FCTA GEBRUIKERSHANDLEIDING VERSIE E1



Vergelijkbare documenten
MS Fancontroller. Gebruiksaanwijzing / /F

Productinformatie. ORION-VA Klimaatcomputer met centrale regelingen (IRIS)

Productinformatie. ORION-VS Klimaatcomputer met centrale regelingen (SIRIUS)

Gebruikershandleiding

Productinformatie. CYGNUS-V Ventilatiecomputer 1 afdeling

EZ3600 Aan de slag. Met TMR Tracker feedmanagement software. Ft. Atkinson, Wisconsin USA. Panningen, Nederland

Aanvullende handleiding Comfort-luchtgordijn met CHIPS-regeling Model CA

Aanvullende handleiding Comfort-luchtgordijn met CHIPS-regeling Model CA

In werking stellen Hoofdstuk 6

Handleiding. 24Vdc -50/+50 C

Bedieningshandleiding VAG5000-Basic

Gebruikershandleiding Heinen en Hopman Airco FC400

GEBRUIKERSHANDLEIDING TH8320U1008 Chronotherm Vision voor verwarmen/koelen. Klokthermostaat voor verwarmings-koelingsregeling incl. warmtepompregeling

Service Manual. Comfort System

Handleiding MH1210B temperatuurregelaar

Regel omschrijving: Ventilatie regeling Kampmann

Analoge Uitgang 4 20mA

Installatiehandleiding

RCW Afstandsbediening

Handleiding ALFA(NET) 71 0/+100 C

Room Controller NEW BEDIENING 40KMC---N 42HMC---N 42VMC---N 40SMC---N I S O

Elektronische draadloze ruimtethermostaat D9380 RF-T

GEBRUIKERSHANDLEIDING EN MONTAGE-INSTRUCTIE

AUTO ON OFF BEDIENINGSHANDLEIDING RC 5

Ventielventilatie. Beschrijving

Gebruiksaanwijzing NL Unox Line Miss Elena & Rosella ELENA ROSELLA

MC 785D-6p in- en opbouw

Bedrade afstandbediening Introductie van het spare part. Knoppen en display van de afstandbediening.

Espace bedrade regeling (230 volt)

Bedieningshandleiding voor de Exocompact Display

GALAXY 16 & 16+ GEBRUIKERSHANDLEIDING MK 6. versie 4 oktober

GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7

Gebruiksaanwijzing ALFA-45 Bedien-unit Koel / Ontdooi thermostaat met ventilator sturing.

Byzoo Sous Vide Turtle

COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN

MC 885 HL CMP Hoog/Laag Brander Thermostaat

Inleiding. Inhoudsopgave: Omschrijving. 1.1 Het toetsenbord De displays Lampjes Vaste programma's Vrije programma's 3.

BESCHRIJVING FUNCTIE MODES speciaal ontworpen voor vloerverwarming en koeling systemen die aangestuurd worden door actuators. Instelmogelijkheden: Enk

Gebruikershandleiding. DEVIreg 550. Intelligente elektronische thermostaat.

ORION-P Release note (NED)

Afstandsbedieningshandleiding IR NED: Cassette model airconditioner CTS-12-SET CTS-18-SET CTS-24-SET

Gebruiksaanwijzing TTA /+150 C (1) VDH doc Versie: V1.1 Datum:

Handleiding Digitale Thermostaat elektrische Handdoekradiatoren

Standaardprocedure. A-V1 Optimalisatie van het ventilatiesysteem

Handleiding Bewaarsysteem

Bedieningshandleiding voor het extern Regin Display

Handleiding. Trenergy E-relax fietscomputer. Pagina: 1

TOMA. De TOMA regelaar is gebouwd volgens de strenge Europese veiligheidseisen en voorzien van een CE keurmerk.

4 Knops afstandsbediening

Gebruiksaanwijzing DSC785 Dry/Store Controller

VISONIC MAX-5 ALARMCENTRALE

Gebruikers- en service-instructie

CO 2. -Sensor Handleiding. Verwarming Koeling Ventilatie Filtering

Afzuigkap Gebruiksaanwijzing

Gebruiksaanwijzing TTA DEUR. Typenummer (meting per 0,1C)

NPS-16 Burenalarmeringssysteem

Gebruikershandleiding vochtmeter FMW * * FMW Vochtmeter. Gebruiksaanwijzing Versie 3.13 VOCHTMETERS

MILTON KLOKTHERMOSTAAT

In werking stellen Hoofdstuk 6

TC 60/8. Handleiding

Techneco ELGA warmtepomp Gebruikershandleiding. Type 3.0

Hoofdbediening CO 2. RF en Uitbreidingssensor CO 2. RF Handleiding voor de gebruiker. Verwarming Koeling Ventilatie Filtering

GEBRUIKSAANWIJZING RC08A

TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00

HANDLEIDING. De SAS1000WHB-7DF klokthermostaat wordt in combinatie met de SCU209-DF ontvanger gebuikt om 1 of meerdere actuators aan te sturen.

VH CONTROL THERMOSTAAT METIS

HANDLEIDING BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR TOEKOMSTIG GEBRUIK ONDERDEELNR

HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT

Handleiding Icespy MR software

TECHNISCHE HANDLEIDING

NLEIDING Deze vertaling is door Technautic B.V. met de grootst mogelijke zorg samengesteld.

Eenvoudige MA-afstandsbediening

VH Control RF Thermostaat Echo Handleiding & Instructies

Gebruiksaanwijzing WTW PC-software

gebruikershandleiding Elektronisch slot met noodsleutel think safe

Temperatuurafhankelijk geschakelde plugin thermostaat

InteGra Gebruikershandleiding 1

HANDLEIDING. Radiofrequentiebediening Synchro 3-4 VFF/CDL-C-2G4

HENKELMAN BV. Adres Veemarktkade 8 / D AE s-hertogenbosch Nederland. Postadres Postbus AE s-hertogenbosch Nederland

Gebruiksaanwijzing TC 60

aanvullende gebruikers handleiding AQUA Plus Versie

Bedieningsinstructie

Handleiding: instellen en werking LCD display t.b.v. ombouwset 004 en prolithium Velvet. Gefeliciteerd met de aankoop van een R A T - Holland product!

Gebruiksaanwijzing ALFA 85 Koel Thermostaat met fanen ontdooisturing

Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c SC Putten - Tel : info@lagarde.nl

Gebruikershandleiding Ruimtebedienapparaat Webbased regelaar

FC14 HANDLEIDING INSTALLATEUR VERSIE A2

Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54

Bedieningshandleiding. ExaControl E7R S

Professional Supplies BORDENWARMKAST. Modelnr.: * * * CaterChef 60

TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: Uitgifte datum:

HANDLEIDING SCOREBORDEN OPTIE 7 Versie 2.0 / augustus 2011

UNIVERSELE TRAPPENREGELAAR IR32 en IRDR

Inhoudsopgave. Handleiding: MC v2.0a. Pagina - 1 -

Digimax 210. Compatible met Maxi Controller. Gebruiksaanwijzing

Multi Level Software Sloten

MC 785D -50/+100 O C per 0,5 O C

Weersafhankelijke regelaar SAM 2200

Handleiding Remote control thermostaat

BEP 600-TLM2 CONTOUR MATRIX TANK MONITOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING

Transcriptie:

FCTA GEBRUIKERSHANDLEIDING VERSIE E1 NL

Copyright Bewaar deze handleiding altijd bij uw computer Alle rechten zijn voorbehouden. Niets uit deze handleiding mag worden gekopieerd, gedistribueerd of vertaald in andere talen, geheel of gedeeltelijk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Fancom. Fancom houdt zich het recht voor wijzigingen in de handleiding aan te brengen. Fancom kan echter geen garantie geven, impliciet noch expliciet, voor deze handleiding. Het risico hiervan ligt volledig bij de gebruiker Copyright 2001 Fancom B.V. Panningen, Nederland NL010101 Art.Nr. A5911010 WIJZIGINGEN VOORBEHOUDEN

EG-verklaring van overeenstemming EG-verklaring van overeenstemming Fabrikant : Fancom B.V. Adres : Industrieterrein 34 Woonplaats : Panningen (Nederland) verklaart hiermee dat de: FCTA in overeenstemming is met de volgende norm(en) of andere normatie(f)(ve) document(en): Emissie karakteristieken zijn bepaald volgens de standaard NEN-EN 50081-1. De gevoeligheid is vastgesteld volgens de eisen van de algemene immuniteitsstandaard NEN-EN 50082-1 en de surgeimmuniteitsstandaard NEN-EN-IEC 61000-4-5 4kV common-mode en 2kV differentie-mode. De laagspanningsrichtlijn volgens de NEN-EN- IEC 60950. Voldoet aan de bepalingen van: 1. de Laagspanningsrichtlijn (richtlijn 73/23/EEG, zoals laatstelijk gewijzigd door de richtlijn van 93/68/EEG). 2. de EMC-richtlijn (richtlijn 89/336/EEG, zoals laatstelijk gewijzigd door de richtlijnen 92/31/EEG en 93/68/EEG). Plaats: Panningen Datum: 1-1-2001 (Handtekening) (Handtekening) (Naam ondertekenaar 1) Math Stammen (Functie ondertekenaar 1) Hoofd Research (Naam ondertekenaar 2) Jo Reinders (Functie ondertekenaar 2) Project Manager klimaatsystemen

Inhoudsopgave Inhoudsopgave Over deze handleiding 1. Inleiding...1 2. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen...2 3. Werking...3 3.1 Algemeen...3 3.2 Ventilatieregeling...3 3.2.1 Ventilatiesystemen...3 3.2.2 Ventilatieregeling...5 3.2.3 Luchtinlaat-/Smoorklepsturing...6 3.2.4 Invloeden...7 3.3 Verwarmingsregeling...8 3.4 Thermische regeling...8 3.5 Gebruik van curven...9 3.6 Optie: Luscommunicatie...9 4. Bediening...10 4.1 Front...10 4.2 Display (A)...11 4.3 Toetsenbord (B)...11 4.4 Menukeuzen (C)...12 4.5 Indicatielampjes (D)...13 4.6 Ventilatiestanden (E)...14 5. Curven...15 5.1 Gebruik in combinatie met PC en F-Central...15 5.2 Het begrip curve...15 5.3 Het instellen van de curve...17 5.4 Curve correctie...21 6. Menukeuzen...22 6.1 Alarminstellingen en Buitentemperatuur...22 6.2 Overige menukeuzen...26 7. Alarm...34 7.1 Alarmmeldingen...34 7.2 Uitschakelen alarm...35 7.3 Alarm blokkeren...35 7.4 Overzicht alarmcodes...36 7.5 Systeemalarmen...38

Over deze handleiding Over deze handleiding Deze handleiding geeft u de nodige informatie, zodat u puntsgewijs een inzicht krijgt in de opbouw en werking van de computer. Leest u de handleiding zorgvuldig in volgorde van de aangegeven hoofdstukken. Daarna kunt u de gegevens in de computer ingeven. Fancom heeft deze handleiding geschreven voor de gebruiker van deze computer. Naast de gebruikershandleiding bestaat er een handleiding voor de installateur. Voor vragen staat Fancom gaarne tot uw dienst. De onderwerpen die in deze handleiding aan de orde komen vindt u in de inhoudsopgave. In deze handleiding maakt Fancom gebruik van de volgende symbolen:! Suggesties, adviezen en opmerkingen met aanvullende informatie. Deze waarschuwing duidt op schade aan het product, als u de procedures niet zorgvuldig uitvoert. Deze waarschuwing duidt op een levensbedreigende situatie, als u de procedures niet zorgvuldig uitvoert.

1. Inleiding 1. Inleiding De FCTA regelaar wordt ingezet voor klimaatregeling in de agrarische sector. Hij regelt de ventilatie en verwarming voor één afdeling. Communicatie U kunt de computer (door middel van een communicatie-opsteekprint) opnemen in een seriële communicatielus. U kunt de computer dan met behulp van een Personal Computer op afstand bedienen. Voorzichtig Een computer is een elektronisch apparaat en u moet er rekening mee houden dat een eventuele technische storing tot grote schade kan leiden. Als gevolg van de steeds strengere eisen van de verzekering, is het noodzakelijk om de alarmcontacten van de verschillende computers op een centrale alarmeenheid aan te sluiten. Bovendien adviseert Fancom om een extra onafhankelijke alarminstallatie te installeren (bijvoorbeeld een min/max. thermostaat). 1

2. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 2. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen Lees aandachtig de veiligheidsinstructies, bepalingen en voorwaarden, voordat u het systeem in gebruik neemt. De installatie van de computer en het verhelpen van eventuele storingen dient te worden verzorgd door een erkend elektro-installateur, volgens de geldende normen. Voorzichtig 1. De computer is een elektronisch apparaat en u moet er altijd rekening mee houden dat er een storing op kan treden. Fancom heeft er alles aan gedaan om bij calamiteiten afdoende te alarmeren. Helaas kan Fancom dit nooit 100% garanderen, omdat zij niet alle omstandigheden in de hand heeft. 2. U kunt Fancom niet aansprakelijk stellen voor eventuele schade als gevolg van verkeerde instellingen en/of het niet of gedeeltelijk functioneren van de gehele installatie. 3. Vraag uw installateur of hij de alarmuitgang van iedere computer in een apart alarmcircuit heeft opgenomen. 4. Controleer de computer van tijd tot tijd op eventuele beschadigingen. Meld eventuele beschadigingen direct aan uw installateur. Een beschadigde computer is onveilig! 5. Gebruik geen stromend water (hogedrukspuit, waterslang) voor het schoonmaken van uw computer. De computer is spatwaterdicht, maar niet waterproef! 6. Belangrijk! Laat de computer bij voorkeur zoveel mogelijk onder spanning staan. Bij voorkeur de computer gedurende leegstand niet uit zetten, om condensvorming door afkoeling te voorkomen. 2

3. Werking 3. Werking 3.1 Algemeen De Fancom FCTA is een compacte klimaatregelaar geschikt voor gebruik in de intensieve veehouderij. De FCTA beschikt over de volgende regelingen: 1. ventilatieregeling 2. verwarmingsregeling 3. thermische regeling Daarnaast beschikt de FCTA over een curve (zie hoofdstuk 5). 3.2 Ventilatieregeling U kunt de FCTA voor verschillende soorten ventilatiesystemen gebruiken. Fancom geeft eerst een beschrijving van deze systemen en legt daarna uit hoe de ventilatieregeling werkt. 3.2.1 Ventilatiesystemen 1. EXAVENT Bij het Fancom EXAVENT systeem wordt de ventilator gestuurd met de Triac en de smoorklep met een 0-10V uitgang. De FCTA berekent automatisch de stand van de smoorklep. Dit gebeurt zodanig, dat verstoringen op de ventilatie voorkomen worden. Wanneer er geen verstoringen door bijvoorbeeld wind zijn, zal de FCTA de smoorklep openen. De ventilator zal dan met een zo laag mogelijk energieverbruik draaien. 3

3. Werking 2. Triac-sturing met of zonder smoorklep U kunt ook alleen de triac voor de ventilatorregeling gebruiken. Daarbij eventueel gebruik maken van een smoorklep; anders dan de smoorklep van de Fancom Meet- en Smoorunit (FMS). Voor het instellen van de smoorklep, zie paragraaf 3.2.3. 3. Centrale luchtafzuiging Gebruikt u de FCTA in een centraal luchtafzuigsysteem, dan wordt de analoge uitgang voor de regelbare klepsturing gebruikt. 4. Analoge sturing met of zonder smoorklep Fancom biedt u de mogelijkheid om een ander type vermogensstation te kiezen. U kunt bijvoorbeeld een frequentieregelaar aansturen. Daarbij is het tevens mogelijk om een smoorklep of luchtinlaat te sturen. Voor het instellen van de smoorklep, zie paragraaf 3.2.3. 5. Luchtinlaatregeling U kunt een van de analoge uitgangen gebruiken voor het sturen van een luchtinlaat. Zie paragraaf 3.2.3. 6. Tweede ventilatorschakeling Met de FCTA hebt u de mogelijkheid om een tweede ventilatorgroep te schakelen. Op het moment van bijschakelen, zal de eerste groep, de hoofdgroep, terugregelen. De twee ventilatoren zullen dan net zoveel lucht verplaatsen als de eerste, net vóór het bijschakelen. Zo voorkomt u een sprong in de capaciteit. Vanaf dit punt zullen beide ventilatorgroepen naar 100% opregelen. 7. Extra ventilatorschakeling Naast de tweede ventilatorschakeling, kent de FCTA de extra ventilatorschakeling. Hiermee is het mogelijk om één of twee extra ventilatorgroepen te schakelen. Hiervoor wordt de thermische regeling gebruikt. Zie paragraaf 3.4. 4

3. Werking 3.2.2 Ventilatieregeling De ventilatieregeling zorgt dat er altijd een instelbare minimum luchtverversing is. Als de temperatuur in de stal te hoog wordt, dan zal de regelaar extra ventileren. Met Begintemperatuur ventilatie stelt u de temperatuur in waarboven de ventilatie gaat toenemen. De mate van toename stelt u in met de Bandbreedte. De toename wordt begrensd door de ingestelde Maximum ventilatie, meestal 100%. De regeling is met of zonder terugmelding. De terugmelding kan het toerental van de ventilator, of beter, een luchthoeveelheidsmeting zijn. Een meetwaaier meet de luchthoeveelheid. Bij een regeling met terugmelding geeft de regelaar alarm, wanneer de ventilatie uitvalt of sterk afwijkt van de berekende ventilatie. Als de Richtingsgevoelige Toerental Terug Melding (RTTM) uitvalt, dan schakelt de regelaar automatisch over op regelen zonder RTTM, totdat de toerentalterugmelding weer werkt. Bij een regeling zonder terugmelding is de uitlezing de berekende capaciteit tussen 0% en 100%. Bij een regeling met terugmelding ziet u het gemeten percentage van de totale regelbare capaciteit op het display. Schakelt de regelaar geen tweede ventilator in de regeling bij, dan komt de uitlezing van het gemeten percentage overeen met het toerental van de ventilator of de luchthoeveelheidsmeting. 5

3. Werking 3.2.3 Luchtinlaat-/Smoorklepsturing Met behulp van acht instellingen kunt u de luchtinlaat of smoorklep aan de ventilatieregeling koppelen. Voor een optimale regeling moet u bij iedere ventilatiestand de positie van de luchtinlaat ingeven. SYS.9 Klepstand bij 100% ventilatie SYS.10 Klepstand bij 80% ventilatie SYS.11 Klepstand bij 60% ventilatie SYS.12 Klepstand bij 40% ventilatie SYS.13 Klepstand bij 30% ventilatie SYS.14 Klepstand bij 20% ventilatie SYS.15 Klepstand bij 10% ventilatie SYS.16 Klepstand bij 1% ventilatie Voorbeeld 1: Minimum ventilatie Maximum ventilatie 10% 100% Klepstand bij: 100% ventilatie 100% 80% ventilatie 100% 60% ventilatie 70% 40% ventilatie 40% 30% ventilatie 30% 20% ventilatie 20% 10% ventilatie 15% 1% ventilatie 10% Klepstand 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10!!!!!!!! 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 Ventilatiestand Figuur 1: Luchtinlaatregeling 6

3. Werking Zolang de afdelingstemperatuur lager is dan Begin temperatuur ventilatie, is de ventilatie 10% (minimum ventilatiestand) en de luchtinlaatpositie 15%. Wanneer de afdelingstemperatuur gaat stijgen, zal de ventilatie gaan toenemen en de luchtinlaat zich verder openen. Bij 20% ventilatie is de luchtinlaat 20% geopend. De luchtinlaat zal verder openen tot 100% bij een toename van de ventilatie tot 80% of hoger.! De installateur maakt deze instellingen maar één keer. De luchtinlaatregeling blijft functioneren, onafhankelijk van de ventilatie-instellingen gedurende dagelijks gebruik (bijvoorbeeld wijziging van bandbreedte). 3.2.4 Invloeden De buitentemperatuur kan de ventilatieregeling (bandbreedte) automatisch beïnvloeden voor een verdere optimalisatie. Wanneer het buiten koud is en de regelaar toch extra moet ventileren, hebt u minder buitenlucht nodig dan wanneer het buiten warm zou zijn. De FCTA vergroot automatisch de bandbreedte bij lage buitentemperatuur. Na een warme zomerdag is het vaak niet gewenst dat er 's avonds en 's nachts te veel wordt geventileerd; dit veroorzaakt grote temperatuurschommelingen en tocht. De automatische bandbreedtevergroting na een langer aanhoudende hoge buitentemperatuur zorgt dat de afkoeling geleidelijk plaatsvindt. U kunt de invloeden, naar keuze, wel of niet laten gelden.!"de installateur maakt deze instelling. 7

3. Werking 3.3 Verwarmingsregeling De verwarmingsregeling zorgt ervoor dat het in de afdeling niet te koud wordt. Wanneer de temperatuur onder de ingestelde waarde daalt, zal de computer bijsturen. 3.4 Thermische regeling De thermische regeling, op basis van een ingestelde temperatuur, kunt u gebruiken om bij te sturen wanneer het te koud (verwarmen) of te warm (koelen) is. De gemeten temperatuur kan dezelfde temperatuur zijn die geldt voor ventilatie en verwarming, maar kan ook een aparte voeler zijn, bijvoorbeeld voor vloerverwarming, voorverwarming centrale gang of nestverwarming. Daarnaast kan de thermische regeling gebruikt worden om één of twee extra ventilatorgroepen in te schakelen. Als de FCTA ook een luchtinlaat regelt, dan kan uw installateur de instellingen zo maken, dat de luchtinlaat over de totale capaciteit (geregelde ventilatie + extra ventilatie) meeloopt. 8

3. Werking 3.5 Gebruik van curven! Het gebruik van curven is alleen mogelijk als u de FCTA in een lus hebt opgenomen en gebruik maakt van het Fancom F-Central programma (zie hoofdstuk 5). De FCTA kan de volgende instellingen met behulp van curven regelen: 1. streefwaarde verwarming 2. begintemperatuur ventilatie 3. bandbreedte 4. minimum ventilatie 5. maximum ventilatie 6. streefwaarde thermische regeling Door het ingeven van zogenaamde knikpunten kunt u de FCTA ventilatie- en temperatuurinstellingen geleidelijk laten veranderen (zie hoofdstuk 5). 3.6 Optie: Luscommunicatie U kunt de computer opnemen in een seriële communicatielus (indien voorzien van de Fancom luscommunicatiemodule). De computer kunt u dan op afstand bedienen met behulp van een Personal Computer. 9

4. Bediening 4. Bediening 4.1 Front Om de computer te kunnen bedienen dient u de functies van de diverse toetsen en indicatielampjes te kennen. Fancom deelt het front daarom op in vijf delen (A, B, C, D en E). C A D D B C E Figuur 2. Front FCTA computer 10

4. Bediening 4.2 Display (A) De voorzijde van de FCTA computer is voorzien van een verlicht afleesscherm, het display. Het display bestaat uit drie posities. 4.3 Toetsenbord (B) Wijziging mogelijk maken en bevestigen. Altijd vóór én ná het ingegeven van een waarde op deze toets drukken. Naar vorige menukeuze Waarde verhogen. Door deze toets langer dan één seconde ingedrukt te houden, zal de waarde sneller toenemen. Naar volgende menukeuze Waarde verlagen. Door deze toets langer dan één seconde ingedrukt te houden, zal de waarde sneller afnemen. 11

4. Bediening 4.4 Menukeuzen (C) Op het front van de computer ziet u 8+4 menukeuzen. Het display verstrekt meer informatie over het bij de geselecteerde keuze vermelde onderwerp. Een lampje voor de menukeuze geeft aan welke u gekozen hebt. Werkwijze waarden ingeven 1. Ga met of naar de betreffende menukeuze (deel C, keuzen 1 t/m 8 en de vier alarminstellingen linksboven). Het lampje voor de geselecteerde keuze brandt en op het display ziet u de bijbehorende waarde. 2. Druk op. De waarde op het display gaat knipperen. Als u deze waarde niet kunt wijzigen, dan zal het display ook niet gaan knipperen. 3. Druk op of totdat de in te geven waarde op het display staat. 4. Druk op om de ingegeven waarde te bevestigen.! Als u een wijziging niet bevestigt en u bedient de computer daarna gedurende één minuut niet, dan zal het knipperen stoppen. De oude instelling verschijnt weer op het display en de computer voert eventuele wijzigingen niet door. Als u de regelaar niet meer bedient, verschijnt na ongeveer vijf minuten de waarde van de eerste menukeuze weer op het display. 12

4. Bediening 4.5 Indicatielampjes (D) De twee indicatielampjes onder het display zijn aan wanneer het relais voor de betreffende regeling actief is: Lampje AAN! regeling actief Lampje UIT! regeling niet actief Afhankelijk van de menukeuze onderscheiden we de volgende drie situaties: Menukeuze 2 Verwarming Linker lampje AAN! Verwarming AAN; Mengklep OPEN-sturing Rechter lampje AAN! Mengklep DICHT-sturing Menukeuze 6 Ventilatie Linker lampje AAN! Tweede ventilator(groep) bijgeschakeld Menukeuze 8 Thermische regeling Linker lampje AAN! Verwarming/Koeling AAN; Mengklep OPEN-sturing Rechter lampje AAN! Tweede koeling AAN; Mengklep DICHT-sturing C/ F De waarde op het display is een temperatuur in graden Celsius of graden Fahrenheit. % De waarde op het display is een ventilatiewaarde in procenten. 13

4. Bediening 4.6 Ventilatiestanden (E) Rechts van de acht menukeuzen bevindt zich een balk met acht indicatielampjes. Hier kunt u globaal de actuele ventilatiestand (waarde tussen 0% en 100%) uitlezen. Dit gebeurt in stappen van 10% of 20%. Voor de exacte waarde van de ventilatiestand, zie menukeuze 6 Ventilatie. Voorbeeld: De indicatielampjes 1, 10, 20 en 30 zijn aan. De ventilatiestand ligt dus ergens tussen de 30% en 40%. 14

5. Curven 5. Curven 5.1 Gebruik in combinatie met PC en F-Central De hoofdstuk is alleen van belang als u de FCTA-regelaars in een lus hebt aangesloten én gebruik maakt van een PC met het Fancom F- Central programma. 5.2 Het begrip curve Een groeiend dier heeft van dag tot dag een andere optimale temperatuur nodig. Ook de ventilatie, met name de minimum ventilatie moet met de dieren meegroeien. U kunt dit verloop zelf bepalen door iedere dag, week of maand een andere temperatuur, minimum en/of maximum ventilatie in te stellen. Als u het verloop van uw eigen bedrijf kent, dan is het handig dit verloop in de computer vast te leggen. De computer zorgt dan automatisch van dag tot dag, en zelfs van uur tot uur, voor het gewenste verloop van de instellingen. Dit verloop noemt Fancom de Curve. Voorbeeld: U geeft voor een aantal dagen in de ronde de gewenste temperatuur en de minimum en maximum ventilatiewaarden in. Deze dagen in de ronde hebben een nummer, het dagnummer. Voor het dagnummer kunt u bijvoorbeeld de leeftijd van de dieren (bij biggen) of het aantal dagen dat de dieren in de afdeling zijn (vleesvarkens) nemen. U geeft bijvoorbeeld voor de dagen 1, 50 en 150 de gewenste waarden in. Tussen deze dagen berekent de regelaar de juiste waarden. De dagen waartussen de regelaar de waarden berekent, noemt Fancom de knikpunten. Een knikpunt bestaat dus uit een dagnummer en een aantal instellingen voor temperatuur, minimum en maximum ventilatie. Aan de hand van de volgende gewenste waarden legt Fancom uit hoe de curve werkt. 15

5. Curve Tabel 1: Voorbeeld curve Knikpunt 1 2 3 Dagnummer 1 50 150 Streefw. verwarming 23.0 19.0 17.0 Begintemp. ventilatie 25.0 21.0 19.0 Bandbreedte 5.0 4.0 3.0 Minimum ventilatie 10 20 30 Maximum ventilatie 30 50 100 Streefw. therm. reg. 35.0 20.0 20.0 De regelaar berekent voor de honderdste dag in de ronde dat de Begintemperatuur ventilatie 20.0 C moet zijn. Dag 100 ligt precies tussen dag 50 en dag 150; de Begintemperatuur ventilatie ligt dan precies tussen 21.0 C en 19.0 C. Wanneer u de knikpunten voor uw situatie hebt ingesteld, hoeft u alleen nog maar het dagnummer in te geven. Het dagnummer geeft aan waar de computer in de curve moet kijken. Dagnummer Het dagnummer is een teller die de regelaar iedere dag om middernacht met één verhoogt tot een maximum van 999. Als het dagnummer 0 is, zal het niet verspringen. De FCTA regelt dan zonder curve, ook al hebt u de knikpunten ingesteld. 16

5. Curve Als u gebruik maakt van de curve, dan vormt het dagnummer de basis voor het berekenen van de streefwaarden uit de geldende curve. Als u het dagnummer negatief instelt, dan zal de FCTA zonder curve regelen, totdat het dagnummer positief wordt. Ook een negatief dagnummer wordt om middernacht met één verhoogd. Uitzondering hierop is de sprong van dag -1 naar dag +1 (een sprong van 2).! Een juiste instelling van het dagnummer is van belang als u gebruik maakt van de curve. Leegstand Als u de curvenregeling gebruikt, dan is het volgende voor u van belang. Wanneer de afdeling leeg staat, zet u het dagnummer op 0 (of een negatief getal). De FCTA zal de klimaatinstellingen die u nu maakt, de leegstandinstellingen, onthouden. De volgende ronde maakt u weer gebruik van de curve. Bij de volgende leegstand hoeft u alleen maar het dagnummer op 0 te zetten. De FCTA zal dan weer op uw leegstandinstellingen regelen. 5.3 Het instellen van de curve Voor het instellen van de curve opent u het F-Central programma en kiest u achtereenvolgens Eindstations! Curven (zie F-Central handleiding voor verdere instructies). Hieronder ziet u de vier schermen uit het F-Central programma die van belang zijn bij het instellen van de curve. 17

5. Curve Scherm 1 Scherm 2 18

5. Curve Scherm 3 Scherm 4 19

5. Curve Actueel dagnummer Hoe kunt u het dagnummer op de FCTA instellen? 1. Ga met naar menukeuze 8 Thermische regeling. 2. Druk nog een keer op. Op het display verschijnt even de tekst CUR, gevolgd door het dagnummer. 3. Wijzig het dagnummer op het gebruikelijke manier. Als het actuele dagnummer op een waarde groter dan nul staat, dan regelt de regelaar volgens de ingestelde curve(n). Iedere nacht om 12 uur (0:00 uur) verhoogt de regelaar het dagnummer met 1. Als het dagnummer 0 is, dan regelt de regelaar niet volgens de curve(n), maar volgens de door u gemaakte instellingen. Deze instellingen blijven bewaard, ook tijdens het werken met een curve. Op deze manier zou u de gemaakte instellingen (als Dagnummer = 0) kunnen gebruiken als de leegstandinstellingen. Tijdens een ronde regelt de regelaar volgens de curveninstellingen. Op het einde van zo'n ronde zet u het dagnummer op 0 en de regelaar regelt volgens "Dagnummer = 0" instellingen (leegstandinstellingen). U kunt het dagnummer ook op een negatieve waarde instellen. De regelaar regelt zonder curve zolang het dagnummer negatief is. De regelaar verhoogt ook een negatief dagnummer iedere middernacht met 1, met uitzondering van de sprong die het dagnummer maakt van -1 naar 1. Daarna zal de regelaar volgens de ingestelde curve gaan regelen. 20

5. Curve 5.4 Curve correctie Wanneer u met curven werkt, kan het voorkomen dat u toch de door de regelaar berekende instellingen een beetje wilt veranderen. Meestal zijn dit tijdelijke aanpassingen. Het aanpassen kan op twee manieren gebeuren: Manier 1 Manier 2 U wijzigt de instellingen op de FCTA zelf of op de PC via de keuze Eindstations. De regelaar registreert deze aanpassing bij de instelling Curve correctie (zie Scherm 4). Daar kunt u altijd zien welke aanpassing u gemaakt hebt. U geeft de curve correctie direct in via uw PC (Scherm 4). U kunt een voorheen gemaakte aanpassing weer ongedaan maken door de Curve correctie op 0.0 te zetten.! Als het geen tijdelijke aanpassing betreft, kunt u in plaats van de instellingen beter de curve zelf aanpassen. 21

6. Menukeuzen 6. Menukeuzen 6.1 Alarminstellingen en Buitentemperatuur Abs. Max. Max. Abs. Min. Buitentemp. Deze vier extra menukeuzen kunt u bereiken door herhaald op te drukken. De eerste drie keuzen zijn alarminstellingen; de laatste is een uitlezing.! De alarmen gelden per ruimtevoeler. Abs. Max. (Bereik = 0.0... 99.9 C) (Fabrieksinstelling = 35.0 C) U kunt een Absoluut Maximum Alarmgrens voor temperatuur instellen (indien voeler aangesloten en toegewezen). Wanneer de gemeten waarde door de ruimtevoeler, extra ruimtevoeler of voeler thermische regeling gedurende één minuut hoger is dan deze instelling, ontstaat er een absoluut maximum alarm. Max. (Bereik = 0.0... 25.5 C) (Fabrieksinstelling = 5.0 C) U kunt een Maximum Verschil Alarm voor de temperatuur instellen (indien voeler aangesloten en toegewezen). Nadat u deze menukeuze geselecteerd hebt, verschijnt even de berekende maximum alarmgrens op het display. Daarna verschijnt het ingestelde maximum verschil. De berekende maximum alarmgrens is de grenswaarde waarop de computer alarm geeft. Hier stelt u in hoeveel de temperatuur mag stijgen boven de berekende Begintemperatuur ventilatie + berekende bandbreedte. De berekende waarde is de ingestelde waarde, gecorrigeerd door de invloed van de buitentemperatuur. 22

6. Menukeuzen De computer kan de werkelijke alarmgrens aanpassen, afhankelijk van het verloop van de buitentemperatuur. Voorbeeld 1 Berek. Begintemp. ventilatie 20 C Berekende bandbreedte 4 C + Ventilatie is maximaal bij: 24 C (Max.) verschil alarm 3 C + Berekende alarmgrens 27 C Alarm treedt op als een temperatuur hoger wordt dan de maximum alarmgrens: 20+4+3=27 C. Op warme zomerdagen kan de temperatuur in de afdeling hoge waarden aannemen. Gevolg is een maximum alarm of u moet het verschil alarm hoog instellen. Dit is bij lagere temperaturen echter niet gewenst; de maximum alarmgrens zou dan onnodig hoog zijn. Om toch effectief (max. verschil alarm zo klein mogelijk) te kunnen alarmeren, verhoogt de computer de alarmgrens evenredig met de buitentemperatuur, zodra deze hoger wordt dan het punt waarop de ventilatie maximaal wordt. Voorbeeld 2 Berek. Begintemp. Ventil. 20 C Berekende bandbreedte 4 C + Ventilatie is maximaal bij: 24 C Buitentemperatuur 25 C (Max.) verschil alarm 3 C + Berekende alarmgrens 28 C Alarm treedt op als een temperatuur hoger wordt dan de maximum alarmgrens: 25+3=28 C. 23

6. Menukeuzen Voorbeeld 3 Berek. Begintemp. ventilatie 20 C Berekende bandbreedte 4 C + Ventilatie is maximaal bij: 24 C Buitentemperatuur 34 C (Max.) verschil alarm 3 C + Berekende alarmgrens 37 C Absoluut maximum alarm 35 C Alarm treedt op zodra een temperatuur hoger wordt dan de maximum alarmgrens: 34+3=37 C. Het maximum alarm wordt echter al door het absoluut maximum alarm op 35 C begrensd. Op warme zomerdagen kan door omstandigheden (bijvoorbeeld onweer) de buitentemperatuur sterk dalen. De alarmgrens zal dan ook sterk dalen. Binnen zal de temperatuur meestal niet zo sterk dalen. Het gevolg zou normaal een max. verschil alarm kunnen zijn. In zo'n geval zal de alarmgrens vertraagd dalen en de computer controleert of de ruimtetemperatuur ook blijft dalen. Abs. Min. (Bereik = 0.0... 99.9 C) (Fabrieksinstelling = 15.0 C) U kunt een Absoluut Minimum Alarmgrens voor temperatuur instellen (indien voeler aangesloten en toegewezen). Wanneer de gemeten waarde door de ruimtevoeler, extra ruimtevoeler of voeler thermische regeling gedurende één minuut lager is dan deze instelling, ontstaat er een absoluut minimum alarm. 24

6. Menukeuzen Buitentemp. (Bereik = -30.0... 150 C) De gemeten buitentemperatuur in C. Als uw installateur een buitenvoeler aangesloten heeft, dan meet FCTA de buitentemperatuur zelf. Hebt u de FCTA in een communicatielus opgenomen, dan kan deze de gemeten buitentemperatuur aan de volgende regelaar(s) in de lus doorgeven. Als de FCTA geen buitenvoeler heeft, dan kan hij de buitentemperatuur via de communicatie van een andere regelaar ontvangen. 25

6. Menukeuzen 6.2 Overige menukeuzen 1. Temperatuur (Bereik = -9.9... +99.9 C) De gemeten afdelingstemperatuur in C. Als de installateur de extra ruimtevoeler niet heeft aangesloten, dan ziet u de temperatuur van de ruimtevoeler. Is deze wel aangesloten, dan ziet u de gemiddelde temperatuur van beide voelers. De regelaar gebruikt deze temperatuur voor de ventilatie- en verwarmingsregeling. Wilt u de afzonderlijke temperaturen van beide voelers weten, dan drukt u op. Eerst verschijnt de temperatuur van de ruimtevoeler, gevolgd door de temperatuur van de extra ruimtevoeler en tenslotte weer de gemiddelde temperatuur. 2. Verwarming (Bereik = 0.0... 99 C) (Fabrieksinstelling = 18.0 C) Geef hier de Streefwaarde verwarming in. De regelaar regelt de verwarming op basis van de gemiddelde waarde van de ruimte en extra ruimtevoeler. Hebt u de extra ruimtevoeler niet aangesloten, dan regelt de regelaar op de meetwaarde van de ruimtevoeler.! Als extra veiligheid kunt u de Streefwaarde verwarming niet hoger instellen dan het Absoluut maximum alarm (menukeuze Abs. Max.). Stelt u deze toch hoger in, dan maakt de regelaar de streefwaarde gelijk aan de absolute maximum alarmgrens.! Als u een hoge buitentemperatuurinvloed op de begintemperatuur ventilatie hebt, dan geldt dezelfde verschuiving ook voor de Streefwaarde verwarming (zie menukeuze 3 Begintemperatuur ventilatie). 26

6. Menukeuzen 3. Begintemperatuur ventilatie (Bereik = 0.0 C... +99.0 C) (Fabrieksinstellingen = 20.0 C en geen invloed buitentemperatuur) Geef hier de temperatuur in waarboven de ventilatie moet gaan toenemen. Als de Temperatuur lager is dan deze instelling, dan is de berekende ventilatie gelijk aan de Minimum ventilatie. Wordt de Temperatuur hoger dan de hier ingestelde Begintemperatuur ventilatie, dan zal de ventilatie gaan toenemen. De ventilatie kan toenemen tot de ingestelde waarde maximum ventilatie (100% of minder). De temperatuurstijging waarbinnen de ventilatie oploopt van minimum naar maximum, noemen we de Bandbreedte. Ventilatie (%) 100 55 10 18 Verwarming Bandbreedte ventilatie 20 22 24 Begintemp. ventilatie Temperatuur ( C) Figuur 3: Ventilatiegrafiek zonder invloed! Als extra veiligheid kunt u de Begintemperatuur ventilatie niet hoger instellen dan het Absoluut maximum alarm (menukeuze Abs. Max.). Stelt u deze hoger in, dan maakt de regelaar de begintemperatuur ventilatie gelijk aan de absolute maximum alarmgrens. 27

6. Menukeuzen Hoge buitentemperatuur Een hoge buitentemperatuur kan de begintemperatuur ventilatie beïnvloeden. Wanneer de buitentemperatuur boven de ingestelde begintemperatuur ventilatie stijgt én de ventilatie is maximaal, dan zal de Begintemperatuur ventilatie verhoogd worden. Zakt de buitentemperatuur onder de ingestelde Begintemperatuur ventilatie, dan zal de regelaar de invloed binnen het ingestelde aantal uren weer tot de ingestelde begintemperatuur ventilatie afbouwen. Ventilatie (%) 100 10 Invloed Bandbreedte 18 20 22 24 27 Temperatuur ( C) Ingestelde verwarming Ingestelde begintemp. Ventilatie Beïnvloede verwarmig Beïnvloede begintemp. Ventilatie Figuur 4: Ventilatiegrafiek met invloed Wanneer u menukeuze 3 Begintemperatuur ventilatie selecteert, verschijnt eerst de eventueel door de buiten-temperatuur beïnvloede begintemperatuur ventilatie op het display.! Dezelfde verschuiving als op de begintemperatuur ventilatie geldt ook voor de streefwaarde verwarming. Als de thermische regeling aan de ruimtevoelers toegewezen is, zal ook deze regeling beïnvloed worden. De verhoging is afhankelijk van de door de installateur gemaakte instellingen. Als de factor op 2.0 is ingesteld, dan is de maximale invloed gelijk aan de bandbreedte. 28

6. Menukeuzen 4. Bandbreedte (Bereik = 0.0 25.0 C) (Fabrieksinstellingen = 5.0 C en geen invloed buitentemperatuur) Geef de bandbreedte in. De bandbreedte is het ingestelde aantal graden, vanaf de begintemperatuur ventilatie, waarin de ventilatie van minimum naar maximum stand loopt. Een lage of hoge buitentemperatuur kan invloed hebben op de Bandbreedte. De invloed is afhankelijk van de door de installateur gemaakte instellingen. Hoge buitentemperatuur Als de buitentemperatuur boven Begintemperatuur ventilatie stijgt en de ventilatie maximaal is, dan zal de bandbreedte toenemen. Zakt de buitentemperatuur onder Begintemperatuur ventilatie, dan zal de regelaar de bandbreedte afbouwen tot de ingestelde bandbreedte binnen het ingestelde aantal uren. De fabrieksinstelling bedraagt 10 uur. Lage buitentemperatuur Als de buitentemperatuur lager is dan Begintemperatuur ventilatie min 5 C, dan verhoogt de regelaar de bandbreedte. Wanneer u menukeuze 4 Bandbreedte selecteert, verschijnt eerst de eventueel door buitentemperatuur beïnvloede bandbreedte op het display, daarna de ingestelde bandbreedte. Ventilatie (%) 100 40 10 Bandbreedte Invloed 18 Beïnvloede bandbreedte 20 22 24 26 Temperatuur ( C) Verwarming Begintemp. ventilatie Figuur 5: Ventilatiegrafiek met invloed van buitentemperatuur 29

6. Menukeuzen! De mate van invloed is afhankelijk van de door de installateur ingestelde factor. Als de factor op 2.0 (fabrieksinstelling) is ingesteld, dan zal de bandbreedte maximaal verdubbelen. 5. Minimum ventilatie (Bereik = 0 100%) (Fabrieksinstelling = 15%) De ventilatie is minimaal als de gemeten temperatuur gelijk is aan of lager is dan Begintemperatuur ventilatie (menukeuze 3). Als de FCTA het toerental of de luchthoeveelheid meet, dan geeft hij minimum ventilatie alarm wanneer de ventilatiesturing maximaal is en de meting toch een stuk lager is dan de regelwaarde. Constateert de FCTA dat de toerentalterugmelding niet functioneert, dan zal hij automatisch overgaan op regelen zonder toerentalterugmelding. Op het display ziet u dan het volgende: Bij toepassing van een tweede ventilator stelt u de minimum gewenste ventilatie in, uitgaande van de totaal geïnstalleerde capaciteit. Dit houdt in dat bij twee gelijke ventilatoren het minimum toerental van de eerste ventilator het dubbele zal zijn van de hier ingestelde capaciteit. Voorbeeld: Minimum ventilatie = 10%. Het minimum toerental van de ventilator zal 20% zijn, want dit is 10% van de totale capaciteit. 30

6. Menukeuzen! Een juiste regeling van de minimum ventilatie is erg belangrijk voor uw bedrijfsvoering. Bij een te lage minimum ventilatie zal de luchtkwaliteit in de stal verslechteren. Bij een te hoge minimum ventilatiestand daarentegen wordt teveel warmte afgevoerd. Deze moet weer toegevoegd worden, hetzij door verwarming, hetzij door extra voeropname van de dieren (in het geval dat de ruimtetemperatuur te ver zou dalen). Een juiste instelling is dus erg belangrijk!! Bovendien moet de regelaar dan ook in staat zijn om dit dan ook te realiseren. Dit is alleen mogelijk, als de regelaar het werkelijke ventilatortoerental (via toerentalterugmelding), of nog beter, de werkelijke ventilatiehoeveelheid (via meetwaaier) continu kan meten. Een exact geregelde ventilatie (onafhankelijk van schoorsteentrek of windinvloeden) kunt u krijgen door te kiezen voor het Fancom EXAVENT systeem. 6. Ventilatie (capaciteit) (Bereik = 0 100%) Uitlezing van de huidige ventilatiestand. Als de computer de ventilatie niet meet, dan is dit altijd de berekende ventilatie. In het andere geval verschijnt de gemeten ventilatie direct na de berekende ventilatie. Bij gebruik van een tweede ventilator ziet u het percentage van de totale capaciteit. Druk op of selecteer opnieuw menukeuze 6 om de berekende ventilatie weer even op het display te zetten. 31

6. Menukeuzen 7. Maximum ventilatie (Bereik = 0 100%) (Fabrieksinstelling = 100%) Geef hier de maximum ventilatie in. De ventilatie is maximaal wanneer de temperatuur hoger is dan Begintemperatuur ventilatie + Bandbreedte (zie Figuur 3, Figuur 4 en Figuur 5). Als het gemeten toerental (ventilator of meetwaaier) hoger is dan de berekende ventilatiestand, dan zal de regelaar de sturing van de ventilatie verlagen totdat de berekende ventilatiestand bereikt wordt. Wanneer de ventilatiesturing minimaal is en het toerental (ventilator, meetwaaier) blijft gedurende één minuut een stuk te hoog, dan zal de regelaar een maximum toerenalarm geven. 8. Thermische regeling (Bereik temp. therm. reg. = -9.9 +99.9 C) (Bereik instelling therm. reg. = 0.0 +99.9 C) (Fabrieksinstelling = 18.0 C) Als de thermische regeling dezelfde voelers als de ventilatieregeling gebruikt en uw installateur heeft een hoge buitentemperatuurinvloed toegewezen, dan zal de streefwaarde thermische regeling ook beïnvloed worden. Dit is zowel bij invloed op bandbreedte en invloed op begintemperatuur ventilatie. Wanneer u menukeuze 8 selecteert, zal eerst de beïnvloede streefwaarde thermische regeling op het display verschijnen, daarna de ingestelde streefwaarde thermische regeling. Maakt de thermische regeling gebruik van een eigen voeler, dan verschijnt eerst de meetwaarde van deze voeler op het display. Daarna zal de ingestelde streefwaarde thermische regeling op het display verschijnen. In deze situatie vindt geen beïnvloeding door hoge buitentemperatuur plaats. 32

6. Menukeuzen! Als de thermische regeling voor extra ventilatorschakelingen gebruikt wordt én de maximum ventilatie is lager dan 100% ingesteld, dan zullen de extra ventilatoren bij het bereiken van de streefwaarde thermische regeling niet inschakelen.! Als extra veiligheid kunt u de Streefwaarde thermische regeling niet hoger instellen dan het Absoluut maximum (menukeuze Abs. Max.). Stelt u deze toch hoger in, dan maakt de computer de streefwaarde gelijk aan het absoluut maximum. Als uw installateur het alarm op de voeler thermische regeling (voeler 3) heeft uitgeschakeld, dan geldt de bovenstaande beveiliging niet. 8a. Dagnummer (Bereik = -99 999) Selecteer menukeuze 8 Thermische regeling en druk daarna 1 op. Op het display verschijnt even de tekst CUR, direct gevolgd door het dagnummer. Als u gebruik maakt van de curvenregeling, dan moet u hier het dagnummer ingeven (zie paragraaf 5.3). 33

7. Alarm 7. Alarm 7.1 Alarmmeldingen Wanneer een alarmsituatie aanwezig is, knippert het lampje voor de betreffende menukeuze samen met één van de lampjes Abs. Max., Max of Abs. Min. Op het display verschijnt de alarmcode, voorafgegaan door de letter A (klimaatalarm) of E (systeemalarm). Voorbeeld: Absoluut maximum temperatuur alarm. Het lampje voor menukeuze 1 Temperatuur en dat voor menukeuze Abs. Max. knipperen, evenals de melding A14 op het display. Als u de FCTA als Master hebt ingesteld, dan zal deze ook de alarmmeldingen van andere in de lus aangesloten regelaars weergeven. Op het display verschijnt afwisselend de betreffende alarmmelding en het nummer van de regelaar die alarm geeft. De Master geeft echter geen alarm. U kunt het alarm alleen uitschakelen op de regelaar waar het alarm is opgetreden. Voorbeeld: Regelaar 3 heeft alarm A14. Op het display van de Master verschijnt afwisselend C3 en A14. 34

7. Alarm 7.2 Uitschakelen alarm Gedurende alarm staat de alarmcode meestal op het display. Ook als de alarmcode niet op het display staat, kunt u het alarm uitschakelen. Werkwijze Alarmcode op display ja nee 1 op drukken 2 op drukken Nadat u het alarmsignaal uitgeschakeld hebt (alarmstatus = 7), blijven de lampjes knipperen. Deze zullen ophouden te knipperen zodra het alarm werkelijk is opgeheven (alarmstatus = 0).! Zolang de lampjes knipperen, geeft het alarmrelais niet opnieuw alarm voor deze alarmsituatie, wel als een ander alarm optreedt. Het laatste alarm blijft op het display zichtbaar, totdat u de computer weer bedient. Ook als de alarmsituatie al is opgeheven. 7.3 Alarm blokkeren Als u geen alarm wenst, dan kunt u de klimaatalarmen blokkeren. 1. Selecteer de menukeuze Abs. Max. 2. Druk 1 op. De indicatielampjes voor de menukeuze Abs. Max., Max. en Abs. Min. gaan branden. Op het display verschijnt de actuele instelling: ON of OFF. 3. Wijzig de instelling in OFF om het alarm te blokkeren of in ON om het alarm te deblokkeren. 35

7. Alarm! Doe dit alleen gedurende leegstand. Vergeet daarna niet het alarm weer op ON te zetten om het blokkeren ongedaan te maken. Om aan te geven dat het alarm geblokkeerd is (instelling = OFF), zullen de lampjes voor de menukeuzen Abs. Max., Max. en Abs. Min. iedere vier seconden even oplichten. 7.4 Overzicht alarmcodes De FCTA kent een aantal temperatuuralarmen, een minimum en maximum toerenalarm en een voeler-defect-alarm. Tabel 2: Alarmcodes Code Soort alarm Weergave via indicatielampjes A11 Abs. min. ruimtevoeler Abs. Min. + 1. Temperatuur A13 Max. verschil ruimtevoeler Max. + 1. Temperatuur A14 Abs. max. ruimtevoeler Abs. Max. + 1. Temperatuur A16 Ruimtevoeler defect 1. Temperatuur A21 Abs. min. extra ruimtevoeler Abs. Min. + 1. Temperatuur A23 Max. verschil extra ruimtevoeler Max. + 1. Temperatuur A24 Abs. max. extra ruimtevoeler Abs. Max. + 1. Temperatuur A26 Extra ruimtevoeler defect 1. Temperatuur A31 Abs. min. voeler thermische reg. Abs. Min. + 8. Thermische regeling A33 Max. Verschil voeler therm. reg. Max. + 8. Thermische regeling A34 Abs. Max. voeler therm. Reg. Abs. Max. + 8. Thermische regeling A36 Voeler therm. regeling defect 8. Thermische regeling A17 Min. ventilatie alarm Abs. Min. + 6. Ventilatie A18 Max. ventilatie alarm Max. + 6. Ventilatie tt- RTTM defect Abs. Min. + 6. Ventilatie 36

7. Alarm Temperatuur A11-A13-A14-A21-A23-A24-A31-A33-A34 Afhankelijk van de voeler die alarm geeft, gaat het indicatielampje voor menukeuze 1 Temperatuur of 8 Thermische regeling en het indicatielampje voor de menukeuze Abs. Max., Max. of Abs. Min. knipperen. Minimum en Maximum ventilatiealarm A17-A18 Als de ventilator of meetwaaier met toerentalterugmelding (RTTM) is uitgerust, dan controleert de regelaar continu het toerental. Minimum ventilatiealarm A17 Wanneer de terugmelding lager is dan de berekende ventilatie, zal de regelaar de uitsturing verhogen, totdat de berekende ventilatie bereikt wordt. Is de uitsturing maximaal en blijft de terugmelding gedurende één minuut te laag, dan zal de regelaar een minimum ventilatiealarm geven. De indicatielampjes voor de menukeuze Abs. Min. en 6 Ventilatie knipperen. Maximum ventilatiealarm A18 Wanneer de terugmelding hoger is dan de berekende ventilatie, zal de regelaar de uitsturing verlagen, totdat de berekende ventilatie bereikt wordt. Is de uitsturing minimaal en blijft de terugmelding gedurende één minuut te hoog, dan zal de regelaar een maximum ventilatiealarm geven. De indicatielampjes voor de menukeuze Max. en 6 Ventilatie knipperen. Als de sturing van de ventilatie maximaal is en de regelaar meet geen toeren meer, dan schakelt de regelaar automatisch over op regelen zonder toerentalterugmelding. Op het display zal dan de melding ttverschijnen. Zodra de regelaar weer toeren meet, schakelt hij weer over op een regeling met toerentalterugmelding. 37

7. Alarm Defecte voeler A16-A26-A36 De meting van een aangesloten voeler (met uitzondering van de buitenvoeler) is betrouwbaar zolang deze zich tussen -9.9 C en +99.9 C bevindt. Buiten deze grenzen is de meting onbetrouwbaar; de regelaar zal dan alarm geven (bijvoorbeeld: A16: Ruimtevoeler defect (geen meting)). Wanneer een voeler uitvalt, zal de regelaar op basis van de andere voeler (indien aanwezig en niet defect) verder regelen. Het indicatielampje in een van de volgende menukeuzen (afhankelijk van de voeler die alarm geeft) knippert,: 1. Temperatuur! (extra) ruimtevoeler geeft alarm 8. Thermische regeling! voeler thermische regeling geeft alarm 7.5 Systeemalarmen De computer test ook een aantal functies die direct op de computer zelf van toepassing zijn. Als de computer een fout constateert, dan zet hij het nummer van de fout op het display. De letter E gaat vooraf aan dit nummer.! Wanneer een systeemalarm optreedt (zie bijlage installateurshandleiding), moet u altijd uw installateur waarschuwen. 38