Nieuwsbrief Natura 2000 Provincie Noord-Brabant Colofon Dit een uitgave van de provincie Noord-Brabant Brabantlaan 1 5216 TV s-hertogenbosch Uitgave februari 2010 Geachte lezer, In deze eerste editie van een nieuwe, digitale, Natura 2000-nieuwsbrief, informeren we u over de stand van zaken van de totstandkoming van de Natura 2000- beheerplannen voor de negen voortouwgebieden in onze provincie. Het is de bedoeling dat deze nieuwsbrief enkele malen per jaar verschijnt om u bij te praten over de ontwikkelingen. Redactie EvPinxteren@brabant.nl 073 681 2826 De Nieuwsbrief Natura is bedoeld voor deelnemers aan de ambtelijke adviesgroepen, leden van gebiedscommissies en alle anderen die geïnteresseerd zijn in de voortgang van het Natura 2000-proces. Fotografie Melchert Meijer zu Slochtern We besteden aandacht aan landelijk en provinciaal nieuws, maar ook aan ontwikkelingen in uw eigen gebied. Voor dit laatste zijn we ook afhankelijk van uw inbreng. Heeft u nieuwsfeiten, laat het ons dan even weten. Dat kan via de provinciale projectleider of via het mailadres van de redactie dat u vindt in het colofon. In deze nieuwsbrief - Een korte terugblik - Bestuurlijk overleg met minister LNV november 2009 - Stikstof - Water: verdrogingsaanpak - Financiering - Crisis- en herstelwet - Reactie minister op gebiedsspecifieke wijzigingsvoorstellen - Aanwijzingsbesluiten in 2010 - Het vervolgproces - 2010 internationaal jaar van de biodiversiteit Een korte terugblik Samen met de betrokken partijen in de regio heeft de provincie Noord-Brabant gewerkt aan de opstelling van concept-beheerplannen voor onze negen voortouwgebieden. Deze concept-beheerplannen hebbben we opgesteld, voordat de definitieve aanwijzing van de gebieden door de Minister van LNV plaatsvindt. Ze zijn een tussenproduct voorafgaand aan het ontwerp-beheerplan. Met de opstelling van de concept-beheerplannen wilden wij draagvlak in de omgeving creëren voor de beheerplannen en de implementatie daarvan
en inzicht geven in de haalbaarheid en betaalbaarheid van de instandhoudings-doelstellingen en de begrenzing. De gebieden waar de Provincie Noord-Brabant het voortouw heeft, zijn: 1 Markiezaat 2 Brabantse Wal 3 Langstraat 4 Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen 5 Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek 6 Kampina & Oisterwijkse Vennen 7 Regte Heide & Riels Laag 8 Kempenland-West. 9 Pompveld, Kornsche Boezem Formeel is de Provincie Gelderland voor Loevestein, Pompveld en Kornsche Boezem voortouwnemer. Onderling is afgesproken dat de provincie Noord- Brabant voor de Brabantse deelgebieden Pompveld en Kornsche Boezem het beheerplan opstelt en de provincie Gelderland voor het Gelderse deelgebied Loevestein. Bestuurlijk overleg met Minister van LNV november 2009 De concept-beheerplannen hebben we, met een generiek advies en met gebiedsgerichte adviezen, in juli 2009 toegezonden aan de minister van LNV. Op 11 november 2009 hebben we een bestuurlijk overleg met de minister gehad over de conceptbeheerplannen. Tijdens dit overleg hebben we afspraken gemaakt over de wijze waarop onze conceptbeheerplannen worden beoordeeld. Kern van de aanpak is dat we onderscheid maken tussen de beoordeling van de gebiedsspecifieke wijzigingsvoorstellen en voorstellen die een breder karakter hebben. Dit betreft met name voorstellen die over stikstof, water en financiering gaan. Over deze onderwerpen hebben we afspraken gemaakt die leidend zijn voor de verdere uitwerking. Hieronder vind u de stand van zaken rondom onderwerpen die in de meeste gebieden spelen. Stikstof Bij de totstandkoming van de beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden is stikstof het grootste probleem. Hoe gaan we daar mee om? De natuurgebieden moeten we beschermen tegen de stikstofinvloeden van buitenaf. Die stikstof is afkomstig van de landbouw, het verkeer en de industrie. Omdat we leven in een dichtbevolkte provincie, voelen we dit probleem hier heel nadrukkelijk. In Noord-Brabant is de stikstofbelasting zeer hoog. Bij sommige Natura 2000-gebieden is deze soms tot vijf maal de hoeveelheid die het gebied nog aan kan. Dit is niet alleen een probleem voor deze natuurgebieden. Ook als provincie weten we niet goed waar we aan toe zijn. Wanneer kan de provincie wel een vergunning verlenen voor bepaalde activiteiten en wanneer niet? Dit heeft geleid tot een vervelende situatie voor zowel aanvragers als verleners van vergunningen. De provincie heeft bij de minister van LNV aangedrongen op duidelijkheid. De minister heeft daarop de Natuurbeschermingswet 1998 aangepast in de Crisis- en Herstelwet. Deze wet is echter nog in behandeling in Den Haag en het is niet duidelijk wanneer deze wordt ingevoerd.
Omdat de stikstofproblematiek veel breder is dan de uitstoot door de agrarische sector, werken overheden en maatschappelijke organisaties nu landelijk aan een Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Hierbij gaan we ervan uit dat alle sectoren een bijdrage leveren aan de noodzakelijke vermindering van stikstofuitstoot. Het is de bedoeling dat de partijen in de loop van 2011 hierover een akkoord bereiken. Deze afspraken leggen we vast in de Natura 2000-beheerplannen. Intussen hebben we in Brabant niet stilgezeten. Samen met onder andere de provincie Limburg, agrarische organisaties en de milieubeweging hebben we een akkoord bereikt over hoe we moeten omgaan met de stikstofuitstoot van de agrarische sector. Ook de industrie loopt nu tegen problemen aan bij de aanpassing van bedrijfsactiviteiten waarvoor een milieuvergunning vereist is. Een goed voorbeeld van hoe we hierop willen inspelen is de situatie rondom bedrijven in het Havenschap Moerdijk. Om de bedrijven meer duidelijkheid te geven heeft de provincie samen met het havenschap een handreiking opgesteld en samen gewerkt naar oplossingsrichtingen. Naar verwachting komt er in 2010 een blauwdruk voor een passende beoordeling voor individuele bedrijven. Water: verdrogingsaanpak In Brabant kennen we ongeveer 90 natte natuurparels. Dit zijn gebieden met belangrijke natte natuurwaarden. Omdat een groot deel van de natte natuurparels verdroogd is, werken we als de provincie samen met betrokken partijen (onder andere de waterschappen) aan herstel van deze natuurgebieden. Hierover hebben we afspraken gemaakt binnen de reconstructie. De natte natuurparels overlappen gedeeltelijk de Natura 2000 gebieden. Alle Natura 2000-gebieden die afhankelijk zijn van grondwater zijn ook aangewezen als natte natuurparel. In het afgelopen jaar hebben de betrokken partijen voor de beheerplannen maatregelenpakketten opgesteld om de Natura 2000-instandhoudingsdoelen te realiseren. Deze maatregelenpakketten zijn in veel gebieden identiek aan de maatregelen die nodig zijn om de natte natuurparels te herstellen. Voor de Brabantse Wal hebben we aparte afspraken gemaakt omdat hier een versnelde aanpak noodzakelijk is. Het is een zogenaamd sense of urgency -gebied. Bovendien willen we hier inzicht krijgen in de de effecten van de maatregelen omdat dit een erg complex gebied is. Uit de beheerplanprocessen voor de Loonse en Drunense Duinen en Kampina en Kempenland-Westkwam naar voren gekomen dat er behoefte is aan een nadere hydrologische onderbouwing. Hiervoor heeft Haskoning nader onderzoek uitgevoerd. De resultaten van deze nadere onderbouwingen zijn inmiddels bekend en zullen we op korte termijn delen met de partners in de betreffende gebieden. Voor Kempenland-West heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de beekbegeleidende bossen langs de Reusel. Resultaten zijn in december besproken met het gebied. Bij het indienen van de concept-beheerplannen hebben we aangegeven dat er veel geld nodig is om onze doelen te verwezenlijken. Hiervoor zijn we nog in overleg met het ministerie van LNV Financiering In het overleg met de minister hebben we afgesproken de financiële paragrafen in de conceptbeheerplannen uiterlijk januari 2010 vergelijkbaar te maken, zodat eventuele tekorten scherp in beeld zijn. De uitkomsten zullen we in een volgend Bestuurlijk Overleg verder bespreken. Er komen in ieder geval tot 2014 geen extra rijksmiddelen beschikbaar. De financiering zal
dus moeten komen uit bestaande budgetten. In het beheerplan moeten we goed rekening houden met het tempo van doelrealisatie. Beschikbare budgetten zullen we slim en voor de meest urgente zaken moeten inzetten. Crisis- en herstelwet Parallel aan bovenstaande thema s van het Bestuurlijk Overleg is de Crisis- en herstelwet tot stand gekomen. Het voorstel voor de Crisis- en herstelwet voorziet in een aantal wijzigingen van de Natuurbeschermingswet 1998. Het doel is de werkbaarheid van die wet te verbeteren en uit de impasse te geraken die op een aantal plaatsen rond vergunningverlening is ontstaan. Het wetsvoorstel ligt momenteel voor bij de Eerste Kamer. Reactie minister op gebiedsspecifieke wijzigingsvoorstellen januari 2010 Vanaf september 2009 heeft de minister toegewerkt naar een inhoudelijke reactie op alle gebiedsspecifieke wijzigingsvoorstellen, die betrekking hebben op de instandhoudingsdoelstellingen en/of grenzen in de aanwijzingsbesluiten. Daarvoor is onze onderbouwing en advies over de haalbaarheid en betaalbaarheid in de conceptbeheerplannen betrokken. Daarnaast hebben wij aanvullende documentatie en nadere toelichting aangeleverd, die de minister ook heeft betrokken in haar oordeeel. Het beoordelingsproces van de gebiedsspecifieke wijzigingsvoorstellen heeft plaatsgevonden in goed en constructief overleg met ons. De minister wil de volgende door ons ingediende wijzigingsvoorstellen overnemen in het definitieve aanwijzings-besluit: 1. Brabantse Wal: met monitoring de komende 6 jaar zien wat er in het gebied ten aanzien van de doelstelling voor de geoorde fuut (A008) gebeurt, gezien een mogelijke strijdigheid met andere Natura 2000-doelen (vennen). 2. Brabantse Wal: habitattype zeer zwak gebufferde vennen (H3110) een plek geven in het aanwijzingsbesluit in verband met het onlangs afgesloten convenant. 3. Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek: randweg buiten begrenzing laten. 4. Regte Heide & Riels Laag: het habitattype vochtige alluviale bossen, beekbegeleidend (H91E0) opnemen. 5. Kempenland-West: begrenzing aanpassen aan eventuele hermeandering. De volgende wijzigingsvoorstellen wil de Minister deels overnemen in het definitieve aanwijzingsbesluit.: 6. Markiezaat: heroverweging van het doel voor de kustvogel kluut (A132b), in samenhang met de andere Natura 2000-gebieden in het Delta-gebied. 7. Markiezaat: heroverweging van het doel voor de kustvogel bontbekplevier (A137b) in samenhang met de andere Natura 2000-gebieden in het Delta-gebied. 8. Markiezaat:
heroverweging van het doel voor de kustvogel strandplevier (A138b), in samenhang met de andere Natura 2000-gebieden in het Delta-gebied. De kustvogels in de Delta vormen in feite één populatie én hebben een sterk wisselend voorkomen per gebied, zodat regionale doelen noodzakelijk zijn. De minister wil de toelichtingen in het aanwijzingsbesluit uitbreiden met de minimale en maximale relatieve bijdrage die het gebied kan leveren aan de regionale populaties, waarbij wordt uitgegaan van de bijdrage die het gebied in de afgelopen 10 jaar heeft geleverd. Daarbij is het op zich niet bezwaarlijk dat een soort niet elk jaar in het gebied broedt. Het is aan de andere kant wel belangrijk dat voor de korte termijn in het beheerplan no regret-maatregelen worden opgenomen om afname van leefgebied te voorkomen. Deze maatregelen zullen gericht moeten zijn op het herstel van het pionierkarakter van bepaalde delen van het gebied. Op de wat langere termijn wil de minister bij de evaluatie van het Natura 2000 doelendocument, voor de kustbroedvogels nog eens kritisch kijken naar de doelstellingen. Het is de verwachting dat op dat moment ook duidelijk is geworden welke wateren in de regio weer zout zullen worden met voldoende dynamiek in het watersysteem. Want vooral rond die wateren kunnen de kustbroedvogels duurzaam voortbestaan. 9. Langstraat: vossenstaart- en glanshaverhooilanden (H6510) als doel laten vervallen. In plaats van een herstelopgave, is de Minister voornemens om hiervoor een behoudopgave op te nemen in haar aanwijzingsbesluit. Aanwijzingsbesluiten in 2010 LNV werkt aan het opstellen van de definitieve aanwijzingsbesluiten. In de loop van 2010 publiceert het ministerie de definitieve aanwijzingsbesluiten. De fasering van de aanwijzingsbesluiten voor onze negen voortouwgebieden is als volgt: Juni 2010: - Brabantse Wal - Loonse en Drunense Duinen - Kampina en Oisterwijkse Vennen - Regte Heide en Riels Laag September 2010: - Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek - Langstraat - Kempenland-West - Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem December 2010: - Markiezaat Het vervolgproces Momenteel zetten we de vervolgfase op van de verschillende Natura 2000 gebieden. Per gebied is een plan van aanpak geschreven en momenteel wordt een aantal thema s, zoals water, monitoring, typische soorten, vergunningverlening en handhaving, financie-
ring verder uitgewerkt op hoofdlijnen om dit vervolgens het komende halfjaar samen met het gebied af te maken voor de beheerplannen. We proberen in een drietal werkaterliers, samen met de betrokkenen, het eens te worden over de inhoud. Het is de bedoeling alle ontwerp-beheerplannen uiterlijk in december 2010 door Gedeputeerde Staten te laten vaststellen. Per gebied zal er over de planning gecommuniceerd worden. Schematisch ziet het er alsvolgt uit: Startatelier eind 2009 Werkatelier 1 Werkatelier 2 Informatiebijeenkomst Stikstof Werkatelier 3 Integratieatelier Bestuurlijke adviescommissie Vaststelling ontwerp door GS 2010 Internationaal jaar van de biodiversiteit De Verenigde Naties hebben 2010 uitgeroepen tot internationaal jaar van de biodiversiteit. De reden hiervoor is dat de soortenrijkdom aan planten, dieren en micro-organismen op aarde steeds verder terugloopt. Ook in Noord-Brabant werken we op diverse terreinen om deze teruggang een halt toe te roepen. Dat doen we als provincie niet alleen, maar we werken samen met gemeenten, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Ook de Natura 2000-plannen hebben als doel planten, dieren en hun leefgebieden te beschermen. Op de site www.biodiversiteitbrabant.nl kunt u zien wat we in Brabant allemaal doen in dit jaar van de biodiversiteit.