VR DOC.0694/1

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VR DOC.0694/1"

Transcriptie

1 DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging, vermeld in artikel 4.1.4, 2, derde lid, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid. - Principiële goedkeuring met het oog op advies van de Vlaamse Woonraad en advies van de Raad van State A. Algemene toelichting Vooraf In wat volgt, wordt al rekening gehouden met de voorgestelde wijzigingen aan het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid van 27 maart 2009 die zijn opgenomen in het ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen. Het voorontwerp van decreet werd op 18 december 2015 (VR DOC.1442) en 25 maart 2016 (VR DOC.0264) principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering. Op 3 juni 2016 keurde de Vlaamse regering het ontwerpdecreet definitief goed (VR DOC.0XXX), waarna het werd ingediend in het Vlaams Parlement. De artikelen in kwestie vormen de rechtsgrond voor het voorliggende ontwerpbesluit. Conform de afspraken die daarover met de Raad van State zijn gemaakt, zal voor het ontwerpbesluit het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State niet eerder gevraagd worden dan nadat het voornoemde ontwerpdecreet is goedgekeurd in de commissie Wonen van het Vlaams Parlement. 1. Situering Op 27 maart 2009 bekrachtigde de Vlaamse Regering het decreet betreffende het gronden pandenbeleid (decreet GPB). Het decreet trad, met uitzondering van een aantal specifieke bepalingen, in werking op 1 september Hoofdstuk 1 van titel 1 van boek 4 van het decreet GPB bevat de principes van het bindend sociaal objectief. Pagina 1 van 17

2 Artikel 4.1.2, 1, van het decreet GPB definieert het bindend sociaal objectief (BSO) als een gemeentelijke omschrijving van het sociaal woonaanbod dat binnen een periode van tien jaar naar aanleiding van de organisatie van een grootschalig steekproefonderzoek als vermeld in artikel 24, 3, van de Vlaamse Wooncode, ten minste moet worden verwezenlijkt. Conform paragraaf 1/1 van datzelfde artikel gelden de eerste bindende sociale objectieven voor de periode van 1/9/2009 tot 31/12/2025. Artikel 4.1.4, 1, van het decreet GPB stelt dat het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen gelijk is aan het resultaat van de formule MACRO Huurw prov x HH Gem / HH Prov. Artikel 4.1.4, 2, eerste lid, van het decreet GPB stelt dat indien de procentuele verhouding van het sociaal huuraanbod t.o.v. het aantal huishoudens in een gemeente blijkens de nulmeting, kleiner is dan drie procent, de inspanning ten behoeve van het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen wordt aangevuld met een specifieke inhaalbeweging in de periode Artikel 4.1.4, 2, derde lid, van het decreet GPB bepaalt dat de Vlaamse Regering een gemeente geheel of gedeeltelijk kan vrijstellen van de specifieke inhaalbeweging, indien de gemeente in een wetenschappelijk onderbouwd dossier aantoont dat voldaan is aan ten minste één van de volgende criteria: 1 de specifieke inhaalbeweging kan niet of niet volledig worden gerealiseerd omwille van manifeste ruimtelijke beperkingen vastgesteld op basis van het gemeentelijk actieprogramma, vermeld in artikel 4.1.7, en deze beperkingen kunnen niet of onvoldoende worden opgevangen door middel van de verhuring van private woningen via sociale verhuurkantoren; 2 de cumulatie van de inspanning ten behoeve van het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen en de specifieke inhaalbeweging leidt ertoe dat jaarlijks een aantal nieuwe sociale huurwoningen moet worden vergund dat hoger is dan 25 procent van het gemiddeld aantal vergunde woningen op jaarbasis, berekend op grond van de afgifte van stedenbouwkundige vergunningen in de voorbije vijf jaar, met dien verstande dat een vrijstellingsverzoek op basis van dit criterium eerst kan worden ingediend: a) in 2016, op voorwaarde dat 30 procent van de reguliere inspanning, vermeld in 1, verwezenlijkt is; b) in 2019, op voorwaarde dat 60 procent van de reguliere inspanning, vermeld in 1, verwezenlijkt is; c) in 2022, op voorwaarde dat 90 procent van de reguliere inspanning, vermeld in 1, verwezenlijkt is; 3 de gemeente levert al belangrijke inspanningen op het vlak van de opvang van woonbehoeftige doelgroepen door middel van de aanwezigheid van één of meer van volgende voorzieningen: a) woningen en voorzieningen die bestemd zijn voor het begeleid wonen van jongeren en opvangtehuizen voor daklozen, ex-gedetineerden en expsychiatrische patiënten, meer in het bijzonder: Pagina 2 van 17

3 1) voorzieningen als vermeld in artikel 2, 18, van het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand; 2) voorzieningen en woningen voor de opvang van daklozen, exgedetineerden of ex-psychiatrische patiënten, waarbij de opvang altijd gecombineerd wordt met begeleiding vanuit het beleidsveld Welzijn; 3) voorzieningen en woningen voor crisisopvang die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente, het OCMW, een CAW of een intergemeentelijke administratieve entiteit; 4) nood- en transitwoningen die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente, het OCMW, een CAW of een intergemeentelijke administratieve entiteit; b) open en gesloten asielcentra; c) doortrekkersterreinen en residentiële terreinen voor woonwagenbewoners; 4 de gemeente beschikt over huurwoningen binnen één of meer van volgende categorieën: a) huurwoningen die middels een betoelaging door het Vlaamse Gewest zijn verwezenlijkt door initiatiefnemers, vermeld in artikel 33, 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, met uitzondering van sociale huisvestingsmaatschappijen, op voorwaarde dat deze woningen onder de marktprijs worden aangeboden aan woonbehoeftigen, en met dien verstande dat zij niet in rekening worden gebracht voor het bereiken van het bindend sociaal objectief; b) [opgeheven]. Artikel 4.1.4, 2, vierde lid, van het decreet GPB stelt ten slotte dat de Vlaamse Regering de wegingsfactoren bepaalt voor de voorzieningen en huurwoningen als omschreven in het 3 en 4 punt van het derde lid. De aanwezigheid van deze voorzieningen en huurwoningen kan nooit leiden tot een vermindering van de specifieke inhaalbeweging met meer dan de helft van het toepasselijke percentage. De aanwezigheid van een open asielcentrum kan echter leiden tot een vermindering van de specifieke inhaalbeweging met meer dan de helft van het toepasselijke percentage, indien die voorziening ten minste tweehonderd opvangplaatsen omvat. Met het voorliggende ontwerp van besluit wil de Vlaamse Regering uitvoering geven aan artikel 4.1.4, 2, vierde lid, van het decreet GPB. Het ontwerp van besluit bevat een kader waarin enerzijds is opgenomen welke voorzieningen en huurwoningen in aanmerking komen voor een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging en waarin anderzijds de respectievelijke wegingsfactoren zijn opgenomen. De criteria voor de beoordeling van aanvragen van gemeenten geven uitsluitsel over de vraag of een gemeente geheel vrijgesteld wordt van de specifieke inhaalbeweging, hetzij gedeeltelijk vrijgesteld van de specifieke inhaalbeweging. Tot slot wordt ook een beperkte procedure voor het aanvragen van een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging uitgewerkt. Manifeste ruimtelijke beperkingen Pagina 3 van 17

4 Overeenkomstig artikel 4.1.4, 2, derde lid, 1, van het decreet GPB kan de Vlaamse regering - bij delegatie de minister van Wonen - een gemeente geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de specifieke inhaalbeweging als de gemeente in een wetenschappelijk onderbouwd dossier aantoont dat de specifieke inhaalbeweging niet of niet volledig kan worden gerealiseerd omwille van manifeste ruimtelijke beperkingen, vastgesteld op basis van het gemeentelijk actieprogramma, vermeld in artikel 4.1.7, en deze beperkingen niet of onvoldoende kunnen worden opgevangen d.m.v. de verhuring van private woningen via sociale verhuurkantoren. De beoordeling of al dan niet voldaan is aan dit criterium, veronderstelt een feitelijk onderzoek van het aanvraagdossier. De betreffende bepaling in het decreet GPB is voldoende duidelijk en behoeft geen verdere uitwerking in het voorliggende ontwerp van besluit. De Vlaamse regering heeft ook geen delegatie om dit verder uit te werken. Als een gemeente zich in haar aanvraagdossier baseert op dit criterium, kan worden nagegaan in welke mate de gemeente gevolg heeft gegeven aan de rechtsplicht (cf. art , 2, van het decreet GPB) om: 1. bestaande gemeentelijke plannen en reglementen met een invloed op de verwezenlijking van het sociaal woonaanbod waar nodig af te stemmen op het vooropgesteld percentage; 2. de normen m.b.t. het sociaal woonaanbod vast te stellen in lijn met het vooropgestelde percentage. Concreet kan dit een geactualiseerde woonbehoeftestudie inhouden, of een recent woon(beleids)plan dat als wetenschappelijk onderbouwd dossier kan gelden. Een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan dat niet is afgestemd met het bindend sociaal objectief, kan niet worden ingeroepen om vereiste maatregelen af te wijzen (art , 2, tweede lid, decreet GPB). Dit criterium vraagt om een cijfermatige studie van de wijze waarop naar het objectief sociale huur wordt toegewerkt, afgestemd op de lokale ruimtelijke randvoorwaarden. In afweging met de parallel lopende voortgangstoetsen en bijhorende plannen van aanpak is ook de weergave van fasering en timing van de vergunde en de geplande projecten heel belangrijk. In elk geval zal de gemeente in kwestie onderzocht moeten hebben wat de mogelijkheden zijn om het bindend sociaal objectief te behalen met behulp van de onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van de Vlaamse semipublieke rechtspersonen en/of de Vlaamse besturen. Daaruit volgt dat als de gemeente geen actieprogramma heeft vastgesteld voor de activering van dergelijke gronden, zij op deze basis geen gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging kan krijgen. Cumulatie van de inspanning leidt tot vergunningsritme van meer dan 25 procent van het gemiddeld aantal vergunde woningen per jaar Overeenkomstig artikel 4.1.4, 2, derde lid, 2, van het decreet GPB kan de Vlaamse regering bij delegatie de minister een gemeente vrijstellen van de specifieke inhaalbeweging als de gemeente in een wetenschappelijk onderbouwd dossier aantoont dat de cumulatie van de inspanning ten behoeve van het gemeentelijk objectief voor Pagina 4 van 17

5 sociale huurwoningen en de specifieke inhaalbeweging ertoe leidt dat jaarlijks een aantal nieuwe sociale huurwoningen moet worden vergund dat hoger is dan 25 procent van het gemiddeld aantal vergunde woningen op jaarbasis, berekend op grond van de afgifte van stedenbouwkundige vergunningen in de voorbije vijf jaar, met dien verstande dat een vrijstellingsverzoek op basis van dit criterium eerst kan worden ingediend: a) in 2016, op voorwaarde dat 30 procent van de reguliere inspanning, vermeld in 1, verwezenlijkt is; b) in 2019, op voorwaarde dat 60 procent van de reguliere inspanning, vermeld in 1, verwezenlijkt is; c) in 2022, op voorwaarde dat 90 procent van de reguliere inspanning, vermeld in 1, verwezenlijkt is. Ook dit criterium veronderstelt een feitelijk onderzoek van het aanvraagdossier. De betreffende bepaling in het decreet GPB is voldoende duidelijk en behoeft geen verdere uitwerking in het voorliggende ontwerp van besluit. De Vlaamse regering heeft ook geen delegatie om dit verder uit te werken. Als een gemeente zich in haar aanvraagdossier baseert op dit criterium, kan de gemeente een representatief overzicht weergeven van het gemiddeld aantal vergunde woningen op jaarbasis, berekend op grond van de afgifte van de stedenbouwkundige vergunningen in de voorbije vijf jaar te rekenen vanaf het jaar van indiening van het vrijstellingsverzoek. Inspanningen op het vlak van woonbehoeftige doelgroepen Overeenkomstig artikel 4.1.4, 2, derde lid, 3, van het decreet GPB kan de Vlaamse regering bij delegatie de minister een gemeente geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de specifieke inhaalbeweging als zij aantoont dat zij reeds belangrijke inspanningen levert op het vlak van woonbehoeftige doelgroepen. Zij kan dat bewijs leveren door te wijzen op de aanwezigheid op haar grondgebied van één of meer van de volgende categorieën van woningen en voorzieningen: a) woningen en voorzieningen die bestemd zijn voor het begeleid wonen van jongeren en opvangtehuizen voor daklozen, ex-gedetineerden en ex-psychiatrische patiënten, meer in het bijzonder: 1) voorzieningen als vermeld in artikel 2, 18, van het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand; 2) voorzieningen en woningen voor de opvang van daklozen, ex-gedetineerden of expsychiatrische patiënten, waarbij de opvang altijd gecombineerd wordt met begeleiding vanuit het beleidsveld Welzijn; 3) voorzieningen en woningen voor crisisopvang die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente, het OCMW, een CAW of een intergemeentelijke administratieve entiteit; 4) nood- en transitwoningen die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente, het OCMW, een CAW of een intergemeentelijke administratieve entiteit b) open en gesloten asielcentra; c) doortrekkersterreinen en residentiële terreinen voor woonwagenbewoners; Pagina 5 van 17

6 Uitgangspunten zijn dat: - per 15 woningen en per 15 opvangplaatsen in een voorziening die behoren tot een van de genoemde categorieën van woningen of voorzieningen, de specifieke inhaalbeweging met één eenheid verminderd wordt; - de specifieke inhaalbeweging tot maximaal de helft verminderd kan worden; - het resultaat van de berekening van de vermindering altijd een geheel getal is; de afronding gebeurt steeds naar het eerstvolgende natuurlijk getal. Voorts dient gewezen te worden op drie specifieke gevallen: - Als een gemeente beschikt over een open asielcentrum, beheerd door Fedasil, met ten minste 200 opvangplaatsen, kan de specifieke inhaalbeweging met meer dan de helft verminderd worden. - Als een gemeente beschikt over een doortrekkersterrein voor woonwagenbewoners, wordt de specifieke inhaalbeweging verminderd met één eenheid per 10 standplaatsen op het terrein. - Als een gemeente beschikt over een residentieel terrein voor woonwagenbewoners, wordt de specifieke inhaalbeweging verminderd met één eenheid per standplaats op het terrein. Sociale huurwoningen van lokale besturen Artikel 4.1.4, 2, derde lid, 4, van het decreet GPB geeft aan dat de Vlaamse Regering bij delegatie de minister een gemeente geheel of gedeeltelijk kan vrijstellen als de gemeente aantoont dat zij beschikt over een of meer huurwoningen, die middels een betoelaging door het Vlaamse Gewest zijn verwezenlijkt door de initiatiefnemers, vermeld in artikel 33, 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, met uitzondering van sociale huisvestingsmaatschappijen, op voorwaarde dat deze woningen onder de marktprijs worden aangeboden aan woonbehoeftigen, en met dien verstande dat zij niet in rekening worden gebracht voor de bereiken van het bindend sociaal objectief. Concreet gaat het om de sociale huurwoningen in eigendom of in beheer van het Vlaams Woningfonds, van de gemeente zelf, van het OCMW, een intergemeentelijk samenwerkingsverband of een OCMW-vereniging die gerealiseerd zijn vóór 1 januari 2008, de datum van de nulmeting. Die sociale huurwoningen zijn niet opgenomen in de nulmeting van het sociaal woonaanbod (omvat enkel de sociale huurwoningen van SHM s en SVK s). Ze tellen evenmin mee voor het bindend sociaal objectief, aangezien enkel de woningen die sinds 1 januari 2008 worden gerealiseerd of voor de eerste maal sociaal verhuurd worden, in aanmerking genomen worden. Verantwoording van de keuze van de wegingsfactoren In het voorliggende ontwerpbesluit wordt ervoor geopteerd de volgende wegingsfactoren te gebruiken: 1 Per wooneenheid die permanent (en dus niet tijdelijk) bewoond wordt, kan de inhaalbeweging met 1 sociale huurwoning verminderd worden. Pagina 6 van 17

7 2 Per standplaats op een residentieel woonwagenterrein kan de inhaalbeweging met 1 sociale huurwoning verminderd worden. Ook hier is er immers sprake van permanente bewoning. 3 Per 10 standplaatsen op een doortrekkersterrein kan de inhaalbeweging met 1 sociale huurwoning verminderd worden. Hier is er sprake van een tijdelijk verblijf. In de Omzendbrief BB 2015/1 betreffende doortrekkersterreinen en pleisterplaatsen voor woonwagenbewoners stelt de Vlaamse minister van Inburgering dat de Vlaamse overheid voor een goede beheersbaarheid kiest voor kleinschalige doortrekkersterreinen, met 10 tot 25 standplaatsen. De keuze voor 10 standplaatsen als wegingsfactor garandeert dat de aanwezigheid van een doortrekkersterrein aanleiding kan geven tot een vermindering van de specifieke inhaalbeweging. 4 Per 15 opvangplaatsen in een open of gesloten asielcentrum of in een wooneenheid of voorziening bestemd voor het begeleid wonen van jongeren of in opvangtehuizen voor daklozen, ex-gedetineerden en ex-psychiatrische patiënten kan de inhaalbeweging met 1 sociale huurwoning verminderd worden. Hier is er sprake van opvang en dus per definitie een tijdelijk verblijf. De keuze voor de wegingsfactor 15 wordt als volgt verantwoord. - Het totale aandeel van de specifieke inhaalbeweging in het gewestelijk objectief op het vlak van sociale huurwoningen bedraagt woningen, verdeeld over 141 gemeenten. Gemiddeld stemt dat overeen met 20,6 woningen per gemeente met een inhaalbeweging. - Het decreet GPB bepaalt dat de aanwezigheid van voorzieningen en huurwoningen in principe niet kan leiden tot een vermindering van de inhaalbeweging met meer dan de helft. Daarop is één uitzondering voorzien: de aanwezigheid van een open asielcentrum met ten minste 200 opvangplaatsen kan wel leiden tot een vermindering van de inhaalbeweging met meer dan de helft. Je zou dus kunnen stellen dat 200 opvangplaatsen recht geven op een halvering van de inhaalbeweging. - De helft van de hiervoor berekende gemiddelde inhaalbeweging per gemeente bedraagt 10,3 woningen. Voor 200 opvangplaatsen krijgt de gemiddelde gemeente dus een vermindering van 10,3 woningen, of nog: 1 sociale huurwoning minder per 19,4 opvangplaatsen in een asielcentrum. - Dat cijfer wordt bijgesteld naar 15 opvangplaatsen per sociale huurwoning, zodat het ook gebruikt kan worden voor de wooneenheden of voorzieningen bestemd voor het begeleid wonen van jongeren of in opvangtehuizen voor daklozen, ex-gedetineerden en ex-psychiatrische patiënten. Pagina 7 van 17

8 2. Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1 In dit artikel worden een aantal begrippen gedefinieerd om de leesbaarheid van de regelgevende tekst te bevorderen. Artikel 2 Dit artikel bepaalt dat de minister delegatie krijgt om een gemeente geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van de specifieke inhaalbeweging onder de voorwaarden en volgens de procedure, die in het decreet GPB en in het voorliggend ontwerp van besluit wordt opgenomen. Hoofdstuk 2. Procedure voor de aanvraag en beoordeling van een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging In dit hoofdstuk wordt de procedure voor de indiening en beoordeling van de aanvraag voor een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging vastgelegd. Uitgangspunt is de administratieve last voor zowel de gemeente als de bevoegde administratie (Wonen-Vlaanderen) tot het minimum te herleiden. Artikel 3 Een vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging wordt niet automatisch toegekend. De gemeente moet zelf het initiatief nemen om een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging in te dienen. De aanvraag wordt ingediend bij het agentschap Wonen-Vlaanderen. De indiening gebeurt met een beveiligde zending, zodat de datum van de kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld. De minister beschikt immers over 2 maanden vanaf de ontvankelijkverklaring om een beslissing te nemen over de aanvraag. Zie daarvoor de toelichting bij artikel 5. Beveiligde zending impliceert dat de gemeente de aanvraag aan het agentschap bezorgt met een aangetekend schrijven, met een afgifte tegen ontvangstbewijs of met een elektronische aangetekende zending. Artikel 4 De aanvraag tot gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging bevat het wetenschappelijk onderbouwd dossier, vermeld in artikel 4.1.4, 2, derde lid, van het decreet GPB. In dit wetenschappelijk onderbouwd dossier moet de gemeente aantonen dat voldaan is aan ten minste één van de vooropgestelde criteria die een vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging rechtvaardigen. Pagina 8 van 17

9 Er wordt gevraagd dat de aanvraag tot gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging voordat ze wordt ingediend bij Wonen-Vlaanderen, wordt goedgekeurd door de gemeenteraad. Artikel 5 Dit artikel bepaalt: - de termijn waarbinnen het agentschap Wonen-Vlaanderen een beslissing over de ontvankelijkheid van de aanvraag moet nemen, nl. 1 maand vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag; - de termijn waarbinnen de minister een beslissing over de gegrondheid van de aanvraag moet nemen, nl. 2 maanden vanaf de datum van ontvankelijkverklaring. Als de minister binnen de termijn van twee maanden nadat het agentschap de aanvraag ontvankelijk verklaarde, geen beslissing heeft genomen, wordt de aanvraag geacht te zijn afgewezen. Hoofdstuk 3. Criteria voor de beoordeling van de aanvraag tot gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging Afdeling 1. Vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging conform artikel 4.1.4, 2, derde lid, 1, van het decreet Grond- en Pandenbeleid Artikel 6 Dit artikel betreft de situatie waarin een gemeente zich beroept op het eerste criterium, met name de manifeste ruimtelijke beperkingen die niet of onvoldoende opgevangen kunnen worden door de verhuring via sociale verhuurkantoren. De minister kan een gemeente in dit geval zowel geheel als gedeeltelijk vrijstellen. - Als een gemeente in haar aanvraag aantoont dat de specifieke inhaalbeweging niet volledig (d.w.z. wel gedeeltelijk) gerealiseerd kan worden, kan de minister een gedeeltelijke (geen volledige) vrijstelling verlenen. - Als een gemeente in haar aanvraag aantoont dat de specifieke inhaalbeweging niet gerealiseerd kan worden, kan de minister een volledige (geen gedeeltelijke) vrijstelling verlenen. Afdeling 2. Vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging conform artikel 4.1.4, 2, derde lid, 2, van het decreet Grond- en Pandenbeleid Artikel 7 Dit artikel betreft de situatie waarin een gemeente zich beroept op het tweede criterium, met name als de cumulatie van de reguliere inspanning en de specifieke inhaalbeweging ertoe leidt dat jaarlijks een aantal nieuwe sociale huurwoningen moet worden vergund dat hoger is dan 25% van het gemiddeld aantal vergunde woningen op jaarbasis, berekend op grond van de afgifte van stedenbouwkundige vergunningen in de voorbije vijf jaar. Een gemeente kan op dit punt pas een vrijstellingsverzoek indienen als Pagina 9 van 17

10 zij een bepaald percentage van haar reguliere inspanning op het vlak van sociale huurwoningen heeft gerealiseerd: - vanaf 2016, op voorwaarde dat 30% van de reguliere inspanning is bereikt; - vanaf 2019, op voorwaarde dat 60% van de reguliere inspanning is bereikt; - vanaf 2022, op voorwaarde dat 90% van de reguliere inspanning is bereikt. De minister kan een gemeente die aantoont dat aan dit criterium is voldaan, geheel (en niet slechts gedeeltelijk) vrijstellen. Afdeling 3. Vermindering van de specifieke inhaalbeweging conform artikel 4.1.4, 2, derde lid, 3, van het decreet Grond- en Pandenbeleid Deze afdeling betreft de situatie waarin een gemeente zich beroept op het derde criterium, dat zij reeds belangrijke inspanningen levert op het vlak van de opvang van woonbehoeftige doelgroepen. Een gemeente kan aantonen dat aan het derde criterium is voldaan door te wijzen op de aanwezigheid van de volgende categorieën van woningen en voorzieningen op haar grondgebied a) woningen en voorzieningen die bestemd zijn voor het begeleid wonen van jongeren en opvangtehuizen voor daklozen, ex-gedetineerden en ex-psychiatrische patiënten, meer in het bijzonder: 1) voorzieningen als vermeld in artikel 2, 18, van het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand; 2) voorzieningen en woningen voor de opvang van daklozen, ex-gedetineerden of expsychiatrische patiënten, waarbij de opvang altijd gecombineerd wordt met begeleiding vanuit het beleidsveld Welzijn; 3) voorzieningen en woningen voor crisisopvang die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente, het OCMW, een CAW of een intergemeentelijke administratieve entiteit; 4) nood- en transitwoningen die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente, het OCMW, een CAW of een intergemeentelijke administratieve entiteit b) open en gesloten asielcentra; c) doortrekkersterreinen en residentiële terreinen voor woonwagenbewoners; Onderafdeling 1. Woningen die bestemd zijn voor het begeleid wonen van jongeren en opvangtehuizen voor daklozen, ex-gedetineerden en ex-psychiatrische patiënten Artikel 8 Dit artikel bevat een omschrijving van de categorieën van voorzieningen en woningen, vermeld in artikel 4.1.4, 2, derde lid, 3, a), van het decreet GPB. - Voor de categorie voorzieningen die bestemd zijn voor het begeleid wonen van jongeren wordt verwezen naar de voorzieningen in de zin van artikel 2, 18, van het decreet 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand. Het gaat meer in het bijzonder om de gemeenschapsinstellingen en om de erkende private voorzieningen. Er zijn momenteel twee gemeenschapsinstellingen voor bijzondere jeugdbijstand: De Kempen met zetel in Mol en De Zande met zetel in Ruiselede. Tot de private voorzieningen behoren o.a. de begeleidingstehuizen, de gezinstehuizen, de onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra, de dagcentra, de thuisbegeleidingsdiensten, de diensten voor begeleid zelfstandig wonen, de Pagina 10 van 17

11 diensten voor pleegzorg, de diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling en de diensten voor crisishulp aan huis. - Voor de categorie voorzieningen en woningen voor de opvang van daklozen, exgedetineerden of ex-psychiatrische patiënten wordt vooropgesteld dat het moet gaan om een voorziening of woning voor de opvang van een van de beoogde doelgroepen, met dien verstande dat er altijd een vorm van begeleiding vanuit het beleidsveld Welzijn dient te zijn. - de categorie voorzieningen en woningen voor crisisopvang die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente, het OCMW, een CAW of een intergemeentelijke administratieve entiteit en - de categorie nood- en transitwoningen die in eigendom of in beheer zijn van de gemeente, het OCMW, een CAW of een intergemeentelijke administratieve entiteit werden geselecteerd uit een geactualiseerd overzicht van alle voorzieningen en woningen voor opvang en hulp die in Vlaanderen voorhanden zijn, aangereikt door het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Voornoemde voorzieningen en woningen kunnen aanleiding geven tot een vermindering van de specifieke inhaalbeweging met maximaal de helft (= een gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging). Die vermindering is gelijk aan één te verwezenlijken sociale huurwoning per 15 woningen of per 15 opvangplaatsen in een voorziening die onder een van de genoemde categorieën van voorzieningen valt. Onderafdeling 2. Open en gesloten asielcentra Artikel 9 Dit artikel regelt de situatie waarin een gemeente aangeeft dat op haar grondgebied een open of gesloten asielcentrum aanwezig is. Die voorziening kan in principe aanleiding geven tot een vermindering van de specifieke inhaalbeweging met maximaal de helft (= een gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging). De vermindering is gelijk aan één te verwezenlijken sociale huurwoning per vijftien opvangplaatsen in het asielcentrum. Het decreet GPB voorziet echter in een algemene uitzondering voor de aanwezigheid van een open asielcentrum met ten minste 200 opvangplaatsen: in dat geval kan de aanwezigheid in de gemeente aanleiding geven tot een vermindering van de specifieke inhaalbeweging met meer dan de helft. Ook hier geldt de regel dat de vermindering gelijk is aan één te verwezenlijken sociale huurwoning per vijftien opvangplaatsen in het asielcentrum. Onderafdeling 3. Doortrekkersterreinen en residentiële terreinen voor woonwagenbewoners Artikel 10 Het eerste lid van dit artikel bevat een omschrijving van de begrippen doortrekkersterrein en residentieel woonwagenterrein. Pagina 11 van 17

12 - Voor de categorie doortrekkersterrein wordt verwezen naar artikel 2, 4, van het decreet van 28 maart 2014 houdende een subsidie voor investeringen in residentiële woonwagenterreinen en doortrekkersterreinen voor woonwagenbewoners. Het gaat om een terrein bestemd en ingericht voor het tijdelijk plaatsen van verkeerswaardige woonwagens. - voor de categorie residentieel woonwagenterrein wordt verwezen naar artikel 2, 3, van voormelde decreet. Het gaat om een terrein dat bestemd en ingericht is voor het sedentaire wonen in een woonwagen en waarop een beperkte ambachtelijke en/of commerciële activiteit kan plaatsvinden in overeenstemming met de heersende wetgeving. Het Strategisch Plan Minderhedenbeleid ambieerde tegen bijkomende standplaatsen op doortrekkersterreinen. Die doelstelling werd niet gerealiseerd. Medio waren er in heel Vlaanderen slechts 78 standplaatsen, verdeeld over Gent, Kortrijk, Beersel en Antwerpen. Om de vooropgestelde doelstelling te bereiken kan de minister een vermindering van de specifieke inhaalbeweging verlenen aan gemeente die inspanningen leveren op het vlak van de inplanting, de inrichting en het beheer van doortrekkersterreinen. De aanwezigheid van een doortrekkersterrein en een residentieel woonwagenterrein in een gemeente kan aanleiding geven tot een vermindering van de specifieke inhaalbeweging met maximaal de helft (= een gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging). In de Omzendbrief BB 2015/1 m.b.t doortrekkersterreinen en pleisterplaatsen voor woonwagenbewoners poneert de Vlaamse minister van Inburgering dat de Vlaamse overheid voor een goede beheersbaarheid kiest voor kleinschalige doortrekkersterreinen, met 10 tot 25 standplaatsen. Om de gemeenten te motiveren wordt daarom in het ontwerp van besluit geopteerd voor een vermindering van één te verwezenlijken sociale huurwoning per tien standplaatsen op het doortrekkersterrein. Op een residentieel woonwagenterrein is er permanente bewoning. Wonen in een woonwagen is immers een erkende woonvorm opgenomen in artikel 2, 1, eerste lid, 33, en artikel 5, 3, eerste lid, VWC. Daarom is het mogelijk om één standplaats voor een residentiële woonwagen gelijk te stellen met de vermindering van één sociale huurwoning van de inhaalbeweging. Afdeling 4. Vermindering van de specifieke inhaalbeweging conform artikel 4.1.4, 2, derde lid, 4, van het decreet Grond- en Pandenbeleid Deze afdeling betreft de situatie waarin een gemeente zich beroept op het beschikken over huurwoningen van volgende categorie: a) huurwoningen die middels een betoelaging door het Vlaamse Gewest zijn verwezenlijkt door initiatiefnemers, vermeld in artikel 33, 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, met uitzondering van sociale huisvestingsmaatschappijen, op voorwaarde dat deze woningen onder de marktprijs worden aangeboden aan woonbehoeftigen, en met dien verstande dat zij niet in rekening worden gebracht voor het bereiken van het bindend sociaal objectief; 1 Omzendbrief 2015/1 betreffende doortrekkersterreinen en pleisterplaatsen voor woonwagenbewoners, ter mededeling voorgelegd aan de Vlaamse regering op 5 juni Pagina 12 van 17

13 Artikel 11. De minister kan de gemeente die aantoont dat op haar grondgebied een of meer huurwoningen als vermeld in artikel 4.1.4, 2, derde lid, 4, a), aanwezig zijn, een vermindering van de specifieke inhaalbeweging met maximaal de helft verlenen. Voornoemde woningen kunnen aanleiding geven tot een vermindering van de specifieke inhaalbeweging met maximaal de helft (= een gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging). Die vermindering is gelijk aan één te verwezenlijken sociale huurwoning per woning die onder genoemde categorie van woningen valt. Hoofdstuk 4. Slotbepaling Artikel 12. Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. B. Weerslag van het ontwerp van besluit op het personeelsbestand en het personeelsbudget Voorliggend ontwerp van besluit heeft geen weerslag op het personeelsbestand en het personeelsbudget. C. Weerslag van het ontwerp van besluit op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap Voorliggend ontwerp van besluit heeft geen weerslag op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. Het advies van de Inspectie van Financiën werd verleend op 17 juni 2016 en is gunstig. In toepassing van artikel 6, 4, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2001 houdende regeling van de begrotingscontrole en opmaak dient het gemotiveerde begrotingsakkoord niet ingewonnen te worden. Wettigheid en regelmatigheid a) Met betrekking tot de manifeste ruimtelijke beperkingen, het eerste criterium op basis waarvan een gemeente een gehele of gedeeltelijk vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging kan krijgen, stelt IF dat nagegaan dient te worden in welke mate de gemeente gevolg gegeven heeft aan de decretale rechtsplicht (waaronder de afstemming van bestaande plannen en reglementen op het gemeentelijke percentage) én de ruimtelijke beperkingen niet of onvoldoende opgevangen kunnen worden d.m.v. verhuring van private woningen via sociale verhuurkantoren. IF vraagt zich af hoe men dat kan inschatten. Pagina 13 van 17

14 Het ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen, dat op 3 juni 2016 definitief werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering wijzigt het criterium m.b.t. de manifeste ruimtelijke beperkingen. Meer in het bijzonder wordt bepaald dat de manifeste ruimtelijke beperkingen vastgesteld worden op basis van het gemeentelijk actieprogramma, vermeld in artikel van het decreet Grond- en Pandenbeleid. Daaruit volgt ten eerste dat, als de gemeente geen actieprogramma heeft opgemaakt, zij geen beroep kan doen op het criterium van de manifeste ruimtelijke beperkingen. Ten tweede moet uit het actieprogramma blijken dat er geen of onvoldoende gronden in eigendom van sociale woonorganisaties, Vlabinvest apb, Vlaamse besturen en/of Vlaamse semipublieke rechtspersonen zijn waarop een sociaal woonaanbod kan worden voorzien dat ertoe leidt dat het bindend sociaal objectief wordt gehaald. Ten derde moeten ook de geleverde inspanningen en het potentieel van het lokaal actieve sociale verhuurkantoor in rekening gebracht worden. Als hieruit blijkt dat het BSO niet kan worden behaald, kan worden besloten dat de gemeenten manifeste ruimtelijke beperkingen heeft en dus een gehele of gedeeltelijke vrijstelling kan krijgen. b) IF vraagt wanneer, als een cumulatie van de reguliere inspanning en de bijzondere inhaalbeweging leidt tot een vergunningsritme van meer dan 25% van het gemiddelde aantal vergunde woningen op jaarbasis, de gemeente een volledige vrijstelling kan krijgen. Het laat zich uitschijnen dat dit criterium niet veel marge laat voor interpretatie. Ofwel is voldaan aan de cumul-voorwaarde en wordt een volledige vrijstelling verleend, ofwel is er niet aan voldaan en wordt geen vrijstelling verleend. De mogelijkheid om een gedeeltelijke vrijstelling te bekomen wordt dan ook geschrapt in het ontwerpbesluit. c) IF vraagt zich af of tijdelijke situaties die zich in de toekomst niet meer voordoen (bv. opvangplaatsen in asielcentra), kunnen leiden tot een definitieve vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging. De tijdelijk bijkomende opvangplaatsen die omwille van de recente vluchtelingencrisis gecreëerd zijn, tellen niet mee voor de vermindering van de specifieke inhaalbeweging. Enkel permanente opvangplaatsen in open en gesloten asielcentra tellen mee. d) IF stelt dat uit de toelichting blijkt dat de wegingsfactor 15 zou kunnen verhoogd worden in de mate dat meer belang gehecht wordt aan de overweging dat voldoende inspanningen moeten opgelegd worden aan gemeenten die in het verleden zeer weinig inspanningen hebben gedaan. De passage in de toelichting waarnaar IF verwijst, wordt geschrapt. e) IF merkt op dat geen raming gemaakt wordt van het aantal sociale huurwoningen die zouden kunnen worden vrijgesteld (en dus elders opgevangen moeten worden). Het eerste (manifeste ruimtelijke beperkingen) en het tweede (hoog aandeel vergunningen voor sociale woningen op jaarbasis) criterium kunnen we niet voorspellen. Zij kunnen allebei leiden tot een volledige vrijstelling van de inhaalbeweging. Pagina 14 van 17

15 Het derde (opvang van woonbehoeftige doelgroepen) en vierde (sociale huurwoningen van lokale besturen van vóór de nulmeting) criterium kunnen we wel een beetje inschatten. 1. Regel daar is dat ze maximaal kunnen leiden tot een vermindering van de specifieke inhaalbeweging met de helft. Het totale aandeel van de specifieke inhaalbeweging in het gewestelijk objectief op het vlak van sociale huurwoningen bedraagt woningen, verdeeld over 141 gemeenten. De spreiding over de gemeenten varieert tussen 1 en 80 woningen. Gemiddeld stemt dat overeen met 20,6 woningen per gemeente. Als elke gemeente een aanvraag indient op basis van het derde en/of vierde criterium, wordt gemiddeld de helft van de inhaalbeweging of woningen vrijgesteld. 2. Op die regel bestaat één uitzondering: de aanwezigheid van een open asielcentrum met ten minste 200 plaatsen kan leiden tot een vermindering met meer dan de helft. Volgens onze gegevens zijn er in het Vlaamse Gewest vijf gemeenten in dergelijke situatie: - Lanaken: inhaalbeweging van 11 woningen. - Arendonk geen specifieke inhaalbeweging. - Ranst: inhaalbeweging van 58 woningen. - Kapellen: inhaalbeweging van 80 woningen. - Sint-Truiden geen specifieke inhaalbeweging. Als de gemeenten Lanaken, Ranst en Kapellen een volledige vrijstelling zouden krijgen, komen er bij de eerdere woningen nog eens 74 bij (= , zijnde de andere helft van de inhaalbeweging). Totaal: woningen. Die woningen gaan uit het verplichte aandeel naar het contingent van de sociaal woonbeleidsconvenanten. Budgettair De middelen voor de uitvoering van de specifieke inhaalbeweging maken deel uit van het in de meerjarenbegroting afgesproken groeipad voor de realisatie van de gewestelijke objectieven op het vlak van het sociaal woonaanbod in het decreet GPB. In totaal dienen in het kader van de specifieke inhaalbeweging extra sociale huurwoningen gerealiseerd te worden (verdeeld over 141 gemeenten). Als een gemeente geheel of gedeeltelijk wordt vrijgesteld van de specifieke inhaalbeweging, komen er middelen vrij die aangewend kunnen worden door gemeenten die in uitvoering van artikel 4.1.4, 3, van het decreet GPB een sociaal woonbeleidsconvenant met de Vlaamse Regering sluiten. D. Weerslag van het ontwerp van besluit op de lokale besturen 1. Personeel: geen weerslag. 2. Werkingsuitgaven: geen weerslag op de lopende uitgaven van de lokale besturen. Pagina 15 van 17

16 3. Investeringen en schuld: geen weerslag. 4. Ontvangsten: geen weerslag. 5. Conclusie: voorliggend ontwerp van besluit heeft geen weerslag op de lokale besturen, voor wat de bovengenoemde aspecten betreft. Het ontwerpbesluit heeft wel degelijk een weerslag op de taakstelling van de lokale besturen, en meer bepaald op de te leveren inspanningen i.f.v. het bindend sociaal objectief. E. Kwaliteit van de regelgeving Het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering werd aangepast aan het wetgevingstechnisch- en taaladvies nr. 2016/224 van 10 juni Op basis van het proportionaliteitsbeginsel (zie Leidraad Reguleringsimpactanalyse) wordt een RIA niet nodig geacht. Pagina 16 van 17

17 F. Voorstel van beslissing De Vlaamse Regering beslist: 1 haar principiële goedkeuring te hechten aan het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging, vermeld in artikel 4.1.4, 2, derde lid, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid; 2 de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding: 2.1. te gelasten over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering, vermeld in punt 1, het advies in te winnen van de Vlaamse Woonraad met het verzoek het advies mee te delen binnen een termijn van 30 dagen; 2.2. te machtigen te beoordelen of voornoemd advies aanleiding kan geven tot aanpassing van de heden door de Vlaamse Regering principieel goedgekeurd tekst; 2.3. te gelasten over voornoemd ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering het advies in te winnen van de Raad van State, met verzoek het advies mee te delen binnen een termijn van 30 dagen, met toepassing van artikel 84, 1, eerste lid, 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, als de Vlaamse minister oordeelt dat voornoemd advies van de Vlaamse Woonraad geen aanleiding geeft tot aanpassing van de heden door de Vlaamse Regering principieel goedgekeurde tekst. De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke kansen en Armoedebestrijding Liesbeth HOMANS Bijlagen 1. Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging, vermeld in artikel 4.1.4, 2, derde lid, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het gronden pandenbeleid; 2. Het advies van de Inspectie van Financiën Pagina 17 van 17

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 juni 2016;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 juni 2016; Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging, vermeld in artikel 4.1.4, 2, derde lid, van het decreet

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, artikel 4.1.4, 2, vierde lid;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, artikel 4.1.4, 2, vierde lid; Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging, vermeld in artikel 4.1.4, 2, derde lid, van het decreet

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling

Nadere informatie

VR DOC.0023/1

VR DOC.0023/1 VR 2017 1301 DOC.0023/1 DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

ADVIES OVER DE VRIJSTELLING VAN DE SPECIFIEKE INHAALBEWEGING VOOR SOCIALE HUURWONINGEN

ADVIES OVER DE VRIJSTELLING VAN DE SPECIFIEKE INHAALBEWEGING VOOR SOCIALE HUURWONINGEN ADVIES OVER DE VRIJSTELLING VAN DE SPECIFIEKE INHAALBEWEGING VOOR SOCIALE HUURWONINGEN Advies 2016/14 8.09.2016 www.vlaamsewoonraad.be INHOUD 1 Situering... 3 2 Beknopte inhoud van het ontwerpbesluit...

Nadere informatie

MEDEDELING AAN DE VLAAMSE REGERING

MEDEDELING AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING MEDEDELING AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van ministerieel besluit bij het nieuwe Procedurebesluit

Nadere informatie

Procentuele omvang van het bijkomend sociaal huuraanbod in het kader van de specifieke inhaalbeweging

Procentuele omvang van het bijkomend sociaal huuraanbod in het kader van de specifieke inhaalbeweging waarvoor het objectief geldt, kan de Vlaamse Regering een uitstel van ten hoogste vijf jaar verlenen. 2. Indien de procentuele verhouding van het sociaal huuraanbod ten opzichte van het aantal huishoudens

Nadere informatie

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving advies 59.007/3 van 24 maart 2016 over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering

Nadere informatie

De gemeenteraad. Ontwerpbesluit

De gemeenteraad. Ontwerpbesluit De gemeenteraad Ontwerpbesluit OPSCHRIFT Vergadering van 22 februari 2016 Besluit nummer: 2016_GR_00128 Onderwerp: Sluiten van een gewijzigde sociale woonbeleidsconvenant 2014-2016 met de Vlaamse regering

Nadere informatie

VR DOC.0282/1BIS

VR DOC.0282/1BIS VR 2017 2403 DOC.0282/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk

Nadere informatie

VR DOC.1329/1BIS

VR DOC.1329/1BIS VR 2016 0212 DOC.1329/1BIS VR 2016 0212 DOC.1329/1BIS DE VICEMINISTER PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING

Nadere informatie

BISNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

BISNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING VR 2017 1002 DOC.0123/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT BISNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit

Nadere informatie

VR DOC.0083/1BIS

VR DOC.0083/1BIS VR 2017 0302 DOC.0083/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN BISNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: samenwerkingsakkoord van 17 juni 2016 tussen de Vlaamse Gemeenschapscommissie

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: samenwerkingsakkoord van 17 juni 2016 tussen de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Gemeenschap

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - ontwerp van decreet houdende de wijziging van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie

Nadere informatie

DE MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING

DE MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VR 2014 0711 DOC.1145/1 Vlaamse Regering DE MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN DE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN,

Nadere informatie

VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering betreffende de samenstelling, de werking en de opdrachten van

Nadere informatie

VR 2016 DOC.0943/1BIS

VR 2016 DOC.0943/1BIS VR 2016 DOC.0943/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Standpuntbepaling Vlaamse Regering over het ontwerp

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Voorontwerp van decreet houdende wijziging van het decreet

Nadere informatie

De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport

De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12

Nadere informatie

De minister president van de Vlaamse Regering Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

De minister president van de Vlaamse Regering Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING De minister president van de Vlaamse Regering Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - voorontwerp van decreet betreffende de maatregelen ten gunste van de tewerkstelling van jongeren in de

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING VR 2016 2312 DOC.1539/1BIS DE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

Nadere informatie

DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de

Nadere informatie

VR DOC.0085/1

VR DOC.0085/1 VR 2017 0302 DOC.0085/1 DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest,

Nadere informatie

VR DOC.1037/1

VR DOC.1037/1 VR 2016 3009 DOC.1037/1 DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Definitieve goedkeuring van het ontwerp

Nadere informatie

VR DOC.1230/1TER

VR DOC.1230/1TER VR 2016 2511 DOC.1230/1TER DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN TERNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering over de regels betreffende

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1993 betreffende

Nadere informatie

VR DOC.0850/1BIS

VR DOC.0850/1BIS VR 2017 0809 DOC.0850/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering

Nadere informatie

VR DOC.1339/1

VR DOC.1339/1 VR 2016 0912 DOC.1339/1 DE VLAAMSE MINISTER VAN BUITENLANDS BELEID EN ONROEREND ERFGOED EN DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Principiële goedkeuring

Nadere informatie

VR DOC.1537/1BIS

VR DOC.1537/1BIS VR 2016 2312 DOC.1537/1BIS VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Voorontwerp van decreet houdende de wijziging van artikel 339 van de Programmawet (I) van 24 december

Nadere informatie

VR DOC.1207/1

VR DOC.1207/1 VR 2016 1011 DOC.1207/1 DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

VR DOC.1379/1

VR DOC.1379/1 VR 2016 1612 DOC.1379/1 De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering

Nadere informatie

VR DOC.1481/1

VR DOC.1481/1 VR 2016 2312 DOC.1481/1 DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering over de verdeling van de middelen

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN BUITENLANDS BELEID EN ONROEREND ERFGOED NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: 1 Goedkeuring en machtiging tot ondertekening van de overeenkomst tot oprichting van de internationale

Nadere informatie

DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de indeling van studiegebieden in opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs

Nadere informatie

BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 17 MAART 1998

BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 17 MAART 1998 BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 17 MAART 1998 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning, bedoeld in artikel 10 van de decreten inzake voorzieningen voor bejaarden,

Nadere informatie

UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD

UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD PROVINCIE VLAAMS-BRABANT ZITTING van 22 september 2011 Aanwezig : MM. Johan Deleu, raadslid voorzitter; Mevr. Lutgard Van Biesen Van der Borght, burgemeester;

Nadere informatie

VR DOC.0356/1BIS

VR DOC.0356/1BIS VR 2017 2104 DOC.0356/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2016

Nadere informatie

VR DOC.1222/1BIS

VR DOC.1222/1BIS VR 2016 2511 DOC.1222/1BIS VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - ontwerp van bijzonder decreet houdende

Nadere informatie

VR DOC.1132/1

VR DOC.1132/1 VR 2016 2110 DOC.1132/1 MINISTER-PRESIDENT EN VLAAMS MINISTER VAN BUITENLANDS BELEID EN ONROEREND ERFGOED EN DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Vlaamse vö \ Regering DE MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN DE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN

Nadere informatie

Vlaamse '(>3 \ Regering

Vlaamse '(>3 \ Regering Vlaamse '(>3 \ Regering DE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BE STUUR. INBURGERING. WONEN. GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 3 juni 2016 betreffende de tegemoetkoming

Nadere informatie

BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING

BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING VR 2016 1612 DOC.1387/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Voorontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse

Nadere informatie

Wijziging decreten m.b.t. grond- en pandenbeleid. Toelichting voor het Kenniscentrum Vlaamse Steden 22 februari 2011

Wijziging decreten m.b.t. grond- en pandenbeleid. Toelichting voor het Kenniscentrum Vlaamse Steden 22 februari 2011 Wijziging decreten m.b.t. grond- en pandenbeleid Toelichting voor het Kenniscentrum Vlaamse Steden 22 februari 2011 I. Situering A. Lijst technische knelpunten, opgemaakt door administratie Wonen, april

Nadere informatie

NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Voorontwerpbesluit van de Vlaamse Regering houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Standpuntbepaling van de Vlaamse regering over het wetsvoorstel tot wijziging

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het Subsidiebesluit

Nadere informatie

VR DOC.0489/1BIS

VR DOC.0489/1BIS VR 2017 0206 DOC.0489/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

VR DOC.0962/1BIS

VR DOC.0962/1BIS VR 2017 0610 DOC.0962/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van

Nadere informatie

VR DOC.0408/1BIS

VR DOC.0408/1BIS VR 2017 2804 DOC.0408/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT BISNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Voorontwerp van decreet betreffende Wijk-werken - Principiële goedkeuring

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING

ONTWERP VAN DECREET TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING Zitting 2008-2009 18 februari 2009 ONTWERP VAN DECREET betreffende de organisatie en erkenning van toeristische samenwerkingsverbanden TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING Zie: 1853 (2008-2009)

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN BUITENLANDS BELEID EN ONROEREND ERFGOED NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: 1 Goedkeuring en machtiging tot ondertekening van de overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking

Nadere informatie

VR DOC.0975/2

VR DOC.0975/2 VR 2015 1809 DOC.0975/2 Besluit van de Vlaamse Regering houdende de subsidiëring van de verwerving, de inrichting, de renovatie en de uitbreiding van terreinen voor woonwagenbewoners DE VLAAMSE REGERING,

Nadere informatie

DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Standpuntbepaling van de Vlaamse Regering inzake het ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende de. per type netwerkradio-omroeporganisatie.

Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende de. per type netwerkradio-omroeporganisatie. DE VLAAMSE MINISTER VAN CULTUUR, MEDIA, JEUGD EN BRUSSEL NOTA VOOR DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende de indeling van de frequentiepakketten voor de netwerkradioomroeporganisaties

Nadere informatie

De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning

Nadere informatie

VR DOC.0737/1BIS

VR DOC.0737/1BIS VR 2016 0807 DOC.0737/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

VR DOC.1167/1BIS

VR DOC.1167/1BIS VR 2016 2810 DOC.1167/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse

Nadere informatie

Gelet op het decreet houdende de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997, zoals gewijzigd (hierna Vlaamse Wooncode);

Gelet op het decreet houdende de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997, zoals gewijzigd (hierna Vlaamse Wooncode); Gemeenteraad Gelet op het decreet houdende de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997, zoals gewijzigd (hierna Vlaamse Wooncode); Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd (hierna Gemeentedecreet);

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN BUITENLANDS BELEID EN ONROEREND ERFGOED EN DE VLAAMSE MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIËN EN ENERGIE NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Principiële goedkeuring van het voorontwerp

Nadere informatie

VR DOC.0510/1BIS

VR DOC.0510/1BIS VR 2017 1905 DOC.0510/1BIS VR 2017 1905 DOC.0510/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Standpuntbepaling

Nadere informatie

CONCEPTNOTA. Aanpak voor de aanpassing van de Vlaamse regelgeving aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) tegen uiterlijk 24 mei 2018

CONCEPTNOTA. Aanpak voor de aanpassing van de Vlaamse regelgeving aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) tegen uiterlijk 24 mei 2018 DE MINISTER PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BUITENLANDS BELEID EN ONROEREND ERFGOED EN DE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR,

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Standpuntbepaling van de Vlaamse Regering inzake het ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Voorontwerp van decreet tot wijziging van de wet van 5 september 2001 tot verbetering van de werkgelegenheidsgraad

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van

Nadere informatie

VR DOC.0566/1BIS

VR DOC.0566/1BIS VR 2017 0906 DOC.0566/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Voorontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot vrijstelling van

Nadere informatie

VR DOC.0511/1BIS

VR DOC.0511/1BIS VR 2017 1905 DOC.0511/1BIS VR 2017 1905 DOC.0511/1BIS De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Voorontwerp van besluit tot wijziging van

Nadere informatie

Het bindend sociaal objectief halen na de arresten van het Grondwettelijk Hof kansen en knelpunten. Jeroen Schreurs Tom Nulens Jeroen Van Pottelberge

Het bindend sociaal objectief halen na de arresten van het Grondwettelijk Hof kansen en knelpunten. Jeroen Schreurs Tom Nulens Jeroen Van Pottelberge Het bindend sociaal objectief halen na de arresten van het Grondwettelijk Hof kansen en knelpunten Jeroen Schreurs Tom Nulens Jeroen Van Pottelberge Inleiding en situering Arrest nr. 145/2013 van het Grondwettelijk

Nadere informatie

Gemeente Dentergem Toewijzing zoals bepaald door het Sociaal Huurbesluit. Een eigen lokaal toewijzingsreglement

Gemeente Dentergem Toewijzing zoals bepaald door het Sociaal Huurbesluit. Een eigen lokaal toewijzingsreglement TOEWIJZINGSREGLEMENT SOCIALE HUURWONINGEN Gemeente Dentergem INHOUDSTAFEL 1. Inleiding 1.1. Wettelijk Kader 1.2. Gemeentelijke maatregel 2. Algemeen kader inzake toewijzing 2.1. Decretaal principe (Vlaamse

Nadere informatie

4. ALGEMENE TOEPASSING 5. GOEDKEURING EN WIJZIGINGEN 6. BEKENDMAKING 7. INWERKINGTREDING

4. ALGEMENE TOEPASSING 5. GOEDKEURING EN WIJZIGINGEN 6. BEKENDMAKING 7. INWERKINGTREDING TOEWIJZINGSREGLEMENT SOCIALE HUURWONINGEN INTERLOKALE VERENIGING WOONBELEID REGIO NOORD INHOUD: INHOUD: 1. INLEIDING 1.1 Wettelijk kader 1.2 Gemeentelijke maatregel HET LOKAAL TOEWIJZINGSREGLEMENT WERD

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING VR 2016 0212 DOC.1302/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

Goedkeuring reglement heffing op leegstand van woningen en gebouwen voor het aanslagjaar 2017

Goedkeuring reglement heffing op leegstand van woningen en gebouwen voor het aanslagjaar 2017 Goedkeuring reglement heffing op leegstand van woningen en gebouwen voor het aanslagjaar 2017 De Gemeenteraad, Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2005 en latere wijzigingen; Gelet op het gemeentedecreet

Nadere informatie

VR DOC.0141/1BIS

VR DOC.0141/1BIS VR 2016 0403 DOC.0141/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming Definitieve

Nadere informatie

1. Situering. Hierbij worden volgende voorwaarden opgelegd:

1. Situering. Hierbij worden volgende voorwaarden opgelegd: Vlaamse Woonraad Koning Albert II-laan 19 bus 23 1210 Brussel vlaamse.woonraad@rwo.vlaanderen.be www.vlaamsewoonraad.be Advies 2015/08 datum 9 oktober 2015 bestemmeling kopie onderwerp Mevrouw Liesbeth

Nadere informatie

De wijzigingen aan het bestaande toewijzingsreglement werden in het geel aangeduid.

De wijzigingen aan het bestaande toewijzingsreglement werden in het geel aangeduid. De wijzigingen aan het bestaande toewijzingsreglement werden in het geel aangeduid. TOEWIJZINGSREGLEMENT SOCIALE HUURWONINGEN INTERLOKALE VERENIGING REGIONAAL WOONBELEID NOORD-WEST BRABANT INHOUD: 1. INLEIDING

Nadere informatie

LOKAAL TOEWIJZINGSREGLEMENT VOOR OUDEREN STAD ROESELARE

LOKAAL TOEWIJZINGSREGLEMENT VOOR OUDEREN STAD ROESELARE LOKAAL TOEWIJZINGSREGLEMENT VOOR OUDEREN STAD ROESELARE INHOUDSTAFEL 1. Inleiding 1.1. Wettelijk Kader 1.2. Gemeentelijke maatregel 2. Algemeen kader inzake toewijzing 2.1. Decretaal principe (Vlaamse

Nadere informatie

gemeenteraad Besluit De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid: Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, 1.

gemeenteraad Besluit De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid: Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, 1. gemeenteraad Besluit OPSCHRIFT Vergadering van 25 september 2017 Besluit nummer: 2017_GR_00898 Onderwerp: Gemeentelijke visie op lokaal sociaal woonbeleid en sluiten van een sociale woonbeleidsconvenant

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Standpuntbepaling van de Vlaamse Regering betreffende het ontwerp van

Nadere informatie

BELASTING VOOR PANDEN OPGENOMEN IN HET LEEGSTANDSREGISTER (goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 13 december 2013)

BELASTING VOOR PANDEN OPGENOMEN IN HET LEEGSTANDSREGISTER (goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 13 december 2013) GEMEENTEBESTUUR WEVELGEM BELASTING VOOR PANDEN OPGENOMEN IN HET LEEGSTANDSREGISTER (goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 13 december 2013) Art. 1. ALGEMENE BEPALINGEN 1.1. Definities De volgende

Nadere informatie

INHOUD: 1. INLEIDING 1.1 WETTELIJK KADER 1.2 GEMEENTELIJKE MAATREGEL

INHOUD: 1. INLEIDING 1.1 WETTELIJK KADER 1.2 GEMEENTELIJKE MAATREGEL TOEWIJZINGSREGLEMENT SOCIALE HUURWONINGEN INTERLOKALE VERENIGING REGIONAAL WOONBELEID NOORD-WEST BRABANT INHOUD: 1. INLEIDING 1.1 WETTELIJK KADER 1.2 GEMEENTELIJKE MAATREGEL 2. ALGEMEEN KADER INZAKE TOEWIJZING

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20; Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelstel ter uitvoering van titel

Nadere informatie

TERNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING. Voorontwerp van decreet betreffende het lokaal sociaal beleid Principiële goedkeuring

TERNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING. Voorontwerp van decreet betreffende het lokaal sociaal beleid Principiële goedkeuring VR 2017 2402 DOC.0170/1TER DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN,VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN TERNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Voorontwerp van decreet betreffende het lokaal sociaal beleid Principiële goedkeuring

Nadere informatie

Bijlage 1. Oproep tot deelname aan de proefomgeving voor experimentele woonvormen als vermeld in artikel 1

Bijlage 1. Oproep tot deelname aan de proefomgeving voor experimentele woonvormen als vermeld in artikel 1 Bijlage 1. Oproep tot deelname aan de proefomgeving voor experimentele woonvormen als vermeld in artikel 1 De Vlaamse Regering lanceert een oproep tot indiening van projectaanvragen voor experimentele

Nadere informatie

Bijlage XVII. Subsidiëring van de infrastructuur in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf

Bijlage XVII. Subsidiëring van de infrastructuur in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf Bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van... tot wijziging van verschillende besluiten, wat betreft de invoering van infrastructuursubsidies voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf Bijlage

Nadere informatie

Module Grond- en pandenbeleid

Module Grond- en pandenbeleid Module Grond- en pandenbeleid Voor het onderdeel grond-en pandenbeleid over het sociaal wonen in de gemeente zijn er administratieve data beschikbaar en deze zullen hier dus niet bevraagd worden. De vragen

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 27 september 2016;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 27 september 2016; Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2012 houdende de ondersteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal jeugdbeleid

Nadere informatie

Omzendbrief BB 2017/2

Omzendbrief BB 2017/2 Omzendbrief BB 2017/2 //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Omzendbrief betreffende doortrekkersterreinen

Nadere informatie

Voorstel van Decreet wijziging Decreet Grond- en pandenbeleid

Voorstel van Decreet wijziging Decreet Grond- en pandenbeleid Voorstel van Decreet wijziging Decreet Grond- en pandenbeleid Standpunt 1. Inleiding Via een parlementair initiatief wordt een wijziging van het Decreet Grond- en Pandenbeleid voorbereid. Deze wijzigingen

Nadere informatie

Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake breedband

Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake breedband DE VLAAMSE MINISTER VAN OMGEVING, NATUUR EN LANDBOUW NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige

Nadere informatie

TOEWIJZINGSREGLEMENT SOCIALE HUURWONINGEN INTERLOKALE VERENIGING REGIONAAL WOONBELEID NOORD-WEST BRABANT

TOEWIJZINGSREGLEMENT SOCIALE HUURWONINGEN INTERLOKALE VERENIGING REGIONAAL WOONBELEID NOORD-WEST BRABANT TOEWIJZINGSREGLEMENT SOCIALE HUURWONINGEN INTERLOKALE VERENIGING REGIONAAL WOONBELEID NOORD-WEST BRABANT Goedgekeurd door minister Freya Van Den Bossche op 13/11/2009 Wijziging goedgekeurd door minister

Nadere informatie

over de vernieuwde Vlaamse renovatiepremie

over de vernieuwde Vlaamse renovatiepremie 669 (2015-2016) Nr. 1 ingediend op 24 februari 2016 (2015-2016) Verslag van het verzoekschrift namens de Commissie voor Wonen, Armoedebeleid en Gelijke Kansen uitgebracht door Marc Hendrickx over de vernieuwde

Nadere informatie

Monitoring van het sociaal woonaanbod. De realisatie van een sociaal woonaanbod op gemeentelijk niveau

Monitoring van het sociaal woonaanbod. De realisatie van een sociaal woonaanbod op gemeentelijk niveau Monitoring van het sociaal woonaanbod De realisatie van een sociaal woonaanbod op gemeentelijk niveau Structuur toelichting 1. Definitie sociaal woonaanbod 2. Monitoring van het sociaal woonaanbod 3. Toename

Nadere informatie

Gemeente MEULEBEKE Toewijzing zoals bepaald door het Sociaal Huurbesluit. Een eigen lokaal toewijzingsreglement

Gemeente MEULEBEKE Toewijzing zoals bepaald door het Sociaal Huurbesluit. Een eigen lokaal toewijzingsreglement TOEWIJZINGSREGLEMENT SOCIALE HUURWONINGEN Gemeente MEULEBEKE INHOUDSTAFEL 1. Inleiding 1.1. Wettelijk Kader 1.2. Gemeentelijke maatregel 2. Algemeen kader inzake toewijzing 2.1. Decretaal principe (Vlaamse

Nadere informatie