Hagar hoort er ook bij Gezang 169: 1 (met refrein) OTH Stil gebed Votum en groet Psalm 75: 1 NB Geloofsbelijdenis Psalm 75: 2 NB Gebed Schriftlezing Genesis 16 Psalm 146: 1/5 OB Preek Psalm 68: 11 NB Lezen formulier Nodiging Tijdens de viering van het avondmaal zingen we psalm 116 OB en lezen we psalm 103 Gebed Collecte Psalm 116: 11 OB Zegen
Preek Gemeente van Christus, Intro Abram vertrouwde op God en God rekende hem dat toe als gerechtigheid. Daar ging het over in hoofdstuk zestien. Abram moest uit zijn tent komen om te zien dat de goedheid van God hoog is als de hemel. Daarna hij heeft de fakkel tussen de kadavers door zien gaan. God verzekerde hem ervan dat hij doet wat hij zegt. Inmiddels wonen ze al tien jaar in het beloofde land, maar nog steeds is er geen kindje geboren. Sarai is onvruchtbaar. Haar schoot is toegesloten. Hoelang kan je blijven geloven in een kind als je ziet dat je eigen lichaam ouder wordt. Op een gegeven moment kan het toch gewoon niet meer? Sarai is een nuchtere vrouw. Ze weet dat zij Abram geen kind meer zal kunnen geven en daarom denkt ze nu aan Hagar. De jonge aanwezigheid van de Egyptische slavin brengt Sarai op een idee. Luister, zegt ze tegen Abram, ik zal je geen zoon meer kunnen geven, neem daarom Hagar, Abram. Verwek een kind bij haar. Laat haar een kind voor mij baren. Dit voorstel is naar ons idee te bizar voor woorden. Maar in die tijd was deze noodoplossing niet ongebruikelijk. Het lichaam van de slavin is eigendom van Sarai. Daarom worden slaven ook wel een lijfeigenen genoemd. Sarai wil haar slavin inzetten als draagmoeder.
Ze kunnen wel wachten tot het God eindelijk behaagt hun een kind te geven. Maar valt er ook niet iets te zeggen voor het idee dat een mens zelf ook iets moet doen op een gegeven moment? Conflict Sarai doet Abram haar slavin cadeau en het zaad kruipt waar het niet gaan kan. Abram slaapt met Hagar en Hagar wordt zwanger. Maar als Hagar merkt dat ze zwanger is verliest ze haar respect voor Sarai. Letterlijk staat er dat ze op haar meesteres neerziet. De vertalingen hebben de neiging het wat aan te dikken om de reactie van Sarai te verklaren, maar het zou goed kunnen dat het om niet meer gaat dan de trots van een moeder. Maar voor een vrouw zonder kinderen kan die moedertrots uiterst kwetsend zijn. Vanaf nu zijn de verhoudingen grondig verstoord. Sarai heeft het gevoel dat haar onrecht wordt aangedaan. Letterlijk noemt heeft ze het zelfs over een daad van geweld. De aanwezigheid van haar zwangere slavin is onverdraaglijk voor haar en Abram heeft het volgens haar gedaan. Voor het onrecht dat mij wordt aangedaan ben jij verantwoordelijk. Ik heb je mijn slavin ter beschikking gesteld maar nu ze weet dat ze zwanger is toont ze geen enkel respect meer voor mij. Wat er al niet aan narigheid ontstaat als mensen vooruitgrijpen op de vervulling van de belofte. Als Abram en Sarai het heft in eigen handen nemen is het leed niet te overzien. Abram weet er ook geen oplossing voor want het antwoord dat hij geeft op de vraag van Sarai is eigenlijk geen antwoord.
Het is jouw slavin. Doe met haar wat goed is in jouw ogen. Sarai mag met haar slavin doen wat ze wil. Ze maakt Hagar het leven zo zwaar dat ze vlucht. In de richting van Egypte want daar kwam ze oorspronkelijk vandaan. Zo zie je maar weer dat het volk van de uitverkiezing niets voor heeft op andere volken. Want zoals de Egyptenaren het nageslacht van Sarai zullen vernederen, zo vernedert de moeder van Israël in dit verhaal haar Egyptische slavin. Zoals Israël een vreemdeling zal zijn in het land van de Nijl, zo is de Egyptische hier een balling in het land van de belofte. Maar zoals de HERE zich het lot zal aantrekken van Israël, zo trekt hij zich in dit verhaal het lot aan van deze slavin. Terug gestuurd Want Hagar wordt gevonden door een engel van de HEER. Ze wordt door deze engel gevonden bij een waterbron. Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen? Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres. Ga naar je meesteres terug en wees haar weer gehoorzaam. Hagar had er alle reden toe te vluchten maar ze wordt teruggestuurd. Terug in de kring van het verbond. Want met weglopen los je niets op. Dat is ook zo in de kerk. Ik kom wel eens mensen tegen die weglopen. Door niet meer in de kerk te komen of door wel in de kerk te komen maar het contact met bepaalde personen te mijden. Daar kan reden toe zijn want het is niet fraai wat de kinderen van Abram soms presteren. Maar Hagar wordt teruggestuurd. Ze wordt teruggestuurd want met weglopen los je niets op. Later zal alsnog blijken dat het niet samen gaat.
En dan zal ze alsnog met haar zoon vertrekken. Maar voordat ze definitief wegtrekt moet ze terug. Ze moet terug omdat duidelijk moet worden dat weglopen geen echte oplossing is. Het is geen oplossing omdat het uiteindelijke doel de maaltijd is in het koninkrijk. Als u zo meteen aan tafel zit zou u daar aan kunnen denken. Denk dan even aan die ene persoon die u irriteert en laat het tot u doordringen. Dat dit het doel is dat u uiteindelijk toch samen aan tafel zit in het koninkrijk van God. En daarom kan Hagar niet zonder Sarai en Sarai niet zonder Hagar. Ze kunnen niet buiten elkaar omdat God zich over beiden ontfermt. Hagar moet terug omdat weglopen geen oplossing is. Gezien Daarnaast heeft de engel haar ook nog dit te zeggen: ik zal je heel veel nakomelingen geven, zo veel dat ze niet te tellen zullen zijn. En de zoon die je zult krijgen moet je Ismaël noemen, want de HERE heeft gehoord. Er staat niet dat hij haar stem heeft gehoord. Er staat ook niet dat hij haar gebed gehoord. Er staat dat hij haar ellende heeft gehoord. De HERE hoort de ellende. Ook de ellende van mensen die niet bidden. Noem je zoon Ismaël want de HERE heeft gehoord. Het kind had nooit verwekt mogen worden. Het is niet het kind van de belofte maar het kind van de berekening. Maar nu het verwekt is mag het er zijn. Een zwangere vrouw ontmoet in de woestijn een engel. In antwoord op die ontmoeting roept ze de naam van de HERE aan. U bent een god van het zien, want heb ik hier niet hem gezien, die naar mij heeft omgezien?
Het is alsof je Maria hoort zingen. Mijn ziel maakt groot de HERE, mijn hart juicht om God mijn redder, want hij heeft oog gehad, hij heeft oog gehad voor mij, hij heeft mij gezien, zijn minste dienares. Om dat nooit meer te vergeten geeft Hagar de bron waarbij zij werd aangetroffen door de engel een naam. Een naam die verwijst naar het woordje zien. Ze noemt hem voortaan bron van de levende die naar mij omziet. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van de maaltijd die we zo meteen hopen te vieren. Avondmaal vieren is zitten bij de bron waar de levende naar ons omziet. Avondmaal vieren is zitten bij de bron waar de levende ons ziet. Daar zitten we niet in ons eentje maar samen, Hagar met Sarai en Sarai met Hagar, de broeder met de zuster en de zuster met de broeder, dankzij hem die door zijn dood alle muren heeft doorbroken die ons scheiden van elkaar. Amen