ECLI:NL:RBMNE:2016:5688

Vergelijkbare documenten
ECLI:NL:RBMNE:2016:4569

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011

ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:RBOVE:2016:1480. Datum uitspraak: Datum publicatie: Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig.

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Datum uitspraak: 1 november TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1675

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377

ECLI:NL:GHAMS:2014:3775

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273

ECLI:NL:RBNHO:2017:2863

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993

ECLI:NL:RBONE:2013:BY9769

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:OGEAA:2016:411

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid:

ECLI:NL:GHSHE:2017:978

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4974 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

Parketnummer: /17 Uitspraak: 2 november 2018 Tegenspraak

ECLI:NL:GHAMS:2015:5213 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:RBDHA:2014:1006

ECLI:NL:GHDHA:2017:2291

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB4499

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518

Uitspraak. Parketnummer: Datum uitspraak: 17 november 2016 VERSTEK

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM4290 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

ECLI:NL:RBROT:2017:6331

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 november 2016 TEGENSPRAAK

ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2061

ECLI:NL:RBMNE:2014:1329

ECLI:NL:RBGEL:2016:1041

ECLI:NL:RBALK:2010:BO9234

ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999

ECLI:NL:RBNNE:2017:1473

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012

LJN: BN2676, Rechtbank Utrecht, [P] Print uitspraak

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3511

ECLI:NL:GHARL:2017:2188

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6660

ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8341

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 24 augustus 2016.

ECLI:NL:GHSHE:2015:2029

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1193

ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7293

Transcriptie:

ECLI:NL:RBMNE:2016:5688 Instantie Datum uitspraak 26-10-2016 Datum publicatie 22-12-2016 Zaaknummer 16/703291-13 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Midden-Nederland Strafrecht Eerste aanleg - meervoudig Een 38-jarige man uit Utrecht heeft in een periode van zeven jaar ruim 500.000 euro wit gewassen. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van twee jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk. De 28-jarige vrouw van de man wordt vrijgesproken. Herkomst verhullen De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een verschil in legale contante inkomsten en de contante uitgaven van de man. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat dit geld een legale herkomst heeft. De man heeft met het criminele geld onder meer dure auto s en een appartement in Marokko gekocht. Celstraf en vrijspraak De rechtbank legt een lagere celstraf op dan door de officier van justitie werd geëist. Bij de strafoplegging is gekeken naar straffen in soortgelijke zaken. Daarnaast legt de rechtbank een deels voorwaardelijke straf op om te bevorderen dat de man niet opnieuw in de fout gaat. De vrouw van de man wordt vrijgesproken van witwassen omdat de rechtbank op basis van het dossier niet kan vaststellen dat de vrouw de criminele herkomst van het geld kende of moest vermoeden. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/703291-13 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 26 oktober 2016 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [1988] in [geboorteplaats], ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] in [woonplaats]. 1 Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2015, 11 mei 2016 en 12 oktober 2016. Bij de inhoudelijke behandeling op 12 oktober 2016 is de verdachte in persoon verschenen en heeft zij zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.P.A. van Schaik, advocaat te Veenendaal. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. 2 Tenlastelegging De tenlastelegging is op de zitting van 12 oktober 2016 gewijzigd. De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: primair: in de periode van 1 januari 2006 tot en met 2 oktober 2013 (in vereniging) een personenauto en een geldbedrag heeft witgewassen en hier een gewoonte van heeft gemaakt; subsidiair: zich in voornoemde periode (in vereniging) schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen van voornoemde voorwerpen. 3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde, te weten gewoontewitwassen van het ten laste gelegde geldbedrag, wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Voor het onderdeel verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende is van de Mercedes B180 dient volgens haar vrijspraak te volgen nu sprake is van een gezamenlijke huishouding en het op naam van verdachte stellen van deze auto daarom geen verhullende handeling is. Verdachte heeft volgens de officier van justitie in voorwaardelijke zin opzet gehad op de witwashandelingen verricht door haar mededader. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een witwasvermoeden. Voor zover de rechtbank hieraan voorbij mocht gaan betoogt de verdediging dat de echtgenoot van verdachte, medeverdachte [medeverdachte], een concrete en min of meer verifieerbare verklaring voor de herkomst van het geld en de goederen heeft gegeven, die niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Deze zijn volgens hem dus niet uit enig misdrijf afkomstig. Ten slotte stelt hij dat ook al zouden voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn geweest, verdachte hier geen wetenschap van heeft gehad. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het haar ten laste gelegde, aldus de raadsman. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Door de financiële recherche is onderzoek verricht naar de legale contante inkomsten- en vermogensbronnen van verdachte en haar man, medeverdachte [medeverdachte], en hun contante uitgaven in de periode van 1 januari 2006 tot en met 23 juli 2013. Op basis van deze eenvoudige kasopstelling stelt de rechtbank vast dat sprake is van een vermoeden van witwassen (zie het proces-verbaal zaaksdossier witwassen, pagina 82 en 115). De rechtbank is echter, met de raadsman, van oordeel dat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat verdachte al dan niet in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de ten laste gelegde voorwerpen van enig misdrijf afkomstig waren. Niet kan worden bewezen dat verdachte opzet (ook niet in voorwaardelijke zin) of schuld heeft gehad aan de ten laste gelegde witwashandelingen, zodat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 5 Beslissing De rechtbank: Vrijspraak

Verklaart het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter, mrs. G.A. Bos en J.W. Frieling, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Strijbos, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 oktober 2016. BIJLAGE: de tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt, na wijziging van de tenlastelegging, die hierna cursief is weergegeven, ten laste gelegd dat: Primair zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 2 oktober 2013, te Utrecht, althans in Nederland en/of in Marokko, tezamen en in vereniging, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, immers heeft/hebben zij en/of haar mededader(s), (telkens) - van onderstaand voorwerp, de werkelijke aard en/of herkomst verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende van onderstaand voorwerp is, te weten: - een personenauto (merk: Mercedes B180, voorzien van het kenteken [kenteken] ) en/of - onderstaand voorwerp heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van genoemde voorwerpen gebruik heeft gemaakt, te weten: - een (groot) (contant) geldbedrag van in totaal (ten minste) 615.509,31 terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en), dat bovenomschreven voorwerp(en)

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht art 420ter Wetboek van Strafrecht art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht Subsidiair zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 2 oktober 2013, te Utrecht, althans in Nederland en/of in Marokko, tezamen en in vereniging, althans alleen, - van onderstaand voorwerp, de werkelijke aard en/of herkomst verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende van onderstaand voorwerp is, te weten: - een personenauto (merk: Mercedes B180, voorzien van het kenteken [kenteken] ) en/of - onderstaand voorwerp heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van genoemde voorwerpen gebruik heeft gemaakt, te weten: - een (groot) (contant) geldbedrag van in totaal (ten minste) 615.509,31 terwijl zij en/of haar mededader(s) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; art 420quatr lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht art 420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht