MER - Aanmeldingsnotitie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MER - Aanmeldingsnotitie"

Transcriptie

1 MER - Aanmeldingsnotitie CRV BV Postbus AL ARNHEM Locatie: Brédyk BX WIRDUM Datum: 24 februari 2015

2 Inhoudsopgave 1. Algemene gegevens Naam en adres aanmelder Plaats van de inrichting Soort activiteit en beschrijving Motivering activiteit Alternatieven Vigerende vergunning Aantal dieren, geur en NH3 vigerende vergunning Aantal dieren, geur en NH3 nieuwe aanvraag Omgeving van de inrichting Kenmerken van de activiteit Werkwijze bedrijf Opslag en verbruik veevoeders Opslag en verbruik van brandbare stoffen Geïnstalleerd vermogen Water, gas - en elektraverbruik Afvalstoffen Mest Spoelwater Kadavers Overig bedrijfsafval Effecten op het milieu Overzicht Grond Bodem Bodemrisico analyse Opslag in put/bassin Los - en laadactiviteiten/verpompen Water Oppervlaktewater Waterverbruik Afvalwater Gevolgen voor plaatselijke flora en fauna Relevante natuurwetgeving Natuurbeschermingswet Natuurtoets: Beschrijving van de situatie Conclusie natuurtoets Geluid en verkeer Licht Verzuring: Wet Ammoniak en Veehouderij (WAV) / Besluit Huisvesting Dierwelzijn Energiezuinige maatregelen Geur Luchtkwaliteit Ruimtelijke Ordening DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 2

3 3.14. Landschappelijke kwaliteit Archeologie Karakteristiek Externe veiligheid Risico op ongevallen en abnormale bedrijfsomstandigheden Brand Ziekte Noodstroom Conclusie Bijlagen Bijlage 1: Topografische kaart ligging bedrijf Bijlage 2: Nabijgelegen Natura-2000 gebieden nabij projectlocatie Bijlage 3: Zeer kwetsbare gebieden Bijlage 4: Natuurtoets Bijlage 5: Aagrostacksberekening gewenste situatie Bijlage 6: Natuurbeschermingswet vergunning Bijlage 7: Tekening Wet Milieubeheer DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 3

4 1. Algemene gegevens 1.1. Naam en adres aanmelder Naam: CRV BV Adres: Postbus 454 Postcode/woonplaats: 6800 AL ARNHEM Het adres van de voorgenomen activiteit is Brédyk 32 in Wirdum. In bijlage 1 wordt een topografische kaart weergegeven waarop de ligging van het bedrijf is aangegeven. De planlocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Leeuwarden ten noordwesten van Wirdum. Kadastrale ligging; gemeente Wirdum, Sectie E, nummer 66, 67, 68, 76, Plaats van de inrichting Soort activiteit en beschrijving Deze MER aanmeldnotitie is opgesteld ten behoeve van de vestiging van het Dairy Breeding Center (DBC) van CRV bv te Arnhem aan de Brédyk 32 in Wirdum. CRV is een internationale rundveeverbeteringsorganisatie die genetisch materiaal ontwikkelt. CRV beschikt daartoe over één van de grootste fokprogramma s ter wereld en tevens is CRV de grootste stamboekorganisatie van rundvee in Nederland. Momenteel beschikt CRV over een stallencomplex met laboratorium en bijbehorende kantoren in Terwispel ten behoeve van embryo- en eicelwinning. Tevens exploiteert CRV in Harfsen een IVP-laboratorium ten behoeve van in vitro bevruchting en embryodistributie. CRV wil de activiteiten van de locatie s Terwispel en Harfsen concentreren op één locatie in het buitengebied van Leeuwarden. De faciliteiten te Terwispel en Harfsen worden afgebouwd. De projectlocatie is een geschikte locatie voor de vestiging van het CRV-DBC. Initiatiefnemer wil op de beschouwde locatie de bestaande bedrijfsonderdelen slopen en een aantal stallen realiseren waarin rundvee wordt gehuisvest. De nieuwbouw speelt in op de gestelde milieu- en dierenwelzijnseisen bij nieuwe agrarische stallen. Er wordt een hoofdgebouw met laboratorium, kantoren en overige personele ruimtes opgericht, twee stallen voor jongvee met een hoge genetische aanleg, een quarantainestal voor te ontvangen dieren, een quarantainestal voor af te voeren dieren en een werktuigenberging. Tevens is voorzien in de aanleg van ruwvoeropslagplaten danwel sleufsilo s en vaste mestopslagplaat. De positionering van de verschillende bedrijfsonderdelen op het erf evenals de ontsluiting van het erf is er op gericht om een optimale veterinaire gezondheidsstatus en bedrijfshygiëne (geen insleep van veeziekten) te bewerkstelligen. In de bestaande situatie is op de locatie Brédyk 32 een melkveehouderijbedrijf aanwezig met een vergunde veebezetting van 149 melkkoeien, 93 stuks jongvee en 2 fokstieren. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 4

5 De verdeling van de stallen in de gewenste situatie is als volgt: Ligboxenstal 188 jongvee Ligboxenstal 146 jongvee 32 overig rundvee Quarantainestal 54 jongvee Het verlenen van een omgevingsvergunning voor veehouderijen is MER-beoordelingsplichtig wanneer het gaat om de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren bij een inrichting met 340 of meer plaatsen voor jongvee. Omdat dit aantal de grens van de MER-beoordelingsplicht overschrijdt, dient het college een besluit te nemen of voor dit plan het opstellen van een volwaardig MER (rapport) noodzakelijk is. Onderhavig rapport dient als aanmeldnotitie. De activiteiten bestaan in de bestaande situatie uit: het houden van melkkoeien met bijbehorend jongvee; de opslag en koeling van de geproduceerde melk; aan- en afvoer van vee; opslag van kuilvoer, hooi en veevoeders; opslag van mest en kunstmest; opslag van ontsmettingsmiddelen en bestrijdingsmiddelen; opslag van dieselolie voor eigen gebruik; De activiteiten bestaan in de nieuwe situatie uit: het houden van jongvee en overig rundvee; aan- en afvoer van vee; opslag van kuilvoer, hooi en veevoeders; opslag van mest en kunstmest; opslag van ontsmettingsmiddelen en bestrijdingsmiddelen; opslag van dieselolie voor eigen gebruik; onderzoek; aan- en afvoer van genetisch materiaal (embryo s en eicellen); laboratoriumwerkzaamheden. Plan is om de start van de bouw van de stallen winter 2015 / voorjaar 2016 uit te voeren. Dit is afhankelijk van de snelheid van afhandeling van de verschillende vergunningprocedures. Met de bouw van de stallen is een periode van circa een half jaar gemoeid. Vanaf het gereedkomen van de stallen is het bedrijf voor onbepaalde duur volledig in productie. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 5

6 Motivering activiteit De betreffende nieuwbouw en uitbreiding zijn gewenst om een aantal redenen. CRV BV wil haar activiteiten rondom het Dairy Breeding Center zoveel mogelijk centraliseren op één locatie. De huidige locatie is een geschikte locatie voor realisatie van de vereiste accommodaties van het Dairy Breeding Center. Er wordt een hoofdgebouw met laboratorium, kantoren en overige personele ruimtes opgericht, twee stallen voor jongvee met een hoge genetische aanleg, een quarantainestal voor te ontvangen dieren, twee quarantainestallen voor af te voeren dieren en een werktuigenberging. Bredyk 32 is gunstig gelegen als het gaat om de aspecten bereikbaarheid, representatieve zichtlocatie en beschikbare hoeveelheid landbouwgrond. Ook de nabije ligging van de Dairy Campus is gunstig vanwege onderlinge samenwerking die op dit moment al aan de orde is en op termijn wellicht nog uitgebouwd wordt. Tevens kan op deze locatie optimaal voldaan worden aan veterinaire randvoorwaarden voor een dergelijk bedrijf Alternatieven De effecten op het milieu zijn beperkt. Het bedrijf is gelegen in een agrarisch gebied en daarom geschikt voor dit soort activiteiten. Er is bekeken of er redelijke alternatieven zijn op andere bedrijfslocaties. De keuze voor de gekozen inrichting van het erf komt voort uit de veterinaire en hygiëne eisen rondom het Dairy Breeding Center. Er is gezocht naar een goed bereikbare en representatieve locatie, in een omgeving zonder intensieve veehouderijen. De locatie Brédyk 32 is een toplocatie wat betreft de bereikbaarheid. In de directe omgeving zijn tevens geen intensieve veehouderijen gelegen. Op de locatie Brédyk 32 zijn varianten uitgewerkt met een positie ver achter de huidige locatie vlak bij de Swette. Vanuit de Structuurvisie was dit niet gewenst en ten aanzien van bereikbaarheid geen verbetering. Een andere variant was direct achter de huidige bedrijfslocatie. Vanuit welstand en landschappelijke inpassing van het geheel (een oude en nieuwe locatie) waren er grote bezwaren. Het beleid is er op gericht dat bedrijvigheid gericht moet zijn op de Bredyk en niet op de Haak. Achter bedrijvigheid die gericht is op de Bredyk moet een open gebied overblijven richting de Swette. Het betreft hier een goede zichtlocatie die veterinair voldoet qua afstand tot omliggende veebedrijven en mogelijk weidend vee van derden. Naast Bredyk 32 is Boksumerdyk 5 in Goutum beoordeeld. De locatie aan de Boksumerdyk 5 was geen geschikte optie om meerdere redenen: slechte aanrijroute voor personeel en aan en afvoer van producten, geen zichtlocatie, matige beschikbaarheid grond ten behoeve van ruwvoederwinning en onzekerheid over bestemming van het omliggend gebied op langere termijn. Op termijn zijn er op de locatie aan de Brédyk 32 meer ontwikkelmogelijkheden Vigerende vergunning Aantal dieren, geur en NH3 vigerende vergunning De locatie aan de Brédyk 32 in Wirdum beschikt over een vergunning voor het houden van 149 stuks melkkoeien, 93 stuks jongvee en 2 fokstieren. Conform de vigerende milieuvergunning d.d. 4 februari 2008 mogen de volgende dieraantallen worden gehouden (zie tabel blz. 8). DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 6

7 Aantal dieren, geur en NH3 nieuwe aanvraag In de tabel op bladzijde 9 is het nieuw te houden aantal dieren weergegeven. De gewenste omvang van het bedrijf is 388 stuks jongvee en 32 overig rundvee. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 7

8 Overzicht aantal dieren vergunde situatie Overzicht aantal dieren en emissie van ammoniak en geur Naam CRV BV Locatie idem Adres Postbus 454 Adres Bredyk 32 Rekentabel Versie RAV 2014-tabel-V2 PC+Woonplaats 6800 AL ARNHEM PC + plaats 9088 BX WIRDUM klantnr. / projectnr. Stal nummer Aantal dieren 0 Geldend op vergund 2008 FIJNSTOF MDV EP A-Z RAV RAV nummer Emissie punt Diercategorie Omschrijving stalsysteem A is ammoniak G is Geur en P is fijnstofreductie GL en BWL nummers Voldoet aan besluit huisvesting RGV Stc mrt 2014 PM10 NH3- norm Ammoniak OU-norm emissie totaal Odour Units totaal Maximale NH3 emissie besluit huisvesting Totale maximale emissie 149 A Melkkoeien > 2jr Overig beweiden 9,5 100 / ,50 9, , ,013 0, ,58 93 A3 Jongvee Vrouwelijk jongvee < 2 jaar 3,9 100 / ,70 3, ,7 38 0,004 0, ,53 2 A7 Fokstier Fokstieren + overig>2jr 9,5 100 / 50 19,00 9,500 19, ,019 0, ,34 Check interne saldering Totaal: 1797,20 0,0 1797,2 kg NH3 Odour Units kg Nh3 Gram /dier /jaar Gram /dier /uur Totaal gram / sec Totaal kg /jaar 0, ,46 Fijnstof gram/uur kg/jaar Maximale emissie: 1797,20 Kg NH3 Werkelijke emissie: 1797,20 Kg NH3 De werkelijke emissie is lager dan of gelijk aan de maximale emissie. Voldoet. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 8

9 Overzicht aantal dieren gewenste situatie Overzicht aantal dieren en emissie van ammoniak en geur Naam CRV BV Locatie idem Rekentabel Versie RAV 2014-tabel-V2 Adres Postbus 454 Adres Bredyk 32 PC+Woonplaats 6800 AL ARNHEM PC + plaats 9088 BX WIRDUM klantnr. / projectnr. Stal nummer Aantal dieren 0 Geldend op Aanvraag FIJNSTOF MDV EP A-Z RAV RAV nummer Emissie punt Diercategorie Omschrijving stalsysteem A is ammoniak G is Geur en P is fijnstofreductie GL en BWL nummers Voldoet aan besluit huisvesting RGV Stc mrt 2014 PM10 NH3- norm Ammoniak OU-norm emissie totaal Odour Units totaal Maximale Totale NH3 emissie maximale besluit emissie huisvesting A3 Jongvee Vrouwelijk jongvee < 2 jaar 3,9 100 / ,20 3, ,2 38 0,004 0, , A3 Jongvee Vrouwelijk jongvee < 2 jaar 3,9 100 / ,40 3, ,4 38 0,004 0, , A3 Jongvee Vrouwelijk jongvee < 2 jaar 3,9 100 / ,60 3, ,6 38 0,004 0, , A7 Overig rundvee Fokstieren + overig>2jr 9,5 100 / ,00 9, , ,019 0, ,44 Totaal: 1817,20 0,0 1817,2 Gram /dier /jaar Gram /dier /uur Totaal gram / sec Totaal kg /jaar 0, ,18 kg NH3 Odour Units kg Nh3 Fijnstof gram/uur kg/jaar Check interne saldering Maximale emissie: Werkelijke emissie: 1817,20 Kg NH3 1817,20 Kg NH3 De werkelijke emissie is lager dan of gelijk aan de maximale emissie. Voldoet. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 9

10 1.4. Omgeving van de inrichting Stiltegebied: Natura 2000: Stiltegebieden zijn er niet in de directe omgeving van de inrichting. Het bedrijf is gelegen op circa 8,5 km afstand van Natura-2000 gebied de Groote Wielen (bijlage 2). Het bedrijf is gelegen op circa 7,2 km afstand van Natura-2000 gebied Alde Feanen (bijlage 2). Zeer kwetsbaar gebied ingevolge de Wet Ammoniak en Veehouderij: Bestemmingsplan: Bebouwing in de omgeving: Het dichtstbij gelegen gebied ligt op een afstand van meter van de inrichting (bijlage 3). De inrichting is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan Leeuwarden Buitengebied (gemeente Leeuwarden). Op grond hiervan geldt voor de inrichting de bestemming Agrarisch. De geplande ontwikkelingen overschrijden (deels) het agrarisch bouwperceel. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet er van het ter plaatse geldende bestemmingsplan worden afgeweken. Er wordt aanvullend op de activiteiten Bouw en Milieu een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit Handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening, waarbij een goede ruimtelijke onderbouwing wordt geleverd. Agrarisch gebied. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV

11 2. Kenmerken van de activiteit 2.1. Werkwijze bedrijf CRV is een internationale rundveeverbeteringsorganisatie die genetisch materiaal ontwikkelt. CRV beschikt daartoe over één van de grootste fokprogramma s ter wereld en tevens is CRV de grootste stamboekorganisatie van rundvee in Nederland. Momenteel beschikt CRV over een stallencomplex met laboratorium en bijbehorende kantoren in Terwispel ten behoeve van embryowinning. Tevens exploiteert CRV in Harfsen een IVP-laboratorium ten behoeve van in vitro bevruchting en embryodistributie. CRV wil de activiteiten van de locaties Terwispel en Harfsen concentreren op één locatie in het buitengebied van Leeuwarden. De faciliteiten in Terwispel en Harfsen worden afgebouwd. De projectlocatie is een geschikte locatie voor de vestiging van het CRV-DBC. Er wordt een hoofdgebouw met laboratorium, kantoren en overige personele ruimtes opgericht, twee stallen voor jongvee met een hoge genetische aanleg, een quarantainestal voor te ontvangen dieren, twee quarantainestallen voor af te voeren dieren en een werktuigenberging. Tevens is voorzien in de aanleg van ruwvoeropslagplaten danwel sleufsilo s en vaste mestopslagplaat. De positionering van de verschillende bedrijfsonderdelen op het erf evenals de ontsluiting van het erf is er op gericht om een optimale veterinaire gezondheidsstatus en bedrijfshygiëne (geen insleep van veeziekten) te bewerkstelligen. In de nieuwe situatie wordt de bedrijfsomvang 388 jongvee en 32 stuks overig rundvee. Op het bedrijf worden jonge kalveren en pinken aangevoerd met een kwalitatief hoge foktechnische aanleg. Deze dieren worden opgevangen in één van de drie afdelingen van de quarantainestal waar ze max. 8 weken verblijven zodat zeker is dat met deze dieren geen ongewenste dierziektes op het bedrijf binnen gehaald worden. De dieren worden vervolgens verplaatst naar stal 1 waar ze verder opgefokt worden tot geslachtsrijpe leeftijd. Al naar gelang de leeftijd schuiven de groepen dieren door naar stal 2. Op geslachtsrijpe leeftijd wordt er gestart met eicel- en/of embryowinninig. Voor de embryowinning worden de dieren geïnsemineerd met sperma van geselecteerde topstieren. Vervolgens wordt wekelijks een aantal drachtige dieren via de wachtruimte naar de spoel-/behandelruimte gebracht. In deze ruimte worden embryo s uit de dieren gehaald en overgedragen aan het laboratorium waar ze bewaar- en transportklaar gemaakt worden in verschillende fasen, met toepassing van broedstoven en (in-)vriesmachines. Naast de embryowinning (ET= embryo transplantatie) vindt ook eicelwinning plaats (OPU = ovum pick up). Deze eicellen worden in het laboratorium In Vitro bevrucht waarna de embryo s weer bewaar- en transportklaar gemaakt worden. Op een bepaalde leeftijd worden de dieren drachtig gemaakt. De verse embryo s worden afgehaald door koeriers om ingebracht te worden bij draagkoeien bij verschillende geselecteerde melkveebedrijven. De ingevroren embryo s worden via het Embryo Distributie Centrum naar deze bedrijven gebracht. De beste vrouwelijke kalveren met de gewenste genetische aanleg kunnen vervolgens weer terecht komen in het Dairy Breeding Center te Wirdum zoals boven geschetst. De mannelijke kalveren met de gewenste genetische aanleg kunnen naar de KI-stations gebracht worden. Door deze werkwijze is het mogelijk om in relatief korte tijd de genetische kwaliteit van de veestapel van CRV te verbeteren. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 11

12 Op het bedrijf heerst een streng hygiëneregiem ten aanzien van aan- en afvoer van dieren, materiaal (voer en overig) en mensen om de vereiste hoge veterinaire status van het Dairy Breeding Center te kunnen handhaven. Als door insleep van bepaalde dierziektes deze veterinaire status aangetast wordt dan heeft dat desastreuze gevolgen voor het fokprogramma van CRV niet alleen foktechnisch maar ook financieel. Ook binnen het bedrijf (in en tussen de stallen) heerst daarom een streng hygiëne protocol waarbij onderlinge contacten tussen diergroepen en stallen tot het uiterste worden beperkt. Dieren die niet meer ingezet hoeven te worden voor het fokprogramma komen terecht in één van de twee uitgaande quarantainestallen. Na enkele weken worden de dieren vanuit deze uitgaande quarantainestallen naar verschillende melkveebedrijven vervoerd om ingezet te worden als melkkoe. Een deel van de dieren zal onder andere terecht komen op de nabij gelegen Dairy Campus te Leeuwarden Opslag en verbruik veevoeders De veevoeders vormen de belangrijkste grondstof. Het voer bestaat uit ruwvoer (kuilvoer) en mengvoer (krachtvoer) aangevuld met een deel bijprodukten. Het ruwvoer bestaat hoofdzakelijk uit gras en hooi. Het kuilvoer wordt opgeslagen in de vorm van geplastificeerde ronde of rechthoekige balen op een ruwvoeropslagplaat of wordt opgeslagen in een aantal sleufsilo s voor gras met een gezamenlijke capaciteit van ongeveer m³. In de m³ bedraagt de hoeveelheid droge stof circa 350 ton. Naast de opslag van kuil is er sprake van opslag van bijprodukten in de vorm van bierbostel welke wordt opgeslagen in een folieslurf op genoemde opslagplaat. Het hooi wordt opgeslagen in de loods met werktuigenberging (gebouw 4). Het mengvoer wordt opgeslagen in 4 bovengrondse polyester silo s. Voor de opslag hiervan zijn polyester silo s beschikbaar met een totale capaciteit van 24 ton. Voerverbruik: Jaarlijks wordt ongeveer 300 ton hooi, 260 ton stro, 260 ton bierborstel, 1500 kg melkpoeder, 130 ton mengvoeder en 1500 ton ruwvoer (gras) gebruikt Opslag en verbruik van brandbare stoffen Er vindt opslag plaats van dieselolie en smeerolie Geïnstalleerd vermogen Het geïnstalleerd vermogen is weergegeven op de bijbehorende tekening Water, gas - en elektraverbruik Het waterverbruik van het Dairy Breeding Center zal naar schatting m³ water per jaar zijn. Het elektraverbruik in de nieuwe situatie bedraagt circa kwh. Het gasverbruik is circa m³ per jaar. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 12

13 2.3. Afvalstoffen Mest Er is een opslag voor vaste mest van circa 600 m 3. De opslag van drijfmest vindt plaats in de kelders onder de gebouwen en onder de vaste mestopslag. De totale opslagcapaciteit is m³. De productie van mest is voor het overig rundvee circa 800 m³ per jaar (25 m³ per dier). De productie van mest is voor het jongvee circa m³ per jaar (11 m³ per dier). Er is voldoende opslagcapaciteit. Op grond van het mestbeleid dient er vanaf 2012 een verplichte opslagcapaciteit van 7 maand aanwezig te zijn. Het bedrijf zal hier aan voldoen. Mestafzet vindt plaats op eigen landbouwgrond Spoelwater Ter plaatse van de inrichting is een riolering aanwezig. Het spoelwater dat vrijkomt bij het schoonmaken van de stallen en laboratorium wordt geloosd op de mestkelder onder de voergangen van de stallen Kadavers Een gespecialiseerd rundveebedrijf zoals CRV DBC heeft nauwelijks te maken met kadavers op het bedrijf. Ten aanzien van de dieren is er sprake van incidentele sterfte van slechts enkele dieren per jaar (ca dieren). De kadavers worden in voorkomende gevallen opgehaald door een gespecialiseerd bedrijf (Rendac of Gezondheidsdienst voor dieren) volgens de daarvoor geldende regelgeving Overig bedrijfsafval Het overige bedrijfsafval wordt verzameld en jaarlijks afgevoerd via een erkend bedrijf. Dit bedrijfsafval, circa kg per jaar, bestaat voornamelijk uit landbouwplastic en het afval wat voortkomt uit onderzoeksdoeleinden veelal in de vorm van verpakkingsmateriaal van steriel laboratoriummateriaal. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 13

14 3. Effecten op het milieu 3.1. Overzicht Aspect Bestaand Nieuw Aantal melkkoeien 149 Aantal overig rundvee 32 Aantal stuks jongvee Aantal fokstieren 2 Ammoniakemissie 1797,2 NH 3 per jaar 1817,2 kg NH 3 per jaar Geureenheden n.v.t. n.v.t. * * Voor melkkoeien en jongvee zijn geen geuremissiefactoren vastgesteld maar geldt een vaste afstand Grond De grond bestaat uit zware klei. Bij het realiseren van de kelder voor de nieuwe stallen komt er klei vrij. Het overblijvende klei wordt gebruikt voor het ophogen van het terrein en het aanleggen van de ruwvoeropslagen en vaste mestopslag. Er vindt geen afvoer plaats Bodem Bodemrisico analyse Met de Nederlandse richtlijn bodembescherming (NRB) kan beoordeeld worden welke combinatie van maatregelen en voorzieningen tot een verwaarloosbaar bodemrisico leidt. Dat betekent dat de kans op belasting van de bodem door in de inrichting gebruikte stoffen in principe nihil is. Het hart van de NRB is de bodemrisico - checklist (BRCL). Daarmee kan van elke bedrijfsactiviteit bepaald worden wat het bodemrisico is. Het bodemrisico kan herleidt worden uit de emissiescore; bij een score van 1 geldt het risico als verwaarloosbaar (A). Lukt het niet een verwaarloosbaar bodemrisico te realiseren, dan kan in sommige gevallen een aanvaardbaar bodemrisico (A*) geaccepteerd worden. Bij een aanvaardbaar bodemrisico staat het bevoegde gezag een mogelijke belasting van de bodem toe, onder de voorwaarde dat deze belasting gesignaleerd en weer opgeruimd wordt. Opbouw van de BRCL Door middel van de BRCL wordt aan elke bedrijfsmatige activiteit afzonderlijk een basisemissiescore toegekend. Bodembeschermende maatregelen en voorzieningen leiden tot een reductie van de basis-emissiescore. De aard en hoeveelheid van de betrokken stoffen is van ondergeschikt belang bij het beoordelen van het bodemrisico. Alleen als onomstotelijk kan worden aangetoond dat vrijkomende stoffen niet in de bodem zullen indringen of dat de hoeveelheid of samenstelling geen merkbare verandering van de bodemkwaliteit kan veroorzaken is het bodemrisico op voorhand verwaarloosbaar. Maatregelen (software) en voorzieningen (hardware) moeten op elkaar zijn afgestemd om daadwerkelijk een score reductie te geven. Minder effectieve voorzieningen vergen zwaardere beheermaatregelen en omgekeerd. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 14

15 In de BRCL wordt per activiteit de effectiviteit van gangbare pakketten bodembeschermende maatregelen en voorzieningen beschouwd. Bij de beschrijving van de pakketten worden systeemontwerp, opvangvoorzieningen en bijbehorende beheermaatregelen onderscheiden. Daar waar zinvol wordt verwezen op de samenhang van een activiteit met andere activiteiten. Onder beheermaatregelen is ook incidentenmanagement opgenomen, waarmee acties zijn bedoeld gericht op het schoonhouden van apparatuur en werkvloer (algemene zorg) en/of de noodzakelijke aanwezigheid van opruimfaciliteiten en getraind personeel (faciliteiten en personeel) om in geval van incidenten doelmatig te kunnen ingrijpen. Onderverdeling bedrijfsmatige activiteiten met bodemrisico: Nr. Omschrijving Komt op bedrijf wel of niet voor 1 Opslag bulkvloeistoffen 1.1 Opslag in ondergrondse of ingeterpte tank Niet 1.2 Opslag in bovengrondse tank, verticaal met bodemplaat Niet 1.3 Opslag in bovengrondse tank, vrij van de grond opgesteld (horizontaal/verticaal) 1.4 Opslag in putten en bassins Wel 2 Overslag en intern transport bulkvloeistoffen 2.1 Los- en laadactiviteiten Wel 2.2 Leidingtransport Wel 2.3 Verpompen Wel 2.4 Transport op bedrijfsterrein in open vaten e.d. Niet 3 Opslag en verlading stort- en stukgoed 3.1 Opslag stortgoed Wel 3.2 Verlading stortgoed Niet 3.3 Opslag en verlading vaste stoffen (inclusief visceuze vloeistoffen) in emballage (drums, containers etc.) Niet 3.4 Opslag en verlading vloeistoffen in emballage (drums, containers etc.) Wel 4 Procesactiviteiten/-bewerkingen 4.1 Gesloten proces of bewerking Wel 4.2 (Half-)open proces of bewerking Wel 5 Overige activiteiten 5.1 Afvoer afvalwater in bedrijfsriolering Niet 5.2 Calamiteitenopvang Wel 5.3 Activiteiten in werkplaats Niet 5.4 Afvalwaterzuivering Niet Wel Algemene maatregelen Het personeel krijgt instructie over hoe te handelen bij vullen van tanks, laden en lossen van producten en omgang met de technische installaties en de mestkelder. Verder krijgt het personeel instructie over hoe te handelen bij incidenten, lekkages etc. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 15

16 Opslag in put/bassin Het betreft hier kelders voor opslag van mest. Deze zijn uitgevoerd volgens de HBRM (Hand-leiding bouwtechnische richtlijnen mestopslag) en zijn hiermee vloeistofdicht. De eindemissiescore wordt hiermee Los - en laadactiviteiten/verpompen Het betreft hier laden/lossen van mest. De los - en laadplaatsen zijn voorzien van vloeistofkerende vloeren en opvangvoorzieningen. Ter voorkoming van incidenten zijn er duidelijke vulinstructies en zijn er voorzieningen en maatregelen, die overvullen tegen gaan en wegrijden met aangekoppelde slangen onmogelijk maken. Voorts zijn de vulslangen zo gepositioneerd, dat een vulslang niet buiten de opvangvoorziening kan komen. De emissiescore komt hiermee op Water Oppervlaktewater Het hemelwater wordt geloosd op het oppervlakte water. De toename van verhard oppervlak wordt gecompenseerd door de aanleg van nieuw oppervlaktewater. Voor deze toename dient een compensatie van 10 procent gedaan te worden in de vorm van extra waterberging. Er is contact opgenomen met het Wetterskip Fryslan om een wateradvies uit te brengen. Het niet verontreinigd hemelwater wordt afgevoerd middels de hemelwaterafvoeren naar nabijgelegen oppervlaktewater. Hiervoor wordt een nieuwe bergingsvoorziening gerealiseerd. Op de locatie worden voorzieningen aangelegd om te waarborgen dat het te lozen hemelwater schoon en vrij is van bedrijfsafvalwater en voerresten. Het water dat vrijkomt bij het schoonmaken van de stallen, wordt geloosd op de mestkelder. Het reinigen van werktuigen vindt plaats op de daarvoor bestemde spoelplaats/spuitplaats. De spoelplaats wordt op het vuile erfgedeelte te gerealiseerd. Daardoor blijft het schone erfgedeelte vrij van vervuiling. Om het erf zo schoon mogelijk te houden wordt de spoelplaats op afschot gelegd en voorzien van een opvangput voor het reinigingswater. Deze wordt met de mestkelder onder de vaste mestopslag verbonden en met een bepaalde frequentie leeggepompt waarbij het reinigingswater over de bodem wordt verspreid. In de periodes dat de spoelplaats buiten gebruik is wordt de opvangput met een deksel afgesloten Waterverbruik Op het bedrijf wordt gebruik gemaakt van leidingwater Afvalwater In het onderhavige plan wordt bedrijfsmatig afvalwater niet geloosd op oppervlaktewater maar opgeslagen in de mestkelder. Ook overige vervuild regenwater van bijvoorbeeld de vaste mestopslag wordt via een gescheiden afvoerstelsel afgevoerd naar de mestopslagkelder onder de vaste mestopslag. Het niet verontreinigde afvalwater van het laboratorium wordt geloosd op de DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 16

17 riolering. Er vindt geen lozing plaats naar het oppervlaktewater. Vanuit het bedrijf zal er geen negatief effect te verwachten zijn op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Het bedrijfsafvalwater dat ontstaat bij het schoonmaken van de stallen en overige ruimten wordt geloosd in de kelders onder de stallen. Het reinigingswater van de behandelruimte en het spelwater van de spoel- en wachtruimte wordt geloosd in de kelder onder de voergang van de stallen Gevolgen voor plaatselijke flora en fauna Relevante natuurwetgeving De relevante natuurwet- en regelgeving in Nederland bestaat uit de Habitat- en vogelrichtlijn, de Natuurbeschermingswet en de Flora- en Faunawet Natuurbeschermingswet De Natuurbeschermingswet 1998 biedt de juridische basis voor het Natuurbeleidsplan, de aanwijzing van te beschermen gebieden en landschapsgezichten, vergunningverlening, schadevergoeding, toezicht en beroep. Internationale verplichtingen uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, maar ook verdragen als bijvoorbeeld het Verdrag van Ramsar (Wetlands) zijn hiermee in nationale regelgeving verankerd. De Natuurbeschermingswet 1998 kent drie typen gebieden: Natura 2000-gebieden. Beschermde natuurmonumenten. Gebieden die de Minister van LNV aanwijst ter uitvoering van verdragen of andere internationale verplichtingen (met uitzondering van verplichtingen op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), zoals Wetlands. Oorspronkelijk waren alleen de laatste twee typen in de wet verankerd. Met de wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998, die op 1 oktober 2005 in werking is getreden, zijn daar het type Natura 2000-gebieden aan toegevoegd. Op 1 februari 2009 is een wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 in werking getreden. Met deze wijziging vallen nu ook de Habitatgebieden onder de Natuurbeschermingswet. De toetsing hoeft dus niet meer plaats te vinden in een Wm-vergunning. De provincie is het bevoegd gezag voor de Natuurbeschermingswetvergunning. De wijziging van de veestapel zorgt voor een gelijke ammoniakdepositie op de beoogde Natura 2000 gebieden ten opzichte van de datum van aanwijzing als zijnde vogel- en habitatrichtlijngebied. Er is een Natuurbeschermingswetvergunning verleend door de provincie Friesland. De Natuurbeschermingswet vergunning is opgenomen in bijlage 6. De voorgenomen vestigingsplaats ligt op de volgende afstanden vanaf Natura-2000 gebieden: Het bedrijf is gelegen op circa 8,5 km afstand van Natura-2000 gebied de Groote Wielen (bijlage 2). Het bedrijf is gelegen op circa 7,2 km afstand van Natura-2000 gebied Alde Feanen (bijlage 2). DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 17

18 Met behulp van het rekenprogramma AAgro-Stacks is de ammoniakdepositie op de bovengenoemde gebieden berekend. De ammoniakemissie van het bedrijf bedraagt 1817,2 kg/jr. Friesland Natura 2000 gebied De Groote Wielen wordt door de provincie Fryslân aangemerkt als één van de gebieden zonder stikstof gevoelige vegetatie. Voor dit gebied is dan ook geen vergunning benodigd vanwege toenemende depositie van stikstof door de uitbreiding van een veehouderij. Andere effecten zijn op een afstand van 8,5 kilometer niet te verwachten. De ammoniakdepositie op de rand van Alde Feanen bedraagt 0,22 mol/h/jr. Voor dit gebied geldt een kritische depositiewaarde van 700 mol/h/jr. Er is een natuurbeschermingswetvergunning aangevraagd bij de provincie Fryslân. De verspeiding van Natura 2000-habitattypen in het Natura 2000-gebied Alde Feanen (bron: Plantinga et al. in prep.). Flora- en Faunawet De FF-wet regelt de bescherming van planten en dieren in Nederland. Belangrijk daarbij zijn de volgende verbodsbepalingen: Het is verboden: Planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen (Artikel 8 Flora en Faunawet). Dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 18

19 vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen (Artikel 9 Flora en Faunawet). Dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten (Artikel 10 Flora en Faunawet). Nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren (Artikel 11 Flora en Faunawet). Eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen (Artikel 12 Flora en Faunawet). Onderzocht is of de voorgenomen activiteiten kan leiden tot een overtreding van de bovengenoemde verboden Natuurtoets: Beschrijving van de situatie Het perceel waarop de beoogde nieuwbouw wordt uitgevoerd is momenteel in gebruik als weiland en agrarische bedrijfsdoeleinden. Deze en de omliggende gronden worden daarnaast tevens voor akkerbouwdoeleinden gebruikt. Gezien het intensieve gebruik van akkerbouwgronden (bemesten, ploegen, zaaien, onkruidbestrijding en oogsten) is het niet aannemelijk dat beschermde soorten (vaatplanten) zich permanent op de locatie gevestigd hebben of nog zullen vestigen. De instandhouding van de aanwezige of te verwachten soorten zal niet worden aangetast als gevolg van de voorgenomen activiteit. Het aanvragen van een ontheffing op grond van artikel 75 van de Wet is derhalve niet noodzakelijk. Immers na de bouw zal herstel en uitbreiding van de erfbeplanting plaatsvinden. Door de erfbeplanting wordt het gebied zeker niet onaantrekkelijker voor vogels en andere kleine diersoorten. Daarnaast zorgt de beplanting ervoor dat de gebouwen geen extra verstorende invloed hebben op het omringende landschap. Door Aquator is een natuurtoets uitgevoerd. Het rapport is als bijlage toegevoegd Conclusie natuurtoets In relatie tot deze Flora- en Faunawet kan over de bouwlocatie het volgende worden opgemerkt. De locatie ligt in een agrarisch gebied. Door de beplanting wordt het gebied zeker niet onaantrekkelijker voor vogels en andere kleine diersoorten. Daarnaast zorgt de beplanting ervoor dat de gebouwen geen extra verstorende invloed hebben op het omringende landschap. De grond op de projectlocatie bestaat voornamelijk uit bedrijfsgebouwen en grasland en is regelmatig in beroering. Hiermee is het aannemelijk dat zich binnen het projectgebied geen beschermde soorten planten bevinden. Hiermee kan worden aangenomen dat met de voorgenomen ontwikkeling geen bedreigde soorten planten worden aangetast. Om te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk schadelijk is voor (leefgebieden van) in het projectgebied en in de omgeving mogelijk aanwezige soorten flora en fauna is een ecologisch onderzoek door Aquator uitgevoerd. Hieronder worden de bevindingen weergegeven. Vogels In het plangebied en de directe omgeving komen zeer waarschijnlijk een aantal soorten vogels voor. In de sloot aan de zuidzijde zijn, tijdens het veldbezoek wilde eenden en een waterhoentje gezien. Het plangebied biedt broedgelegenheid aan algemene vogelsoorten als merel, koolmees, winterkoning, etc. De omgeving van het plangebied biedt mogelijk eveneens broedgelegenheid aan DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 19

20 weidevogels. Er zijn geen nesten van roofvogels of uilen aangetroffen in de bomen die verwijderd worden. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens zijn 10 soorten vleermuizen waargenomen binnen een afstand van 10 km van het plangebied: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, baardvleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, tweekleurige vleermuis en franjestaart. Alle inheemse soorten vleermuizen zijn opgenomen in tabel III van de Flora- en Faunawet. Ze zijn allemaal zwaar beschermd. Als verblijfplaats maken diverse soorten vleermuizen gebruik van gebouwen en bomen. Er worden ten behoeve van de plannen gebouwen gesloopt en bomen gekapt. De te slopen gebouwen betreffen een kop/hals/romp boerderij, een koetshuis/schuur en 2 stallen. De stallen hebben een golfplaten dak en de muren zijn van houten planken. De stallen hebben veel openingen en zijn erg tochtig. Het is niet aannemelijk dat er zich in deze gebouwen vleermuizen bevinden.voor de kop/hals/romp boerderij en het koetshuis/schuur is het echter niet uit te sluiten dat er zich in de gebouwen verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden. De gebouwen hebben dakpannen en stenen muren. Er zijn in de gebouwen openingen (kieren en gaten) aanwezig. Er zijn tijdens het veldbezoek geen holen aangetroffen in de bomen die gekapt gaan worden. De connectiviteit met het landschap staat voor de mate waarin een individu gebruik maakt van de bestaande lijnen en structuren om te pendelen tussen verblijfplaats en foerageergebied. Voor diverse soorten geldt dat deze connectiviteit hoog is. Indien structuren in het landschap verdwijnen heeft dit mogelijk een negatieve invloed op soorten met een hoge connectiviteit. Als gevolg van de plannen gaat de bomenrij aan de noordzijde (en een deel aan de westzijde) van het bedrijf verloren. Dit zal echter geen negatieve effecten hebben voor de connectiviteit aangezien de bomenrij niet in verbinding staat met andere lijnvormige structuren, maar eindigt in het weiland. In de nieuwe situatie komt een nieuwe bomenrij aan de noordzijde van het bedrijf. Deze ligt ten opzichte van de huidige situatie iets meer naar de noordzijde. Het duurt echter enkele jaren voordat deze bomenrij door vleermuizen gebruikt kan gaan worden voor oriëntatie. Lichtuitstoot in de richting van lijnvormige structuren is nadelig voor de oriëntatie van vleermuizen tijdens hun vlucht. Bij de realisatie van de nieuwe gebouwen dient er rekening gehouden te worden dat de lichtuitstoot in de richting van bomenrijen minimaal is. Het plangebied biedt mogelijk geschikt foerageergebied aan onder andere gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Overige zoogdieren Volgens verspreidingsgegevens is het voorkomen van diverse soorten licht beschermde zoogdieren bekend in de omgeving van het plangebied. Zo zijn er in de omgeving van het plangebied bijvoorbeeld waarnemingen gedaan van de licht beschermde egel, haas, huisspitsmuis, konijn, mol, ree, veldmuis, vos en wezel. Daarnaast zijn er op een afstand van minder dan 10 kilometer middelzwaar beschermde steenmarters en damherten en zwaar beschermde waterspitsmuizen, boommarters, noordse woelmuizen en otters waargenomen. De steenmarter is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden (de steenmarter is een cultuurvolger ). Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 20

21 omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. Het plangebied vormt een potentieel foerageergebied voor de steenmarter. Er kan niet worden uitgesloten dat er zich in het plangebied verblijfplaatsen van steenmarters bevinden. Het damhert komt vooral voor in lichte loofbossen en gemengde bossen, minder vaak in uitgestrekte naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor oudere bossen met een dichte onderbegroeiing. Belangrijk is dat er voldoende gras is. Ook komt hij voor in randzones bij open plekken, graslanden en akkerranden en in parkachtige bosgebieden. Het plangebied biedt geen potentieel geschikt leefgebied aan het damhert. De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt hij veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten (bron: zoogdiervereniging.nl). Het plangebied biedt geen geschikt leefgebied aan de waterspitsmuis. De boommarter heeft een voorkeur voor oudere en rijk gestructureerde bossen. Indien voldoende bosjes en lijnvormige elementen aanwezig zijn, wordt de soort ook waargenomen in agrarische landschappen. Het plangebied biedt geen potentieel geschikt leefgebied aan de boommarter. De Noordse woelmuis komt voor in hoge vegetaties bestaande uit grasachtige planten en de soort geeft de voorkeur aan rietland, moeras, drassige hooilanden, vochtige duinvalleien en periodiek overstroomde terreinen (www.vzz.nl). Noordse woelmuizen komen voor op niet extensief gebruikte graslanden (Janssen & Schaminée, 2008). Het is niet aannemelijk dat de Noordse woelmuis geschikt leefgebied vindt in het plangebied. Aangezien otters voorkomen in schoon zoet water, waar voldoende bedekking en rust is, wordt het niet waarschijnlijk geacht dat de soort in het plangebied zelf geschikt gebied vindt. Amfibieën Volgens verspreidingsgegevens (www.ravon.nl) is het voorkomen bekend van enkele licht beschermde soorten, zoals bijvoorbeeld bruine kikker en gewone pad, in de omgeving van het plangebied. Daarnaast is het voorkomen bekend van de zwaar beschermde heikikker en rugstreeppad op een afstand van minder dan 10 kilometer van het plangebied. De heikikker is een laaglandsoort die voornamelijk wordt aangetroffen in hoog- en laagvenen, op heide, in beekdalen, klei-op-veen en komkleigebieden en soms ook in uiterwaarden. De soort maakt bij voorkeur gebruik van relatief voedselarme wateren. In klei- en veenweidegebieden wordt ook voortplanting geconstateerd in meer voedselrijke sloten. Uit verspreidingsgegevens blijkt de heikikker een vennensoort bij uitstek. De soort wordt nauwelijks aangetroffen in intensief gebruikt agrarische landschap, rond infrastructuur en bebouwing (Creemers en van Delft, 2009). Het plangebied biedt geen geschikt leefgebied aan de heikikker. De rugstreeppad is gebonden aan pioniermilieus, zoals op rivierduinen, overstromingsvlakten en langs oevers van meanderende kleine rivieren. In het cultuurlandschap handhaaft de rugstreeppad zich op braakliggend terrein. Voortplantingswateren zijn vaak klein en ondiep en vrijwel onbegroeid (Janssen & Schaminée 2008). Het plangebied biedt geen geschikt leefgebied aan de rugstreeppad. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 21

22 Reptielen Uit verspreidingsgegevens blijkt het voorkomen van de zwaar beschermde ringslang op een afstand van 5 tot 10 kilometer van het plangebied. De ringslang is sterk gebonden aan water. De aanwezigheid van hogere gronden is een belangrijke voorwaarde voor de soort om alle stadia van de levenscyclus te kunnen doorlopen. Naast laagvenen wordt de soort relatief veel waargenomen in landschapstypen met bos, struweel en op of nabij infrastructuur. De soort komt ook voor in systemen die voedselrijk en ruig begroeid zijn (Creemers & van Delft, 2009). Het plangebied biedt geen geschikte leefomgeving aan de ringslang. Vissen en zoetwatermollusken Uit verspreidingsgegevens van vissen komt naar voren dat er in de omgeving van het plangebied (op een afstand van maximaal 10 kilometer) middelzwaar beschermde kleine modderkruipers en zwaar beschermde bittervoorns en grote modderkruipers voorkomen. Kleine modderkruipers komen voor in sloten, beken, rivierarmen en meren en geven de voorkeur aan stilstaande en langzaam stromende wateren met voldoende waterplanten en voedselorganismen (www.minlnv.nl). In de te dempen sloot is tijdens het veldbezoek een dikke laag bladeren en modder waargenomen. Hierdoor kan het niet uitgesloten worden dat er zich in de sloot kleine modderkruipers bevinden. Dit dient nader onderzocht te worden. De grote modderkruiper komt voor in geïsoleerde wateren met verlandingsvegetaties. Met name de natte gebieden die aan de ruilverkaveling ontsnapt zijn, zijn kansrijk. Grote modderkruipers worden niet in het plangebied verwacht. Ook voor bittervoorns vormt het plangebied geen geschikt leefgebied. Ongewervelden Uit verspreidingsgegevens blijkt het voorkomen van de zwaar beschermde rouwmantel, groene glazenmaker en gevlekte witsnuitlibel op een afstand van minder dan 10 kilometer van het plangebied. De rouwmantel komt voor in gevarieerde, open bossen met wilgen op vochtige, zonnige plaatsen. Het plangebied biedt geen geschikte leefomgeving aan de rouwmantel. De groene glazenmaker leeft in stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden: plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden (Kalkman, 2004a). In Nederland komt deze plant vooral voor in sloten en moerassen in het laagveengebied. Krabbescheer verlangt schone, niet te voedselrijke sloten en is gevoelig voor milieuvervuiling. Het plangebied biedt geen geschikte leefomgeving aan de groene glazenmaker. De gevlekte witsnuitlibel komt in verschillende biotopen voor, met name verlandingszones en laagveenmoerassen (Kalkman, 2004b). De soort komt ook bij matig voedselrijke bosplassen en niet te zure vennen voor, veelal met een uitgebreide oevervegetatie. Het plangebied biedt geen geschikte leefomgeving aan de gevlekte witsnuitlibel. Planten Volgens verspreidingsgegevens komen de volgende middelzwaar beschermde soorten vaatplanten binnen een afstand van 5 kilometer van het plangebied voor: daslook, gele helmbloem, gulden sleutelbloem, kluwenklokje, prachtklokje, rietorchis, ruig klokje, steenbreekvaren, tongvaren, veldsalie, wilde marjolein en zomerklokje. Het plangebied bestaat uit agrarisch gebied. In het plangebied komen een aantal veelvoorkomende plantensoorten voor, zoals paardenbloem, kruipende boterbloem en smalle weegbree. Er worden geen beschermde plantensoorten verwacht. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 22

23 Conclusie en aanbevelingen Mogelijk komen enkele licht beschermde soorten, zoals mol, egel en veldmuis voor in het plangebied. In de omgeving is echter voldoende vervangend leefgebied aanwezig. Daarnaast zijn deze soorten vrijgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen. De bouwwerkzaamheden dienen buiten het broedseizoen van vogels aan te vangen om mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 11 van de Flora- en Faunawet te voorkomen. In grote lijnen loopt het broedseizoen van half maart tot half juli. Het plangebied en de directe omgeving bieden mogelijk een geschikt foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen. Er is in de omgeving voldoende vergelijkbaar gebied aanwezig, zodat de plannen niet zullen leiden tot een significante aantasting van het foerageergebied. Het is niet uit te sluiten of er zich in de te slopen gebouwen verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden. Dit dient nader onderzocht te worden. Bij de realisatie van de nieuwe gebouwen dient er rekening gehouden te worden dat de lichtuitstoot in de richting van bomenrijen minimaal is. Er kan niet worden uitgesloten dat er zich in het plangebied verblijfplaatsen van steenmarters bevinden. Hier dient nader onderzoek naar te worden verricht. Het plangebied biedt waarschijnlijk een geschikte leefomgeving aan kleine modderkruipers. Dit dient nader onderzocht te worden. Het dempen van de sloot dient bij voorkeur tussen 15 juli en 1 november te gebeuren. Daarnaast wordt het aangeraden bij het dempen vanaf één kant te beginnen, zodat dieren demogelijkheid hebben uit te wijken naar ander geschikt gebied. Er worden geen conflicten verwacht omtrent regelgeving EHS Geluid en verkeer In de nieuwe situatie zal er sprake zijn van een regelmatig patroon van verkeersbewegingen in verband met de genoemde activiteiten op het bedrijf en de daaraan gerelateerde verkeersbewegingen. Het verkeersaanbod zal door de uitbreiding van het bedrijf toenemen ten opzichte van het huidige bedrijf. In de nieuwe situatie zal er sprake zijn van een onregelmatig patroon van verkeersbewegingen. Het verkeersaanbod zal door de uitbreiding toenemen ten opzichte van het huidige bedrijf. Er wordt een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Sain. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen verkeersbewegingen binnen de inrichting en verkeersbewegingen van en naar de inrichting. De belangrijkste geluidsbronnen zijn hieronder weergegeven. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 23

24 Omschrijving (belangrijkste) geluid-/trillingsbronnen binnen de inrichting: Geluid-/trillingsbron Aantal Aantal uren in bedrijf tussen: Bronvermogen Van: Tot: u u LW r (dba) X Tractor dba Werkzaamheden: - Verladen vee 3 x /week Leegzuigen mestkelders 12 x/jr Inkuilen 12 x/jr Lossen voer 2 x /week 1 1 Verkeersbewegingen van en naar de inrichting: Voertuig: Maximaal aantal voertuigen per week: Aantal aan- en afvoerbewegingen tussen Van: Tot: X Personenauto X Bestelauto X Vrachtauto (per week) * Vrachtwagenbewegingen vinden incidenteel plaats (max. 12x/plaats) in de nachtperiode ten behoeve van het laden en lossen van vee Op grond van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG geldt ten aanzien van geluid voor een rundveehouderij een richtafstand van 30 meter. Tussen de grens van de inrichting en de dichtstbijzijnde woning van derden bedraagt de afstand 200 meter. Op grond van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG geldt ten aanzien van geluid voor een rundveehouderij een richtafstand van 30 meter. Ook voor de labfaciliteiten geldt een richtafstand van 30 meter Licht In de stallen is verlichting aanwezig. Deze verlichting is doorgaans alleen in gebruik tussen 6:00 en 23:00 uur. De zijgevels van de nieuwe stallen zijn zo min mogelijk gesloten. De toe te passen ventilatiegordijnen bestaan uit een semi transparante kunststoffolie waardoor lichtuitstraling naar buiten beperkt wordt. De ophanghoogte van de lichtarmaturen en de vorm van de lichtarmaturen wordt zodanig gekozen dat directe lichtuitstraling naar buiten wordt voorkomen. Verder zal door toepassing van erfbeplanting en afscherming door overige bedrijfsbebouwing, de hinder ten gevolge van licht uit de stallen op de omgeving beperkt blijven. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 24

25 De gemeente Leeuwarden heeft geen beleid ontwikkeld met betrekking tot licht in agrarische stallen in het buitengebied. De grenswaarde voor de lichtemissie van een verlichtingsinstallatie voor aanstraling van gebouwen en objecten, ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden, is in het landelijk gebied gedurende de dag en avond (7.00 uur uur) 5 lux. Dit houdt in de verlichtingssterkte op de gevel. In de nachtperiode (23.00 uur 7.00 uur) geldt een grenswaarde van 1 lux. Hieraan zal worden voldaan Verzuring: Wet Ammoniak en Veehouderij (WAV) / Besluit Huisvesting Het bedrijf ligt op meer dan 250 meter afstand (9.000 meter) van een voor verzuring gevoelig gebied. Dat betekent dat er geen directe beperkingen zijn volgens de Wet Ammoniak en Veehouderij (WAV). Ook moet met de AMvB huisvesting rekening gehouden worden met het ALARA principe. Dat betekent dat alle nieuwe en te verbouwen stallen moeten voldoen aan een emissie die onder de drempelwaarde ligt zoals genoemd in de WAV Dierwelzijn Het gehele bedrijf voldoet na wijziging aan de normen zoals die gesteld zijn in de welzijnswetgeving. Dit komt het comfort van de dieren in de stallen ten goede Energiezuinige maatregelen Op het gebied van duurzaamheid zal de nieuwe bebouwing uitgevoerd worden met verschillende energiezuinige maatregelen. De volgende energiezuinige maatregelen worden toegepast: gebruik van hernieuwbare energie, energiezuinige verlichting, thermische isolatie, warmteterugwinning door hergebruik aardwarmte, daglichttoetreding Geur Een veehouderij kan geurhinder veroorzaken op woningen en andere geurgevoelige objecten in de directe omgeving van de veehouderij. De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor geur. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor dieren waarvoor een geuremissiefactor is opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij wordt de geurbelasting berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Aangezien voor jongvee en overig rundvee geen geuremissiefactoren zijn opgenomen geldt een minimaal aan te houden afstand. Indien het object buiten de bebouwde kom gelegen is, is de minimaal aan te houden afstand tot aan de woning van derden vanaf het emissiepunt van het dierenverblijf 50 meter. Vanaf de gevel van het dierenverblijf tot aan de woning van derden is de minimaal aan te houden afstand 25 meter. De afstand van het emissiepunt van het bedrijf tot aan de dichtstbijzijnde woning is 230 meter. De minimale afstand tot de bedrijfswoning van deze veehouderij en de dierverblijven in het plangebied bedraagt 50 meter. Aan de afstandseis zoals deze gesteld wordt in de Wet geurhinder en veehouderij wordt voldaan. Ook de overige geurgevoelige objecten staan op voldoende afstand van de inrichting. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 25

26 3.12. Luchtkwaliteit De fijnstofbelasting in de aanvraag door het bedrijf op de omgeving is gram per jaar. De fijnstofbelasting conform de huidige vergunning is gram per jaar. De fijnstofbelasting neemt af met gram per jaar. Als sprake is van een beperkte toename van de luchtverontreiniging die niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie PM10 in de buitenlucht (NIBM), hoeft een project niet langer getoetst te worden. Dit volgt uit artikel 5.16, lid 1, sub c, van de Wet milieubeheer. Het besluit NIBM legt vast wat geldt als niet in betekende mate bijdragen. Na inwerkingtreding van het NSL op 1 augustus 2009, is de definitie van NIBM 3% van de grenswaarde, dat is 1,2 µg/m³ (artikel 2, lid 1, Besluit NIBM in samenhang met Bijlage 1A van de Regeling NIBM). De onderstaande tabel 1 is als hulpmiddel opgesteld ter motivering van het aantonen van het NIBM zijn van de uitbreiding of oprichting en gebaseerd op de 3% definitie. Tabel 1: vuistregel NIBM De fijnstofbelasting van het totale bedrijf is gram per jaar. De dichtstbijzijnde woning van derden is op 230 meter gelegen. Op 160 meter ligt de maximale emissie al op gram per jaar. Een emissie van gram per jaar op 230 meter is daarmee fors lager dan de maximale emissie die geldt als grenswaarde voor de status NIBM. De fijnstofbelasting van het gehele bedrijf geeft een bijdrage die beoordeeld mag worden als Niet In Betekende Mate. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 26

27 Handreiking fijn stof: (enkele relevante passages) DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 27

28 Vervolg bijlage 1 luchtkwaliteit fijnstof DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 28

29 3.13. Ruimtelijke Ordening De inrichting is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan Leeuwarden Buitengebied (gemeente Leeuwarden). Op grond hiervan geldt voor de inrichting de bestemming Agrarisch. De geplande ontwikkelingen overschrijden (deels) het agrarisch bouwperceel. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet er van het ter plaatse geldende bestemmingsplan worden afgeweken. Er wordt aanvullend op de activiteiten Bouw en Milieu een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit Handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening, waarbij een goede ruimtelijke onderbouwing wordt geleverd Landschappelijke kwaliteit Bij nieuwe ontwikkelingen is het van belang dat de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving niet verloren gaat maar, als mogelijk, juist wordt versterkt. Tevens is vanuit het ruimtelijke beleid een goede landschappelijke inpassing een vereiste. Om te onderzoeken of de ontwikkeling mogelijk kan bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving is door een landschapsdeskundige een tekening opgesteld waarop is aangegeven hoe de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk zal worden ingepast. Deze tekening is in de volgende figuur weergegeven. Tekening landschappelijke inpassing. Bron: DLV Archeologie Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Monumentenwet. Op basis van deze wet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 29

30 Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Monumentenwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat, waar nodig, die waarden veilig gesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. De gemeente Leeuwarden heeft een eigen archeologiebeleid vastgesteld, waarbij de kans op het aantreffen van archeologische resten in de bodem in beeld is gebracht op een archeologische verwachtingskaart. Afhankelijk van de waarde stelt de gemeente voorwaarden voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Zoals te zien op de archeologische verwachtingskaart, welke is weergegeven in de volgende figuur, is de projectlocatie gelegen in een gebied met een middelhoge verwachtingswaarde. Archeologische verwachtingswaarde. Bron: Gemeente Leeuwarden Ten aanzien van gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde stelt de gemeente het volgende in haar beleid: Het is verboden om in een gemeentelijk monument of een archeologisch verwachtingsgebied of terrein van hoge waarde, de bodem dieper dan 50 cm onder het maaiveld te verstoren. Indien gebouwd wordt op een terrein met middelhoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied groter is dan 500 m², dient een Archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Gezien niet aan de voorwaarden tot vrijstelling van archeologisch onderzoek kan worden voldaan dient aangetoond te worden dat met de voorgenomen ontwikkeling geen archeologische resten zullen worden geschaad. In opdracht van CRV B.V. heeft Transect in januari 2015 een archeologisch bureauonderzoek en Karterend onderzoek 1 IJzertijd-Middeleeuwen, uitgevoerd ten behoeve van een planontwikkeling aan de Brédyk 32 te Wirdum. De planontwikkeling vindt plaats in het kader van de oprichting van een nieuw bedrijf, waarvoor een herontwikkeling van het plangebied nodig is. Voor de herontwikkeling zijn bodemingrepen nodig. Als gevolg hiervan kunnen eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische waarden worden verstoord. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 30

31 Conform de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) is hiertoe een Karterend onderzoek 1 IJzertijd-Middeleeuwen uitgevoerd. In totaal zijn hiertoe in het plangebied 7 boringen gezet. Hieruit blijkt dat in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn uit de IJzertijd- Romeinse tijd en uit de Nieuwe tijd. De archeologische resten uit de IJzertijd-Nieuwe tijd zijn ter hoogte van boringen 4 en 5 aangeboord en kenmerken zich door een nederzettingslaag, dan wel fosfaat rijke kwelderafzettingen met vondstmateriaal. Hoewel vanwege de aanwezige verharding en puin in de ondergrond niet op het binnenterrein kon worden geboord, mag worden aangenomen dat dit archeologisch niveau geheel of gedeeltelijk hierover uitstrekt. Dit niveau ligt op circa cm Mv en dus binnen het bereik van de voorgenomen bodemingrepen. Daarnaast zijn op het voorerf (oostelijk deel plangebied) tot circa 100 cm Mv archeologische lagen uit de Nieuwe tijd vastgesteld. In deze zone zullen gezien de nieuwe situatie nauwelijks bodemingrepen plaatsvinden en zouden derhalve in situ bewaard moeten kunnen blijven. Op basis van het bureauonderzoek en karterend booronderzoek wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek (Inventariserend Veldonderzoek, karterende en waarderende fase). Doel van dit onderzoek is vooral om de begrenzing van nederzettingsniveaus binnen het plangebied vast te stellen. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen (PvE) en zich te concentreren op die delen waar sprake zal zijn van bodemingrepen die de geconstateerde archeologische waarden kunnen verstoren Karakteristiek De bestaande woning wordt in het bestemmingsplan aangemerkt met de bouwaanduiding karakteristiek. Er is echter geen sprake van een gemeentelijk monument. De bestaande karakteristieke hoofdvorm van het gebouw blijft behouden. Het betreft een boerderij met dwarsgeplaatst voorhuis in Eclectische stijl. Het dwarsgeplaatste voorhuis is van algemeen historisch, architectuurhistorisch en landschappelijk belang Externe veiligheid In onderhavige situatie is sprake van een agrarisch bedrijf. Een agrarisch bedrijf veroorzaakt zelf vaak geen risico's voor de woon- en leefomgeving in het kader van externe veiligheid en is daarom vaak geen Bevi inrichting, mits geen risicovolle elementen worden opgericht als propaantanks, koelinstallaties of vergistingsinstallaties. In onderhavige situatie is geen sprake van het oprichten van dergelijke risicovolle installaties, waarmee het agrarisch bedrijf geen Bevi inrichting is en geen risico's aan de directe omgeving zal veroorzaken. Naast het feit dat een inrichting geen onevenredige risico's voor de woon- en leefomgeving mag veroorzaken, mag een gevoelige inrichting (waar veelvuldig mensen aanwezig zijn) ook geen hinder ondervinden van mogelijk in de omgeving aanwezige inrichtingen. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in vastgelegde risicocontouren. Deze risicocontouren worden bepaald aan de hand van de kans dat zich in een gebied een ongeval met fatale afloop voordoet. Binnen de risicocontouren is de kans gelijk aan of groter dan 1 op 1 miljoen (10-6) per jaar dat zich een ongeval voordoet met een fatale afloop. Indien een ontwikkeling plaatsvindt binnen een risicocontour dan dient het plaatsgebonden risico te worden verantwoord. Volgens de Risicokaart, zoals weergegeven in de volgende figuur, is de planlocatie niet binnen de risicocontour (10-6 per jaar) gelegen van een mogelijke risicobron. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 31

32 Risicokaart Bron: Interprovinciaal overleg (IPO). DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 32

33 4. Risico op ongevallen en abnormale bedrijfsomstandigheden 4.1. Brand Een eerste risico is het optreden van brand. Om brand te voorkomen wordt uitsluitend met goedgekeurde installaties gewerkt en worden de bedrijfsgebouwen conform het Bouwbesluit gebouwd. Om de gevolgen van een eventuele brand zoveel mogelijk te beperken zijn diverse brandblussers en nooduitgangen aanwezig. Op het bedrijf zijn diverse vluchtroutes aangegeven Ziekte Het tweede risico is ziekte. Bij het onverhoopt uitbreken van een veewetziekte zoals bijvoorbeeld mond- en klauwzeer wordt het bedrijf van rechtswege tijdelijk afgesloten. Om dit soort risico s op het bedrijf zelf zoveel mogelijk te voorkomen is het bedrijf zo opgezet en uitgevoerd dat geen vreemden van buiten in de stallen hoeven en kunnen komen. Voor degenen die wel in de stallen gaan, gelden strikte hygiëneregels. Gedurende de periode, dat het bedrijf van rechtswege tijdelijk is afgesloten, mogen er geen dieren het bedrijf verlaten en zullen de hokken vol raken, aangezien de jonge dieren groeien. Door de ruime opzet van het bedrijf in relatie tot het te houden aantal dieren, en door alle dieren volgens de nieuwe welzijnseisen te huisvesten zijn de mogelijkheden tot het opschorten van het afleveren voldoende Noodstroom Een derde risico is stroomuitval. Ingeval van uitvallen van een enkele ventilator of de gehele netspanning, treedt een alarmering in werking die de bedrijfsleider waarschuwt. Tevens is een noodstroomaggregaat aanwezig op het bedrijf die handmatig kan worden gestart. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 33

34 5. Conclusie Voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning wordt een aanmeldingsnotitie in het kader van de m.e.r. beoordelingsplicht, art 7.8b Wet Milieubeheer ingediend. Op basis van artikel 7.2, eerste lid onder b van de Wet Milieubeheer, in samenhang met artikel 2, tweede lid, van het Besluit milieueffectrapportage, is de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren met meer dan 340 jongvee onderworpen aan de beoordelingsplicht milieueffectrapportage. Er wordt vergunning gevraagd voor het houden van: vrouwelijk jongvee tot 2 jaar - 32 overig rundvee ouder dan 2 jaar Om te bepalen of het opstellen van een milieueffectrapportage noodzakelijk is, dient getoetst te worden aan drie criteria: 1. de kenmerken van de activiteit en de samenhang met de andere activiteiten ter plaatse 2. de plaats waar de activiteit plaatsvindt 3. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben Na toetsing van het voorgenomen plan aan de drie criteria voor de beoordelingsprocedure kan geconcludeerd worden dat het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk is. De volgende factoren spelen bij dit oordeel een rol: - De invloed van de inrichting op de omliggende Natura 2000 gebieden. Het bedrijf is gelegen op circa 8,5 km afstand van Natura-2000 gebied de Groote Wielen en op circa 7,2 km afstand van Natura-2000 gebied Alde Feanen. In de gewenste situatie is geen sprake van toename van depositie ten opzichte van de vergunde situatie ten tijde van aanwijsdata. - Als toetsingskader voor het aspect stankhinder gelden de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en de daarbij behorende Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). Voor jongvee en overig rundvee ouder dan 2 jaar zijn geen geuremissiefactoren vastgesteld. Aan de afstandseis zoals deze gesteld wordt in de Wet geurhinder en veehouderij wordt voldaan. Ook de overige geurgevoelige objecten staan op voldoende afstand van de inrichting. - Als er sprake is van een beperkte toename van de emissie van fijnstof is op grond van het Besluit Niet In Betekende Mate een toetsing niet nodig. Volgens het Besluit NIBM blijft de emissie van fijnstof beneden de grenswaarde. - De geluidsemissie zal toenemen. De toename bestaat uit de toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar de inrichting. Er wordt een akoestisch onderzoek uitgevoerd De emissie van geluid blijft onder de grenswaarde. - De inrichting veroorzaakt naast de ammoniak-, geur-, fijnstof- en geluidsbelasting geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. - De geplande ontwikkelingen overschrijden (deels) het agrarisch bouwperceel. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet er van het ter plaatse geldende bestemmingsplan worden afgeweken. Er wordt aanvullend op de activiteiten Bouw en Milieu een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit Handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening, waarbij een goede ruimtelijke onderbouwing wordt geleverd. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 34

35 Op grond van bovenstaande wordt geconcludeerd dat de omstandigheden waaronder de voorgenomen activiteiten worden ondernomen, niet tot zodanige nadelige milieugevolgen leiden dat het opstellen van een milieueffectrapport noodzakelijk is. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 35

36 Bijlagen DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 36

37 Bijlage 1: Topografische kaart ligging bedrijf Projectlocatie, Brédyk 32 Wirdum DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 37

38 Bijlage 2: Nabijgelegen Natura-2000 gebieden nabij projectlocatie De bedrijfslocatie ligt nabij de volgende Natura2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten. Projectlocatie DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 38

39 01 Groote Wielen Bevoegd gezag: provincie Friesland Meest kritische depositiewaarde habitat: 1100 mol NH3/ha/jr Afstand t.o.v. de projectlocatie: circa 8,5 km 02 Alde Feanen Bevoegd gezag: provincie Friesland Meest kritische depositiewaarde habitat: 700 mol NH3/ha/jr Afstand t.o.v. de projectlocatie: circa 7,2 km DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 39

40 Bijlage 3: Zeer kwetsbare gebieden Locatie Brédyk 32 Wirdum Afstand tot inrichting meter. DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 40

41 Bijlage 4: Natuurtoets DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 41

42 NATUURTOETS BEDRIJFSVERPLAATSING EN VESTIGING CRV-DAIRY BREEDING CENTER AAN DE BREDYK 32 TE WIRDUM i

43 NATUURTOETS BEDRIJFSVERPLAATSING EN VESTIGING CRV-DAIRY BREEDING CENTER AAN DE BREDYK 32 TE WIRDUM Uitgebracht aan: CRV B.V. De heer A. de Vries Postbus AL Arnhem Uitgebracht door: Aequator Groen & Ruimte bv Postbus BD Harderwijk Contactpersoon: Suzanne Weterings Auteur(s): Suzanne Weterings Versie: Definitief Datum: 7 januari 2015 ii

44 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING Aanleiding en doel van het onderzoek Leeswijzer Methode 1 2. HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE IN HET PLANGEBIED Huidige situatie in het plangebied Toekomstige situatie in het plangebied 4 3 FLORA- EN FAUNAWET, REGELGEVING EHS EN RODE LIJSTEN Flora- en Faunawet Regelgeving EHS Rode Lijsten 7 4. REGELGEVING EHS Toets EHS 9 5 BESCHERMDE SOORTEN Beschermde soorten in en rond het plangebied Toets Flora- en Faunawet CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 17 REFERENTIES 18 BIJLAGE 1 VOORKOMEN VAN DOOR DE WET BESCHERMDE SOORTEN BINNEN EEN AFSTAND VAN 10 KM VAN HET PLANGEBIED (QUICKSCANHULP.NL) 20 iii

45 1 INLEIDING 1.1. Aanleiding en doel van het onderzoek Het CRV is voornemens het CRV-Dairy Breeding Center te verplaatsen en te vestigen op de bestaande bedrijfslocatie aan de Brédyk 32 te Wirdum. Ten behoeve van deze plannen moet onderzocht worden wat het effect van deze werkzaamheden op beschermde natuurwaarden is. In dit onderzoek wordt gekeken naar het voorkomen van door de wet beschermde soorten planten en dieren om te bepalen of toekomstige plannen negatieve effecten hebben op deze soorten. Het kader wordt daarbij gevormd door de Flora en Faunawet. Het beschermingsregime van de EHS en de Natuurbeschermingswet zijn in dit geval niet relevant. Doel van dit onderzoek is het bepalen of de voorgenomen plannen in strijd zijn met de Flora- en Faunawet Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en toekomstige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft uitleg over de Flora- en Faunawet en regelgeving EHS en benoemt de verbodsbepalingen. In hoofdstuk 4 wordt de bescherming van gebieden besproken en hoofdstuk 5 gaat over de door de wet beschermde plant- en diersoorten die mogelijk door de voorgenomen werkzaamheden worden beïnvloed. In hoofdstuk 6, tenslotte, worden conclusies getrokken Methode Om eventuele conflicten van de voorgenomen plannen met de wetgeving boven water te krijgen zijn een aantal stappen doorlopen: Informatie over de voorgenomen plannen is verstrekt door de opdrachtgever. Met behulp van verspreidingsgegevens (literatuur en internet) is nagegaan welke door de wet beschermde plant- en diersoorten in de omgeving van het plangebied voorkomen. Door middel van een veldbezoek op 6 januari 2015 is beoordeeld voor welke van de beschermde soorten het plangebied mogelijk van belang is. 1

46 2. HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE IN HET PLANGEBIED 2.1. Huidige situatie in het plangebied Het plangebied is gelegen in agrarisch gebied aan de Brédyk 32 te Wirdum (zie figuur 1). Het bedrijf ligt in één van de oksels van het knooppunt Werpsterhoek. Figuur 1: De ligging van het plangebied (www.googlemaps.nl) Het plangebied wordt aan de noord- en zuidzijde begrensd door water en door bomen. Aan de westen oostzijde wordt het plangebied gedeeltelijk door water en bomen begrensd. Op het erf zijn de volgende gebouwen aanwezig. Een kop/hals/romp boerderij met voorhuis, een koetshuis/schuur en een dubbele ligboxenstal. Figuur 2 geeft een indruk van het plangebied. 2

47 2.2. Toekomstige situatie in het plangebied Het bestaande erf wordt gesaneerd. Alle bestaande gebouwen zullen, met uitzondering van het voorhuis van de kop/hals/romp boerderij, worden gesloopt (zie figuur 3). Op de locatie zal het CRV-Dairy Breeding Center gevestigd worden. De volgende gebouwen zullen daarbij worden gerealiseerd: een labruimte, 2 stallen, 4 sleufsilo s, een werktuigenberging en een quarantainestal (zie figuur 4). De sloot aan de noordzijde van het erf zal worden gedempt, waarbij een nieuwe sloot iets ten noorden van deze sloot zal worden aangelegd. Aan de achterzijde wordt eveneens een klein stukje sloot gedempt (zie figuur 3). De bomen langs deze sloten zullen worden verwijderd. Aan de voorzijde van het erf worden enkele nieuwe slootgedeeltes aangelegd. Figuur 3: Huidige situatie met daarop aangegeven de te slopen gebouwen en de te dempen sloten. Op een deel van het huidige weiland aan de achterzijde van het bedrijf zal nieuwe bebouwing komen inclusief verharding (ruwvoeropslag of gewone erfverharding). 4

48 Figuur 4: Toekomstige situatie 5

49 3 FLORA- EN FAUNAWET, REGELGEVING EHS EN RODE LIJSTEN 3.1. Flora- en Faunawet Sinds 1 april 2002 is de Flora- en Faunawet in werking. De wet, waarin EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten en het internationale CITES-verdrag voor de handel in bedreigde soorten zijn opgenomen, regelt de bescherming van plant- en diersoorten in Nederland. Doel Het doel van de wet is het behouden en beschermen van in het wild levende plant- en diersoorten, waarbij het nee tenzij principe als uitgangspunt dient. Alle activiteiten die een negatieve invloed hebben op beschermde plant- en diersoorten zijn dus verboden. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken. Verbodsbepalingen Het is verboden: Planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen (Artikel 8). Dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen (Artikel 9). Dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten (Artikel 10). Nesten, holen, of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren (Artikel 11). Eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen (Artikel 12). Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat menselijke activiteiten niet nadelig mogen zijn voor zowel beschermde als niet beschermde plant- en diersoorten en is dus altijd van toepassing. Wanneer het niet mogelijk is om negatieve gevolgen te voorkomen, dienen de gevolgen beperkt te worden of ongedaan gemaakt te worden. Beschermde leefomgeving Het is, middels de Flora- en Faunawet, voor provincies mogelijk om plaatsen aan te wijzen die dienen als beschermde leefomgeving. Hierdoor kunnen plaatsen die belangrijk zijn voor het voortbestaan van plant- en/of diersoorten worden beschermd. Beschermingsregimes Of een soort voor bescherming in aanmerking komt hangt onder andere af van de mate waarin de soort met uitsterven bedreigd is en de zeldzaamheid. Vogelsoorten zijn niet in de tabellen opgenomen omdat de lijst erg lang zou worden, aangezien alle vogelsoorten (m.u.v. exoten) in Nederland beschermd zijn op basis van de Vogelrichtlijn, volgens het zwaarste regime. Beschermde plant- en diersoorten worden ingedeeld in 3 tabellen (zie bijlage 1) met een verschillend beschermingsregime: 6

50 Tabel 1 In deze tabel staan de licht beschermde soorten. Het betreft met name beschermde, maar algemeen voorkomende soorten. Voor de soorten in deze tabel is vrijstelling mogelijk. Het verlenen van vrijstelling doet geen afbreuk aan de huidige, gunstige staat van instandhouding. Er dient echter voor deze soorten wel rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Tabel 2 In deze tabel staan de middelzwaar beschermde soorten. Voor de soorten in tabel 2 geldt een vrijstelling wanneer wordt gehandeld volgens een goedgekeurde gedragscode. De vereiste gedragscode moet ter goedkeuring zijn ingediend bij het ministerie van LNV. In de gedragscode wordt aangegeven hoe werkzaamheden worden uitgevoerd zodanig dat schade aan soorten geminimaliseerd wordt. Als er geen gedragscode is, moet bij overtreding een ontheffing worden aangevraagd. Tabel 3 In deze tabel staan de zwaar beschermde soorten. Wanneer verbodsbepalingen worden overtreden dient een ontheffing te worden aangevraagd. Deze wordt volgens een uitgebreide toetsing beoordeeld, waarbij wordt nagegaan of de ingreep afbreuk doet aan de huidige, gunstige staat van instandhouding, of er alternatieven zijn en of er sprake is van een in de wet genoemd belang. Vogels Alle vogels, met uitzondering van exoten, zijn in Nederland beschermd. Het is dan ook verboden om werkzaamheden uit te voeren waarbij vogels gedood of verontrust worden, of waarbij nesten of verblijfplaatsen worden verstoord. Het is verboden om gedurende het broedseizoen activiteiten te ondernemen die een negatief effect hebben op broedvogels Regelgeving EHS Het ministerie van LNV heeft in 1990 de EHS geïntroduceerd. Het doel van de Ecologische Hoofdstructuur is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden en de daarin voorkomende soorten. Het bestaat uit een netwerk van natuurgebieden in Nederland. De EHS is opgebouwd uit bestaande gebieden, zoals de Veluwe, en wordt uitgebreid met de ontwikkeling van nieuwe natuur. Variatie in verschillende typen natuur zijn daarbij belangrijk. Om verschillende typen natuur te verbinden wordt gebruik gemaakt van bijvoorbeeld ecoducten en faunapassages. De EHS kent een nee, tenzij beginsel: ontwikkelingen in de EHS mogen geen significant negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden, tenzij aangetoond wordt dat sprake is van groot openbaar belang, geen reële alternatieven aanwezig zijn én effecten worden voorkomen. Resteffecten moeten worden gecompenseerd. De EHS kent geen externe werking Rode Lijsten Op de Rode Lijsten staan soorten die zich in Nederland voortplanten. Het gaat daarbij om soorten die speciale aandacht nodig hebben om te voorkomen dat ze met uitsterven bedreigd raken. De Rode Lijsten hebben een signaleringsfunctie en ze hebben geen juridische status. Soorten die op de Rode Lijst staan hebben niet per definitie een beschermingsstatus. Daarvoor is opname onder de Flora- en Faunawet nodig. De soorten worden verdeeld in 8 categorieën: Uitgestorven op wereldschaal. 7

51 In het wild uitgestorven op wereldschaal. Verdwenen uit Nederland. In het wild verdwenen uit Nederland. Ernstig bedreigd. Bedreigd. Kwetsbaar. Gevoelig. 8

52 4. REGELGEVING EHS 4.1 Toets EHS Het plangebied is niet gelegen in een EHS gebied en er ligt binnen een straal van 3 kilometer van het plangebied geen EHS gebied. De EHS kent geen externe werking. Er treedt dan ook geen conflict op met regelgeving van de EHS. 9

53 5 BESCHERMDE SOORTEN Door gebruik te maken van verspreidingsgegevens is achterhaald, welke beschermde soorten in de laatste 5 jaar in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. De gegevens zijn verkregen met behulp van de QuickScanhulp (www.quickscanhulp.nl). Gedurende een veldbezoek uitgevoerd op 6 januari 2015 is vervolgens bepaald, welke van de soorten uit de omgeving mogelijk geschikt leefgebied vinden in het plangebied (zie bijlage 1) Beschermde soorten in en rond het plangebied Vogels In het plangebied en de directe omgeving komen zeer waarschijnlijk een aantal soorten vogels voor. In de sloot aan de zuidzijde zijn, tijdens het veldbezoek wilde eenden en een waterhoentje gezien. Het plangebied biedt broedgelegenheid aan algemene vogelsoorten als merel, koolmees, winterkoning, etc. De omgeving van het plangebied biedt mogelijk eveneens broedgelegenheid aan weidevogels. Er zijn geen nesten van roofvogels of uilen aangetroffen in de bomen die verwijderd worden. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens zijn 10 soorten vleermuizen waargenomen binnen een afstand van 10 km van het plangebied: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, baardvleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, tweekleurige vleermuis en franjestaart. Alle inheemse soorten vleermuizen zijn opgenomen in tabel III van de Flora- en Faunawet. Ze zijn allemaal zwaar beschermd. Als verblijfplaats maken diverse soorten vleermuizen gebruik van gebouwen en bomen. Er worden ten behoeve van de plannen gebouwen gesloopt en bomen gekapt. De te slopen gebouwen betreffen een kop/hals/romp boerderij, een koetshuis/schuur en 2 stallen. De stallen hebben een golfplaten dak en de muren zijn van houten planken. De stallen hebben veel openingen en zijn erg tochtig (zie figuur 5). Het is niet aannemelijk dat er zich in deze gebouwen vleermuizen bevinden. Figuur 5: De te slopen stallen 10

54 Lichtuitstoot in de richting van lijnvormige structuren is nadelig voor de oriëntatie van vleermuizen tijdens hun vlucht. Bij de realisatie van de nieuwe gebouwen dient er rekening gehouden te worden dat de lichtuitstoot in de richting van bomenrijen minimaal is. Het plangebied biedt mogelijk geschikt foerageergebied aan onder andere gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Onderstaande tabel beschrijft de verblijfplaatsen en het foerageergebied van deze soorten. Tabel 1 Verblijfplaatsen en foerageergebied vleermuizen winterverblijblijblijf kraamver- zomerver- Naam gebouwen, Gewone zwak gebufferde objec- bomen gebouwen, gebouwen Dwergvleermuis ten Rosse vleermuis Watervleermuis Baardvleermuis Gewone Grootoorvleermuis Franjestaart Laatvlieger Meervleermuis Ruige dwergvleermuis bomen, hoge gebouwen bomen, gebufferde objecten gebufferde objecten bomen, zolders, gebufferde objecten, kasten bomen, gebufferde objecten gebouwen, zwak gebufferde objecten gebouwen, gebufferde objecten bomen, houtstapels, gebouwen bomen (gebouwen) bomen, zolders, gebouwen, bruggen/duikers (warme) zolders, gebouwen bomen, zolders, gebouwen bomen, zolders gebouwen, zolders gebouwen, zolders bomen, zolders bomen, kerken, zwak gebufferde objecten (warme) zolders, bomen, gebouwen bomen, zolders bomen, zolders gebouwen, zolders gebouwen, zolders, gebufferde objecten bomen, zolders paarverblijf Foerageergebied gebouwen, bomen bomen bomen, gebufferde objecten gebufferde objecten bomen, zolders, gebufferde objecten bomen, gebufferde objecten gebufferde objecten gebufferde objecten, gebouwen, boomholtes (?) bomen, gebouwen overal natte gebieden, weilanden, steden (verlichting) water, bossen, parken kleinschalig agrarisch gebied, bossen bos, kleinschalig landschap, tuinen bossen, heide, droge greppels, grasland en stallen stedelijk gebied, polders, weilanden, bosranden water, natte veengebieden, weilanden natte gebieden, bos Connectiviteit Laag Laag Hoog Hoog Hoog Hoog Laag Hoog Laag Overige zoogdieren Volgens verspreidingsgegevens is het voorkomen van diverse soorten licht beschermde zoogdieren bekend in de omgeving van het plangebied. Zo zijn er in de omgeving van het plangebied bijvoorbeeld waarnemingen gedaan van de licht beschermde egel, haas, huisspitsmuis, konijn, mol, ree, veldmuis, vos en wezel. Daarnaast zijn er op een afstand van minder dan 10 kilometer middelzwaar beschermde steenmarters en damherten en zwaar beschermde waterspitsmuizen, boommarters, noordse woelmuizen en otters waargenomen. 12

55 De steenmarter is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden (de steenmarter is een cultuurvolger ). Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. Het plangebied vormt een potentieel foerageergebied voor de steenmarter. Er kan niet worden uitgesloten dat er zich in het plangebied verblijfplaatsen van steenmarters bevinden. Het damhert komt vooral voor in lichte loofbossen en gemengde bossen, minder vaak in uitgestrekte naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor oudere bossen met een dichte onderbegroeiing. Belangrijk is dat er voldoende gras is. Ook komt hij voor in randzones bij open plekken, graslanden en akkerranden en in parkachtige bosgebieden. Het plangebied biedt geen potentieel geschikt leefgebied aan het damhert. De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt hij veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten (bron: zoogdiervereniging.nl). Het plangebied biedt geen geschikt leefgebied aan de waterspitsmuis. De boommarter heeft een voorkeur voor oudere en rijk gestructureerde bossen. Indien voldoende bosjes en lijnvormige elementen aanwezig zijn, wordt de soort ook waargenomen in agrarische landschappen. Het plangebied biedt geen potentieel geschikt leefgebied aan de boommarter. De Noordse woelmuis komt voor in hoge vegetaties bestaande uit grasachtige planten en de soort geeft de voorkeur aan rietland, moeras, drassige hooilanden, vochtige duinvalleien en periodiek overstroomde terreinen (www.vzz.nl). Noordse woelmuizen komen voor op niet extensief gebruikte graslanden (Janssen & Schaminée, 2008). Het is niet aannemelijk dat de Noordse woelmuis geschikt leefgebied vindt in het plangebied. Aangezien otters voorkomen in schoon zoet water, waar voldoende bedekking en rust is, wordt het niet waarschijnlijk geacht dat de soort in het plangebied zelf geschikt gebied vindt. Amfibieën Volgens verspreidingsgegevens (www.ravon.nl) is het voorkomen bekend van enkele licht beschermde soorten, zoals bijvoorbeeld bruine kikker en gewone pad, in de omgeving van het plangebied. Daarnaast is het voorkomen bekend van de zwaar beschermde heikikker en rugstreeppad op een afstand van minder dan 10 kilometer van het plangebied. De heikikker is een laaglandsoort die voornamelijk wordt aangetroffen in hoog- en laagvenen, op heide, in beekdalen, klei-op-veen en komkleigebieden en soms ook in uiterwaarden. De soort maakt bij voorkeur gebruik van relatief voedselarme wateren. In klei- en veenweidegebieden wordt ook voortplanting geconstateerd in meer voedselrijke sloten. Uit verspreidingsgegevens blijkt de heikikker een vennensoort bij uitstek. De soort wordt nauwelijks aangetroffen in intensief gebruikt agrarische land- 13

56 schap, rond infrastructuur en bebouwing (Creemers en van Delft, 2009). Het plangebied biedt geen geschikt leefgebied aan de heikikker. De rugstreeppad is gebonden aan pioniermilieus, zoals op rivierduinen, overstromingsvlakten en langs oevers van meanderende kleine rivieren. In het cultuurlandschap handhaaft de rugstreeppad zich op braakliggend terrein. Voortplantingswateren zijn vaak klein en ondiep en vrijwel onbegroeid (Janssen & Schaminée 2008). Het plangebied biedt geen geschikt leefgebied aan de rugstreeppad. Reptielen Uit verspreidingsgegevens blijkt het voorkomen van de zwaar beschermde ringslang op een afstand van 5 tot 10 kilometer van het plangebied. De ringslang is sterk gebonden aan water. De aanwezigheid van hogere gronden is een belangrijke voorwaarde voor de soort om alle stadia van de levenscyclus te kunnen doorlopen. Naast laagvenen wordt de soort relatief veel waargenomen in landschapstypen met bos, struweel en op of nabij infrastructuur. De soort komt ook voor in systemen die voedselrijk en ruig begroeid zijn (Creemers & van Delft, 2009). Het plangebied biedt geen geschikte leefomgeving aan de ringslang. Vissen en zoetwatermollusken Uit verspreidingsgegevens van vissen komt naar voren dat er in de omgeving van het plangebied (op een afstand van maximaal 10 kilometer) middelzwaar beschermde kleine modderkruipers en zwaar beschermde bittervoorns en grote modderkruipers voorkomen. Kleine modderkruipers komen voor in sloten, beken, rivierarmen en meren en geven de voorkeur aan stilstaande en langzaam stromende wateren met voldoende waterplanten en voedselorganismen (www.minlnv.nl). In de te dempen sloot is tijdens het veldbezoek een dikke laag bladeren en modder waargenomen. Hierdoor kan het niet uitgesloten worden dat er zich in de sloot kleine modderkruipers bevinden. Dit dient nader onderzocht te worden. De grote modderkruiper komt voor in geïsoleerde wateren met verlandingsvegetaties. Met name de natte gebieden die aan de ruilverkaveling ontsnapt zijn, zijn kansrijk. Grote modderkruipers worden niet in het plangebied verwacht. Ook voor bittervoorns vormt het plangebied geen geschikt leefgebied. Figuur 9: De te dempen sloot aan de noordzijde van het plangebied 14

57 Ongewervelden Uit verspreidingsgegevens blijkt het voorkomen van de zwaar beschermde rouwmantel, groene glazenmaker en gevlekte witsnuitlibel op een afstand van minder dan 10 kilometer van het plangebied. De rouwmantel komt voor in gevarieerde, open bossen met wilgen op vochtige, zonnige plaatsen. Het plangebied biedt geen geschikte leefomgeving aan de rouwmantel. De groene glazenmaker leeft in stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden: plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden (Kalkman, 2004a). In Nederland komt deze plant vooral voor in sloten en moerassen in het laagveengebied. Krabbescheer verlangt schone, niet te voedselrijke sloten en is gevoelig voor milieuvervuiling. Het plangebied biedt geen geschikte leefomgeving aan de groene glazenmaker. De gevlekte witsnuitlibel komt in verschillende biotopen voor, met name verlandingszones en laagveenmoerassen (Kalkman, 2004b). De soort komt ook bij matig voedselrijke bosplassen en niet te zure vennen voor, veelal met een uitgebreide oevervegetatie. Het plangebied biedt geen geschikte leefomgeving aan de gevlekte witsnuitlibel. Planten Volgens verspreidingsgegevens komen de volgende middelzwaar beschermde soorten vaatplanten binnen een afstand van 5 kilometer van het plangebied voor: daslook, gele helmbloem, gulden sleutelbloem, kluwenklokje, prachtklokje, rietorchis, ruig klokje, steenbreekvaren, tongvaren, veldsalie, wilde marjolein en zomerklokje. Het plangebied bestaat uit agrarisch gebied. In het plangebied komen een aantal veelvoorkomende plantensoorten voor, zoals paardenbloem, kruipende boterbloem en smalle weegbree. Er worden geen beschermde plantensoorten verwacht Toets Flora- en Faunawet Vogels Als de sloop- en bouwwerkzaamheden in het broedseizoen (maart juli) worden uitgevoerd, zal dat leiden tot verstoring van de in de omgeving broedende (weide)vogels, wat strijdig is met artikel 11 van de Flora- en Faunawet. Het is dan ook van belang om met de werkzaamheden te beginnen buiten het broedseizoen van de weidevogels, om overtreding van artikel 11 te voorkomen. Wanneer voor het broedseizoen gestart wordt met de werkzaamheden is het de verwachting dat er, vanwege de verstoring, geen broedvogels vestigen in het gebied. Indien er toch in het plangebied vogels tot broeden komen, moeten de werkzaamheden worden gestaakt tot na het broedseizoen. Het is daarom aan te raden om maatregelen te nemen die eventueel broeden voorkomen, zoals het afdekken van zandhopen en het direct afvoeren van materiaal. Vleermuizen Het slopen van gebouwen waarin zich verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden, is in strijd met de Flora- en Faunawet. Het is niet uit te sluiten dat er zich in de te slopen gebouwen verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden. Dit dient nader onderzocht te worden. Bij de realisatie van de nieuwe gebouwen dient er rekening gehouden te worden dat lichtuitstoot in de richting van bomenrijen minimaal is. 15

58 Het plangebied biedt mogelijk geschikt foerageergebied aan gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, en ruige dwergvleermuis. Er is in de omgeving voldoende vergelijkbaar gebied aanwezig, waardoor gesteld kan worden dat de plannen niet zullen leiden tot een significante aantasting van het foerageergebied. Overige zoogdieren Het plangebied vormt een geschikt leefgebied voor een aantal licht beschermde zoogdieren als mol, egel, veldmuis etc. Voor de licht beschermde soorten geldt een vrijstelling van ontheffing voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er kan niet worden uitgesloten dat er zich in het plangebied verblijfplaatsen van steenmarters bevinden. Hier dient nader onderzoek naar te worden verricht. Reptielen Het plangebied biedt geen geschikte leefomgeving aan beschermde soorten reptielen. Uitvoering van de plannen conflicteert dan ook voor wat betreft reptielen niet met de Flora- en Faunawet. Amfibieën Het plangebied biedt geen geschikte leefomgeving aan beschermde soorten amfibieën. Uitvoering van de plannen conflicteert dan ook voor wat betreft amfibieën niet met de Flora- en Faunawet. Vissen Het plangebied biedt waarschijnlijk een geschikte leefomgeving aan kleine modderkruipers. Dit dient nader onderzocht te worden. Het dempen van de sloot dient bij voorkeur tussen 15 juli en 1 november te gebeuren. Daarnaast wordt het aangeraden bij het dempen vanaf één kant te beginnen, zodat dieren de mogelijkheid hebben uit te wijken naar ander geschikt gebied. Ongewervelden Het plangebied biedt geen geschikte leefomgeving aan beschermde soorten ongewervelden. Uitvoering van de plannen conflicteert dan ook voor wat betreft ongewervelden niet met de Flora- en Faunawet. Planten Het plangebied biedt geen geschikte leefomgeving aan beschermde soorten planten. Uitvoering van de plannen conflicteert dan ook voor wat betreft planten niet met de Flora- en Faunawet. 16

59 6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Mogelijk komen enkele licht beschermde soorten, zoals mol, egel en veldmuis voor in het plangebied. In de omgeving is echter voldoende vervangend leefgebied aanwezig. Daarnaast zijn deze soorten vrijgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen. De bouwwerkzaamheden dienen buiten het broedseizoen van vogels aan te vangen om mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 11 van de Flora- en Faunawet te voorkomen. In grote lijnen loopt het broedseizoen van half maart tot half juli. Het plangebied en de directe omgeving bieden mogelijk een geschikt foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen. Er is in de omgeving voldoende vergelijkbaar gebied aanwezig, zodat de plannen niet zullen leiden tot een significante aantasting van het foerageergebied. Het is niet uit te sluiten of er zich in de te slopen gebouwen verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden. Dit dient nader onderzocht te worden. Bij de realisatie van de nieuwe gebouwen dient er rekening gehouden te worden dat de lichtuitstoot in de richting van bomenrijen minimaal is. Er kan niet worden uitgesloten dat er zich in het plangebied verblijfplaatsen van steenmarters bevinden. Hier dient nader onderzoek naar te worden verricht. Het plangebied biedt waarschijnlijk een geschikte leefomgeving aan kleine modderkruipers. Dit dient nader onderzocht te worden. Het dempen van de sloot dient bij voorkeur tussen 15 juli en 1 november te gebeuren. Daarnaast wordt het aangeraden bij het dempen vanaf één kant te beginnen, zodat dieren de mogelijkheid hebben uit te wijken naar ander geschikt gebied. Er worden geen conflicten verwacht omtrent regelgeving EHS. 17

60 REFERENTIES Bos B. en Wasscher, M. (1997) Veldgids Libellen, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wijnhoff, De Vlinderstichting De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea. Nederlandse fauna 7. Leiden. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey Nederland. Broekhuizen et al. (1992) Atlas van de Nederlandse zoogdieren, Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht Bruijn, J. de. (2006) Inventarisatie van de noordse woelmuis en de waterspitsmuis in de gebieden groene punt, schapenwei en breede water (voornes Duin). Inventarisatie in het kader van de Floraen faunawet en de Natuurbeschermingswet. Strix/NWC, Dordrecht. Bruyne, R. de (2004) Nauwe korfslak Vertigo angustior Jeffreys 1830, gebaseerd op gegevens tot het jaar EIS Nederland, Creemers R., Van Delft, J. (2009) De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse Fauna 9, KNNV Uitgeverij Utrecht Cuppen, J.G.M., G. van Dijk, B. Koese & O. Vorst (2006) De brede geelgerande waterroofkever Dytiscus latissimus in Zuidwest-Drenthe. EIS - Nederland, De Nie, H.W. (1997) Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen, Media Publishing, Doetinchem. Dienst Regelingen (2011) Huismus, Passer domesticus, Soortenstandaard DHV (2009) Natura2000 beheerplan De Veluwe, werkversie EIS-Nederland, De Vlinderstichting & Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie (2007) Waarnemingenverslag dagvlinders, libellen en sprinkhanen, EIS-Nederland, Assen. Gmelig Meyling, A.W., de Bruyne, R.H., Boesveld, A. (2009) Onderzoek naar de verspreiding van de Wijngaardslak Helix pomatia op basis van bestaande gegevensbronnen, Stichting ANNEMOON Janssen en Schaminée (2008) Europese Natuur in Nederland, Soorten van de habitatrichtlijn, KNNV Uitgeverij, Utrecht Huijbregts, H. (2004a) Gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus (Degeer, 1774). EIS - Nederland, Huijbregts, H. (2004b) Heldenbok Cerambyx cerdo Linnaeus, EIS - Nederland, Huijbregts, H. (2004c) Juchtleerkever Osmoderma eremita (Scopoli, 1763). EIS - Nederland, Kalkman, V.J. (2004) Zeggekorfslak Vertigo moulinsiana (Dupuy, 1849). EIS - Nederland, Kalkman,V.J. (2004a) Groene glazenmaker Aeshna viridis Eversmann, EIS, Nederland, Kalkman,V.J. (2004b) Gevlekte witsnuitlibel Leucorrhinia pectoralis (Charpentier 1825), EIS, Nederland, Ketelaar, R., Ruiter, E.J., Uilhoorn, H.M.G. (2007) Habitatkeuze van de Noordse winterjuffer (Sympecma paedisca) in Nederland, Brachytron 11 Klausnitzer, B. (1991) Die Këfer Miteleuropas L1, Goecke & Evers, Krefeld Klausnitzer, B. (1994) Die Këfer Miteleuropas L2, Goecke & Evers, Krefeld Landschap Overijssel (2011) Boomkikkers duurzaam tussen Aamsveen en Witte Veen. Landschap Limpens et al. (1997) Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie, Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht 18

61 N FKO-wga-V03-NL Limpens et al, (2010) Handleiding Vleermuizen en Planologie, Zoogdiervereniging Ministerie van LNV en VROM (2008) Spelregels EHS, beleidskader voor compensatiebeginsel, EHSsaldobenadering en herbegrenzen EHS, brochure Nie, Henrik W. de, Atlas van de Nederlandse zoetwatervissen. Media publishing Int. BV, Doetichem. Smit, J.T. Het vliegend hert (2005) Smit, J.T. (2007) Actuele en potentiële verspreiding van het vliegend hert in Nederland. EIS - Nederland, Timmermans et al. (2004) Gewone rivierkreeft Astacus astacus (Linnaeus, 1758), EIS Nederland, Twisk, P., Diepenbeek, A., Bekker, JP., (2010) Veldgids Europese zoogdieren, KNNV Uitgeverij, Zeist Van Loon, A.J. (2004) Zwartrugbosmier Formica pratensis Retzius, EIS-Nederland, Van Loon, A.J. (2004) Kale bosmier Formica polyctena Förster, EIS-Nederland, Van Loon, A.J. (2004) Stronkmier Formica truncorum Fabricius, EIS-Nederland, Van Loon, A.J. (2008) Behaarde bosmier Formica rufa Linnaeus, 1758, Uit: Kalkman, 2008, De soorten van het leefgebiedenbeleid, EIS-Nederland. Van t Veer, R., Raes, N., Scharringa, C.J.G., (2010) Weidevogels in Noord-Holland; ecologie, beleid en ontwikkelingen, Provincie Noord Holland, rapportnummer Visser; 1996; Invloed van wandelrecreatie op de fauna van de Amsterdamse waterleidingduinen - Een inventariserend literatuuronderzoek; IN Smit, C.; 2001; Effecten van militair gebruik en recreatie op flora en fauna een literatuuronderzoek; Expertisecentrum LNV; nr ; Wageningen (" NDFF - quickscanhulp.nl :48:20")

62 BIJLAGE 1 VOORKOMEN VAN DOOR DE WET BESCHERMDE SOOR- TEN BINNEN EEN AFSTAND VAN 10 KM VAN HET PLANGEBIED (QUICKSCANHULP.NL) Soort Soortgroep Bescherming Afstand Plangebied mogelijk geschikt Heikikker Amfibieën tabel III 1-5 km nee Rugstreeppad Amfibieën tabel III 5-10 km nee rouwmantel Insecten - Dagvlinders tabel III 1-5 km Groene glazenmaker Insecten - Libellen tabel III 1-5 km nee nee Gevlekte witsnuitlibel Insecten - Libellen tabel III 5-10 km nee Ringslang Reptielen tabel III 5-10 km nee Daslook Vaatplanten tabel II 1-5 km nee Gele helmbloem Vaatplanten tabel II 1-5 km nee Gulden sleutelbloem Vaatplanten tabel II 1-5 km nee Kluwenklokje Vaatplanten tabel II 1-5 km nee Prachtklokje Vaatplanten tabel II 1-5 km nee Rietorchis Vaatplanten tabel II 1-5 km nee Ruig klokje Vaatplanten tabel II 1-5 km nee Steenbreekvaren Vaatplanten tabel II 1-5 km nee Tongvaren Vaatplanten tabel II 1-5 km nee Veldsalie Vaatplanten tabel II 1-5 km nee Wilde marjolein Vaatplanten tabel II 1-5 km nee Zomerklokje Vaatplanten tabel II 1-5 km nee Bittervoorn Vissen tabel III 0-1 km nee Kleine modderkruiper Vissen tabel II 1-5 km ja Grote modderkruiper Vissen tabel III 5-10 km nee Gewone dwergvleermuis ja Zoogdieren tabel III 0-1 km Meervleermuis Zoogdieren tabel III 0-1 km ja Ruige dwergvleermuis Zoogdieren tabel III 0-1 km ja Tweekleurige vleermuis ja Zoogdieren tabel III 0-1 km Watervleermuis Zoogdieren tabel III 0-1 km ja Steenmarter Zoogdieren tabel II 1-5 km ja Gewone grootoorvleermuis ja Zoogdieren tabel III 1-5 km Laatvlieger Zoogdieren tabel III 1-5 km ja Waterspitsmuis Zoogdieren tabel III 1-5 km nee Damhert Zoogdieren tabel II 5-10 km nee Baardvleermuis Zoogdieren tabel III 5-10 km ja Boommarter Zoogdieren tabel III 5-10 km nee Franjestaart Zoogdieren tabel III 5-10 km ja 20

63 Noordse woelmuis Zoogdieren tabel III 5-10 km (arenicola) nee Otter Zoogdieren tabel III 5-10 km nee Rosse vleermuis Zoogdieren tabel III 5-10 km ja 21

64 Bijlage 5: Aagrostacksberekening gewenste situatie Naam van de berekening: gewenst Gemaakt op: :53:14 Zwaartepunt X: 181,500 Y: 574,600 Cluster naam: CRV Bredyk 32 Wirdum Berekende ruwheid: 0,21 m Emissie Punten: Volgnr. BronID X-coord. Y-coord. Hoogte Gem.geb. hoogte Diam. Uittr. snelheid Emissie 1 Stal ,1 6,7 0,5 1, Stal ,5 7,1 0,5 1, Stal ,0 5,7 0,5 4, Gevoelige locaties: Volgnummer Naam X coordinaat Y coordinaat Depositie 1 Alde Feanen ,22 Details van Emissie Punt: Stal 2 (5489) Volgnr. Code Type Aantal Emissie Totaal 1 A3 Jongvee Details van Emissie Punt: Stal 3 (5490) Volgnr. Code Type Aantal Emissie Totaal 1 A3 Jongvee A7 Overig rundvee Details van Emissie Punt: Stal 5 (5491) Volgnr. Code Type Aantal Emissie Totaal 1 A3 Jongvee DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 42

65 DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 43

66 Bijlage 6: Natuurbeschermingswet vergunning DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 44

67

68

69

70

71

72

73

74

75

AANMELDINGSNOTITIE M.E.R.- BEOORDELING. VAN: Mts. K. en M. en K. Hellinga Hegedyk 4 9089 BN Wytgaard

AANMELDINGSNOTITIE M.E.R.- BEOORDELING. VAN: Mts. K. en M. en K. Hellinga Hegedyk 4 9089 BN Wytgaard AANMELDINGSNOTITIE M.E.R.- BEOORDELING VAN: Mts. K. en M. en K. Hellinga Hegedyk 4 9089 BN Wytgaard 6 november 2012 INHOUDSOPGAVE 1. INITIATIEFNEMER... 2 2. DE BEOOGDE ACTIVITEITEN... 3 Hoofdactiviteit...

Nadere informatie

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis QUICK SCAN FLORA EN FAUNA Heilleweg 21 te Sluis 1 QUICK SCAN FLORA EN FAUNA Heilleweg 21 te Sluis Opdrachtgever: A.C. Dingemans Heilleweg 21 4524 KL Sluis Opgesteld door: ZLTO Advies Cereshof 4 4463 XH

Nadere informatie

Nieuwe bedrijfslocaties

Nieuwe bedrijfslocaties E c o l o g i s c h e i n v e n t a r i s a t i e Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Midwolda-Nieuwlandseweg Arts/Rulo te toetsen, is een ecologische inventarisatie uitgevoerd. Tevens is gekeken

Nadere informatie

Bijlagen omgevingsvergunning

Bijlagen omgevingsvergunning Bijlagen omgevingsvergunning Maatschap Vroege Burgemeester ten Holteweg 39 7751 CR Dalen Locatie: Burgemeester ten Holteweg 39 7751 CR Dalen Datum: 29 januari 2012 DLV Bouw, Milieu en Techniek BV 29-1-2013

Nadere informatie

Onderbouwing van het verzoek van P. Coolen, Ophoven 1 te Roggel voor het verruimen van het bouwperceel.

Onderbouwing van het verzoek van P. Coolen, Ophoven 1 te Roggel voor het verruimen van het bouwperceel. Onderbouwing van het verzoek van P. Coolen, Ophoven 1 te Roggel voor het verruimen van het bouwperceel. Op de locatie is reeds jarenlang een agrarisch bedrijf aanwezig. Binnen het bedrijf wordt melkrundvee

Nadere informatie

Quickscan samenvatting natuurtoets Sint Nicolaasdijk 153, Kampen

Quickscan samenvatting natuurtoets Sint Nicolaasdijk 153, Kampen Witpaard BV Contactpersoon Kenmerk Status Datum Dhr. J. Drenth 15-182 concept 13 mei 2015 Betreft Quickscan samenvatting natuurtoets Sint Nicolaasdijk 153, Kampen Omschrijving Aanleiding en doelstelling

Nadere informatie

Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt

Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt CONCEPT Omgevingsdienst Regio Utrecht juli 2012 kenmerk/ opgesteld door beoordeeld door Ronald Jansen Dagmar Storm INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding...

Nadere informatie

: QuickScan Flora & Fauna Meijelseweg 60a te Beringe, gemeente Peel en Maas

: QuickScan Flora & Fauna Meijelseweg 60a te Beringe, gemeente Peel en Maas Advies : QuickScan Flora & Fauna Meijelseweg 60a te Beringe, gemeente Peel en Maas Datum : 14 januari 2014 Opdrachtgever : De heer L.P.G. Oudenhoven Projectnummer : 211x05418 Opgesteld door : Ineke Kroes

Nadere informatie

Notitie flora en fauna

Notitie flora en fauna Notitie flora en fauna Titel/locatie Projectnummer: 6306 Datum: 11-6-2013 Opgesteld: Rosalie Heins Gemeente Baarn is voornemens om op de locatie van de huidige gemeentewerf een nieuwe brede school ontwikkelen.

Nadere informatie

Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10

Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10 Quickscan natuuronderzoek ivm bestemmingsplan en ontwikkelingen Bellersweg 13 Hengelo Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Haaksbergen 9 juli 2013 Rapportnummer 0128 Projectnummer 018 Opdrachtgever

Nadere informatie

Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6. Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen

Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6. Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6 Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6 Verkennend

Nadere informatie

Samenvatting quickscan natuurtoets

Samenvatting quickscan natuurtoets Samenvatting quickscan natuurtoets Onderwerp Opdrachtgever Insingerstraat Soest RV&O Project Status Datum Sloop en nieuwbouw Insingerstraat concept 8 januari 2016 Auteur Veldonderzoek Projectcode Gelder,

Nadere informatie

Verkennend natuuronderzoek Parklaan / Nieuweweg te Hattem

Verkennend natuuronderzoek Parklaan / Nieuweweg te Hattem Verkennend natuuronderzoek Parklaan / Nieuweweg te Hattem Onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en gebieden Datum: 28-11-2011 Auteur: A. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Rapportnummer:

Nadere informatie

Flora- en faunascan voor de bouw van een woning aan de Bolenbergweg te Belfeld

Flora- en faunascan voor de bouw van een woning aan de Bolenbergweg te Belfeld Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl info@faunaconsult.nl Faunaconsult KvK Venlo 09116138 De heer J. Bruekers Bolenbergweg 18 5951 AZ Belfeld Flora- en faunascan voor de bouw

Nadere informatie

Quickscan samenvatting Flora- en faunawet Van Zuylenlaan 9, Hoevelaken

Quickscan samenvatting Flora- en faunawet Van Zuylenlaan 9, Hoevelaken Dhr. J.P.L.M.G. Gelauff Van Zuylenlaan 9 3871 BG Hoevelaken Contactpersoon Kenmerk Status Datum Dhr. A. de Gelder 15-314 definitief 31 augustus 2015 Betreft Quickscan samenvatting Flora- en faunawet Van

Nadere informatie

Project Status Datum. Sloop en nieuwbouw locatie Emmaschool concept 14 januari 2016. Auteur Veldonderzoek Projectcode

Project Status Datum. Sloop en nieuwbouw locatie Emmaschool concept 14 januari 2016. Auteur Veldonderzoek Projectcode Onderwerp Opdrachtgever Emmaschool Heerde Witpaard Project Status Datum Sloop en nieuwbouw locatie Emmaschool concept 14 januari 2016 Auteur Veldonderzoek Projectcode Gelder, A. (Adriaan) de Gelder, A.

Nadere informatie

Verkennend natuuronderzoek Anklaarseweg Apeldoorn

Verkennend natuuronderzoek Anklaarseweg Apeldoorn Verkennend natuuronderzoek Anklaarseweg Apeldoorn Onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en gebieden Datum: 31-10-2011 Auteur: A. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Rapportnummer: DT/2011/010.04

Nadere informatie

Toets flora en fauna Herinrichting locatie Spreeuwenstraat 11 te Nijmegen

Toets flora en fauna Herinrichting locatie Spreeuwenstraat 11 te Nijmegen Toets flora en fauna Herinrichting locatie Spreeuwenstraat 11 te Nijmegen Datum : 27 maart 2014 Projectnummer : 13-0255 Opdrachtgever : Bureau Verkuylen Inleiding Aanleiding In verband met de voorgenomen

Nadere informatie

verwachting zullen de aanwijzingsbesluiten vóór oktober 2010 definitief worden. Voorlopig wordt daarom getoetst aan de bestaande gebiedsdocumenten.

verwachting zullen de aanwijzingsbesluiten vóór oktober 2010 definitief worden. Voorlopig wordt daarom getoetst aan de bestaande gebiedsdocumenten. E c o l o g i e Voor onderhavig bestemmingsplan is het noodzakelijk te beoordelen of er sprake is van eventuele effecten op de Ecologische Hoofdstructuur en/of gebieden die zijn beschermd in het kader

Nadere informatie

Quickscan samenvatting natuurtoets Westpolder/Bolwerk, deelplan 5 bouwstroom F1 en G, Berkel en Rodenrijs.

Quickscan samenvatting natuurtoets Westpolder/Bolwerk, deelplan 5 bouwstroom F1 en G, Berkel en Rodenrijs. InterConcept Advies & Uitvoering T.a.v. dhr. M. Proper Leeuwenhoekweg 58 2661 DD Bergschenhoek Contactpersoon Kenmerk Status Datum Ing. M.G. Hoksberg 15-088 definitief 27 augustus 2015 Betreft Quickscan

Nadere informatie

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Enschede 2 December 2010 Rapportnummer 0123 Projectnummer

Nadere informatie

Bijlage 1 Onderzoek ecologie

Bijlage 1 Onderzoek ecologie Bijlage 1 Onderzoek ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan

Nadere informatie

Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen

Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Haaksbergen 21 Mei 2014 Rapportnummer 031 Projectnummer 012 opdrachtgever Fam. Ten Dam Kolenbranderweg

Nadere informatie

Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182

Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Notitie Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Betreft Actualisatie locatieonderzoek natuurwaarden 1 Aanleiding In 2007 is door Grontmij het Locatieonderzoek natuurwaarden Projectlocatiegebied

Nadere informatie

Briefrapport. Globale ligging plangebied. AANLEIDING EN METHODE. De heer E.J. Overbeek. datum: 16 september 2011. quick scan flora en fauna

Briefrapport. Globale ligging plangebied. AANLEIDING EN METHODE. De heer E.J. Overbeek. datum: 16 september 2011. quick scan flora en fauna Briefrapport aan: van: ons kenmerk.: De heer E.J. Overbeek SAB RIJS/110253 datum: 16 september 2011 betreft: quick scan flora en fauna AANLEIDING EN METHODE In Diepenheim (gemeente Hof van Twente, provincie

Nadere informatie

Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde.

Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Status Definitief Datum 7 april 2015 Handtekening Matthijs

Nadere informatie

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, opgaande beplanting en watergangen.

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, opgaande beplanting en watergangen. Ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan deze ontwikkelingen

Nadere informatie

Notitie veldbezoek Middelweg 12 te Moordrecht

Notitie veldbezoek Middelweg 12 te Moordrecht NOTITIE R. Stout Middelweg 12 2841 LA Moordrecht DATUM: 16 april 2012 ONS KENMERK: 12-200/12.01680/DirSt UW KENMERK: Gunning 22-03-2012 AUTEUR: PROJECTLEIDER: STATUS: ing. K.D. van Straalen drs. I. Hille

Nadere informatie

Tijdelijke schoolvoorziening Voorstraat 126 te Velddriel. Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. tijdelijke ontheffing bestemmingsplan (art. 3.

Tijdelijke schoolvoorziening Voorstraat 126 te Velddriel. Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. tijdelijke ontheffing bestemmingsplan (art. 3. Tijdelijke schoolvoorziening Voorstraat 126 te Velddriel Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. tijdelijke ontheffing bestemmingsplan (art. 3.22 Wro) 4 januari 2011 1. Inleiding In februari 2010 is door de gemeenteraad

Nadere informatie

Tabel 1: Inventarisatieschema onderzoek Waterspitsmuis.

Tabel 1: Inventarisatieschema onderzoek Waterspitsmuis. Notitie Aanvullend onderzoek Waterspitsmuis Assenrade Hattem Auteurs: ing. M. van der Sluis (Eindredactie drs. I. Veeman) Project: 06093A Datum: 20 december 2007 Status: definitief ecogroen advies bv Postbus

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Artikel 19d en 19e Datum besluit : 30 juni 2015 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998 2015-007675 - gemeente Almere Activiteit

Nadere informatie

Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert

Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert Datum : 30 oktober 2014 Opdrachtgever : Pouderoyen BV Opgesteld door : ir. N. Arts Projectnummer : P14-0202 Inleiding Initiatiefnemer is voornemens

Nadere informatie

Quickscan samenvatting Flora- en faunawet Nigtevechtseweg 64, Vreeland

Quickscan samenvatting Flora- en faunawet Nigtevechtseweg 64, Vreeland Boluwa Eco Systems BV T.a.v. dhr. G. van Dijk Postbus 11 8180 AA Heerde Contactpersoon Kenmerk Status Datum Dhr. A. de Gelder 15-135 concept 29 april 2015 Betreft Quickscan samenvatting Flora- en faunawet

Nadere informatie

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug Notitie Contactpersoon Gosewien van Eck Datum 14 november 2013 Kenmerk N001-1220333GGV-evp-V01-NL Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug 1 Inleiding De gemeente

Nadere informatie

-Rooien van het aanwezige sierplantsoen en enkele acacia s en zomereiken. -Transportbewegingen van mensen en voertuigen en aanvoer van materieel

-Rooien van het aanwezige sierplantsoen en enkele acacia s en zomereiken. -Transportbewegingen van mensen en voertuigen en aanvoer van materieel Zwolle, 25 oktober Henk Hunneman Natuuronderzoek pompstation Wageningen Aanleiding Vitens is voornemens om op de locatie van productiebedrijf Wageningen het huidige drinkwaterreservoir te vervangen door

Nadere informatie

Notitie Quickscan Gasthuisweg 1 te Herwijnen

Notitie Quickscan Gasthuisweg 1 te Herwijnen Toetsing Natuur Beschermingswet en Flora- en faunawet In opdracht van Martin van Baalen Gasthuisweg 1 4171 KH Herwijnen COLOFON Tekst, foto s en samenstelling Ronald van Os Status rapport concept Datum

Nadere informatie

Steenuil en ontheffingsaanvragen van de Flora- en faunawet. Martijn van Opijnen (Dienst Regelingen) Wouter van Heusden (Dienst Landelijk Gebied)

Steenuil en ontheffingsaanvragen van de Flora- en faunawet. Martijn van Opijnen (Dienst Regelingen) Wouter van Heusden (Dienst Landelijk Gebied) Steenuil en ontheffingsaanvragen van de Flora- en faunawet Martijn van Opijnen (Dienst Regelingen) Wouter van Heusden (Dienst Landelijk Gebied) 5 november 2011 Wat doen DR en DLG Dienst Regelingen is namens

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET BOUWEN VAN EEN LOODS AAN DE WESTHOFSEZANDWEG 9 TE S- HEER ARENDSKERKE

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET BOUWEN VAN EEN LOODS AAN DE WESTHOFSEZANDWEG 9 TE S- HEER ARENDSKERKE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET BOUWEN VAN EEN LOODS AAN DE WESTHOFSEZANDWEG 9 TE S- HEER ARENDSKERKE Versie 2, d.d. 6 oktober 2011 Afdeling Stadsontwikkeling M. Jonker 1 Inhoud Hoofdstuk 1. Inleiding

Nadere informatie

Projectplan ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet drie bebouwingslocaties te Rozenburg (ZH)

Projectplan ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet drie bebouwingslocaties te Rozenburg (ZH) Projectplan ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet drie bebouwingslocaties te Rozenburg (ZH) Projectplan ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet drie bebouwingslocaties te Rozenburg (ZH) september 2009

Nadere informatie

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, gazon, weiland, opgaande beplanting en oppervlaktewater.

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, gazon, weiland, opgaande beplanting en oppervlaktewater. In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan deze ontwikkelingen wat

Nadere informatie

Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet

Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet Inleiding Praktisch overal in Nederland komen beschermde soorten flora en fauna voor. Bekende voorbeelden zijn de aanwezigheid van rugstreeppadden op

Nadere informatie

Ecologische beoordeling. Perceel tussen Tillewei en Landyk te Drogeham

Ecologische beoordeling. Perceel tussen Tillewei en Landyk te Drogeham B i j l a g e 3 : E c o l o g i s c h e b e o o r d e l i n g Ecologische beoordeling 2011 Perceel tussen Tillewei en Landyk te Drogeham COLOFON BUREAU FAUNAX Alde dyk 31 8407 AD Terwispel 0513-436849

Nadere informatie

Quick scan ecologie Spoorsevoorzieningen Utrecht Centraal Noordzijde

Quick scan ecologie Spoorsevoorzieningen Utrecht Centraal Noordzijde Quick scan ecologie Spoorsevoorzieningen Utrecht Centraal Noordzijde Locatie Daalse tunnel ter plaatse van de voetbalkooi en locatie parkeerplaats van De Stek Effecten op beschermde soorten en gebieden

Nadere informatie

Notitie aanvullend onderzoek

Notitie aanvullend onderzoek Notitie aanvullend onderzoek Vleermuizen Langbroekerdijk, Overlangbroek Auteur(s ): Ing. M. (Martijn) Bunskoek Project: 09078 Datum: 28 oktober 2009 Status: Definitief ecogroen advies bv Postbus 625, 8000

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Artikel 19d en 19e Datum besluit : 22 juni 2015 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998 2015-005160 - gemeente Putten Activiteit

Nadere informatie

Bureau FaunaX Faunistisch Onderzoek & Advies Alde Dyk 31 8407 AD Terwispel E faunax@kpnmail.nl T 06-53609123

Bureau FaunaX Faunistisch Onderzoek & Advies Alde Dyk 31 8407 AD Terwispel E faunax@kpnmail.nl T 06-53609123 Bureau FaunaX Faunistisch Onderzoek & Advies Alde Dyk 31 8407 AD Terwispel E faunax@kpnmail.nl T 06-53609123 Aan It Fryske Gea T.a.v dhr. G. van der Burg De Stripe 2 9264 TW Earnewâld Datum 29 juni 2010

Nadere informatie

Plan van Aanpak. Flora & faunawet. Bestemd voor verbouwing/nieuwbouw Loonbedrijf J.P. van Nieuwkoop Goudseweg 172a Haastrecht

Plan van Aanpak. Flora & faunawet. Bestemd voor verbouwing/nieuwbouw Loonbedrijf J.P. van Nieuwkoop Goudseweg 172a Haastrecht Plan van Aanpak Flora & faunawet Bestemd voor verbouwing/nieuwbouw Loonbedrijf J.P. van Nieuwkoop Goudseweg 172a Haastrecht Opgesteld door: Teun van Wouwe, J.P. van Nieuwkoop Adres : Goudseweg 172a Haastrecht

Nadere informatie

Aanleiding van het onderzoek Wat is een quickscan

Aanleiding van het onderzoek Wat is een quickscan Correspondentie gegevens Projectgegevens Datum : 26 oktober 2015 Projectlocatie : Lindelaan 2b, Dordrecht Opgesteld door : Ing. P. Otte Betreft : FF- wet Quickscan Projectnummer : 1554 Contactpersonen

Nadere informatie

Omgevingsvergunning OV 20140031

Omgevingsvergunning OV 20140031 Omgevingsvergunning OV 20140031 Aanvraag Op 28 februari 2014 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het veranderen van een paardenhouderij (inclusief camping) op het adres Grasdijk

Nadere informatie

Quickscan winkelcentrum Meijhorst te Nijmegen

Quickscan winkelcentrum Meijhorst te Nijmegen Notitie Contactpersoon Marc Wilberts Datum 10 mei 2010 Kenmerk N001-4710764MWX-mfv-V01-NL Quickscan winkelcentrum Meijhorst te Nijmegen 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Bij alle ruimtelijke ingrepen en plannen

Nadere informatie

Toelichting 1 Inleiding 2 Beleidskader 3 Beoordeling

Toelichting 1 Inleiding 2 Beleidskader 3 Beoordeling Toelichting Wijzigingsplan i.c. bestemmingsplan Buitengebied Sanjesreed 8c Oentsjerk (dagbesteding Bûtenút) 1 Inleiding Werk- en dagbesteding Bûtenút is gevestigd op een deel van de voormalige PTC+ locatie

Nadere informatie

: Mevrouw M. Snellen : Postbus 10.000 : 5280 DA Boxtel

: Mevrouw M. Snellen : Postbus 10.000 : 5280 DA Boxtel RAPPORT betreffende een flora- en faunaonderzoek Boxtelseweg 64 te Liempde Datum : 8 juni 2012 Kenmerk : 1203E181/DBI/rap3 Contactpersoon : De heer D.D.C.A. Bijl Vrijgave : C. Brouwer bba (projectleider)

Nadere informatie

Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten

Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten Ruimtelijke onderbouwing Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten Ruimtelijke onderbouwing voor de aanleg van een paardenbak Het Zuid 34 te Drachten 1 Ruimtelijke onderbouwing voor de aanleg van een paardenbak

Nadere informatie

Natuurtoets omgevingsvergunning bouw woning Horsterweg 217 Ermelo

Natuurtoets omgevingsvergunning bouw woning Horsterweg 217 Ermelo Natuurtoets omgevingsvergunning bouw woning Horsterweg 217 Ermelo Opdrachtgever Contactpersoon Grondvitaal Voorthuizerstraat 256 3881 SN PUTTEN Cobie Mertens Uitvoering Groenewold Adviesbureau voor Milieu

Nadere informatie

Natuurtoets MCS. Planteam Groen, Recreatie en Water

Natuurtoets MCS. Planteam Groen, Recreatie en Water Natuurtoets MCS Planteam Groen, Recreatie en Water Juli 2010 Inhoudsopgave 1. Doel en vraagstelling 2. Samenvatting 3. Afbakening 4. Wettelijk kader 5. Inventarisatie 6. Effecten van uitvoering van het

Nadere informatie

Quickscan flora en fauna. Woonhuis Wijststraat 3 te Heesch

Quickscan flora en fauna. Woonhuis Wijststraat 3 te Heesch Quickscan flora en fauna Woonhuis Wijststraat 3 te Heesch Lobith, december 2007 december 2007 2 Inhoud 1. Inleiding... 5 2. Wettelijk kader... 6 2.1 Flora- en Faunawet... 6 Algemene Maatregel van Bestuur...

Nadere informatie

De Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming Consequenties voor gemeenten De Wet natuurbescherming Omgevingsdienst West-Holland, Leiden, 28-1-2016 Wim Heijligers m.m.v. Vincent Wisgerhof Opbouw presentatie 1. Natuurbeschermingswetgeving; bescherming

Nadere informatie

TOETSING FLORA- EN FAUNAWET VOOR DE BOUW VAN EEN RESTSTOFFEN ENERGIECENTRALE IN HET INDUSTRIEHAVENTERREIN TE HARLINGEN.

TOETSING FLORA- EN FAUNAWET VOOR DE BOUW VAN EEN RESTSTOFFEN ENERGIECENTRALE IN HET INDUSTRIEHAVENTERREIN TE HARLINGEN. TOETSING FLORA- EN FAUNAWET VOOR DE BOUW VAN EEN RESTSTOFFEN ENERGIECENTRALE IN HET INDUSTRIEHAVENTERREIN TE HARLINGEN. G:\BBPROJECT\Tekst\P06115 Industriehaven Harlingen\rapport\Toetsing Flora- en faunawet

Nadere informatie

Saksen Weimar fase 5 en verder Ecologische check

Saksen Weimar fase 5 en verder Ecologische check Saksen Weimar fase 5 en verder Arnhem, 11 december 2014 P a g i n a 2 Colofon Titel : Saksen Weimar fase 5 Subtitel : Projectnummer : 14.125 Datum : 11 december 2014 Veldonderzoek : T. Kooij Auteur(s)

Nadere informatie

O M G E V I N G S V E R G U N N I N G (ONTWERP) 506-2012

O M G E V I N G S V E R G U N N I N G (ONTWERP) 506-2012 O M G E V I N G S V E R G U N N I N G (ONTWERP) 506-2012 Burgemeester en Wethouders hebben op 26 oktober 2012 van Geologistiek BV, Idzardaweg 90, 8476 EP TER IDZARD, een aanvraag voor een omgevingsvergunning

Nadere informatie

VORMVRIJE MER-BEOORDELING

VORMVRIJE MER-BEOORDELING VORMVRIJE MER-BEOORDELING voor de melkrundveehouderij van De heer E. Verwoert Lakemondsestraat 38 4043 JD Opheusden Locatie: De Hel 4g 6668 LG Randwijk Opdrachtgever: E. Verwoert Lakemondsestraat 38 4030

Nadere informatie

1.1 INLEIDING... 2 1.2 DOELSTELLINGEN VAN HET ONDERZOEK... 2 1.3 DE PLANNEN... 3 1.4 OPBOUW RAPPORT... 3 2.1 FLORA- EN FAUNAWET...

1.1 INLEIDING... 2 1.2 DOELSTELLINGEN VAN HET ONDERZOEK... 2 1.3 DE PLANNEN... 3 1.4 OPBOUW RAPPORT... 3 2.1 FLORA- EN FAUNAWET... INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 2 1.1 INLEIDING... 2 1.2 DOELSTELLINGEN VAN HET ONDERZOEK... 2 1.3 DE PLANNEN... 3 1.4 OPBOUW RAPPORT... 3 2 FLORA- EN FAUNAWET... 4 2.1 FLORA- EN FAUNAWET... 4 2.2 RODE LIJST...

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Schalkwijkseweg 22

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Schalkwijkseweg 22 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Schalkwijkseweg 22 2 10 COLOFON TITEL: Ruimtelijke Onderbouwing Schalkwijkseweg 22 STATUS: Definitief PROJECTNUMMER: NL.IMRO.0321.0012PBSCHLKWSWG22 DATUM: 11 februari 2010 AUTEUR:

Nadere informatie

: Notitie quickscan flora en fauna Stalbergweg

: Notitie quickscan flora en fauna Stalbergweg Notitie : Notitie quickscan flora en fauna Stalbergweg 293, Venlo Locatie : Stalbergweg 293 Datum : 27 januari 2015 Projectnummer : 211x07281 Opgesteld door : Reinoud Vermoolen Bij ruimtelijke planvorming

Nadere informatie

Dieren in de vrije natuur in het Park Berg en Bos door Henk Otto

Dieren in de vrije natuur in het Park Berg en Bos door Henk Otto Dieren in de vrije natuur in het Park Berg en Bos door Henk Otto Ter voorbereiding van de toekomstplannen voor het Park Berg en Bos is in opdracht van de gemeente Apenheul een natuurtoets uitgevoerd. Een

Nadere informatie

(ontwerp) ruimtelijke onderbouwing afwijking BP Asserstraat 31 Vries

(ontwerp) ruimtelijke onderbouwing afwijking BP Asserstraat 31 Vries (ontwerp) ruimtelijke onderbouwing afwijking BP Asserstraat 31 Vries Gemeente Tynaarlo November 2011 Projectgebied Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Huidige en beoogde situatie... 5 2.1 Beschrijving van

Nadere informatie

Bijlage 6: Oplegnotitie bij bijlage 5 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch, Buro Bakker, 2011

Bijlage 6: Oplegnotitie bij bijlage 5 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch, Buro Bakker, 2011 Bijlage 6: Oplegnotitie bij bijlage 5 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch, Buro Bakker, 2011 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch

Nadere informatie

Quicksan flora en fauna

Quicksan flora en fauna Quicksan flora en fauna Lommerrijk 23, Lelystad Inhoud 1 Inleiding... 4 2 Ligging en ontwikkelingen... 5 2.1 Ligging... 5 2.2 Voorgenomen ontwikkelingen... 6 3 Natuurwetgeving... 8 3.1 Flora- en faunawet...

Nadere informatie

Quickscan natuurtoets samenvatting Realisatie stadsboerderij Hertenkamp, Ommen

Quickscan natuurtoets samenvatting Realisatie stadsboerderij Hertenkamp, Ommen Quickscan natuurtoets samenvatting Realisatie stadsboerderij Hertenkamp, Ommen Auteur: A. (Adriaan) de Gelder Veldonderzoek: M. (Martijn) Bunskoek Project: 14-236 Datum: 1 augustus 2014 Status: Concept

Nadere informatie

Quickscan Natuur. Ter plaatse van de voormalige Drusushoeve. Definitief. Nouville Ontwikkeling BV Postbus 70 6400 AB Heerlen

Quickscan Natuur. Ter plaatse van de voormalige Drusushoeve. Definitief. Nouville Ontwikkeling BV Postbus 70 6400 AB Heerlen Quickscan Natuur Ter plaatse van de voormalige Drusushoeve Definitief Nouville Ontwikkeling BV Postbus 70 6400 AB Heerlen Grontmij Nederland B.V. Eindhoven, 2 januari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding...

Nadere informatie

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit de kom Bleiswijk met bebouwing, tuinen, groenstroken, laanbeplanting en watergangen.

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit de kom Bleiswijk met bebouwing, tuinen, groenstroken, laanbeplanting en watergangen. Bijlage 1 Bureauonderzoek flora en fauna Ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens

Nadere informatie

BIJLAGE 1. Quickscan ecologie

BIJLAGE 1. Quickscan ecologie BIJLAGEN BIJLAGE 1 Quickscan ecologie QUICKSCAN FLORA- EN FAUNAWET EN NATUURWETGEVING BREDE SCHOOL TE BIERVLIET QUICKSCAN TEN BEHOEVE VAN DE FLORA- EN FAUNAWET EN NATUURWETGEVING VOOR DE BOUW VAN EEN

Nadere informatie

Quickscan flora en fauna. Deltaweg te Helmond

Quickscan flora en fauna. Deltaweg te Helmond Quickscan flora en fauna Deltaweg te Helmond A.P. Kerssemakers Voor de afdeling: SB/ROV. Gemeente Helmond. December 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding 1 2.Wettelijk kader 2 3. Plangebied 4 4. Onderzoek 7

Nadere informatie

Onderzoek flora en fauna

Onderzoek flora en fauna Onderzoek flora en fauna 1. Ecologie In deze bijlage is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan

Nadere informatie

QUICKSCAN FLORA- EN FAUNAWET EN NATUURWETGEVING VOOR HET PROJECT NIEUWBOUW MORTIERE MIDDELBURG, FASE 4c3 QUICKSCAN

QUICKSCAN FLORA- EN FAUNAWET EN NATUURWETGEVING VOOR HET PROJECT NIEUWBOUW MORTIERE MIDDELBURG, FASE 4c3 QUICKSCAN QUICKSCAN TEN BEHOEVE VAN DE FLORA- EN FAUNAWET EN NATUURWETGEVING VOOR HET PROJECT NIEUWBOUW MORTIERE MIDDELBURG FASE 4c3 1 QUICKSCAN TEN BEHOEVE VAN DE FLORA- EN FAUNAWET EN NATUURWETGEVING VOOR HET

Nadere informatie

Buro Maerlant. Groesbeek Cranenburgsestraat. Aanvullende notitie in het kader van de Flora- en faunawet

Buro Maerlant. Groesbeek Cranenburgsestraat. Aanvullende notitie in het kader van de Flora- en faunawet Buro Maerlant L a n d s c h a p, E c o l o g i e & R u i m t e l i j k e O r d e n i n g BM-NOTITIE 2009 Groesbeek Cranenburgsestraat Aanvullende notitie in het kader van de Flora- en faunawet J. van Suijlekom,

Nadere informatie

Memo. Figuur 1 Ligging Planlocatie (rode ster) (Bron: Google Maps)

Memo. Figuur 1 Ligging Planlocatie (rode ster) (Bron: Google Maps) Memo nummer 1 datum 10 februari 2014 aan Ron Vleugels Gemeente Maastricht van Luc Koks Antea Group Ton Steegh kopie project Sporthal Geusselt-stadion projectnummer 265234 betreft Toetsing natuurwetgeving

Nadere informatie

BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Artikel 19d en 19e Datum besluit : 21 augustus 2015 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998-2015-004219 - gemeente Ede Activiteit

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Artikel 19d en 19e Datum besluit : 5 april 2016 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998 2016-002289 - gemeente Leusden Activiteit

Nadere informatie

Geachte heer Van Sorge,

Geachte heer Van Sorge, cliënt: de heer J. van Sorge adres: Herenweg 5 2751 DE Moerkapelle omschrijving: Quickscan Flora en fauna van Herenweg naast nr. 42 van: ir. Linda Dresmé datum: 17 september 2015 Geachte heer Van Sorge,

Nadere informatie

Natuurtoets. Fort Oranje 27. Woerden

Natuurtoets. Fort Oranje 27. Woerden Natuurtoets Fort Oranje 27 Woerden 19 augustus 2013 ZOON ECOLOGIE Colofon Titel Natuurtoets Fort Oranje 27 Woerden Opdrachtgever mro Uitvoerder ZOON ECOLOGIE Auteur C.P.M. Zoon Datum 19 augustus 2013 ZOON

Nadere informatie

Activiteitenplan 380 kv hoogspanningsstation Vijfhuizen

Activiteitenplan 380 kv hoogspanningsstation Vijfhuizen NOTITIE AAN Dienst Regelingen VAN Sara Zehenpfenning ONDERWERP Activiteitenplan 380 kv hoogspanningsstation Vijfhuizen TER BESLUITVORMING TER INFORMATIE Activiteitenplan 380 kv hoogspanningsstation Vijfhuizen

Nadere informatie

NATUURTOETS SANERING BESTAAND ERF EN OPRICHTING NIEUW BEDRIJF AAN DE LAAGDALEMSEWEG 3 TE DALEM

NATUURTOETS SANERING BESTAAND ERF EN OPRICHTING NIEUW BEDRIJF AAN DE LAAGDALEMSEWEG 3 TE DALEM NATUURTOETS SANERING BESTAAND ERF EN OPRICHTING NIEUW BEDRIJF AAN DE LAAGDALEMSEWEG 3 TE DALEM i NATUURTOETS SANERING BESTAAND ERF EN OPRICHTING NIEUW BEDRIJF AAN DE LAAG- DALEMSEWEG 3 TE DALEM Uitgebracht

Nadere informatie

2. Wet- en regelgeving en gemeentelijk groenbeleid. Quickscan Sloop & nieuwbouw in het Marco Poloplantsoen

2. Wet- en regelgeving en gemeentelijk groenbeleid. Quickscan Sloop & nieuwbouw in het Marco Poloplantsoen Quickscan Sloop & nieuwbouw in het Marco Poloplantsoen Projectnaam: SPVE Scholen- en Voorzieningencluster Kanaleneiland Zuid Opdrachtgever: Mark Kauw via Helen Verouden Auteur: Gitty Korsuize Dienst/afdeling:

Nadere informatie

memo datum: 28 maart 2012

memo datum: 28 maart 2012 memo aan: van: Buro SRO Laneco datum: 28 maart 2012 betreft: Quick scan flora en fauna Politiebureau Schoonhoven 1 Inleiding Op de locatie van het voormalige politiebureau te Schoonhoven is de nieuwbouw

Nadere informatie

Dienst Regelingen Team Natuur. Conny Krutzen Martijn van Opijnen

Dienst Regelingen Team Natuur. Conny Krutzen Martijn van Opijnen Dienst Regelingen Team Natuur Conny Krutzen Martijn van Opijnen Vleermuizen in de stad 4 september 2012 In deze presentatie 1. Over Dienst Regelingen 2. Flora- en faunawet, Wabo 3. Vleermuizen en de wet

Nadere informatie

Natuurtoets Masterplan centrumgebied Hoogkarspel

Natuurtoets Masterplan centrumgebied Hoogkarspel Natuurtoets Masterplan centrumgebied Hoogkarspel Toetsing in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur Definitief Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 13 februari 2009 iç Grontmij, revisie 1 Verantwoording

Nadere informatie

Flora- en fauna-inspectie Gelderdijk 15 te Sevenum (Gemeente Horst aan de Maas) door ir. Hans Hovens, Paul op het Veld en ir. G.

Flora- en fauna-inspectie Gelderdijk 15 te Sevenum (Gemeente Horst aan de Maas) door ir. Hans Hovens, Paul op het Veld en ir. G. Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl KvK Limburg 09116138 BTW nr: NL819024831B01 Faunaconsult Pijnenburg Agrarisch Advies en Onroerend Goed t.a.v. Peter van de Ligt Spoorweg

Nadere informatie

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen NL.IMRO.1730.ABdorpsstr74zuidlv-0301 Projectgebied Situatie Dorpsstraat 74 Zuidlaarderveen 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Huidige en beoogde

Nadere informatie

QUICKSCAN NATUURWETGEVING LANGBROEKERDIJK 29

QUICKSCAN NATUURWETGEVING LANGBROEKERDIJK 29 QUICKSCAN NATUURWETGEVING LANGBROEKERDIJK 29 Colofon Opdrachtgever: t Schoutenhuis BV Titel: Quickscan Natuurwetgeving Langbroekerdijk 29 Status: Definitief Datum: Mei 2013 Auteur(s): Ir. M. van Os Projectnummer:

Nadere informatie

Briefrapport Flora en fauna

Briefrapport Flora en fauna Briefrapport Flora en fauna aan: van: ons kenmerk: Verkerk Vastgoed B.V. SAB (contactpersoon dhr. E. de Bos / dhr. S. van der Zon) DBOS/ZON/130474 datum: 19 februari 2014 betreft: Quick scan flora en fauna

Nadere informatie

Quickscan DWL-De esch

Quickscan DWL-De esch Quickscan DWL-De esch Implementatie Flora- en faunawet, Verkenning ecologische waarden Datum 17 augustus 2006 Versie definitief Opdrachtgever ing. Hugo de Groot Paraaf Opdrachtgever: Opsteller M. Kaptein

Nadere informatie

memo Luchtkwaliteit Rijksweg 20-1 te Drempt 100968

memo Luchtkwaliteit Rijksweg 20-1 te Drempt 100968 memo aan: van: Gemeente Bronckhorst Johan van der Burg datum: 8 juni 2011 betreft: Project: Luchtkwaliteit Rijksweg 20-1 te Drempt 100968 INLEIDING Op het perceel Rijksweg 20-1 te Drempt (gemeente Bronkhorst)

Nadere informatie

VORMVRIJE MER-BEOORDELING

VORMVRIJE MER-BEOORDELING VORMVRIJE MER-BEOORDELING voor de rundveehouderij van De heer M. van Norel Oude Hogeweg 16 8085 RA Doornspijk Opdrachtgever: M. van Norel Oude Hogeweg 16 8085 RA Doornspijk Locatie: Kleine Woldweg nabij

Nadere informatie

: Quickscan flora en fauna Salvador Allendelaan te Den Bosch

: Quickscan flora en fauna Salvador Allendelaan te Den Bosch Notitie : Quickscan flora en fauna Salvador Allendelaan te Den Bosch Datum : 20 augustus 2015 Opdrachtgever : Projectnummer : 211x07308 Opgesteld door : Ineke Kroes Controle door : Reinoud Vermoolen Bij

Nadere informatie

Adviesnota. Figuur 1: de geprojecteerde locatie van het Noordgebouw is aangegeven middels de gele lijn. Bron: POS plankaart 2010.

Adviesnota. Figuur 1: de geprojecteerde locatie van het Noordgebouw is aangegeven middels de gele lijn. Bron: POS plankaart 2010. Aan Dura Vermeer Van N. Scheerder Telefoon 0613221762 Projectnummer RM002426 Onderwerp Update ecologisch onderzoek Stationsplein Utrecht ten behoeve van het Noordgebouw Datum 18-12-2014 1. Aanleiding en

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Ruimtelijke onderbouwing Interne verbouwing en gebruik van Drachtster Heawei 16 De Veenhoop als zorginstelling. Ruimtelijke onderbouwing voor interne verbouwing en gebruik van Drachtster Heawei 16 De Veenhoop

Nadere informatie

Natuurtoets. 1. Wet- en regelgeving. Permanente openstelling A12 Woerden Gouda

Natuurtoets. 1. Wet- en regelgeving. Permanente openstelling A12 Woerden Gouda Natuurtoets Permanente openstelling A12 Woerden Gouda 1. Wet- en regelgeving Flora- en faunawet (Ffw) De Ffw is gericht op de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied.

Nadere informatie

Flora- en Fauna onderzoeken - Baerdijk Oisterwijk. Flora en Fauna Onderzoek (2005)

Flora- en Fauna onderzoeken - Baerdijk Oisterwijk. Flora en Fauna Onderzoek (2005) Flora- en Fauna onderzoeken - Baerdijk Oisterwijk Betreft : Flora- en fauna onderzoek 2005 & : Update Flora- en fauna onderzoek 2009 / 2011 Datum : 31 augustus 2011 Opdrachtgever : Arton Projectontwikkeling

Nadere informatie