KOMO attest-met-productcertificaat

Vergelijkbare documenten
KOMO attest-met-productcertificaat

KOMO attest-met-productcertificaat

attest-met-productcertificaat

KOMO productcertificaat

KOMO productcertificaat

KOMO productcertificaat

KOMO productcertificaat

KOMO productcertificaat

KOMO. Naam certificaathouder. kwaliteitsverklaring

Wijzigingsblad BRL 4713 KOMO attest-met-productcertificaat voor dakbedekkingsconstructies met afschotlaag van lichtgewicht mortel met EPS

KOMO attest-met-productcertificaat

KOMO attest-met-productcertificaat

KOMO. Naam Certificaathouder. Bouwbesluit. attest-met-productcertificaat. Verankeringen voor betonnen sandwichconstructies

Kwaliteitsverklaringen, afgegeven op basis van BRL 3300 Vloerluiken d.d behouden hun geldigheid tot

KOMO productcertificaat

KOMO attest-met-productcertificaat

KOMO attest-met-productcertificaat

attest-met-productcertificaat Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5

Nummer K/ Vervangt K/ Uitgegeven d.d. Geldig tot Pagina 1 van 5. Kelderwanden van staalvezelbeton

Royal Elastofol Supreme

Nummer K4084/03 Vervangt K4084/02. Uitgegeven d.d Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5

WIJZIGINGSBLAD NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN

Wijzigingsblad BRL

KOMO attest K46446/05

KOMO attest K67986/03

Bouwbesluit KOMO ATTEST SKGIKOB NL. Na-isolatie van spouwmuren met Excellent Hr+++

KOMO attest-met-productcertificaat

Bouwbesluit KOMO ATTEST IKB1910/18. Na-isolatie van spouwmuren met Knauf Insulation Supafil Spouwwol

Na-isolatie van spouwmuren met Pluimers HR IsoPlus35 polyurethaanschuim

Thermisch isolerende spouwmuurvulling met Enverifoam

KOMO productcertificaat

Bouwbesluit KOMO ATTEST IKB2750/17. Na-isolatie van spouwmuren met SUPEARL +

KOMO. CBS Beton BVBA. kwaliteitsverklaring

KOMO productcertificaat

KOMO productcertificaat K7530/09

Inbraakwerendheid van HTC parking & security BV Speedgates en loopdeuren van staal uit het Xentry 3TP 140x70 RC2 systeem

drs. H.J.O. van Doorn, directeur Het attest is voorts opgenomen in het overzicht op de website van Stichting KOMO:

KOMO Productcertificaat S

Bouwbesluit. KOMO ATTEST IKB2496-att/15. Na-isolatie van spouwmuren met De PlusParel van Oosterbeek EPS BV

KOMO. N.V. Beton R. Dobbelaere Bonte. kwaliteitsverklaring

Na-isolatie van spouwmuren met De PlusParel Extra van Oosterbeek EPS BV

BEOORDELINGSRICHTLIJN WIJZIGINGSBLAD

drs. H.J.O. van Doorn, directeur Het attest is voorts opgenomen in het overzicht op de website van Stichting KOMO:

KOMO kwaliteitsverklaring

KOMO attest. Bouwbesluit. Attest houder. Deel 3 dakbanen

Royalflex. Sterk onder alle omstandigheden!

kiuna for progress KOMO' Henco Industries N.V. attest- met-p rod uctce rtif icaat Hencovision systeem

KOMO. Dakbedekkingsbedrijf Elro. procescertificaat. Uitvoering van dakbedekkingsconstructies met gesloten dakbedekkingssystemen

Wijzigingsblad BRL 0511 Verankeringen voor betonnen sandwichconstructies

SKH4' Esrx - ERKEND SKH BB.AANSLUITDOCUMENT. Tel. (078) 6't Fax (078)

KOMO Kwaliteitsverklaring

KOMO kwaliteitsverklaring

KOMO. Appel Beton Opmeer B.V. kwaliteitsverklaring

Bouwbesluit KOMO ATTEST SKGIKOB NL. Na-isolatie van spouwmuren met Ecoparels Triple Plus van V.I.C. Vink Isolatie Culemborg BV

KOMO Attest K67986/04


KOMO productcertificaat

KOMO. Rockwool B.V. kwaliteitsverklaring. Platen en dekens van minerale wol voor thermische isolatie

Bouwbesluit KOMO ATTEST SKGIKOB NL. Na-isolatie van spouwmuren met Elastopor H1721/6

Bouwbesluit KOMO ATTEST IKB2756/17. Na-isolatie van spouwmuren met UniPearls

KOMO. Kemper Keerwanden B.V. kwaliteitsverklaring

Bouwbesluit. KOMO ATTEST IKB3024-att/15. Na-isolatie van spouwmuren met Thermomaxx HR++

KOMO attest-met-productcertificaat

KOMO kwaliteitsverklaring

Omgekeerd daksysteem met XPS isolatieplaten Type: Jackodur Plus 300, DS 300, KF 300; KF 500; KF 700

GEEF EEN PLATDAK WAAR HET RECHT OP HEEFT!

Wijzigingsblad BRL 2202 (zonwerend)(warmtereflecterend) isolerend dubbelglas voor thermische isolatie 31 december 2014

KOMO attest. Bouwbesluit. Mestbassins Type: Muleby Systeem Tank 1A Aquastruct B.V. VERKLARING VAN KIWA

KOMO kwaliteitsverklaring

attest-met-productcertificaat Nummer K42673/03 Vervangt K42673/02 Uitgegeven d.d Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 8

KOMO kwaliteitsverklaring

Transcriptie:

Nummer: CTG-452/5 Uitgegeven: 2016-01-01 Vervangt: CTG-452/4 d.d. 2014-07-02 Lichtgewicht mortel met EPS (geëxpandeerd polystyreen) voor het realiseren van afschot op nieuwe en bestaande platte daken. Certificaathouder: FIM N.V. Nijverheidsstraat 46A B-2260 WESTERLO België Telefoon +32 14 28 64 00 Telefax +32 14 28 64 01 E-mail info@fim.be Website www.fim.be SGS INTRON Certificatie B.V. Venusstraat 2 Postbus 267 4100 AG CULEMBORG T: +31 345 58 07 33 F: +31 345 58 02 08 www.sgs.com/intron-certificatie. VERKLARING VAN SGS INTRON CERTIFICATIE B.V. Deze kwaliteitsverklaring voor productcertificatie en attestering is op basis van BRL 4713 Dakbedekkingconstructies met lichtgewicht mortel met EPS d.d. 1998-12-01 en WB d.d. 2013-07-26 conform het SGS INTRON Certificatiereglement voor Certificatie en Attestering afgegeven door SGS INTRON Certificatie B.V. het gerechtvaardigd vertrouwen bestaat, dat het door de producent vervaardigde bij voortduring voldoet aan de in dit attest-met-productcertificaat vastgelegde technische specificatie(s), mits voorzien is van het KOMO -merk op een wijze als aangegeven in dit KOMO attest-met-productcertificaat. de met deze samengestelde bouwdelen prestaties levert die in dit attest-metproductcertificaat zijn beschreven, mits o de vervaardiging van (het bouwproduct) geschiedt overeenkomstig de in dit attest-metproductcertificaat vastgelegde voorschriften en/of verwerkingsmethoden. o wordt voldaan aan de in dit attest-met-productcertificaat vastgelegde toepassingsvoorwaarden SGS INTRON Certificatie verklaart dat voor dit attest-met-productcertificaat geen controle plaatsvindt op de productie van de overige onderdelen van het bouwdeel, noch op de vervaardiging van de bouwdelen. Voor SGS INTRON Certificatie B.V. Ir. J.W.P. de Bont Certificatiemanager Het certificaat is voorts opgenomen in het overzicht op de website van Stichting KOMO: www.komo.nl Gebruikers van dit KOMO attest-met-productcertificaat wordt geadviseerd om bij SGS INTRON Certificatie B.V. te informeren of dit document nog geldig is. De geldige certificaten staan vermeld op de website www.sgs.com/intron-certificatie Dit attest-met-productcertificaat bestaat uit 1 voorblad en 7 bladzijden Beoordeeld is: kwaliteitssysteem product prestatie product in toepassing Periodieke controle

PRIVATE PRESTATIE-EISEN Onderdeel Algemene sterkte van de bouwconstructie Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie Wering van vocht Thermische isolatie Grenswaarde/ bepalingsmethode Weerstand tegen wind-belasting volgens NEN 6707 Onbrandbaar volgens NEN-EN 13501-1 Brandgevaarlijkheid daken volgens NEN 6063 Temperatuurfactor van de binnenoppervlakte 0,5 of 0,65 volgens NEN 2778 Warmteweerstand Rc 3,5 m 2.K/W volgens NEN 1068 Prestaties volgens kwaliteitsverklaring Onderzocht Niet onderzocht Niet onderzocht Toepassingsvoorbeelden, berekend volgens NEN 1068, die voldoen aan Rc 3,5 m 2 K/W Levensduur - - Hygrothermie Gedrag onder invloed van gelijkmatig verdeelde statische belasting Dimensionele veranderingen tijdens uitharding De opbouw van het dak moet zodanig worden gekozen dat schadelijke condensatie aan de onderkant van of in het dak wordt vermeden De dakbedekkingconstructie moet voldoende weerstand bieden aan kort- en lagdurige mechanische belasting De afschotlaag mag geen ontoelaatbare scheurvorming vertonen ten gevolge van krimp,e.e.a. volgens NBN B14-217 ( 5 mm/m) Forfaitaire waarde Begaanbaarheidsklasse D. Onderzocht en voldoet Opmerkingen i.v.m. toepassing Maximale gebouwhoogte 40 m Zie pagina 5 van het attest-metproductcertificaat Zie pagina 6 van het attest-metproductcertificaat - In dit attest-met-productcertificaat worden geen uitspraken gedaan over de levensduur MERKEN De (verpakking van de) producten (droge mortel) wordt gemerkt met het KOMO beeldmerk (zie voorzijde van dit document). Overige verplichte aanduidingen: - merknaam: ; - productspecifieke codering; - certificaatnummer: CTG-452; - certificatiemerk SGS INTRON Certificatie B.V. (optioneel) ONDERWERP Lichtgewicht mortel voor realisatie van afschot op nieuwe en bestaande daken. Het systeem bestaat uit een lichte mortel waarin platen van geëxpandeerd polystyreen (EPS) verwerkt kunnen worden. Na uitharding kunnen losliggende, partieel gekleefd of volledig gekleefde dakbedekkingsystemen worden aangebracht. Dit KOMO attest-met-productcertificaat heeft uitsluitend betrekking op de lichtgewichtmortel met EPS. Alle overige in dit certificaat omschreven materialen vallen niet onder dit KOMO attestmet-productcertificaat. Blad 1 van 7 bladen

MATERIALEN is een lichte, isolerende mortel die op de bouwplaats in een aangepaste mengmachine wordt aangemaakt. De granulaten, hulpstoffen en het cement worden op de bouwplaats met water vermengd: Samenstelling * isolerend granulaat: Geëxpandeerde polystyreenkorrels 2 á 4 mm * vloeibare en droge hulpstoffen voor het verkrijgen van thixotropische eigenschappen en een goede verwerkbaarheid voor de bescherming tegen snel uitdrogen * cement CEM I 52,5 CEM I 42,5 (ongeveer 250 kg/m³). De volumieke massa van de mortel bij het aanmaken bedraagt 500 ± 30 kg/m³. De schijnbare volumieke massa van de verse mortel bedraagt 450 ± 45 kg/m³. De droge volumieke massa bedraagt 350 ± 30 kg/m³. Geëxpandeerd polystyreen (EPS) De kwaliteit van de in toegepaste polystyreenplaten moet voldoen aan de BRL 1309, hetgeen bijvoorbeeld aangetoond kan worden met een geldig KOMO -attest-met-productcertificaat. Er wordt gebruik gemaakt van platen met afmetingen 330 x 1200 mm in diktes van 20 tot 250 mm afhankelijk van de gewenste graad van thermische isolatie en eventueel van het verwezenlijken van een afschotlaag. Het type EPS 60 of EPS 100 worden gebruikt voor plaatdikten > 50 mm; voor plaatdikten 50 mm wordt altijd EPS 100 gebruikt. ONTWERPGEGEVENS EN GEBRUIKSWAARDEN Algemeen kan worden toegepast in nieuwbouw- en renovatieprojecten om een onderconstructie met onvoldoende afschot te voorzien van een materiaal waarmee gelijktijdig met een afschot wordt geïsoleerd. Tevens kan worden toegepast om niveauverschillen bij doorgezadelde platte daken te egaliseren. Onderconstructie / ondergrond Nieuwbouw is geschikt voor toepassing op de onderstaande ondergronden: * Prefab betonelementen; * Cellenbeton; * Monoliet beton; * Eventueel bitumineuze dampremmende laag. Bij toepassing van moet door middel van een berekening de noodzaak van een dampremmende laag worden vastgesteld. Renovatie is geschikt voor toepassing op de onderstaande bestaande dakbedekkingssystemen: * op basis van teermastiek; * op basis van bitumen; * op basis van kunststof; * op basis van asbestcement golfplaten. Bij alle hierboven genoemde toepassingen moet de geschiktheid als onderconstructie worden aangetoond. In de onderconstructie aanwezige uitzettings- en bewegingsvoegen moeten in de worden doorgezet. Dakbedekkingssystemen op Op kunnen de volgende dakbedekkingssystemen worden aangebracht: * L-systemen - Losliggende dakbedekkingssystemen bitumen of kunststof; * P-systemen - Partieel gekleefde dakbedekkingssystemen bitumen of kunststof; * F-systemen - Volledig gekleefde dakbedekkingssystemen bitumen of kunststof. Voor alle systemen geldt dat de geschiktheid van het dakbedekkingsmateriaal en de eventueel gebruikte kleefmiddelen moet worden aangetoond door de leverancier van de dakbedekking en/of kleefmiddelen. Blad 2 van 7 bladen

Hygrothermie Een richtlijn voor het diffusieweerstandsgetal van is µ = 9. Bij toepassing van moet door middel van een berekening de noodzaak van een dampremmende laag worden vastgesteld. Bij renovatieprojecten zal in het algemeen de bestaande dakbedekking als dampremmende laag fungeren. Aanbevolen wordt om altijd een controleberekening uit te voeren. Belastingen ten opzichte van de Begaanbaarheid Op grond van beproeving wordt de met EPS ingedeeld in klasse D. Daken of gedeelten van daken waarvan het dakbedekkingssysteem beschermd wordt, bijvoorbeeld door tegels of gietasfalt, begaanbaar voor voertuigen (tot hellingshoeken van 5 %). Dimensionele veranderingen tijdens uitharding voldoet, bepaald volgens NBN B14-217, aan de eis van de maximale toegestane krimp van 5 mm/m. In de afwerklaag van worden op plaatsen waar de geleiders worden verwijderd de ontstane voegen afgewerkt met mortel. Energiezuinigheid In tabel 2 zijn de rekenwaarden voor de warmtegeleidingcoëfficiënt van opgenomen. Deze waarde is gebaseerd op de metingen van het materiaal en omgerekend naar een waarde bij een vochtgehalte van 20 %. In onderstaande tabel 1 is de dikte van de EPS-isolatie gegeven in combinatie met om aan de minimale Rc-waarde van 3,50 m2k/w te voldoen. Voor de berekening van deze waarden is uitgegaan van: * λreken - 0,13 W/(m.K); * λreken EPS 100 isolatie - 0,036 W/(m.K). * Betonnen ondergrond, dik 200 mm, λreken = 2,00 W/(m.K) * 10 mm mortel onder de isolatieplaat en 40 mm mortel boven de isolatieplaat * 20 mm voegen rondom de isolatieplaten (400x1000 mm), gevuld met mortel * Rm, dakbedekking = 0,06 m2k/w * Overgangsweerstanden Rsi = 0,10 m 2 K/W en Rse = 0,04 m 2 K/W * Correctiefactor α = 0,05 Tabel 1: Rreken / EPS100-isolatie Dikte EPS in mm Dikte mortel in mm Dikte totaal in mm Rreken in m 2.K/W 120 50 170 3,61 Bovenstaande Rreken-waarden zijn gebaseerd op een vlakke afwerking van BETOPOR lichtgewicht mortel. De Rc-waarde van afschot toepassingen wordt bepaald volgens de volgende formule: Rbb = Rmax - Rmin. In(Rmax) - In (Rmin.) waarbij: Rbb = gemiddelde warmteweerstand van het afschotmateriaal; Rmin. = warmteweerstand op het laagste gedeelte van het afschotmateriaal over een breedte van 1 m; Rmax. = warmteweerstand op het hoogste gedeelte van het afschotmateriaal over een breedte van 1 m; In = natuurlijk logaritme. Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie De Euroklasse voor de brandreactie van is niet onderzocht. Indien een plat dak is voorzien van een ballastlaag van grind of betonnen tegels, mag er van worden uitgegaan dat het dak niet brandgevaarlijk is. Verder geldt dat daken opgebouwd met de overige in het KOMO-attest-met-productcertificaat genoemde systemen niet brandgevaarlijk zijn volgens hoofdstuk 3 van de NEN 6063 mits aangetoond wordt dat het toegepaste dakbedekkingsysteem bij van toepassing zijnde helling voldoet aan de NEN 6063. Het onderstaande voorbeeld van toegepast in de nabijheid van een voorziening voor de afvoer van rook is niet brandgevaarlijk. In treedt geen temperatuur op hoger dan 90 C. Blad 3 van 7 bladen

Figuur 1: Doorvoering rookkanaal (dubbelwandig) in combinatie met een bitumineuze dakbedekking Werkwijze: a) Ter plaatse van de doorvoer een plakstuk van ca. 1 m 2 aanbrengen; b) De eerste laag van de dakbedekking stuiken tegen het plakstuk; c) De toplaag van de dakbedekking aanbrengen tot aan de doorvoer (ter plaatse van de doorvoer een dwarsoverlap uitvoeren); d) Het aansluitstuk van het rookkanaal aanbrengen geweld in bitumenpasta; e) Een plakstuk aanbrengen over het aansluitstuk van het rookkanaal tot ruim op de dakbedekking (minimaal 150 mm). Opmerking: Bij bitumineuze dakbedekkingsystemen moeten altijd de metalen plakplaten of aansluitstukken van te voren worden behandeld met bitumineuze oplossing. Het rookkanaal moet voldoen aan NEN 6061. Wering van vocht van binnen De temperatuurfactor op het binnenoppervlak van daken (en de aansluitingen!) moet overeenkomstig NEN 2778, ten minste 0,5 respectievelijk 0,65 bedragen. De temperatuurfactor wordt bepaald volgens de rekenmethode, die gegeven is in NEN 2778. De hiervoor benodigde rekenwaarde van de warmtegeleidingcoëfficiënt van bepaald volgens artikel 8.3 van BRL 4713 welke gelijkwaardig is aan NEN 1068 bedraagt: * - 0,13 W/(m.K); * EPS 100 isolatie - 0,036 W/(m.K). Wering van vocht van buiten Daken met een gesloten dakbedekkingsysteem worden geacht waterdicht te zijn. is niet bepalend voor de waterdichtheid van het dak. VERWERKINGSRICHTLIJNEN EN DETAILS Veiligheid en E.H.B.O. In het BDA-Dakboekje (ref. 8) wordt uitgebreide voorlichting gegeven met betrekking tot het veilig werken op daken. Globaal komen hierbij de volgende aspecten aan de orde: * verplichtingen van de werkgever en de werknemer (Arbowet); * persoonlijke beschermingsmiddelen; * gebruik van steigers en ladders; * maatregelen afstemmen aan de hand van weersomstandigheden; * volgen van richtlijnen bij het inrichten van de werkplek; plaats van vrachtwagen/oplegger en machine; * milieu; * richtlijnen volgen bij het bedienen van machines; * algemene schadepreventie; * E.H.B.O. Blad 4 van 7 bladen

Voorbereidende werkzaamheden Algemeen Alle werkzaamheden zodanig op elkaar afstemmen dat geen schade wordt aangebracht aan de onderliggende constructiedelen en ruimten. Weersinvloeden Werkzaamheden worden uitgevoerd met inachtneming van de op dat moment geldende weersverwachting op de locatie van het uit te voeren werk. De gegevens daaromtrent worden verkregen via KNMI in De Bilt en ontvangen via radiozenders, teletekst, mobiele telefoon en internet. Bij regen of (nacht) vorst kan niet worden aangebracht. Na 3 tot 10 dagen (afhankelijk van de weersomstandigheden en van het afdichtingstype) verharden van de mortel mag de afdichting worden aangebracht als de bovenlaag voldoende droog is. Onderconstructies De geschiktheid van de onderconstructie, van zowel renovatieprojecten als van nieuwbouw, moet worden aangetoond. Met name de sterkte en de stijfheid moet voldoen aan de eisen zoals gesteld in NEN-EN 1990, NEN-EN 1991 en NEN-EN 1992. Voorbereidende werkzaamheden Mastiekdaken met ballast van grind * Los grind en vuil verwijderen. Grindnesten, vastgekleefd aan de bestaande mastiek bedekking niet verwijderen. Dit voorkomt lekkages. Het grind dat vast zit wordt opgesloten in de. * Dakranden, opstanden en opgaand werk controleren op voldoende hoogte. Waar nodig verhogen met een geconserveerde houten regel en waterdicht afwerken met een strook bitumineus materiaal. * Bestaand dakbedekkingssysteem controleren op waterdichtheid en waar nodig repareren. * Blazen, plooien en andere gebreken wegsnijden en waterdicht repareren met een bitumineus materiaal. Overige baanvormige bestaande dakbedekkingssystemen * Bestaande dakbedekking schoonvegen, waterplassen verwijderen en afgekomen vuil afvoeren; * Dakranden, opstanden en opgaand werk controleren op voldoende hoogte. Waar nodig verhogen met een geconserveerde houten regel en waterdicht afwerken met een op het nieuwe dakbedekkingssysteem afgestemde materiaal; * Bestaande dakbedekking controleren op waterdichtheid en waar nodig repareren; * Blazen, plooien en andere gebreken wegsnijden en waterdicht repareren met een op het nieuwe dakbedekkingssysteem afgestemde materiaal. Applicatie Algemeen * Om een goede hechting aan de ondergrond te krijgen waarop wordt toegepast wordt deze voorgesmeerd met een latexemulsie (1:4) waarin kwartszand wordt gestrooid. Op plaatsen waar grindnesten zitten (mastiekdaken) wordt cement gestrooid, nat gemaakt en verspreid met de bezem; * Een grondlaag van aanbrengen; * EPS isolatieplaten wellen in de grondlaag van. Bij afschot constructies zijn de EPS isolatieplaten verschillend van dikte om globaal het gewenste afschot te bepalen. De maximaal haalbare dakhelling met bedraagt 20 (of 35 %); * De volgende werkdag, op de EPS isolatieplaten, een afwerklaag aanbrengen (minimaal 40 mm dik); * Afhankelijk van de weersomstandigheden na 3 tot 10 dagen kan worden aangevangen met het aanbrengen van het dakbedekkingssysteem (zie applicatie dakbedekkingssysteem). Hemelwaterafvoeren * Tijdens het aanbrengen van de moet, bij renovatie, het bestaande systeem van hemelwaterafvoeren blijven functioneren. Op plaatsen waar een hemelwaterafvoer wordt voorzien (bij nieuwbouw) dient deze als noodafvoer te zijn aangesloten. Dit omdat door de functie van de mortel als afschotlaag het water naar deze afvoeren wordt geleid; * De hemelwaterafvoeren worden rondom vrij gehouden van mortel zodat bij het aanbrengen van het dakbedekkingssysteem de oude plakplaat vervangen kan worden door een nieuwe afvoer. Dakdoorvoeren ten behoeve van ventilatie en rookgasafvoer * Tijdens het aanbrengen van de worden de bestaande dakdoorvoeren, mits voldoende hoogte, gehandhaafd; * De vervallen dakdoorvoeren waterdicht afwerken alvorens de wordt aangebracht; * Bij het aanbrengen van het dakbedekkingssysteem de oude dakdoorvoeren vlak afsnijden met het oppervlak en vervangen door nieuwe doorvoeren. Blad 5 van 7 bladen

Dakdoorvoeren ten behoeve van ventilatie onderconstructie * De noodzaak voor het handhaven van deze dakdoorvoeren moet worden aangetoond doormiddel van een berekening. Indien deze niet gehandhaafd behoeven te worden kunnen deze na het aanbrengen van de worden afgesneden; De spouwventilatie dient eveneens te worden gedicht. * De afgesneden doorvoeren volschuimen met PUR-schuim alvorens deze worden overgeplakt met het nieuwe dakbedekkingssysteem. Opstanden van dakdoorvoeren, lichtkoepels enz. * Lichtkoepel, ventilatoren enz. demonteren; * De opstanden controleren op samenhang, sterkte en geschiktheid en waar nodig repareren en verhogen met een geconserveerde houten regel. Opstanden bij opgaand metselwerk * De hoogte van de bestaande opstanden controleren aan de hand van de maten zoals aangegeven op de afschottekening (het dakniveau wordt in veel gevallen zodanig verhoogd dat het nieuwe watervoerende niveau boven de opstanden van het metselwerk uit zal komen); * Indien noodzakelijk oude loodslabben verwijderen en de opstand waterdicht afwerken tot ruim boven het nieuwe watervoerende niveau met stroken bitumineus materiaal; * Nieuwe loodslabben doorvoeren, zo nodig tot in het binnenspouwblad. Applicatie bitumineuze dakbedekkingssysteem Partieel- en volledig gekleefde systemen * Na het drogingproces van 3 tot 10 dagen de voorsmeren met een bitumenoplossing. In de meeste gevallen is dit nadat het oppervlak door natuurlijke droging grijs ziet. * Op de voorgesmeerde een volledig- of partieel gekleefd dakbedekkingssysteem aanbrengen; * Bij deze dakbedekkingssystemen altijd kimfixatie toepassen. Los liggend geballaste systemen (bitumineus of kunststof) * Na het drogingproces van 3 tot 10 dagen een los liggend dakbedekkingssysteem aanbrengen, conform de voorschriften van de leverancier van de dakbedekking. * Ballastlaag aanbrengen van grof grind en/of betontegels conform NEN 6707. MATERIAALSPECIFICATIES De voor de geldende materiaalspecificaties zijn opgenomen in tabel 2. De toe te passen EPS platen voldoen aan de materiaalspecificaties, zoals vermeld in BRL 1309, waarbij de λreken 0,036 W/(m.K) bedraagt. Tabel 2: Materiaalspecificaties Onderwerp Eenheid Vastgestelde waarde Eis / toleranties Warmtegeleidingscoëfficiënt λ - praktische rekenwaarde W/(m.K) 0,13 - Druksterkte N/mm 2 0,8 - Volumieke massa - nat - met 20 % vocht - droog kg/m 3 kg/m 3 kg/m 3 500 450 350 ± 30 ± 45 ± 30 Blad 6 van 7 bladen

REFERENTIES Voorzover er geen data vermeld zijn, staan de juiste publicatiedata van de genoemde documenten vermeld in de nationale beoordelingsrichtlijn 4713, die is genoemd in de aansluiting in de lijst van erkende kwaliteitsverklaringen. 1. Beoordelingsrichtlijn 4713 "Dakbedekkingconstructies met lichtgewicht mortel met EPS"; 2. SGS INTRON Certificatie reglement voor Certificatie en Attestering; vigerende versie; 3. NEN 5077: Geluidwering in gebouwen; bepalingsmethoden voor de grootheden voor luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie, geluidwering van scheidingsconstructies veroorzaakt door installaties 1 e druk december 2001; 4. NEN 6702:2001: technische grondslagen voor bouwconstructies: TGB 1990; belastingen en vervormingen; 5. NEN 6707:2002: bevestiging van dakbedekkingen eisen en bepalingsmethoden 1 e druk december 2001 inclusief wijzigingsblad NEN 6707/C1:2002; 6. Beoordelingsrichtlijn 1309 Thermische isolatie voor platte of hellende daken op een onderconstructie in combinatie met een gesloten dakbedekkingssysteem " d.d. 2004-01-01, incl. WB d.d. 2013-01-24; 7. NBN B14-217: Proeven op mortelkrimpen en zwellen; 8. BDA-dakboekje 2000. WENKEN VOOR DE AFNEMER 1. Bij aflevering van: de producten controleren of: 1.1 - geleverd is wat is overeengekomen; - het merk en de wijze van merken juist zijn; - het product geen zichtbare gebreken vertoont als gevolg van transport en dergelijke; 1.2. de in de ontwerpgegevens en gebruikswaarde vermelde overige producten: - door keuring nagaan of deze voldoen aan de specificatie opgenomen onder ontwerpgegevens en gebruikswaarde in dit KOMO attest-met-productcertificaat; - voor zover deze producten zijn geleverd onder een kwaliteitsverklaring, afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende certificatie-instelling, nagaan of het merk en de wijze van merken juist zijn en de producten geen zichtbare gebreken vertonen als gevolg van transport en dergelijke. 2. Controleer of het KOMO attest-met-productcertificaat nog geldig is; raadpleeg het geldende overzicht van kwaliteitsverklaringen of neem contact op met SGS INTRON Certificatie B.V. 3. De ontwerpgegevens en gebruikswaarde, die in dit KOMO attest-met-productcertificaat zijn opgenomen, in acht nemen. 4. Opslag, transport en verwerking (doen) uitvoeren overeenkomstig de voorschriften, die in dit KOMO - attest-met-productcertificaat zijn opgenomen. 5. Indien op grond van het onder 1.1 gestelde tot afkeuring wordt overgegaan, contact opnemen met: FIM N.V. te Westerlo / België en zo nodig met: SGS INTRON Certificatie B.V. 6. Dit KOMO attest-met-productcertificaat heeft tot doel om het vertrouwen in het voldoen van de in dit KOMO attest-met-productcertificaat genoemde producten aan de gecertificeerde en/of geattesteerde producteigenschappen te vergroten. De certificaathouder is verantwoordelijk voor het voldoen van de in dit KOMO attest-met-productcertificaat genoemde producten aan de gecertificeerde en/of geattesteerde producteigenschappen en voor het opstellen van de verplichte bewijsmiddelen daartoe in het kader van de Verordening Bouwproducten. Indien op een bouwproduct een geharmoniseerde technische specificatie van toepassing is mogen de uitspraken in dit KOMO attest-metproductcertificaat niet worden gebruikt ter vervanging van de CE-markering op dat bouwproduct en/of ter vervanging of onderbouwing van de bijbehorende verplichte prestatieverklaring. 7 Voer de opslag en het transport uit overeenkomstig de verwerkingsvoorschriften van de certificaathouder. 8 Neem de toepassingsvoorwaarden, verwerkings- en onderhoudsvoorschriften in acht. Blad 7 van 7 bladen