Gemeente Veenendaal. Structuurvisie Externe Veiligheid Beleid t.a.v. de verantwoording van het groepsrisico

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Gemeente Veenendaal. Structuurvisie Externe Veiligheid Beleid t.a.v. de verantwoording van het groepsrisico"

Transcriptie

1 Gemeente Veenendaal Structuurvisie Externe Veiligheid Beleid t.a.v. de verantwoording van het groepsrisico Opdrachtgever: Provincie Utrecht / Dienst Water en Milieu / Sector Stad en Milieu Pilotstudie in het kader van Programmafinanciering Externe Veiligheid 2004/2005 Referentie: Datum: maart 2006 Bost Adviesgroep BV Postbus AH WADDINXVEEN tel. +31 (0) fax. +31 (0)

2 Inhoudsopgave 1. SAMENVATTING INLEIDING WETTELIJK KADER BESLUIT EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN CIRCULAIRE RISICONORMERING VERVOER GEVAARLIJKE STOFFEN VUURWERKBESLUIT AANVULLENDE REGELGEVING UITWERKING VAN DE WETTELIJKE VERPLICHTINGEN INHOUD VAN EEN VERANTWOORDING GR VERTREKPUNT VOOR DE GEMEENTE STAND VAN ZAKEN T.A.V. INRICHTINGEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN STAND VAN ZAKEN ROUTERING VERVOER GEVAARLIJKE STOFFEN DE HUIDIGE ORGANISATIE IN RELATIE TOT EV BELEIDSKEUZEN RANDVOORWAARDEN VOOR TOEKOMSTIGE BESLUITVORMING VUURWERK ROUTERING VERVOER GEVAARLIJKE STOFFEN GEBIEDSGERICHT BELEID UITGANGSPUNTEN VOOR VEENENDAAL VEENENDAAL CENTRUM DE OVERIGE WOONGEBIEDEN BUITENGEBIEDEN BEDRIJFSTERREIN DE FACTORIJ / DE VENDEL BEDRIJFSTERREIN COMPAGNIE EN COMPAGNIE-OOST BEDRIJFSTERREIN AMBACHT/ NIJVERKAMP BEDRIJFSTERREIN DE BATTERIJEN DE BEDRIJFSECONOMISCHE GEVOLGEN VAN BELEIDSKEUZES INBEDDING IN DE ORGANISATIE EXTERNE VEILIGHEID ALGEMEEN VERGUNNINGVERLENING OP BASIS VAN DE WM HET NEMEN VAN RUIMTELIJKE BESLUITEN HET NEMEN VAN VERKEERSBESLUITEN RAMPBESTRIJDING OVERIGE AFDELINGEN FORMELE SAMENWERKINGSAFSPRAKEN KENNIS EN KUNDE BIJLAGE 1. IN BEVI AANGEWEZEN RISICOVOLLE INRICHTINGEN BIJLAGE 2. RESULTATEN VAN DE RISICO-INVENTARISATIE BEVI Printversie

3 BIJLAGE 3. OVERZICHTSKAART BEVI-INRICHTINGEN VEENENDAAL BIJLAGE 4. KWETSBARE OBJECTEN VOLGENS HET VUURWERKBESLUIT. 43 BIJLAGE 5. VOORBEELD VAN EEN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING VOLGENS DE CIRCULAIRE RISICONORMERING BIJLAGE 6. VERANTWOORDING GROEPSRISICO VOOR TDG TE VEENENDAAL BIJLAGE 7. VERANTWOORDING GROEPSRISICO VOOR LPG-TANKSTATION GILDETROM 2 49 BIJLAGE 8. VERANTWOORDING GROEPSRISICO VOOR LPG-TANKSTATION WILTONSTRAAT 2B Printversie

4 1. Samenvatting In de huidige maatschappij is het gebruik van gevaarlijke stoffen een elementair onderdeel van het bestaan. Om allerlei handelingen met gevaarlijke stoffen mogelijk te maken zonder dat de burgers hierdoor ernstig gevaar lopen heeft de rijksoverheid in de laatste jaren nieuwe wet- en regelgeving is ontwikkeld. Omdat deze wet- en regelgeving gebaseerd is op verschillende wetten, die vallen onder verschillende ministeries, is er sprake van een complexe situatie. Om deze complexe situatie praktisch te vertalen is deze Structuurvisie Externe Veiligheid geschreven. In deze Structuurvisie worden voorstellen gedaan en beargumenteerd ten aanzien van: - de wijze waarop met verantwoording groepsrisico wordt omgegaan; - het maken van gebiedsgerichte keuzes met betrekking tot externe veiligheid; - interne werkafspraken om het omgaan met externe veiligheid zo soepel mogelijk te laten verlopen en daarmee fouten en onverwachte kosten te voorkomen. Externe veiligheid is de veiligheid van de burger in relatie tot het gebruik van gevaarlijke stoffen. Die veiligheid wordt uitgedrukt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico zijn grenswaarden (normen) vastgelegd, voor het groepsrisico slechts oriëntatiewaarden. Reden hiervan is, dat er zeer veel mogelijkheden zijn, om een bepaald risico verantwoord te maken. Door in te stemmen met de verantwoording groepsrisico uit deze structuurvisie wordt duidelijkheid verschaft in het grijze gebied dat de wetgeving voor externe veiligheid bevat. Het rapport bevat een aantal gebiedsgerichte keuzes en uitwerkingen van het groepsrisico. In de ruimtelijke ontwikkeling van Veenendaal heeft de aanwezigheid van specifieke gevaarlijke activiteiten binnen de huidige wetskaders direct gevolgen voor de mogelijke ontwikkeling van woningbouw of grotere kantoorgebouwen. Door in te stemmen met de gebiedsgerichte benadering wordt voorkomen, dat in de nabije toekomst situaties ontstaan, die niet wenselijk of niet verantwoordbaar zijn. De gemeente kiest voor beperkte toename van de vestiging van Bevi-inrichtingen (specifieke bedrijven volgens bijlage 1 van dit rapport). Alleen in het gebied Ambacht en Nijverkamp wordt nog uitbreiding van dergelijke activiteiten toegestaan. Daardoor wordt het ruimtebeslag beperkt en zullen de veiligheidsrisico s in de rest van Veenendaal niet verder toenemen. Onjuist of onvolledig hanteren van de complexe wet- en regelgeving bergt het risico in zich van wijziging van geplande ruimtelijke ontwikkelingen in een laat stadium. Aan dergelijke late wijzigingen zit een potentiëel risico van ongewenste kosten. In deze visie zijn een aantal werkafspraken op hoofdlijnen gemaakt waardoor de juiste besluiten op het juiste moment worden genomen. Printversie

5 2. Inleiding In de huidige maatschappij is het gebruik van gevaarlijke stoffen een elementair onderdeel van het bestaan. Zeker in een dichtbevolkt land als Nederland zijn afspraken nodig om het verrichten van allerlei handelingen met gevaarlijke stoffen mogelijk te maken, zonder dat de burgers hierdoor ernstig gevaar lopen. Een aantal ernstige incidenten met gevaarlijke stoffen heeft er toe geleid dat in de laatste jaren nieuwe wet- en regelgeving is ontwikkeld. Ten gevolge van die veranderende wetgeving in het kader van Externe Veiligheid (hierna ook EV genoemd) komen er bij gemeenten verschillende taakstellingen bij. Die EV-taakstellingen zijn afdelingsoverschrijdend en voor een deel zelfs organisatie-overschrijdend. Die situatie vraagt om een gedegen uitvoeringsstructuur, gebaseerd op een samenhangend EV-beleid. Het nut en de noodzaak van een integraal EV-beleid zijn gelegen in het feit, dat met het oog op het complexe werkveld een effectieve en efficiënte uitvoering met een minimum aan risico (foutieve besluitvorming) alleen via een eenduidige beleid kan worden gerealiseerd. Om te komen tot een dergelijk beleid binnen de gemeente Veenendaal is een integrale structuurvisie gewenst. De voorliggende structuurvisie bevat ten eerste een aantal beleidskeuzen op basis van de huidige regelgeving. Die beleidskeuzen zijn vertaald naar een gebiedsgericht beleid voor te onderscheiden delen van de stad waarbij is aangegeven hoe het groepsrisico wordt verantwoord. Voor een integrale verantwoording van het groepsrisico worden de taken en verantwoordelijkheden van diverse afdelingen ten aanzien van externe veiligheid vastgelegd. De afspraken dienen nadien te worden ingepast in de dagelijkse werkuitvoering. De vastgestelde Structuurvisie Externe Veiligheid zorgt daarbij ook voor afstemming van prioriteiten op bestuurlijk niveau en op het hoogste managementniveau. De provincie Utrecht is een voorstander van een dergelijk project en heeft daarom vanuit de Programmafinanciering Externe Veiligheid financiering van het project toegezegd. De ontwikkeling van de structuurvisie externe veiligheid (onder meer t.a.v. de verantwoording groepsrisico) in Veenendaal dient als pilot voor de provincie Utrecht. Printversie

6 3. Wettelijk kader De directe aanleiding voor de onderhavige structuurvisie ligt in een aantal wettelijke ontwikkelingen. De belangrijkste wetgeving wordt hier toegelicht Besluit Externe veiligheid inrichtingen In juni 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen vastgesteld (Staatsblad ). Dit besluit vindt zijn basis in de Wet milieubeheer (art. 5.1, 5.2, 5.3, 8.7, 8.44 en 21.8) en de Wet op de Ruimtelijke Ordening (art. 19a en 36). Het besluit is grotendeels in 2004 in werking getreden. Op basis van het besluit (Bevi) is het bevoegd gezag verplicht, om bij besluiten in het kader van de Wm of de Wro expliciet rekening te houden met de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Voor een gedetailleerde omschrijving wordt verwezen naar de Handleiding externe veiligheid inrichtingen van Infomil (juni 2004). In bijlage 1 van deze rapportage worden de in het Bevi aangewezen inrichtingen benoemd. In het Bevi zijn risiconormen vastgesteld voor inrichtingen (bedrijven) die werken met gevaarlijke stoffen. Risico s worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico of als groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar, dat op een plaats buiten een specifieke inrichting een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een afstand vanaf de inrichting, waarbinnen het genoemde risico aanwezig is. In de wet wordt de 10-5 en 10-6 contour onderscheiden, dus een gebied, waarbinnen de kans van 1 op respectievelijk 1 op bestaat, dat bij een calamiteit een slachtoffer valt. Het Bevi definieert voor het vaststellen van het PR kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, scholen, ziekenhuizen etc. maar ook grotere kantoorgebouwen (> 1500 m 2 ). Beperkt kwetsbaar zijn o.a. bedrijfswoningen van derden, kleinere kantoorgebouwen en sportaccommodaties. Voor het PR zijn grenswaarden en richtwaarden vastgesteld. De grenswaarden gelden ten opzichte van kwetsbare objecten, de richtwaarden gelden voor beperkt kwetsbare objecten. Situaties, waarbij kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10-5 contour dienen in oktober 2007 te zijn gesaneerd. Kwetsbare objecten binnen de 10-6 contour van een in het Bevi aangewezen inrichting dienen tot uiterlijk 2010 te worden gesaneerd. Ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten geldt geen saneringsverplichting voor bestaande situaties. Echter het Bevi stelt dat beperkt kwetsbare objecten Printversie

7 buiten de 10-6 contour dienen te liggen, behalve als gewichtige redenen verantwoording van die objecten binnen de 10-6 contour mogelijk maakt. Groepsrisico Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. ('Bevi, artikel 1, lid 1) Het groepsrisico is afhankelijk van een groot aantal factoren. Bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen is het uiteindelijk aantal slachtoffers in de omgeving afhankelijk van onder meer het feitelijk scenario van de ramp, van preventieve voorzieningen, van effectgerichte voorzieningen, het uitvoerbare hulpverleningsscenario etc. Die factoren beïnvloeden de effecten van een ramp en dus ook het tolereerbaar groepsrisico. Voor het groepsrisico zijn daarom geen grenswaarden geformuleerd. Wel geeft de overheid een oriëntatiewaarde (zie figuur 1). Het bevoegd gezag moet het toelaatbaar kans Figuur 1. Orientatiewaarde GR (fn Curve) geachte groepsrisico kunnen verantwoorden. De overheid geeft wel randvoorwaarden ten aanzien van de juiste bepaling van het GR. Bij toetsing moeten worden bepaald of de kans op een bepaald aantal slachtoffers binnen een gedefinieerd invloedsgebied groter is als de genoemde oriëntatiewaarden. In geval van overschrijding dient die overschrijding te kunnen worden verantwoord onder meer via een beoordeling van de zelfredzaamheid en de hulpverleningsmogelijkheden. Verantwoording is ook verplicht bij een significante verhoging van het bestaande groepsrisico, ook als de risicoberekening niet boven de oriëntatiewaarde komt. 1,0E-01 1,0 E ,0 E ,0E-04 1,0 E ,0E-06 1,0 E ,0E-08 1,0 E ,0E aantal slachtoffers Printversie

8 Figuur 2. Casus varianten 1. Verspreiding gaswolk / gifwolk Bevi-inrichting woningen Interactie Bevi-inrichting Bevi-inrichting Geen verspreiding Bevi-inrichting woningen Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen In augustus 2004 is de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen gepubliceerd. Deze circulaire is een verdere uitwerking van het vastgestelde beleid in zake vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit vervoersbeleid is eerder vastgelegd in de Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, behandeld in de Tweede Kamer in 1995/1996. De circulaire geeft een verdere uitwerking voor het operationaliseren van het gewenste beleid. De circulaire bevat aanwijzingen voor het vaststellen van risico s langs infrastructuur, waarover of waardoor vervoer (transport) van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het betreft dan feitelijk vervoer over waterwegen, spoorwegen en vervoer over openbare wegen. Risiconormering van vervoer door buisleidingen is in separate circulaires vastgelegd. Printversie

9 Ten gevolge van de circulaire wordt het bevoegd gezag in geval een vervoersbesluit en bij een omgevingsbesluit verplicht een risico-analyse te maken. Dat betekent dat afstanden moeten worden bepaald voor het plaatsgebonden risico en dat een verantwoording moet worden opgesteld voor het groepsrisico. De circulaire zoekt in deze direct aansluiting bij het Bevi. In tabel 1 en tabel 2 zijn de grens- en richtwaarden opgenomen. Overigens wijken de oriëntatiewaarden voor het GR af van die van het Bevi. Vervoersbesluiten betreffen besluiten in het kader van de Wm (hoofdstuk7), de Wvgs, de Tracéwet enz. Omgevingsbesluiten hebben betrekking op besluiten ex. artikelen 10, 11, 15, 17, 19, 28, 33, 37, 39b en 40 van de Wro en besluiten ex. artikel 11 van de Woningwet. Tabel 1 Plaatsgebonden risico ** Vervoersbesluit Omgevingsbesluit bestaande situatie Grenswaarde 10-5 Grenswaarde 10-5 Streven naar 10-6 Streven naar 10-6 nieuwe situatie Kwetsbare objecten Grenswaarde 10-6 Grenswaarde 10-6 Beperkt kwetsbare objecten Richtwaarde 10-6 Richtwaarde 10-6 ** Bron: Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen; Staatscourant nr 147, dd 4 aug Tabel 2 Groepsrisico ** Oriëntatiewaarde per km per jaar Aantal dodelijke slachtoffers Maximaal toelaatbare kans Ten minste Ten minste Ten minste ** Bron: Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen; Staatscourant nr 147, dd 4 aug Vuurwerkbesluit In 2004 is het Vuurwerkbesluit van kracht geworden. Dit besluit, voornamelijk gebaseerd op de Wet milieubeheer, maar met een directe relatie met onder meer de Wet milieugevaarlijke stoffen, regelt de opslag van en de handel in consumentenvuurwerk en de opslag, verwerking en handel in professioneel vuurwerk. Het besluit stelt eisen aan onder meer: - Het in bezit mogen hebben van vuurwerk - De opslag van vuurwerk - De tijd waarin vuurwerk zich op bepaalde plaatsen mag bevinden. Printversie

10 Daarnaast kent dit besluit, vergelijkbaar met het Bevi, afstandscriteria, waarmee bij ruimtelijke besluiten rekening moet worden gehouden. Bij besluiten op grond van de artikelen 10, 11 en 19 en bij vrijstellingen van artikelen 11 en 19 dient het college van B en W rekening te houden met de afstanden t.o.v. vuurwerkinrichtingen. Conform bijlage 3 van het Vuurwerkbesluit, B 1.1 geldt: Bij een inrichting waarin verpakt of onverpakt professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, aanwezig mag zijn, dient, gemeten vanaf de bewaarplaats en, indien aanwezig, de bewerkingsruimte, tot een kwetsbaar object en een geprojecteerd kwetsbaar object de onderstaande veiligheidsafstand in acht te worden genomen. toegestane netto explosieve massa per bewaarplaats of bewerkingsruimte vanaf 0 kg tot en met 750 kg vanaf 750 kg tot en met kg veiligheidsafstand 400 meter 800 meter Conform bijlage 3 van het Vuurwerkbesluit, B 1.2 geldt: a. Bij een inrichting waarin in totaal niet meer dan kg consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn, dient, gemeten vanaf de bewaarplaats en de bufferbewaarplaats in voorwaartse richting, tot een kwetsbaar object en een geprojecteerd kwetsbaar object een veiligheidsafstand van ten minste 8 meter in acht te worden genomen. b. Binnen de veiligheidsafstand in voorwaartse richting, het vrijwaringsgebied daaronder niet begrepen, mag in afwijking van onderdeel a een kwetsbaar object aanwezig zijn of geprojecteerd zijn, indien tussen de deuropening van de (buffer) bewaarplaats en dat object een scheidingsconstructie aanwezig is: - waarvan de brandwerendheid niet lager is dan 60 minuten; - waarin zich geen opening, raam of deur bevindt; - die, voor zover het een verticale scheidingsconstructie betreft, vervaardigd is van metselwerk, beton of cellenbeton Aanvullende regelgeving In samenwerking tussen de ministeries van VROM en Binnenlandse Zaken is de Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico ontwikkeld. Deze handreiking is in augustus 2004 in concept gepubliceerd. Het document bevat onder meer: - richtwaarden voor een aan te houden invloedsgebied (in afstanden tot een inrichting), - richtwaarden voor een acceptabele personendichtheid binnen een invloedsgebied, afhankelijk van de specifieke situatie. Printversie

11 Als aanvulling op het Bevi is de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) vastgesteld, waarin regels zijn vastgelegd met betrekking tot de berekening van het PR en met afstanden voor het PR. De landelijke en provinciale overheid publiceert haast wekelijks nieuwe informatiedocumenten over externe veiligheid Uitwerking van de wettelijke verplichtingen De gemeente Veenendaal is wettelijk gehouden om bij het vaststellen van ruimtelijke besluiten (o.a. krachtens de Wro) en bij verlenen van milieuvergunningen (krachtens de Wm) rekening te houden met de EV-regelgeving. In concreto dient bij onderstaande besluitvorming rekening te worden gehouden met EV: - besluitvorming volgens Wro dus o.a bestemmingsplannen vaststellen of wijzigingen; - specifieke besluiten op basis van de Woningwet art. 11 en de Tracéwet art. 15; - Wm-vergunningen voor inrichtingen, genoemd in het Bevi. Indien in de voornoemde besluitvorming sprake is van beïnvloeding door inrichtingen met gevaarlijke stoffen dient een veiligheidsanalyse te worden gemaakt, uitgedrukt in het plaatsgebonden risico met daarbij horende afstandscriteria voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een bepaling en een verantwoording van het groepsrisico. De regionale brandweer dient conform artikel 12, lid 3 en artikel13, lid 3 van het Bevi bij bovengenoemde besluiten om advies te worden gevraagd. Dit advies betreft met name de verantwoording van het groepsrisico Inhoud van een verantwoording GR Het groepsrisico (GR) dient te worden berekend en tevens dient een verantwoording te worden geschreven, waarmee een bepaalde ontwikkeling volgens het bestuur kan worden gerealiseerd. In die verantwoording dient aan een aantal elementen aandacht te worden besteed. Uit verschillend publicaties volgt onderstaande aanpak. Het advies kan worden opgebouwd volgens de gedachte van de veiligheidsketen. De belangrijkste elementen daarvan zijn pro-actie, preventie, preparatie en planvorming. Bij de verantwoording GR onderscheiden we een tweetal toetsingscriteria. 1. Vaststellen van een maatgevend scenario Op basis van de Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico wordt gekozen voor een benadering volgens het zogenaamde QRA-scenario. Hierin zijn kans en effect gelijkwaardig vertegenwoordigd. Zoals bekend geldt: risico = kans x effect Voor het gekozen scenario dient de effectafstand en de aard van de effecten te worden vastgesteld. De handreiking beveelt aan om ook rampbestrijdingsscenario s mee te wegen. Printversie

12 Aandacht dient te worden geschonken aan het cumulatie-effect, indien meer dan 1 risicobron invloed heeft op een (beperkt) kwetsbaar object. Ook het dominoeffect, waarbij twee risicobronnen op elkaar kunnen inwerken dient beoordeeld te worden. 2. Beoordeling van de opbouw van een berekend groepsrisico. Het berekende groepsrisico dient te worden beoordeeld op het bestaan van cumulatie. De fn-curve van twee elkaar beïnvloedende risicobronnen kan afwijken van de fn-curve per bron. De verantwoording GR dient vervolgens de onderstaande elementen te bevatten: 1. Risicoreducerende maatregelen Vanuit de bovenstaande risicoformule kunnen reducerende maatregelen worden ontwikkeld, die leiden tot kansverkleining of effectverkleining. Kansreducerende maatregelen en effectreducerende maatregelen hebben een positieve invloed op een risico. Bij bepaling van dergelijke maatregelen speelt de discussie over kosten en baten natuurlijk altijd een rol. 2. Zelfredzaamheid De mate van zelfredzaamheid van de personen, die zich in het invloedsgebied van een risicobron bevinden heeft een nadrukkelijke invloed op de hoogte van het toelaatbare GR. Zelfredzaamheid heeft uiteraard een relatie met de aard van het ongeval of ramp. Bij explosie is de mogelijkheid tot zelfredzaamheid lager dan bij een niet explosieve brand. Daarnaast wordt onderscheiden - De autonome zelfredzaamheid afhankelijk van de aard van de personen. Kinderen, ouderen en bijvoorbeeld gehandicapten vragen om een ander afwegingskader dan personen, die niet onder die groepen vallen. - De facilitairbare zelfredzaamheid, onder meer door het bieden van voldoende vluchtwegen, het bieden van vluchtwegen met voldoende capaciteit, het organiseren van een dergelijke vlucht (assistentie van politie enz.). 3. Bestrijdbaarheid Technische voorzieningen, blusmogelijkheden, opbouw van panden Het GR wordt beïnvloed door de aanwezigheid of beschikbaarheid van voorzieningen zoals blussystemen, brandwerende muren etc. 4. Preparatie Bluswatervoorzieningen in de directe omgeving, bereikbaarheid van een lokatie. 5. Beschikbare hulpverleningscapaciteit. De Leidraad Maatramp of beter de Leidraad operationele prestaties geeft een acceptabele systematiek voor bepaling van de beschikbaarheid van de juiste hulpverlening. 6. Restrisico De conclusie van een uitwerking van voornoemde punten leidt tot een beoordeling van het restrisico van de gewenste situatie. Printversie

13 Bovengenoemd stappenplan vertaald naar de dagelijkse praktijk leidt tot een aantal praktische aandachtspunten, waaraan in ieder geval aandacht besteedt dient te worden: - Aard en omvang van de risicobron; - De aanwezigheid van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten; - Beoordelen van de juiste vaststelling van het invloedsgebied; - De toegankelijkheid van de risicobron; - Beoordelen van de aard van de populatie, die zich in dat gebied normaliter ophoudt en beoordelen van de zelfredzaamheid van die populatie; - De voorzieningen in het gebied, zoals aanwezigheid van voldoende bluswater, de mogelijkheid om het gebied op verschillende manieren op verschillende plaatsen te verlaten; Printversie

14 4. Vertrekpunt voor de gemeente 4.1. Stand van zaken t.a.v. inrichtingen met gevaarlijke stoffen De risico-inventarisatie is in Veenendaal uitgevoerd in 2004 / Hieruit volgen een beperkt aantal inrichtingen, die onder het Bevi vallen. In bijlage 2 is een opsomming gegeven van deze inrichtingen. Bijlage 3 bevat een overzichtskaart van de ligging van de inrichtingen binnen Veenendaal. Voor elke inrichting is de met behulp van de Regeling externe veiligheid inrichtingen de 10-6 contour voor het plaatsgebonden risico bepaald. Met dezelfde regeling en met de tabellen uit de Handreiking Verantwoordingsplicht zijn ook de contouren voor het invloedsgebied GR bepaald. Met name binnen het bedrijfsterrein Ambacht/ Nijverkamp bevinden zich een aantal Bevi-inrichtingen. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen dient hiermee rekening te worden gehouden. Daarnaast kent dit bedrijventerrein een drietal bedrijven met opslag van grotere hoeveelheden vuurwerk. Een saneringsverplichting ten gevolge van kwetsbare objecten binnen de 10-5 contour is beperkt tot een inrichting. De sanering van deze inrichting is inmiddels ter hand genomen. Daarnaast is er nog onderzoek gaande naar de situatie van een LPG-tankstation aan Smalle Zijde. Afhankelijk van de uitkomsten van het convenant tussen de landelijke overheid en de landelijke vereniging van LPGtankstations wordt het beleid verder bepaald. Op de Batterijen bevinden zich twee kantoorgebouwen > 1500 m 2 in het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. Grote kantoren zijn gedefinieerd als kwetsbare objecten. Voor de betreffende inrichting dient de toelaatbare personendichtheid te worden vastgesteld Stand van zaken routering vervoer gevaarlijke stoffen Gemeente Veenendaal heeft een route voor gevaarlijke stoffen, die momenteel loopt vanaf de snelweg A12 via de N233 (Rondweg West) richting Rhenen. Omdat de huidige route met het oog op de recente regelgeving een aantal problemen kent zijn in 2005 een aantal alternatieven onderzocht. Enkele jaren geleden is een tracé voor een Rondweg Oost vastgesteld. Een deel van deze weg is gerealiseerd, een deel zal binnen circa 1 jaar gereed zijn. Een directe aansluiting op de A12 volgt daarna. Binnen het onderzoek voor een geschikte route gevaarlijke stoffen zijn o.a. enkele scenario s voor de Rondweg Oost berekend. In het bestuurlijk voorstel kiest de gemeente voor aanwijzing van de Rondweg Oost voor de route gevaarlijke stoffen, echter alleen voor bestemmingsverkeer. Totdat de Rondweg Oost is gerealiseerd wordt de routering via de Rondweg West beperkt tot bestemmingsverkeer. Nadat het voorstel is vastgesteld zal geen doorgaand verkeer van gevaarlijke stoffen meer zijn toegestaan. De daadwerkelijke vaststelling van de route gevaarlijke stoffen over de Rondweg Oost heeft directe gevolgen voor de ontwikkeling van het omliggende gebied. Het nieuw te ontwikkelen woongebied Veenendaal Oost wordt aan een zijde be- Printversie

15 grensd door de Rondweg Oost. Bij de definitieve inrichtingsplannen van dit gebied dient dus rekening te worden gehouden met de eisen uit de circulaire Risiconormering. Door de routering van gevaarlijke stoffen via de Rondweg Oost, worden knelpunten voor het groepsrisico aan de Westelijke Rondweg verholpen en kan daar de bebouwingsdichtheid toenemen. Door Veenendaal lopen 2 spoorlijnen, de lijn Utrecht Arnhem en de lijn Utrecht - Rhenen. De lijn Utrecht - Arnhem kent transport van gevaarlijke stoffen. Over de lijn naar Rhenen, die dwars door de stad loopt, vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. Bij woon- en werkontwikkeling rondom de eerst genoemde lijn dient dus rekening te worden gehouden met externe veiligheidseisen uit de Circulaire. Veenendaal kent twee middendruk aardgasleidingen van de Gasunie. De druk is 40 bar, de diameter van een leiding is 100 mm (4 inch) en van de tweede leiding varieert die van 150 tot 200 mm (6 tot 8 inch). De leidingen komen Veenendaal aan de noordzijde binnen vanaf De Klomp (begin bij Trapjesweg) ter hoogte van de A12/ Gallileistraat tussen de Saab-dealer en Volkswagen-Seat dealer. De 4 inch leiding loopt tot aan de kruising Polderweg/ Spitsbergenweg. De 6 en 8 inch leiding loopt door tot aan het gasstation aan de Grebbeweg. Schadegebieden zijn afhankelijk van druk en leiding diameter. Omdat de leidingen deels in hetzelfde tracé liggen, zal het aanvankelijk moeilijk zijn vast te stellen welke leiding een schade veroorzaakt De huidige organisatie in relatie tot EV Zoals reeds eerder in dit rapport aangegeven vereist de EV-wetgeving gestructureerde communicatie tussen diverse afdelingen binnen de gemeenten. Direct betrokken zijn in ieder geval: Afdeling Bouwen, Wonen en Milieu vergunningverlening i.h.k. van de Wm; kennis van de inrichtingen kennis van de EV-wet- en regelgeving verlenen van bouwvergunningen Afdeling Stadsontwikkeling bereidt bestemmingsplan voor en zorgt voor vaststellen of wijzigingen verleend vrijstellingen op bestaande bestemmingsplannen Lokale brandweer inhoudelijk advies bij verantwoording van het groepsrisico advies ten aanzien van het plaatsgebonden risico opstellen van rampbestrijdingsplannen en aanvalsplannen inhoudelijk advies ten aanzien van gebiedsontruiming, zelfredzaamheid enz. Printversie

16 Regionale brandweer adviesrol bij de verantwoording van het groepsrisico Afdeling Stadsinrichting (Team verkeerscirculatie in relatie tot oriëntatiewaarden Voorbereiding) voor groepsrisico rekening houden met ontruimingsmogelijkheden in specifieke plangebieden Bij wijzigingen van bestemmingsplannen wordt momenteel op ad hoc basis rekening gehouden met de verplichtingen uit het Bevi. Dat geldt ook voor het behandelen van aanvragen van Wm-vergunningen. En interne adviestaak van de brandweer in ruimtelijke vraagstukken is op basis van de Verordening Brandveiligheid en Hulpverlening vastgelegd en is er ook al sprake van afstemming. De samenwerking tussen de afdelingen vindt echter momenteel vooral plaats op basis van persoonlijke contacten en niet op (formeel) gestructureerde wijze. Er is afstemming tussen personen, maar niet tussen functies en bevoegdheden. Indien medewerkers van functie gaan veranderen, vervallen daarmee ook de bestaande communicatiekanalen. In deze structuurvisie zijn voorstellen opgenomen voor een basisstructuur voor samenwerking tussen deze afdelingen. Printversie

17 5. Beleidskeuzen Hoewel de EV wet- en regelgeving beperkingen oplegt in de ruimtelijke ontwikkeling of in de toelaatbare activiteiten van een bepaald bedrijf, biedt de complexiteit ook weer de nodige ruimte. Door kritisch maar creatief om te gaan met de wettelijke randvoorwaarden kunnen bepaalde gewenste ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Daarvoor worden een aantal beleidskeuzes geformuleerd, die als randvoorwaarden voor de besluitvorming en de onderlinge samenwerking gaan dienen Randvoorwaarden voor toekomstige besluitvorming Voor het plaatsgebonden risico zijn grenswaarden vastgesteld, waaraan voldaan moet gaan worden. Het groepsrisico kent oriëntatiewaarden; de grootte van het groepsrisico is niet expliciet begrensd, maar moet verantwoord worden. Het groepsrisico kan worden beïnvloed door een groot scala aan maatregelen of voorzieningen. De regelgeving met betrekking tot het groepsrisico geeft nadrukkelijk de ruimte om door een optimaal gebruik van maatregelen of voorzieningen het groepsrisico te verkleinen. Onderstaande criteria bepalen of in een voorstel tot een bestuurlijk besluit, zoals in hoofdstuk 3 is aangegeven, een eenvoudige of een inhoudelijk uitgebreide paragraaf over EV moet worden opgenomen. Onderstaande zaken hebben vooral betrekking op ruimtelijke besluiten. Vergunningen in het kader van de Wm voor Bevi-inrichtingen dienen altijd te worden voorzien van een verantwoording GR. - Indien externe veiligheid geen enkele rol speelt dan dient in het ruimtelijke besluit ten minste een EV-paragraaf opgenomen te worden met de vermelding dat naar EV gekeken is, maar in en nabij het plangebied niet van toepassing is. - Indien het gebied, waarvoor een ruimtelijk besluit moet worden genomen o een inrichting met gevaarlijke stoffen aangewezen in het Bevi, o een transportroute waarover ook gevaarlijke stoffen in de zin van de wet mogen worden vervoerd, o een spoorweg waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden o een waterweg waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden o een buisleiding met gevaarlijke stoffen bevat, dan dient een inhoudelijke beschouwing over EV gegeven te worden. Dat wil zeggen, dat voor die specifieke situatie het PR en GR bepaald moeten worden. - Bestaande situaties voor beperkt kwetsbare objecten mogen deels in stand blijven, echter bij wijziging mag de situatie niet verslechteren. In die zin hanteert de nieuwe regelgeving het stand still beginsel. Printversie

18 - Het invloedsgebied van een risicobron kan worden afgelezen uit de tabellen van de handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico van het ministerie van VROM. Voor niet-categoriale inrichtingen dient de contour van het invloedsgebied te worden berekend volgens CPR 18 of diens opvolgers. - Het invloedsgebied zoals vastgesteld in de voornoemde publicaties komt niet altijd overeen met de 1% letaliteitscontour. Die kan in sommige gevallen aanmerkelijk groter zijn of soms kleiner. Voor een verantwoorde bepaling van het GR is hiermee rekening te houden. Gekozen wordt voor een maatwerkoplossing per individueel geval. Indien een serieuze discussie ontstaat over de realiteit van de forfataire waarden, zal een berekende waarde voor het invloedsgebied maatgevend zijn. - Als het GR meer dan een factor 10 onder de oriënterende waarde (OW) ligt (het groene gebied in bijgaande grafiek figuur 3) en als het GR door de ruimtelijke ontwikkeling niet toeneemt tot buiten het groene gebied, dan kan de verantwoordingsplicht beperkt blijven tot een rekenkundige toets en het toelichten van de uitgevoerde GR-analyse. De provincie Utrecht stemt in met dit uitgangspunt. Wel dient een advies van de regionale brandweer te worden gevraagd. De voorgestelde maatregelen uit hun advies dienen afgewogen en meegenomen te worden. De overige aspecten uit de verantwoording, zoals beschreven in paragraaf 3.6 (punten 1 t/m 6) kunnen summier beantwoord worden. - In gevallen, waarin sprake is van een significante verhoging van het bestaande GR, zal de verantwoording uitvoeriger behandeld moeten worden, conform de handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico en de Circulaire Risico Normering Vervoer Gevaarlijke Stoffen. Geadviseerd wordt om met name bij deze plannen de regionale brandweer vroegtijdig in te schakelen bij de planontwikkeling. Figuur 3 fn-curve - Van een significante verhoging is sprake als het groepsrisico toeneemt tot boven 0,1 maal de OW, dus als een toename leidt tot een GR in het gele gebied van bijgaande grafiek. Als het groepsrisico komt te liggen boven 0,1 maal OW is elke verhoging significant. Dit uitgangspunt wordt toegepast door de provincie Utrecht. OW - Indien er minder dan 10 woningen gerealiseerd worden dient wel een veiligheidsparagraaf in het plan voor te komen, maar kan volstaan worden met een berekening van Printversie

19 het GR volgens het Revi of volgens de Handreiking verantwoordingsplicht. Het GR zal rekenkundig worden vastgesteld en er wordt een kwalitatieve beschrijving 1 gegeven. Indien deze waarde onder de oriëntatiewaarde blijft, zoals besproken, wordt geen advies aan de regionale brandweer gevraagd. - Als in het te bestemmen gebied 10 of meer woningen 2 (is ongeveer 24 personen) liggen of gepland worden of indien een ander (beperkt) kwetsbare object zoals een kantoorpand er al ligt en/of wordt toegevoegd, dient het groepsrisico bepaald of berekend te worden zoals in de regelgeving voorgeschreven is. - In verschillende ruimtelijke situaties kunnen verschillende keuzen worden gemaakt ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico. Om de beoordeling van een bepaalde situatie inzichtelijk te maken zijn een drietal scenario s schematisch weergegeven in figuur 2 op pagina 8. - Een inrichting met een groot invloedsgebied heeft die grotere invloedscirkel per definitie omdat het risico groter wordt ingeschat als bij een bedrijf met een kleinere invloedscirkel. Op basis van de rekenregels uit de Handreiking Verantwoordingsplicht kan zo n invloedsgebied een groter aantal personen bevatten voordat de richtwaarden worden overschreden, hetgeen strijdig is met juist de grotere risico s van zo n inrichting. Daarom is het aantal personen per oppervlakte-eenheid bepalend. Dit is met name van belang als de personendichtheid niet gelijkmatig verdeeld is. - In de Handreiking Verantwoordingsplicht GR wordt het invloedsgebied opgedeeld in rasters. Van belang is het daadwerkelijk toelaatbare aantal personen per oppervlakte-eenheid. De handreiking noemt voor veel situaties 300 personen per ha. Een kantoor gebouw van 1200 m 2 en 8 verdiepingen kan ruim 300 medewerkers herbergen en dit ene gebouw bereikt daarmee de grens van 300 mensen per ha bij een specifieke inrichting. Een dergelijk gebouw kan binnen een bepaalde invloedscirkel van een inrichting alleen worden toegestaan met een voldoende verantwoording van de zelfredzaamheid van de aanwezigen, de mogelijke vluchtroutes enz. - Voor een groot aantal inrichtingen is de te aan te houden PR-afstand vastgelegd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen. Voor specifieke niet categoriale inrichtingen dient via een QRA de 10-6 contour te worden bepaald. Vestiging van nieuwe Bevi-inrichtingen wordt met onmiddellijke ingang alleen nog toegestaan mits wordt voldaan aan de PR-afstanden. Kwetsbare objecten mogen zich niet binnen de 10-6 contour van de nieuwe vestiging bevinden. 1 Minder dan deze aantallen levert voor het kwantificeren van het groepsrisico waarden op die ver onder de OW liggen, dus onder de lijn in bijgaande grafiek. 2 Indien de bestemming aangegeven wordt als aantal personen per hectare, dan dient de verantwoording uitgevoerd te worden bij 17 pers/ha of meer (analoog aan de maximale dichtheid die rondom een LPG-tankstation geldt volgens het BEVI). Printversie

20 - Vestiging of uitbreiding van bedrijven, die wel in relevante hoeveelheden met gevaarlijke stoffen werken, maar die niet onder de werkingssfeer van het Bevi vallen, zal met de regelgeving van de milieuzonering worden gereguleerd. Bovenstaande criteria zijn gedeeltelijk overgenomen uit een publicatie van de Provincie Noord-Holland (oktober 2005), genoemd Toetsingskader groepsrisico bij ruimtelijke ontwikkelingen voor gemeente en provincie. Een specifiek groepsrisico kan worden verantwoord door bijvoorbeeld: - motivatie van het aantal personen in het invloedsgebied, lettend op het feitelijk aantal personen per ha; - specifieke maatregelen binnen een inrichting op basis van vergunningvoorschriften; - het vaststellen van afspraken inzake bereikbaarheid van het gebied; - een adequaat aanvalsplan; - voldoende adequate ontruimingsmogelijkheden Vuurwerk Veenendaal heeft op grond van haar algemene plaatselijke verordening in april 2005 vuurwerkbeleidsregels vastgesteld. Deze recente beleidsnota van april 2005, vastgesteld in de B&W vergadering van 10 mei 2005, dient met name als basis voor het omgaan met verkooppunten voor consumentenvuurwerk. De beleidsregels uit hoofdstuk 2 van de betreffende nota worden bestendigd. Op basis van een evaluatie van de vuurwerkverkoop, eveneens in april 2005 opgesteld, werden de volgende besluiten genomen: - Het maximale aantal verkooppunten bedraagt 13 stuks; - De onderlinge afstand dient tenminste 250 meter te bedragen; - Aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst; - Voor overdekte winkelcentra worden bestaande rechten gerespecteerd, maar nieuwe verkooppunten worden niet toegestaan; - Het bestaande verkooppunt in de Passage 48 (Halfords) vervalt als er in een jaar geen verkoop plaatsvindt; - Opslag van meer dan kg is niet toegestaan binnen de woonbebouwing van Veenendaal. Het Bevi is formeel niet van toepassing op opslag verkoop of bewerking van vuurwerk, zoals bedoeld in het Vuurwerkbesluit. Voor de opslag van vuurwerk worden de regels en de afstanden gehanteerd volgens het Vuurwerkbesluit. Zie hiervoor hoofdstuk 3. Opslagen van meer dan kg vallen onder het Wm-gezag van de provincie Utrecht. Met name in het gebiedsgerichte beleid in hoofdstuk 6 zullen de vuurwerkbedrijven gelijkluidend worden behandeld als de Bevi-inrichtingen, uiteraard met in achtneming van de afstandscriteria uit het Vuurwerkbesluit. Printversie

21 5.3. Routering vervoer gevaarlijke stoffen Veenendaal grenst aan de snelweg A12 en mede daardoor kent de gemeente een vrij intensief verkeer in noord-zuid richting, waarbij een kortsluiting wordt gemaakt met de A15. Op dit moment is er een verbinding vanaf de A12 via de Rondweg-West (N233). Deze weg is aangewezen als route gevaarlijke stoffen. Op basis van de Circulaire Risiconormering kent deze route een aantal knelpunten. In een bestuursvoorstel, dat in januari 2006 is vastgesteld, is gekozen voor een route via de reeds gedeeltelijk aangelegde Rondweg Oost met uitsluitend bestemmingsverkeer. Deze route kent nauwelijks knelpunten, mits bij de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling met de aanwijzing tot route gevaarlijke stoffen rekening wordt gehouden. De noord-zuid route voor doorgaand verkeer wordt niet langer wenselijk geacht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de gevolgen voor de ruimtelijke ontwikkeling. Veenendaal kent twee spoorlijnen, Utrecht Arnhem en Utrecht Rhenen. Over de spoorlijn naar Rhenen vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De lijn Utrecht - Arnhem heeft wel transport van gevaarlijke stoffen maar ligt nu buiten de stedelijke ontwikkeling. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de buurt van deze spoorlijn zal de actuele vervoersfrequentie van gevaarlijke stoffen worden opgevraagd en de te verwachten ontwikkeling van deze frequentie vanaf het tijdstip van de bebouwingsontwikkeling. Op basis daarvan zal de toelaatbare bevolkingsdichtheid langs de lijn worden bepaald. Veenendaal ligt niet aan vaarwater voor vrachtschepen. Ten aanzien van hoge druk of middendruk aardgasleidingen is het beleid erop gericht om minimaal de toetsingsafstand aan te houden van de aardgasleiding tot woonbebouwing of een bijzonder object. Dit is voor genoemde specificaties 20 meter. Planologische, technische en economische belangen kunnen tot een kleinere afstand dan de toetsingsafstand leiden. In die gevallen dienen minimaal te worden aangehouden: - 4 meter tot incidentele bebouwing en bijzondere objecten categorie II; - 7 meter tot woonwijken, flatgebouwen en bijzondere objecten categorie I; - 4 meter tot overige gebouwen zoals schuren, opslagplaatsen, dierenverblijven, zomerhuisjes, kassen ed. De huidige bestaande leidingen liggen deels in hetzelfde tracé. Daarom zal in planologische beslissingen uit worden gegaan van de leiding met de grootste diameter (8 inch) met 40 bar. Printversie

22 6. Gebiedsgericht beleid Om het externe veiligheidsbeleid concreet gestalte te geven wordt in dit hoofdstuk een gebiedsgericht beleid vastgelegd ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkeling met het oog op de verantwoording van het groepsrisico. Veenendaal is opgeknipt in de volgende gebieden: - Veenendaal Centrum; - De overige woongebieden; - Buitengebieden; - Bedrijfsterrein De Factorij / De Vendel; - Bedrijfsterrein Compagnie en Compagnie-Oost; - Bedrijfsterrein Ambacht/ Nijverkamp; - Bedrijfsterrein De Batterijen. Zie pagina 23 voor een overzicht. Per gebied wordt een beschouwing gegeven van de bij voorkeur te hanteren criteria m.b.t. externe veiligheid Uitgangspunten voor Veenendaal De in deze paragraaf opgenomen standpunten gelden voor alle gebiedsontwikkeling binnen de gemeente. De gemeente heeft in haar strategische visie tot 2025 uitgesproken dat bedrijven, die zich in de stad vestigen, de mogelijkheid moeten hebben binnen de gemeente door te groeien. Dus jonge ondernemingen moeten de mogelijkheid hebben lokaal door te groeien tot volledige volwassenheid. Kleinere bedrijven, die werken met gevaarlijke stoffen kunnen bij groei op een gegeven moment in een fase komen, dat de nieuwe wetgeving voor hen gaat gelden. Vasthouden van dergelijke bedrijven is slechts beperkt mogelijk, omdat andere ontwikkelingen, zoals grootschalige kantoorbouw maar ook woningbouw, de vestiging van Bevi-inrichtingen slechts beperkt toelaat. Bij concentratie van activiteiten met gevaarlijke stoffen op een specifiek bedrijfsterrein dient rekening te worden gehouden met onderstaande gevolgen: - Bevi-inrichtingen kunnen een domino-effect op elkaar hebben. Toestaan van specifieke activiteiten dient in dat kader te worden afgewogen; - Bedrijfswoningen nabij Bevi-inrichtingen worden niet wenselijk geacht; - Het realiseren van grotere kantoorgebouwen wordt beperkt. Deze beperkingen kunnen, afhankelijk van de behoefte-ontwikkelingen in de bedrijfshuisvesting, gevolgen hebben voor de waarde van bedrijfspercelen in het economisch verkeer. Aanbevolen wordt de eventuele waardetechnische gevolgen te laten beoordelen. Printversie

23 De Batterijen Factorij / de Vendel Compagnie en Compagnie Oost Ambacht / Nijverkamp centrum en woongebieden industrieterreinen bos en recreatie agrarisch Printversie

24 In relatie tot de hieronder weergegeven gebiedsgerichte ontwikkeling voor activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt aandacht gevraagd voor het volgende. In het kader van de samenwerkingsafspraken in WERV-verband kan eventuele verplaatsing of uitbreiding van Bevi-gereguleerde activiteiten ook plaatsvinden naar nabij gelegen bedrijfsterreinen binnen het WERV-gebied, buiten de grenzen van de gemeente. Aandacht voor deze bredere visie op de ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met het Streekplan van de provincie Utrecht. De beleidsstandpunten, die per gebied zijn vastgesteld, dienen op afzienbare termijn in de betreffende bestemmingsplannen te worden vastgelegd. Bij verzoeken tot vrijstelling of andersoortige afwijkingen van bestaande bestemmingsplannen zal met het onderhavige beleid zoveel mogelijk rekening worden gehouden Veenendaal Centrum In het centrumgebied van Veenendaal zijn inrichtingen met gevaarlijke stoffen in beginsel ongewenst. Gezien de hoge personendichtheid gedurende grote delen van de dag en de week is er met het oog op de verantwoording van het groepsrisico geen ruimte voor vestiging van bedrijven met een potentieel gevaar annex het Bevi. Vestiging van dergelijke inrichtingen zal niet meer worden toegestaan. Veenendaal Centrum kent momenteel de bedrijven Solvay en Lantor. Alle twee zijn dit inrichtingen met gevaarlijke stoffen. Zij vallen door de hoeveelheid gevaarlijke stoffen niet onder de definities van het Bevi, maar hebben wel een vergelijkbaar karakter. Solvay heeft vanuit zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid een QRA laten maken, waarbij is gebleken, dat de 10-6 contour op het eigen terrein ligt. Voor het andere bedrijf is die berekening niet aanwezig. Omdat ze formeel niet onder het Bevi vallen is er geen saneringsplicht. Beide bedrijven vragen wel aandacht in het kader van deze visie. De vergunningverlening (Wm) voor de bedrijven zelf kan echter alleen op basis van gewenste milieuzonering worden beoordeeld. Er vindt van en naar de inrichtingen transport plaats van gevaarlijke stoffen plaats. De bedrijven vragen hiervoor ontheffing aan De overige woongebieden In de woongebieden van de gemeente worden in de toekomst geen Bevibedrijven toegestaan. Voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen wordt in het kader van de verantwoording van het groepsrisico rekening gehouden met bestaande BEVI-inrichtingen en met transport van gevaarlijke stoffen. De woongebieden kennen 1 relevant bestaand bedrijf, Boxal. Dit bedrijf is net geen Bevi-inrichting. Daardoor is er geen wettelijke saneringsplicht. Bij ruimtelijke ontwikkeling rondom dit bedrijf dienen de afspraken uit deze nota te worden aangehouden. Zie paragraaf 6.2. Specifieke aandacht vragen woningen aan de randen van bestaande bedrijfsterreinen en met name de woongebieden aan de periferie van Ambacht/ Nijverkamp Printversie

25 in verband met de aanwezigheid van specifieke Bevi-inrichtingen. De bebouwing langs de Middelbuurtseweg geeft voor het zuidelijk deel van Ambacht Nijverkamp enige beperking voor het vestigen van bedrijven met gevaarlijke stoffen. Er is een inrichting gedefinieerd aan de Industrielaan, waarvoor sanering noodzakelijk is i.v.m. kwetsbare objecten binnen de 10-5 contour. Enige woningen liggen binnen de 10-5 contour. Indien de huidige situatie ongewijzigd blijft is sanering tot uiterlijk oktober 2007 noodzakelijk. Ook Zorgcentrum De Engelenburgh ligt in de directe omgeving. De geplande Rondweg Oost, waarvan een deel reeds gerealiseerd is, is aangewezen als route gevaarlijke stoffen. Dit heeft gevolgen voor de woondichtheid in Veenendaal-Oost en in Dragonder-Oost. De bestemmingsplannen voor Veenendaal-Oost en Dragonder-Oost zijn specifieke plannen voor wonen en vallen gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van een route gevaarlijke stoffen. Een LPG-tankstation langs de Rondweg Oost, ter hoogte van de omliggende woongebieden beperkt het aantal inwoners binnen het invloedsgebied van dat tankstation tot slechts 17 inwoners per ha en is daarom niet wenselijk Buitengebieden Veenendaal heeft slechts in beperkte mate buitengebied, zijnde overwegend agrarisch gebied of natuurgebied. In de nog beschikbare buitengebieden wordt de nieuwe vestiging van Bevi-inrichtingen, waaronder LPG-tankstations niet toegestaan. Gelet op de geringe dichtheden in dit gebied is een verantwoording van het groepsrisico niet aan de orde Bedrijfsterrein De Factorij / De Vendel De Factorij en de Vendel kennen een aantal oude bestemmingsplannen. Op basis van die bestemmingsplannen is veel toegestaan. In de praktijk is er sprake van een sterk gemengde activiteit van handel, kleinschalige en deels grootschalige industrie en van kantoorfuncties. Mede met het oog op de kantoorvestigingen is verdere ontwikkeling van activiteiten vallend onder het Bevi niet gewenst. De Vendel kent een LPG-tankstation aan de Gildetrom. De voorraadtank en het vulpunt zitten echter langs de snelweg A12. Het LPG-gas wordt via een transportleiding naar het tankstation overgebracht. Aanbevolen wordt de persleiding te toetsen aan de circulaire Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie. Technisch dient de leiding te voldoen aan het Warenwet Besluit Drukapparatuur. In bijlage 7 van deze visie is een berekening van het PR en de verantwoording van het GR volledig uitgewerkt. Bepalend voor het PR is de LPG-doorzet. De grens ligt bij 1000 m 3 per jaar. Ervan uitgaande dat de 1000 m 3 doorzet niet wordt overschreden ligt de 10-6 PR contour op 45 meter. Binnen de 10-6 PR contour bevinden zich geen kwetsbare bestemmingen. Er wordt voldaan aan de eisen voor het plaatsgebonden risico. Het invloedsgebied voor het GR is 6,43 ha. De maximaal toelaatbare personendichtheid wordt overschreden. Printversie

26 Op basis van een individuele toetsing is er met inachtneming en uitvoering van de aangegeven verbeterpunten in beginsel sprake van een verantwoord groepsrisico. Hierbij moet echter nadrukkelijk worden opgemerkt dat toetsing heeft plaatsgevonden op basis van het REVI-invloedsgebied. Bij het gereedkomen van de Rondweg Oost ligt het gebied niet meer aan de lokale route transport gevaarlijke stoffen Bedrijfsterrein Compagnie en Compagnie-Oost Compagnie en Compagnie-Oost worden gekenmerkt door een gemengde bedrijvigheid (handel, opslag, industrie en kantoren) tot milieucategorie 3. Het gebied kent een relatief groot aantal autobedrijven en perifere detailhandel. Aan de aansluiting met de A12 is horeca toegestaan. Vanwege de publiekaantrekkende werking is ontwikkeling van activiteiten met gevaarlijke stoffen niet wenselijk. Ontwikkeling van Bevi-inrichtingen zal daarom op dit terrein niet worden toegestaan. De Compagnie kent momenteel 1 LPG-tankstation annex garagebedrijf, dat valt onder de regels van het BEVI. In bijlage 8 van deze visie is een berekening van het PR en de verantwoording van het GR volledig uitgewerkt. Bepalend voor het PR is de LPG-doorzet. De grens ligt bij 1000 m 3 per jaar. Ervan uitgaande dat de 1000 m 3 doorzet niet wordt overschreden ligt de 10-6 PR contour op 45 meter. Binnen de 10-6 PR contour bevinden zich geen kwetsbare bestemmingen. Er wordt voldaan aan de eisen voor het plaatsgebonden risico. Het invloedsgebied voor het GR is 6,43 ha. De maximaal toelaatbare personendichtheid wordt overschreden. Op basis van een individuele toetsing is er met inachtneming van het aangegeven verbeterpunt, in beginsel sprake van een verantwoord groepsrisico. Hierbij moet echter nadrukkelijk worden opgemerkt dat toetsing heeft plaatsgevonden op basis van het REVI-invloedsgebied Bedrijfsterrein Ambacht/ Nijverkamp Voor het bedrijfsterrein Ambacht/ Nijverkamp wordt momenteel een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Dit bedrijfsterrein kent relatief veel bedrijfswoningen. Tevens zitten hier al langere tijd bedrijven met gevaarlijke stoffen. In bijlage 1 en 2 zijn de huidige inrichtingen aangegeven, waarbij ook al de 10-6 contour en het invloedsgebied is vastgesteld. Aanvullend aan de bedrijven uit bijlage 1 en 2 kent dit gebied een drietal vuurwerkopslag- en verwerkingsbedrijven, vallend onder het bevoegd gezag van de provincie. Ook van deze bedrijven is de afstandcontour tot kwetsbare objecten berekend. Zie bijlage 3. Ambacht / Nijverkamp wordt verder gekenmerkt door een mengeling van productie, opslag en kantoorgebouwen. Voor de toekomstige ontwikkeling van Ambacht Nijverkamp dient het gebied in details te worden beoordeeld. Het noord-westelijk deel, ten westen van de Rondweg Oost, zit dicht bij het centrum van Veenendaal. Langs de Groenveldselaan worden publiekaantrekkende functies ontwikkeld (bijvoorbeeld perifere han- Printversie

27 del) en een duidelijke combinatie van wonen en werken. In dit gedeelte van het bedrijfsterrein zal vestiging van Bevi-inrichtingen niet worden toegestaan. Het zuid-oostelijk deel van Ambacht / Nijverkamp is bij voorbaat het gebied om de vestiging van activiteiten te concentreren. Dit wordt als volgt onderbouwd: - In het zuid-oostelijk deel van Ambacht / Nijverkamp zijn al diverse Beviinrichtingen gevestigd. - Het gebied wordt ontsloten door de Rondweg Oost, die is aangewezen als route gevaarlijke stoffen. - De ligging van het gebied in relatie tot omliggende kwetsbare objecten is niet ongunstig. Alleen voor de zuidelijke rand van het terrein geldt een beperking i.v.m. de lintbebouwing van de Middelbuurtseweg. - De ontsluiting van met name Nijverkamp is zodanig, dat een snelle ontruiming van het gebied mogelijk is, mits voldoende coördinatie met alle hulpverleningsinstanties. - Binnen het gebied beschikt de brandweer over voldoende bluswatervoorzieningen. Op dit moment is het zo, dat de verschillende Bevi-inrichtingen in elkaars invloedsgebied liggen. In theorie betekent dit dat er sprake kan zijn van dominoeffecten en van cumulatie-effecten ofwel een versterking van het risico op bepaalde punten, bijvoorbeeld bedrijfswoningen, omdat meerdere inrichtingen een risicofactor vormen. Adviesbureau SAVE heeft in haar rapport V13 voor elke Bevi-inrichting in het gebied het PR en het GR berekend. Een voorlopige conclusie op basis van de conceptrapportage is, dat het GR van de meeste inrichtingen nihil is. Ook de som van alle groepsrisico s ligt onder de oriëntatiewaarde zit. Uitbreiding van het aantal Bevi-inrichtingen lijkt om die reden niet onoverkomelijk. Het bestemmen van Ambacht / Nijverkamp voor Bevi-inrichtingen en sterk aan Bevi verwante inrichtingen betekent dat verdere toename van bedrijfswoningen niet kan worden toegestaan en dat afname van bedrijfswoningen moet worden gestimuleerd. Tevens ontstaat een beperking voor vestiging van zelfstandige kantoorgebouwen. Zelfstandige kantoorfuncties zijn ook op basis van de provinciale streekvisie niet wenselijk Bedrijfsterrein De Batterijen De Batterijen kent momenteel 1 grootschalige inrichting, vallend onder BRZO 1999 en dus ook onder het Bevi. Dit bedrijf, waar grootschalig gevaarlijke stoffen worden opgeslagen beschikt over een QRA en over een veiligheidsrapport. De 10-6 contour valt binnen de eigen terreingrenzen. De 10-8 contour, die vaak gelijk wordt gesteld aan het invloedsgebied van het GR ligt nog net aan de zuidkant van de snelweg A12. Voor het bedrijf geldt (zie ook bijlage 6): - Het betreft opslag van gevaarlijke stoffen in emballage, beschermingsniveau 1 en een automatische sprinklerinstallatie. De opslag voldoet volledig aan de stand der techniek en geeft van alle wijzen van opslag de beste be- Printversie

28 scherming en de kleinste kans op escalatie. Er zijn dus geen alternatieven voor de wijze van opslag. - De bereikbaarheid van het object: is onvoldoende. - Ontsluiting bedrijventerrein: de doorstroomcapaciteit en de effectiviteit van de ontsluitingen aan de Heiveldweg en Jufferswijk moet worden verbeterd en worden afgestemd op de gebruiksfunctie. - Opstelmogelijkheden TDG is onvoldoende. - De inzetbaarheid van middelen; de beschikbaarheid en de inzetbaarheid van middelen is voldoende. - Blootgestelde personen: gezien het aantal blootgestelden zal de beschikbare hulpcapaciteit voldoende zijn (mits tijdig de juiste acties in gang zijn gezet). Op basis van een individuele toetsing is zolang er sprake van onvoldoende inzetmogelijkheden voor de brandweer bij TDG, het bedrijventerrein onvoldoende ontsloten is om bij incidenten veilig en efficiënt te verlaten en het gebied onder bepaalde incidentomstandigheden onvoldoende toegankelijk is voor de hulpdiensten, is sprake van een onverantwoord groepsrisico. Zelfstandige kantoorontwikkeling in de directe omgeving van het BRZO-bedrijf is ongewenst i.v.m. de verantwoording van het groepsrisico. Een tweetal kantoorgebouwen aan de overkant van de weg bij het BRZO-bedrijf vallen binnen het invloedsgebied van het GR. Beide kantoorpanden zijn formeel te kenmerken als kwetsbare objecten, omdat hun kantooroppervlak groter is als 1500 m 2. Het terrein De Batterijen wordt aan twee kanten begrensd door lintbebouwing. In de Strategische Visie 2025 wordt de ontwikkeling van woonbebouwing ten noorden van het bedrijfsterrein benoemd. Op dit moment zijn er langs de zuidrand, net ten noorden van de A12, meerdere grote kantoorgebouwen gedacht. Een gedeelte van deze plannen vallen binnen het GR-invloedsgebied van het bestaande BRZO-bedrijf. De vestiging van nieuwe kwetsbare functies zoals grote kantoorgebouwen, binnen het invloedsgebied van het BRZO-bedrijf, is gezien de verantwoording, niet wenselijk. Daarbij zal rekening gehouden moeten worden met de door de provincie geformuleerde ambitiewaarden voor uitbreidingslocaties. Zodra de plannen voor kantoorgebouwen nader zijn geconcretiseerd, zal dit nader onderzocht worden. Gezien de reeds in gang gezette ontwikkelingen zal op de Batterijen geen verdere vestiging van Bevi-inrichtingen worden toegestaan. Het bestemmingsplan zal als zodanig moeten worden aangepast De bedrijfseconomische gevolgen van beleidskeuzes Indien op een bedrijfsterrein Bevi-inrichtingen worden toegestaan, heeft dat gevolgen voor de vestigingsmogelijkheden van andere activiteiten. Met name het realiseren van grotere kantoorgebouwen is niet wenselijk binnen het invloedsgebied GR van een Bevi-inrichting. Printversie

29 De grondprijs voor het vestigen van kantoorgebouwen is veelal beduidend hoger als de grondprijs voor bedrijfshuisvesting voor productiehallen, magazijnen en derg. Het grondprijsverschil bedraagt in Veenendaal circa 60,-- per m 2. Het toestaan van Bevi-inrichtingen of bedrijven zoals Lantor en Boxal, die mogelijk in de toekomst grotere hoeveelheden gevaarlijke stoffen wensen op te slaan en daardoor binnen de Bevi-regelgeving komen te vallen, hebben een direct gevolg voor de omgeving, waarbinnen zij een nieuwe vestiging realiseren. Bevi-inrichtingen aan de rand van of binnen gebieden, die mogelijk in de toekomst als woongebied bestemd zouden kunnen worden, hebben een direct gevolg voor toekomstige bestemming. Binnen het GR-invloedsgebied van een bedrijf wordt woningbouw of het realiseren van andere beperkt kwetsbare objecten, zoals grote kantoren, ziekenhuizen of scholen, niet wenselijk geacht. Veelal hebben dergelijke activiteiten een hogere toegevoegde waarde bij grondtransacties. Voor de gemeente Veenendaal zelf is het economisch belang op de korte termijn beperkt. Op De Batterijen heeft de gemeente beperkt (circa 6 ha) grond in eigendom. Bovendien ligt de verkoopwaarde van de in eigendom zijnde grond vast en is deze niet gekoppeld aan een toekomstig gebruiksdoel. Printversie

30 7. Inbedding in de organisatie Cruciale factor in het welslagen van het EV-beleid en met name de verantwoording van het groepsrisico is een juiste inbedding in de organisatie. Omdat de EVwetgeving betrekking heeft op in ieder geval de Wm, de Wro en de Wvgs en omdat de reguliere uitvoering van die wetgeving bij verschillende afdelingen zit, is een juiste afstemming van taken noodzakelijk. Minimaal zijn bij bepaling van het PR en het GR en bij de verantwoording van het GR betrokken de vakgebieden milieu en ruimtelijke ordening en de brandweer. De brandweer heeft met name een rol bij de verantwoording van het GR, omdat zij kennis en ervaring hebben ten aanzien van rampbestrijdingsplannen, zelfredzaamheid en hulpverleningsmogelijkheden. De regionale brandweer heeft een wettelijke adviestaak. De provincie Utrecht streeft in dit verband naar een regionale aanpak via de Regionale Brandweer Utrechts Land (BRUL), omdat de verantwoording van het GR specifieke kennis en ervaring vereisen. De lokale brandweer, zeker in de grotere gemeenten, beschikt over specifieke lokale kennis en heeft binnen wellicht voldoende capaciteit (kennis en kunde, menskracht) om een nadrukkelijk rol te kunnen vervullen in de verantwoording GR. Een exacte taakverdeling tussen BRUL en lokale brandweer dient te worden vastgesteld in het kader van de programma PUEV 2. Binnen de BRUL wordt momenteel gewerkt aan omzetting van het preadvies Bevi van de landelijke organisatie NVBR tot een concrete invulling binnen hun werkgebied. Op dit moment kent Veenendaal per afdeling een afdelingsplan, waarin per team de uitvoeringstaakstelling voor het komende jaar is beschreven. Het werken met afdelingsplannen is nog in ontwikkeling. Op dit moment is er nog weinig onderlinge afstemming. De te leveren inspanningen op het gebied van EV en ook de onderlinge afstemming van EV-taken tussen de diverse afdelingen dient in de afdelingsplannen te worden opgenomen. Voor 2006 is een tussentijdse wijziging van deze plannen aan te bevelen. Binnen de gemeente wordt erna gestreefd, om jaarlijks per afdeling 2 of 3 werkprocessen structureel vast te leggen. Bij realisatie van die werkprocessen dient EV te worden geïncorporeerd Externe Veiligheid algemeen Het basisstappenplan voor verantwoording van het groepsrisico begint met beantwoording van de volgende vragen: 1. Is er een risicobron is in de buurt van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling? Risicobronnen zijn wegen, spoorwegen, luchthavens, buisleidingen, bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken. 2. Voorziet een nieuwe ontwikkeling in het toevoegen van extra personen? Toevoegen meer personen door bijvoorbeeld nieuwe woningen, kantoor, maar ook een hotel e.d. Een volledige lijst is terug te vinden in het Bevi artikel 1 onder kwetsbare en beperkt kwetsbare bestemmingen. 3. Wordt een nieuwe risicobron toegevoegd of vindt een verandering aan een risicobron plaats? Printversie

31 4. Heeft een besluit (m.n. een verkeersbesluit) gevolgen voor de hulpverlening i.c. ontruimingsmogelijkheden van een bepaald gebied? 5. Betreft een vergunningaanvraag een bedrijf, dat is aangewezen binnen het Bevi? De betreffende informatie is beschikbaar bij het Team Vergunningverlening en Handhaving (Team VenH). Ook via de basisadministratie kan informatie worden ingewonnen. Populatiegegevens kunnen worden verkregen uit bijvoorbeeld de gemeentelijke basisregistratie. Voor nieuw te ontwikkelen plangebieden worden geprojecteerde bevolkingsdichtheden gebruikt. In een later stadium kan onder meer RRGS (Registratie Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen) worden geraadpleegd. Via de basisadministratie en via Team VenH dient de ligging van (beperkt) kwetsbare objecten inzichtelijk te worden gemaakt. Van belang is om vast te stellen of via een ruimtelijk besluit (beperkt) kwetsbare objecten worden toegevoegd in het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. Als een nieuwe risicobron wordt toegevoegd, leidt dat automatisch tot een beinvloedingsgebied. Binnen dat gebied moet het GR en PR bepaald worden. Van belang is dan ook of via de Wm maatregelen kunnen worden getroffen bij de bron of dat maatregelen uitsluitend uit de ruimtelijke ontwikkeling moeten komen. Om de rolverdeling beheersbaar te houden, stellen we voor om een aantal hoofdactiviteiten te onderscheiden, waarvoor werkafspraken gemaakt moeten worden. Inzake de samenwerking met de regionale brandweer (BRUL) wordt in algemene zin het volgende opgemerkt. De BRUL heeft momenteel nog geen formele afspraken over samenwerking met en advisering aan de gemeenten in haar werkgebied. Over de invulling van de formele adviestaak ten aanzien van EV wordt momenteel overleg gevoerd. De BRUL is wel betrokken geweest bij de tot standkoming van deze beleidsvisie. Zij onderstreept in grote lijnen hetgeen hierin is vastgesteld. De BRUL stelt voor om in de beschreven processen informeel te participeren Vergunningverlening op basis van de Wm Binnen de Wm wordt voor een specifieke inrichting bij relevante wijzigingen in de bedrijfsvoering, bedrijfsuitbreiding enz een verandervergunning of een revisievergunning verstrekt om de activiteiten te mogen blijven uitvoeren. Voor nieuwe inrichtingen wordt een oprichtingsvergunning afgegeven. Indien de inrichting is aangewezen in het BEVI of reeds valt onder het BRZO 1999 dient voor die inrichting - de contour van het plaatsgebonden risico te worden vastgesteld; - te worden beoordeeld in hoeverre kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-6 contour van de inrichting liggen of komen te liggen; - het groepsrisico te worden vastgesteld; - een verantwoording van het groepsrisico te worden vastgelegd. Printversie

32 Voor inrichtingen, die niet onder het Bevi vallen, maar wel als zodanig benaderd moeten worden, onder meer genoemd in paragraaf 6.2, kan op basis van de 10-6 PR-contour geen sanering worden afgedwongen. Echter dient in de beschikking zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met deze contour en met het GR. Figuur 4. Groepsrisico en de Wm Behoefte aan een Wm-vergunning wordt vastgesteld milieu A Primaire vaststelling van de aard van de inrichting milieu Tusentijdse afstemming inzake GR Brandweer, BRUL Gevaarlijke stoffen? nee Nota n.v.t Opstellen verantwoording GR Document Verantwoording GR Brandweer ja Bevi van toepassing? ja nee Nota n.v.t Opstellen 1e concept van de vergunning milieu Vooroverleg Milieu, RO, brandweer, BRUL?? Voorleggen concept aan aanvrager milieu Aanvraag Wmvergunning wordt ingediend milieu Opstellen definitief concept Aanvraag milieu nee Ontvankelijk? ja Vragen nadere informatie Milieu, brandweer Adviesvraag bij regionale brandweer Ontwerpbeschikking Document Verantwoording GR Brandweer, BRUL Alsnog ontvankelijk? milieu Advies aan gemeente BRUL advies BRUL Vaststellen van GR en PR Specifieke lokale informatie Milieu, RO Verwerken advies Milieu, brandweer Naar A Ter visie leggen definitief ontwerp milieu Afgesproken wordt om het samenwerkingsproces te laten verlopen via het schema in figuur 4. Meer in detail wordt de rekenkundige vaststelling van het GR door Team VenH uitgevoerd en de lokale brandweer zorgt voor de overige stappen in de verantwoording GR. De communicatie verloopt direct tussen de betrokken uitvoerende ambtenaren. Afdelingshoofden worden uiteraard tijdig geïnformeerd. In tabel 3 zijn de aandachtspunten opgenomen ten aanzien van de noodzakelijke informatie, waarover betrokkenen moeten kunnen beschikken. Printversie

33 Tabel 3 Noodzakelijke informatie Informatie Processen en stoffen Personendichtheid in de omgeving Milieuruimte / welke maatregelen ter bevordering van de EV kunnen via voorschriften worden gevraagd? Randvoorwaarden fysieke veiligheid Mogelijkheden tot voorbereiding en bestrijding Pro-actie, preventie, preparatie, repressie, zelfredzaamheid Door Aanvrager Milieu, SI Milieu Brandweer De adviesaanvraag naar de regionale brandweer omvat alle relevante informatie, om een beoordeling te kunnen geven van berekening van het groepsrisico. De behandelende vergunningverlener neemt het advies over of wijkt hier in een interne notitie gemotiveerd vanaf Het nemen van ruimtelijke besluiten Figuur 5 Voornemen tot ruimtelijk besluit Besluit aangewezen in Bevi? ja Beinvloeding door activiteiten conform Bevi etc? Groepsrisico en Wro Nota n.v.t. nee Nota n.v.t. nee RO RO, milieu RO, Milieu, brandweer A Gewenste ontwkkeling toelaatbaar op basis van verantwoording GR Ja Formele verantwoording GR nee concept verantwoording GR Formuleren GR reducerende maatregelen Aanpassen aanvraag Evt. meerdere keren B RO, Brandweer, Milieu, Verkeer RO, aanvrager Brandweer ja Vooroverleg RO, Milieu, brandweer, BRUL?? Advies op concept ruimtelijk besluit + verantwoording GR BRUL Advies BRUL Basis randvoorwaarden EV Beoordeling 1e aangevraagd plan RO Verwerken advies RO 6 Voorlopige vaststelling van GR en PR B Milieu Starten formele procedure RO Voorlopige verantwoording GR concept verantwoording GR Brandweer A Printversie

34 Indien bij een besluit in het kader van de Wro externe veiligheid aan de orde is dient te zijn vastgesteld: - personendichtheid in het invloedsgebied - het groepsrisico - de mate van zelfredzaamheid van de personen in het invloedsgebied - de mogelijkheden om het gebied te verlaten - bestrijdbaarheid van calamiteiten Figuur 5 geeft de werkwijze binnen de gemeente weer. De behandelende afdeling verzamelt in eerste instantie de benodigde informatie intern ten aanzien van bovenstaande punten. De basisregistratie en het team VenH kunnen de noodzakelijke informatie leveren. Ook de lokale brandweer buigt zich over de specifieke lokale situatie en formuleert een advies voor de verantwoording van het groepsrisico. De behandelende afdeling stelt op basis van alle informatie het definitieve besluit op. Het opnemen van EV-overwegingen in ruimtelijke besluiten wordt mede vastgelegd in interne instructies, zoals de momenteel gebruikte notitie RO Ruimtelijke onderbouwing van de afdeling SO. De regionale brandweer wordt betrokken in een zo vroeg mogelijk stadium Het nemen van verkeersbesluiten Ook besluiten in zake wijziging van verkeerssituaties hebben in specifieke gevallen een gevolg voor de externe veiligheid binnen de gemeente. Om die reden wordt ook voor verkeersbesluiten een overlegprocedure afgesproken. Bij de verantwoording van het groepsrisico speelt de ontruimingsmogelijkheid van een gebied een belangrijke rol. Bij verkeerssituaties zijn EV-aspecten aan de orde, als ten gevolge van situatiewijzigingen het GR rondom een Bevi-inrichting wordt beïnvloed. In dat geval dient overleg te worden gevoerd met alle betrokkenen, conform figuur Rampbestrijding De gemeente is in de praktijk verantwoordelijk voor de rampbestrijding. Meer specifiek zijn hier de afdeling Openbare Orde en Veiligheid en de brandweer betrokken, maar ook de overige hulpverleningsinstanties (GHOR en politie). Ten behoeve van de rampbestrijding kent een gemeente een samenhangend geheel aan plannen en structuren. Rampen kunnen van een heel andere oorzaak zijn als in deze rapportage beschreven calamiteiten met gevaarlijke stoffen. De gemeente kent een crisisbeheersingsplan, een organisatieplan op hoofdlijnen. Een rampbestrijdingsplan is een specifiek plan voor een bepaald risico. Printversie

35 De aanwezigheid van een structuur en van actuele plannen op verschillend nivo, maar zeker een rampbestrijdingsplan zal een onderdeel vormen van de verantwoording voor het GR bij een specifiek risico. Voor iedere voorzienbare ramp kan de gemeente bepalen dat er een rampbestrijdingsplan moet worden gemaakt. Voor de bedrijven die onder het BRZO vallen en VR-plichtig zijn is een rampbestrijdingsplan verplicht. Alle in dit kader relevante risico s vormen gezamenlijk als risico-inventarisatie een verplicht onderdeel van het gemeentelijke crisisbeheersingsplan. De gemeente i.c. de brandweer levert in het kader van ISOR grafische informatie aan over de aanwezigheid van kwetsbare objecten. Het team Vergunningen zorgt voor aanleveren van informatie over specifieke inrichtingen in het kader van het RRGS. Deze informatie dient samengevoegd te worden op de provinciale risicokaart. Printversie

36 7.6. Overige afdelingen Bepaling van het groepsrisico vraagt informatie over de daadwerkelijke geografische invulling van de gemeente. Daarvoor dient men te kunnen beschikken over gegevens uit de basisregistratie van de gemeente. In de gemeente Veenendaal zit het beheer van die informatie bij de afdeling Burger en Bestuur. Veenendaal kan beschikken over Net-Office, een geautomatiseerd informatiesysteem waarmee per willekeurige zone de aanwezige bevolking kan worden aangegeven Formele samenwerkingsafspraken De lokale brandweer van Veenendaal heeft op basis van het landelijke beleid van het ministerie van binnenlandse zaken van het college van B en W de bestuursopdracht gehad om met alle voor hun relevante overige afdelingen van de gemeente Service Level Agreements (SLA), in goed Nederlands dienstenopdrachten af te sluiten. In concreto betekent dat, dat de brandweer met elke afdeling relevante processen gaat vastleggen en werkafspraken gaat maken over het werkterrein, waarin samenwerking geboden is. De intentie van het SLA-project, dat in detail nog geheel moet worden ingevuld, past zeer goed in deze structuurvisie. Ook ten aanzien van EV moeten een aantal afstemmings- en werkafspraken worden vastgelegd. Voorgesteld wordt, om de methodiek van de SLA s te hanteren voor de EVsamenwerking tussen alle afdelingen onderling Kennis en kunde Het werkveld van de externe veiligheid is zeer complex. Het komt direct voort uit de Wm en de Wro, maar heeft relatie met de Wvgs en vandaar weer met de Wvw. De taakstelling van de brandweer wordt beïnvloed door de Wkr. De juiste uitvoering van de Wkr haakt ook aan bij het Bevi. Om in dit complexe geheel te kunnen voldoen aan de primaire wettelijke verplichtingen is een gedegen kennis wenselijk dan wel noodzakelijk. Inmiddels is er binnen de gemeente de kennis aanwezig opgebouwd uit trial en error en learning on the job. Aanbevolen wordt om per betrokken afdeling de leemtes in kennis en ervaring vast te stellen en in het gemeentelijke opleidingsplan de gewenste opleidingsmogelijkheden vrij te maken. In de markt wordt ingespeeld op de behoefte aan kennis. Per afdeling kan en dient een juiste keuze te worden gemaakt tussen het bijwonen van korte seminars en informatiedagen en het volgen van meerdaagse cursussen of opleidingen. Printversie

37 Bijlage 1. In Bevi aangewezen risicovolle inrichtingen a. Een inrichting waarop het Besluit risico s zware ongevallen 1999 (Brzo 99) van toepassing is. b. Een inrichting die bestemd is voor de opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten. c. Een door de Minister van VROM (in overleg met de Minister van Verkeer en Waterstaat) aangewezen spoorwegemplacement dat is bestemd voor het rangeren van wagons met gevaarlijke stoffen. d. Andere door de Minister van VROM aangewezen categorieën van inrichtingen dan inrichtingen als bedoeld onder a tot en met c, waarvan het plaatsgebonden risico, berekend volgens bij regeling van Onze Minister te stellen regels, hoger is of kan zijn dan 10-6 per jaar, niet zijnde inrichtingen waarvoor regels gelden krachtens artikel 8.40 van de Wm. e. Een LPG-tankstation zijnde een inrichting (volgens de Wm), die dient tot het afleveren van LPG aan motorvoertuigen voor het wegverkeer voor zover de doorzet van LPG meer bedraagt dan 50 m 3 per jaar en het LPGreservoir kleiner of gelijk is aan 80 m 3. f. Een inrichting voor het opslaan van gevaarlijke stoffen, gevaarlijke afvalstoffen of bestrijdingsmiddelen in emballage in een hoeveelheid van meer dan kg per opslagplaats, niet zijnde een inrichting: - waarop het Brzo van toepassing is; of - die door de Minister van VROM apart is aangewezen als inrichting als bedoeld onder d. g. Een inrichting waarin een koel- of vriesinstallatie aanwezig is met een inhoud van meer dan 400 kilogram ammoniak, niet zijnde een inrichting: - waarop het Brzo van toepassing is; of - die door de Minister van VROM apart is aangewezen als inrichting als bedoeld onder d. h. Andere door de Minister van VROM aangewezen categorieën van inrichtingen dan inrichtingen als bedoeld onder e tot en met g, waarvan het plaatsgebonden risico hoger is of kan zijn dan 10-6 per jaar, en waarvoor bij die regeling afstanden tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten zijn vastgesteld, niet zijnde inrichtingen waarvoor regels gelden krachtens artikel 8.40 van de Wm. Printversie

38 Bijlage 2. Resultaten van de risico-inventarisatie Bevi Codi International B.V., Turbinestraat 13 De opslag gevaarlijke stoffen bedraagt 800 ton. Dit is meer dan 10 ton zodat het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van toepassing is. Plaatsgebonden Risico Het oppervlak van de opslag bedraagt 950 m 2 Daarmee valt het bedrijf in de categorie m 2 ; het beschermingsniveau is 1 met automatische sprinklerinstallatie. De 10-6 contour ligt daardoor op 35 meter. Groepsrisico Voor het groepsrisico valt deze opslag in de categorie m 2. De afstand tot de grens van het invloedsgebied bedraagt 300 meter. Halfords Veenendaal, Accustraat 2-4 De opslag gevaarlijke stoffen bedraagt 150 ton. Dit is meer dan 10 ton zodat het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van toepassing is. Plaatsgebonden Risico Het oppervlak van de opslag bedraagt 300 m 2 Daarmee valt het bedrijf in de categorie m 2 ; het beschermingsniveau is 1 met automatische sprinklerinstallatie. De 10-6 contour ligt daardoor op 20 meter. Groepsrisico Voor het groepsrisico valt deze opslag in de categorie m 2. De straal van het invloedsgebied is voor dit bedrijf vastgesteld op 90 meter. Naturado B.V., Dynamostraat De opslag gevaarlijke stoffen bedraagt ca. 130 ton. Dit is meer dan 10 ton zodat het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van toepassing is. Plaatsgebonden Risico Het oppervlak van de opslag bedraagt 270 m 2 beschermingsniveau 1 (met automatische gasblusinstallatie óf Hi-Ex inside air Schuimblusinstallatie) De 10-6 contour ligt daardoor op 20 meter. Groepsrisico Vanwege het feit dat het opslagoppervlak minder bedraagt dan 300 meter én gekozen wordt voor een automatische gasblusinstallatie óf een Hi-Ex inside air schuimblusinstallatie is het groepsrisico niet relevant. D&M Coatings, Antennestraat 3 Dit bedrijf heeft 3 opslagen gevaarlijke stoffen die elk meer dan 10 ton bedragen: Het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen is van toepassing. 1. opslag brandgevaarlijk gereed product; 2. opslag brandgevaarlijke grond- en hulpstoffen; 3. nitrocellulose opslag. 1. opslag brandgevaarlijk gereed product Printversie

39 Plaatsgebonden risico Het oppervlak van de opslag bedraagt m 2. Deze opslag valt daarmee in de categorie m 2. Het beschermingsniveau is 1 met automatische sprinklerinstallatie. De 10-6 contour ligt daardoor op 50 meter. Groepsrisico Voor het groepsrisico valt deze opslag in de categorie m 2. De afstand tot de grens van het invloedsgebied bedraagt 300 meter. 2. opslag brandgevaarlijke grond- en hulpstoffen Plaatsgebonden risico Het oppervlak van de opslag bedraagt 570 m 2. Deze opslag valt daarmee in de categorie m 2. Het beschermingsniveau is 1 met automatische sprinklerinstallatie. De 10-6 contour ligt daardoor op 20 meter. Groepsrisico Voor het groepsrisico valt deze opslag in de categorie m 2. De afstand tot de grens van het invloedsgebied bedraagt 90 meter. 3. nitrocellulose opslag Plaatsgebonden risico Het oppervlak van de opslag bedraagt 100 m 2. Deze opslag valt daarmee in de categorie m 2. Het beschermingsniveau is 2 waarbij brandweer binnen 15 minuten aanwezig is. De 10-6 contour ligt daardoor op 135 meter. Groepsrisico Voor het groepsrisico valt deze opslag in de categorie m 2. De afstand tot de grens van het invloedsgebied bedraagt 380 meter. Zandbergen B.V. Bobinestraat 29 Het koelsysteem bevat meer dan 400 kg ammoniak en valt daardoor onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen. Plaatsgebonden Risico De ammoniakvoerende onderdelen zijn opgesteld in de machinekamer met uitzondering van de condensor en bijbehorend leidingwerk. Het is hiermee een type 1 installatie. De maximale werktemperatuur ligt tussen 25 C en 5 C. De inhoud ligt tussen de 1500 kg en 3500 kg. Het plaatsgebonden risico is niet van toepassing. (zie REVI) Groepsrisico Het groepsrisico is met bovenstaande specificaties niet van toepassing. Gulf Tankstation De Smalle Zijde 1 Er vindt opslag en verkoop van LPG plaats. Daardoor is het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van toepassing. Plaatsgebonden Risico Printversie

40 Er is sprake van een ondergrondse tank. Ervan uitgaande dat de doorzet van LPG minder dan 1000 m 3 per jaar bedraagt ligt de 10-6 contour op 45 meter. Groepsrisico Het invloedsgebied van het groepsrisico is gesteld op 150 meter. Gulf Tankstation Gildetrom 2 Er vindt opslag en verkoop van LPG plaats. Daardoor is het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van toepassing. Plaatsgebonden Risico Er is sprake van een ondergrondse tank. Ervan uitgaande dat de doorzet van LPG minder dan 1000 m 3 per jaar bedraagt ligt de 10-6 contour op 45 meter. Groepsrisico Het invloedsgebied van het groepsrisico is gesteld op 150 meter. Total Fina Wiltonstraat 2 Er vindt opslag en verkoop van LPG plaats. Daardoor is het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van toepassing. Plaatsgebonden Risico Er is sprake van een ondergrondse tank. Ervan uitgaande dat de doorzet van LPG minder dan 1000 m 3 per jaar bedraagt ligt de 10-6 contour op 45 meter. Groepsrisico Het invloedsgebied van het groepsrisico is gesteld op 150 meter. Gulf Tankstation Wageningselaan (saneringslocatie) Er vindt opslag en verkoop van LPG plaats. Daardoor is het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van toepassing. Op deze locatie is een strijdigheid met de Wm vergunning aanwezig. Er kan niet worden voldaan aan de afstanden van het Besluit LPG tankstations. Vergunning gedeeltelijk ingetrokken. Deze zaak loopt op dit moment bij de Raad van State. Plaatsgebonden Risico Er is sprake van een ondergrondse tank. Ervan uitgaande dat de doorzet van LPG minder dan 1000 m 3 per jaar bedraagt ligt de 10-6 contour op 45 meter. Groepsrisico Het invloedsgebied van het groepsrisico is gesteld op 150 meter. Texaco Industrielaan 1a (saneringslocatie) Er vindt opslag en verkoop van LPG plaats. Daardoor is het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van toepassing. Plaatsgebonden Risico Er is sprake van een ondergrondse tank. Ervan uitgaande dat de doorzet van LPG minder dan 1000 m 3 per jaar bedraagt ligt de 10-6 contour op 45 meter. De 10-5 contour ligt op 25 meter. Binnen deze contour liggen kwetsbare objecten en is daarmee een urgent saneringsgeval. Uiterlijk oktober 2007 is de LPG opslag gesaneerd. Groepsrisico Het invloedsgebied van het groepsrisico is gesteld op 150 meter. Printversie

41 TDG Arsenaal 2 BRZO inrichting. Het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen is van toepassing. Deze inrichting is een niet-categoriale inrichting. De plaatsgebonden risicocontour is met behulp van een QRA vastgesteld. De contour ligt binnen de terreingrenzen. Het invloedsgebied voor het groepsrisico loopt echter vanaf het bedrijf tot over de snelweg A12. Daarmee komen een tweetal grote kantoorgebouwen binnen het invloedsgebied te liggen. Hiervoor zal een verantwoording moeten worden geschreven bij verandering van de situatie. Printversie

42 Structuurvisie Externe Veiligheid Veenendaal Bijlage 3. Overzichtskaart Bevi-inrichtingen Veenendaal 500 Printversie

43 Bijlage 4. Kwetsbare objecten volgens het Vuurwerkbesluit Definitie van kwetsbare objecten: a. woningen: gebouwen of afzonderlijke gedeelten van een gebouw die voor bewoning bestemd zijn, met uitzondering van dienst- en bedrijfswoningen die binnen inrichtingen als bedoeld in de artikelen 2.2.1, of zijn gelegen; b. woonketen of woonwagens als bedoeld in de Woningwet; c. woonschepen die uitsluitend of in hoofdzaak voor bewoning bestemd zijn; d. gebouwen waar dagopvang van minderjarigen plaatsvindt; e. gebouwen die gebruikt worden door een onderwijsinstelling; f. ziekenhuizen, verpleeginrichtingen en zorginstellingen; g. gebouwen of terreinen die in verband met het verrichten van arbeid worden of plegen te worden gebruikt of die daartoe bestemd zijn; h. winkels, hotels, restaurants en cafés; i. gebouwen ten behoeve van het belijden van godsdienst of levensovertuiging; j. gebouwen die worden of plegen te worden gebruikt voor sportieve of recreatieve doeleinden; k. een voor verblijfsrecreatie bestemd terrein dat als zodanig wordt geëxploiteerd; l. andere objecten en terreinen die met die onder a tot en met j gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de aard van hun functie of de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven; m. rijkswegen en spoorwegen. Printversie

44 Bijlage 5. Voorbeeld van een ruimtelijke ontwikkeling volgens de Circulaire Risiconormering In deze bijlage wordt een korte beschrijving gegeven van een recene ruimtelijke ontwikkeling, waarbij de verplichtingen uit de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen goed zijn toegepast. Tevens biedt dit voorbeeld inzicht in de mogelijkheden om toch een bepaalde ontwikkeling te realiseren, via de juiste toepassing van alle regels. De geplande Rondweg Oost, waarvan een deel reeds gerealiseerd is, is aangewezen als route gevaarlijke stoffen. De bestemmingsplannen voor Veenendaal- Oost en Dragonder-Oost zijn specifieke plannen voor wonen en vallen gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van deze route gevaarlijke stoffen. Dit heeft gevolgen voor de woondichtheid in de geplande woningbouw. Om in beide plannen woningbouw te mogen realiseren dient een verantwoording GR te worden opgesteld. Voor Veenendaal-Oost is voor een aantal scenario s het groepsrisico berekend. De toelaatbare bevolkingsdichtheid is afhankelijk van het aantal vervoersbewegingen met gevaarlijke stoffen over de Rondweg Oost. Dit aantal is afhankelijk van het toelaten van doorgaand vervoer gevaarlijke stoffen of het beperken tot alleen bestemmingsverkeer voor Veenendaal zelf. In een scenario voor uitsluitend bestemmingsverkeer, gekoppeld aan de huidige vervoersbewegingen, kan bewoning tot 80 woningen per ha worden gerealiseerd binnen de oriëntatiewaarde voor het Groepsrisico uit het Bevi. Zouden in de toekomst de vervoersbewegingen toenemen, hetgeen mogelijk moet zijn indien voor Nijverkamp het werken met gevaarlijke stoffen toelaatbaar moet blijven, dan neemt daarmee het aantal toelaatbare woningen in de wijk af. Voor de woonwijken Veenendaal-Oost en Dragonder-Oost wordt vooralsnog aanbevolen onder de 50 woningen/ha te blijven. Het huidige plan voorziet in slechts 35 woningen per ha, waardoor verdichting in de toekomst mogelijk is. Het GR kan worden verantwoord doordat in de wijk Veenendaal-Oost een aantal voorzieningen worden gerealiseerd. - Bij de ontwikkeling van de woonwijk Veenendaal-Oost wordt voorzien in minimaal twee mogelijkheden om het gebied te verlaten; - Om doorgaand verkeer onder gewone omstandigheden te voorkomen, is in de wijk een afsluiting in het stratenstelsel gepland. De brandweer en andere hulpdiensten hebben echter bedongen, dat die afsluiting op afstand bedienbaar kan worden opgemaakt in geval van nood; - Aan de oostzijde zal de Dragonderweg geschikt blijven voor hulpverkeer; - Langs het weggedeelte van de Rondweg Oost, dat langs de woonwijk loopt wordt voorzien in een aantal extra bluswatervoorzieningen (bronnen). Door deze voorzieningen wordt het groepsrisico gereduceerd. Printversie

45 Bijlage 6. Verantwoording groepsrisico voor TDG te Veenendaal Er vindt opslag gevaarlijke stoffen plaats. De opslaghoeveelheden zijn dusdanig groot dat er sprake is van een BRZO inrichting. Het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen is van toepassing. Twee grootheden zijn in dit kader van belang: - Plaatsgebonden risico (PR) - Groepsrisico (GR) Voor de inrichting is in het kader van het BRZO een Veiligheidsrapport opgesteld. Een onderdeel van dit veiligheidsrapport vormt een Kwantitatieve Risico Analyse (QRA). Uit deze QRA is gebleken dat de 10-6 PR contour binnen eigen terreingrenzen valt. Er wordt daarmee voldaan aan het plaatsgebonden risico. Het invloedsgebied van het groepsrisico reikt tot aan de zuidkant van de rijksweg A12 en over de lintbebouwing van de Nieuweweg Noord. Voor het groepsrisico is een F-N curve uitgerekend. Uit deze curve blijkt dat het groepsrisico beneden de oriëntatiewaarde ligt. Verantwoording groepsrisico Het distributie en opslagcomplex van TDG Veenendaal bestaat uit ca m 2 magazijnen, overslagruimten en kantoren. Een deel van de opslag bestaat uit gevaarlijke stoffen, die worden opgeslagen in een 6-tal (mega) CPR/PGS-kluizen. Op de bedrijfsvoering is het besluit risico s zware ongevallen 1999 van toepassing en het geheel wordt een niet categoriale inrichting genoemd. Voor deze inrichtingen kan uitsluitend via een berekening (QRA) worden bepaald welke afstand tot gevoelige objecten moet worden aangehouden om aan de geldende normen te kunnen voldoen. Het PR 10-6 contour valt binnen de eigen terreingrenzen. Het PR 10-8 contour 3 die gelijk wordt gesteld aan het invloedsgebied van het GR, ligt net over de zuidkant van de A12 en over de lintbebouwing van de Nieuweweg Noord. Maatgevend brandscenario Brandsituatie in één van de CPR/PGS-kluizen bij een falende sprinklerinstallatie. Gevaarszetting: In geschetste situatie is er sprake van een (groot) brandincident in een CPR/PGS-kluis, die een lengte/breedte verhouding heeft van 100 bij 15 m. In deze situatie moet rekening worden gehouden met de volgende repressieve aspecten. a. Bronbestrijding: Defensief optreden met bijzondere aandacht voor de warmtebelasting op, en de constructieve samenhang van de bouwkundige scheidingsconstructies; b. Effectbestrijding: Indien mogelijk het met waterstralen neerslaan of /verdunnen van vrijkomende toxische verbrandingsproducten in de rook. Ad. a 3 Zie figuur 10: IR contouren TCG op blz. 104 van het Veiligheidsrapport TCG V Logistics BV. Printversie

46 Praktisch zal afhankelijk van de omvang van de brand, de bronbestrijding er opgericht zijn de bouwkundige scheidingsconstructies (wanden en deuren) constructief te behouden. Deze wanden en deuren die een brandwerendheid van 60 minuten bezitten, moeten in de aanliggende ruimten over een diepte van ca. 100 m en ondersteund met blusstralen worden gecontroleerd en/of worden gekoeld. Een belangrijke doelstelling kan zijn, de temperatuur van de rook(kolom) in verband met gunstige (pluim)stijgingeffecten daarvan, niet naar beneden te brengen, waardoor het laten uitbranden tot de tactische keuzes kan behoren. De dakconstructie die nauwelijks of geen brandwerendheid bezit, zal naar verwachting binnen 30 minuten bezwijken. Een belangrijk aandachtspunt in die situatie is dat een eventuele branduitbreiding door de uitslaande brand naar de aanliggende dakconstructies, die bovendaks beperkt zijn gescheiden, wordt voorkomen. De grote inzetdiepte (100m) levert praktisch grote (veiligheids)problemen op, problemen die worden versterkt door de situatie dat de CPR/PGS-kluizen aan de Oostzijde van het complex onvoldoende bereikbaar zijn. De te verwachten brandoverslag naar de aanliggende dakvlakken zal met hoogwerkers moeten worden bestreden, die in de huidige situatie uit veiligheidsoverwegingen niet in de bestaande verharde strook kunnen worden opgesteld. Ad. b De vrijkomende (zeer) toxische rook, moet indien mogelijk, met behulp van waterstralen zoveel mogelijk worden verdund of worden neergeslagen. De effectiviteit en/of de mogelijkheden daarvoor zijn in belangrijke mate afhankelijk van de plaats en grootte van de door de brand vrijvallende opening(en) in de constructies van het gebouw. Afhankelijk van de meteorologische 4 omstandigheden, moet rekening worden gehouden met de ontwikkeling van een rookpluim van 300 tot 4500 meter. Zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied Het zelfredzame vermogen van de aanwezigen binnen het invloedsgebied is in het algemeen goed; - Het scenario is zodanig (giftige verbrandingsproducten) dat door ontruimen van het invloedsgebied slachtoffers kunnen worden voorkomen; - Bij de huidige inrichting van het gebied is de zelfredzaamheid onvoldoende gefaciliteerd. Aanwezigen kunnen zich niet onder alle meteorologische omstandigheden gemakkelijk begeven naar een bovenwindsgebied. Bij een Westelijke windrichting is de ontvluchtingscapaciteit van de bestaande infrastructuur, haaks op de rookpluim, via de mogelijkheid aan de Heiveldweg beperkt, door de aanwezige afsluiting. Tevens is op termijn de bruikbaarheid van deze mogelijkheid niet verzekerd. Bij een Oostelijke windrichting is er sprake van een vergelijkbare situatie ter plaatse van Jufferswijk. (Palen) - Waarschuwen van aanwezigen kan middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Gezien het beperkte invloedsgebied en de naar verwachting langzame ontwikkelingstijd van de brand, is daarnaast waarschuwen met geluidswagens een effectieve ondersteunend middel. Bestrijdbaarheid van een incident of ramp De bestrijdbaarheid van een incident of ramp bij TDG dient te worden beoordeeld op twee aspecten, namelijk de bronbestrijding en de effectbestrijding. 4 Onstabiel weer tot 300 meter Neutraal weer (D5) tot 630 meter Stabiel weer (F2) tot 4500 meter Printversie

47 Bronbestrijding en elimineren/beperken warmtebelasting op constructies: - Benodigd potentieel: De primaire brandbestrijding en de controle van de aanliggende (kluis)ruimten, waar naar toe branddoorslag mogelijk kan zijn, vraagt een inzet van tenminste 2 brandweerpelotons; - Opkomsttijd: De pelotons zullen naast de plaatselijke eenheden binnen een half uur operationeel zijn. - Branduitbreidingsmogelijkheden: Door de defensieve brandweerinzet (zie bronbestrijding) zal er naar verwachting geen branduitbreiding naar de aanliggende ruimten plaats vinden. - Bluswatervoorziening: De bluswatervoorzieningen in de omgeving van het object zijn in overeenstemming met de NVBR- publicatie Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid en is voldoende voor de noodzakelijke brandweerinzet. - Bereikbaarheid: De bereikbaarheid van het object is aan de Oostzijde onvoldoende. Verder is bij een Oostelijke windrichting, in combinatie met een sterke rookontwikkeling, de capaciteit en de inrichting van de ontsluitingen ter plaatse van de Heiveldweg en Jufferswijk onvoldoende. Een bijzonder aandachtpunt is het parkeergedrag van omwonenden aan de Jufferswijk, waardoor de doorgang van deze mogelijkheid met brandweervoertuigen ernstig wordt gehinderd. Effectbestrijding: Het effectgebied wordt bepaald door een toxische wolk bestaande uit verbrandingsproducten. De grootte van de wolk is mede afhankelijk van de meteorologische omstandigheden en kan variëren van 300 tot 4500 meter. Deze afstanden zijn overgenomen uit de Quantitatieve Risico Analyse (QRA) die voor het bedrijf is opgesteld. - Verminderen bronsterkte In een vroeg stadium kan tijdens de brandontwikkeling de bronsterkte door een effectieve blusactie worden verminderd; - Verlagen van de concentratie Met behulp van waterstralen/waterschermen kan onder bepaalde gunstige inzetomstandigheden, de concentratie van toxische stoffen worden verlaagd. Hiervoor is de inzet van tenminste één brandweerpeloton vereist. Dit peloton kan pas na een ½ uur operationeel zijn. - Dosisreductie Door in het benedenwindse gebied de mensen naar binnen te sturen met het advies de ramen en deuren te sluiten, mechanische ventilatie uit te schakelen is de dosis fors te reduceren. - Blootgesteldenreductie Door het effectgebied vroegtijdig ruim af te zetten en het gebied te ontruimen / evacueren kan het aantal blootgestelden worden beperkt. Mogelijke alternatieven Een opslag van gevaarlijke stoffen in emballage, beschermingsniveau 1 en een automatische sprinklerinstallatie voldoet volledig aan de stand der techniek en geeft van alle wijzen van opslag de beste bescherming en de kleinste kans op escalatie. Er zijn dus geen alternatieven voor de wijze van opslag. De locatie is bestemd als bedrijventerrein, waar behalve bedrijven ook (grote) kantoren zijn toegestaan. (kwetsbare bestemmingen) Het verplaatsen van het bedrijf naar een industrieterrein, waar alleen bedrijven van een milieucategorie IV zijn toegestaan, zal weinig veiligheidswinst opleveren omdat de personendichtheid van een industrieterrein weinig verschilt van die van een bedrijventerrein. De kosten welke voortvloeien uit het verplaat- Printversie

48 sen van het bedrijf naar een betere locatie op een industrieterrein, voor zover deze al te vinden zou zijn, wegen niet op tegen de daarmee te behalen veiligheidswinst. Mogelijke risicoreducerende maatregelen In dit kader zijn van belang: - De bereikbaarheid van het object: is onvoldoende (zie bronbestrijding); - Ontsluiting bedrijventerrein: de doorstroomcapaciteit en de effectiviteit van de ontsluitingen aan de Heiveldweg en Jufferswijk moet worden verbeterd en worden afgestemd op de gebruiksfunctie; - Opstelmogelijkheden TDG,is onvoldoende, zie bronbestrijding; - De inzetbaarheid van middelen; de beschikbaarheid en de inzetbaarheid van middelen is voldoende; - Blootgestelde personen: gezien het aantal blootgestelden zal de beschikbare hulpcapaciteit voldoende zijn (mits tijdig de juiste acties in gang zijn gezet). Het bovenstaande geeft aanleiding om te veronderstellen; dat er gegeven de huidige stand der techniek, de huidige ligging en het te verwachten scenario met inachtneming van de aangegeven verbeterpunten, geen zinvolle wijze bestaat om het externe veiligheidsrisico verder te reduceren. Conclusie Op basis van een individuele toetsing is zolang er sprake van onvoldoende inzetmogelijkheden voor de brandweer bij TDG, het bedrijventerrein onvoldoende ontsloten is om bij incidenten veilig en efficiënt te verlaten en het gebied onder bepaalde incidentomstandigheden onvoldoende toegankelijk is voor de hulpdiensten, is sprake van een onverantwoord groepsrisico. Conform de Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico van VROM dienen ook de werkelijke effecten van een calamiteit en de cumulatie- en domino- effecten van andere BEVI inrichtingen te worden meegenomen in de toetsing. Momenteel is nog geen duidelijkheid over de eventuele vestiging van BEVI-bedrijven. Printversie

49 Bijlage 7. Verantwoording groepsrisico voor LPG-tankstation Gildetrom 2 Bij het tankstation aan de Gildetrom vindt opslag en verkoop van LPG plaats. Hierdoor is het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van toepassing is. Twee grootheden zijn in dit kader van belang: 1. Plaatsgebonden Risico 2. Groepsrisico Plaatsgebonden Risico (PR) Bepalend voor de normstelling is de LPG-doorzet. De grens ligt bij 1000 m 3 per jaar. Ervan uitgaande dat de 1000 m 3 doorzet niet wordt overschreden ligt de 10-6 PR contour op 45 meter. Binnen de 10-6 PR contour bevinden zich geen kwetsbare bestemmingen. Er wordt voldaan aan het plaatsgebonden risico. Groepsrisico (GR) Het invloedsgebied van het groepsrisico is bij LPG gesteld op 150 meter. Binnen deze zone is het aantal personen per ha aan grenzen gebonden. Ervan uitgaande dat de LPG doorzet niet meer bedraagt dan 1000 m 3 per jaar is dit 16 resp. 17 vanaf de 10-5 resp contour tot aan de grens van het invloedsgebied. Met deze gegevens levert dat voor dit station het volgende op: De straal van het invloedsgebied is 150 meter. Dit betekent dat het invloedsgebied 7,07 ha. (3,14 * straal 2 ) groot is. Binnen de 10-6 contour bevinden zich geen (beperkt) kwetsbare bestemmingen zodat het oppervlak van het invloedsgebied verminderd moet worden met het oppervlak binnen de 10-6 contour. Ofwel 7,07 ha (3,14 * 45 2 ) = 6,43 ha. Om de oriëntatiewaarde niet te overschrijden mag de personendichtheid niet meer bedragen dan 17 per ha. Dit komt dus neer op 6,43 * 17 = 109 personen. Binnen de zone van 45 tot 150 is alleen sprake van kantoren. Er is echter geen sprake van een uniforme bebouwingsdichtheid zodat er geen verblijftijdcorrectie mag worden toegepast. Binnen de zone van 45 tot 150 meter bevinden zich ongeveer 452 personen (werknemers). Er is dus sprake van een overschrijding van de oriëntatiewaarde. Verantwoording Groepsrisico Invloedsgebied voor de verantwoording van het groepsrisico (r = 150 meter) te rekenen vanaf het vulpunt (REVI, Bijlage 2) Aantal bewoners binnen de 150 meter straal: 0. Aantal werknemers industrieterrein De Faktorij : 452 (Bron: opgave milieuzaken) Maatgevend brandscenario De scenario s voor een LPG tankstation betreffen incidenten die zich voordoen tijdens de overslag van LPG uit een tankauto naar de ondergrondse tank. Scenario 1 Dreigende BLEVE A (Plas)brand Als gevolg van een (plas)brand wordt de tankwagen aangestraald waardoor een BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion) kan optreden. B Emissie LPG Door lekkage van de losslang tussen de tankauto en de tank vindt er een continue uitstroming plaats van tot vloeistof verdicht gas, dat verdampt bij het vrijkomen. Er vormt zich een explosieve gaswolk, die door de wind wordt meegevoerd en bij matige windsnelheden slechts langzaam wordt verdund. Een ontsteking op afstand veroorzaakt in dit geval een gaswolkexplosie. Printversie

50 Het vlamfront loopt terug naar de lekkagebron waar een soort van fakkelbrand ontstaat. Als gevolg daarvan bestaat de kans op een BLEVE van de tankauto. De mogelijkheid bestaat dat niet ontstoken LPG (bij een kleine lekkage) in het rioolstelsel terechtkomt. Bij een latere ontsteking kan een dergelijke situatie leiden tot lokale schade op grotere afstand omdat de drukontlasting plaatsvindt via de putdeksels. Scenario 2 BLEVE Als gevolg van extern geweld of brand komt de inhoud van de tankwagen explosief vrij waarbij een drukgolf en een vuurbal met een straal van ongeveer 100 meter ontstaat. De BLEVE is qua schade-effect omvangrijk. De vrijkomende inhoud komt direct tot ontsteking en levert een expanderende vuurbal op. Door de sterke expansie vindt drukopbouw plaats. Tankdelen worden weggeslingerd. Gebouwen in de directe omgeving worden door de drukgolf en brand geheel verwoest maar de ondergrondse opslag loopt hier geen gevaar. Door het ontstaan van secundaire branden en de beschadiging van gebouwen vindt er branduitbreiding plaats. Er kunnen veel slachtoffers vallen onder de werknemers en bezoekers van de aanliggende bedrijven. Op het bedrijventerrein breken op diverse plaatsen de ruiten en is schade aan gebouwen. Zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied Tussen het begin van een brand en een BLEVE ligt tussen de 5 tot 30 minuten. E.e.a. is afhankelijk van de hittestraling en de vullingsgraad van het reservoir. Binnen het invloedsgebied van het groepsrisico van 150 meter zijn naar verwachting ca. 452 personen aanwezig. De mensen bevinden zich voornamelijk in de bedrijfsgebouwen aan het Koningsschot en de Gildetrom. Verder dient bij incidenten de A-12 tussen Veenendaal en Maarsbergen in beide richtingen worden afgesloten en ontruimd. Het zelfredzame vermogen van de aanwezigen binnen het invloedsgebied is goed: - Door het ontruimen van het invloedsgebied kunnen slachtoffers worden voorkomen; - Door de inrichting van het gebied (aanwezigheid van voldoende wegen) is de zelfredzaamheid voldoende gefaciliteerd. Aanwezigen kunnen zich gemakkelijk begeven naar een veilig gebied. - Waarschuwen van aanwezigen middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) is niet effectief omdat de te verwachten reactie van de burgers op een sirene-alarm, haaks op de gewenste actie staat. Men zal namelijk standaard naar binnen gaan en ramen en deuren sluiten. De gewenste actie is echter het gebied onmiddellijk verlaten of ramen en deuren open zetten en dekking zoeken. Waarschuwen van de aanwezigen met geluidswagens zal effectiever werken. Hiermee kan, zo nodig, meteen worden aangevangen zodra de hulpdiensten ter plaatse zijn. Bestrijdbaarheid van een incident of ramp De bestrijdbaarheid van een incident of ramp nabij het vulpunt aan het Koningsschot, dient te worden beoordeeld op twee aspecten, namelijk bronbestrijding en effectbestrijding. Bronbestrijding - Is aan de orde mits snel met de blussing en / of koeling van de reservoir kan worden aangevangen. - Benodigd potentieel: Twee tankautospuiten en OVD-B. Indien sprake is van brand meteen aanvangen met het koelen van de tankauto met een straatwaterkanon met een capaciteit van 1000 l / minuut om een BLEVE te voorkomen; Indien sprake is van een plasbrand (bijvoorbeeld benzine) deze afdekken met schuim; Bij gaswolkontsnapping, wolk verdunnen met twee straatwaterkanonnen. - Opkomsttijd brandweer maximaal 8 minuten; Uit een in het kader van deze verantwoording ingesteld oriënterend onderzoek is gebleken dat de Zorgnormtijd van maximaal 8 minuten bij 5 recente uitrukken in de directe omgeving van het vulpunt Printversie

51 niet is gehaald. Er zijn terzake maatregelen noodzakelijk om een succesvolle en verantwoorde bronbestrijding uit te kunnen voeren; - Branduitbreidingsmogelijkheden: Als BLEVE niet is te voorkomen, terugtrekken tot in veilig gebied en opschalen naar pelotonsniveau / compagniesniveau voor het redden van slachtoffers en het blussen van secundaire branden in effectgebied. - Bluswatervoorziening / bereikbaarheid: De bereikbaarheid van het object en de bluswatervoorzieningen in de omgeving van het object zijn in overeenstemming met de NVBR- publicatie Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid en voldoende voor de noodzakelijke brandweerinzet. Effectbestrijding - Is aan de orde bij een gaswolk die ontstoken is of nadat zich een BLEVE heeft voorgedaan. - Als afstand is in beginsel 150 meter aangehouden, de afstand aangegeven in het REVI voor LPG tankstations. - Verminderen bronsterkte / verlagen van de concentratie: Als er sprake is van een gaswolk die nog niet is ontstoken kan door middel van twee straatwaterkanonnen de gaswolk worden verdund zodat de kans op ontsteking op grotere afstand kleiner wordt. Wanneer er een BLEVE heeft plaatsgevonden is het benodigde brandweerpotentieel minimaal één peloton en mogelijk zelfs een compagnie voor het redden van slachtoffers en het blussen van secundaire branden. - Dosisreductie: instortingen en letsel door rondvliegend glas e.d. kunnen worden gereduceerd door ramen en deuren open te zetten en dekking te zoeken. - Blootgesteldenreductie: Door het effectgebied vroegtijdig ruim af te zetten en het gebied te ontruimen / evacueren kan het aantal blootgestelden worden beperkt. Mogelijke alternatieven Het station is gelegen op het bedrijventerrein De Factorij. Het op afstand van het station geplaatste vulpunt is zodanig gesitueerd dat de tankwagen zich tijdens het lossen op de openbare weg bevindt, waarbij het overige verkeer mogelijk een gevaar vormt voor de tankwagen. Bijzondere maatregelen ter reductie van de gevaarsaspecten van deze opstelplaats zijn (nog) niet getroffen. Verder voldoet de installatie volledig aan de stand der techniek en wordt voldaan aan de afstanden vermeld in het REVI. Mogelijke risicoreducerende maatregelen In dit kader zijn van belang: - De bereikbaarheid van het object en vulpunt voor de hulpdiensten: is goed. De objecten zijn vanuit twee richtingen te bereiken; - De bereikbaarheid van het object voor de overige weggebruikers: is een risicofactor van belang; - Opstelmogelijkheden: zijn voldoende om bronbestrijdingsmaatregelen te kunnen uitvoeren; - De vereniging Vloeibaar Gas heeft met de minister van VROM een convenant afgesloten om in de toekomst, brandwerende coatings op de LPG-tankwagens aan te brengen, wat een gunstige invloed heeft op de mogelijkheden voor het bestrijden van incidenten met LPG-tankwagens; - De inzetbaarheid van middelen; de beschikbaarheid en de inzetbaarheid van middelen is voldoende; - Blootgestelde personen: gezien het aantal blootgestelden zal de beschikbare hulpcapaciteit voldoende zijn. Met inachtneming van de opmerking over de bereikbaarheid van de tankauto voor de overige weggebruikers, geeft het bovenstaande aanleiding om te veronderstellen dat er gegeven de huidige stand der techniek, de ligging van het vulpunt en de te verwachten scenario s geen zinvolle wijze bestaat om het externe veiligheidsrisico verder te reduceren. Voor wat betreft de kwetsbaarheid van de tankauto onder losomstandigheden, dienen in Printversie

52 de directe omgeving daarvan (fysieke) snelheidsremmende maatregelen worden getroffen. Het bedrijf beschikt zelf niet over voldoende (technische en organisatorische) mogelijkheden om de gebouwen binnen het invloedsgebied snel te ontruimen. Ter zake zijn maatregelen voorbereid en opgenomen in het rampbestrijdingsplan voor het station. Conclusie Op basis van een individuele toetsing is er met inachtneming en uitvoering van de aangegeven verbeterpunten in beginsel sprake van een verantwoord groepsrisico. Hierbij moet echter nadrukkelijk worden opgemerkt dat toetsing heeft plaatsgevonden op basis van het REVI-invloedsgebied. Printversie

53 Bijlage 8. Verantwoording groepsrisico voor LPG-tankstation Wiltonstraat 2b Bij het tankstation aan de Wiltonstraat 2b vindt opslag en verkoop van LPG plaats. Hierdoor is het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen van toepassing is. Twee grootheden zijn in dit kader van belang: 1. Plaatsgebonden Risico 2. Groepsrisico Plaatsgebonden Risico (PR) Bepalend voor de normstelling is de LPG-doorzet. De grens ligt bij 1000 m 3 per jaar. Ervan uitgaande dat de 1000 m 3 doorzet niet wordt overschreden ligt de 10-6 PR contour op 45 meter. Binnen de 10-6 PR contour bevinden zich geen kwetsbare bestemmingen. Er wordt voldaan aan het plaatsgebonden risico. Groepsrisico (GR) Het invloedsgebied van het groepsrisico is bij LPG gesteld op 150 meter. Binnen deze zone is het aantal personen per ha aan grenzen gebonden. Ervan uitgaande dat de LPG doorzet niet meer bedraagt dan 1000 m 3 per jaar is dit 16 resp. 17 vanaf de 10-5 resp contour tot aan de grens van het invloedsgebied. Binnen de 10-6 bevindt zich geen bebouwing van derden zodat de dichtheid van 17 pers. /ha vanaf de 10-6 van toepassing is. Met deze gegevens levert dat voor dit station het volgende op: De straal van het invloedsgebied is 150 meter. Dit betekent dat het invloedsgebied 7,07 ha. (3,14 * straal 2 ) groot is. Binnen de 10-6 contour bevinden zich geen (beperkt) kwetsbare bestemmingen zodat het oppervlak van het invloedsgebied verminderd moet worden met het oppervlak binnen de 10-6 contour. Ofwel 7,07 ha (3,14 * 45 2 ) = 6,43 ha. Om de oriëntatiewaarde niet te overschrijden mag de personendichtheid niet meer bedragen dan 17 per ha. Dit komt dus neer op 6,43 * 17 = 109 personen. Binnen de zone van 45 tot 150 bevinden zowel woningen als kantoren. Er is geen sprake van een uniforme bebouwingsdichtheid zodat er geen verblijftijdcorrectie mag worden toegepast. Binnen de zone van 45 tot 150 meter bevinden zich ongeveer 677 personen (werknemers) en 175 personen (bewoners). In totaal bevinden zich dus 852 personen in dit gebied. Er is dus sprake van een overschrijding van de oriëntatiewaarde. Verantwoording Groepsrisico Invloedsgebied voor de verantwoording van het groepsrisico (REVI Bijlage 2) Aantal bewoners binnen de 150 meter straal: 175 Aantal werknemers industrieterrein De Compagnie : 677 (Bron: opgave milieu) Maatgevend brandscenario De scenario s voor een LPG tankstation betreffen incidenten die zich voordoen tijdens de overslag van LPG uit een tankauto naar de ondergrondse tank. Scenario 1 Dreigende BLEVE A: (Plas)brand Als gevolg van een (plas)brand wordt de tankwagen aangestraald waardoor een BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion) kan optreden. B: Emissie LPG Door lekkage van de losslang tussen de tankauto en de tank vindt er een continue uitstroming plaats van tot vloeistof verdicht gas, dat verdampt bij het vrijkomen. Er vormt zich een explosieve gaswolk, die door de wind wordt meegevoerd en bij matige windsnelheden Printversie

54 slechts langzaam wordt verdund. Een ontsteking op afstand veroorzaakt in dit geval een gaswolkexplosie. Het vlamfront loopt terug naar de lekkagebron waar een soort van fakkelbrand ontstaat. Als gevolg daarvan bestaat de kans op een BLEVE van de tankauto. De mogelijkheid bestaat dat niet ontstoken LPG (bij een kleine lekkage) in het rioolstelsel terechtkomt. Bij een latere ontsteking kan een dergelijke situatie leiden tot lokale schade op grotere afstand omdat de drukontlasting plaatsvindt via de putdeksels. Scenario 2 BLEVE Als gevolg van extern geweld of brand komt de inhoud van de tankwagen explosief vrij waarbij een drukgolf en een vuurbal met een straal van ongeveer 100 meter ontstaat. De BLEVE is qua schade-effect omvangrijk. De vrijkomende inhoud komt direct tot ontsteking en levert een expanderende vuurbal op. Door de sterke expansie vindt drukopbouw plaats. Tankdelen worden weggeslingerd. Het Total station wordt door de drukgolf en brand geheel verwoest maar de ondergrondse opslag van brandstoffen loopt hier geen gevaar. Door het ontstaan van secundaire branden en de beschadiging van gebouwen vindt er branduitbreiding plaats. Er kunnen veel slachtoffers vallen onder de werknemers en bezoekers van de aanliggende bedrijven. In Veenendaal breken op diverse plaatsen in de stad de ruiten en is schade aan gebouwen. Zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied Tussen het begin van een brand en een BLEVE ligt tussen de 5 tot 30 minuten. E.e.a. is afhankelijk van de hittestraling en de vullingsgraad van het reservoir. Binnen het invloedsgebied van het groepsrisico van 150 meter zijn naar verwachting 852 personen aanwezig. De mensen bevinden zich in de woningen aan de Vlinderronde / Nachtpauwooglaan / Stationsstraat en in de bedrijfsgebouwen aan de Wiltonstraat en de Grote Beer. Het zelfredzame vermogen van de aanwezigen binnen het invloedsgebied is goed: - Door het ontruimen van het invloedsgebied kunnen slachtoffers worden voorkomen; - Door de inrichting van het gebied (aanwezigheid van voldoende wegen) is de zelfredzaamheid voldoende gefaciliteerd. Aanwezigen kunnen zich gemakkelijk begeven naar een veilig gebied. - Waarschuwen van aanwezigen middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) is niet effectief omdat de te verwachten reactie van de burgers op een sirene-alarm, haaks op de gewenste actie staat. Men zal namelijk standaard naar binnen gaan en ramen en deuren sluiten. De gewenste actie is echter het gebied onmiddellijk verlaten of ramen en deuren open zetten en dekking zoeken. Waarschuwen van de aanwezigen met geluidswagens zal effectiever werken. Hiermee kan, zo nodig, meteen worden aangevangen zodra de hulpdiensten ter plaatse zijn. Bestrijdbaarheid van een incident of ramp De bestrijdbaarheid van een incident of ramp bij het TOTAL Selfservicestation De Grote Beer, aan de Wiltonstraat 2b, dient te worden beoordeeld op twee aspecten, namelijk bronbestrijding en effectbestrijding. Bronbestrijding - Is aan de orde mits snel met de blussing en / of koeling van de reservoir kan worden aangevangen. - Benodigd potentieel: twee tankautospuiten en OVD-B. Indien sprake is van brand meteen aanvangen met het koelen van de tankauto met een straatwaterkanon met een capaciteit van 1000 l / minuut om een BLEVE te voorkomen; Indien sprake is van een plasbrand (bijvoorbeeld benzine) deze afdekken met schuim; Bij gaswolkontsnapping, wolk verdunnen met twee straatwaterkanonnen. - Opkomsttijd brandweer maximaal 8 minuten; Uit een in het kader van deze verantwoording ingesteld oriënterend onderzoek is gebleken dat de Zorgnormtijd van Printversie

55 maximaal 8 minuten bij 9 recente uitrukken in de directe omgeving van het station niet is gehaald. Er zijn terzake maatregelen noodzakelijk om een succesvolle en verantwoorde bronbestrijding uit te kunnen voeren; - Branduitbreidingsmogelijkheden: Als BLEVE niet is te voorkomen, terugtrekken tot in veilig gebied en opschalen naar pelotonsniveau / compagniesniveau voor het redden van slachtoffers en het blussen van secundaire branden in effectgebied. - Bluswatervoorziening / bereikbaarheid: De bereikbaarheid van het object en de bluswatervoorzieningen in de omgeving van het object zijn in overeenstemming met de NVBR- publicatie Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid en voldoende voor de noodzakelijke brandweerinzet. Effectbestrijding - Is aan de orde bij een gaswolk die ontstoken is of nadat zich een BLEVE heeft voorgedaan. - Als afstand is in beginsel 150 meter aangehouden, de afstand aangegeven in het REVI voor LPG tankstations. - Verminderen bronsterkte / verlagen van de concentratie: Als er sprake is van een gaswolk die nog niet is ontstoken kan door middel van twee straatwaterkanonnen de gaswolk worden verdund zodat de kans op ontsteking op grotere afstand kleiner wordt. Wanneer er een BLEVE heeft plaatsgevonden is het benodigde brandweerpotentieel minimaal één peloton en mogelijk zelfs een compagnie voor het redden van slachtoffers en het blussen van secundaire branden. - Dosisreductie: instortingen en letsel door rondvliegend glas e.d. kunnen worden gereduceerd door ramen en deuren open te zetten en dekking te zoeken. - Blootgesteldenreductie: Door het effectgebied vroegtijdig ruim af te zetten en het gebied te ontruimen / evacueren kan het aantal blootgestelden worden beperkt. Mogelijke alternatieven Het station is gelegen op het bedrijventerrein De compagnie aan De Grote Beer, die is aangewezen als route gevaarlijke stoffen. Het vulpunt is zodanig gesitueerd dat de tankwagen zich tijdens het lossen op het eigen terrein bevindt, waarbij het overige verkeer geen gevaar vormt voor de tankwagen. Verder voldoet de installatie volledig aan de stand der techniek en wordt voldaan aan de afstanden vermeld in het REVI. Mogelijke risicoreducerende maatregelen In dit kader zijn van belang: - De bereikbaarheid van het object: is goed, object is via twee toegangswegen te bereiken; - Opstelmogelijkheden: zijn voldoende om bronbestrijdingsmaatregelen te kunnen uitvoeren; - De inzetbaarheid van middelen; de beschikbaarheid en de inzetbaarheid van middelen is voldoende; - De vereniging Vloeibaar Gas heeft met de minister van VROM een convenant afgesloten om in de toekomst, brandwerende coatings op de LPG-tankwagens aan te brengen, wat een gunstige invloed heeft op de mogelijkheden voor het bestrijden van incidenten met LPG-tankwagens; - Blootgestelde personen: gezien het aantal blootgestelden zal de beschikbare hulpcapaciteit voldoende zijn. Het bovenstaande geeft aanleiding om te veronderstellen dat er gegeven de huidige stand der techniek, de huidige ligging van het tankstation en de te verwachten scenario s geen zinvolle wijze bestaat om het externe veiligheidsrisico verder te reduceren. Het bedrijf beschikt zelf niet over voldoende (technische en organisatorische) mogelijkheden om de gebouwen binnen het invloedsgebied snel te ontruimen. Ter zake zijn maatregelen voorbereid en opgenomen in het rampbestrijdingsplan voor het station. Printversie

56 Conclusie Op basis van een individuele toetsing is er met inachtneming van het aangegeven verbeterpunt, in beginsel sprake van een verantwoord groepsrisico. Hierbij moet echter nadrukkelijk worden opgemerkt dat toetsing heeft plaatsgevonden op basis van het REVIinvloedsgebied. Printversie

Externe veiligheidsparagraaf. Bestemmingsplan Skoatterwald

Externe veiligheidsparagraaf. Bestemmingsplan Skoatterwald Externe veiligheidsparagraaf Bestemmingsplan Skoatterwald Toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: - het gebruik,

Nadere informatie

Externe veiligheid. in bestemmingsplannen. Door: Hans Boerhof & André Gijsendorffer Hengelo, 12-10-2006

Externe veiligheid. in bestemmingsplannen. Door: Hans Boerhof & André Gijsendorffer Hengelo, 12-10-2006 Externe veiligheid in bestemmingsplannen Door: Hans Boerhof & André Gijsendorffer Hengelo, 12-10-2006 Externe veiligheid in bestemmingsplannen Welke informatie is noodzakelijk bij beoordeling: Inventariseren

Nadere informatie

memo betreft: Quickscan externe veiligheid woontoren Bètaplein Leiden (120728)

memo betreft: Quickscan externe veiligheid woontoren Bètaplein Leiden (120728) memo aan: van: Green Real Estate BV Bas Hermsen c.c.: datum: 12 juni 2015 betreft: Quickscan externe veiligheid woontoren Bètaplein Leiden (120728) 1. Aanleiding De ontwikkeling in het plangebied voorziet

Nadere informatie

QUICKSCAN EXTERNE VEILIGHEID

QUICKSCAN EXTERNE VEILIGHEID MEMO Dossier : BC5930-102-105 Project : bestemmingsplan Cruiquiusgebied Amsterdam Betreft : quickscan externe veiligheid Ons kenmerk : MD-AF20131715/ISEE Datum : 13 december 2013 Status : definitief Classificatie

Nadere informatie

Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Uitbreiding Feanwâlden De Bosk te Feanwâlden

Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Uitbreiding Feanwâlden De Bosk te Feanwâlden Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Uitbreiding Feanwâlden De Bosk te Feanwâlden Algemeen toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig

Nadere informatie

Externe Veiligheid ontwikkeling Amefa-terrein Apeldoorn

Externe Veiligheid ontwikkeling Amefa-terrein Apeldoorn Notitie Contactpersoon George Rutten Datum 18 februari 2009 Kenmerk N003-4615698RTG-srb-V01-NL Externe Veiligheid ontwikkeling Amefa-terrein Apeldoorn 1 Inleiding In opdracht van BAM Woningbouw heeft Tauw

Nadere informatie

Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello

Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello Notitie Contactpersoon Maaike Teunissen Datum 20 juni 2012 Kenmerk N004-4638202MTU-evp-V01-NL Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello 1 Inleiding 1.1 Achtergrond en doel van het

Nadere informatie

Risicoberekeningen spoor Den Bosch Stationskwartier Locatie F

Risicoberekeningen spoor Den Bosch Stationskwartier Locatie F Risicoberekeningen spoor Den Bosch Stationskwartier Locatie F Heijmans Vastgoed b.v. Maart 2012 Concept Risicoberekeningen spoor Den Bosch Stationskwartier Locatie F dossier : BA8595 registratienummer

Nadere informatie

Risicoberekeningen vervoer gevaarlijke stoffen over N348 ten behoeve van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Parallelweg Lemelerveld.

Risicoberekeningen vervoer gevaarlijke stoffen over N348 ten behoeve van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Parallelweg Lemelerveld. Risicoberekeningen vervoer gevaarlijke stoffen over N348 ten behoeve van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Parallelweg Lemelerveld. Opgesteld in opdracht van: Contactpersoon: Gemeente Dalfsen E. Vugteveen

Nadere informatie

Quickscan externe veiligheid Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel

Quickscan externe veiligheid Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel projectnr. 201716 revisie 00 november 2009 Auteur ing. S. M. O. Krutzen Opdrachtgever Gemeente Capelle aan den IJssel Afdeling Stedelijke Ontwikkeling Postbus

Nadere informatie

Risico-inventarisatie Uitbreidingslocatie Golfbaan Wageningen

Risico-inventarisatie Uitbreidingslocatie Golfbaan Wageningen Risico-inventarisatie Uitbreidingslocatie Golfbaan Wageningen Onderdeel: Externe Veiligheid Definitief Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 18 juli 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Leeswijzer... 5

Nadere informatie

Onderzoek externe veiligheid bestemmingsplan Rivierenbuurt

Onderzoek externe veiligheid bestemmingsplan Rivierenbuurt 19 juni 2012 Dossiernummer Onderzoek externe veiligheid bestemmingsplan Rivierenbuurt Versie 1.1 Brenda Abma Cruquiusweg 5 Postbus 922 1019 AT Amsterdam 1000 AX Amsterdam 020-254 38 01 b.abma@dmb.amsterdam.nl

Nadere informatie

Risico-inventarisatie Gebiedsontwikkeling Poelkampen Zandwinlocatie

Risico-inventarisatie Gebiedsontwikkeling Poelkampen Zandwinlocatie Risico-inventarisatie Gebiedsontwikkeling Poelkampen Zandwinlocatie Externe veiligheid Definitief In opdracht van: Vos Zand en Grind BV Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 20 juli 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding...

Nadere informatie

Planlocatie Nuland Oost te Nuland

Planlocatie Nuland Oost te Nuland Planlocatie Nuland Oost te Nuland Risico-inventarisatie Externe Veiligheid Definitief In opdracht van: Gemeente Maasdonk Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 31 januari 2011 Verantwoording Titel : Planlocatie

Nadere informatie

Dorado Beach. Externe Veiligheid. Definitief. Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 29 oktober 2013. GM-0115908, revisie 00

Dorado Beach. Externe Veiligheid. Definitief. Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 29 oktober 2013. GM-0115908, revisie 00 Dorado Beach Externe Veiligheid Definitief Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 29 oktober 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Leeswijzer... 5 2 Begrippenkader externe veiligheid... 6 2.1 Het begrip risico...

Nadere informatie

Zoetermeer. Innovatiefabriek. Kwantitatieve risicoanalyse. 090301.1778700 14-05-2013 concept. ir. R.A. Sips. ing. J. Lauf

Zoetermeer. Innovatiefabriek. Kwantitatieve risicoanalyse. 090301.1778700 14-05-2013 concept. ir. R.A. Sips. ing. J. Lauf Zoetermeer Innovatiefabriek Kwantitatieve risicoanalyse identificatie status projectnummer: datum: status: 090301.1778700 14-05-2013 concept opdrachtleider: ir. R.A. Sips auteur: ing. J. Lauf Adviesbureau

Nadere informatie

Herstructurering Biedermeier Mariaberg te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 19 december 2012 Referentie 20122015-04

Herstructurering Biedermeier Mariaberg te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 19 december 2012 Referentie 20122015-04 Herstructurering Biedermeier Mariaberg te Maastricht Quickscan externe veiligheid Datum 19 december 2012 Referentie 20122015-04 Referentie 20122015-04 Rapporttitel Herstructurering Biedermeier Mariaberg

Nadere informatie

Notitie. : Aldi Oosterbroekweg Gronsveld. Datum : 1 juni 2015 : Externe veiligheid. 1 Inleiding

Notitie. : Aldi Oosterbroekweg Gronsveld. Datum : 1 juni 2015 : Externe veiligheid. 1 Inleiding Notitie Project Projectnummer : Aldi Oosterbroekweg Gronsveld : 15-170 EV Betreft : Externe veiligheid Behandeld door : Patricia Coenen 1 Inleiding Plangroep Heggen verzorgd de gedeeltelijke herbestemming

Nadere informatie

Madewater en Westmade te Monster externe veiligheid. Concept

Madewater en Westmade te Monster externe veiligheid. Concept Madewater en Westmade te Monster externe veiligheid Rapportnummer O 15571-1-RA-001 d.d. 8 april 2015 Madewater en Westmade te Monster externe veiligheid opdrachtgever Gemeente Westland (Gemeentekantoor

Nadere informatie

Goirle, Vennerode. Onderzoek externe veiligheid. Auteur(s) drs. M. de Jonge. Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus 70 5120 AB Rijen

Goirle, Vennerode. Onderzoek externe veiligheid. Auteur(s) drs. M. de Jonge. Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus 70 5120 AB Rijen Goirle, Vennerode Onderzoek externe veiligheid projectnr. 183803 revisie 02 31 maart 2009 Auteur(s) drs. M. de Jonge Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus 70 5120 AB Rijen datum vrijgave beschrijving

Nadere informatie

EV rapportage N983 - Rondweg Aduard

EV rapportage N983 - Rondweg Aduard EV rapportage N983 - Rondweg Aduard Opdrachtgever: J. Snijders Provincie Groningen Opgesteld door: K.T Stijkel, 4552 Steunpunt externe veiligheid Groningen Datum: april 2012 1 Inleiding Steunpunt externe

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Rodenrijse Zoom. (ruimtelijke onderbouwingen Bosplaatstraat en uitwerkingsplan Waddenweg 124 ev)

Kwantitatieve Risicoanalyse Rodenrijse Zoom. (ruimtelijke onderbouwingen Bosplaatstraat en uitwerkingsplan Waddenweg 124 ev) Kwantitatieve Risicoanalyse Rodenrijse Zoom (ruimtelijke onderbouwingen Bosplaatstraat en uitwerkingsplan Waddenweg 124 ev) Samenvatting In dit rapport is zowel een plaatsgebonden risicoberekening als

Nadere informatie

Advies Externe Veiligheid Van Rogier van Kalken bij ruimtelijke plannen Datum 19 oktober 2007

Advies Externe Veiligheid Van Rogier van Kalken bij ruimtelijke plannen Datum 19 oktober 2007 Advies Externe Veiligheid Van Rogier van Kalken bij ruimtelijke plannen Datum 19 oktober 2007 Onderwerp EV Advies tel./e-mail 075-6553537 rkalken@milieudienst-waterland.nl Inleiding In dit advies wordt

Nadere informatie

Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72

Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72 Opdrachtgever: BRO Contactpersoon: Dhr. R. Osinga Uitgevoerd door: Contactpersoon: WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72 ing. J.L.M.M.

Nadere informatie

Gemeente Tiel, maart 2013 Projectnummer: 74300265. Kwantitatieve risicoberekening aardgastransportleiding Gemeente Tiel, ontwikkelingen Tiel - Oost

Gemeente Tiel, maart 2013 Projectnummer: 74300265. Kwantitatieve risicoberekening aardgastransportleiding Gemeente Tiel, ontwikkelingen Tiel - Oost Gemeente Tiel, maart 2013 Projectnummer: 74300265 Kwantitatieve risicoberekening aardgastransportleiding Gemeente Tiel, ontwikkelingen Tiel - Oost Opdrachtgever Project Projectnummer : 74300265 Status

Nadere informatie

Onderdeel van onderbouwing van de aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan

Onderdeel van onderbouwing van de aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan Datum: 22 april 2010 Rapportnummer: 4037-RT01, revisie: 2 adres telefoon internet kvk btw 053 431 30 00 www.nabr.nl 08085776 NL816028151B01 Risico-inventarisatie Externe Veiligheid nieuwbouw woning Bekenhorst

Nadere informatie

RBMII-berekeningen weg en spoor t.b.v. bp Bedrijventerrein Duurkenakker

RBMII-berekeningen weg en spoor t.b.v. bp Bedrijventerrein Duurkenakker RBMII-berekeningen weg en spoor t.b.v. bp Bedrijventerrein Duurkenakker 1. Inleiding De gemeente Menterwolde heeft het Steunpunt gevraagd om risicoberekeningen uit te voeren ten behoeve van het bestemmingsplan

Nadere informatie

QRA propaanopslag Overberg

QRA propaanopslag Overberg QRA propaanopslag Overberg Externe Veiligheid Milieudienst Zuidoost-Utrecht Februari 2012 Definitief QRA propaanopslag Overberg Externe Veiligheid dossier : BA9581 registratienummer : versie : definitief

Nadere informatie

Opdrachtgever Bouwfonds Ontwikkeling BV, Regio Midden De Brand 30 Amersfoort Contactpersoon Dhr. B. Evers

Opdrachtgever Bouwfonds Ontwikkeling BV, Regio Midden De Brand 30 Amersfoort Contactpersoon Dhr. B. Evers Opdrachtgever Bouwfonds Ontwikkeling BV, Regio Midden De Brand 30 Amersfoort Contactpersoon Dhr. B. Evers CSO Adviesbureau Contactpersonen Dhr. E, Schurink drs. A.M.M. (Wiet) Baggen Quick Scan externe

Nadere informatie

Bestuurlijke samenvatting Beleidsnota Externe veiligheid

Bestuurlijke samenvatting Beleidsnota Externe veiligheid Bestuurlijke samenvatting Beleidsnota Externe veiligheid Hoe eerder hoe beter Externe veiligheid is voor velen een abstract en technisch begrip. Met deze samenvatting wordt op een toegankelijke wijze inzicht

Nadere informatie

Verantwoording groepsrisico Hogedruk aardgastransportleidingen. Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein 2013' d.d. 14 november 2012

Verantwoording groepsrisico Hogedruk aardgastransportleidingen. Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein 2013' d.d. 14 november 2012 Verantwoording groepsrisico Hogedruk aardgastransportleidingen Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein 2013' d.d. 14 november 2012 Inhoudsopgave 1 1 Aanleiding In en in de nabijheid van het bestemmingsplangebied

Nadere informatie

Quickscan Externe veiligheid Ontwerpbestemmingsplan Bentinckspark, deelplan Kalkoven

Quickscan Externe veiligheid Ontwerpbestemmingsplan Bentinckspark, deelplan Kalkoven Notitie Contactpersoon George Rutten Datum 27 april 2010 Kenmerk N003-4721978RTG-kmn-V01-NL Quickscan Externe veiligheid Ontwerpbestemmingsplan Bentinckspark, deelplan Kalkoven Ter Stege bouw te Hoogeveen

Nadere informatie

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 21 juni 2013 20112327-05 L. Gelissen

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 21 juni 2013 20112327-05 L. Gelissen Notitie 20112327-05 MER Beneden-Lek (Bergambacht) Externe veiligheid Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 21 juni 2013 20112327-05 L. Gelissen 1 Inleiding In opdracht van Consortium 2.0 1 is een

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, van nr. IenM/BSK-2012/ Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, van nr. IenM/BSK-2012/ Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Besluit van houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes (Besluit externe veiligheid transportroutes) Op de voordracht

Nadere informatie

BUREAU EXTERNE VEILIGHEID FRYSLÂN

BUREAU EXTERNE VEILIGHEID FRYSLÂN BUREAU EXTERNE VEILIGHEID FRYSLÂN EXTERNE VEILIGHEIDSPARAGRAAF / VERANTWOORDING GROEPSRISICO BESTEMMINGSPLAN BUSINESS PARK FRIESLAND van de gemeenten Skarsterlân en Heerenveen Datum: 10 september 2010

Nadere informatie

Uitbreiding Brusselse Poort te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 2 september 2013 Referentie 20112645-13

Uitbreiding Brusselse Poort te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 2 september 2013 Referentie 20112645-13 Uitbreiding Brusselse Poort te Maastricht Quickscan externe veiligheid Datum 2 september 2013 Referentie 20112645-13 Referentie 20112645-13 Rapporttitel Uitbreiding Brusselse Poort te Maastricht Quickscan

Nadere informatie

ACTUALISATIE ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID PASTOOR VAN DE MEIJDENSTRAAT RAPPORTAGE

ACTUALISATIE ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID PASTOOR VAN DE MEIJDENSTRAAT RAPPORTAGE ACTUALISATIE ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID PASTOOR VAN DE GEMEENTE OISTERWIJK 19 februari 2014 077565769:A - Definitief D01071.000056.0100 Inhoud 1 Inleiding... 3 1.1 Aanleiding... 3 1.2 Doel... 3 1.3

Nadere informatie

Intern memo. Projectteam Uitwerkingsplan Almere Poort - Duin 1e fase. Archief afdeling Ruimte en Wonen. Gert-Jan van de Bovenkamp

Intern memo. Projectteam Uitwerkingsplan Almere Poort - Duin 1e fase. Archief afdeling Ruimte en Wonen. Gert-Jan van de Bovenkamp Intern memo Dienst Stedelijke Ontwikkeling G.J. v.d. Bovenkamp Telefoon (036) 036 5484027 Fax (036) 036 539955 E-mail gjvdbovenkamp@almere.nl www.almere.nl Aan Projectteam Uitwerkingsplan Almere Poort

Nadere informatie

Memo. Inleiding. Beleidskader

Memo. Inleiding. Beleidskader Memo datum 13 maart 2013 aan Hester van Griensven Croonen Adviseurs van Roel Kouwen Antea Group kopie Jeroen Eskens Antea Group project Bestemmingsplan Gezondheidscentrum Labouréstraat, Beek projectnummer

Nadere informatie

Externe Veiligheid. Bestemmingsplan Aldi Zwaanplein

Externe Veiligheid. Bestemmingsplan Aldi Zwaanplein Externe Veiligheid Bestemmingsplan Aldi Zwaanplein Opdrachtgever: Aldi Roermond BV Dhr. O. Lebon Postbus 1335 6040 KH Roermond Betreft: Projectnummer: Externe veiligheid Bestemmingsplan Aldi Zwaanplein

Nadere informatie

Externe Veiligheid 023 -terrein te Haarlem

Externe Veiligheid 023 -terrein te Haarlem Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Notitie: Externe Veiligheid 023 -terrein te Haarlem Opdrachtgever : bbn adviseurs t.a.v. ir. N.J. Bruschke Datum : 21 april 2008 Auteur : ing. A.J.H.

Nadere informatie

Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Akkrum-Vakantiecentrum De Spring Algemeen toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor

Nadere informatie

21520204.R01. Quickscan externe veiligheid supermarkt Urk Koraal Vastgoed uit Genemuiden. datum: 21 mei 2015

21520204.R01. Quickscan externe veiligheid supermarkt Urk Koraal Vastgoed uit Genemuiden. datum: 21 mei 2015 21520204.R01 Quickscan externe veiligheid supermarkt Urk Koraal Vastgoed uit Genemuiden datum: 21 mei 2015 m i l i e u g e l u i d b o u w a d v i e s b r a n d v e i l i g h e i d r u i m t e l i j k

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Carola HO-Fort Hemeltje 18072011. Door: Peter van der Meiden Milieudienst Zuidoost-Utrecht 18 juli 2011

Kwantitatieve Risicoanalyse Carola HO-Fort Hemeltje 18072011. Door: Peter van der Meiden Milieudienst Zuidoost-Utrecht 18 juli 2011 Kwantitatieve Risicoanalyse Carola HO-Fort Hemeltje 18072011 Door: Peter van der Meiden Milieudienst Zuidoost-Utrecht 18 juli 2011 Samenvatting In het kader van het project de Nieuwe Hollandse Waterlinie

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Zuivelhoeve toekomstige situatie. Door: Afdeling Beleid en Advies

Kwantitatieve Risicoanalyse Zuivelhoeve toekomstige situatie. Door: Afdeling Beleid en Advies Kwantitatieve Risicoanalyse Zuivelhoeve toekomstige situatie Door: Afdeling Beleid en Advies Samenvatting De Zuivelhoeve heeft het voornemen om haar activiteiten, die nu nog verspreidt over verschillende

Nadere informatie

Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72. Datum: 29 januari 2015

Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72. Datum: 29 januari 2015 Opdrachtgever: PlanROS Contactpersoon: Dhr. S. Peters Uitgevoerd door: Contactpersoon: WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72 ing.

Nadere informatie

ADVIES. 1 Probleembeschrijving. 2 Actoren. 3 Oplossingsrichting. 3.1 Wet en regelgeving

ADVIES. 1 Probleembeschrijving. 2 Actoren. 3 Oplossingsrichting. 3.1 Wet en regelgeving ADVIES Aan : Carla Beekhuizen Behandeld door : jag / specialist Externe Veiligheid Datum : 31 oktober 2011 Ons kenmerk : 2011u00820 Onderwerp : Advies externe veiligheid plan kom Winterswijk Bijlagen :

Nadere informatie

Quickscan externe veiligheid Centrum Vught e.o. Kwalitatieve beschouwing relevante risicobronnen

Quickscan externe veiligheid Centrum Vught e.o. Kwalitatieve beschouwing relevante risicobronnen Kwalitatieve beschouwing relevante risicobronnen revisie 00 maart 2011 Auteur: Tom van der Linde Save Postbus 321 7400 AH Deventer Opdrachtgever Gemeente Vught datum vrijgave beschrijving revisie 04 goedkeuring

Nadere informatie

Risicoberekening vervoer gevaarlijke stoffen Randweg Zundert

Risicoberekening vervoer gevaarlijke stoffen Randweg Zundert Risicoberekening vervoer gevaarlijke stoffen projectnr. 196747 revisie 00 december 2010 Opdrachtgever Gemeente Zundert datum vrijgave beschrijving revisie 00 goedkeuring vrijgave December 2010 Menno de

Nadere informatie

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 16 maart 2012 20112539-03 C. Land

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 16 maart 2012 20112539-03 C. Land Notitie 20112539-03 Verantwoordingsparagraaf Externe Veiligheid Polanenpark Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 16 maart 2012 20112539-03 C. Land 1 Inleiding In opdracht van Van Riezen & partners

Nadere informatie

SCM Milieu BV. mr. I. Vromen. WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax.

SCM Milieu BV. mr. I. Vromen. WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. Opdrachtgever: SCM Milieu BV Contactpersoon: mr. I. Vromen Uitgevoerd door: Contactpersoon: WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72

Nadere informatie

Risicoanalyse transport spoor

Risicoanalyse transport spoor 2 oktober 2013 Versie 1 locatie Amsterdam Risicoanalyse transport spoor Bestemmingsplan Rouwcentrum Hoogoorddreef E. Dolman Herikerbergspoor 290 Postbus 922 1101 CT Amsterdam 1000 AX Amsterdam e.dolman@dmb.amsterdam.nl

Nadere informatie

Rapport VH.10125, september 2010

Rapport VH.10125, september 2010 Rapport VH.10125, september 2010 Onderzoek naar de omgevingskwaliteit ten aanzien van de herinrichting van akkerbouw en loonbedrijf Toonen Dekkers te Maasbommel Inzake: - luchtkwaliteit - geluidhinder

Nadere informatie

Milieuadvies Meervelderweg 26 te Uddel 24-03-2010

Milieuadvies Meervelderweg 26 te Uddel 24-03-2010 Regio Stedendriehoek Projectbureau Externe Veiligheid Notitie Burgemeester en wethouders van Apeldoorn, afdeling Milieu, team Vergunningen t.a.v. de heer Robert Bulte Door Bas Tuhuteru Gezien door Hansjurgen

Nadere informatie

Onderzoek externe veiligheid Hengelosestraat 363 te Enschede

Onderzoek externe veiligheid Hengelosestraat 363 te Enschede Notitie Contactpersoon Maaike Teunissen Datum 25 augustus 2008 Kenmerk N001-4601257MTU-pws-V01-NL Onderzoek externe veiligheid Hengelosestraat 363 te Enschede 1 Aanleiding en opzet onderzoek In opdracht

Nadere informatie

Beoordeling externe veiligheid plangebied. De Wolder te Maastricht

Beoordeling externe veiligheid plangebied. De Wolder te Maastricht Beoordeling externe veiligheid plangebied De Wolder te Maastricht Beoordeling Externe veiligheid plangebied Castermans I & II te Wolder, Maastricht CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V. Postbus 1323

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse QRA gasleiding W-553; Bestemmingsplan 'Vijfakkers-Noord' Gemeente Zuidplas

Kwantitatieve Risicoanalyse QRA gasleiding W-553; Bestemmingsplan 'Vijfakkers-Noord' Gemeente Zuidplas Kwantitatieve Risicoanalyse QRA gasleiding W-553; Bestemmingsplan 'Vijfakkers-Noord' Gemeente Zuidplas i Bestemmingsplan Vijfakkers-Noord Gemeente Zuidplas QRA gasleiding W-553 KuiperCompagnons Ruimtelijke

Nadere informatie

Milieuonderzoeken Losplaatsweg Noordwijk te Noordwijk

Milieuonderzoeken Losplaatsweg Noordwijk te Noordwijk Milieuonderzoeken Losplaatsweg Noordwijk te Noordwijk Onderzoek externe veiligheid gasleiding Opdrachtgever Thunnissen Ontwikkeling BV Contactpersoon de heer M. Goesten Kenmerk R073255aa.00001.cvg Versie

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Hoofdweg Oostvoorne

Kwantitatieve Risicoanalyse Hoofdweg Oostvoorne Kwantitatieve Risicoanalyse Hoofdweg Oostvoorne status datum: status: 19-01-2011 definitief Opdrachtgever: gemeente Westvoorne Opdrachtleider RBOI: mw. drs. J.P. Zevenbergen-Herweijer Samenvatting In dit

Nadere informatie

Notitie Afdeling Milieu gemeente Apeldoorn, Team Vergunningen, t.a.v. Ineke Baan

Notitie Afdeling Milieu gemeente Apeldoorn, Team Vergunningen, t.a.v. Ineke Baan F:\Apeldoorn Anklaar\24838 adviesnotitie aangepast Henk.doc Notitie Afdeling Milieu gemeente Apeldoorn, Team Vergunningen, t.a.v. Ineke Baan Regio Stedendriehoek Projectbureau Externe Veiligheid Door Hansjurgen

Nadere informatie

Onderzoek externe veiligheid plangebied Afrikastraat te Ittervoort. Datum 7 december 2009 Referentie 20091936-02

Onderzoek externe veiligheid plangebied Afrikastraat te Ittervoort. Datum 7 december 2009 Referentie 20091936-02 Onderzoek externe veiligheid plangebied Afrikastraat te Ittervoort Datum Referentie 20091936-02 Referentie 20091936-02 Rapporttitel Onderzoek externe veiligheid plangebied Afrikastraat te Ittervoort Datum

Nadere informatie

Externe veiligheid en verdubbeling / verbreding N366

Externe veiligheid en verdubbeling / verbreding N366 Steunpunt externe veiligheid Groningen Externe veiligheid en verdubbeling / verbreding N366 Opdrachtgever: Provincie Groningen Dhr. J.H. Veerkamp Opgesteld door: P. van Lennep Steunpunt externe veiligheid

Nadere informatie

Dorpsweg 24 e.o. Zijderveld EXTERNE VEILIGHEID Van den Heuvel ontwikkeling & beheer BV definitief

Dorpsweg 24 e.o. Zijderveld EXTERNE VEILIGHEID Van den Heuvel ontwikkeling & beheer BV definitief EXTERNE VEILIGHEID Van den Heuvel ontwikkeling & beheer BV definitief Opdrachtgever : Van den Heuvel ontwikkeling & beheer BV. Projectnummer : 2009380 Status : definitief Rapport : DAB Akkoord : DWD Datum

Nadere informatie

Carola risicoberekening 'Hoofdstraat 27 De Steeg

Carola risicoberekening 'Hoofdstraat 27 De Steeg Carola risicoberekening 'Hoofdstraat 27 De Steeg Omgevingsdienst Regio Arnhem Colofon: Rapportnummer: 141108107-1 Plaats en datum: Arnhem, Versie: 01 Opdrachtgever Gemeente Rheden Postbus 9110 6994 ZJ

Nadere informatie

Bijlage Verantwoording externe veiligheid behorende bij het projectbesluit Koningin Regentesselaan te Roermond. Externe veiligheid

Bijlage Verantwoording externe veiligheid behorende bij het projectbesluit Koningin Regentesselaan te Roermond. Externe veiligheid Bijlage Verantwoording externe veiligheid behorende bij het projectbesluit Koningin Regentesselaan te Roermond 1. Inleiding Externe veiligheid In het kader van de stedelijke vernieuwing in de wijk Roermondse

Nadere informatie

Reimerswaal. Kwantitatieve risicoanalyse. Kwantitatieve risicoanalyse buisleidingen Gasunie t.b.v. bestemmingsplannen Kruiningen en Waarde 10-01-2012

Reimerswaal. Kwantitatieve risicoanalyse. Kwantitatieve risicoanalyse buisleidingen Gasunie t.b.v. bestemmingsplannen Kruiningen en Waarde 10-01-2012 Reimerswaal Kwantitatieve risicoanalyse Kwantitatieve risicoanalyse buisleidingen Gasunie t.b.v. bestemmingsplannen Kruiningen en Waarde identificatie planstatus projectnummer: datum: 0703.008776.00 0703.008772.00

Nadere informatie

Onderzoek externe veiligheid buisleidingen bestemmingsplan Morgenstond

Onderzoek externe veiligheid buisleidingen bestemmingsplan Morgenstond Onderzoek externe veiligheid buisleidingen bestemmingsplan Morgenstond Onderzoek externe veiligheid buisleidingen bestemmingsplan Morgenstond Onderzoek naar de externe veiligheid hoge druk aardgasleidingen

Nadere informatie

BELEIDSNOTA CONSUMENTENVUURWERK WORMERLAND

BELEIDSNOTA CONSUMENTENVUURWERK WORMERLAND BELEIDSNOTA CONSUMENTENVUURWERK WORMERLAND September 2011-1 - Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Doel 3 Verhouding met de APV en het Vuurwerkbesluit 4 Argumentatie 5 Beleidsregels 6 Vaststelling, citeertitel

Nadere informatie

Verantwoording groepsrisico gemeente Roosendaal Bestemmingsplan Landgoed Ottermeer

Verantwoording groepsrisico gemeente Roosendaal Bestemmingsplan Landgoed Ottermeer Verantwoording groepsrisico gemeente Roosendaal Bestemmingsplan Landgoed Ottermeer 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Deze verantwoording groepsrisico heeft betrekking op het bestemmingsplan Landgoed Ottermeer.

Nadere informatie

Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving. De volgende besluiten zijn relevant:

Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving. De volgende besluiten zijn relevant: Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Kootstertille Algemeen toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door:

Nadere informatie

Externe Veiligheid bestemmingsplan ABC Liendert

Externe Veiligheid bestemmingsplan ABC Liendert Externe Veiligheid bestemmingsplan ABC Liendert Opdrachtgever : Gemeente Amersfoort, de heer M. Middelbeek Adviseur : Servicebureau Gemeenten Auteur : de heer R. Polman Projectnummer : SB G/POLR/548767

Nadere informatie

Risicoanalyse vervoer gevaarlijke stoffen N388 Bestemmingsplan Kalkovens en vissershuisje Zoutkamp

Risicoanalyse vervoer gevaarlijke stoffen N388 Bestemmingsplan Kalkovens en vissershuisje Zoutkamp Risicoanalyse vervoer gevaarlijke stoffen N388 Bestemmingsplan Kalkovens en vissershuisje Zoutkamp Opdrachtgever: Mv. K. Bakema gemeente De Marne Opgesteld door: P.P. van Lennep Datum: 14 oktober 2011

Nadere informatie

Besluit van Provinciale Staten

Besluit van Provinciale Staten Besluit van Provinciale Staten Vergaderdatum Maart 2015 Nummer 6773 Onderwerp Beleidsregel groepsrisicoverantwoording in inpassingsplannen 1 Besluit Provinciale Staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel

Nadere informatie

Reimerswaal. grootschalige bedrijventerreinen. kwantitatieve risicoanalyse 0703.008581.00 20-01-2012. ing. B. van Vliet.

Reimerswaal. grootschalige bedrijventerreinen. kwantitatieve risicoanalyse 0703.008581.00 20-01-2012. ing. B. van Vliet. Reimerswaal grootschalige bedrijventerreinen kwantitatieve risicoanalyse identificatie planstatus projectnummer: datum: 0703.008581.00 20-01-2012 projectleider: opdrachtgever: ing. J.A. van Broekhoven

Nadere informatie

RUD Utrecht. Toetsing plaatsgebonden risico (PR) en verantwoording groepsrisico (GR) Bestemmingsplan Paardenveld de Kade

RUD Utrecht. Toetsing plaatsgebonden risico (PR) en verantwoording groepsrisico (GR) Bestemmingsplan Paardenveld de Kade RUD Utrecht Toetsing plaatsgebonden risico (PR) en verantwoording groepsrisico (GR) Bestemmingsplan Paardenveld de Kade Auteur : J. van Berkel Datum : 17 december 2014 RUD Utrecht Archimedeslaan 6 3584

Nadere informatie

Plattelandmuseum Roosendaalseweg 39 te Sint Willebrord Externe Veiligheid. Datum 27 juni 2012 Referentie 20121095-01 Uw referentie AM12173

Plattelandmuseum Roosendaalseweg 39 te Sint Willebrord Externe Veiligheid. Datum 27 juni 2012 Referentie 20121095-01 Uw referentie AM12173 Plattelandmuseum Roosendaalseweg 39 te Sint Willebrord Externe Veiligheid Datum 27 juni 2012 Referentie 20121095-01 Uw referentie AM12173 Referentie 20121095-01 Rapporttitel Plattelandmuseum Roosendaalseweg

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Wezep, van Pallandtlaan. Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu

Kwantitatieve Risicoanalyse Wezep, van Pallandtlaan. Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu Kwantitatieve Risicoanalyse Wezep, van Pallandtlaan Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu Samenvatting Aan de Zuiderzeestraatweg in Wezep, gemeente Oldebroek, ligt een voormalige bedrijfslocatie, met daarachter

Nadere informatie

Rapportnummer: 2012/Polyplus/01

Rapportnummer: 2012/Polyplus/01 UMEO milieuadvies Wilhelminastraat 98 7462 CJ Rijssen Project: QRA Polyplus, Assen Opdrachtgever: Gemeente Assen Rapportnummer: 2012/Polyplus/01 Status: definitief Auteur: ing. H. Hiltjesdam Telefoon:

Nadere informatie

Bijlage 3 Externe veiligheid

Bijlage 3 Externe veiligheid Bijlage 3 Externe veiligheid Buitengebied Oostflakkee 117 Notitie Aan : Van : ing. M.M.H.M. Braun Datum : 9 juli 2012 Kopie : Onze referentie : 9X0652C0/N00001/903870/Rott HASKONING NEDERLAND B.V. RUIMTE

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Schutlandenweg, Hoogeveen. Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu

Kwantitatieve Risicoanalyse Schutlandenweg, Hoogeveen. Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu Kwantitatieve Risicoanalyse Schutlandenweg, Hoogeveen Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu Samenvatting Initiatiefnemer is voornemens de voormalige kantoorlocatie van De Nederlandsche Bank aan de Schutlandenweg

Nadere informatie

GEMEENTE PURMEREND. Verantwoording groepsrisico. Hogedruk aardgastransportleidingen Wheermolen

GEMEENTE PURMEREND. Verantwoording groepsrisico. Hogedruk aardgastransportleidingen Wheermolen GEMEENTE PURMEREND Verantwoording groepsrisico Hogedruk aardgastransportleidingen Wheermolen Inhoudsopgave 1 Aanleiding...2 2 Relevante wetgeving...2 2.2 Plaatsgebonden risico (PR)...2 2.3 Groepsrisico

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Bestemmingsplan bedrijventerrein Noord en West. Door: Steunpunt Externe Veiligheid Drenthe

Kwantitatieve Risicoanalyse Bestemmingsplan bedrijventerrein Noord en West. Door: Steunpunt Externe Veiligheid Drenthe Kwantitatieve Risicoanalyse Bestemmingsplan bedrijventerrein Noord en West Door: Steunpunt Externe Veiligheid Drenthe Samenvatting Binnen het bestemmingsplan ligt één locatie niet buiten de 10-6 risicocontour.

Nadere informatie

BRANDWEER. Telefoon (050) 367 47 77 Fax (050) 367 46 66 Telefoon (050)367 47 35. Bijlage(n) Ons kenmerk HV 11.2792489. 12-09-2011 Uw kenmerk n.

BRANDWEER. Telefoon (050) 367 47 77 Fax (050) 367 46 66 Telefoon (050)367 47 35. Bijlage(n) Ons kenmerk HV 11.2792489. 12-09-2011 Uw kenmerk n. BRANDWEER Regio Groningen Afdeling Risicobeheersing B E Z O E K A D R E S Sontweg 10 Gemeente Oldambt Afdeling Ruimte en Economie Mevrouw J. De Kleine Postbus 175 9670 AD WINSCHOTEN W E B S I T E brandweer.groningen.nl

Nadere informatie

Quickscan externe veiligheid

Quickscan externe veiligheid Quickscan externe veiligheid Realisatie gemeentehuis Leudal aan de Walk te Heythuyzen, gemeente Leudal Gegevens opdrachtgever: Gemeente Leudal Postbus 250 6440 AG Brunssum Tel. 045-527 86 55 Contactpersoon:

Nadere informatie

Kwantitatieve risicoanalyse realisatie Kreekrijk te Krommenie

Kwantitatieve risicoanalyse realisatie Kreekrijk te Krommenie Kwantitatieve risicoanalyse realisatie Kreekrijk te Krommenie Externe Veiligheid QRA Hogedruktransportleidingen Gemeente Zaanstad Definitief In opdracht van: VBM Ontwikkeling Postbus 374 1800 AJ ALKMAAR

Nadere informatie

Kwantitatieve risicoanalyse hogedruk aardgasleidingen Enschede. Door: Gemeente Enschede

Kwantitatieve risicoanalyse hogedruk aardgasleidingen Enschede. Door: Gemeente Enschede Kwantitatieve risicoanalyse hogedruk aardgasleidingen Enschede Door: Gemeente Enschede Samenvatting Huidige situatie juni 2013 Pagina 2 van 36 Inhoud Samenvatting... 2 1 Inleiding... 4 2 Normstelling externe

Nadere informatie

Externe veiligheid transport over de A12 langs deelplan 26 Vlietzone

Externe veiligheid transport over de A12 langs deelplan 26 Vlietzone Externe veiligheid transport over de A12 langs deelplan 26 Vlietzone Externe Veiligheid Gemeente Den Haag Mei 2011 Externe veiligheid transport over de A12 langs deelplan 26 Vlietzone Externe Veiligheid

Nadere informatie

ADVIES. 1 Probleembeschrijving. 2 Actoren. 3 Oplossingsrichting

ADVIES. 1 Probleembeschrijving. 2 Actoren. 3 Oplossingsrichting ADVIES Aan : Carla Beekhuizen / gemeente Winterswijk Behandeld door : F. Th. Geurts / specialist Externe Veiligheid Datum : 28-06-2011 Ons kenmerk : 2011u000012 Onderwerp : Groepsrisicoberekening Dennendijk

Nadere informatie

KWANTITATIEVE RISICOANALYSE Besluit externe veiligheid buisleidingen

KWANTITATIEVE RISICOANALYSE Besluit externe veiligheid buisleidingen KWANTITATIEVE RISICOANALYSE Besluit externe veiligheid buisleidingen Heizenschedijk 1 te Moergestel Gemeente Oisterwijk Opdrachtgever: Contactpersoon: BRO de heer J. Miellet Documentnummer: 20130525, C02

Nadere informatie

Externe Veiligheid beheersverordening Prins Hendrikpark te Baarn

Externe Veiligheid beheersverordening Prins Hendrikpark te Baarn Externe Veiligheid beheersverordening Prins Hendrikpark te Baarn Opdrachtgever : Gemeente Baarn, mevrouw E. Nelissen Adviseur : Servicebureau Gemeenten Auteur : de heer R. Polman Projectnummer : SB G/POLR/541886

Nadere informatie

RUD Utrecht. Toetsing plaatsgebonden risico (PR) en verantwoording groepsrisico (GR) Bestemmingsplan Oog in Al

RUD Utrecht. Toetsing plaatsgebonden risico (PR) en verantwoording groepsrisico (GR) Bestemmingsplan Oog in Al RUD Utrecht Toetsing plaatsgebonden risico (PR) en verantwoording groepsrisico (GR) Bestemmingsplan Oog in Al Auteur : J. van Berkel Datum : 4 december 2014 RUD Utrecht Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht

Nadere informatie

Kwantitatieve risicoanalyses hogedrukaardgasleidingen Wassenaar

Kwantitatieve risicoanalyses hogedrukaardgasleidingen Wassenaar Kwantitatieve risicoanalyses hogedrukaardgasleidingen Wassenaar Rapport voor bestemmingsplannen Ammonslaantje-Maaldrift + Hofcamp door: G. Tweebeeke Bureau EV Haaglanden Juli 2012 Inhoud Samenvatting...

Nadere informatie

Nettorama te Sittard Quickscan externe veiligheid. Datum 7 december 2011 Referentie 20110246-02

Nettorama te Sittard Quickscan externe veiligheid. Datum 7 december 2011 Referentie 20110246-02 Nettorama te Sittard Quickscan externe veiligheid Datum 7 december 2011 Referentie 20110246-02 Referentie 20110246-02 Rapporttitel Nettorama te Sittard Quickscan externe veiligheid Datum 7 december 2011

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Thomashuis Parallelweg 58 De Krim. Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu

Kwantitatieve Risicoanalyse Thomashuis Parallelweg 58 De Krim. Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu Kwantitatieve Risicoanalyse Thomashuis Parallelweg 58 De Krim Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu Samenvatting Onderhavige kwantitatieve risicoanalyse is uitgevoerd ten behoeve van bestemmingsplan Buitengebied

Nadere informatie

Memo. Van : Leon Morauw. Aan : Team ontwikkeling, Martijn van der Made. Datum : 20 november 2013

Memo. Van : Leon Morauw. Aan : Team ontwikkeling, Martijn van der Made. Datum : 20 november 2013 Memo Van : Leon Morauw Aan : Team ontwikkeling, Martijn van der Made Datum : 20 november 2013 Onderwerp : Externe veiligheid Bestemmingsplan Hooipolderweg Route gevaarlijke stoffen rijksweg A4 en provinciale

Nadere informatie

QRA hogedruk aardgas buisleidingen

QRA hogedruk aardgas buisleidingen Auteur: N. den Haan Collegiale toets: L. Jansen Datum: 20-7-2011 QRA hogedruk aardgas buisleidingen Gemeente Woensdrecht t.b.v. bestemmingsplanwijziging Huijbergseweg 140 (theetuin) 2 Inhoudsopgave 1 Algemene

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse aargastransportleiding Stadslandgoed Barnewinkel

Kwantitatieve Risicoanalyse aargastransportleiding Stadslandgoed Barnewinkel Kwantitatieve Risicoanalyse aargastransportleiding Stadslandgoed Barnewinkel Projectbureau externe veiligheid regio Stedendriehoek Opgesteld door: Hansjurgen Heinen Gezien door: Liesbeth Spoelma Datum:

Nadere informatie

: RUD Utrecht. Externe Veiligheid bestemmingsplan Entreegebied De Wieken Zuid Amersfoort. : Gemeente Amersfoort, mevr. C. Heezen

: RUD Utrecht. Externe Veiligheid bestemmingsplan Entreegebied De Wieken Zuid Amersfoort. : Gemeente Amersfoort, mevr. C. Heezen RUD Utrecht Externe Veiligheid bestemmingsplan Entreegebied De Wieken Zuid Amersfoort Opdrachtgever : Gemeente Amersfoort, mevr. C. Heezen Adviseur : RUD Utrecht Auteur : de heer R. Polman Projectnummer

Nadere informatie

Dutch HealthTec Academy te Utrecht

Dutch HealthTec Academy te Utrecht Dutch HealthTec Academy te Utrecht Externe veiligheid Opdrachtgever : Kroon Group Kenmerk : R037339abA1.mhr Datum : 5 februari 2010 Auteur : mw. M.I. Huizer MSc dhr. ing. I.T.G.M. Martens Inhoudsopgave

Nadere informatie