BACHELOR-SCRIPTIEHANDLEIDING GLTC 1

Vergelijkbare documenten
1. Studiepunten scriptie De studielast van een bachelorscriptie bedraagt 12 ECTS (=336 uur, is circa 8½ weken fulltime).

De studielast van een bachelorscriptie bedraagt 12 EC (12 EC = 12x28 = 336 uur).

Reglement Bachelorscriptie Geschiedenis Vastgesteld op , verbeterd en goedgekeurd door de examencommissie op

Reglement Onderzoekscollege en Bachelorscriptie Europese Studies

Faculteit der Geesteswetenschappen Cluster Filosofie. Bachelor scriptiereglement voor de opleiding: Wijsbegeerte

Scriptiehandleiding Bachelor Arabische taal en cultuur versie februari 2015

FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN

REGELING BACHELOR SCRIPTIE (specialisatie Geschiedenis LAS)

Scriptiehandleiding Bachelor Arabisch versie januari 2013

HANDLEIDING BACHELOR EINDWERKSTUK

Faculteit der Geesteswetenschappen. Bachelor scriptiereglement voor de opleidingen: Nederlandse Taal en cultuur Taal en communicatie

BA-SCRIPTIEHANDLEIDING - OPLEIDING SLAVISCHE TALEN EN CULTUREN Universiteit van Amsterdam

: Afstudeerproject BSc KI : Bachelor Kunstmatige Intelligentie Studiejaar, Semester, Periode : semester 2, periode 5 en 6

Regels voor het schrijven, begeleiden en beoordelen van MAscripties

Handleiding Scriptie Blok 1/3 Master Film- en Televisiewetenschap Universiteit Utrecht

Studiehandleiding Ba-scriptie Kunsten, Cultuur en Media

1. Inleiding. 2. Aanvang

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap

Scriptiereglement (Ex artikel 4.14 Onderwijs- en examenregeling van de masteropleidingen)

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3

Handleiding notariële bachelorscriptie

De scriptie in de masteropleiding Neerlandistiek

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap

Vademecum bachelorwerkstuk Nederlandse taal en cultuur

Reglement bachelorwerkstuk

Ba-scriptiebrochure Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur

- mr C. de Groot voor onderwerpen op het gebied van het ondernemingsrecht;

BROCHURE BACHELOR-SCRIPTIE GRIEKSE EN LATIJNSE TAAL EN CULTUUR

Scriptiereglement (Ex artikel 4.14 Onderwijs- en examenregeling van de masteropleidingen)

Scriptiereglement Faculteit Rechtsgeleerdheid

Onderwijsregeling VI Keuzeonderwijs Bacheloropleiding Geneeskunde Curius+

Bachelorproject Wiskunde (9 ects)

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM GRADUATE SCHOOL OF SOCIAL SCIENCES. Scriptiehandleiding

BEOORDELINGSFORMULIER

Scriptiereglement Faculteit Rechtsgeleerdheid

1

Faculteit Rechten. Universiteit Hasselt. Reglement betreffende de bachelorscriptie (derde bachelor rechten)

Faculteit Rechten. Universiteit Hasselt. Reglement betreffende de bachelorscriptie (derde bachelor rechten)

Uitleg over de OER Alles wat iedere student moet weten over zijn of haar Onderwijs- en Examenregeling (OER)

Informatiebrochure / Handleiding BACHELORSCRIPTIE

Afstudeerformulier bachelor

SCRIPTIEBROCHURE BEDRIJFSRECHT

Studiewijzer BACHELOR KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE EXTRA KEUZENVAK VAK: C++ PROGRAMMEERMETHODEN

Afstudeerformulier bachelor

Studiepunten prof. mr. J.S.L.A.W.B. Roes, mr. F.M.H. Hoens

Studenthandleiding Bachelorthesis European Law School

FRAUDE EN PLAGIAAT REGELING STUDENTEN UvA. Vastgesteld door het College van Bestuur in 2008, laatstelijk gewijzigd mei 2010.

Algemene Informatie Profielwerkstuk Landsexamen Aruba Mavo/Havo/Vwo

BACHELOREINDWERKSTUK KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE

TOTAALBEOORDELING PROFIELWERKSTUK HAVO 5 + SNEL

Bachelor Stage en Thesis. Medische Informatiekunde. Regels en Richtlijnen. Samenvatting

Handleiding Scriptiedossier voor studenten

Masterexamen Nederlands

Scriptiereglement (Ex artikel 4.14 Onderwijs- en examenregeling van de masteropleidingen)

Informatiebrochure / Handleiding MASTERSCRIPTIE CENTRUM VOOR MIDDEN-OOSTEN STUDIES

Masterthesisreglement Rechtsgeleerdheid

Studiehadleiding. Opleiding: hbo-masteropleiding Islamitische Geestelijke Verzorging

Opleidingsspecifieke deel OER, Opleiding / programma: BA Liberal Arts and Sciences

Opleiding / programma: BA Liberal Arts and Sciences. Artikel Tekst 2.3 Colloquium doctum

WERKSTUK Taalexpert PRIMO

Curriculumevaluatie BA Wijsbegeerte

2. Selectie van studenten geschiedt op basis van een oordeel over de volgende kerncompetenties van belangstellenden:

Eisen en lay-out van het PWS

Masterscriptie arbeidsrecht (versie 2 december 2014) Gang van zaken

Het profielwerkstuk. 2. Eisen en voorwaarden Het profielwerkstuk moet aan een aantal eisen en voorwaarden voldoen:

Studiehandleiding Bachelorscriptie Onderwijskunde ( FT/ CV)

OER. Uitleg over de. Alles wat iedere student moet weten over zijn of haar Onderwijs- en Examenregeling (OER)

BACHELOREINDWERKSTUK KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE

Faculteit Rechten. Universiteit Hasselt. Reglement betreffende de bachelorscriptie (derde bachelor rechten)

Non satis scire WP 4 Pilot opzet peer feedback. Aanleiding

BACHELORSCRIPTIE GESCHIEDENIS PROTOCOL

Transcriptie:

BACHELOR-SCRIPTIEHANDLEIDING GLTC 1 1. Studiepunten scriptie De studielast van een bachelorscriptie bedraagt 12 ECTS (=336 uur, is circa 8½ weken fulltime). 2. Plaats in het studieprogramma De bachelor-scriptie GLTC wordt geschreven in het tweede semester van het derde jaar van de bachelor. 3. Ingangseis De verplichte onderdelen van de opleiding moeten in principe zijn afgerond voor men aan de scriptie begint. Deelname aan het Classics Seminar, dat plaats vindt in het eerste blok van het tweede semester, is verplicht en vormt onderdeel van het scriptietraject. 4. Doel De bachelor-scriptie is een schriftelijk verslag van een (literatuur)onderzoek met een wetenschappelijk karakter dat een student zelfstandig heeft verricht onder individuele begeleiding van een docent. Het doel van deze scriptie is dat de student blijk geeft van voldoende kennis, inzicht en vaardigheden op het vakgebied van de opleiding GLTC in brede zin over de stand van de wetenschappelijke discussie rond een bepaald onderwerp schriftelijk te kunnen rapporteren. 5. Voertaal De scriptie wordt in principe geschreven in het Nederlands of (met name door studenten die beogen door te stromen naar een researchmaster) het Engels; alleen in uitzonderlijke gevallen kan hiervan in overleg met de scriptiebegeleider worden afgeweken. 6. Scriptie-onderwerpen De scriptie betreft een wetenschapelijk relevant onderwerp binnen het vakgebied van de Griekse en Latijnse Taal en Cultuur in brede zin, dat zowel de Griekse en Latijnse taal- en letterkunde omvat als de cultuurhistorie van de oudheid en haar doorwerking in later tijden. In principe kiest een student zelf een onderwerp op grond van zijn eigen belangstelling en in overleg met de scriptiebegeleider. Desgewenst kan een student ook kiezen voor een onderwerp dat aansluit bij een van de (werk)colleges uit het tweede of derde bachelorjaar of een keuze maken uit een door de docenten van de opleiding hiertoe samengestelde lijst van onderwerpen. 7. Tijdsplanning In procedurele zin is het scriptieproces nauw verbonden met het Classics Seminar, dat in het eerste blok van het tweede semester wordt gegeven. Een van de doelstellingen van het Classics Seminar is een afgerond scriptievoorstel, waarmee de student in het tweede en derde blok aan het werk kan. (a) (b) In de eerste week van het Classics Seminar wordt de gang van zaken rondom de scriptie besproken. De studenten krijgen de scriptiehandleiding uitgereikt en de keuze van een scriptie-onderwerp wordt besproken. In week 2 4 kiezen de studenten een onderwerp en een scriptiebegeleider, en vindt de eerste afspraak met de beoogde begeleider plaats. 1 Voor studenten die een Honours programma volgen wijkt het scriptiereglement op een aan aantal punten af. Ze hebben 6 ECTS extra voor de scriptie (totaal 18 ECTS) en volgen een ander tijdpad. Zij worden hierover geïnformeerd bij aanvang van het Honours programma, en dienen tijdig, in de loop van het eerste semester van het derde jaar, zelf contact op te nemen met hun beoogde scriptiebegeleider.

2 (c) (d) (e) (f) In week 4 6 schrijven de studenten een scriptievoorstel (zie punt 8 hieronder), dat wordt besproken met de scriptiebegeleider en waar nodig herschreven. In week 7 wordt het scriptievoorstel aan de medestudenten gepresenteerd. Op basis van het scriptievoorstel doen de studenten in het tweede blok onderzoek en wordt de scriptie in eerste versie geschreven. Deze eerste versie wordt voor 1 juni ingeleverd bij de scriptiebegeleider en uiterlijk in de eerste week van juni besproken. Op basis van deze bespreking wordt de definitieve versie uiterlijk 20 juni ingeleverd bij de begeleider en de beoogde tweede tenzij anders is overeengekomen tussen scriptiebegeleider en student. Uiterlijk vier werkweken na inlevering van de scriptie ontvangt de student het oordeel van de scriptiebegeleider. Als de scriptie na 20 juni wordt ingeleverd, kan dit vanwege de vakantieperiode langer duren. NB Indien de scriptie pas na 30 juni wordt ingeleverd, zal deze pas na 1 september besproken worden en kan men dus niet in de MA instromen! NB Studenten die kiezen voor een 18 ECTS BA-scriptie (zie punt 1) volgen een individueel traject. Ze dienen vroegtijdig, in de loop van het eerste semester daarover contact op te nemen met de studiebegeleider en/of de docenten van het Classics Seminar. Voor informatie over de gehanteerde deadlines in verband met afstuderen en diploma-uitreiking zie: http://student.uva.nl/glt/az/item/afstuderen.html 8. Scriptievoorstel Voordat de student aan de scriptie begint, levert hij in de loop van het Classics Seminar een scriptievoorstel (1 à 2 pagina s) in bij de beoogde scriptiebegeleider. Na bespreking met de scriptiebegeleider en eventuele aanpassingen op grond van deze bespreking levert de student het goedgekeurde scriptievoorstel in bij de begeleider en bij de docenten van het Classics Seminar. Het voorstel dient in ieder geval de volgende elementen te bevatten: naam, studentnummer en opleiding werktitel voorlopige inhoudsopgave, waarin de inhoud per hoofdstuk kort wordt aangeduid globale probleemstelling duidelijke afbakening (thematisch, chronologisch, geografisch, etc) globaal werkplan (werkwijze en tijdsplanning) globale literatuurlijst met daarin een overzicht van, en een eerste oordeel over de bruikbaarheid van, de belangrijkste literatuur over het betreffende onderwerp overzicht bronnen/onderzoeksmaterialen/ corpus die bij het onderzoek gebruikt zullen worden naam scriptiebegeleider omvang van de scriptie in ECTS 9. Begeleiding De student kiest, in overleg met de docenten van het Classics Seminar, zelf een scriptiebegeleider uit op grond van de benodigde expertise m.b.t. het scriptieonderwerp. De begeleider heeft een adviserende en controlerende functie bij het onderzoek t.b.v. en het schrijven van de scriptie. De student neemt zelf contact op met zijn begeleider om de benodigde afspraken te maken met de begeleider. Minimaal zullen de volgende contacten met de scriptiebegeleider plaatsvinden: een inleidende bespreking over de keuze en de begrenzing van het onderwerp, de literatuur, de

aanpak e.d., uitmondend in een scriptievoorstel tussentijdse besprekingen over de voortgang van de scriptie, waarbij in elk geval ieder hoofdstuk in concept besproken wordt een gesprek over de scriptie als geheel in eerste versie een eindbespreking waarin de beoordeling van de scriptie wordt bekendgemaakt en toegelicht. Afzonderlijke hoofdstukken en de eerste gehele versie van de scriptie worden in principe slechts één keer becommentarieerd; het is niet de bedoeling dat een student de tekst of afzonderlijke delen ervan een aantal malen in steeds weer andere versies aan de begeleider voorlegt. Commentaar van de begeleider betreft in het algemeen slechts de belangrijkste kritiekpunten; terugkerende fouten worden niet stuk voor stuk worden aangestreept. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de student om op basis van de bespreking en de daarin gemaakte opmerkingen de tekst in zijn geheel te reviseren. 10. Technische aanwijzingen Lengte van de scriptie (12 EC) is maximaal 10.000 woorden, exclusief inhoudsopgave, lange citaten, bibliografie en eventuele appendices. Opbouw/indeling van de scriptie - titelpagina met titel (en eventueel een verhelderende subtitel), naam student, universiteit, opleiding, studentnummer, datum, scriptiebegeleider en tweede lezer en aantal woorden (zie voor de berekening, punt 11) - inleiding, waarin onder meer probleem- en doelstelling, de gekozen werkwijze, het theoretisch kader en de opzet van de scriptie worden uiteengezet - een uitwerking van hetgeen in de inleiding is gesteld, met gebruikmaking van relevante vakliteratuur - onderbouwde conclusies met betrekking tot probleem- en doelstelling - notenapparaat volgens gangbare academische normen. - bibliografie opgesteld volgens gangbare normen van het vakgebied, zoals besproken tijdens het Classics Seminar ; de betreffende style sheets en (verwijzingen naar) lay out voorschriften zullen tevens in BlackBoard worden geplaatst. - (eventueel) bijlagen met relevant materiaal. De scriptie dient opgemaakt te worden in 12 punt-lettergrootte, met regelafstand 1,5. Griekse citaten dienen opgemaakt te zijn in een Unicode font mét diacritische tekens. Latijnse citaten en citaten in een moderne vreemde taal die niet de voertaal van de scriptie is, worden in de tekst gecursiveerd. Citaten langer dan één regel moeten van de tekst gescheiden worden en behoeven geen dan aanhalingstekens. Paginanummers zijn verplicht. 11. Omvang van de scriptie en wijze van inleveren Een bachelorscriptie mag, uitgaande van een studielast van 12 ECTS, een omvang hebben van max. 10.000 woorden (dit betreft alleen de hoofdtekst, dus exclusief titelpagina, inhoudsopgave, bibliografie, appendices, ongewoon lange citaten, vertalingen van primaire teksten). De hoeveelheid woorden van de hoofdtekst moet op de titelpagina vermeld worden. 3 De scriptie moet digitaal als PDF worden ingeleverd via BlackBoard (Ephorus Assignment) waarbij een automatische plagiaatcontrole wordt uitgevoerd. Daarnaast ontvangen de scriptiebegeleider en de tweede lezer een uitgeprint exemplaar, en wordt een extra exemplaar ingeleverd ten behoeve van het archief van de opleiding. Zodra de scriptie is beoordeeld en het cijfer is vastgesteld, wordt de scriptie tevens digitaal in PDF-format via Pontifex ingeleverd bij de onderwijsadministratie.

4 12. Beoordeling Criteria op grond waarvan de scriptie wordt beoordeeld zijn: 1. materiaalbehandeling (weging 60%): wetenschappelijkheid (d.w.z. wordt een wetenschappelijk relevante vraag op een adequate wijze behandeld?) helderheid van de probleemstelling, nauwkeurigheid (o.a. wat betreft verwijzingen, citaten, bibliografie) 2. stijl (weging 20%) 3. originaliteit/zelfstandigheid (weging 20%) 4. uiterlijke verzorging (A.V.V.) 5. aantal woorden (A.V.V.) De beoordeling van de scriptie wordt door de beoordelaar schriftelijk vastgelegd in een beoordelingsformulier, dat als bijlage is toegevoegd aan deze scriptiehandleiding. De scriptiebegeleider wijst in overleg met de docenten van het Classics Seminar een tweede lezer aan. De tweede lezer is niet betrokken bij het begeleidingsproces, maar ontvangt alleen de eindversie van de scriptie en toetst de beoordeling van de scriptie door de eerste begeleider, inclusief het cijfer, op basis van het beoordelingsformulier en een cursorische lezing van de scriptie. Als de tweede lezer het niet eens is met het cijfer, stellen scriptiebegeleider en tweede lezer in gezamenlijk overleg het cijfer bij, desgewenst in overleg met de docenten van het Classics Seminar. 13. Herkansing en onvoldoende Als de scriptie onvoldoende wordt bevonden, krijgt de student eenmalig de kans om het werk op basis van de eindbeoordeling, zonder verdere begeleiding, tot een aanvaardbaar niveau te brengen. Hiervoor krijgt de student maximaal vier weken de tijd. Aan het eind van deze periode dient de student opnieuw een uitgeprinte versie van zijn scriptie in bij de begeleider en de tweede lezer. Indien de scriptie opnieuw met een onvoldoende wordt beoordeeld, of de vastgestelde revisietermijn wordt overschreden, wordt de scriptie definitief afgekeurd en moet de student een nieuwe scriptie schrijven over een ander onderwerp. 14. Integriteit, fraude en plagiaat Alle scripties worden bij digitale inlevering via BlackBoard gecontroleerd op plagiaat. Indien er een vermoeden is van fraude (het opzettelijk handelen of nalaten van een student dat er op is gericht het vormen van een juist oordeel omtrent zijn/haar kennis, inzicht en vaardigheden geheel of gedeeltelijk onmogelijk te maken) kan de examencommissie besluiten tot een verder onderzoek.. NB Plagiaat betreft niet alleen de letterlijke tekst, maar ook parafrase en het overnemen van andermans ideeën in eigen woorden zonder de bron te vermelden. Zie voor meer informatie over de verschillende vormen en definities van plagiaat, de fraude- en plagiaatregeling aan de UvA: http://student.uva.nl/az/a-z-lijst/a-z-lijst/content/folder/fraude-plagiaat-en-bronvermelding/fraude--enplagiaatregeling.html 15. Problemen tijdens het schrijven Indien tijdens de begeleiding van de scriptie de begeleider uitvalt vanwege ziekte of afwezigheid, zoeken de docenten van het Classics Seminar in overleg met de student een vervangende begeleider. Indien de student door omstandigheden niet in staat is de scriptie (op tijd) af te ronden, dient hij contact op te nemen met de begeleider en eventueel met de studiebegeleider van de opleiding of de studieadviseur van het onderwijsinstituut. Bij problemen met de begeleiding en/of studievertraging bij het schrijven van de

scriptie kan de student contact opnemen met (een van) de docenten van het Classics Seminar of eventueel met de studieadviseur van het onderwijsinstituut. 16. Mogelijkheden van beroep De student kan bezwaar maken tegen de beoordeling van de scriptie bij de Examencommissie. 5 Bijlage : beoordelingsformulier BA-scriptie GLTC

Beoordeling Bachelorscriptie Opleiding: Student: Nummer: Titel scriptie: Academisch jaar: Griekse en Latijnse Taal en Cultuur Beoordelingscriteria Marge Weging Judicium Korte verantwoording door 1e en/of 2e lezer 1 Wetenschappelijkheid; opbouw en structuur; bronnen- en materiaalbehandeling 30-60% 60 2 Taalvaardigheid en stijl 10-30% 20 3 Creativiteit, originaliteit, zelfstandigheid 10-20% 20 4 Uiterlijke verzorging, layout AVV 5 Omvang, aantal woorden AVV 100 Gewogen scriptiecijfer 0 Datum: Eerste begeleider Tweede begeleider Ondertekening

Beoordeling Bachelorscriptie Kwalificaties voor becijfering (gebaseerd op: Reglement Doctoraal scriptie Universitaire Masterstudie Evidence Based Practice AMC-UvA) Onvoldoende Cijfer 6: Cijfer 7: Cijfer 8: Cijfer 9: Cijfer 10: In principe wordt de afstudeeropdracht begeleid tot deze met een voldoende kan worden afgerond. Indien echter gedurende aanzienlijke tijd het resultaat onvoldoende is en er is geen duidelijke progressie waarneembaar die de verwachting rechtvaardigt dat een 6 haalbaar is, wordt een onvoldoende voor het werkstuk gegeven. Het werkstuk voldoet aan de minimumstandaarden voor een afstudeeropdracht. De afstudeeropdracht getuigt van weinig creativiteit, persoonlijke of originele inbreng en is niet bijzonder complex. Bij de ontwikkeling van het werkstuk is de ideeënvorming en de inbreng van de begeleider ongeveer even groot geweest als die van de student. De student heeft niet overtuigend blijk gegeven van een grote mate van zelfstandigheid. Het werkstuk voldoet aan de minimumstandaarden. Daarenboven is sprake van een zekere persoonlijke inbreng van de student, de opzet en verwerking getuigen van enige persoonlijk inbreng. De ideeënvorming en de inbreng van de student bij de ontwikkeling van het werkstuk zijn groter dan van de docent en/of er is sprake van enige complexiteit. De docent heeft wel een inbreng gehad in het bijstellen en corrigeren van de concepten. Het werkstuk voldoet aan de minimumstandaarden. Daarenboven is sprake van een duidelijke persoonlijke inbreng en creativiteit van de student en een grote mate van zelfstandigheid, en van een grote mate van complexiteit van het onderwerp. De bijdrage van de student aan de ideeënvorming en bij de ontwikkeling van het werkstuk is groot. De door de docent aangebrachte correcties en bijstellingen van de concepten zijn tamelijk gering in aantal. Het werkstuk voldoet aan de minimumstandaarden. Daarenboven heeft de student er een zeer hoge mate van originaliteit en creativiteit in tentoongespreid. De ideeënvorming en de ontwikkeling van het werkstuk komen bijna volledig van de student. De door de docent aangebrachte correcties en bijstellingen van de concepten zijn minimaal. Als een 9. Daarenboven is de scriptie van belang voor de ontwikkeling van het wetenschapsgebied. De scriptie zou kunnen worden uitgewerkt tot een artikel in een vaktijdschrift.