OPEL CORSA. Infotainment System

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "OPEL CORSA. Infotainment System"

Transcriptie

1 OPEL CORSA Infotainment System

2

3 Inhoud Touch & Connect... 5 CD 40 USB CD 30 / CD 30 MP Mobiele telefoonportaal

4

5 Touch & Connect Inleiding... 6 Radio Cd-speler AUX-ingang USB-poort Streaming audio via Bluetooth Navigatie Telefoon Trefwoordenlijst... 90

6 6 Inleiding Inleiding Algemene aanwijzingen... 6 Antidiefstalfunctie... 7 Overzicht bedieningselementen... 9 Bediening Algemene aanwijzingen Het infotainmentsysteem biedt u eersteklas infotainment voor in uw auto. De radio heeft zes zendergeheugens voor het golfbereik AM en twaalf zendergeheugens voor het golfbereik FM. De geïntegreerde cd-speler onderhoudt u met audio- en MP3/WMA- CD s. U kunt externe gegevensopslagapparaten als andere audiobronnen op het infotainmentsysteem aansluiten, bijv. ipod, mp3-speler, USB-stick of een draagbare cd-speler; via een kabel of via Bluetooth. Het navigatiesysteem met dynamische routeplanning brengt u veilig naar uw bestemming en kan, desgewenst, files of andere knelpunten omzeilen. Ook is het infotainmentsysteem uitgevoerd met een telefoonportaal waarmee u uw mobiele telefoon comfortabel in de auto kunt gebruiken. Eventueel kunt u het Infotainmentsysteem met de knoppen op het stuurwiel bedienen. Door het goed doordachte design van de bedieningselementen, het aanraakscherm en de heldere displays kunt u het systeem gemakkelijk en intuïtief bedienen. Belangrijke informatie over de bediening en de verkeersveiligheid 9 Waarschuwing Het infotainment-systeem moet worden gebruikt zodat er te allen tijde veilig met de auto kan worden gereden. Zet bij twijfel uw auto aan de kant en bedien het infotainment-systeem terwijl u stilstaat.

7 Inleiding 7 9 Waarschuwing Het gebruik van het navigatiesysteem vrijwaart de bestuurder niet van zijn verantwoordelijkheid correct en oplettend aan het verkeer deel te nemen. De overeenkomstige verkeersregels moeten zonder uitzondering in acht worden genomen. Voer alleen iets in (bijv. een adres) terwijl de auto stilstaat. Wanneer de routebegeleiding tegen de verkeersregels ingaat, moet u altijd de verkeersregels volgen. 9 Waarschuwing In sommige gebieden zijn eenrichtingsstraten en andere wegen en inritten (bijv. voetgangerszones) waar u niet mag inrijden niet op de kaart aangegeven. In dergelijke gebieden geeft het infotainmentsysteem een waarschuwing die geaccepteerd moet worden. Hier moet u in het bijzonder letten op eenrichtingsstraten, wegen en inritten waar u niet mag inrijden. Radio-ontvangst Tijdens de radio-ontvangst kunnen gesis, geruis, signaalvervorming of signaaluitval optreden door: wijzigingen in de afstand tot de zender, ontvangst van meerdere signalen tegelijk door reflecties, obstakels. Antidiefstalfunctie Het infotainmentsysteem is gewoonlijk ontgrendeld en toegankelijk. Bij een poging om het infotainmentsysteem met geweld uit te bouwen treedt de antidiefstalfunctie in werking en vergrendelt deze het systeem. In dat geval moet u het infotainmentsysteem via een viercijferige pincode ontgrendelen. Let op De viercijferige pincode staat vermeld op de Car Pass die bij de boorddocumentatie meegeleverd is. Infotainmentsysteem ontgrendelen Bij het onderbreken van de voeding van het infotainmentsysteem, bijv. losgekoppelde voertuigaccu, wordt het systeem vergrendeld. Bij het herstellen van de voeding en het inschakelen van het infotainmentsysteem verschijnt er op het display een melding dat het systeem vergrendeld is.

8 8 Inleiding Voer uw viercijferige pincode in om het infotainmentsysteem te ontgrendelen: Let op Gedetailleerde beschrijving van menubediening via aanraakscherm of multifunctionele knop Selecteer de knop OK op het scherm. Er verschijnt een toetsenblok voor het invoeren van de pincode. 2. Voer de cijfers van uw pincode in. Eventueel kunt u reeds ingevoerde cijfers met de knop Wissen op het scherm wissen. 3. Na het invoeren van alle cijfers selecteert u de knop OK op het scherm om de ingevoerde gegevens te bevestigen. Gedurende enkele seconden verschijnt er een melding met belangrijke informatie over het veilige gebruik van het infotainmentsysteem. Het infotainmentsysteem wordt ontgrendeld en is weer gereed voor gebruik. Let op Als de ingevoerde pincode onjuist is, verschijnt de desbetreffende melding. Het infotainmentsysteem blijft vergrendeld. U hebt nog twee pogingen om de juiste pincode in te voeren. Als u drie keer een onjuiste pincode invoert, wordt het infotainmentsysteem gedurende een uur vergrendeld. U moet een uur wachten, voordat u alsnog de juiste code kunt invoeren. Laat het infotainmentsysteem hierbij ingeschakeld.

9 Inleiding 9 Overzicht bedieningselementen Touch & Connect

10 10 Inleiding 1 l Radio: omlaag scrollen in zendergeheugen Cd/mp3: kort indrukken: track achteruit overslaan; lang indrukken: snel terugspoelen W Modus Dag / Nacht / Auto: indrukken: omschakelen tussen modi Helderheid: indrukken: instelling activeren; aan combiknop draaien: bijstellen m Radio: omhoog scrollen in zendergeheugen Cd/mp3: kort indrukken: track vooruit overslaan; lang indrukken: snel vooruitspoelen Cd-sleuf MAP Kaart weergeven R Cd uitwerpen NAV Navigatiemenu TRAF Menu Verkeersinformatie SETUP Menu Instellingen Multifunctionele toets Draaien: schermtoetsen of menuopties markeren; numerieke waarden instellen Drukken: de gemarkeerde schermtoets of menuoptie selecteren/activeren; de ingestelde waarde bevestigen; naar een andere optie van de instellingen gaan / Menu: een niveau terug Radiozendertoetsen Lang drukken: station opslaan Kort drukken: station selecteren I Menu Telefoon m-knop Indrukken: infotainmentsysteem in-/uitschakelen Draaien: volume aanpassen MEDIA Andere audiobron (radio, cd, aux, enz.) FM-AM Radio inschakelen of van frequentiebereik wisselen... 22

11 Inleiding 11 Audiobedieningsknoppen aan stuurwiel 1 Draaischijf: tijd handmatig instellen (zie handleiding Instructieboekje) q-toets Andere audiobron (radio, cd, aux, enz.) p-toets Telefoon aangesloten, geen gesprek actief: 1 keer indrukken: menu Telefoon opvragen; nogmaals indrukken: opnieuw kiezen (indien nummer voor opnieuw kiezen beschikbaar)...81 Kort indrukken: inkomende afroep aannemen; lang indrukken: inkomende oproep afwijzen d-toets Radio: omhoog scrollen in zendergeheugen Cd/mp3: track vooruit overslaan c-toets Radio: omlaag scrollen in zendergeheugen Cd/mp3: track achteruit overslaan o Draaischijf Draaien: volume aanpassen... 12

12 12 Inleiding Bediening Bedieningselementen Het Infotainmentsysteem wordt bediend met behulp van functietoetsen, multifunctieknoppen, een aanraakscherm en op het display weergegeven menu's. Invoer kan naar keuze plaatsvinden via: de centrale bedieningseenheid op het instrumentenpaneel 3 9 bedieningsknoppen op het stuur 3 9 Het Infotainmentsysteem in- of uitschakelen Druk de X-knop kort in. Na het inschakelen is de laatst geselecteerde infotainmentbron actief. Automatisch uitschakelen Wanneer u het infotainmentsysteem, terwijl het contact uitstaat, met behulp van de X-knop hebt ingeschakeld, dan wordt het 1 uur na de laatste invoer automatisch weer uitgeschakeld. Volume instellen Draai aan de X-knop. De actuele instelling verschijnt op het display. Wanneer het infotainmentsysteem ingeschakeld is, wordt het laatst geselecteerde volume ingesteld. Na het geheel uitschakelen van het volume (op nul gezet) verschijnt het symbool \ op de bovenste regel van alle hoofdmenu's. Voor snelheid gecompenseerd volume Na het activeren van het voor snelheid gecompenseerd volume, zie "Volume-instellingen" onderstaand, wordt het volume automatisch zodanig aangepast dat u geen geluid van het wegdek of van de rijwind hoort. Volume van verkeersberichten (TA) aanpassen Tijdens een bericht kunt u met de knop X het volume van verkeersberichten aanpassen. Na het afronden of annuleren van het bericht gaat het volume weer automatisch terug naar de oorspronkelijke stand. Nadere details over de TA-functie 3 22 en Volume van gesproken opdrachten (navigatie) aanpassen U kunt het volume van gesproken opdrachten tijdens een opdracht met de knop X of via het menu navigatie-instellingen aanpassen, zie "Volumeinstellingen" onderstaand. Het aangepaste niveau wordt opgeslagen door het infotainmentsysteem en wordt automatisch gebruikt voor alle verdere gesproken opdrachten totdat de instelling weer wordt gewijzigd. Volume van aux-ingangsbronnen aanpassen Het relatieve volumeniveau van externe audiobronnen, bijv. een draagbare cd-speler, kan worden aangepast via het menu audio-instellingen, zie "Volume-instellingen" onderstaand.

13 Inleiding 13 Volume van telefoonaudio aanpassen Tijdens een telefoongesprek bericht kunt u met de knop X het volume van telefoonaudio aanpassen. Het aangepaste niveau wordt opgeslagen door het infotainmentsysteem en wordt automatisch gebruikt voor alle verdere telefoongesprekken totdat de instelling weer wordt gewijzigd. Let op Bij het aanpassen van het volume van telefoonaudio wordt meteen het volume van de beltoon aangepast. Bedieningsstanden Radio Druk op de FM-AM-toets om het menu AM, FM1 of FM2 op te vragen of om tussen deze menu's over te schakelen. Gedetailleerde beschrijving van de radiofuncties Audiospelers Druk op de MEDIA-toets om het menu CD, CD MP3, ipod, USB, AUX of BLUETOOTH-AUDIO (waar beschikbaar) op te vragen of om tussen deze menu's over te schakelen. Gedetailleerde beschrijving van: CD-spelerfuncties 3 28 AUX-ingangsfuncties 3 32 USB-poortfuncties 3 33 Bluetooth-muziekfuncties 3 36 Navigatie Druk op de NAV-toets om het NAVIGATIE-menu op te roepen. Druk op de MAP-toets voor een wegenkaart met de huidige positie van de auto. Gedetailleerde beschrijving van de navigatiefuncties Telefoon Druk op de I-toets om het TELEFOON-menu op te roepen. Gedetailleerde beschrijving van de functies van het telefoonportaal Bedieningsorganen voor de menu's Aanraakscherm Het display van het infotainmentsysteem heeft een aanraakgevoelig oppervlak voor rechtstreekse interactie met de getoonde menubedieningsorganen. Zo kunt u een knop op het scherm activeren door met een vinger erop te tikken of een schuifelement op het scherm met een vinger verschuiven. Voorzichtig Gebruik geen puntige of harde voorwerpen zoals balpens, potloden of iets soortgelijks voor het aanraakscherm. Multifunctionele toets Als het aanraakscherm niet wordt gebruikt voor menunavigatie is de multifunctionele knop het centrale bedieningselement voor de menu's.

14 14 Inleiding Draaien: knop op het scherm of menuoptie selecteren instelwaarde wijzigen Indrukken: geselecteerde knop op het scherm of menuoptie activeren gewijzigde instelwaarde bevestigen naar een andere insteloptie overschakelen / (terug)-toets Druk op de /-toets om vanuit een submenu weer naar het naasthogere menuniveau te gaan. Als er momenteel een hoofdmenu actief is, bijv. het menu FM1 of CD, kunt u met de /-toets de kaart met de huidige positie van de auto opvragen. Voorbeelden van de menubediening Knop op het scherm of menuoptie selecteren Met aanraakscherm: Tik op een knop op het scherm of menuoptie. De betreffende systeemfunctie wordt geactiveerd of er verschijnt een melding of een submenu met verdere opties. Met multifunctionele knop: 1. Draai de multifunctionele knop rechts- of linksom om een knop op het scherm of een menuoptie te selecteren. De momenteel geselecteerde knop op het scherm of menuoptie wordt gemarkeerd. 2. Druk op de multifunctionele knop om de geselecteerde knop op het scherm of menuoptie te activeren. De betreffende systeemfunctie wordt geactiveerd of er verschijnt een melding of een submenu met verdere opties. Let op In de hoofdmenu's voor audio en telefoon, zie onderstaand voorbeeld, kunnen de schermknoppen onderaan de menu's alleen worden geselecteerd/geactiveerd via het aanraakscherm, niet via de multifunctionele knop.

15 Inleiding 15 Meldingen Door een lange lijst met menuopties bladeren Voorbeeld FM-radiomenu: knoppen TA, FM-lijst en Handm. kunnen alleen via het aanraakscherm worden geselecteerd/geactiveerd. Let op In de volgende hoofdstukken worden de stappen voor het selecteren en activeren van een knop op het scherm of een menuoptie via aanraakscherm of multifunctionele knop simpelweg beschreven als "...selecteer de...knop op het scherm" of "...selecteer de...menuoptie...". Voorafgaand aan het uitvoeren van een systeemfunctie wordt u vaak via een melding gevraagd of de systeemfunctie daadwerkelijk moet worden uitgevoerd of hoe die systeemfunctie moet worden uitgevoerd. Selecteren en activeren van een knop in een melding op het scherm werkt precies zoals beschreven voor knoppen in een menu op het scherm. Druk op de /-toets als u zo'n melding wilt onderdrukken zonder een systeemfunctie te activeren. Als er meer menuopties zijn dan het scherm kan bevatten, verschijnt er een schuifbalk. Met aanraakscherm: Tik op het scherm op de knop of van de schuifbalk, of verplaats de schuif van de schuifbalk met uw vinger omhoog of omlaag om door de lijst met menuopties te bladeren.

16 16 Inleiding Met multifunctionele knop: Draai de multifunctionele knop rechts- of linksom om door de lijst met menuopties te bladeren. Een instelling aanpassen De verschillende typen instellingen in de diverse instellingenmenu's worden onderstaand getoond en beschreven. Voorbeeld: Audio-instellingen Met aanraakscherm: Tik op één van de knoppen op het scherm, bijv. - of + naast een instelling om deze aan te passen. Met multifunctionele knop: 1. Draai de multifunctionele knop rechts- of linksom om een menuoptie te selecteren. 2. Druk op de multifunctionele knop om de geselecteerde menuoptie te activeren. Het label van de menuoptie wordt rood gemarkeerd. 3. Draai de multifunctionele knop rechts- of linksom om de instelling aan te passen. 4. Druk op de multifunctionele knop om de aangepaste instelling te bevestigen. Het label van de menuoptie is niet meer rood gemarkeerd. Let op In de volgende hoofdstukken worden de stappen voor het instellen via aanraakscherm of multifunctionele knop simpelweg beschreven als "...zet...op...". Voorbeeld: Instellingen Weg vermijden Met aanraakscherm: Tik op de knop op het scherm - of + naast een instelling om deze aan te passen. Met multifunctionele knop: Werkwijze identiek aan zoals beschreven in "Voorbeeld: audio-instellingen".

17 Inleiding 17 Voorbeeld: Display-instellingen Met aanraakscherm: Tik op een menuoptie om naar een andere instellingsoptie over te schakelen. Let op De punten onder een instelling geven aan hoeveel opties er voor die instelling beschikbaar zijn. Met multifunctionele knop: 1. Draai de multifunctionele knop rechts- of linksom om een menuoptie te selecteren. 2. Druk op de multifunctionele knop om naar een andere instellingsoptie over te schakelen. Let op In de volgende hoofdstukken worden de stappen voor het instellen van een andere optie via aanraakscherm of multifunctionele knop simpelweg beschreven als "...zet...op...naam van optie...". Voorbeeld: Systeeminstellingen Met aanraakscherm: Tik op een menuoptie, bijv.klik bij aanraken, om de instelling op Aan of Uit te zetten. Met multifunctionele knop: 1. Draai de multifunctionele knop rechts- of linksom om een menuoptie te selecteren. 2. Druk op de multifunctionele knop om de instelling op Aan of Uit te zetten. Let op In de volgende hoofdstukken worden de stappen voor het instellen van Aan of Uit via aanraakscherm of multifunctionele knop simpelweg beschreven als "...zet...op...aan..." of "...zet...op...uit...".

18 18 Inleiding Geluidsinstellingen Menu AUDIO-INSTELLINGEN opvragen: Druk op de toets SETUP en selecteer vervolgens de knop Audio op het scherm, of als er momenteel een audiohoofdmenu actief is, bijv. het menu FM1 of CD, drukt u op de multifunctionele knop. Let op De knop Audio op het scherm in het menu INSTELLINGEN is niet selecteerbaar als u het volume geheel uitschakelt. Laag Met deze instelling kunt u de lage frequenties van de audiobronnen versterken of dempen. Hoog Met deze instelling kunt u de hoge frequenties van de audiobronnen versterken of dempen. Balans Met deze instelling kunt u de geluidsverdeling verdelen tussen de linker en de rechter luidsprekers in de auto. Fade Met deze instelling kunt u de geluidsverdeling verdelen tussen de voorste en de achterste luidsprekers in de auto. Volume-instellingen Snelheidsgecompenseerd volume aanpassen Menu AUDIO-INSTELLINGEN opvragen: Druk op de toets SETUP en selecteer vervolgens de knop Audio op het scherm, of als er momenteel een audiohoofdmenu actief is, bijv. het menu FM1 of CD, drukt u op de multifunctionele knop.

19 Inleiding 19 Let op De knop Audio op het scherm in het menu INSTELLINGEN is niet selecteerbaar als u het volume geheel uitschakelt. Mate van volumeregeling aanpassen: zet Snelh.-vol. op een waarde tussen 0 en 5. 0: geen harder volume bij een toenemende snelheid. 5: maximaal hard volume bij een toenemende snelheid. Volume van aux-ingangsbronnen aanpassen (zie de afbeelding van het AUDIO- INSTELLINGEN-menu bovenstaand) Aanpassen van het relatieve volumeniveau van externe audiobronnen, bijv. een cd-speler: zet AUX Niveau op Zacht, Midden of Hard. Volume van gesproken opdrachten (navigatie) aanpassen Menu NAVIGATIE-INSTELLINGEN opvragen: druk op de toets SETUP en selecteer vervolgens de knop Navigatie op het scherm. Als Spraakherkenning op Uit staat, zet u deze op Aan. Zet Volume op het gewenste volumeniveau. Elke wijziging wordt vergezeld door een pieptoon. Systeeminstellingen Diverse instellingen en aanpassingen voor het infotainmentsysteem kunnen in het SYSTEEMINSTELLINGENmenu worden geconfigureerd. Dit menu opvragen: druk op de toets SETUP en selecteer vervolgens de knop Systeem op het scherm. Display aanpassen Het menu BEELDSCHERMINSTEL LINGEN opvragen: selecteer de menuoptie Beeldscherm.

20 20 Inleiding Helderheid Helderheid van het display wijzigen: zet Helderheid op Zeer helder, Helder, Midden, Donker of Zeer donker. Displaymodus Display aanpassen aan het huidige omgevingslicht: zet Beeldschermmodus op Dag, Nacht of Automatisch. Bij de optie Automatisch wordt de displaymodus automatisch aangepast aan het externe omgevingslicht. Schuifrichting Schuifrichting voor selectie van menuopties via de multifunctionele knop aanpassen: zet Scroll-richting op [ of ]. De taal aanpassen De menuteksten op het display van het infotainmentsysteem zijn beschikbaar in diverse talen. Bij het wijzigen van de taal van de menuteksten verandert de taal van de gesproken opdrachten mee. Het menu TAAL opvragen: selecteer de menuoptie Taal (Language). Selecteer de gewenste taal voor de menuteksten. Touchklikken activeren of deactiveren Als de menuoptie Klik bij aanraken in het menu SYSTEEMINSTELLIN GEN op Aan staat, wordt elke tik op een knop op het scherm of menuoptie vergezeld van een klikkend geluid. Systeemgeluiden activeren of deactiveren Als de menuoptie Functietonen in het menu SYSTEEMINSTELLINGEN op Aan staat, worden de volgende handelingen van de gebruiker of het systeem vergezeld van een pieptoon: Radio: een zender opslaan via een van de zenderknoppen Cd-speler: snel vooruit of achteruit spoelen activeren. Navigatie: spraakbegeleiding via de knop Info op het kaartscherm activeren of deactiveren.

21 Terugzetten op fabrieksinstellingen Alle systeeminstellingen en geheugen terugzetten op de fabrieksinstellingen: selecteer de menuoptie Fabrieksinstellingen in het menu SYS TEEMINSTELLINGEN en bevestig de melding die verschijnt. Inleiding 21

22 22 Radio Radio Gebruik Zender zoeken Radio Data System (RDS)...25 Gebruik Let op In de menu's van de radio kunt u het aanraakscherm alleen gebruiken voor het selecteren/activeren van de schermknoppen onderaan de menu's. Radio activeren Druk op de FM-AM-toets om het radiohoofdmenu te openen. De laatst ten gehore gebrachte zender wordt weergegeven. Als de momenteel beluisterde zender een RDS-zender is 3 25, worden de naam van de zender en programmaspecifieke informatie weergegeven. Frequentiebereik selecteren Druk een of meerdere malen op de FM-AM-toets om het gewenste frequentiebereik te selecteren. De laatst ten gehore gebrachte zender van dat frequentiebereik wordt weergegeven. Bij het wisselen van golfbereik van FM1 naar FM2 of andersom blijft de momenteel ontvangen zender actief. Als de momenteel ontvangen zender is opgeslagen onder een van de zenderknoppen 1...6, staat het nummer van de betreffende knop, bijv. P3, naast de aanduiding van het golfbereik op de bovenste regel van het menu. Let op Er zijn twee FM-golfbereikmenu's waarmee u 12 FM-zenders onder de zenderknoppen kunt opslaan.

23 Radio 23 Verkeersberichten (TA) activeren of deactiveren (TA-functie niet beschikbaar voor golfbereik AM) Selecteer de knop TA op het scherm om de ontvangst van verkeersberichten te activeren of te deactiveren. Nadere details over de TA-functie Zender zoeken Automatisch zender zoeken Druk kort op de toets l of m. De volgende ontvangbare zender wordt opgezocht en automatisch afgespeeld. Als er geen andere ontvangbare zender wordt gevonden, wordt de laast beluisterde zender weer ontvangen. Het frequentiedisplay gebruiken Selecteer de knop Handm. op het scherm. Er verschijnt een frequentieschaal. Druk op de toets l of m (op het instrumentenpaneel) en houd deze ingedrukt. Laat de toets los zodra de gewenste frequentie op de getoonde schaal bijna is bereikt. De volgende ontvangbare zender wordt opgezocht en automatisch afgespeeld. Als er geen andere ontvangbare zender wordt gevonden, wordt de laast beluisterde zender weer ontvangen. Handmatig zenders afstemmen Met de multifunctionele knop Als er een radiohoofdmenu actief is: draai de multifunctionele knop rechtsof linksom om de ontvangstfrequentie te wijzigen. Het frequentiedisplay gebruiken Selecteer de knop Handm. op het scherm. Er verschijnt een frequentieschaal. Beschikbare opties voor het aanpassen van de vereiste frequentie: Tik op de frequentieschaal. Druk kort op de toets k of l. Houd de knop k of l op het scherm ingedrukt. Draai de multifunctionele knop rechts- of linksom. Lijst FM-zenders In de lijst FM-zenders ziet u alle ontvangbare FM-radiozenders in het huidige ontvangstgebied die u kunt selecteren.

24 24 Radio Druk op de knop FM-lijst op het scherm om de lijst weer te geven. De lijstvermelding van de momenteel afgespeelde FM-zender is rood gemarkeerd. Als een zender is opgeslagen onder een van de zenderknoppen 1...6, verschijnen de aanduiding van het betreffende golfbereik en het nummer van de knop in de lijst, bijv. FM1-P3. Selecteer de lijstvermelding van de te beluisteren FM-zender. Let op De dualtuner van het Infotainmentsysteem werkt de FM-zenderlijst op de achtergrond continu bij. Dat zorgt ervoor dat bijv.de zenderlijst tijdens een langere snelwegrit altijd de ontvangbare FM-zenders in het actuele ontvangstgebied bevat. Omdat de automatische update een bepaalde tijd nodig heeft, staan bij een snelle verandering van het ontvangstgebied eventueel niet meteen alle ontvangbare zenders op de zenderlijst ter beschikking. Zendertoetsen In elk golfbereik (AM, FM1 en FM2) kunnen zes radiozenders worden opgeslagen onder de zenderknoppen Een zender opslaan 1. Selecteer het gewenste frequentiebereik. 2. Stem af op de gewenste zender of selecteer deze uit de lijst FM-zenders. 3. Houd een van de zenderknoppen ingedrukt totdat u een pieptoon hoort. Het bijbehorende knopnummer, bijv.p3, verschijnt naast de aanduiding van het golfbereik op de bovenste regel van het menu. De momenteel ontvangen radiozender is opgeslagen en kan voortaan via de zenderknop worden opgevraagd. Let op Als er bij het opslaan van een zender geen pieptoon klinkt, zijn de systeemgeluiden gedeactiveerd. Systeemgeluiden activeren Een zender oproepen Selecteer het gewenste golfbereik en druk vervolgens kort op een zenderknop om de betreffende radiozender op te vragen.

25 Radio 25 Radio Data System (RDS) RDS is een systeem waarbij gecodeerde digitale informatie bij de reguliere FM-radioprogramma's wordt meegezonden. RDS levert extra informatie, zoals de naam van de zender, verkeersberichten en radiotekst. RDS regionaal-modus Soms zenden RDS-zenders op verschillende frequenties programma's uit die regionaal van elkaar verschillen. Het infotainmentsysteem stemt altijd af op de best ontvangbare frequentie van de momenteel beluisterde RDSzender. Als de RDS regionaal-modus geactiveerd is, zoekt het systeem alleen naar frequenties van de momenteel ontvangen RDS-zender met hetzelfde regionale programma. Als de RDS regionaal-modus gedeactiveerd is, zoekt het systeem ook naar frequenties van de momenteel ontvangen RDS-zender met andere regionale programma's. RDS regionaal-modus activeren of deactiveren Druk op de toets SETUP en selecteer vervolgens de knop Radioinstellingen op het scherm. Het RADIO-INSTELLINGEN-menu verschijnt. Zet RDS regionaal op Aan of Uit. Verkeersberichten (TA) De TA-functie is beschikbaar in elke bedrijfsmodus (bijv. FM-radio-, cd- of navigatiemodus) behalve in de AMradiomodus. Als de TA-functie geactiveerd is en het infotainmentsysteem een verkeersbericht van een RDS-zender ontvangt, wordt de momenteel actieve audiobron onderbroken. Er verschijnt een melding en er wordt een gesproken mededeling verzonden. Tijdens de gesproken mededeling kunt u het volume wijzigen door aan de m-knop te draaien. U kunt het verkeersbericht afbreken met de knop Annuleren op het scherm. Na het afronden of annuleren van het verkeersbericht gaat het volume weer automatisch terug naar de oorspronkelijke stand.

26 26 Radio Let op Als er een andere gebruiksmodus dan de radiomodus geselecteerd is (bijv. cd- of navigatiemodus), blijft de radio op de achtergrond actief. Als de laatst geselecteerde radiozender geen verkeersberichten uitzendt, stemt het infotainmentsysteem automatisch af op een radiozender die verkeersberichten uitzendt (zelfs als AM al als golfbereik geselecteerd was). Zo kunt u altijd belangrijke regiospecifieke verkeersberichten ontvangen, ongeacht de geselecteerde bedrijfsmodus. Verkeersberichten activeren of deactiveren Selecteer de knop TA op het scherm om de ontvangst van verkeersberichten te activeren of te deactiveren. Na het activeren van de ontvangst van verkeersberichten staat TA in de bovenste regel van alle hoofdmenu's. Als er geen verkeersberichten kunnen worden ontvangen, is TA doorgekruist. Let op De knop TA op het scherm is beschikbaar in alle audiohoofdmenu's (bijv. menu FM1 of CD) en in het menu VERKEERSBERICHTEN. In het menu VERKEERSBERICH TEN is de knop TA op het scherm niet selecteerbaar als u het volume geheel uitschakelt. Alleen naar verkeersberichten luisteren Activeer verkeersberichten en schakel het volume van het infotainmentsysteem geheel uit.

27 Cd-speler 27 Cd-speler Algemene aanwijzingen Gebruik Algemene aanwijzingen De cd-speler van het infotainmentsysteem kan audio-cd's en mp3/ wma-cd's afspelen. Voorzichtig Plaats in geen geval dvd's, singlecd's met een diameter van 8 cm of speciaal vormgegeven cd's in de audiospeler. Plak nooit stickers op uw cd's. De cd's kunnen in de speler vast blijven zitten en het afspeelmechanisme zwaar beschadigen. Een kostbare vervanging van uw toestel is dan noodzakelijk. Belangrijke informatie over audio- en mp3/wma-cd's De volgende CD-formaten kunnen worden gebruikt: Cd, cd-r en cd-rw. De volgende bestandsformaten kunnen worden gebruikt: ISO9660 niveau 1, niveau 2 (Romeo, Joliet). Het is mogelijk dat MP3- en WMAbestanden die in een ander formaat zijn geschreven dan hierboven vermeld niet correct worden afgespeeld en dat hun bestands- en mapnamen niet correct worden weergegeven. Audio-cd's met kopieerbeveiliging die niet voldoen aan de audio-cd-standaard, worden mogelijk niet correct of zelfs helemaal niet afgespeeld. Zelfgebrande cd-r's en cd-rw's zijn kwetsbaarder dan voorbespeelde cd's. Ga op een correcte manier met de cd's om. Dit geldt vooral voor zelfgebrande cd-r's en cd-rw's; zie hieronder. Zelfgebrande cd-r's en cd-rw's worden mogelijk niet correct of zelfs helemaal niet afgespeeld. Bij Mixed-Mode-CD's (combinaties van audio en data, bijv. MP3) worden alleen de audio-nummers herkend en afgespeeld. Zorg dat er bij het wisselen van cd's geen vingerafdrukken op de cd's komen.

28 28 Cd-speler Berg cd's onmiddellijk na het uitnemen uit de audiospeler veilig op om ze tegen beschadiging en vuil te beschermen. Vuil en vloeistof op de cd's kunnen de lens van de audiospeler binnen in het apparaat vies maken en storingen veroorzaken. Bescherm cd's tegen warmte en direct zonlicht. De volgende beperkingen zijn van toepassing op gegevens die op een mp3/wma-cd zijn opgeslagen: Maximaal aantal mappen/afspeellijsten: 200. Maximaal aantal bestanden/songs: 800. Ten minste 8 mappen in dieptehiërarchie worden ondersteund. Wma-bestanden met Digital Rights Management (DRM) van onlinemuziekwinkels kunnen niet worden afgespeeld. Wma-bestanden kunnen alleen veilig worden afgespeeld als deze met Windows Media Player, minimaal versie 9, zijn aangemaakt. Toepasbare afspeellijstextensies:.m3u,.pls,.wpl. De afspeellijstitems moeten als relatieve paden zijn opgemaakt. In dit hoofdstuk wordt alleen het afspelen van mp3-bestanden behandeld, omdat de werking voor mp3- en wma-bestanden hetzelfde is. Wanneer een cd met wma-bestanden wordt geplaatst, worden mp3- gerelateerde menu's weergegeven. Gebruik Let op In de menu's van de cd-speler kunt u het aanraakscherm alleen gebruiken voor het selecteren/activeren van de schermknoppen onderaan de menu's. Afspelen van een cd starten Duw een audio- of mp3-cd met de beschreven kant naar boven zo ver in de cd-sleuf dat deze naar binnen wordt getrokken. Het afspelen van de CD start automatisch en het CD of CD MP3-menu wordt weergegeven. Als de geplaatste cd al eerder in de cd-speler afgespeeld is, klinkt de cd vanaf de laatst afgespeelde track. Zit er al een cd in het apparaat, maar is het vereiste cd-menu niet actief: Druk één of meerdere keren op de toets MEDIA voor het audiomenu CD of CD MP3 en speel de cd af. De cd klinkt vanaf de laatst afgespeelde track.

29 Cd-speler 29 Afhankelijk van de data die op de audio- of mp3-cd is opgeslagen, verschijnt er op het display dienovereenkomstig informatie over de cd en de actuele track. Als de reguliere cd-afspeelmodus actief is (geen shuffle- of herhaalmodus actief, zie onderstaand), klinkt na het afspelen van alle tracks op de cd de eerste track op de cd weer. Let op De cd-speler gaat identiek te werk bij mappen en afspeellijsten op een mp3 cd. De onderstaande beschrijvingen m.b.t. mappen op een mp3 cd gelden ook voor afspeellijsten. Afspeelpauze cd Pauze bij afspelen van geplaatste cd: volume geheel uitschakelen. Cd afspelen hervatten: volume weer inschakelen. Een nummer selecteren Tijdens het afspelen van een audio-cd Selecteer de knop Zoeken op het scherm voor een lijst met alle tracks op de cd. De lijstvermelding van de momenteel afgespeelde track is rood gemarkeerd. Selecteer de gewenste titel. Tijdens het afspelen van een mp3-cd Selecteer de knop Zoeken op het scherm voor een lijst met alle tracks in de momenteel geselecteerde map. De lijstvermelding van de momenteel afgespeelde track is rood gemarkeerd. Andere map selecteren (indien beschikbaar): selecteer de lijstvermelding Directory omhoog (eerste vermelding in lijst) of selecteer de knop /. Er verschijnt een lijst met alle mappen op de cd. Kies de gewenste map. Selecteer de gewenste track in de map.

30 30 Cd-speler Naar de volgende of vorige track gaan Druk de l - of m-toets één of meerdere malen kort in. Snel vooruit of achteruit Druk op de toets l of m en houd de toets ingedrukt om het huidige nummer snel vooruit of achteruit te spoelen. Let op Het activeren van het snel vooruit of achteruit spoelen wordt aangeduid met een pieptoon, als de systeemgeluiden geactiveerd zijn Shufflemodus Tijdens het afspelen van een audio-cd Na het activeren van de shufflemodus klinken alle tracks op de audio-cd's in willekeurige volgorde. Selecteer de knop Mix op het scherm om de shufflemodus te activeren of te deactiveren. Na het activeren van de shufflemodus verschijnt Mix op het display. Tijdens het afspelen van een mp3-cd Na het plaatsen van een mp3-cd kunnen alle tracks in de momenteel geselecteerde map of alle tracks op de cd in willekeurige volgorde klinken. Selecteer de knop Mix op het scherm één of meerdere keren om de modus Mix lijst of Mix alles te activeren of om de shufflemodus te deactiveren. Afhankelijk van de geactiveerde modus verschijnt Mix lijst of Mix alles op het display. Herhaalmodus

31 Cd-speler 31 Tijdens het afspelen van een audio-cd Na het activeren van de herhaalmodus wordt de huidige track steeds weer afgespeeld totdat de herhaalmodus weer wordt gedeactiveerd. Selecteer de knop Herhaal op het scherm om de herhaalmodus te activeren of te deactiveren. Na het activeren van de herhaalmodus verschijnt Herhaal track op het display. Tijdens het afspelen van een mp3-cd Na het plaatsen van een mp3-cd klinkt/-en de huidige track of alle tracks in de momenteel geselecteerde map steeds weer totdat de herhaalmodus weer wordt gedeactiveerd. Selecteer de knop Herhaal op het scherm één of meerdere keren om de modus Herhaal track of Herhaal lijst te activeren of om de herhaalmodus te deactiveren. Afhankelijk van de geactiveerde modus verschijnt Herhaal track of Herhaal lijst op het display. Verkeersberichten (TA) activeren of deactiveren Selecteer de knop TA op het scherm om de ontvangst van verkeersberichten te activeren of te deactiveren. Nadere details over de TA-functie Een cd verwijderen Druk op de R-toets. De cd wordt uit de cd-sleuf geworpen. Als de cd na het uitwerpen niet wordt verwijderd, wordt hij na enkele seconden automatisch weer naar binnen getrokken.

32 32 AUX-ingang AUX-ingang Algemene aanwijzingen Gebruik Algemene aanwijzingen Gebruik In de middenconsole vóór de keuzehendel bevindt zich een aux-aansluiting voor het aansluiten van externe audiobronnen. Let op Deze poort moet u altijd schoon- en drooghouden. Het is mogelijk om bijvoorbeeld een draagbare cd-speler met een 3,5 mmstekker aan te sluiten op de AUX-ingang. Druk een of meerdere malen op de MEDIA-toets om de AUX-modus in te schakelen. Het audiosignaal van een aangesloten audiobron klinkt nu via de luidsprekers van het infotainmentsysteem. U kunt het volume aanpassen via de knop m en via de draaischijf o op het stuurwiel. Volume aanpassen aan de vereisten van de aangesloten audiobron: 3 12.

33 USB-poort 33 USB-poort Algemene aanwijzingen Opgeslagen audiobestanden afspelen Algemene aanwijzingen In de middenconsole vóór de keuzehendel bevindt zich een USB-aansluiting voor het aansluiten van externe audiogegevensbronnen. Let op Deze poort moet u altijd schoon- en drooghouden. Op de USB-poort kunt u een mp3- speler, USB-drive, SD Card (via USBaansluiting/adapter) of ipod aansluiten. Na het aansluiten op de USB-poort kunnen diverse functies van de bovenstaande apparaten worden bediend via de bedieningsorganen en menu's van het infotainmentsysteem. Let op Niet alle modellen mp3-spelers, USB-drives, SD Cards of ipods worden ondersteund door het infotainmentsysteem. Opmerkingen De op de USB-poort aangesloten externe apparaten moeten voldoen aan de USB Mass Storage Classspecificatie (USB MSC). Via USB aangesloten apparaten worden ondersteund volgens USBspecificatie V 2.0. Maximale ondersteunde snelheid: 12 Mbit/s. Alleen apparaten met een FAT16/ FAT32-bestandssysteem worden ondersteund. Vaste-schijfstations (HDD) worden niet ondersteund. USB-hubs worden niet ondersteund.

34 34 USB-poort De volgende bestandsformaten kunnen worden gebruikt: ISO9660 niveau 1, niveau 2 (Romeo, Joliet). Het is mogelijk dat MP3- en WMAbestanden die in een ander formaat zijn geschreven dan hierboven vermeld niet correct worden afgespeeld en dat hun bestands- en mapnamen niet correct worden weergegeven. Voor de gegevens op externe apparaten die zijn aangesloten op de USB-poort gelden de volgende beperkingen: Maximaal aantal mappen/afspeellijsten: Maximaal aantal bestanden/songs: Maximaal aantal bestanden/songs per map/afspeellijst: Ten minste 8 mappen in dieptehiërarchie worden ondersteund. Wma-bestanden met Digital Rights Management (DRM) van onlinemuziekwinkels kunnen niet worden afgespeeld. Wma-bestanden kunnen alleen veilig worden afgespeeld als deze met Windows Media Player, minimaal versie 9, zijn aangemaakt. Toepasbare afspeellijstextensies:.m3u,.pls,.wpl. De afspeellijstitems moeten als relatieve paden zijn opgemaakt. Het systeemkenmerk voor mappen/bestanden dat audiogegevens bevat, mag niet ingesteld zijn. Opgeslagen audiobestanden afspelen Mp3-speler, USB-drive, SD Card Druk een of meerdere malen op de MEDIA-toets om de audio-usb-modus in te schakelen. Het afspelen van audiogegevens die op het USB-opslagapparaat zijn opgeslagen, is gestart. De bediening van de via USB aangesloten audiogegevensbronnen is hetzelfde als beschreven bij een audio mp3/wma cd 3 28.

35 USB-poort 35 ipod Muziekzoekprogramma De volgende werkwijze is grotendeels identiek aan die zoals beschreven voor het selecteren van tracks in mappen op een mp3/wma cd Druk een of meerdere malen op de MEDIA-toets om de ipod-modus te activeren. Het afspelen van audiogegevens die op het ipod-opslagapparaat zijn opgeslagen, is gestart. De bediening van de via USB aangesloten ipod is grotendeels hetzelfde als beschreven bij een audio mp3/ wma cd Hieronder staan alleen de bedieningsaspecten beschreven die afwijkend/extra zijn. Afhankelijk van het/de model/versie van de aangesloten ipod en de opgeslagen gegevens zijn er diverse opties voor het selecteren en afspelen van tracks. Selecteer de knop Zoeken op het scherm voor een menu met de beschikbare opties voor het zoeken naar muziek. Selecteer de gewenste optie voor het zoeken naar muziek.

36 36 Streaming audio via Bluetooth Streaming audio via Bluetooth Algemene informatie Bediening Algemene informatie Bluetooth-compatibele audiobronnen (bijv. mobiele telefoons voor muziek, mp3-spelers met Bluetooth enz.) die het Bluetooth-muziekprotocol A2DP ondersteunen, werken draadloos op het infotainmentsysteem. Opmerkingen Het infotainmentsysteem werkt alleen met Bluetooth-apparaten die A2DP (Advanced Audio Distribution Profile), versie 1.2 of hoger, ondersteunen. Het Bluetooth-apparaat moet AVRCP (Audio Video Remote Control Profile), versie 1.0 of hoger ondersteunen. Als het apparaat AVRCP niet ondersteunt, werkt alleen de volumeregeling via het infotainmentsysteem. Maak uzelf voorafgaand aan het aansluiten van het Bluetooth-apparaat op het infotainmentsysteem vertrouwd met de gebruiksaanwijzing voor Bluetooth-functies. Bediening Voorwaarden Voor de Bluetooth-muziekmodus van het infotainmentsysteem moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: De Bluetooth-functie van het infotainmentsysteem moet geactiveerd zijn De Bluetooth-functie van de externe Bluetooth-audiobron moet geactiveerd zijn (zie gebruiksaanwijzing van het apparaat). Afhankelijk van de externe Bluetooth-audiobron moet dit apparaat wellicht op "zichtbaar" staan (zie gebruiksaanwijzing van het apparaat). De externe Bluetooth-audiobron moet met het infotainmentsysteem gekoppeld en verbonden zijn 3 78.

37 Streaming audio via Bluetooth 37 Bluetooth-muziekmodus activeren Naar volgende of vorige track gaan Druk de t - of v-toets (op het instrumentenpaneel) kort in. Pauze/stop afspelen Selecteer de knop z op het scherm. Afspelen hervatten: selecteer de knop l op het scherm nogmaals. Druk een of meerdere malen op de MEDIA-toets om de Bluetooth-muziekmodus te activeren. De belangrijkste functies van de externe audiobron werken nu via het infotainmentsysteem. Bediening via infotainmentsysteem Tracks afspelen starten Selecteer de knop l op het scherm.

38 38 Navigatie Navigatie Algemene aanwijzingen Gebruik Invoer van de bestemming Begeleiding Dynamische routebegeleiding Kaarten Symbolenoverzicht Algemene aanwijzingen Het navigatiesysteem leidt u op betrouwbare wijze naar uw bestemming zonder dat u kaarten nodig hebt, zelfs al bent u nog nooit op deze plaats geweest. Bij de routeberekening wordt rekening gehouden met de huidige verkeerssituatie als de dynamische routebegeleiding wordt gebruikt. Daartoe ontvangt het Infotainmentsysteem via RDS-TMC de verkeersberichten in het desbetreffende ontvangstgebied. Het navigatiesysteem houdt echter geen rekening met de actuele verkeerssituatie, recentelijk veranderde verkeersregels en plotseling optredende gevaren of knelpunten (bijv. wegwerkzaamheden). Voorzichtig Het gebruik van het navigatiesysteem vrijwaart de bestuurder niet van zijn verantwoordelijkheid correct en oplettend aan het verkeer deel te nemen. De relevante verkeersregels moeten zonder uitzondering in acht worden genomen. Wanneer de routebegeleiding tegen de verkeersregels ingaat, moet u altijd de verkeersregels volgen. Werking van het navigatiesysteem De positie en beweging van de auto worden door het navigatiesysteem met behulp van sensors gedetecteerd. De afgelegde afstand wordt bepaald door het signaal van de snelheidsmeter van de auto, de draaibewegingen in de bochten door een gyrosensor. De positie wordt bepaald door de GPS-satellieten (global positioning system). Door vergelijking van de sensorsignalen met de digitale kaarten op de kaart op de SD Card is het mogelijk om de positie met een nauwkeurigheid van ca. 10 meter te bepalen. Het systeem werkt ook bij slechte GPS-ontvangst, maar de nauwkeurigheid van de bepaling zal verminderen.

39 Navigatie 39 Na de invoer van het bestemmingsadres of een nuttige plaats (dichtstbijzijnde tankstation, hotel, enz.) wordt de route berekend vanaf de huidige locatie tot de geselecteerde bestemming. De routebegeleiding wordt voorzien door gesproken opdrachten en een richtingspijl en met behulp van een meerkleurige kaartdisplay. TMCverkeersinformatiesysteem en dynamische routebegeleiding Het TMC-verkeersinformatiesysteem ontvangt van de TMC-radiozenders alle actuele verkeersinformatie. Bij een actieve dynamische routebegeleiding wordt deze informatie gebruikt om de hele route te berekenen. Daarbij wordt de route zo gepland dat verkeersknelpunten volgens de vooraf ingestelde criteria worden omzeild. Is er een actueel knelpunt aanwezig tijdens een actieve routebegeleiding, dan vraagt het systeem - afhankelijk van de vooraf gemaakte instellingen - of de route veranderd moet worden. De TMC-verkeersinformatie wordt op het kaartscherm met symbolen weergegeven of verschijnt in het menu VERKEERSINFO als een gedetailleerde tekst. Een voorwaarde voor het gebruik van TMC-verkeersinformatie is de ontvangst van TMC-zenders in de relevante regio. De dynamische routebegeleiding werkt alleen bij ontvangst van verkeersinformatie, afkomstig van het TMC-verkeersinformatiesysteem. U kunt de dynamische routebegeleiding deactiveren, zie hoofdstuk "Begeleiding" Kaartgegevens Alle vereiste kaartgegevens zijn opgeslagen op een SD Card bij het infotainmentsysteem. Nadere beschrijving van het omgaan met en vervangen van de kaart op de SD Card, zie hoofsstuk "Kaarten" Gebruik Bedieningselementen en menu's De belangrijkste bedieningselementen en menu's voor het navigatiesysteem zijn de volgende: MAP-toets en kaartscherm Druk op de MAP-toets om de kaart van de huidige locatie en de te volgen route weer te geven (als routebegeleiding actief is).

40 40 Navigatie Gedetailleerde beschrijving van de informatie op het kaartscherm, zie "Informatie op het kaartscherm" onderstaand. NAV-toets en NAVIGATIE-menu Druk op de NAV-toets om het NAVIGATIE-menu op te roepen. TRAF-toets en VERKEERSINFOmenu Druk op de TRAF-toets om het VERKEERSINFO-menu op te roepen. SETUP-toets en NAVIGATIE-INSTELLINGEN-menu Druk op de SETUP-toets om het INSTELLINGEN-menu op te roepen. In dit menu selecteert u de menuoptie Navigatie om het menu NAVIGATIE- INSTELLINGEN op te vragen. Het NAVIGATIE-menu biedt toegang tot alle systeemfuncties voor het invoeren van de bestemming 3 50 en routebegeleiding Het VERKEERSINFO-menu toont alle verkeersvoorvallen op de huidige route (als routebegeleiding actief is) en/of alle verkeersvoorvallen in de omgeving van de huidige positie van de auto, zie hoofdstuk "Begeleiding" Het NAVIGATIE-INSTELLINGENmenu bevat diverse instellingen voor het aanpassen van het navigatiesysteem. Gedetailleerde beschrijving van alle beschikbare instellingen, zie "Instellingen van het navigatiesysteem" onderstaand.

41 Navigatie 41 Informatie op de kaartweergave Kaart van de huidige locatie weergeven: druk op de MAP-toets. Routebegeleiding niet actief Als routebegeleiding niet actief is, verschijnt de volgende informatie: Op de bovenste regel: informatie over de momenteel actieve audiobron en de huidige tijd. Kaartdisplay van het gebied rond de huidige positie. De kaart kan op verschillende manieren worden getoond: tik op de knop Menu op het scherm en selecteer de menuoptie Kaartinstellingen om het menu KAARTINSTEL LINGEN op te vragen, zie "Instellingen van het kaartscherm" onderstaand. Huidige positie aangegeven met een rode driehoek. Straatnaam van huidige positie. Speciale bestemmingen (POI), bijv. tankstations, parkeerterreinen of restaurants, aangegeven met bijbehorende symbolen. U kunt de weergave van POI's in-/ uitschakelen, zie "Instellingen van het kaartscherm" onderstaand. Een kompas dat het noorden aanduidt. De schaal van de momenteel geselecteerde kaart (schaal wijzigen: draai aan de multifunctionele knop). Routebegeleiding actief Als routebegeleiding actief is, verschijnt de volgende informatie: Op de bovenste regel: informatie over de momenteel actieve audiobron en de huidige tijd. Knop Info op het scherm: tik op deze knop om de laatste gesproken opdracht te herhalen. Raak de knop Info op het scherm gedurende enkele seconden aan om gesproken begeleiding te activeren of te deactiveren.

42 42 Navigatie Na het activeren van gesproken begeleiding verschijnt het knoplabel in wit, anders in zwart. Let op Het activeren/deactiveren van gesproken begeleiding wordt aangeduid met een pieptoon, als de systeemgeluiden geactiveerd zijn Kaartdisplay van het gebied rond de huidige positie. De kaart kan op verschillende manieren worden getoond: tik op de knop Menu op het scherm en selecteer de menuoptie Kaartinstellingen om het menu KAARTINSTEL LINGEN op te vragen, zie "Instellingen van het kaartscherm" onderstaand. Huidige positie aangegeven met een rode driehoek. Route aangegeven met een blauwe lijn. Eindbestemming aangegeven met een zwarte geblokte vlag. Viapunt (tussenbestemming) aangegeven met een rode geblokte vlag. Speciale bestemmingen (POI), bijv. tankstations, parkeerterreinen of restaurants, aangegeven met bijbehorende symbolen, zie hoofdstuk "Symbolenoverzicht" U kunt de weergave van POI's in-/ uitschakelen, zie "Instellingen van het kaartscherm" onderstaand. Verkeersincidenten, bijv. files, aangegeven met bijbehorende symbolen, zie hoofdstuk "Symbolenoverzicht" Verkeersincidenten verschijnen alleen op het kaartscherm als dynamische routebegeleiding geactiveerd is, zie hoofdstuk "Begeleiding" Onderaan de kaart: straatnaam van de huidige positie. Bovenaan de kaart: naam van de straat die na de volgende kruising moet worden gevolgd. Richtingspijl en afstand tot de volgende manoeuvre. Afstandsmaat wijzigen, zie "Instellingen van het navigatiesysteem" onderstaand. Geschatte aankomsttijd of resterende reistijd. Schakelen tussen de aankomsttijd en de resterende reistijd: tik op de getoonde tijd. Afstand tot de eindbestemming. Afstandsmaat wijzigen, zie "Instellingen van het navigatiesysteem" onderstaand. Een kompassymbool dat het noorden aanduidt. Als het tweedimensionale kaartscherm actief is (zie "Instellingen van het kaartscherm" onderstaand): tik op het kompassymbool om de weergave van het kaartscherm tussen "noorden boven" en "rijrichting boven" te schakelen. De schaal van de momenteel geselecteerde kaart (schaal wijzigen: draai aan de multifunctionele knop). Als de automatische zoommodus actief is (zie "Instellingen van het kaartscherm" onderstaand): de schaal van de kaart wordt door het navigatiesysteem automatisch

43 Navigatie 43 zodanig aangepast (in-/uitzoomen) dat de routebegeleiding betrouwbaar is. Zichtbaar kaartgedeelte verschuiven U kunt het zichtbare kaartgedeelte op het kaartscherm willekeurig in alle richtingen verschuiven. Verschuifmodus activeren Tik op de kaart. Het KAART VERSCHUIVEN-menu verschijnt. Het kaartscherm schakelt automatisch over naar de modus tweedimensionaal/noorden boven (zie "Instellingen van het navigatiesysteem" onderstaand), als die modus al niet actief is. Menu-elementen die bij de verschuifmodus niet nodig zijn, worden tijdelijk verborgen. Let op Bij het activeren van de verschuifmodus kunt u de GPS-coördinaten voor nieuwe bestemmingen instellen door op de kaart te tikken. Gedetailleerde beschrijving Zichtbaar kaartgedeelte verschuiven Schuif uw vinger op het scherm in de gewenste richting. Terug naar oorspronkelijke kaartweergave Kaart van de huidige locatie weer weergeven en oorspronkelijke modus voor kaartweergave weer activeren (zo nodig): druk op de MAP-toets of de /-toets. Kaartopties Menu KAARTOPTIES opvragen: druk op de toets MAP en tik vervolgens op de knop Menu op het scherm. U hebt de volgende opties: Huidige positie opslaan: u kunt het adres/de GPS-coördinaten van de huidige positie onder een willekeurige naam in het adresboek opslaan. Selecteer de menuoptie voor een menu met toetsenblok voor invoeren van de naam.

44 44 Navigatie Voer de gewenste naam voor de huidige positie in. Toetsenblok voor het invoeren van cijfers en speciale tekens opvragen: selecteer de knop Meer op het scherm. Al ingevoerde tekens wissen: selecteer de knop Wissen op het scherm. Selecteer de knop OK op het scherm om het adres/de GPS-coordinaten van de huidige positie met de ingevoerde naam op te slaan. De ingevoerde naam verschijnt nu als een vermelding in het adresboek Positie-info weergeven: toont het adres/de GPS-coördinaten van de huidige positie. Getoond adres/gps-coördinaten opslaan in het adresboek: selecteer de knop Opslaan op het scherm. Bestemmingsinfo weergeven: toont het adres/de GPS-coördinaten van het volgende viapunt (tussenbestemming, indien beschikbaar) op de route en/of het adres/ de GPS-coördinaten van de eindbestemming. Als het adres/de GPS-coördinaten van het volgende viapunt verschijnen: selecteer de knop Bestem. op het scherm om het adres/de GPScoördinaten van de eindbestemming weer te geven. Als het adres/de GPS-coördinaten van de eindbestemming verschijnen: selecteer de knop Tus.stop op het scherm om het adres/de GPScoördinaten van het volgende viapunt (indien beschikbaar) weer te geven. Getoond adres/gps-coördinaten opslaan in het adresboek: selecteer de knop Opslaan op het scherm. Kaartinstellingen: toont het KAARTINSTELLINGEN-menu, zie onderstaand. Instellingen van het kaartscherm Menu KAARTINSTELLINGEN opvragen: druk op de knop MAP, tik op de knop Menu op het scherm en selecteer vervolgens de menuoptie Kaartinstellingen.

45 Navigatie 45 U kunt kiezen uit de volgende instellingen/opties: Kaartweergave: schakelen tussen het tweedimensionale "platte" (2D) kaartscherm en het driedimensionale "perspectief" (3D) kaartscherm. In het kaartscherm 2D kunt u schakelen tussen de modi "noorden boven" en "rijrichting boven", zie Kaartoriëntatie onderstaand. In het kaartscherm 3D is alleen de modus "rijrichting boven" beschikbaar. Kaartoriëntatie: schakelt het kaartscherm 2D tussen de stand "noorden boven" (Noord boven) en de stand "rijrichting boven" (Koers boven). In de stand Koers boven draait de map mee met de rijrichting van de auto. Automatische zoom: in de stand Aan wordt de schaal van de kaart door het navigatiesysteem automatisch zodanig aangepast (in-/uitzoomen) dat de routebegeleiding betrouwbaar is. Speciale best. op kaart: in de stand Aan worden speciale bestemmingen, bijv. tankstations, parkeerterreinen of restaurants door bijbehorende symbolen op de kaart aangegeven. Kaartdata-informatie: toont de naam en de versie van de kaartgegevens op de geplaatste SD Card. Het navigatiesysteem instellen Menu NAVIGATIE-INSTELLINGEN opvragen: druk op de toets SETUP en selecteer vervolgens de menuoptie Navigatie. U kunt kiezen uit de volgende instellingen/opties: Kaartinstellingen: toont het menu KAARTINSTELLINGEN, zie "Instellingen van het kaartscherm" bovenstaand. Spraakherkenning: in de stand Aan klinken er gesproken opdrachten (bijv. afstand tot de volgende afslag, afslagrichting) bij de routebegeleiding. Volume: bij een geactiveerde gesproken begeleiding (zie bovenstaand), met deze instelling past u

46 46 Navigatie het volume van gesproken opdrachten aan. Elke wijziging wordt vergezeld door een pieptoon. Positie-informatie: toont het adres/ de GPS-coördinaten van de huidige positie. Getoond adres/gps-coördinaten opslaan in het adresboek: selecteer de knop Opslaan op het scherm. U kunt kiezen uit de volgende nadere instellingen/opties: Tijdweergave: schakelen tussen weergave van de geschatte aankomsttijd en de geschatte resterende reistijd, zie "Informatie op het kaartscherm" bovenstaand. Afstandseenheden: schakeloptie voor weergeven van de afstand op het scherm in miles of kilometers. Waarsch. speciale best.: werkt alleen als er gebruikerspecifieke speciale bestemmingen (POI) met bijbehorende waarschuwingsmeldingen op het infotainmentsysteem zijn gedownload, zie "Gebruikerspecifieke speciale bestemmingen" onderstaand. Als deze optie op Aan staat: als de auto een gebruikerspecifieke POI nadert, verschijnt de bijbehorende waarschuwingsmelding. Afstandswaarsch. speciale best.: werkt alleen als er gebruikerspecifieke speciale bestemmingen (POI) en bijbehorende waarschuwingsmeldingen op het infotainmentsysteem zijn gedownload, zie "Gebruikerspecifieke speciale bestemmingen" onderstaand. Via deze menuoptie kunt u bepalen op welk punt voorafgaand aan het bereiken van een gebruikerspecifieke POI de bijbehorende waarschuwingsmelding moet verschijnen. Selecteer de menuoptie voor een lijst met de selecteerbare waarschuwingsafstanden voor POI's. Selecteer de gewenste waarschuwingsafstand voor POI's.

47 Navigatie 47 U kunt kiezen uit de volgende nadere instellingen/opties: Mijn spec. bestemmingen nu laden: alleen beschikbaar als er een USB-drive met gebruikerspecifieke speciale bestemmingen (POI) erop, zie "Gebruikerspecifieke speciale bestemmingen" onderstaand, op de USB-poort aangesloten is Gebruikerspecifieke POI-gegevens van de USB-drive downloaden, zie "Gebruikerspecifieke speciale bestemmingen" onderstaand. Verwijder speciale best. uit syst.: werkt alleen als er gebruikerspecifieke speciale bestemmingen (POI) op het infotainmentsysteem zijn gedownload, zie "Gebruikerspecifieke speciale bestemmingen" onderstaand. Selecteer de menuoptie om alle gebruikerspecifieke POI-gegevens van het infotainmentsysteem te wissen. Demomodus: in de demomodus kunt u uw reis plannen en ziet u een overzicht van de route. De demomodus vraagt om een startpositie, wellicht een andere dan uw huidige positie, en een bestemming. Startpositie instellen: zie Startpositie voor demo onderstaand. Bestemming instellen: gebruik een van de gebruikelijke opties voor invoeren van de bestemming Demomodus activeren: zet de menuoptie op Aan. Routebegeleiding wordt nu gesimuleerd. NB: in de demomodus is de getoonde aankomsttijd of de resterende reistijd, zie "Informatie op het kaartscherm" bovenstaand, niet realistisch. In de demomodus is de gesimuleerde rijsnelheid onrealistisch hoog, voor een korte uitvoering van een gesimuleerde reis. Terug naar normale routebegeleiding: zet de menuoptie op Uit. Startpositie voor demo: toont een menu voor het handmatig invoeren van een startpositie. Voer het adres van de gewenste startpositie in De weergave van TMC-berichten (verkeer) in- of uitschakelen U kunt de weergave van TMC-berichten inschakelen, ook als er geen routebegeleiding actief is. Let op Zie voor een gedetailleerde beschrijving van TMC het hoofdstuk "Dynamische routebegeleiding" Druk op de toets SETUP en selecteer vervolgens de menuoptie Verkeersberichten.

48 48 Navigatie De weergave van TMC-berichten inschakelen Zet Dynamische navig. op Controle. Bij een file of andere verkeersincidenten wordt er een TMC-bericht op het display weergeven. De weergave van TMC-berichten uitschakelen Zet Dynamische navig. op Uit of Automatisch. Er worden geen TMCberichten op het display weergegeven. Let op Functies van de instellingen voor Dynamische navig. als de routebegeleiding actief is, zie "Instellingen voor kalibratie en begeleiding van de route" in het hoofdstuk "Begeleiding" Gebruikerspecifieke speciale bestemmingen Naast de vooraf gedefinieerde speciale bestemmingen (POI) op de SD Card van de kaart kunt u naar eigen keuze gebruikerspecifieke POI's aanmaken. U kunt deze gebruikerspecifieke POI's na het aanmaken downloaden op het infotainmentsysteem. U kunt twee verschillende typen gebruikerspecifieke POI's aanmaken: (1) Bestemmings-POI's: POI's die u als bestemmingen voor routebegeleiding kunt gebruiken. U moet voor elke POI de GPS-coördinaten (de lengte- en breedtegraad) van de locatie van de POI's en een beschrijvende naam definiëren. Na het downloaden van de POI-gegevens op het infotainmentsysteem vindt u de naam van de POI (bijv. "Huis van Michael") in het menu voor gebruikerspecifieke POI's U kunt de betreffende menuoptie als bestemming voor routebegeleiding selecteren. (2) POI-waarschuwingen: POI's waarvoor u waarschuwingen wenst (bijv. zeer scherpe bochten in de weg), voordat u de betreffende locatie bereikt. U moet voor elke POI de GPS-coördinaten (de lengte- en breedtegraad) van de locatie van de POI's en een beschrijvende waarschuwingsmelding definiëren. Na het downloaden van de POI-gegevens op het infotainmentsysteem, en als routebegeleiding actief is: Als de auto de POI-locatie zoals gedefinieerd door de GPS-coördinaten nadert, verschijnt de bijbehorende waarschuwingsmelding (bijv. "Zeer scherpe bocht"). Via de menuoptie Afstandswaarsch. speciale best. in het menu NAVIGATIE-INSTELLINGEN, zie bovenstaand, kunt u bepalen op welk punt voorafgaand aan het bereiken van een gebruikerspecifieke POI de bijbehorende waarschuwingsmelding moet verschijnen. Gebruikerspecifieke POI's aanmaken Voor elk type POI moet u een apart tekstbestand aanmaken, bijv. via eenvoudige teksteditorsoftware.

49 Navigatie 49 Bestemmings-POI's 1. Maak een tekstbestand met een willekeurige naam en de bestandsextensie.asc, bijv. "Toms DestinationPOIs.asc" aan. 2. Voer de POI-gegevens in de volgende indeling in het tekstbestand in: Lengtegraad, Breedtegraad, "Naam van POI [ eventueel commentaar ]" Voorbeeld: , , "Huis van Michael [ Fleet Street ]" NB: de bovenstaande tekst mag niet meer dan één regel omvatten, zie bovenstaande afbeelding. 3. Vraag de vereiste GPS-coördinaten op, bijv. van een topografische kaart. Voer de GPS-coördinaten in met alle decimalen, zie het bovenstaande voorbeeld. 4. Voer de lengte- en breedtegraad in het tekstbestand in, gescheiden door een komma en een spatie. 5. Voer een willekeurige naam voor de POI in en, indien gewenst, een optioneel commentaar tussen vierkante haken. De naam en het commentaar moeten tussen aanhalingstekens staan en door een komma en een spatie worden gescheiden van de GPS-coördinaten. 6. Voer verdere POI-gegevens in het tekstbestand in. Gebruik daarbij voor elke POI een aparte regel, zie bovenstaand. 7. Sla het tekstbestand op, bijv. op uw lokale vaste schijf. POI-waarschuwingen Maak een apart tekstbestand met een willekeurige naam en de bestandsextensie.asc, bijv. "TomsPOIWarnings.asc" aan. Voor het aanmaken van een tekstbestand gaat u vervolgens te werk zoals beschreven bij bestemmings-poi's, zie bovenstaand. Het enige verschil is: in plaats van het aanmaken van een naam (bijv. "Huis van Michael") moet u een waarschuwingsmelding (bijv. "Zeer scherpe bocht") aanmaken.

50 50 Navigatie De tekstbestanden op een USB-drive opslaan 1. In de hoofddirectory van een USB-drive: maak een map aan met de naam "mypois", bijv. "F:\myPOIs", waarbij "F:\" de hoofddirectory van de USB-drive is. 2. In de map "mypois": sla het tekstbestand met bestemming-poi's op, bijv. "F:\myPOIs\TomsDestinationPOIs.asc". 3. In de map "mypois": maak een submap aan met de naam "mypoiwarnings". 4. Sla in deze submap het tekstbestand met POI-waarschuwingen op, bijv. "F:\myPOIs\myPOIWarnings \TomsPOIWarnings.asc" Gebruikerspecifieke POI's downloaden Sluit de USB-drive met uw gebruikerspecifieke POI-gegevens aan op de USB-poort 3 33 van het infotainmentsysteem. Download starten: druk op de toets SETUP, selecteer de knop Navigatie op het scherm, selecteer de menuoptie Mijn spec. bestemmingen nu laden en bevestig de melding die verschijnt. De POI-gegevens worden op het infotainmentsysteem gedownload. Invoer van de bestemming Er zijn diverse methoden voor routebegeleiding naar uw bestemming. Druk op de NAV-toets om het NAVIGATIE-menu op te roepen. Het NAVIGATIE menu biedt drie mogelijk opties voor invoer van de bestemming: Bestemming: opent het BESTEMMING INVOEREN-menu. Let op Als routebegeleiding actief is, verschijnt er een melding voordat het menu BESTEMMING INVOEREN verschijnt. U moet eerst beslissen of u een viapunt (een tussenbestemming) aan de momenteel ingestelde bestemming wilt toevoegen of dat u de momenteel ingestelde bestemming wilt vervangen door een nieuwe bestemming. Gedetailleerde beschrijving van het toevoegen van een viapunt aan een bestemming, zie hoofdstuk "Begeleiding" 3 67.

51 Navigatie 51 Het BESTEMMING INVOERENmenu is het belangrijkste toegangspunt voor het invoeren en/of selecteren van bestemmingen, zie "Directe adresinvoer" en de volgende paragrafen. Laatste bestemmingen: toont een lijst met bestemmingen die eerder werden gebruikt voor routebegeleiding. U kunt een vermelding uit de lijst als uw nieuwe bestemming selecteren, zie "Eerdere bestemming selecteren" onderstaand. Huisadres: toont een menu waarmee u een adres als uw huisadres kunt opslaan en/of uw reeds opgeslagen huisadres als nieuwe bestemming kunt selecteren, zie "Huisadres invoeren en selecteren" onderstaand. De menuopties Opties, Route en Stop routegeleiding worden beschreven in het hoofdstuk "Begeleiding" Menu's met toetsenblokken gebruiken voor adresinvoer Bij de diverse opties voor adresinvoer moet u adresgegevens vaak met menu's met toetsenblokken invoeren. De toetsenblokken gebruiken een intelligente spellingsfunctie, met uitsluiting van niet-bestaande letter- of cijfercombinaties. Het gebruik van menu's met toetsenblokken wordt onderstaand via het voorbeeld van een plaatsnaam beschreven: Selecteer achter elkaar de letters voor de gewenste plaatsnaam. Tijdens het proces blokkeert het systeem automatisch letters die daarna niet in de plaatsnaam kunnen voorkomen. Als u een letter of een speciaal teken wilt invoeren dat niet voorkomt op het momenteel getoonde toetsenblok, drukt u een of meerdere keren op de Meer-knop op het scherm totdat er een toetsenblok met de/het gewenste letter of speciale teken verschijnt.

52 52 Navigatie Het aantal beschikbare toetsenblokken en de daarop aanwezige letters of speciale tekens verschilt per situatie. Voor het wissen van reeds ingevoerde letters drukt u een of meerdere keren op de Wissen-knop op het scherm. Als het systeem in het adressengeheugen een plaatsnaam aantreft die overeenkomt met de ingevoerde letters, verschijnt die naam (in grijze letters), zie bovenstaande afbeelding. Als u inderdaad de getoonde plaatsnaam zoekt, kunt u die plaatsnaam met de OK-knop op het scherm direct aan uw adres van bestemming toevoegen. Aan het cijfer rechtsboven in het menuscherm ziet u hoeveel plaatsnamen met de ingevoerde beginletters in het adressengeheugen van het systeem voorkomen. Als dat er meer dan 999 zijn, verschijnt "> 999", zie de bovenstaande afbeelding. Naarmate u meer letters invoert, neemt het resterende aantal mogelijke plaatsnamen af. Zodra het aantal overeenkomende plaatsnamen gelijk aan of minder dan 5 is, verschijnt er automatisch een lijst met de overeenkomende plaatsnamen. Eventueel kunt u het systeem met de Lijst-knop op het scherm te allen tijde een lijst met alle plaatsnamen met overeenkomende beginletters laten weergeven. In beide gevallen kunt u dan de betreffende vermelde plaatsnaam selecteren en aan uw adres van bestemming toevoegen. Let op Als het systeem in het adresgeheugen maar één plaatsnaam vindt met dezelfde beginletters, verschijnt er geen lijst, maar wordt de betreffende plaatsnaam meteen toegevoegd aan het adres van bestemming.

53 Navigatie 53 Een adres rechtstreeks invoeren Druk op de NAV-toets en selecteer de menuoptie Bestemming om het menu BESTEMMING INVOEREN op te roepen. Selecteer het Adresinvoer-menupunt. Het ADRES INVOEREN-menu verschijnt. Let op Gedetailleerde beschrijving van het invoeren van adresgegevens via menu's met toetsenblokken, zie "Menu's met toetsenblokken voor adresinvoer gebruiken" bovenstaand. Let op Onderstand volgt een beschrijving van het invoeren van het adres met de invoervolgorde: 1.) naam van het land, 2.) plaatsnaam/postcode, 3.) straatnaam, 4.) huisnummer. Eventueel kunt u ook deze invoervolgorde gebruiken: 1.) naam van het land, 2.) straatnaam, 3.) huisnummer, 4.) plaatsnaam/postcode. Adresgegevens invoeren 1. Naam van land invoeren: Voor het invoeren of wijzigen van het land van bestemming: selecteer de menuoptie Land bestemming. Er verschijnt een menu met toetsenblok om de naam van het land in te voeren. Voor de naam van het gewenste land in.

54 54 Navigatie Na het invoeren van de naam van het land verschijnt het menu ADRES INVOEREN weer. 2. Plaatsnaam of postcode invoeren: Selecteer de menuoptie Stad om de naam of postcode om uw plaats van bestemming in te voeren. Er verschijnt een menu met toetsenblok om de plaatsnaam of de postcode in te voeren. het menu ADRES INVOEREN weer. 3. Straatnaam invoeren: Selecteer de menuoptie Straat om de straatnaam van bestemming in te voeren. Er verschijnt een menu met toetsenblok om de straatnaam in te voeren. scherm te selecteren. Daarna wordt de bestemming op het stadscenturm gezet en verschijnt het menu BESTEMMING BEVESTIGEN. Ga door met stap 5. Na het invoeren van de straatnaam verschijnt er automatisch een menu met toetsenblok voor het invoeren van het huisnummer, zie de onderstaande afbeelding. Let op Als het systeem geen huisnummer nodig heeft om de bestemming ondubbelzinnig te kunnen bepalen, verschijnt er geen menu voor het invoeren van het huisnummer, maar het menu BESTEMMING BEVESTIGEN. Ga door met stap 5. Voer de naam of postcode van de gewenste plaats in. Na het invoeren van de plaatsnaam of de postcode verschijnt Voer de naam van de gewenste straat in. Let op Zo lang als er geen letter voor de straatnaam ingevoerd is, kunt u het invoeren van de straatnaam overslaan door de knop Centrum op het

55 Navigatie Huisnummer invoeren: Voer het gewenste huisnummer in of, als u het huisnummer niet weet, selecteer de knop Geen nr. op het scherm. Als u de knop Geen nr. op het scherm selecteert, wordt het midden van de straat geselecteerd als bestemming en verschijnt het menu BESTEMMING BEVESTIGEN. Ga door met stap 5. Als u een huisnummer invoert en dat huisnummer niet bestaat, verschijnt er een melding met de volgende opties: Geen nummer: er wordt niet op huisnummer gezocht. Nummer van lijst kiezen: er verschijnt een lijst met beschikbare huisnummers. Selecteer de gewenste optie (knop op scherm). Bij de optie Geen nummer verschijnt het menu BESTEMMING BEVESTIGEN. Ga door met stap 5. Bij de optie Nummer van lijst kiezen verschijnt een lijst beschikbare huisnummers en/of nummerbereiken. Selecteer de lijstvermelding met het gewenste huisnummer of nummerbereik. Het BESTEMMING BEVESTIGEN-menu verschijnt. 5. Nieuwe bestemming bevestigen: Het menu BESTEMMING BEVESTIGEN toont een kaartscherm van het gebied rond het eerder ingevoerde adres. De nieuwe bestemming wordt aangeduid met een geblokte vlag. Als u de routebegeleiding naar het ingevoerde adres van bestemming meteen wilt starten, gaat u door met stap 6.

56 56 Navigatie Als u (1) de nieuwe bestemming naar een andere locatie wilt verschuiven of (2) het adres van de nieuwe bestemming in het adresboek wilt opslaan: selecteer de knop Menu op het scherm. Er verschijnt een melding met de bovenstaand beschreven opties (1) Verschuiven en (2) Opslaan. Selecteer de gewenste optie (knop op scherm). Bestemming naar een nieuwe locatie verschuiven: Als u in de melding de knop Verschuiven op het scherm selecteert, verschijnt het menu KAART VERSCHUIVEN. Indien gewenst kunt u het zichtbare kaartgedeelte met uw vinger op het scherm in een willekeurige richting verschuiven en kunt u de kaartschaal met de combiknop wijzigen. Tik op de kaart om de bestemming naar een nieuwe locatie te verschuiven. De bestemmingsvlag verschijnt nu op de nieuwe locatie. Selecteer de knop OK op het scherm om de nieuwe locatie van de bestemming te bevestigen. Het menu BESTEMMING BEVESTIGEN verschijnt weer. Als u de routebegeleiding naar de nieuwe bestemming meteen wilt starten, gaat u door met stap 6. Nieuwe bestemming in adresboek opslaan: Als u het adres van de nieuwe bestemming in het adresboek wilt opslaan: selecteer de knop Menu op het scherm en vervolgens de knop Opslaan op het scherm in de getoonde melding. Er verschijnt een menu met toetsenblok om de naam in te voeren. Voer de gewenste naam voor de eerder ingestelde bestemming in.

57 Navigatie 57 Selecteer knop OK op het scherm om het adres van de nieuwe bestemming onder de eerder ingevoerde naam in het adresboek op te slaan. Na het opslaan van de adresgegevens in het adresboek verschijnt het menu BESTEMMING BEVESTIGEN weer. 6. Routebegeleiding starten: In het menu BESTEMMING BEVESTIGEN: selecteer de knop Start op het scherm om de routebegeleiding naar het eerder ingestelde adres te starten. De route wordt berekend door het navigatiesysteem en de route wordt gestart. Beschrijving van routebegeleiding, zie hoofdstuk "Begeleiding" Het adresboek gebruiken Druk op de NAV-toets en selecteer de menuoptie Bestemming om het menu BESTEMMING INVOEREN op te roepen. Selecteer het Adresboek-menupunt. Er verschijnt een lijst met alle adressen (bestemmingen) die in het adresboek zijn opgeslagen. Met het adresboek kunt u de adressen van uw favoriete bestemmingen comfortabel opslaan en deze adressen later als bestemmingen voor routebegeleiding selecteren. Nieuwe adressen (bestemmingen) toevoegen Het adresboek heeft een capaciteit van maximaal 50 adressen. Bij het bereiken van het maximale aantal adressen moet u een adres wissen voordat u een nieuw kunt toevoegen. Selecteer de lijstvermelding Nieuwe bestemming toevoegen (eerste vermelding in lijst). Er verschijnt een menu met diverse opties voor het toevoegen van nieuwe adressen.

58 58 Navigatie U hebt de volgende opties: Nieuw adres: toont het menu voor directe adresinvoer. De gewenste nieuwe adresgegevens invoeren, zie "Een adres direct invoeren" (stappen 1 t/m 4) bovenstaand. Na het invoeren van alle adresgegevens verschijnt het menu BESTEMMING BEVESTIGEN. Het eerder ingevoerde adres wordt aangeduid met een geblokte vlag. Ga als volgt te werk om het eerder ingevoerde adres met de kaart te wijzigen: Selecteer de knop Verschuiven op het scherm om het menu KAART VERSCHUIVEN op te roepen. Indien gewenst kunt u het zichtbare kaartgedeelte met uw vinger op het scherm in een willekeurige richting verschuiven en kunt u de kaartschaal met de combiknop wijzigen. Tik op de kaart om de betreffende locatie in te stellen als een nieuw adres. De geblokte vlag verschijnt nu op dat/die nieuwe adres/locatie. Selecteer de knop OK op het scherm om de nieuwe locatie van de bestemming te bevestigen. Het menu BESTEMMING BEVESTIGEN verschijnt weer.

59 Navigatie 59 Ga als volgt te werk om het nieuwe adres in het adresboek op te slaan: Selecteer de knop Opslaan op het scherm. Er verschijnt een menu met toetsenblok om de naam in te voeren. Adresgegevens opslaan: zie de bovenstaande beschrijvingen. Huidige positie: slaat de huidige bestemming op in het adresboek. Adresgegevens opslaan: zie de bovenstaande beschrijvingen. Adressen (bestemmingen) voor routebegeleiding selecteren, adressen hernoemen of wissen Voer de gewenste naam voor de nieuwe adresboekvermelding in en selecteer de knop OK op het scherm om de nieuwe adresgegevens in het adresboek op te slaan. Uit vorige bestemmingen: toont een lijst met bestemmingen die eerder werden gebruikt voor routebegeleiding. Selecteer een eerdere bestemming die u in het adresboek wilt opslaan. Er verschijnt een menu met toetsenblok om de naam in te voeren. Voer de gewenste naam van de nieuwe adresboekvermelding in en selecteer de knop OK op het scherm om de nieuwe adresgegevens in het adresboek op te slaan. Actuele bestemming: slaat de huidige bestemming op in het adresboek (alleen beschikbaar als de routebegeleiding actief is). Selecteer de gewenste adresboekinvoer. Er verschijnt een menu met de adresinformatie van de geselecteerde adresboekvermelding.

60 60 Navigatie U hebt de volgende menuopties: Naam: toont een menu met toetsenblok om de naam in te voeren. Voer een nieuwe naam voor de adresboekvermelding in en selecteer de knop OK op het scherm om de nieuwe naam te bevestigen. Alle vw.: wist alle adresboekvermeldingen. Wissen: wist de geselecteerde adresboekvermelding. OK: stelt het getoonde adres of de GPS-coördinaten in als de nieuwe bestemming en start de routebegeleiding naar die bestemming. Beschrijving van routebegeleiding, zie hoofdstuk "Begeleiding" Speciale bestemming selecteren Een speciale bestemming (POI) is een specifieke locatie die belangrijk kan zijn, bijv. een tankstation, parkeerplaats of restaurant. In het Infotainmentsysteem wordt een POI gedefinieerd via GPS-coördinaten (lengte- en breedtegraad) en een naam. De gegevens op de SD Card van de kaart bevatten een groot aantal vooraf gedefinieerde POI's. Deze worden aangeduid via bijbehorende symbolen op het kaartscherm. U kunt deze POI's als bestemmingen voor routebegeleiding selecteren. Ga als volgt te werk om een speciale bestemming te selecteren: Druk op de NAV-toets en selecteer de menuoptie Bestemming om het menu BESTEMMING INVOEREN op te roepen. Selecteer het Speciale bestemmingen-menupunt.

61 Navigatie 61 Het SPECIALE BESTEMMINGENmenu verschijnt. U hebt de volgende menuopties: Restaurants in de buurt: toont een lijst met restaurants in de buurt van de huidige locatie. Elke lijstvermelding toont de hemelsbrede afstand en ongeveer de richting naar het betreffende restaurant. Selecteer een lijstvermelding voor een menu met gedetailleerde informatie over het betreffende restaurant. Terug naar de lijst met restaurants: selecteer de knop Lijst op het scherm. Routebegeleiding naar het geselecteerde restaurant starten: selecteer de knop Start op het scherm. Beschrijving van routebegeleiding, zie hoofdstuk "Begeleiding" Parkeerplaatsen in de buurt: toont een lijst met parkeerterreinen in de buurt van de huidige locatie. Routebegeleiding naar een specifiek parkeerterrein starten, zie instructies m.b.t. Restaurants in de buurt bovenstaand.

62 62 Navigatie Tankstations in de buurt: toont een lijst met tankstations in de buurt van de huidige locatie. Routebegeleiding naar een specifiek tankstation starten, zie instructies m.b.t. Restaurants in de buurt bovenstaand. Zoek in omgeving: geeft toegang tot alle POI's in de buurt van de huidige locatie. Na het selecteren van de menuoptie verschijnt er een melding. Voor een specifieke POI kunt u zoeken op Categorie of op Naam:. Selecteer de gewenste zoekoptie (knop op scherm) in de melding. Op categorie zoeken: Na het selecteren van de knop Categorie in de melding op het scherm verschijnt er een lijst met POI-categorieën. Kies de gewenste categorie. Afhankelijk van de geselecteerde categorie verschijnt er wellicht een lijst met bijbehorende subcategorieën voor gedetailleerd zoeken naar POI's. Selecteer in deze gevallen de gewenste subcategorie. Uiteindelijk verschijnt er een lijst met categoriespecifieke POI's. Routebegeleiding naar een specifieke POI starten, zie instructies m.b.t. Restaurants in de buurt bovenstaand. Op naam zoeken: Na het selecteren van de knop Naam: in de melding op het scherm verschijnt er een menu met toetsenblok voor zoeken naar POI's. Voer een naam van een POI of een deel daarvan in en selecteer de knop Lijst op het scherm om te zoeken naar die POI, respectievelijk alle POI's met namen met de ingevoerde lettercombinatie. Let op Als u geen letter invoert en naar een POI gaat zoeken, zoekt het systeem naar alle POI's in de buurt van de huidige positie. Tijdens het zoeken verschijnt er een melding hoe ver van de huidige bestemming het systeem momenteel naar POI's zoekt. U kunt de zoekopdracht te allen tijde stoppen met de knop Stop in de melding op het scherm of u kunt wachten totdat er een lijst met alle gevonden POI's verschijnt. Routebegeleiding naar een specifieke POI starten, zie instructies m.b.t. Restaurants in de buurt bovenstaand. Zoek in omg. bestemming: geeft toegang tot alle POI's in de buurt van de huidige bestemming (alleen beschikbaar als de routebegeleiding actief is).

63 Navigatie 63 Zoeken naar POI's en routebegeleiding naar een specifieke POI starten, zie instructies m.b.t. Zoek in omgeving bovenstaand. Zoek in andere stad: geeft toegang tot alle POI's binnen een geselecteerde plaatsnaam. Plaatsnaam selecteren, zie "Een adres direct invoeren" (stappen 1 t/ m 2) bovenstaand. Na het selecteren van een plaatsnaam kunt u in die plaats via Categorie of via Naam: naar POI's zoeken, zie instructies m.b.t. Zoek in omgeving bovenstaand. Gebruikerspecifieke speciale bestemming selecteren Behalve de vooraf gedefinieerde speciale bestemmingen (POI) op de SD Card van de kaart kunt u naar geheel eigen keuze gebruikerspecifieke POI's aanmaken en deze POI's downloaden naar het Infotainmentsysteem, zie hoofdstuk "Gebruik" Als er gebruikerspecifieke POI's zijn gedownload naar het Infotainmentsysteem, kunt u zo'n POI als bestemming voor routebegeleiding selecteren. Ga als volgt te werk om een gebruikerspecifieke speciale bestemming te selecteren: Druk op de NAV-toets en selecteer de menuoptie Bestemming om het menu BESTEMMING INVOEREN op te roepen. Selecteer het Speciale best. gebruiker-menupunt. Er verschijnt een lijst met alle gedownloade gebruikerspecifieke POI's. Kies het gewenste gegeven in de lijst. Er verschijnt een menu met de GPScoördinaten en een beschrijvende toelichting (indien beschikbaar) op de geselecteerde POI. Terug naar de lijst met gebruikerspecifieke POI's: selecteer de knop Lijst op het scherm. Routebegeleiding naar de geselecteerde gebruikerspecifieke POI starten: selecteer de knop Start op het scherm. Beschrijving van routebegeleiding, zie hoofdstuk "Begeleiding" Een bestemming vanaf de kaart selecteren Door de bestemming op deze manier in te voeren kunt u naar een nieuwe bestemming zoeken door het zichtbare kaartgedeelte te verschuiven en de gewenste locatie van de nieuwe bestemming instellen door op de kaart te tikken.

64 64 Navigatie Ga als volgt te werk om een bestemming van de kaart te selecteren: Druk op de NAV-toets en selecteer de menuoptie Bestemming om het menu BESTEMMING INVOEREN op te roepen. Selecteer het Bestemming in kaartmenupunt. Het menu BESTEMMINGEN VAN KAART verschijnt, met een kaart van het gebied rondom de huidige positie. De kaart wordt tweedimensionaal/ met het noorden bovenaan getoond. U kunt het zichtbare kaartgedeelte met uw vinger op het scherm in een willekeurige richting verschuiven. Indien gewenst wijzigt u de kaartschaal door aan de combiknop te draaien. Verschuif het zichtbare kaartgedeelte totdat u het gebied rondom de door u gezochte locatie ziet. Tik op de kaart om een nieuwe bestemming op de gewenste locatie in te stellen. Een geblokte vlag geeft nu de nieuwe bestemming aan en onderaan de kaart verschijnt nu de straatnaam (of GPS-coördinaten) van de nieuwe bestemming. Selecteer de knop Start op het scherm. Er verschijnt een melding met de volgende opties: Opslaan: adresgegevens van de nieuwe bestemming in het adresboek opslaan. Instellen als bestemming: routebegeleiding naar de nieuwe bestemming starten.

65 Navigatie 65 Selecteer de gewenste optie (knop op scherm). Na het selecteren van de knop Opslaan in de melding op het scherm verschijnt er een menu met toetsenblok voor het invoeren van de naam. Voer de gewenste naam voor de nieuwe bestemming in en selecteer de knop OK op het scherm om de adresgegevens van de nieuwe bestemming in het adresboek op te slaan. Na het selecteren van de knop Instellen als bestemming op het scherm in de melding wordt de route naar de nieuwe bestemming berekend en wordt de routebegeleiding gestart. Beschrijving van routebegeleiding, zie hoofdstuk "Begeleiding" Kruising als bestemming kiezen Deze methode voor het invoeren van een bestemming werkt bijna identiek aan zoals beschreven bij "Een adres direct invoeren", zie bovenstaand. In plaats van het specificeren van een locatie in een straat via een huisnummer moet u de locatie via een kruising specificeren. Ga als volgt te werk om een kruising als bestemming te selecteren: Druk op de NAV-toets en selecteer de menuoptie Bestemming om het menu BESTEMMING INVOEREN op te roepen. Selecteer het Bestemming kruisingmenupunt. Doorloop de stappen 1 t/m 3 van "Een adres direct invoeren", zie bovenstaand. Na het invoeren van een straatnaam: Als er slechts één straat de eerder gespecificeerde straat kruist, verschijnt het menu BESTEMMING BEVESTIGEN. Ga door met stap 5 van "Een adres direct invoeren", zie bovenstaand.

66 66 Navigatie Als er maximaal 5 kruisende straten zijn, verschijnt er een lijst met alle kruisende straten. Selecteer de gewenste kruisende straat en ga door met stap 5 van "Een adres direct invoeren", zie bovenstaand. Als er meer dan 5 kruisende straten zijn, verschijnt er een menu met toetsenblok voor het invoeren van de naam. Selecteer de gewenste kruisende straat en ga door met stap 5 van "Een adres direct invoeren", zie bovenstaand. Eerdere bestemming selecteren Druk op de toets NAV en selecteer vervolgens de menuoptie Laatste bestemmingen. Er verschijnt een lijst met bestemmingen die eerder voor routebegeleiding werden gebruikt. overschrijdt, wordt de oudste uit de lijst gewist en de nieuwste toegevoegd. Na het selecteren van een eerdere bestemming in de lijst verschijnt er een menu met gedetailleerde adresinformatie (indien beschikbaar), of de GPS-coördinaten van de bestemming: Voor de naam van een straat in die de eerder gespecificeerde straat kruist of selecteer de knop Lijst op het scherm om meteen een lijst met alle kruisende straten weer te geven. Maximaal 50 eerdere bestemmingen worden automatisch opgeslagen. Als het aantal eerdere bestemmingen 50 U hebt de volgende menuopties: Opslaan: slaat de getoonde bestemmingsgegevens op in het adresboek. Detailinformatie over het adresboek, zie "Het adresboek gebruiken" bovenstaand.

67 Navigatie 67 Alle vw.: wist de gehele lijst met eerdere bestemmingen. Wissen: wist de getoonde bestemming uit de lijst met eerdere bestemmingen. OK: stelt het getoonde adres of de GPS-coördinaten in als de nieuwe bestemming en start de routebegeleiding naar die bestemming. Beschrijving van routebegeleiding, zie hoofdstuk "Begeleiding" Thuisadres invoeren en selecteren Druk op de toets NAV en selecteer vervolgens de menuoptie Huisadres. Er verschijnt een menu, met het momenteel ingestelde thuisadres of GPS-coördinaten, zie de onderstaande afbeelding. Als er niet eerder een thuisadres ingevoerd is, is het adresvak in het menu leeg. Na het instellen van uw thuisadres kunt u in het menu de routebegeleiding naar uw thuisadres comfortabel starten. U hebt de volgende menuopties: Positie: wist het oude thuisadres (indien beschikbaar) en slaat de huidige positie als het nieuwe thuisadres op. Daarna verschijnen de adresgegevens of de GPS-coördinaten van de huidige positie. Wijzigen: toont het menu voor directe adresinvoer. Met dit menu kunt u een nieuw thuisadres invoeren en opslaan, zie "Een adres direct invoeren" bovenstaand. Het oude thuisadres (indien beschikbaar) wordt gewist. Start: stelt het getoonde thuisadres of de GPS-coördinaten in als de nieuwe bestemming en start de routebegeleiding naar die bestemming. Beschrijving van routebegeleiding, zie hoofdstuk "Begeleiding" Begeleiding Algemene informatie Het navigatiesysteem begeleidt de route door visuele instructies en gesproken opdrachten (gesproken begeleiding). Visuele instructies Visuele instructies verschijnen op het kaartscherm, in het menu VER KEERSBERICHTEN, in alle audiohoofdmenu's, bijv. het menu CD en in het menu TELEFOON. Visuele instructies op het kaartscherm:

68 68 Navigatie Visuele instructies in menu's, bijv. het radiomenu FM1: Gedetailleerde beschrijvingen op het kaartscherm en de visuele informatie bij de routebegeleiding, zie hoofdstuk "Gebruik" Gesproken opdrachten Gesproken opdrachten geven bij het naderen van een kruising aan welke richting u moet volgen. Gesproken begeleiding activeren of deactiveren: knop Info op het kaartscherm enkele seconden aanraken, zie bovenstaande afbeelding van het kaartscherm. Na het activeren van gesproken begeleiding verschijnt het knoplabel in wit, anders in zwart. Laatste gesproken opdracht herhalen: op de knop Info op het scherm tikken. Volume van gesproken opdrachten aanpassen: aan de knop X draaien. Let op Het activeren/deactiveren van gesproken begeleiding wordt aangeduid met een pieptoon, als de systeemgeluiden geactiveerd zijn Routebegeleiding via het menu NAVIGATIE besturen Druk op de NAV-toets om het NAVIGATIE-menu op te roepen. Het NAVIGATIE menu biedt drie mogelijke opties voor het besturen van de routebegeleiding: Opties: opent het menu ROUTEOPTIES met diverse instellingen voor het (her)berekenen van de route en routebegeleiding, zie "Instellingen voor routeberekening en -begeleiding" onderstaand.

69 Navigatie 69 Route: opent het menu ROUTELIJST met alle straten op de huidige route, zie "Routelijst tonen" onderstaand. Stop routegeleiding: annuleert de momenteel actieve routebegeleiding. Als er een extra viapunt (tussenbestemming) voor de routebegeleiding ingesteld is, vraagt een melding u te beslissen: of de routebegeleiding naar zowel het viapunt als de eindbestemming moet worden geannuleerd, of, of de routebegeleiding alleen naar het viapunt moet worden geannuleerd. Als de routebegeleiding alleen naar een viapunt annuleert: het navigatiesysteem berekent de route automatisch opnieuw om u naar de eindbestemming te begeleiden. Instellingen voor routeberekening en -begeleiding Voorafgaand aan de routebegeleiding, maar ook bij een reeds actieve routebegeleiding, kunt u diverse criteria voor het (her)berekenen van de route en routebegeleiding instellen. Druk op de NAV-toets en selecteer de menuoptie Opties om het menu ROUTEOPTIES op te roepen. U hebt de volgende menuopties: Dynamische navig.: selecteren als het navigatiesysteem bij het (her)berekenen van de route rekening moet houden met TMC-(verkeers-)berichten, zie hoofdstuk "Dynamische begeleiding" Beschikbare instellingen: Uit: bij het berekenen van de route houdt het systeem geen rekening met TMC-berichten. Automatisch: bij het (her)berekenen van de route houdt het systeem automatisch rekening met alle TMC-berichten. Controle: bij een file of een ander verkeersincident waarvoor het navigatiesysteem een TMC-bericht ontvangt, verschijnt er een bericht: of het systeem een alternatieve route naar de bestemming moet berekenen, of, of de eerder berekende route ongewijzigd moet blijven. De berichten worden op het display weergegeven, ook als een audiomodus (bijvoorbeeld AM/FM of cd) of de telefoonmodus actief is. Routemodus: selecteer of de snelste, de zuinigste of de kortste route moet worden berekend voor routebegeleiding.

70 70 Navigatie Snelweg: selecteer of autosnelwegen voor routebegeleiding moeten worden vermeden of gebruikt. Veer/tolwegen : selecteer of tolwegen en veerboten bij het berekenen van de route naar de bestemming moeten worden vermeden of gebruikt of dat ze zo min mogelijk moeten worden gebruikt. Routelijst tonen Druk op de NAV-toets en selecteer de menuoptie Route om ROUTELIJST op te roepen. De routelijst toont alle straten op de berekende route, te beginnen vanaf de huidige locatie. Elke lijstvermelding kan de volgende informatie tonen: Straatnaam, autosnelweg of afslag van autosnelweg. Richtingpijl of autosnelwegsymbool. Let op Een extra klein rood driehoekje in een richtingspijl of een autosnelwegsymbool duidt op een actueel verkeersvoorval op de betreffende straat of autosnelweg. Afstand tot de volgende straat op de route, of geschatte benodigde tijd naar de volgende straat op de route, of geschatte aankomsttijd bij de volgende straat op de route. De getoonde tijdsaanduiding hangt af van de vraag of eerder op het kaartscherm werd gekozen voor weergave van de geschatte resterende reistijd of de geschatte aankomsttijd. Tijdsaanduiding wijzigen: druk op de toets MAP en tik links op het kaartscherm op de tijdsaanduiding onder de richtingpijl. Alle beschikbare informatie over een specifieke routelijstvermelding tonen: de lijstvermelding selecteren. Routebegeleiding via het menu VERKEERSINFO besturen Druk op de TRAF-toets om het VERKEERSINFO-menu op te roepen.

71 Navigatie 71 Het menu VERKEERSINFO toont het dichtstbijzijnde verkeersvoorval (indien aanwezig), bijv. een file, op de huidige route. U hebt de volgende menuopties: Blokk.: met dit menu kunt u straten uit de routebegeleiding uitsluiten, zie "Straten uit routebegeleiding uitsluiten" onderstaand. TA: ontvangst van verkeersberichten activeren of deactiveren Route: toont een lijst met alle verkeersvoorvallen op de huidige route. Detailinformatie over een specifiek verkeersvoorval tonen: lijstvermelding selecteren. Alles: toont alle verkeersvoorvallen op de huidige route en daarbij alle verkeersvoorvallen bij de huidige positie van de auto. TMC-(verkeers-)symbolen (zie hoofdstuk "Symbolenoverzicht" 3 76) die verkeersvoorvallen op de huidige route aangeven, zijn rood gemarkeerd. Straten uit routebegeleiding uitsluiten Na het starten van de routebegeleiding kunt u straten uit de eerder berekende route uitsluiten. Daarna kan het systeem de route herberekenen en worden de eerder uitgesloten straten omzeild. Druk op de TRAF-toets en selecteer de knop Blokk. op het scherm om het menu ROUTEDEEL VERMIJDEN op te roepen. U hebt de volgende menuopties: Weg verderop vermijden: opent het WEG VERDEROP VERMIJDENmenu.

72 72 Navigatie Met dit menu kunt u de komende straten uit de huidige route uitsluiten door de lengte van het uit te sluiten gedeelte te definiëren, te beginnen vanaf de huidige positie van de auto. Komende straten uit de route uitsluiten: gewenste waarde van Afst. blokk. instellen en menuoptie Route opnieuw berekenen selecteren. De route wordt opnieuw berekend en de uitgesloten straten worden aangeduid met een zwarte lijn en een symbool "Niet inrijden"(zie hoofdstuk "Symbolenoverzicht" 3 76) op het kaartscherm. Weg mijden in routelijst: er verschijnt een menu met de huidige routelijst. Met dit menu kunt u een of meerdere opeenvolgende straten uitsluiten (uitsluitingsgedeelte) uit de huidige route. Een enkele straat uitsluiten: gewenste straat in de lijst selecteren. Het label van de geselecteerde straat wordt nu rood. Enkele opeenvolgende straten uitsluiten: de eerste en de laatste straat van het gewenste uitsluitingsgedeelte selecteren. De labels van alle opeenvolgende straten binnen het gedefinieerde uitsluitingsgedeelte worden nu rood. Let op In de routelijst kunt u slechts één straat of één gedeelte tegelijkertijd voor uitsluiting definiëren. Straat uitsluiten: menuoptie Route opnieuw berekenen (eerste vermelding in routelijst) selecteren. De route wordt opnieuw berekend en de uitgesloten straten worden aangeduid met een zwarte lijn en een symbool "Niet inrijden"(zie hoofdstuk "Symbolenoverzicht" 3 76) op het kaartscherm. Blokkering verderop opheffen: annuleert de eerdere straatuitsluiting via Weg verderop vermijden. Blokkering traject opheffen: annuleert de eerdere straatuitsluiting via Weg mijden in routelijst. Viapunt (tussenbestemming) aan de route toevoegen Na activeren van de routebegeleiding kunt u te allen tijde een viapunt aan uw route toevoegen.

73 Navigatie 73 Druk op de NAV-toets en selecteer de menuoptie Bestemming of de menuoptie Laatste bestemmingen. Selecteer in deze melding de knop Tussenstop toevoegen op het scherm. Bestemming voor viapunt invoeren of selecteren, zie hoofdstuk "Invoer van de bestemming" Na het toevoegen van het gewenste viapunt berekent het navigatiesysteem de route van de huidige positie naar deze nieuwe tussenbestemming en de route van de tussenbestemming naar de eindbestemming. Het viapunt wordt op de kaart aangeduid met een rode geblokte vlag. Na aankomst op het viapunt vervolgt de routebegeleiding automatisch met de begeleiding naar de eindbestemming. Let op Voor elke reis kunt u slechts een viapunt tegelijkertijd instellen. Als er bij het instellen van een nieuw viapunt als een viapunt actief is, wordt de routebegeleiding naar het oude viapunt geannuleerd. Gebruikerspecifieke POIwaarschuwingen activeren U kunt "POI-waarschuwingen" definieren voor POI's waarvoor u waarschuwingen wenst (bijv. zeer scherpe bochten in de weg), voordat u de betreffende locatie bereikt. Persoonlijke POI-waarschuwingen definiëren en naar het infotainmentsysteem downloaden, zie hoofdstuk "Gebruik" POI-waarschuwingen activeren Druk op de toets SETUP, selecteer de menuoptie Navigatie en zet Waarsch. speciale best. op Aan. Dynamische routebegeleiding Als de actieve dynamische routebegeleiding actief is, wordt de hele actuele verkeerssituatie die het Infotainmentsysteem via de TMC-verkeersinformatie ontvangt, bij de routeberekening betrokken. De route wordt voorgesteld op basis van alle verkeersproblemen en beperkingen volgens de vooraf ingestelde criteria (bijv. "kortste route", "autosnelwegen vermijden" enz.). Bij een actueel verkeersknelpunt (bijv. file, afgesloten weg) op de gevolgde route, verschijnen er een displaytekst en een gesproken mededeling over het soort knelpunt. U kunt dan besluiten of u via de voorgestelde routeverandering het knelpunt omzeilt of dat u door het verkeersknelpunt heen rijdt. Ook bij een niet-actieve routebegeleiding worden verkeersknelpunten in de directe omgeving gemeld. Tijdens een actieve routebegeleiding controleert het systeem m.b.v. de verkeersinformatie continu of een herberekening of een alternatieve route met inachtneming van de actuele verkeerssituatie zinvol is.

74 74 Navigatie Het activeren en deactiveren van dynamische routebegeleiding en criteria voor het berekenen van de route gebeurt in het menu ROUTEOPTIES, zie hoofdstuk "Begeleiding" De dynamische routebegeleiding werkt alleen bij ontvangst van verkeersinformatie, afkomstig van het RDS-TMC-verkeersinformatiesysteem. De door het Infotainmentsysteem berekende eventuele vertraging wegens een verkeersknelpunt is gebaseerd op de data die het systeem van de op dat moment ingestelde RDS- TMC-zender ontvangt. De daadwerkelijke vertraging kan afwijken van de berekende vertraging. Kaarten Alle kaartgegevens die nodig zijn voor het navigatiesysteem, zijn opgeslagen op een SD Card bij het infotainmentsysteem. Kaart SD Card De SD Card-lezer van het infotainmentsysteem kan alleen de speciaal voor het navigatiesysteem van de auto geleverde kaart lezen. De SD Card-lezer kan geen andere SD Cards lezen. Vanwege de productiedatum van de kaartgegevens op de SD Card ontbreken wellicht sommige nieuwe wegen of zijn sommige namen en wegen anders dan degene welke ten tijde van publicatie van de kaartgegevens in gebruik waren. Neem voor extra SD Cards of een nieuwe versie van de kaartgegevens contact op met uw Opel Service Partner. SD Card voor kaart vervangen, zie onderstaand. Belangrijke informatie over werken met de SD Card Voorzichtig Probeer nooit een gescheurde, vervormde of met plakband gerepareerde SD Card te gebruiken. Als u dat toch doet, kan de apparatuur beschadigd raken. Ga voorzichtig met de SD Card om. Raak de metalen contacten nooit aan. Gebruik geen conventioneel reinigingsmiddel, benzine, verdunner of antistatische spray. Reinig de SD Card uitsluitend met een zachte doek. Verbuig de SD Card niet. Gebruik geen verbogen of gescheurde SD Card. Plak geen stickers en schrijf niets op het oppervlak ervan.

75 Navigatie 75 Bewaar de SD Card niet op plekken met direct zonlicht of hoge temperaturen of een hoge luchtvochtigheid. Bewaar de SD Card altijd in het opbergdoosje als u deze niet gebruikt. SD Card voor kaart vervangen De sleuf voor de SD Card bevindt zich onder een afneembaar klepje rechts op het instrumentenpaneel. SD-kaart verwijderen SD-kaart aanbrengen U kunt het klepje afnemen, bijv. met een kleine paperclip of iets vergelijkbaars. Ontgrendel de geplaatste SD Card door erop te drukken en trek de SD Card daarna uit de SD Card-sleuf. Druk de SD Card met de kant met het label omhoog en de uitsparingen rechts (zie bovenstaande afbeelding) voorzichtig in de SD Card-sleuf totdat de kaart vastgrijpt. Plaats daarna weer het klepje op het instrumentenpaneel om de SD Card en de SD Card-sleuf schoon en droog te houden.

76 76 Navigatie Symbolenoverzicht Routebegeleidings- en POIsymbolen Nee. Verklaring 1 Huidige positie 2 Eindbestemming (zwarte vlag) 3 Viapunt/tussenbestemming (rode vlag) 4 Hotel/motel 5 Parkeerterrein Nee. Verklaring 6 Benzinestation 7 Restaurant POI (speciale bestemmingen)-symbolen verschijnen alleen op het kaartscherm als het weergeven van POI's geactiveerd is. Weergeven van POI's activeren: druk op de SETUP-toets, selecteer de menuoptie Navigatie, selecteer de menuoptie Kaartinstellingen en zet Speciale best. op kaart op Aan. TMC-symbolen Nee. 1 File Verklaring 2 Weg afgesloten 3 Glad wegdek 4 Wegwerkzaamheden 5 IJzel 6 Mist 7 Zijwinden 8 Wegversmalling 9 Ongeluk 10 Gevaar 11 Slecht wegdek TMC-(verkeers)symbolen verschijnen alleen op het kaartscherm als dynamische routebegeleiding via TMCberichten geactiveerd is. Dynamische routebegeleiding activeren: druk op de NAV-toets, selecteer de menuoptie Opties en zet Dynamische navig. op Automatisch of Controle, zie hoofdstuk "Begeleiding" 3 67.

77 Telefoon 77 Telefoon Algemene aanwijzingen Bluetooth-verbinding Noodoproep Bediening Algemene aanwijzingen De telefoonportal biedt u de mogelijkheid om via een microfoon en de luidsprekers van de auto telefoongesprekken te voeren en met het infotainmentsysteem van de auto de belangrijkste functies van de mobiele telefoon te bedienen. Om de telefoonportal te kunnen gebruiken, moet de mobiele telefoon via Bluetooth erop aangesloten zijn Niet alle functies van de telefoonportal worden door elke mobiele telefoon ondersteund. Welke telefoonfuncties mogelijk zijn, hangt af van de desbetreffende mobiele telefoon en van de netwerkprovider. Verdere informatie hierover vindt u in de bedieningshandleiding van uw mobiele telefoon. U kunt hierover ook informeren bij uw netwerkprovider. Belangrijke informatie voor de bediening en de verkeersveiligheid 9 Waarschuwing Mobiele telefoons hebben invloed op uw omgeving. Daarom zijn er veiligheidsvoorschriften en richtlijnen opgesteld. Alvorens gebruik te maken van de telefoonfunctie dient u op de hoogte te zijn van de desbetreffende richtlijnen. 9 Waarschuwing Het gebruik van de telefoon in handsfree-modus tijdens het rijden kan gevaarlijk zijn doordat uw concentratie afneemt tijdens het telefoneren. Parkeer uw auto

78 78 Telefoon voordat u de telefoon in handsfree-modus gebruikt. Volg de bepalingen van het land waarin u zich bevindt. Volg de voorschriften die in sommige gebieden gelden op en zet uw mobiele telefoon uit als mobiel telefoneren verboden is, als de mobiele telefoon interferentie veroorzaakt of als er zich gevaarlijke situaties kunnen voordoen. Bluetooth De Bluetooth-profielen HFP 1.1, PBAP, GAP, SDP en SPP worden geimplementeerd conform de Bluetooth-norm 2.0 en de telefoonportal is gecertificeerd door de Bluetooth Special Interest Group (SIG). Meer informatie over de specificatie vindt u op internet op Voldoet aan EU R & TTE Hierbij verklaren wij dat de Bluetoothsysteemontvanger voldoet aan de essentiële vereisten en andere relevante voorwaarden van Richtlijn 1999/5/EC. Bluetooth-verbinding Bluetooth is een radionorm voor het draadloos aansluiten van, bijvoorbeeld, een mobiele telefoon of een mp3-speler op andere apparaten. Voor het instellen van een Bluetoothverbinding met het infotainmentsysteem moet de Bluetooth-functie van het Bluetooth-apparaat geactiveerd zijn en moet het Bluetooth-apparaat op "zichtbaar" staan (detectiemodus). Voor nadere informatie verwijzen wij u naar de gebruiksaanwijzing van het Bluetooth-apparaat. Via het menu BLUETOOTH- INSTELLINGEN worden Bluetoothapparaten met het infotainmentsysteem gekoppeld (uitwisselen van pincode tussen Bluetooth-apparaat en telefoonportaal) en verbonden. Menu BLUETOOTH- INSTELLINGEN opvragen: druk op de toets SETUP en selecteer vervolgens de menuoptie Bluetooth & telefoon.

79 Telefoon 79 Een Bluetooth-apparaat koppelen Opmerkingen Aan het systeem kunnen maximaal vier apparaten worden gekoppeld. Er kan slechts één gekoppeld apparaat tegelijk met het infotainmentsysteem worden verbonden. Koppelen is in de regel slechts één keer noodzakelijk, tenzij het apparaat van de lijst met gekoppelde apparaten wordt gewist. Koppelen 1. In het menu BLUETOOTH- INSTELLINGEN: zet Bluetooth op Aan. 2. Selecteer het Nieuw apparaat verbinden-menupunt. Via een melding wordt u gevraagd om de pincode "1234" op het Bluetooth-apparaat in te voeren. 3. Op het Bluetooth-apparaat: indien niet reeds geactiveerd, activeer de Bluetooth-functie en activeer vervolgens de detectiemodus (zie gebruiksaanwijzing van Bluetooth-apparaat). Op het Bluetooth-apparaat: als de detectiemodus de Bluetooth-module van het infotainmentsysteem vindt, verschijnt CAR HF UNIT. 4. Op het Bluetooth-apparaat: selecteer CAR HF UNIT en volg de instructies voor het invoeren van de pincode "1234" op. 5. Op het Bluetooth-apparaat: bevestig de ingevoerde pincode. Op het display van het infotainmentsysteem: na enkele seconden verschijnt er een melding die aangeeft of het koppelen wel of niet gelukt is. Na het tot stand komen van de Bluetooth-verbinding: als er een ander Bluetooth-apparaat was aangesloten op het infotainmentsysteem wordt dat apparaat nu losgekoppeld van het systeem. Als de Bluetooth-verbinding niet tot stand komt: herhaal de bovenstaande procedure of raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het Bluetooth-apparaat. Verbinden met een ander gekoppeld apparaat 1. In het menu BLUETOOTH- INSTELLINGEN: selecteer menuoptie Gekoppeld apparaat kiezen. Er verschijnt een lijst met alle Bluetooth-apparaten die momenteel aan het infotainmentsysteem gekoppeld zijn.

80 80 Telefoon De lijstvermelding van het Bluetooth-apparaat die momenteel met het infotainmentsysteem verbonden is, wordt aangeduid met Kies het gewenste apparaat. 3. Op het Bluetooth-apparaat: indien niet reeds geactiveerd, activeer de Bluetooth-functie (zie gebruiksaanwijzing van Bluetoothapparaat). Op het display van het infotainmentsysteem: na enkele seconden verschijnt er een melding die aangeeft of de Bluetooth-verbinding wel of niet tot stand is gekomen. Na het tot stand komen van de Bluetooth-verbinding: als er een ander Bluetooth-apparaat was aangesloten op het infotainmentsysteem wordt dat apparaat nu losgekoppeld van het systeem. Als de Bluetooth-verbinding niet tot stand komt, herhaalt u de bovenstaande procedure of raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van het Bluetooth-apparaat. Een gekoppeld apparaat verwijderen In het menu BLUETOOTH- INSTELLINGEN: selecteer menuoptie Gekoppeld apparaat wissen. Er verschijnt een lijst met alle Bluetooth-apparaten die momenteel aan het infotainmentsysteem gekoppeld zijn. De lijstvermelding van het Bluetoothapparaat die momenteel met het infotainmentsysteem verbonden is, wordt aangeduid met 9. Kies het gewenste apparaat. Het apparaat verdwijnt uit de lijst met gekoppelde apparaten. Noodoproep 9 Waarschuwing Het tot stand brengen van de verbinding kan niet onder alle omstandigheden worden gegarandeerd. Daarom is het belangrijk dat u bij gesprekken van levensbelang (bijv. bij het inroepen van medische hulp) niet alleen op een mobiele telefoon vertrouwt. Voor sommige netwerken kan het noodzakelijk zijn dat er op de juiste manier een geldige simkaart in de mobiele telefoon is aangebracht. 9 Waarschuwing Denk eraan dat u met uw mobiele telefoon kunt bellen en ontvangen indien u zich in een gebied bevindt met een voldoende sterk signaal.

81 Telefoon 81 Onder bepaalde omstandigheden kunnen nooddiensten niet op alle mobiele telefoonnetwerken worden gebeld; mogelijkerwijs kunnen deze oproepen niet gedaan worden wanneer bepaalde netwerkdiensten en/of telefoonfuncties actief zijn. U kunt hierover uw lokale netwerkexploitant raadplegen. Het alarmnummer kan per land en regio variëren. Wij raden u aan het juiste alarmnummer voor de relevante regio van tevoren op te vragen. Een noodoproep doen Vorm het noodnummer (bijv. 112). De telefoonverbinding met de alarmcentrale wordt tot stand gebracht. Antwoord als het dienstdoende personeel u vragen stelt over het noodgeval. 9 Waarschuwing Beëindig het gesprek pas als de alarmcentrale u daarom vraagt. Bediening Zodra er een Bluetooth-verbinding tussen uw mobiele telefoon en het infotainmentsysteem tot stand is gebracht, kunt u tal van functies van uw mobiele telefoon via het infotainmentsysteem bedienen. Let op In de handsfree-modus blijft bediening van de mobiele telefoon mogelijk, bv. een gesprek beantwoorden of het volume regelen. Na het tot stand brengen van een verbinding tussen de mobiele telefoon en het Infotainmentsysteem worden er gegevens van de mobiele telefoon naar het Infotainmentsysteem verstuurd. Afhankelijk van de mobiele telefoon en de hoeveelheid over te dragen gegevens kan dit enige tijd in beslag nemen. Tijdens deze periode is het bedienen van de mobiele telefoon via het Infotainmentsysteem slechts beperkt mogelijk. Let op Niet elke mobiele telefoon ondersteunt alle functies van de telefoonportal. Zodoende is het mogelijk dat de functionaliteit die bij deze specifieke mobiele telefoons staat beschreven, afwijkt. Bedieningselementen voor de telefoon De belangrijkste telefoonspecifieke bedieningselementen zijn de volgende: Op instrumentenpaneel m-knop: draaien om volume aan te passen. I-knop: indrukken om telefoonmenu op te vragen.

82 82 Telefoon Op het stuurwiel p-toets: Indien telefoonportaal actief: indrukken: telefoonmenu tonen; nogmaals indrukken: opnieuw kiezen (indien telefoon aangesloten en nummer opgeslagen in lijst voor opnieuw kiezen). Indien telefoonportaal actief: kort indrukken: inkomende oproep aannemen of actieve oproep beëindigen; lang indrukken; inkomende oproep afwijzen. o-draaischijf: draaien om volume aan te passen. Voorwaarden Voor de handsfreemodus van het infotainmentsysteem moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: De Bluetooth-functie van het infotainmentsysteem moet geactiveerd zijn De Bluetooth-functie van de mobiele telefoon moet geactiveerd zijn (zie gebruiksaanwijzing van het apparaat). De mobiele telefoon moet op "zichtbaar" staan (zie gebruiksaanwijzing van het apparaat). De mobiele telefoon moet aan het infotainmentsysteem gekoppeld zijn Handsfreemodus activeren Druk op de I-toets. Op het display verschijnt het menu TELEFOON. Als er zich een mobiele telefoon binnen bereik van het infotainmentsysteem bevindt met een geactiveerde Bluetooth-functie en aan het infotainmentsysteem gekoppeld is 3 78, verschijnt na een paar seconden het onderstaande menuscherm. Let op Als het menuscherm Geen telefoon aangesloten niet verdwijnt, controleert u of de Bluetooth-functie van uw mobiele telefoon geactiveerd is en of deze aan het infotainmentsysteem gekoppeld is Menu BLUETOOTH-INSTELLINGEN opvragen: selecteer de knop Verbind. op het scherm.

83 Telefoon 83 De mobiele telefoon is nu via Bluetooth verbonden met het infotainmentsysteem en de handsfreemodus is geactiveerd. Veel functies van de mobiele telefoon werken nu via het menu TELEFOON (en bijbehorende submenu's) en via de telefoonspecifieke knoppen op het stuurwiel, zie "Bedieningselementen voor de telefoon" bovenstaand en 3 9. Het kan enige tijd duren totdat de knoppen Tel.boek en Bellijstn. op het scherm selecteerbaar zijn, omdat telefoonboek- en bellijstgegevens van de mobiele telefoon worden overgedragen naar het infotainmentsysteem. Nadere informatie hierover, zie "Telefoonboek instellen" onderstaand. Telefoongesprek initiëren Het telefoonboek gebruiken In het telefoonboek worden contacten met naam het telefoonnummer opgeslagen. Details over downloaden van het telefoonboek en verdere telefoonboekspecifieke informatie, zie "Telefoonboek instellen" onderstaand. In het menu TELEFOON: selecteer de knop Tel.boek op het scherm om het menu TELEFOONBOEK op te vragen. Als het telefoonboek veel vermeldingen bevat: zie "Naar telefoonnummer zoeken" onderstaand. Blader door de lijst met telefoonboekvermeldingen en selecteer het gewenste contact. Er verschijnt een menu met alle telefoonnummers die voor het geselecteerde contact zijn opgeslagen. Telefoongesprek initiëren: selecteer het gewenste telefoonnummer. Het systeem kiest het geselecteerde telefoonnummer. Naar telefoonnummer zoeken Als het telefoonboek veel vermeldingen bevat, kunt u via het menu Zoeken comfortabel naar het gewenste contact zoeken. In het menu TELEFOONBOEK: selecteer de lijstvermelding Zoeken (eerste vermelding in lijst).

84 84 Telefoon Het Zoeken-menu verschijnt. Ga als volgt te werk om telefoonboekvermeldingen met een bepaalde letter op te vragen: Voer deze letter in (met de knop Wissen op het scherm wist u een ingevoerde letter) en selecteer de knop Lijst op het scherm. Het menu TELEFOONBOEK verschijnt weer, met de telefoonboekvermeldingen met de ingevoerde beginletter in de naam van het contact. Één telefoonboekvermelding weergeven: Voer de eerste letters van de naam van het door u gezochte contact in (gebruik de knop Wissen op het scherm één of meerdere keren om reeds ingevoerde letters te wissen). Zodra het systeem een naam van een contact met overeenkomende beginletters vindt, verschijnt de gehele naam van de betreffende telefoonboekvermelding (zie bovenstaande afbeelding). Selecteer de knop OK op het scherm voor een menu met alle telefoonnummers voor het geselecteerde contact. Let op Als u naar een telefoonboekvermelding zoekt die alleen maar via het telefoonnummer is opgeslagen, of die speciale tekens bevat, selecteert u de knop 123ÄÖ op het scherm om het type toetsenblok te wijzigen. Bellijsten gebruiken Alle inkomende, uitgaande of gemiste oproepen worden geregistreerd in bijbehorende bellijsten. In het menu TELEFOON: selecteer de knop Bellijstn. op het scherm om het menu BELLIJSTEN op te vragen. Selecteer de gewenste bellijsten, bijv. Gemiste gesprekken. Er verschijnt een menu met de betreffende bellijst.

85 Telefoon 85 Telefoongesprek initiëren: selecteer de gewenste lijstvermelding. Het systeem kiest het betreffende telefoonnummer. Telefoonnummer opnieuw kiezen Het systeem kan het laatst gekozen telefoonnummer opnieuw kiezen. In het menu TELEFOON: selecteer de knop Herhalen op het scherm. Het menu HERHALEN verschijnt, met het telefoonnummer en andere contactgegevens (indien beschikbaar) van het laatst gekozen telefoonnummer. Telefoongesprek initiëren: selecteer de knop { op het scherm. Het systeem kiest het getoonde telefoonnummer. Telefoonnummer handmatig invoeren In het menu TELEFOON: selecteer de knop { op het scherm om het menu voor handmatig invoeren van het nummer op te vragen. Telefoongesprek initiëren: voer het gewenste telefoonnummer in (gebruik de knop Wissen op het scherm om reeds ingevoerde nummers te wissen) en selecteer daarna de knop OK op het scherm. Het systeem kiest het ingevoerde telefoonnummer. Toegang tot voic box Voer het telefoonnummer van de verbonden mobiele telefoon handmatig in, zie "Telefoonnummer handmatig invoeren" bovenstaand.

86 86 Telefoon Of (indien beschikbaar in het menu TELEFOONBOEK): selecteer de voic melding met het telefoonnummer van de verbonden mobiele telefoon (de naam van die melding verschilt per mobiele telefoon), zie "Het telefoonboek gebruiken" bovenstaand. Let op Afhankelijk van de netwerkbeheerder moet u voor het beluisteren van uw voic op de mobiele telefoon wellicht een voic toegangscode invoeren. Inkomend telefoongesprek Als er bij een inkomende oproep een audiomodus, bijv. de radio- of cd-modus, actief is, wordt het geluid van de betreffende audiomodus onderdrukt en blijft dit zo totdat het gesprek wordt beëindigd. Er verschijnt een melding met het telefoonnummer of de naam van de beller (indien beschikbaar). Oproep aannemen: selecteer de groene knop { op het scherm. Oproep afwijzen: selecteer de rode knop } op het scherm. Tweede inkomende oproep Bij een tweede oproep tijdens een gesprek verschijnt er een melding met het telefoonnummer of de naam van de beller (indien beschikbaar). Let op Indien geleverd door de netwerkbeheerder, klinken er de tweede inkomende oproep ook pieptonen. Tweede oproep aannemen en huidig gesprek beëindigen: selecteer de groene knop { op het scherm. Tweede oproep afwijzen en huidig gesprek vervolgen: selecteer de rode knop } op het scherm. Functies tijdens een telefoongesprek Tijdens een telefoongesprek verschijnt het onderstaande menu TELEFOON. Handsfreemodus tijdelijk deactiveren (privacymodus) Selecteer de knop Privé op het scherm. U kunt het gesprek alleen via de mobiele telefoon voortzetten. Terug naar handsfreemodus: selecteer de knop Privé op het scherm nogmaals. Let op Als de handsfreemodus van de telefoonportal tijdelijk gedeactiveerd is, wordt het label van de knop Privé op het scherm oranje gemarkeerd.

87 Telefoon 87 Microfoon tijdelijk deactiveren Selecteer de knop Micr. uit op het scherm. De beller hoort u niet meer. Microfoon opnieuw activeren: selecteer de knop Micr. uit op het scherm nogmaals. Let op Als de microfoon van de telefoonportal gedeactiveerd is, wordt het label van de knop Micr. uit op het scherm oranje gemarkeerd. Let op Als het contact tijdens een telefoongesprek wordt uitgeschakeld, blijft de verbinding actief totdat het telefoongesprek wordt beëindigd. Telefoongesprek beëindigen Selecteer de knop } op het scherm. Het hoofdmenu van de telefoon verschijnt weer. Telefoonboek instellen Na het koppelen en verbinden van een mobiele telefoon met het infotainmentsysteem, wordt het telefoonboek van de mobiele telefoon met nummers en namen (indien beschikbaar) automatisch naar het infotainmentsysteem gedownload. Let op Afhankelijk van het aantal telefoonboekvermeldingen en de verbonden mobiele telefoon kan de gegevensdownload enkele minuten in beslag nemen. Zo lang als de mobiele telefoon aan het infotainmentsysteem gekoppeld is, blijft het telefoonboek permanent opgeslagen op het infotainmentsysteem. Bij eventuele nieuwe telefoonboekvermeldingen op uw mobiele telefoon kunt u deze via het menu TELEFOON INSTELLINGEN downloaden naar het infotainmentsysteem, zie "Telefoonboek downloaden" onderstaand. Elke telefoonboekvermelding (contact) kan een voornaam, een achternaam en maximaal vijf telefoonnummers met verschillende categorieën hebben (bijv. "Mobiel", "Werk", enz.). Het mobiele telefoonboek bevat eventueel meer informatie-elementen die niet naar het infotainmentsysteem worden gedownload. Maximaal aantal telefoonboekvermeldingen op het infotainmentsysteem: 2500 vermeldingen met 5 nummers per vermelding. Telefoonboek downloaden Menu TELEFOON INSTELLINGEN opvragen: druk op de knop SETUP, selecteer de menuoptie Bluetooth & telefoon en vervolgens de menuoptie Telefooninstellingen.

88 88 Telefoon Selecteer het Telefoonboek downloaden-menupunt. De gegevensdownload van de verbonden mobiele telefoon start. Let op Afhankelijk van het aantal telefoonboekvermeldingen en de verbonden mobiele telefoon kan de gegevensdownload enkele minuten in beslag nemen. Sorteervolgorde aanpassen Zet Tel.-boek sorteren op Voornaam of Achternaam om de sorteervolgorde voor de telefoonboekvermeldingen navenant aan te passen. U kunt instellen of u alleen de vermeldingen van een van de gedownloade telefoonboeken wilt zien of dat u de vermeldingen van beide telefoonboeken (indien beschikbaar) wilt zien: Zet Telefoonboek op Telefoon, SIM of Beide. Let op Als u een telefoonboek selecteert dat niet was gedownload van de verbonden telefoon, is de knop Tel.boek op het scherm in het menu TELEFOON niet selecteerbaar. Weergavemodus aanpassen Meestal hebben mobiele telefoons twee verschillende telefoonboeken: het telefoonboek op de simcard van de mobiele telefoon en het telefoonboek op de mobiele telefoon zelf, zie de gebruiksaanwijzing van de mobiele telefoon. Beide telefoonboeken worden indien mogelijk gedownload naar het infotainmentsysteem.

89 Telefoon 89

90 90 Trefwoordenlijst A Aanraakscherm Adresboek Adresinvoer Afspelen van een cd starten Algemene aanwijzingen , 27, 32, 33, 38, 77 Algemene informatie Antidiefstalfunctie... 7 AUX-ingang contactdoos gebruik B Bediening... 12, 36, 81 Begeleiding Bluetooth Bluetooth-muziekapparaat bedienen Bluetooth-verbinding C CD-speler activeren belangrijke informatie gebruik CD-speler activeren CD-speler gebruiken D De AUX-ingang gebruiken De radio gebruiken De radio inschakelen De USB-poort gebruiken Dynamische routebegeleiding E Een Bluetooth-apparaat aansluiten Een Bluetooth-apparaat koppelen 78 Eerdere bestemmingen F Frequentiebereik selecteren G Gebruik... 22, 28, 32, 39 Gesproken opdrachten H Het Infotainmentsysteem in- of uitschakelen I Infotainmentsysteem aanzetten audiobedieningsknoppen aan stuur... 9 bedieningselementen... 9 gebruik... 12

91 91 instrumentenpaneel... 9 snelheidsgecompenseerd volume tooninstellingen volume instellen volume: instellingen Infotainmentsysteem gebruiken...12 Invoer van de bestemming K Kaarten Kaart SD Card vervangen werken met Kaartvenster M Multifunctionele toets N Navigatie adresboek bedieningselementen begeleiding directe adresinvoer dynamische begeleiding eerdere bestemmingen gebruik gebruikers-poi's aanmaken gesproken opdrachten in werking instellingen kaart SD Card... 38, 74 kaartvenster nuttige plaatsen routebegeleiding routeberekening routelijst SD Card voor kaart vervangen. 39 speciale bestemmingen gebruiker selecteren symbolenoverzicht thuisadres TMC-(verkeers-)berichten verkeersinformatiesysteem (TMC) viapunten toevoegen visuele instructies Navigatie-instellingen Navigatiesysteem gebruiken Noodoproep Nuttige plaatsen gebruiker aanmaken en downloaden selecteren O Opgeslagen audiobestanden afspelen Overzicht bedieningselementen... 9 P POI-symbolen R Radio Radio Data System (RDS) activeren frequentiebereik selecteren gebruik zender zoeken Radio activeren Radio Data System (RDS) RDS Regionalisatie Routebegeleiding... 67, 73 Routeberekening Routelijst S SD Card SD Card voor kaart vervangen Symbolenoverzicht T Telefoon bedieningselementen belangrijke informatie Bluetooth een telefoonnummer vormen functies tijdens een gesprek... 81

92 92 gesprekkenlijsten noodoproepen privacymodus telefoonboek Thuisadres TMC TMC-meldingen TMC-symbolen U USB-poort belangrijke informatie bewaarde audiobestanden afspelen V Verkeersberichten Verkeersinformatiesysteem Verkeerssymbolen Viapunten Viapunten toevoegen Visuele instructies Volume instellen Voor snelheid gecompenseerd volume Z Zender zoeken... 23

93 CD 40 USB Inleiding Radio Cd-speler AUX-ingang USB-poort Trefwoordenlijst

94 94 Inleiding Inleiding Algemene aanwijzingen Antidiefstalfunctie Overzicht Bediening Geluidsinstellingen Volume-instellingen Algemene aanwijzingen Het infotainmentsysteem biedt u eersteklas infotainment voor in uw auto. De radio heeft negen geheugenposities voor het automatisch opslaan van zenders voor elk frequentiebereik: FM, AM en DAB (indien beschikbaar). De geïntegreerde audiospeler onderhoudt u met audio- en MP3-cd s. U kunt ook externe gegevensopslagapparaten, zoals een ipod, MP3-speler of USB-stick of een draagbare cdspeler als externe audiobron op het Infotainmentsysteem aansluiten. U heeft toegang tot de boordcomputer via het Infotainmentsysteem. Raadpleeg het Instructieboekje bij uw auto voor nadere details. De digitale soundprocessor biedt u diverse vooraf ingestelde klankinstellingen, waarmee u het geluid kunt optimaliseren. Eventueel kunt u het Infotainmentsysteem met de knoppen op het stuurwiel bedienen. Het Infotainmentsysteem kan ook worden uitgerust met een mobiele telefoonportaal. Door het goeddoordachte design van de bedieningselementen en de heldere displays kunt u het systeem gemakkelijk en intuïtief bedienen. Belangrijke informatie over de bediening en de verkeersveiligheid 9 Waarschuwing Het infotainment-systeem moet worden gebruikt zodat er te allen tijde veilig met de auto kan worden gereden. Zet bij twijfel uw auto aan de kant en bedien het infotainment-systeem terwijl u stilstaat.

95 Inleiding 95 Radio-ontvangst Tijdens de radio-ontvangst kunnen gesis, geruis, signaalvervorming of signaaluitval optreden door: wijzigingen in de afstand tot de zender, ontvangst van meerdere signalen tegelijk door reflecties, obstakels. Antidiefstalfunctie Het Infotainmentsysteem is voorzien van een elektronisch beveiligingssysteem dat het systeem tegen diefstal beveiligt. De beveiliging houdt in dat het Infotainmentsysteem alleen in uw auto werkt en daarom voor een eventuele dief waardeloos is.

96 96 Inleiding Overzicht Bedieningselementen

97 Inleiding 97 1 e-knop Kort drukken: Infotainmentsysteem in-/ uitschakelen Draaien: volume aanpassen TUNER Schakelen tussen FM en AM Als er een DAB-ontvanger aangesloten is: Schakelen tussen analoge en digitale ontvangst MEDIA Wisselen tussen audiobronnen (behalve radio) MAIN Hoofdmenu Multifunctionele toets Draaien: functie selecteren Indrukken: functie bevestigen INFO Informatiepagina SOUND Programma klankfunctie selecteren BC Boordcomputer Radio: nummertoetsen, zendertoetsen Audio/MP3-CD-lade INSTELLINGEN Contextspecifieke instellingen Kruistuimelschakelaar Radio: mn automatisch zender zoeken, dc handmatig zender zoeken (niet DAB) Cd, USB, ipod: mn titelselectie/snel vooruit/ snel terugspoelen, dc albumselectie (niet ipod), c nummer herhalen, d cd/ USB scannen (niet ipod) TP Verkeersinformatie j Cd uitwerpen

98 98 Inleiding Audiobedieningsknoppen aan stuurwiel 1 Draaischijf Draaien: Cursor verplaatsen Indrukken: een keuze bevestigen q-toets Radio: volgende opgeslagen zender p-toets Wisselen tussen audiobronnen Radio: TA- en PTY31- berichten stoppen Als er een DAB-ontvanger aangesloten is: omschakelen tussen analoge en digitale ontvangst d-toets Radio: naar boven zoeken, vooruitscrollen in het zendergeheugen Berichten TA en PTY31 stoppen Cd, USB, ipod: Één nummer vooruit overslaan, snel vooruit c-toets Radio: naar onder zoeken, terugscrollen in het zendergeheugen Berichten TA en PTY31 stoppen Cd, USB, ipod: Één nummer achteruit overslaan, zendergeheugen snel achteruit Draaien: volume aanpassen. 96

99 Inleiding 99 Bediening Bedieningselementen Het Infotainmentsysteem wordt bediend met behulp van functietoetsen, multifunctieknoppen en op het display weergegeven menu's. Invoer kan naar keuze plaatsvinden via: de centrale bedieningseenheid op het instrumentenpaneel 3 96 knoppen op het stuur Het Infotainmentsysteem in- of uitschakelen Druk de toets e in. De laatst ingestelde audiobron wordt afgespeeld. In- en uitschakelen met de contacttoets (inschakelautomaat) Bij een geactiveerde inschakelautomaat kan het Infotainmentsysteem ook met het contact uit- en opnieuw ingeschakeld worden. Deze verbinding tussen de radio en het contact is vooringesteld in de fabriek, maar kan worden uitgeschakeld. Als de automatische schakelaar uitgeschakeld is, kan het Infotainmentsysteem alleen ingeschakeld worden met de e-schakelaar en met de j-knop voor uitwerpen van cd en uitgeschakeld met de e- knop. Als het Infotainmentsysteem wordt uitgeschakeld wanneer het contact wordt uitgezet, ongeacht de huidige instelling van de automatische inschakeling, kan het alleen ingeschakeld worden met de e-knop en met de j-knop voor uitwerpen van cd. De automatische start wordt altijd geactiveerd nadat het infotainmentsysteem van de bedrijfsspanning werd losgekoppeld en weer aangesloten. Inschakelautomaat in-/uitschakelen Druk op de SETTINGS-knop in het hoofdmenu. Het systeem-instellingen -menu verschijnt. Aantikvak inschakelautomaat aan/ uitzetten. Aangezet: aan de rechterkant van het display verschijnt het bericht "Radio aan-/uitzetten via inschakelautomaat". Uitgezet: aan de rechterkant van het display verschijnt het bericht: "Radio alleen aanzetten via AAN/UIT-knop". Automatisch uitschakelen Het Infotainmentsysteem zet zichzelf na één uur automatisch uit als u het aanzet terwijl het contact uitstaat. Volume instellen Draai aan de e-knop. Het Infotainmentsysteem speelt met het laatst ingestelde volume, op voorwaarde dat het volume lager was dan het maximale inschakelvolume

100 100 Inleiding Verkeersberichten en externe audiobronnen worden ingevoegd aan een vooringesteld minimumvolume Als de respectieve bron aanstaat, kunt u het volume van de verkeersberichten, de externe audiobronnen en de radio en CD afzonderlijk aanpassen. Voor snelheid gecompenseerde volumebediening (SDVC) Na inschakeling van SDVC wordt het volume automatisch zodanig aangepast dat u geen geluid van het wegdek of van de rijwind hoort. Externe bron Er kan een externe bron (bijv. mobiele telefoon, navigatiesysteem) op het Infotainmentsysteem worden aangesloten. In dit geval verschijnt Extern in in de display. We bevelen aan dat de toestellen door een erkende Opel-partner worden gemonteerd. AUX-ingang Een externe audiobron, bijv. een draagbare CD-speler, kan via de AUX-ingang van uw auto worden aangesloten. Via de luidsprekers van het Infotainmentsysteem hoort u het stereogeluid van deze bron. Plaats van AUX-ingangsconnector Zet de externe audiobron voor de best mogelijke audiokwaliteit altijd op het maximale volume. Bij modules met lijnuitgang is het audioniveau van het uitgangssignaal stabiel en kan niet worden gewijzigd. Om overstuur bij de AUX-ingang te voorkomen moet de effectieve uitgangsspanning van de externe audiobron lager zijn dan 1,5 V. Menuconcept De menustructuur van het Infotainment System bestaat uit verschillende soorten menuschermen: Bladerschermen Standschermen Instelschermen De diverse schermen hebben verschillende functionaliteiten: Bladerschermen Bladerschermen hebben een selectiemenu met een voorvertoning van elk menu-item in de linkse marge van het scherm. Bladerschermen leiden u naar standschermen of instelschermen. Het Audio -menu is een voorbeeld van een bladerscherm.

101 Inleiding 101 Standschermen Instelschermen Selecteren uit een menu Standschermen zijn menuschermen waarop u blijft staan, vb. wanneer u naar de radio of een cd luistert. Ook op standschermen zijn er menuopties die kunnen worden uitgevoerd en die naar verdere stand- of instelschermen leiden. Het radiomenu is een voorbeeld van een standscherm. Instelschermen zijn menuschermen waarop u instellingen kunt maken, bijv. klankinstellingen, enz. Het CD extra's -menu is een voorbeeld van een instelscherm. Menuniveaus De menu's van het Infotainmentsysteem zijn verdeeld in niveaus. Het huidige menu wordt weergegeven met verticale lijnen aan de rand van het scherm (vb. hoofddisplay= geen lijn, standscherm radio= 1 lijn, enz.). De items binnen een menu worden geselecteerd met behulp van een cursor die u met de multifunctionele knop kunt verplaatsen. De cursor heeft de vorm van een kader (balk). De cursor duidt aan welk menu-item geselecteerd is. Draai aan de multifunctionele knop tot het gewenste menu-item gemarkeerd is. Druk op de multifunctionele knop. De bijhorende functie wordt uitgevoerd of er verschijnt een ander menu. In de volgende hoofdstukken van de bedieningsinstructies worden de

102 102 Inleiding hierboven beschreven actie-aanvragen samengevat tot de volgende actie-aanvraag: Selecteer het menupunt. In sommige menu's worden de instellingen gemaakt door aan de multifunctionele knop te draaien. Actieve functies worden aangeduid door een tikvak of een geselecteerd optieveld dat voor het menu-item staat. Functies die zijn uitgezet, worden aangeduid door een niet aangetikt vak of een leeg optieveld dat voor het menu-item staat. Selecteren uit een lijst Sommige menu's worden als lijsten weergegeven. Verplaats de cursor naar boven of beneden door aan de multifunctionele knop te draaien. Druk op de multifunctionele knop om uw selectie te bevestigen. In de volgende hoofdstukken van de bedieningsinstructies worden de hierboven beschreven actie-aanvragen samengevat tot de volgende actieaanvraag: Kies het gewenste lijstitem. Als u de cursor naar de boven- of onderkant van de display verplaatst, verschijnen andere lijstitems. Een scrolbalk aan de rechterkant van de display duidt de huidige positie in de lijst aan. Het laatst geselecteerde lijstitem wordt in sommige lijsten gemarkeerd met een pijl. De naam van het lijstitem en het aantal items dat erin zit, worden boven de lijst weergegeven. Popupmenu's In bepaalde gevallen verschijnen en op het display extra instructies en informatie van het Infotainment System of andere componenten van de auto als popup. Hierbij verschijnt de popup bovenop het op dat moment weergegeven menu. Sommige popups moeten door u worden bevestigd (bijv. verkeersberichten tijdens een telefoongesprek), andere verdwijnen na korte tijd weer automatisch. Zo verschijnt bij cd-weergave tijdens een verkeersbericht bij ingeschakelde TP de zender met verkeersinformatie.

103 Inleiding 103 In het hoofdmenu selecteren Doe het volgende om in het hoofdmenu te gaan: Druk op de MAIN-toets. Het systeemmenu verschijnt. of: Draai de multifunctionele knop naar rechts tot het menu-item Main in de voettekst verschijnt. Druk op de multifunctionele knop. Het systeemmenu verschijnt. of: Herhaal de volgende stappen tot het hoofdmenu verschijnt: Draai de multifunctionele knop naar links tot menu-item Terug in de titelbalk verschijnt. Druk op de multifunctionele knop. In het radiomenu selecteren Druk op de TUNER-toets. Het radiomenu verschijnt. De zender waarop het laatste is afgestemd, verschijnt. U beluistert de laatst afgestemde zender. Het CD -menu selecteren Druk eenmaal of meerdere malen op de toets MEDIA totdat het menu CD verschijnt. Als geen cd geplaatst is, verschijnt een dienovereenkomstig bericht. De laatst afgespeelde CD-track wordt getoond. U beluistert de laatst afgespeelde CD-track. Het Audio -menu selecteren Wissel in het menu Audio tussen de frequentiebereiken FM, AM, DAB (indien aanwezig) en CD, USB, AUX om naar het menu Sound te gaan. Doe het volgende om het Audio - menu te selecteren: In het menu Radio, Audiobron of Sound:

104 104 Inleiding Draai de multifunctionele knop naar links tot menu-item Terug in de titelbalk verschijnt. Druk op de multifunctionele knop. Het Audio -menu verschijnt. Het klankmenu selecteren Druk op de SOUND-toets. Het Sound -menu verschijnt. Verlaten van een menu Er zijn twee manieren om het menu te verlaten: Een menu verlaten met de multifunctionele knop Draai de multifunctionele knop naar links tot menu-item Terug in de titelbalk verschijnt. Druk op de multifunctionele knop. Het volgende hoger gerangschikte menu wordt getoond. Deze mogelijkheid is niet beschikbaar in het hoofdmenu. of: Draai de multifunctionele knop naar rechts tot menu-item Main in de balk onderaan verschijnt. Druk op de multifunctionele knop. Het systeemmenu verschijnt. Deze mogelijkheid is niet beschikbaar in lijsten, invoermenu's en in het hoofdmenu. De functieknoppen gebruiken om een menu te verlaten U kunt de MEDIA, TUNER, SETTINGS, SOUND of MAIN-functieknoppen gebruiken om een menu te verlaten. Druk op de MEDIA-toets. Een audiobronmenu verschijnt. Druk op de toets TUNER. Het radiomenu verschijnt. Druk op de toets SETTINGS. Het Instellingen -menu verschijnt. Menu's die u met de SETTINGSknop hebt geopend, kunt u ook met deze knop verlaten. Druk op de SOUND-toets. Het Sound -menu verschijnt. Druk op de MAIN-toets. Het systeemmenu verschijnt.

105 Inleiding 105 Hoofdmenu Het hoofdmenu is de display die alleen informatie geeft. U kunt drie verschillende hoofdmenuweergaven selecteren: audio, mobiele telefoonportaal en boordcomputer. Om in het hoofdmenu te gaan, volgt u de hierboven beschreven stappen. De onderstaande informatie kan worden weergegeven: Boordcomputerinformatie Weergave van boordcomputergegevens die met de BC-knop geselecteerd werden. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw auto. Mobiele telefoonportaal-informatie Weergave van de informatie die geleverd wordt als een mobiele telefoonportaal is aangesloten. Zie de bedieningsinstructies van het mobiele telefoonportaal. Audio-informatie De volgende audio-informatie wordt getoond: Geheugenpositie van huidige zender. Naam of frequentie van huidige zender, albumnaam, tracknaam en naam van uitvoerder of titelnummer en tracktijd. Als de analoge radio ingeschakeld is, wordt FM, AM of FMDAB getoond Als de digitale radio ingeschakeld is, wordt DABFM of DAB en de naam van het ensemble en de dienst getoond Als de regionale functie is ingeschakeld, wordt REG getoond Als het AS-geheugen actief is, wordt AS getoond De programmanaam wordt aangeduid als de RDS-functie actief is Als de verkeersberichten ingeschakeld zijn, wordt, [TP] of [ ] getoond Bij het plaatsen van een cd verschijnt CD in. Als er een CD met MP3-muziekbestanden wordt afgespeeld, wordt MP3 ook getoond Als Random CD, Random USB of Random album is ingeschakeld, wordt g getoond Als Repeat track is ingeschakeld, wordt i getoond Als Scan CD of Scan USB is ingeschakeld, wordt k getoond Buitentemperatuur Aanduiding van de huidige buitentemperatuur. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw auto.

106 106 Inleiding Tijd Weergave van de huidige tijd. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw auto. Informatie van de klimaatregelingsautomaat Raadpleeg de gebruikershandleiding van de auto. Geluidsinstellingen Het menu Sound, dat u kunt opvragen via de knop SOUND, bevat de volgende menuopties: Treble en Bass Balans en Fader Sound Treble en Bass instellen De instellingen gelden voor de momenteel geselecteerde audiobron en worden apart opgeslagen voor elk beschikbaar frequentiebereik en elke beschikbare audiobron. 1. Selecteer de menuoptie Treble of Bass. 2. Draai aan de multifunctionele knop tot de gewenste waarde is ingesteld. 3. Druk op de multifunctionele knop. 4. Selecteer indien gewenst Treble of Bass. 5. Ga verder zoals hierboven beschreven. Lage tonen worden automatisch aangepast aan de rijsnelheid ter compensatie van het geluid van banden en de rijwind. Wijzigen van de instelling is niet mogelijk. Volumeverdeling rechts - links of voor - achter instellen 1. Selecteer de menuoptie Balans of Fader. 2. Draai aan de multifunctionele knop tot de gewenste waarde is ingesteld. 3. Druk op de multifunctionele knop. 4. Selecteer indien gewenst Balans of Fader. 5. Ga verder zoals hierboven beschreven. Sound Als u een vooraf ingestelde klankstijl wenst, kunt u hier uit vijf opties kiezen. Selecteer menu-item Sound. U heeft de volgende opties: Gebruiker (gebruikerspecifieke klankkleur), Jazz, Spraak, Pop, Klassiek en Rock. Activeer de gewenste klankstijl.

107 Inleiding 107 Volume-instellingen Het menu Volumes kan worden opgeroepen via het radio- of audiobronmenu. Druk op de SETTINGS-toets. Selecteer menu-item Volumes. Het Volumes -menu verschijnt. De volgende menu-items zijn beschikbaar: TA-volume: volume van verkeersinformatie SDVC: Snelheidsafhankelijke volumeverhoging Startvolume: maximaal volume wanneer het infotainmentsysteem aanstaat Extern in: volume van een externe bron (bijv. bij aansluiten van een GSM) Aux volume: volume van een externe audiobron (bv. bij aansluiten van een cd-speler) TA-volume Gebruik deze functie om het volume van de verkeersberichten aan te passen. Selecteer menu-item TA-volume. Draai aan de multifunctionele knop tot de gewenste waarde is ingesteld. Druk op de multifunctionele knop. SDVC Om omgevings- en rijgeluiden te compenseren, wordt het volume van het infotainmentsysteem aangepast aan de snelheid van de auto. U kunt de SDVC-functie gebruiken om het snelheidsafhankelijk volume aan te passen. Selecteer menu-item SDVC. Draai aan de multifunctionele knop tot de gewenste waarde is ingesteld. Druk op de multifunctionele knop. Startvolume Selecteer menu-item Startvolume. Draai aan de multifunctionele knop tot de gewenste waarde is ingesteld. Druk op de multifunctionele knop. Wanneer het ingeschakeld wordt, start het infotainmentsysteem met het laatst geselecteerde volume als dat volume lager was dan het maximaal volume voor inschakelen. Wanneer het ingeschakeld wordt, start het infotainmentsysteem met het maximaal volume als dat volume lager was dan het laatst geselecteerde volume. Extern in Gebruik deze functie om het volume van externe bronnen zoals een mobiele telefoon in te stellen. Selecteer menu-item Extern in. Draai aan de multifunctionele knop tot de gewenste waarde is ingesteld. Druk op de multifunctionele knop.

108 108 Inleiding Aux volume Gebruik deze functie om het volume van externe audiobronnen zoals een cd-speler in te stellen. Selecteer menu-item Aux volume. Draai aan de multifunctionele knop tot de gewenste waarde is ingesteld. Druk op de multifunctionele knop.

109 Radio 109 Radio Gebruik Zender zoeken Autostore-lijsten Radio Data System (RDS) Digital Audio Broadcasting Gebruik Radioweergave Schakel over van een andere modus naar de radiomodus zoals hieronder aangegeven: Druk op de TUNER-toets. Druk op de multifunctionele knop. Het Audio -menu verschijnt. Selecteer golfbereik FM, AM of DAB (indien beschikbaar). De laatst geselecteerde zender op de frequentie wordt afgespeeld en weergegeven. Met de toets TUNER kunt u kiezen uit FM/AM (analoge radio) en DAB (digitale radio, indien beschikbaar). Zender zoeken Zendermenu U beluistert de zender waarop u het laatst hebt afgestemd. Golfbereik voor radiomodus selecteren U beluistert de zender waarop u het laatst hebt afgestemd. Draai in het radiomenu de multifunctionele knop naar links tot het menuitem Terug in de titelbalk verschijnt. Ga in het radiomenu als volgt te werk om naar het menu Zender te gaan: Selecteer menu-item Zender.

110 110 Radio Het menu Zender bevat de volgende rubrieken: In de bovenste rubriek kunnen opgeslagen zenders worden opgevraagd. In de onderste rubriek kunnen alle andere ontvangbare zenders worden opgevraagd. Met de menuoptie Zenders bijwerken in het middelste gebied wordt opnieuw zoeken naar een zender gestart. Opgeslagen of ontvangbare zenders met het menu Zender opvragen Breng de cursor in de lijst met geheugenposities (bovenste gebied) of in de lijst met ontvangbare zenders (onderste gebied). De momenteel beluisterde zender is gemarkeerd met een pijl. Kies de gewenste zender. De nieuwe beluisterde zender is gemarkeerd met een pijl. U hoort de nieuwe beluisterde zender. Zenderlijst bijwerken De lijst met ontvangbare zenders wordt automatisch bijgewerkt. De bijwerksnelheid van de zenderlijst varieert afhankelijk van het ingestelde golfbereik. Selecteer menuoptie Zenders bijwerken (middelste rubriek). Voor analoge radio-ontvangst (FM of AM): Memory... verschijnt. Tijdens het zoeken is het geluid van de radio onderdrukt. Na afloop van het zoeken klinkt het geluid van de eerste zender op de bijgewerkte zenderlijst. Voor digitale radio-ontvangst (DAB): De volledige frequentie wordt getoond. Na het zoeken verschijnt de zenderlijst weer. Het geluid van de eerste zender op de bijgewerkte zenderlijst klinkt. De zender is gemarkeerd met een pijltje. Behalve de zenderlijst is er voor digitale radio (DAB) ook een lijst met ensembles Zenders zoeken via doorloop Druk kort op de kruistuimelschakelaar m of n om de volgende zender in het zendergeheugen af te spelen. of: Selecteer de menuoptie j of k in het radiomenu. Bij digitale radio (DAB) kunt u ook naar ensembles zoeken of (alleen FM/AM):

111 Radio 111 Houd de kruistuimelschakelaar m of n ingedrukt totdat Seek verschijnt. of (alleen FM/AM): Zet RDS op Uit Selecteer de menuoptie j of k in het radiomenu en houd de multifunctionele knop ingedrukt tot Seek verschijnt. De radio wordt uitgeschakeld tot een zender gevonden wordt. Als de frequentie van de gewenste zender bekend is, houd dan kruistuimelschakelaar m of n ingedrukt totdat de frequentie bijna bereikt is. Na het loslaten van de kruistuimelschakelaar stemt het systeem automatisch af op de volgende ontvangbare zender. Als de radio geen station kan vinden, schakelt deze automatisch naar een gevoeliger zoekniveau. Als er nog steeds geen zender beschikbaar is, wordt de laatst actieve functie ingesteld. Handmatig zender zoeken Met handmatig zender zoeken kunt u op zenders met bekende frequenties afstemmen. Zender zoeken met de kruistuimelschakelaar (alleen FM/AM) Houd de kruistuimelschakelaar c of d ingedrukt totdat de gewenste frequentie bereikt is. Grove afstemming: Houd de kruistuimelschakelaar c of d ingedrukt totdat de gewenste frequentie bijna bereikt is. Fijnafstemming: Tip de kruistuimelschakelaar c of d aan totdat de precieze frequentie bereikt is. Zender zoeken met combiknop Zender zoeken met combiknop wordt gestart vanuit het radiomenu. Ga bij de golfbereiken FM of AM als volgt te werk: Selecteer menu-item Handmatig. Ga bij het golfbereik DAB als volgt te werk:

112 112 Radio Selecteer menuoptie Extra's en daarna menuoptie Handmatig. Het volgende geldt voor alle golfbereiken: Er verschijnt een schuifknop met het gehele golfbereik. De laatst afgestemde frequentie verschijnt. Draai aan de multifunctionele knop tot de exacte frequentie is bereikt. U hoort de nieuwe beluisterde zender. Druk op de multifunctionele knop. Het radiomenu verschijnt. De nieuwe afgestemde zender verschijnt. Zendergeheugen Voor elk golfbereik (FM, AM, DAB) zijn aparte geheugenposities beschikbaar: Voor elk van de volgende golfbereiken zijn 9 geheugenposities beschikbaar: FM, FM-AS (automatisch opgeslagen FM-zenders), AM, AM-AS (automatisch opgeslagen AM-zenders), DAB en DAB-AS (automatisch opgeslagen digitale zenders). De geheugenposities kunnen via de zendertoetsen of via de zenderlijst rechtstreeks in het betreffende golfbereik worden geselecteerd. Handmatig opslaan Voor het handmatig opslaan van zenders moet de radio in de normale modus (niet in AS-modus) staan. RDS aan of RDS uit worden samen met de zender opgeslagen. Er zijn twee opties voor het handmatig opslaan van zenders: Stem af op de gewenste zender. Houd de zendertoets waarop de afgestemde zender moet worden opgeslagen ingedrukt. Het geluid van de radio wordt korte tijd onderdrukt. De eerder op de geheugenpositie opgeslagen zender verschijnt. De afgestemde zender klinkt weer en verschijnt op het display. De zender wordt op de gewenste geheugenpositie opgeslagen. of: Stel in het radiomenu de gewenste zender in. Selecteer menu-item Opslaan. Er verschijnt een lijst met alle opgeslagen zenders. Selecteer de gewenste geheugenpositie. Het radiomenu verschijnt. De nieuwe geheugenpositie verschijnt.

113 Radio 113 De zender wordt op de gewenste geheugenpositie opgeslagen. Autostore-lijsten Automatisch opslaan (AS) Automatisch opslaan (AS) van elke ontvangbare zender is in alle golfbereiken mogelijk. Deze zenders worden in een afzonderlijk AS-geheugen opgeslagen. Voor het automatisch opslaan van zenders moet de radio in de AS-stand staan; zie verder hieronder. In het radiomenu standby voor verkeersberichten indien gewenst activeren/deactiveren Selecteer menu-item Autostore. De volledige frequentie wordt getoond. De zender wordt automatisch opgeslagen. De 9 best ontvangbare zenders in het geselecteerde golfbereik worden opgeslagen op geheugenposities 1 t/m 9. Na het opslaan van de zenders kunt u de gewenste zender met de betreffende zenderknop of in het zendermenu selecteren Na het activeren van automatisch opslaan wordt RDS automatisch ingeschakeld. Eerst worden alle ontvangbare RDS-zenders opgeslagen. Als standby voor verkeersberichten voorafgaand of tijdens automatisch opslaan wordt ingeschakeld, selecteert de radio na het automatisch zender zoeken een geheugenpositie met een verkeersberichtenzender. Als standby voor verkeersberichten tijdens automatisch opslaan wordt ingeschakeld, blijft het automatisch zender zoeken actief totdat er ten minste een keer verkeersinformatie gevonden is. Schakelen tussen AS en normale stand Schakelen naar AS-stand Ga als volgt te werk als menuoptie Autostore niet in het radiomenu beschikbaar is: Selecteer menu-item Extra's. Het bijbehorende golfbereikspecifieke menu Extra's verschijnt. Selecteer menu-item AS-niveau. De radio schakelt naar de AS-stand van het gekozen golfbereik.

114 114 Radio Op het display verschijnt het radiomenu, met daarin menuoptie Autostore. Schakelen naar normale stand Ga als volgt te werk als menuoptie Autostore niet in het radiomenu voorkomt: Selecteer menu-item Extra's. Het bijbehorende golfbereikspecifieke menu Extra's verschijnt. Selecteer menuoptie FM-niveau, AM niveau of DAB-niveau (indien beschikbaar). De radio schakelt naar de normale stand voor het gekozen golfbereik. Op het display verschijnt het radiomenu, met daarin menuoptie Opslaan. Nieuwe zenders met behulp van AS opslaan Als u buiten bereik van een zender raakt, moeten er nieuwe zenders worden opgeslagen. Zender opvragen Het gewenste golfbereik en de gewenste modus moeten actief zijn Zender via zendertoets opvragen U beluistert de zender waarop u het laatst hebt afgestemd. Selecteer de gewenste zender met een zendertoets. Zenders met het menu opvragen Opvragen van zenders via een menu Radio Data System (RDS) RDS is een dienst van FM-zenders die het vinden van de gewenste zender en een storingsvrije ontvangst aanzienlijk vereenvoudigt. Voordelen van RDS Op het display verschijnt de programmanaam van de ingestelde zender in plaats van de frequentie. Bij het zoeken naar zenders stemt het infotainmentsysteem allee af op RDS-zenders. Het infotainmentsysteem stem altijd af op de zendfrequentie van de ingestelde zender met de beste ontvangst via AF (alternatieve frequentie). Afhankelijk van de ontvangen zender geeft het infotainmentsysteem radiotekst op het display die bijvoorbeeld informatie over het huidige programma kan bevatten. RDS is alleen in het frequentiebereik FM mogelijk. Deze functie wordt ingesteld in het radiomenu.

115 Radio 115 Druk op de SETTINGS-toets. Het audio-instelmenu verschijnt. RDS in-/uitschakelen Bij het inschakelen van RDS worden de RDS-functies geactiveerd en wordt er bij het automatisch zoeken alleen naar RDS-zenders gezocht. Bij het uitschakelen van RDS worden de RDS-functies uitgeschakeld en zoekt het systeem bij automatisch zoeken niet alleen naar RDS-zenders. Selecteer menu-item RDS. Selecteer het optieveld Aan of Uit. Na het inschakelen van de RDS-functie verschijnt de programmanaam van een RDS-zender. Als de RDS-functie niet ingeschakeld is, verschijnt de frequentie van een RDS-zender. RDS automatisch Ga met deze functie na of de RDSfunctie geactiveerd is, zelfs wanneer RDS gedeactiveerd is. Het automatisch zender zoeken reageert echter ook op zenders zonder RDS. Deze functie werkt alleen als RDS uitgeschakeld is. Selecteer menu-item RDS. Zet het vereiste tikvak Automatisch aan/uit. Programmatype (PTY) Veel RDS-zenders verzenden een PTY-code die aangeeft welk type programma u thans beluistert (bijv. nieuws). Met de PTY-code kunt u zenders op basis van het programmatype selecteren. Programmatype en zenderselectie is alleen mogelijk in het frequentiebereik FM. Deze functie wordt ingesteld in het radiomenu. Programmatype selecteren U beluistert de zender waarop u het laatst hebt afgestemd. Selecteer menu-item Extra's. Selecteer menu-item PTY-selectie. Er zijn diverse programmatypen beschikbaar, o.a. bv. Nieuws of Sport. Selecteer het gewenste programmatype. Op het display verschijnt het radiomenu en menuoptie PTY Search. De laatst gevonden zender verschijnt. U hoort de gevonden zender.

116 116 Radio Zenderlijst programmatype U kunt uw keuze maken vanuit een lijst met alle ontvangbare zenders met het programmatype. U beluistert de zender waarop u het laatst hebt afgestemd. Selecteer menu-item Extra's. Selecteer menu-item PTY zenders. De PTY-zenderlijst met de ontvangbare zenders en uw geselecteerde programmatypen verschijnt. Als er geen PTY-zender kan worden ontvangen, verschijnt Geen zender beschikbaar. Selecteer dit bericht om naar het radiomenu te gaan. Kies de gewenste zender. De nieuwe beluisterde zender is gemarkeerd met een pijl. U hoort de gevonden zender. Regionale programma's Op bepaalde tijden zenden een aantal RDS-zenders op diverse frequenties programma's uit die per regio verschillen. Regionalisering is alleen beschikbaar binnen het FM-golfbereik. De RDS-functie moet ingeschakeld zijn. Deze functie wordt ingesteld in het radiomenu. Druk op de SETTINGS-toets. Selecteer menu-item REG. Er zijn drie optievelden beschikbaar voor regionalisering. Aan De radio blijft afgestemd op het regionale programma en zoekt naar de best ontvangbare zenderfrequentie. Uit De radio laat de omschakeling naar een ander regionaal programma toe. Automatisch De radio blijft afgestemd op het regionale programma en zoekt naar de zendfrequentie met de sterkste ontvangst (AF) voor een radioprogramma totdat het programma niet meer zonder storing kan worden ontvangen.

117 Radio 117 Als de ontvangstkwaliteit van het regionale programma niet meer volstaat voor storingsvrije ontvangst, schakelt de radio over op een ander regionaal programma. Regionalisering in-, uitschakelen, automatisch Selecteer menu-item REG. Selecteer het optieveld Automatisch / Aan / Uit. Verkeersinformatie (TP) Verkeersinformatiezenders zijn FM RDS-zenders die verkeersberichten uitzenden. Zenders met verkeersinformatie kunt u herkennen aan het TP -symbool in de display. Verkeersinformatie in-/uitschakelen Na het activeren van standby voor verkeersberichten verschijnt [TP] of [ ] op de kopregel van het display. Als de huidige zender een verkeersinformatiezender is, verschijnt [TP] op de kopregel van het display. Stel deze functie met de TP-toets in. Activeer/deactiveer standby voor verkeersberichten met de TP-toets. Na het activeren van standby voor verkeersberichten verschijnt [ ]. Na het deactiveren van standby voor verkeersberichten verschijnt [ ] niet. of: Druk op de SETTINGS-toets. Het audio-instelmenu verschijnt. Zet het vereiste tikvak TP aan/uit. Na het activeren van standby voor verkeersberichten verschijnt [ ]. Na het deactiveren van standby voor verkeersberichten verschijnt [ ] niet. Als standby voor verkeersberichten ingeschakeld is, wordt het afspelen van een audiobron of DAB-ontvangst tijdens verkeersberichten onderbroken. Verkeersberichten worden op het van tevoren ingestelde verkeersberichtenvolume weergegeven. Verkeersinformatiezender zoeken Deze functie is alleen beschikbaar binnen het FM-golfbereik. Zet het vereiste tikvak TP aan. Houd de kruistuimelschakelaar m of n ingedrukt totdat Seek verschijnt. De radio zoekt nu alleen naar zenders met verkeersinformatie. Alleen naar verkeersinformatie luisteren Activeer standby voor verkeersberichten.

118 118 Radio Zet het volume geheel uit door de knop e linksom te draaien. Verkeersinformatie onderdrukken Ga als volgt te werk om verkeersberichten uit te schakelen.bv. tijdens het beluisteren van een audiobron: Druk op de TP-toets. De verkeersinformatie wordt gestopt. Standby voor verkeersberichten blijft ingeschakeld. Verkeersbericht terwijl er een externe bron actief is De externe bron (bijv. mobiele telefoon) heeft een hogere prioriteit dan verkeersberichten. Zo nodig kunt u echter verkeersberichten beluisteren. Activeer hiervoor standby voor verkeersberichten. Tijdens het telefoongesprek wordt het geluid van de radio of audiobron onderdrukt. Extern in en [TP] verschijnen op het display. Informatie over verkeersberichten in de DAB-modus Tijdens verkeersberichten ziet u het bericht Er wordt momenteel een verkeersbericht ontvangen. Het telefoongesprek wordt niet onderbroken. Selecteer menuoptie Weigeren om het verkeersbericht af te wijzen. Selecteer menuoptie Aannemen om het verkeersbericht te beluisteren. Digital Audio Broadcasting Digital Audio Broadcasting (DAB) is een innovatief en universeel uitzendsysteem. DAB-zenders worden aangeduid met de programmanaam in plaats van de zendfrequentie. Algemene informatie Met DAB kunnen verschillende programma s (diensten) op dezelfde frequentie worden uitgezonden (ensemble). Zolang een bepaalde DAB-ontvanger een signaal van een zender kan opvangen (ook al is het signaal erg zwak), is de geluidsweergave gewaarborgd. Er is geen sprake van fading (zwakker worden van het geluid), hetgeen bij AM- en FM-ontvangst regelmatig voorkomt. Het DAB-signaal wordt met een constant volume weergegeven. Als het DAB-signaal te zwak is om door de radio te worden opgevangen, wordt de weergave geheel onderbroken. Dit kan worden vermeden door in het menu DAB-instellingen DAB AF en/of DABFM te activeren. Interferentie door zenders op naburige frequenties (een verschijnsel dat typisch is voor AM- en FM-ontvangst) doet zich bij DAB niet voor. Als het DAB-signaal door natuurlijke obstakels of door gebouwen wordt weerkaatst, verbetert dit de

119 Radio 119 ontvangstkwaliteit van DAB, terwijl AM- en FM-ontvangst in die gevallen juist aanmerkelijk verslechtert. De ontvangst van DAB+-zenders wordt ook door de DAB-ontvanger ondersteund. Ensembles In een frequentie worden steeds verschillende programma's gecombineerd in een zogenaamd ensemble. Door ensembles scrollen U kunt door ensembles scrollen die u al één keer hebt ontvangen (de ensembles moeten ontvangen kunnen worden). Druk op de kruistuimelschakelaar c of d. Het vorige of volgende bezette geheugenniveau verschijnt kort in de display. Daarna worden het opgeslagen ensemble in het geheugenniveau en zijn eerst beschikbare programma weergegeven. Het eerst beschikbare programma van het ensemble wordt afgespeeld. Een ensemble selecteren U kunt direct ensembles selecteren die u al één keer hebt ontvangen (de ensembles moeten ontvangen kunnen worden). Deze functie wordt ingesteld in het radiomenu. Selecteer de pijl naast de naam van het ensemble. Selecteer het gewenste ensemble. Het radiomenu verschijnt. Het gewenste ensemble en zijn eerst beschikbare programma worden afgespeeld. Het eerst beschikbare programma van het ensemble wordt afgespeeld. Automatisch ensembles zoeken Houd de kruistuimelschakelaar c of d ingedrukt tot het zoeken naar ensembles start. De radio wordt uitgeschakeld tot een ensemble gevonden wordt. Het eerst beschikbare programma van het ensemble wordt afgespeeld. of: Deze functie wordt ingesteld in het radiomenu. Selecteer de pijl naast de naam van het ensemble. Selecteer menu-item Beschikb. ensembles zoeken. Het DAB-ensemble -menu verschijnt. De volledige frequentie wordt getoond. Het automatisch zoeken naar ensembles begint. Nadat u een frequentie hebt doorlopen, gaat het systeem terug naar de ensemblelijst. U beluistert het beschikbare programma uit het eerste ensemble. Dit wordt gemarkeerd met een pijl. DAB-menu DAB-menufuncties worden in het radiomenu ingesteld. Druk op de SETTINGS-toets. Het audio-instelmenu verschijnt.

120 120 Radio Deze functie kan alleen worden uitgevoerd wanneer de zender in het nieuwe ensemble is opgenomen. Selecteer menu-item DAB. Zet het DAB AF -tikvak aan of uit om de instelling te wijzigen. Om de eerste 20 tot 25 tekens van de radiotekst weer te geven drukt u op de toets INFO. De volgende menuopties functies zijn beschikbaar in het DAB-menu: DABFM U kunt bepalen dat het systeem overschakelt naar een bijbehorende FMzender (indien beschikbaar) van het actieve DAB-programma wanneer het DAB-signaal te zwak is om door de ontvanger te worden opgevangen. Selecteer menu-item DAB. Zet het DABFM -tikvak aan of uit om de instelling te wijzigen. DAB AF U kunt bepalen dat u dezelfde zender ontvangt als in de vorige ensemblezone wanneer u een andere ensemblezone binnenrijdt. Radiotekst Sommige DAB-zenders zenden ook informatie (bijv. nieuws) als tekst op het display uit. Radiotekst is alleen beschikbaar op het DAB-golfbereik. Niet alle zenders zenden voortdurend radiotekst uit. 9 Waarschuwing Gebruik de tekstfunctie voor DABradio alleen als de auto stilstaat, omdat radioteksten u onderweg van het verkeer zouden kunnen afleiden. Selecteer menu-item DAB. Zet het vereiste tikvak Radiotekst aan/uit.

121 Cd-speler 121 Cd-speler Algemene aanwijzingen Gebruik Algemene aanwijzingen Met deze module kunt u standaard verkrijgbare cd's van 12 cm beluisteren. Cd's van 8 cm kunnen alleen met een adapter worden beluisterd. Voorzichtig Plaats in geen geval dvd's, singlecd's met een diameter van 8 cm of speciaal vormgegeven cd's in de audiospeler. Plak nooit stickers op uw cd's. De cd's kunnen in de speler vast blijven zitten en het afspeelmechanisme zwaar beschadigen. Een kostbare vervanging van uw toestel is dan noodzakelijk. Het formaat van de CD moet ISO 9660 niveau 1, niveau 2 of JO LIET zijn. Voor alle anderen formaten kunnen wij geen optimale afspeelbaarheid garanderen. Audio-cd's met kopieerbeveiliging die niet voldoen aan de audio-cdstandaard, worden mogelijk niet correct of zelfs helemaal niet afgespeeld. Met het Infotainment-systeem kunt u ook CD's met MP3-muziekbestanden en Mixed-Mode-CD's afspelen. Zelfgebrande cd-r's en cd-rw's zijn kwetsbaarder dan voorbespeelde cd's. Ga op een correcte manier met de cd's om. Dit geldt vooral voor zelfgebrande cd-r's en cd-rw's. Zie hieronder. Zelfgebrande cd-r's en cd-rw's worden mogelijk niet correct of zelfs helemaal niet afgespeeld. In dergelijke gevallen is er dus niets mis met de apparatuur. Zorg dat er bij het wisselen van cd's geen vingerafdrukken op de cd's komen. Berg cd's onmiddellijk veilig op na het uitnemen uit de cd-speler om ze tegen beschadiging en vuil te beschermen.

122 122 Cd-speler Vuil en vloeistof op de cd's kunnen de lens van de cd-speler binnen in het apparaat vies maken en storingen veroorzaken. Bescherm cd's tegen warmte en direct zonlicht. De volgende beperkingen zijn van toepassing op gegevens die op een MP3-CD zijn opgeslagen: Wanneer u albums en tracks een naam geeft, mag u geen umlauts of speciale tekens gebruiken. Toepasbare afspeellijstextensies: "m3u" of "pls". Wanneer u de MP3-bestanden vanuit audiobestanden genereert (codeert), moet u een bitrate van max. 256 kbit/s gebruiken. Om MP3-bestanden te gebruiken in het Infotainmentsysteem moeten de MP3-bestanden de bestandsextensie.mp3 hebben. Op één CD kunnen in totaal afspeelbare tracks worden opgeslagen. Het is niet mogelijk om bijkomende tracks af te spelen. Op een MP3-CD kunt u maximaal 253 albums bewaren om met het Infotainmentsysteem te gebruiken. De albums kunnen afzonderlijk worden geselecteerd met het Infotainmentsysteem. Gebruik Cd plaatsen Plaats de cd in de cd-sleuf. De CD wordt automatisch naar binnen getrokken. Houd de CD niet tegen of help niet wanneer de CD naar binnen getrokken wordt. Bovenaan het display verschijnt CD in voor audio-cd's. Bij mp3 cd's verschijnt ook nog MP3 en bij tekst-cd's de naam van de cd. CD-weergave Schakel als volgt van een andere audiomodus of de radiomodus over naar de CD-modus: Er wordt een cd geplaatst. Druk eenmaal of meerdere malen op de toets MEDIA totdat het menu CD verschijnt. U luistert nu naar de cd. Afhankelijk van het type cd ziet u verschillende cd-informatie in het CDmenu. Tekstinformatie verschijnt alleen als Titel tonen in het Extra'smenu wordt ingeschakeld, zie "Cdtekst activeren/deactiveren" onderstaand.

123 Cd-speler 123 Titelselectie Bij audio-cd's wordt het nummer geselecteerd binnen de cd, bij mp3- en mixed mode-cd's binnen het geselecteerde album. U hoort een titel. Tip de kruistuimelschakelaar m of n aan totdat het gewenste nummer verschijnt. De vereiste track wordt afgespeeld. of: Draai in het menu CD aan de multifunctionele knop totdat de menuoptie j of k wordt gemarkeerd. Druk de combiknop steeds weer in totdat het gewenste nummer verschijnt. De vereiste track wordt afgespeeld. of: Selecteer in het menu CD menuoptie Track. Er verschijnt een lijst met alle nummers. Het momenteel beluisterde nummer is gemarkeerd met een pijl. Selecteer het gewenste nummer. Het CD -menu verschijnt. Het nieuw geselecteerde nummer verschijnt en wordt afgespeeld. Snel zoeken vooruit/achteruit Zoekt u een bepaald punt op een CD, ga dan als volgt te werk: U hoort een titel. Houd kruistuimelschakelaar m of n ingedrukt tot u het gewenste punt bereikt. De cd-speler speelt de cd af met een verhoogde snelheid en afgenomen volume. Snel zoeken bij mp3-nummers verloopt onhoorbaar. of: Selecteer in het menu CD menuoptie of 66. De CD-wisselaar speelt de CD af met een verhoogde snelheid en afgenomen volume. Snel zoeken bij mp3-nummers verloopt onhoorbaar. Selecteer bij het bereiken van de gewenste passage opnieuw menuoptie of 66. Albumselectie voor MP3- of Mixed Mode-cd's U beluistert een track van een album. Druk de kruistuimelschakelaar c of d in, totdat het album van uw keuze op het display verschijnt. U hoort het eerste nummer van het album of de cd van uw keuze. of: U bevindt zich in het CD -menu. Selecteer menu-item Album. Op het display verschijnt een cd-albumlijst. Het album dat net afgespeeld is, wordt met een pijl gemarkeerd. Selecteer het gewenste album. Het CD -menu verschijnt. Het eerste nummer van het nieuw geselecteerde album verschijnt op het display. Het nieuw geselecteerde nummer wordt afgespeeld.

124 124 Cd-speler CD extra's Selecteer in het menu CD menuoptie Extra's. Het CD extra's -menu verschijnt. In het Extra's -submenu zijn de volgende optievelden beschikbaar: Normaal Bij deze optie worden de opeenvolgende functies Random CD, Repeat track en Scan CD gedeactiveerd Random CD (willekeurig) Audio-CD: Wanneer willekeurig afspelen voor een audio-cd geselecteerd is, worden de tracks op een CD in willekeurige volgorde afgespeeld. MP3-CD: Bij 5 of minder albums op een mp3-cd worden er 4 nummers per album in willekeurige volgorde afgespeeld. Bij meer dan 5 albums op de mp3-cd wordt er steeds 1 nummer per album afgespeeld. Mixed mode-cd: Op een mixed-mode-cd worden de nummers van het audiogedeelte het eerst in willekeurige volgorde afgespeeld. Daarna worden zoals bovenstaand beschreven de nummers van het mp3-gedeelte afgespeeld. Overschakelen op Random CD Selecteer het optieveld Random CD. Op het display verschijnt het g-symbool. Repeat track Met de "Repeat"-functie herhaalt de cd-speler het huidige nummer. Overschakelen op Repeat track U hoort een titel. Houd de kruistuimelschakelaar c ingedrukt totdat het symbool i op het display verschijnt. Op het display verschijnt gedurende enkele seconden Herhalen Aan. U hoort deze titel steeds weer. of: Selecteer het optieveld Repeat track. Op het display verschijnt het i-symbool. U hoort deze titel steeds weer. Repeat track uitschakelen Houd de kruistuimelschakelaar c ingedrukt totdat het symbool i op het display dooft. Op het display verschijnt gedurende enkele seconden Herhalen Uit. of: Selecteer een nieuw nummer. of: Selecteer het optieveld Normaal. Het symbool i verschijnt niet meer. Scan CD Met de functie "Scan CD" speelt de cd-wisselaar elk nummer gedurende 10 seconden.

125 Cd-speler 125 Overschakelen op Scan CD U hoort een titel. Houd de kruistuimelschakelaar d ingedrukt totdat het symbool k op het display verschijnt. of: Selecteer het optieveld Scan CD. Op het display verschijnt het k-symbool. Scan CD uitschakelen Houd de kruistuimelschakelaar d ingedrukt totdat het symbool 6 op het display dooft. of: Selecteer een nieuw nummer. of: Selecteer het optieveld Normaal. Op het display verschijnt het menu CD. Het symbool k verschijnt niet meer. CD-tekst activeren/deactiveren Al naargelang het feit of de CD-tekst al dan niet ingeschakeld is, kunnen verschillende informaties worden weergegeven. Ingeschakeld = Cd-naam Tracknaam Naam uitvoerder Albumnaam Uitgeschakeld = Titelnummer Albumnaam Afspeeltijd Niet alle cd's bevatten cd-tekst. In deze gevallen worden de titelnummers en afspeeltijden altijd weergegeven. Aankruisvakje Titel tonen aan-/afvinken. Verkeersbericht in de CD-modus Terwijl een CD wordt afgespeeld, kunt u verkeersberichten ontvangen. Verkeersinformatie (TP) U kunt een verkeersbericht beëindigen met de TP-knop en de huidige CD blijft verder afgespeeld worden. Een cd verwijderen Druk op de j-toets. De cd wordt uit de cd-sleuf geworpen. U hoort de als laatste ingestelde zender of de als laatste gespeelde audiobron. Wanneer een CD niet wordt weggenomen, wordt hij automatisch weer ingetrokken en het uitwerpproces onderbroken.

126 126 AUX-ingang AUX-ingang Algemene aanwijzingen Gebruik Algemene aanwijzingen Gebruik In de middenconsole vóór de keuzehendel bevindt zich een aux-aansluiting voor het aansluiten van externe audiobronnen. Let op Deze poort moet u altijd schoon- en drooghouden. Het is mogelijk om bijvoorbeeld een draagbare cd-speler met een 3,5 mmstekker aan te sluiten op de AUX-ingang. Druk een of meerdere malen op de MEDIA-toets om de AUX-modus in te schakelen. Het audiosignaal van een aangesloten audiobron klinkt nu via de luidsprekers van het infotainmentsysteem. U kunt het volume aanpassen via de knop m en via de draaischijf o op het stuurwiel. Volume aanpassen aan de vereisten van de aangesloten audiobron:

127 USB-poort 127 USB-poort Algemene aanwijzingen Opgeslagen audiobestanden afspelen Algemene aanwijzingen In de middenconsole vóór de keuzehendel bevindt zich een USB-aansluiting voor het aansluiten van externe audiogegevensbronnen. Let op Deze poort moet u altijd schoon- en drooghouden. Op de USB-poort kunt u een mp3- speler, USB-drive, SD Card (via USBaansluiting/adapter) of ipod aansluiten. Na het aansluiten op de USB-poort kunnen diverse functies van de bovenstaande apparaten worden bediend via de bedieningsorganen en menu's van het infotainmentsysteem. Let op Niet alle modellen mp3-spelers, USB-drives en ipods worden ondersteund door het Infotainmentsysteem. Opmerkingen De op de USB-poort aangesloten externe apparaten moeten voldoen aan de USB Mass Storage Classspecificatie (USB MSC). Via USB aangesloten apparaten worden ondersteund volgens USBspecificatie V 2.0. Maximale ondersteunde snelheid: 12 Mbit/s. Alleen apparaten met een FAT16/ FAT32-bestandssysteem worden ondersteund. Alleen de eerste partitie op een aangesloten USB-drive wordt door het systeem herkend. De grootte van die partitie mag niet meer zijn dan 250 GB. Grotere

128 128 USB-poort grootten (tot 1000 GB) kunnen worden ondersteund maar dat wordt niet gegarandeerd. De volgende bestandsformaten kunnen worden gebruikt: ISO9660 niveau 1, niveau 2 (Romeo, Joliet). Het is mogelijk dat MP3- en WMAbestanden die in een ander formaat zijn geschreven dan hierboven vermeld niet correct worden afgespeeld en dat hun bestands- en mapnamen niet correct worden weergegeven. Voor de gegevens op externe apparaten die zijn aangesloten op de USB-poort gelden de volgende beperkingen: Maximaal aantal bestanden/songs: Ten minste 8 mappen in dieptehiërarchie worden ondersteund. Wma-bestanden met Digital Rights Management (DRM) van onlinemuziekwinkels kunnen niet worden afgespeeld. Wma-bestanden kunnen alleen veilig worden afgespeeld als deze met Windows Media Player, minimaal versie 9, zijn aangemaakt. Maximale lengte van de directorynaam: 28 bytes. Maximale lengte van de bestandsnaam: 128 bytes. Toepasbare afspeellijstextensies:.m3u,.pls,.wpl. De afspeellijstitems moeten als relatieve paden zijn opgemaakt. Het systeemkenmerk voor mappen/bestanden dat audiogegevens bevat, mag niet ingesteld zijn. Opgeslagen audiobestanden afspelen Mp3-speler, USB-drive, SD Card Druk een of meerdere malen op de MEDIA-toets om de audio-usb-modus in te schakelen. Het afspelen van audiogegevens die op het USB-opslagapparaat zijn opgeslagen, is gestart. De bediening van de via USB aangesloten audiogegevensbronnen is hetzelfde als beschreven voor een audio-mp3 cd

129 USB-poort 129 ipod Muziekzoekprogramma De stappen voor titelselectie met de ipod-menuopties of de kruistuimelschakelaarknoppen m en n zijn hetzelfde als beschrijven voor een audio MP3-cd Let op De kruistuimelschakelaarknoppen c en d hebben geen functie als een ipod is aangesloten. Druk een of meerdere malen op de MEDIA-toets om de ipod-modus te activeren. Het afspelen van audiogegevens die op het ipod-opslagapparaat zijn opgeslagen, is gestart. De bediening van de via USB aangesloten ipod is hoofdzakelijk hetzelfde als beschreven voor een audio-mp3 cd Hieronder staan alleen de bedieningsaspecten beschreven die afwijkend/extra zijn. Afhankelijk van het/de model/versie van de aangesloten ipod en de opgeslagen gegevens zijn er diverse opties voor het selecteren en afspelen van tracks. Selecteer Album in het menu ipod om een menu weer te geven met de beschikbare opties voor het zoeken naar muziek. Selecteer de gewenste optie voor het zoeken naar muziek. Afhankelijk van de geselecteerde optie verschijnt een volgend menu voor zoeken naar muziek of het ipodmenu.

130 130 Trefwoordenlijst A Afspelen van een cd starten Algemene aanwijzingen , 121, 126, 127 AM Antidiefstalfunctie AS Autostore-lijsten AUX-ingang contactdoos gebruik B Balance Bass Bediening C Cd extra's CD, invoeren CD-speler activeren CD-speler gebruiken Cd-tekst CD, uitwerpen D DAB , 118 DAB-menu DAB-radiotekst De AUX-ingang gebruiken De USB-poort gebruiken Digital Audio Broadcasting E Ensemble Extern in F Fader FM G Gebruik , 122, 126 Gebruiker Geluidsinstellingen H Handmatig zender zoeken Het Infotainmentsysteem in- of uitschakelen Hoofdscherm I Infotainmentsysteem gebruiken...99 Inschakelautomaat K Klankinstellingen

131 131 M Menubediening Multifunctionele knop N Nummer herhalen O Opgeslagen audiobestanden afspelen Opslaan Overzicht P Pop-up menu Programmatype PTY R Radio Data System (RDS) Radiotekst Random Random album Regionale programma's S SDVC Stand Startvolume Subwoofer T TA-volume Titel even laten horen Titel tonen TP Treble U Uitschakelautomaat USB-poort belangrijke informatie bewaarde audiobestanden afspelen V Verkeersberichten Verkeersinformatie Verlaten van een menu Volume Volume instellen Volume-instellingen Voor snelheid gecompenseerde volumebediening (SDVC) Z Zendergeheugen Zenderlijst Zendermenu Zenders bijwerken Zenders opvragen Zenders zoeken via doorloop Zender zoeken

132 132

133 CD 30 / CD 30 MP3 Inleiding Radio Cd-speler AUX-ingang Trefwoordenlijst

134 134 Inleiding Inleiding Algemene aanwijzingen Antidiefstalfunctie Overzicht Bediening Geluidsinstellingen Volume-instellingen Algemene aanwijzingen Het infotainmentsysteem biedt u eersteklas infotainment voor in uw auto. De radio heeft negen geheugenposities voor het automatisch opslaan van zenders voor elk frequentiebereik: FM, AM en DAB (indien beschikbaar). De digitale soundprocessor biedt u diverse vooraf ingestelde klankinstellingen, waarmee u het geluid kunt optimaliseren. De geïntegreerde CD-speler onderhoudt u zowel met audio-cd's als met MP3-CD's. Ook kan er op het Infotainmentsysteem een externe bron, bijv. een mobiele telefoon, worden aangesloten. Het geluid van een op de AUX-ingang van uw auto aangesloten audiobron, bijv. een draagbare CD-speler of een MP3-speler, kan via de luidsprekers van het Infotainmentsysteem worden weergegeven. Het Infotainmentsysteem kan ook worden uitgerust met een mobiele telefoonportaal. Eventueel kunt u het Infotainmentsysteem met de knoppen op het stuurwiel bedienen. Door het goeddoordachte design van de bedieningselementen en de heldere displays kunt u het systeem gemakkelijk en intuïtief bedienen. Belangrijke informatie over de bediening en de verkeersveiligheid 9 Waarschuwing Het infotainment-systeem moet worden gebruikt zodat er te allen tijde veilig met de auto kan worden gereden. Zet bij twijfel uw auto aan de kant en bedien het infotainment-systeem terwijl u stilstaat.

135 Inleiding 135 Radio-ontvangst Tijdens de radio-ontvangst kunnen gesis, geruis, signaalvervorming of signaaluitval optreden door: wijzigingen in de afstand tot de zender, ontvangst van meerdere signalen tegelijk door reflecties, obstakels. Antidiefstalfunctie Het Infotainmentsysteem is uitgerust met een elektronisch beveiligingssysteem als diefstalalarm. Het Infotainmentsysteem functioneert daarom alleen in uw auto en is waardeloos voor een dief.

136 136 Inleiding Overzicht Bedieningselementen op het instrumentenpaneel

137 Inleiding RDS Programmanaam of zendfrequentie van de zender weergeven Zenderlijst actualiseren AS Activeren/deactiveren van het AS-niveau Automatische zenderopslag TP Verkeersinformatie REG Regionaal programma in-/ uitschakelen TUNER Schakelen tussen FM, AM en DAB (indien beschikbaar) SOUND Klankinstellingen configureren oe-knop Indrukken: Schakelaar: Infotainmentsysteem in-/ uitschakelen Draaien: Volume aanpassen MEDIA CD/MP3-modus Cd/MP3-informatie weergeven Activeren/deactiveren random AUX-ingang: Audiobron overschakelen naar de externe ingang INSTELLINGEN Audio-instellingen Systeeminstellingen Selectie bevestigen of vooruitbladeren in het instelmenu Zendertoetsen n Radio: In het zendergeheugen vooruitbladeren, handmatige en automatische zenderzoekfunctie Cd/MP3: volgende nummer, snel vooruit Waarden in het menu wijzigen Audio/MP3-CD-lade m Radio: In het zendergeheugen terugbladeren, handmatige en automatische zenderzoekfunctie

138 138 Inleiding Cd/MP3: vorige nummer, snel terugspoelen Waarden in het menu wijzigen j Cd uitwerpen Audiobedieningsknoppen aan stuurwiel 1 Draaischijf Draaien: (drievoudige infodisplay): handmatig zenders zoeken Draaien: GID (grafische infodisplay): vorige/ volgende invoer van de reiscomputer, handmatig zenders zoeken (in combinatie met een tripcomputer is er geen radiofunctie als u aan de draaischijf draait) Druk: TID: zonder functie Druk: GID: tripcomputer oproepen/opnieuw instellen, een invoer van de tripcomputer selecteren q-toets Radio: Volgende opgeslagen zender CD: de CD-weergave starten MP3: volgende album p-toets Overschakelen tussen radio/cd/mp3 en AUXmodus

139 Inleiding d-toets Radio: naar boven zoeken, vooruitscrollen in het zendergeheugen CD: kort drukken: Sla voorwaarts één track over..155 CD: lang drukken: snel vooruit c-toets Radio: naar onder zoeken, terugscrollen in het zendergeheugen CD: kort drukken: Sla achterwaarts één track over 155 Cd: lang drukken: snel terugspoelen o Draaien: volume aanpassen Vasthouden: het volume continu aanpassen De afstandsbediening op het stuur heeft in combinatie met het mobiele telefoonportaal nog andere functies. Zie het hoofdstuk van het mobiele telefoonportaal. Bediening Bedieningselementen Het Infotainmentsysteem werkt naar keuze via: de centrale bedieningseenheid op het instrumentenpaneel knoppen op het stuur De werking van het Infotainmentsysteem kan afhankelijk van het type informatiedisplay variëren. Er zijn twee verschillende informatiedisplays: Triple-Info-Display (TID) en Graphic- Info-Display (GID). Zie "Informatiedisplays" in het Instructieboekje voor nadere informatie. Het Infotainmentsysteem in- of uitschakelen Druk de toets e in. De laatst ingestelde audiobron wordt afgespeeld. In- en uitschakelen met de contacttoets (inschakelautomaat) Bij een geactiveerde inschakelautomaat kan het Infotainmentsysteem ook met het contact uit- en opnieuw ingeschakeld worden. Deze verbinding tussen de radio en het contact is vooringesteld in de fabriek, maar kan worden uitgeschakeld. Als de automatische schakelaar uitgeschakeld is, kan het infotainmentsysteem alleen ingeschakeld worden met de e-knop of door een CD in te voeren en uitgeschakeld worden met de met de e-knop.

140 140 Inleiding Als het infotainmentsysteem wordt uitgeschakeld wanneer het contact uitstaat, onafgezien de huidige instelling van de automatische inschakeling, kan het alleen ingeschakeld worden met de e -knop en door een CD in te voeren. De automatische start wordt altijd geactiveerd nadat het infotainmentsysteem van de bedrijfsspanning werd losgekoppeld en weer aangesloten. Inschakelautomaat in-/uitschakelen Alleen TID: 1. Druk op de SETTINGS-toets om Audio weer te geven. 2. Druk op de n-toets om System weer te geven. 3. Druk meerdere malen op de toets SETTINGS totdat Ign.Logic ON of OFF (afhankelijk van de huidige instelling) verschijnt. 4. Selecteer de gewenste status met de toetsen m n. Na enkele seconden verschijnt Audio op het display, gevolgd door de betreffende audiobron. of: Druk op een van de functietoetsen TUNER of MEDIA om de betreffende functie weer te geven. Alleen GID: 1. Druk op de toets SETTINGS om het menu Settings weer te geven. 2. Druk op de toets n om System te selecteren. 3. Druk op de toets SETTINGS en dan meerdere malen op de toets n om Ign. logic te selecteren. 4. Druk op de toets SETTINGS om de huidige instelling te wijzigen. Na het veranderen van de instelling: Druk op de toets n en dan op de toets SETTINGS om het menu Settings te verlaten. of: Druk op een van de functietoetsen TUNER of MEDIA om de betreffende functie weer te geven. Automatisch uitschakelen Het Infotainmentsysteem zet zichzelf na één uur automatisch uit als u het aanzet terwijl het contact uitstaat. Volume instellen Draai aan de o-knop. Het Infotainmentsysteem speelt met het laatst ingestelde volume, op voorwaarde dat het volume lager was dan het maximale inschakelvolume Verkeersberichten en externe audiobronnen worden ingevoegd aan een vooringesteld minimumvolume Het volume van een via de AUX-ingang aangesloten audiobron kan aan het volume van de andere audiobronnen (bijv. de radio) worden aangepast Als de respectieve bron aanstaat, kunt u het volume van de verkeersberichten, de externe audiobronnen en de radio en CD afzonderlijk aanpassen.

141 Inleiding 141 Voor snelheid gecompenseerde volumebediening (SDVC) Na inschakeling van SDVC wordt het volume automatisch zodanig aangepast dat u geen geluid van het wegdek of van de rijwind hoort. Externe bron Er kan een externe bron (bijv. mobiele telefoon, navigatiesysteem) op het Infotainmentsysteem worden aangesloten. De externe bron wordt automatisch overgedragen via een regelsignaal van het verbonden apparaat, zelfs wanneer het Infotainmentsysteem uit staat. In dat geval verschijnt External In. We bevelen aan dat de toestellen door een erkende Opel-partner worden gemonteerd. AUX-ingang Een externe audiobron, bijv. een draagbare CD-speler, kan via de AUX-ingang van uw auto worden aangesloten. Via de luidsprekers van het Infotainmentsysteem hoort u het stereogeluid van deze bron. De aansluiting bevindt zich bij de middelste console. Zorg ervoor dat de AUX-ingang altijd schoon en droog is. Zet de externe audiobron voor de best mogelijke audiokwaliteit altijd op het maximale volume. Bij modules met lijnuitgang is het audioniveau van het uitgangssignaal stabiel en kan niet worden gewijzigd. Om overstuur bij de AUX-ingang te voorkomen moet de effectieve uitgangsspanning van de externe audiobron lager zijn dan 1,5 V. Hoofdscherm Het hoofdmenu is de displayweergave die na het inschakelen van het Infotainmentsysteem weergegeven wordt. Afhankelijk van de uitvoering van de auto is de weergave verschillend. De onderstaande informatie kan worden weergegeven: Boordcomputergegevens Weergave van boordcomputerinformatie, zie de gebruikershandleiding van uw auto. Mobiele telefoonportaal-informatie Weergave van de informatie die geleverd wordt als een mobiele telefoonportaal is aangesloten. Zie de bedieningsinstructies van het mobiele telefoonportaal. Audio-informatie De volgende audioinformatie wordt getoond: Huidig golfbereik of AUX/cd. Huidige zendernaam of zenderfrequentie c.q. CD-titelnr. of CD-titelnaam. Als de regionale functie is ingeschakeld, wordt REG getoond Als het AS-niveau actief is, wordt AS getoond Als de RDS-functie is ingeschakeld, wordt RDS getoond

142 142 Inleiding Als de verkeersberichten zijn ingeschakeld, wordt, [TP] of [ ] getoond Bij het plaatsen van een CD verschijnt CD of CD in. Als er een CD met MP3-muziekbestanden wordt afgespeeld, wordt MP3 eveneens getoond Na het activeren van Random cd verschijnt RDM of g Buitentemperatuur Aanduiding van de huidige buitentemperatuur. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw auto. Tijd Weergave van de huidige tijd. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw auto. Informatie van de klimaatregelingsautomaat Raadpleeg de gebruikershandleiding van de auto. Geluidsinstellingen Druk op de SOUND-toets voor de volgende instellingen: Fader Balance Bass Treble Sound Volumeverdeling voor - achter instellen 1. Druk op de SOUND-toets. Fader verschijnt in de display. 2. Pas de waarde aan met m of n. Na enkele seconden verschijnt de laatste actieve aanduiding opnieuw op het display. of: Druk op een van de functietoetsen TUNER of MEDIA om de betreffende functie weer te geven. Volumeverdeling rechts - links instellen 1. Druk meerdere malen op de toets SOUND tot Balance op het display verschijnt. 2. Pas de waarde aan met m of n. Na enkele seconden verschijnt de laatste actieve aanduiding opnieuw op het display. of: Druk op een van de functietoetsen TUNER of MEDIA om de betreffende functie weer te geven. Bass en Treble instellen Bedenk dat eventueel uitgevoerde klankoptimalisaties (zie "Klank" onderstaand) gedeactiveerd worden.

143 Inleiding Druk meerdere malen op de toets SOUND tot Bass of Treble op het display verschijnt. 2. Pas de waarde aan met m of n. Na enkele seconden verschijnt de laatste actieve aanduiding opnieuw op het display. of: Druk op een van de functietoetsen TUNER of MEDIA om de betreffende functie weer te geven. Sound 1. Druk meerdere malen op de toets SOUND tot Sound en de momenteel ingestelde toonkleur of Off op het display verschijnen. 2. Selecteer een toonkleur, bv. Rock of Classic of Off met m of n. Na enkele seconden verschijnt de laatste actieve aanduiding opnieuw op het display. of: Druk op een van de functietoetsen TUNER of MEDIA om de betreffende functie weer te geven. Tooninstellingen in het menu Settings Eventueel kunt u de instellingen voor Fader, Balance en Sound in het menu Settings aanpassen: 1. Druk op de toets SETTINGS om het menu Settings weer te geven. 2. Druk meerdere malen op de toets SETTINGS totdat de betreffende functie verschijnt. 3. Pas de waarde aan of selecteer een klankkleur (zie bovenstaand) met m of n. Na enkele seconden verschijnt het menu Settings weer. 4. Druk op de toets m en dan op de toets SETTINGS om naar de laatste actieve aanduiding op het display terug te keren. of: Druk op een van de functietoetsen TUNER of MEDIA om de betreffende functie weer te geven. Volume-instellingen Druk op de SETTINGS-toets. De volgende menu-items zijn beschikbaar: AUX Vol. AUX-ingangsvolume, vb. een draagbare CD-speler TA Volume: volume van verkeersinformatie SDVC: snelheidsafhankelijke volumeverhoging On Volume: maximaal volume wanneer het infotainmentsysteem aanstaat Ext. In Vol.: volume van een externe bron (vb. bij aansluiten van een GSM) AUX Vol. Gebruik deze functie om het niveau van de AUX-ingang aan te passen in verhouding tot een andere audiobron (vb. radio). Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de AUX-audiobron ingeschakeld is.

144 144 Inleiding 1. Zet de externe audiobron op het maximaal volume. 2. Druk op de toets SETTINGS om het menu Settings weer te geven. 3. Druk meerdere malen op de toets SETTINGS totdat de betreffende functie verschijnt. 4. Pas de waarde aan met m of n. Na enkele seconden verschijnt het menu Settings weer. 5. Druk op de toets m en dan op de toets SETTINGS om naar de laatste actieve aanduiding op het display terug te keren. of: Druk op een van de functietoetsen TUNER of MEDIA om de betreffende functie weer te geven. TA Volume Als de TP-functie aanstaat, verhoogt het systeem standaard het volume voor verkeersberichten. Met deze functie kunt u een minimumvolume instellen voor verkeersberichten. 1. Druk op de toets SETTINGS om het menu Settings weer te geven. 2. Druk meerdere malen op de toets SETTINGS totdat de betreffende functie verschijnt. 3. Pas de waarde aan met m of n. Na enkele seconden verschijnt het menu Settings weer. 4. Druk op de toets m en dan op de toets SETTINGS om naar de laatste actieve aanduiding op het display terug te keren. of: Druk op een van de functietoetsen TUNER of MEDIA om de betreffende functie weer te geven. Een minimumvolume voor verkeersberichten wordt alleen ingesteld als het op dat moment ingestelde volume lager is dan het gekozen minimale berichtenvolume. SDVC Om omgevings- en rijgeluiden te compenseren, wordt het volume van het infotainmentsysteem aangepast aan de snelheid van de auto. U kunt de SDVC-functie gebruiken om het snelheidsafhankelijk volume aan te passen. 1. Druk op de toets SETTINGS om het menu Settings weer te geven. 2. Druk meerdere malen op de toets SETTINGS totdat de betreffende functie verschijnt. 3. Pas de waarde aan met m of n. Na enkele seconden verschijnt het menu Settings weer. 4. Druk op de toets m en dan op de toets SETTINGS om naar de laatste actieve aanduiding op het display terug te keren. of: Druk op een van de functietoetsen TUNER of MEDIA om de betreffende functie weer te geven. On Volume 1. Druk op de toets SETTINGS om het menu Settings weer te geven. 2. Druk meerdere malen op de toets SETTINGS totdat de betreffende functie verschijnt.

145 Inleiding Pas de waarde aan met m of n. Na enkele seconden verschijnt het menu Settings weer. 4. Druk op de toets m en dan op de toets SETTINGS om naar de laatste actieve aanduiding op het display terug te keren. of: Druk op een van de functietoetsen TUNER of MEDIA om de betreffende functie weer te geven. Het gekozen maximale inschakelvolume wordt alleen gebruikt als het volume bij het uitschakelen hoger was dan het gekozen maximale inschakelvolume en het Infotainmentsysteem minstens 5 minuten uitgeschakeld was met het contact uit. 1. Druk op de toets SETTINGS om het menu Settings weer te geven. 2. Druk meerdere malen op de toets SETTINGS totdat de betreffende functie verschijnt. 3. Pas de waarde aan met m of n. Na enkele seconden verschijnt het menu Settings weer. 4. Druk op de toets m en dan op de toets SETTINGS om naar de laatste actieve aanduiding op het display terug te keren. of: Druk op een van de functietoetsen TUNER of MEDIA om de betreffende functie weer te geven. Ext. In Vol. Gebruik deze functie om een minimumvolume van externe audiobronnen zoals een mobiele telefoon in te stellen.

146 146 Radio Radio Gebruik Zender zoeken Autostore-lijsten Radio Data System (RDS) Digital Audio Broadcasting Gebruik Radioweergave Schakel over van CD naar AUX-modus zoals hieronder aangegeven: Druk op de TUNER-toets. U beluistert de zender waarop u het laatst hebt afgestemd. Een frequentie selecteren Het Infotainmentsysteem verschaft de volgende frequentiebereiken: FM, AM of DAB (indien beschikbaar). Bovendien heeft elk van de frequentiebereiken een geheugenlocatie voor Autostore (AS) waar zenders automatisch kunnen worden opgeslagen De radio is ingeschakeld. Druk kort op de TUNER-knop. De radio wisselt tussen FM, FM-AS, AM. AM-AS, DAB en DAB-AS. De laatst geselecteerde zender op de frequentie wordt afgespeeld en weergegeven. Zender zoeken Zender kiezen, zenders zoeken via doorloop FM-frequentiebereik is geselecteerd en RDS ingeschakeld. of: DAB-frequentiebereik is geselecteerd (indien beschikbaar) en AS ingeschakeld. Druk kort op de m of n om de volgende zender in het zendergeheugen af te spelen. Als geen zender in het zendergeheugen kan worden gevonden, wordt Seek weergegeven en wordt automatisch zoeken naar radiozenders gestart. De radio wordt uitgeschakeld tot een zender gevonden wordt.

147 Radio 147 Als de radio geen station kan vinden, schakelt deze automatisch naar een gevoeliger zoekniveau (niet DAB). Als nog steeds geen zender kan worden gevonden, wordt de laatste actieve frequentie (FM) of ensemble (DAB) ingesteld. Handmatig zender zoeken Het handmatig zoeken naar een zender wordt gebruikt om af te stemmen op zenders met bekende frequentie (AM, FM) of ensembles (DAB). Houd m of n ingedrukt totdat MAN verschijnt. Grove afstemming: Houd m of n ingedrukt tot de gewenste frequentie (AM, FM) of ensemble (DAB) bijna bereikt is. Fijnafstemming: Tip m of n aan totdat de/het exacte frequentie/ensemble bereikt is. Als in het FM-frequentiebereik RDS gedeactiveerd is of als het AMfrequentiebereik actief is, dan wordt bij het aantippen van m of n één frequentiestap uitgevoerd. Zendergeheugen Voor elk golfbereik (FM, AM) zijn aparte geheugenposities beschikbaar: Voor elk van de volgende golfbereiken zijn 9 geheugenposities beschikbaar: FM, FM-AS (automatisch opgeslagen FM-zenders), AM, AM-AS (automatisch opgeslagen AM-zenders), DAB en DAB-AS (automatisch opgeslagen DAB-zenders). De geheugenposities kunnen via de zendertoetsen rechtstreeks in het betreffende golfbereik worden geselecteerd. Handmatig opslaan Stem af op de gewenste zender. Houd de zendertoets waarop de afgestemde zender moet worden opgeslagen ingedrukt. Het geluid van de radio wordt korte tijd onderdrukt. De eerder op de geheugenpositie opgeslagen zender verschijnt. De afgestemde zender klinkt weer en verschijnt op het display. De zender wordt op de gewenste geheugenpositie opgeslagen. RDS on of RDS off worden samen met de zender opgeslagen. Lijst FM-zenders Het Infotainmentsysteem slaat alle ontvangbare FM-zenders op de achtergrond op.

148 148 Radio De lijst met ontvangbare zenders wordt automatisch bijgewerkt wanneer de radio naar een TP-zender zoekt of wanneer het systeem met de autostorefunctie (AS) automatisch zenders opslaat. RDS-zenders worden in de zenderlijst op omroep gesorteerd (Radio 1, Radio 2...) Autostore-lijsten Activeren/deactiveren van het AS-niveau Tip de toets AS aan. Als het AS-niveau geactiveerd is, wordt AS weergegeven. U kunt het AS-niveau ook met de knop FM/AM activeren en deactiveren Automatisch opslaan (AS) Automatisch opslaan (AS) van elke ontvangbare zender is in alle golfbereiken mogelijk. Deze zenders worden in een afzonderlijk AS-geheugen opgeslagen. Ga als volgt te werk om zenders automatisch op te slaan: 1. Selecteer de gewenste frequentie. 2. Standby voor verkeersberichten indien gewenst activeren/deactiveren Houd de toets AS ingedrukt totdat u de bevestigingstoon hoort. De radio wisselt evt. naar het AS-niveau van het gekozen golfbereik (FM- AS of AM-AS). De zender wordt automatisch opgeslagen. De 9 best ontvangbare zenders in het geselecteerde golfbereik worden opgeslagen op geheugenposities 1 t/ m 9. Na het opslaan van de zenders kunt u de gewenste zender met de betreffende zenderknop selecteren. Na het activeren van automatisch opslaan wordt RDS automatisch ingeschakeld. Eerst worden alle ontvangbare RDS-zenders opgeslagen. Als standby voor verkeersberichten voorafgaand of tijdens automatisch opslaan wordt ingeschakeld, selecteert de radio na het automatisch zender zoeken een geheugenpositie met een verkeersberichtenzender. Als standby voor verkeersberichten tijdens automatisch opslaan wordt ingeschakeld, blijft het automatisch zender zoeken actief totdat er ten minste een keer verkeersinformatie gevonden is. Nieuwe zenders met behulp van AS opslaan Als u buiten bereik van een zender raakt, moeten er nieuwe zenders worden opgeslagen. Zender opvragen Het gewenste golfbereik en de gewenste modus moeten actief zijn Druk op de AS-toets om het AS-niveau in te schakelen. Selecteer de opslaglocatie met de opslagknoppen.

149 Radio 149 Radio Data System (RDS) RDS is een dienst van FM-zenders die het vinden van de gewenste zender en een storingsvrije ontvangst aanzienlijk vereenvoudigt. Voordelen van RDS Op het display verschijnt de programmanaam van de ingestelde zender in plaats van de frequentie. Bij het zoeken naar zenders stemt het infotainmentsysteem allee af op RDS-zenders. Het infotainmentsysteem stem altijd af op de zendfrequentie van de ingestelde zender met de beste ontvangst via AF (alternatieve frequentie). Afhankelijk van de ontvangen zender geeft het infotainmentsysteem radiotekst op het display die bijvoorbeeld informatie over het huidige programma kan bevatten. RDS is alleen in het frequentiebereik FM mogelijk. RDS in-/uitschakelen Bij het inschakelen van RDS worden de RDS-functies geactiveerd en wordt er bij het automatisch zoeken alleen naar RDS-zenders gezocht. Bij het uitschakelen van RDS worden de RDS-functies uitgeschakeld en zoekt het systeem bij automatisch zoeken niet alleen naar RDS-zenders. Druk op de RDS-toets om RDS te activeren. Na het inschakelen van de RDS-functie verschijnen RDS en de programmanaam van een RDS-zender. Als de momenteel ingestelde zender geen RDS-zender is, dan zoekt de radio automatisch naar de volgende ontvangbare RDS-zender. Druk opnieuw op de RDS-toets om RDS te deactiveren. Als de RDS-functie niet ingeschakeld is, verschijnt de frequentie van een RDS-zender, RDS verschijnt niet. RDS automatisch Schakel automatische RDS in RDS Auto On om te verzekeren dat de RDS-functie geactiveerd is, zelfs wanneer RDS gedeactiveerd is. Het automatisch zender zoeken reageert echter ook op zenders zonder RDS. Deze functie werkt alleen als RDS uitgeschakeld is. Automatische RDS in-/uitschakelen: Druk op de toets RDS totdat RDS Auto On of Off verschijnt, wat de huidige toestand van automatische RDS aangeeft. Laat de toets RDS los om de huidige toestand te veranderen.

150 150 Radio Programmatype (PTY) Veel RDS-zenders verzenden een PTY-code die aangeeft welk type programma u thans beluistert (bijv.nieuws). Met de PTY-code kunt u zenders op basis van het programmatype selecteren. Programmatype selecteren 1. Druk op de SETTINGS-toets om het Settings-menu weer te geven. 2. Druk meerdere malen op de toets SETTINGS totdat de betreffende functie verschijnt. 3. Selecteer een van de 29 programmatypes, bijv. News of Entertainment met m of n. 4. Houd m of n ingedrukt tot de zender begint te zoeken. Na het begin van het zender zoeken verschijnt het radiodisplay. Vindt de radio geen passende zender, dan hoort u de laatst ingestelde zender. Regionale programma's Op bepaalde tijden zenden een aantal RDS-zenders op diverse frequenties programma's uit die per regio verschillen. Regionalisering in-/uitschakelen De RDS-functie moet ingeschakeld zijn. Druk even op de toets REG om regionalisering in of uit te schakelen. Als regionalisering ingeschakeld wordt, wordt REG op het display getoond. De radio blijft afgestemd op het regionale programma en zoekt naar de best ontvangbare zenderfrequentie. Als regionalisering uitgeschakeld wordt (geen REG op het display), maakt de radio overschakelen naar een ander regionaal programma mogelijk. Regionalisering automatiseren Als regionalisering automatiseren ingeschakeld is (REG Auto On), blijft de radio afgestemd op het regionale programma en zoekt naar de zendfrequentie met de sterkste ontvangst (AF) voor een radioprogramma totdat het programma niet meer zonder storing kan worden ontvangen. Als de ontvangstkwaliteit van het regionale programma niet meer volstaat voor storingsvrije ontvangst, schakelt de radio over op een ander regionaal programma. Regionalisering automatiseren in-/ uitschakelen: Druk op de toets REG totdat REG Auto On of Off verschijnt, wat de huidige toestand van regionalisering automatiseren aangeeft. Laat de toets REG los om de huidige toestand te veranderen. Verkeersinformatie (TP) Verkeersinformatiezenders zijn FM RDS-zenders die verkeersberichten uitzenden. Zenders met verkeersinformatie kunt u herkennen aan het TP-symbool in de display.

151 Radio 151 Verkeersinformatie in-/uitschakelen Na het activeren van radioverkeersberichten verschijnt [TP] of [ ]. Als de huidige zender een verkeersinformatiezender is, verschijnt [TP] op het display. Is de huidige zender geen verkeersinformatiezender, dan zoekt de radio automatisch de verkeersinformatiezender met de sterkste ontvangst. [ ] verschijnt niet op het display. Druk tweemaal op de TP-knop om TP in te schakelen. [ ] verschijnt op het display. Bij het automatisch zoeken van een zender worden uitsluitend verkeersinformatiezenders gezocht. Tijdens het automatisch zoeken of als de ontvangst van een verkeersinformatiezender niet mogelijk is, verschijnt [ ] op het display. Als standby voor verkeersberichten ingeschakeld is, wordt het afspelen van een cd of DAB-ontvangst tijdens verkeersberichten onderbroken. Verkeersberichten worden op het van tevoren ingestelde verkeersberichtenvolume weergegeven. Druk opnieuw op de toets TP om de verkeersinformatie uit te schakelen. [ ] verdwijnt van het display. Verkeersinformatiezender zoeken Deze functie is alleen beschikbaar binnen het FM-golfbereik. Houd m of n gedurende ongeveer 1 seconde ingedrukt. De radio zoekt nu alleen naar zenders met verkeersinformatie. Alleen naar verkeersinformatie luisteren Activeer standby voor verkeersberichten. Zet het volume geheel uit door de knop o linksom te draaien. Verkeersberichten worden afgespeeld op het speciaal daarvoor ingestelde volume Verkeersinformatie onderdrukken Ga als volgt te werk om verkeersberichten uit te schakelen.bijv. tijdens het beluisteren van een CD: Druk op de TP-toets. De verkeersinformatie wordt gestopt. U hoort het laatste gespeelde cd-/ mp3-nummer. Standby voor verkeersberichten blijft ingeschakeld. Verkeersbericht terwijl er een externe bron actief is De externe bron (bijv.mobiele telefoon) heeft een hogere prioriteit dan verkeersberichten. Tijdens het telefoongesprek hoort of ziet u geen verkeersberichten. Digital Audio Broadcasting Digital Audio Broadcasting (DAB) is een innovatief en universeel uitzendsysteem.

152 152 Radio DAB-zenders worden aangeduid met de programmanaam in plaats van de zendfrequentie. Algemene informatie Met DAB kunnen verschillende programma s (diensten) op dezelfde frequentie worden uitgezonden (ensemble). Zolang een bepaalde DAB-ontvanger een signaal van een zender kan opvangen (ook al is het signaal erg zwak), is de geluidsweergave gewaarborgd. Er is geen sprake van fading (zwakker worden van het geluid), hetgeen bij AM- en FM-ontvangst regelmatig voorkomt. Het DAB-signaal wordt met een constant volume weergegeven. Als het DAB-signaal te zwak is om door de radio te worden opgevangen, wordt de weergave geheel onderbroken. Dit kan worden vermeden door in het menu Audio-instellingen DAB AF en/of DAB FM te activeren. Interferentie door zenders op naburige frequenties (een verschijnsel dat typisch is voor AM- en FM-ontvangst) doet zich bij DAB niet voor. Als het DAB-signaal door natuurlijke obstakels of door gebouwen wordt weerkaatst, verbetert dit de ontvangstkwaliteit van DAB, terwijl AM- en FM-ontvangst in die gevallen juist aanmerkelijk verslechtert. De ontvangst van DAB+-zenders wordt ook door de DAB-ontvanger ondersteund. Ensemble In een frequentie worden steeds verschillende programma's gecombineerd in een zogenaamd ensemble. Door ensembles scrollen U kunt door ensembles scrollen die u al één keer hebt ontvangen (de ensembles moeten ontvangen kunnen worden). Het DAB-frequentiebereik moet worden geselecteerd. Houd de kruistuimelschakelaar m of n ingedrukt. Het eerst beschikbare programma van het ensemble wordt afgespeeld. DAB AF Door DAB AF op On in te stellen kunt u bepalen dat u dezelfde zender ontvangt als in de vorige ensemblezone wanneer u een andere ensemblezone binnenrijdt. Deze functie kan alleen worden uitgevoerd wanneer de zender in het nieuwe ensemble is opgenomen. Het DAB-frequentiebereik moet worden geselecteerd. Druk op de SETTINGS-toets om het Settings-menu weer te geven. Druk nogmaals op de toets SETTINGS om DAB AF On of Off weer te geven, wat de huidige toestand van de instelling aangeeft. Druk op de kruistuimelschakelaar m of n om de instelling te veranderen. Druk op de toets TUNER om terug te keren naar het radiomenu.

153 DAB FM Door DAB FM in te stellen op On kunt u bepalen dat het systeem overschakelt naar een bijbehorende FM-zender (indien beschikbaar) van het actieve DAB-programma wanneer het DAB-signaal te zwak is om door de ontvanger te worden opgevangen. Het DAB-frequentiebereik moet worden geselecteerd. Druk op de SETTINGS-toets om het Settings-menu weer te geven. Druk tweemaal op de toets SETTINGS om DAB FM On of Off weer te geven, wat de huidige toestand van de instelling aangeeft. Druk op de kruistuimelschakelaar m of n om de instelling te veranderen. Druk op de toets TUNER om terug te keren naar het radiomenu. Radio 153

154 154 Cd-speler Cd-speler Algemene aanwijzingen Gebruik Algemene aanwijzingen Met de CD-speler kunt u standaard in de handel verkrijgbare CD's met een diameter van 12 cm afspelen. Voorzichtig Plaats in geen geval dvd's, singlecd's met een diameter van 8 cm of speciaal vormgegeven cd's in de audiospeler. Plak nooit stickers op uw cd's. De cd's kunnen in de speler vast blijven zitten en het afspeelmechanisme zwaar beschadigen. Een kostbare vervanging van uw toestel is dan noodzakelijk. Het formaat van de CD moet ISO 9660 niveau 1, niveau 2 of JO LIET zijn. Voor alle anderen formaten kunnen wij geen optimale afspeelbaarheid garanderen. Audio-cd's met kopieerbeveiliging die niet voldoen aan de audio-cd-standaard, worden mogelijk niet correct of zelfs helemaal niet afgespeeld. Met het Infotainment-systeem kunt u ook CD's met MP3-muziekbestanden en Mixed-Mode-CD's afspelen. Zelfgebrande cd-r's en cd-rw's zijn kwetsbaarder dan voorbespeelde cd's. Ga op een correcte manier met de cd's om. Dit geldt vooral voor zelfgebrande cd-r's en cd-rw's. Zie hieronder. Zelfgebrande cd-r's en cd-rw's worden mogelijk niet correct of zelfs helemaal niet afgespeeld. In dergelijke gevallen is er dus niets mis met de apparatuur. Zorg dat er bij het wisselen van cd's geen vingerafdrukken op de cd's komen. Berg cd's onmiddellijk veilig op na het uitnemen uit de cd-speler om ze tegen beschadiging en vuil te beschermen. Vuil en vloeistof op de cd's kunnen de lens van de cd-speler binnen in het apparaat vies maken en storingen veroorzaken.

155 Cd-speler 155 Bescherm cd's tegen warmte en direct zonlicht. De volgende beperkingen zijn van toepassing op gegevens die op een MP3-CD zijn opgeslagen: Wanneer u albums en tracks een naam geeft, mag u geen umlauts of speciale tekens gebruiken. Toepasbare afspeellijstextensies: "m3u" of "pls". Wanneer u de MP3-bestanden vanuit audiobestanden genereert (codeert), moet u een bitrate van max. 256 kbit/s gebruiken. Om MP3-bestanden te gebruiken in het Infotainmentsysteem moeten de MP3-bestanden de bestandsextensie.mp3 hebben. Op één CD kunnen in totaal 367 afspeelbare tracks worden opgeslagen. Het is niet mogelijk om bijkomende tracks af te spelen. Op een MP3-CD kunt u maximaal 99 albums bewaren om met het Infotainmentsysteem te gebruiken. De albums kunnen afzonderlijk worden geselecteerd met het Infotainmentsysteem. Gebruik Cd plaatsen Plaats de CD met de bedrukte zijde naar boven in de CD-lade. De CD wordt automatisch naar binnen getrokken. Houd de CD niet tegen of help niet wanneer de CD naar binnen getrokken wordt. Read CD en CD in verschijnen op het display. Daarna wordt het aantal cdtracks weergegeven. Zodra de eerste track begint te spelen, verschijnt Track 1 en de afspeeltijd of informatie over de track (titel, artiest) in de display. Bij MP3-CD verschijnt MP3 op het display en verschijnt de eerste albumnaam. Informatie over de track (titelnaam, naam uitvoerder...) wordt weergegeven zodra de eerste track afgespeeld wordt. CD-weergave U wisselt als volgt van radio- naar CDmodus: Druk op de MEDIA-toets. De laatst afgespeelde CD-track wordt getoond en begint te spelen. Titelselectie Om een track te selecteren terwijl een CD wordt afgespeeld, moet u herhaaldelijk op m of n drukken tot de gewenste track wordt weergegeven. De track wordt afgespeeld.

156 156 Cd-speler Snel zoeken vooruit/achteruit Zoekt u een bepaald punt op een CD, ga dan als volgt te werk: U hoort een titel. Houd m of n ingedrukt tot u het gewenste punt bereikt. De CD wordt met een verhoogde snelheid en afgenomen volume afgespeeld. MP3: bij snel achteruit zoeken, stopt het zoeken aan het begin van de huidige track. Albums selecteren voor MP3- CD's U beluistert een track van een album. Druk op de MEDIA-toets. De laatste gespeelde cd-titel verschijnt op het display. Druk herhaaldelijk op m of n tot het gewenste album verschijnt. De eerste titel op het album verschijnt op het display en wordt afgespeeld. Alle albums die geen MP3-bestanden bevatten, worden automatisch overgeslagen. Random Random CD (willekeurig) Wanneer willekeurig afspelen geselecteerd is, worden de tracks op een CD in willekeurige volgorde afgespeeld. Druk drie keer op de MEDIA-knop. De huidige instelling van de randomfunctie verschijnt. Druk op m of n om een instelling te selecteren. Audio-CD: Random on: activeert de randommodus Random off: zet de random-modus uit MP3-CD: Random album: willekeurige weergave van de tracks van een album Random CD: willekeurige weergave van de tracks op een CD Random off: zet de random-modus uit Als de random-functie aanstaat, verschijnt RDM of g in de display. Displayweergave wijzigen Er kan verschillende informatie worden afgespeeld. Druk twee keer op de CD/MP3-knop. CD info verschijnt in de display. Druk op m of n om een displaytype te selecteren. Afhankelijk van het soort CD (audio- CD met of zonder CD-tekst, MP3-CD met of zonder tracknaam (ID3-tags)) zijn de hierna vermelde weergaven mogelijk: Audio-CD zonder CD-tekst: Titelnummer en speelduur Audio-CD met CD-tekst: Tracknaam Naam uitvoerder Cd-naam Titelnummer en speelduur MP3-CD zonder ID3-tags Bestandsnaam Titelnummer en speelduur Albumnaam

157 Cd-speler 157 MP3-CD met ID3-tags Tracknaam Naam uitvoerder Albumnaam Titelnummer en speelduur Verkeersbericht in de CD-modus Terwijl een CD wordt afgespeeld, kunt u verkeersberichten ontvangen. Verkeersinformatie (TP) U kunt een verkeersbericht beëindigen met de TP-knop en de huidige CD blijft verder afgespeeld worden. Een cd verwijderen Druk op de j-toets. Eject CD verschijnt in de display. Als er een CD wordt uitgeworpen, wordt de laatst gebruikte radiozender automatisch afgespeeld. U kunt zelfs een CD uitwerpen als het toestel uitstaat. Het toestel wordt uitgeschakeld nadat de CD verwijderd is. Wanneer de CD niet wordt weggenomen, wordt hij na enige tijd automatisch weer ingetrokken.

158 158 AUX-ingang AUX-ingang Algemene aanwijzingen Gebruik Algemene aanwijzingen In de middenconsole vóór de keuzehendel bevindt zich een aux-aansluiting voor het aansluiten van externe audiobronnen. Let op Deze poort moet u altijd schoon- en drooghouden. Het is mogelijk om bijvoorbeeld een draagbare cd-speler met een 3,5 mmstekker aan te sluiten op de AUX-ingang. Gebruik Om een op de AUX-ingang van de auto aangesloten audiobron, bijv. een draagbare cd-speler, via de luidsprekers van het Infotainmentsysteem weer te geven, moet de audiobron geactiveerd worden: Wanneer de radio is ingeschakeld. Sluit de audiobron op de AUX-ingang van de auto aan. Druk op de MEDIA-knop tot Aux in de display verschijnt. De externe audiobron wordt naar het Infotainment-systeem doorgeschakeld. Schakel de externe audiobron in en zet het volume in de hoogste stand. Stel het AUX-ingangsniveau zo nodig bij in verhouding tot de aangesloten externe bron Het signaal van de audiobron wordt via de luidsprekers van het Infotainment-systeem weergegeven.

159 AUX-ingang 159

160 160 Trefwoordenlijst A Afspelen van een cd starten Algemene aanwijzingen , 154, 158 AM Antidiefstalfunctie AS Autostore-lijsten Autostore-niveau AUX-ingang , 158 contactdoos AUX-volume B Balance Bass Bediening C CD, invoeren CD-speler activeren CD-speler gebruiken Cd-tekst CD, uitwerpen D DAB Digital Audio Broadcasting E Ensemble Extern in volume F Fader FM G Gebruik , 155, 158 Geluidsinstellingen H Handmatig afstemmen Het Infotainmentsysteem in- of uitschakelen Hoofdscherm I Infotainmentsysteem gebruiken. 139 Inschakelautomaat K Klankinstellingen M Multifunctionele toets

161 161 O On Volume Opslaan Overzicht P Programmatype PTY R Radio Data System (RDS) Random Regionale programma's S SDVC T TA-volume TP Treble U Uitschakelautomaat V Verkeersberichten Verkeersinformatie Volume Volume instellen Volume-instellingen Voor snelheid gecompenseerde volumebediening (SDVC) Z Zendergeheugen Zenderlijst Zenders bijwerken Zenders zoeken via doorloop Zender zoeken

162 162

163 Mobiele telefoonportaal Inleiding Stemherkenning Trefwoordenlijst

164 164 Inleiding Inleiding Algemene aanwijzingen Bluetooth-verbinding Noodoproep Bediening Mobiele telefoons en CB-zendapparatuur Algemene aanwijzingen De Mobiele telefoon portal biedt de mogelijkheid om de telefoongesprekken van de mobiele telefoon via een microfoon en luidspreker in de auto te voeren en om de belangrijkste functies van de mobiele telefoon via het Infotainmentsysteem van de auto te bedienen. De Mobiele telefoon portal werkt via de afstandsbediening op het stuur, een spraakherkenningssysteem en een combiknop op de radio. De menugestuurde functies en status verschijnen op het infodisplay. De weergave van de belangrijkste inhoud van het telefoondisplay op het Info display zorgt voor een overzichtelijke en comfortabele bediening. Bij een actieve telefoonverbinding wordt het radiogeluid uitgeschakeld. Na beëindigen van de telefoonverbinding wordt het radiogeluid weer ingeschakeld. Algemene aanwijzingen ten aanzien van deze Gebruiksaanwijzing Gedetailleerde functiebeschrijvingen van uw Infotainmentsysteem vindt u in de gebruiksaanwijzing van uw Infotainmentsysteem. Niet alle functies van het mobiele telefoonportaal worden door elke telefoon ondersteund. De functionaliteit van de telefoon hangt af van de gebruikte mobiele telefoon en de netwerkexploitant. Voor nadere informatie verwijzen wij u naar de gebruiksaanwijzing van de mobiele telefoon en de netwerkexploitant. 9 Waarschuwing Het infotainment-systeem moet worden gebruikt zodat er te allen tijde veilig met de auto kan worden gereden. Zet bij twijfel uw auto aan de kant en bedien het infotainment-systeem terwijl u stilstaat.

165 Inleiding 165 Bediening van de mobiele telefoon Mobiele telefoons beïnvloeden uw omgeving. Daarom gelden er bepaalde veiligheidsregels en regelingen. Ga voorafgaand aan het gebruik van de telefoonfunctie na welke regelingen van toepassing zijn. 9 Waarschuwing Het gebruik van de telefoon in handsfree-modus tijdens het rijden kan gevaarlijk zijn doordat uw concentratie afneemt tijdens het telefoneren. Parkeer uw auto voordat u de telefoon in handsfree-modus gebruikt. Volg de bepalingen van het land waarin u zich bevindt. Volg de voorschriften die in sommige gebieden gelden op en zet uw mobiele telefoon uit als mobiel telefoneren verboden is, als de mobiele telefoon interferentie veroorzaakt of als er zich gevaarlijke situaties kunnen voordoen. Bluetooth De Mobiele telefoon portal ondersteunt Bluetooth Handsfree Profile V. 1.5 en is gespecificeerd volgens Bluetooth Special Interest Group (SIG). Nadere informatie over de specificatie vindt u op Internet onder De Bluetooth kwalificeringscode van de Mobiele telefoon portal luidt B Om veiligheidsredenen dient bij het combineren van de apparaten een minimaal 4-cijferige en toevallig gekozen PIN-code te worden gebruikt. Conformiteitsverklaring Wij verklaren bij deze dat de Mobiele telefoon protal voldoet aan de basisvereisten en andere geldende bepalingen van de richtlijn 1999/5/EC. Het spraakherkenningssysteem bedienen Gebruik de spraakherkenningsfunctie niet in noodgevallen. Uw stem kan in stresssituaties zo anders klinken dat deze niet meer voldoende wordt herkend. De gewenste verbinding kan hierdoor wellicht niet snel genoeg tot stand gebracht worden. Bedieningselementen De Mobiele telefoon portal werkt via een afstandsbediening op het stuur, een spraakherkenningssysteem en een combiknop op de radio. Zodra de Mobiele telefoon portal ingeschakeld is en de mobiele telefoon aangemeld is, verschijnt de startpagina op het display.

166 166 Inleiding De selectie van de functies in de kopregel en de verdere bediening wordt onderstaand beschreven: Stuurwielafstandsbediening 1 Draaischijf Draaien: menuopties en commando's selecteren Indrukken: een keuze bevestigen (OK) 2 q-toets Indrukken: Spraakherkenningssysteem selecteren/uitschakelen p-toets Indrukken: Oproep ontvangen of afsluiten of directe toegang tot bellijst 4 o Draaien: volume aanpassen Infotainmentsysteem met combiknop bedienen Zie "Bedieningselementen op instrumentenbord" in de handleiding van het betreffende Infotainmentsysteem. Het mobiele telefoonportaal kan daarnaast ook met het spraakherkenningsysteem worden bediend Bluetooth-verbinding De Bluetooth -functie van de mobiele telefoon moet geactiveerd zijn. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de mobiele telefoon. Bluetooth is een radionorm voor draadloos verbinden van bijv. een mobiele telefoon met andere apparatuur. Hiermee kan informatie, o.a. telefoonboek, opropenlijst, netwerkexploitant en veldsterkte worden verzonden. Afhankelijk van het type apparatuur kunnen de functies beperkt beschikbaar zijn. Verbinding tot stand brengen Selecteer het telefoonsymbool in de kopregel van het hoofdmenu.

167 Inleiding 167 Selecteer zo nodig de menuoptie Bluetooth om het betreffende menu weer te geven. displayweergave worden gezocht... Na afronding van het zoekproces worden de gevonden Bluetooth -apparaten in het menu Gev. app. vermeld. Als Bluetooth gedeactiveerd is, gaat u als volgt te werk: 1. Selecteer het Bluetooth -menupunt. Bluetooth is geactiveerd, de overige menuopties verschijnen op het display. 2. Selecteer het Bluetooth PIN -menupunt. 3. Voer nu een vrij kiesbare Bluetooth PIN-code in en bevestig met OK. Om veiligheidsredenen dient een minimaal 4-cijferige en toevallig gekozen PIN-code te worden gebruikt. 4. Zorg ervoor dat de Bluetooth van demobiele telefoon geactiveerd is en dat de telefoon op "zichtbaar" is ingesteld. 5. Selecteer het Zoeken starten - menupunt. Tijdens het zoeken naar Bluetooth -apparaten verschijnt de 6. Selecteer de gewenste mobiele telefoon. Bij het tot stand brengen van de verbinding verschijnt het bericht Bezig met verbinden... op het display. Op het display van de mobiele telefoon verschijnt "Voer uw Bluetooth PIN in" of een soortgelijke vraag. 7. Voer nu via het toetsenveld van de mobiele telefoon dezelfde

168 168 Inleiding Bluetooth PIN-code in als bij het Infotainmentsysteem en bevestig deze met OK. Op het display van de mobiele telefoon verschijnt de mededeling "Apparaat aan de lijst van bek. apparaten toevoegen?" of een vergelijkbaar bericht. 8. Bevestig via het toetsenveld van de mobiele telefoon door op OK te drukken. Na het tot stand komen van een verbinding verschijnt het bericht is toegevoegd aan de verbonden apparaten op het display. De verbinding tussen de mobiele telefoon en het Infotainmentsysteem is tot stand gebracht. Aan deze lijst kunnen max. vijf apparaten worden toegevoegd. Verbinding verwijderen 1. Selecteer in het menu Bluetooth de optie Bekende app.. Op het display verschijnt het menu Bekende app.. 2. Selecteer de gewenste mobiele telefoon. Op het display verschijnt het menu Bluetooth. 3. Deactiveer Verbinden. De mededeling Verbroken! verschijnt op het scherm, vervolgens verschijnt weer het menu Bluetooth. 4. Selecteer Verwijderen. De mededeling Verwijderd! verschijnt op het scherm, vervolgens verschijnt weer het menu Bluetooth. UHP zichtbaar Door het activeren van deze functie is de Mobiele telefoon portal zichtbaar voor andere Bluetooth -apparaten. Zo kunt u bijv. een Bluetooth -verbinding van de mobiele telefoon naar de Mobiele telefoon portal tot stand brengen. 1. Selecteer in het menu Bluetooth de optie UHP zichtb.. De Mobiele telefoon portal is de eerstkomende 3 minuten zichtbaar voor andere apparaten. 2. Start de zoekfunctie van de mobiele telefoon naar Bluetooth - apparaten, zie de gebruiksaanwijzing van de mobiele telefoon.

169 Inleiding 169 Op het display van de mobiele telefoon verschijnt "App. ontdekt: UHP". 3. Start de verbindingsfunctie van de mobiele telefoon (raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de mobiele telefoon). 4. Voer Bluetooth PIN in het Infotainmentsysteem in. 5. Voer de "Bluetooth PIN" op de mobiele telefoon in. De Bluetooth -verbinding tussen de mobiele telefoon en het Infotainmentsysteem is tot stand gebracht. Handsfree Een telefoonverbinding is actief. Draai aan het kartelwieltje. Er wordt een contextmenu geopend. Activeer Handsfree. Het geluid wordt via de luidsprekers van de auto geleid. Noodoproep 9 Waarschuwing Het tot stand brengen van de verbinding kan niet onder alle omstandigheden worden gegarandeerd. Daarom is het belangrijk dat u bij gesprekken van levensbelang (bijv. bij het inroepen van medische hulp) niet alleen op een mobiele telefoon vertrouwt. Voor sommige netwerken kan het noodzakelijk zijn dat er op de juiste manier een geldige simkaart in de mobiele telefoon is aangebracht. 9 Waarschuwing Denk eraan dat u met uw mobiele telefoon kunt bellen en ontvangen indien u zich in een gebied bevindt met een voldoende sterk signaal. Onder bepaalde omstandigheden kunnen nooddiensten niet op alle mobiele telefoonnetwerken worden gebeld; mogelijkerwijs kunnen deze oproepen niet gedaan worden wanneer bepaalde netwerkdiensten en/of telefoonfuncties actief zijn. U kunt hierover uw lokale netwerkexploitant raadplegen. Het alarmnummer kan per land en regio variëren. Wij raden u aan het juiste alarmnummer voor de relevante regio van tevoren op te vragen. Alarmnummer bellen Vorm het noodnummer (vb. 112). De verbinding met de alarmcentrale wordt tot stand gebracht. Geef het servicepersoneel antwoord op de eventuele vragen. Beëindiging van het gesprek met het alarmnummer Selecteer het Ophangen-menupunt. of: Druk de p-knop in.

170 170 Inleiding 9 Waarschuwing Beëindig het gesprek pas als de alarmcentrale u daarom vraagt. Bediening Inleiding Zodra er tussen de mobiele telefoon en het Infotainmentsysteem via Bluetooth een verbinding opgebouwd is, kunt u een groot aantal functies van de mobiele telefoon ook via het Infotainmentsysteem bedienen. U kunt via het Infotainmentsysteem met de in de mobiele telefoon opgeslagen telefoonnummers bijv. een verbinding tot stand brengen of de telefoonnummers wijzigen. In de regel blijft het ook mogelijk om de bediening via de mobiele telefoon te doen, bijv. gesprekken aannemen of het regelen van het volume. Na het tot stand brengen van een verbinding tussen de mobiele telefoon en het Infotainmentsysteem worden er gegevens van de mobiele telefoon naar het Infotainmentsysteem overgedragen. Dit kan afhankelijk van het merk telefoon enige tijd in beslag nemen. Gedurende deze periode kunt u de mobiele telefoon slechts beperkt via het Infotainmentsysteem gebruiken. Sommige telefoons ondersteunen niet alle functies van de Mobiele telefoon portal. Dientengevolge werken deze specifieke telefoons wellicht anders dan zoals beschreven in de functiebeschrijving in de handleiding. Afgezien van de bediening via de bedieningselementen op het stuur kunnen enkele functies ook met een spraakherkenningssysteem worden bediend Telefoneren Voor het intoetsen van een telefoonnummer zijn er drie verschillende opties mogelijk: telefoonnummer handmatig intoetsen het telefoonnummer uit het telefoonboek selecteren telefoonummer uit een gesprekkenlijst kiezen (uitgaande gesprekken, binnenkomende gesprekken en gemiste oproepen) Kiezen Telefoonnummer handmatig intoetsen In het telefoonmenu: Selecteer het Kiezen -menupunt.

171 Inleiding 171 Voer nr. in... verschijnt in de display. Kies in de voetregel van het display opeenvolgend de cijfers van het telefoonnummer en start het kiezen met Kiezen. Telefoonboek Na het tot stand komen van de verbinding wordt het telefoonboek bij gebruik van dezelfde SIM-kaart of telefoon met het tijdelijke telefoonboek vergeleken. Hierbij verschijnen nieuwe vermeldingen niet. Als simkaart of telefoon verschillen, wordt het telefoonboek als nieuw geladen. Afhankelijk van het telefoonmodel kan dit proces enkele minuten duren. De nieuwe vermeldingen verschijnen pas na het uitschakelen van het contact en het lostrekken van de contactsleutel. Telefoonnummers uit het telefoonboek selecteren Selecteer in het telefoonmenu de optie Telefoonboek. Er verschijnt een lijst van alle telefoonboekvermeldingen op het display. Selecteer de gewenste invoer en start het belproces. Vermeldingen met meerdere nummers Afhankelijk van het type telefoon kunnen in het telefoonboek onder één vermelding meerdere nummers zijn opgeslagen. Selecteer onder Telefoonboek de gewenste optie. Een lijst met alle onder deze vermelding aanwezige nummers verschijnt op het display. Selecteer het gewenste nummer en start het nummer kiezen. Filteren Om vermeldingen in het telefoonboek makkelijker te kunnen terugvinden, kunt u een filter activeren. Selecteer het Telefoonboek -menupunt. Er verschijnt een lijst van alle telefoonboekvermeldingen op het display.

172 172 Inleiding Selecteer menu-item Filtering. Door aanvinken van het vakje filtert het systeem actief. De telefoonboekvermeldingen verschijnen alfabetisch (abc, def, ). Kies de gewenste vermelding en start het nummer kiezen. Bellijst Een telefoonnummer uit de gesprekkenlijsten kiezen Selecteer het Bellijst -menupunt. Er verschijnt een lijst met de meest recent gebelde telefoonnummers. De status van het telefoonnummer (gekozen, ontvangen of gemist) verschijnt op de voetregel. Selecteer de gewenste invoer en start het belproces. Binnenkomend gesprek Bij een binnenkomend telefoontje verschijnt een keuzemenu voor het aannemen of weigeren van het gesprek. Binnenkomend gesprek beantwoorden Selecteer het Aannemen -menupunt. of: Druk op de p-knop. Binnenkomend gesprek weigeren Selecteer het Weigeren -menupunt. Gesprek beëindigen Om het telefoongesprek te beëindigen, gaat u als volgt te werk: Druk op p. of: Draai aan het kartelwieltje. Er wordt een contextmenu geopend. Selecteer Ophangen. Functies tijdens het gesprek Sommige functies zijn alleen tijdens het telefoneren beschikbaar. Een telefoonverbinding is actief. Draai aan het kartelwieltje. Er wordt een contextmenu geopend. De volgende functies zijn beschikbaar: Ophangen Met deze functie beëindigt u de telefoonverbinding. Micro uit Met deze functie schakelt u de microfoon van uw telefoon uit (mute).

173 Inleiding 173 DTMF (geluid) Een aantal telefoondiensten (b.v. Voic of telefonisch bankieren) vereisen het invoeren van zogenaamde signaaltonen. Wanneer er een telefoonverbinding actief is: Selecteer het DTMF-menu-item. Het DTMF -menu verschijnt. U heeft nu de mogelijkheid om met het kartelwieltje cijfers in te voeren. Selecteer in de voetregel van het display de benodigde cijfers. De signaaltonen worden nu verzonden. Handsfree Bij een met Bluetooth verbonden mobiele telefoon kunt u met deze functie de handsfreefunctie uitschakelen Mobiele telefoons en CB-zendapparatuur Montage- en gebruiksvoorschriften Bij de montage en het gebruik van een mobiele telefoon moeten de modelspecifieke montagehandleiding en de gebruiksvoorschriften van de fabrikant van de telefoon en de handsfree-carkit in acht genomen worden. Anders kan de typegoedkeuring van de auto vervallen (EU-richtlijn 95/54/EG). Aanbevelingen voor een storingsvrij gebruik: Vakkundig gemonteerde buitenantenne, waardoor de maximale reikwijdte wordt bereikt, maximaal zendvermogen van 10 Watt, installatie van de telefoon in een geschikte plek, raadpleeg relevante opmerking in de gebruikershandleiding, hoofdstuk Airbagsysteem. Laat u informeren over de voorziene montageposities voor de buitenantenne of de toestelhouder en de mogelijkheden tot gebruik van toestellen met een zendvermogen van meer dan 10 watt. Het gebruik van een handsfree-carkit zonder buitenantenne voor mobiele telefoons type GSM 900/1800/1900 en UMTS is alleen toegestaan, wanneer het maximale zendvermogen van de mobiele telefoon niet groter is dan 2 watt bij GSM 900 en niet groter is dan 1 watt bij de andere types.

OPEL Movano / Vivaro Handleiding Infotainment

OPEL Movano / Vivaro Handleiding Infotainment OPEL Movano / Vivaro Handleiding Infotainment Inhoud Inleiding... 4 Radio... 30 Cd-speler... 39 AUX-ingang... 44 USB-poort... 46 Streaming audio via Bluetooth... 49 Navigatie... 56 Stemherkenning... 74

Nadere informatie

Algemene aanwijzingen

Algemene aanwijzingen Inhoud Inleiding... 2 Radio... 26 Cd-/dvd-speler... 42 AUX-ingang... 49 USB-poort... 51 Navigatie... 56 Stemherkenning... 87 Telefoon... 92 Trefwoordenlijst... 114 2 Inleiding Inleiding Algemene aanwijzingen...

Nadere informatie

Algemene aanwijzingen

Algemene aanwijzingen Inhoud Inleiding... 2 Radio... 25 Cd-/dvd-speler... 41 AUX-ingang... 48 USB-poort... 50 Navigatie... 54 Stemherkenning... 85 Telefoon... 90 Trefwoordenlijst... 112 2 Inleiding Inleiding Algemene aanwijzingen...

Nadere informatie

OPEL MERIVA. Infotainment System

OPEL MERIVA. Infotainment System OPEL MERIVA Infotainment System Inhoud Inleiding... 4 Radio... 29 Cd-speler... 46 AUX-ingang... 52 USB-poort... 54 Digitale fotolijst... 58 Navigatie... 61 Spraakherkenning... 109 Telefoon... 125 Trefwoordenlijst...

Nadere informatie

Opel Movano Infotainment System

Opel Movano Infotainment System Opel Movano Infotainment System Inhoud Inleiding... 4 Radio... 23 Cd-speler... 31 AUX-ingang... 36 USB-poort... 38 Streaming audio via Bluetooth... 40 Navigatie... 43 Stemherkenning... 61 Telefoon...

Nadere informatie

Inhoud. Navi 600... 3 CD 400... 101

Inhoud. Navi 600... 3 CD 400... 101 Inhoud Navi 600... 3 CD 400... 101 OPEL MOKKA Infotainment System Navi 600 Inleiding... 4 Radio... 16 Cd-speler... 26 AUX-ingang... 30 USB-poort... 31 Digitale fotolijst... 34 Navigatie... 37 Spraakherkenning...

Nadere informatie

OPEL MERIVA Handleiding Infotainment

OPEL MERIVA Handleiding Infotainment OPEL MERIVA Handleiding Infotainment Inhoud Navi 950/650 / CD 600... 5 CD 400plus/400/300... 89 Navi 950/650 / CD 600 Inleiding... 6 Basisbediening... 17 Radio... 25 Cd-speler... 32 Externe apparaten...

Nadere informatie

GPS NAVIGATION SYSTEM QUICK START USER MANUAL

GPS NAVIGATION SYSTEM QUICK START USER MANUAL GPS NAVIGATION SYSTEM QUICK START USER MANUAL DUTCH Van start gaan Als u de navigatiesoftware de eerste keer gebruikt, wordt een automatisch proces gestart voor het instellen van de basisinstellingen.

Nadere informatie

OPEL CASCADA. Infotainment System

OPEL CASCADA. Infotainment System OPEL CASCADA Infotainment System Inhoud Navi 950/650 / CD 600... 5 CD 400plus/400/300... 85 Navi 950/650 / CD 600 Inleiding... 6 Basisbediening... 17 Radio... 25 CD-speler... 32 Externe apparaten...

Nadere informatie

NAVIGATIE. Quick Start Guide X-302MH. Nederlands. Rev 1.0

NAVIGATIE. Quick Start Guide X-302MH. Nederlands. Rev 1.0 NAVIGATIE Quick Start Guide X-302MH Nederlands Rev 1.0 Van start gaan Als u de navigatiesoftware de eerste keer gebruikt, wordt een automatisch proces gestart voor het instellen van de basisinstellingen.

Nadere informatie

OPEL CORSA Handleiding Infotainment

OPEL CORSA Handleiding Infotainment OPEL CORSA Handleiding Infotainment Inhoud IntelliLink... 5 CD 3.0 BT / R 3.0... 63 FlexDock... 107 IntelliLink Inleiding... 6 Radio... 21 Externe apparaten... 31 Spraakherkenning... 44 Telefoon... 46

Nadere informatie

QUICK GUIDE - RSE REAR SEAT ENTERTAINMENT SYSTEM VOLVO WEB EDITION

QUICK GUIDE - RSE REAR SEAT ENTERTAINMENT SYSTEM VOLVO WEB EDITION VOLVO QUICK GUIDE - RSE WEB EDITION REAR SEAT ENTERTAINMENT SYSTEM Uw auto is voorzien van een exclusief multimediasysteem. Het Rear Seat Entertainment System (dat verder wordt aangeduid als het RSE-systeem)

Nadere informatie

web edition quick guide RSE

web edition quick guide RSE web edition quick guide RSE REAR SEAT ENTERTAINMENT SYSTEM Uw auto is voorzien van een exclusief multimediasysteem. Het Rear Seat Entertainment System (dat verder wordt aangeduid als het RSEsysteem) breidt

Nadere informatie

Hallo, laten we beginnen. Sound Rise Draadloze Speaker & Wekkerklok

Hallo, laten we beginnen. Sound Rise Draadloze Speaker & Wekkerklok Hallo, laten we beginnen. Sound Rise Draadloze Speaker & Wekkerklok Welkom bij uw nieuwe Sound Rise! Wij hebben Sound Rise ontwikkeld voor muziekliefhebbers zoals u. Begin de dag met uw favoriete muziek,

Nadere informatie

Waarschuwingen. Controleer dat uw positie stabiel is voordat u uw reis begint.

Waarschuwingen. Controleer dat uw positie stabiel is voordat u uw reis begint. De onderstaande symbolen worden in de handleiding en op het apparaat zelf gebruikt als waarschuwing. Hiermee wordt getoond hoe het product veilig en correct wordt gebruikt om persoonlijk letsel aan u en

Nadere informatie

1. Deze handleiding gebruiken

1. Deze handleiding gebruiken 1. Deze handleiding gebruiken Onderwerp Aan elk onderwerp zijn een nummer en titel toegewezen. Onderdeel Aan elk onderdeel is een titel toegewezen. Bedieningshandeling Aan elke bedieningshandeling is een

Nadere informatie

CD 600 IntelliLink, Navi 650, Navi 950 IntelliLink Veelgestelde vragen

CD 600 IntelliLink, Navi 650, Navi 950 IntelliLink Veelgestelde vragen Inhoud 1. Audio... 1 2. Navigatie (alleen en Navi 650)... 2 3. Telefoon... 3 4. Spraakherkenning (alleen CD 600 IntelliLink en )... 4 5. Overige vragen... 5 1. Audio V: Hoe kan ik schakelen tussen radio

Nadere informatie

Bedieningen Dutch - 1

Bedieningen Dutch - 1 Bedieningen 1. Functieschakelaar Cassette/ Radio/ CD 2. Golfband schakelaar 3. FM antenne 4. CD deur 5. Schakelaar om zender af te stemmen 6. Bass Boost toets 7. CD skip/ voorwaarts toets 8. CD skip/ achterwaarts

Nadere informatie

BeoSound Handleiding

BeoSound Handleiding BeoSound 3000 Handleiding BeoSound 3000 Guide BeoSound 3000 Reference book Inhoud van de handleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen vertrouwd te raken met uw Bang & Olufsen-product.

Nadere informatie

Radio R 4.0 IntelliLink Veelgestelde vragen

Radio R 4.0 IntelliLink Veelgestelde vragen Inhoud 1. Audio... 1 2. Telefoon... 2 3. Apple CarPlay... 2 4. Android Auto... 5 5. Films en foto's... 8 6. Overige vragen... 8 1. Audio V: Hoe kan ik overschakelen tussen verschillende audiobronnen (bv.

Nadere informatie

Touch & Go Touch & Go Plus. Handleiding audio, navigatie, Bluetooth en achteruitrijcamerasysteem

Touch & Go Touch & Go Plus. Handleiding audio, navigatie, Bluetooth en achteruitrijcamerasysteem Touch & Go Touch & Go Plus Handleiding audio, navigatie, Bluetooth en achteruitrijcamerasysteem 1. BASISINFORMATIE Inleiding UITVOERING touchscreen CONTROLEREN Deze handleiding bestaat uit 2 delen. In

Nadere informatie

Xemio-760 BT Snelgids Voor informatie en ondersteuning,

Xemio-760 BT Snelgids Voor informatie en ondersteuning, Xemio-760 BT Snelgids Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.com 1. Bedieningselementen en aansluitingen (1) TFT LCD-display (2 inch; R,G,B) (2) M (Menu oproepen/ Submenu) (3) (Vorige / Terugspoelen,

Nadere informatie

Toyota Touch & Go/Plus Multimediasysteem Quick Guide

Toyota Touch & Go/Plus Multimediasysteem Quick Guide Toyota Touch & Go/Plus Multimediasysteem Quick Guide 1 Registreren 3 Koppelen telefoon 4 Muziek versturen met Bluetooth 5 Muziek afspelen 5 Bellen 6 Navigatie 7 POI's zoeken 8 USB navigatiebestemming 9

Nadere informatie

SonicHub Audio Server. Gebruiksaanwijzing

SonicHub Audio Server. Gebruiksaanwijzing SonicHub Audio Server Gebruiksaanwijzing NL Inhoud Inleiding... 3 Instellen van de SonicHub... 6 Audio activeren... 6 Selecteren van AM/FM tuner regio... 6 SonicHub mediabalk panelen... 7 Bediening van

Nadere informatie

Bediening van de MP3-speler

Bediening van de MP3-speler Bediening Bediening van de MP3-speler Over MP3 MP3 bestanden die zijn opgenomen van bronnen zoals uitzendingen, platen, bandopnames, video's en live optredens zonder toestemming van de copyrighthouder,

Nadere informatie

SENSUS Web edition. Infotainment guide WELKOM BIJ SENSUS INFOTAINMENT

SENSUS Web edition. Infotainment guide WELKOM BIJ SENSUS INFOTAINMENT Infotainment guide SENSUS Web edition WELKOM BIJ SENSUS INFOTAINMENT Dit supplement is bedoeld om een beknopt overzicht te geven van de meest gebruikte Sensus Infotainment-functies en om u te helpen zoveel

Nadere informatie

FIAT DUCATO 603.46.926 NL

FIAT DUCATO 603.46.926 NL FIAT DUCATO 603.46.926 NL HANDSFREE FUNCTIE MET SPRAAKHERKENNING Het belangrijkste kenmerk van Blue&Me is het geavanceerde spraakherkenningssysteem ook als de mobiele telefoon daar niet mee is uitgerust.

Nadere informatie

Downloaded from www.vandenborre.be

Downloaded from www.vandenborre.be WATCH ME Handleiding DIGITALE MEDIASPELER Overzicht functies Watch me is een Bluetooth-horloge en MP3-speler met capacitief touchscreen, u kunt uw vinger gebruiken om een icoontje aan te raken en een submenu

Nadere informatie

1. RDS-TMC-informatie

1. RDS-TMC-informatie 1. -informatie (afkorting van Radio Data System Traffic Message Channel) geeft verkeersinformatie over o.a. files, ongelukken en wegwerkzaamheden op de kaartschermen weer via ontvangst van FM multiplex

Nadere informatie

Inhoud van de handleiding

Inhoud van de handleiding BeoSound 3000 Guide BeoSound 3000 Reference book Inhoud van de handleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen zich vertrouwd te maken met uw Bang & Olufsen-product. De Het bedie- referentiehandboeningshandleiding

Nadere informatie

Download de WAE Music app

Download de WAE Music app NEDERLANDS 3 5 12 2 6 1 8 7 9 10 11 13 4 1. Laad de speaker volledig op voor eerste gebruik Laad de WAE Outdoor 04Plus FM speaker volledig op voordat u hem de eerste keer gebruikt. Sluit de micro-usb connector

Nadere informatie

BehervanhetnavigatiesystemviaBlue&Me

BehervanhetnavigatiesystemviaBlue&Me BehervanhetnavigatiesystemviaBlue&Me INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE...2 INLEIDING...3 BEDIENINGEN OP HET STUURWIEL...4 BLUE&ME VERBINDING...6 NAVIGATIEMENU...7 AANKOMSTINFORMATIE...7 SIMULATIE...8 ONDERBREKEN

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inhoudsopgave

Inhoudsopgave. Inhoudsopgave 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Overzicht 3 De headset opladen 4 De headset dragen 4 De headset inschakelen 4 De headset voor dicteren aansluiten 5 De adapter 5 De geluidsinstellingen van

Nadere informatie

Xemio-767 BT Snelgids Voor informatie en ondersteuning:

Xemio-767 BT Snelgids Voor informatie en ondersteuning: Xemio-767 BT Snelgids Voor informatie en ondersteuning: www.lenco.com 1. Bedieningselementen en aansluitingen (1) TFT LCD-display (2 inch; R,G,B) (2) (AAN / UIT, Afspelen/ Pauzeren, Select / Enter) (3)

Nadere informatie

Model: MP3 Sportwatch-100 Snelgids Voor informatie en ondersteuning:

Model: MP3 Sportwatch-100 Snelgids Voor informatie en ondersteuning: Model: MP3 Sportwatch-100 Snelgids Voor informatie en ondersteuning: www.lenco.com 2 3 4 1 8 7 6 5 B. Bedieningselementen en aansluitingen (1) TFT met touchfunctie (Capacitief touchpaneel) (2) Knop (Volume

Nadere informatie

Bediening van de Memory Stick-speler

Bediening van de Memory Stick-speler Bediening Bediening van de Memory Stick-speler Over Memory Sticks Stel Memory Sticks niet bloot aan statische elektriciteit en elektrische bronnen. Dit om te voorkomen dat gegevens op de stick verloren

Nadere informatie

Navi 900 IntelliLink Veelgestelde vragen

Navi 900 IntelliLink Veelgestelde vragen Inhoud 1. Audio... 1 2. Navigatie... 2 3. Telefoon... 3 4. Apple CarPlay... 4 5. Spraakherkenning... 6 6. Digitaal informatiecluster... 7 7. Favorieten... 7 8. Films... 8 9. Overige vragen... 8 1. Audio

Nadere informatie

Gebruik van de afstandsbediening

Gebruik van de afstandsbediening Gebruik van de afstandsbediening Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van de afstandsbediening Wees voorzichtig met de afstandsbediening, hij is licht en klein. Als hij valt kan hij kapot gaan, de batterij

Nadere informatie

Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale. MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b.

Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale. MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. zorgvuldig door, zodat u het correct weet te gebruiken. A. Opgelet 1) Schakel

Nadere informatie

Hi-Fi Muzieksysteem. Gebruikershandleiding

Hi-Fi Muzieksysteem. Gebruikershandleiding Hi-Fi Muzieksysteem Gebruikershandleiding Lees deze handleiding aandachtig alvorens het apparaat te gebruiken en bewaar hem voor toekomstig gebruik. op met Teknihall support: 0900 400 2001 2 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Handleiding DIGITALE MEDIASPELER

Handleiding DIGITALE MEDIASPELER Handleiding DIGITALE MEDIASPELER Functieoverzicht De MPHF2 is een MP4-speler, de gebruiker kan op de knoppen drukken om door de menu s te bladeren 1,8-inch 128*160 TFT-scherm Metalen behuizing Ondersteunde

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. LENCO MES-221 http://nl.yourpdfguides.com/dref/2321283

Uw gebruiksaanwijzing. LENCO MES-221 http://nl.yourpdfguides.com/dref/2321283 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor LENCO MES-221. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de LENCO MES-221 in de gebruikershandleiding (informatie,

Nadere informatie

BeoSound 9000. Bedieningshandleiding

BeoSound 9000. Bedieningshandleiding BeoSound 9000 Bedieningshandleiding BeoVision Avant Guide BeoVision Avant Reference book Inhoud van de bedieningshandleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen vertrouwd te raken met

Nadere informatie

STORINGZOEKPROCEDURE VOOR SSD-NAVI (versie 3.00)

STORINGZOEKPROCEDURE VOOR SSD-NAVI (versie 3.00) 1 Inhoudsopgave Klacht van de klant Diagnose Overzicht en pinbezetting Hoofdstuk 2 Algemene functionele storing Hoofdstuk 3 Geen werking of geen stroom (zwart scherm): Hoofdstuk 3-1 Knop functioneert niet

Nadere informatie

Pocket guide voor de PLEXTALK PTN2 spelers (PTN2 Cross en PTN2 Standaard) [Nederlands]

Pocket guide voor de PLEXTALK PTN2 spelers (PTN2 Cross en PTN2 Standaard) [Nederlands] PLEXTALK PTN2 Cross PLEXTALK PTN2 Pocket guide voor de PLEXTALK PTN2 spelers (PTN2 Cross en PTN2 Standaard) [Nederlands] [Nederlands] Pocket guide voor de PLEXTALK PTN2 spelers (PTN2 Cross en PTN2 Standaard)

Nadere informatie

Een USB-apparaat aansluiten MACHT-KNOP 2.USB 3.DVD-LADER 4.AFSTANDSBEDIENINGSSENSOR 5.OPEN/SLUITEN-KNOP 6.AFSPELEN/PAUZE-KNOP 7.

Een USB-apparaat aansluiten MACHT-KNOP 2.USB 3.DVD-LADER 4.AFSTANDSBEDIENINGSSENSOR 5.OPEN/SLUITEN-KNOP 6.AFSPELEN/PAUZE-KNOP 7. DVD-22675 Een USB-apparaat aansluiten 10. 1.MACHT-KNOP 2.USB 3.DVD-LADER 4.AFSTANDSBEDIENINGSSENSOR 5.OPEN/SLUITEN-KNOP 6.AFSPELEN/PAUZE-KNOP 7.STOP-KNOP 1. OPEN/CLOSE: openen en sluiten van de disklade.

Nadere informatie

Handleiding voor snelle aansluiting en bediening HDD Network Audio Component NAC-HD1E

Handleiding voor snelle aansluiting en bediening HDD Network Audio Component NAC-HD1E 3-213-272-41(1) Handleiding voor snelle aansluiting en bediening HDD Network Audio Component NAC-HD1E In deze handleiding worden de algemene aansluitingen en handelingen beschreven waarmee u muziek kunt

Nadere informatie

PLEXTALK PTN2: Snelstart Handleiding

PLEXTALK PTN2: Snelstart Handleiding PLEXTALK PTN2: Snelstart Handleiding 1.Toetsen met de afdekplaat Toon toets Volume toets Slaap stand toets Aan/Uit toets CD Uitwerp toets Titel toets Terugspoel toets Start/Stop toets Vooruitspoel toets

Nadere informatie

aê~~çäçòé=rsnm=fm=ab`qjíéäéñççå

aê~~çäçòé=rsnm=fm=ab`qjíéäéñççå jáíéä aê~~çäçòé=rsnm=fm=ab`qjíéäéñççå De draadloze Mitel 5610-telefoon en IP DECT-standaard bieden functies voor de verwerking van 3300 ICP SIP-oproepen op een draadloos toestel De IP DECT-standaard biedt

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. BLAUPUNKT RIO RCR 87 http://nl.yourpdfguides.com/dref/3310440

Uw gebruiksaanwijzing. BLAUPUNKT RIO RCR 87 http://nl.yourpdfguides.com/dref/3310440 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor BLAUPUNKT RIO RCR 87. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de BLAUPUNKT RIO RCR 87 in de gebruikershandleiding

Nadere informatie

Afbeelding: V1.0. Klantenservice: 0165-751308 info@saveyourself.nl. 2. Uitleg van de toetsen Gebruik de afbeelding V1.

Afbeelding: V1.0. Klantenservice: 0165-751308 info@saveyourself.nl. 2. Uitleg van de toetsen Gebruik de afbeelding V1. Afbeelding: V1.0 2. Uitleg van de toetsen Gebruik de afbeelding V1.0 voor deze tabel De groene hoorn met OK erop Enter/beantwoorden Bellen In stand-by: Toegang naar bellijst In menu: enter knop De rode

Nadere informatie

HP Media Remote Control (alleen bepaalde modellen) Gebruikershandleiding

HP Media Remote Control (alleen bepaalde modellen) Gebruikershandleiding HP Media Remote Control (alleen bepaalde modellen) Gebruikershandleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows en Windows Vista zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken

Nadere informatie

Korte Instructie. SoundGate. Bernafon SoundGate. Volumeregeling en programmakeuze. Telefoon. Muziekaansluiting bijv. MP3. Bluetooth muziek/audio

Korte Instructie. SoundGate. Bernafon SoundGate. Volumeregeling en programmakeuze. Telefoon. Muziekaansluiting bijv. MP3. Bluetooth muziek/audio Bernafon SoundGate SoundGate Korte Instructie Volumeregeling en programmakeuze Telefoon Muziekaansluiting bijv. MP3 Bluetooth muziek/audio Batterij-indicator Deze gids geeft een korte instructie. Belangrijk:

Nadere informatie

Bediening van de MP3/WMA-speler

Bediening van de MP3/WMA-speler Bediening Bediening van de MP3/WMA-speler Over MP3/WMA MP3/WMA bestanden die zijn opgenomen van bronnen zoals uitzendingen, platen, bandopnames, video's en live optredens zonder toestemming van de copyrighthouder,

Nadere informatie

FIAT DUCATO 603.83.001 NL SMS-READER

FIAT DUCATO 603.83.001 NL SMS-READER FIAT DUCATO 603.83.001 NL SMS-READER ALGEMENE INFORMATIE Door spraakgestuurde technologie kunnen met de geïntegreerde Blue&Me SMS-reader automatisch, via het audiosysteem van uw auto, de berichten worden

Nadere informatie

Mapsource. handleiding Mapsource vs. 6.16.3 2010 www.hansenwebsites.nl

Mapsource. handleiding Mapsource vs. 6.16.3 2010 www.hansenwebsites.nl Mapsource handleiding Mapsource vs. 6.16.3 2010 www.hansenwebsites.nl Inhoud deel 1 Schermindeling Menu s Werkbalken Statusbalk tabbladen Kaartmateriaal Kaartmateriaal selecteren Kaartmateriaal verwijderen

Nadere informatie

Bediening van de CD-speler

Bediening van de CD-speler Bediening van de CD-speler Over compact discs De cd wordt door een laserstraaltje gelezen; het CD-oppervlak komt dus met niets in aanraking. Krassen op de cd of een kromme cd veroorzaken een slechte geluidskwaliteit

Nadere informatie

BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER

BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER Snel installatiegids DA-30501 Inhoud Vóór gebruik... 2 1. Informatie over de DA-30501... 2 2. Systeemeisen... 2 3. Overzicht... 2 Aan de slag... 3 1. De batterij van de

Nadere informatie

Handleiding voor snelle aansluiting en bediening

Handleiding voor snelle aansluiting en bediening 2-890-158-41(1) Handleiding voor snelle aansluiting en bediening HDD Network Audio System NAS-50HDE In deze handleiding worden de algemene aansluitingen en handelingen beschreven waarmee u muziek kunt

Nadere informatie

BeoSound 4. Aanvulling

BeoSound 4. Aanvulling BeoSound 4 Aanvulling Menusysteem Deze aanvulling bevat correcties voor uw BeoSound 4-handleiding. Dankzij nieuwe software is uw muzieksysteem nu uitgerust met nieuwe functies. Het menusysteem is gewijzigd

Nadere informatie

XEMIO-654/664 Gebruikershandleiding. Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu

XEMIO-654/664 Gebruikershandleiding. Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu XEMIO-654/664 Gebruikershandleiding Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu Wat zit er in de doos: Het apparaat Gebruikershandleiding USB Kabel Hoofdtelefoon Installatie CD 2 Locatie en gebruik

Nadere informatie

Radio - werking RADIO - WERKING

Radio - werking RADIO - WERKING M 4 0 - werking - werking RADIO - WERKING Hoofdmenu Instellingen Navigatie N.B. Als de geluidsinstallatie wekt in functie "1-HOUR" (1 UUR), kunnen de bedieningsknoppen op het stuurwiel niet worden gebruikt.

Nadere informatie

Quick Guide WEB EDITION

Quick Guide WEB EDITION RSE Quick Guide WEB EDITION REAR SEAT ENTERTAINMENT SYSTEM DUAL SCREEN Uw auto is voorzien van een exclusief multimediasysteem. Het Rear Seat Entertainment System (dat verder wordt aangeduid als het RSE-systeem)

Nadere informatie

De Konftel 250 Korte handleiding

De Konftel 250 Korte handleiding Conference phones for every situation De Konftel 250 Korte handleiding NEDERLANDS Beschrijving De Konftel 250 is een conferentietelefoon die kan worden aangesloten op analoge telefoonaansluitingen. Zie

Nadere informatie

Bluetooth Luidspreker GEBRUIKSHANDLEIDING BTL-60

Bluetooth Luidspreker GEBRUIKSHANDLEIDING BTL-60 Gebruiksaanwijzingen Bluetooth Luidspreker GEBRUIKSHANDLEIDING BTL-60 Wanneer u de luidspreker inschakelt, schakelt deze automatisch op Bluetooth-modus. U kunt de luidspreker vervolgens eenvoudig met uw

Nadere informatie

LED. Aan/uitschakelaar. Volume Omhoog. Start/Stop. Volgende Track. Volume Omlaag. Vorige Track. USB Poort

LED. Aan/uitschakelaar. Volume Omhoog. Start/Stop. Volgende Track. Volume Omlaag. Vorige Track. USB Poort Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. zorgvuldig door, zodat u het correct weet te gebruiken. A. Opgelet 1) Schakel

Nadere informatie

Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows)

Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows) Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows) Inhoudsopgave Installeren van het stuurprogramma... Pagina 1 Verwijderen van het stuurprogramma... Pagina 3 Problemen

Nadere informatie

NEDERLANDSE INSTRUCTIES

NEDERLANDSE INSTRUCTIES MEDIA ER BEHUIZING CMP-MOB10 CMP-MOB30 NEDERLANDSE INSTRUCTIES Stap 2: Til voorzichtig de achterplaat op en schuif deze naar achteren. 1. Inhoud verpakking Voor CMP-MOB10: 1x Media player behuizing Draagtas

Nadere informatie

Inhoudsopgave: Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Televisie menu. 4 Radio menu. 6 MiniGids. 8 TV Gids . Programma informatie oproepen. Kiezen en Kijken...

Inhoudsopgave: Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Televisie menu. 4 Radio menu. 6 MiniGids. 8 TV Gids . Programma informatie oproepen. Kiezen en Kijken... TV Menu Inhoudsopgave: Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Televisie menu. 4 Radio menu. 6 MiniGids. 8 TV Gids. 11 Programma informatie oproepen. 20 Kiezen en Kijken... 22 Bedienen van Kiezen en Kijken.. 24 Eredivisie

Nadere informatie

AAN DE SLAG MET DJCONSOLE RMX2 EN DJUCED

AAN DE SLAG MET DJCONSOLE RMX2 EN DJUCED AAN DE SLAG MET DJCONSOLE RMX2 EN DJUCED INSTALLATIE Plaats de cd. Voer het installatieprogramma uit. Volg de instructies. De applicaties DJUCED en VirtualDJ LE zijn op uw system geïnstalleerd. 1 7 8 2

Nadere informatie

Bediening van de CD-speler

Bediening van de CD-speler Bediening van de CD-speler Over compact discs De cd wordt door een laserstraaltje gelezen; het CD-oppervlak komt dus met niets in aanraking. Krassen op de cd of een kromme cd veroorzaken een slechte geluidskwaliteit

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. 2GB Auto MP3 Speler Met FM zender

Gebruikershandleiding. 2GB Auto MP3 Speler Met FM zender Gebruikershandleiding 2GB Auto MP3 Speler Met FM zender De gesprekskosten bedragen 0,18 /minuut 2 INHOUDSOPGAVE 1. VOORWOORD... 4 2. OPMERKINGEN... 4 3. FUNCTIES... 4 4. KNOPPEN EN SCHERM... 4 4.1 Functies

Nadere informatie

SoundGate Korte Handleiding

SoundGate Korte Handleiding SoundGate Korte Handleiding Toetsenblokkering Volumeregeling en programmakeuze Telefoon Muziek/audio-toets Bluetooth toets Batterij-indicator Deze gids is slechts een summier naslagwerk. Belangrijk: De

Nadere informatie

AAN DE SLAG MET DJCONTROL AIR+ EN DJUCED 40

AAN DE SLAG MET DJCONTROL AIR+ EN DJUCED 40 N DE SLG MET DJCONTROL IR+ EN DJUCED 40 INSTLLTIE 1 - KOPTELEFOON, MICROFOON EN SPEKERS NSLUITEN Plaats de cd. VOORZIJDE: KOPTELEFOON EN MICROFOON Voer het installatieprogramma uit. Volg de instructies.

Nadere informatie

Beknopte handleiding voor de PLEXTALK Linio Pocket online speler

Beknopte handleiding voor de PLEXTALK Linio Pocket online speler Beknopte handleiding voor de PLEXTALK Linio Pocket online speler Het plaatsen van de batterij in de Linio Pocket 1. Draai de Linio Pocket om. Vergewis u ervan dat de 2 gemarkeerde punten naar boven wijzen.

Nadere informatie

Beknopte handleiding voor de PLEXTALK Pocket online speler

Beknopte handleiding voor de PLEXTALK Pocket online speler Beknopte handleiding voor de PLEXTALK Pocket online speler 1 Installatie van de PLEXTALK Pocket 1. Draai de PLEXTALK Pocket om. Vergewis u ervan dat de 2 gemarkeerde punten naar boven wijzen. Druk op de

Nadere informatie

F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S

F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S Raadpleeg voor een uitvoerige beschrijving en meer informatie, of in noodgevallen, het instructieboek. DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting

Nadere informatie

Inleiding. Inhoudsopgave. Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe comfort-bedieningselement!

Inleiding. Inhoudsopgave. Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe comfort-bedieningselement! Inleiding Inhoudsopgave Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe comfort-bedieningselement! Deze handleiding geldt voor voertuigen met een voorbereiding mobiele telefoon ET5 (geen netwerk) in combinatie

Nadere informatie

De gebruikers. handleiding. Cisco IP-telefoon

De gebruikers. handleiding. Cisco IP-telefoon De gebruikers handleiding Cisco IP-telefoon 1 Inhoudsopgave Belangrijk om te weten 3 De telefoon in één oogopslag 4,5 Een gesprek voeren 6 Een gesprek beantwoorden 7 Een gesprek uitschakelen 8 Een gesprek

Nadere informatie

BEP 600-TLM2 CONTOUR MATRIX TANK MONITOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING

BEP 600-TLM2 CONTOUR MATRIX TANK MONITOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING BEP 600-TLM2 CONTOUR MATRIX TANK MONITOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING INDEX KENMERKEN 3 AFMETINGEN 3 AANSLUIT SCHEMA 4 GEBRUIK 5 NOTITIES 6 ALARMEN EN STILALARM 7 MENU OVERZICHT 7 SET-UP EN PROGRAMMERING

Nadere informatie

De Konftel 300W Korte handleiding

De Konftel 300W Korte handleiding Conference phones for every situation De Konftel 300W Korte handleiding NEDERLANDS Beschrijving De Konftel 300W is een draadloze conferentietelefoon op batterijen, die kan worden aangesloten op DECT-systemen,

Nadere informatie

Handleiding DIGITALE MEDIASPELER

Handleiding DIGITALE MEDIASPELER Voormodel nr. BTC245 BTC245 Handleiding DIGITALE MEDIASPELER Overzicht functies BTC245 is een MP3-speler met touchscreen, de gebruiker kan op het scherm om de speler te bedienen 2,4 inch 320*240 TFT-scherm

Nadere informatie

InterVideo Home Theater Snel op weg-gids Welkom bij InterVideo Home Theater!

InterVideo Home Theater Snel op weg-gids Welkom bij InterVideo Home Theater! InterVideo Home Theater Snel op weg-gids Welkom bij InterVideo Home Theater! InterVideo Home Theater is een complete oplossing voor digitaal entertainment om tv te kijken en op te nemen, foto's te bekijken

Nadere informatie

Bestnr. 95 37 31 AIPTEK Digitale fotolijst 7 inch

Bestnr. 95 37 31 AIPTEK Digitale fotolijst 7 inch Bestnr. 95 37 31 AIPTEK Digitale fotolijst 7 inch Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische gegevensbestand, of openbaar

Nadere informatie

A. Opgelet. B. Shuffle functie. C. Toetsfuncties en bediening

A. Opgelet. B. Shuffle functie. C. Toetsfuncties en bediening Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. zorgvuldig door, zodat u het correct weet te gebruiken. A. Opgelet 1) Schakel

Nadere informatie

Mp3 speler met luidspreker Instructiehandleiding. Lees deze instructies svp goed door alvorens dit apparaat in gebruik te nemen.

Mp3 speler met luidspreker Instructiehandleiding. Lees deze instructies svp goed door alvorens dit apparaat in gebruik te nemen. Mp3 speler met luidspreker Instructiehandleiding Lees deze instructies svp goed door alvorens dit apparaat in gebruik te nemen. NL Gebruiksaanwijzing TOETS AANDUIDINGEN 9 1 3 2 5 6 4 8 7 1 Vermogen AAN/UIT

Nadere informatie

inhoudsopgave Algemene informatie Audiofuncties Navigatie Setup Index

inhoudsopgave Algemene informatie Audiofuncties Navigatie Setup Index inhoudsopgave Algemene informatie Audiofuncties Navigatie Setup Index 1 2 3 4 I i ii Algemene informatie 1 Gebruik van dit instructieboekje / 1-2 Veiligheidsinstructies / 1-3 Werking van het navigatiesysteem

Nadere informatie

Garmin BaseCamp & Garmin Zumo. Tips voor routes met routepunten Deel 1

Garmin BaseCamp & Garmin Zumo. Tips voor routes met routepunten Deel 1 Garmin BaseCamp & Garmin Zumo Tips voor routes met routepunten Deel Voorwoord Beste lezer, In deze handleiding krijg je informatie over het maken of bewerken van routes met routepunten. In tegenstelling

Nadere informatie

Handleiding DIGITALE MEDIASPELER

Handleiding DIGITALE MEDIASPELER Handleiding DIGITALE MEDIASPELER MP259 Overzicht functies De MP 259 is een MP4-speler, de gebruiker kan op knoppen drukken om door de menu s te bladeren 2,4 inch 320*240 TFT-scherm Ingebouwde 0,3 MP camera

Nadere informatie

Parkinson Thuis Probleemoplossing

Parkinson Thuis Probleemoplossing Parkinson Thuis Probleemoplossing Probleemoplossing Fox Inzicht App In sommige gevallen kan er een handeling van uw kant nodig zijn om ervoor te zorgen dat de apps altijd ingeschakeld zijn. Dit zal voornamelijk

Nadere informatie

Radio R 4.0 IntelliLink Vaak gestelde vragen

Radio R 4.0 IntelliLink Vaak gestelde vragen Inhoudsopgave 1. Audio... 1 2. Telefoon... 2 3. Apple CarPlay... 2 4. Android Auto... 5 5. Galerie... 7 6. Andere... 8 1. Audio V: Hoe kan ik overschakelen tussen verschillende audiobronnen (bv. FM-radio

Nadere informatie

Handleiding Glashart Media ipad applicatie

Handleiding Glashart Media ipad applicatie Handleiding Glashart Media ipad applicatie V 2.0 Alle mogelijkheden van de Glashart Media app:* - Een persoonlijk overzicht: het 'dashboard' - Meerdere Set-Top boxen kunnen gekoppeld worden (woonkamer,

Nadere informatie

HiPath 3000 HiPath Xpressions Compact Versie 2.0. Beknopte handleiding Xpressions aangepaste bedieningsinstructies

HiPath 3000 HiPath Xpressions Compact Versie 2.0. Beknopte handleiding Xpressions aangepaste bedieningsinstructies HiPath 3000 HiPath Xpressions Compact Versie 2.0 Beknopte handleiding Xpressions aangepaste bedieningsinstructies Dit apparaat is geproduceerd conform ons gecertificeerde systeem voor milieubeheer (ISO

Nadere informatie

Dag. Maand. Selecteer het jaar met de pijltoetsen. Jaar

Dag. Maand. Selecteer het jaar met de pijltoetsen. Jaar 1. Agenda Met de Agenda van de Milestone 312 kunt u afspraken, verjaardagen, taken, enz. vastleggen en bijhouden. U regelt uw dagelijkse zaken goed en overzichtelijk met deze krachtige toepassing van de

Nadere informatie

De ActiveRadio-software

De ActiveRadio-software De ActiveRadio-software Nederlandse handleiding Stand: 12-7-05 De ActiveRadio-software De ActiveRadio-software is een schakelpaneel voor radio-ontvangst met uw TerraTec Cinergy TV. Het maakt automatische

Nadere informatie

AAN DE SLAG MET DJCONTROL INSTINCT EN DJUCED

AAN DE SLAG MET DJCONTROL INSTINCT EN DJUCED AAN DE SLAG MET DJCONTROL INSTINCT EN DJUCED INSTALLATIE Plaats de cd. Voer het installatieprogramma uit. Volg de instructies. 1 6 2 7 3 4 5 1- alans van kanaal 1-2 (mixuitgang) 2- Volume op kanaal 1

Nadere informatie

InteGra Gebruikershandleiding 1

InteGra Gebruikershandleiding 1 InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.

Nadere informatie

Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat

Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat Techneco Energiesystemen BV Kleveringweg 9 2616 LZ Delft T. 015 21 91 000 Symbolen Beschrijving Menu selecteren, wisselen bedrijfsmodus Verstellen waarde

Nadere informatie

Gebruikershandleiding voor Nokia Display-hoofdtelefoon HS Uitgave 1

Gebruikershandleiding voor Nokia Display-hoofdtelefoon HS Uitgave 1 Gebruikershandleiding voor Nokia Display-hoofdtelefoon HS-6 9232426 Uitgave 1 CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA CORPORATION verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat het product HS-6 conform is aan de bepalingen

Nadere informatie

HANDLEIDING. Telex Scholar Daisy speler Daisy speler om het gesproken boek mee te beluisteren

HANDLEIDING. Telex Scholar Daisy speler Daisy speler om het gesproken boek mee te beluisteren HANDLEIDING Telex Scholar Daisy speler Daisy speler om het gesproken boek mee te beluisteren Hartelijk dank voor uw aanschaf van de Telex Scholar Daisy speler. Wij hopen dat u plezier zult beleven aan

Nadere informatie