2009 no. 75; AB 2012 no. 54; (inwtr. AB 2013 no. 15) Artikel 1 1. Een
Statuten Lubko vzw. 1 De vereniging heeft tot doel de beoefening en bevordering van korfbal.
Statuten Lubko vzw Titel I NAAM - ZETEL - DOEL DUUR Artikel 1 1 De vereniging wordt genoemd Korfbalclub Lubko, afgekort Lubko. 2 Deze naam moet voorkomen in alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen,
Hervorming van het vennootschapsrecht Algemene bepalingen & Overzicht vennootschapsvormen
Hervorming van het vennootschapsrecht Algemene bepalingen & Overzicht vennootschapsvormen FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E [email protected] W
Inhoudstafel. De Bibliotheek Handelsrecht Larcier... Voorwoord bij de Reeks Vennootschaps- en Financieel Recht... Ten geleide... enkele cijfers...
v De Bibliotheek Handelsrecht Larcier................................. Voorwoord bij de Reeks Vennootschaps- en Financieel Recht............... i iii Ten geleide... enkele cijfers.........................................
TC/95/86. Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
TC/95/86 BERAADSLAGING Nr. 95/58 VAN 24 OKTOBER 1995, GEWIJZIGD OP 12 MEI 1998, BETREFFENDE DE MEDEDELING BUITEN HET NETWERK VAN SOCIALE GEGEVENS VAN PERSOONLIJKE AARD DOOR DE INSTELLINGEN VAN SOCIALE
Inleiding tot het economisch recht Voorbeeldexamenvragen (2) (Prof. G.L. Ballon)
Inleiding tot het economisch recht Voorbeeldexamenvragen (2) (Prof. G.L. Ballon) 1*. Welke van de volgende uitspraken is de juiste? a. indien voor een V.O.F. het doel en bevoegdheden van de zaakvoerder
Tax Shelter voor Starters - Checklist met betrekking tot RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN in Startersvennootschappen
7 september 2015 Tax Shelter voor Starters - Checklist met betrekking tot RECHTSTREEKSE INVESTERINGEN in Startersvennootschappen Deze checklist heeft betrekking op rechtstreekse investeringen in een Startersvennootschap.
Hoofdstuk 21. Verbintenis en rechtshandhaving Inleiding
Hoofdstuk 21 Verbintenis en rechtshandhaving 21.1 Inleiding In hoofdstuk 5 was het verschil tussen absolute en relatieve rechten aan de orde. Absolute rechten zijn rechten die tegenover iedereen werken.
Tel.: 011/ Vrederechter Hasselt kanton 1 / 2 Fax: 011/ Naam:.. Voornaam:... Beroep: Adres:... Tel.:...GSM.:... .:...
VERZOEKSCHRIFT AANSTELLING BEWINDVOERING VREDEGERECHTEN HASSELT Parklaan 25 bus 7 3500 HASSELT Tel.: 011/37.44.05 Vrederechter Hasselt kanton 1 / 2 Fax: 011/37.44.62 De verzoekende partij: Naam:... Voornaam:...
30 DECEMBER 1961. - Wet tot invoering van de Nederlandse tekst van het burgerlijk wetboek.
30 DECEMBER 1961. - Wet tot invoering van de Nederlandse tekst van het burgerlijk wetboek. Publicatie : 18-05-1962 Inwerkingtreding : 28-05-1962 Dossiernummer : 1961-12-30/31 HOOFDSTUK VI : WEDERZIJDSE
Voorwoord... xv HOOFDSTUK II. DOELSTELLINGEN VAN DE HERVORMING... 5 HOOFDSTUK III. ARTIKEL 229 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK... 17
INHOUD Voorwoord............................................... xv DEEL I. DOELSTELLINGEN VAN DE HERVORMING. DE ECHTSCHEI- DING OP GROND VAN ONHERSTELBARE ONTWRICHTING VAN HET HUWELIJK Frederik Swennen.....................................
HOOFDSTUK II. DE VOORAFGAANDE VERSLAGPLICHT
INHOUD VOORWOORD....................................................... v HOOFDSTUK I. DE VERBETERING VAN DE WETTELIJKE REGELING INZAKE VEREFFENING VAN VENNOOTSCHAPPEN: VAN EEN SUMMIERE REGELING NAAR BELANGRIJKE
Inleiding tot het recht
1ste bach PSW Inleiding tot het recht Prof. Janvier Q uickprinter Koningstraat 13 2000 Antwerpen www.quickprinter.be R B08 3,50 Online samenvattingen kopen via www.quickprintershop.be Inleiding tot het
Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts
Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Overwegend dat de trust zoals die is ontwikkeld door de equitygerechten
De algemene vergadering van heeft in haar zitting besloten nieuwe statuten aan te nemen als volgt:
Adventure Diving vzw H. Theresialaan 79, bus 3 1700 Dilbeek NIEUWE STATUTEN De algemene vergadering van heeft in haar zitting besloten nieuwe statuten aan te nemen als volgt: HOOFDSTUK I Naam, zetel, doel
SAMENWONING RELEVANTE ARTIKELS UIT HET BELGISCH BURGERLIJK WETBOEK
WETTELIJKE SAMENWONING RELEVANTE ARTIKELS UIT HET BELGISCH BURGERLIJK WETBOEK BOEK III TITEL Vbis WETTELIJKE SAMENWONING Artikel 1475 Onder wettelijke samenwoning wordt verstaan de toestand van samenleven
EENMANSZAAK OF VENNOOTSCHAP?
EENMANSZAAK OF VENNOOTSCHAP? 1. Begrippen 1.1. Het begrip eenmanszaak Een eenmanszaak is een bedrijfsvorm waarbij één persoon in alle opzichten hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk is voor de activiteiten
SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel INLEIDING RECHT MAANDAG 5 OKTOBER UUR. SPD Bedrijfsadministratie B / 10
SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel INLEIDING RECHT MAANDAG 5 OKTOBER 2015 09.00-11.00 UUR SPD Bedrijfsadministratie B / 10 2015 NGO-ENS B / 10 Opgave 1 (19 punten) Vraag 1 Nee Vader van een kind
DEEL I. DOELSTELLINGEN VAN DE HERVORMING. DE ECHTSCHEI- DING OP GROND VAN ONHERSTELBARE ONTWRICHTING VAN HET HUWELIJK
INHOUD Voorwoord xv DEEL I. DOELSTELLINGEN VAN DE HERVORMING. DE ECHTSCHEI- DING OP GROND VAN ONHERSTELBARE ONTWRICHTING VAN HET HUWELIJK FREDERIK SWENNEN 1 INLEIDING 3 DOELSTELLINGEN VAN DE HERVORMING
Model A.1. Verzoekschrift bij toepassing van artikel 213 BW (onderhoudsgeld tussen echtgenoten) de artikelen 1034bis e.v. en 1320 e.v. Ger.W.
INHOUDSTAFEL A. FEITELIJKE SCHEIDING VO O R ECHTSCHEIDING 1 Model A.1. Verzoekschrift bij toepassing van artikel 213 BW (onderhoudsgeld tussen echtgenoten) de artikelen 1034bis e.v. en 1320 e.v. Ger.W.
Aansprakelijkheid van bestuurders en zaakvoerders
Aansprakelijkheid van bestuurders en zaakvoerders Peter VERSCHELDEN Accountant Moore Stephens Verschelden, Accountants en Belastingconsulenten Bedrijfsrevisor Moore Stephens Verschelden, Bedrijfsrevisoren
ZITTINGSDAG EN UUR TEL. GRIFFIER 057/ e Kamer. 1 en 1bis. 1e en 3e Ma. 09:00 u. 2bis
KAMER 1e Kamer BEVOEGDHEID FAMILIE- EN JEUGDSECTIE 1. Vorderingen ten aanzien minderjarige kinderen (artikel 572bis, 4 Ger. 2.Onderhoudsverplichtingen (artikel 572bis, 7 Ger. 3. Betwistingen kinderbijslag
Handelaars en ambachtslieden, nijveraars en landbouwers. 2
www.vdvaccountants.be 7 1. DEFINITIES Om de omzetting van éénmanszaak tot vennootschap te begrijpen is het nodig om eerst enkele begrippen gedefinieerd te zien vanuit wettelijk perspectief. In dit hoofdstuk
Uw brief van Uw kenmerk: Ons kenmerk: Bijlage: III.21/721.40.067/358/06 model-document Contactpersoon : E-mail: Tel.: Fax: Frank VERDUYN Call Center
vda Brussel Burgemeesters Provinciegouverneurs Instellingen en Bevolking Bevolking Arrondissementscommissarissen Uw brief van Uw kenmerk: Ons kenmerk: Bijlage: III.21/721.40.067/358/06 model-document Contactpersoon
AANSPRAKELIJKHEID. Bart ADRIAENS Advocaat-vennoot Claeys & Engels. HR BUILDERS 2 mei 2011
AANSPRAKELIJKHEID Bart ADRIAENS Advocaat-vennoot Claeys & Engels HR BUILDERS 2 mei 2011 Claeys & Engels 2009 1 Inleiding 1.1 Twee soorten aansprakelijkheid Strafrechtelijke aansprakelijkheid Risico op
Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T
Rolnummer 3630 Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 320, 4, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te
Coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cv/cvba)
Coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cv/cvba) Omschrijving van de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cv/cvba) Cvba is de afkorting van coöperatieve vennootschap
BELGIAN DISABILITY FORUM VZW (BDF) Vereniging zonder winstoogmerk (vzw) 150, 1000 BRUSSEL
Benaming: Rechtsvorm: Maatschappelijke zetel: Ondernemingsnr.: 478.218.809 BELGIAN DISABILITY FORUM VZW (BDF) Vereniging zonder winstoogmerk (vzw) FINANCE TOWER - KRUIDTUINLAAN, 50, bus 150, 1000 BRUSSEL
Hof van Cassatie van België
19 JANUARI 2016 P.15.0768.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.15.0768.N 1. H J V D K, beklaagde, 2. T P V Z, beklaagde, eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van
Vennootschapsvormen en de daaraan gekoppelde keuzes, en risico s. Bruno De Vuyst. VUB Starterseminarie 18 oktober 2007 NV: 61.500.
MARX VAN RANST VERMEERSCH & PARTNERS The LAW FIRM that WORKS Vennootschapsvormen en de daaraan gekoppelde keuzes, en risico s VUB Starterseminarie 18 oktober 2007 Bruno De Vuyst MVV&P - 2007 Vereist aantal
1. De stichting, strijdig met de openbare orde, is verboden.
WET van 19 juli 1968, houdende wettelijke regeling van stichtingen (G.B. 1968 no. 74), gelijk zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij G.B. 1970 no. 81, S.B. 1983 no. 1. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE
GECOÖRDINEERDE STATUTEN
GECOÖRDINEERDE STATUTEN Statuten van de vzw Interdiocesane Dienst voor het Katholiek Godsdienstonderwijs zoals gewijzigd door de algemene vergadering op 11 september 2003. N. 4999 [S-C 46030] Interdiocesane
INHOUDSTAFEL. Voorwoord 5 Inhoudstafel 7 Korte inleiding 12
INHOUDSTAFEL Voorwoord 5 Inhoudstafel 7 Korte inleiding 12 1. Waarom een wet voor meerderjarige onbekwamen? 15 2. Wat verstaat men onder onbekwamen? 20 2.1. Enkel voor meerderjarigen 21 2.2. De meerderjarige
Rolnummer 4499. Arrest nr. 106/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T
Rolnummer 4499 Arrest nr. 106/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 14, 1, eerste lid, 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals dat artikel
Uittreksel uit het verslag van de algemene vergadering van 11 april 2008. Art. 1. De vereniging zonder winstoogmerk draagt als naam Zevenbunder.
vzw Zevenbunder, NIEUWE STATUTEN Uittreksel uit het verslag van de algemene vergadering van 11 april 2008 De statuten van de vzw worden gewijzigd door de volledige vervanging van de teksten, zoals gepubliceerd
Hieronder volgt dus de beknopte verklaring van enkele termen die in de arresten van het Hof worden gebruikt.
Kort lexicon tot nut van de rechtzoekende, waarin enige uitleg wordt gegeven van de meest gangbare geschreven rechtstaal van het Hof van Cassatie en van het parket bij dit Hof ( 1 ). Dit korte lexicon
Inhoudstafel De algemene vergadering 3.
Inhoudstafel Hoofdstuk 1 De algemene vergadering 13 1. Inleiding 13 2. Vergelijkend overzicht nv en bvba 14 2.1. Bijeenroeping van de algemene vergadering 14 2.2. Uitoefening van het stemrecht 15 2.3.
Zakenrecht en zakelijke zekerheidsrechten
Zakenrecht en zakelijke zekerheidsrechten INLEIDING...1 HET ZAKENRECHT GESITUEERD BINNEN HET VERMOGENSRECHT...1 HET BELANG VAN HET ZAKENRECHT...2 BEGRIPPEN ZAAK GOED VERMOGEN...3 HOOFDSTUK 1: DE LEER VAN
Hof van Cassatie van België
20 JANUARI 2015 P.14.1276.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1276.N E R H C, beklaagde, eiser, tegen C V D C, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep
Meer info inzake aansprakelijkheid VZW en haar bestuurders
Meer info inzake aansprakelijkheid VZW en haar bestuurders DE BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID De persoon die schade aan iemand anders veroorzaakt, is verplicht die te herstellen. Hierbij wordt een onderscheid
