MODULE 8. POMPEN EN COMPRESSOREN

Vergelijkbare documenten
MODULE 7. WARMTEWISSELAARS

MODULE 9. LEIDINGSYSTEMEN

Risicoanalyse Avia tankstation. Drievogelstraat in Kerkrade. Adviseurs voor de externe veiligheid

MODULE 6. DRUKHOUDERS

QRA berekening LPG-tankstations

POMPEN. Hoofdstuk 1: Algemene begrippen. Daniel Bernoulli

voor het opstellen van een VEILIGHEIDSRAPPORT 05/05/2009

Externe veiligheid waterstofleiding gemeente Zwijndrecht

Risicoanalyse propaantank Veerdam 1. in Aalst (gemeente Zaltbommel)

QRA Tankbouw Rootselaar Nijkerk

Modellering gascilinders uit Handleiding Risicoberekeningen BEVI concept versie 1.4

Risicoanalyse Marco Gas te Bakel

Risicoanalyse BOL SuperTank te Bunschoten

HANDBOEK RISICOBEREKENINGEN GEPLANDE WIJZIGINGEN

Risicoanalyse LPG-tankstation Nieuwe Hemweg te Amsterdam

Inleiding Het Windpark Tata Steel beoogt 2 tot 8 nieuwe turbines te plaatsen op het terrein van Tata Steel in IJmuiden.

voor het opstellen van een veiligheidsrapport

QRA. Dow Propyleen. Transportleiding. Traject Gemeente Woensdrecht

Groepsrisico LPG-tankstation Shell te Oude Meer

Training hydrauliek voor mobiele en industriële systemen

Risicoanalyse Marco Gas te Bakel

Groepsrisico LPG-tankstation foodcourt De Vrolijkheid te Zwolle

Rapportnummer: 2012/Polyplus/01

Groepsrisicoberekening LPG-tankstation Shell De Leeuwenhoek

MODULE 15. UITSTROMING

QRA H 2 refuelling station Air Liquide

Groepsrisico LPG-tankstation Tamoil Rijn 1. in Den Haag

Risicoanalyse LNG-tankstation Rotterdam

Risicoanalyse veiligheidscontour AFS - Schiphol

Kwantitatieve risicoanalyse Ammoniakkoelinstallatie Ardo B.V.

Risico- en effectafstanden waterstoftankstations

Risicoanalyse directe bunkering LNG Amerikahaven

Risicoberekening LPG tankstation Total Drentse Poort Nieuw Buinen

Externe veiligheid tankstation P. Kok en Zn Hoofddorp

Risicoanalyse Biovergister

QRA propaanopslag Overberg

Risicoanalyse biogasinstallatie rwzi Harderwijk

Groepsrisico LPG-tankstation Shell Muntbergweg in Amsterdam

Groepsrisico LPG-tankstation Roermondsweg 112, Weert

holland koeling bv Koelmachines en Condensing-units

voor het opstellen van een VEILIGHEIDSRAPPORT GECOÖRDINEERDE VERSIE /10/2004

Your added value provider

Risicoanalyse windturbine en primaire waterkering Windpark Spui 22 december 2015 Drs. Ing. Jeroen Dooper

Kwantitatieve risicoanalyse N2 peak shaving project

Compressoren voor koelmachines:

QRA LPG-tankstation De Knoest in Nieuwegein

Groepsrisico LPG-tankstation Texaco Leidsestraatweg 132. in Woerden

Risicoanalyse LNG-tankstation Weert

Buisleidingen. Stand van zaken. Margreet Spoelstra RIVM

Groepsrisicoberekening LPG-tankstation B. Kerkhof & Zn

MODULE 22. POPULATIEMATRIX

Hydrauliek 1 AOC OOST Almelo Groot Obbink

Onderzoek QRA verplichting uitbreiding UGS Zuidwending met waterstofinstallatie

GOLIATH. Traag werkende zuigerpomp. Goliath

Kwantitatieve risicoanalyse fa. Brandsma te Hilversum

Opdrachtgever. Kwantitatieve risicoanalyse van LPG-tankstation Gulf Ampèrestraat te Harderwijk. auteur(s) Save

De invloed van Common Cause Failure in beschikbaarheidsanalyses. NVRB lezing 18 september 2018 Theo Schippers

Risicoanalyse. Windpark Battenoord. Windturbines en primaire waterkering VKA. Opdrachtgever

Groepsrisico LPG-tankstation Total Dobber 2 in Obdam. (gemeente Koggenland)

COMPENSATOREN BASISBEGRIPPEN

Kwantitatieve risicoanalyse Tankstation Schmieman

NEVAC examen Middelbare Vacuümtechniek Vrijdag 11 april 2003, 14:00-16:30 uur. Vraagstuk 1 (MV-03-1) (15 punten)

2. axiale zuigerpompen :

Pompen AOC OOST Almelo Groot Obbink

Techniek operationeel watersysteem

A F V A L W A T E R P O M P E N

Stromings- of impulspompen

Greif Nederland B.V. T.a.v. de heer E. Kielestein Bergseweg AK VREELAND. Geachte heer Kielestein,

Blackmer Schottenpompen. Verdringerpompen

Inleiding. Juridisch kader. Memo. memonummer datum 30 augustus 2017 Ton van Dortmont Els Joosten

Kwantitatieve risicoanalyse McCain Foods Holland BV

UNIPHOS ASP-40 Handpomp Handleiding

MODULE 4. BESCHRIJVING VAN DE INRICHTING

Jabsco Lobben - en impellerpompen. Verdringerpompen

lood (halfhard) - kegelvormige ringen met axiaal kracht (afdichting) - meerdere delen + veerkracht

Tandwielpompen & plungerpompen Aansluitflenzen & voorzetlagers

Beschouwing veiligheid rondom turbine locatie 5. Parkeerplaats, TNT-opslag bunker, Hoogspanningsinfrastructuur

e-hm MAATWERK VOOR DE INDUSTRIE

We hebben geprobeerd om in onze catalogus een zo uitgebreid mogelijk beeld te geven van de diverse pompen die wij leveren.

Het opstellen van een QRA rapportage (Risicoanalyse LNG tankstation Waddinxveen, Top Consultants

Ontwikkelingen rekenmethodieken. Margreet Spoelstra (RIVM)

Stochastiek 2. Inleiding in the Mathematische Statistiek. staff.fnwi.uva.nl/j.h.vanzanten

Open vragen Technische Leergang Hydrauliek. Ing. R. van den Brink

QRA LPG tankstation aan de Wagenweg 7

Transcriptie:

MODULE 8. POMPEN EN COMPRESSOREN Deze module behandelt de pompen en compressoren. Hierin worden de mee te nemen scenario s beschreven, de bijhorende faalwijzen en faalfrequenties en de specifieke aandachtspunten voor de modellering. 8.1 TOEPASSINGSGEBIED Deze module is van toepassing op pompen en compressoren. Voor pompen wordt onderscheid gemaakt tussen centrifugaal-, magneetgekoppelde en zuigerpompen. Bij de centrifugaalpompen worden deze met en zonder pakking beschouwd. 8.2 SCENARIO S Voor de scenariobepaling van de pompen en compressoren wordt uitgegaan van de generieke faalwijzen uit Tabel 8-1. Hier worden de generieke vervolggebeurtenissen uit Module 14 aan gekoppeld. 8.3 FAALWIJZEN EN FAALFREQUENTIES De generieke faalfrequenties voor pompen en compressoren worden in Tabel 8-1 getoond. De achtergrondinformatie kan gevonden worden in bijlage ( 8.6). Tabel 8-1: Faalwijzen en faalfrequenties voor pompen en compressoren Faalwijze Lek d eq = 0,1 x diameter persleiding Centrifugaalpompen Met pakking Faalfrequentie [/pompjaar] of [/compressorjaar] Zonder pakking Magneetgekoppelde pompen Zuigerpompen Compressoren 4,4 10-3 1,0 10-4 1,0 10-4 4,4 10-3 Breuk - - - 1,0 10-4 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 8-1

8.4 MODELLERING Het breukscenario van een pomp of compressor wordt gemodelleerd als een leidingbreuk van de persleiding van de pomp of compressor. Het lekscenario wordt gemodelleerd als een lek in de persleiding van de pomp of compressor. Voor de verdere modellering wordt daarom verwezen naar het modelleren van leidingen in Module 9. 8.5 VERSIEBEHEER Datum Versie Voornaamste aanpassingen Maart 17 1.0 1 e versie t.v.v. het betreffende deel uit (LNE, 2009) April 17 1.1 Aanpassing huisstijl Departement Omgeving 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 8-2

8.6 BIJLAGE: ACHTERGRONDINFORMATIE 8.6.1 Pompen De grote hoeveelheid pompen kan men onderbrengen in één van de types van Tabel 8-2 (Lauriks & Vandorpe, 1983). Tabel 8-2: Overzicht van de soorten pompen Categorie Beweging Type Volumetrische pompen Stromingspompen Heen en weer gaande beweging Roterende beweging rondom een as Roterende beweging om meerdere assen Roterende beweging Enkelwerkende zuigerpomp Dubbelwerkende zuigerpomp Enkelwerkende plunjerpomp Dubbelwerkende plunjerpomp Membraanpomp Radiale plunjerpomp Schottenpomp Vloeistofringpomp Monopomp Vijzelpomp Axiale plunjerpomp Tandwielpomp Wormpomp Centrifugaalpomp (radiaal) Schoepenpomp (halfaxiaal) Propellerpomp (axiaal) (Lees, 1980) geeft als voornaamste faalwijzen voor procespompen: Faling van een oliekeerring; Faling van een pakking; Operationele schade (cavitatie, drooglopen, ). Een onderzoek van Electricité de France (Dorey, 1979) geeft volgende statistiek voor 465 falingen op een populatie van 536 pompen en 4,5 miljoen uren: 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 8-3

Oorzaak faling % Pakkingen 36 Oliekeerkringen 21 Andere lekken 16 Motor 11 Smering 8 Diverse 9 De meest uitgebreide databank over pompen is NRDPS (1981) die 3252 pompjaren operationele ervaring beslaat. Tabel 8-3 vat de gegevens samen. Tabel 8-3: Verdeling van falingen van pompen in de nucleaire industrie Pomptype Faalwijze Operationele tijd Totaal (jaar) Lek Barst Scheur Deuk Breuk Ander Axiaal 1 2 3 66 Centrifugaal 158 18 3 2 10 143 334 2139 Diafragma 2 6 8 35 Tandrad 1 1 70 Zuiger 259 11 1 1 26 40 338 196 Radiaal 2 2 14 Lobben 7 1 20 28 138 Schroef 8 8 28 Straal 4 4 492 Andere 4 4 74 Totaal 428 29 4 3 37 229 730 3252 De meeste pompfalingen (63%) deden zich voor tijdens operatie; hierna wordt enkel deze fractie in rekening gebracht. Omdat meervoudige pakkingen maar algemeen in gebruik geraakt zijn vanaf 1980, wordt verondersteld dat de NPDRS-populatie uitsluitend enkelvoudige pakkingen had. Over de verdeling van de lekgroottes zijn geen verdere gegevens bekend en daarom wordt uitgegaan van volgende hypothesen: De faalwijzen lek en barst geven aanleiding tot een lek waarvan de gemiddelde equivalente lekdiameter kleiner is dan 10 mm; De faalwijzen scheur, deuk en breuk geven aanleiding tot een equivalente lekdiameter in de range van 10 tot 50 mm; 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 8-4

Het catastrofaal openbreken van een pomp is niet waargenomen in de bovenvermelde studie. (Lees, 1980) geeft een waarde van 10-4 per pompjaar voor een catastrofale breuk. In principe vallen alle relevante lekfaalwijzen onder 2 categorieën, namelijk problemen met de pakking of het pomphuis. Met behulp van Tabel 8-3 en de hoger gestelde aannamen kan men de kans op voorkomen bepalen voor lekken aan pompen. De meest gebruikte pompen in de procesindustrie zijn waarschijnlijk centrifugaalpompen. Daarom is de oefening uitgevoerd voor centrifugaalpompen (enkelvoudige pakking) in Tabel 8-4. Tabel 8-4: Faalfrequenties voor centrifugaalpompen met enkelvoudige pakking Lekgrootte [mm] Equivalente lekdiameter [mm] Faalfrequentieband [/pomp.jaar] 0 10 5 3,9 10-2 5,2 10-2 6,5 10-2 10 50 25 1,5 10-3 4,4 10-3 9,4 10-3 Breuk Grootste leiding 1,0 10-5 1,0 10-4 2,0 10-4 Voor centrifugaalpompen met een dubbele pakking zal de kans op een extern lek lager zijn. Schatting van een lekfrequentie voor dubbele pakking dient te gebeuren op basis van de frequentie van een 5 mm lek, omdat grotere lekken verwijzen naar schade aan het pomphuis. Veronderstel eenzelfde lekfrequentie voor de binnen- en de buitenpakking en beschouw een barst als een common mode failure, dan wordt de faalfrequentie voor centrifugaalpompen met dubbele pakking: 158 2139 0,63 + 18 2139 =7,5 10 Voor de frequentie op een lek in de categorie 10 50 mm wordt aangenomen dat de oorzaken van die aard zijn dat de faalkans voor een pomp met dubbele pakking niet verschilt van een pomp met enkelvoudige pakking. Een dubbele pakking is met andere woorden enkel doeltreffend voor kleinere lekken. Tabel 8-5 geeft de faaldata voor centrifugaalpompen met dubbele pakking. Tabel 8-5: Faalfrequenties voor centrifugaalpompen met dubbele pakking Lekgrootte [mm] Equivalente lekdiameter [mm] Faalfrequentieband [/pomp.jaar] 0 10 5 5,6 10-3 - 7,5 10-3 - 9,4 10-3 10 50 25 1,5 10-3 - 4,4 10-3 - 9,4 10-3 Breuk Grootste leiding 1,0 10-5 - 1,0 10-4 - 2,0 10-4 Voor centrifugaalpompen zonder pakking kan volgende redenering gevolgd worden. (Sintef, 1997) geeft voor het scenario extern lek de relatieve bijdrage van de diverse onderdelen van het pompsysteem (pomp, aandrijving, koeling, smering, aangesloten leidingsysteem, etc.). Wat de pomp zelf betreft, blijkt het 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 8-5

pomphuis voor 2 tot 3% bij te dragen tot de externe lekkage. Aangezien pakkingloze pompen geen asafdichtingen hebben en andere componenten (as, lagers, etc.) ook binnen het eigenlijke pomphuis zitten, kan gesteld worden dat de kans op lekkage van een pakkingloze pomp 2 tot 3% bedraagt van deze van de kans op lekkage van een pomp met pakkingen. Uitgaande van de lekfrequentie van 4,4 10-3 per jaar voor pompen met pakking, bekomt men zodoende een kans op lekkage van ca. 10-4 /jaar voor een pakkingloze pomp. Voor zuigerpompen is een analoge redenering te voeren als voor centrifugaalpompen. Uit Tabel 8-3 stelt men vast dat het aantal kleinere lekken een factor 17 hoger ligt dan voor de centrifugaalpompen. Er werden 270 kleinere lekken waargenomen (lek en barst) ten opzichte van 176 voor centrifugaalpompen maar de populatie is een factor 10 kleiner. Een dergelijke discrepantie wordt echter niet bevestigd in andere literatuurbronnen. (Davidson, 1988) geeft vergelijkbare faalfrequenties voor "centrifugal pumps" en "reciprocating pumps" (deze laatste krijgen een faalfrequentie die hoogstens een factor 3 hoger is). In (LIN, 2004) wordt voor zuigerpompen aanbevolen om een faalfrequentie te hanteren die een factor 10 hoger ligt dan deze van centrifugaalpompen. Andere referenties voor faalgegevens van pompen zijn onder andere (DNV Technica, 1992) en het ENI handboek en (Blything & Reeves, 1988), (Smith D., 1985) en (Davidson, 1988). 8.6.2 Compressoren Net zoals bij pompen kunnen verschillende faalwijzen aanleiding geven tot het vrijkomen van product in de omgeving. De voornaamste zijn: Lek aan de asafdichting; Lek aan het compressorhuis. De faaldata voor externe lekken aan compressoren is schaars. In (AIChE, 1989) zijn enkel algemene cijfers voor instantaan falen opgenomen, waarbij geen onderscheid gemaakt wordt of er al dan niet een extern lek optreedt: Ondergrens: 2,7 10-2/compressor.jaar; Gemiddelde: 12 /compressor.jaar; Bovengrens: 49 /compressor.jaar. (Johnson & Welker, 1981) hebben voor het Gas Research Institute een verbeterde databank voor LNGinstallaties opgesteld. Voor compressorsystemen zijn op 2,256 miljoen werkingsuren 116 belangrijke falingen vastgesteld, wat een faalfrequentie betekent van 0,45/compressor.jaar met een 99% betrouwbaarheidsinterval van 0,34 0,56/compressor.jaar. Op basis van een analyse van een vertrouwelijk rapport van een scheikundige groep is volgende data verzameld. 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 8-6

Centrifugaalcompressoren 16 lekken zijn waargenomen op een populatie van 1157 compressoren; 15 met een lekdiameter van 0 tot 10 mm; 1 in de categorie van 25 tot 50 mm lekken; Zuigercompressoren 102 lekken zijn gerapporteerd voor 156 compressorjaren; 97 minor, niet weerhouden; 3 gebruikt voor de 25 mm (10 50 mm categorie) lekfrequentie; 2 kleiner dan 25 mm diameter, niet gebruikt. De databank catalogeerde de lekken als minor (95%) en major (5%). Uit de laatste categorie is de helft weerhouden als 25 mm lek. Voor beide compressortypes wordt verder aangenomen dat de kans op een lek in de categorie 50 150 mm 1/10 bedraagt van de kans op een lek in de categorie 10 50 mm. Bovenstaande gegevens leiden tot de faalfrequenties van Tabel 8-6. Tabel 8-6: Faalfrequenties (per trapjaar) voor centrifugaalcompressoren Faalfrequentieband Lekgrootte Equivalente lekdiameter [/compressor.jaar] [mm] [mm] Centrifugaalcompressoren Zuigercompressoren 10 50 25 4,310-6 - 8,610-4 - 6,410-3 2,210-6 - 1,910-2 - 7,010-2 > 50 100 4,310-7 - 8,610-5 - 6,410-4 2,210-7 - 1,910-3 - 7,010-4 8.6.3 Besluit Generieke faalfrequenties Voor de centrifugaalpompen werd besloten om enkel de grotere lekken te weerhouden (4,4 10-3 /pompjaar voor pompen met pakking en 10-4 /pompjaar voor pakkingloze pompen). Breuk werd niet vastgesteld en is tevens weinig waarschijnlijk voor dergelijke pompen. Bij de zuigerpompen is deze faalwijze wel aannemelijk en wordt deze bijgevolg ook meegenomen (10-4 /pompjaar). Voor de lekken van de zuigerpompen werd eenzelfde frequentie aangenomen als voor de centrifugaalpompen. En voor magneetgekoppelde pompen wordt de faalfrequentie arbitrair gelijk gesteld aan de faalfrequentie van centrifugaalpompen zonder pakking. Voor de centrifugaal- en zuigercompressoren worden dezelfde faalfrequenties gebruikt als voor de zuigerpompen. Hier wordt dus voor alle compressoren breuk weerhouden als faalwijze en dit omwille van de specifieke risico s verbonden aan snellopende machines (vb. loskomen turbinebladen) (Sertius, 2009). Als equivalente lekdiameter wordt 10% van de leidingdiameter genomen, zoals in (RIVM, 2008) en ondersteund door een studie van (Westinghouse, 1998). 28/04/2017 Handboek Risicoberekeningen pagina 8-7