Concept Ministeriële regeling
|
|
|
- Ferdinand ter Linde
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Concept Ministeriële regeling Regeling van de minister van Financiën met betrekking tot het stellen van regels over de eed of belofte die personen werkzaam bij financiële ondernemingen moeten afleggen en naleven (Regeling eed of belofte financiële sector) De Minister van Financiën, Gelet op de artikelen 3:8, derde lid, en 4:9, zesde lid van de Wet op het financieel toezicht, de artikelen 22a, derde lid, 27a, derde lid, en 29a, derde lid, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en artikel 16a, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft; Besluit: Artikel 1 1. Werknemers en natuurlijke personen werkzaam onder verantwoordelijkheid van een financiële onderneming, niet zijnde personen bedoeld in de artikelen 3:8, eerste en tweede lid, en 4:9, eerste lid, van de wet, leggen binnen drie maanden na aanvang van de werkzaamheden een eed of belofte af ten overstaan van een beleidsbepaler en in tegenwoordigheid van een andere vertegenwoordiger van de onderneming, en leven deze na. 2. De onderneming bewaart de ondertekende eed of belofte op toegankelijke wijze. 3. Voor het afleggen van de eed of belofte kan gebruik worden gemaakt van het formulier in Bijlage 1 bij deze regeling. 4. De eed of belofte bevat ten minste de volgende elementen en kan met het oog op de activiteiten van de onderneming of de functiegroep van de persoon worden aangevuld door de onderneming: a. het integer en zorgvuldig uitoefenen van de functie; b. het maken van een zorgvuldige afweging tussen belangen van partijen die bij de onderneming betrokken zijn, in het bijzonder die van de klanten en de maatschappij; c. het centraal stellen van het belang van de klant; d. het naleven van wetten, reglementen en gedragscodes; e. het behouden en bevorderen van het vertrouwen in de financiële sector. 5. In afwijking van het eerste lid kan de onderneming personen aanwijzen werkzaam in ondersteunende functies, geen verband houdende met de kernactiviteiten van de onderneming, die niet verplicht zijn een eed of belofte af te leggen. Artikel 2 1. Personen bedoeld in de artikelen 3:8, eerste en tweede lid, en 4:9, eerste lid, van de wet, leggen binnen drie maanden na aanvang van de werkzaamheden een eed of belofte af ten overstaan van een persoon in een hogere functie en in tegenwoordigheid van een andere vertegenwoordiger van de onderneming, en leven deze na. 2. Onder persoon in een hogere functie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: a. een beleidsbepaler in een hogere functie, wanneer de aflegger de functie van beleidsbepaler of een andere sleutelfunctie uitoefent; b. de voorzitter van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming, wanneer de aflegger de hoogste functie binnen de onderneming uitoefent; c. de voorzitter van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming, wanneer de aflegger een lid van dit orgaan is; d. het langstzittende lid van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming, wanneer de aflegger de hoogste functie binnen dit orgaan uitoefent;
2 e. een andere persoon werkzaam bij of onder verantwoordelijkheid van de onderneming, wanneer de onderdelen a tot en met d niet op haar van toepassing zijn. 3. De onderneming bewaart de ondertekende eed of belofte op toegankelijke wijze. 4. Voor de door een beleidsbepaler en een persoon in een andere sleutelfunctie, als bedoeld in de artikelen 3:8, eerste en tweede lid, en 4:9, eerste lid, van de wet, af te leggen en na te leven eed of belofte wordt gebruik gemaakt van het formulier in Bijlage 2 bij deze regeling. 5. Voor de door een lid van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming, als bedoeld in de artikelen 3:8, eerste lid, en 4:9, eerste lid, van de wet, af te leggen en na te leven eed of belofte wordt gebruik gemaakt van het formulier in Bijlage 3 bij deze regeling. Artikel 3 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eed of belofte financiële sector. Artikel 4 Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de onderdelen PM en PM van de Wijzigingswet financiële markten 2013 in werking treden. Artikel I In afwijking van de artikelen 1, eerste lid, en 2, eerste lid, moeten werknemers en natuurlijke personen werkzaam onder verantwoordelijkheid van een financiële onderneming, alsmede personen bedoeld in de artikelen 3:8, eerste lid, en 4:9, eerste lid, van de wet, die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling reeds werkzaamheden verrichten de eed of belofte binnen een jaar na inwerkingtreding van deze regeling hebben afgelegd.
3 Bijlage 1 Ik zweer/beloof dat ik. Ik zweer/beloof dat ik. Ik zweer/beloof dat ik. Etc. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik! Op..., werd te... ten overstaan van (1)..., en in tegenwoordigheid van (2)... de eed/belofte volgens bovenvermeld formulier afgelegd door de aflegger... (1)... (2)...
4 Bijlage 2 Ik zweer/beloof dat ik mijn functie integer en zorgvuldig zal uitoefenen. Ik zweer/beloof dat ik een zorgvuldige afweging zal maken tussen alle belangen die bij de onderneming betrokken zijn, te weten die van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin de onderneming opereert. Ik zweer/beloof dat ik in die afweging het belang van de klant centraal zal stellen en de klant zo goed mogelijk zal inlichten. Ik zweer/beloof dat ik mij zal gedragen naar de wetten, de reglementen en de gedragscodes die op mij van toepassing zijn. Ik zweer/beloof dat ik geheim zal houden wat mij is toevertrouwd. Ik zweer/beloof dat ik geen misbruik zal maken van mijn kennis. Ik zweer/beloof dat ik mij open en toetsbaar zal opstellen en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving. Ik zweer/beloof dat ik mij zal inspannen om het vertrouwen in de financiële sector te behouden en te bevorderen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik! Op..., werd te... ten overstaan van (1)..., en in tegenwoordigheid van (2)... de eed/belofte volgens bovenvermeld formulier afgelegd. door de aflegger... (1)... (2)...
5 Bijlage 3 Ik zweer/beloof dat ik mijn functie integer en zorgvuldig zal uitoefenen. Ik zweer/beloof dat ik een zorgvuldige afweging zal maken tussen alle belangen die bij de onderneming betrokken zijn, te weten die van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin de onderneming opereert. Ik zweer/beloof dat ik in die afweging het belang van de klant centraal zal stellen. Ik zweer/beloof dat ik mij zal gedragen naar de wetten, de reglementen en de gedragscodes die op mij van toepassing zijn. Ik zweer/beloof dat ik geheim zal houden wat mij is toevertrouwd. Ik zweer/beloof dat ik geen misbruik zal maken van mijn kennis. Ik zweer/beloof dat ik mij open en toetsbaar zal opstellen en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving. Ik zweer/beloof dat ik mij zal inspannen om het vertrouwen in de financiële sector te behouden en te bevorderen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik! Op..., werd te... ten overstaan van (1)..., en in tegenwoordigheid van (2)... de eed/belofte volgens bovenvermeld formulier afgelegd. door de aflegger... (1)... (2)...
6 Toelichting Algemeen Met deze regeling wordt uitvoering gegeven aan de motie Huizing/Blanksma 1, alsmede aan de aangehouden motie Braakhuis/Plasterk. 2 Deze moties verzoeken de regering onder meer om de moreel-ethische verklaring die beleidsbepalers in het kader van de Code Banken 3 afleggen wettelijk te verankeren in de betrouwbaarheids- en geschiktheidstoets 4 van bestuurders, en de reikwijdte van de moreel-ethische verklaring te verbreden naar andere functionarissen binnen de onderneming. In de Wet op het financieel toezicht (Wft) is in de artikelen 3:8, tweede lid, en 4:9, zesde lid, bepaald dat bij ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld met betrekking tot een door beleidsbepalers af te leggen eed of belofte. Daarnaast is in de artikelen 22a, derde lid, 27a, derde lid, en 29a, derde lid, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) en artikel 16a, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr) bepaalt dat bij ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld met betrekking tot een door werknemers en andere natuurlijke personen werkzaam onder verantwoordelijkheid van een financiële onderneming af te leggen eed of belofte. In deze regeling wordt de moreel ethische verklaring aangeduid als de eed of belofte. Hier is voor gekozen om de symboliek rond de verklaring meer kracht mee te geven, en daarmee de bewustwording bij de persoon die de hem aflegt te versterken. Bedrijfseffecten Administratieve lasten Administratieve lasten zijn de kosten voor het bedrijfsleven en/of burgers om te voldoen aan informatieverplichtingen aan de overheid voortvloeiend uit wet- en regelgeving van de overheid. Hiervan is hier geen sprake. Nalevingskosten Inhoudelijke nalevingskosten zijn de directe kosten die samenhangen met de naleving van inhoudelijke verplichtingen. De initiële nalevingskosten hebben betrekking op het aanpassen van de interne systemen en het afleggen van de eed of belofte door personen die al werkzaam zijn bij de onderneming. Per artikel zullen de nalevingskosten worden aangegeven. PM Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Dit artikel is gebaseerd op de artikelen 22a, derde lid, 27a, derde lid, en 29a, derde lid, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en artikel 16a, derde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft. In het eerste lid van artikel 1 wordt de reikwijdte van de eed of belofte vastgesteld. Het is belangrijk dat personen in de financiële sector zich bewust zijn van hun rol en de gevolgen van hun handelen. Om deze reden moeten alle medewerkers (in tijdelijke en vaste dienst), maar ook uitzendkrachten en gedetacheerden, een eed of belofte af leggen en na leven. Nieuwe medewerkers, en waar relevant, personen die gewisseld zijn van functie, moeten binnen drie maanden na aanvang van hun werkzaamheden de verklaring afleggen ten overstaan van een dagelijks beleidsbepaler en een andere vertegenwoordiger van de onderneming, bijvoorbeeld een HR-medewerker of compliance officer. Dit laat uiteraard onverlet dat een onderneming de eed of 1 Kamerstukken II 2010/11, , nr Kamerstukken II 2010/11, , nr Stcrt. 2009, De motie spreekt van de deskundigheidstoets. Het begrip "deskundigheid" wordt vervangen door geschiktheid, zie Stb. 2012, 7. Om deze reden zal het nieuwe begrip geschiktheid in het wetsvoorstel en deze toelichting reeds worden gehanteerd.
7 belofte verplicht kan stellen voor al het personeel, bijvoorbeeld ook voor personen die werkzaam zijn bij een onderneming die onderdeel is van een groep maar zelf geen financiële onderneming is. Onder afleggen wordt verstaan het uitspreken en ondertekenen van de eed of belofte. De invulling van de vorm van deze ceremonie is aan de onderneming. Gedacht kan worden aan een periodieke (introductie)bijeenkomst waarbij meerdere nieuwe medewerkers bij elkaar komen, en waar door een compliance officer wordt ingegaan op de integriteitsaspecten van de werkzaamheden, de positie van de klant en de rol van de onderneming in de maatschappij. Onderdeel van deze bijeenkomst kan het afleggen van de eed of belofte zijn. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) zien er op toe of de verklaring ook daadwerkelijk wordt afgelegd, ondertekend en nageleefd. Dit artikel is niet van toepassing op beleidsbepalers, personen in andere sleutelfuncties en leden van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming. Voor hen worden de verplichting geregeld in artikel 2. De onderneming dient op basis van het tweede lid een ondertekende eed of belofte te bewaren op een zodanige wijze dat deze eenvoudig toegankelijk is voor de toezichthouders. Het derde lid verwijst naar Bijlage 1. Hierin is een formulier opgenomen dat kan worden gebruikt door de onderneming bij het afleggen en ondertekenen van de eed of belofte. Ook kan er voor worden gekozen om het formulier uit Bijlage 2 te gebruiken. Een onderneming kan de eed of belofte onderdeel uit laten maken van een ander document. Veel ondernemingen maken bijvoorbeeld gebruik van interne gedragscodes die reeds moeten worden getekend door het personeel. Een onderneming kan de eed of belofte als bijlage toevoegen aan een dergelijke gedragscode. Het vierde lid geeft aan welke elementen minimaal moeten worden opgenomen in het formulier. Het gaat daarbij om elementen die afkomstig zijn uit de moreel-ethische verklaring en breed toepasbaar zijn binnen de onderneming. De onderneming kan de eed of belofte aanvullen met het oog op de specifieke activiteiten van de onderneming of de functie van de persoon. Deze flexibele benadering biedt de onderneming de mogelijkheid om de eed of belofte toe te spitsen op de persoon die hem dient af te leggen. Hiernaast wordt de betrokkenheid van de onderneming bij de eed en belofte hiermee bevorderd. Het formulier wordt ondertekend door de aflegger, de dagelijks beleidsbepaler (1) en de andere vertegenwoordiger van de onderneming (2). Het vijfde lid biedt de onderneming de mogelijkheid om bepaalde personen of functiegroepen uit te zonderen van de verplichting om een eed of belofte af te leggen. Met deze uitzondering is beoogd geen onnodige administratieve lasten te creëren waar het personen betreft die in het geheel los staan van de kernactiviteiten van de onderneming. Hierbij kan worden gedacht aan de functie als receptionist, schoonmaker of medewerker catering. Personen in functies die dichterbij de kernactiviteiten staan, bijvoorbeeld juridische of IT-functies, leggen wel een eed of belofte af. Artikel 2 Dit artikel is gebaseerd op de artikelen 3:8, derde lid, en 4:9, zesde lid van de wet. Net als het overig personeel dienen beleidsbepalers, personen in andere sleutelfuncties en leden van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming een eed of belofte af te leggen. Voor deze twee categorieën vormt op basis van de artikelen 3:8, tweede lid, en 4:9, zesde lid, van de Wft de eed of belofte onderdeel van het begrip geschiktheid en de geschiktheidstoets door de AFM en DNB. Dit betekent in de praktijk dat een persoon die zal worden getoetst op geschiktheid aan de toezichthouder aangeeft dat hij, wanneer hij geschikt wordt bevonden, na zijn benoeming de eed of belofte zal afleggen en naleven. De
8 toezichthouder kan er op toezien of de eed of belofte ook daadwerkelijk wordt afgelegd en nageleefd. Bij schendingen kan de toezichthouder optreden, en in een uiterst geval kan een persoon als niet geschikt worden beoordeeld, wat tot gevolg heeft dat betrokkene zijn functie niet langer kan uitoefenen. Onder afleggen wordt mede verstaan het uitspreken en ondertekenen van de eed of belofte ten overstaan van een persoon in een hogere functie en andere vertegenwoordiger van de onderneming, bijvoorbeeld een compliance officer of HR-medewerker. In het tweede lid is nader uitgewerkt welke functies zijn aangemerkt als persoon in een hogere functie. In onderdeel e is een restcategorie opgenomen voor het geval de onderneming de functies beschreven in de onderdelen a tot en met d niet kent. In dat geval is het mogelijk om de verklaring af te leggen ten overstaan van een persoon in een lagere functie. Deze situatie zou zich voor kunnen doen bij een kleine onderneming met een beperkt aantal werknemers. Deze bepaling voorziet niet in het geval dat sprake is van een eenmanszaak. In dat geval kan logischerwijs worden volstaan met ondertekening van de eed of belofte door de beleidsbepaler zelf. De onderneming dient op basis van het derde lid een ondertekende eed of belofte te bewaren op een zodanige wijze dat deze eenvoudig toegankelijk is voor de toezichthouders. Het vierde lid en vijfde lid verwijzen naar Bijlagen 2 en 3. In tegenstelling tot Bijlage 1 is in deze bijlagen de inhoud van de eed of belofte voorgeschreven. De inhoud is gelijk aan de inhoud van de moreel-ethische verklaring uit de Code Banken en Governance Principes Verzekeraars en benoemt elementen die grotendeels voor zichzelf spreken. Het gaat om onder meer integer handelen en het centraal stellen van de klant bij de afweging van alle bij de onderneming betrokken belangen. Dit laatste is opgenomen om het bijzondere en kwetsbare belang van de klant te benadrukken, en betekent niet dat het belang van de klant ook automatische voorrang heeft boven andere bij de ondernemingen betrokken belangen. In bijlage 3 is, met het oog op de specifieke taken van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming, de passage en de klant zo goed mogelijk zal inlichten niet opgenomen. De eed of belofte dient te worden ondertekend door de aflegger, de persoon in een hogere functie (1) en de andere vertegenwoordiger van de onderneming (2). Een onderneming kan er voor kiezen de eed of belofte onderdeel uit te laten maken van een ander document. Veel ondernemingen maken bijvoorbeeld gebruik van interne gedragscodes die reeds moeten worden getekend door het personeel. Een onderneming kan de eed of belofte als bijlage toevoegen aan een dergelijke gedragscode. Artikel I In artikel I is overgangsrecht opgenomen met betrekking tot werknemers of personen die onder verantwoordelijkheid van de onderneming werkzaam zijn (en ook beleidsbepalers en leden van het orgaan belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming), en die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling reeds werkzaamheden voor de onderneming verrichten. Deze personen moeten uiterlijk binnen een jaar na inwerkingtreding van deze regeling de eed of belofte hebben afgelegd en ondertekend. Er is gekozen voor een ruime overgangstermijn, aangezien het gaat om een grote groep van personen.
Gedragsregels. Nederlandse Vereniging van Banken Gustav Mahlerplein 29-35 1082 MS Amsterdam 020 550 2888 www.nvb.nl
Gedragsregels Nederlandse Vereniging van Banken Gustav Mahlerplein 29-35 1082 MS Amsterdam 020 550 2888 www.nvb.nl Gedragsregels In samenhang met de introductie van een Maatschappelijk Statuut en de actualisering
Speciale nieuwsbrief over personentoetsingen
Speciale nieuwsbrief over personentoetsingen Beste relatie, Hierbij ontvangt u de digitale nieuwsbrief van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Deze speciale nieuwsbrief over personentoetsingen is opgesteld
ONVZ past dit principe toe. Het principe is uitgewerkt in het reglement van de raad van bestuur.
Raad van bestuur Samenstelling en deskundigheid Samenstelling 3.1.1. De raad van bestuur is zodanig samengesteld, dat hij zijn taak naar behoren kan vervullen. Complementariteit, collegiaal bestuur en
Vastgesteld 21 maart 2014. Inwerkingtreding met terugwerkende kracht tot 1 januari 2014
Onderwerp Vaststelling Regeling ambtseed of belofte Veiligheidsregio Groningen 2014 Vastgesteld 21 maart 2014 Inwerkingtreding met terugwerkende kracht tot 1 januari 2014 Blad bekendmakingen 2014 nr 14,
- gelet op het bepaalde in artikel 4:2 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (ARG),
Gemeente Den Haag Ons kenmerk BSD/2007.4101 RIS 151951 REGELING AMBTSEED / - BELOFTE HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, - gelet op het bepaalde in artikel 4:2 van de Arbeidsvoorwaardenregeling
De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd:
Directie Financiële Markten Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 15 augustus 2007 FM 2007-01901 M Onderwerp Regeling tot wijziging van de Tijdelijke regeling invoering Wft De Minister van Financiën, Gelet
Regeling ambtseed of belofte griffie Gemeente Bronckhorst 2019
Besluit nr.: Z104768/Raad-00411 De raad van de Gemeente Bronckhorst; gelet op de artikelen 147 Gemeentewet en artikel 107 e lid 1 Gemeentewet: Besluit: 1. vast te stellen: Regeling ambtseed of belofte
Het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten wordt als volgt gewijzigd:
Besluit van tot wijziging van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten, het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector in
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2019 235 Besluit van 14 juni 2019 tot wijziging van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen
Stichting Pensioenfonds SMIT. Bestuursreglement V120620
Artikel 1 Inleiding De wijze waarop de Stichting Pensioenfonds SMIT wordt bestuurd ligt op hoofdlijnen vast in de statuten. In dit bestuursreglement wordt hier verder invulling aan gegeven. Het bestuursreglement
B In 3.2.1.2. wordt in de aanhef "de categorie B" vervangen door: de categorieën B en T.
Concept Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van..., nr. PM, tot wijziging van enkele ministeriële regelingen in verband met de invoering van de rijbewijsplicht voor landbouw- en bosbouwtrekkers
Reglement Raad van Toezicht. van de. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf
Reglement Raad van Toezicht van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf Vastgesteld 22-12-2016 Inhoudsopgave... 1 Inleiding... 3 Artikel 1 - Begripsomschrijvingen...
Toekomstgericht Bankieren. Maatschappelijk statuut Code Banken Gedragsregels
1 Toekomstgericht Bankieren Maatschappelijk statuut Code Banken Gedragsregels 2 Toekomstgericht Bankieren 2 3 4 5 6 7 Inhoud Inleiding: sector in verandering 4 1 8 Maatschappelijk statuut 6 2 9 Code Banken
Incidenten- regeling
Incidentenregeling Uitgave januari 2015 Incidentenregeling (januari 2015) Voorliggende Incidentenregeling beschrijft de wijze waarop het Pensioenfonds acteert in geval van melding van een (dreigend) Incident.
Artikel 2 Samenwerking en informatie-uitwisseling met betrekking tot de Wok, Wft en Wwft
Convenant tussen de Kansspelautoriteit en de Stichting Autoriteit Financiële Markten inzake de samenwerking en uitwisseling van informatie met betrekking tot het toezicht uit hoofde van de Wok, Wft en
Verantwoordingsdocument Code Banken over 2014 Hof Hoorneman Bankiers NV d.d. 18 maart 2015. Algemeen
Verantwoordingsdocument Code Banken over 2014 Hof Hoorneman Bankiers NV d.d. 18 maart 2015 Algemeen Mede naar aanleiding van de kredietcrisis en de Europese schuldencrisis in 2011 is een groot aantal codes,
Datum 29 april 2011 Ons kenmerk TGFO-DDi Pagina 1 van 6. Betreft
Financiële ondernemingen t.a.v. het Bestuur Datum 29 april 2011 Pagina 1 van 6 Betreft Beheerst Beloningsbeleid Geachte heer, mevrouw, Om ervoor te zorgen dat financiële ondernemingen ook in hun beloningsstructuren
Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt gewijzigd als volgt:
Besluit tot wijziging van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft in verband met de vergoeding voor de voortijdige aanpassing van de debetrentevoet bij hypothecaire kredieten Op de voordracht
De Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd:
CONSULTATIEVERSIE Besluit van ( datum), houdende wijziging van de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft van 15 november 2006 in verband met regels met betrekking tot de bescherming
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2011 396 Besluit van 23 augustus 2011 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag van verzekeraars 0 Wij Beatrix,
REGELING VERTROUWELIJKE STUKKEN... 2
Inhoudsopgave REGELING VERTROUWELIJKE STUKKEN... 2 Paragraaf 1 Algemeen... 3 Artikel 1 Definities... 3 Paragraaf 2 Vertrouwelijke stukken... 3 Artikel 2 Registratie van vertrouwelijke stukken... 3 Artikel
Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag
> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Financiële Markten Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201
Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties)
Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd:
Besluit van tot wijziging van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector (Implementatiebesluit richtlijn betaalrekeningen) Op de voordracht
Indien de AFM zich kan verenigen met de genoemde datum gelieve deze brief te tekenen en terug te zenden.
Autoriteit Financiële Markten Willemstad, 23 januari 2013 Uw kenmerk : Ons kenmerk : Onderwerp : side letter bij MOU CBCS - AFM Geachte heer Gerritse, Tussen de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de
BEroEPSEEd KaN SECtor VEraNdErEN
33 interview Met HanS ludo van Mierlo BEroEPSEEd KaN SECtor VEraNdErEN Een missionaris is in hem verloren gegaan, maar hij blijft een man met een missie: Hans Ludo van Mierlo. Kort voor het uitbreken van
de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten
> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de Koning Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl Uw brief (kenmerk) Datum 24 september 2015 Betreft Nader rapport
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 710 Besluit van 29 september 2010 tot instelling van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao 0 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der
De compliance functie Hoe werkt het in de praktijk
De compliance functie Hoe werkt het in de praktijk Compliance praktijk NCI module 2 december 2017 Joyce van Tuyl Manager CDD Klantsignalen Rabobank Nederland Programma Inleiding Compliance De functie Compliance
STABIEL. Toekomstgericht Bankieren. Maatschappelijk Statuut Code Banken Gedragsregels
STABIEL dienstbaar dialoog betrouwbaar DIVERS transparant duurzaam Toekomstgericht Bankieren Maatschappelijk Statuut Code Banken Gedragsregels Sector in verandering Een bank is geen gewoon bedrijf. Onze
tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met de doorberekening van de kosten van het onderzoek in het kader van de vorderingsprocedure
Besluit van O N T W E R P tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met de doorberekening van de kosten van het onderzoek in het kader van de vorderingsprocedure Op de voordracht van Onze
Banken werken aan herstel van vertrouwen
Banken werken aan herstel van vertrouwen Introductie van Toekomstgericht bankieren; Code Banken, Maatschappelijk Statuut en Tuchtrecht D. van Bruggen, F. Mreijen en H. Schokker 1 Inleiding In dit artikel
Versterking bestuur pensioenfondsen: het vervolg
Versterking bestuur pensioenfondsen: het vervolg De kritiek op het wetsvoorstel versterking bestuur pensioenfondsen van februari 2012 was niet mals. In de Nota naar aanleiding van het Verslag van juni
Werving en selectie. Beleidsbepalers. Van Lanschot N.V. F. van Lanschot Bankiers N.V. Werving & Selectie Beleidsbepalers. Werving & selectiebeleid
Werving & Selectie Werving en selectie Van Lanschot N.V. F. van Lanschot Bankiers N.V. Human Resource Management Pagina 1 van 9 Werving & Selectie Inleiding Met ingang van 1 juli 2012 hebben DNB en AFM
VITP Toezichtcode 2019
VITP Toezichtcode 2019 Vier principes vormen het fundament van de toezichtcode: 1. De zorg voor het pensioen van de deelnemer is leidend voor het toezichthouden De primaire taak van een pensioenfonds is
Referentie: 2014042238. Regeling ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling bij commissies van Zorginstituut Nederland
Referentie: 2014042238 Regeling ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling bij commissies van Zorginstituut Nederland De Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland, gelet
Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe
Autoriteit woningcorporaties Inspectie Leefomgeving en Transport Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe accountants, accountantsorganisaties en (mede)beleidsbepalers
Q&A Implementatie Toekomstgericht Bankieren voor de introductie van de bankierseed en het tuchtrecht
Q&A Implementatie Toekomstgericht Bankieren voor de introductie van de bankierseed en het tuchtrecht I De invoering van de bankierseed 1 Waarom komt er een bankierseed? 2 Wat houdt de bankierseed in? 3
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22623 13 augustus 2013 Instellings- en mandaatbesluit spir-it 2013 Gelet op paragraaf 2 van de afdeling 6 van hoofdstuk
Regeling zorgvuldig omgaan met informatie
DE NEDERLANDSCHE BANK N.V. Regeling zorgvuldig omgaan met informatie Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.; b. digitale bedrijfsmiddelen: de door DNB aan de
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel;
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel Reglement incidentenregeling Artikel 1 Pensioenfonds: Incident: Definities Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel; een gedraging, datalek
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 659 Besluit van 13 december 2012, houdende de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van een aantal artikelen van de Wet dieren,
Handleiding gedragscode OM (2006H002)
Handleiding gedragscode OM (2006H002) Afzender College van procureurs-generaal Adressaat Hoofden van de parketten Registratienummer 2006H002 Datum vaststelling 24 juli 2006 Datum inwerkingtreding 1 september
Beloningsbeleid Maart 2015
Beloningsbeleid Maart 2015 Inhoud 1. Inleiding... 2 2. Relevante wet- en regelgeving... 2 4. Bestuur (directie)... 3 5. Raad van Commissarissen... 3 6. Medewerkers... 3 7. Publicatie... 5 8. Governance
Reglement van de Raad van Toezicht
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel Reglement van de Raad van Toezicht Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor dit reglement zijn de begripsomschrijvingen zoals opgenomen in de statuten
Gelet op de artikelen 95 tot en met 99 van de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;
De raad van de gemeente Winsum; Gelet op de artikelen 95 tot en met 99 van de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; B E S L U I T: over te gaan tot vaststelling van de hierna
PROFIELSCHETS. Philips Pensioenfonds NIET UITVOEREND BESTUURDER 1/5. Stichting Philips Pensioenfonds
PROFIELSCHETS NIET UITVOEREND BESTUURDER Stichting Stichting behoort tot de grootste ondernemingspensioenfondsen van Nederland met een belegd vermogen van bijna 18 miljard euro. Het pensioenfonds voert
TOEKOMSTGERICHT VERZEKEREN
TOEKOMSTGERICHT VERZEKEREN Prof. dr. R.J. Schotsman November 2014 BELANGRIJKE WETGEVINGSONTWIKKELING De inzet op een versterking van de kwaliteit van de personen werkzaam in de sector via het financieel
Aanvraagformulier ten behoeve van een trustkantoor welke een bijkantoor 1 heeft in Caribisch Nederland
Aanvraagformulier ten behoeve van een trustkantoor welke een bijkantoor 1 heeft in Caribisch Nederland De Nederlandsche Bank NV (DNB) zal de op grond van dit aanvraagformulier verstrekte gegevens opnemen
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht.
Besluit van [datum] houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 5:81, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Vrijstellingsbesluit overnamebiedingen Wft) Op voordracht van Onze Minister van
