Ketenanalyse rapport Bouwdrogen en Kozijnen. door J.P. van Eesteren en Business Improvement

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ketenanalyse rapport Bouwdrogen en Kozijnen. door J.P. van Eesteren en Business Improvement"

Transcriptie

1 Certificering op de CO 2 prestatieladder Ketenanalyse rapport Bouwdrogen en Kozijnen door J.P. van Eesteren en Business Improvement Missie: Samen bouwen aan CO 2 reductie Datum: 10 december 2010 Opgesteld door:j. A. van Hamburg (JPvE) en M. Heesters (BI) Pagina 1 van 35

2 Samenvatting Voor u ligt de ketenanalyse van Aanneming Maatschappij J.P. van Eesteren B.V.: (verder: J.P. van Eesteren), als onderdeel van de Carbon Footprint-analyse ten behoeve van de CO 2 -prestatieladder. Dit rapport geeft op basis van een analyse van bedrijfsprocessen aan, waar en bij welke twee procesonderdelen CO 2 -uitstoot plaatsvindt. Het draagt zo bij aan de kennisopbouw over de eigen organisatie en zet de contouren neer voor mogelijke verbeteringen. De gebruikte methodiek is conform de richtlijnen van het GHG-protocol. Hierbij is in vier fasen of stappen toegewerkt naar een inventarisatie van CO 2 -bronnen waarbij op basis van alle beschikbare kennis de uitstoot van CO 2 is gekwantificeerd. Op basis van deze procesanalyse zijn twee levenscyclus analyses uitgevoerd voor producten die een significant deel van de CO 2 -productie over de levenscyclus van het product. Door de keten van betrokken bedrijven te benaderen, is inzicht verkregen in de totale productie van CO 2 die door de betreffende producten worden veroorzaakt. De analyse van representatieve bouwprojecten heeft aangegeven dat binnen de voorbeeldprojecten de CO 2 emissie is toe te rekenen aan het vervoer van mensen en goederen (57%), direct gevolgd door droogstoken (10 en 3%,) en verticaal transport: torenkranen (6%) en telekraan (9%) Op basis van deze bevindingen is gekozen om het bouwdrogen te kiezen als onderwerp van een levenscyclus analyse. De tweede analyse zal kozijnen betreffen. Bouwdrogen Het afvoeren van bouwvocht gebeurt door middel van verdamping. Het in de constructie aanwezige vocht zal verdampen en worden opgenomen door de omringende lucht. De snelheid waarin de verdamping plaatsvindt, is afhankelijk van een aantal factoren: De relatieve luchtvochtigheid van de omringende lucht; De absolute temperatuur van de lucht; De snelheid waarmee de omringende lucht langs het oppervlak stroomt; De oppervlakte van het te drogen object in relatie tot de hoeveelheid vocht die het object bevat. Voor het drogen van gebouwen zijn grofweg drie technologische categorieën van mogelijkheden: sorptiedrogen (ontvochtiging), droogstoken en alternatieve wijzen van drogen. De toepassing van deze technologieën is afhankelijk van de vochthoeveelheid, de beschikbare tijd, omgevingsfactoren als het buitenklimaat (het weer) en de fase waarin het object zich op dat moment bevindt. De conclusie uit de analyses is dat condensdrogen (ontvochtiging) een hoger rendement kent ten opzichte van stoken, afhankelijk van de tijdzone (constructie temperatuur) van het object. Dit voordeel wordt teniet gedaan wanneer voor de benodigde elektriciteit van de drogers dieselgeneratoren worden ingezet. In alle situaties is gebleken dat de inzet van energie van nutsbedrijven minder CO 2 emissie oplevert. De te gebruiken droogstrategie is afhankelijk van vele factoren zoals beschikbaarheid van energie, beschikbare tijd, uit te voeren werkzaamheden, enz. De reductiedoelstelling moet daarom liggen in op het gebied van de projectmatige beheersing van deze factoren. Dat betekent dat het bouwdroogproces reeds bij de voorbereiding van het project aandacht vraagt. De reductiedoelen worden het best bereikt door: Het inschakelen van specialisten voor de keuze van bouwdroogapparatuur, Het tijdig betrekken van bouwdrogen in de planning De gebruikmaking van nutsvoorzieningen Het anders inzetten van bouwstroom. Gebaseerd op bovengenoemde acties is een reductie mogelijk van circa 18% van de totale CO 2 -emissie veroorzaakt door het bouwdrogen. Pagina 2 van 35

3 Het bouwdrogen is in de analyse gesteld als 13% van de totale scope 3 emissie. Met een jaaromzet van 210 miljoen euro komt dit overeen met een uiteindelijke jaarlijkse realistisch reductiedoelstelling van 102,5 ton CO 2. Kozijnen Uit de categorie Extraction and production of purchased materials is gekozen voor het product kozijnen. In eerste instantie was het de bedoeling om vanuit een brede analyse, van drie materiaalsoorten een onderlinge vergelijking te maken tussen de materialen: hout, PVC en aluminium. Een nadere studie naar deze materialen leerde dat er op dit gebied al een en ander is gepubliceerd, waaronder in betrouwbaar Europees verband het rapport Environmental impacts and energy balances of wood products and major substitutes uitgevoerd door de Forestry Department van het Food and Agriculture Organization van de Verenigde Naties (Rome, 2002) De uitkomst van dit onderzoek leert dat de emissie voor een gestandaardiseerd kozijn kg CO 2 is voor Aluminium Kozijnen, 996 kg CO 2 voor PVC kozijnen en 906 kg CO 2 voor houten kozijnen. Uitgaande van het gemiddelde is er een afwijking van circa 10%.De verliezen door het raam heen zijn hierbij de grootste bijdragende factor. Vanuit de diverse belangengroeperingen zijn verschillende geluiden te horen over de milieuvriendelijkheid van de verschillende materialen. De variabelen die hierbij worden gebruikt, lijken vooral de mening van de belangengroep te ondersteunen: Aluminium is vooral goed bij een lange levensduur, hout lijkt het te winnen bij een korte, economische levensduur en PVC is gebaad bij een goede recycling. Uit de analyse is gebleken dat er ismeer te winnen bij het goed opzetten van hoogwaardige recycling, dan dat er is te winnen in de keuze van materiaalsoorten. Voor iedere toepassing kan, afhankelijk ven de gekozen uitgangspunten en aannames, een ander optimaal product gekozen worden. In tweede instantie is gekozen om naast bovengenoemde vergelijking, te focussen op de verschillen inzake de CO 2 -voetafdruk voor het product aluminium kozijnen. Deze verfijning van keuze is gemaakt omdat JP van Eesteren voor haar werkzaamheden vooral aluminium kozijnen in het bestek aantreft. Via een gestructureerde lijst zijn aan drie leveranciers vragen gesteld. Nadere beschouwing van de aangeleverde gegevens van drie geraadpleegde leveranciers van aluminium kozijnen leert dat: Er geen eenduidige data aangeleverd (kan) word(en)(t) door de leveranciers van aluminium kozijnen; De leveranciers geografisch in dezelfde omgeving zijn gevestigd; De leveranciers het zelfde geografische bedieningsgebied hebben; De leveranciers hun materialen uit geografisch dezelfde omgeving halen (Noordwest Europa.); De producenten van het Aluminium geen gespecificeerde opgave (kunnen) doen van het energiegebruik en de daarbij gebruikte energiebron. Uit de bovenstaande constateringen kan worden gesteld dat de CO 2 emissie van de drie leveranciers van vergelijkbare omvang zal zijn. Immers zijn de werkprocessen soortgelijk en de reisafstanden redelijk overeenkomstig. De reductievoorstellen die uit deze ketenanalyse naar voren komen zijn de volgende: Bevorder transparantie over CO 2- uitstoot bij aluminium kozijn productie door dit mee te nemen in de beoordelingsmatrix voor de offertes; Bevorder het benutten van hergebruik van aluminium; Bevorder het gescheiden inzamelen van PVC om hoogwaardig hergebruik mogelijk te maken. De gestelde kwantitatieve doelstelling is dat in 2013 minimaal 50% van de leveranciers voor aluminium kozijnen een opgave kunnen doen van de carbon footprint van het door hun geleverde kozijn. Pagina 3 van 35

4 Voorwoord In dit document zijn ketenanalyses van bouwdrogen en kozijnen uitgevoerd. De ketenanalyses zijn uitgevoerd naar aanleiding van de CO 2 -prestatieladder van ProRail. Het document is opgesteld door Aanneming Maatschappij J.P. van Eesteren B.V. De opzet en verificatie van de aangehouden methode van de CO 2 -berekeningen en de validatie van procesgerelateerde CO 2 -componenten heeft plaatsgevonden door Business Improvement. ProRail heeft met betrekking tot Business Improvement als kennisinstituut een op voorhand geen bezwaar -verklaring afgegeven op het gebied van de ketenanalyse. Omdat Business Improvement zelf betrokken is bij het opstellen van dit rapport, verbindt zij zich aan de analyse en de conclusies. December 2010, R. Topp J. A. van Hamburg General Manager Hoofd KAM Business Improvement J.P. van Eesteren B.V. Pagina 4 van 35

5 Inleiding Uitgangspositie Aanneming Maatschappij J.P. van Eesteren B.V.: (verder: J.P. van Eesteren) is actief op het vlak van duurzaam ondernemen en heeft haar CO 2 -uitstoot in kaart gebracht. Tevens werkt J.P. van Eesteren aan het reduceren van de uitstoot die aan haar toe te rekenen is. In dit kader zijn onder andere twee ketenanalyses en levenscyclusanalyses uitgevoerd. De geanalyseerde processen betreffen de primaire processen van J.P. van Eesteren, welke binnen haar bedrijfsvoering voor een significant deel van de activiteiten worden ingezet. De geanalyseerde producten zijn onderdelen van de productenportfolio van J.P. van Eesteren. Dit document beschrijft het projectenproces dat binnen J.P. van Eesteren wordt gehanteerd voor levering van civiele bouwkundige projecten. Doelstelling Doelstelling van de procesanalyse is door het in kaart brengen van processen, inzicht te krijgen in de verschillende onderdelen binnen deze processen die verantwoordelijk zijn voor de CO 2 -uitstoot. De methodiek die wordt gebruikt voor de analyses van enkele GHG-genererende (ketens van) activiteiten,staat beschreven in het GHG-protocol, deel A Corporate Accounting and Reporting Standard, hoofdstuk 4 Setting Operational Boundaries (pagina s 29 t/m 33). Aanpak Randvoorwaarden De volgende (rand)voorwaarden worden hierbij gesteld: De vier algemene stappen (pagina 30 en 31) vormen de herkenbare structuur van de analyse; Het dient hier te gaan om een significant deel van de emissies; Indien het bedrijf werken en/of leveringen aanbiedt, bijvoorbeeld een aannemer, dan dient de analyse tenminste een activiteit of een keten van activiteiten, uit de categorie Extraction and production of purchased materials and fuels en één activiteit uit een andere categorie te omvatten; Indien het bedrijf alleen diensten aanbiedt, bijvoorbeeld een ingenieursbureau, dan dient de analyse tenminste twee activiteiten uit verschillende categorieën te omvatten; Het resultaat van deze analyse dient een aanvulling te zijn op de bestaande (gepubliceerde) kennis en inzichten of, anders gesteld: dient bij te dragen aan het voortschrijdend maatschappelijk inzicht. Stap 1 In een algemeen interview met een kennishebber van de organisatie en de hierin uitgevoerde processen (bijvoorbeeld de projectleider) wordt gedocumenteerd wat de grenzen zijn van de rapporterende organisatie, welke productieprocessen zich hierin afspelen (we onderscheiden hierin de ondersteunende processen zoals boekhouding, personeelszaken, verkoop enzovoort) en welke van deze processen relevant zijn voor de uitgevende partij van de CO 2 -prestatieladder. Binnen de groep van relevante productieprocessen worden twee processen gekozen die deel uitmaken van de aanbieding aan de uitgevende partij en waarvan de analyse een aanvulling is op de bestaande (gepubliceerde) kennis en inzichten: ze dragen bij aan het voortschrijdend maatschappelijk inzicht. Voor deze processen worden vertegenwoordigers geïdentificeerd die detailkennis hebben van de betreffende processen. Deze vertegenwoordigers worden geïnterviewd en de aldus gegenereerde informatie wordt vastgelegd in een processtroomschema. Resultaat van deze fase zijn minimaal twee geanalyseerde processen, grafisch weergegeven in een processchema. Pagina 5 van 35

6 Stap 2 Tijdens de tweede fase wordt bepaald welke processtappen relevante CO 2 -productie hebben. Van iedere processtap die in het processtroomschema is geïdentificeerd, wordt vastgelegd welke directe, indirecte of door derden gegenereerde CO 2 -productie kan worden geïdentificeerd. De directe en indirecte CO 2 -productie wordt gerapporteerd in de CO 2 -rapportage, de nadruk ligt hier op de CO 2 -productie bij derden en mogelijke verbeteringen door ketenintegratie en/of branche-initiatieven. Van iedere geïdentificeerde stap waarbij sprake is van CO 2 -productie, wordt tevens aangegeven of deze door derden wordt veroorzaakt. Stap 3 Tijdens de derde fase worden de partners in deze waardeketen geïdentificeerd. Alle emissies door derden kunnen worden toegerekend aan een ketenpartner. Deze ketenpartners zullen met de gegevens van de afdeling inkoop worden geïdentificeerd. Vaak zijn er meerdere leveranciers voor bepaalde producten of diensten; hiervan zal de leverancier met het grootste leveraandeel in ogenschouw worden genomen. Resultaat van deze fase is een visuele aanduiding binnen het grafische processchema waar partners emissies toevoegen aan het proces. Waar mogelijk, is dit aangevuld met de benoeming van de specifieke partners. Stap 4 Tijdens de vierde fase worden de emissies van derden gekwantificeerd. Van de leveranciers met hun productieproces zoals geïdentificeerd in stap 3, wordt een meest betrouwbare bron gevonden die uitspraken kan doen over de productie van CO 2 in het proces. Aangezien de CO 2 -rapportages binnen bedrijven nog in ontwikkeling zijn, is het aannemelijk dat deze gegevens niet bekend zijn. In deze situatie zal een benadering worden gekozen om tot een uitstoot van CO 2 te komen die overeenkomstig is met de omrekenmethodiek op basis van de GHG-conversiefactoren. Resultaat van deze fase is een gekwantificeerde opgave van CO 2 -emissies per processtap, typisch voor de processtap. Stap 5 Tijdens de vijfde fase worden de reductiedoelstellingen geformuleerd in samenwerking met één of meerdere van de in fase 3 geïdentificeerde ketenpartners. Pagina 6 van 35

7 Life Cylce Analyse Life Cylce Analyse Output Proces Input Grondstof delven Productie halffabrikaat Productie halffabrikaat Eigen Productie Distributie Gebruik End of life/ Afval - Convergent e producten Divergente producten Met de lijst van significante processtappen wordt van een product een levenscyclus analyse opgezet. De keuze van een product gebeurt op basis van de significantie van de CO 2 -uitstoot, alsmede aan de mate van bijdrage het voortschrijdend maatschappelijk inzicht ten aanzien van CO 2 -uitstoot. In de praktijk van de prestatieladder zal dit nauw aansluiten bij te nemen initiatieven. Stap 6 Tijdens de zesde fase wordt de start gegeven aan een of meerdere initiatieven om de ketenreductiedoelstellingen te gaan halen. Hierbij wordt de gehele Deming-cirkel doorlopen en reducties aangetoond aan certificerende instanties. Pagina 7 van 35

8 Procesanalyse: In het kader van deze ketenanalyse is het project Renovatie van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer & Visserij (LNV) als model genomen voor het in kaart brengen van de CO 2 -uitstoot bij de uitvoering van de bedrijfsactiviteiten met aanvulling van delen van het project Europol. Aanneming Maatschappij J.P. van Eesteren B.V., gevestigd te Rotterdam en Amsterdam, realiseert landelijk bouwwerken in de sectoren utiliteitsbouw, industrie, woningbouw, restauratie en verbouw/onderhoud/renovatie. Naast het coördineren van nevenaannemers treedt J.P. van Eesteren ook op als contractant van integrale projecten. Bij de procesanalyse is uitgegaan van twee projecten waarbij J.P. van Eesteren de coördinatie uitvoerde voor nevenaannemers. De opdracht voor deze nevenaannemers is rechtstreeks gegeven door de opdrachtgever. De omzet liep niet door de boeken van J.P. van Eesteren, net zoals J.P. van Eesteren geen verantwoording had over de projectuitvoer van deze nevenaannemers. Derhalve is het valide om deze werkzaamheden, hoewel uitgevoerd op de projecten, buiten de activiteiten van J.P. van Eesteren te houden. Een belangrijke toegevoegde waarde is het optimaliseren en haalbaar maken van plannen. Het meedenken, aandragen en uitwerken van alternatieve oplossingen zijn sterke punten die J.P. van Eesteren al in een vroeg stadium tot gesprekspartner voor haar opdrachtgevers maken. Een groot deel van de omzet wordt dan ook uitgevoerd in bouwteamverband. Voorts treedt J.P. van Eesteren op als ontwikkelend partner. Samenwerkingsvormen op het gebied van planontwikkeling, Design & Build en Engineering zijn daarvan voorbeelden. Het leeuwendeel van de opdrachten wordt traditioneel uitgevoerd door het inschrijven op een bestek. Dit is dan ook genomen als uitgangspunt bij de procesanalyse. Pagina 8 van 35

9 Processchema Generieke bouwprojecten nieuwbouw & renovatie Input Functie Output Paarse activiteit betekent significante CO 2 uitstoot. start Ontvangst van bestek 1. Maken van begroting / aanbieding (Succesvolle) Aanbieding. 2.Leveringen 3. Mobiliseren bouwplaats 4. Hijskraan & Bouwkeet, Div. periodiek onderhoud. 5. Aanvoer van damwanden - riolering 6. Voorbereidend grondwerk 7. Afvoer van grond & afval 8. Materialen 9, Ruwbouw 10. Materialen: dakdelen, bliksembeveiliging - geveldelen 11. Daken & gevels 12. Bouwafval, puin, verpakkings materiaal. 13. Materialen: Roltrappen liften - etc 14. Ruwe afbouw 12. Bouwafval, puin, verpakkings materiaal. 15. Bouwdrogers 16. Coördinatie voor leveranciers opdrachtgever 17. Afbouw 12. Bouwafval, puin, verpakkings materiaal. 18. Eerste oplevering Restpuntenlijst. Restpuntenlijst 19. Restpunten 20. Transport 21. Demobiliseren 22. Oplevering / einde Pagina 9 van 35

10 Processpecificatie Nr. Activiteit Beschrijving generieke bouwprojecten nieuwbouw & renovatie 1 Maken van begroting / aanbieding Op basis van een ontvangen (STABU)bestek wordt een projectplan en een begroting gemaakt. Ten behoeve van de begroting en de bijbehorende offerte zullen enkele mensen werkzaamheden uitvoeren op het hoofdkantoor, alsmede worden van verschillende leveranciers offertes aangevraagd. Veel van deze communicatie zal elektronisch verlopen en heeft derhalve een laag ingeschat gevolg voor de CO 2 - uitstoot 2 Leveringen De leveringen die hier zijn bedoeld, betreffen de materialen op de bouwplaats die dienen voor het kwartier maken: de bouwkeet/directiekeet, de hijs(toren)kraan, hekken, schuttingen, enz. Veel van deze leveringen worden gegroepeerd aangeleverd en worden uitgevoerd door de Materieel Dienst Bergambacht: deze valt binnen de organisational boundary en heeft een eigen CO 2 -opgave in het kader van de CO 2 -prestatieladder. Het aantal transportbewegingen zal zijn gelimiteerd tot enkele vrachtwagenladingen. 3 Mobiliseren bouwplaats 4 Hijskraan & Bouwkeet, Div. periodiek onderhoud. 5 Aanvoer van damwanden - riolering 6 Voorbereidend grondwerk 7 Afvoer van grond & afval Het mobiliseren op de bouwplaats bestaat uit het opbouwen van de bouwkeet/directiekeet. De panelen die hiervoor worden gebruikt, zijn met mankracht te tillen, eventueel zal met behulp van een (mobiele) kraan enkele delen worden getild indien daar aanleiding toe is. Hekken, schuttingen en rijplaten worden over het algemeen met de kraan op een vrachtauto gelost en direct op de plaats neergezet. Gedurende het project zijn de hijs(toren)kraan en de bouwkeet de grote kostenposten voor het energieverbruik. Uit projectramingen blijkt dat tot 40% van het elektriciteitsverbruik voor rekening komt van de torenkraan, 20% voor de bouwkeet en de restende 40% voor de rest van de bouw, inclusief onderaannemers. De torenkraan wordt inclusief de kraandrijver betrokken bij een leverancier, en staat onder aansturing van de projectleider van J.P. van Eesteren. Wanneer op een locatie wordt gebouwd waar door de energiemaatschappij nog geen bouwstroom kan worden geleverd, zal met behulp van aggregaten plaatselijk elektriciteit worden opgewekt. Het periodiek onderhoud van de hijskraan, aggregaten en dergelijke zal wekelijks plaatsvinden door MDB. Het aanvoeren van damwanden en rioleringsdelen kunnen afhankelijk van de hoeveelheid een grote hoeveelheid aan transportbewegingen opleveren. Voordat een object in Nederland kan worden gebouwd, is een hoeveelheid voorbereidend grondwerk noodzakelijk: aanleggen van damwanden, bemaling van grondwater, afgraven van een bouwput, aanleggen van af en aanvoerwegen, aanleggen van leidingen voor gas, water, licht en data, alsmede de aanleg van riolering en hemelwaterafvoer. Het grondverzet gebeurt door diesel aangedreven machines, hiermee wordt significant CO 2 uitgestoten. Veelal zal worden getracht de hoeveelheid grond die wordt afgegraven binnen het werk te hergebruiken. Wanneer de grond is vervuild, zal hier een extra reinigingsstap worden doorlopen. In alle gevallen zal de grond via de weg worden getransporteerd. Als stelregel kan worden genomen dat er per auto m 3 grond kan worden vervoerd. 8 Materialen De aanvoer van materialen voor de ruwbouw vormt en groot deel van het transportdeel van de waardeketen. Alle delen van de (ruw)bouw worden via de weg aangeleverd, hetzij in prefabdelen danwel in de vorm van grondstof. Hieronder vallen bijvoorbeeld de vloerdelen, prefab wanden, kolommen en balken. Pagina 10 van 35

11 9 Ruwbouw In de ruwbouw wordt het casco van het gebouw gevormd. Dit begint bij de fundering, stalen delen, prefab betonnen delen en ter plekke gestort beton. Tijdens de productie van beton en cement wordt een significante hoeveelheid CO 2 uitgestoten; hiervan is in verschillende onderzoeken al gewag van gemaakt. 10 Materialen: dakdelen, bliksembeveiliging - geveldelen Nadat het casco staat worden andere delen toegevoegd: daken, bliksembeveiliging, geveldelen. De geveldelen worden veelal prefab aangeleverd, afhankelijk van de soort gevel die wordt toegepast. Het dak wordt in delen aangeleverd en ter plaatse geplakt. 11 Daken & gevels Ten behoeve van daken en gevels wordt per definitie veel hijswerk verricht. Het monteren van de onderdelen tot één geheel is beperkt in de zin van CO 2 uitstoot. Bij het plakken van bitumen voor het dak wordt een hoeveelheid gas gebruikt voor branders. Eindresultaat van deze fase is het wind- en waterdicht opleveren van het gebouw. 12 Bouwafval, puin, verpakkingsmateriaal. 13 Materialen: Roltrappen liften etc Bij deze fase in de bouw ontstaat een hoeveelheid verpakkingsafval en restafval. De hoeveelheden afval worden door het afvalverwerkingsbedrijf opgehaald en per afvalstroom geregistreerd. De bron van het afval is door de centrale gesorteerde afvalverzameling niet langer te achterhalen. De grote installatiedelen worden zo spoedig mogelijk in de afbouwfase gemonteerd. Hierbij moet worden gedacht aan de liften en roltrappen. Het aanleveren hiervan gebeurt met enkele vrachtautoladingen. 14 Ruwe afbouw In de ruwe afbouwfase is het pand grotendeels wind- en waterdicht. Cementdekvloeren worden gestort incl. eventueel stucwerk. 15 Bouwdrogers Door de toepassing van cement, beton en gips waarin veel water verwerkt zit, is het noodzakelijk dat er wordt geventileerd om het water via verdamping af te voeren. Aangezien warme lucht meer water kan opnemen dan koude lucht, alsmede dat veel bewerkingen een minimale temperatuur vereisen, wordt zeer veel energie verbruikt bij het bouwdrogen. Dit bouwdrogen volgt vaak uit de eis van de opdrachtgever m.b.t. de doorlooptijd van het project. 16 Coördinatie voor leveranciers opdrachtgever Als eerst aanwezige bouwonderneming met een groot aandeel, waarbij de planning van het civiele bouw gedeelte leidend is voor de overige (neven)aannemers, verzorgt J.P. van Eesteren veelal de coördinatie namens de opdrachtgever. Het subtiele verschil is dat de opdrachtgever rechtstreeks opdrachten verleend aan de nevenaannemers, waarmee J.P. van Eesteren contractueel niet aansprakelijk is. 17 Afbouw Tijdens de afbouwfase worden door (vnl.) de nevenaannemers werkzaamheden verricht om de fijne afbouw van het gebouw te verrichten. Denk hierbij aan de elektrotechnische, werktuigbouwkundige en installatietechnische werkzaamheden. Deze fase levert vrij veel verpakkingmateriaal en restafval op. Tevens is er veel verkeer van lev. s/medewerkers die elk hun eigen deel van de levering verzorgen. 18 Eerste oplevering Bij de eerste oplevering wordt met de opdrachtgever en de ontwerpverantwoordelijke deel voor deel het pand doorgenomen om ter plekke te bezien of de kwaliteit van het werk zijn verricht naar de eisen zoals gesteld in het bestek. De lijst met restpunten vormt een deel van het contract, eerst nadat de restpunten zijn opgelost, wordt de laatste betaling vrijgegeven en is het werk geheel overgedragen aan de opdrachtgever. 19 Restpunten Iedere leverancier die in zijn deel van de levering werkzaamheden dient te verrichten om tot acceptatie van het werk te komen (het verhelpen van de restpunten), moet zijn eigen deel vervolmaken. Resultaat van dit deel is een oplevergereed werk. Pagina 11 van 35

12 20 Transport Dit transport betreft het ophalen van alle delen die tijdens de bouw zijn gebruikt: de hekken, bouwkeet, torenkraan, aggregaten enz. Een deel van deze materialen zal gedurende de bouw al zijn opgehaald. 21 Demobiliseren Alle eigen middelen van de bouwondernemening worden afgebroken en opgehaald. Het terrein wordt opgeleverd volgens contractuele afspraken. 22 Oplevering / einde Het formele opleveren betekend de overdracht van het werk en het vervolmaken van de contractvoorwaarden. Pagina 12 van 35

13 Kwantificering CO 2 -emissies Voor de kwantificering van de productie van CO 2 is primair gebruik gemaakt van de gegevens van het voorbeeldproject LNV. De uitstoot van CO 2 als gevolg van vervoer is verkregen door middel van het koppelen van de leverancierslijst met de aanwezigheidsregistratie. De opgave van bouwdrogen en torenkranen volgt uit de energie-audit en de facturen van de leveranciers. De uitstoot van diverse apparatuur volgt uit de opgave van de betreffende onderaannemers. De afvalstromen zijn conform de opgave van de afvalverwerker. CO 2 Aantal Eenheid Calculatie Conversiefactor (1) Eenheid CO 2 (kg) Uitstoot van vervoer Vervoer volgens berekening & opgave ,3 Uitstoot van bouwdrogen (*) Dieselverbruik 6.424,5 liter X g CO 2 / liter ,8 Electraverbruik 9.188,5 kwh X 615 g CO 2 / kwh 5.650,9 Uitstoot van torenkranen (*) ,0 kwh X 615 g CO 2 / kwh ,9 Uitstoot bouwkeet Electra ,0 kwh 615 g CO 2 / kwh ,3 Aardgas 7.166,0 m 3 X g CO 2 / m ,0 Uitstoot telekraan 90 dagen * 5 uur á 11,75 liter 5.287,5 liter X g CO 2 / liter ,3 Uitstoot diverse appartuur Compressor 456,0 liter X g CO 2 / liter 1.429,6 Graafmachine & shovel 48,0 liter X g CO 2 / liter 150,5 Verreiker 128,0 liter X g CO 2 / liter 401,3 15 Afvalstromen: Plastic 0,0 kg 0g CO 2 / kg Papier & karton 5.140,0 kg 0g CO 2 / kg Ongesorteerd BSA ,0 kg 0g CO 2 / kg Puin ,0 kg 0g CO 2 / kg Hout ,0 kg 0g CO 2 / kg Bedrijfsafval ,0 kg 0g CO 2 / kg Totale emissie van CO 2 in voorbeeldprojecten [in kg] ,7 1: Bron: ProRail document "CO 2 -conversiefactoren ProRail versie 1, mei 2009" *: Bron: Energieaudit / omzetratio 2009 Pagina 13 van 35

14 Wanneer de verschillende bronnen worden vergeleken, blijkt dat het gezamenlijke vervoer de grootste post is binnen het totaal (57%). Direct gevolgd door droogstoken (10 en 3%, gecombineerd zelfs de grootste) en de torenkranen (6%). Dit laat zich verklaren doordat de torenkranen vertikaal transport verrichten en dat droogstoken een thermisch proces is. Bij vertikaal transport dient de zwaartekracht overwonnen te worden en bij een thermisch proces is warmte betrokken. Als gevolg van de natuurwetten kost dit energie en derhalve CO 2 uitstoot. Gebaseerd op de bovenstaande gegevens is besloten om de eerste levenscyclusanalyse te uit te voeren over het droogstoken, dat tevens een post is uit de categorie Extraction and production of purchased materials and fuels. Voor de tweede levenscyclusanalyse is besloten kozijnen als onderwerp te kiezen. Hoewel het aandeel beton groter is, is doordat er al vergelijkbare analyses van prefab beton en in-situbeton gepubliceerd zijn besloten dat dit een onvoldoende aanvulling is op de bestaande (gepubliceerde) kennis en inzichten: het zou niet zinvol bijdragen aan het voortschrijdend maatschappelijk inzicht. Pagina 14 van 35

15 Product levenscyclus analyse 1: In het kader van deze ketenanalyse is wordt de activiteit bouwdrogen onderzocht. Deze activiteit is gekozen, omdat het bouwdrogen een significant deel van de CO 2 -uitstoot voor zijn rekening neemt. De apparatuur voor bouwdrogen wordt geleverd door een gespecialiseerde leverancier. Deze kent hierbij tevens een belangrijke rol ten aanzien van het dimensioneren en plaatsen van bouwdrogers. Ook de levering van de benodigde energie kan hierin zijn opgenomen, danwel door de opdrachtgever worden aangeleverd. Hiermee is het een levering door derden, waarmee de bijbehorende CO 2 emissie in scope 3 plaats vindt. Voor het bouwdrogen zal voornamelijk de gebruiksfase van de droogapparatuur worden bezien, omdat dit de grootste post van uitstoot is. Waarom bouwdrogen? Tijdens de bouw van moderne gebouwen wordt er een grote hoeveelheid water verwerkt. Dit water komt uit nat gestort beton en cement van de constructie en dekvloeren. Voordat een gebouw wind- en waterdicht is, kunnen tevens grote hoeveelheden hemelwater het gebouw binnendringen. Ook verf, lijm en stucwerk bevat veel vocht dat het gebouw dient te verlaten. Voor veel werkzaamheden is een bepaalde spreiding van luchtvochtigheid noodzakelijk (een maximum en minimum percentage relatieve luchtvochtigheid). Hieronder valt onder andere het schilderen. Ook voor het gieten van dekvloeren is vaak een bepaalde vochtigheidsgraad van de ondervloer nodig. Daarnaast geldt dat in winterse omstandigheden tevens een minimumtemperatuur benodigd is voor de verschillende werkzaamheden. Het afvoeren van bouwvocht gebeurt door middel van verdamping. Het in de constructie aanwezige vocht zal verdampen en worden opgenomen door de omringende lucht. De snelheid waarin de verdamping plaatsvindt, is afhankelijk van een aantal factoren: De relatieve luchtvochtigheid van de omringende lucht; De absolute temperatuur van de lucht; De snelheid waarmee de omringende lucht langs het oppervlak stroomt; De oppervlakte van het te drogen object in relatie tot de hoeveelheid vocht die het object bevat. Methodes van bouwdrogen. De beste methode om een gebouw droog te krijgen, is continue en gelijkmatig te verwarmen en veel te ventileren. Deze methode is echter tijdconsumerend. Vaak zal gedurende de bouw sneller moeten worden gedroogd om de bouwtijd te verkorten. Er bestaan een aantal methodes om de droogtijd te bekorten. Hierbij wordt uitgegaan van de situatie dat de bouwlocatie wind- en waterdicht is gemaakt; hetzij door de bouwkundige gevels en ramen, hetzij door tijdelijke schermen te plaatsen in de uitsparingen/gaten in de gevel: Verhogen van de luchttemperatuur, waardoor er meer vocht per m 3 lucht kan worden opgenomen; Het verlagen van de luchtvochtigheid van de aanwezige lucht waardoor de aanwezige lucht weer vocht kan opnemen; Het in beweging brengen van de luchtmassa waardoor door de aanwezige lucht meer vocht wordt opgenomen. Pagina 15 van 35 Maandgemiddelde temp. NL

16 Het aanwezige vocht in het gebouw dat dient te worden afgevoerd, zal dat doen in de vorm van waterdamp. Uiteraard kunnen plassen water met een trekker en/of waterzuiger worden verwijderd; dit valt buiten de grenzen van dit onderzoek. Het verdampte water zal door de omringende lucht worden geabsorbeerd. De mate waarin de waterdamp door de lucht kan worden geabsorbeerd, is afhankelijk van hoeveel vocht reeds in de lucht aanwezig is en hoeveel vocht er nog in kan worden opgenomen. Deze hoeveelheid is afhankelijk van de luchtdruk en luchttemperatuur. Voor het gemak nemen we aan dat de luchtdruk constant is met een druk van 1013,2 hectopascal (=millibar). De temperatuur in Nederland varieert tussen -5 C en +25 C met een gemiddelde van 10,5 C in het jaar 2009 (KNMI de Bilt). Bij de variabele temperatuur geldt een relatieve luchtvochtigheid. De relatieve luchtvochtigheid is een verhouding die aangeeft hoeveel waterdamp de lucht bij de heersende temperatuur bevat ten opzichte van de maximale hoeveelheid die er in een bepaalde hoeveelheid lucht (bij die temperatuur) kan. Een waarde van 100% wijst op een maximale hoeveelheid waterdamp: de lucht is dan verzadigd. Bij een relatieve luchtvochtigheid van 50% bevat de lucht bij de heersende temperatuur de helft van de maximaal mogelijke hoeveelheid waterdamp. De hoeveelheid vocht die lucht kan bevatten, is, zoals beschreven, mede afhankelijk van de temperatuur. Professor R.Mollier heeft dit onderzocht en de bevindingen uitgezet in een enthalpiediagram: Het H-X diagram. Dit diagram is tegenwoordig alom bekend als het Mollierdiagram. Gemiddelde relatieve luchtvochtigheid (NL) 1 Uit het diagram blijkt dat de absolute hoeveelheid waterdamp in de lucht progressief toeneemt bij oplopende temperaturen. Ten behoeve van de relatieve luchtvochtigheid hoeven slechts de blauwe lijnen te worden gevolgd: op de verticale as staat de temperatuur uitgezet. Volg de horizontale lijn totdat de betreffende relatieve luchtvochtigheid is bereikt. Vertikaal onder dit snijpunt is te lezen hoeveel gram water per kilogram lucht wordt gevonden. 1m 3 lucht in standaard atmosfeer bevat gram lucht. Mollier diagram 1 Pagina 16 van 35

17 Een uitgewerkt rekenvoorbeeld is hieronder weergegeven: Stel: een omgevingstemperatuur van 20 C bij een relatieve luchtvochtigheid van 80%. Vanuit het snijpunt van 20 C en 80% RV is recht naar beneden te lezen dat dit 10,4 gram water per kilogram lucht bevat. Deze lucht wordt met 15 C gekoeld naar 5 C. Bij een temperatuur van 14 C zal de lucht zijn verzadigd en bij verder afkoelen zal deze lucht condenseren. Lucht bij 5 C bevat nog 5,4 gram water per kilogram lucht. Dat wil zeggen dat 5 gram water is gecondenseerd en uit de lucht is gehaald. De warmte die uit de lucht is gehaald, wordt er verderop weer aan toegevoegd waardoor de lucht weer opwarmt naar 20 C. De bijbehorende relatieve luchtvochtigheid is nu circa 38%. Een belangrijke conclusie is dat een omgevingstemperatuur onder de 5 C onvoldoende water kan bevatten om zinvol te ontvochtigen en dat lucht boven de 20 C significant meer vocht kan bevatten. Een ideale onvochtigingssituatie zal dus een combinatie bevatten van verwarming, condensatiedrogers en ventilatie. Soorten droging Er bestaan verschillende soorten van droging. Deze zijn gebaseerd op verschillende principes. Bouwdroger (koeldrogen): Bij een bouwdroger wordt gecondenseerd gas via een expansie-eenheid ingespoten in een verdamperblok waar het verdampt. Hiervoor is warmte nodig, dat aan de passerende lucht wordt onttrokken. De vochtige lucht uit de ruimte wordt over de verdamper gezogen, waar het heftig wordt afgekoeld, waardoor het water in de lucht condenseert. Het water wordt afgevoerd. De koude lucht wordt hierna door het condensorblok weer opgewarmd en als droge, warme lucht de ruimte weer ingeblazen. De warmte die hiervoor benodigd is, komt uit de compressie van het verdampte koelgas. Het proces is hiermee in thermisch opzicht neutraal. Bij een ruimte temperatuur van 14ºC en lager komt de verdampingstemperatuur van de koeldroger onder 0ºC. Gevolg hiervan is dat er rijpvorming op de kondensor ontstaat en de kondensdroger periodiek in een ontdooifase terecht komt (wel energie verbruik, geen droogrendement) Naarmate de ruimte temperatuur lager wordt, worden de ontdooicyclussen steeds periodieker en langer. (adsorptiedrogers) De sorptiedroger bevat een roterende kern (rotor) van hygroscopisch materiaal. De ruimtelucht wordt door deze rotor geblazen met een ventilator. De rotor neemt een groot deel van het aanwezige vocht uit de ruimtelucht op. De rotor draait met een snelheid van ca. 6 omwentelingen/uur langs een verwarmde kamer. Met een tweede ventilator wordt deze warmte door de rotor geblazen met als doel deze te drogen. Het vocht wordt opgenomen door deze verwarmde lucht en direct buiten de ruimte afgevoerd, of via een condensor gecondenseerd). Bij een intrede conditie vanaf 14ºC tot 5ºC is deze droog methode aanmerkelijk efficiënter dan de traditionele bouwdroger. Deze toepassing behoeft geen periodieke ontdooi cyclus zoals bij een koeldroger waardoor het droog rendement/resultaat gunstiger wordt naarmate de ruimte temperatuur daalt. Vanaf een constructie temperatuur van 5ºC sluiten de poriën in de constructie waardoor de vochtafgifte geringer wordt Warmtekanon: Bij een warmtekanon wordt de aanwezige lucht door verbranding van een brandstof verwarmd. Warme lucht kan aanzienlijk meer vocht bevatten dan koude lucht. Lucht van 30 C kan drie keer zoveel vocht bevatten als lucht van 10 C. Deze brandstof kan zowel vloeibaar als gasvormig zijn. Tegenwoordig worden vooral indirect gestookte warmtekanonnen gebruikt, enerzijds om te voorkomen dat de door verbranding gevormde waterdamp weer in het pand komt, anderzijds om risico s als gevolg van slechte verbranding te voorkomen: denk hierbij aan roetvorming en koolmonoxide. Pagina 17 van 35

18 Ventilatie: Door de (nog niet met vocht verzadigde) lucht te laten circuleren, zal meer vocht in het beschikbare volume lucht worden opgenomen. Het voldoende circuleren van droge warme lucht draagt in grote mate bij aan snellere droging Adsorptiedrogers: Een methode die in de (nieuw)bouw niet direct wordt toegepast, zijn chemische absorptiedroger op basis van silicagel. Deze methode is zeer goed voor lage temperaturen en lage luchtvochtigheids-percentages. Voor een condensdroger is een veel lagere elektrische aansluitspanning voldoende, het geen belangrijk is uit oogpunt van energiebesparing. Het omslagpunt waarbij een adsorptiedroger efficiënter is dan een condensdroger, ligt bij ca C. De ruimtelucht bereikt dan zelf bijna het verzadigingspunt van 100% R.V. en zal daardoor nauwelijks water opnemen. Alternatieven: Gebruik maken van de gebouwverwarming Door gebruik te maken van de gebouwverwarming zal een goede verdeling van de toegevoerde warmte zorgen voor een optimale droging. Dit is mogelijk bij renovatie, bij nieuwbouw is dit vaak niet mogelijk. Microwave drogen Het droge met behulp van microgolfstralen is een methode die kan worden toegepast voor snelle lokale droging. Hierbij ontstaat warmte binnenin het materiaal. Het voordeel is dat dit lokaal kan worden gebruikt met snelle droogtijden, het nadeel is dat het onder constante controle moet plaatsvinden vanwege de potentieel gevaarlijke straling die wordt gebruikt. Infrarood drogen Een alternatieve manier van drogen is het gebruiken van infrarood, bijvoorbeeld bij gipsbeton blokken. Door de panelen worden de blokken verwarmd tot 40 a 50 C. Hierdoor wordt de dampdruk in het materiaal vergroot waardoor het vocht uit het materiaal zal ontsnappen. Deze methode is bruikbaar voor specifieke toepassingen. Deze drie alternatieven laten we buiten beschouwing bij de kwantificering van CO 2 bij bouwdrogen. Pagina 18 van 35

19 Toepasbaarheid De keuze tussen de verschillende vormen van droging zal afhangen van een aantal factoren: 1 Hoeveelheid vocht; 2 Beschikbare tijd; 3 De omgevingsfactoren. We onderkennen een achttal verschillende situaties gebaseerd op deze drie vrijheidsgraden. Ter wille van de duidelijkheid gaan we uit van de extremen. In de praktijk zullen de meeste situaties zich op een punt binnen dit spectrum bevinden. De acht gevonden mogelijkheden zijn: 1 Veel vocht, veel beschikbare tijd, winter; 2 Weinig vocht, veel beschikbare tijd, winter; 3 Veel vocht, veel beschikbare tijd, zomer; 4 Weinig vocht, veel beschikbare tijd, zomer; 5 Veel vocht, weinig beschikbare tijd, winter; 6 Weinig vocht, weinig beschikbare tijd, winter; 7 Veel vocht, weinig beschikbare tijd, zomer; 8 Weinig vocht, weinig beschikbare tijd, zomer. Veel vocht, veel beschikbare tijd, winter Bij veel vocht en veel beschikbare tijd in de winter is de omgevingstemperatuur laag en veelal ook de relatieve luchtvochtigheid. Het verwarmen van de ruimte zal resulteren in afvoer van vocht. Weinig vocht, veel beschikbare tijd, winter Bij weinig vocht en veel beschikbare tijd kan natuurlijke ventilatie of alleen geforceerde ventilatie al zorgen voor afvoer van vocht. Vaak zal worden bijgestookt ten behoeve van werkbare omstandigheden. Veel vocht, veel beschikbare tijd, zomer Veel vocht en veel beschikbare tijd in de zomer is een situatie die zich leent voor veel ventilatie. Weinig vocht, veel beschikbare tijd, zomer Bij weinig vocht en veel beschikbar tijd kan het lonend zijn om uitsluitend de vochtige plaatsen te behandelen. Verdere behandeling is overbodig. Pagina 19 van 35

20 Veel vocht, weinig beschikbare tijd, winter Veel vocht bij weinig beschikbare tijd vraagt om de grootste inspanning. Hierbij zal de temperatuur binnen het gebouw dusdanig gemaakt moeten worden dat er voldoende vochtopname mogelijk is, terwijl er tegelijkertijd zal moeten worden ontvochtigd en geventileerd. Weinig vocht, weinig beschikbare tijd, winter Bij weinig vocht en weinig beschikbare tijd moet afhankelijk van de temperatuur volcontinue worden geventileerd waarbij de temperatuur dient te worden gecontroleerd. Een gelijkmatige verdeling van de droge lucht is daarbij van groot belang. Wellicht zelfs belangrijker dan verwarming en ontvochtiging. Te hoge verwarming zonder ventilatie kan leiden tot condensatie van vocht in koude hoeken. Veel vocht, weinig beschikbare tijd, zomer Veel vocht, weinig tijd in de zomer: de temperatuur is relatief hoog. Hierdoor zal de lucht veel vocht kunnen bevatten. Condensdrogers zullen hierbij veel vocht uit de lucht nemen. Weinig vocht, weinig beschikbare tijd, zomer Bij weinig vocht in de zomer is het waarschijnlijk een plaatselijke situatie. Hier kan met lokale droging op verschillende wijzen worden ontvochtigd. De verschillende vormen van drogen staan hieronder schematisch weergegeven. Het is door de sterk wisselende omgevingsfactoren niet mogelijk om een sluitende berekening te maken van een concreet en feitelijk voorbeeld om daarmee de werkelijke uitstoot van het drogen van een gebouw aan te tonen. Pagina 20 van 35

J.P. van Eesteren B.V.

J.P. van Eesteren B.V. CO 2 prestatieladder J.P. van Eesteren B.V. Plan van aanpak ketenreducties door J.P. van Eesteren Missie: Samen bouwen aan CO 2 reductie Door: J.A. van Hamburg Versie: 3.0 Datum: 11 januari 2013 Distributielijst

Nadere informatie

Ketenanalyse rapport Bouwdrogen en Kozijnen. door J.P. van Eesteren

Ketenanalyse rapport Bouwdrogen en Kozijnen. door J.P. van Eesteren CO 2 prestatieladder Ketenanalyse rapport Bouwdrogen en Kozijnen door J.P. van Eesteren Missie: Samen bouwen aan CO 2 reductie Opgesteld: 10 december 2010. Gewijzigd: 18 januari 2013 (o.b.v. SKAO handboek

Nadere informatie

Aanleg van nutsvoorzieningen

Aanleg van nutsvoorzieningen 3: Analyse van GHG-genererende (ketens van) activiteiten Afdeling KAM Blad 1 van 11 Aanleg van nutsvoorzieningen Blad 2 van 11 Voorwoord In het kader van de gestelde eisen in de CO 2 -prestatieladder van

Nadere informatie

Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam"

Ketenanalyse Afval in project Nobelweg te Amsterdam Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 4.A.1_2 Ketenanalyse afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 1/16 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten Van

Nadere informatie

Ketenanalyse Papier. Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1

Ketenanalyse Papier. Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 2015 Ketenanalyse Papier Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Ketenanalyse papier... 4 1.1 Keten van papier... 4 2.2 Identificeren

Nadere informatie

Ketenanalyse stalen buispalen 2013

Ketenanalyse stalen buispalen 2013 Ketenanalyse stalen buispalen Genemuiden Versie 1.0 definitief \1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Leeswijzer 3 De -prestatieladder 4.1 Scopes 4. Niveaus en invalshoeken 5 3 Beschrijving van de waardeketen

Nadere informatie

KLIMAATTRANSPARANTIE

KLIMAATTRANSPARANTIE KLIMAATTRANSPARANTIE GEBOUWEN CO 2 Footprint Rapportage Volledig 2014 ACO BV Doetichem Werkmaatschappij Versie 1.0 11-03-2015 INLEIDING Carbon Footprint staat synoniem voor CO 2 -voetafdruk of CO 2 -emissie

Nadere informatie

1 Inleiding. Buro Cleijsen Pagina 1 van 9

1 Inleiding. Buro Cleijsen Pagina 1 van 9 1 Inleiding In het kader van het behalen van niveau 4 op de CO2-Prestatieladder voert de KoningGroep twee analyses uit van een GHG (Green House Gas) genererende keten. De dominantie analyse en de keten

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan. 24 september 2015

Energiemanagement actieplan. 24 september 2015 Energiemanagement actieplan 24 september 2015 Energie Management Actieplan 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Reductiedoelstellingen 4 2.1 Bedrijfsdoelstelling 4 2.2 Scope 1 4 2.3 Scope 2 4 2.4 Scope

Nadere informatie

Inhoud. Pagina 2 van 7

Inhoud. Pagina 2 van 7 Energie Audit 2014 Inhoud 1. Introductie... 3 2. Doelstelling... 3 3. Energie-aspecten... 3 Uitstoot door procesemissies... 3 Uitstoot door fabriek installaties... 3 Uitstoot vanuit de kantoorpanden...

Nadere informatie

KLIMAATTRANSPARANTIE

KLIMAATTRANSPARANTIE KLIMAATTRANSPARANTIE GEBOUWEN CO 2 Footprint Rapportage Volledig 2012 ACO BV Doetichem Werkmaatschappij Versie 1.0 08-04-2013 INLEIDING Carbon Footprint staat synoniem voor CO 2 -voetafdruk of CO 2 -emissie

Nadere informatie

KETENANALYSE DIESELVERBRUIK SCOPE 3 EMISSIE

KETENANALYSE DIESELVERBRUIK SCOPE 3 EMISSIE KETENANALYSE DIESELVERBRUIK SCOPE 3 EMISSIE Erp, december 2014 Opgesteld door: R. Kanner (intern) A. Heerkens (extern) Geaccordeerd door: B. Kerkhof Namens de directie INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 1.1 Scope

Nadere informatie

KLIMAATTRANSPARANTIE

KLIMAATTRANSPARANTIE KLIMAATTRANSPARANTIE GEBOUWEN CO 2 Footprint Rapportage Volledig 2011 ACO BV Doetichem Werkmaatschappij Versie 1.0 19-04-2012 INLEIDING Carbon Footprint staat synoniem voor CO 2 -voetafdruk of CO 2 -emissie

Nadere informatie

Ketenanalyse Transport

Ketenanalyse Transport 2015 Ketenanalyse Transport Rapportage: KAS 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.2 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Doel... 4 2.1 Data inventarisatie... 4 2.2 Identificeren van partners

Nadere informatie

CO₂-nieuwsbrief. De directe emissie van CO₂ - vanuit scope 1 is gemeten en berekend als 1.226 ton CO₂ -, 95% van de totale footprint.

CO₂-nieuwsbrief. De directe emissie van CO₂ - vanuit scope 1 is gemeten en berekend als 1.226 ton CO₂ -, 95% van de totale footprint. Derde voortgangsrapportage CO₂-emissie reductie Hierbij informeren wij u over de uitkomsten van onze Carbon Footprint en de derde CO₂ -emissie inventarisatie, betreffende de periode van juni 2014 tot en

Nadere informatie

KLIMAATTRANSPARANTIE

KLIMAATTRANSPARANTIE KLIMAATTRANSPARANTIE GEBOUWEN CO 2 Footprint Rapportage Volledig 2013 ACO BV Doetichem Werkmaatschappij Versie 1.0 18-03-2014 INLEIDING Carbon Footprint staat synoniem voor CO 2 -voetafdruk of CO 2 -emissie

Nadere informatie

CARBON FOOTPRINT 2014

CARBON FOOTPRINT 2014 CARBON FOOTPRINT 2014 HOGESCHOOL UTRECHT 16 april 2015 078353524:A - Definitief C05013.000012.0500 Inhoud 1 Uitgangspunten... 3 1.1 Boundaries... 3 1.2 Scope definitie... 3 1.3 Gehanteerde uitgangspunten...

Nadere informatie

Carbon Footprint Rapportage H1-2014

Carbon Footprint Rapportage H1-2014 Carbon Footprint Rapportage H1-2014 Naam Paraaf Datum Steller W.B.R. Weening November 2014 Inhoudsopgave D38.Carbon Footprint Report H1-2014.doc 1. Inleiding... 3 2. Afbakening... 4 2.1 Organisatiegrenzen...

Nadere informatie

Becommentariëring ketenanalyse Schreuder Beheer B.V. inzake CO 2 -Prestatieladder

Becommentariëring ketenanalyse Schreuder Beheer B.V. inzake CO 2 -Prestatieladder 74100130-PGR/R&E 11-2658 Becommentariëring ketenanalyse Schreuder Beheer B.V. inzake CO 2 -Prestatieladder Arnhem, 21 november 2011 Auteur: R.G. Catau In opdracht van Schreuder Beheer B.V. KEMA Nederland

Nadere informatie

Scope 1 doelstelling Scope 2 doelstelling Scope 1 en 2 gecombineerd 5% CO 2- reductie. 30% CO 2- reductie in 2016 6% CO 2 -reductie in 2016 ten

Scope 1 doelstelling Scope 2 doelstelling Scope 1 en 2 gecombineerd 5% CO 2- reductie. 30% CO 2- reductie in 2016 6% CO 2 -reductie in 2016 ten B. Kwantitatieve doelstellingen & beleid 1 INLEIDING Verhoef wil concreet en aantoonbaar maken dat we ons inspannen om CO 2 te reduceren. Daarvoor hebben wij dit reductiebeleid opgesteld. 2 HET CO 2 REDUCTIE

Nadere informatie

Ketenanalyse project Kluyverweg. Oranje BV. www.oranje-bv.nl. Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0. Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015

Ketenanalyse project Kluyverweg. Oranje BV. www.oranje-bv.nl. Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0. Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015 Ketenanalyse project Kluyverweg Oranje BV Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0 Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015 Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager Autorisatiedatum: 3-12-2015 Naam

Nadere informatie

CO 2 Prestatieladder. Ketenanalyse zand. Aspect(en): 4.A.1

CO 2 Prestatieladder. Ketenanalyse zand. Aspect(en): 4.A.1 CO 2 Prestatieladder Ketenanalyse zand Auteur: Dhr. A.J. van Doornmalen Vrijgegeven: Dhr. A.J. van der Heul Aspect(en): 4.A.1 Datum: 04 april 2014 Inhoudsopgave 1.0 Identificatie... 3 2.0 Doelstelling...

Nadere informatie

Rapportage Scope 3-Emissies Geïdentificeerde en gekwantificeerde emissies conform de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard

Rapportage Scope 3-Emissies Geïdentificeerde en gekwantificeerde emissies conform de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard 2013 Rapportage Scope 3-Emissies Geïdentificeerde en gekwantificeerde emissies conform de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard BRUCO ZEGVELD B.V. HEIFRA B.V. Bruco Zegveld

Nadere informatie

Memo. extern. Beste belanghebbende,

Memo. extern. Beste belanghebbende, Van Spijker Infrabouw B.V. Aan: Alle belanghebbende van Van Spijker Infrabouw B.V. Van: Ester van Spijker / Gerrit Plaggenmars CC: Datum: 10 april 2014 Betreft: Voortgangsrapportage CO 2-prestatieladder,

Nadere informatie

Carbon footprint 2013

Carbon footprint 2013 PAGINA i van 13 Carbon footprint 2013 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2013_2.0 Versie: 2.0 Status: Def Uitgegeven

Nadere informatie

Kwantitatieve reductiedoelstelling

Kwantitatieve reductiedoelstelling CO 2 Prestatieladder Kwantitatieve reductiedoelstelling Auteur: Dhr. A.J. van Doornmalen Aspect(en): 3.B.1, 3.B.2, 4.B.1, 1.D.1 Vrijgegeven: Dhr. A.J. van der Heul Datum: 18 april 2014 Inhoudsopgave 1.0

Nadere informatie

CO₂ Initiatieven. J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Hazerswoude-Rijndijk 03-09 2015. Marco Hoogenboom. Afdeling KAM.

CO₂ Initiatieven. J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Hazerswoude-Rijndijk 03-09 2015. Marco Hoogenboom. Afdeling KAM. CO₂ Initiatieven J.M. de Wit Groenvoorziening BV Hazerswoude-Rijndijk 03-09 2015 Marco Hoogenboom. Afdeling KAM Akkoord directie: Datum: Handtekening: Project Biomeiler september 2015 Deelnemers; Bedrijf:

Nadere informatie

CO-2 Rapportage 2014. Inhoudsopgave. Electrotechnische Industrie ETI bv Vierde Broekdijk 16 7122 JD Aalten Kamer van koophandel Arnhem 09080078

CO-2 Rapportage 2014. Inhoudsopgave. Electrotechnische Industrie ETI bv Vierde Broekdijk 16 7122 JD Aalten Kamer van koophandel Arnhem 09080078 CO-2 Rapportage 2014 Electrotechnische Industrie ETI bv Vierde Broekdijk 16 7122 JD Aalten Kamer van koophandel Arnhem 09080078 Aalten 28-04-2015 Versie 2.2 J.Nannings Directeur Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

Scope 3 Analyse 2011

Scope 3 Analyse 2011 Algemeen gedeelte Blad : 1 van 7 Scope 3 Analyse 2011 Ippel Civiele Betonbouw B.V. Scope 3 Analyse Pag. 1 van 7 Algemeen gedeelte Blad : 2 van 7 INHOUDSOPGAVE Inleiding Stap 1: De hoofdlijnen van de waardeketen

Nadere informatie

Koopmans Bouw b.v. Bank 59.24.39.100. KvK Veluwe en Twente 06038150 ISO 9001 gecertificeerd. Datum 23 april 2012. Behandeld door H.

Koopmans Bouw b.v. Bank 59.24.39.100. KvK Veluwe en Twente 06038150 ISO 9001 gecertificeerd. Datum 23 april 2012. Behandeld door H. Koopmans Bouw b.v. 10 Selectie ketenanalyses CO 2 emissie Marssteden 66 7547 TD Enschede Postbus 461 7500 AL Enschede Telefoon 053-4 600 600 Fax 053-4 600 622 enschede@koopmans.nl www.koopmans.nl Bank

Nadere informatie

SCOPE 3 analyse van GHG genererende (keten) activiteiten

SCOPE 3 analyse van GHG genererende (keten) activiteiten SCOPE 3 analyse van GHG genererende (keten) Inhoud 1. Inleiding... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2. Bedrijf... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3. Energieverbruik en energieverbruikers... Fout!

Nadere informatie

Ketenanalyse Woon- Werkverkeer

Ketenanalyse Woon- Werkverkeer 2014 Ketenanalyse Woon- Werkverkeer Rapportage: KAWWV 2014 Datum: 12 Augustus 2014 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Doel... 4 2.1 Data inventarisatie... 4 2.1.1 Zakelijke

Nadere informatie

Graag informeren wij u over de behaalde resultaten van 2013 inzake de CO 2 -prestatieladder.

Graag informeren wij u over de behaalde resultaten van 2013 inzake de CO 2 -prestatieladder. MDB B.V. 5 Memo Onderwerp CO2-prestatieladder Graag informeren wij u over de behaalde resultaten van 2013 inzake de CO 2 -prestatieladder. Scope 1, directe CO 2-emissies door aardgas, diesel en benzine

Nadere informatie

VOF Van der Heijden & Zn

VOF Van der Heijden & Zn Energie Audit Verslag 2013 Conform 2.A.3 Mei 2014 VOF Van der Heijden & Zn VOF Van der Heijden & Zn Roodakker 4 4016 DB Kapel-Avezaath INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 3 2 BEDRIJFSBESCHRIJVING... 4 2.1 Activiteiten...

Nadere informatie

Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie.

Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie. Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie. Graag informeren wij u over de uitkomsten van onze Carbon Footprint en de derde CO 2 Emissie-inventarisatie, dit alles over 2014. Hierin zijn de hoeveelheden

Nadere informatie

Ketenanalyse Staal in project "De Gagel" Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol

Ketenanalyse Staal in project De Gagel Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Ketenanalyse Staal in project "De Gagel" Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten VBK Groep

Nadere informatie

Ketenanalyse Ketenanalyse Asbestverwijdering

Ketenanalyse Ketenanalyse Asbestverwijdering Ketenanalyse Ketenanalyse Asbestverwijdering Datum: 7-9-2015 Status: definitief Door: QSN, Gea Helms Inhoudsopgave 1. Introductie... 3 1.1 Scope... 3 1.2 Metaalrecycling... 4 1.3 Asbest... 4 2. Keten asbestverwijdering...

Nadere informatie

CARBON FOOTPRINT 2015 Hogeschool Utrecht 3 MAART 2016

CARBON FOOTPRINT 2015 Hogeschool Utrecht 3 MAART 2016 Hogeschool Utrecht 3 MAART 2016 Contactpersonen IR. B. (BAȘAK) KARABULUT Adviseur T +31 (0)88 4261 322 M +31 (0)6 312 02492 E basak.karabulut@arcadis.com Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam

Nadere informatie

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1)

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Directie: K.J. de Jong Handtekening: KAM-Coördinator: D.T. de Jong Handtekening: Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het CO 2 -reductiebeleid van

Nadere informatie

Halfjaarlijkse CO 2 rapportage 2015

Halfjaarlijkse CO 2 rapportage 2015 Halfjaarlijkse CO 2 rapportage 2015 Status: Definitief Datum van uitgifte: 16-08-2015 Datum van ingang: 07-09-2015 Versienummer: 1.0 Inhoud 1. INLEIDING... 3 2. CO 2 EMISSIES 1E HALFJAAR 2015... 4 2.1

Nadere informatie

Energie beoordelingsverslag 2015 11-02-2016

Energie beoordelingsverslag 2015 11-02-2016 Energie beoordelingsverslag 2015 11-02-2016 Energie Beoordelingsverslag 2015 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Bedrijf 4 2.1 Activiteiten 4 2.2 Bedrijfsonderdelen 4 2.3 Factoren die het energieverbruik beïnvloeden

Nadere informatie

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014 Carbon footprint Op basis van de diverse soorten CO 2 -emissies is de totale CO 2 -emissie van Den Ouden Groep berekend. 9,8 38,6 51,6 Diesel personenwagens Diesel combo's en busjes Hybride personen wagens

Nadere informatie

CO2-reductieplan 2015

CO2-reductieplan 2015 CO2-reductieplan 2015 Samen zorgen voor minder CO2 Rapportage 2015 1 Inleiding Dit CO₂-reductieplan heeft, net zoals het volledige energiemanagementsysteem, zowel betrekking op de totale bedrijfsvoering

Nadere informatie

Carbon footprint 2011

Carbon footprint 2011 PAGINA i van 12 Carbon footprint 2011 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2011_1.2 Versie: 1.2 Status: Definitief Uitgegeven

Nadere informatie

Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies

Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies 2013 Inleiding In het kader van de CO 2 prestatieladder is een ketenanalyse uitgevoerd naar de CO 2 productie door verwarming

Nadere informatie

Eis 3.B.1 CO2 Reductiebeleid

Eis 3.B.1 CO2 Reductiebeleid CO2 Reductiebeleid 1 INLEIDING Ons bedrijf wil concreet en aantoonbaar maken dat we ons inspannen om CO 2 te reduceren. Daarvoor hebben wij dit reductiebeleid opgesteld. 2 HET CO 2 REDUCTIE BELEID VAN

Nadere informatie

Rapport 16 oktober 2014

Rapport 16 oktober 2014 CO 2 -EMISSIE INVENTARIS SCOPE 1 EN 2 OVER 2014 AANEMINGSBEDRIJF VAN DER ZANDEN BV EN VAN DER ZANDEN MILIEU BV IN HET KADER VAN DE CO 2 -PRESTATIELADDER Rapport 16 oktober 2014 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING...

Nadere informatie

2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris Netters infra De emissie inventaris van: 2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: AMK Inventis Stef Jonker Datum: april 2014 Concept Versie 1 Maart 2014 Pagina

Nadere informatie

Ketenanalyse asfaltproductie

Ketenanalyse asfaltproductie PAGINA i van 13 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Ketenanlyse_asfaltproductie_2.1 Versie: 2.1 Status: Concept Uitgegeven door: Oosterhof

Nadere informatie

Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland

Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland 1 Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland Auteur: Nick Ooms, Margriet de Jong Bedrijf: Traffic Service Nederland Autorisatiedatum: 17-05-2016 Versie: 1.0 Handtekening autoriserend

Nadere informatie

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Beheermaatschappij B.V. staat zowel interne als externe duurzaamheid hoog op de agenda. Interne duurzaamheid richt zich met name op het eigen huisvestingsbeleid, de bedrijfsprocessen

Nadere informatie

1. Inleiding. 4.B.2 Voortgangsrapportage 1 januari 2015 / 30 juni 2015. CO2 prestatieladder. 25 augustus 2015 versie 1. Inhoud. 1.

1. Inleiding. 4.B.2 Voortgangsrapportage 1 januari 2015 / 30 juni 2015. CO2 prestatieladder. 25 augustus 2015 versie 1. Inhoud. 1. 4.B.2 Voortgangsrapportage 1 januari 2015 / 30 juni 2015 CO2 prestatieladder 25 augustus 2015 versie 1 Inhoud 1. Inleiding 2. Voortgang CO2-emissies 3. Voortgang ten opzichte van reductiedoelstellingen

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Carbon Footprint eerste half jaar 2012

Voortgangsrapportage Carbon Footprint eerste half jaar 2012 Voortgangsrapportage Carbon Footprint eerste half jaar 2012 Van Vulpen B.V. Pagina 1 van 12 Verantwoording Titel jaar 2012 : Voortgangsrapportage Carbon Footprint eerste half Versie : 1.0 Datum : 14-11-2012

Nadere informatie

Ketenanalyse. Aannemingsbedrijf van der Meer. Datum: 4 december 2014. Pagina 1 van 11

Ketenanalyse. Aannemingsbedrijf van der Meer. Datum: 4 december 2014. Pagina 1 van 11 Ketenanalyse Aannemingsbedrijf van der Meer Datum: 4 december 2014 Status: definitief Pagina 1 van 11 Ketenanalyse Aannemingsbedrijf van der Meer B.V. November 2014 Bedrijfsgegevens Bedrijf: Aannemingsbedrijf

Nadere informatie

Ketenanalyse ophoogzand voor MNO Vervat

Ketenanalyse ophoogzand voor MNO Vervat DEFINITIEVE RAPPORTAGE Ketenanalyse ophoogzand voor MNO Vervat Betrokkenen: John Kerstjens Sander Hegger Maxim Luttmer MNO Vervat Groep Vestiging Rotterdam, november 2010 Rapportage Ketenanalyse ophoogzand

Nadere informatie

Energie management Actieplan

Energie management Actieplan Energie management Actieplan Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Auteur: Mariëlle de Gans - Hekman Datum: 30 september 2015 Versie: 1.0 Status: Concept Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Doelstellingen...

Nadere informatie

4.A.1 Ketenanalyse Downstream transport and distribution

4.A.1 Ketenanalyse Downstream transport and distribution 4.A.1 Ketenanalyse Downstream transport and distribution 4.A.1 Ketenanalyse Downstream Transport and Distribution versie 1.1 Pagina 1/7 Verantwoording Titel : Ketenanalyse Downstream transport and distribution

Nadere informatie

Carbon Footprint Rapportage 2014 3.A.1

Carbon Footprint Rapportage 2014 3.A.1 Carbon Footprint Rapportage 2014 3.A.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Afbakening... 3 2.1 Organisatiegrenzen... 3 2.2 Korte beschrijving rapporterende organisatie... 4 3 Inventarisatie CO2-emissies...

Nadere informatie

Scope 3 emissie inventarisatie

Scope 3 emissie inventarisatie Pagina: 1 van 12 Scope 3 emissie inventarisatie Pagina: 2 van 12 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Methode (bepaling relevantie scope 3 emissie categorie)... 4 2.1. Rangorde categorieën scope 3 emissies

Nadere informatie

Energie beoordelingsverslag 2015 20 januari 2016 (definitief)

Energie beoordelingsverslag 2015 20 januari 2016 (definitief) Energie beoordelingsverslag 2015 20 januari 2016 (definitief) Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Bedrijf 4 2.1 Activiteiten 4 2.2 Bedrijfsonderdelen 4 2.3 Factoren die het energieverbruik beïnvloeden 4 3.

Nadere informatie

CO2 Prestatieladder 2014

CO2 Prestatieladder 2014 CO2 Prestatieladder 2014 Brouwers Holding BV en daarmee de bedrijven Adhetec BV en Pro-Emium BV hebben de doelstelling om te voldoen aan niveau één, twee, drie, vier en vijf van de CO2 Prestatieladder

Nadere informatie

Carbon Footprint 2014

Carbon Footprint 2014 Carbon Footprint 2014 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Projectnummer: 550613 Versie: 1.1 Datum: 19-6-2015 Status: Defintief Adres Kievitsweg 13 9843 HA, Grijpskerk Contact Tel. 0594-280 123 E-mail: info@oosterhofholman.nl

Nadere informatie

ENERGIE AUDIT VERSLAG 2014

ENERGIE AUDIT VERSLAG 2014 ENERGIE AUDIT VERSLAG 2014 Inhoud 1. Inleiding... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2. Bedrijf... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3. Energieverbruik en energieverbruikers... Fout! Bladwijzer niet

Nadere informatie

CO 2 emissie inventarisatie januari-juli 2012 (3-A-1)

CO 2 emissie inventarisatie januari-juli 2012 (3-A-1) Gebr. van der Lee CO 2 emissie inventarisatie januari-juli 2012 (3-A-1) CO²- Bewust Directie: E. van der Lee Communicatiemanager: T. Hoebee KAM-Coördinator: A. Werkmeester Lelystad, september 11 Inhoudsopgave

Nadere informatie

De CO2 prestatieladder kent 3 scopes. Deze betreffend de uitstoot van CO2 als gevolg van de volgende activiteiten:

De CO2 prestatieladder kent 3 scopes. Deze betreffend de uitstoot van CO2 als gevolg van de volgende activiteiten: CO2 inventarisatie 2011 Scope 1 & 2 Inleiding: Om te voldoen aan de CO2 prestatieladder van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (afgekort skao) heeft Klaver Fietsparkeervoorziening

Nadere informatie

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 10 2 Beschrijving van de organisatie 10 3 Verantwoordelijke 11 4 Basisjaar en rapportage 11 5 Afbakening 11 6 Directe

Nadere informatie

Aanleg van communicatienetwerken

Aanleg van communicatienetwerken BAM Infratechniek bv 3: Analyse van GHG-genererende (ketens van) activiteiten Afdeling Datum Blad KAM 27 mei 2010 1 van 14 Aanleg van communicatienetwerken Blad 2 van 14 Voorwoord In het kader van de gestelde

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2014 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

14 april 2013 (JF) Energie Management Actieplan 2013 1

14 april 2013 (JF) Energie Management Actieplan 2013 1 Energie Management Actieplan 2013 14 april 2013 (JF) Energie Management Actieplan 2013 1 Inhoudsopgave 6.1 Reductiedoelstellingen 3 6.2 Plan van aanpak 3 6.3 Samenvatting 6 Energie Management Actieplan

Nadere informatie

Review CO 2 reductiesysteem. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1

Review CO 2 reductiesysteem. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1 Review CO 2 reductiesysteem Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Invalshoek A: Inzicht 3 2.1. Footprint berekening 3 2.2. Kwaliteitsmanagement (ISO 14064-1 hoofdstuk

Nadere informatie

CO 2 -update H1 2014. versie 2, 16 maart 2015

CO 2 -update H1 2014. versie 2, 16 maart 2015 CO 2 -update H1 2014 versie 2, 16 maart 2015 INLEIDING De belangrijkste milieu-impact van Beelen is haar CO 2 -uitstoot. Daarom hebben wij reeds in 2011 reductiedoelstellingen voor onze CO 2 -uitstoot

Nadere informatie

EMISSIE- INVENTARIS 2015. 2-mei 2016, www.dehaasmaassluis.nl

EMISSIE- INVENTARIS 2015. 2-mei 2016, www.dehaasmaassluis.nl EMISSIE- INVENTARIS 015 -mei 016, www.dehaasmaassluis.nl 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Introductie 3 1. Organisatorische grens 3 1.3 Basisjaar 3 1.4 Wijziging berekening ten opzichte van 014 3 1.5

Nadere informatie

Rapportage Scope 3 Emissies Geïdentificeerde en gekwantificeerde emissies conform de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard

Rapportage Scope 3 Emissies Geïdentificeerde en gekwantificeerde emissies conform de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard 2013 Rapportage Scope 3 Emissies Geïdentificeerde en gekwantificeerde emissies conform de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard BRUCO ZEGVELD B.V. HEIFRA B.V. Bruco Zegveld

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan. CO2 prestatieladder

Energiemanagement actieplan. CO2 prestatieladder Energiemanagement actieplan CO2 prestatieladder Opgesteld door : Karin van Roode en Yonni van der Vlies Datum : 12 maart 2015 Versie : 1.1 Goedgekeurd door Paraaf : Harry van Roode : Datum: 12 maart 2015

Nadere informatie

Ketenanalyse PVC. in project Rioolvervanging en herinrichting Westereng te Bussum

Ketenanalyse PVC. in project Rioolvervanging en herinrichting Westereng te Bussum Ketenanalyse PVC in project Rioolvervanging en herinrichting Westereng te Bussum INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 3 1.1 Wat is een ketenanalyse... 3 1.2 Activiteiten.. 3 1.3 Opbouw 4 Stap 1: Dominantieanalyse

Nadere informatie

Periodieke rapportage 2 e halfjaar 2012. Interne CO 2 -rapportage in het kader van de CO 2 -Prestatieladder

Periodieke rapportage 2 e halfjaar 2012. Interne CO 2 -rapportage in het kader van de CO 2 -Prestatieladder Periodieke rapportage 2 e halfjaar 2012 Interne CO 2 -rapportage in het kader van de CO 2 -Prestatieladder Inhoudsopgave Inleiding... 3 1. Basisgegevens... 4 1.1 Beschrijving van de organisatie... 4 1.2

Nadere informatie

[NIEUWSBRIEF NR. 2 JELLE BIJLSMA BV] 1 december 2014

[NIEUWSBRIEF NR. 2 JELLE BIJLSMA BV] 1 december 2014 Voortgangsrapportage CO 2-emissiereductie Graag informeren wij u over de uitkomsten van onze eerste voortgangsrapportage sinds we gecertificeerd zijn op de CO 2-prestatieladder. De gehele voortgangsrapportage

Nadere informatie

Energie Management Actieplan 2015

Energie Management Actieplan 2015 Energie Management Actieplan 2015 Aannemingsbedrijf K. Dekker B.V. Opgesteld door: Gecontroleerd door: Vrijgave door: D. Blank H. Groenenberg A.A. Kirstein Versie: Juni 2015 Energie management actieplan

Nadere informatie

Energie Management Actieplan

Energie Management Actieplan Energie Management Actieplan Aannemingsbedrijf K. Dekker B.V. Opgesteld door: Gecontroleerd door: Vrijgave door: D. Blank H. Groenenberg M.J.M. Stoop Versie: augustus 2014 1 Voorwoord In onze missie staat

Nadere informatie

Graag informeren wij u over de behaalde resultaten in 2014 inzake de CO 2 -prestatieladder.

Graag informeren wij u over de behaalde resultaten in 2014 inzake de CO 2 -prestatieladder. MDB B.V. 5 Memo Onderwerp CO 2 prestatieladder nieuwsbrief MDB en SSC Graag informeren wij u over de behaalde resultaten in 2014 inzake de CO 2 prestatieladder. Scope 1, directe CO 2emissies door aardgas,

Nadere informatie

Procedure 07 CO 2 -prestatieladder. 24 februari 2013 (FKO)

Procedure 07 CO 2 -prestatieladder. 24 februari 2013 (FKO) Procedure 07 CO 2 -prestatieladder 24 februari 2013 (FKO) Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Stuurcyclus Energiemanagement 4 2. Methodiek voor de emissie inventaris 6 Procedure 07 CO 2-prestatieladder 2 Inleiding

Nadere informatie

Ketenanalyse stalen kozijnen in project "Mauritshuis"

Ketenanalyse stalen kozijnen in project Mauritshuis Ketenanalyse stalen kozijnen in project "Mauritshuis" Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten Koninklijke Woudenberg 3 1.3. Opbouw 4 Stap 1: Globale berekening van

Nadere informatie

CO 2 emissie inventarisatie januari- December 2013 (3-A-1)

CO 2 emissie inventarisatie januari- December 2013 (3-A-1) Gebr. van der Lee CO 2 emissie inventarisatie januari- December 2013 (3-A-1) CO²- Bewust Lelystad, april 2014 Inhoudsopgave 1. CO2-emissie inventaris... 3 1.1 Grondslag CO2-emissie inventaris... 3 1.2.

Nadere informatie

Evaluatie ketenanalyse Prefab Beton inzake CO 2 prestatieladder

Evaluatie ketenanalyse Prefab Beton inzake CO 2 prestatieladder Evaluatie ketenanalyse Prefab Beton inzake CO 2 prestatieladder Arnhem, 25 november 2010 KEMAi 18810002-TOS/HSM 10-5019 Evaluatie ketenanalyse Prefab Beton inzake C0 2 prestatieladder Arnhem, 25 november

Nadere informatie

Ketenanalyse Duo-label retail advies

Ketenanalyse Duo-label retail advies Ketenanalyse Duo-label retail advies Search Consultancy Oktober 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1. Doelstelling van het onderzoek... 3 1.2. Projectafbakening... 3 2. Uitgangspunten... 4 3. Beschrijving

Nadere informatie

JM Vrij beheer b.v. Reductie onderzoek, doelstellingen en het energiemeetplan 2014-2020. AH Vrij Groen, Grond en Infra Vrij Materieel

JM Vrij beheer b.v. Reductie onderzoek, doelstellingen en het energiemeetplan 2014-2020. AH Vrij Groen, Grond en Infra Vrij Materieel JM Vrij beheer b.v. AH Vrij Groen, Grond en Infra Vrij Materieel onderzoek, en het energiemeetplan 2014-2020 Conform niveau 3 op de CO 2 -Prestatieladder 3.0 Documenten 1.B1.1, 3.B1.1 en 3.B2.2 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Inzicht in de Carbon Footprint van GKB Groep B.V. CO2 Prestatieladder niveau 4 over het jaar 2012 en 2013

Inzicht in de Carbon Footprint van GKB Groep B.V. CO2 Prestatieladder niveau 4 over het jaar 2012 en 2013 Inzicht in de Carbon Footprint van GKB Groep B.V. CO2 Prestatieladder niveau 4 over het jaar 2012 en 2013 Datum: 28 maart 2014 Pagina 1 van 8 GKB Groep. CO2 emissie inventaris Inhoudsopgave 1 Over G.K.B.

Nadere informatie

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Beheermaatschappij B.V. staat zowel interne als externe duurzaamheid hoog op de agenda. Interne duurzaamheid richt zich met name op het eigen huisvestingsbeleid, de bedrijfsprocessen

Nadere informatie

CO 2 -EMISSIE INVENTARIS SCOPE 1 EN 2 OVER 2012/2013 VAN DE HENSSEN GROEP IN HET KADER VAN DE CO 2 -PRESTATIELADDER REV.

CO 2 -EMISSIE INVENTARIS SCOPE 1 EN 2 OVER 2012/2013 VAN DE HENSSEN GROEP IN HET KADER VAN DE CO 2 -PRESTATIELADDER REV. CO 2 -EMISSIE INVENTARIS SCOPE 1 EN 2 OVER 2012/2013 VAN DE HENSSEN GROEP IN HET KADER VAN DE CO 2 -PRESTATIELADDER REV. B, 8 APRIL 2014 1 van 15 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 3 2 DEFINITIES EN EISEN...

Nadere informatie

ketenanalyse afvalverwijdering BESIX - OVT Utrecht

ketenanalyse afvalverwijdering BESIX - OVT Utrecht afvalverwijdering BESIX - OVT Utrecht BESIX Nederland Branch 23 februari 2015 DEFINITIEVE rapportage - 1 - Documenttitel afvalverwijdering BESIX OVT Utrecht Verkorte documenttitel Voortgangsrapportage

Nadere informatie

Handboek CO 2 reductiesysteem. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1

Handboek CO 2 reductiesysteem. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1 Handboek CO 2 reductiesysteem Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 A: Inzicht (wegingsfactor 40%) 5 2.1. Eisen voor niveau 1 5 2.2. Eisen voor niveau 2 6 2.3. Eisen

Nadere informatie

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen Arnold Maassen Holding BV Verslag energieaudit Verslag over het jaar 2014 G.R.M. Maassen Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Inventarisatie van energieverbruik en emissiebronnen... 3 3 Energieverbruik en CO 2 Footprint...

Nadere informatie

CO 2 -Prestatieladder

CO 2 -Prestatieladder CO 2 -Prestatieladder Emissie-inventaris Schilderwerken De Boer Obdam B.V. 2014 3.A. Emissie-inventaris 2014 (2015.001) Pagina 1 van 12 Inhoudsopgave Inleiding en verantwoording... 3 1 Beschrijving van

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan. CO2 prestatieladder. Datum : 17 december 2013

Energiemanagement actieplan. CO2 prestatieladder. Datum : 17 december 2013 Energiemanagement actieplan CO2 prestatieladder 2013 Opgesteld door : J. Out / B. Rodenburg Datum : 17 december 2013 Inleiding Ten behoeve van de certificering conform de CO2 prestatieladder is dit energiemanagement

Nadere informatie

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2.

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2. 3.A.1-2 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 2 2 Beschrijving van de organisatie 2 3 Verantwoordelijke 2 4 Basisjaar en rapportage 2 5 Afbakening 2 6 Directe en indirecte GHG-emissies 3 6.1 Berekende

Nadere informatie

Carbon Footprint 1e helft 2015 (referentiejaar = 2010)

Carbon Footprint 1e helft 2015 (referentiejaar = 2010) Carbon Footprint 1e helft 2015 (referentiejaar = 2010) Opgesteld door: Akkoord: I. Bangma O. Van der Ende 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Steel Protectors Group staat zowel interne als externe duurzaamheid

Nadere informatie

Periodieke rapportage 1 e helft 2015. CO₂ prestaties. Rijssen, juli 2015. Auteur: L.J. Hoff. Geaccodeerd door: M.

Periodieke rapportage 1 e helft 2015. CO₂ prestaties. Rijssen, juli 2015. Auteur: L.J. Hoff. Geaccodeerd door: M. Periodieke rapportage 1 e helft 2015 CO₂ prestaties Rijssen, juli 2015 Auteur: L.J. Hoff Geaccodeerd door: M. Nijkamp Directeur Inhoudsopgave 1. Inleiding pagina 3 2. Organisatie pagina 4 2.1 Rapporterende

Nadere informatie

BOUWDROGING door BELFOR DRYING SOLUTIONS

BOUWDROGING door BELFOR DRYING SOLUTIONS BOUWDROGING door BELFOR DRYING SOLUTIONS In critical situations you should know exactly where to put your fingers first 00:00:00 00:01:00 00:02:00 00:03:00 00:04:00 Impact Emergency Aid 00:00:00 00:01:00

Nadere informatie