Over de grenzen van de Nederlandse gezondheidszorg

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Over de grenzen van de Nederlandse gezondheidszorg"

Transcriptie

1 Over de grenzen van de Nederlandse gezondheidszorg Europese regels en ontwikkelingen en de consequenties voor Nederlandse patiënten Wilt u meer exemplaren van deze brochure, stuur dan een naar of bel Wilt u meer informatie over de Nederlandse delegatie van de sociaal-democratische fractie in het Europees Parlement, kijk dan eens op onze website: Nederlandse delegatie van de sociaal-democratische fractie in het Europees Parlement

2 Inhoud Inleiding 1 Gezondheidszorg op de Europese agenda 2 Grensoverschrijdend patiëntenverkeer 3 Europese invloed op de Nederlandse stelselherziening 4 Conclusie: Nederland actief voor een Europees gezondheidszorgbeleid 5 Geraadpleegde literatuur 3

3 Inleiding De gezondheidszorg is een van de terreinen waarop de lidstaten van de Europese Unie baas in eigen huis zijn. Gezondheidszorg behoort - zeker voor wat betreft de financieringsaspecten en de inrichting van het ziektekostenverzekeringsstelsel - tot de nationale competentie en daarmee behoren de Europese Commissie en het Europees Parlement zich niet te bemoeien. Praktische ontwikkelingen zijn echter soms sterker dan dit principe van subsidiariteit - zoals het beginsel heet dat zaken die door een lager orgaan kunnen worden gedaan niet door een hoger orgaan ter hand moeten worden genomen. Nederlandse patiënten kunnen wachtlijsten omzeilen door zich in een Belgisch, Duits of ander Europees ziekenhuis te laten behandelen. Verzekeraars en zorgaanbieders zitten klaar om in zo n gat van de markt te springen, ook over de grens. De industrie smeekt om Europese regelingen. En regionale samenwerking over nationale grenzen vraagt om aanpassing en coördinatie van producten en methoden. Zulke ontwikkelingen dwingen Europese ministers van volksgezondheid toch over Europese samenwerking in de gezondheidszorg na te denken. Gelukkig doen ze dat ook. Samenwerking over de grenzen en het wegwerken van obstakels voor patiëntenmobiliteit staan sinds kort op de agenda. Er is een high level reflection process gestart met betrekking tot patiëntenmobiliteit en gezondheidszorgontwikkelingen in de EU. Wat we daar precies van moeten verwachten, is nog onduidelijk. Het proces speelt zich grotendeels achter gesloten deuren af. 1 Of er wat uitkomt en of dat adequaat is en de belangen van patiënten voorop stelt, is lang niet zeker. Want de krachten die de nationale gezondheidszorg richting Europa drijven, zijn vaak tegenstrijdig. Er dreigt een primaat van de Europese interne 1 4 5

4 markt. Dit lijkt steeds meer een heilig principe. Alles wat de werking van de interne markt verstoort, roept de toorn af van de verantwoordelijke Eurocommissarissen Bolkestein en Monti. Denkend vanuit de interne markt wordt vooral gekeken of nationale gezondheidszorgsystemen in overeenstemming zijn met de principes van het vrij verkeer van personen (patiënten en professionals), goederen (medicijnen en medische apparatuur en hulpmiddelen) en diensten (verzekeringen en behandelingen). Ook het mededingingsbeleid is in het geding. Private verzekeraars en zorgverstrekkers willen concurreren, kartelvorming en staatssteun is verboden, de regels voor openbaar aanbesteden moeten worden gevolgd en ga zo maar door. Met name recente uitspraken van het Europees Hof van Justitie laten zien dat de regels van de interne markt ook van toepassing kunnen zijn op de nationale gezondheidszorgsystemen. Zo hebben patiënten ook in een andere lidstaat recht op medische diensten en producten en hoeven ze eigenlijk alleen nog bij een niet-acute ziekenhuisopname vooraf toestemming te hebben van hun ziekenfonds of verzekeraar. Omdat overal in Europa nationale overheden marktelementen en privatisering invoeren in hun gezondheidszorgstelsels, worden deze stelsels steeds ontvankelijker voor het toepassen van de Europese mededingingsregels. Ook de ministers van Financiën en Sociale Zaken ontdekken langzamerhand dat ze veelal met dezelfde problemen geconfronteerd worden: de toenemende vergrijzing en het beslag daarvan op de kosten voor de zorg, toegenomen mondigheid en kennis en een grotere diversiteit in wensen van de gebruikers van de zorg, een groter aanbod van behandelingen en producten en schaarste op diverse segmenten van de arbeidsmarkt van zorgverleners. Stuk voor stuk ook factoren die de kosten opdrijven in een tijd waarin de economische groei flink achteruitgegaan is en er eveneens vanuit de Europese afspraken een sterke druk is om juist te bezuinigen. Europa krijgt steeds meer invloed op de nationale gezondheidszorgstelsels. Vanuit verschillende perspectieven, zoals Sociale Zaken, Financiën, Interne markt, Regionaal beleid en Gezondheidszorg, worden afspraken gemaakt die in meer of mindere mate betrekking hebben op nationale gezondheidszorgsystemen. Het is echter verontrustend om vast te stellen dat politiek leiderschap op dit terrein ontbreekt. Wij pleiten voor het waarborgen van de rechten van patiënten en verzekerden op Europees niveau. Deze discussie is op dit moment direct relevant voor Nederlandse verzekerden. Want Europese regelgeving kan er toe leiden dat garanties als financiële toegankelijkheid en solidariteit in Nederland in het geding komen als de Nederlandse regering haar plannen doorvoert om de nieuwe ziektekostenverzekering privaat te laten uitvoeren. In deze brochure zullen we niet alle problemen met betrekking tot de gezondheidszorg behandelen. We concentreren ons op die zaken die vooral vanuit de invalshoek van economisch en sociaal beleid van belang zijn. Vanuit het perspectief van de Nederlandse verzekerde zal worden gekeken naar wat de invloed van Europese ontwikkelingen op de gezondheidszorg is. Hierbij plaatsen we twee accenten: de invloed van Europa op de mogelijkheden van Nederlandse patiënten om zorg te verkrijgen over de grens en de Europese invloed op de vormgeving en financiering van het zorgstelsel. Hoofdstuk 1 geeft in vogelvlucht weer waar en hoe er in de Europese instellingen over die zaken gepraat wordt. Hoofdstuk 2 verkent vraagstukken die samenhangen met de mobiliteit van patiënten. Hoofdstuk 3 beziet de invloed van de Europese regels voor de interne markt en mededinging op de Nederlandse plannen voor een stelselherziening. Dit leidt in hoofdstuk 4 tot de constatering dat er sprake is van een politiek hiaat. De groeiende Europese dimensie van nationale gezondheidszorgstelsels biedt nieuwe mogelijkheden en kansen, maar kan ook tot negatieve gevolgen leiden. Er moet dus Europees en nationaal veel meer en veel beter gecoördineerde actie ondernomen worden om die kenmerken van nationale gezondheidszorgsystemen die burgers sterk waarderen veilig te stellen tegenover de toenemende invloed van de interne markt en van mededingingsregels. Het gaat hier in het bijzonder om onderlinge solidariteit, kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid. In het slothoofdstuk verkennen we een aantal mogelijkheden voor actie. De bedoeling is dat we daarover op de bijeenkomst met deskundigen en vele betrokkenen in de sector op 20 november a.s. verder praten, om zo op verschillende plekken het bewustzijn t.a.v. die Europese dimensie voor het Nederlands beleid te vergroten. Ieke van den Burg, lid van de Nederlandse delegatie van de sociaaldemocratische fractie in het Europees Parlement. 6 7

5 1 Gezondheidszorg op de Europese agenda Nationale gezondheidszorgsystemen dragen in belangrijke mate bij aan het sociale gezicht van Europa. In alle landen van de Unie achten mensen de toegang tot kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg van het allerhoogste belang. Onderlinge verschillen ten spijt, hebben alle Europese lidstaten in tegenstelling tot bijvoorbeeld de VS een door de overheid gestuurd gezondheidszorg- en ziektekostenstelsel dat iedereen toegang biedt tot noodzakelijke medische zorg. Die systemen zijn gebaseerd op solidariteit tussen arm en rijk, jong en oud, ziek en gezond. Voor de breed gedragen doelstellingen van algemene toegankelijkheid en gelijke kwaliteit in de gezondheidszorg is risicosolidariteit een essentiële voorwaarde. Dit houdt in dat het hoge ziekterisico van de ene mens mede gedragen wordt door de andere mens met een laag ziekterisico. Risicosolidariteit zonder overheidsbemoeienis is echter nauwelijks te realiseren. Hier ligt nadrukkelijk een taak voor de overheid. 2 Totnogtoe is dat vooral de nationale overheid geweest. Ondanks de brede consensus binnen de Europese Unie over de aard en het functioneren van nationale gezondheidszorgsystemen valt echter niet te garanderen dat de nationale overheden in Europa over een decennium nog steeds in staat zullen zijn hun stempel op de gezondheidszorgstelsels te drukken. De toepassing van de Europese regels voor de interne markt op een gezondheidszorgsector waarin marktwerking en private uitvoering een steeds grotere rol krijgen, doet steeds meer afbreuk aan de sturingsmogelijkheden van ministers van volksgezondheid op nationaal niveau. De ontwikkeling van de interne markt heeft echter ook een positieve weerslag op de gezondheidszorg. Europa heeft al veel langer invloed op segmenten van de nationale gezondheidszorgmarkten, waar patiënten hun voordeel mee doen. Vanaf het ontstaan van de interne markt, zijn tal- 2 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) Volksgezondheidszorg,

6 Wat zijn nu de regels, en waar zit de verandering? Om bij een reis of verblijf in het buitenland aanspraken op de verzekering van ziektekosten niet te verliezen heeft Europa al decennia geleden regels (coördinatieverordening 1408/71) opgesteld die de rechten van verzekerden beschermen. De bescherming van deze rechten is een belangrijke waarborg voor het principe van vrij verkeer in Europa. Deze regeling is echter ingewikkeld en werpt dus ondanks alles toch barrières op voor het vrije verkeer van personen. Ziektekostenverzekeringen vallen onder de bevoegdheid van nationale overheden van de lidstaten en de afspraken daarover zijn niet geldig in het buitenland. 4 Dat betekent dat van oudsher een patiënt in het buitenrijke regels van kracht geworden voor belangrijke economische deelmarkten binnen de gezondheidszorg: de markt voor medicijnen, medische instrumenten of verzekeringen. Het toepassen van de principes van het vrij verkeer heeft zeker ook positieve invloed gehad op de kwaliteit van de zorg. Zo heeft men de laatste jaren veel werk gemaakt van het harmoniseren van de kwalificaties van gezondheidszorgprofessionals op een goed niveau. En voor patiënten zijn er veel meer mogelijkheden gekomen om een behandeling in het buitenland te ondergaan. Maar hoe dit ook zij, de Europese verdragsregels voor de interne markt zijn niet opgesteld met de specifieke kenmerken en behoeften van de gezondheidszorgsector in het achterhoofd. Dus zie je vaak dat economische motieven overheersen, dat men een onbelemmerde, vrije, interne markt nastreeft, die soms haaks staat op gezondheidsoverwegingen en de kwaliteit van de zorg. Door het ontbreken van heldere bevoegdheden voor gezondheidsbeleid op Europees niveau is daar de interne markt aan zet. En zo dringt Europa via de achterdeur steeds meer door tot de nationale gezondheidszorgsystemen. In de woorden van de Belgische minister Vandenbroucke: Lidstaten hebben meer controle verloren over hun nationale gezondheidszorgbeleid, dan Europa heeft gewonnen. Met als resultaat een groeiend probleem voor politiek leiderschap op dit terrein. Met het vasthouden aan subsidiariteit, geef je onbedoeld zeggenschap uit handen. 3 Er bestaat een uiterst ongelukkige coalitie tussen enerzijds die regeringen en politieke stromingen die Europa vooral als project voor het bedrijfsleven zien en vooral meer markt en liberalisering nastreven ten koste van de sociale bescherming, en anderzijds de grote verdedigers van de verzorgingsstaten. Beide beroepen zich om het hardst op het subsidiariteitsbeginsel om Europa geen bevoegdheden te geven. Helaas denken onze eigen nationale collega s en partijgenoten ook vaak dat ze door met de rug naar Europa te gaan staan en handen af van onze mooie sociale verworvenheden te roepen, de belangen van hun burgers het beste dienen. Alsof Europa niet een rijdende trein is, die ook de sociale zekerheid en zorgstelsels in zijn vaart meesleurt. Het zou beter zijn een plekje ín die trein te reserveren, en daar bewust ook een Europees gezondheidszorgbeleid op de rails te zetten vanuit de beste doelstellingen en tradities van de Europese verzorgingsstaten. Het Europese Hof van Justitie: recente uitspraken. Het is niet toevallig dat we met het Europese Hof van Justitie beginnen. Waar heldere specifieke Europese wetgeving voor de gezondheidszorg ontbreekt, ligt het voor de hand dat de rechter veel invloed heeft. En die moet roeien met de riemen die er zijn: de Verdragsregels over het vrij verkeer van personen, goederen en diensten. Enkele recente uitspraken van het Europese Hof van Justitie stellen dat de Europese regels van de interne markt bijna onverkort van toepassing zijn op de uitvoering van nationale gezondheidszorgstelsels. Lidstaten dienen bij het vormgeven van hun gezondheidszorgsysteem nadrukkelijk rekening te houden met Europese regels, zo luidt de boodschap. De belangen van individuele bedrijven of individuele zorg-consumenten voeren de boventoon. De uitspraken van het Europese Hof hebben tot flinke beroering geleid. De meeste landen waren niet beducht op een situatie waarin de regels van de interne markt steeds meer van toepassing zijn op hun nationale ziektekostenstelsel. Expliciet was immers in het Verdrag van Amsterdam (1997) nog onderstreept dat de lidstaten zelf verantwoordelijk waren voor hun gezondheidszorgstelsels. Maar mede door de uitspraken van het Hof komen deze nationale verantwoordelijkheden steeds meer op gespannen voet te staan met de principes van vrij verkeer van personen, goederen en diensten in Europa. 3 F. Vandenbroucke, European integration and national health care systems: a challenge for social policy, speech uitgesproken december 2001, htm 4 Floris Goyens, Danny Pieters, Paul Schoukens, Op weg naar een aangepaste coördinatie van de sociale zekerheid in Europa. Voorstellen tot hervorming van Verordening nr. 1408/71, Gent,

7 land alleen recht had op zorg als er sprake was van dringende medische hulp of als de verzekeraar vooraf toestemming had gegeven om in een andere lidstaat een bepaalde geneeskundige behandeling te ondergaan. Huidige regels voor patiëntenverkeer na uitspraken van het Hof Medische kosten in een ander Europees land worden vergoed in de volgende gevallen: a. Er is sprake van dringend benodigde medische hulp; of b. De verzekeraar heeft vooraf toestemming gegeven om in een andere lidstaat een bepaalde geneeskundige behandeling te ondergaan. In dit geval worden de gemaakte medische kosten vergoed. Ook als de tarieven van behandeling hoger zijn dan in de eigen lidstaat. c. Iemand heeft in een andere lidstaat een ambulante behandeling ondergaan of er een medische dienst gekocht: bril, beugel of laserbehandeling (zonder verblijf in een ziekenhuis). In dit geval krijgt hij/zij een vergoeding volgens de maximum tarieven van de eigen verzekering in eigen land. de uitspraken van het Hof al een tendens laten zien van een grofmazige invloed naar steeds fijnmazigere bepalingen. 7 Deze situatie kan zich blijven voordoen zolang er in de Europese verdragen en regelgeving geen duidelijker teksten zijn opgenomen ter bescherming van sociale doelen van de gezondheidszorg tegen marktregels. Herhaling van dergelijke Hof-uitspraken is derhalve zeer waarschijnlijk. De Europese vrije markt blijft aan zet. Dit systeem staat nu onder druk. Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat deze toestemming vooraf in strijd is met de Europese regels voor het vrij verkeer van diensten, goederen en personen. Het Hof vindt dat iemand die in een ander Europees land kosten maakt, die worden gedekt door de nationale verzekering, deze kosten volgens de regels van de nationale verzekering gewoon vergoed moet krijgen. 5 Vooralsnog geldt dit voor medische handelingen zonder ziekenhuisopname. In geval van een medische behandeling in het buitenland waarvoor ziekenhuisopname noodzakelijk is, blijft gelden dat vooraf toestemming moet worden gevraagd aan de verzekeraar. 6 Wat nadrukkelijk de aandacht verdient bij deze uitspraken is het feit dat het Hof beleid maakt en de politiek aan de kant staat. In de rechtszaken was de vraag naar de politieke wenselijkheid van een en ander niet aan de orde. Hoewel het Hof in zijn motivatie soms rekening houdt met het feit dat lidstaten omwille van de betaalbaarheid en de sociale aspecten van het systeem bepaalde maatregelen moeten nemen, toetst het Hof zijn zaken uiteindelijk toch uitsluitend aan de Europese regelgeving. De uitspraken gaan dus over het vrije verkeer van patiënten over de grenzen. Maar de consequenties van dergelijke uitspraken dragen veel verder. De rol van het Hof verdient veel meer discussie. Zeker nu de opeenvolgen- 5 De zaken Kohll, C-158/96 en Decker C , 28 april De zaak Smits-Peerbooms (nr.c-157/99, juli 2001) 7 De zaak Müller-Fauré en Van Riet (arrest van het Hof in zaak C-385/99, 13 mei 2003) 12 13

8 De Europese Commissie en het Europees Parlement Op het politieke vlak was er niet of nauwelijks aandacht voor de gezondheidszorg in Europees verband. Pas in 1999 installeerde de nieuwe Commissie Prodi bij haar aantreden een apart directoraat-generaal Volksgezondheid en Consumentenzaken. Dit houdt zich vooral bezig met algemene volksgezondheidsproblematiek: voorkomen van epidemieën, onderzoekssamenwerking, campagnes tegen het roken. David Byrne, de Commissaris voor Gezondheid en Consumentenbescherming, is een warm pleitbezorger van een eigenstandig en pro-actief Europees gezondheidsbeleid, waarheen gezondheidsonderwerpen die nu worden gereguleerd in de context van de interne markt zouden kunnen worden overgeheveld. Byrne heeft bevoegdheden op gebied van openbare volksgezondheidszorg (bevorderen, beschermen van gezondheid en voorkomen van ziekten), die duidelijke implicaties hebben voor gezondheidszorgstelsels. In de oorspronkelijke versie van het recent gelanceerd Europese actieprogramma voor openbare gezondheidszorg stonden voorstellen voor Europese samenwerking tussen lidstaten met het oog op gezamenlijke klinische richtlijnen en het uitwisselen van informatie over behandelingen en zorg. De intentie was duidelijk. De Commissie wilde gezondheidszorgsystemen op Europees niveau vergelijken en beoordelen. Maar deze plannen zijn bij behandeling door de lidstaten niet gehonoreerd. 8 De financieringsaspecten zijn meer een zaak voor het directoraat-generaal Werkgelegenheid en Sociale Zaken, waar de Griekse socialiste Anna Diamantopoulou de scepter zwaait. Onder dit ministerie van de Europese Commissie valt de coördinatie van sociale zekerheidsregelingen voor mensen die naar andere lidstaten verhuizen, en/of over de grens gaan werken. Individuele europarlementariërs stelden regelmatig vragen waarmee de reactie van de Europese Commissie op uitspraken van het Hof werd getoetst, en waarin leemtes in de coördinatieregels van de ziektekostenstelsels aan de orde werden gesteld - vaak naar aanleiding van veranderingen in nationale regelgeving, die volstrekt voorbij gingen aan de ingrijpende consequenties voor grensarbeiders en migrerende werknemers en hun gezinsleden. 9 De toenmalige voorzitter van de commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken van het Europees Parlement, de vroegere Franse sociaal-democratische premier Michel Rocard, agendeerde het onderwerp van met name de aanvullende ziekteverzekeringen als een onderwerp van sociale politiek. Hij maakte zich zorgen over de vele inwoners van Europa die onverzekerd of onderverzekerd rondlopen: hij kaartte de toenemende risicoselectie en uitsluitingsgronden waardoor zij met name buiten de aanvullende verzekeringen komen te vallen aan in een rapport dat door het Europees Parlement werd aangenomen in Het Europees Parlement koerste op de toezegging van een groenboek, een verkennende brede beleidsnota, die lijnen zou moeten uitzetten om Europees dit wezenlijke onderdeel van de sociale bescherming beter uit te diepen. Dat lukte niet zomaar. Naar aanleiding van het rapport Rocard 10 heeft de Europese Commissie een Mededeling uitgebracht over de Toekomst van de gezondheidszorg en de zorg voor ouderen: het garanderen van toegankelijkheid, kwaliteit en financierbaarheid. 11 Deze mededeling gaat weliswaar niet op alle door het EP aan de orde gestelde punten in, maar formuleert wel drie gezamenlijke doelstellingen: de garantie van toegang voor iedereen tot gezondheidszorg van goede kwaliteit, het verbeteren van de transparantie en kwaliteit van de gezondheidszorgsystemen en het verzekeren van de financiële houdbaarheid van de zorg. Dit heeft bij de Ministers van Sociale Zaken de bereidheid losgemaakt om meer informatie en ervaringen uit te wisselen tussen de nationale gezondheidszorgstelsels binnen de bredere discussie over de modernisering van de sociale zekerheid. Anna Diamantopoulou, eurocommissaris van sociale zaken, draagt hiervoor de verantwoordelijkheid. Tijdens de Europese Raad in Lissabon in maart 2000 werd afgesproken om bij de modernisering van de sociale zekerheid een nieuw instrument in te zetten om de gekozen prioriteiten te verwezenlijken: de methode van open coördinatie. Deze methode houdt in dat Europese landen gezamenlijke doelstellingen formuleren, terwijl elk land in de uitvoering de vrijheid houdt deze op eigen wijze te behalen. Een systeem van benchmarking begeleidt het proces. Op deze manier wordt rekening gehouden met de 8 Rita Baeten, health care on the European political agenda in Degryse, C. en Pochet, P., Social developments in the European Union 2002, Brussel Vgl blz Vgl met betrekking tot vragen over de AWBZ-problematiek de Schriftelijke Vragen van Ieke van den Burg aan de Commissie (E 824/00, E 825/00, en E 2355/02). 10 Verslag over de aanvullende ziektekostenverzekering. Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, aangenomen 16/11/2000 resolutie nummer A5-0266/ COM december

9 grote diversiteit tussen lidstaten, en kan men tegelijkertijd van elkaar leren, zodat de kans dat het beleid naar elkaar toegroeit groter wordt. Het ligt voor de hand om dit instrument ook toe te passen voor het onderwerp gezondheidszorg. De weerstanden bleken daarvoor echter te groot. Nadat in 2001 de Europese Raad van Göteburg de Europese Commissie het mandaat had gegeven om binnen het moderniseringsproces van de sociale zekerheid ook een rapport voor te bereiden over gezondheidszorg en zorg voor de ouderen 12, besloot de Europese Raad, op basis van de conclusies van dit rapport, zich slechts te beperken tot uitwisseling in samenwerking. Europese samenwerking in de sfeer van gezondheidszorg is blijkbaar een zeer gevoelig onderwerp. Men is huiverig om dit fermer te organiseren. 13 Ook vanuit de financieel-economische invalshoek staat de gezondheidszorg in de belangstelling. Niet vreemd, gezien het feit dat de gezondheidszorgsector een aanzienlijk deel uitmaakt van de publieke uitgaven voor sociale zekerheid. In de Europese Unie beslaat de gezondheidszorg tussen de 7 en de 10% van het bruto binnenlands product. De Europese ministers van financiën hebben dan ook gevraagd het onderwerp een plaats te geven binnen Europa s algemene economische beleidsrichtlijnen, om de publieke uitgaven te kunnen controleren. Zo houden verschillende Europese Commissieleden dus de nationale gezondheidszorgstelsels in de gaten. Vanuit verschillende departementen (de directoraten-generaal Gezondheid en Consumentenzaken, Sociale Zaken, Economisch-Financiële Zaken (EcoFin) en Interne Markt) komen voorstellen met consequenties voor de nationale gezondheidszorg. Helaas moeten we constateren dat er niet echt sprake is van samenhangend politiek leiderschap. Reflectie door de nationale regeringen De oorzaken van de grote terughoudendheid zijn vooral te vinden bij de nationale regeringen. De Europese Raad (de Top van staats- en regeringsleiders) gaat natuurlijk niet stilzwijgend voorbij aan de ontwikkelingen. Weliswaar is in het Verdrag van Amsterdam (1997) beklonken dat bevoegdheden voor gezondheidszorg zijn voorbehouden aan de lidstaten. Maar eigenlijk heeft de Europese Raad, onder invloed van de uitspraken van het Europees Hof van Justitie, in 2001 een draai gemaakt door in het bijzon- der aandacht te willen besteden aan de invloed van Europese integratie op de gezondheidszorgstelsels van de lidstaten. 14 Motor daarvan is vooral de Belgische sociaal-democratische minister Frank Vandenbroucke geweest, die toen het voorzitterschap bekleedde. In de volgende Europese bijeenkomsten van de ministers van volksgezondheid bleef het onderwerp op de agenda staan. Op een informele top in Malaga concludeerde men dat niets doen geen optie meer is. Dit leidde tijdens de Europese Raad van juni 2002 tot de constatering dat gezondheidszorgstelsels binnen de Europese Unie steeds meer met elkaar te maken krijgen als direct gevolg van de mobiliteit van patiënten. Men erkende dat de regels van de interne markt invloed hebben op de nationale stelsels, maar benadrukte dat deze in overeenstemming moeten zijn met de doelstellingen van het gezondheidsbeleid. Bilaterale en regionale afspraken over onderling patiëntenverkeer worden steeds belangrijker. Verdere samenwerking is hoogstnoodzakelijk om kansen te benutten voor de toegankelijkheid en betaalbaarheid van kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg in Europa. Op verzoek van de Europese Raad van ministers van Volksgezondheid is daarom op hoog niveau een reflectiegroep tot stand gekomen die antwoorden moet geven op bovenstaande vraagstukken. Om te benadrukken dat het allemaal heel voorzichtig wordt aangepakt, wordt gesproken over een High level reflection process on patient mobility and health care developments in the EU De keuze voor een reflectief proces, in plaats van voor een wat transparanter en helderder procedure van open coördinatie of voor het instellen van een commissie zoals de SPC, de speciale Commissie van hoge ambtenaren die de Raad over sociale bescherming adviseert, geeft al aan hoe moeizaam men het vindt het onderwerp gezondheidszorg naar het Europese niveau te tillen. Men blijft nadrukkelijk het intergouvernementele karakter onderstrepen. Wel is er grote interesse van de lidstaten om deel te nemen. Er zijn vier thema s geselecteerd: 1. Europese samenwerking voor beter gebruik van de middelen en mogelijkheden in de gezondheidszorgsector; 2. Informatievoorzieningen voor patiënten, professionals en beleidsmakers; 12 HLPR/2003/2REV1 Notulen van de vergadering van de high level process of reflection on patient mobility and healthcare developments in the EU, 3 februari Rita Baeten, health care on the European political agenda, vgl blz Zie noot De Europese Raad van Laken, december

10 3. Toegang en kwaliteit van zorg; 4. Nationaal gezondheidsbeleid met Europese verplichtingen in overeenstemming brengen. Met name het laatstgenoemde thema ligt gevoelig. Vooral vanwege dit thema was er aanvankelijk weerstand tegen de oprichting van een werkgroep over patiëntenmobiliteit. De conclusies van de werkgroepen zijn nog niet publiek. De Europese Commissie is verantwoordelijk voor het opstellen van een rapport met de conclusies van het reflectief proces. De onder 4 genoemde werkgroep heeft voorstellen gedaan om de nationale gezondheidszorgsystemen beter te beschermen tegen de regels van de interne markt, vanuit het standpunt dat de regels van het vrije verkeer niet altijd de belangen dienen van het sociale karakter van de gezondheidszorgstelsels. Immers een puur individuele marktbenadering kan haaks staan op uitgangspunten van solidariteit! Maar het laat zich aanzien dat de voorlopige conclusies van deze werkgroep slechts in zeer verwaterde vorm in het uiteindelijke rapport terecht zullen komen. Interventie van eurocommissaris Frits Bolkestein, de Europees Commissaris verantwoordelijk voor de interne markt, is waarschijnlijk. Deze heeft vanaf het begin de bemoeienis vanuit de vakministers van Volksgezondheid en Sociale Zaken verre van zich geworpen en gesteld dat Europese burgers gewoon voordeel moeten trekken van de interne markt op het punt van het gezondheidszorgaanbod. Hij vindt dat de negatieve gevolgen van de marktregels op de financiële stabiliteit van de nationale stelsels schromelijk worden overdreven. 15 Dat belooft dus nog een pittig gevecht te worden HLPR/2003/2REV1, Minutes of the meeting of the high level process of reflection on patient mobility and healthcare developments in the EU, 3 februari De Europese Grondwet Tegelijkertijd met deze discussies speelden zich twee Europese Conventies af, conclaven op zeer hoog niveau van vertegenwoordigers van alle Europese regeringen en van de Europese Commissie, en Europese en nationale parlementariërs. In 2000 stelde de eerste Conventie een EU Handvest van Grondrechten op. Dit handvest werd aan het eind van dat jaar op de Top van Nice als plechtige verklaring geaccordeerd door de staats- en regeringsleiders, maar nog niet als bindend onderdeel van het Verdrag opgenomen. Dat was één van de opdrachten van een tweede Conventie die toen is ingesteld. Deze Conventie onder leiding van Valéry Giscard d Estaing, die van de zomer zijn eindresultaat heeft neergelegd bij de lidstaten, stelt nu voor om het handvest integraal als Hoofdstuk II van wat zij de nieuwe Europese Grondwet noemt, op te nemen. Over die door de Conventie voorgestelde Grondwet moet nu door de lidstaten een besluit worden genomen, waarover in Nederland waarschijnlijk ook een raadgevend referendum zal worden gehouden. Er zijn twee artikelen in dit Handvest die van belang zijn voor de discussie over de zorgstelsels, artikel 35 en 36. Artikel II-35 luidt: Eenieder heeft recht op toegang tot preventieve gezondheidszorg en op medische verzorging onder de door de nationale wetgevingen en praktijken gestelde voorwaarden. Bij de vaststelling en uitvoering van het beleid en de maatregelen van de Unie wordt een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid gewaarborgd. Het daaropvolgende artikel II-36 met betrekking tot diensten van algemeen economisch belang is ook relevant. De Europese Unie erkent en eerbiedigt overeenkomstig de Grondwet de toegang tot diensten van algemeen economisch belang die in de nationale wetgevingen en praktijken is geregeld, teneinde de sociale en territoriale samenhang van de Unie te bevorderen. Het Handvest is vooral bedoeld om de Europese Unie en de lidstaten als die beleid uitvoeren op grond van Europese regels, te binden aan de daarin opgenomen klassieke én sociale en economische grondrechten. Daarbij wordt vooral in die laatste categorie rechten steeds expliciet verwezen naar wat er nationaal geregeld is om materieel aan te geven wat die rechten precies inhouden. Het Handvest en de nieuwe Grondwet bieden dus geen nieuwe rechten, en ook geen nieuwe rechtsbasis om Europees beleid te gaan voeren. Het nieuwe artikel II-35 en II-36 geven echter wel heel dui

11 Er is al langere tijd discussie gaande over deze diensten en hun relatie tot de mededingingsregels. Vanuit de Europese sociale partners, vooral die in de overheids- en semi-overheidssector, wordt gepleit voor een Europese kaderrichtlijn om een kader te bieden voor waar en hoe er sprake moet zijn van speciale behandeling t.o.v. gewone bedrijven in het kader van het mededingings- en interne marktbeleid. 23 Het Europees Parlement heeft dit pleidooi gesteund in een rapport van november 2002 (rapport Langen). 24 De Europese Commissie (DG Markt onder leiding van Commissaris Bolkestein) traineert echter de wensen dienaangaande. In plaats van met duidelijke voorstellen te komen voor zo n kaderrichtlijn naar aanleiding van de vele reacties op het eerdere Groenboek Diensten van Algemeen Belang 25, is er slechts een nieuwe Mededeling uitgebracht die opnieuw de vragen en discussiepunten opsomt. 26 Ook in de Conventie waren de meningen verdeeld over de wenselijkheid van een rechtsbasis die verdergaat dan het huidige artikel 16 van het EG- Verdrag voor de Europese Commissie om met initiatieven te kunnen komen ter invulling van criteria en voorwaarden voor bijvoorbeeld de toegankelijkheid, kwaliteit, en betaalbaarheid van zulke diensten. In de concept-grondwet is uiteindelijk in deel III nog een artikel III-6 ingelast dat een basis biedt voor Europese wetgeving m.b.t. de beginselen en voordelijk handvatten om bij het Europees Hof van Justitie schendingen en beperkingen van die grondrechten bijvoorbeeld veroorzaakt door mededingings- of andere interne-marktregels, aan de kaak te stellen. Het Hof en de nationale rechters hebben daarmee een duidelijk instrument in handen om tot gebalanceerde oordelen te komen, waar niet altijd het belang van de markt voorop hoeft te staan. Helaas is het niet gelukt om ook in de andere delen van de Grondwet meer uitgewerkte bepalingen op te nemen die een betere rechtsbasis zouden verschaffen voor Europees beleid voor de coördinatie van zorgstelsels, de formulering van doelstellingen en samenwerkingsbepalingen. Sommige betrokkenen hadden graag gezien dat in deel I met de doelstellingen en bevoegdheden een duidelijke doelstelling en bijbehorende bevoegdheid was geformuleerd. Hetzelfde geldt voor deel III met de specifieke bepalingen en uitwerkingen. Nu blijft het ongeveer bij de al bestaande en voor meerdere interpretaties vatbare Verdragstekst die spreekt over een aanvullende bevoegdheid op onderdelen (hoofdstuk V afd. 1, artikel III-179). Wel is natuurlijk de financiering van ziektekosten en gezondheidszorgstelsels te beschouwen als onderdeel van de sociale zekerheid. In een nieuw artikel (III-107) wordt voor dit onderdeel en andere onderdelen van sociaal beleid de werkwijze vastgelegd van open coördinatie zoals die in de Lissabonstrategie is ontwikkeld. Dit geeft ook een basis voor initiatieven vanuit de Europese Commissie voor richtsnoeren en indicatoren, en voor de uitwisseling van beste praktijken en rapportage door lidstaten. De rol van het Europees Parlement en de nationale parlementen is in dit conceptartikel nog niet bevredigend omschreven ( Het EP wordt ten volle in kennis gesteld ). Dit zal in de vervolgdiscussie en in de praktijk meer handen en voeten moeten krijgen. Kaderrichtlijn Diensten van Algemeen Economisch Belang In dit verband noemen we ook artikel II-36 over diensten van algemeen economisch belang. Zeker in een situatie zoals in Nederland met een, vergeleken met andere Europese landen, vergaande privatisering en betrokkenheid van commerciële, winstgeoriënteerde ondernemingen in de gezondheidszorg, is het van groot belang het grondrecht van toegang tot diensten van algemeen belang vast te leggen. Er kan echter verschil van interpretatie bestaan over wat nu een dienst van algemeen economisch belang is. Sommigen interpreteren dat alleen in de enge zin van de nutssectoren, energie-, post- openbaar vervoers- diensten e.d. Maar dat hangt ermee samen dat men in veel Europese landen de ziekenhuizen en zorgverstrekkers als onderdeel van de publieke gezondheidszorg ziet, en ook weinig ervaring heeft met particuliere profit-georiënteerde verzekeraars voor ziektekosten. Uit de jurisprudentie van het Europees Hof is duidelijk geworden dat dit een ruime definitie hanteert van wat als onderneming in economische zin beschouwd wordt, ongeacht om wat voor rechtspersoon en financiering het gaat Als dus niet sprake is van een volledig publiek gefinancierd en uitgevoerd stelsel, dat als zodanig buiten de mededingingsregels valt, dan ligt het voor de hand om de particuliere zorgverleners en verzekeraars in de gezondheidszorg op zijn minst onder de categorie diensten van algemeen economisch belang te vatten. 22 ECJ C-41/90 23/04/91 Höfner en Elser vs Macrotron 23 Handvest Services General Interest van EVV en CEEP, 15 juni Zie 24 Rapport Langen zie: Publicatieblad EU C juni 2002, COM (2000) COM (2003)

12 waarden voor het functioneren van diensten van algemeen economisch belang. In het Europees Parlement woedt op dit moment een discussie om tot een standpuntbepaling over de laatste Commissiemededeling te komen, een uiterst controversieel punt. Dat hangt sterk samen met verschillende nationale tradities. Vanuit de Duitse traditie houdt men angstvallig iedere mogelijkheid om Europees te interveniëren af en beroept men zich op subsidiariteit voor de deelstaten en voor het lokale niveau om te bepalen wat een dienst van algemeen economisch belang is, in de veronderstelling dat die dan voor eens en altijd uitgezonderd kan worden van de internemarktregels. In Frankrijk wil men de eigen traditie ook Europees voortzetten, door ook in Europese regels gedetailleerd voor te schrijven wat alom geldende principes en regels voor de verschillende diensten van algemeen economisch belang moeten zijn. In de Economische Commissie van het Europees Parlement wordt momenteel een tweede concept van rapporteur Herzog besproken, nadat zijn eerste opzet volledig was afgekeurd; europarlementariër Ieke van den Burg zal daarop de noodzakelijke amendementen proberen in te dienen in relatie tot de Nederlandse problematiek. 27 Voor de situatie m.b.t. de ziektekostenregelingen in Nederland schieten we met beide benaderingen niks op. Waar wij behoefte aan hebben, is een kaderrichtlijn, die duidelijker dan tot nu toe binnen élk domein waar sprake is van mengvormen van privaat en publiek, de marges en grenzen bepaalt tussen geoorloofde overheidsinterventie en de strakke voorschriften vanuit de interne-marktregels en mededingingsregels, zodat de betrokkenen niet in onzekerheid hoeven te verkeren over hoe het Europees Hof van Justitie die balans zal bepalen als het tot conflicten komt. 27 Ontwerpverslag over het Groenboek over diensten van algemeen belang. Herziene versie 15 oktober 2003, (2003/2152(INI) 2 Grensoverschrijdend patiëntenverkeer Het principe van vrij verkeer van personen wordt onnodig belemmerd door regels van nationale gezondheidszorg. Dat vindt het Europees Hof van Justitie in een serie uitspraken over gezondheidszorgverkeer de laatste jaren. Patiënten moeten ook over de grens naar een dokter kunnen gaan, zo stelt het Hof. Dat Europese lidstaten voorzichtig zijn om hun verzekerden naar een buitenlands ziekenhuis te sturen kan het Hof begrijpen. Ziekenhuiszorg betreft in de regel hoog technologische en dure zorg, wat je in het belang van de bevolking moet kunnen plannen. Maar dat argument gaat niet op voor de rest van de medische diensten buiten het ziekenhuis, vinden de Europese rechters. De eerste uitspraken van het Hof op dit terrein sloegen in als een bom. Overal in Europa werd druk geconfereerd over de consequenties van de verschillende casus. Nederland reageerde ambivalent. De uitspraken van het Hof passen bij het Nederlandse streven naar meer keuzevrijheid voor de patiënt. Maar achter de gewraakte belemmeringen liggen natuurlijk ook redenen verscholen. Er kunnen legitieme redenen zijn om niet zomaar alles wat de individuele zorgconsument vraagt, toe te staan. Gezondheidszorg is immers vaak collectief georganiseerd en op basis van solidariteit gefinancierd. In dit hoofdstuk gaan we in op de vragen hoe Nederlandse patiënten zich op dit moment in Europa bewegen, wat er te zeggen is voor en tegen meer grensoverschrijdend patiëntenverkeer en wat de rol is voor Europees beleid. Patiëntenmobiliteit in relatie tot de onontkoombaar stijgende kosten voor de gezondheidszorg vraagt om een Europese aanpak die verder gaat dan het toepassen van Europese mededingingsregels op de gezondheidszorgmarkt. Er zijn ook sociale criteria in het geding. Het beschermen van rechten van patiënten is meer dan ze als individuele consumenten het recht geven om door heel Europa te shoppen in de gezondheidszorg. Het gaat ook om pro-actief opkomen voor rechten van 22 23

13 patiënten door kwaliteit zichtbaar te maken en de nationale systemen te beoordelen op toegankelijkheid en betaalbaarheid. Kortom: een rol voor Europa om publieke garanties te waarborgen in een liberaliserende gezondheidszorgmarkt. Huidige getallen In Nederland gaan steeds meer mensen voor het raadplegen van een dokter de grens over. De verzekeraars CZ en VGZ, die dominant aanwezig zijn in de Nederlandse grensstreken, registreren dit jaar een sterke groei van verzekerden die voor een behandeling naar het buitenland gaan. De meeste van deze verzekerden hebben een polis bij CZ: mensen in 2002 tegen in VGZ zag vorig jaar 6100 mensen naar het buitenland gaan en verwacht dat het er dit jaar worden. Het zijn geen grote getallen maar toch groeit het aantal grensoverschrijders met grote sprongen. De kosten zijn beperkt. Maar als men bedenkt dat bijvoorbeeld in de Europese Unie rond 1995 bijna geen geld werd uitgegeven aan grensoverschrijdend patiëntenverkeer en daaraan nu gemiddeld 0,5 % van de publieke uitgaven voor gezondheidszorg besteed wordt, zijn deze kosten in verhouding toch sterk gestegen. Vooral in de grensregio s bestaat onder de bevolking grote behoefte om eenvoudiger de grens over te kunnen voor medische verzorging. Het is ook moeilijk uit te leggen dat in Europa vrij verkeer van personen en goederen geldt, maar dat tussen de patiënt en een ziekenhuis net over de grens een huizenhoge muur van bureaucratische afspraken staat. Patiënten moeten regelmatig vele kilometers extra afleggen voor een behandeling in eigen land, die evengoed net over de grens verkregen kan worden. In de Euregio Maas-Rijn is daarom een aantal ziekenhuizen en ziekenfondsen samen gaan werken om patiënten beter te bedienen. 28 Zo n project geeft inzicht in wat er werkelijk gebeurt als de toegankelijkheid van de zorg in het buitenland wordt verbeterd. Want op dit moment kan niemand precies voorzien om welke aantallen patiënten het in de toekomst zal gaan en of die zorg meer gaat kosten. In de periode oktober 2000 tot en met januari 2001 hebben naar schatting 1800 mensen uit de regio Maas-Rijn een beroep gedaan op gezondheidszorg buiten de landsgrenzen. Van deze verzekerden hebben er 1406 deelgenomen aan een evaluatie. Over het algemeen waren de gebruikers zeer tevreden over de verruimde mogelijkheden voor de toegang tot zorg, via behandeling in het buitenland. Het is nog niet bekend of het vrij verkeer van patiënten gepaard ging met hogere kosten. De grafiek Grensoverschrijdend patiëntenverkeer in de Euregio Maas-Rijn naar nationaliteit 29 laat zien dat de Nederlandse patiënten in deze regio veelvuldig gebruik maakten van de mogelijkheden om naar het buitenland te gaan. De vraag is uiteraard relevant welke motieven mensen hebben om hulp in het buitenland te zoeken. Voor alle patiënten geldt dat passender hulp of meer aandacht voor het gezondheidsprobleem belangrijke redenen zijn om gebruik te maken van een buitenlandse dokter. 30 Toch blijken er tussen regio s ook gedragsverschillen waarneembaar. Voor Nederlanders is een kortere wachttijd een belangrijke reden om de grens over te gaan. De reistijd speelt voor hen opvallend genoeg niet zo n grote rol. Belgen betalen minder eigen bijdragen bij een dokter in Nederland of Duitsland. Van grensoverschrijdend patiëntenverkeer en de wensen van de bevolking in de grensregio s gaat een druk uit voor het gezondheidszorgsysteem waarmee de politiek steeds meer rekening moet houden. Zo zouden administratieve procedures en complexe tarief- en kostenstellingen aangepast en vereenvoudigd moeten worden. Wil grensoverschrijdend patiëntenverkeer naar tevredenheid verlopen dan moet er bovendien toegankelijke, complete en vooral ook begrijpelijke informatie over het zorgaanbod in de regio voor handen zijn. Echter, het gaat niet alleen om het vergemakkelijken van grensoverschrijdend verkeer. Er ontstaan ook nieuwe problemen, zoals oneerlijke concurrentie tussen aanbieders aan beide kanten van de grens en druk op de toegankelijkheid van zorg voor mensen uit de eigen regio als voorzieningen erg in trek komen bij (beter betalende) patiënten van over de grens. Hiervoor is afstemming op Europees niveau gewenst. Het moge duidelijk zijn dat op al deze manieren van meer verkeer van patiënten over de grens een druk uitgaat om lokale en nationale gezondheidszorgstelsels aan te passen. 28 Euregio Maas-Rijn, Interreg II-project: vrije toegang tot de gezondheidszorgvoorzieningen in de Euregio Maas-Rijn. Modelproject IZOM integratie zorg op maat, verlag Euregio Maas-Rijn, verslag Gebaseerd op gegevens tabel 1, blz Idem, gebaseerd op tabel 10, blz

14 Argumenten tegen meer grensoverschrijdend patiëntenverkeer Nagenoeg alle lidstaten binnen Europa hebben moeite met onbelemmerd patiëntenverkeer over de grenzen heen. Dat komt vooral omdat de gezondheidszorgstelsels nu nationaal opgezet zijn en uitgaan van collectieve financiering van de kosten. Iedereen draagt bij aan de kosten van mensen die een medische behandeling nodig hebben. Als in dit solidaire systeem mensen meer kosten gaan maken door bijvoorbeeld eerst in Nederland naar de dokter te gaan en dan met dezelfde vraag ook in het buitenland, of als mensen in het buitenland veel sneller toegang hebben tot een dure specialistische ingreep, waarvan de Nederlandse huisarts had geoordeeld dat die niet noodzakelijk was, dan komt het begrip solidariteit onder druk te staan. Uit de evaluatie van het grensoverschrijdend patiëntenverkeer in de Euregio Maas-Rijn kunnen op dit moment nog geen zwaarwegende conclusies worden getrokken. Wel is duidelijk dat medisch shoppen op termijn een antwoord zal gaan vragen, want dat doet binnen een collectief systeem de kosten stijgen voor iedereen. Binnen het ziekenfondsstelsel zoals Nederland dat kent is er bij patiënten die over de grens gaan sprake van dubbele kosten. Verzekeraars sluiten namelijk namens de verzekerden contracten af met aanbieders en werken met een soort abonnement op de medische dienstverlening: dus de dokter krijgt betaald ongeacht de aantallen keren dat hij een patiënt ziet. Gaan Nederlandse ziekenfondspatiënten naar het buitenland dan betaalt de verzekeraar zowel het abonnementstarief voor de verzekerde als een vergoeding voor het consult in het buitenland. Dit argument tegen grensoverschrijdend patiëntenverkeer gaat natuurlijk niet op als op basis van restitutie wordt gewerkt. In dat geval spreek je slechts over verplaatsing van consumptie. Een vitale zorg is dus dat door grensoverschrijdend patiëntenverkeer de kosten van de zorg niet meer te beheersen zijn. De verwachte aantallen zijn nog klein. Toch is men bang voor een doemscenario waarin patiënten, eventueel geholpen door bureau s gespecialiseerd in medisch toerisme, elders in Europa een behandeling ondergaan en ziekenfondsen en de verzekeraar deze terug moeten betalen, ook als de kosten vele malen hoger zijn dan in het eigen land. Daarnaast wijzen verzekeraars er op dat ze niet in staat zijn om garantie te geven voor de kwaliteit van de medische zorg in het buitenland. Op termijn bestaat ook de vrees dat het aanbod van gezondheidszorg minder goed gepland kan worden als te veel patiënten naar het buitenland gaan voor een behandeling. De toegang tot zorg kan onder druk komen te staan voor patiënten die niet de mogelijkheid hebben om verder te reizen, maar voor wie bepaalde diensten niet in stand gehouden kunnen worden, omdat de rest van de bewoners de grens over gaan voor die typen zorg. Er kan een toestand ontstaan dat er capaciteit in stand wordt gehouden voor patiënten die niet komen: een situatie die minister na minister van Volksgezondheid wilde voorkomen in hun streven het budget zo efficiënt mogelijk in te zetten en de kosten zo goed mogelijk te beheersen. Op dit moment zijn het deels hypothetische problemen. Het ligt nog niet echt in de verwachting dat ook mensen van buiten de Nederlandse grensregio s de komende jaren massaal de grens zullen overgaan. Het is dus nog maar de vraag of er wel zoveel behoefte is aan mogelijkheden voor medische behandelingen over de grens. De meeste mensen leggen bij ziekte juist liever geen grote afstanden af en ook familie en vrienden bezoeken liever een zieke dicht bij huis. Daarnaast is het ook moeilijker om in een andere taal geholpen te worden, in andere culturele context met mogelijke andere gedragsnormen waarbij bijvoorbeeld de Nederlandse mondige patiënten een veel bescheidenere rol krijgen toebedeeld dan zij op dit moment gewend zijn. Ook vraagt de aansluiting met de nazorg in Nederland extra aandacht. Om deze redenen verwachten analisten vooralsnog geen grote stromen Nederlandse patiënten die de grens overgaan voor zorg. Wel is het waarschijnlijk dat in sommige gevallen mensen de grens zullen oversteken voor behandelingen in sterk gespecialiseerde centra. Argumenten voor vrij patiëntenverkeer De argumenten tegen meer vrij patiëntenverkeer zijn vooral begrijpelijk vanuit het perspectief van het gezondheidskostensysteem. Voor patiënten zijn er door meer grensoverschrijdend patiëntenverkeer echter ook grote voordelen te behalen. Het belangrijkste voordeel is meer keuzevrijheid. Met de mogelijkheid over de grens te gaan voor medische zorg is het scala aan mogelijkheden voor specifieke behandelingen of genees- of hulpmiddelen vele malen groter. Daarbij geeft de keuze voor medische zorg in het buitenland vanzelfsprekend ook de mogelijkheid om nationale wachtlijsten voor bepaalde ingrepen te omzeilen

15 Bovendien kan Europese grensoverschrijdende samenwerking, onder druk van meer patiëntenverkeer, ook de efficiëntie van gezondheidszorgsystemen sterk verbeteren. Nationale overheden, aanbieders en verzekeraars zullen namelijk steeds beter moeten kunnen uitleggen waarom zij in eigen land ongunstig afsteken bij de in het buitenland gangbare betere behandelingen en/of vergoedingen. Het feit dat patiënten een dokter bezoeken over de grens kunnen nationale aanbieders en verzekeraars opvatten als signaal van onvrede en als een aansporing hun aanbod beter in te richten. De druk die van vrij patiëntenverkeer uitgaat kan samenwerking op Europees vlak bevorderen. Samenwerking door middel van onderlinge uitwisseling van goede voorbeelden van behandeling of bekostiging, best practices, zijn in het directe belang van patiënten. Maar ook het plannen van voorzieningen in grensregio s kan forse budgettaire voordelen opleveren voor de betrokken lidstaten. Ter illustratie: de regio Maas-Rijn heeft op een ongekend kleine oppervlakte drie academische ziekenhuizen, met over het algemeen eenzelfde aanbod aan hoog technologische zorg, enkele specifieke specialisaties daargelaten. Patiënten in deze regio doorverwijzen naar één academisch medisch centrum zal voor alle drie de landen grote kostenbesparingen opleveren, omdat juist ziekenhuiszorg heel veel van de beschikbare budgetten voor gezondheidszorg opslokt. Voorstanders van meer grensoverschrijding zeggen ook dat de argumenten tegen vrij verkeer van patiënten, vanuit het oogpunt van kostenbeheersing door budgettering, eigenlijk zijn achterhaald. Heel lang konden verzekeraars zeggen: Het spijt me dat ik U niet kan behandelen. Het geld is op. Hierover hebben rechters nu geoordeeld: Dit kan niet, zorgverzekeraars hebben een zorgplicht. Een plafond aanbrengen in de uitgaven voor gezondheidszorg, met wachtlijsten als gevolg, is geen manier meer om de kosten in de gezondheidszorg te beheersen. Met de introductie van een recht op zorg is er in feite weer ruimte voor een open-eindefinanciering. Het ontlopen van wachtlijsten door grensoverschrijdend patiëntenverkeer is niet alleen door de uitspraken van het Hof vergemakkelijkt, maar ook door uitspraken van de Nederlandse rechter. De kosten voor de gezondheidszorg zullen daarom met of zonder vergrote patiëntenmobiliteit onontkoombaar stijgen. Een heilzamere weg voor het beheersen van kosten en voor het beter benutten van de capaciteit ligt in samenwerking tussen lidstaten. Zo heeft de Belgische overheid bijvoorbeeld begin 2003 een bilateraal raamakkoord inzake patiëntenmobiliteit gesloten met het Verenigd Koninkrijk. Minister Frank Vandenbroucke nam dat initiatief samen met zijn Engelse ambtgenoot, om de beginnende patiëntenstroom vanuit Engeland naar Belgische ziekenhuizen in goede banen te leiden. Het raamakkoord stelt de voorwaarden vast waaronder de National Health Service wachtlijstpatiënten naar België kan sturen. In principe gebeurt dat volgens de algemene regels van de coördinatieverordening sociale zekerheid (1408/71), maar er wordt bijvoorbeeld uitdrukkelijk bepaald dat het alleen om het benutten van overcapaciteit kan gaan en dat er geen sprake mag zijn van voorrang op Belgische patiënten. Door middel van dit akkoord worden behalve financiële en aansprakelijkheidszaken ook het toezicht op de ontwikkelingen goed geregeld. Het is in dit verband te betreuren dat Nederland nog niet in staat is geweest op de Belgische uitnodiging tot zo n bilaterale overeenkomst in te gaan. Consequenties voor Europees gezondheidszorgbeleid Patiëntenmobiliteit over de grens maakt een aantal vraagstukken zichtbaar waarop Europees patiënten- en gezondheidszorgbeleid in de toekomst in ieder geval een antwoord zal moeten geven. 1 Patiënt en systeem Vanuit het perspectief van de patiënt gezien lijkt grotere patiëntenmobiliteit vooral voordelen op te leveren. Maar de ruimere keuzevrijheid heeft een prijs. Betaalt de financier - in Nederland de verzekeraar - de gemaakte kosten terug van een behandeling waar dan ook en door wie dan ook, dan is er geen sprake van dat vooraf onderhandeld zal worden over de prijs. Dat betekent dat keuzevrijheid onvermijdelijk leidt tot hogere kosten met premieverhogingen als gevolg. Dit kan ook leiden tot een tweedeling in verzekeringen, enerzijds een systeem waarbij de keuze voor de verzekerde beperkt is tot vooraf gecontracteerde dokters, anderzijds verzekeringen met vrijheid in mogelijkheden waarvoor dan wel een veel hogere prijs zal moeten worden betaald. Voor een eerlijke afweging tussen beperkte keuze en meer keuzevrijheid is de vertaling in kosten daarom van belang. Bij een voortschrijdende liberalisering van de gezondheidszorgmarkt zal de patiënt meer keuzes krijgen, maar heeft de overheid steeds minder mogelijkheden om in het belang van het collectief afspraken te maken. De uitspraken van het Europese Hof tonen aan dat het gezondheidszorg

16 Dit raakt aan de fundamentele vraag naar de grondprincipes van gezondheidsbeleid. Dat beleid heeft altijd individuele en collectieve componenten, zo ook op Europees niveau. Ook Europees gezondheidszorgbeleid zal moeten uitgaan van de belangen van de hele bevolking en de vraag hoe een gezondheidszorgsysteem kan bijdragen aan de volksgezondheid. Geen interne marktspecialist kan hier overigens tegen zijn. Want gezondheid wordt alom ook erkend als voorwaarde voor economische ontwikkeaanbod ook als dat gebaseerd is op een non-profit basis of een sociaal doel dient, gezien wordt als een onderneming. Met als gevolg dat de Europese regels voor ondernemingen ook hierop van toepassing zijn. Het beslissende vraagstuk is of de sociale of de economische criteria zullen gaan overheersen. Voor deze afweging is op Europees niveau geen afspraak gemaakt. Door afwezigheid van Europees vastgestelde principes en regels voor gezondheidszorgstelsels maakt het Hof in bovengenoemde zaken over ziektekostenvergoedingen slechts een afweging tussen het gemeenschapsverdrag en de bevoegdheden van de nationale staten. Het Hof heeft geen andere referentie dan de Europese verdragen waarin de regels voor de Europese interne markt een grote rol spelen. Om uit deze situatie te komen zullen in het Europese recht de sociale doelen van de gezondheidszorg beschermd moeten worden. Europees gezondheidsbeleid zal daarom in de eerste plaats een antwoord moeten geven op de vraag hoe op Europees niveau de toegang tot zorg gewaarborgd blijft. 2 Grotere mobiliteit, variaties in kwaliteit Patiëntenmobiliteit, vergemakkelijkt door het Europees Hof, is alleen te realiseren als overal in Europa de gezondheidszorg een vergelijkbare hoge kwaliteitsstandaard heeft. Europees gezondheidszorgbeleid moet zich daarom in de tweede plaats richten op het zichtbaar maken van kwaliteit. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van prestatie-indicatoren. De gemeenschappelijke verwachtingen over de dienstverlening in de gezondheidszorgsector, zoals hoge kwaliteit en toegankelijkheid, kunnen een vertaling vinden in doelstellingen voor Europees gezondheidszorgbeleid. Nationale gezondheidszorgstelsels kunnen wat betreft toegankelijkheid gemeten worden op verschillende aspecten ervan: de financiële, fysieke, geografische en zelfs culturele toegankelijkheid. Tegelijkertijd is het noodzakelijk de professionele eisen die aan medisch personeel gesteld worden, werkzaam waar dan ook binnen de Europese Unie, expliciet vast te leggen. Hoewel de geneeskunde sterk is geïnternationaliseerd, is er nog geen sprake van internationaal overeengekomen standaarden. Opzetten van dergelijke standaarden geeft ook een antwoord op de uitspraak van het Hof over vergoeding van behandelingen die voldoen aan de internationale standaard voor geneeskunde. Binnen gezondheidszorgstelsels kan aan de hand van indicatoren de kwaliteit van de medische dienstverlening gemeten worden. Landelijk kennen we in Nederland het CBO, dat al jaren kwaliteit in de zorg bestudeert. De Europese Commissie financiert op dit moment een project dat gezond- heidsindicatoren moet gaan ontwikkelen. Hierbinnen wordt het begrip prestatie min of meer gelijk gesteld met kwaliteit van zorg. Men stelt vragen als: is de zorg patiëntvriendelijk, zijn er klachten, wat is de overlevingsduur bij kanker etc. 31 Binnen prestatienormen kan ook efficiëntie worden ingeschaald, met vragen als: wat is de prijs-kwaliteit verhouding. De Wereldgezondheidsorganisatie en de OECD vergelijken beide de prestaties van gezondheidszorgsystemen. Ook de Nederlandse regering wil prestatie-indicatoren invoeren om de kwaliteit van de zorg beter te volgen en te waarborgen. 32 Al deze ontwikkelingen kunnen bouwstenen zijn voor Europees gezondheidszorgbeleid. En een bijdrage leveren aan het waarborgen van publieke garanties omtrent kwaliteit en toegankelijkheid bij een langzaam liberaliserende gezondheidsmarkt. 3 Welke patiëntenrechten centraal? Tot nu toe heeft Europees gezondheidszorgbeleid vaker een reactief dan pro-actief karakter en worden gezondheidszorginitiatieven vooral genomen in de context van macro-economisch beleid en de interne markt. De nationale ministers van Volksgezondheid staan steeds voor de vraag hoe het nationaal beleid in overeenstemming gebracht kan worden met de verplichtingen die Europa stelt. Want de regels in de nationale systemen die zijn opgesteld voor algemene toegankelijkheid en onderlinge solidariteit kunnen, zoals het Hof heeft aangegeven, het vrije verkeer van personen en diensten en de concurrentie belemmeren. Het is voorwerp van verhit debat of je langs het onderwerp van verbeterde mogelijkheden voor grensoverschrijdend patiëntenverkeer het hele gezondheidszorgsysteem opnieuw wilt inrichten. Want waar richt een gezondheidszorgsysteem zich op? Op het verbeteren van de gezondheid of reageert het op de uitspraken van het Hof? 31 ECHI-project: European Community Health Indicators 32 Ministerie van Volksgezondheid, Bakens zetten. Naar een Nederlands raamwerk van prestatie-indicatoren voor de gezondheidszorg, december

17 ling. Daarnaast zijn er de individuele belangen van alle burgers en patiënten: hierbij hoort kwaliteit, hierbij hoort toegankelijkheid. Samenhangend met het meetbaar maken van kwaliteit in de zorg is het ter bescherming van de rechten van patiënten van belang om goede instrumenten in te zetten die de financiële toegankelijkheid bewaken. Ook daarop zullen normen ontwikkeld moeten worden, en zal toezicht moeten worden gehouden. Een toezichthouder voor de ziektekostenverzekeringssector moet ook de financiële toegankelijkheid van de zorg toetsen. Niet alleen het naleven van de marktregels moet centraal staan, ook moet rekening worden gehouden met het afwijkende karakter van een gezondheidszorgeconomie ten opzichte van andere economische activiteiten. Bij gezondheidszorg zijn immers ook andere doelen gediend dan alleen de markt. In Europa kunnen we wat dit betreft leren van ervaring die de Amerikanen hebben opgedaan op dit vlak. Zorgverzekeraars in de VS moeten verplicht periodiek door middel van gestandaardiseerde vragenlijsten de tevredenheid over de dienstverlening onder hun verzekerden meten. 3 Europese invloed op de Nederlandse stelselherziening Al jaren wordt in Nederland gesproken over een meer of minder radicale herziening van het ziektekostenstelsel. Op Prinsjesdag 2003 heeft minister Hoogervorst van Volksgezondheid aangekondigd de komende vier jaar een nieuw verzekeringssysteem in te voeren. Het is de bedoeling om meer marktwerking in de zorg te introduceren. Zoals in het regeerakkoord van Balkenende II is afgesproken wil de regering op 1 januari 2006 het onderscheid tussen de huidige ziekenfondsen en particuliere ziektekostenverzekering opheffen en een verplichte basisverzekering voor iedereen invoeren. Het bijzondere van de voorgestelde plannen is echter dat private verzekeraars deze nieuwe verzekering moeten gaan uitvoeren. Zij mogen winst beogen binnen de publieke randvoorwaarden die de overheid stelt, zoals de VWS begroting voor 2004 het formuleert. 33 Het wetsontwerp van de nieuwe zorgverzekeringswet zal in 2004 naar de Tweede Kamer gaan. Stelselherziening volgens Hoofdlijnenakkoord Het kabinet (Balkenende II, ) wil voor Nederlandse patiënten/consumenten een verplichte basisverzekering invoeren. Vanaf 1 januari 2006 gaat iedereen (behalve kinderen onder 18 jaar) dezelfde (nominale) premie betalen. Daarbij geldt voor iedereen (behalve kinderen onder 18 jaar) een eigen risico van vooralsnog _ 200. Als de ziektekostenpremies afgezet tegen het gezinsinkomen te hoog uitvallen, zal een zorgtoeslag (geld terug via de belasting) zorgen voor compensatie. Wat te hoge premielasten zijn is nog niet duidelijk, wel is klip en klaar dat vrijwel iedereen meer geld kwijt zal zijn aan de ziektekostenverzekering VWS Begroting 2004, pg De hoogte van de zorgtoeslag is gelijk aan de genormeerde ziektekosten per huishouden minus de standaard ziektekostenpremie minus het verplicht eigen risico

18 Het centraal gestuurde aanbod in de gezondheidszorg moet volgens het kabinet, zo snel als verantwoord is, vervangen worden door gereguleerde marktwerking. Hiermee zet het de plannen voort van de vorige twee kabinetten. Eigen verantwoordelijkheid en initiatief van de partijen in de zorg komt voorop te staan. De overheid ziet toe of de toegankelijkheid van de gezondheidszorg, de betaalbaarheid en de kwaliteit ervan voor iedereen gegarandeerd blijven. Het kabinet wil marktwerking invoeren in de uitvoering van de ziektekostenverzekeringen. Het is de bedoeling dat deze wettelijk verplichte basisverzekering wordt uitgevoerd door private uitvoerders. Dat is op dit moment anders: de ziekenfondswet regelt nu de uitvoering van het ziekenfonds en worden particuliere ziektekosten verzekerd door private verzekeraars. In het nieuwe stelsel mogen de private verzekeraars winst beogen, mits zij voldoen aan eisen die de overheid stelt: 1. Verzekeraars moeten iedereen accepteren als verzekerde, ze hebben dus een acceptatieplicht; en 2. Verzekeraars mogen geen verschillende premies heffen op grond van de persoonlijke kenmerken van een verzekerde: oud, dik, vrouw, etc; en 3. Verzekeraars zijn verplicht mee te doen aan een risicovereffeningsfonds. Dit nieuwe ziektekostenstelsel wordt voor de helft gefinancierd door de werkgevers via een loongerelateerde bijdrage. De premiebetalers en het Rijk (voor de kinderen tot 18 jaar) betalen de andere helft. Deze plannen bouwen voort op de plannen waaraan de twee voorafgaande Paarse kabinetten hebben gewerkt, die weer voortborduurden op de bevindingen van de Commissie Dekker, 1987, over marktwerking in de zorg. Decennialang debatteert men dus al over een nieuw systeem van verzekering van ziektekosten, dat recht doet aan de nieuwe eisen, verlangens en behoeften van de moderne mens, aan de vergrijzing, de vele nieuwe technische mogelijkheden en de toenemende complexiteit van ziektebeelden. Hamvraag is wat collectief gefinancierd kan blijven en wat voor eigen rekening van iedere burger moet komen. En hoe men een betere dienstverlening kan realiseren: door (centrale) sturing van het zorgaanbod of door het stimuleren van gereguleerde marktwerking, vanuit de vraag naar zorg. De aantrekkingskracht van sociaal-liberale concepten en sturingsprincipes is de laatste decennia in Nederland toegenomen en heeft geleid tot een visie op gezondheidszorg die in grote lijnen is verwoord in het plan Vraag aan Bod, dat onder Paars II tot stand kwam. De plannen zijn te beschrijven als een mengvorm tussen gereguleerde concurrentie en maatschappelijk ondernemersschap. In de nieuwe toedeling van verantwoordelijkheden zal meer worden overgelaten aan patiënten, professionals en verzekeraars en bepaalt de overheid slechts de kaders en controleert zij de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg. De burger heeft rechten, maar daarbij horen ook plichten. Onder het wel erg zwaar aanzetten van deze plichten en een ieders eigen verantwoordelijkheid neemt de regering Balkenende de ideeën van Vraag aan Bod grotendeels over. Nieuw in het zorgvuldig opgebouwde verhaal, dat Vraag aan Bod in zijn nadere uitwerking nog was, is echter de overstap naar een volledig private uitvoering. De zorgverzekering moet volgens de regering worden uitgevoerd door private verzekeraars en aanbieders, die moeten concurreren en winst mogen maken. En met die introductie van winstelementen en concurrentievormen die bijna niet meer afwijken van een commerciële uitvoering, stuit je op de grenzen van wat mogelijk is onder de condities van een publiekrechtelijke sociale verzekering volgens Europese regelgeving. Hoe meer marktprincipes worden geïntroduceerd, hoe moeilijker het wordt Europees vol te houden dat de Nederlandse gezondheidszorg een sociaal stelsel is met eigen condities en randvoorwaarden. Door het introduceren van marktprincipes binnen het gezondheidszorgstelsel wordt de invloed van de Europese interne-marktregels steeds groter. Europa kent deze mengvormen van een collectief gefinancierd stelsel met marktkenmerken niet. De bescherming van de solidaire waarden van de sociale zekerheid tegen de onbedoeld negatieve gevolgen van de regels van de interne markt is ontoereikend geregeld in de Europese verdragen en het Europees recht. Europa zal dus alleen meekijken of de internemarkt- en mededingingsregels wel goed worden toegepast. Dat betekent dat als Nederland de Europese regels voor de markt schendt om bijvoorbeeld de toegankelijkheid van het ziektekostenstelsel te kunnen garanderen, en de private ondernemers daarmee hun concurrentievrijheid beperkt zien, dat die dan naar het Europees Hof kunnen stappen. Dit kan de Nederlandse regering dwingen zich aan de Europese regels te houden - zelfs als dat betekent dat de Nederlandse overheid niet meer kan garanderen dat iedereen afdoende verzekerd is. Het toepassen van Europese regel

19 geving kan dus onbedoeld heel schadelijke consequenties hebben voor de positie van verzekerden in Nederland. Dit is geen reden om de invoering van een nieuw ziektekostenstelsel af te blazen, maar geeft wel aanleiding om de risico s te analyseren. Aanzetten hiertoe zijn al eerder gegeven, in de adviezen van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg en de landsadvocaat in 2000 en In de Europese eenwording speelt de ambitie om een vrije, interne markt te creëren een grote rol. Tegelijkertijd hebben de lidstaten zich het recht voorbehouden de gezondheidszorgstelsels zelf te blijven reguleren. Het Europees gemeenschapsrecht erkent de soevereiniteit van lidstaten op dit onderwerp. De recente uitspraken van het Europees Hof van Justitie hebben echter duidelijk gemaakt dat er grenzen zijn aan die eigen nationale verantwoordelijkheid. Lidstaten mogen niet zomaar meer maatregelen nemen die de werking van de vrije markt belemmeren. Zolang Nederland marktprincipes introduceert binnen een publiek gefundeerd stelsel ziet Europa het gezondheidszorgstelsel als onderdeel van de sociale zekerheid, die tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten behoort. Als Nederland vervolgens in de uitvoering daarvan geen grote aantallen maatregelen treft die het vrij verkeer frustreren is er wat Europa betreft niet zoveel aan de hand. Het is echter de vraag of Europa de plannen van de regering Balkenende beschouwt als passend bij een publiek systeem voor sociale zekerheid. Private verzekeraars zijn hier de beer op de weg. Europa vindt dat het werk van private verzekeraars moet passen binnen de Europese regels. Voor het verzekeringsbedrijf zijn dit in het bijzonder de Schaderichtlijnen. 36 In deze richtlijnen bestaat een uitzondering voor verzekeringen die zijn opgenomen in een wettelijk stelsel van sociale zekerheid. Uit een uitspraak van het Europees Hof van mei 2000 in een zaak tussen de Belgische overheid en de Europese Commissie, is echter af te leiden dat dat niet simpelweg betekent dat een lidstaat kan stellen dat een verzekering behoort tot een wettelijk stelsel. Als de betrokken verzekeraars voor eigen risico werken en met het verzekeringsrisico zaken doen, vallen ze wel degelijk onder de bepalingen van de Derde Schaderichtlijn. Ook artikel 54,1 van die richtlijn dat een uitzondering kent voor verzekeringen die de door het wettelijk stelsel van sociale zekerheid geboden dekking geheel of gedeeltelijk kunnen vervangen, een artikel dat speciaal is opgenomen voor onze Nederlandse WTZ (Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen van 1998), biedt geen soelaas. Immers het gaat niet meer om een aanvullende regeling: er zal in de kabinetsplannen geen wettelijk stelsel meer bestaan naast de door de private verzekeringsmaatschappijen uitgevoerde verzekeringen. Het verbod aan lidstaten om in te grijpen in de contracteer- en premievoorwaarden (artikel 29 van de richtlijn) zal volgens het advies van de landsadvocaat dus voluit van kracht zijn. De regels van de Schaderichtlijnen stellen dus dat de overheid de verzekeraars geen verplichtingen kan opleggen, terwijl de overheid dat bij zorgverzekeraars om redenen van toegankelijkheid van zorg, kwaliteit en risicosolidariteit juist wel wil doen. Zorgverzekeraars krijgen daarom een acceptatieplicht. Iedereen, ziek en gezond, jong en oud, moet zich kunnen laten verzekeren en de verzekeraars mogen niet meer geld vragen aan mensen die veel meer risico lopen om ziek te worden (of dat al zijn). In een publiekrechtelijk systeem, waarin de verzekeraars een publiekrechtelijke status hebben, kunnen die eisen gesteld worden. In een privaatrechtelijk systeem volgens de Europese richtlijnen, niet. De twee adviezen van de RVZ en de landsadvocaat hebben de regering hierop gewezen. Een oplossing is het verzekeringsstelsel niet te laten uitvoeren door commerciële verzekeringsmaatschappijen maar door verzekeraars met een publieke status. Toch houdt Hoogervorst vast aan een private uitvoering. In de nieuwe plannen wordt niet meer gesproken over de mogelijke spanning met Europese regelgeving. De regering staat kennelijk op het standpunt dat de soep niet zo heet wordt gegeten als die wordt opgediend. Het is volgens de regering nog helemaal niet te zeggen of Europa een stelsel uitgevoerd door private ondernemingen niet zal erkennen als een publiek stelsel voor gezondheidszorg. Er ontstaat immers een nieuwe situatie. En de uitspraken van het Hof, tot nu toe, zijn gedaan terwijl er nog nergens sprake was van zo n systeem als wat Nederland nu wil invoeren. Die uitspraken van het Europees Hof kan men daarom niet zomaar doortrekken naar Nederland, vindt men. Deze houding is risicovol, zolang niet duidelijk is wat Europa ervan vindt. 35 RVZ Gezondheidszorg en Europa: Een kwestie van kiezen, Mr. B.J. Drijber en prof. mr. G.R.J. de Groot, Een nieuw stelsel van zorgverzekering, Toetsing aan het gemeenschapsrecht en het internationaal recht, /239/EEG, 88/357/EEG en 92/49 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf

20 Deze onzekerheid kan weggenomen worden door een uitspraak van het Hof uit te lokken. De Nederlandse regering denkt juridische argumenten te hebben die het Hof moeten kunnen overtuigen dat er sprake blijft van een gezondheidszorgstelsel dat valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid. Daarnaast hoopt ze op sympathie van het Hof, omdat de interne markt in ieder geval ten dele wordt gevolgd. Maar ook dat is een veronderstelling die hoogstens kan worden gebaseerd op uitspraken in heel andere gevallen in het verleden. Andere mogelijkheden voor de regering bieden zich aan in het opstellen van Europese regelgeving rondom diensten van algemeen economisch belang. Tot nog toe steunt de Nederlandse regering een smalle interpretatie over wat diensten van algemeen economisch belang zijn. Bij een ruimere interpretatie zou de kaderrichtlijn, waarover nu in Brussel wordt gesproken, de overheid juist instrumenten kunnen geven om waarborgen te stellen bij de uitvoering van ziektekostenverzekeringen. De leidraad daarbij zijn de bepalingen in het nieuwe Europese Verdrag, die op solidariteit gebaseerde gezondheidszorgsystemen beschermen tegen de regels van de Europese vrije markt. Echter het werkelijk realiseren van zo n kaderrichtlijn is nog erg omstreden, zoals in Hoofdstuk 1 is beschreven. Het zal een langdurig lobbyproces vergen, omdat andere Europese landen niet noodzakelijkerwijs dezelfde urgentie voelen als Nederland Eén ding is echter zeker: zonder aanpassing van de private status van de zorgverzekeraar neemt de Nederlandse regering grote risico s. In feite privatiseert zij - weliswaar binnen stevige publieke waarborgen - het gezondheidszorgstelsel. Mocht het Europese Hof oordelen dat de verplichtingen van de overheid aan de verzekeraars niet passen, dan is een eenmaal geprivatiseerd stelsel moeilijk te repareren en kunnen die eisen van de overheid niet meer via verplichtingen aan de verzekeraars worden opgelegd. Met alle gevolgen van dien. Gevolg zou dan bijvoorbeeld kunnen zijn dat verzekeraars toch bepaalde mensen of bepaalde risico s van die mensen kunnen weigeren, of hen onbetaalbare premies opleggen. Voor die mensen zal de overheid dan weer specifieke regelingen moeten treffen, ook op grond van andere internationale verdragen. Het is duidelijk dat in dat geval per saldo voor iedereen sprake zal zijn van extra kosten. Binnen de context van Europese regelgeving is het onderscheid tussen private of publieke uitvoering wel degelijk van belang. Om het risico te vermijden dat we in Nederland een totaal geliberaliseerde gezondheidsmarkt in moeten voeren, is een stelselherziening uitgevoerd door publieke partijen de beste optie. Zijn we er dan? Nee, zegt de landsadvocaat in het eerder genoemde rapport, er zijn ook in de publieke versie van een nieuw ziektekostenstelsel aanpassingen nodig om te voldoen aan Europese regelgeving. Eigenlijk gaat het er dan om dat de Nederlandse plannen voor een nieuw zorgverzekeringsstelsel zodanig moeten worden vormgegeven dat deze in de ogen van Europa voldoen aan de eisen voor een echt publiek stelsel van sociale zekerheid. Welke elementen dat karakter voor Europa bepalen is echter nog geenszins helder. Met de in het rapport van de landsadvocaat gegeven beschrijving kunnen we echter al wel een eind op weg komen. Genoemd worden: - de wettelijke verplichting tot verzekering; - regels van de overheid voor de nominale premies; - verbod op premiedifferentiatie op grond van aan de persoon gerelateerde factoren zoals leeftijd, gezondheid en geslacht; - uitvoering apart van particuliere aanvullende verzekeringen. Daarnaast wordt gewezen op verplichtingen die voortvloeien uit andere internationale verdragen waaraan Nederland gebonden is (ILO verdragen, Europese Code Sociale Zekerheid en bijbehorend protocol van de Raad van Europa, en VN verdrag Economische, sociale en culturele rechten). Deze stellen bijvoorbeeld eisen aan het standaardpakket en de eigen risico s die gehanteerd mogen worden, verbieden eigen betalingen als het gaat om zorg die verband houdt met arbeidsongevallen of beroepsziekten, en met zorg rondom bevalling en zwangerschap, en stellen maxima aan de premies die ten laste van verzekerden mogen komen. Kortom: er is heel wat juridische kennis nodig, zowel van het internemarktrecht als mededingingsrecht als van het internationale sociaal recht, om tot een stelsel te komen dat aan alle eisen voldoet. Een interessante vraag is, of en hoe Nederland nu met de voorgestelde stelselherziening Europees uit de pas gaat lopen. Het antwoord daarop is gemengd. Met de introductie van een basisverzekering voor alle inwoners (in plaats van de tweedeling ziekenfonds versus particuliere verzekering nu) plaatst Nederland zich meer op één lijn met de rest van Europa. Nederland krijgt een verplichte standaardverzekering tegen ziektekosten, die onderdeel uitmaakt van de sociale verzekering. Nederland is in dat opzicht dan te vergelijken met Duitsland, Frankrijk, België, Luxemburg en Oostenrijk. Andere Europese lidstaten financieren hun stelsel via de belasting. 37 Bovendien zijn we door de integratie van de AWBZ in het nieu

Globalisering en gezondheidszorg

Globalisering en gezondheidszorg Globalisering en gezondheidszorg De invloed van Europa op de gezondheidszorgverzekering en de markt van de gezondheidszorg Rita Baeten, VWEC 19 november 2010 Overzicht presentatie Bevoegdheidsverdeling

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 4 november 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 4 november 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

Vragen en antwoorden: Patiëntenrechten bij gezondheidszorg in het buitenland

Vragen en antwoorden: Patiëntenrechten bij gezondheidszorg in het buitenland EUROPESE COMMISSIE NOTA Brussel, 22 oktober 2013 Vragen en antwoorden: Patiëntenrechten bij gezondheidszorg in het buitenland Een oudere Duitse man met diabetes heeft op zijn reis naar Italië van zijn

Nadere informatie

Medisch behandeld worden in de EU

Medisch behandeld worden in de EU Medisch behandeld worden in de EU Waar moet je op letten? epecs European Patients Empowerment for Customised Solutions Algemeen E U R O P E S E REGELGEVING Onze Europese buurlanden 1 zijn veel dichterbij

Nadere informatie

Tweede Europese Forum over de cohesie Georganiseerd door de Europese Commissie

Tweede Europese Forum over de cohesie Georganiseerd door de Europese Commissie Mr Roger VAN BOXTEL, Minister of City Management and Integration, Netherlands Tweede Europese Forum over de cohesie Georganiseerd door de Europese Commissie 21-22 mei 2001 Enkel gesproken tekst geldt Tweede

Nadere informatie

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme prof. dr. Herwig VERSCHUEREN Universiteit Antwerpen De Europese context Overzicht De Europese spelers en hun instrumenten De Europese juridische krijtlijnen

Nadere informatie

the Netherlands. Health Policy, Volume 63, Issue 3, Page 289-298 Cromwell Press.

the Netherlands. Health Policy, Volume 63, Issue 3, Page 289-298 Cromwell Press. Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Marloes Loermans & Judith de Jong. Veel mensen zijn bereid om voor zorg naar het buitenland te gaan, NIVEL, 2008) worden

Nadere informatie

de positie van de verzekerde/patiënt in Nederland en daarbuiten in het licht van de voorgenomen wijziging van art 13 Zvw (EU-aspecten)

de positie van de verzekerde/patiënt in Nederland en daarbuiten in het licht van de voorgenomen wijziging van art 13 Zvw (EU-aspecten) de positie van de verzekerde/patiënt in Nederland en daarbuiten in het licht van de voorgenomen wijziging van art 13 Zvw (EU-aspecten) Jac Rinkes Workshop SKGZ 3-10-13 Zorgverzekeringswet Artikel 13 1.

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 Den Haag Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.minbuza.nl Minbuza-2014.234720 Bijlage(n) fichedocument

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 1249 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

Europese Commissie Directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming Raadpleging inzake gezondheidsdiensten B 232 8/102 B-1049 BRUSSEL België

Europese Commissie Directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming Raadpleging inzake gezondheidsdiensten B 232 8/102 B-1049 BRUSSEL België Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties Chr. Krammlaan 8 Postbus 222 3500 AE Utrecht Telefoon 030 276 99 85 Europese Commissie Directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming Raadpleging

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

EUROPEES PARLEMENT. Commissie werkgelegenheid en sociale zaken EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie werkgelegenheid en sociale zaken 22 november 2001 PE 305.739/1-17 AMENDEMENTEN 1-17 ONTWERPVERSLAG - Piia-Noora Kauppi (PE 305.739) over de mededeling van de Commissie

Nadere informatie

Commissie economische en monetaire zaken. van de Commissie economische en monetaire zaken. aan de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Commissie economische en monetaire zaken. van de Commissie economische en monetaire zaken. aan de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie economische en monetaire zaken 19.11.2012 2012/2234(INI) ONTWERPADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken aan de Commissie werkgelegenheid en sociale

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie. van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie. van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie 10 april 2001 VOORLOPIGE VERSIE 2000/2243(COS) ONTWERPADVIES van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek

Nadere informatie

Titel voorstel: Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de vertaalregelingen voor het EU-octrooi

Titel voorstel: Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de vertaalregelingen voor het EU-octrooi Fiche 9: Verordening EU octrooi vertaalregelingen 1. Algemene gegevens Titel voorstel: Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de vertaalregelingen voor het EU-octrooi Datum Commissiedocument:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 21 501-21 Jeugdraad Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie economische en monetaire zaken. MEDEDELING AAN DE LEDEN nr. 22/2005

EUROPEES PARLEMENT. Commissie economische en monetaire zaken. MEDEDELING AAN DE LEDEN nr. 22/2005 EUROPEES PARLEMENT 2004 ««««««««««««2009 Commissie economische en monetaire zaken MEDEDELING AAN DE LEDEN nr. 22/2005 Betreft: Bijdrage van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bijgevoegd vindt u de bijdrage

Nadere informatie

Impact van de EU op human resources planning in healthcare

Impact van de EU op human resources planning in healthcare Impact van de EU op human resources planning in healthcare Brussel, 10 maart 2007 Rita Baeten Observatoire social européen v.z.w. bevoegdheden EU versus lidstaten Lidstaten Opleiding en onderwijs organisatie

Nadere informatie

Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt

Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt IP/97/507 Brussel, 10 juni 1997 Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt De Europese Commissie heeft haar goedkeuring gehecht aan een Groenboek over aanvullende pensioenen

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE

Nadere informatie

Europese Commissie Directoraat-generaal Gezondheid en Consumentenbescherming Raadpleging inzake gezondheidsdiensten B2328/102 B1049 BRUSSEL België

Europese Commissie Directoraat-generaal Gezondheid en Consumentenbescherming Raadpleging inzake gezondheidsdiensten B2328/102 B1049 BRUSSEL België Europese Commissie Directoraat-generaal Gezondheid en Consumentenbescherming Raadpleging inzake gezondheidsdiensten B2328/102 B1049 BRUSSEL België Datum 31 januari 2007 Ons kenmerk B170107TRA0112 Onderwerp

Nadere informatie

Advies besluitvorming over algemene oriëntatie ( general approach ) in de Raad (juni 2012)

Advies besluitvorming over algemene oriëntatie ( general approach ) in de Raad (juni 2012) Interdepartementale Commissie Europees Recht (ICER) Advies besluitvorming over algemene oriëntatie ( general approach ) in de Raad (juni 2012) ADVIES Bij de vaststelling van een algemene oriëntatie is

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

Goede zorg van groot belang. Nederlanders staan open voor private investeringen

Goede zorg van groot belang. Nederlanders staan open voor private investeringen Goede zorg van groot belang Nederlanders staan open voor private investeringen Index 1. Inleiding p. 3. Huidige en toekomstige gezondheidszorg in Nederland p. 6 3. Houding ten aanzien van private investeerders

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3 RESULTAAT BESPREKINGEN van: Groep civiele bescherming d.d.: 16 april 2002 nr. vorig doc.: 7573/02 prociv

Nadere informatie

ZIJN ZORGINSTELLINGEN AANBESTEDINGSPLICHTIG?

ZIJN ZORGINSTELLINGEN AANBESTEDINGSPLICHTIG? ZIJN ZORGINSTELLINGEN AANBESTEDINGSPLICHTIG? Door mr. A.A. (Ali) Rassa Over de vraag of zorginstellingen aanbestedingsplichtig zijn heeft lange tijd onduidelijkheid bestaan. Gelet op de huidige stand van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en consumentenzaken Nr. 13 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE-

Nadere informatie

Commissie juridische zaken. aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

Commissie juridische zaken. aan de Commissie industrie, onderzoek en energie EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie juridische zaken 25.6.2013 2013/2063 (INI) ONTWERPADVIES van de Commissie juridische zaken aan de Commissie industrie, onderzoek en energie inzake het vrijmaken van

Nadere informatie

De zorgverzekeraar en de ROS. Masterclass zorg op de juiste plaats Bijeenkomst ROSSEN op 4 oktober 2012

De zorgverzekeraar en de ROS. Masterclass zorg op de juiste plaats Bijeenkomst ROSSEN op 4 oktober 2012 De zorgverzekeraar en de ROS Masterclass zorg op de juiste plaats Bijeenkomst ROSSEN op 4 oktober 2012 Agenda De verzekeraar neemt een risico van je over dat jezelf niet kan dragen De zorgverzekeraar is

Nadere informatie

11263/08 ADD 1 mak/gar/hd 1 DG I - 2 B

11263/08 ADD 1 mak/gar/hd 1 DG I - 2 B RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 13 oktober 2008 (21.10) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2007/0163 (COD) 11263/08 ADD 1 EDUC 173 MED 39 SOC 385 PECOS 16 CODEC 895 O TWERP-MOTIVERI G VA DE RAAD Betreft:

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. van de Commissie interne markt en consumentenbescherming

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. van de Commissie interne markt en consumentenbescherming EUROPEES PARLEMENT 2004 2009 Commissie interne markt en consumentenbescherming 2008/0143(CNS) 14.11.2008 ONTWERPADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming aan de Commissie economische

Nadere informatie

Europa in de Tweede Kamer

Europa in de Tweede Kamer Europa in de Tweede Kamer Europa krijgt steeds meer invloed op het dagelijks leven van haar burgers, ook in Nederland. Daardoor lijkt het soms alsof de nationale parlementen buiten spel staan. Dat is niet

Nadere informatie

AMENDEMENTEN 1-21. NL In verscheidenheid verenigd NL 2012/2132(INI) 28.11.2012. Ontwerpadvies Vicente Miguel Garcés Ramón. PE500.

AMENDEMENTEN 1-21. NL In verscheidenheid verenigd NL 2012/2132(INI) 28.11.2012. Ontwerpadvies Vicente Miguel Garcés Ramón. PE500. EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie interne markt en consumentenbescherming 28.11.2012 2012/2132(INI) AMENDEMENTEN 1-21 Vicente Miguel Garcés Ramón (PE500.516v01-00) Toepassing van Richtlijn 2010/13/EU,

Nadere informatie

Commissie interne markt en consumentenbescherming ONTWERPVERSLAG

Commissie interne markt en consumentenbescherming ONTWERPVERSLAG EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie interne markt en consumentenbescherming 24.9.2013 2013/2116(INI) ONTWERPVERSLAG over de toepassing van Richtlijn 2005/29/EG over oneerlijke handelspraktijken (2013/2116(INI))

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 29 mei 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 29 mei 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

1 Over de grenzen van de risicoverevening

1 Over de grenzen van de risicoverevening 1 Over de grenzen van de risicoverevening 1.1 APE, 15 februari 2016 Inleiding In dit paper betrekken we de stelling dat het primaire doel van risicoverevening het waarborgen van solidariteit is. Doelmatige

Nadere informatie

1. 1. Het Comité heeft zich herhaaldelijk uitgesproken over de programma's en activiteiten van de Unie op energiegebied:

1. 1. Het Comité heeft zich herhaaldelijk uitgesproken over de programma's en activiteiten van de Unie op energiegebied: bron : http://www.emis.vito.be Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen dd. 21-01-1998 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C9 van 14/01/98 Advies van het Economisch en Sociaal Comité

Nadere informatie

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE De rechtsgrondslag voor de grondrechten op EU-niveau is lange tijd voornamelijk gelegen geweest in de verwijzing in de Verdragen naar het Europees Verdrag tot

Nadere informatie

13740/1/00 REV 1 ADD 1 die/jel/nj 1 DG J

13740/1/00 REV 1 ADD 1 die/jel/nj 1 DG J RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 februari 2001 (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2000/0157 (COD) 13740/1/00 REV 1 ADD 1 LIMITE SOC 455 FIN 492 CODEC 915 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

PROTOCOL 3. Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI. Besluit

PROTOCOL 3. Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI. Besluit PROTOCOL 3 Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI Besluit De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR), gezien het belang dat zij

Nadere informatie

PvdA Amsterdam Ingediende moties Politieke ledenraad 19-09-2015. Motie bij agendapunt Basisinkomen

PvdA Amsterdam Ingediende moties Politieke ledenraad 19-09-2015. Motie bij agendapunt Basisinkomen PvdA Amsterdam Ingediende moties Politieke ledenraad 19-09-2015 Motie bij agendapunt Basisinkomen 1. de motie Basisinkomen (nr. 37), zoals aangenomen door het Congres van januari 2015, voorstellende een

Nadere informatie

SAMENVATTING SYLLABUS

SAMENVATTING SYLLABUS SAMENVATTING SYLLABUS Julie Kerckaert Inleiding tot het Europees en internationaal recht Academiejaar 2014-2015 Inhoudsopgave Deel 2: Inleiding tot het Europees recht... 2 1. Het juridisch kader van het

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. Commissie interne markt en consumentenbescherming

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. Commissie interne markt en consumentenbescherming EUROPEES PARLEMENT 2004 2009 Commissie interne markt en consumentenbescherming 9.11.2007 WERKDOCUMENT over het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid

EUROPEES PARLEMENT. Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid 31 juli 2001 PE 307.539/1-43 AMENDEMENTEN 1-43 ONTWERPVERSLAG - Werner Langen (PE 307.539) DIENSTEN VAN ALGEMEEN

Nadere informatie

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ---------------------------------------------------------------------------------- CENTRALE RAAD VOOR HET BEDRIJFSLEVEN NATIONALE ARBEIDSRAAD ADVIES Nr. 1.402 Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

: Gerard Spong : 4 juni 2014. Wijziging verzekeringswet

: Gerard Spong : 4 juni 2014. Wijziging verzekeringswet van datum woorden : Gerard Spong : 4 juni 2014 : 1345 Wijziging verzekeringswet 1. De minister van Volksgezondheid heeft het voornemen geuit art. 13 Zorgverzekeringswet te wijzigen. De wijziging komt er

Nadere informatie

1 Het afsluiten van collectieve contracten door gemeenten voor hun werknemers

1 Het afsluiten van collectieve contracten door gemeenten voor hun werknemers 1 Het afsluiten van collectieve contracten door gemeenten voor hun werknemers De heer Heemskerk heeft mij verzocht na te gaan of een individuele gemeente zelfstandig dat wil zeggen los van binnen VNG-verband

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 828 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT ONTWERPADVIES. Commissie internationale handel en consumentenbescherming VOORLOPIGE VERSIE 2004/0137(COD) 31.1.

EUROPEES PARLEMENT ONTWERPADVIES. Commissie internationale handel en consumentenbescherming VOORLOPIGE VERSIE 2004/0137(COD) 31.1. EUROPEES PARLEMENT 2004 ««««««««««««2009 Commissie internationale handel en consumentenbescherming 31.1.2005 VOORLOPIGE VERSIE 2004/0137(COD) ONTWERPADVIES van de Commissie internationale handel en consumentenbescherming

Nadere informatie

Selectief contracteren? Prima, maar beperk mijn keuzevrijheid niet! Verzekerden en verzekeraars over selectief contracteerbeleid

Selectief contracteren? Prima, maar beperk mijn keuzevrijheid niet! Verzekerden en verzekeraars over selectief contracteerbeleid Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Romy Bes, Anne Brabers, Margreet Reitsma-van Rooijen en Judith de Jong. Selectief contracteren? Prima, maar beperk mijn

Nadere informatie

U R O F E D O P. Algemeen Secretariaat Secrétariat Général Generalsekretariat Secretariat General Secretaría General EUROFEDOP-SEMINARIE

U R O F E D O P. Algemeen Secretariaat Secrétariat Général Generalsekretariat Secretariat General Secretaría General EUROFEDOP-SEMINARIE U R O F E D O P Algemeen Secretariaat Secrétariat Général Generalsekretariat Secretariat General Secretaría General EUROFEDOP-SEMINARIE 3-4-5 04 2003 GRIEKENLAND VERSLAG "Mobiliteit CAF/EQM Pensioenen"

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen

32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen T W E E D E K A M E R D E R S T A T E N - G E N E R A A L 2 Vergaderjaar 2010-2011 32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen Nr. 11 AMENDEMENT

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 29 304 Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 253 Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet cliëntenrechten zorg en enkele andere wetten in verband met het tijdig signaleren

Nadere informatie

Samenvatting Europees Recht

Samenvatting Europees Recht Samenvatting Europees Recht Week 1 Export en Europees recht Leerdoelen H4 (Nadruk of EU verdrag en EU werkingsverdrag) - De juridische vormen van export beschrijven - De basisstructuur van de Europese

Nadere informatie

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE)

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 april 2010 (OR. en) PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) LIMITE COEST 89 PESC 444 NIS 25 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú De Socialistische Fractie in het Europees Parlement streeft naar de garantie dat iedereen zich volledig aanvaard voelt zoals hij of zij is, zodat we in onze gemeenschappen

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

Meer eigen regie in Zvw

Meer eigen regie in Zvw Meer eigen regie in Zvw Onze dochter Sofie is met 27 weken geboren. Ze heeft bij de geboorte een hersenbeschadiging gekregen, waardoor ze verschillende beperkingen heeft. De meest ingrijpende is een zeer

Nadere informatie

Zorg om de zorg. Menselijke maat in de gezondheidszorg

Zorg om de zorg. Menselijke maat in de gezondheidszorg Zorg om de zorg Menselijke maat in de gezondheidszorg Prof.dr. Chris Gastmans Prof.dr. Gerrit Glas Prof.dr. Annelies van Heijst Prof.dr. Eduard Kimman sj Dr. Carlo Leget Prof.dr. Ruud ter Meulen (red.)

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2015Z08639 Datum 27 mei 2015

Nadere informatie

10 jaar Zvw: een evaluatie

10 jaar Zvw: een evaluatie 10 jaar Zvw: een evaluatie Masterclass NieuweZorg 3.0, 11 februari 2016 Wim Groot Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing

Nadere informatie

Conclusies van de Raad betreffende de bestrijding van het tabaksgebruik

Conclusies van de Raad betreffende de bestrijding van het tabaksgebruik RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 17 november 1999 (OR. en) 12545/1/99 REV 1 LIMITE SAN 171 Betreft : Conclusies van de Raad betreffende de bestrijding van het tabaksgebruik DG I CONCLUSIES VAN DE RAAD

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 december 2005 (03.01) 15929/05 EDUC 197 STATIS 100

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 december 2005 (03.01) 15929/05 EDUC 197 STATIS 100 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 20 december 2005 (03.01) 15929/05 EDUC 197 STATIS 100 NOTA van aan: nr. Comv.: Betreft: het voorzitterschap het Onderwijscomité 11704/05 EDUC 123 STATIS 75 - COM(2005)

Nadere informatie

De werknemer opnieuw centraal in de toekomstige strategische richtsnoeren op vlak van vrijheid, veiligheid en recht

De werknemer opnieuw centraal in de toekomstige strategische richtsnoeren op vlak van vrijheid, veiligheid en recht Resolutie Van de Europese Confederatie van Onafhankelijke vakbonden (CESI) De werknemer opnieuw centraal in de toekomstige strategische richtsnoeren op vlak van vrijheid, veiligheid en recht Voor een betere

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 1811 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Nadere informatie

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516 RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 16 september 2008 Betreft: Voorstel voor een Verordening (EG)

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

ONTWERPADVIES. NL In verscheidenheid verenigd NL 2011/0339(COD) 11.4.2012. van de Begrotingscommissie

ONTWERPADVIES. NL In verscheidenheid verenigd NL 2011/0339(COD) 11.4.2012. van de Begrotingscommissie EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Begrotingscommissie 11.4.2012 2011/0339(COD) ONTWERPADVIES van de Begrotingscommissie aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid inzake het voorstel

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting Aanleiding voor het onderzoek Het nationale bestuursrecht is van oudsher verbonden met het territorialiteitsbeginsel. Volgens dat beginsel is een autoriteit alleen bevoegd op het grondgebied

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT 2009-2014. Zittingsdocument 23.1.2014 B7-0000/2014 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7-0000/2014

EUROPEES PARLEMENT 2009-2014. Zittingsdocument 23.1.2014 B7-0000/2014 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7-0000/2014 EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Zittingsdocument 23.1.2014 B7-0000/2014 ONTWERPRESOLUTIE naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7-0000/2014 ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) PUBLIC 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383 NOTA van: aan: vorig doc. Betreft: het secretariaat-generaal de Raad 8277/06

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

ANONIEM Bindend advies

ANONIEM Bindend advies ANONIEM Bindend advies Partijen : A te B vs C te D Zaak : Hulpmiddelenzorg, wijziging prothesemaker Zaaknummer : ANO07.369 Zittingsdatum : 21 november 2007 1/6 BINDEND ADVIES Zaak: ANO07.369 (Hulpmiddelenzorg,

Nadere informatie

Dat is in Duitsland anders... 2 Dat regelt de EU... 2. EG-verordening... 2 Geld- in plaats van uitkeringen in natura... 2

Dat is in Duitsland anders... 2 Dat regelt de EU... 2. EG-verordening... 2 Geld- in plaats van uitkeringen in natura... 2 A6 Ziekteverzekering Inhoudsopgave Dat is in Duitsland anders... 2 Dat regelt de EU... 2 EG-verordening... 2 Geld- in plaats van uitkeringen in natura... 2 Zo is de situatie in Duitsland... 2 Juridische

Nadere informatie

2.Toestemming om gegevens die beschikbaar zijn gesteld te mogen raadplegen.

2.Toestemming om gegevens die beschikbaar zijn gesteld te mogen raadplegen. > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I P7_TA(200)0052 Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 0 maart 200 over het voorstel voor een richtlijn van het

Nadere informatie

Intentieverklaring. inzake onderwijssamenwerking tussen Nederland en Vlaanderen

Intentieverklaring. inzake onderwijssamenwerking tussen Nederland en Vlaanderen Intentieverklaring van de Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dr. Jet Bussemaker en de Vlaamse minister van Onderwijs en viceministerpresident van de Vlaamse Regering, Hilde Crevits,

Nadere informatie

Colloquium NIC 1/10/2015: afsluiting

Colloquium NIC 1/10/2015: afsluiting Colloquium NIC 1/10/2015: afsluiting Dames en Heren, Het is mij een eer en een genoegen om dit boeiende colloquium te mogen afsluiten. Deze middag hebben we in elk geval een voortschrijdend inzicht gekregen

Nadere informatie

Van belang. Het verhaal van de Nederlandse Vereniging van Banken

Van belang. Het verhaal van de Nederlandse Vereniging van Banken Van belang Het verhaal van de Nederlandse Vereniging van Banken De som der delen De uitdagingen van de sector Door de NVB Van belang De nieuwe realiteit In Nederland zijn ruim tachtig Nederlandse en buitenlandse

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie

Nederlandse Zorgautoriteit

Nederlandse Zorgautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11 F 030 296 82

Nadere informatie

geraadpleegd door de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag (C5-0757/2000),

geraadpleegd door de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag (C5-0757/2000), P5_TA(2002)0430 Europees netwerk voor justitiële opleiding * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het initiatief van de Franse Republiek met het oog op de aanneming van het besluit van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 22 112 Ontwerp-Richtlijnen Europese Commissie Nr. 48 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

(Mededelingen) EUROPEES PARLEMENT

(Mededelingen) EUROPEES PARLEMENT 4.8.2011 Publicatieblad van de Europese Unie C 229/1 II (Mededelingen) MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE EUROPEES PARLEMENT Reglement van de Conferentie van de

Nadere informatie

14957/15 ADD 1 nuf/van/hw 1 DGD 1C

14957/15 ADD 1 nuf/van/hw 1 DGD 1C Raad van de Europese Unie Brussel, 24 februari 2016 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0091 (COD) 14957/15 ADD 1 ENFOPOL 403 CSC 305 CODEC 1655 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Standpunt

Nadere informatie

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011 EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie begrotingscontrole 2010/2169(DEC) 3.2.2011 ONTWERPVERSLAG over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken. 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24

EUROPEES PARLEMENT. Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken. 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24 EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24 Ontwerpadvies (PE 329.885) Carmen Cerdeira Morterero

Nadere informatie

Gedragscode Fondsenwerving

Gedragscode Fondsenwerving Gedragscode Fondsenwerving Inleiding Financiering van de Vereniging VGnetwerken vindt plaats langs vier hoofdstromen: 1. structurele financiering (subsidiëring) vanuit de overheid, bedoeld voor de instandhouding

Nadere informatie

jc Nederlandse / Zorgautoriteit

jc Nederlandse / Zorgautoriteit jc Nederlandse / Zorgautoriteit De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ DEN HA AG Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht t 030 296 81 11 F 030 296

Nadere informatie

Over de passage tussen haken op de bladzijden 2-3 is nog geen overeenstemming bereikt.

Over de passage tussen haken op de bladzijden 2-3 is nog geen overeenstemming bereikt. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 november 2003 (21.11) (OR. en) 15014/03 ECOFIN 353 FIN 519 RELEX 437 NOTA van: aan: Betreft: het secretariaat-generaal van de Raad het Coreper/de RAAD Ontwerp-verslag

Nadere informatie

Wie bestuurt de Europese Unie?

Wie bestuurt de Europese Unie? Wie bestuurt de Europese Unie? De Europese Unie (EU) is een organisatie waarin 28 landen in Europa samenwerken. Eén ervan is Nederland. Een aantal landen werkt al meer dan vijftig jaar samen. Andere landen

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 -----------------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- Nationaal profiel voor veiligheid en gezondheid op het werk

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties prof dr wim derksen Aan de directeur Bouwen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de heer drs J.M.C. Smallenbroek zondag 23 november 2014 Geachte heer Smallenbroek, Op uw verzoek

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 11.1.2006 B6-0038/2006 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6-0345/2005

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 11.1.2006 B6-0038/2006 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6-0345/2005 EUROPEES PARLEMENT 2004 Zittingsdocument 2009 11.1.2006 B6-0038/2006 ONTWERPRESOLUTIE naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6-0345/2005 ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5 van het

Nadere informatie