Een rugzak gevuld met cultuur

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een rugzak gevuld met cultuur"

Transcriptie

1 Een rugzak gevuld met cultuur

2 Een rugzak gevuld met cultuur

3 Inhoudsopgave Inleiding 4 1 Cultuureducatie binnen de opleidingen De context Doelstellingen en visies van de opleidingen Cultuureducatie in het curriculum De spelers Conclusie 25 2 De Pabo en het culturele veld De Pabo als partner Contacten en uitwisseling via netwerken Op de werkvloer: de studenten De onderwijspraktijk 67 3 Kunst, erfgoed en cultuureducatie 84 4 Drie oud-studenten aan het woord 90 5 Verdieping Cultuureducatie in de opleidingen tot Nabeschouwing 106 Adressen 110 Fotoverklaring 115

4 Inleiding Steeds meer studenten in de lerarenopleiding basisonderwijs verwerven competenties op het terrein van cultuureducatie. Cultuur, erfgoed en kunst, daar draait het om sinds in 2001 het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap financiële middelen ter beschikking stelde om cultuureducatie te verankeren in het curriculum van de opleiding. Wat opleidingen zo aantrekkelijk vonden aan het project Cultuur en School Pabo s was dat ze binnen de gegeven kaders een eigen uitvoeringsplan mochten opstellen. Dat heeft geleid tot een enorme diversiteit in strategie en inhoudelijke accenten. Die rijkdom is na te lezen in de publicatie Een rugzak gevuld met cultuur die nu voor u ligt en is te danken aan de inzet van alle mensen die in de opleidingen bij het project betrokken zijn geweest. Een compliment voor die inzet is op zijn plaats! Een rugzak gevuld met cultuur is niet alleen een terugblik. De informatie is ook bedoeld om vooruit te kijken. Welke ervaringen hebben opleidingen opgedaan, samen met docenten, studenten, medewerkers van culturele instellingen, leerkrachten en kinderen? En welke lessen zijn daaruit te trekken voor de toekomst? Het gaat erom kinderen de kans te geven te ontdekken wat cultuur, erfgoed en kunst voor hen kunnen betekenen. Hen bewust te maken van hun eigen mogelijkheden en verlangens en van de culturele verworvenheden van de maatschappij waarin zij leven. Om als kind te ontdekken welke culturele of kunstzinnige activiteiten je leuk vindt om te doen, welke activiteiten tot je verbeelding spreken, je anders leren kijken, je ontroeren, aangrijpen. Ook voor (aanstaande) leerkrachten geldt dat culturele activiteiten tot de verbeelding moeten spreken, hen moeten raken in het hart. Pas dan kun je als leerkracht kinderen die kansen bieden. De opleiding daagt je als leerkracht uit om je rugzak te vullen met cultuur. En dat kan op veel verschillende manieren, zo blijkt uit de projectjaren die nu achter ons liggen. Er is in deze publicatie voor gekozen om de resultaten niet per opleiding te ordenen. De ervaringsgegevens zijn ingedeeld in thema s en onderwerpen die op dit moment volop in de opleidingen spelen. In Cultuureducatie binnen de opleidingen wordt beschreven hoe ver de Pabo s zijn met de implementatie van cultuureducatie in het curriculum en wie daarbij de belangrijkste spelers zijn. De Pabo en het culturele veld biedt een inspirerend overzicht van de vele vormen waarin opleidingen en studenten samenwerken met culturele instellingen en basisscholen. Kunst, erfgoed en cultuureducatie schetst de dilemma s en de kansen die de invalshoek van cultuureducatie oplevert voor vakoverstijgende samenhang en samenwerking. Drie oud-studenten verwoorden vervolgens hun ervaringen en hun visie op cultuureducatie in de dagelijkse lespraktijk van de basisschool. Daarna lichten twee leden van de stuurgroep van het project Verdieping Cultuureducatie in lerarenopleidingen de plannen toe rond cultuureducatie en de opleidingen voor leerkracht basisonderwijs in de komende jaren. In het nawoord wordt ingegaan op de soms precaire positie van de cultuurcoördinatoren binnen de Pabo s. Tot slot biedt een overzicht van alle aan het project deelnemende opleidingen en personen de mogelijkheid contact met hen op te nemen voor nadere informatie en samenwerking. Basis voor Een rugzak gevuld met cultuur vormt de verslaglegging rond cultuureducatie vanuit de opleidingen rond de zomer van 2006 en de afsluitende gesprekken die met 4 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 5

5 de coördinatoren zijn gevoerd in najaar Achttien opleidingen participeerden volledig in het project, zeven opleidingen richtten zich specifiek op de mogelijkheden voor samenwerking met het culturele veld. De journalistieke weergave van alle bevindingen levert een caleidoscopisch beeld op, waaraan hier en daar gedachten ter overweging zijn toegevoegd. Het kan managementleden, curriculumontwikkelaars, vakdocenten en stagebegeleiders helpen om het opleidingsonderwijs nog beter in te richten en daarbij de culturele omgeving en het basisonderwijs actief te betrekken. En het kan culturele instellingen en kunstenaars inspireren en handvatten bieden om opleidingen en studenten te betrekken bij hun cultuureducatie-aanbod voor het basisonderwijs. In aanvulling op Een rugzak gevuld met cultuur zullen de concrete resultaten van de opleidingen in de loop van 2007 te vinden zijn op Met een rugzak gevuld met cultuur voel je je als leerkracht zekerder om cultuur over te dragen; je bent immers cultuurdrager én cultuuroverdrager. Zeker als cultuuroverdrager moet je over specifieke competenties beschikken. Welke dat zijn is afhankelijk van diverse factoren, van de intensiteit waarmee je straks in het basisonderwijs aan cultuureducatie wilt werken, tot de onderwijsvisie van de basisschool waar je straks werkt. Want uit alle ervaringen tot nu toe blijkt dat de kwaliteit van cultuureducatie staat of valt met de visie van de school. Daar zijn steeds meer scholen actief mee bezig en studenten blijken daar in de praktijk interessante bijdragen aan te leveren. Leerkrachten in opleiding kunnen zich met Een rugzak gevuld met cultuur een beeld vormen van hun mogelijkheden als student en straks als leerkracht. Voor de opleidingen is Een rugzak gevuld met cultuur bedoeld als inspiratiebron om cultuureducatie een eigen plek te geven in het opleidingsonderwijs, dat volop aan veranderingen onderhevig is. Daarvoor krijgen de opleidingen gezamenlijk tot en met 2009 nog extra financiële middelen van het ministerie van OCW. Bij al die veranderingen waarmee opleidingen te maken hebben, kun je soms vraagtekens zetten. Je voelt bijvoorbeeld hier en daar de spanning tussen de ambachtelijkheid van bepaalde kunstzinnige activiteiten en het denken vanuit SBL-competenties. Soms wordt erfgoededucatie louter geïnterpreteerd als omgevingsonderwijs, waarmee erfgoededucatie tekort wordt gedaan. De zoektocht naar mogelijkheden om de kennisbasis op het terrein van cultuureducatie voor studenten te definiëren, is pas begonnen. In die richting is nog veel werk te verrichten. Een rugzak gevuld met cultuur laat ook zien dat cultuureducatie niet het exclusieve terrein van de kunst- en zaakvakken is. Cultuureducatie kan in alle vak- en vormingsgebieden in meerdere of mindere mate worden ingezet om interessant en levensecht leren mogelijk te maken. Ook in deze richting is voor cultuureducatie nog de nodige winst te boeken. De vraagtekens die hier en daar in deze publicatie worden gezet, zijn bedoeld om het gesprek met elkaar aan te gaan over wat de inhoud van cultuureducatie zou kunnen en moeten zijn en wat dat betekent voor het opleiden van leerkrachten, die cultuureducatie op alle mogelijke manieren kunnen inzetten in het basisonderwijs. Wij hopen dat Een rugzak gevuld met cultuur een bijdrage kan leveren aan die discussie. Opleidingen zullen de komende jaren samen met basisscholen en culturele instellingen verder werken aan waar het feitelijk om gaat: kinderen de kans geven zich breed te oriënteren op het terrein van cultuur, erfgoed en kunst. En kinderen interessant, spannend onderwijs bieden dat de leerkracht met veel plezier kan geven. Alleen zo kunnen de talenten waarover kinderen van nature beschikken volledig tot ontwikkeling komen. Paul Vogelezang Projectleider Verbreding Cultuur en School Pabo s 6 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 7

6 1 Cultuureducatie binnen de opleidingen De implementatie van cultuureducatie binnen de achttien opleidingen leraar basisonderwijs die deelnamen aan het project Verbreding Cultuur en School Pabo s heeft een grote rijkdom aan casuïstiek opgeleverd. 1.1 DE CONTEXT _ Cultuureducatie is in het overgrote deel van de opleidingen duidelijk op de kaart gezet. De invoering ervan is op alle niveaus binnen de opleiding zichtbaar: in nieuw beleid, nieuwe onderwijspraktijken, nieuwe samenwerkingsverbanden, zowel intern als extern, nieuw beschreven leerroutes, modules en projectproducten op studentniveau. KOERSEN OP MEESTERSCHAP De genoemde resultaten zijn niet los te zien van ingrijpende veranderingsprocessen, die zich in alle beroepsopleidingen leraar basisonderwijs voordoen. Die veranderingsprocessen zijn te herleiden tot het kwaliteitsvraagstuk : het streven om inhoud en niveau van de opleiding te verhogen en het imago te verbeteren. In 2004 bracht de expertgroep van lerarenopleidingen primair onderwijs daarom de nota Koersen op Meesterschap uit. 1 Deze nota beschrijft twee met elkaar samenhangende ontwikkelingen: het kwaliteitvraagstuk van de lerarenopleidingen en de herpositionering van de partners in opleiden en professionaliseren. De experts pleiten voor een fundamenteel herontwerp van de opleidingen in het perspectief van competentiegericht en zelfregulerend leren en een loopbaan lang leren, met partnerschap in opleiden tussen hogescholen en basisscholen als uitgangspunt. Samen verantwoordelijkheid dragen voor de doorlopende professionalisering vergt een landelijk ontwikkelde set van standaarden, die in regionale of andere samenwerkingsverbanden dienen te worden gerealiseerd. Waar staan de opleidingen nu concreet voor? Competentiegericht, meer zelfregulerend en flexibel opleiden en beoordelen; Samen opleiden met de basisschool, partnerschap in regionaal verankerde convenanten, concreet vormgeven aan werkplekleren, duale leertrajecten en dergelijke; Kwaliteitsversterking van de opleiding, zowel initieel als in nascholing, met daarbinnen aandacht voor de kennisbasis van de leraar, aan de hand van de Hbo-kernkwalificaties 2 en de Dublin-descriptoren 3. DOELSTELLINGEN CULTUUR EN SCHOOL PABO S In de context van deze veranderingen met verstrekkende consequenties voltrok zich het project Verbreding Cultuur en School Pabo s, waarin de achttien opleidingen zich verbonden met de twee centrale projectdoelstellingen: 8 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 9

7 Overdracht van werkwijzen en ervaringen uit de pilot-pabo s naar de overige opleidingen in Nederland; 4 Stimuleren dat de Pabo s onderzoeken welke rol zij als opleidingsinstituut in regionale en lokale netwerken primair onderwijs kunnen spelen. Vertaald naar de doelstellingen van de afzonderlijke Pabo s betekende dit dat zij een uitvoeringsplan maakten voor het ontwikkelen en implementeren van cultuureducatie in hun curriculum en de mogelijkheden verkenden of uitbreidden tot samenwerking met culturele instellingen in hun omgeving. 5 HET PROJECT ALS VLIEGWIEL EN AANJAGER De grote hoeveelheid documentatie en de inspirerende voorbeelden die het project heeft opgeleverd, getuigen van de vele vormen van aanpak en uitwerking die mogelijk bleken. Tegelijkertijd geven veel van de deelnemende Pabo s aan dat het project Verbreding Cultuur en School Pabo s krachtig heeft doorgewerkt op het proces van verandering en vernieuwing in brede zin. De bevlogenheid van de direct betrokkenen en de inspiratie die het project opleverde hebben positief uitgewerkt voor de docententeams in het proces van vernieuwing. Dat wordt door diverse Pabo s zelfs expliciet verwoord: Het project kwam op het juiste moment! DE KRACHT VAN CULTUUREDUCATIE De implementatie van cultuureducatie heeft het nodige teweeggebracht binnen de opleidingen. Cultuureducatie representeert, zo blijkt: Een wezenlijk belang voor de opleiding in brede zin; Een inhoud en betekenis die grote betrokkenheid bij de deelnemers genereren; Een aanpak die samenwerking met externe partners bevordert en stimuleert; Een leergebied waarbinnen nieuwe vormen van leren gestimuleerd worden, zoals competentiegericht leren, werkplekgestuurd leren en vraaggericht/gestuurd leren; Een vormingsgebied dat vakgebieden binnen de opleiding bij elkaar brengt en daarmee een verrijking is van diezelfde vakgebieden. 1.2 DOELSTELLINGEN EN VISIES VAN DE OPLEIDINGEN _ Pabo s verwoorden het wezenlijke belang van cultuureducatie op geheel eigen wijze en geven daar op verschillende manieren vorm aan. Wat ze bindt is een brede kijk op cultuureducatie, een brede aanpak met externe partijen en het verankeren van doelstellingen en visies in beoogd onderwijsgedrag. BREDE KIJK Getuige de vooraf geformuleerde doelstellingen hechten de Pabo s veel gewicht aan cultuureducatie. Zij kiezen bovendien voor een brede kijk op cultuureducatie. Zo beschouwt Pabo Arnhem van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (Pabo Arnhem) cultuureducatie als een manier van leren. Belangrijke elementen in dat leerproces zijn dan kijken, waarnemen en betekenis geven. De Pabo van Fontys Hogescholen in Tilburg (Fontys Pabo Tilburg) wil dat haar studenten zicht krijgen op cultuureducatie met het oog op de brede ontwikkeling van kinderen. De Pabo van de Hogeschool Domstad in Utrecht (Pabo Domstad) ziet de student als betrokken lid van de samenleving, die op de hoogte moet zijn van cultuur in brede zin, culturele kwesties betekenis kan geven en sociaal vaardig is om over eigen en andermans cultureel erfgoed te communiceren. De Pabo van de Marnix Academie P.C. Hogeschool Utrecht (Pabo Marnix Academie) beschikt over een omvangrijk visiestuk met als titel Vitale Beelden. Daarin wordt uitdrukkelijk ingegaan op cultuurdrager zijn, op de huidige culturele constellatie en op verbeelden als een belangrijke kwaliteit. Op de Pabo van de Hogeschool Rotterdam (Pabo HRO) is het dragende principe de verbeelding. Verbeelding helpt mensen om zich in te leven in het andere, de ander. Verbeelding vinden we bij uitstek terug in de wereld van de kunsten: kunst is een product van de verbeelding. Kunst is in feite een fundamentele levensbehoefte van ieder mens. Ook de Pabo van de Pedagogische Hogeschool De Kempel in Helmond (Pabo De Kempel) kiest voor een brede en integrale kijk op cultuureducatie door het begrip in alle competentiebeschrijvingen terug te laten keren. De wijze waarop deze Pabo het belang van cultuureducatie verwoordt geeft het grote belang aan, dat men aan cultuureducatie hecht. Bovendien overstijgt de geformuleerde intentie het schoolse en het tijdelijke karakter van leren : We willen dit bereiken door studenten en leerlingen in aanraking te brengen met authentieke cultuuruitingen, waardoor prikkeling en verwondering opgeroepen wordt. Prikkeling en verwondering als bronnen voor inspiratie voor de zoektocht naar de betekenis van cultuur voor het eigen bestaan. Deze formulering is in feite van toepassing voor alle aan het project deelnemende Pabo s. 10 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 11

8 Wanneer je kinderen kunt raken, stijgen ze boven zichzelf uit

9 BREDE AANPAK Een tweede aspect dat onmiddellijk samenhangt met de brede kijk op cultuureducatie is dat in de doelstellingen van de opleidingen wordt ingezet op een brede aanpak met extern betrokkenen. Het geeft aan dat cultuureducatie niet slechts een toevallig nieuw onderwerp is, maar dat men erkent dat cultuureducatie vraagt om een brede participatie van alle betrokkenen. Bij de Pabo van Hogeschool Edith Stein/Onderwijscentrum Twente in Hengelo (Pabo Edith Stein) is de visievorming daarom tot stand gekomen in samenspraak met basisscholen en instellingen. De Pabo van Windesheim School of Education in Zwolle (Pabo Windesheim) raadpleegt bij de ontwikkeling van modules derdejaarsstudenten. De Katholieke Pabo Zwolle (Pabo KPZ) ziet een verzorgingscircuit op het gebied van kunst en cultuur. De Pabo van Hogeschool Helicon in Zeist (Pabo Helicon) streeft ernaar een netwerk met kunst- en cultuurinstellingen op te bouwen. De Pabo van de Educatieve Hogeschool van Amsterdam (Pabo EHvA) formuleert het weer anders: deze Pabo wil inspiratiebron zijn en zo bijdragen aan de ontmoetingen tussen studenten en culturele instellingen. Verschillende Pabo s benadrukken bovendien dat partnerschap niet alleen geven is, maar ook ontvangen. De Pabo van School of Education INHOLLAND in Rotterdam (Pabo INHOLLAND Rotterdam) en ook de Pedagogische Academie van Hanzehogeschool Groningen (PA Hanzehogeschool) benadrukken daarbij het belang om op basis van een structurele samenwerking te komen tot een win-winsituatie. BORGING VAN KWALITEIT Een derde aspect is dat het overgrote deel van de deelnemende Pabo s met zorg visies en doelstellingen heeft verankerd in beoogd onderwijsgedrag, veelal geformuleerd in SBL-competenties. 6 Deze zijn voor alle bij cultuureducatie betrokken partijen een nuttig hulpmiddel voor het delen van verantwoordelijkheid en het bereiken van beoogd onderwijsgedrag: voor de opleidingen en de studenten, maar ook voor de instellingen en de basisscholen. Pabo De Kempel, Pabo Edith Stein, Pabo Marnix Academie en Pabo KPZ hebben ervoor gekozen om cultuureducatie in de competentiebeschrijvingen op te nemen. De Pabo van de Fontys Hogescholen in Eindhoven (Fontys Pabo Eindhoven) noemt als belangrijkste peilers in het vernieuwde curriculum: betekenisvol leren voor de student, inbreng van de student, verbinding theorie en praktijk en reflecterend leren. Daarvoor zijn onderwijsleerarrangementen ontworpen waarin suggesties worden gedaan voor activiteiten met kunsteducatie en erfgoed in de stageschool. Bovendien bestaat het voornemen om de cultuurcompetenties zoals die beschreven staan in het lesboek voor cultuureducatie Cultuur InZicht, 7 als kader te gaan gebruiken. Pabo EHvA noemt expliciet studentenrollen, die nader ingevuld en vertaald worden in competenties: De student is ontvanger/belever ten aanzien van kunst en cultuur; De student is een helper/organisator met betrekking tot kunst- en culturele activiteiten; De student is een educatief/kritisch medewerker; De student is een vertaler naar de basisschoolpraktijk. Op Pabo Domstad werkt men met beroepsrollen. In de nieuwe competentiegerichte opleiding is de leraar als cultuurdrager en cultuuroverdrager als een van de vijf beroepsrollen toegevoegd. Pabo Groenewoud van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (Pabo Groenewoud) en de Fontys Pabo in Tilburg werken met cultuureducatie-indicatoren, waarop studenten zich kunnen richten en waaraan ze moeten voldoen. De studenten op de Tilburgse Pabo maken daarbij een portfolio, waarmee ze aan het einde van de studieperiode moeten aantonen dat zij voldoen aan de indicatoren cultuureducatie. Overigens hebben veel opleidingen vergelijkbare portfolio s. COMPETENTIES VERGEN INDICATOREN Voor alle duidelijkheid: competenties en indicatoren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De praktijk laat echter het volgende zien: het merendeel van de Pabo s heeft gekozen voor de SBL-competenties. De daarmee samenhangende competentiebeschrijvingen zijn zeer algemeen en slechts ogenschijnlijk operationeel. Een tweede stap die Pabo s al spoedig namen was het formuleren van precompetenties: eigenlijk een verkaveling van de competenties naar de verschillende fasen van de opleiding, maar nog altijd erg algemeen. Het samenstellen van indicatoren geeft aan dat er werkenderwijs zeer concrete onderwijspraktijken en concreet bijbehorend onderwijsgedrag worden beschreven, te beschouwen als ijkpunten voor opleider en student, die ook gehanteerd kunnen worden om aan elkaar duidelijk te maken dat een (pre)competentie ook werkelijk is behaald. De opleidingen die werken met de competenties en daaraan gerelateerd indicatoren cultuureducatie hebben een belangrijke stap voorwaarts gezet. Die opleiders laten zien dat ze concreet zicht en greep hebben op de ontwikkeling van onderwijsgedrag inzake cultuureducatie. 14 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 15

10 1.3 CULTUUREDUCATIE IN HET CURRICULUM _ De brede kijk, de brede aanpak en de borging van kwaliteit op doelstellingenniveau roepen de vraag op hoe al die doelstellingen en visies op cultuureducatie doorwerken in de opzet van de verschillende curricula. Hoewel er een grote diversiteit aan lokale praktijken te signaleren is, komen er wel een aantal gemene delers bovendrijven. BASISKENNIS Een belangrijk deel van de opleidingen hecht eraan om in de eerste fase van de opleiding een stevige kennisbasis aan te brengen. Daarmee kiest men ervoor om de ontwikkeling van cultuurdrager naar cultuuroverdrager in een voorwaardelijk proces te zetten. Pabo Groenewoud en Pabo De Kempel hechten aan gedegen vakkennis. Ook op de Pabo KPZ en de PA Hanzehogeschool kiest men voor een stevige kennisbasis aan het begin van de opleiding. Op Pabo Helicon is er traditiegetrouw een rijk aanbodsgericht curriculum. Pabo EHvA spreekt van een leerlijn Kunst en Cultuureducatie: een actieve en receptieve kunst- en cultuurlijn voor alle studenten. In deze voorbeelden ligt het vergaren van basiskennis vooral in de beginjaren van de opleiding. COMPETENTIES EN INDICATOREN Een belangrijk deel van de opleidingen maakt duidelijk ook op curriculumniveau dat borging van kwaliteit hoog in het vaandel staat. Het verankeren van cultuureducatie in de SBL-competenties, het werken met cultuurindicatoren en beroepssituaties en het hanteren van een specifiek toetsbeleid zijn daar mooie voorbeelden van. Zo koppelt Pabo Edith Stein cultuureducatie aan beroepssituaties, waarbij de SBL-competenties samenwerken met de omgeving, vakinhoud en didactiek worden genoemd. Op de Pabo van de Gereformeerde Hogeschool Zwolle (Pabo GHZ) is men trots op een goed uitgewerkt toetsbeleid op basis waarvan een duidelijk beeld wordt verkregen van het culturele competentieniveau van de studenten. Pabo Fontys Tilburg, Pabo Groenewoud en Pabo Marnix Academie hanteren cultuureducatie-indicatoren, waaraan de student in de major- en minorfase moet voldoen. INTERNE SAMENHANG De brede kijk en aanpak hebben ten slotte een positief effect gehad op de interne samenhang binnen het nieuwe curriculum. Die samenhang kwam tot stand door een verhevigde samenwerking tussen de verschillende vakdisciplines, de ontluikende of geïntensiveerde samenwerking met de externe instellingen en kunstenaars. Ook vond men elkaar op basis van een gedeelde vakoverstijgende opleidingsvisie op cultuureducatie. VERHEVIGDE SAMENWERKING De Pabo van Iselinge Hogeschool in Doetinchem (Pabo Iselinge) bijvoorbeeld startte een intern scholingstraject om de kunstvakken te integreren. Op basis daarvan is voor tweedejaarsstudenten de module Binnenste Buiten ontwikkeld, waar de kunstvakken in samenhang worden aangeboden. Kunstenaars en coördinatoren uit het culturele veld hebben vanaf de start deze module mee helpen ontwikkelen. Ook op de Hogeschool Amsterdam i.s.m. IPABO Amsterdam/Alkmaar in Almere (Pabo Almere) is verhevigde samenwerking tot stand gekomen tussen de verschillende afzonderlijke domeinvakken handvaardigheid, drama, muziek, schrijven en logopedie. Eenmaal in de drie weken is er overleg, met uitdrukkelijk aandacht voor de eindeisen van de vakken. De docenten van de betrokken vakken hanteren daar waar mogelijk hetzelfde jargon en verwijzen tijdens de colleges naar elkaar. Op Pabo De Kempel worden de verschillende leerroutes als het ware bijeengehouden door het werken met leer- en kennisobjecten. Op PA Hanzehogeschool wordt de heldere opleidingslijn aangestuurd door de brede vakgroep, waarin de verschillende disciplines in toenemende mate succesvol met elkaar opereren, steeds meer belangen kunnen delen en daarmee gezichtsbepalend zijn voor cultuureducatie op deze Pabo. GEDEELDE VISIE Op diverse Pabo s vonden docenten elkaar op basis van een gezamenlijke, vakoverstijgende opleidingsvisie op het gebied van cultuureducatie. Zo is op Pabo Marnix Academie onder invloed van het nieuwe curriculum een samenwerking tot stand gekomen in een cluster Kunstzinnige Oriëntatie. Afstemming van didactiek is daarvan het eerste gevolg. Centraal in die didactiek staat het betekenis geven. Pabo Groenewoud ziet cultuureducatie als een verticale lijn door alle vakken heen, vanuit de gedachte dat cultuureducatie een goede aanjager kan zijn om studenten en basisschoolleerlingen te motiveren voor kennis in het algemeen. Op Pabo Edith Stein heeft men gekozen voor een concentrische opbouw van de leerstof, zodat de gekozen opleidingsaspecten van cultuureducatie in alle fasen van de opleiding voorkomen. 16 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 17

11 1.4 DE SPELERS _ Bij de implementatie van cultuureducatie in het curriculum van de Pabo zijn de belangrijkste spelers: het management, de cultuurcoördinator en de student. Binnen dit vernieuwingsproces hebben ze verschillende rollen en hanteren ze verschillende strategieën. DE ROL VAN HET MANAGEMENT Het management kan fundamenteel bijdragen aan het creëren van draagvlak voor cultuureducatie. De rol van het management is cruciaal in welk implementatieproces dan ook: het management heeft een speciale verantwoordelijkheid in het maken van beleidskeuzes, in het ruimte geven aan nieuw initiatief, in sturing op en facilitering van activiteiten binnen de opleiding en naar de externe partners. Bij de meeste deelnemende Pabo s heeft het management met instemming gereageerd op de keuze voor cultuureducatie. Die instemming heeft het mogelijk gemaakt dat direct betrokkenen de cultuurcoördinator en collega s binnen de opleidingen de implementatie ter hand konden nemen. Het ligt voor de hand: betrokken management genereert betrokken collega s. Management dat slechts formeel faciliteert, trekt een zware wissel op de spankracht en motivatie van de direct betrokkenen. In dit spectrum van uitersten spelen de managementteams op de diverse Pabo s een wisselende rol. Eigen passie behouden Management dat zich focust op het mee opbouwen van partnerschap blijkt ook in het kader van cultuureducatie krachtig en kansrijk te opereren, zowel voor de intern betrokkenen als de extern deelnemende partners: de basisscholen en instellingen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de PA Hanzehogeschool, waar het management cultuureducatie heeft opgenomen in het strategische beleidsplan. Het is een proces van planmatig werken en verbindingen leggen, waarbij iedere betrokkene zijn eigen passie heeft en wenst te behouden. Als in het primair onderwijs cultuureducatie vanzelfsprekend wordt, dienen we daarop in te spelen. De ontwikkeling kan uit de basisschool zelf komen, maar kan eveneens worden opgeroepen door de opleiding, die duidelijker dan voorheen moet laten zien wat ze in huis heeft. Opleidingen moeten zich in die zin meer als kenniscentrum profileren. Ruimte geven op vele manieren Maar ook andere vormen van sturing en managen bleken effectief. Zo vinden docenten van de Fontys Pabo Tilburg desgewenst altijd een luisterend oor: Je kunt altijd bij het management terecht met een goed verhaal. Bij Pabo HRO schaarde het management zich van harte achter de gekozen visie: persoonlijke ontwikkeling, kracht van de verbeelding en leren openstaan. Op Pabo Marnix Academie heeft het management vooral ingezet op draagvlak: via gemeenschappelijke ontwikkelweken zijn alle collega s van meet af aan betrokken geweest bij de stappen in het innovatieproces. Studenten en beroepenveld zijn via raadplegingen geconsulteerd. Ook bij de Pabo Almere heeft het management ruimte gegeven voor concrete stappen: het afgelopen studiejaar is daar gestart met twee interne studiedagen met als thema Verbinding, en aanvullende sessies tijdens datzelfde jaar. Het management van Pabo De Kempel en Pabo GHZ investeren concreet in scholing en structurele toekenning van uren. De coördinatoren van Pabo EHvA dragen eveneens actief hun steentje bij aan de borging van draagvlak: We streven ernaar docenten onafhankelijk te maken in hun begeleiding, door het archiveren van documenten en ervoor te zorgen dat de uren cultuureducatie op het taakplaatje van alle docenten staan. Bovendien proberen we te bevorderen dat de docenten vanuit hun persoonlijke fascinatie bij cultuureducatie betrokken zijn en blijven. DE CULTUURCOÖRDINATOR De coördinatoren op de betrokken Pabo s hanteren verschillende strategieën om het belang van cultuureducatie uit te dragen en te verspreiden onder collega s en studenten. Uit de verslagen en gesprekken die met hen zijn gevoerd, blijken zij zonder uitzondering uitermate bevlogen en gedreven. Het zijn mensen met een missie, die bezig zijn een belangrijke positie te verwerven binnen de opleiding. Het behoeft geen toelichting dat de cultuurcoördinatoren sterk afhankelijk zijn van de positionering van het management op het gebied van cultuureducatie en van de stand van zaken rond de lopende onderwijsvernieuwingen. Cultuureducatie in het curriculum: een driedeling Bij de deelnemende Pabo s zijn drie manieren te onderscheiden waarop cultuureducatie in het brede opleidingscurriculum is verankerd: Cultuureducatie heeft een geïsoleerde plek in het curriculum. In die gevallen is cultuureducatie een zaak van de coördinator zelf. Er is dan sprake van een 18 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 19

12 toevallige en informele olievlekwerking als het gaat om de effecten van cultuureducatie. Cultuureducatie is vervat in de SBL-competenties. In deze gevallen is er een structureel verband met het brede curriculum en daarmee met de algemene beroepsvaardigheden. De coördinatoren hebben hier houvast aan en kunnen stappen in het proces rechtvaardigen, uitleggen en legitimeren. De Pabo bekent zo kleur door formeel inhoud te geven aan de competenties en daarin eigen accenten te leggen. Diverse Pabo s hebben deze stap al genomen. Cultuureducatie is opgenomen in het beroepsbeeld. In deze gevallen hebben Pabo s de meest duidelijke keuze gemaakt. Juist een helder geformuleerd uitstroomprofiel, waarin ook de beroepsrol bij cultuureducatie is vastgelegd, geeft cultuureducatie als nieuw fenomeen de noodzakelijke kansen om te groeien tot een volwaardig en niet weg te denken curriculumonderdeel. Positie en werkwijze coördinatoren Naast deze driedeling in posities is het interessant om weliswaar caleidoscopisch kennis te nemen van de positie en werkwijzen van verschillende coördinatoren. Beeldend verwoorden de beide coördinatoren van Pabo van de EHvA hun werkwijze: Een totaal nieuw gebied met kaplaarzen betreden. Of zoals de coördinator van de Pabo van de School of Education INHOLLAND Haarlem (Pabo INHOLLAND Haarlem) zegt: Omdat ik ben wie ik ben, krijg ik veel voor elkaar. Bij sommige Pabo s is het werk van de coördinator verdeeld over meer collega s of opgenomen in een breder samenwerkingsverband. Op Pabo HRO is er een hecht duo, dat op basis van een heldere taakverdeling de interne en externe zaken behartigt. Ook op de Pabo van de Avans Hogeschool in Breda (Pabo Breda) heeft een duo als taak cultuureducatie op de agenda te krijgen en te houden. Zowel op Pabo Marnix Academie als Pabo GHZ is er sprake van een werkgroep. Op de eerstgenoemde opleiding is de situatie welhaast ideaal: het college van bestuur, het opleidingsmanagement en drie opleidingsdocenten, ieder met een specifieke taak, maken er deel van uit. Op Pabo INHOLLAND Rotterdam, Pabo Groenewoud en Fontys Pabo Tilburg wordt het belang van samenwerken, verhelderen van belangen en overtuigen sterk benadrukt, terwijl Pabo De Eekhorst van Hogeschool Drenthe (Pabo De Eekhorst) ook een strategisch belang aangeeft: Cultuureducatie is voor alle drie de locaties ook gezichtsbepalend naar de buitenwacht. Pabo Almere geeft het belang van mondigheid en helderheid aan: het levert herkenning en erkenning op. Ook Pabo Edith Stein en Pabo Groenewoud geven aan hoe belangrijk en ook hoe lastig het is om helder te zijn in de begripsbepaling en definiëring. DE STUDENT In het veranderende curriculum meer werkplekgestuurd en vraaggericht is de student een belangrijke speler in het opbouwen van nieuwe praktijken. Hij (meestal zij) is een belangrijke schakel in het netwerk van opleiding, basisschool en culturele instelling. Hij speelt daardoor in het proces van implementatie een bijzondere rol. Liever gezegd, de student speelt in het proces verschillende rollen, en dat maakt zijn positie uitzonderlijk, en cruciaal. Student van gisteren De student van gisteren was nog op een eenduidige wijze verbonden met een vaststaand kenniscurriculum-voor-jaren. Het betekende dat de student een relatief passieve rol speelde in zijn kennisontwikkeling binnen de beroepsopleiding. Bij dit beeld hoort ook een scherpe scheiding in taken en verantwoordelijkheden tussen opleiding en basisschool: de opleiding bracht kennis en inzicht aan, de basisschool verzorgde de praktijk, het waren veelal twee gescheiden werelden. Student van vandaag In de opleiding van vandaag speelt de student een actieve en participerende rol. Zo zijn opleiding en basisschool in de beleving van de student een twee-eenheid, waarbinnen hij voortdurend pendelt tussen theorie en praktijk, voor zover die twee werelden nog strikt te (onder)scheiden zijn. De student leert te leren, leert begrijpen dat ontwikkeling een leven lang duurt en dat hijzelf daar richting aan dient te geven en er medeverantwoordelijk voor is. Zo zien we in de verschillende praktijken van de opleidingen de student zijn eigen keuzes maken, waarbij hij inspeelt op vragen van basisscholen en opleiding, educatief materiaal ontwerpen, contact leggen met instellingen, kunstenaars aanspreken en leren begrijpen, les geven op basisscholen en daar ook gesprekspartner zijn voor collega s op de werkvloer. Deze nieuwe rollen, die elkaar afwisselen, maken de student tot een belangrijke speler in het implementatieproces. 20 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 21

13 Hij (meestal zij) is een belangrijke schakel in het netwerk van opleiding, basisschool en culturele instelling

14 De opleidingen De opleidingen spelen op verschillende manieren in op dat nieuwe scala aan rollen van de student. In vrijwel elke opleiding zijn er binnen het curriculum mogelijkheden om op zoek te gaan naar vragen van basisscholen en instellingen. Zo worden de studenten op Pabo HRO uitgenodigd om educatief materiaal te ontwikkelen in samenwerking met de instellingen en ontwerpen ze voor de basisschool een kunstproject. Op Pabo Almere kunnen studenten in de laatste fase van hun studie kiezen voor zogenoemde prestaties, waarbij de student een actieve rol speelt in de cyclus onderzoek, praktijk en evaluatie. Op de drie Pabo s van Hogeschool Drenthe (in Emmen, Assen en Meppel) is een vakkenlijn voor tweedejaarsstudenten ontwikkeld waarbij studenten nauw betrokken worden bij de inrichting van de workshops. Studenten wordt via interviews gevraagd welke cultuureducatieve of vakinhoudelijke terreinen zij verder willen verkennen. Soms zijn dat onderwerpen voor alle studenten, soms zijn dat keuzeonderwerpen. Zowel door de inhoud van de module Cultuur draag je met je mee, door de werkwijze (veel buiten het schoolgebouw werken) als de opzet van de workshops zijn de studenten erg enthousiast geraakt, en is het niveau van werken gestegen. Fontys Pabo Eindhoven wijst op een cultuuromslag vanuit de basisscholen: Sommige basisscholen beginnen het idee te krijgen dat studenten activiteiten kunnen uitproberen die waardevol zijn voor de school. Studenten krijgen in deze laatste zienswijze ruimte om zich te leren profileren als een van de spelers in het implementatieproces. Startbekwaam Een paar opleidingen kiezen voor een minor interne cultuurcoördinator (ICC). Twee Pabo s hebben de mogelijkheid om hun studenten te certificeren in het kader van de landelijk ontwikkelde ICC-cursus. 8 Het kost de deelnemende Pabo s soms echter moeite om een minor cultuureducatie van de grond te krijgen, omdat er andere vakgebieden zijn die ook om voorrang vragen: techniek en bewegingsonderwijs. Dit gebeurt niet alleen vanuit de opleiding. Ook studenten geven aan liever voor bewegingsonderwijs te kiezen omdat dat een bevoegdheid oplevert die in de toekomst meer kans biedt op een arbeidsplaats. 1.5 CONCLUSIE TROTS OP RESULTATEN Vrijwel alle opleidingen geven aan dat ze trots zijn op en optimistisch gestemd over hetgeen er is bereikt. Heel positief is men met name over de gerealiseerde verankering van cultuureducatie binnen het curriculum, over het groeiende draagvlak bij management en collega s en de verbeterende relatie met instellingen en basisscholen. Zoals gezegd spelen management, coördinatoren en studenten een cruciale rol in dit proces van verspreiding en implementatie. Diezelfde spelers zijn tevens op verschillende wijzen verbonden met de extern betrokkenen, de basisscholen en de instellingen. De zo gevormde trias omsluit het grote opleidingsgebied dat we het extern curriculum noemen. LEREN IN VERWONDERING Het extern curriculum omvat een grote diversiteit aan praktijken, die we zowel op de basisscholen als binnen de instellingen aantreffen. Het zijn de levendige praktijken, waarbinnen confrontaties worden aangegaan met kunst- en cultuuruitingen in brede zin, waar vorming plaatsvindt tussen kunstenaars, leerkrachten basisonderwijs en jongvolwassenen (studenten) en niet op de laatste plaats kinderen van de basisschool. Het zijn de werkplekken, die niet meer plaatsgebonden zijn zoals de vroegere stages, die uitsluitend in de klas plaatsvonden, maar daar gesitueerd zijn waar leren in verwondering kan plaatsvinden. Het is juist in de verbondenheid van het extern curriculum met het opleidingsgebonden curriculum dat het nieuwe leren in optima forma gestalte kan krijgen. Het is juist ook in die verbondenheid dat cultuureducatie kansrijk wordt en haar volle betekenis krijgt. CRUCIALE ROL VOOR DE STUDENT In vrijwel iedere opleiding die deelnam aan het project Verbreding Cultuur en School Pabo s speelt de student een cruciale rol. Het is de student die de verbinding legt tussen het intern en extern curriculum. En naarmate de verantwoordelijkheid van de student voor zijn eigen beroepsontwikkeling groter wordt dat is met name binnen de meer vraaggestuurde en vraaggerichte curricula wordt zijn positie in die verbinding belangrijker. Per opleiding wisselt de mate van toegekende participatie in de ontwikkeling van curricula en daarmee ook de verleende verantwoordelijkheid. Opleidingen zullen ongetwijfeld de komende jaren blijven nadenken over de rol en verantwoordelijkheid van studenten, en dat niet alleen als het gaat om cultuureducatie. 24 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 25

15 SAMEN OPLEIDEN Deze laatste vaststelling is niet zonder consequenties voor de eerstverantwoordelijken in dit ingewikkelde maar boeiende proces: management, opleiders en andere verantwoordelijken in de instellingen zullen uit hun bastion moeten komen om elkaar te ontmoeten, van elkaar te leren, verantwoordelijkheden te delen en samen rijke en nieuwe werkpraktijken moeten opbouwen, opdat studenten en kinderen kansen krijgen om te leren, zich verder te ontwikkelen. Overeenkomsten, conventanten en certificering dienen de processen te borgen naar consistentie in duurzaamheid en kwaliteit. leraar moet voldoen, en worden per Pabo vertaald naar gedragsindicatoren per opleidingsfase. 7 Uitgave van ThiemeMeulenhoff, voorzien in april Zie voor meer informatie Het is daarom noodzakelijk dat cultuureducatie geen zaak blijft van enkelingen, van de groep te geïsoleerd opererende cultuurcoördinatoren. Cultuureducatie wordt aanzienlijk kansrijker in het breder spectrum van samen opleiden wanneer cultuureducatie op enigerlei wijze structureel verbonden wordt met de gegeven SBL-competenties of, sterker nog, wordt opgenomen in het specifieke beroepsbeeld van de opleidingen. NOTEN 1 Landelijk Overleg Lerarenopleidingen Basisonderwijs (2004). Koersen op meesterschap. Herontwerp, partnerschap en kwaliteitsborging. Dit document is te downloaden via 2 Commissie Accreditatie Hoger Onderwijs (2001). Prikkelen, presteren, profileren. De Hbo-kernkwalificaties zijn opgenomen in Koersen op meesterschap en fungeren voor de hbo-bachelor als doelstellingen voor de opleidingen. 3 Zie voor de tekst pdf De Dublin-descriptoren zijn algemene beschrijvingen voor het eindniveau van de eerste, tweede en derde cyclus in het hoger onderwijs, in Nederland voor de graden van Bachelor, Master en Doctor. 4 Projectteam Pilot Cultuur en School Pabo s (2004). Cultuur aan de basis. Drie jaar Cultuur en School Pabo s. Deze publicatie is te downloaden via de link publicaties/pdf/cultuur_ad_basis.pdf 5 Naast deze achttien pabo s hebben zeven pabo s uitsluitend deelgenomen met doelstelling b. 6 Zie voor het overzicht SBL staat voor Samenwerkingsorgaan Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel. De zeven zogenoemde SBL-competenties zijn beschrijvingen van gedrag waaraan een bekwame 26 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 27

16 2 De Pabo en het culturele veld Cultuureducatie zoals de projectgroep Cultuur en School die voorstaat, impliceert samenwerking tussen opleiding, basisscholen, kunstenaars en culturele instellingen met als sleutelwoord partnerschap. De contacten tussen Pabo s en culturele instellingen zijn de afgelopen jaren duidelijk toegenomen. 2.1 DE PABO ALS PARTNER _ De manieren waarop de samenwerking verloopt, verschillen sterk. Er zijn netwerken op opleidingsniveau met instellingen, gemeenten en onderwijsbegeleidingsdiensten, naast directe, persoonlijke contacten tussen docenten en educatief medewerkers van culturele instellingen. Alle Pabo s hebben de eerste fase van contacten leggen achter de rug. Het project Cultuur en School Pabo s heeft behartigenswaardige inzichten opgeleverd over succesvol samenwerken. NIEUW ONDERWIJS De recente onderwijsontwikkelingen in de lerarenopleidingen zijn voor culturele instellingen en kunstenaars niet altijd gemakkelijk te volgen. Zij kunnen op twee manieren te maken krijgen met dezelfde Pabo. Enerzijds kan een docent of cultuurcoördinator hun vragen een bijdrage te leveren aan het onderwijsprogramma, in de vorm van lezingen, presentaties, voorstellingen, workshops en het bieden van stageplaatsen. Anderzijds sturen docenten hun studenten aan om zelf contacten te leggen met culturele instellingen in het kader van opdrachten die ze voor en met hun stagescholen moeten uitvoeren. Deze studenten moeten zich daarbij volgens de nieuwe bachelorstructuur allerlei competenties eigen maken. Met de te behalen competenties als richtlijn wordt de student zich bewust van zijn eigen leerproces en leert hij daar sturing aan te geven. De nadruk ligt daardoor vanuit de opleiding zowel op het leerproces als op een leerproduct. Op hun beurt werken culturele instellingen bij voorkeur productgericht, met als resultaat lesmateriaal voor of educatieve begeleiding van basisschoolleerlingen. WIN-WINSITUATIE Wil cultuureducatie een structurele plaats krijgen in het curriculum, dan vereist dat een langetermijnvisie en beleidsmatige afspraken op managementniveau. Of de samenwerking tussen Pabo en instellingen tot stand komt en hoe die samenwerking vervolgens verloopt, is evenzeer afhankelijk van persoonlijke contacten tussen de organiserende docenten en de medewerkers van de instellingen die bij de activiteiten van de studenten betrokken zijn. Cruciaal daarbij is in hoeverre opleiders en medewerkers van culturele instellingen openstaan voor het zoeken naar de wederzijdse belangen bij samenwerking. Die moet voor beide partijen meerwaarde opleveren: Er moet sprake zijn van een win-winsituatie. Wanneer die niet vooraf duidelijk is, komt de concrete invulling en uitvoering van de samenwerking op het niveau van de studenten niet goed van de grond. 28 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 29

17 VERSCHILLENDE BELANGEN Een dergelijke win-winsituatie is niet vanzelfsprekend. Er zijn cultuurverschillen tussen beide sectoren en de betrokkenen kennen vaak niet elkaars prioriteiten, werkwijzen en codes. Voor opleidingen staat het leerproces van de student uiteindelijk voorop, voor de culturele instelling de kwaliteit van de diensten en producten die de studenten leveren binnen hun educatieve aanbod. Pabo s geven doorgaans een hogere prioriteit aan de didactische en onderwijsinhoudelijke kwaliteit van de bijdrage van de studenten, met name tijdens de stages. De eerste prioriteit van culturele instellingen ligt bij publieksbereik. Een win-winsituatie ontstaat alleen dan wanneer enerzijds de culturele instelling ruimte biedt voor het door de opleiding gewenste leerproces van de student, en anderzijds docenten en studenten tegemoet kunnen komen aan de verwachtingen en wensen van de instellingen. Dat leerproces betreft niet alleen het ontwikkelen van educatieve producten of het leveren van educatieve ondersteuning. Studenten kunnen pas cultuur overdragen aan leerlingen als ze zelf cultuurdrager zijn. De culturele sector kan aan beide rollen een waardevolle bijdrage leveren. GEMEENSCHAPPELIJK BELANG De samenwerking tussen culturele instellingen en Pabo s blijkt de meeste synergie op te leveren als beide partijen elkaar vinden in hun gemeenschappelijke belang: de ontwikkeling en toerusting van de kinderen van de basisschool. Als wij contact zoeken met een instelling moeten we de nadruk leggen op dat gemeenschappelijke belang, aldus de coördinator van Pabo Almere. Studenten zijn nog niet volleerd. Consequentie hiervan is dat instellingen over voldoende menskracht moeten beschikken om studenten te kunnen begeleiden. Als ze hen als gratis werkkrachten gaan zien, loopt het al snel fout, is de ervaring van Pabo EHvA. Een paar jaar geleden werd ons gevraagd studenten in te zetten als rondleiders bij een tentoonstelling. De organisatie vanuit de culturele instelling verliep moeizaam en er ging veel mis. Roosters veranderden voortdurend, de administratie werd niet goed bijgehouden en er waren telkens wisselende projectleiders. De betrokken docent en studenten hebben de problemen zo goed mogelijk opgevangen en (onbetaald!) werk geleverd, maar kregen bij de evaluatie de zwarte piet toegespeeld. Een negatieve ervaring en niet voor herhaling vatbaar. HELDERE AFSPRAKEN Goede afspraken maken is in elk geval erg belangrijk, leert de ervaring. De eerste contacten zijn altijd heel leuk en vol ideeën. Maar concrete afspraken bleven vaak nog uit. De coördinator van Pabo INHOLLAND Haarlem is inmiddels duidelijker in wat ze van instellingen vraagt en wat ze hun te bieden heeft. Door samen te werken maakt een Pabo zich afhankelijk van een externe instelling. Daardoor hangt het slagen van een onderwijsprogramma mede af van deze instelling. Als afspraken niet goed worden nagekomen, kan dat tot problemen leiden. Iets waar Pabo INHOLLAND Rotterdam weleens tegenaan is gelopen: acteurs kwamen bij een themadag cultuureducatie op de Pabo anderhalf uur te laat, het museum waar studenten een bezoek zouden brengen liet hen aan hun lot over. De coördinator wil daarom meer rechtstreeks contact met die mensen in de instellingen die betrokken zijn bij de activiteiten met en voor studenten. Ook de coördinator van Pabo Groenewoud onderstreept dit punt: Goede afspraken maken is heel belangrijk. Zoals: óf de student maakt één goede les, óf hij ontwikkelt basismateriaal dat de instelling zelf verder ontwikkelt. Dit om te voorkomen dat het uiteindelijke materiaal niet van voldoende kwaliteit is, en de Pabo-docent alsnog aan het werk moet gaan. Structurele afspraken in convenant Sommige Pabo s maken inmiddels ook structurele afspraken met culturele instellingen. In Breda bijvoorbeeld heeft Pabo Breda in januari 2006 een intentieverklaring tot structurele samenwerking ondertekend met Theater Artemis, Erfgoedhuis Noord-Brabant en De Ontdekking, een samenwerkingsverband van tien culturele instellingen in Breda. Bekrachtiging van de samenwerking met een convenant op opleidings- en instellingsniveau komt op steeds meer Pabo s voor. FINANCIËLE DREMPELS Culturele instellingen betrekken bij de opleiding stelt ook financiële eisen aan een Pabo. Tot en met schooljaar 2005 kregen Pabo s speciale vouchers voor het bezoek van hun studenten aan culturele instellingen. Omdat veel Pabo s de vouchers niet besteedden, boog het ministerie van OCW deze regeling vanaf schooljaar om naar een eenmalige Stimuleringsmaatregel Cultuureducatie met als sleutelbegrip partnerschap met instellingen en basisonderwijs. Het is nu aan de Pabo s zelf om voor bezoek aan of gebruik maken van diensten van culturele instellingen middelen te reserveren of met creatieve oplossingen te komen. 30 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 31

18 Door samen te werken met een instelling kan ik mijn studenten aanbieden wat mij als vakdocent niet meer lukt

19 Het denken aan financiële aspecten bij samenwerking met externe partners was voor veel betrokken docenten nieuw. We hebben daardoor een beter beeld gekregen van de belangen van de instellingen: zij moeten immers ook hun broek ophouden, aldus de coördinator van Pabo De Kempel. En wij zelf moeten evenzeer onze eigen financiële mogelijkheden duidelijk voor ogen houden, ofwel: het beschikbare budget. Aangepaste tarieven Sommige instellingen, met name provinciale instellingen met een bemiddelende taak op het gebied van kunstzinnige vorming, 1 rekenen commerciële tarieven voor hun diensten. Dat maakt samenwerken minder aantrekkelijk. Vanwege de financiële drempels voor de Pabo s passen veel instellingen niet alleen hun educatieve programma aan de wensen van de opleiding aan, maar ook hun tarieven. Tenzij ze extra kosten maken, bijvoorbeeld vanwege het inhuren van workshopdocenten. Ook het bestellen van educatief materiaal van een instelling, als lesmateriaal voor studenten, kost doorgaans geld. Entreeprijzen grootste kostenpost De grootste kostenpost voor Pabo s vormen de entreeprijzen. Vooral het afnemen van voorstellingen bij een theater blijft daardoor lastig. Een voorstelling kost gauw euro. Er zijn 120 eerstejaars. Bij een zaalcapaciteit van 50 personen betekent dit dat de Pabo de voorstelling drie of toch minstens twee keer moet afnemen. Een uitgave van euro voor een voorstelling is binnen de Pabo niet te verkopen, waarschuwt de coördinator van Pabo INHOLLAND Rotterdam. Een oplossing is try-outs, die zijn gratis, maar lastig in te plannen vanwege de roosters van de studenten. Pabo Arnhem laat de studenten daarom al aan het begin van het jaar weten wat de te maken entreekosten zijn, net als het benodigde bedrag om boeken aan te schaffen, en geeft het advies om een Cultureel Jongeren Paspoort (CJP) te nemen. Workshops door de makers, kosten delen Voor Pabo s die de eerdergenoemde vouchers wel succesvol wisten in te zetten in hun onderwijsprogramma, zoals Pabo HRO, was de afschaffing ervan een aderlating. Kunstconfrontaties en daarmee instellingenbezoek door de studenten heeft op deze Pabo de hoogste prioriteit. De Pabo heeft inmiddels nauwe relaties aangeknoopt met achttien culturele instellingen in Rotterdam, waarmee afspraken zijn gemaakt over bezoek door studenten: over de tijden, zodat de bezoeken binnen hun lesrooster vallen, en over de financiën. Mede om de uitgaven binnen de perken te houden kiest deze Pabo ervoor kunstenaars workshops te laten geven op hun eigen werkplek: choreografen, acteurs, regisseurs, enzovoorts. s Middags nemen de studenten deel aan enkele workshops, die per workshop zo n 150 euro kosten, s avonds bezoeken ze de voorstelling van diezelfde makers. Daarvoor bedingt de Pabo groepskortingen. De kosten voor de workshops en de groepskortingen worden betaald door de Pabo. Confrontaties met beeldende kunst worden georganiseerd in samenwerking met het Centrum voor Beeldende Kunst (CBK) Rotterdam: de studenten gaan op atelierbezoek en maken stadswandelingen langs kunst in de openbare ruimte. CBK en Pabo hebben hierover afspraken gemaakt op basis van een convenant en delen de kosten: het CBK is immers verantwoordelijk voor de honoraria van kunstenaars uit de stad Rotterdam. PERSONELE KOSTEN Naast allerlei directe kosten in de samenwerking met culturele instellingen spelen ook personeelskosten een rol. Het leggen en onderhouden van contacten met culturele instellingen en kunstenaars kost vaak meer tijd dan voorzien. Net als het eerdergenoemde financiële beheer vergt ook dit van de docenten nieuwe competenties. Voor de interne coördinatie en de doelstellingen op het gebied van cultuurcoördinatie binnen het curriculum is een paar uur per week voldoende, is de ervaring van de meeste cultuurcoördinatoren de afgelopen jaren. Maar voor alle andere taken die de coördinator moet uitvoeren, zoals het aangaan van relaties met culturele instellingen en de ondersteuning van studenten, zou zeker nog een halve dag per week beschikbaar moeten zijn. Zeker als het zorggebied van de Pabo, met basisscholen en instellingen waar studenten stage lopen, groot is. Een coördinator moet eigenlijk een dag per week aan cultuureducatie kunnen besteden. KUNST EN ERFGOED IN DE OMGEVING De Pabo kan de kosten van entree en educatief materiaal van instellingen beperken door studenten te stimuleren gebruik te maken van kunst en erfgoed in de omgeving van de stageschool. Ook al omdat de stageschool vaak geen geld beschikbaar kan of wil stellen voor entreekosten. Zo organiseren alle derdejaarsstudenten van Pabo Breda excursies voor medestudenten en voor hun stageklas die variëren van een bezoek aan een oude bakker, met aandacht voor allerlei ambachtelijke aspecten, tot een bezoek aan een kerk. Ook een studente van Fontys Pabo Tilburg liet zien dat cultuureducatie op de basisschool niet per se veel hoeft te kosten. Zij organiseerde een dag waarbij ze met de kinderen uit 34 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 35

20 haar stageklas een lokale kunstenaar bezocht die zich kosteloos voor deze leerlingen wilde inzetten. En ze informeerde hierover de plaatselijke krant. Het leverde de kunstenaar niet alleen veel enthousiaste reacties op van de kinderen, maar ook aandacht in de pers. opleidingen als de instellingen. In vergelijkbare projecten gericht op lokale samenwerkingsverbanden tussen onderwijs en culturele instellingen blijkt dit vaak een kwestie van lange adem en permanent onderhoud. 2 DRIE SCENARIO S In de vele voorbeelden van samenwerking tussen culturele instellingen en de opleidingen die aan het project Verbreding Cultuur en School Pabo s deelnemen, zijn drie scenario s te onderscheiden. 1. De Pabo benadert de culturele instelling uitsluitend vanuit het eigen perspectief: ze nodigt deze uit voor informatiemarkten, voorstellingen, workshops en gastcolleges als onderdeel van het lesprogramma. 2. De Pabo zet onderdelen van het eigen opleidingsprogramma uit bij de culturele instelling. Zoals het onderzoeken van het educatieve aanbod van een culturele instelling en het ontwikkelen van educatief materiaal voor bezoek van basisschoolleerlingen aan deze instelling. 3. De Pabo gaat uit van de verschillen in expertise van opleiding en culturele instelling en geeft die van de instelling een plek binnen de opleiding. De opleiding beschikt daarbij over de onderwijskundige, pedagogische en didactische knowhow en de kennis van het basisonderwijs, terwijl de culturele instelling de rol krijgt van pleitbezorger voor kunst en cultuur. Dit levert een win-winsituatie op. LANGE ADEM EN PERMANENT ONDERHOUD Hoe ziet zo n win-winsituatie er concreet uit? Dat is niet makkelijk in één zin aan te geven. De beschrijving hierboven geeft het al aan: de verschillen in cultuur tussen instellingen en opleidingen, de uiteenlopende belangen van opleidingen en de (ook nog eens onderling sterk van elkaar verschillende) instellingen en de wederzijdse verwachtingen en mogelijkheden maken het sturen op partnerschap of het realiseren van draagvlak tot een ingewikkeld proces. Hieronder zal duidelijk worden dat er zeer veel kansen zijn en dat deze ook tot succesvolle initiatieven en resultaten kunnen leiden. Het bestendigen van relaties die leiden tot een duurzaam partnerschap vergt een behoorlijke tijdsinvestering van zowel de 2.2 CONTACTEN EN UITWISSELING VIA NETWERKEN _ Gestimuleerd door het project Cultuur en School Pabo s zoeken steeds meer opleidingen toenadering tot lokale of regionale netwerken op het gebied van cultuureducatie. Zij bieden een ingang tot culturele instellingen, maar ook tot de basisscholen en het lokale en provinciale beleid. Bemiddelende instellingen op het gebied van cultuureducatie spelen daarbij een belangrijke rol. De manier waarop de cultuureducatieve netwerken zijn georganiseerd verschilt per provincie en per stad. In sommige gevallen bestaat het netwerk alleen uit samenwerkende culturele instellingen, in andere gevallen uit zowel culturele instellingen als vertegenwoordiging van het primair onderwijs. De lokale omstandigheden, de specifieke onderwijssituatie van de Pabo én de mate waarin individuele docenten inspiratie zoeken buiten de opleidingsmuren zijn daarbij bepalend voor de manier waarop een Pabo betrokken is bij bestaande netwerken. ELK NETWERK IS UNIEK Dat levert telkens weer unieke situaties op. Om er een paar te noemen: een van de docenten van Pabo Emmen van Hogeschool Drenthe, werkt tevens bij Kunststation C in Groningen, en dat maakt de lijnen kort. Arnhem kent het CEPO: een netwerk van basisscholen, Edu-Art advies en begeleiding in cultuureducatie, onderwijsbegeleidingdienst Marant, de gemeente Arnhem en Pabo Arnhem van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Pabo Groenewoud van dezelfde hogeschool neemt deel aan het Nijmeegse overleg tussen Edu-Art, Centrum voor de Kunsten De Lindenberg en basisscholen. Pabo Breda werkt samen met De Ontdekking, een netwerk gevormd door de gemeente Breda, het Centrum voor Kunstzinnige Vorming, theater De Nieuwe Veste en de basisscholen, ten behoeve van een projectweek voor alle tweedejaarsstudenten. Soms ontstaat een netwerk doordat de Pabo een aantal culturele instellingen om de tafel brengt voor overleg over hun mogelijke bijdrage aan het curriculum, zoals gebeurde bij Fontys Pabo Tilburg. De coördinatoren van Pabo EHvA zijn gestart vanuit bestaande contacten van enkele vakdocenten. Die bleken al in een netwerk te zitten van de 36 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 37

21 educatieve diensten van een aantal grote culturele instellingen in Amsterdam: AMOVE (Amsterdams Overleg Educatie). Inmiddels heeft deze Pabo ook contact met een soortgelijk netwerk op het gebied van muziek: AMUZE, afkorting voor Amsterdamse Muziek Educatie. Ontwikkeling van producten als aanvulling op het Pabo-curriculum is een van de agendapunten, evenals mogelijkheden voor studentenbezoek en stages. Als de rechtstreekse contacten tussen betrokken docenten en instellingen al ruimschoots tot daadwerkelijke activiteiten hebben geleid is de behoefte aan deelname aan een netwerk minder groot, zoals bij Pabo INHOLLAND Haarlem. Onze contacten zijn direct ontstaan uit de behoefte vanuit het curriculum, de themaweken, nascholing en het creëren van een inspirerend cultureel klimaat. Toch wil ook deze Pabo blijven deelnemen aan de netwerkbijeenkomsten in de regio. Om contacten en ideeën op te doen en op de hoogte te blijven van politieke en beleidsmatige ontwikkelingen op het gebied van cultuureducatie. NIET ALLEEN HALEN, OOK BRENGEN Voor opleidingen valt er het nodige te halen bij de netwerken. Op hun beurt hebben ze ook veel te bieden: didactische en onderwijskundige expertise, inzet van studenten en via deze studenten een andere ingang bij de basisscholen. Netwerkpartners weten Pabo s steeds vaker te vinden. De onderwijsbegeleidingsdienst in Groningen (ABCG) heeft ons gevraagd deel te nemen aan het project Erfgoed à la Carte, vertelt de coördinator van PA Hanzehogeschool 3. Pabo Edith Stein maakt als adviseur deel uit van de Kunstcommissie in Hengelo en van het Kunsteducatie Platform in Almelo. Hierin participeren de drie zuilen voor het primair onderwijs, de plaatselijke instellingen voor kunst en erfgoed en de gemeente. In Amsterdam werden de Pabo s halverwege 2006 uitgenodigd voor een zogeheten ambtswoninggesprek onder leiding van de wethouder Cultuur. Naar aanleiding daarvan ontstond uitwisseling tussen Pabo EHvA en MOCCA (Match Onderwijs Cultuur Centrum Amsterdam, de opvolger van Kunstweb). Deze staat sterk in het teken van onderzoek en versterking van de samenwerkingsverbanden met basisscholen en de ontwikkeling van de minor cultuureducatie. 4 GEZAMENLIJK DIGITAAL PLATFORM Een unieke ontwikkeling doet zich momenteel voor in Amsterdam. Hier zijn vanuit Pabo EHvA plannen ontstaan voor een digitaal interactief platform voor opleiding, basisscholen en Amsterdamse instellingen voor kunst en wetenschap (in het bijzonder natuur en techniek). Deze site zal een rol spelen in het nieuwe studielandschap, als de Pabo is verhuisd naar een verbouwd kantorenpand in Zuid-Oost. Via de site kunnen studenten de producten waar ze trots op zijn presenteren aan elkaar, aan culturele instellingen én aan basisscholen. Er is al een eerste aanzet van de site, op eigen initiatief ontwikkeld door een docent van Oriëntatie op jezelf en de wereld. Pabo EHvA neemt deze site over en maakt hem breder, ook op het gebied van cultuureducatie. Dit vanwege het beroepsbeeld van de opleiding, waarin communicatiemogelijkheden tussen student en stad en aandacht voor kunst en cultuur, levensbeschouwing en wereldoriëntatie expliciet worden benoemd. Als de ontwikkelingen volgens plan zijn verlopen, is de site in maart 2007 in de lucht gegaan. Deze ontwikkeling is gestimuleerd door de deelname van de Pabo aan het project Verbreding Cultuur en School Pabo s, aldus de betrokken coördinator. Onze recente contacten met AMOVE, AMUZE en MOCCA vormen een uitstekende basis voor het leggen van externe contacten. Het gaat ons daarbij om de driehoekconstructie van opleiding, de stad Amsterdam en de basisscholen. Het idee van een gezamenlijk loket voor culturele instellingen en scholen leeft op meer plaatsen in Nederland, maar niet eerder is het ontstaan op initiatief van een Pabo. 5 GEZAMENLIJKE VISIEVORMING Uniek is de situatie eveneens in Rotterdam. Aan het begin van schooljaar vond in het Centrum voor Beeldende Kunst (CBK) Rotterdam een studiebijeenkomst plaats voor de kunstpartners van Pabo HRO. Het CBK bood toen de publicatie Ruimte voor verwondering en verbeelding aan, geschreven door Pabo-manager Els Alberts en CBK-directeur Ton de Vos. 6 Vervolgens werd aan de hand van stellingen doorgepraat over de positie van kunsteducatie in het onderwijs. Doel: gezamenlijke visievorming richting basisscholen. Wegens groot succes startte het volgende schooljaar wederom met een bijeenkomst van culturele partners en kunstmentoren. Het boekje Ruimte voor verwondering en verbeelding is ook voor de andere Pabo s die deelnemen aan het project Cultuur en School Pabo s zeer inspirerend geweest, getuige de opmerkingen hierover in de evaluatiegesprekken en werkbijeenkomsten in het kader van het project. MET GEMEENTE EN PROVINCIE De Pabo van Christelijke Hogeschool Driestar educatief in Gouda (Pabo Driestar) heeft weer een heel eigen netwerk, met daarin een eigen rol. Deze Pabo heeft in 2005 via 38 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 39

22 de educatieve medewerker en de directeur van het Museum Catharina Gasthuis contact gelegd met de koepelorganisatie van de gesubsidieerde culturele instellingen van Gouda, de zogenoemde C9. In overleg met de directie van de muziekschool en van de Werkschuit in Gouda heeft de Pabo in november 2005 een minisymposium belegd. Alle basisscholen waren uitgenodigd, en bijna allemaal hadden ze vertegenwoordigers gestuurd. Ook de provincie was uitgenodigd. De culturele instellingen presenteerden zich in workshops aan de vijfentwintig basisscholen. Deze kregen eveneens een format voor een cultuurplan aangereikt, dat ze voor de tweede bijeenkomst, in november 2006, konden schrijven en indienen. De Pabo bood de scholen directe begeleiding aan om te komen tot implementatie en verbetering van hun eigen plan. De provincie heeft de Pabo inmiddels verzocht om het hele Groene hart van Holland erbij te betrekken. Omdat de betrokken partijen geen ervaring hebben met deze schaal, beraden ze zich nog over de aanpak. ONDERLING SAMENWERKENDE PABO S EN DOCENTEN Ook tussen de Pabo s onderling is sprake van diverse samenwerkingsverbanden op het gebied van cultuureducatie. Vanaf het moment dat Pabo INHOLLAND Rotterdam aan het project Verbreding Cultuur en School Pabo s ging meedoen, trad de coördinator niet alleen op voor deze opleidingslocatie, maar ook voor de andere drie INHOLLAND-Pabo s in Zuid-Holland: Dordrecht, Den Haag en Oegstgeest. Samenwerking met deze en met de drie Noord-Hollandse INHOLLAND-Pabo s bestaat vooral uit uitwisselen van expertise. Pabo Groenewoud in Nijmegen en Pabo Arnhem maken beide deel uit van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Beide Pabo s hebben een eigen onderwijsprogramma, maar werken veel samen. Eind 2006 waren er vergevorderde plannen voor de invulling van een gezamenlijke minor cultuureducatie. Expertise uitwisselen Zeven monosectorale Pabo s vormen samen Interactum, Educatieve Federatie van Lerarenopleidingen: Pabo KPZ in Zwolle, Pabo Domstad en Pabo Marnix Academie, beide in Utrecht, Pabo Edith Stein in Hengelo, Pabo Iselinge in Doetinchem, de Pabo van de Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar (IPABO Amsterdam) en Pabo De Kempel in Helmond. Binnen Interactum wordt intensief samengewerkt, niet alleen op het gebied van curriculumontwikkeling, maar ook op het gebied van cultuureducatie. Vanwege het project Verbreding Cultuur en School Pabo s voerde de coördinator van Pabo De Kempel bijvoorbeeld gesprekken met de coördinatoren van Pabo Edith Stein en Pabo Iselinge, die beide al in de eerdere fase van het project hadden meegedaan. Het raadplegen van externe deskundigen heeft absoluut zin, geeft de Helmondse coördinator aan. Het gaat allemaal pas echt leven als je tegenover iemand zit die weet waar je als Pabo tegenaanloopt. Culturele kennismakingspas Ook in Zwolle hebben de coördinatoren van Pabo Windesheim, Pabo KPZ en Pabo GHZ de handen ineengeslagen. Ze organiseren samen met het Zwolse Centrum voor de Kunsten De Muzerie een kennismakingsdag voor alle tweedejaarsstudenten. Vorig schooljaar bestond die onder andere uit een bezoek aan de voorstelling Orpheus van Frank Groothof, dit schooljaar stond Kylian4kids op het programma. Daarnaast werken de Pabo s en De Muzerie aan de ontwikkeling van een cultuurkennismakingspas, waarmee studenten in Zwolle hun culturele omgeving leren kennen. De coördinator van Pabo GHZ: Alle culturele instellingen, inclusief een instelling als de Verhalenboot, een drijvend vestzaktheater zoals dat er vroeger was, worden hierin betrokken en zijn enthousiast. Het wordt een kennismakingspas met laagdrempelige entree voor Pabo-studenten, gekoppeld aan informatie over de culturele instellingen en cultuurbeleving in Zwolle. Overleg met vakgenoten Naast dit soort samenwerking in het kader van cultuureducatie hebben vakdocenten van oudsher contact met hun collega s van andere Pabo s via aparte vakverenigingen en zijn er directe contacten. Onderwerp van gesprek is dan doorgaans het eigen vakgebied. De recente onderwijsvernieuwingen, maar ook cultuureducatie en de samenwerking met culturele instellingen staan soms op gespannen voet met de aandacht voor het eigen vak. De vrees leeft dat er naast de beoogde synergie ook negatieve bijeffecten zijn. Als bij cultuureducatie te sterk de nadruk komt te liggen op de student als intermediair tussen de basisschoolleerlingen en de culturele instellingen, vrezen vooral kunstvakdocenten voor het einde van het tijdperk van ambachtelijke toerusting van de studenten op het gebied van kunst en cultuur. Het idee dat bij cultuureducatie verdieping in het kunstvak zelf nodig blijft, wordt ook door anderen gedeeld, getuige een van de aanbeveling van de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur in hun gezamenlijke advies van april 2006: De raden vinden het bovendien wenselijk dat alle pabostudenten in ten minste één kunstvak afstuderen Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 41

23 Kunst is in feite een fundamentele levensbehoefte van ieder mens

24 STRATEGISCHE PARTNERS: INTERMEDIAIRS De meeste Pabo s gaan allianties aan met culturele instellingen die een belangrijke rol spelen binnen de netwerken. Vaak zijn dat steunfunctie-instellingen. Deze hebben vanuit de provincie of gemeente als taak te bemiddelen tussen scholen en instellingen, en vormen daardoor voor Pabo s een strategische partner. Ten eerste omdat Pabo s met en via deze instellingen contacten willen opbouwen met culturele instellingen en met de basisscholen. Ten tweede zoeken ze deskundigheidsbevordering van Pabo-docenten en -studenten op het gebied van cultuureducatie in het basisonderwijs. De deskundigheidsbevordering gebeurt in veel steden al langer, de contactfunctie is tamelijk nieuw. Zo informeert Kunstencentrum Helmond Pabo De Kempel sinds 2006 over het totale aanbod van het Kunstencentrum op de basisscholen, zodat studenten die op die scholen stage lopen kunnen achterhalen wat er op hun school gebeurt op het gebied van cultuureducatie. Ze mogen gratis deelnemen aan activiteiten die het Kunstencentrum daar organiseert. De Stichting voor Kunstzinnige Vorming in Rotterdam (SKVR) biedt aan studenten mee te laten lopen met dramadocenten in het primair onderwijs. De deskundigheidsbevordering gebeurt op diverse manieren. Steunfunctie-instellingen geven op veel Pabo s hoorcolleges en workshops, aan studenten en docenten. Soms mogen studenten er tegen gereduceerd bedrag cursussen volgen die bestemd zijn voor leerkrachten uit het basisonderwijs. Bijvoorbeeld een cursus over het aanbod en het functioneren van steunfuncties, zoals bij het CKV Almere. STRIJD OF SYNERGIE VANWEGE ICC-CURSUS Een cursus die pas sinds 2006 wordt gegeven is die voor het landelijke scholingsproject tot Interne Cultuur Coördinator (ICC). De ICC-cursus is voor Pabo s om twee redenen interessant: als lesstof in de minor cultuureducatie en als nascholing. In sommige provincies ontvangen de steunfunctie-instellingen van de provincie subsidie om deze cursus aan te bieden. Nogal wat Pabo s voelen zich daardoor buitenspel geplaatst. Zij hadden de cursus graag zelf gegeven, of een gezamenlijk aanbod verzorgd, waarbij de Pabo de cursus op pedagogisch en didactisch gebied zou versterken. De INHOLLAND Academy 8 waarin alle post-hbo activiteiten gebundeld worden aangeboden, wilde de ICC-cursus aanbieden, het plan voor nascholing was al klaar. Maar de provincie heeft ervoor gekozen de steunpunten per cursist te subsidiëren, vertelt de Haarlemse INHOLLAND-coördinator. Bij deze Pabo is de cursus overigens wel als lesstof opgenomen in een module. De ICC-cursus gaf een goed beeld van hoe verschillend culturele instellingen zijn en hoe verschillend ze met educatie omgaan, zegt de coördinator van Pabo Arnhem. In Tilburg en Eindhoven is wel een productieve samenwerking tot stand gekomen tussen de bemiddelende instelling en de Pabo. Midden 2006 volgden drie Pabo-docenten van de Fontys Pabo Tilburg bij Cultuur in School Tilburg (CiST) de Train de trainers-cursus, waardoor ze bevoegd zijn studenten te certificeren. Deze moeten in hun afstudeerwerk aantonen dat ze aan de vereisten voldoen en een intensief differentiatietraject cultuureducatie hebben gevolgd. Al eerder dat jaar namen twee docenten van Fontys Pabo Eindhoven namens de onderwijsbegeleidingsdienst DOBA deel aan de trainersopleiding om de cursus ICC te mogen uitvoeren. Dat gaf een nieuwe impuls voor netwerken en samenwerken. In gaat in Eindhoven een cursus ICC van start in samenwerking met Cultuurstation, en in Veghel in samenwerking met het Instituut Pieter Brueghel, vertelt de Eindhovense coördinator. Ook is er contact gelegd met kartrekkers van cultuureducatie op enkele basisscholen uit de regio, om hen te informeren over de mogelijkheid studenten bij hun innovatie te betrekken. In Drenthe gaven eind 2006 studenten de aanleiding tot contact tussen Pabo en bemiddelende instelling over de ICC-cursus. Zij maakten op hun stageschool in Groningen samen met het team een beleidsplan cultuureducatie. Dat is het terrein van Kunststation C, daarom hebben we contact opgenomen. Eind 2006 vonden ook de eerste gesprekken plaats tussen het ABC, de Amsterdamse onderwijsbegeleidingsdienst, en Pabo EHvA, om het aanbod van de minor cultuureducatie en de ICC- cursus op elkaar af te stemmen. Als deze lijn zich doorzet, zullen de aanbieders van de ICC-cursus en de Pabo s elkaar op den duur steeds vaker weten te vinden. CONCURRERENDE TAAKSTELLINGEN Sommige intermediaire instellingen lijken de Pabo s als concurrent te zien. Zo verklaren enkele Pabo s de afhoudende opstelling wanneer ze gezamenlijk deelnemen aan een netwerk of project. Dit geldt alleen voor bemiddelende instellingen met taken op het gebied van kunstzinnige vorming. Deze verzorgen vaak ook lesaanbod op de basisscholen en bieden nascholing en begeleiding aan de leerkrachten. Intermediairs op het gebied van erfgoed hebben vooral een adviserende rol en hebben het stimuleren van kennismaking met culturele instellingen als opdracht. Erg goed verloopt de samenwerking met het Museaal Historisch Perspectief (MHP), bij de organisatie van een Rondje Erfgoed, benadrukt de Haarlemse Pabo-coördinator. Daarin maken de studenten kennis met diverse erfgoedinstellingen. Dat is ook de doelstelling van het 44 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 45

25 MHP, dus die heeft alle belang bij de organisatie van zo n week. Erfgoedhuis Noord- Brabant wilde zelfs meer medewerking verlenen dan de Brabantse Pabo s in 2006 aankonden. PABO ALS WEGBEREIDER Zoals uit de voorbeelden blijkt maken de meeste Pabo s inmiddels deel uit van de bestaande cultuureducatieve netwerken. De Pabo s ambiëren echter niet een voortrekkersrol binnen een netwerk. De eerste verantwoordelijkheid van de opleiding is haar investering in de student. In het oude, aanbodsgerichte curriculum is de samenwerking volledig in handen van de opleidingsdocenten. In het vernieuwde, op competenties gerichte en vraaggestuurde onderwijs ligt het initiatief veel meer bij de student en spelen de wensen van de stageschool een grote rol. Omdat de student minder wordt aangestuurd vanuit de Pabo, is het van belang dat de culturele partners op de hoogte zijn van wat zich binnen de opleiding en de stagescholen afspeelt. Dat is alleen mogelijk bij actieve participatie van de opleidingen in cultuureducatieve netwerken. Contact maken is daarbij niet het grootste probleem, de bestendiging daarvan vraagt de meeste inzet en knowhow. Al behoeft de hedendaagse student geen gespreid bedje, vanwege de vele cultuurverschillen tussen opleidingen en instellingen blijft de rol van de opleiding als wegbereider van belang. met culturele bagage. Pabo s zetten hun samenwerking met culturele instellingen dan in om studenten bewust te maken van hun cultuurdragerschap door presentaties, lezingen, hoorcolleges en workshops. Maar ook om het culturele klimaat op de Pabo te bevorderen, door middel van bijvoorbeeld concerten, tentoonstellingen en lezingen. Bij de student als cultuuroverdrager willen de opleidingen hun studenten leren hoe ze straks de culturele omgeving in hun onderwijs kunnen betrekken. Daarbij gaat het niet alleen om het didactische handelen, maar ook om het ontwerpen van educatief materiaal voor cultuureducatie. En om het in de stageklas (leren) gebruik (te) maken van het door instellingen en makers ontworpen educatief materiaal. Bijna de helft van de Pabo s laat studenten een (vaak korte) stage lopen bij een culturele instelling. Het ligt voor de hand om tijdens de eerste Pabo-jaren in te zetten op de student als cultuurdrager en pas in de latere studiejaren op de student als cultuuroverdrager. Een aantal aan het project deelnemende Pabo s geeft echter aan dat beginnen met het tweede de cultuuroverdrager de studenten meer motiveert. Vanuit het meer vraaggestuurde onderwijs leeft immers de gedachte dat de studenten vanuit de praktijk van de basisschool, op basis van reflectie, zelf nieuwe leerdoelen formuleren. Hoe eerder ze zich bewust worden van de mogelijkheden van cultuureducatie op de basisschool, hoe eerder bij studenten vraag ontstaat naar kennis en vaardigheden op dit gebied. In deze situatie gaan cultuuroverdracht en het vullen van de rugzak dus hand in hand. 2.3 OP DE WERKVLOER: DE STUDENTEN _ Pabo-studenten zijn de leerkrachten van de toekomst. Zij kunnen kinderen als geen ander in aanraking brengen met de wereld van kunst en cultuur. Mits ze daar zelf ook kennis mee hebben gemaakt en affiniteit mee hebben opgebouwd. Dat gebeurt op vele manieren, blijkt na vijf jaar Cultuur en School Pabo s. CULTUURDRAGER EN CULTUUROVERDRAGER Bij hun deelname aan het project Cultuur en School Pabo s hebben de meeste Pabo s ingezet op aandacht voor cultuureducatie gedurende alle studiejaren. 9 Dus zowel in de majorfase (het algemene deel in de eerste twee tot drie jaar) als in de minorfase (waarin de student zich specialiseert). De Pabo s maken daarbij onderscheid tussen de student als cultuurdrager en de student als cultuuroverdrager. Bij de student als cultuurdrager gaat het om het vullen van de rugzak van de student SCALA AAN INSTELLINGEN EN KUNSTENAARS Musea, archieven, centra voor beeldende kunst, voor natuureducatie en historische centra, theaters, theater- en dansgezelschappen, muziekgebouwen, een filmcomplex en een architectuurinstituut, bibliotheken, historische verenigingen, de kunstuitleen, de VVV, kunstvakopleidingen en niet te vergeten kunstenaars: ze komen allemaal voor in het rijtje van samenwerkingspartners op het gebied van cultuureducatie. Van klinkende namen zoals het Concertgebouw en het Wereldmuseum tot kunstenaars in de wijk en verhalenvertellers: een bijlage met alle betrokken partijen uit het culturele veld zou een prachtige lijst opleveren. En dan is er nog het erfgoed in de omgeving dat studenten en Pabo s als bron voor cultuureducatie inzetten: monumenten, historische gebouwen, landschappelijke elementen enzovoorts. De manier waarop studenten via en door de instellingen en kunstenaars met kunst en cultuur in aanraking komen, varieert navenant. Diverse factoren spelen daarbij een rol en beïnvloeden elkaar ook onderling: de aansturing door de Pabo, de vraag vanuit de culturele instellingen en de stagescholen, en de nieuwsgierigheid en ambities van de 46 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 47

26 studenten zelf. Ter illustratie worden per soort culturele partner enkele aansprekende voorbeelden gegeven, met de nadruk op de rol van de student. MUSEA Alle Pabo s werken samen met een of meer musea in hun omgeving. Soms gaat het om een museum op grotere afstand, zoals in het geval van Pabo Domstad, waarvan alle derdejaarsstudenten drie à vier weken met kinderen aan een theatervoorstelling werken bij het Techniekmuseum in Delft. Ook een bezoek aan grote musea zoals het Nemo, het Rijksmuseum en het Tropenmuseum in Amsterdam staan op het programma van diverse Pabo s elders in het land. Maar de meeste samenwerking vindt toch vooral plaats binnen de eigen stad of regio. Museum De Fundatie in Zwolle bijvoorbeeld ontvangt studenten van alledrie de Pabo s in Zwolle: van Pabo Windesheim, Pabo KPZ en Pabo GHZ. Met studenten van Windesheim heeft het museum een leskist samengesteld, die ze kunnen lenen en gebruiken in de klas. Met Pabo KPZ werkt de Fundatie zelfs op contractuele basis samen. Sinds 2006 bezoeken derdejaarsstudenten dit museum met hun stageklas. Voorafgaand maken zij een lesbrief en lesmateriaal. Het onderwerp is vrij, maar moet passen binnen het thema van de Fundatie: verzamelen. Op de stageschool wordt een bezoek voorbereid, op de Fundatie begeleiden de studenten het bezoek. De door hen ontwikkelde lesbrief met bijbehorend educatief materiaal blijft achter op de Fundatie, zodat ook andere scholen het materiaal kunnen gebruiken. Bij dit alles worden de studenten begeleid vanuit de Fundatie. Het werk van de basisschoolleerlingen en eventueel ook dat van studenten wordt vervolgens tentoongesteld in het museum. De studenten ronden hun profilering af binnen het museum, hun resultaten worden gepresenteerd aan alle derdejaarsstudenten. Met dit project werken studenten aan diverse competenties: het samenwerken met collega s, met culturele instellingen buiten de Pabo en het versterken van de vakcompetenties tekenen en handvaardigheid. Alleen na sollicitatie De inzet van studenten bij de tentoonstelling Professor van Giffen en het geheim van de Wierden was in 2006 zo succesvol, dat het Groninger Museum en de PA Hanzehogeschool hebben besloten de samenwerking te continueren. Het museum heeft een eigen educatieve dienst. Drie museumdocenten begeleiden de studenten in het omwerken van het museumaanbod naar leerstof. Studenten gaan vervolgens naar hun basisschool, werken daar met opdrachten en bezoeken met de kinderen het museum. Aan deze buitenschoolse course Uit de Kunst kunnen derdejaarsstudenten alleen op basis van selectie meedoen, na sollicitatie. Het museum kan daardoor rekenen op gemotiveerde studenten, en studenten weten op hun beurt vooraf wat er van hen wordt verwacht. Deeltijdstudenten springen eruit Het zijn met name de deeltijdstudenten die tot prachtige resultaten komen, geven diverse coördinatoren aan. Zo heeft een wat oudere studente van Fontys Pabo Tilburg op eigen initiatief bij het differentiatietraject cultuureducatie met haar stageklas een project uitgeprobeerd dat al was ontwikkeld door de afdeling educatie van het Kröller Müller Museum in Otterlo. Dit leverde zowel de studente als het museum leerzame informatie op. Museumweekend met studenten Hetzelfde Kröller Müller Museum werkt sinds drie jaar structureel samen met docenten beeldende vakken van Pabo Arnhem, bij een keuzevak dat geheel is gewijd aan dit museum. Deze samenwerking heeft langzaamaan een vaste vorm gekregen. In het eerste jaar ontwikkelde het museum het concept voor een activiteit tijdens het museumweekend, waar Pabo-studenten een actieve rol in hadden: een mysterietocht door museum en beeldentuin waarbij leerlingen de pleger moesten vinden van een fictieve misdaad. Studenten voerden het idee op locatie uit, zij verdiepten zich vooraf in een kunstwerk en gaven de kinderen bij hun verwerking ieder een aanwijzing over de misdadiger. Het was een groot succes. Het jaar daarna werd het concept op verzoek van Pabo en studenten bedacht door de studenten zelf, maar dat bleek voor alle betrokken veel meer werk op te leveren. Studenten voelen zich prettiger bij het invullen van een deel van een programma dan bij het opzetten van het hele programma, was de conclusie. In 2006 is daarom het concept weer ontwikkeld door het museum. We kunnen goed merken dat het inmiddels een apart keuzevak is op de Pabo, vertelt de medewerker educatie van het museum. Toen dat nog niet zo was, hadden studenten vaak te weinig kennis om een goede invulling te kunnen geven. Het keuzevak Beeldende Vorming is ingevuld met informatie over het Kröller Müller en wat je met kinderen in dit museum kan doen. In het verlengde van dit vak organiseren de Pabo-studenten het museumweekend. Het liep vorig jaar op rolletjes, zowel museum als Pabo was enorm blij met het resultaat. 48 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 49

27 Behoeften vanuit het onderwijs Pabo EHvA in Amsterdam is vol lof over de open opstelling van musea als het Stedelijk Museum en het Filmmuseum. Bij een bijeenkomst van het netwerk AMOVE vroegen deze de Pabo expliciet wat Pabo-studenten en leerkrachten basisonderwijs nodig hebben om basisschoolleerlingen het museum binnen te halen. Zij blijken daarmee dus niet meer primair uit te gaan van hun eigen collectieaanbod, maar van de vraag vanuit het onderwijs. Dat biedt een goed vertrekpunt voor samenwerking met ons als opleiding. Inhoudelijke aansluiting Culturele instellingen betrekken bij het onderwijsprogramma is echter niet voor elke Pabo even vanzelfsprekend. Zo bleek het voor Pabo Helicon in Zeist niet eenvoudig om een brug te slaan tussen de specifieke benadering van het kunstonderwijs van deze Pabo op antroposofische grondslag en de culturele instellingen. Omdat de nadruk ligt op de eigen ontwikkeling van de studenten, zoekt deze Pabo samenwerking vanuit de inhoud van het curriculum, in aansluiting bij het vormingsgebied kunstvakken. De inhoud, de collectie, vormt de eerste aanleiding om contact te zoeken. De kunstuitingen en het gedachtegoed van De Stijl blijken goed aan te sluiten bij de inhoudelijke invalshoek van Pabo Helicon. In januari 2007 kregen alle studenten daarom voor het eerst een rondleiding in het Mondriaanhuis in Amersfoort. Bedoeling is dat zij ook zelf rondleidingen gaan geven aan basisschoolleerlingen. ARCHIEVEN Diverse Pabo s noemen het plaatselijke archief als belangrijke partner. Bij Fontys Pabo Tilburg bijvoorbeeld geven medewerkers van het Regionaal Archief elk jaar hoorcolleges aan derde- en vierdejaarsstudenten. Ze vertellen dan over hun eigen instelling en over het belang van cultuureducatie in het algemeen. Erfgoed binnen omgevingsonderwijs Een ander voorbeeld van structurele samenwerking is die tussen het Utrechts Archief en de Pabo Marnix Academie. Het Archief biedt de docenten jaarlijks een rondleiding waarin het zichzelf en zijn mogelijkheden presenteert. Voor studenten geeft het Archief in de context van omgevingsonderwijs een korte training waarin ze kennismaken met de organisatie en relevante informatie leren zoeken voor de invulling van hun project. Bovendien biedt het Archief studenten in de minorfase de mogelijkheid concreet met cultuureducatie aan de slag te gaan. Het Utrechts Archief participeert namelijk in het project Museum voor de Klas, waarin basisschoolleerlingen uit de omgeving van de stad Utrecht het depot kunnen bezichtigen. Daarbij ontdekken de kinderen aan de hand van foto s en kaarten dat niet alleen de stad, maar ook hun school en straat de afgelopen eeuw aan verandering onderhevig zijn geweest. Het archief betrekt de Pabo-studenten bij de praktische opzet en invulling van exposities en rondleidingen aan leerlingen van de bovenbouw van de basisschool. Leerkracht als verhaaldrager In Zwolle werkt Pabo GHZ samen met het Historisch Centrum Overijssel (HCO). Sinds 2006 is educatie een belangrijk speerpunt voor dit archief van zowel de gemeente Zwolle als de provincie Overijssel. Pabo en HCO hebben in februari 2007 voor alle derdejaarsstudenten een studiedag georganiseerd over de Tweede Wereldoorlog, om hen te leren hoe ze als toekomstige leerkracht de herinnering aan de oorlog levend kunnen houden, ook als er straks geen oorlogsoverlevenden meer zijn. 10 Vervolgens verzorgen de studenten tijdens hun stage geschiedenislessen rond dit thema. Op die manier wordt de leerkracht de verhaaldrager van de toekomst. CENTRA VOOR NATUUR- EN MILIEU-EDUCATIE Docenten van onderwerpen als geschiedenis, aardrijkskunde, wereldoriëntatie en omgevingsonderwijs werken geregeld samen met instellingen op het gebied van natuur- en milieu-educatie. Zo lopen studenten van Pabo Groenewoud stage bij de SOM, Stichting voor Onderwijs- en Milieuprojecten in Nijmegen. Ze doen daarbij ervaring op met vraaggestuurd omgevingsonderwijs door rondleidingen te verzorgen en educatief materiaal te ontwikkelen. De gemeentelijke dienst Natuur- en Milieu Communicatie in Utrecht heeft in het Griftpark een educatief centrum, een educatieve tuin en een stadsboerderij. Hiervoor wil zij derde- en vierdejaarsstudenten van de Pabo Marnix Academie betrekken in het ontwerpen, samenstellen en uitvoeren van lesprogramma s, fotopresentaties en andere educatieve projecten, waarin naast natuuronderwijs specifieke aandacht aan aardrijkskunde en geschiedenis moet worden besteed. LOKAAL ERFGOED Studenten kiezen steeds meer zelf de culturele instelling of het erfgoed waar ze hun onderwijs in de basisschool mee willen voeden. Dat leidt ertoe dat niet alleen de gro- 50 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 51

28 Waarnemen, herkennen, verklaren en waarderen leiden uiteindelijk tot begrijpend kijken

29 tere instellingen met een taak op het gebied van educatie bij het primair onderwijs worden betrokken, maar ook kleinere erfgoedinstellingen in de omgeving van de stageschool. Een mooi voorbeeld hiervan is het molenproject in Asten. Vanwege het vijfhonderdjarig bestaan van deze molen hebben tien vol- en deeltijdstudenten van Pabo De Kempel begin 2006 een interactieve cd-rom ontwikkeld, in samenwerking met de Molenstichting Asten. Deze cd-rom werd met ingang van schooljaar aangeboden aan alle Astense basisscholen. Voor onderwijs met en over erfgoed is samenwerking met een instelling overigens niet altijd noodzakelijk. In de omgeving van de school is immers al allerlei erfgoed kosteloos beschikbaar: een oude brug, een monumentaal pand, een historisch plein, het schoolgebouw zelf, enzovoort. Ook lokale kunstenaars laten zich vaak inspireren door lokaal erfgoed. Tijdens de culturele week van de Fontys Pabo Tilburg bezochten studenten in 2006 een atelier in een oude brandweerkazerne. De betreffende kunstenares vertelde hun niet alleen over haar kunstenaarschap, maar betrok ook de kazerne in haar verhaal. Zij raakte zo enthousiast over het studentenbezoek dat ze het programma, dat ze in samenspraak met de Pabo-docent voor de studenten had gemaakt, nu ook gaat aanbieden aan de basisscholen. HISTORISCHE VERENIGINGEN Op veel plaatsen in Nederland bloeit het verenigingsleven van mensen met een grote passie voor het lokale of regionale verleden. 11 Ze organiseren lezingen en excursies, doen onderzoek en geven soms een tijdschrift of nieuwsbrief uit. Een aantal verenigingen heeft relaties met het onderwijs. Ze geven rondleidingen, bezoeken scholen en vertellen over de geschiedenis. Sommige verenigingen hebben een beperkte collectie die ze mee kunnen nemen naar de school, en zijn daarin flexibeler dan musea. De bij Cultuur en School Pabo s betrokken docenten noemen in dit verband alleen de Historische Vereniging Haerlem. Een medewerkster van deze vereniging gaat tijdens de jaarlijkse Themaweek Wereldoriëntatie en Erfgoed van Pabo INHOLLAND Haarlem in gesprek met tweedejaarsstudenten, na een inleiding over wat de vereniging betekent voor het basisonderwijs. THEATERS EN SCHOUWBURGEN Theaters en schouwburgen spelen vooral een rol bij de kennismaking van studenten met kunst en culturele instellingen. Dat gebeurt tijdens een door de opleiding en (soms) steunfunctie georganiseerd rondje kunst en cultuur langs diverse culturele instellingen in de omgeving van de Pabo. In de meeste gevallen bekijken ze een voorstelling en krijgen ze een kijkje achter de schermen : een rondleiding en gesprek in het gebouw. Ook bespreken ze het aanbod voor kinderen. Het derde jaar van Pabo Groenewoud in Nijmegen start met een theaterweek, waarin de studenten volop van het theateraanbod kunnen genieten. THEATERGEZELSCHAPPEN Vaker dan theaters en schouwburgen leveren de gezelschappen die erin spelen als makers de educatieve diensten aan Pabo s en basisscholen. Gezelschappen verwelkomen de specifieke inbreng van Pabo-studenten en de reacties van leerlingen uit het basisonderwijs. Ze ervaren de gesprekken met de studenten als verfrissend en interessant. In elkaars keuken kijken De vierdejaarsstudenten van Pabo EHvA konden tot nu toe als vakverdieping meewerken aan de Educatieve Theaterproductie. Ze doorlopen daarbij het proces van het maken en uitvoeren van een zelfgemaakte theaterproductie. In ontwikkeling is het werken vanuit een bestaande toneeltekst voor jeugdtheater, met de expertise van jeugdtheatergroep Huis a/d Amstel en Toneelgroep Amsterdam. Dit speelt zich af in kortere tijd, is complexer door de samenwerking met de theatergroepen, maar heeft hetzelfde einddoel. Studenten worden pedagogisch begeleid door de opleiding en halen het artistieke deel bij de theatergroepen. Hoe dit voor studenten werkt, zal in de praktijk moeten blijken. Ook is spannend hoe deze samenwerking voor de opleiding zal uitpakken. Want de vakdocenten moeten nu ook een kijkje in de eigen keuken geven, zegt de coördinator van Pabo EHvA. Werken vanuit verbeeldingskracht Een ander voorbeeld is de samenwerking met theatergezelschap Het Filiaal in Utrecht. Hier werkten in juni 2006 zo n twintig studenten van Pabo Domstad een week lang mee aan een groot project rondom beeldende kunst, theater en techniek voor Utrechtse basisscholen, dat werd uitgevoerd bij jeugdtheaterhuis De Berenkuil in Utrecht. Al doende werden de Pabo-studenten zich meer bewust van de waarde van receptieve vormen van kunst. Ook ervoeren ze aan den lijve hoe het is om vanuit verbeeldingskracht en creatieve processen met kinderen te werken. Door samen te werken met een 54 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 55

30 instelling als Het Filiaal kan ik mijn studenten aanbieden wat mij als vakdocent niet meer lukt, en daar ben ik ze ontzettend dankbaar voor! benadrukt de coördinator van Pabo Domstad. Op hun beurt konden de Pabo-studenten op pedagogisch en didactisch gebied een steentje bijdragen. Kortom, een verrijkend project voor alle betrokkenen, dat jaarlijks zal worden herhaald. Theater leren kijken Ook Groningen kent een schoolvoorbeeld van samenwerking tussen theatergezelschap en Pabo. Meerdere Pabo s zelfs. Jeugdtheatergezelschap De Citadel werkt in 2006 met de voorstelling Wat nu, Roodkapje? Roodkapje, wat nu? samen met drie Pabo s uit het Noorden: in Emmen, Groningen en Assen. Deze samenwerking is voor ons van zeer groot belang, vermeldt de site van het gezelschap. Na afloop van de voorstelling op de basisschool gaan de acteurs in op maat aangeboden programma s samen met de studenten in gesprek over theater en kunsteducatie. Het is immers belangrijk dat niet alleen de kinderen, maar ook de leerkrachten theater leren kijken. Meer dan een leuk uitje Theatergezelschap Artemis in Den Bosch noemt dezelfde redenen voor samenwerking met Pabo s: docenten warm maken voor wat theater is. Docenten kunnen kinderen hier dan veel beter in meenemen, aldus de educatief medewerkster van het gezelschap, die overigens zelf ook docente beeldende vakken en cultuureducatie is aan Pabo Breda. Het gezelschap zocht een paar jaar geleden iemand die goed zicht heeft op het basisonderwijs, en contacten aanhalen met de Pabo s werd in de vacature expliciet genoemd. Het gezelschap maakt voorstellingen voor het basisonderwijs, maar wel met een specifiek artistiek doel. Soms willen basisscholen niet meer dan een leuk uitje, maar het gaat bij cultuureducatie om meer dan dat. We willen dat kinderen geraakt worden, en soms mag het ook wel even slikken zijn. Studenten van zowel Pabo Breda als Fontys Pabo Den Bosch wonen repetities bij en leren hoe een voorstelling tot stand komt. Na afloop bespreken ze de opbouw en inhoud van de voorstelling met de regisseur en de spelers. Ook opvattingen over educatie bij voorstellingen en het concrete materiaal komen aan bod. Het bijwonen van de repetities is voor de Pabo s gratis. Studenten worden in overleg uitgenodigd om s avonds tegen speciaal tarief naar de voorstelling te komen. Afhankelijk van de nog beschikbare lestijd krijgen studenten vanuit de Pabo de opdracht om de voorstelling te vertalen in educatief materiaal voor het basisonderwijs, ondersteund door de educatief medewerker. DANSGEZELSCHAPPEN Ook dansgezelschappen dragen hun steentje bij aan het basisonderwijs en de Pabo s. In Arnhem is Introdans al 35 jaar actief. Jaarlijks organiseert het gezelschap docenten- en Pabo-dagen, waarop het zijn educatieve aanpak voor het voetlicht brengt. Daarbij kunnen Pabo-studenten kennismaken met het repertoire en de werkwijze van Introdans en een trainingsles, een repetitie en een voorstelling bijwonen, waardoor ze een beeld krijgen van de inhoud van het dansvak. Via een lezing en een videopresentatie krijgen ze informatie over het educatieve aanbod van Introdans en tips hoe ze hun leerlingen met dans vertrouwd kunnen maken. Pabo Groenewoud in Nijmegen is enthousiast over de samenwerking met Introdans. De inhoudelijk-didactische bijdrage wordt verzorgd door studenten van de dansvakopleiding, de pedagogisch-didactische door onze studenten. Twee uur lang zweten In Rotterdam geeft het Scapino Ballet s middags workshops voor eerstejaarsstudenten van de Pabo HRO, waarin de confrontatie met de kunstenaars centraal staat. Studenten krijgen inzicht in wat dans inhoudt: Vooral hard werken, zweten, twee uur lang. De coördinator van Pabo HRO licht toe: Ze gaan samen met een choreograaf aan het werk in de studio s, waarbij de studenten zelf dansen. Ook benaderen ze een dansvoorstelling vanuit de theorie: waar kun je op letten, hoe is de voorstelling opgebouwd, hoe zit een choreografie in elkaar, welke bijdrage leveren licht en decor? De workshop bereidt hen voor op de voorstelling die ze die avond gaan zien. En ze krijgen een rondleiding door het gebouw. Studenten laten genieten en inspireren De studenten van Pabo INHOLLAND Rotterdam maken sinds januari 2007 actief kennis met dansgezelschap De Meekers. Doel hiervan is hen te laten genieten van de voorstelling en zich te laten inspireren voor lessen dans met kinderen. De reflecties op de voorstelling vinden plaats in de lessen dans op de Pabo. Bij de keuze waren beschikbaarheid en onderwerp van de voorstelling bepalend: de coördinator zoekt naar samenhang met het thema dat in die periode centraal staat op de Pabo. MUZIEKGEBOUWEN EN MUZIEKGROEPEN Voor muziekgebouwen geldt hetzelfde als voor theaters en schouwburgen. Studenten bezoeken een concert, individueel of in opleidingsverband, vaak inclusief rondleiding. Ze bestuderen het lesmateriaal van de instelling en onderzoeken de mogelijkheden van de instelling voor onderwijs op de basisschool. 56 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 57

31 Parallellen met dirigent en orkest De coördinator van Pabo EHvA roemt de kwaliteit van de samenwerking met het Amsterdamse Concertgebouw. Studenten maken er een workshop mee zoals twee musici die aan basisschoolleerlingen aanbieden. De studenten krijgen een inleiding van een orkestlid, wonen een repetitie bij en reflecteren op het repetitieproces. Daarbij worden allerlei parallellen getrokken tussen dirigent en leerkracht, en het orkest en de klas. Bijzonder leerzaam en inspirerend! Kinderen tekst en muziek laten ontwerpen In het cursusjaar werkte Pabo Edith Stein in Hengelo nauw samen met muziekgroep Quasimodo. Derdejaarsstudenten van deze Pabo participeren jaarlijks in een educatief cultuurproject dat door basisscholen wordt opgezet of ingekocht bij de diverse culturele instellingen, zoals Centrum voor de Kunsten Concordia in Enschede of vergelijkbare instellingen in Hengelo en Almelo. Participeren houdt in: actief meedoen in de voorbereiding, uitvoering en evaluatie. Ook worden aspecten als plaats in het curriculum van de basisschool en zaken als kerndoelen en startbekwaamheden aan de orde gesteld. Van het geheel leveren de studenten een verslag in. Docenten en muziekgroep Quasimodo bepaalden vooraf samen hoe de studenten een rol kunnen spelen in deze projecten, die erop waren gericht kinderen tekst en muziek te laten ontwerpen. De projecten werden voorbereid in de basisschool. Daarin assisteerden studenten de leerkrachten bij de lessen en workshops of ontwierpen ze lesbrieven. Elk project werd afgesloten met een voorstelling voor de deelnemende scholen, waarin de ontworpen teksten en liedjes werden verwerkt. FILMHUIZEN EN BIOSCOPEN Film is favoriet als cultureel uitje bij het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) op de middelbare school. Dit vak is sinds 1998 verplicht in de tweede fase van havo en vwo en sinds schooljaar ook voor het derde en vierde jaar van het vmbo. Daardoor hebben veel Pabo-studenten al enige ervaring met het kijken naar en reflecteren op culturele uitingen, en zeker met filmbezoek. Filmbezoek komt veelvuldig voor bij basisscholen. Veel scholen maken daarbij gebruik van lesmateriaal dat is ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor Filmeducatie: Klassefilm. Dit landelijke educatieve filmprogramma voor het primair onderwijs is gericht op leerlingen van 6 tot 12 jaar. Van de Pabo s vermeldt echter alleen Domstad in Utrecht specifieke aandacht voor film in de context van cultuureducatie. In 2006 is hier voor het eerst een keuzemodule voor derdejaars ontwikkeld, samen met het Louis Hartlooper Complex in Utrecht. Studenten krijgen daarbij les van een Nederlandse kinderfilmregisseur en worden begeleid bij het maken van een lesprogramma voor de basisschool. Er ligt nu een prachtige opzet voor samenwerking, inclusief subsidie van de gemeente Utrecht om de filmmaker te kunnen inhuren en de ruimtes te gebruiken. BIBLIOTHEKEN Bibliotheken worden door de meeste Pabo s als partner genoemd. Leesbevordering is een belangrijk aandachtspunt op de basisscholen, en als toekomstige leerkracht moeten studenten weten hoe ze hun leerlingen wegwijs kunnen maken in de bibliotheek. Veel scholen nemen leesbevorderende projecten en leskisten af en bezoeken de bibliotheek met een klas. Bibliotheken zijn daarmee al vanzelfsprekend partner in onderwijs. Sinds 2005 ambieert een deel van de bibliotheken een bemiddelende rol tussen scholen en instellingen. 12 Bij werkbijeenkomsten van het project Verbreding Cultuur en School Pabo s is hier aandacht aan besteed. Maar tot nu toe lijkt de samenwerking met bibliotheken zich nog steeds te beperken tot rondleidingen aan studenten over de mogelijkheden van de bibliotheek voor basisscholen. CENTRA VOOR BEELDENDE KUNST Centra voor beeldende kunst werken op diverse manieren samen met Pabo s. Al eerder is de samenwerking tussen CBK en de Pabo HRO in Rotterdam genoemd, gericht op visievorming, met culturele instellingen en basisscholen in Rotterdam. In Groningen zijn er contacten tussen Pabo en CBK gelegd en is een plan in de maak om samen een atelierroute te ontwikkelen voor studenten. Overdraagbare ontwerpen Een ander inspirerend voorbeeld vormt de samenwerking tussen CBK De Krabbedans in Eindhoven, Instituut Pieter Brueghel in Veghel en beide lesplaatsen van Fontys Pabo Eindhoven. In dit jaarlijkse project werken leerlingen en leerkrachten van basisscholen en Pabo-studenten samen met kunstenaars en culturele instellingen, met als doel de wereld van de kunst dichterbij te brengen. Derdejaarsstudenten uit Eindhoven en Veghel krijgen een introductiebijeenkomst bij De Krabbedans of Pieter Brueghel. Vervolgens bedenken de studenten een thema. De instelling selecteert kunstenaars die rond dit thema werken. Deze kunstenaars presenteren hun werk aan een coach: een professionele 58 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 59

32 kunstkenner die in aanwezigheid van de studenten het werk met hen bespreekt. De studenten onderzoeken hoe ze het werk, het thema en de kunstenaars kunnen inzetten als leeromgeving voor kinderen. Ze maken een educatief ontwerp dat overdraagbaar is aan leerkrachten. Vervolgens voeren Eindhovense studenten het Veghelse project uit op hun stagescholen en Veghelse studenten het Eindhovense project. Ze checken daarmee de overdraagbaarheid. Tegelijkertijd is er sprake van interregionale uitwisseling tussen kunstenaars. De studenten worden bij de culturele instellingen begeleid door de educatief medewerker. Bij De Krabbedans is dit een oud-student van Fontys Pabo Eindhoven die is afgestudeerd op een kunsteducatieproject. En dat vergemakkelijkt ontegenzeggelijk de samenwerking. KUNSTVAKOPLEIDINGEN Een uitwisseling tussen kunstvakopleidingen en Pabo s biedt studenten van beide opleidingen voordelen. Studenten van kunstvakdocentenopleidingen kan bijvoorbeeld gevraagd worden les te geven over hun kunstdiscipline, terwijl Pabo-studenten hun collega s kunnen informeren over de praktijk van een groepsleerkracht. Wanneer studenten van beide opleidingen samen lesideeën ontwikkelen, profiteren zij van elkaars expertise. Zo schrijven de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur in hun belangrijke, gezamenlijke advies Onderwijs in Cultuur in april Kennismaken met het kunstvak Op diverse deelnemende Pabo s wordt samengewerkt met kunstvakopleidingen. Zo meldt de coördinator van Pabo Arnhem dat alle tweedejaarsstudenten tijdens de Cultuurweek onder andere de Dansacademie van ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten bezoeken. Ze krijgen er een rondleiding en zien en leren hoe studenten zich het dansvak door hard trainen eigen maken. Ook bezoeken ze het Conservatorium en wonen er een lunchconcert bij dat gegeven wordt door enkele conservatoriumstudenten. De centrale vraag voor de Arnhemse studenten tijdens de Cultuurweek is hoe ze de culturele instellingen kunnen inzetten voor hun lessen op de basisschool. De dansvonk beleven Om studenten van de Rotterdamse Pabo INHOLLAND de dansvonk te laten beleven, organiseert de Dansacademie van Codarts Hogeschool voor de Kunsten sinds februari 2007 lessen Dans voor Pabo-studenten. Hieraan zijn verschillende overleggen voorafgegaan tussen de Pabo-coördinator en de betrokken docent van de Dansacademie: Als je zo n bezoek wilt laten slagen kost dat heel veel voorbereiding, zowel van de Dansacademie als van de Pabo. Het moet namelijk wel zinnig zijn voor Pabo-studenten die voor het eerst naar een kunstvakopleiding gaan. Exposities in het gebouw Kruisbestuiving tussen Pabo-studenten en studenten van academies voor beeldende kunst vindt tot nu toe voornamelijk plaats via het werk van de kunstvakstudenten. In Arnhem hangt werk van kunstacademiestudenten in de ruimte waar studenten pauzeren, lunchen en studeren. Bij dit werk worden de intenties van de maker en de effecten op de kinderen toegelicht, in tekst en met foto s. In het gebouw van PA Hanzehogeschool in Groningen hangen foto s gemaakt door kunstacademiestudenten. De foto s tonen onze doelgroep: de kinderen. Afstemming voor minor De kunstvakopleidingen van de Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg deden in 2006 gezamenlijk van zich spreken: de dansacademie, het conservatorium, de dramaacademie, de academie voor beeldende vorming en de academie voor bouwkunde. Ze bieden sinds vorig jaar gezamenlijk een minor Kunst en Cultuur aan voor alle studenten van de Fontysopleidingen, inclusief de Pabo. Maar voor de studenten van de kunstvakopleiding was de minor in 2006 te vaag, voor Pabo-studenten was de minor nog te weinig toegespitst op het basisonderwijs. Zij kiezen hier nu nog niet voor, omdat de link met de schoolpraktijk nog niet duidelijk is. Studenten stemmen de keuze van hun minors heel bewust af op de mogelijkheden ervan voor hun toekomstige beroepspraktijk, aldus de waarnemend coördinator van Fontys Pabo Tilburg. KUNSTENAARS Pabo s zoeken inspiratie bij en via culturele instellingen, maar ook rechtstreeks bij de kunstenaars zelf. Bij Pabo INHOLLAND Haarlem bijvoorbeeld krijgen alle studenten halverwege het eerste jaar de opdracht om zich te verdiepen in de drijfveren van kunstenaars. Zeventig kunstenaars staan de studenten te woord, allemaal uitgenodigd via rechtstreekse contacten van de coördinator en haar collega s. Je kunt kunstwerken bekijken, lezen, beluisteren en er wat van vinden, maar om te weten wat ze betekenen moet je meer weten, luidt de uitleg aan de studenten. Je kunt jezelf de volgende vragen stellen: Welke (artistieke) keuzes heeft de kunstenaar gemaakt? Waarom deze keuzes? Wat wilde de kunstenaar vertellen? Waarom ziet het kunstwerk er zo uit en niet anders? 60 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 61

33 Bij de student als cultuurdrager gaat het om het vullen van de rugzak van de student met culturele bagage

34 Waarom klinkt het zo? Hoe is het kunstwerk tot stand gekomen? Enzovoorts. Dat zijn heel persoonlijke vragen en het is dus bijzonder, dat deze kunstenaars jullie willen ontvangen. Beroepskunstenaars in de klas Individuele kunstenaars bij het opleidingstraject betrekken, zoals met name in Haarlem gebeurt, is een inspirerende maar ook arbeidsintensieve klus. Er zijn ook organisaties die een bemiddelende rol hebben in het rechtstreekse contact tussen kunstenaars als makers en Pabo-studenten. In Utrecht bijvoorbeeld participeert Pabo Marnix Academie samen met het Utrechts Centrum voor de Kunsten (UCK) in het project De kunst van het beleven en ontmoeten: multiculturele identiteit in het basisonderwijs. In dit project worden beroepskunstenaars 14 in de klas ondersteund door Pabo-docenten en -studenten. Waar kunst en onderwijs over gaan Een ander voorbeeld is de Fontys Pabo Eindhoven, die inmiddels structureel met kunstenaars samenwerkt via het TAC: het Temporary Art Centre in Eindhoven. In en nam een groep derdejaarsstudenten samen met deze kunstenaars deel aan het project Kunst in Zicht! Doel: kunstenaars en studenten met elkaar laten kennismaken en aan elkaar laten verduidelijken waar kunst over gaat en waar onderwijs over gaat. Dit leidde tot een bezoek aan het Van Abbemuseum onder leiding van de kunstenaars, een dag met kunstzinnige activiteiten op het TAC en een activiteit op de stageschool in samenwerking met de kunstenaars. In is het project wegens succes uitgebreid naar alle eerstejaars. Kunstenaars uit de wijk op school In Utrecht bemiddelt ook Stichting Het Wilde Westen tussen kunstenaars en basisscholen. Alle tweedejaarsstudenten van Pabo Domstad bezoeken een kunstenaar in de wijk Oog in Al, vlak bij de Pabo. Ze voeren een gesprek en vertalen dat naar een kunstles, die ze op een van de scholen in de wijk geven. Elke school in deze wijk krijgt zo in drie dagen drie verschillende studenten, die ieder een les geven over een kunstenaar uit de eigen wijk. Tijdens de lessen staan vooral het beschouwen van het kunstwerk en het praten over het kunstwerk centraal, maar ook het verwerken komt aan bod. Ter afsluiting van de lessen wordt het werk van zowel de kunstenaars als de leerlingen tentoongesteld, in een TenToonstellingsTenT op het terrein van Het Wilde Westen. Pabo-studenten vullen deze tentoonstelling aan met rondleidingen en interviews. Afstudeercadeaus voor studenten Pabo GH in Zwolle heeft inmiddels een netwerk van kunstenaars aan zich gebonden. De exposities van werk van christenkunstenaars die we al vijf jaar organiseren zijn opgenomen in het cultuuraanbod van verschillende modulen. En jaarlijks wordt bij de diploma-uitreiking aan onze studenten een kunstenaar gevraagd om een klein kunstwerk in oplage te vervaardigen als afstudeercadeau voor de studenten. STAGES BIJ CULTURELE INSTELLINGEN De plek waar Pabo-studenten vanzelfsprekend stage lopen is de basisschool. Door de recente onderwijsontwikkelingen is meer nadruk komen te liggen op het samen opleiden op andere werkplekken buiten de Pabo, in authentieke leersituaties. Bij domeinen als Kunstzinnige oriëntatie en Oriëntatie op jezelf en de wereld zijn daardoor ook culturele instellingen een welkome partner. Tijdens een van de werkbijeenkomsten van Cultuur en School Pabo s is uitvoerig gesproken over de vele mogelijkheden die er in de praktijk zijn, aan de hand van de ervaringen per Pabo en een inspiratielijst die voor het vak CKV vmbo is gemaakt. 15 Dat stages cultuureducatie op uiteenlopende manieren kunnen worden ingevuld, blijkt ook uit de vele voorbeelden van studentenactiviteiten bij de culturele instellingen die hiervoor zijn genoemd. Leerervaringen gewenst Bijna de helft van de Pabo s laat studenten stage lopen bij culturele instellingen. Vaak korte stages, van een dag of twee, waarin de student meekijkt met de medewerker educatie. Instellingen moeten daar wel het grotere belang van inzien, want dit soort stages kost doorgaans meer tijd dan dat ze aan producten of diensten oplevert. Wel kunnen studenten (en op de achtergrond hun docenten) de instellingen ondersteuning bieden bij het ontwikkelen en uittesten van lesbrieven en rondleidingen. Ook kunnen ze tijdens dit soort tweedaagse meekijkstages allerlei hand- en spandiensten verrichten. Maar de studenten moeten daarbij goede leerervaringen kunnen opdoen. Enveloppen vullen met educatief materiaal, zoals laatst een instelling een student liet doen, valt niet onder de gewenste leerervaringen, waarschuwt de Nijmeegse coördinator. Veel medewerkers educatie hebben zelf onderwijservaring of een onderwijsopleiding, en ervaring met groepen. Dat bevordert de wederzijdse afstemming. Roosters leggen beperkingen op Ook de organisatie van stages binnen de Pabo s zelf is een aandachtspunt in de samen- 64 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 65

35 werking met culturele instellingen. Stages worden op de meeste Pabo s geregeld via een aparte afdeling of een projectbureau stages, met aparte stagebegeleiders. Stageplekken, studenten, begeleiders en het lesrooster van de Pabo aan elkaar koppelen is op zich al een immense klus. Als de contacten met culturele instellingen gaandeweg het studiejaar worden gelegd, moeten stages echter op kortere termijn kunnen worden geregeld. Inzet van studenten vergt voor de meeste Pabo s een langer begeleidings- en beslissingsproces. Ook willen instellingen nogal eens liefst het hele jaar door een aantal studenten, en dat is niet altijd mogelijk. Kortom: al in een vroeg stadium is duidelijkheid nodig over de concrete mogelijkheden van de inzet van studenten in de samenwerking met culturele instellingen. Evaluatie en contact Andere aandachtspunten zijn evaluatie van de stage en continuïteit in het contact tussen docent en stageplek. Zeker nu de Pabo s nog midden in de onderwijsvernieuwingen zitten, blijft tijdgebrek de docenten opbreken. We zouden de culturele instelling meer feedback willen geven na afloop van de stage dan nu vaak gebeurt, merkt de Nijmeegse coördinator op. Ook continuïteit in het contact is nodig. Dit contact vindt idealiter plaats bij het begin en bij het einde van de stage. De docent moet aanwezig zijn bij de presentatie van de student bij de instelling, en ter plekke evalueren. Marktverkenning door studenten Bij culturele instellingen wordt overigens het effect merkbaar van alle recente aandacht voor cultuureducatie op scholen. Zij stellen zich opener op voor de vraag vanuit het onderwijs. Al eerder is het voorbeeld genoemd van het Stedelijk Museum en het Filmmuseum in Amsterdam, die Pabo EHvA de vraag voorleggen welke bijdrage zij kunnen leveren voor basisscholen en studenten. Een ander voorbeeld is de vraag van het Cultureel Centrum Vincent van Gogh in Zundert aan Pabo Breda in 2006: het centrum wilde weten wat zijn rol zou kunnen zijn in cultuureducatie aan de scholen in de regio. Twee derdejaarsstudenten hebben hier als stage binnen de differentiatiemodule Cultuureducatie onderzoek naar gedaan. Nieuwe impuls bij start minors Stages bij culturele instellingen zullen een nieuwe impuls krijgen wanneer de minors Cultuureducatie van start gaan. Bij meer dan de helft van de Pabo s is zo n minor gerealiseerd of in ontwikkeling. Stageplekken in de minor vormen het doel van de volgende projectperiode, bevestigt de coördinator van Pabo INHOLLAND Haarlem. Zoals in Groningen al gebeurt, moeten de studenten in Haarlem dan gaan solliciteren voor stageplekken. Dat maakt het voor hen veel serieuzer. En de Pabo kan dan vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen. Inmiddels heeft de coördinator 22 stageplekken weten te organiseren bij 19 culturele instellingen, verspreid over Noord- en Zuid-Holland. Halverwege januari 2007 presenteerden deze instellingen zich aan de geïnteresseerde studenten, als stageplek, maar ook als gastspreker in de klas, voor het ontwikkelen van lesmateriaal. Bij de minors zal niet alleen de vraag vanuit de instellingen, maar nog meer die vanuit de basisscholen bepalend zijn voor de leeractiviteiten van de student. BANDBREEDTE VOOR CULTUUREDUCATIE Wat in de uitvoerige beschrijving van ervaringen vooral opvalt is de bonte diversiteit van het aanbod op het terrein van kunst- en erfgoededucatie. Cultuureducatie heeft vele gezichten. Nu het voor de student aankomt op zelfsturing en eigen initiatief, is het voor de opleiding raadzaam de bandbreedte van cultuureducatie vast te stellen. 16 Dat kan bijvoorbeeld via het portfolio, 17 afhankelijk van de rol die een student tijdens de opleiding op zich neemt. Ontwikkelt de student zich als cultuurdrager, dan kunnen de eisen gesteld aan het portfolio sturend zijn in de keuze van het te consumeren culturele aanbod. Dat gebeurt al jaren op bijvoorbeeld de Pabo KPZ in Zwolle, waar de studenten in de loop van hun studie allerlei culturele activiteiten moeten meemaken. Zij doen daar in hun portfolio systematisch verslag van. Enkele van die activiteiten worden aangeboden door de opleiding, de andere onderneemt de student zelf, onderbouwd in zijn portfolio. Voor de cultuuroverdragende student kan het portfolio sturend zijn bij het inzetten van (al dan niet zelf ontwikkeld) cultuureducatief aanbod. 2.4 DE ONDERWIJSPRAKTIJK _ Niet alleen op de Pabo s, ook op de basisscholen is cultuureducatie volop in beweging. Onder andere door de nieuwe kerndoelen en de Stimuleringsregeling Versterking Cultuureducatie Primair Onderwijs. De Pabo s en de basisscholen ontmoeten elkaar op het gebied van cultuureducatie tot nu toe vooral via de studenten en via het nascholingsaanbod. 66 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 67

36 NIEUWE KERNDOELEN EN CULTUUREDUCATIE Cultuureducatie is geen vak, waardoor het in het onderwijs een onduidelijke status heeft. 18 De invoering van het vak CKV (Culturele en Kunstzinnige Vorming) in het voortgezet onderwijs in 1997 is een grote stimulans geweest om cultuureducatie op de schoolagenda te krijgen. Basisscholen kennen geen CKV, maar worden geacht invulling aan cultuureducatie te geven. Hoe, is basisscholen lang niet altijd duidelijk. Toch zien scholen steeds meer het belang van cultuureducatie en ontwikkelen zij beleid voor cultuureducatie. De invoering van nieuwe kerndoelen 19 in 2006 heeft extra ruimte gegeven voor cultuureducatie. Het aantal kerndoelen is beperkt van 115 tot 58. Er zijn dus minder vaste regels, waardoor scholen meer vrijheid krijgen. Dat betekent dat scholen onderling meer van elkaar zullen gaan verschillen en nog meer een eigen identiteit zullen krijgen. De kerndoelen zijn, naast die voor de vakken Nederlands, Engels, rekenen/wiskunde, ingedeeld in leergebieden. Zo bestaat het leergebied Oriëntatie op jezelf en de wereld uit mens en samenleving (sociale oriëntatie/ burgerschap), natuur en techniek (biologie en techniek), ruimte (aardrijkskunde) en tijd (geschiedenis). Het doel is meer samenhang tussen de vakken te bevorderen. In de leergebieden Kunstzinnige oriëntatie en Oriëntatie op jezelf en de wereld is een belangrijke plaats weggelegd voor cultuureducatie. 20 STIMULERINGSREGELING CULTUUREDUCATIE BASISSCHOLEN Culturele activiteiten in het primair onderwijs worden momenteel gestimuleerd door een aantal regelingen. 21 De belangrijkste daarvan is de regeling Versterking Cultuureducatie in het Primair Onderwijs (CEPO). Sinds 2004 ontvangen deelnemende scholen 10,90 euro per leerling van het ministerie van OCW. In het schooljaar hebben 712 scholen gebruikgemaakt van de subsidieregeling. In het schooljaar kwamen daar scholen bij. In schooljaar maakt een ruime meerderheid van de basisscholen gebruik van de regeling. De regeling duurt nog tot De bedoeling van de regeling is dat scholen een visie op cultuureducatie ontwikkelen en die vertalen in een programma van activiteiten op het gebied van cultuur en erfgoed. Samenwerking met culturele instellingen, andere scholen, gemeente en provincie vervult daarbij een belangrijke rol. Onderzoek naar de effecten laat zien dat de regeling op de deelnemende scholen vruchten afwerpt. Het aantal culturele activiteiten neemt toe, er is meer aandacht voor het actief creatief bezig zijn door leerlingen en meer scholen werken vakoverstijgend. Daarnaast is het aantal scholen met een cultuurcoördinator toegenomen, leggen meer scholen hun cultuurbeleid schriftelijk vast en werken scholen meer met elkaar samen. 22 Ook de coördinatoren van de Pabo s maken melding van verschillen tussen basisscholen die gebruik maken van de CEPO-gelden en de scholen die dat niet doen. Scholen blijken echter vooral te overleggen met andere basisscholen en met gemeentelijke instellingen voor kunsteducatie. De Pabo bungelt nog zo goed als achteraan in het rijtje van mogelijke partners op het gebied van cultuureducatie. 23 Dat verklaart mede waarom de relatie tussen Pabo en basisscholen op het gebied van cultuureducatie centraal staat in de volgende fase van het project Cultuur en School Pabo s, onder de titel Verdieping Cultuureducatie in Opleidingen Leraar Basisonderwijs, en met een looptijd tot en met CULTURELE CANON Een andere recente ontwikkeling waarmee zowel basisscholen als culturele instellingen te maken krijgen, is de lancering van de Canon van Nederland in oktober 2006, ruim na afsluiting van het project Cultuur en School Pabo s in juni van dat jaar. Welke consequenties de canondiscussie heeft voor cultuureducatie is nog niet uitgekristalliseerd, maar feit is dat zowel scholen (en daarmee ook de opleidingen) als de instellingen worden aangespoord om samen te werken. Ook krijgen de lerarenopleidingen als aanbeveling hun studenten meer vakinhoudelijke kennis bij te brengen. Canonvoorzitter Frits van Oostrom riep de culturele sector in december 2006 expliciet op om ook wat aan de canon te doen. Steeds meer instellingen zijn inmiddels bezig met het oppakken van initiatieven op basis van het rapport, met het onderwijs als belangrijke doelgroep. 24 De onlangs ingevoerde tijdvakken van De Rooij bij het vak geschiedenis lijken een voor de hand liggend aanknopingspunt te bieden om de brug te slaan tussen canon en basisscholen. Deze tien tijdvakken van de commissie-de Rooij 25 zijn bedoeld om de leerlingen door het gebruik van iconen meer grip te geven op de chronologie in de geschiedenis. De Rooij werkt echter vanuit het perspectief van de Europese geschiedenis, Van Oostrom hanteert het Nederlandse perspectief. Daardoor is het niet eenvoudig om van de tijdvakken in de canon te komen, en omgekeerd. Op veel punten sporen die twee historische lijnen niet met elkaar. 26 Bovendien blijft de invalshoek van de kunsten in beide gevallen onderbelicht. Het is een uitdaging met interessante mogelijkheden voor de culturele sector en het onderwijs de komende tijd. Binnen het project Verbreding Cultuur en School Pabo s tot juni 2006, de periode van dit verslag, was de relatie tussen cultuureducatie en de culturele canon zoals al opgemerkt nog geen onderwerp van gesprek. Dat zal ongetwijfeld veranderen, zeker gezien 68 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 69

37 de specifieke aanbeveling van de commissie-van Oostrom aan de opleidingen. Deze zullen zich niet onbetuigd laten. Dat blijkt bijvoorbeeld al uit het initiatief van Pabo Leiden van Hogeschool Leiden om als eerste opleiding de handschoen op te pakken. Vlak na de presentatie van de canon vond hier in november 2006 de Cultuurdag plaats, die werd geopend met een inleiding van Hubert Slings, commissielid van de Canon van Nederland. De hierop volgende paneldiscussie met verschillende genodigden en een zaal vol studenten spitste zich toe op cultureel erfgoed en geschiedenisonderwijs. LEERKRACHTEN MET ENORME INZET EN GEESTDRIFT Op de basisscholen zelf vindt intussen al een grote variëteit aan inspirerende kunstzinnige en cultuureducatieve activiteiten plaats. Vaak ook in samenwerking met culturele instellingen en kunstenaars, binnen en buiten de school. Dat bleek onlangs nog bij de uitreiking van de Cultuur Primair Prijs, op 13 december Vakoverstijgend en projectmatig werken, adaptief onderwijs, samenwerking met de culturele sector, in het bijzonder professionele kunstenaars; talentontwikkeling bij leerlingen, kunst en erfgoed in de omgeving: alle elementen die spelen bij cultuureducatie binnen Cultuur en School Pabo s komen ook in het primair onderwijs aan bod. 27 Uit de maar liefst 326 ingezonden projecten, activiteiten en tips spreekt een enorme inzet en geestdrift van gemotiveerde leerkrachten, aldus de jury. De eerste prijs werd gewonnen door basisschool De Driestar in Alkmaar, met een project waar Pabo Alkmaar van de Hogeschool IPABO bij was betrokken. Ook bij een andere prijswinnaar, basisschool Op de hoeksteen in Hasselt, was een Pabo betrokken. De school heeft voor het winnende Rembrandt-project onder andere gebruik gemaakt van de expertise van studenten van Pabo GH in Zwolle. Ook heeft de school op advies van een Pabo-studente de methode Uit de kunst aangeschaft en cultuureducatie geïntegreerd in het bestaande aanbod. welk effect. De basisscholen op hun beurt stellen op enkele uitzonderingen na (nog) geen directe vragen aan opleidingen, wel aan de studenten. Veel stagescholen via eerste- en tweedejaarsstudenten Al direct vanaf het eerste Pabo-jaar komen de studenten ook op de basisscholen in aanraking met cultuureducatie. Op de meeste Pabo s voeren de studenten in hun eerste en tweede studiejaar activiteiten op het gebied van cultuureducatie uit op hun reguliere stagescholen. Dat betekent dat alle stagescholen van deze Pabo s in enige mate bij het project betrokken zijn. Uitgaande van 150 tot 200 eerstejaars per Pabo zijn dat er veel! Deze activiteiten bestaan vooral uit het opstellen van een culturele kaart, het voorbereiden en begeleiden van cultuurbezoek en het in kaart brengen van de visie van de school op het gebied van cultuureducatie. Het vullen van de rugzak van de student met culturele bagage is daarbij de belangrijkste doelstelling. Gerichte contacten bij derde- en vierdejaarsstudenten In het derde en vierde studiejaar staat bij verreweg de meeste Pabo s de student als cultuuroverdrager centraal, en zijn de belangrijkste doelen vanuit de Pabo het didactisch handelen en het leren ontwerpen van educatief materiaal. Het aantal basisscholen waar Pabo-studenten in hun derde en vierde jaar cultuureducatieve activiteiten ondernemen, schommelt per Pabo tussen de twintig tot veertig binnen een differentiatie- of profieltaak of de minor Cultuureducatie. In Groningen bijvoorbeeld hebben 28 basisscholen zeer intensief gewerkt met studenten aan de vormgeving van cultuureducatie. De vorm van deze taken is op maat geweest en daarmee zeer divers, licht de Groningse cultuurcoördinator toe. Een van de uitgevoerde taken, waarbij een culturele instelling de opdrachtgever is geweest, had zelfs bereik naar meerdere basisscholen. Deze taak is door de opleiding voorgedragen voor de Hannie Schaft-prijs. STUDENTEN DOEN VEEL De vele voorbeelden die hierboven de revue zijn gepasseerd geven al een indruk van de relatie tussen studenten, basisscholen en culturele instellingen. In de fase van het project Cultuur en School Pabo s waarover hier verslag wordt gedaan hebben de deelnemende opleidingen over het algemeen nog geen specifieke doelstellingen geformuleerd op het niveau van het basisonderwijs. Bijna alle coördinatoren geven aan voor hun gevoel te weinig zicht te hebben op wat er op de basisscholen concreet gebeurt en met SAMEN OPLEIDEN MET BASISSCHOLEN Tot enkele jaren geleden leidde de Pabo de student grotendeels autonoom op. De laatste jaren worden basisscholen echter steeds meer betrokken bij het opleiden van studenten. Doel is leren en werken, theorie en praktijk, hand in hand te laten gaan. Bijgevolg formuleren basisscholen vaker eigen, werkplekgestuurde vragen en geven de meeste Pabo s geen specifieke stageopdrachten meer mee aan de derde- en vierdejaarsstudenten. De onderzoeks- en ontwikkeltaken die horen bij de stages voor derde- 70 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 71

38 Om cultuureducatie handen en voeten te geven is een passievolle houding voorwaarde

39 en vierdejaars worden vanuit de stagescholen opgezet, in samenspraak met de studenten. De student wordt tijdens zo n stage idealiter begeleid door zowel een begeleider vanuit de basisschool als van de Pabo. De vraag vanuit de basisscholen is echter niet altijd gemakkelijk te formuleren. Bovendien staat cultuureducatie in de praktijk van de basisschool niet altijd op de eerste plaats. Pabo s die bewust kiezen voor samen opleiden en voor cultuureducatie, gaan daarom steeds vaker met de basisscholen rond de tafel zitten. Selectief samenwerken Ook zoeken Pabo s steeds meer samenwerking met een selecte groep basisscholen. Daarmee worden dan specifieke afspraken gemaakt. Pabo De Eekhorst in Assen bijvoorbeeld werkt intensief samen met zeven scholen. Het projectbureau stage van Pabo Groenewoud in Nijmegen heeft contacten met stichtingsbesturen van scholen. Een van deze besturen heeft inmiddels aangegeven dat cultuureducatie komend studiejaar een belangrijk speerpunt is. Studenten kunnen op de betreffende basisscholen een bijdrage leveren aan diverse projecten cultuureducatie. Pabo INHOLLAND Rotterdam werkt inmiddels structureel samen op het gebied van cultuureducatie met TOM-school (Teamonderwijs Op Maat) De Marimba in Spijkenisse, in het kader van actief leren. Deze basisschool werkt vanuit de theorie van de meervoudige intelligentie en is bereid tot samenwerking voor stages. Ook Pabo Edith Stein in Hengelo is aangehaakt bij netwerken van basisscholen in haar omgeving: het netwerk van kunstmagneetscholen en het netwerk van scholen die betrokken zijn bij de pilot cultuureducatie in de gemeente Tubbergen, verenigd in de Tubbergse Onderwijs Federatie. Formele afspraken Lastig blijft de kwetsbare positie van de LIO er binnen de basisschool. 28 Een team mobiliseren voor je ideeën op beleidsmatig niveau is niet eenvoudig vanuit de positie van de novice, waarschuwt de coördinator van de PA Hanzehogeschool in Groningen. Ook is het niet eenvoudig om het proces op de school vanuit de opleiding aan te sturen. Pabo HRO in Rotterdam heeft dit probleem ondervangen door de betrokken leerkrachten expliciet bij het werk van de student te betrekken. Door persoonlijk contact en via een formele brief, ondertekend door de directeur van de Pabo, worden de mentoren op de stagescholen aangesproken als partners in opleiding. Deze Pabo heeft een module cultuureducatie ontwikkeld voor alle leerjaren. Derdejaarsstudenten werken een kunstproject uit voor de stageklas waarbij de culturele omgeving van de school wordt gebruikt, en voeren dit ook uit met hun stageklas. De Pabo beoordeelt de resultaten van de student alleen na evaluatie en goedkeuring van de betrokken leerkracht. Lokale kunstmenu s In de schoolpraktijk ontdekken studenten eveneens dat scholen steeds vaker gebruikmaken van het lokale kunstmenu, aangeboden door de plaatselijke of regionale steunfunctie-instelling. Dat pakt niet onverdeeld positief uit voor de studenten, merkt de coördinator van Pabo INHOLLAND Rotterdam. Cultuureducatie blijft op die scholen beperkt tot incidentele activiteiten, inspirerende begeleiding voor inbedding in de school ontbreekt dan meestal. BELANGRIJKSTE STAP IS CONTACT LEGGEN Contacten met kunstinstellingen lopen in eerste instantie voornamelijk via de docenten, die met erfgoedinstellingen via de studenten zelf. Dat beeld komt naar voren uit de vele genoemde activiteiten van studenten met de leerlingen van hun stageschool bij culturele instellingen. Een voorbeeld is de in het oude curriculum geldende situatie bij Pabo Breda. Derdejaarsstudenten die de differentiatiemodule Cultuureducatie volgen, werken aan zowel productieve als receptieve activiteiten. Dat varieert van een excursie organiseren of bijwonen met de stageschool in een instelling, tot een beeldenroute uitzetten en lopen in de stad. De activiteiten bij de betrokken kunstinstellingen komen tot stand door de contacten van de betrokken kunstvakdocenten. Daarnaast volgen alle derdejaars de thematische module Vakoverstijgend Onderwijs, waarin naast geschiedenis, omgevingsonderwijs en techniek ook cultureel erfgoed een rol speelt. Ze krijgen daarbij de opdracht om zelf contact te leggen met erfgoedinstellingen in de buurt van hun stageschool, en excursies te organiseren voor hun medestudenten. Ook in Tilburg zoeken de derdejaarsstudenten zelf uit welke culturele instellingen ze met hun stageklas bezoeken. Dit vanwege de casus Cultuureducatie in de differentiatie in het derde jaar. Studenten doen hierbij de meest uiteenlopende dingen, van het maken van een compleet leerplan Cultuureducatie voor de stageschool tot het uitzoeken van subsidiemogelijkheden en het bezoeken van instellingen. Die bezoeken aan culturele instellingen kiezen de studenten uit het aanbod van CisT en op basis van wat er al gebeurt in of op vraag van hun stageschool. Nu studenten binnen het vernieuwde Pabo-onderwijs hun leerproces steeds meer zelf aansturen, verschuiven ook de doelstellingen van de Pabo s in het samenwerken met culturele instellingen van het niveau van docenten naar dat van de studenten. In onze 74 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 75

40 module Cultureel Erfgoed willen we studenten stimuleren zelf contacten te leggen met culturele instellingen en hun culturele ervaring om te zetten naar lessen in de basisschool, zegt de coördinator van Pabo Domstad in Utrecht. NASCHOLING Waren het in de eerste jaren van het project Cultuur en School Pabo s dus vooral de docenten die de brug sloegen naar de culturele sector, in de toekomst zullen studenten hier een steeds belangrijker rol in spelen. Maar de inbreng van de docenten blijft van belang. Zij houden de rol van aanjagers en zij blijven verantwoordelijk voor de studenten. Er moet voor worden gewaakt het helemaal aan de studenten over te laten. Zo denken de meeste coördinatoren cultuureducatie van de Pabo s erover. Dat blijkt uit de vele inspanningen die ze zich getroosten. Een aantal Pabo s heeft bijvoorbeeld bijeenkomsten georganiseerd met stagementoren en interne cultuurcoördinatoren om cultuureducatie bij hen op de kaart te zetten. Ook bezoeken coördinatoren de kunstmentoren en directies van basisscholen om de vragen op het gebied van cultuureducatie in kaart te brengen. Niet alleen met het oog op de inzet van studenten, maar ook vanwege het peilen van de behoefte aan nascholing. Scholingsaanbod cultuureducatie Drie Pabo s hebben cultuureducatie inmiddels opgenomen in het post-hbo, al of niet in samenwerking met een onderwijsbegeleidingsdienst: Fontys Pabo Eindhoven, Pabo Driestar in Gouda en Pabo Edith Stein in Hengelo. Dit zijn alledrie Pabo s met veel ervaring op het gebied van cultuureducatie en samenwerken met culturele instellingen. Fontys Pabo Eindhoven biedt in beide lesplaatsen (Eindhoven en Veghel) nascholing met de ICC-cursus. Aan de cursus, die voor het eerst in plaatsvindt in samenwerking met Cultuurstation, nemen zowel leerkrachten als medewerkers van culturele instellingen deel. Bij Pabo Edith Stein in Hengelo heeft de post-hbo-opleiding zich tot nu toe voornamelijk gericht op de nascholing van kunstcoördinatoren. Een nascholingsmodule gericht op erfgoededucatie wordt als wenselijk genoemd. Pabo Driestar in Gouda heeft zich vanwege het project expliciet tot doel gesteld een nascholingsvraag te genereren. De betrokken coördinator kijkt met tevredenheid terug op het project: Er zijn nieuwe scholingstrajecten van start gegaan. Zowel voor- als nascholing Het aanbod van Pabo Driestar in Gouda betreft overigens zowel voor- als nascholing. Twee voorbeelden. In 2005 is een voorscholing geweest met de directeur en de aspirantcultuurcoördinator. Het doel was om het gehele team in het jaar te scholen in cultuureducatie in combinatie met adaptief leren, en daarbij het curriculum aan te passen. Een ander voorbeeld van een scholingstraject waaraan ook Pabo-studenten hun steentje hebben bijgedragen vond plaats in Veenendaal. Daar is in 2005 een voorscholing geweest met een cultuurcommissie van de Calvijnschool. Deze heeft een cultuurplan geschreven, waaruit een scholingstraject is voortgekomen met drie thema s die voor de school regionaal van betekenis zijn. Het zijn projecten die reeds door studenten en andere scholen waren ontworpen en die met hun instemming mogen worden gebruikt: De tuinen bij het kasteel Renswoude (groep 5-6), eerder uitgevoerd in Renswoude; Een jachthuis voor Willem (paleis t Loo), groep 7, eerder uitgevoerd in Teuge (bij Apeldoorn); en Market Garden, groep 8, eerder uitgevoerd in Oldebroek. Nascholing steeds meer vraaggestuurd De nascholingsmarkt wordt steeds meer vraaggestuurd. Dat blijkt uit de vragen van basisscholen aan Pabo s: er is vaker sprake van advisering dan van scholing. Zoals eerder opgemerkt betreffen verzoeken om advisering door de Pabo s soms studenten. Een school heeft Pabo Groenewoud in Nijmegen bijvoorbeeld gevraagd een paar studenten een nulmeting op de school te laten doen, met behulp van de ICC-cursus. Scholen zijn blij met de cursus, maar vinden het lastig die handvatten te gebruiken voor goede activiteiten. Ze waarderen de inzet van studenten op het gebied van beleids- en visieontwikkeling en hun didactische expertise, is de ervaring van de Nijmeegse coördinator. Incidenteel benaderen basisscholen de docenten rechtstreeks met verzoeken om advies en begeleiding op het gebied van cultuureducatie. Zoals basisschool De Horst en de Jan Nieuwenhuizenschool in Eindhoven, waar Fontys Pabo Eindhoven in vanuit de onderwijsbegeleidingsdienst DOBA van Fontys Hogescholen de visievorming rond cultuureducatie begeleidde. BELANGSTELLING STUDENT VOOR CULTUUREDUCATIE Basisscholen, culturele instellingen en Pabo s: in alledrie de betrokken sectoren dragen mensen kunst en cultuur en daarmee cultuureducatie een warm hart toe. Maar hoe zit dat bij onze leerkrachten van de toekomst? Zij die de liefde voor cultuur dagelijks bij kinderen uit alle geledingen van de samenleving kunnen aanwakkeren? 76 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 77

41 De bevindingen binnen de Pabo s hierover zijn niet eensluidend. Bij sommige Pabo s heeft cultuureducatie te duchten van de aandacht voor bewegingsonderwijs, nu hiervoor sinds 2006 een aparte lesbevoegdheid nodig is. Daarnaast onderschrijven alle Pabo s het belang van de vorming van student als cultuurdrager: Wij zien niet zozeer knelpunten bij de basisscholen of de culturele instellingen, maar verwachten die meer bij de studenten zelf. Die moeten eerst ontvankelijk worden voor kunst en cultuur en de mogelijkheden van culturele instellingen. Om die reden confronteert een entertrainer studenten van Pabo De Kempel in Helmond aan het begin van hun tweede jaar op ludieke wijze met hun eigen (vaak negatieve) vooroordelen over kunst en cultuur. Hij weet bij hen de fascinatie op gang te brengen waar wij als docenten nog flink de vruchten van kunnen plukken bij onze eigen lessen. Tegelijkertijd vermelden diverse Pabo s dat ze studenten vanwege te grote belangstelling hebben moeten weigeren. Dit jaar volgen 22 voltijds en 20 deeltijdstudenten de differentiatie cultuureducatie, vertelt de coördinator van Fontys Pabo Tilburg. Er zijn veel meer studenten die dat willen, maar er zijn niet genoeg docenten om meer dan dat aantal studenten te begeleiden. De student als cultuuroverdrager gaat een stap verder dan de student als cultuurdrager. In het eerder aangehaalde rapport over de Canon van Nederland spreekt commissievoorzitter Frits van Oostrom met bezorgdheid over leraren en hun bagage. Hij vraagt zich af of onze leraren voldoende zijn gekwalificeerd voor onderwijs over de canon: Men moet zulk onderwijs bij voorkeur geven vanuit een surplus. Met andere woorden: bij de bagage die nodig is voor cultuuroverdracht is een flinke dosis vakinhoudelijke kennis onontbeerlijk. De docenten van de opleidingen zullen zijn stelling onderschrijven. Regelmatig hebben zij de afgelopen jaren tijdens de werkbijeenkomsten rond Cultuur en School Pabo s hun zorg geuit over de mate waarin het vakinhoudelijke onderwijs onder druk is komen te staan. Van Oostroms uitspraak vormt voor de opleidingen ontegenzeglijk een uitdaging om het voor cultuuroverdracht en daarmee cultuureducatie benodigde surplus te realiseren binnen het op competenties gerichte onderwijs. Alleen dan kan de student zich ook werkelijk ontwikkelen tot cultuuroverdrager. Tegelijkertijd biedt het competentiegerichte onderwijs ook nieuwe mogelijkheden voor cultuureducatie en cultuuroverdracht. Dat laten de resultaten van vijf jaar Cultuur en School Pabo s duidelijk zien. Alle coördinatoren zijn trots op het feit dat cultuureducatie een duidelijke plaats heeft gekregen in het curriculum van de opleiding en dat men erin is geslaagd samenwerking met (een aantal) culturele instellingen te verwezenlijken. En veel Pabo s zijn blij verrast door de resultaten die studenten laten zien. Studenten zijn zich bewuster geworden van hun eigen cultuurdragerschap en van de waarde van cultuureducatie in het basisonderwijs. Ze hebben een rugzak gevuld met cultuur. NOTEN 1 Zie voor de samenwerking tussen de Pabo s en de zogenoemde steunfunctie-instellingen ook pag Bureau ART, Zant, P. van der (2005). In de kaart gekeken 1 Eerste thematische rapportage over de vijftien deelprojecten Erfgoed à la Carte in opdracht van Erfgoed Actueel. Pagina 4, 5 en 6. De rapportage is te downloaden via de link 3 Erfgoed à la Carte is een landelijk stimuleringsproject van Erfgoed Actueel dat cultureel erfgoed een vaste plaats in het primair onderwijs geeft. Zie 4 Diverse hogescholen bieden vanaf 2007 of 2008 een minor cultuureducatie aan, van 30 ECTS tot kleinere specialisaties cultuureducatie van bijvoorbeeld 7,5 ECTS (European Credit Transfer System). In Nederland is de definitie van ECTS-punt geïmplementeerd als: 1 ECTS-punt komt overeen met een studielast van 28 uur uitgaande van een studieduur van 42 weken à 40 uur. 5 Bijvoorbeeld in Amersfoort, op initiatief van de gemeente door Scholen in de Kunst en de Openbare Bibliotheek, en de vele recent opgerichte marktplaatsen voor cultuureducatie in Noord-Brabant. Zie ook de op 1 november 2006 gelanceerde site een digitale ontmoetingsplaats voor culturele instellingen en basisscholen in de stad Utrecht, door het Utrechts Centrum voor de Kunsten. 6 Alberts, E. & Vos, T. de (2005). Ruimte voor verbeelding en verwondering. Algemene grondslagen voor kunsteducatie met een uitwerking voor het samenwerkingsproject van de Pabo Rotterdam HR en het CBK Rotterdam. Rotterdam: Centrum voor Beeldende Kunst. 7 Raad voor Cultuur & Onderwijsraad (2006). Onderwijs in Cultuur. Versterking van cultuureducatie in primair en voortgezet onderwijs. Den Haag: Raad voor Cultuur/Onderwijsraad. p De INHOLLAND Academy is onderdeel van Hogeschool INHOLLAND en verzorgt post-hbo-cursussen en nascholing. 9 Zie hierover het vorige hoofdstuk, pag Zowel het Utrechts Archief als het HCO participeert in het project Raak de juiste snaar van het ministerie van VWS, waaraan vier Pabo s meedoen. De gelijknamige notitie uit begin 2006, 78 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 79

42 waarin toenmalig staatssecretaris Ross-Van Dorp het herdenkingsbeleid voor de periode uitlegt, is expliciet op het onderwijs gericht. 11 Voor een overzicht van alle verenigingen per plaats en provincie zie 12 Zie: Westerveld, J. (2005). Allianties: de openbare bibliotheek als schakel tussen onderwijs en cultuur. Den Haag: Vereniging van Openbare Bibliotheken. 13 Raad voor Cultuur & Onderwijsraad (2006). Onderwijs in Cultuur. Versterking van cultuureducatie in primair en voortgezet onderwijs. Den Haag: Raad voor Cultuur/Onderwijsraad. p Beroepskunstenaars in de Klas is de naam van een landelijk netwerk van instellingen die kunstenaars opleiden als leerkracht en waar scholen bik-kunstenaars en hun projecten kunnen afnemen. Zie 15 Zie 16 In de volgende projectfase, van 2006 tot 2009, gaan de opleidingen concreet aan de slag in ontwikkelgroepen om de inhoud en bandbreedte van cultuureducatie te bepalen. Zie hierover meer op pag. 98. (hoofdstuk 5) 17 In zijn portfolio legt de student de relatie tussen zijn ontwikkeling en de door de opleiding gevraagde beroepscompetenties. Hij krijgt hierdoor zicht op zijn leerproces en kan op basis daarvan verdere studiekeuzes maken. Via het portfolio krijgt ook de begeleider zicht op het leerproces van de student en kan hij zijn begeleiding hierop afstemmen. 18 In het rapport Onderwijs in Cultuur (zie noot 7) van de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur is een zeer lezenswaardig hoofdstuk gewijd aan de praktijk van cultuureducatie in het onderwijs, waarbij de nadruk ligt op de knelpunten (pp. 30 t/m 38). 19 Zie voor de nieuwe kerndoelen 20 Cultuureducatie omvat zowel kunsten als erfgoed. Ten aanzien van erfgoed zijn de nieuwe kerndoelen niet helemaal eenduidig. Erfgoed wordt namelijk genoemd in kerndoel 56 bij het leergebied Kunstzinnige oriëntatie, maar wordt vervolgens toegelicht bij de karakteristiek van het leergebied Oriëntatie op jezelf en de wereld. 21 Zie 22 Vegt, A.L. van der & Hoogeveen, K. (2006). Cultuur in beweging. Monitor versterking cultuureducatie in het primair onderwijs Utrecht: Sardes. 23 Idem, pag Zie voor de Canon van Nederland De oproep aan de culturele sector is te vinden op 25 Zie: 26 Bron Hiske Land, telefoongesprek 11 januari 2007, zie ook haar bijdrage hierover in Oud Nieuws, tijdschrift voor cultureel erfgoed en educatie, maart Het juryrapport en beeldmateriaal van de prijswinnaars is te zien op praktijk/praktijkbeschrijvingen/winnaarscpp Ook zijn er veel kunst- en erfgoedprojecten te zien op het projectloket van cultuurplein, 28 Leraar in Opleiding (LIO): een vaak betaalde praktijkstage door vierdejaarsstudenten, ofwel als werknemer op basis van een leerarbeidsovereenkomst, ofwel als stagiair op basis van een stagecontract. In het eerste geval is sinds 2001 toegestaan dat de LIO er zelfstandig onderwijs geeft. Zie voor meer informatie 80 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 81

43 Nu het voor de student aankomt op zelfsturing en eigen initiatief, is het voor de opleiding raadzaam de bandbreedte van cultuureducatie vast te stellen

44 3 Kunst, erfgoed en cultuureducatie Pabo-studenten doorlopen tijdens hun studie een kleurrijke schakering aan culturele activiteiten, zowel op het gebied van de kunsten als van het erfgoed. Het project Cultuur en School Pabo s kent al sinds de start in 2001 een kunstenstroom en een erfgoedstroom. De twee betrokken instellingen, Cultuurnetwerk Nederland en Erfgoed Actueel, begeleidden ieder de eigen Pabo s. Al die tijd werd over de begrippen kunst, erfgoed en cultuureducatie discussie gevoerd, en soms ook vermeden. Bij de start van de vierde fase in 2004 werd het onderwerp opnieuw actueel. Ten eerste omdat zeven Pabo s nu een stroomwisseling doormaakten: van kunstenstroom naar erfgoed of andersom. Zij wilden de al opgedane expertise verder aanvullen en uitbouwen. Ten tweede omdat deze en ook een aantal nieuw deelnemende Pabo s zowel de kunstals de zaakvakken bij het project wilden betrekken. Ze wilden kunst en erfgoed niet los van elkaar zien, maar juist in samenhang. De projectorganisatie juichte het nastreven van samenhang tussen kunst- en erfgoededucatie van harte toe. Wat kwam ervan terecht? SAMENHANG BEGINT MET SAMENWERKEN _ Het onderwerp stond op de agenda bij de startbijeenkomst van de vierde fase in november De discussie was levendig, maar leidde niet tot klinkende conclusies, laat staan eensluidende definities. 1 Na twee jaar blijkt de nagestreefde integratie van kunsten en erfgoed op verschillende manieren en soms helemaal niet van de grond te komen. Bij sommige Pabo s ontstaat samenhang in de praktijk, zoals bij Pabo EHvA in Amsterdam. Docenten kwamen er gaandeweg achter dat een bezoek aan het Amsterdams Historisch Museum en het Tropenmuseum zowel bij de module Kunstzinnige oriëntatie in het eerste jaar als de module Oriëntatie op jezelf en de wereld in het tweede jaar plaats zou vinden. Naar aanleiding daarvan hadden de docenten van beide modules behoefte aan een doorgaande lijn. Ook bij de Fontys Pabo Tilburg bleken studenten zowel vanuit de kunstvakken als de mens- en maatschappijvakken excursies te maken naar culturele instellingen. De docent geschiedenis is inmiddels aangehaakt bij de overleggen over cultuureducatie, nu kunnen we verder werken aan samenhang. Bij Pabo Breda is de gewenste samenhang nog niet van de grond gekomen, hoewel deze Pabo al drie jaar meedraait met het project en binnen de kunstenstroom een duidelijke voorbeeldfunctie heeft. De afgelopen fase viel samen met ingrijpende onderwijsveranderingen, daardoor is de samenwerking inhoudelijk noch organisatorisch tot stand gekomen. VERSCHOVEN PRIORITEITEN _ Er zijn ook Pabo s die de prioriteit hebben gelegd bij samenhang binnen de kunstvakken. Pabo Iselinge in Doetinchem koos aanvankelijk voor integratie van de zaakvakken 84 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 85

45 en beeldend, maar na reorganisatie op managementniveau besloot men alsnog dat het hiervoor te vroeg was en is de koers verlegd naar integratie van de kunstvakken. Dat heeft geleid tot een module Kunst in Samenhang, die de basis vormt voor een doorgaande leerlijn kunsteducatie. De PA Hanzehogeschool Groningen koos er juist voor de kunstvakken in het verplichte deel afzonderlijk aan te bieden, vanuit het oogpunt van de vakspecifieke competenties en de beoogde kwaliteit. De vakdocenten neigden ertoe om binnen hun eigen vakgebied te blijven. Daarom hebben we de cultuureducatie-course Uit de kunst ontwikkeld. Studenten werken hierin vanuit meerdere disciplines, in samenhang met ict en erfgoed. Aangestuurd door een opdracht leggen studenten vaak zelf het verband tussen kunst en erfgoed. Bij Pabo Groenewoud in Nijmegen gebeurde dat met behulp van de profielopdracht Cultuureducatie, waarbij de studenten een culturele kaart maken met kijkopdrachten rond erfgoed. Studenten van Pabo EHvA in Amsterdam kwamen nogal eens met het verhaal dat er in de buurt van hun stageschool buiten de stad geen kunstinstellingen te vinden zouden zijn. Zij kregen daarom als opdracht een culturele kaart te maken van de omgeving van de stageschool, en hadden aanvankelijk grote moeite de culturele waarde van die omgeving te ontdekken. Ze letten uit zichzelf niet op de historische en culturele waarde van bijvoorbeeld bruggetjes, hekken en gevelstenen. Belangrijke les van deze ervaring is dat studenten eerst moeten leren kijken, leren waarnemen, of het nu gaat om kunst of om erfgoed. Dat is in feite zelfs de kern van erfgoeddidactiek: waarnemen, herkennen, verklaren en waarderen leiden uiteindelijk tot begrijpend kijken. ONDER DE VLAG VAN CULTUUREDUCATIE _ In de praktijk spreken kunstvakdocenten veelal over kunst- en cultuureducatie en docenten van de zaakvakken over cultuur- en erfgoededucatie, of vaker nog: omgevingsonderwijs. Al zijn er op alle opleidingen veel activiteiten op zowel het gebied van kunst- als erfgoededucatie, de samenhang komt in de praktijk toch vooral tot stand op die Pabo s waar dat onder de vlag van cultuureducatie gebeurt. Niet voor niets verwacht men op Pabo Breda alsnog tot samenhang te komen bij het ontwikkelen van de minor cultuureducatie. Maar de praktijk is weerbarstig. De coördinator van Pabo INHOLLAND Rotterdam spreekt liever over kunsteducatie omdat cultuureducatie een verhullend begrip is, waardoor het soms alleen als erfgoed wordt opgevat. Ditzelfde doet zich buiten de Pabo s voor. De Kunstconnectie stelde in reactie op het advies Onderwijs in Cultuur, juni 2006: We constateren dat kunst- en cultuureducatie vaak als één geheel behandeld worden, benoemd in het verzamelbegrip cultuureducatie. We benadrukken dat kunsteducatie een eigen autonome waarde heeft en eigen doelstellingen kent. Het is ons inziens beter te spreken over kunsteducatie en erfgoededucatie. Het containerbegrip cultuureducatie verdoezelt te zeer de werksoorten daarbinnen. 2 De coördinator van Pabo Edith Stein in Hengelo is juist erg blij met de term cultuureducatie. Cultuureducatie is inmiddels bekend, de noemer erfgoededucatie leeft niet binnen onze Pabo. 3 Ook op Pabo Breda spreken de docenten van de zaakvakken eerder over omgevingsonderwijs. Cultureel erfgoed wordt hier vooral ingezet om studenten de mogelijkheden van de omgeving voor het geschiedenis- en aardrijkskundeonderwijs te laten onderzoeken. Erfgoed biedt hun concrete handvatten voor onderwijs dat zich richt op het ontwikkelen van tijdsbesef en een beeld van het verleden. STUDIEBOEK CULTUUR INZICHT _ Het begrip cultuureducatie zal een nieuwe impuls krijgen door de nieuwe kerndoelen en door het in april 2007 te verschijnen boek Cultuur InZicht, waaraan diverse bij het project betrokken Pabo-docenten als auteur een bijdrage hebben geleverd. Met dit boek kunnen studenten de competenties verwerven die nodig zijn om cultuureducatie op een inspirerende en deskundige manier te verzorgen. Basis voor cultuureducatie vormt kerndoel 56 bij het leergebied Kunstzinnige oriëntatie: De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed. Ten aanzien van erfgoed zijn de nieuwe kerndoelen echter niet helemaal eenduidig. Erfgoed wordt weliswaar genoemd in kerndoel 56, maar wordt vervolgens toegelicht bij de karakteristiek van het leergebied Oriëntatie op jezelf en de wereld. Valkuil is dat docenten van de kunstvakken en die van de zaakvakken erfgoed ieder vanuit het eigen leergebied blijven inzetten, en daarmee de vanuit het perspectief van cultuureducatie gewenste synergie tussen beide benaderingen mislopen. 86 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 87

46 HANDVAT VOOR VERNIEUWING _ Ondanks alle discussie heeft de term cultuureducatie vaste voet aan de grond gekregen binnen de opleidingen. Mede dankzij het project: de Pabo s die in de vierde fase zijn ingestapt, hebben achteraf te kennen gegeven dat het project precies op het goede moment kwam. Het project en de insteek van cultuureducatie boden hun handvatten om mee te gaan in de vernieuwingen. Als de stofwolken rondom de onderwijsvernieuwingen zijn neergedaald zal meer zicht ontstaan op wat elke opleiding verstaat onder cultuureducatie en welk effect deze term heeft op de al dan niet gewenste inhoudelijke samenhang, op de Pabo s en in de onderwijspraktijk op de basisscholen. NOTEN 1 De Unesco heeft in 2002 definities geformuleerd voor cultuur en cultuureducatie. Zie voor deze en meer definities 2 Reactie De Kunstconnectie op advies Onderwijs in Cultuur, Brief aan Maria van der Hoeven en Medy van der Laan, 6 juni Een hulpmiddel voor visievorming op het gebied van erfgoededucatie, inclusief praktische uitwerkingen, biedt het Europese, overkoepelende project HEREDUC (HERitage EDUCation). Het hierbij horende handboek voor leerkrachten, een database met Europese praktijkvoorbeelden en vele nationale en internationale links voor erfgoededucatie zijn te vinden op 88 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 89

47 4 Drie oud-studenten aan het woord De eerste lichtingen studenten van de Pabo s die al langer aan het project Cultuur en School Pabo s deelnemen, staan inmiddels voor de klas. Drie van hen zijn gevraagd naar hun ervaringen en hun visie op cultuureducatie in de dagelijkse lespraktijk van de basisschool. De invoering van cultuureducatie is, zoals beschreven, op alle niveaus binnen de deelnemende opleidingen zichtbaar geworden. De effecten van nieuw beleid, nieuwe onderwijspraktijken en samenwerkingsverbanden worden langzamerhand eveneens zichtbaar in de praktijk van het basisonderwijs. INTRODUCTIE _ Renée Landsheer-van Dillen, Marion Kreemer en Jette Kersjes staan nog aan het begin van hun onderwijsloopbaan. Met enthousiasme spreken ze over wat hun Pabo-opleiding hun heeft meegegeven: een brede kijk op cultuur, het vermogen om hierover op een eigen wijze kennis, vaardigheden en inhoud op te bouwen, en niet op de laatste plaats een onorthodoxe visie op leren en de ontwikkeling van kinderen. Bovendien blijken ze erin te slagen om cultuureducatie op de agenda van hun school te plaatsen. De geïnterviewde leerkrachten vertonen in hun rol en positie een grote gelijkenis met die van de cultuurcoördinator binnen de opleidingen. Ook deze drie leerkrachten zijn mensen met een missie, die ze ieder op haar eigen wijze gepassioneerd verwoorden, uitdragen en vormgeven. RENÉE LANDSHEER-VAN DILLEN: EIGEN ENTHOUSIASME IS DE MOTOR WAARMEE IK KINDEREN WEET MEE TE VOEREN. _ Tijdens haar studie aan Pabo Groenewoud in Nijmegen volgde Renée de differentiatie Kunst en cultuur. In Rosmalen realiseerde ze samen met studiegenoot Marion Kreemer het project Kunst op de Stoep. Renée: De wijk bestond 25 jaar. We wilden daarom voor de wijk iets kunstzinnigs doen. Ook een andere basisschool in die wijk bedacht een eigen invulling. Samen met een mozaïekkunstenares uit Den Bosch hebben we met de kinderen van de basisschool een unieke serie mozaïektegels gemaakt, waardoor een kunstzinnig traject ontstond op wandelpaden in de wijk, tussen de twee scholen. De creatieve talenten van Renée bleven niet onopgemerkt. Onmiddellijk na haar afstuderen (deeltijd) aan Pabo Groenewoud in Nijmegen januari 2005 startte zij haar onderwijsloopbaan op de Theresiaschool in Berlicum: een school die sterk in beweging is, wat haar onmiddellijk aansprak. Ze begon in verschillende groepen tegelijk: in groep 3, 4, en Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 91

48 Een projectmatige aanpak verhoogt de betrokkenheid van de kinderen bij kunst en cultuur enorm

49 Renée, zelf afkomstig uit een kunstzinnig milieu ik heb het met de paplepel meegekregen vertelt bevlogen over cultuureducatie: Kunst en cultuur geven zoveel: ik probeer kinderen een positieve levenshouding mee te geven. Kunst kan kinderen helpen de wereld op een andere wijze te leren zien. Kinderen op een onbevangen wijze leren ontdekken: dat werkt niet met de schoolse benadering van fout of goed, maar vraagt om ruimte voor een eigen kijk en benadering. Het leggen van verbanden en passievol genieten van wat kunst en cultuur te bieden hebben is een levenshouding die ik graag aan kinderen voorhoud en met ze wil delen. Renée noemt de verbinding tussen kunst en cultureel erfgoed een van de belangrijke inzichten die ze opdeed tijdens haar studie aan de Pabo. Kunst verbinden met cultureel erfgoed is voor mij vanzelfsprekend, er liggen zoveel mogelijkheden om verbanden te leggen. De manier waarop Picasso bijvoorbeeld delen van het menselijk gezicht in een nieuw concept samenbrengt, roept vragen op bij kinderen en prikkelt hen. Door hen hierover te laten nadenken, leren, voelen en begrijpen kinderen dat er veel verschillende zienswijzen bestaan. Het werk van Picasso is ook aanleiding om zelf te werken, zelf te schilderen, te tekenen en te ervaren. En ik leg het verband uit tussen Picasso s werk en de Spaanse traditie van stierenvechten, als ingang naar een les over het Spaanse erfgoed. Zo komen oriëntatie op kunst, cultuur en cultureel erfgoed op een logische manier samen. De Theresiaschool maakt regelmatig gebruik van het aanbod aan culturele activiteiten en diensten van het Brabants Instituut voor School en Kunst (BISK), gevestigd in Helmond. Deze instelling biedt een programma waar een basisschool zelf keuzes uit kan maken. De gelden van de Stimuleringsregeling Cultuureducatie Primair Onderwijs worden met name hieraan besteed. Ook kijkt Renée uit naar de start van het nieuwe Jheronimus Bosch Art Centrum in maart 2007, dat eveneens een cultureel aanbod gaat verzorgen. Daarnaast beschikt zij over een eigen netwerk van kunstenaars die ze kan vragen voor een bijdrage binnen de school. Op de Theresiaschool is er al de nodige betrokkenheid bij kunst en cultuur. Onlangs is een nieuwe methode tekenen en handvaardigheid geïmplementeerd. Renée heeft ook hier een eigen inbreng in gevonden: ze maakt aanvullende tekenlessen. Ten slotte onderzoekt ze in samenspraak met collega s mogelijkheden om het muziekonderwijs van de school op een hoger plan brengen. Renée: Cultuureducatie is niet weg te denken uit het basisonderwijs. Om cultuureducatie handen en voeten te geven is een passievolle houding voorwaarde. Je moet de bereidheid en het enthousiasme hebben om zelf te onderzoeken, materiaal te vinden en te ontwerpen. Eigen enthousiasme is de motor waarmee ik kinderen weet mee te voeren. MARION KREEMER: EEN PROJECTMATIGE AANPAK VERHOOGT DE BETROKKENHEID VAN DE KINDEREN BIJ KUNST EN CULTUUR ENORM. _ Na een goud- en zilversmidopleiding koos Marion Kreemer voor een deeltijdopleiding aan Pabo Groenewoud in Nijmegen, die ze in januari 2004 afrondde. Ze volgde de differentiatie Kunst en cultuur en samen met studiegenoot Renée Landsheer-van Dillen realiseerde ze het al genoemde project Kunst op de Stoep in Rosmalen. Marion: Bijzonder aan dit project waren de ruimte en de steun die we van alle kanten kregen om dit mozaiekenproject van de grond te krijgen. Support en steun is heel belangrijk bij dit soort initiatieven, die doorgaans niet hoog op de agenda staan. Tijdens haar eindstage kwam ze terecht op de Willibrordusschool in Esch (Noord- Brabant). Na haar studie kon ze daar meteen aan de slag in de combinatie 3/4. Marion: Het is leuk werk, iedere dag is anders. Ik geniet van het enthousiasme en de betrokkenheid van de kinderen. Op de Willibrordusschool, een dorpsschool met ongeveer driehonderd leerlingen, zijn twee vakleerkrachten toegevoegd aan het team. De leerkracht handvaardigheid werkt vanaf groep 5 en de vakleerkracht muziek bezoekt alle groepen. Marion: Naast deze toegevoegde waarde is er op school een commissie Kunst en cultuur, waar ook de beide vakleerkrachten en ikzelf deel van uitmaken. De commissie is ambitieus en heeft die ambities neergelegd in een plan. Zo n plan is echt nodig om cultuureducatie hier op school op de agenda te zetten en te houden. In het plan van de commissie is de belangrijkste doelstelling dat zoveel mogelijk leerlingen geïnteresseerd en gefascineerd raken door de kunsten en het culturele erfgoed. Als school willen we er daarom naar streven dat ieder kind, onder schooltijd, per schooljaar met verschillende kunst- of cultuuruitingen in aanraking komt en zo in zijn/haar hele schoolcarrière met alle kunstdisciplines kennismaakt. Er zijn in het plan tal van ideeën te vinden om die doelstelling ook handen en voeten te geven: KIS-projecten (Kunst In School), de thematische crea-dag, kunstprojecten met afsluitende exposities voor ouders waarbij ook kunstenaars zijn betrokken, musical en minimusicals, een keer in de vijf jaar een groot project dat wordt verzorgd door een extern bedrijf, eventueel gecombineerd met Willibrordusdag. Maar ook projecten op het gebied van cultureel erfgoed hebben een plek gekregen: excursies naar kerk, molen, boer en gilde. Een opa- en omadag: oudere mensen vertellen over vroeger, laten oude ambachten zien. Het inschakelen van mensen uit het dorp 94 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 95

50 is dan mede de insteek om dit soort projecten op te zetten. Daarnaast maakt de school gebruik van het programma-aanbod van BISK. Op basis van een begroting worden de gelden van de Stimuleringsregeling Cultuureducatie Primair Onderwijs aan bovenstaande initiatieven besteed. Marion vindt haar rol als cultuurcoördinator niet eenvoudig. Tijdens mijn studie op de Pabo werd het me al meegegeven: je moet je er hard voor maken! Je moet echt laten zien dat cultuureducatie een wezenlijk belang dient. Tijdens mijn differentiatie Kunst en Cultuur, maar ook in het werken met de kinderen is me duidelijk geworden dat cultuureducatie een enorm breed gebied beslaat. Een projectmatige aanpak verhoogt de betrokkenheid van de kinderen bij kunst en cultuur enorm. Daarnaast vind ik het belangrijk dat kinderen zich werkelijk leren uiten, op hun eigen wijze, leren in interactie met elkaar te werken, hun emoties leren zien en daarmee leren om te gaan. Ook verankering noemt zij belangrijk. Een commissie Kunst en cultuur is een noodzakelijk platform voor planvorming en planning. Zo krijgt cultuureducatie een eigen gezicht op onze school. Marion tot slot: Ik vind dat cultuureducatie zowel op de opleiding als de basisschool een volwaardige plek moet krijgen. De Pabo moet studenten daar nadrukkelijk voor interesseren. Ik denk ook dat je met cultuur iets moet hebben, dat je er feeling voor moet hebben. Wanneer je dat als student niet van huis uit hebt meegekregen, ligt er juist voor de opleidingen een belangrijke taak. JETTE KERSJES: KUNST EN CULTUUR MOET GEEN AFSTAND SCHEPPEN, MAAR VERBINDING GENEREREN. _ Jette Kersjes studeerde in januari 2004 af als leerkracht basisonderwijs. Ze volgde daarvoor de T.O.P-opleiding (Tweejarige Opleiding Pabo) aan Pabo De Eekhorst in Assen. Bovendien rondde ze daar in diezelfde tijd een master cultuureducatie af. Op dit moment is Jette werkzaam op de christelijke Basisschool de Triangel in Emmer-Compascuum. Jette realiseerde tijdens haar masterstudie het project Over het Veen. Ze maakte onder andere een culturele kaart waarin ze het betreffende gebied in al zijn facetten in historisch perspectief in kaart bracht. Samen met haar leerlingen organiseerde ze vervolgens op school een tentoonstelling met verhalen en foto s van ouderen en materialen die gebruikt werden bij het turfsteken in deze streek. In een later, schoolbreed project werden er ook de nodige verbindingen naar kunsteducatie gelegd, onder andere door het maken van een musical naar aanleiding van de tentoonstelling. Jette: Tijdens mijn master heb ik geleerd wat cultuureducatie kan inhouden. Mij spreekt cultuur in brede zin erg aan. Cultuur is met zoveel verweven! Groepen mensen hebben een cultuur, een cultuur van omgang, maar ook een taalcultuur. Het mooie ervan is dat je vanuit die brede opvatting ook verbanden kunt leggen met cultuur met een grote C en met kunst. Wanneer je deze weg bewandelt, kun je kunst heel dicht bij mensen, bij kinderen brengen. Kunst en cultuur moet geen afstand scheppen, maar verbinding genereren. Jette vervolgt: Tijdens mijn stage en het werken aan de cultuurkaart kreeg ik in de gaten hoe je onderwijs rond cultuur moet opzetten. Wanneer je leert zien wat er allemaal in de directe omgeving van de school te vinden is, dan krijg je daar gaandeweg lesideeën over. Deze lesideeën kun je weer uitwerken naar onderwijs waarin je goed verbanden kunt leggen. Dan wordt ook duidelijk welke instellingen en mensen je bij zo n project kunt betrekken. Vanuit de school bestaat er geen structurele relatie met ondersteunende culturele instellingen. De gelden van de Stimuleringsregeling liggen centraal bij de grote Scholenvereniging, waarvan de Triangel deel uitmaakt. Deze gelden zijn overigens op basis van activiteiten opvraagbaar. Zo maakt de school gebruik van een provinciaal aanbod vanuit de stichting Kunst & Cultuur Drenthe, die een map verzorgt waarin contactgegevens van instellingen te vinden zijn en allerlei lesideeën. Ook doet de school mee aan het provinciale Kunstmenu, dat een gevarieerd aanbod heeft. Dat kan een film zijn, een voorstelling of het werk van een kunstenaar. De school werkt daarnaast incidenteel samen met het Drents Museum. Leerlingen van groep 8 halen om de twee maanden een schilderij van de kunstuitleen naar de school. Zo n schilderij vormt aanleiding voor kunstbeschouwing en vervolgens verwerken de kinderen deze lessen op kunstzinnige wijze. Jette tot slot: Cultuur moet aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. Die belevingswereld is een belangrijk vertrekpunt. Van daaruit wil ik toewerken naar een andere cultuur, dat is een andere en vooral bredere kijk op de wereld waarin we leven. Die manier van leren is niet gebonden aan losse schoolvakken, maar dient vakoverstijgend te worden aangeboden. En juist op het gebied van kunst en cultuur is buiten de school zo veel te vinden. Wanneer je kinderen kunt raken, en dat is mijn insteek, dan stijgen ze boven zichzelf uit, een fantastische opdracht en een geweldige ervaring. 96 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 97

51 5 Verdieping Cultuureducatie in de opleidingen tot 2010 Cultuureducatie krijgt ook de komende jaren alle aandacht op de lerarenopleidingen basisonderwijs. In netwerkbijeenkomsten en ontwikkelgroepen geven de opleidingen gezamenlijk nadere invulling aan de inhoud van cultuureducatie. Het project Verdieping Cultuureducatie in Lerarenopleidingen Basisonderwijs wordt op hoofdlijnen begeleid door een stuurgroep. Twee leden van deze stuurgroep zijn voorzitter Frank Rokebrand, tevens voorzitter van het Landelijk Overleg Lerarenopleidingen Basisonderwijs en Ivanna Heijboer, vierdejaars deeltijdstudent aan Pabo HRO in Rotterdam. Zij reageren op de ontwikkelingen rond cultuureducatie op de Pabo s in de afgelopen projectfase en blikken vooruit. INNOVATIEVE KRACHT VAN CULTUUREDUCATIE _ Frank Rokebrand is enthousiast over de ontwikkelingen rond cultuureducatie bij de opleidingen. Niet alleen vanwege de grote hoeveelheid initiatieven en activiteiten, maar ook door de inhoud ervan. Er is in korte tijd veel gebeurd en uit de verslaglegging spreekt groot enthousiasme. Lang niet altijd leiden landelijke projecten gericht op innovatie ook werkelijk tot nieuw beleid. De opleidingen zetten gezamenlijk het beeld neer dat daar bij cultuureducatie wel degelijk sprake van is, zowel binnen het opleidingsprogramma, als wat betreft de relatie met externe partijen. Volgens Rokebrand kiezen Pabo s er nu bewust voor een rol te spelen op het gebied van cultuureducatie en daarbij structurele relaties aan te gaan met basisscholen en culturele instellingen. Rokebrand: Kijk, het contact tussen de opleiding en het museum is natuurlijk al zo oud als de Pabo zelf. Maar dat soort contacten was altijd gekoppeld aan individuele personen, niet gebaseerd op beleidskeuzes, gedragen door het management, zoals nu op steeds meer Pabo s gebeurt. Wat me daarbij opvalt is hoe belangrijk het is of het management alleen faciliteert of ook werkelijk betrokken is. Een onderwerp als cultuureducatie is daar bij uitstek gevoelig voor. ICC-CURSUS BINNEN DE OPLEIDINGEN _ Ivanna Heijboer let binnen de stuurgroep vooral op wat cultuureducatie betekent voor de student. Ze heeft zich in haar opleiding op dit gebied gespecialiseerd en loopt nu haar vierdejaarsstage bij basisschool t Landje in Rotterdam. Ook heeft ze haar ICC-certificaat 1 behaald bij de SKVR Rotterdam, buiten de Pabo om. Als student kom ik verschillende dingen tegen die in de volgende projectfase kunnen worden aangepakt. Om te beginnen bij de ICC-cursus: die is gericht op educatief medewerkers van instellingen en 98 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 99

52 op mensen die al op een school werken. Het als basisschool ontwikkelen van een visie op cultuureducatie krijgt vooral aandacht. Maar er valt zoveel meer te zeggen dan nu in de cursus gebeurt, zeker vergeleken bij wat ik via de Pabo al had geleerd en gedaan. Ik ben er daarom een groot voorstander van om de ICC-cursus binnen de opleiding te brengen, met daarbij aandacht voor vragen als: Welke rol wil je straks vervullen? Hoe krijg je je team enthousiast? Welke inhoud streef je na? Hoe kan je geldstromen vinden en benutten? De competenties die we als student al hanteren om onze persoonlijke ontwikkeling en bijbehorende actieplannen te bepalen, zijn een uitstekend handvat om de ICC-cursus voor aankomende leerkrachten veel interessanter te maken. DOORSTROMEN NAAR ANDERE OPLEIDINGEN _ Wat Heijboer opvalt is dat er heel veel gebeurt bij alle opleidingen, maar op telkens heel andere manieren. Dat levert landelijk gezien grote verschillen op. Ook ontbreken enkele regio s nog. In de komende jaren willen we ook die Pabo s bij het project betrekken, zegt Rokebrand. Cultuureducatie leent zich er bij uitstek voor om je als opleiding een positie te verwerven binnen je regio. Zeker als de opleiding zich richt op onderwijs met en over het lokale culturele erfgoed heeft dat een meerwaarde voor de basisscholen in de eigen regio. Rokebrand is zich er echter van bewust dat opleidingen ervoor kunnen kiezen zich op andere gebieden dan cultuureducatie te profileren. Dat is ook goed. Maar studenten die een cultuurprofiel ambiëren, zullen dan eveneens keuzes maken. Dan moet er binnen de opleidingen wel de flexibiliteit zijn om over te kunnen stappen naar een andere Pabo op het moment dat een student zich wil specialiseren. Dit is een aandachtspunt voor ons als stuurgroep. Die aandacht gaat verder dan alleen de lerarenopleiding basisonderwijs. Heijboer: De Pabo leidt op tot bachelor. De opleiding tot master valt buiten de Pabo. Studenten die zich verder willen verdiepen op het gebied van kunst en cultuur of pedagogische en didactische aspecten van cultuureducatie moeten kunnen doorstromen naar hogescholen of universiteiten waar dat mogelijk is. Dit soort verdieping is eveneens een aandachtspunt binnen de stuurgroep. Ook vanwege de mogelijkheden tot professionalisering op het gebied van cultuureducatie voor al ervaren leerkrachten. VAN VERBREDING NAAR VERDIEPING _ Waar bestaat het project nu concreet uit, de komende jaren? Rokebrand: De belangrijkste doelen van Cultuur en School Pabo s blijven vanzelfsprekend overeind. Dat is ten eerste de culturele bewustwording van de student, ten tweede de verankering van cultuureducatie in het curriculum van de opleiding en ten derde samenwerking tussen opleiding, culturele instellingen, kunstenaars en basisscholen. Maar in de volgende projectfase, die loopt van 2006 tot en met 2009, verschuift de nadruk van verbreding naar verdieping. Van kennis delen door zo veel mogelijk Pabo s naar inhoudelijk invulling geven aan cultuureducatie in de opleiding. Alle opleidingen worden uitgenodigd om deel te nemen aan het project, in ieder geval aan de netwerkbijeenkomsten. Daarnaast gaan opleidingen gericht aan de slag in ontwikkelgroepen. ACTIVITEITEN Netwerkbijeenkomsten voor alle opleidingen 1 Landelijke netwerkbijeenkomsten 2 Uitwisseling Vlaanderen-Nederland ONTWIKKELGROEPEN, GERICHTE DEELNAME OPLEIDINGEN 3 Cultuurmonitor 4 Toepasbaar maken cursus Interne Cultuurcoördinator in regulier programma opleiding 5 Basisinhoud cultuureducatie, geldend voor alle studenten 6 Verdiepingsinhoud cultuureducatie, geldend voor beperkt aantal studenten EXPERTISE EN ERVARINGEN UITWISSELEN _ Het uitwisselen van kennis en ervaringen blijft de basis voor de ontwikkelingen rond cultuureducatie bij de Pabo s, aldus Rokebrand. In landelijke netwerkbijeenkomsten is voor de in totaal 34 opleidingen alle ruimte voor het uitwisselen van informatie. En voor presentatie van de producten, diensten, modules enzovoort die binnen de opleidingen worden aangeboden. Het project zal zich ook niet meer beperken tot alleen Nederlandse opleidingen. Rokebrand: Ook de Vlaamse opleidingen hebben veel te bieden op het gebied van cultuureducatie. Daarom vinden er de komende jaren eveneens uitwisselingsdagen 100 Een rugzak gevuld met cultuur Cultuurnetwerk Nederland 101

53 Studenten krijgen inzicht in wat dans inhoudt: Vooral hard werken, zweten, twee uur lang

CULTUUR AAN DE BASIS. Drie jaar Cultuur en School Pabo s

CULTUUR AAN DE BASIS. Drie jaar Cultuur en School Pabo s CULTUUR AAN DE BASIS Drie jaar Cultuur en School Pabo s Colofon Cultuur aan de basis is een uitgave van het projectteam van de pilot Cultuur en School Pabo s Redactie Tineke de Danschutter, Jonaske de

Nadere informatie

CULTUUREDUCATIE OP NIVEAU

CULTUUREDUCATIE OP NIVEAU CULTUUREDUCATIE OP NIVEAU De rol van het schoolbestuur in beleid en praktijk Kees Admiraal, Maaike Haas en Cas Himmelreich Inhoud 5 Voorwoord 7 Inleiding 7 De vergeten laag 8 Wat is cultuureducatie? 11

Nadere informatie

Een goede basis. Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo

Een goede basis. Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo Een goede basis Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo 1 2 Inhoudsopgave Voorwoord 4 Deel A Adviezen 5 1 Opdracht 6 2 Aanpak 8 3 Probleemstelling 9 4 Oplossingsrichting 11 5 Herziening van de kennisbases

Nadere informatie

Bondgenoten in de decentralisaties

Bondgenoten in de decentralisaties Januari 2013 Bondgenoten in de decentralisaties Invulling geven aan het transformatieproces en de coalitieaanpak TransitieBureau Begeleiding in de Wmo Januari 2013 Bondgenoten in de decentralisaties TransitieBureau

Nadere informatie

Meer dan het gewone. CVO op weg naar 2020. Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs te Rotterdam en omgeving

Meer dan het gewone. CVO op weg naar 2020. Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs te Rotterdam en omgeving Meer dan het gewone CVO op weg naar 2020 Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs te Rotterdam en omgeving Meer dan het gewone CVO op weg naar 2020 CVO Rotterdam en omgeving Rotterdam, oktober

Nadere informatie

De lerende organisatie: Wat is het en hoe geef je er vorm aan?

De lerende organisatie: Wat is het en hoe geef je er vorm aan? Onderzoeksrapport De lerende organisatie: Wat is het en hoe geef je er vorm aan? Resultaten van een onderzoek op twaalf Nederlandse scholen voor voortgezet onderwijs Universiteit Utrecht Onderwijsadvies

Nadere informatie

Suzanne Beek, Arie van Rooijen & Cees de Wit. Samen. kun je meer dan alleen. Educatief partnerschap met ouders in primair en voortgezet onderwijs

Suzanne Beek, Arie van Rooijen & Cees de Wit. Samen. kun je meer dan alleen. Educatief partnerschap met ouders in primair en voortgezet onderwijs Suzanne Beek, Arie van Rooijen & Cees de Wit Samen kun je meer dan alleen Educatief partnerschap met ouders in primair en voortgezet onderwijs Colofon Deze brochure is één van de opbrengsten van een project

Nadere informatie

Op een dag ben je leraar

Op een dag ben je leraar Op een dag ben je leraar Zoektocht naar professionele identiteit van leraren Hanna de Koning Hella Kroon Op een dag ben je leraar Zoektocht naar professionele identiteit van leraren Hanna de Koning en

Nadere informatie

Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen

Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen Een verkenning Klaas Hiemstra Jacqueline Schoones Otto de Loor Monica Robijns APS is een toonaangevend onderwijsadviesbureau

Nadere informatie

Stilstaan bij de start. Onderzoek naar begeleidingspraktijken voor startende leraren in po en vo

Stilstaan bij de start. Onderzoek naar begeleidingspraktijken voor startende leraren in po en vo Stilstaan bij de start Onderzoek naar begeleidingspraktijken voor startende leraren in po en vo Onder redactie van: Chantal Kessels Jeannette J.M. Geldens Stilstaan bij de start Onderzoek naar begeleidingspraktijken

Nadere informatie

Teamwerken is teamleren?

Teamwerken is teamleren? Teamwerken is teamleren? Vormgeven en ontwikkelen van teams in het onderwijs Hans Kommers en Marieke Dresen Ruud de de Moor Centrum Open Universiteit rdmc.ou.nl Teamwerken is teamleren? Vormgeven en ontwikkelen

Nadere informatie

Een IKC dat staat als een huis!

Een IKC dat staat als een huis! Een IKC dat staat als een huis! Hoe bouw je een duurzaam integraal kindcentrum? Een IKC dat staat als een huis! Hoe bouw je een duurzaam integraal kindcentrum? Spier ten Doesschate Mark van der Pol APS

Nadere informatie

Werken op dezelfde golflengte

Werken op dezelfde golflengte Onderwijsprofessionals kiezen steeds vaker voor onderzoek om beter inzicht te krijgen in hun onderwijspraktijk. Vaak blijven de onderzoeksresultaten echter nog beperkt tot de school in kwestie. De ontwikkel-

Nadere informatie

Professionalisering van besturen in het primair onderwijs

Professionalisering van besturen in het primair onderwijs Professionalisering van besturen in het primair onderwijs 2 - Professionalisering van besturen in het primair onderwijs Professionalisering van besturen in het primair onderwijs Verslag van de commissie

Nadere informatie

Een effectieve leeromgeving in het primair en voortgezet onderwijs

Een effectieve leeromgeving in het primair en voortgezet onderwijs 8 Doorlopende leerlijnen Marjan van der Maas Een effectieve leeromgeving in het primair en voortgezet onderwijs Onderzoeksrapportage Inrichten leeromgevingen PO en VO 2008-2010 Een effectieve leeromgeving

Nadere informatie

Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs

Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs Rapport 4 Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs Rapport naar aanleiding van het project DigilessenVO in 2009 Bert Zwaneveld Herman Rigter Ruud de Moor Centrum Ruud de Moor Centrum

Nadere informatie

Opleiden in de school

Opleiden in de school Opleiden in de school Kwaliteitsborging en toezicht Studie Opleiden in de school Kwaliteitsborging en toezicht Studie Voorwoord Onderwijsinstellingen voor primair en voortgezet onderwijs en bve-instellingen

Nadere informatie

Opvoeden en ontmoeten in de wijk Het ontwikkelen van een gezamenlijke pedagogische visie in de brede school

Opvoeden en ontmoeten in de wijk Het ontwikkelen van een gezamenlijke pedagogische visie in de brede school 1 Opvoeden en ontmoeten in de wijk Het ontwikkelen van een gezamenlijke pedagogische visie in de brede school Stijn Verhagen, Pauline Calkoen, Kitty Jurrius en Jacques Verheijke COLOFON Uitgave: Lectoraat

Nadere informatie

Professionaliteit en professionele ruimte als uitdaging in het HBO

Professionaliteit en professionele ruimte als uitdaging in het HBO Professionaliteit en professionele ruimte als uitdaging in het HBO Gespreksnotitie opgesteld t.b.v. hogescholen Henk Mulders Voorzitter college van bestuur Hogeschool Edith Stein/ Expertis Onderwijsadviseurs

Nadere informatie

Lerarenagenda 2013-2020: de leraar maakt het verschil

Lerarenagenda 2013-2020: de leraar maakt het verschil Lerarenagenda 2013-2020: de leraar maakt het verschil Inhoud Wat zijn de uitdagingen voor leraren en lerarenopleidingen tot 2020? 4 De lerarenagenda 6 1. Hogere kennis- en geschiktheidseisen aan aankomende

Nadere informatie

De kracht van goed bestuur

De kracht van goed bestuur Bestuur, management en onderwijskwaliteit Daniëlle Verschuren en Berber Vreugdenhil De kracht van goed bestuur Eindrapportage De kracht van goed bestuur Eindrapportage Daniëlle Verschuren Berber Vreugdenhil

Nadere informatie

Ten geleide ANDERS LEREN. Deze uitgave over Anders leren bij Daelzicht kwam tot stand met steun

Ten geleide ANDERS LEREN. Deze uitgave over Anders leren bij Daelzicht kwam tot stand met steun HOE LEREN WE IN DE 21STE EEUW? Hoe leiden we mensen op die functioneren in een wereld die voortdurend in beweging is en waarin kennis sneller veroudert én overvloediger dan ooit beschikbaar is? En hoe

Nadere informatie

Leerlingen zijn echte mensen!

Leerlingen zijn echte mensen! Windesheimreeks kennis en onderzoek LECTORAAT PEDAGOGISCHE KWALITEIT VAN HET ONDERWIJS Windesheimreeks kennis en onderzoek Femke Geijsel Femke Geijsel combineert haar wetenschappelijk onderzoek sinds 2001

Nadere informatie

EN NU DE DOCENT NOG...!

EN NU DE DOCENT NOG...! EN NU DE DOCENT NOG...! kernredacteur van dit nummer: Prof. Dr. J.G.L.C. Lodewijks MesoConsult B.V. Tilburg april 1996 1996 MesoConsult B.V. Tilburg Uit deze uitgave mag niets worden verveelvoudigd en/of

Nadere informatie

Zicht op... centra voor de kunsten. Achtergronden, literatuur en adressen

Zicht op... centra voor de kunsten. Achtergronden, literatuur en adressen Zicht op... centra voor de kunsten Achtergronden, literatuur en adressen Cultuurnetwerk Nederland, Utrecht 2004 Inhoud Vooraf 5 Centra voor de kunsten voor de keuze 7 Literatuur 19 Beleidsplannen, jaarverslagen

Nadere informatie

Over leerloopbanen en loopbaanleren. Loopbaancompetenties in het (v)mbo

Over leerloopbanen en loopbaanleren. Loopbaancompetenties in het (v)mbo Over leerloopbanen en loopbaanleren Loopbaancompetenties in het (v)mbo F. Meijers, M. Kuijpers & J. Bakker Februari 2006 Dit onderzoek wordt gesubsidieerd door: Samenwerkende brancheorganisaties beroepsonderwijs

Nadere informatie

Inclusief onderwijs en de praktijk in de klas in het voortgezet onderwijs

Inclusief onderwijs en de praktijk in de klas in het voortgezet onderwijs Inclusief onderwijs en de praktijk in de klas in het voortgezet onderwijs Samenvattend Rapport 2005 European Agency for Development in Special Needs Education Dit rapport is geschreven en uitgegeven door

Nadere informatie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Datum 17 november 2014 Toekomstgericht funderend onderwijs

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Datum 17 november 2014 Toekomstgericht funderend onderwijs >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag.. Datum 17 november 2014 Betreft Toekomstgericht funderend onderwijs

Nadere informatie

"Aan tafel!" dialoogtafel. noordoost Groningen. kwartiermakers

Aan tafel! dialoogtafel. noordoost Groningen. kwartiermakers kwartiermakers dialoogtafel noordoost Groningen "Aan tafel!" Een verkenning naar de mogelijkheid om in het aardbevingsgebied Noordoost Groningen een dialoogtafel op te zetten Eindadvies van de kwartiermakers

Nadere informatie

UIT DE STEIGERS ADVIES OVER DOORONTWIKKELING VAN DE WMO-WERKPLAATSEN

UIT DE STEIGERS ADVIES OVER DOORONTWIKKELING VAN DE WMO-WERKPLAATSEN UIT DE STEIGERS ADVIES OVER DOORONTWIKKELING VAN DE WMO-WERKPLAATSEN REIN ZUNDERDORP, ANNA HERNGREEN EN PAULINE VAN VIEGEN ZUNDERDORP BELEIDSADVIES & MANAGEMENT IN OPDRACHT VAN HET MINISTERIE VAN VWS (BAS

Nadere informatie