Grenzen aan de pedagogische taak van de docent

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Grenzen aan de pedagogische taak van de docent"

Transcriptie

1 KORTLOPEND ONDERWIJSONDERZOEK Pedagogische kwaliteit 80 Grenzen aan de pedagogische taak van de docent Een verdeling van taken binnen de school en tussen school, ouders, jeugdzorg en politie Wiel Veugelers Jaap Schuitema

2 Grenzen aan de pedagogische taak van de docent Een verdeling van taken binnen de school en tussen school, ouders, jeugdzorg en politie Wiel Veugelers Jaap Schuitema

3 CIP-GEGEVENS KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, DEN HAAG Veugelers, W. & Schuitema, J. Grenzen aan de pedagogische taak van de docent. Een verdeling van taken binnen de school en tussen school, ouders, jeugdzorg en politie / W. Veugelers & J. Schuitema 2010, Amsterdam: Department of Child Development and Education, Universteit van Amsterdam. ISBN Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij electronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, or otherwise, without the prior written permission of the publisher. Uitgave: Universiteit van Amsterdam Department of Child Development and Education Spinozastraat 55, 1018 HJ Amsterdam Telefoon: Copyright Department of Child Development and Education, 2010 Dit onderzoek is gefinancierd uit het budget dat het ministerie van OCW jaarlijks beschikbaar stelt aan de LPC ten behoeve van Kortlopend Onderwijsonderzoek dat uitgevoerd wordt op verzoek van het onderwijsveld. 2

4 Inhoud Woord vooraf 4 Samenvatting 5 1 Verkenning van de grenzen Pedagogisch handelen en maatschappelijk ontwikkeling Een onderverdeling in pedagogische taken 8 2 Onderzoeksopzet en uitvoering Onderzoeksvragen en onderzoeksactiviteiten Ontwikkeling van het onderzoeksinstrument Uitvoering van het onderzoek Respons en kenmerken respondenten Resultaten survey onder docenten Hoe verhoudt de pedagogische taak van de school zich tot die van ouders, jeugdzorg en politie en welke taakverdeling is er binnen de school? Verschillen tussen docenten 31 4 Een meer kwalitatief beeld 35 5 Samenvatting en discussie 47 Literatuur 51 Publicaties in de reeks De Pedagogische Dimensie 53 3

5 Woord vooraf Wat is de precies de taak van een docent? Beperkt deze zich tot het doceren van een vak of heeft de docent een ruimere pedagogische opdracht en wordt een docent geacht aandacht te besteden aan de opvoeding van de leerlingen? Deze vraag roept veel discussie op in scholen. Docenten vinden vaak dat maatschappelijke problemen te gemakkelijk op het bordje van de school terecht komen. Docenten en schoolteams vragen zich af wat de pedagogische taak van de docent is, wat de grenzen aan deze taak zijn en welke rolverdeling tussen school, ouders, jeugdzorg en politie adequaat is. Ook onderwijsorganisaties zoals vakbonden stellen zich vragen over de pedagogische taak van de docent. De afdeling AVMO van de AOb heeft een onderzoeksvraag ingediend bij het KortLopend OnderwijsOnderzoek (KLOO). Met dit onderzoek wil zij meer zicht krijgen op hoe docenten denken over de grenzen van hun pedagogische taak, de rolverdeling binnen school en de taakverdeling tussen diverse opvoeders en instanties. Wij hopen dat dit onderzoek een bijdrage levert aan de discussie over de pedagogische taak van de school in scholen zelf en in de samenleving. Wiel Veugelers Jaap Schuitema 4

6 Samenvatting Hoe denken docenten in het voortgezet onderwijs over de pedagogische taak van de school en hoe zien zij de verdeling van taken in de school en tussen de school en ouders, jeugdzorg en politie? Uit de resultaten van het vragenlijstonderzoek blijkt dat ouders de belangrijkste opvoedingsverantwoordelijkheid hebben. De drie partijen buiten de school (ouders, jeugdzorg en politie) hebben volgens de docenten samen evenveel verantwoordelijkheid als de drie groepen functionarissen binnen de school samen. Binnen de school hebben zorgfunctionarissen en mentoren een redelijk grote rol, maar ook de docent zelf wordt geacht verantwoordelijkheid te nemen. Het palet van verantwoordelijkheden geeft de indruk van een keurige verdeling van verantwoordelijkheden over diverse opvoeders. Het aanvullen van elkaars taken lijkt hieruit naar voren te komen. De school concentreert zich nadrukkelijk op de schoolprestaties. De school heeft daarbij oog voor de sociale ontwikkeling van de leerling, vooral ook omdat de school als gemeenschap moet kunnen functioneren. Verdeeld naar personen ziet het beeld er als volgt uit: De docent concentreert zich op de situaties die zich direct in de klas afspelen en die een grote invloed kunnen hebben op het lesgebeuren. Het gaat hier vooral over interactieve aspecten van de omgang tussen leerlingen onderling en van leerlingen met de docent. De mentor krijgt vooral verantwoordelijkheid voor het aandacht besteden aan oorzaken van het slecht presteren in school en ook voor de omgang met andere leerlingen. De zorgfunctionaris/leerlingbegeleider krijgt verantwoordelijkheden op het gebied van het sociaalpsychisch functioneren van leerlingen zoals agressief gedrag naar anderen, depressieve indruk en problemen die de leerling thuis ervaart. Ouders krijgen vooral een grote verantwoordelijkheid toebedeeld op het gebied van de voorwaarden voor schools leergedrag zoals goed eten en slapen, huiswerk maken en aanwezig zijn op school. Jeugdzorg wordt geacht verantwoordelijkheid te nemen wanneer er sprake is van risicovol sociaal gedrag dat hinderlijk is voor anderen en gedrag dat kan duiden op grote persoonlijke problemen. De verantwoordelijkheid van de politie ligt vooral op het gebied van de criminaliteit, met name criminaliteit die zich ook buiten de school manifesteert. Opval- 5

7 lend is dat een duidelijke wetsovertreding als het stelen van een portemonnee van de docent pas op de zesde plaats wordt gezet. Docenten denken niet hetzelfde over de verschillende situaties. Over de boerka en de verantwoordelijkheid van de school zijn de docenten het meest verdeeld. Ook is er een grote verdeeldheid over de verantwoordelijkheid van de school bij situaties die sterk aan thuis zijn gekoppeld: slecht eten, geen huiswerk maken en slecht slapen. In het onderzoek zijn wij uitgegaan van hoe de school, ouders, jeugdzorg en politie volgens docenten zou moeten bijdragen aan de opvoeding. De insteek was problemen bij leerlingen. Eigenlijk zou de insteek moeten zijn hoe scholen, ouders en samenleving samen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van jongeren. Dus meer een ontwikkelingsgerichte benadering, dan een probleembenadering. Een mooie uitdaging voor een groter en omvattender onderzoek. 6

8 1 Verkenning van de grenzen 1.1 Pedagogisch handelen en maatschappelijk ontwikkeling Het onderwijs heeft vanuit een onderwijssociologisch perspectief gezien altijd een bijdrage geleverd aan de opvoeding van jongeren. Scholen hebben namelijk een kwalificerende, selecterende en socialiserende functie. De aandacht voor de pedagogische en socialiserende functie van het onderwijs is in de school, in de wetenschap en in de politiek een tijdlang weinig besproken. De technisch-rationalistische benadering van onderwijs, die dominant werd in de jaren tachtig, had weinig aandacht voor pedagogische doelen (Veugelers, 2007). Ondanks dit gebrek aan aandacht voor de opvoedende taak van het onderwijs ging de socialiserende functie van het onderwijs gewoon verder en werden leerlingen gesocialiseerd tot personen en burgers. Docenten hielden zich vooral impliciet bezig met hun pedagogische taak (Klaassen, 1996). Zelfs toen eind jaren tachtig docenten geacht werden veel te reflecteren op hun handelen, werd vooral vanuit een technologisch en instrumenteel denkkader gereflecteerd op het eigen pedagogisch-didactisch handelen. De doel-middelen relatie kreeg daarbij veel aandacht en niet een reflectie op de doelen zelf. De pedagogische taak van de docent werd niet herkend en was zeker niet erkend en onderwerp van schoolbeleid. Het is mede de verdienste geweest van minister Ritzen om het pedagogische in het onderwijs weer naar voren te halen en de pedagogische taak van docenten wederom te erkennen en te vragen om meer bewuste aandacht voor de uitvoering van deze taak. Maatschappelijke ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat het opgroeien in de samenleving voor jongeren steeds complexer is geworden en dat het relatieve belang van het onderwijs bij opvoeden is toegenomen. De complexere samenleving is gevolg van het eroderen van belangrijke maatschappelijke verbanden, zoals religies en daaraan verbonden instituties, en de verdere individualisering van het sociale leven en het in cultureel opzicht pluriformer worden van de samenleving. Door het complexer worden van de samenleving is opgroeien ingewikkelder geworden. De samenleving als geheel voedt minder op, terwijl jongeren tegelijkertijd meer zelf betekenis moeten geven aan hun leven en keuzes moeten maken. Van de maatschappelijke opvoedingsinstituties zoals levensbeschouwingen, het leger, het verenigingsle- 7

9 ven en hechte gemeenschappen heeft het onderwijs zich relatief nog het beste kunnen handhaven. Vanuit een socialisatieperspectief lijkt het onderwijs nog goed te functioneren. De pedagogische positie van het onderwijs is daardoor relatief sterker geworden. Het maatschappelijke belang van het onderwijs, ook voor de socialisatie van jongeren, is de afgelopen decennia toegenomen. Het gestegen belang van de pedagogische taak van het onderwijs maakt deel uit van een breder palet aan maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in het onderwijs. Van het onderwijs wordt vooral verwacht dat het een belangrijke bijdrage levert aan de kenniseconomie en daarom veel aandacht besteedt aan talen, exacte vakken en economie. Ook worden scholen steeds meer gecontroleerd op hun effectiviteit, vooral in doorstroming en examens. Internationale competitie is er niet alleen in de kenniseconomie, maar ook in het onderwijs dat opleidt voor deze kenniseconomie. Deze gerichtheid op de kenniseconomie en op internationale vergelijkingen lijken zich moeilijk te verdragen met de meer pedagogische taken. 1.2 Een onderverdeling in pedagogische taken De pedagogische taken willen wij onderscheiden in drie componenten: 1) Pedagogische activiteiten gericht op het beter mogelijk maken van het leren voor de kenniseconomie (voorwaardelijke pedagogische activiteiten) 2) Pedagogische activiteiten gericht op het maatschappelijk functioneren (socialiserende pedagogische activiteiten) 3) Pedagogische activiteiten gericht op het compenseren van falen van de ouders (compenserende pedagogische activiteiten) Zeker in de onderwijspraktijk zijn deze drie componenten niet altijd geheel te onderscheiden. Maar zo n onderscheiding kan behulpzaam zijn bij ons onderzoek naar de grenzen van de pedagogische taak van de docent. Uit eerder onderzoek krijgen wij het beeld dat docenten de minste moeite hebben met de voorwaardelijke activiteiten. Of docenten enthousiast werken aan de socialiserende pedagogische activiteiten hangt sterk af van hun opvattingen van de pedagogische professionaliteit en ook het schoolvak dat ze geven. Docenten lijken de meeste moeite te hebben met de compenserende pedagogische activiteiten. Het zijn deze de ouders vervangende activiteiten die veelal irritatie wekken en in debatten over de pedagogische taak van het onderwijs worden ingezet om de pedagogische taak te diskwalificeren. 8

10 2 Onderzoeksopzet en uitvoering 2.1 Onderzoeksvragen en onderzoeksactiviteiten Onderzoeksvragen: 1) Hoe verhoudt de pedagogische taak van de school zich tot die van ouders, jeugdzorg en politie? 2) Hoe is binnen de school de pedagogische taak verdeeld onder docenten, mentoren en zorgfunctionarissen? 3) Hoe zijn de kenmerken van de belangrijkste pedagogische verantwoordelijkheden van de verschillende personen? 4) Wat is de relatie tussen de kenmerken van de situaties en de verdeling van verantwoordelijkheden? 5) Wat is de invloed van school- en persoonskenmerken op de verdeling van verantwoordelijkheden? 2.2 Ontwikkeling van het onderzoeksinstrument Het onderzoeksinstrument bestaat uit vijf onderdelen: 1) Pedagogische doelen 2) Taken van de school 3) Situaties: wiens verantwoordelijkheid? 4) In de klas 5) Persoonlijke gegevens 1) Pedagogische doelen In dit instrument vragen wij aan docenten hoe belangrijk zij een aantal pedagogische doelen vinden en in welke mate deze doelen worden gerealiseerd. Dit instrument is in veel onderzoeken door ons gebruikt. Wij maken hier gebruik van de versie uit het onderzoek naar burgerschapsvorming van Leenders, Veugelers & De Kat (2007; 2008a; 2008b). De items in dit instrument zijn (gerangschikt naar clusters) 9

11 Aanpassing Eerlijkheid: zich eerlijk te gedragen Het ontwikkelen van zelfdiscipline Betrouwbaarheid: het vertrouwen van anderen niet beschamen Gehoorzaamheid Regelmaat en structuur in werk en gedrag Goede manieren Autonomie Het vormen van een eigen mening Kritisch denken Het leren omgaan met kritiek Het onderbouwen van een afwijkende mening Sociale betrokkenheid Rechtvaardigheid Rekening houden met anderen Respect voor andersdenkenden Solidariteit Betrokkenheid bij het lief en leed van anderen Politieke houding gericht op sociale rechtvaardigheid Meewerken aan het doorbreken van bestaande machtsverhoudingen Meewerken aan grotere gelijkheid in de maatschappij Meewerken aan het verminderen van inkomensverschillen Zich inzetten voor een samenleving waarin iedereen kan meebeslissen Wij vragen aan de docenten om op 5-puntsschaal aan te geven wat wenselijk is ( op onze school zouden de leerlingen moeten leren ) en wat feitelijk is ( op deze school leren de leerlingen ) 2) Taken van de school In dit onderdeel vragen wij aan de docenten of bepaalde zorgtaken de verantwoordelijk zijn van de school. De items zijn: 1) Zorg voor de gezondheid van leerlingen 2) Zorg voor het eetgedrag van leerlingen 10

12 3) Zorg voor drank- en drugsgebruik van leerlingen 4) Het geven van seksuele voorlichting (bijv. belang van veilig vrijen) 5) Zorg voor leerlingen met psychische problemen zoals autisme en ADHD 6) Zorg voor leerlingen met leerproblemen zoals dyslexie en faalangst 7) Zorg voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal 8) Zorg voor leerlingen uit probleemgezinnen 9) Verzorgen van buitenschoolse opvang 10) Segregatie tegengaan De docenten konden per item de vraag of het een verantwoordelijkheid van de school is of niet beantwoorden met ja of nee. 3) Situaties. Wie is verantwoordelijk? Dit derde onderdeel is het belangrijkste instrument. De docent krijgen 18 situaties voorgelegd waarbij zij voor elke situatie moeten aangeven wiens verantwoordelijkheid het is om hier aandacht aan te besteden. Het gaat hierbij om zes partijen: drie in de school en drie buiten de school. In de school: 1) Docent 2) Mentor 3) Zorgfunctionaris/leerlingbegeleider Buiten de school 4) Ouders 5) Jeugdzorg 6) Politie De docenten konden aangeven hoe groot de verantwoordelijkheid was van de zes partijen voor elke situatie. Zij konden dit aangeven door het verdelen van 12 balletjes over deze zes partijen. De situaties bestrijken een breed terrein. Bij het in kaart brengen van dit terrein hebben we gebruik gemaakt van het onderzoek naar de opvoeding thuis en op school (Veugelers & De Kat, 1998) en van de twee onderzoeken uit het NWO/PROO aandachtsgebied De pedagogische functie van het onderwijs die betrekking hebben hoe docenten omgaan met spanningsvolle situaties (Maas, Klaassen & Denessen, 2007; Radstake, 2009). De items verdeeld over de clusters zijn: 11

13 Crimineel gedrag 1) Portemonnee docent gestolen 2) Snoep andere leerlingen afnemen 3) Fiets vernielen 4) Vechtpartijen op schoolplein 5) Mes op zak Sociaal gedrag en psychisch welzijn 6) Gepest 8) Dronken op schoolfeesten 9) Cocaïne in de les 10) Depressief lage cijfers 11) Agressief naar andere leerlingen Problemen in het gezin en opvoeding thuis 12) Thuis geslagen 13) Slecht eten 14) Slecht slapen Schoolzaken 7) Ziek lage cijfers 15) Geen huiswerk lage cijfers 16) Spijbelen Meningsuiting 17) Hakenkruizen 18) Boerka 4) In de klas In dit onderdeel vragen wij naar het klasklimaat, in het bijzonder het met elkaar in dialoog gaan. Het instrument is een bewerking van IEA schaal. 5) Persoonlijke gegevens Verschillende persoonsvariabelen en schoolvariabelen kunnen van invloed zijn op de formulering van de grenzen van de pedagogische taak. Persoonsvariabelen: Leeftijd Geslacht 12

14 Aantal jaren werkzaam in onderwijs Aantal lesuren per week Schoolvak Mentor van een klas Zorgfunctionaris Leidinggevende taak Schoolvariabelen In welk onderwijstype werkzaam: vmbo lwoo/bb/kb vmbo gt/tl havo/vwo anders namelijk Welke leeftijdsgroep (onder- of bovenbouw) Aantal leerlingen op locatie Schooltypen op locatie Welke leeftijdsgroepen op locatie 2.3 Uitvoering van het onderzoek Het onderzoek is opgezet op initiatief van AOb/AVMO de afdeling van de vakbond met leden in het openbaar onderwijs. AOb/AVMO zou zorgen voor de respondenten. Vanwege bescherming van de privacy van de vakbondsleden is er geen mailbestand verstrekt aan de onderzoekers. Het bestuur van AOb/AVMO heeft aan haar leden gevraagd om zich in een aan de onderzoekers aan te melden voor deelname aan het onderzoek. De oproep tot deelname is hier opgenomen: OPROEP TOT DEELNAME AAN ONDERWIJSONDERZOEK Welke pedagogische doelen vinden docenten uit het voortgezet onderwijs belangrijk? Hoe zien zij hun zorgtaak en hoe verhoudt deze zich met de taken van ouders, jeugdzorg en politie? Hoe is binnen de school de verdeling in pedagogische taken tussen vakdocenten, mentoren en leerlingbegeleiders? AOb/AVMO is geïnteresseerd in hoe de leden denken over de pedagogische taak, taakverdelingen en grenzen aan die taak. 13

15 AOb/AVMO heeft in het kader van het door de overheid gefinancierde kortlopend onderwijsonderzoek een onderzoek aangevraagd en gehonoreerd gekregen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam (prof. dr. Wiel Veugelers en dr. Jaap Schuitema). De vragenlijst is in te vullen op internet, het invullen kost ongeveer 20 minuten. Om redenen van privacy wordt u niet door de onderzoekers benaderd, maar vragen wij u om u zelf aan te melden bij de onderzoekers. U kunt een mail sturen naar U ontvangt dan een code waarmee u kunt inloggen. Het bestuur van AOb/AVMO hoopt dat veel leden de vragenlijst invullen, zodat wij een goed beeld verkrijgen over hoe de leden denken over de pedagogische taak. In het voorjaar organiseert AOb/AVMO samen met de onderzoekers een symposium over de resultaten van het onderzoek. Wij vragen u vriendelijk om mee te werken aan dit onderzoek. Vriendelijke groet, Namens het bestuur van AOb/AVMO, de Voorzitter Deze oproep is per tweemaal verstuurd naar de leden van AOb/AVMO, is opgenomen in de Nieuwsbrief van AOb/AVMO en in het blad van de AOb, het Schoolblad. Het heeft erg veel moeite gekost om respondenten te krijgen voor het onderzoek. Verklaringen hiervoor in de organisatie van het onderzoek zijn de volgende: - Het bestand was niet specifiek gericht op de doelgroep van docenten voortgezet onderwijs maar bestaat ook uit postactieven en docenten in andere onderwijstypen. - De indirecte manier van benaderen, het je zelf aanmelden is toch weer een extra drempel. Daarnaast zegt de lage respons mogelijk iets over de communicatie tussen vakbond en leden en over perceptie van de relevantie van het te onderzoeken onderwerp. 14

16 2.4 Respons en kenmerken respondenten. De respons bedraagt 42 personen (van 3 personen ontbreken de persoonsgegevens). 39 docenten zijn werkzaam in het voortgezet onderwijs. Havo/vwo docenten zijn beter vertegenwoordigd in de respons dan de vmbo docenten (24 versus 11). Wij vroegen ook aan docenten of zij het meest in de onderbouw of in de bovenbouw werkzaam waren. 31 docenten waren het meest in de bovenbouw werkzaam, en slechts 8 docenten vooral in de onderbouw. De docenten die aan het onderzoek deelnamen hebben veel ervaring in het onderwijs, gemiddeld 26 jaar. De gemiddelde leeftijd van de respondenten is 52 jaar. Het aantal mannen en vrouwen is ongeveer even groot (20 versus 19). 26 van de 39 docenten zijn mentor van een klas en 3 zijn zorgfunctionaris. 3 van de respondenten hebben een leidinggevende functie in de school. Het gemiddelde aantal lesuren dat de docenten per week geven is

17

18 3 Resultaten survey onder docenten 3.1 Hoe verhoudt de pedagogische taak van de school zich tot die van ouders, jeugdzorg en politie en welke taakverdeling is er binnen de school? In de vragenlijst werden 18 verschillende situaties aan de docenten voorgelegd. De docenten konden de relatieve pedagogische verantwoordelijkheid voor een situatie aangeven van zes personen of instanties. Drie daarvan binnen de school (docent, mentor, zorgfunctionaris/leerlingbegeleider) en drie buiten de school (ouders, jeugdzorg, politie) Gemiddelde verantwoordelijkheid personen en instituties over situaties heen Alle situaties per cluster 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie Gemiddelde over alle situaties heen Uit de resultaten blijkt dat ouders de belangrijkste opvoedingsverantwoordelijkheid hebben. De drie partijen buiten de school (ouders, jeugdzorg en politie) hebben volgens de docenten samen evenveel verantwoordelijkheid als de drie groepen functionarissen binnen de school samen. Binnen de school hebben zorgfunctionarissen en mentoren een redelijk grote rol, maar ook de docent zelf wordt geacht verantwoordelijkheid te nemen. Een nadere analyse van de verantwoordelijkheden van elke functionaris voor de onderscheiden situaties maakt beter zichtbaar hoe de verantwoordelijkheden verdeeld zijn en elkaar aanvullen. 17

19 3.1.2 Kenmerken situaties en verantwoordelijkheden In onderzoek naar kritische situaties in het onderwijs wordt gewezen op de invloed van de specifieke aard van de situatie en de context waarin de situatie staat. Deze zijn van grote invloed op het zich al of niet verantwoordelijk voelen ervoor en op de wijze van reageren. Wij hebben de situaties verdeeld over vijf clusters (zie 2.3) 1) Schoolzaken 2) Meningsuiting 3) Sociaal gedrag en psychisch welbevinden 4) Problemen in het gezin en opvoeding thuis 5) Crimineel gedrag Schoolzaken Het betreft hier de situaties 7) Ziek lage cijfers 15) Geen huiswerk lage cijfers 16) Spijbelen 7. Een leerling is regelmatig ziek en zijn cijfers zijn het afgelopen jaar flink naar beneden gegaan. Ook voor uw vak. 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie Een leerling maakt vrijwel nooit huiswerk en haalt hierdoor slechte cijfers. Ook na vele waarschuwingen en gesprekken is hierin geen verandering gekomen. Het blijkt dat dit niet alleen bij uw vak zo is, maar ook bij andere vakken. 18

20 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie Een leerling waar u les aan geeft spijbelt regelmatig. De leerling is hier al regelmatig voor gestraft maar het spijbelen gaat door. 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie Bij al deze drie schoolsituaties is de verantwoordelijkheid van de ouders het belangrijkste. Zij moeten als het ware de goede voorwaarden scheppen voor het schoolgedrag van hun kinderen. De verantwoordelijkheid van de politie komt nauwelijks naar voren, de verantwoordelijkheid van de jeugdzorg vooral bij het spijbelen. Kijken wij naar de verdeling van verantwoordelijkheden in de school, dan is vooral de mentor belangrijk. De mentor wordt geacht leerlingen te begeleiden wanneer zij slechte cijfers halen en niet goed als lerenden functioneren. Pas wanneer de leerling regelmatig spijbelt en dus zelfs niet meer wil deelnemen aan het leren, dan wordt de zorgfunctionaris belangrijk. Opvallend is dat de docent en de mentor een grotere verantwoordelijkheid bij ziekte hebben dan bij het niet maken van het huiswerk. Bij huiswerk wordt een grote verantwoordelijkheid gelegd bij de ouders, terwijl huiswerk toch meer dan ziekte een deel van het leerproces is. Ook in eerder onderzoek hebben we geconstateerd dat de precieze formuleringen van een situatie van grote invloed zijn op de reacties van betrokkenen. In de situatie over huiswerk stond Ook na vele waarschuwingen en gesprekken is hierin geen verandering gekomen. Blijkbaar vinden docenten in dit stadium dat vooral de ouders aan zet zijn. Meningsuiting Het betreft de situaties: 17) Hakenkruizen 18) Boerka 19

21 17. Een groepje leerlingen draagt Lonsdale kleding met nationalistische tekens. Ook tijdens uw lessen. Op de wc zijn hakenkruizen getekend en het vermoeden bestaat dat dit gedaan is door leerlingen van dit groepje. 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie Een aantal islamitische meisjes heeft besloten dat ze een boerka willen dragen en lopen daarmee door de school. Ook tijdens uw lessen dragen deze leerlingen een boerka. 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie In eerder onderzoek vonden wij dat docenten het vaak lastig vinden wanneer zij wel of niet moeten reageren op kleding en andere zichtbare uitingen van bepaalde meningen en culturele en religieuze opvattingen (Veugelers, Derriks & De Kat, 2007). Nog meer dan bij uitspraken van leerlingen is de context en het betekenissensysteem waarin deze attributen functioneren relevant. Ook bleek dat de ouders primair verantwoordelijk zijn. Ook in dit onderzoek hebben de ouders volgens de docenten de meeste verantwoordelijkheid. Binnen de school hebben de zorgfunctionarissen een grote verantwoordelijkheid, dit duidt erop dat de school zich zorgen maakt over de aan uitingen ten grondslag liggende levenshouding. De verantwoordelijkheid van mentor en docent is veel geringer en hangt mogelijk samen met het belang van een positief klas- en schoolklimaat. Bij deze situaties zien wij weer een mogelijk effect van de precieze formulering van de situaties. Bij beide situaties wordt aangegeven dat leerlingen zich op een bepaalde manier middels kleding uiten, ook in de les. Bij de Lonsdale kleding is daaraan toegevoegd het tekenen van hakenkruizen op de wc. In deze situatie is de verant- 20

22 woordelijkheid van de docent minder dan bij de situatie met de boerka, die algemener is geformuleerd. Een ander voorbeeld van het effect van de formulering is dat bij de boerka de docenten moesten aangeven wiens verantwoordelijkheid het is. De situatie wordt daarmee als probleem gedefinieerd Docenten konden niet aangeven dat het een eigen verantwoordelijkheid van de leerling zelf is. Sociaal gedrag en psychisch welzijn Het betreft hier de situaties: 6) Gepest 8) Dronken op schoolfeesten 9) Cocaïne in de les 10) Depressief lage cijfers 11) Agressief naar andere leerlingen 6. Een leerling wordt regelmatig gepest door een groepje andere leerlingen op school. Ook in uw les. De leerling die gepest wordt blijkt zich regelmatig om deze reden ziek te melden. 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie Een leerling is een aantal keren dronken op schoolfeesten verschenen en na navraag bij andere leerlingen blijkt dat deze leerling regelmatig erg veel drinkt. 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie

23 9. Een leerling waar u ook les aan geeft wordt betrapt op het gebruik van cocaïne tijdens een schoolfeest. De leerling heeft ook een zak met pillen bij zich en blijkt regelmatig te gebruiken. 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie De cijfers van een leerling zijn de laatste maanden plotseling naar beneden gegaan. Ook voor uw vak. De leerling reageert erg onverschillig wanneer u hem probeert aan te spreken op zijn prestaties. Hij maakt bovendien een zeer lusteloze en depressieve indruk. 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie Een leerling is in uw les, maar ook daarbuiten, voortdurend agressief naar anderen toe, zowel verbaal als fysiek. U en andere docenten hebben de leerling een aantal keren hierop aangesproken, maar dit heeft niet geholpen. 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie Het welbevinden van leerlingen in het algemeen en zeker binnen de school heeft de aandacht van school. Bij pesten in school scoort de school veel hoger dan de ouders, jeugdzorg en politie samen. Pesten heeft binnen de school de aandacht van zowel docenten, mentoren als zorgfunctionarissen. Het is de situatie waarin de school de meeste verantwoordelijkheid op zich neemt. Het is ook een situatie die flink ingrijpt 22

24 in het dagelijks functioneren in school en sterk bepalend is voor het welzijn van leerlingen en het leerklimaat in de school. De scholen voelen zich sterk verantwoordelijk als de leerling een onverschillige en lusteloze indruk maakt, naast de zorgfunctionaris en de ouders wordt ook een relatieve grote verantwoordelijkheid gelegd bij jeugdzorg. Drank- en drugsgebruik en agressief gedrag heeft aandacht binnen school maar de verantwoordelijkheid wordt vooral gelegd bij de ouders en jeugdzorg. De school heeft hier mogelijk vooral een signalerende taak en de overige instanties meer een zorgverlenende taak. De politie wordt vooral ingeschakeld bij het cocaïnegebruik, de relatief hoge score is misschien mede veroorzaakt doordat in de situatie is toegevoegd dat de leerling op het schoolfeest een zak met pillen bij zich had. Problemen in het gezin en opvoeding thuis Het betreft hier de situaties: 12) thuis geslagen 13) slecht eten 14) slecht slapen 12. Een leerling in uw les heeft regelmatig blauwe plekken en blijkt thuis geslagen te worden. 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie U merkt dat een leerling slecht eet. De leerling eet regelmatig snoep en koek en heeft nooit brood bij zich. De leerling blijkt regelmatig niet te hebben ontbeten 1. docent 2. mentor 3. zorgfunct. 4. ouders 5. jeugdzorg 6. politie

Mondiale vorming en wereldburgerschap

Mondiale vorming en wereldburgerschap KORTLOPEND ONDERWIJSONDERZOEK Pedagogische kwaliteit 70 Mondiale vorming en wereldburgerschap Wiel Veugelers Mechtild Derriks Ewoud de Kat Mondiale vorming en wereldburgerschap Wiel Veugelers Mechtild

Nadere informatie

Het einde van pesten op school in zicht?

Het einde van pesten op school in zicht? KORTLOPEND ONDERWIJSONDERZOEK Pedagogische kwaliteit 77 Het einde van pesten op school in zicht? De effectiviteit van antipestaanpakken op basisscholen Ewoud Roede Charles Felix Het einde van pesten op

Nadere informatie

Scholen op weg naar educatief partnerschap met ouders

Scholen op weg naar educatief partnerschap met ouders KORTLOPEND ONDERWIJSONDERZOEK Pedagogische kwaliteit 71 Scholen op weg naar educatief partnerschap met ouders Dr. C. Klaassen Scholen op weg naar educatief partnerschap met ouders Dr. C. Klaassen CIP-GEGEVENS

Nadere informatie

Mondelinge feedback bij zelfstandig werken

Mondelinge feedback bij zelfstandig werken KORTLOPEND ONDERWIJSONDERZOEK Vormgeving van leerprocessen 74 Mondelinge feedback bij zelfstandig werken Interactie tussen docenten en leerlingen in het VO Yvette Sol Karel Stokking Mondelinge feedback

Nadere informatie

Leerlingen zijn echte mensen!

Leerlingen zijn echte mensen! Windesheimreeks kennis en onderzoek LECTORAAT PEDAGOGISCHE KWALITEIT VAN HET ONDERWIJS Windesheimreeks kennis en onderzoek Femke Geijsel Femke Geijsel combineert haar wetenschappelijk onderzoek sinds 2001

Nadere informatie

Ouderbetrokkenheid bij school ontstaat niet vanzelf

Ouderbetrokkenheid bij school ontstaat niet vanzelf 1 Ouderbetrokkenheid bij school ontstaat niet vanzelf Een inventarisatie van de behoefte aan dienstverlening van de school en van onderwijsorganisaties aan de ouders Werkgroep ouderbetrokkenheid, ingesteld

Nadere informatie

Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen

Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen Een verkenning Klaas Hiemstra Jacqueline Schoones Otto de Loor Monica Robijns APS is een toonaangevend onderwijsadviesbureau

Nadere informatie

Advies. De school en leerlingen met gedrags problemen

Advies. De school en leerlingen met gedrags problemen Advies De school en leerlingen met gedrags problemen De school en leerlingen met gedrags problemen Colofon De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, opgericht in 1919. De raad adviseert, gevraagd

Nadere informatie

G. Driessen J. Doesborgh. De feminisering van het basisonderwijs

G. Driessen J. Doesborgh. De feminisering van het basisonderwijs G. Driessen J. Doesborgh De feminisering van het basisonderwijs DE FEMINISERING VAN HET BASISONDERWIJS ii De feminisering van het basisonderwijs Effecten van het geslacht van de leerkrachten op de prestaties,

Nadere informatie

Zelfmanagement, wat betekent het voor de patiënt?

Zelfmanagement, wat betekent het voor de patiënt? Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Zelfmanagement, wat betekent het voor de patiënt? Monique Heijmans Geeke Waverijn Lieke van Houtum ISBN 978-94-6122-248-0

Nadere informatie

Puberaal, lastig of radicaliserend?

Puberaal, lastig of radicaliserend? Puberaal, lastig of radicaliserend? Grensoverschrijdend gedrag van jongeren in het onderwijs Ine Spee Maartje Reitsma KPC Groep, s-hertogenbosch 2010 Deze publicatie is tot stand gekomen met subsidie van

Nadere informatie

Suzanne Beek, Arie van Rooijen & Cees de Wit. Samen. kun je meer dan alleen. Educatief partnerschap met ouders in primair en voortgezet onderwijs

Suzanne Beek, Arie van Rooijen & Cees de Wit. Samen. kun je meer dan alleen. Educatief partnerschap met ouders in primair en voortgezet onderwijs Suzanne Beek, Arie van Rooijen & Cees de Wit Samen kun je meer dan alleen Educatief partnerschap met ouders in primair en voortgezet onderwijs Colofon Deze brochure is één van de opbrengsten van een project

Nadere informatie

Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs

Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs Rapport 4 Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs Rapport naar aanleiding van het project DigilessenVO in 2009 Bert Zwaneveld Herman Rigter Ruud de Moor Centrum Ruud de Moor Centrum

Nadere informatie

eindrapport onderzoek schoolgrootte uit leerlingperspectief s c h o o l g r o o t t e u i t e e r l i n g p e r s p e c t i e f

eindrapport onderzoek schoolgrootte uit leerlingperspectief s c h o o l g r o o t t e u i t e e r l i n g p e r s p e c t i e f eindrapport onderzoek schoolgrootte uit leerlingperspectief s c h o o l g r o o t t e u i t e e r l i n g p e r s p e c t i e f Schoolgrootte uit leerlingperspectief - Eindrapport Een onderzoek in opdracht

Nadere informatie

Studenten over succesfactoren en verbeterpunten in hun rekenonderwijs

Studenten over succesfactoren en verbeterpunten in hun rekenonderwijs Studenten over succesfactoren en verbeterpunten in hun rekenonderwijs Amsterdam, 28 april 2015 Voorwoord Ook wel eens gehad dat je docent een cruciale rekenfout maakte, waardoor de klas dacht dat ze het

Nadere informatie

Door de bomen het bos. Met tekstbijdragen van: Koos Baas Albert Boekhorst Jan Karmiggelt Dirk van der Veen Maarten van Veen Iwan Wopereis

Door de bomen het bos. Met tekstbijdragen van: Koos Baas Albert Boekhorst Jan Karmiggelt Dirk van der Veen Maarten van Veen Iwan Wopereis Met tekstbijdragen van: Koos Baas Albert Boekhorst Jan Karmiggelt Dirk van der Veen Maarten van Veen Iwan Wopereis Onder redactie van: Maarten van Veen Door de bomen het bos Informatievaardigheden in het

Nadere informatie

Opvoeden en ontwikkelen doen we samen!

Opvoeden en ontwikkelen doen we samen! Opvoeden en ontwikkelen doen we samen! Praktijkgericht onderzoek naar de manier waarop scholen in primair en voortgezet onderwijs hun maatschappelijke opdracht praktisch kunnen vormgeven KPC Groep Sophie

Nadere informatie

Angst en vertrouwen. Het effect van positieve en negatieve factoren op veiligheidsbeleving. drs. Josca Boers

Angst en vertrouwen. Het effect van positieve en negatieve factoren op veiligheidsbeleving. drs. Josca Boers Angst en vertrouwen Het effect van positieve en negatieve factoren op veiligheidsbeleving Samenwerking tussen Dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam en de Vrije Universiteit van Amsterdam

Nadere informatie

Deelname aan voor- en vroegschoolse educatie en de ontwikkeling van kinderen

Deelname aan voor- en vroegschoolse educatie en de ontwikkeling van kinderen Deelname aan voor- en vroegschoolse educatie en de ontwikkeling van kinderen Deelname aan voor- en vroegschoolse educatie en de ontwikkeling van kinderen Twee onderzoeken in het kader van de BOPOprogrammalijn

Nadere informatie

Buurtzorg: nieuw en toch vertrouwd Een onderzoek naar de ervaringen van cliënten, mantelzorgers, medewerkers en huisartsen

Buurtzorg: nieuw en toch vertrouwd Een onderzoek naar de ervaringen van cliënten, mantelzorgers, medewerkers en huisartsen Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Buurtzorg: nieuw en toch vertrouwd Een onderzoek naar de ervaringen van cliënten, mantelzorgers, medewerkers

Nadere informatie

Passend onderwijs aan leerlingen met gedragsproblemen

Passend onderwijs aan leerlingen met gedragsproblemen Ervaren docenten uit het voortgezet onderwijs aan het woord Passend onderwijs aan leerlingen met gedragsproblemen Passend onderwijs aan leerlingen met gedragsproblemen Passend onderwijs aan leerlingen

Nadere informatie

EN NU DE DOCENT NOG...!

EN NU DE DOCENT NOG...! EN NU DE DOCENT NOG...! kernredacteur van dit nummer: Prof. Dr. J.G.L.C. Lodewijks MesoConsult B.V. Tilburg april 1996 1996 MesoConsult B.V. Tilburg Uit deze uitgave mag niets worden verveelvoudigd en/of

Nadere informatie

Wie heeft hier een probleem?

Wie heeft hier een probleem? Martine Amsing Linda Sontag Wie heeft hier een probleem? Gedragsproblemen in het voortgezet onderwijs onderzocht vanuit een interactionele benadering Wie heeft hier een probleem? Gedragsproblemen in het

Nadere informatie

Maatwerk bij meervoudigheid. Domeinoverstijgende dienstverlening aan mensen met meervoudige problematiek

Maatwerk bij meervoudigheid. Domeinoverstijgende dienstverlening aan mensen met meervoudige problematiek Maatwerk bij meervoudigheid Domeinoverstijgende dienstverlening aan mensen met meervoudige problematiek Maatwerk bij meervoudigheid Domeinoverstijgende dienstverlening aan mensen met meervoudige problematiek

Nadere informatie

Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden

Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden Annette Roest Anne Marike Lokhorst Cok Vrooman Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag,

Nadere informatie

EEN LUISTEREND OOR ONDERZOEK NAAR HET INTERNE MELDSYSTEEM INTEGRITEIT BINNEN DE NEDERLANDSE OVERHEID

EEN LUISTEREND OOR ONDERZOEK NAAR HET INTERNE MELDSYSTEEM INTEGRITEIT BINNEN DE NEDERLANDSE OVERHEID EEN LUISTEREND OOR ONDERZOEK NAAR HET INTERNE MELDSYSTEEM INTEGRITEIT BINNEN DE NEDERLANDSE OVERHEID Dr. Gjalt de Graaf Dr. Karin Lasthuizen Thijs Bogers, MA Bram ter Schegget, BSc. Tebbine Strüwer, BSc.

Nadere informatie

Professionals en ondersteuning

Professionals en ondersteuning Professionals en ondersteuning bij mediaopvoeding 1 2013 Nederlands Jeugdinstituut / Stichting Mijn Kind Online Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van

Nadere informatie

Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het?

Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het? Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het? M. Kuijpers, F. Meijers & J. Bakker September 2006 3 Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo Dit onderzoek wordt

Nadere informatie

Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het?

Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het? Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het? M. Kuijpers, F. Meijers & J. Bakker September 2006 3 Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo Dit onderzoek wordt

Nadere informatie

Leerlingen in het. voortgezet onderwijs. Hoe zitten ze in hun vel?

Leerlingen in het. voortgezet onderwijs. Hoe zitten ze in hun vel? Leerlingen in het voortgezet onderwijs Hoe zitten ze in hun vel? De leerlingen in het derde jaar van het voortgezet onderwijs in Limburg: Emotionele ontwikkeling Inventaar 3VO Maastricht, augustus 2011

Nadere informatie