Kluwer Online Research

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kluwer Online Research"

Transcriptie

1 RO 2010, 40 Hof Amsterdam (Ondernemingskamer), 16 februari 2010, nr OK, Mrs. E.F. Faase, A.C. Faber, J.H.M. Willems, prof. dr. M.A. van Hoepen RA, drs. C. Izeboud RA Wetingang: BW art. 2:339, 340, 343 Roepnaam: Hooymans Essentie Geschillenregeling. Uittreding. Waarderingsgrondslag. Hoe moeten aandelen worden gewaardeerd in het kader van de geschillenregeling? Samenvatting De uit 1993 stammende en daarmee de langstlopende geschillenprocedure betreft de vete tussen de broers Geert, Wim en Hennie Hooymans. Deze broers waren elk voor een derde aandeelhouder in en bestuurder van Gebroeders Hooymans B.V. en Aannemersbedrijf Hooymans B.V. Na het ontstaan van onoverbrugbare geschillen is Geert ontslagen als bestuurder van beide vennootschappen. Vervolgens heeft Geert een uittredingsvordering (2:343) ingesteld tegen Wim en Hennie. De uittredingsvordering is toegewezen door de rechtbank, welk vonnis is bekrachtigd door de OK (afgezien van het oordeel ten aanzien van de peildatum). Nadat het vonnis onherroepelijk werd, is twee achtereenvolgende malen door de rechtbank een opdracht verleend aan een deskundige om schriftelijk bericht uit te brengen over de waarde van de aandelen. Vervolgens heeft de OK een derde deskundigenbericht bevolen, nu de beschikbare deskundigenberichten onvoldoende inzichtelijk en toetsbaar bleken te zijn. Gedurende de procedure, op 24 december 1999, heeft Geert zijn aandelen overgedragen aan zijn broers en heeft hij van hen een eerste voorschot op de koopprijs ontvangen. Tot op heden hebben partijen geen overeenstemming bereikt over de prijs, maar wel over de peildatum voor de waardering. De peildatum is 31 december OK: Bij de bepaling van de waarde van de aandelen in het economische verkeer dient te worden uitgegaan van de fictie dat er sprake is van een willige koper, een willige verkoper en een competitieve markt. Indien een zogeheten vergelijkbare derdenprijs (comparable uncontrolled price) voorhanden is, hoeft van deze fictie geen gebruik te worden gemaakt. In dit geval is er geen vergelijkbare derdenprijs voorhanden. De deskundige heeft de waarde van de aandelen in het economische verkeer vastgesteld. Hij heeft hierbij een korting van 30% toegepast vanwege het minderheidskarakter van het belang. Bovendien heeft hij een korting van 15% toegepast vanwege de geringe verhandelbaarheid van de aandelen. De OK overweegt dat overeenkomstig haar vaste rechtspraak het uitgangspunt is dat dergelijke kortingen geen rol spelen bij de waardebepaling in procedures als de onderhavige. De aan de aandelen van Geert toe te kennen waarde dient te worden vastgesteld op een met diens aandelenbezit evenredig deel van de in de Hooymans vennootschappen besloten liggende ondernemingswaarde. De OK veroordeelt Wim en Hennie tot overname van alle door Geert gehouden aandelen in de Hooymans vennootschappen tegen betaling van de koopprijs die door de OK op basis van het deskundigenbericht is vastgesteld. Daarnaast veroordeelt de OK Wim en Hennie tot betaling van wettelijke rente over het deel van de koopprijs dat door hen nog niet betaald is

2 De wettelijke rente wordt berekend vanaf 24 december 1999 tot aan de dag van voldoening van het relevante deel van de openstaande koopprijs. Een veroordeling tot betaling van wettelijke rente is gerechtvaardigd nu Wim en Hennie vanaf 24 december 1999 de beschikking hebben over de aandelen, en daarmee over de vruchten van en de zeggenschap over die aandelen, terwijl Geert (slechts) de beschikking heeft gehad over (de vruchten van) het reeds betaalde voorschot op de koopprijs voor de aandelen. Wenk: Bij de waardering van de aandelen in het kader van de geschillenregeling is een korting vanwege het minderheidskarakter van het aandelenpakket in beginsel niet toelaatbaar. Dit uitgangspunt geldt zowel bij de uitstotingsprocedure (2:336) als bij de uittredingsprocedure (2:343). Tot op heden is dit uitgangspunt strikt toegepast in de rechtspraak. Niettemin zijn beperkte uitzonderingen op dit uitgangspunt denkbaar. Te denken valt aan de situatie dat het pakket aandeel recentelijk was verworven tegen een prijs waarbij een minderheidskorting was ingecalculeerd. Het uitgangspunt dat de waarde van de aandelen in het economisch verkeer wordt vastgesteld zonder toepassing van een minderheidskorting treft men ook aan bij de uitkoopprocedure (2:201a) en bij de voorwaardelijke uittredingsrechten in het geval van omzetting en grensoverschrijdende fusie (2:181 en 2:333h). De toepassing van een korting vanwege de geringe verhandelbaarheid (illiquiditeit) van de aandelen is ook niet toegestaan. Anders dan voor aandelen in een beursgenoteerde vennootschap is voor aandelen in een BV geen liquide markt voorhanden. De geringe verhandelbaarheid van aandelen in een BV is juist een van de bestaansredenen van de geschillenregeling. Een van de redenen voor het niet toepassen van de hiervoor genoemde kortingen is het voorkomen van de situatie dat de meerderheidsaandeelhouder moedwillig een minderheidsaandeelhouder in zijn belangen schaadt met het doel zijn aandelen tegen een gereduceerde prijs over te kunnen nemen. Net als in het huidige B.V.-recht, zullen ook in het voorgestelde B.V.-recht wettelijke maatstaven voor de waardering van aandelen in het kader van de geschillenregeling ontbreken. Aangenomen mag worden dat onder het nieuwe B.V.-recht de fictie dat er sprake is van een willige koper, een willige verkoper en een competitieve markt zal worden gehandhaafd en dat zowel de minderheidskorting als de illiquiditeitskorting in beginsel achterwege dienen te blijven. In het onderhavige geval waren de aandelen al in 1998 door Geert overgedragen en was slechts een deel van de koopprijs voldaan. De aandelen waren geleverd op basis van een vonnis dat door de rechtbank uitvoerbaar bij voorraad was verklaard. Anders dan onder het voorgestelde B.V.-recht, is het op grond van de huidige geschillenregeling niet mogelijk om een vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Uit art. 2:343 lid 3 BW volgt dat de gedaagde de aandelen binnen twee weken nadat aan hem het afschrift van het onherroepelijk geworden vonnis is betekend tegen betaling van de vastgestelde prijs dient over te nemen. Hierbij geldt het principe van gelijk oversteken. Eerder dan het in art. 2:343 lid 3 BW bepaalde tijdstip is er geen verplichting tot levering van de aandelen en voldoening van de koopprijs. Een verplichting komt pas tot stand indien de termijn voor het instellen van beroep tot cassatie van het onderhavige vonnis is verstreken (mits geen cassatie wordt ingesteld). Omdat Geert meer dan een decennium niet kon beschikken over het restant van de koopprijs, terwijl zijn broers alle rechten verbonden aan de aandelen konden uitoefenen, veroordeelt de OK de broers tot het voldoen van wettelijke rente. Hoewel aan de redelijkheid van dit vonnis niet getwijfeld hoeft te worden, lijkt het juridische fundament voor deze veroordeling te ontbreken. Uit art. 2:119 BW jo. art. 2:81 BW volgt dat wettelijke rente pas verschuldigd is nadat de prestatie opeisbaar is geworden. In het Zondag Beheerarrest heeft de Hoge Raad zich reeds gebogen over de vraag of wettelijke rente verschuldigd kan zijn over een periode - 2 -

3 voordat het uittredingsvonnis onherroepelijk is geworden en is betekend. Ook in deze zaak was het uittredingsvonnis door een lagere rechter ten onrechte uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De Hoge Raad oordeelde dat van wettelijke rente slechts sprake kan zijn nadat het uittredingsvonnis onherroepelijk is geworden en is betekend. Zie ook: HR 21 januari 2005, NJ 2005, 126 m.nt. Ma en JOR 2005/57, r.o uitstotingsprocedure (Hoffman Beheer); HR 11 september 1996, NJ 1997, 177, uittredingsprocedure (Zondag Beheer); Hof Amsterdam (OK) 7 oktober 2008, RO 2009, 4 (met verwijzing naar eerdere uitspraken inzake de Hooymans-procedure); Hof Amsterdam (OK) 9 december 1999, JOR 2000/32, uitstotingsprocedure (Jurgens); J. den Boer, Naar een rationeel waarderingstijdstip bij de uitkoop- en de geschillenregeling, WPNR 2002/6487, p ; J. Roest, Groene Serie Rechtspersonen, Boek 2 BW, Art. 339; G. van Solinge & M.P. Nieuwe Weme, De naamloze en besloten vennootschap (Asser 2- II*), Deventer: Kluwer 2009, nr. 717; P.P. de Vries, Exit rights of minority shareholders in a private limited company (diss.), Deventer: Kluwer 2010, t/m Partijen G.H.M. Hooymans, te Velddriel, gem. Maasdriel, appellant in het principaal appel, geïntimeerde in het indicidenteel appel, adv. mr. W.M. van Bokhoven, tegen 1.W.G.M. Hooymans, te Velddriel, gem. Maasdriel, 2.H.W.M. Hooymans, te Velddriel, gem. Maasdriel, geïntimeerden in het principaal appel, appellanten in het incidenteel appel, adv. mr. J.C.B.C. Geerts. Hof: 1.Het verloop van het geding 1.1 Wat het verloop van het geding betreft verwijst de Ondernemingkamer in de eerste plaats naar haar in deze zaak tussen partijen (appellant in het principaal appel, geïntimeerde in het incidenteel appel, hierna Geert te noemen, en geïntimeerden in het principaal appel, appellanten in het incidenteel appel, hierna Wim en Hennie te noemen) gewezen arrest van 13 februari 2003 in de zaak met rolnummer 421/2002 OK en naar haar arresten in deze zaak van 12 januari 2006 en 7 oktober In het arrest van 7 oktober 2008 heeft de Ondernemingskamer voor zover thans van belang opnieuw een onderzoek bevolen naar de waarde van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Gebroeders Hooymans B.V. (hierna Hooymans te noemen) en van Aannemersbedrijf Hooymans B.V. (hierna Aannemersbedrijf te noemen) per 31 december 1998, een en ander met inachtneming van hetgeen in dat arrest is overwogen, alsmede prof. dr. L. Traas te Blaricum (hierna de deskundige te noemen) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. 1.3 De deskundige heeft zijn waarderingsrapport (hierna het deskundigenbericht te noemen) op 4 februari 2009 ter griffie van de Ondernemingskamer gedeponeerd. 1.4 Geert heeft bij akte na deskundigenbericht ter rolle van 17 maart 2009 zich over het deskundigenbericht uitgelaten en producties in het geding gebracht

4 1.5 Daarop hebben Wim en Hennie bij antwoordakte na deskundigenbericht ter rolle van 28 april 2009 geantwoord, producties in het geding gebracht en bewijs aangeboden. 1.6 Partijen hebben de stukken van het geding, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd, wederom overgelegd en arrest gevraagd. 2.De vaststaande feiten 2.1 Wat de vaststaande feiten betreft verwijst de Ondernemingskamer in de eerste plaats naar haar hiervoor vermelde arrest van 13 februari 2003, alsmede naar hetgeen onder 2. is opgenomen in haar in deze zaak op 7 oktober 2008 gewezen arrest. Evenals in die arresten zullen Hooymans, Aannemersbedrijf en Eerste Velddrielse Verhuurmaatschappij B.V. (hierna EVVM te noemen) tezamen de vennootschappen worden genoemd. 2.2 De taak van de deskundige zoals verwoord in het laatstgenoemde arrest was om gemotiveerd toegelicht zowel wat betreft zijn keuze voor een bepaalde waarderingsmethode (intrinsieke waardemethode, rentabiliteitswaardemethode of een andere waarderingsmethode) als wat betreft de berekening en de grondslagen daarvan en gebruik makend van alle thans beschikbare, door hem relevant geachte (cijfermatige) informatie dus ook informatie die pas na 31 december 1998 beschikbaar is gekomen en zoveel mogelijk onder bijvoeging van de informatie die aan zijn bevindingen ten grondslag zal liggen te komen tot een waardering van de aandelen van Hooymans B.V. en van Aannemersbedrijf B.V. (hierna tezamen de Hooymans vennootschappen te noemen) per 31 december 1998 en daarbij de eventuele waarde van de aandelen EVVM te betrekken. 2.3 Blijkens het deskundigenbericht heeft de deskundige de volgende uitgangspunten ten grondslag gelegd aan zijn waardebepaling. (i) Hij heeft zich gerealiseerd dat het bij de waardebepaling gaat om de waarde in het economische verkeer ofwel (in de woorden van het deskundigenbericht) de prijs waarbij een willige koper en een willige verkoper in een redelijk competitieve markt geacht kunnen worden tot een koop/verkoop overeenkomst te komen. Omdat een onderneming de Ondernemingskamer verstaat: zoals die van de Hooymans vennootschappen een productiemiddel is dat wordt begeerd vanwege de voordelen die zij in de toekomst kan opleveren in de vorm van additioneel voortgebrachte goederen of diensten, ligt haar (huidige) waarde in beginsel steeds in de toekomst. Die waarde wordt bepaald aan de hand van de geldelijke voordelen die de onderneming in de toekomst voor de eigenaar kan voortbrengen. De bijbehorende waarde wordt de rentabiliteitswaarde genoemd. De rentabiliteitswaarde is dus in beginsel steeds de relevante ondernemingswaarde. (ii) In het onderhavige geval moet de ondernemingswaarde worden bepaald per 31 december Op die datum was geen sprake van een onderneming zonder toekomst (in welk geval de rentabiliteitswaarde niet de relevante ondernemingswaarde zou zijn); het enige probleem destijds was dat men zich van die toekomst geen betrouwbaar beeld kon vormen. Ofschoon in beginsel gebruik kan worden gemaakt van alle thans beschikbare informatie dus ook informatie die pas na 31 december 1998 beschikbaar is gekomen heeft de deskundige vermeld dat het [b]ij het maken van prognoses over de toekomst van ondernemingen ten behoeve van waardebepalingen ( ) gebruikelijk (is) over een tijdvak van 5 à 7 jaar gedetailleerde ramingen te maken van de te verwachten geldelijke voordelen die de onderneming zal opleveren. En voor de jaren die daarna komen met een globale raming te volstaan. Blijkens het staatje op pagina 9 van het deskundigenbericht heeft de deskundige voor de gedetailleerde raming in casu gekozen voor een periode van - 4 -

5 zes jaren, namelijk de jaren 1999 tot en met Voor dit eerste deel van de toekomstprojectie zullen als geldelijke voordelen worden genomen de werkelijke in die jaren door de vennootschappen gerealiseerde resultaten. (iii) Verder heeft de deskundige tot uitgangspunt genomen dat de vennootschappen haar onderneming zouden voortzetten in de sector van de traditionele grond-, weg- en waterbouw en dat ultimo 1998 geen reden was om te veronderstellen dat wellicht naar een andere sector zou worden overgestapt, zoals in 2004 is geschied vanwege de verliesgevende marges en de ongunstige marktontwikkelingen naar aanleiding van de bouwfraude (die in november 2001 in alle hevigheid losbarstte en waarop vanaf 2002 een ongekende prijzenslag in de grond-, weg- en waterbouwmarkt volgde). In 2004 zijn de vennootschappen omgeschakeld naar een nichemarkt in de sector asfaltering- en wegmarkeringprojecten, hetgeen gepaard ging met een zekere juridische herstructurering waardoor in het vervolg niet de (drie) vennootschappen doch een nieuwe vennootschap, EVVM Infra B.V. alle projecten ging uitvoeren. Aannemersbedrijf en EVVM zijn vervolgens tot nagenoeg lege vennootschappen verworden; Hooymans bleef de functie vervullen van onroerend goedvennootschap en verhuurder van het materieel met een aangepast park van machines en kranen. Omdat in 1998 de vennootschappen ervoor hebben gekozen de onderneming voort te zetten in de sector van de grond-, weg- en waterbouw en er toen geen reden was om in de toekomstprognose (voor de waardebepaling) van een andere veronderstelling uit te gaan, is de deskundige er (ook) voor het tweede, globale deel van de toekomstprojectie van uitgegaan dat de vennootschappen nog tot in de verre toekomst actief zouden zijn op het gebied van de grond-, weg- en waterbouw. Verondersteld wordt dat elk jaar een genormaliseerd resultaat zal worden behaald, dat zal worden gelijkgesteld aan het resultaat dat gemiddeld over de jaren 1999 tot en met 2004 werd behaald (welke periode geacht kan worden een volledige aannemingscyclus te omvatten), zij het met een lichte correctie voor de uitzonderlijk goede jaren 2000 en 2001 die waarschijnlijk niet zouden terugkeren. 2.4 Het deskundigenbericht houdt omtrent de stroom van geldelijke voordelen die (de onderneming van) de vennootschappen in de jaren 1999 tot en met 2004 naar verwachting (zal) zullen opleveren het volgende in: In theorie moet hierbij worden gewerkt met de stroom van free cash flows die de onderneming oplevert. De huidige waarde van deze toekomstige stroom is de ondernemingswaarde. Vermindert men deze ondernemingswaarde met de rentedragende schulden die de onderneming heeft, dan resteert de aandeelhouderswaarde. En gedeeld door het aantal aandelen geeft deze de waarde per aandeel. Voor de [Hooymans vennootschappen] zijn echter geen cash flow gegevens beschikbaar. Er worden jaarlijks slechts eenvoudige jaarrekeningen opgesteld met alleen een balans en een resultatenrekening en enkele toelichtingen. Kasstroomoverzichten zijn onbekend; deze worden niet gemaakt. Dit betekent dat de deskundige voor de waardering van de aandelen van de [Hooymans vennootschappen] moet terugvallen op de gegevens over de bereikte winsten zoals vermeld in de resultatenrekeningen; volstaan moet dus worden met een winststroom in plaats van een stroom van vrije cash flows. Een waardering op basis van de winststroom houdt vergeleken met een waardering op basis van cash flows geen rekening met de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen (de financiële leverage ) waarmee de onderneming werkt en is daardoor iets minder nauwkeurig. Aangezien de [Hooymans vennootschappen] in totaal echter een eigen : vreemd [vermogen] verhouding hebben die voor aannemingsmaatschappijen niet ongebruikelijk is, is de verstorende invloed van het buiten beschouwing laten van de leverage minimaal. Daarom zal in het navolgende van de winststroom worden uitgegaan. Door deze stroom als - 5 -

6 vertrekpunt voor de berekening te nemen wordt rechtstreeks de aandeelhouderswaarde van de vennootschappen vastgesteld ( ). ( ) In het deskundigenbericht volgt dan een tabel met netto winstcijfers van de Hooymans vennootschappen (inclusief de 100% deelneming in EVVM) over de jaren 1998 tot en met Verder houdt het deskundigenbericht in: Na 2004 heeft bij de [Hooymans vennootschappen] een verandering in de strategie plaatsgevonden. Er is een omschakeling geweest van de traditionele grond- weg- en waterbouw naar een nichemarkt van relatief kleinschalige asfaltering- en markeringsprojecten. Deze omschakeling heeft de leiding in 1998 niet kunnen voorzien omdat die omschakeling een gevolg was van het na de bouwfraude, voor kleine aannemingsbedrijven verslechterde perspectief. Na 2004 zal de deskundige daarom de daadwerkelijk in de (gedeeltelijk nieuwe) [Hooymans vennootschappen] gerealiseerde winst niet als basis voor de waardebepaling nemen. Voor de periode nà 2004 wordt ( ) van een ongewijzigde strategie uitgegaan ( ) [en voorts van de veronderstelling] dat in de jaren nà 2004 jaarlijks de genormaliseerde nettowinst zal worden gerealiseerd. Over de jaren 1999 tot en met 2004 werd gemiddeld een netto winst gerealiseerd van ruim Daarbij zaten echter goede jaren als 2000 en 2001 die in het licht van het afnemende perspectief in de sector naar alle waarschijnlijkheid niet meer zouden terugkeren. Wordt daarmee rekening gehouden dan lijkt een genormaliseerde netto-winst van voor de periode na 2004 een realistische schatting. 2.5 Met betrekking tot de berekening van de disconteringsvoet vermeldt het deskundigenbericht dat de waarde van de winststroom moeten worden berekend per 31 december 1998, dat een belangrijke component van de disconteringsvoet de risicopremie is en dat hoe hoger het risico is, des te hoger ook de disconteringsvoet zal zijn. De deskundige heeft de voor de bouwindustrie in 1998 geldende, gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet (weighted average cost of capital of wacc) berekend op 10% en de in casu toepasselijke kostenvoet voor eigen vermogen voor een klein aannemingsbedrijf als Hooymans op 13,06%. In het deskundigenbericht is vervolgens gewerkt met (afgerond) 13%. Uitgaande van de eerder in het deskundigenbericht vermelde jaarwinsten heeft de deskundige de aandeelhouderswaarde van de vennootschappen per 31 december 1998 berekend op (zijnde de totale contante waarde van de netto winsten over de periode 1999 tot en met 2004) plus (zijnde de contante waarde van de perpetuele stroom van genormaliseerde winsten over de jaren ná 2004) is De deskundige heeft vervolgens de waarde van het aandelenpakket van Geert berekend met inachtneming van een korting van 30% wegens het minderheidsbelang en een korting van 15% wegens illiquiditeit (lack of marketability). Aldus komt hij op een waarde in het economische verkeer van het aandelenpakket van Geert van De gronden van de beslissing In het principale en het incidentele hoger beroep 3.1 In haar arrest van 7 oktober 2008 heeft de Ondernemingskamer overwogen dat Geert niet ontvankelijk is in het hoger beroep tegen het vonnis van de Rechtbank te 's-hertogenbosch (hierna de Rechtbank te noemen) van 22 juni In het hoger beroep tegen de vonnissen van de Rechtbank van 23 juli 2003 en 21 juli 2004 heeft de Ondernemingskamer in het genoemde arrest overwogen dat de grieven 1, 2 (gedeeltelijk), 3 (gedeeltelijk), 4 (gedeeltelijk) en 7 in het principale hoger beroep slagen, dat de beoordeling van grief 9 in het principale hoger beroep zal worden aangehouden en dat de overige grieven in het principale en in het incidentele hoger beroep geen doel treffen. Voorts heeft de Ondernemingskamer in - 6 -

7 het arrest opnieuw een onderzoek bevolen naar de waarde van de aandelen van de Hooymans vennootschappen per 31 december In het principale hoger beroep 3.2 Gelet op hetgeen hierna zal worden overwogen en nu voor de waardebepaling niet (langer) wordt aangesloten bij de intrinsieke waarde van de vennootschappen behoeft grief 9 dat de Rechtbank in het vonnis van 21 juli 2004 ten onrechte een negatieve correctie op de intrinsieke waarde heeft toegepast zonder deze correctie eerst te verlagen met een latente belastingverplichting van 35% geen behandeling (meer). 3.3 Blijkens het deskundigenbericht kan de waarde in het economische verkeer van de aandelen in Hooymans en van Aannemersbedrijf, rekening houdend met de waarde van de aandelen EVVM, per 31 december 1998 worden vastgesteld op Wim en Hennie hebben Berk Corporate Finance B.V. (hierna Berk te noemen) verzocht om de bevindingen van de deskundige te analyseren en om met name te adviseren over de juistheid van het hanteren van winststromen in plaats van kasstromen en over de juistheid van de disconteringsvoet. Zij hebben, evenals Geert, diverse bezwaren opgebracht tegen de in het deskundigenbericht vastgestelde waarde die hierna achtereenvolgens zullen worden behandeld 3.5 Geert heeft opgemerkt dat de deskundige niet een eigen onderzoek heeft verricht naar de administratie van de vennootschappen en naar de juistheid van de door Wim en Hennie aangeleverde, niet door een accountant gecontroleerde, winst- en verliesrekeningen en de beschrijving door Wim en Hennie van het verloop van de onderneming sinds Voor zover hij daarmee heeft bedoeld te stellen dat de deskundige zich niet op die cijfers en verklaringen had mogen verlaten, verwerpt de Ondernemingskamer zijn stelling. Nu, naar moet worden aangenomen, de deskundige geen aanleiding heeft gezien aan (de juistheid van) de jaarcijfers en verklaringen te twijfelen en Geert in dat verband ook geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die daartoe nopen of noopten, was de deskundige geenszins gehouden de jaarcijfers of de verklaringen (voor zover dat al mogelijk zou zijn) te controleren. De onderhavige procedure leent zich daar in zoverre ook niet voor. 3.6 Wim en Hennie hebben gesteld dat de deskundige bij de waardebepaling is uitgegaan van een te hoge rentabiliteitswaarde doordat geen rekening is gehouden met depreciërende factoren zoals het ontbreken van een willige koper, een willige verkoper en een competitieve markt. De Ondernemingskamer kan hen hierin niet volgen. Immers, bij de bepaling van de onderhavige waarde in het economische verkeer dient juist te worden uitgegaan van de fictie dat van deze omstandigheden sprake is. De Ondernemingskamer overweegt nog dat, indien een zogeheten vergelijkbare derdenprijs (comparable uncontrolled price) voorhanden zou zijn, van deze fictie ook geen gebruik zou hoeven te worden gemaakt. 3.7 Berk heeft in haar rapport onder meer betoogd dat het met betrekking tot het gedetailleerde eerste deel van de toekomstprojectie (de jaren 1999 tot en met 2004) niet nodig was om winststromen te gebruiken nu de kasstromen uit de gegevens van de jaarrekeningen zijn te destilleren door de balans en de winst- en verliesrekening met elkaar te combineren. De Ondernemingskamer is van oordeel dat de deskundige in het onderhavige geval op goede gronden heeft besloten om niet de kasstromen uit de cijfers te herleiden doch van de feitelijke winststromen uit te gaan, nu de kasstromen in (enige van de) de aan de orde zijnde jaren vóór 2004 welhaast onvermijdelijk reeds zouden zijn beïnvloed door de latere omschakeling - 7 -

8 van (de onderneming van) de Hooymans vennootschappen naar een nichemarkt en derhalve daarvoor, op basis van veronderstellingen (omtrent investeringen, afschrijvingen, voorzieningen et cetera), zouden moeten worden gecorrigeerd. Ter zake van de feitelijke winststromen is van een dergelijke beïnvloeding geen sprake. In deze omstandigheden verdient het naar het oordeel van de Ondernemingskamer veeleer de voorkeur om aan te sluiten bij de winststromen. Evenzo geldt voor het tweede, globale deel van de toekomstprojectie dat, nu voor die jaren (ná 2004) moet worden geabstraheerd van de omschakeling van de onderneming (zulks is tussen partijen niet in geschil), de feitelijke winststromen een beter uitgangspunt opleveren dan de (geconstrueerde) kasstromen. 3.8 Voorts heeft Berk geconstateerd dat voor het eerste deel van de toekomstprojectie niet wordt uitgegaan van vijf jaren, maar van zes jaren (1999 tot en met 2004). Zij heeft gesteld dat, nu 2004 vanwege de strategiewijziging die al begin dat jaar is ingezet niet representatief is en niet in de lijn ligt van de voorafgaande jaren, het zuiverder is om in die eerste periode vijf daadwerkelijk gerealiseerde jaren te hanteren (de Ondernemingskamer begrijpt: 1999 tot en met 2003) en de tweede periode te baseren op het gemiddelde van die jaren. In dit verband heeft Geert gesteld dat het uitzonderlijke, negatieve resultaat over 2003 van iets meer dan voor de waardebepaling ingevolge de rentabiliteitswaarde had moeten worden genormaliseerd. De Ondernemingskamer kan Wim en Hennie niet in hun zienswijzen volgen. De deskundige heeft in casu kennelijk voor een zesjaarsperiode gekozen omdat een dergelijke periode geacht kan worden en volledige aannemingscyclus te omvatten. De Ondernemingskamer is van oordeel dat hij zulks redelijkerwijs heeft kunnen doen. Feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel nopen zijn niet gesteld of aannemelijk geworden. Voorts is de deskundige uitgegaan van de daadwerkelijk door de Hooymans vennootschappen in die zes jaren behaalde resultaten; daarbij past geen normalisatie van enig specifiek of uitzonderlijk jaar, tenzij de verwachting gewettigd is dat de resultaten van een zodanig jaar in een volgende aannemingscyclus niet zullen terugkeren zoals geldt voor de in 3.12 te noemen jaren. Naast het uitzonderlijk slechte jaar 2003 is ook het uitzonderlijk goede jaar 2004 immers niet genormaliseerd. 3.9 Wat betreft de aan EVVM toerekenbare waarde heeft Geert gesteld dat ten onrechte alleen rekening is gehouden met dier netto resultaten en niet ook met de waarde van de in EVVM aanwezige aanbestedingscriteria en met de bijzondere positie van EVVM ten aanzien van de gehanteerde disconteringsvoet. Met deze stellingen miskent Geert naar het oordeel van de Ondernemingskamer echter dat in de waarderingsmethode van de deskundige (de rentabiliteitswaardemethode) met dergelijke (en dus ook met deze beide) bijzonderheden anders dan bij de intrinsieke waardemethode automatisch rekening wordt gehouden, zodat geen plaats is voor een correctie uit dien hoofde. Immers, gewaardeerd wordt op basis van de daadwerkelijk door de Hooymans vennootschappen behaalde winsten en daarin is, naar moet worden aangenomen, de gestelde bijzondere positie van EVVM reeds mede tot uitdrukking gekomen. Wim en Hennie hebben nog aangevoerd dat de in de jaarrekening van (de Ondernemingskamer verstaat:) Aannemersbedrijf opgenomen winst van EVVM niet gelijk is aan de winst die in de jaarrekening van EVVM zelf wordt vermeld, zodat de verkeerde winsten contant worden gemaakt. De Ondernemingskamer overweegt dat zulks nu eenmaal inherent is aan de gekozen waarderingsmethode. Nu ervoor is gekozen om bij (de toekomstprojectie in het kader van) de rentabiliteitswaardeberekening de daadwerkelijk gerealiseerde winst van de Hooymans vennootschappen tot uitgangspunt te nemen, moet ook bij die winst zoals zij in de jaarrekening tot uitdrukking komt worden aangesloten: de winst van Aannemersbedrijf omvat haar aandeel in de winst van EVVM en dat aandeel in die winst is ingevolge de netto-vermogenswaardemethode gewaardeerd. Overigens hebben Wim - 8 -

9 en Hennie ook niet gesteld dat en waarom de jaarrekening van Aannemersbedrijf op dit punt onjuist zou zijn Berk heeft voorts opgemerkt dat de vennootschappen tussen 1993 en 1998 nauwelijks winst hebben gemaakt, dat de periode 1998 tot en met 2003 redelijk goed was en dat de onderneming vanaf 2004 weer bergafwaarts is gegaan. Nu het onderhavige geschil in 1993 is ontstaan moet volgens Berk daarmee rekening worden gehouden door de waarde ultimo 1998 verder contant te maken naar 31 december Ook hierin volgt de Ondernemingskamer Berk althans Wim en Hennie niet, nu partijen uitdrukkelijk zijn overeengekomen om per 31 december 1998 met elkaar af te rekenen en een discontering naar 31 december 1993 zich daarmee niet verdraagt De disconteringsvoet van 13% acht Geert te hoog, omdat de deskundige geen onderzoek heeft verricht naar de verhouding eigen : vreemd vermogen van de vennootschappen maar als peer group grote, beursgenoteerde vennootschappen heeft genomen en omdat de hantering van zowel een kredietopslag van 2% bovenop de gangbare basis rendementseis als een hoge marktrisicopremie van 5,5% op een dubbeltelling lijkt. Ook dit bezwaar moet worden verworpen. Immers, de deskundige heeft geconstateerd dat de Hooymans vennootschappen een verhouding eigen : vreemd vermogen hebben die voor aannemingsmaatschappijen niet ongebruikelijk is. Alsdan vertegenwoordigt de kredietopslag van 2% (boven de risicovrije rente) het basisrisico zoals dat voor beursgenoteerde vennootschappen geldt, en belichaamt de marktrisicopremie van 5,5% het specifieke risico voor kleine en middelgrote ondernemingen. Wim en Hennie hebben in dit verband gesteld dat onvoldoende rekening is gehouden met de omstandigheid dat (theoretische waarderingsmodellen onvoldoende rekening ermee houden dat) kleinere ondernemingen relatief lager gewaardeerd worden dan grotere ondernemingen omdat zij een hoger risicoprofiel kennen en de aandelen minder liquide zijn. Zij hebben betoogd dat in de praktijk hiervoor een premie blijkt te worden toegepast van 2 tot 12%, dat uitsluitend het feit dat een onderneming niet beursgenoteerd is, al een illiquiditeitspremie van 2% veroorzaakt en dat, gelet op ook de overige factoren die een verhoogd risico inhouden (Berk noemt in haar rapport onder meer de afhankelijkheid van afnemers, leveranciers en management) een disconteringsvoet van 18,8% reëel lijkt. De Ondernemingskamer overweegt dat te dezen geen sprake is van één absoluut juiste disconteringsvoet, doch veeleer van een resultante van diverse deskundige analyses, waarderingen en veronderstellingen. Zij acht de door de deskundige gehanteerde disconteringsvoet van 13% voor 1998 voor de onderhavige doeleinden adequaat en voldoende gemotiveerd en op zich alleszins aanvaardbaar. Hetgeen Wim en Hennie daar tegenin hebben gebracht noopt niet tot een ander oordeel De deskundige heeft de genormaliseerde jaarlijkse winst over de periode 1999 tot en met 2004, ten behoeve van de berekening van de waarde van de perpetuele winststroom ná 2004 (het tweede deel van de toekomstprojectie), gesteld op , na een (neerwaartse) correctie van de gemiddelde winst in verband met de relatief goede jaren 2000 en 2001 die vermoedelijk niet zouden terugkeren. Een dergelijke genormaliseerde winst komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor en partijen hebben hier als zodanig ook geen bezwaren tegen opgeworpen. Blijkens het deskundigenbericht is deze perpetuele winststroom vervolgens contant gemaakt naar 2004 ( gedeeld door 0,13 is ). Voor zover Wim en Hennie erover hebben geklaagd dat in het deskundigenbericht niet inzichtelijk is gemaakt waarom op die contante waarde vervolgens nog een verhoudingsgetal wordt toegepast van 0,480319, overweegt de Ondernemingskamer dat dit getal de factor is voor discontering van de contante waarde van de perpetuele winststroom naar Een en ander - 9 -

10 komt de Ondernemingskamer juist voor Wim en Hennie hebben tot slot wederom betoogd dat van de toenmalige aanwezigheid van asfaltschollen in de bodem van het bedrijfsterrein van de Hooymans vennootschappen een depreciërende werking uitgaat en dat de Ondernemingskamer in haar arrest van 7 oktober 2008 ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat de aanwezigheid van asfaltschollen in de ondergrond onvoldoende aannemelijk is geworden. Wat er zij van de toenmalige aanwezigheid van asfaltschollen, nu wordt uitgegaan van de rentabiliteitswaarde van de onderneming en vaststaat dat de asfaltschollen, zo deze zich op 31 december 1998 in de bodem bevonden, in elk geval op 31 december 2004 waren verwijderd, is met een eventuele depreciërende (dan wel appreciërende) werking vanwege hun aanwezigheid ultimo 1998 automatisch rekening gehouden doordat bij de waardeberekening de daadwerkelijk door de Hooymans vennootschappen over de tussenliggende jaren behaalde resultaten zijn gehanteerd waarin, naar moet worden aangenomen, de eventuele negatieve (dan wel positieve) effecten en lasten (dan wel baten) van (de verwijdering van) de asfaltschollen tot uitdrukking zijn gekomen. Het betoog van Wim en Hennie snijdt dan ook geen hout Op grond van het vorenstaande en nu zij overigens geen reden heeft om aan de juistheid en volledigheid van het deskundigenbericht te twijfelen, verenigt de Ondernemingskamer zich met de door de deskundige vastgestelde waarde in het economische verkeer van de aandelen van de Hooymans vennootschappen per 31 december 1998 van Beide partijen hebben bezwaren naar voren gebracht die zien op de omstandigheid dat de waarde van het aandelenpakket van Geert in het deskundigenbericht vervolgens is berekend met inachtneming van een korting van 30% wegens het minderheidsbelang en een korting van 15% wegens geringe verhandelbaarheid (illiquiditeit). De Ondernemingskamer overweegt dienaangaande overeenkomstig haar vaste rechtspraak dat als uitgangspunt is te hanteren dat dergelijke kortingen geen rol spelen bij de waardebepaling in procedures als de onderhavige. De aan de aandelen van Geert toe te kennen waarde dient te worden vastgesteld op een met diens aandelenbezit evenredig deel van de in de Hooymans vennootschappen besloten liggende ondernemingswaarde. Mitsdien stelt de Ondernemingskamer de waarde in het economische verkeer van de door Geert gehouden aandelen in de Hooymans vennootschappen per 31 december 1998 vast op (een derde van zijnde) De slotsom is dat de vordering van Geert voor toewijzing vatbaar is zoals hierna te vermelden. In het principale en het incidentele hoger beroep 3.17 Op grond van het vorenstaande en hetgeen in het arrest van 13 februari 2003 in de zaak met rolnummer 421/2002 OK en in de arresten in deze zaak van 12 januari 2006 en 7 oktober 2008 is overwogen en beslist, komt de Ondernemingskamer tot de slotsom dat Geert niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van 22 juni 2001, dat het vonnis van 23 juli 2003 dient te worden bekrachtigd en dat het vonnis van 21 juli 2004 dient te worden vernietigd voor zover Wim en Hennie daarbij zijn veroordeeld ter zake van de overname van de aandelen van Geert in de Hooymans vennootschappen (na aftrek van het reeds door hen betaalde voorschot) aan Geert te betalen een bedrag van , Als in de memorie van antwoord in het principaal appel gesteld en niet betwist staat vast dat

11 op 24 december 1999 door Wim en Hennie aan Geert voor diens aandelen het bedrag van ƒ is betaald, dat eerder bij wijze van voorschot door hen reeds een bedrag ƒ was betaald en dat op enig moment na het vonnis van 21 juli 2004 door hen aan Geert het in dat vonnis bedoelde bedrag van ,16 is betaald. De Ondernemingskamer overweegt in verband met dat een en ander voorts dat wettelijke rente door Wim en Hennie is verschuldigd vanaf 24 december 1999 over het verschil tussen de door de Ondernemingskamer vast te stellen prijs ( ) en het op die datum reeds door hen betaalde bedrag (ƒ ) tot de dag van betaling van het voornoemde bedrag van ,16, en voorts de wettelijke rente vanaf de dag van betaling van het voornoemde bedrag van ,16 over het verschil tussen de door de Ondernemingskamer vast te stellen prijs ( ) en het op de laatstgenoemde dag reeds door hen betaalde bedrag van ƒ plus ,16 tot het moment van betaling van de resterende koopprijs voor de aandelen. Zulks vindt zijn rechtvaardiging in het gegeven dat Wim en Hennie reeds vanaf 24 december 1999 de beschikking hebben over de aandelen en daarmee over de vruchten van die aandelen alsook over de zeggenschap over die aandelen, terwijl Geert vanaf de voormelde data (slechts) de beschikking heeft gehad over (de vruchten van) het reeds door Wim en Hennie betaalde voorschot op de koopprijs voor de aandelen Wim en Hennie zullen ten slotte, als de overwegend in het ongelijk te stellen partijen, worden veroordeeld in de kosten van het geding in het principale zowel als het incidentele hoger beroep, de kosten van de deskundige voor zover niet reeds door hen betaald daaronder begrepen. De Ondernemingskamer overweegt in dit verband nog dat zij het vonnis van 21 juli 2004 in stand zal laten voor zover daarin de proceskosten van de eerste aanleg zijn gecompenseerd, nu Geert tegen rechtsoverweging 2.11 van dat vonnis waarop die compensatie is gebaseerd geen grief heeft aangevoerd. 4.De beslissing De Ondernemingskamer: In principale en in incidentele hoger beroep verklaart Gerardus Henricus Maria Hooymans, wonende te Velddriel, niet ontvankelijk in zijn beroep tegen het vonnis van de Rechtbank te 's-hertogenbosch, onder zaaknummer 8858/ HA ZA gewezen en uitgesproken op 22 juni 2001; bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank te 's-hertogenbosch met eerdergenoemd zaaknummer van 23 juli 2003 waarvan beroep; vernietigt het vonnis van de Rechtbank te 's-hertogenbosch met eerdergenoemd zaaknummer van 21 juli 2004 waarvan beroep, voor zover Wilhelmus Gerardus Maria Hooymans en Henricus Wilhelmus Maria Hooymans, beiden wonende te Velddriel, daarbij, uitvoerbaar bij voorraad, zijn veroordeeld om aan Gerardus Henricus Maria Hooymans ter zake van de overname van de door hem gehouden aandelen in het geplaatste kapitaal van de besloten vennootschappen mete beperkte aansprakelijkheid Gebroeders Hooymans B.V. en Aannemersbedrijf Hooymans B.V., beide gevestigd te Velddriel, te betalen het restantverschuldigde bedrag van ,16; en in zoverre opnieuw recht doende: veroordeelt Wilhelmus Gerardus Maria Hooymans en Henricus Wilhelmus Maria Hooymans tot overname van alle door Gerardus Henricus Maria Hooymans gehouden aandelen in het geplaatste kapitaal van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Gebroeders Hooymans B.V. en Aannemersbedrijf Hooymans B.V., zulks tegen betaling van de prijs van , welk bedrag dient te worden verminderd met de bedragen die reeds zijn voldaan ter betaling van de aandelen; veroordeelt Wilhelmus Gerardus Maria Hooymans en Henricus Wilhelmus Maria Hooymans tot betaling van de wettelijke vanaf 24 december 1999 over het verschil tussen en

12 ƒ tot de dag van betaling van het in 3.18 genoemde bedrag van ,16 en voorts tot betaling van de wettelijke rente vanaf de dag van betaling van het voornoemde bedrag van ,16 over het verschil tussen en ƒ plus ,16 tot het moment van betaling van de resterende koopprijs voor de aandelen; bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank te 's-hertogenbosch van 21 juli 2004 waarvan beroep voor het overige; veroordeelt Wilhelmus Gerardus Maria Hooymans en Henricus Wilhelmus Maria Hooymans in de kosten van het geding in hoger beroep, deze aan de zijde van Gerardus Henricus Maria Hooymans tot op heden begroot op 7.281,87; verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd. Copyright Kluwer 2010 Kluwer Online Research

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van Gemeente Haarlemmermeer Baan Kleef Aan DomJur 2008-432 Rechtbank Haarlem Zaak-/rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 en 151565 / KG ZA 08-641 Datum: 22 december 2008 Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 27 augustus 1985,

Nadere informatie

HOGE RAAD, 24 april 1991 (nr. 27 021) (Mrs. Jansen, Van der Linde, Baardman, Bellaart, Korthals Altes)

HOGE RAAD, 24 april 1991 (nr. 27 021) (Mrs. Jansen, Van der Linde, Baardman, Bellaart, Korthals Altes) HOGE RAAD, 24 april 1991 (nr. 27 021) (Mrs. Jansen, Van der Linde, Baardman, Bellaart, Korthals Altes) ARREST gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:gharl...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:gharl... 1 of 5 31-01-16 21:27 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:GHARL:2013:5729 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Datum uitspraak 30-07-2013 Datum publicatie 01-08-2013

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987 GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN BELASTINGKAMER UITSPRAAK Nr. 208/86 10 april 1987 Uitspraak (na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 29 januari 1986, nr. 23.254) van bet Gerechtshof te

Nadere informatie

pagina 1 van 5 LJN: BR6704, Gerechtshof Amsterdam, 200.072.5489/01 Datum 07-06-2011 uitspraak: Datum 05-09-2011 publicatie: Rechtsgebied: Handelszaak Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:Kennelijk

Nadere informatie

Geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide instantiën, te begroten volgens het gebruikelijke tarief. "

Geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide instantiën, te begroten volgens het gebruikelijke tarief. Cogas geïntimeerde DomJur 2002-136 Gerechtshof Leeuwarden Zaak-/rolnummer: 0000379 Datum: 19-09-2001 Arrest in de zaak van: de naamloze vennootschap Centraal Overijsselse Nuts Bedrijven N.V., gevestigd

Nadere informatie

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2015:1084 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775 In cassatie op

Nadere informatie

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 Vonnis van 25 februari 2015 in de zaak van maatschap [naam maatschap], gevestigd

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996.

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996. BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 24 september 2001 Vonnisnummer : 1998/191 Datum : 24 september 2001 Rechters : mrs. L. van Gijn als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en L.F. van Kalmthout Middel

Nadere informatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak Datum uitspraak: 10-10-2008 Datum publicatie: 10-10-2008 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Verkoop van (gebruikte) goederen

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2015:3202 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419

Nadere informatie

http://legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=8305225& sr...

http://legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=8305225& sr... pagina 1 van 5 JOR 2013/87 Gerechtshof Arnhem, 18-12-2012, 200.099.939, LJN BY7149 Processuele gevolgen faillietverklaring voor aanhangige rechtsvorderingen, Schorsing van geding in conventie ex art. 29

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y],

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y], GERECHTSHOF TE AMSTERDAM EERSTE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER ARREST in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y], gevestigd te [plaats],

Nadere informatie

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 15 september 1997

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 15 september 1997 BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 15 september 1997 Vonnisnummer : 1996-023 (volgens Jurdoc CD-rom 1977-023) Datum : 15 september 1997 Rechters : mrs. H. Warnink, J. Moltmaker en Th. Groeneveld Middel :

Nadere informatie

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB Datum uitspraak: 20-01-2009 Datum publicatie: 04-02-2009 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure:

Nadere informatie

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht I vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer I rolnummer: Cl131539507 I HA ZA 13-406 Vonnis van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

Prijsbepaling van effecten bij de geschillenregeling in het vennootschapsrecht - De prijs van de vrijheid

Prijsbepaling van effecten bij de geschillenregeling in het vennootschapsrecht - De prijs van de vrijheid Prijsbepaling van effecten bij de geschillenregeling in het vennootschapsrecht - De prijs van de vrijheid FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E info@forumadvocaten.be

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-240 d.d. 22 augustus 2012 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, de heren R.H.G. Mijné en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. D.M.A. Gerdes,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:72

ECLI:NL:GHAMS:2016:72 ECLI:NL:GHAMS:2016:72 Permanente link: http://deepl Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 12-01-2016 Datum publicatie 20-01-2016 Zaaknummer 14/01023 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2014:10956,

Nadere informatie

RAAD VAN BEROEP VERENIGING VAN REGISTERCONTROLLERS UITSPRAAK. inzake

RAAD VAN BEROEP VERENIGING VAN REGISTERCONTROLLERS UITSPRAAK. inzake Zaaknummer: RvB VRC 2012-001 Datum uitspraak: 11 februari 2014 RAAD VAN BEROEP VERENIGING VAN REGISTERCONTROLLERS UITSPRAAK inzake 1. ( ), wonende te ( ), 2. ( ), wonende te ( ), 3. ( ), wonende te ( ),

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 362303 / KG ZA 10-384

zaaknummer / rolnummer: 362303 / KG ZA 10-384 vonnis RECHTBANK S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 362303 / KG ZA 10-384 Vonnis in kort geding van in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KROON

Nadere informatie

HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast

HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN Halfjaarcijfers per 30 juni 2014 Balans per 30 juni 2014 Vóór resultaatbestemming ACTIVA 30 juni 2014 31 december 2013 Vlottende activa Handelsdebiteuren 1.624

Nadere informatie

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden.

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden. Rechtbank Amsterdam, 06 juni 2012; de hondenbezitter is aansprakelijk voor de letselschade van een vrouw die tijdens het uitlaten van de hond ten valt komt doordat de hond plotseling hard aan de lijn trok.

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden. Uitspraak 10 oktober 2014 Nr. 13/04777 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2013, nr. 12/00472,

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden.

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Vonnis in incident van in de zaak van de stichting STICHTING DE THUISKOPIE, gevestigd te

Nadere informatie

ter zake van een geschil tussen de besloten vennootschap R. EN D. B.V., hierna te noemen aanneemster, M. V., hierna te noemen: opdrachtgeefster,

ter zake van een geschil tussen de besloten vennootschap R. EN D. B.V., hierna te noemen aanneemster, M. V., hierna te noemen: opdrachtgeefster, No. 29.632 SCHEIDSRECHTERLIJK VONNIS ter zake van een geschil tussen de besloten vennootschap R. EN D. B.V., hierna te noemen aanneemster, e i s e r e s gemachtigde: mr. P.J.A. Vis, werkzaam bij Actio

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-03-2015 Datum publicatie 10-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 7359 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste

Nadere informatie

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2011

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2011 Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: inzake tussentijds bericht per 30 juni 2011 25 augustus 2011 Barendrecht INHOUDSOPGAVE Pagina Balans per 30 juni 2011 2 Winst- en verliesrekening over

Nadere informatie

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2012

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2012 Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: inzake tussentijds bericht per 30 juni 2012 28 augustus 2012 Barendrecht INHOUDSOPGAVE Pagina Balans per 30 juni 2012 2 Winst- en verliesrekening over

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,

Nadere informatie

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 Relevante feiten Als kaderlid van M heeft eerste eiser in 1993 aandelenopties verkregen op aandelen

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2016:996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 10-02-2016 Datum publicatie 10-02-2016 Zaaknummer 4645281 VV EXPL 15-591 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL. van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL. van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende, Kenmerk: 2129/88 LJ GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen de uitspraak van de Inspecteur

Nadere informatie

C/13/555974 / HA ZA 13-1827 28 oktober 2015 8 oordeel dat met deze uitingen sprake was van misleidende publieke berichtgeving. VEB en de stichting stellen dat door deze uitingen de gedupeerde beleggers

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

» Samenvatting. JAR 2012/183 Gerechtshof 's-gravenhage 5 juni 2012, 200.076.582/01. ( mr. Mellema mr. Van Coeverden mr.

» Samenvatting. JAR 2012/183 Gerechtshof 's-gravenhage 5 juni 2012, 200.076.582/01. ( mr. Mellema mr. Van Coeverden mr. JAR 2012/183 Gerechtshof 's-gravenhage 5 juni 2012, 200.076.582/01. ( mr. Mellema mr. Van Coeverden mr. Van Rijkom ) Leenderd Eduardus Blom te Rotterdam, appellant in principaal appel, geïntimeerde in

Nadere informatie

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 Datum uitspraak: 23-07-2009 Datum publicatie: 10-08-2009 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg enkelvoudig

Nadere informatie

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C12/87397/HA ZA 13-35)

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C12/87397/HA ZA 13-35) ARREST GERECHTSHOF s-hertogenbosch Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.141.063/01 arrest van 13 januari 2015 in de zaak van A, wonende te [Woonplaats], appellante, hierna aan te duiden als de vrouw,

Nadere informatie

1 van 6 28-2-2013 14:35

1 van 6 28-2-2013 14:35 1 van 6 28-2-2013 14:35 LJN: BR5339, Gerechtshof Amsterdam, 200.085.721/01 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 26-07-2011 18-08-2011 Handelszaak Soort procedure: Hoger beroep kort geding Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever

het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever Samenvatting 02073 Commissie voor geschillen Geschil omtrent inschaling van de functie. De werknemer treedt in tijdelijke dienst van de werkgever en ontvangt eerst een salarisstrook met vermelding van

Nadere informatie

HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2015. Geen accountantscontrole toegepast

HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2015. Geen accountantscontrole toegepast HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN Halfjaarcijfers per 30 juni 2015 Balans per 30 juni 2015 Vóór resultaatbestemming ACTIVA 30 juni 2015 31 december 2014 Vaste activa Immateriële vaste activa

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden '" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,

Nadere informatie

R A A D V O O R G E S C H I L L E N van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants

R A A D V O O R G E S C H I L L E N van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants Nummer 5052181 R A A D V O O R G E S C H I L L E N van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants heeft bij wijze van bindend advies de volgende uitspraak gedaan in zake het geschil tussen: X eiseres

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:3049

ECLI:NL:GHAMS:2014:3049 1 van 7 20-8-2014 9:27 ECLI:NL:GHAMS:2014:3049 Instantie Datum uitspraak 15-07-2014 Datum publicatie 04-08-2014 Gerechtshof Amsterdam Zaaknummer 200.100.003-01 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

Essentie. Samenvatting

Essentie. Samenvatting RO 2013/46: Volstorting aandelen. Heeft volstorting van de aandelen als bedoeld in art. 2:191 BW plaatsgevonden nu het bedrag kort na oprichting aa... Klik hier om het document te openen in een browser

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 329755 / HA ZA 09-414

zaaknummer / rolnummer: 329755 / HA ZA 09-414 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 329755 / HA ZA 09-414 Vonnis van in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid G-STAR INTERNATIONAL

Nadere informatie

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: LJN: BV8256, Gerechtshof Leeuwarden, 200.086.453/01 Datum uitspraak: 06-03-2012 Datum publicatie: 08-03-2012 Rechtsgebied: Handelszaak Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Art. 49, 74, 82 en

Nadere informatie

De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag.

De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. 2Se OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG Faillissement Faillissementsnummer Surseancedatum : Faillissementsdatum Rechter

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2013:2617

ECLI:NL:GHDHA:2013:2617 ECLI:NL:GHDHA:2013:2617 InstantieGerechtshof Den HaagDatum uitspraak23-07-2013datum publicatie24-07-2013 Zaaknummer200.099.698-01 RechtsgebiedenCiviel recht Bijzondere kenmerkenhoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen.

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Een makelaar is door de rechtbank als deskundige benoemd om te komen tot de verkoop

Nadere informatie

Nr. 5. SCHADEVERGOEDING WEGENS TEKORTKOMING IN VINDEN OPVOLGER.

Nr. 5. SCHADEVERGOEDING WEGENS TEKORTKOMING IN VINDEN OPVOLGER. Nr. 5. SCHADEVERGOEDING WEGENS TEKORTKOMING IN VINDEN OPVOLGER. In eerder bindend advies van andere arbiters dan Scheidsgerecht is niet reeds over thans gevorderde schadevergoeding beslissing genomen.

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 429233 / KG ZA 12-1139

zaaknummer / rolnummer: 429233 / KG ZA 12-1139 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 429233 / KG ZA 12-1139 Vonnis in kort geding van in de zaak van X, h.o.d.n. PUBLIEC, wonende te Delft, eiseres, advocaat mr. O.R.

Nadere informatie

AFSCHRIFT. Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971 / FA RK 12-6306 (MN/WK)

AFSCHRIFT. Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971 / FA RK 12-6306 (MN/WK) AFSCHRIFT beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520

zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520 Vonnis in incident van in de zaak van 1. de rechtspersoon naar vreemd recht BJÖRN BORG BRANDS AB, gevestigd

Nadere informatie

HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast

HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN Halfjaarcijfers per 30 juni 2014 Balans per 30 juni 2014 Vóór resultaatbestemming ACTIVA 30 juni 2014 31 december 2013 Vlottende activa

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te i. Cassatiemiddelen l.i. Eerste middel Schending van het Nederlandse recht, met name van artikel 27, lid 5, Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet) (tekst tot en met 1996), van artikel 13a, lid 1,

Nadere informatie

Hof Arnhem-Leeuwarden 17 november 2015, IEF 15468 (Linkkers tegen PriHealth) www.ie-forum.nl

Hof Arnhem-Leeuwarden 17 november 2015, IEF 15468 (Linkkers tegen PriHealth) www.ie-forum.nl Hof Arnhem-Leeuwarden 17 november 2015, IEF 15468 (Linkkers tegen PriHealth) www.ie-forum.nl arrest IN NAAM VAN DE KONING GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 11 Datum: 10 september 2013

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 11 Datum: 10 september 2013 FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 11 Datum: 10 september 2013 Gegevens failliet : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Walraven Groep B.V., tevens handelend onder de namen Walraven, Walraven

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris) Samenvatting Op de rekeningen van Consument en haar echtgenoot

Nadere informatie

Instantie: Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) Datum: 21 april 2015 Magistraten: Mrs. P. Ingelse, M.M.M. Tillema,G.C. Zaaknr:

Instantie: Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) Datum: 21 april 2015 Magistraten: Mrs. P. Ingelse, M.M.M. Tillema,G.C. Zaaknr: RO 2015/40: Uitkoop. Is de prijs voor de over te dragen aandelen billijk? (Eiseressen/gedaagden) Instantie: Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) Datum: 21 april 2015 Magistraten: Mrs. P. Ingelse, M.M.M. Tillema,G.C.

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:

Nadere informatie

1.1 Voor het verloop van het geding tot 23 augustus 2005 verwijst het hof naar het tussenarrest van die datum.

1.1 Voor het verloop van het geding tot 23 augustus 2005 verwijst het hof naar het tussenarrest van die datum. 1 of 5 17.07.2008 11:10 LJN: AV7619, Gerechtshof Arnhem, 2003/1021 Datum uitspraak: 21-03-2006 Datum publicatie: 31-03-2006 Rechtsgebied: Soort procedure: Inhoudsindicatie: Handelszaak Hoger beroep Uit

Nadere informatie

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. io~oo6zz hop uitspraak GERECHTSHOF 's-gravenhage Sector belasting Nummer BK-08/00456 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. S januari 2010 op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2014:4798

ECLI:NL:GHARL:2014:4798 ECLI:NL:GHARL:2014:4798 Instantie Datum uitspraak 13-06-2014 Datum publicatie 19-06-2014 Zaaknummer 200.138.115-01 Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger beroep

Nadere informatie

Meetinstructie niet nageleefd. Gering verschil opgegeven en werkelijke woonoppervlak.

Meetinstructie niet nageleefd. Gering verschil opgegeven en werkelijke woonoppervlak. Meetinstructie niet nageleefd. Gering verschil opgegeven en werkelijke woonoppervlak. Koper beklaagt zich erover dat het door hem gekochte appartement niet 105 m² groot is maar 100 m². De verkopende makelaar

Nadere informatie

WWW.NEWYORKCONVENTION.ORG

WWW.NEWYORKCONVENTION.ORG " Typ Rekestnr 283/94/MADIV BESCHIKKING VAN HET GERECHTSHOF TE 'S-HERTOGENBOSCH, Zesde Kamer, dd 28 oktober 1994, qeqeven in de zaak van: de vennootschap naar duits recht KARL FUNGERER GmbH, gevestigd

Nadere informatie

Business Valuation : groeiend belang

Business Valuation : groeiend belang Business Valuation : groeiend belang Inleiding Vandaag de dag worden we steeds vaker geconfronteerd met de vraag hoeveel een onderneming waard is en of ze gelet op de huidige crisis financieel gezond is.

Nadere informatie

Gehoord ter zitting van 12 april 1983 belanghebbende, vergezeld van voornoemde gemachtigde, alsmede de inspecteur;

Gehoord ter zitting van 12 april 1983 belanghebbende, vergezeld van voornoemde gemachtigde, alsmede de inspecteur; Belastingkamer nr. 3840/82. UITSPRAAK HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM, Tweede Meervoudige Belastingkamer; Gezien het op 6 augustus 1982 ter griffie ingekomen beroepschrift van X te Z, belanghebbende, ingediend

Nadere informatie

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak.

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak. Gerechtshof te Amsterdam tweede meervoudige belastingkamer 6 juli 1999 nr. P98/3213 UITSPRAAK op het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen een uitspraak van de Inspecteur, P. 1. Loop van het geding

Nadere informatie

Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging.

Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging. Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging. Nadat klagers hun opdracht tot dienstverlening bij verkoop van hun woning resp. perceel grond hadden ingetrokken, is onenigheid ontstaan over de door hun

Nadere informatie

IN NAAM DER KONINGIN

IN NAAM DER KONINGIN 2 januari 1987 Eerste Kamer Nr. 12.932 RF/AT IN NAAM DER KONINGIN Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: "VASTELOAVESVEREINIGING DE ZAWPENSE", gevestigd te Grevenbricht, gemeente Born EISERES

Nadere informatie

1. DE REGERING IN BALLINGSCHAP VAN DE REPUBLIEK DER ZUID-MOLUKKEN (RMS), gevestigd te Amsterdam, hierna: RMS,

1. DE REGERING IN BALLINGSCHAP VAN DE REPUBLIEK DER ZUID-MOLUKKEN (RMS), gevestigd te Amsterdam, hierna: RMS, LJN: BU5105, Gerechtshof 's-gravenhage, 200.077.445/01 Datum uitspraak: 22-11-2011 Datum publicatie: 22-11-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Kort geding Republiek

Nadere informatie

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 16 november 1998

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 16 november 1998 BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 16 november 1998 Vonnisnummer : 1996-022 Datum : 16 november 1998 Rechters : mrs. A.W.M. Bijloos, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink. Middel : Inkomstenbelasting Artikel : Belastingjaar

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 1 juli 2010

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 1 juli 2010 Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: inzake tussentijds bericht per 1 juli 2010 7 juli 2010 Barendrecht INHOUDSOPGAVE Pagina Balans per 1 juli 2010 2 Winst- en verliesrekening over de periode

Nadere informatie

DE RIJDENDE RECHTER. Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter.

DE RIJDENDE RECHTER. Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter. Zaaknummer: S20-25 Datum uitspraak: 3 mei 2013 Plaats uitspraak: Zaandam DE RIJDENDE RECHTER Bindend Advies In het geschil tussen: R.A. Kuntzel te: Barsingerhorn verder te noemen: Kuntzel, tegen: J. Veldboer

Nadere informatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523 Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Onteigening. Verzuim tot betekening cassatieverklaring

Nadere informatie

NMLK Didio DomJur 2013-971. Rechtbank Amsterdam Zaak-/rolnummer: C/13/540039/KG ZA 13-458 SP/PV Datum:21 mei 2013. In de zaak van

NMLK Didio DomJur 2013-971. Rechtbank Amsterdam Zaak-/rolnummer: C/13/540039/KG ZA 13-458 SP/PV Datum:21 mei 2013. In de zaak van NMLK Didio DomJur 2013-971 Rechtbank Amsterdam Zaak-/rolnummer: C/13/540039/KG ZA 13-458 SP/PV Datum:21 mei 2013 In de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NMLK B.V. h.o.d.n.

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 15 april 2009; voetganger struikelt over uitstekend putdeksel.

Rechtbank Amsterdam 15 april 2009; voetganger struikelt over uitstekend putdeksel. Rechtbank Amsterdam 15 april 2009; voetganger struikelt over uitstekend putdeksel. Benadeelde komt ten val over een putdeksel dat drie centimeter boven het gewone trottoirniveau uitsteekt en loopt letsel

Nadere informatie

3. De brief met bijlagen van Consument van 12 februari 2010

3. De brief met bijlagen van Consument van 12 februari 2010 Niet-bindende uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 109 d.d. 16 juni 2010 (mr. R.J. Paris, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mevrouw mr. J.W.M. Lenting) 1. Procedure De Commissie beslist

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

Orthodontic Services - Integrated Dentistry DomJur 2014-1086

Orthodontic Services - Integrated Dentistry DomJur 2014-1086 Orthodontic Services - Integrated Dentistry DomJur 2014-1086 Gerechtshof Amsterdam Zaak-/rolnummer: 200.128.747/01 zaak/rolnummer rechtbank Amsterdam : 516778 / HA ZA 12-574 ECLI:NL:GHAMS:2014:1331 Datum:

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BW5380, Gerechtshof Leeuwarden, BK 11/00154 Inkomstenbelasting Datum 08-05-2012 uitspraak: Datum 10-05-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:In

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 5 maart 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 5 maart 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-122 d.d. 17 april 2012 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Reisverzekering, toepasselijkheid verzekeringsvoorwaarden,

Nadere informatie

NR. 3. AMBTELIJKE AANSTELLING NAAST TOELATINGSOVEREENKOMST. BEVOEGDHEID VAN SCHEIDSGERECHT. PREMIE VOORTGEZETTE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING BIJ VUT.

NR. 3. AMBTELIJKE AANSTELLING NAAST TOELATINGSOVEREENKOMST. BEVOEGDHEID VAN SCHEIDSGERECHT. PREMIE VOORTGEZETTE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING BIJ VUT. NR. 3. AMBTELIJKE AANSTELLING NAAST TOELATINGSOVEREENKOMST. BEVOEGDHEID VAN SCHEIDSGERECHT. PREMIE VOORTGEZETTE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING BIJ VUT. De onderhavige vordering is rechtstreeks gebaseerd op de

Nadere informatie

"In naam des Konings!" vonnis. Team kanton en handelsrecht. Zittingsplaats Arnhem. zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67

In naam des Konings! vonnis. Team kanton en handelsrecht. Zittingsplaats Arnhem. zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67 vonnis "In naam des Konings!" RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67 Vonnis in kort geding van in de zaak van de besloten

Nadere informatie

het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: de hogeschool), verweerder.

het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: de hogeschool), verweerder. Zaaknummer : 2013/249 Rechter(s) : mrs. Troostwijk, Lubberdink, Borman Datum uitspraak : 9 mei 2014 Partijen : Appellant tegen CvB Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bedreigingsgevaar, belangenafweging,

Nadere informatie

Wetsbepaling(en): Burgerlijk Wetboek Boek 1 BW BOEK 1 Artikel 88 Ook gepubliceerd in: ECLI:NL:RBMNE:2014:2221, RO 2014/64

Wetsbepaling(en): Burgerlijk Wetboek Boek 1 BW BOEK 1 Artikel 88 Ook gepubliceerd in: ECLI:NL:RBMNE:2014:2221, RO 2014/64 JOR 2014/307 Borgtochtovereenkomst, Uitzondering ex art. 1:88 lid 5 BW ook van toepassing op buitenlandse rechtspersoon, indien deze met Nederlandse vennootschap kan worden gelijkgesteld, Aangaan lening

Nadere informatie

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Stamrechtovereenkomst tussen oprichter en BV i.o. is mogelijk, mits binnen redelijke termijn BV tot stand komt en overeenkomst bekrachtigd. Gehele aanspraak belast omdat stamrechtovereenkomst gedeeltelijk

Nadere informatie