5 663 OZZ7E5 OZZ7CF Communicatiecentrale Ethernet kaart OZZ7E5, CF Card OZZ7CF OZW775 V2.0 De communicatiecentrale OZW775 maakt deel uit van het Synco TM - productassortiment. De centrale wordt toegepast in installaties met Synco 700- regelaars, ruimteregelaars RXB//RXL en de woningcentrale Synco TM living. Belangrijkste kenmerken: Bediening en bewaking op afstand van maximaal 250 Synco-regelaars in een KNX-netwerk met ACS-software en/of met webbrowser Verbinding met bedienstation (PC/laptop met ACS) via directe koppeling (USB) of telefonie (RS-232-modem) Verbinding met web browser via Ethernet (Ethernet kaart OZZ7E5 vereist) en/of via directe koppeling of telefonie Definieerbare gebruikersprofielen t.b.v. webbediening Definieerbare gebruikersteksten t.b.v. ingangen, uitgangen, functieblokken Afgeven van storingsmeldingen aan bedienstations, SMS-ontvangers, pagers, faxapparaten (beperkt), e-mailontvangers (meldingontvangers) Periodieke verzending van systeemrapporten aan meldingontvangers Opslag van de laatste 500 storingen en meldingen (historie) 4 meldingontvangers met instelbare ontvangertypes en zendtijden 8 digitale ingangen voor meldcontacten t.b.v. storings- en bedrijfstoestanden 8 universele ingangen, configureerbaar voor analoge, digitale en pulssignalen 5 bedrijfsurentellers, automatische afgifte van onderhoudsmeldingen 8 meters voor pulssignalen, afgegeven door warmte-, water-, gas- of elektriciteitsmeters 4 weekschakelklokken om externe apparaten via relais te schakelen 6 relais, te gebruiken met weekschakelklokken of als storingsrelais 5 offline trends voor 50.000 geregistreerde waarden CE1N5663nl 29.02.2008 Building Technologies HVAC Products
Toepassing Gebouwsoorten Gebouwbeheerders Kantoren en administratiegebouwen, appartementen en flats Schoolgebouwen, sporthallen, recreatiecentra en hotels Overheidsgebouwen, fabrieksgebouwen Onderhoudsbedrijven, installatiebeheerders Technische diensten van gebouwen Stadsverwarmingbedrijven, installateurs, eindgebruikers Functies Basisfuncties De basisfuncties van de communicatiecentrale OZW775 zijn: Bewaken van de regelaars binnen het KNX-netwerk en registeren van de storingstoestanden in CV/AC-installaties via digitale en universele ingangen Melden van storingen via directe koppeling aan bedienstation ter plaatse en/of via modem aan bedienstations, SMS-ontvangers, pagers, faxapparaten (beperkt), e-mailontvangers Communicatiecentrales V2.0 met web server: Melden van storingen op web browser via Ethernet en/of via directe koppeling of modem Bediening van CV/AC-installaties en regelaars met bedienstations en/of web browsers en weergave van de proceswaarden op de bedienstations en/of web browsers Functie "Kloktijd-master" t.b.v. de synchronisatie van de systeemtijd (datum en tijd) in de regelaars binnen het KNX-netwerk Functie "Systeemklok" met instelbare tijdzone en zomer-/wintertijd-omschakeling Storingen Storingsbronnen Storingsweergave Storingsrelais Storingsmeldingen Storingsbron "System" De communicatiecentrale signaleert uitval en storingen van regelaars op het Konnex-netwerk, die zijn opgenomen in het regelaaroverzicht van de centrale. Storingsbron "Local" De communicatiecentrale identificeert interne storingen en storingstoestanden op de als storingsingang geconfigureerde digitale en universele ingangen (storingsbron "Local"). Kenmerkende storingen op digitale en universele ingangen: Overbelastingssignalen van thermische beveiligingsschakelaars Fouttoestanden, gesignaleerd door schakelaars of thermostaten Over- of onderschrijding van grenswaarden Storingstoestanden van besturingen en installaties Verzamelmeldingen van externe installaties Afhankelijk van de storingsbron signaleert de communicatiecentrale storingen via de "Local"-LED of de "System"-LED. Daarnaast geeft de "Local"-LED een signaal af wanneer het ingestelde aantal bedrijfsuren voor onderhoud is bereikt. 2 relaisuitgangen kunnen worden geconfigureerd als storingsrelais. Dit betekent dat storingen, behalve via de LED's, door andere visuele of akoestische meldapparaten kunnen worden gesignaleerd. Storingen kunnen ook worden afgegeven in de vorm van tekstmelding via PC- of modemverbinding. Voor meldingen via een modem kan het aantal herhalingen en de meldingsinterval van het modem worden ingesteld. 2/18
Bevestiging van storingen Een niet bevestigde "Local"-storing wordt aangegeven door een knipperende "Local"- LED. Na het bevestigen van de storing met de toets "Ack" blijft de LED branden zolang de storing niet is afgehandeld. Wanneer een storingsrelais is geconfigureerd, zal het storingsrelais worden gereset door het indrukken van de toets "Ack". Hetzelfde gedrag is van toepassing bij niet-bevestigde "System"-storingen met geconfigureerd storingsrelais. Wanneer geen storingsrelais wordt gebruikt, zullen storingen automatisch worden bevestigd, dat wil zeggen, de "System"-LED zal direct gaan branden (niet gaan knipperen totdat de bevestiging plaats vindt). Externe bevestiging van storingen kan worden uitgevoerd via een digitale ingang, wanneer deze ingang wordt verbonden met de ingang "Ack" van het functieblok "Storingen". Systeemrapportage De communicatiecentrale is in staat om systeemrapporten te genereren en om periodiek de bedrijfstoestand van het systeem naar verschillende ontvangers te versturen. Historie De historie bevat de laatste 500 gebeurtenissen met betrekking tot storingen, storingsmeldingen en systeemrapporten. De gebeurtenissen worden ingevoerd in het cyclisch werkende geheugen van de communicatiecentrale. De historiegegevens kunnen worden uitgelezen met de web browser en de ACS7-software. Offline trend Voorbeelden De "Offline trend"-functie stelt de gebruiker in staat om waarden te registreren van geselecteerde datapunten van de communicatiecentrale en van Synco-regelaars die in het regelaaroverzicht voorkomen. Voor de definitie van trends, de wijze van weergave op een bedienstation en het exporteren van gegevens (bijv. naar een Excelspreadsheet), is ACS-software vereist. Er kunnen 5 offline trends worden gedefinieerd en tegelijkertijd worden geactiveerd. Trendregistratie kan bestaan uit 10.000 waarden (aantal datapunten x aantal samples). De communicatiecentrale heeft voldoende geheugencapaciteit voor registratie per trend van: 1 datapunt elke 30 seconden gedurende 83 uur 6 datapunten elke 30 seconden gedurende 27 uur 10 datapunten elke 5 minuten gedurende 7 dagen Het aantal geregistreerde waarden wordt gereduceerd wanneer tegelijkertijd ook teksten moeten worden geregistreerd (bijv. de naam van ingangen, de naam van besturingen bij bedrijfsurentelling). Bestelling en levering Bij bestelling moet de naam en het typenummer (ASN) worden opgegeven: Communicatiecentrale OZW775 De communicatiecentrale wordt geleverd in een kartonnen doos. Hierbij wordt meegeleverd: Installatiehandleiding G5663 (meertalig) CD met ACS7 software De Inbedrijfstellingshandleiding C5663 is als PDF-bestand opgeslagen op de CD. Toebehoren Als toebehoren voor de communicatiecentrale kan separaat worden besteld: 3/18
Ethernet kaart OZZ7E5 CF Card (Compact Flash Card) OZZ7CF Attentie Productdocumentatie Op de CF Card vindt u nieuwste versie van de firmware en de web server gegevens. Voor firmware-update en voorbereiden van web server gegevens zie document G5663. Communicatiecentrale OZW775 Ethernet kaart OZZ7E5 CF Card OZZ7CF KNX-bus ACS7 software Servicetool OCI700.1 Soort document Apparatenblad Installatiehandleiding (meegeleverd) Inbedrijfstellingshandleiding Montagehandleiding (meegeleverd) Informatie over OZZ7E5 zie dit document en document Bedieningshandleiding (meegeleverd) Informatie over OZZ7CF zie dit document en document Apparatenblad Basisdocumentatie Apparatenblad Apparatenblad Document Nr. N5663 G5663 C5663 M5673 G5663 B5674 G5663 N3127 P3127 N5640 N5655 Synco producten Synco 700-regelaars Synco RXB/RXL Synco living De volgende Synco producten kunnen in een KNX-netwerk worden gekoppeld: Product Apparatenblad nr. Universele regelaar RMU7x0, RMU7x0B N3144, N3150 Verwarmingsregelaar RMH760, RMH760B N3131, N3133 Ketelvolgorderegelaar RMK770 N3132 Besturingscentrale ruimteregelaars RMB795 N3121 Vrij configureerbare regelaar RMS705 N3123 Bus-bedienapparaat RMZ792 N3113 Ruimtebedienapparaat AW740 N1633 Communicatiecentrales OZW771 N3117 Ruimteregelaars RXB21.1, RXB22.1 N3873 Ruimteregelaars RXL21.1, RXL22.1 N3877 Ruimteregelaar RXB24.1 N3874 Ruimteregelaar RXL24.1 N3878 Woningcentrale AX910 N2707 4/18
Mechanische uitvoering Basisuitvoering 1 2 De behuizing van de communicatiecentrale bestaat uit een ondergedeelte, waarin de printplaten en aansluitklemmen zijn gemonteerd. Door het bovendeel worden de printplaten afgedekt. De LED's, bedientoetsen, poorten en steekplaatsen voor de CFkaarten (Compact Flash geheugen) bevinden zich in het bovendeel. Het front is bedrukt met de aanduiding van de elementen en aansluitklemmen. De vorm en de afmetingen van de behuizingdelen komen overeen met uitvoering 2 volgens DIN 43880. 3 4 5 6 7 8 9 XX:XX:XX:XX:XX:XX OZW775 XXXXXXXXXXXX HEX OZW775 11 12 21 22 18 19 20 21 OZW775 040601A001001 5663Z01 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 Positie Aanduiding Element 1 PC USB-poort 2 D1...D8 M Aansluitklemmen digitale ingangen (M = meetnul) 3 X1...X8 M Aansluitklemmen universele ingangen (M = meetnul) 4 Bovendeel behuizing 5 Modem RS-232-poort 6 KNX LED (groen/rood) busspanning, communicatie via KNX (groen), centrale in adresseerstand (rood) 7 CE- CE+ Aansluitklemmen KNX (Konnex) 8 Ethernet Ethernet steekbus RJ45 op Ethernet kaart OZZ7E5 (kaart moet apart worden besteld) 9 XX:XX:XX:XX:XX:XX MAC Adres (Media Access Control Adres, 48 bits) 10 Run LED (groen) Voedingsspanning aanwezig (brandt), communicatie met ACS (knippert) 11 Local LED (rood) Storingen centrale of op storingsingangen of "Bedrijfsuren voor onderhoud bereikt" 12 System LED (rood) Storingen regelaars in het KNX-netwerk 13 CF-kaarten LED (groen) CF Card actief (brandt), CF Card activeren / deactiveren (knippert) 14 G G0 Aansluitklemmen voor AC 24 V voedingsspanning 15 Config Druktoets CF Card activeren / deactiveren 16 Ack Druktoets Storingbevestiging "Local", bevestiging storingsrelais "System" 17 CF Card Memory Plaats voor CF Card (als web server geheugen) 18 CF Card Config/Report Plaats voor CF Card (voor firmware update) 19 11,12 21,22 Aansluitklemmen voor 4 relais met verbreekcontact 31,32 41,42 20 Report Toets voor functie, zie "Toetscombinaties" 21 Modem Toets initialiseert modem, test verbinding met modem (kort), verstuurt systeemrapport (lang) 22 73,74 83,84 Aansluitklemmen voor 2 relais met maakcontact 23 Bevestigingsstrip voor kabelbinder (trekontlasting van de aansluitkabels) 24 Borgveer voor montage van de communicatiecentrale op DIN-rail TH 35-7.5 25 Snapslot voor deksel 26 Deksel (kan zonder gereedschap worden geopend, om Ethernet kaart OZZ7E5 te plaatsen) 27 Ondergedeelte behuizing 5/18
Technische uitvoering In de communicatiecentrale zijn een aantal functieblokken opgenomen (kortweg FB). De functionaliteit van de centrale kan worden uitgebreid door het aansluiten (configureren) van digitale ingangen N.D1 N.D8 en universele ingangen N.X1 N.X8 op de FB ingangen "d", "x" en "i" (zie afbeelding en beschrijving van functieblokken). Ingangen en uitgangen Digitale ingangen Universele ingangen Relaisuitgangen De digitale ingangen N.D1 N.D8 worden gebruikt voor aansluiting van potentiaalvrije meldcontacten. Wanneer de digitale ingangen worden verbonden met FB "Storingen" functioneren ze als storingsingang. Worden ze verbonden met FB "Bedrijfsuren", dan wordt het aantal bedrijfsuren geteld van b.v. branders, pompen, ventilatoren, enz. De universele ingangen N.X1 N.X8 zijn configureerbaar voor potentiaalvrije meld- en impulscontacten en voor analoge signalen van opnemers. Worden universele ingangen geconfigureerd als meldcontact (digitaal) of grenswaarde (analoog) en aangesloten op FB "Storingen", dan werken ze als storingsingang. Worden universele ingangen geconfigureerd als bedrijfstoestandcontact en aangesloten op FB "Bedrijfsuren", dan kan het aantal bedrijfuren worden geteld. Worden universele ingangen geconfigureerd voor het tellen van impulsen en aangesloten op FB "Meters", dan kunnen de verbruikswaarden (warmte, gas, elektriciteit, enz.) worden geregistreerd. De uitgangen N.1 N.4 hebben een verbreekcontact, N.7 en N.8 hebben een maakcontact. Om storingen te signaleren (bijv. met waarschuwingslamp of claxon), moet Relais 1 en / of 2 van FB "Storingen" worden aangesloten op een uitgang N._. Wanneer een uitgang N._ is aangesloten op een FB "Weekschakelklok met keuzeschakelaar", dan werkt relais N._ in de stand "Auto" volgens het klokprogramma, of anders volgens de stand "Uit" of "In" van de keuzeschakelaar. N.D1 N.D2 N.D3 N.D4 N.D5 N.D6 N.D7 N.D8 N.X1 N.X2 N.X3 N.X4 N.X5 N.X6 N.X7 N.X8 d d d d d d d d x x x x x x x x d x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x d d d d d i i i i i i i i Storingen Ack 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Intern Systeem 1 2 3 4 Bedrijfsuren 5 1 2 3 4 5 6 7 8 Meters Relais1 Relais2 Ein/ Aus d 1 In/ Uit 2 In/ Uit 3 In/ Uit 4 In/ Uit Meldingontvangers Ontvanger 1 Ontvanger 2 Ontvanger 3 Ontvanger 4 In/ Uit 1 Kalender In/ Uit 2 Kalender In/ Uit 3 Kalender In/ Uit 4 Kalender c c c c Systeemrapport N.1 Inp ut ide N.2 ntif ier N.3 N.4 Ingangen, uitgangen en functieblokken van de communicatiecentrale OZW775 N.7 N.8 c PC USB c Modem c Ethernet 56 63 B0 1d e 6/18
Functieblokken FB "Storingen" FB "Bedrijfsuren" FB "Meters" FB "Weekschakelklok met keuzeschakelaar" FB "Storingen" is uitgevoerd met 20 storingsingangen. De als storingsingang gebruikte ingangen N.D1 N.D8 (digitaal) en N.X1 N.X8 (digitaal / analoog) worden aangesloten op de FB ingangen "x". Afhankelijk van storingsprioriteit en storingsbron wordt "Relais 1" en / of "Relais 2" bekrachtigd. FB "Storingen" verwerkt storingen en uitval van Synco regelaars ("System"-storingen) die zijn opgenomen in het regelaaroverzicht evenals storingen op de storingsingangen en storingen van de communicatiecentrale ("Local"-storingen). Voor externe storingsbevestiging kan een digitale ingang worden aangesloten op ingang "Ack". De externe storingsbevestiging werkt als indrukken van de toets "Ack". FB "Bedrijfsuren" kan maximaal 5 bedrijfsurentellers bevatten. De meldcontacten voor de bedrijfstoestand van de besturingen worden via de digitale ingangen N.D1...N.D8 of N.X1...N.X8 (geconfigureerd als digitale ingang) aangesloten op de FB ingangen "d". Wanneer een onderhoudsinterval is ingesteld, geeft de "Local"-LED aan wanneer het aantal bedrijfsuren is bereikt en er wordt, indien geconfigureerd, een onderhoudsmelding afgegeven. FB "Meters" is uitgevoerd voor maximaal 8 meterwaarden. Universele ingangen N.X1 N.X8 (geconfigureerd voor impulsen) kunnen worden aangesloten op FB ingangen "i". De telimpulsen verkregen van warmte-, water-, gas- en elektriciteitmeters worden omgezet in verbruikswaarden, bijv. energie in Wh of kwh, of volume in m 3. De laatste 15 maandtotalen worden met uitleesdatum opgeslagen. De 4 FB's "Weekschakelklok met keuzeschakelaar" maken het mogelijk om via de uitgangen N._ verschillende verbruikers tijdafhankelijk te schakelen. In iedere weekschakelklok kunnen maximaal 6 schakelpunten per dag worden ingesteld (3 x "In" en 3 x "Uit"). Tevens is een geïntegreerde keuzeschakelaar configureerbaar met de standen "Auto" / "Uit" / "In". Wanneer een schakelklokuitgang "" wordt aangesloten op een relais, dan wordt het relais in de stand "Auto" overeenkomstig het klokprogramma bestuurd of is het relais permanent "Uit" of "In". FB "Systeemrapport" FB "Meldingontvangers" In FB "Systeemrapport" kan het tijdstip (hh:mm) van verzending van de melding en de meldcyclus frequentie (1...255 dagen) voor het afgeven van de systeemrapportage worden ingesteld. Een systeemrapport wordt, afhankelijk van de storingsprioriteit (urgent / niet urgent), verstuurd naar één of meerdere meldingontvangers. FB "Meldingontvangers" is onderverdeeld in 4 ontvangers. Meldingenonderdrukking via ingang "d" werkt op alle ontvangers. Het ontvangertype en de storingsprioriteit kunnen voor iedere ontvanger afzonderlijk worden ingesteld. Iedere ontvanger heeft een "Schakelklok met kalender" voor het programmeren van 3 overdrachtperioden per dag en van vakanties / speciale dagen. Voorbeeld: Alle storingsmeldingen van maandag t/m vrijdag, van 08:00-18:00 uur, moeten worden verstuurd naar het "Service Center", bijv. een faxapparaat. Buiten deze uren moeten de storingsmeldingen worden verstuurd naar een "24-uurs service", bijv. SMS naar mobiele telefoon. De uitgangen "c" van FB "Meldingsontvangers"" worden met de ingangen "c" van de poorten voor PC USB, modem of Ethernet verbonden. De poort PC USB is bedoeld voor de inbedrijfstelling, bediening en bewaking (alarmering) ter plaatse. Bediening en bewaking op afstand zijn via modem (telefoonnet) en tevens via Ethernet (Internet/Intranet) naar één (of meerdere) web browser(s) mogelijk. 7/18
Poorten PC De communicatiecentrale heeft drie poorten voor communicatie tussen centrale en gebruiker en de poort resp. de aansluiting voor de KNX-bus. De met "PC" gekenmerkte poort dient voor de directe koppeling van een communicatiecentrale met een bedienstation ter plaatse. Hiervoor is een USB-kabel type A-B vereist. Modem Ethernet KNX Parallel bedrijf De poort gemarkeerd met "Modem" wordt gebruikt voor verbinding met een modem via een RS-232 kabel. Bij de communicatie via modem worden de volgende meldingontvangers ondersteund: Bedienstations (PC/laptop met ACS-software), SMSontvangers, pagers, faxapparaten (alleen fax klasse 2). De met "Ethernet" gemarkeerde poort is conform de RJ45-steekbus op de Ethernet kaart OZZ7E5. De kaart moet apart worden besteld en in de communicatiecentrale worden geplaatst. T.b.v. de verbinding naar Ethernet is een netwerkkabel Cat-5 nodig (Ethernet kabel categorie 5). De met "KNX" gemarkeerde aansluitklemmen CE+ en CE- zijn voor de KNX-bus. Opmerkingen m.b.t. de KNX-bus zie apparatenblad N3127. Van parallelbedrijf is sprake, wanneer een communicatiecentrale met twee of meerdere bedienstations wordt bedreven. Dus bijvoorbeeld met één bedienstation via USB en/ of één via modem en/of Ethernet. Bediening Communicatieverbindingen voor de bediening ter plaatse (USB) en voor de bediening op afstand via modem en Ethernet. 8/18
Bewaking, Alarmering Communicatieverbindingen voor bewaking en alarmering ter plaatse (USB) en op afstand via modem en Ethernet. Parameterinstellingen voor meldingontvangers In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de parameters voor de communicatieverbindingen, die in elke meldingontvanger kunnen worden ingesteld. Type ontvanger Poort Type modem Transmissieprotocol --- (Fabrieksinstelling) x x x E-mail Ethernet xx SMTP ACS-alarm USB xx ACS-protocol Modem Analoog/ISDN GSM Ethernet xx Mobiele telefoon Modem Analoog/ISDN TAP UCP GSM SMS GSM Fax Modem Analoog Fax-protocol GSM Fax-protocol SMS GSM-diensten Pager Modem Analoog/ISDN TAP GSM TAP SMS GSM-diensten x xx Cursief/vet Geen verdere keuze mogelijk Waarde niet instelbaar of geen instelling van een waarde vereist Geen modem vereist Fabrieksinstelling Voorbeeld: Type ontvanger = E-mail Poort = Ethernet (Default, wanneer type ontvanger = E-mail) Transmissieprotocol = SMTP (Default, wanneer type ontvanger = E-mail) 9/18
Montage-instructies De communicatiecentrale moet worden gemonteerd in een regelpaneel of een bedieningspaneel. Een goede toegankelijkheid bij onderhoud moet zijn gewaarborgd. Standaardmontage op standaard DIN-rail TH 35-7.5 Wandmontage vastgeschroefd op de achterwand Montagestand alleen horizontaal toegestaan Montage en afmetingen zie "Afmetingen" Installatie-instructies Belangrijk Bij het installeren van de centrale dienen de volgende punten in acht te worden genomen: De communicatiecentrale moet worden gemonteerd in een regelpaneel of een bedieningspaneel, omdat bij open wandmontage geen aanrakingsbeveiliging m.b.t. de voedingsspanning voerende relaisuitgangen is gewaarborgd (geen afdekking van de aansluitklemmen). Beveiligingen, schakelaars, bedrading en aarding moeten volgens de lokale voorschriften voor elektrische installaties worden uitgevoerd. Met de relaiscontacten van de communicatiecentrale kan voedingsspanning of laagspanning worden geschakeld. Het schakelen van zowel net- als laagspanning is niet toegestaan. Circuits met relaiscontacten 11, 12 via 41, 42 moeten worden aangesloten op dezelfde netfase. Circuits met relaiscontacten 73, 74 en 83, 84 moeten worden aangesloten op dezelfde netfase. Alleen potentiaalvrije contacten mogen worden aangesloten op de digitale ingangen D1 D8 en de universele ingangen X1 X8 (geconfigureerd voor digitale ingangssignalen). In omgevingen met sterk elektromagnetische storingen (bijv. in industriële omgevingen met elektrische lasuitrusting), wordt bewaking van de installatie via de "PC"-poort afgeraden. Voedingsspanning Bedrading Aansluitklemmen De communicatiecentrale werkt op AC 24 V voedingsspanning en moet voldoen aan de eisen van SELV/PELV (veiligheidslaagspanning). De gebruikte transformatoren moeten veiligheids-scheidingstransformatoren zijn, geschikt voor 100% inschakelduur (overeenkomstig EN 61558-2-6). Teneinde een gemakkelijke bedrading te garanderen, moet er voldoende ruimte rondom de centrale aanwezig zijn. Om verkeerde bedrading te beperken, zijn de klemmen van de centrale zodanig geplaatst dat de ingangs- en uitgangsleidingen kunnen worden aangesloten zonder elkaar te kruisen. De aansluitklemmen voor de digitale en universele ingangen alsmede voor de Konnexbus zijn aan de bovenkant van de centrale aangebracht (laagspanningszijde). De aansluitklemmen voor AC 24 V voedingsspanning en voor de relaisuitgangen die netspanning voeren, zijn aan de onderzijde aangebracht (netspanningszijde). De klemmen zijn geschikt voor leidingen met een diameter van tenminste 0.8 mm of draaddoorsneden van 0.5...2.5 mm 2. Zie ook onder "Technische gegevens". 10/18
Inbedrijfstellingsinstructies Geautoriseerde servicetechnici Keuze van de telefoonprovider en het modem IP-Adres De ingebruikname en het configureren van de communicatiecentrale alsmede het bijschakelen van de web server mag uitsluitend plaatsvinden door hiervoor opgeleide technici. Voorafgaande aan de inbedrijfstelling van de centrale moeten, afhankelijk van de meldingontvangers, de telefoonprovider en het modem worden geselecteerd. Indien een GSM-modem wordt gebruikt, moet zeker zijn dat met de SIM-kaart datacommunicatie mogelijk is en dat deze niet is beveiligd met een PIN-code. Voordat de web browser met behulp van Ethernet wordt aangesloten, moet het IPadres van de communicatiecentrale bij de netwerk systeemadministrator worden vrijgegeven. Inbedrijfstelling De inbedrijfstelling van de communicatiecentrale wordt lokaal uitgevoerd met een PC/laptop via de PC-poort, hierop moet het ACS servicetool zijn geïnstalleerd. T.b.v. de lokale verbinding tussen de PC-poort van de communicatiecentrale en de PC/laptop is een USB-kabel van het type A-B vereist. Voor belangrijke installatie-instructies zie Installatiehandleiding G5663xx (meegeleverd met de centrale) onder "Inbedrijfstelling". Parametriseren Web server Lokale aansluiting Aansluiten via Ethernet verbinding Het parameteriseren van de communicatiecentrale wordt lokaal uitgevoerd met een PC/laptop via de PC-poort. De procedure is beschreven in de Inbedrijfstellingshandleiding C5663. Het PDFbestand met de inbedrijfstellingshandleiding is opgeslagen op de CD die met het apparaat wordt meegeleverd. Download van het PDF-bestand is ook mogelijk via: www.siemens.com/synco De web server dient, na de inbedrijfstelling en parameterisering van de communicatiecentrale, lokaal te worden geactiveerd. T.b.v. de lokale verbinding tussen de PC-poort van de communicatiecentrale en de PC/laptop is een USB-kabel van het type A-B vereist. Voor belangrijke installatie-instructies zie Installatiehandleiding G5663xx (meegeleverd met het apparaat): Ethernet kaart plaatsen Update firmware Voorbereiden web server gegevens Web browser opstarten met IP-adres 192.168.250.1 en login De procedure voor het aansluiten van de web server via Ethernet verbinding (Ethernet kaart OZZ7E5) is beschreven in de Inbedrijfstellingshandleiding C5663. Het PDFbestand met de inbedrijfstellingshandleiding is opgeslagen op de CD die met het apparaat wordt meegeleverd. Download van het PDF-bestand is ook mogelijk via: www.siemens.com/synco 11/18
LED's Run (groen) Local (rood) System (rood) Donker Geen voedingsspanning AC 24 V of centrale start op Brandt Centrale is bedrijfsgereed Knippert Communicatie met ACS Donker Geen storing (normale toestand) Brandt Storing van de communicatiecentrale en/of op de storingsingangen Signalering van "Bedrijfsuren voor onderhoud bereikt" Knippert Storing niet bevestigd Zonder geconfigureerd storingsrelais "System" in de OZW775: Donker Geen storing (normale toestand) Brandt Storing apparaat in KNX-netwerk Met geconfigureerd storingsrelais "System" in de OZW775: Donker Geen storing (normale toestand) Brandt Storing apparaat in KNX-netwerk, storingsrelais bevestigd Knippert Storing apparaat in KNX-netwerk, storingsrelais niet bevestigd CF Cards (groen) KNX (groen / rood) Donker Geen CF Card aangesloten Brandt CF Card aangesloten Knippert CF Card wordt geactiveerd of afgekoppeld (na druk "Lang" op toets "Config") Donker Geen busvoeding Brandt groen Busvoeding aanwezig Knippert groen Gegevensuitwisseling via KNX Brandt rood Centrale in de adresseerstand Bedientoetsen Een toetsdruk "Kort" bedraagt minder dan 2 seconden (< 2 sec) en een toetsdruk "Lang" langer dan 4 seconden (> 4 sec). Config Ack Report Modem Kort Lang Kort Lang Kort Lang Kort Lang Geen functie Activeren of afkoppelen van een CF Card (bijvoorbeeld van beide CF Cards) Bevestiging van "Local"-storing, bevestiging van "System"-storingsrelais Zie "Toetscombinaties" Geen functie Zie "Toetscombinaties" Initialiseert het modem, controleert de verbinding met het modem Initialiseert modem en stuurt systeemrapport naar geconfigureerde ontvangers. Toetscombinaties Adresseerstand Centrale opnieuw starten Fabrieksinstelling Druk in het geval van toetscombinaties de toetsen altijd "Lang" in (> 4 seconden). Tegelijkertijd op "Modem" en "Report" drukken (programmeerstand). Tegelijkertijd op "Modem" en "Ack" drukken. Tegelijkertijd op "Modem", "Ack" en "Config" drukken. Let op: Alle configuratiegegevens en instellingen zullen worden gereset. Het regelaaroverzicht en niet verstuurde meldingen worden verwijderd. Historiegegevens worden niet verwijderd. 12/18
Algemene opmerkingen Onderhoud Reparatie Afvoer De communicatiecentrale OZW775 is onderhoudsvrij (geen batterijvervanging, geen zekeringen). De behuizing mag alleen met een droge doek worden gereinigd. De communicatiecentrale kan niet lokaal worden gerepareerd. Indien de centrale defect is, moet deze ter reparatie worden aangeboden aan de reparatie-afdeling van Siemens. De communicatiecentrale OZW775 valt onder de richtlijn 2002/96/EG (WEEE, Waste of Electrical and Electronic Equipment). "Voor de afvoer geldt de regelaar als een gebruikt elektronisch apparaat als bedoeld in de Europese richtlijn 2002/96/EG (WEEE) en mag niet als huisvuil worden afgevoerd. De betreffende nationale, wettelijke voorschriften moeten worden nageleefd en de regelaar dient te worden afgevoerd via de daarvoor aangewezen kanalen. De lokale en actueel van kracht zijnde wetgeving moet worden nageleefd." Technische gegevens Voeding G, G0 Voedingsspanning Nominale spanning volgens EN 60950-1 Veiligheids- (SELV) / veiligheidslaagspanning (PELV) volgens Eisen aan ext. veiligheidstransformator (100 % inschakelduur, maximaal 320 VA) Frequentie Vermogensopname OZW775 Beveiliging van de voeding AC 24 V ±20 % AC 24 V HD 384 EN 61558-2-6 50/60 Hz 20 VA Max. 10 A op primaire zijde transformator Functionele gegevens Gangreserve van de klok OZW775 Regelaaroverzicht 46 h typisch, min. 12 h tot 250 Synco regelaars Digitale ingangen D1...D8 Aantal Contactaftasting Spanning Stroom Eisen aan meld-/storingscontacten Signaalkoppeling Contactsoort Isolatiewaarde ten opzichte van netpotentiaal Toegestane weerstand Bij gesloten contact Bij geopend contact 8 (klemmen D1...D8 en een massaaansluiting voor elke 2 klemmen) DC 16.5 V normaal 8 ma Potentiaalvrij Continu contact AC 3750 V volgens EN 60950-1 Max. 200 Ω Min. 50 kω Universele ingangen X1...X8 Aantal Opnemers Passief Actief Signaalbronnen Actief Contactaftasting meld-/impulscontacten Spanning Stroom Eisen aan meldcontacten Signaalkoppeling Contactsoort Isolatiewaarde ten opzichte van netpotentiaal 8 (klemmen X1...X8 en een massaaansluiting voor elke 2 klemmen) LG-Ni1000, T1, Pt1000 DC 0...10 V DC 0...10 V DC 16.5 V normaal 1 ma, max. 6 ma Potentiaalvrij Continu contact AC 3750 V volgens EN 60950-1 13/18
Universele ingangen Vervolg Eisen aan impulscontacten Signaalleidingen Signaalkoppeling Contactsoort Mechanische signaalbron (Reed-contact) Maximale impulsfrequentie Minimale impulsduur Elektronische signaalbron (Reed-contact) Maximale impulsfrequentie Minimale impulsduur Isolatiewaarde ten opzichte van netpotentiaal Leidinglengte voor: passieve signalen van opnemers LG-Ni 1000, T1, Pt 1000 actieve signalen DC 0 10 V Meld- en pulscontacten Aanbeveling: Afgeschermde leidingen Potentiaalvrij Impulscontact 25 Hz 20 ms (met max. 10 ms dendertijd) 100 Hz 5 ms AC 3750 V volgens EN 60950-1 Max. 300 m Zie gegevens signaalgever 300 m Relaisuitgangen 1_, 2_, 3_, 4_, 7_, 8_ AC 230 V Aantal Relais met verbreekcontact Relais met maakcontact Externe beveiliging van de toevoerleiding Verbreekcontact, eenmalige zekering (traag) Maakcontact, eenmalige zekering (traag) Automatische leidingbeveiliging Uitschakelkarakteristiek Leidinglengte Relaiscontactgegevens Schakelspanning AC stroombelasting (verbreekcontact) AC stroombelasting (maakcontact) Bij 250 V Bij 19 V Inschakelstroom Contact levensduur voor AC 250 V bij 0.1 A ohm. bij 0.5 A ohm. bij 2 A ohm. bij 4 A ohm. Reductiefactor bij inductief (cos φ = 0.6) Isolatiewaarde tussen: relaiscontacten en systeemelektronica (versterkte isolatie) naburige relaiscontacten (bedrijfsisolatie) 4 (klemmen 11,12 21,22, 31,32 41,42) 2 (klemmen 73,74 83,84) Max. 3,15 A Max. 5 A Max. 13 A B, C, D volgens EN 60898 Max. 300 m Max. AC 250 V, min. AC 19 V Max. 2 A ohm., 2 A ind. (cos φ = 0.6) Max. 4 A ohm., 3 A ind. (cos φ = 0.6) Min. 5 ma Min. 20 ma Max. 10 A (1 s) Richtwaarden aantal schakelingen: 2 x 10 7 (verbreek- en maakcontact) 2 x 10 6 (verbreekcontact) 4 x 10 6 (maakcontact) 3 x 10 5 (verbreekcontact) 6 x 10 5 (maakcontact) 3 x 10 5 (alleen maakcontact) 0.85 (verbreek- en maakcontact) AC 3750 V, volgens EN 60950-1 AC 1250 V, volgens EN 60950-1 Aansluitklemmen Ingangen en uitgangen Schroefaansluitingen voor ader / litzedraad (getwist of met adereindhuls) 1 ader / litzedraad per klem 2 aders / litzedraden per klem (max. 2) Min. Ø 0.8 mm 0.5...2.5 mm 2 0.5...1.5 mm 2 PC-poort Poort Standaard Regelaarklasse Baudrate Verbindingskabel naar bedienstation Kabellengte Stekertype voor aansluiting op PC/Laptop Stekertype voor aansluiting op OZW775 USB V1.1 (Universal Serial Bus) RNDIS (Remote Network Device Interface Specification) Max. 12 Mb/s (max. snelheid) Max. 5 m USB type A USB type B Modempoort Poort Standaard Baudrate Verbindingskabel naar modem Kabellengte Kabeltype voor aansluiting op OZW775 RS-232, V.24 / EIA 232D Max. 115 kbaud Max. 15 m D-Sub 9 pins, connectoren 14/18
Protocollen voor het doorgeven van meldingen Protocolondersteuning voor verbinding via vast netwerk van telefoonprovider GSM telefoonprovider, extra UCP (Universal Computer Protocol) TAP (Telocator Alphanum. Protocol) FAX-protocol (Fax Class 2 or 2.0) AT+ (uitgebreide AT-instructieset) KNX-bus Poorttype 2-draads bus Busbelasting kengetal OZW775 Decentrale busvoeding (uitschakelbaar) Toegestane leidinglengten en kabeltypen TP1 (Twisted Pair, 1 aderpaar) CE+, CE- (niet verwisselbaar) E 0.3 DC 30 V / 25 ma Zie apparatenblad N3127 Ethernet Ethernet kaart OZZ7E5 Poorttype Bitrate Protocol Aansluiting Kabeltype Kabellengte Ethernet kabel t.b.v.: Punt naar punt verbinding Multiple verbinding (bijvoorbeeld naar Switchbox) 100BaseTX, IEEE 802.3 compatibel 10 MBit/s TCP/IP RJ45 steekbus (afgeschermd) Standaard Cat-5, UTP of STP Max. 100 m Kabelbedrading gekruist Kabelbedrading recht Omgevingscondities Bedrijf Klimatologische omstandigheden Temperatuur (huis met elektronica) Vochtigheid Mechanische eisen Vervoer Klimatologische omstandigheden Temperatuur Vochtigheid Mechanische eisen IEC 60 721-3-3 Klasse 3K5 0...50 C 5...95 % r.v. (niet condenserend) Klasse 3M2 condenserend IEC 60 721-3-2 Klasse 2K3 25...+70 C <95 % r.v. Klasse 2M2 Beveiligingsgegevens Beschermingsgraad wanneer gemonteerd: op achterwand in regelpaneel of bedieningspaneel in frontuitsparing voor weergave en bediening IP 20 volgens EN 60529 IP 30 volgens EN 60529 Beveiligingsklasse II volgens EN 60950-1 Normen en standaards Productveiligheid voor informatietechniek inrichtingen EN 60950-1 Elektromagnetische compatibiliteit Immuniteit OZW775 industriële sector Immuniteit PC-poort woningen, lichte industrie Storingsemissie woningen, lichte industrie Elektrische systeemtechniek voor woningen en gebouwen (ESHG) -conformiteit EMC-richtlijn Laagspanningsrichtlijn -conformiteit Australian EMC Framework Radio Interference Emission Standard EN 61000-6-2 EN 61000-6-1 EN 61000-6-3 EN 50090-2-2 89/336/EEG 73/23/EEG Radio communication act 1992 AS/NZS 3548 Materialen en kleuren Behuizing ondergedeelte en -bovengedeelte Polycarbonaat, RAL 7035 (lichtgrijs) Afmetingen Lengte x hoogte x diepte (maximale afmetingen) 298 mm x 128 mm x 77 mm Uitvoering 2 volgens DIN 43880 Gewicht OZW775 Communicatiecentrale OZW775 met verpakking, installatiehandleiding en CD Verpakking 0.825 kg 1.185 kg Golfkartonnen doos 15/18
Gewicht OZZ7E5 Ethernet kaart OZZ7E5 met verpakking en montagehandleiding Verpakking 0.018 kg 0.044 kg Kartonnen doos Gewicht OZZ7CF CF Card OZZ7CF met verpakking en bedieningshandleiding Verpakking 0.010 kg 0.022 kg Plastic zakje Begrippen, afkortingen Uitgebreide besturingscommando s t.b.v. modems: Attention+ Global System for Mobile Communication Integrated Services Digital Networks Internet Protocol Shielded Twisted Pair Simple Mail Transfer Protocol Short Message Service Telocator Alphanumeric Protocol Transmission Control Protocol Universal Computer Protocol Universele Serial Bus Unshielded Twisted Pair AT+ GSM ISDN IP STP SMTP SMS TAP TCP UCP USB UTP 16/18
Elektrische schema's Schema D1 M D2 D3 M D4 D5 M D6 D7 M D8 X1 M X2 X3 M X4 X5 M X6 X7 M X8 Modem CE- CE+ RJ45 Ethernet G G0 11 12 21 22 31 32 41 42 73 74 83 84 5662G02 D1 D8 Digitale ingangen X1 X8 Universele ingangen M Massa voor digitale ingangen, meetnul voor universele ingangen CE- KNX busaansluiting (negatief) CE+ KNX busaansluiting (positief) G, G0 Voedingsspanning AC 24 V Relaisuitgangen Aansluitschema G F1 F2 B1 B2 N2 N3 0...10 V RS-232 KNX Ethernet AC 24 V G D1 M D2 D3...D8 X1 G0 11 12 21 22 31 32 41 42 M X2 X3...X8 73 74 Modem 83 84 CE- CE+ RJ45 Ethernet N1 5663A02 K1 K2 K3 G0 L N L N N1 Communicatiecentrale OZW775 N2, N3 Synco regelaars op het KNX-netwerk F1, F2 Regelaars met potentiaalvrij meldcontact B1 Opnemer met passief signaal B2 Opnemer met actief signaal K1, K2 Relais (besturing door relais met verbreekcontact) K3 Relais (besturing door relais met maakcontact) Pin-bezetting Ethernet-kaart OZZ7E5 RJ45 steekbus (afgeschermd), standaardbezetting volgens AT&T256. 1 2 3 4 5 6 7 8 5663Z21 3206Z01 1 Tx + 5 niet bezet 2 Tx 6 Rx 3 Rx + 7 niet bezet 4 niet bezet 8 niet bezet Modemaansluiting, Communicatiecentrale Modemaansluiting (D-pin, 9-polig), poortdefinitie volgens RS-232. 9 8 7 6 5 4 3 2 1 5663Z22 1 DCD Data carrier detect 6 DSR Data set ready 2 RXD Received data 7 RTS Request to send 3 TXD Transmit data 8 CTS Clear to send 4 DTR Data terminal ready 9 NC Not connected 5 GND Signal ground 17/18
Afmetingen TH35-7.5 298 78 111 128 35 45 5.3 44 5663M01 Standaard montage op DIN-rail TH 35-7.5 2 1 298 5663Z04 128 = = 3 5663M02 Wandmontage met schroeven 1 5663Z05 = = 100 2 = = 287 5663M04 Afmetingen in mm 18/18 2005-2008 Siemens Switserland Ltd www.sbt.siemens.com/ Wijzigingen voorbehouden