Onthaalbrochure Interne 4 D4 Beste student, beste medewerker Van harte welkom op de afdeling gastro/dermato/endo/nefro van het AZ Sint-Jan Brugge - Oostende AV. Met deze brochure willen we u in het kort informeren over de werking van onze dienst en u reeds een beeld geven van de meest voorkomende pathologieën en onderzoeken. We staan er op u individueel te begeleiden in de hoop dat u zich hierbij vlug "thuis" zult voelen. Voor bijkomende informatie kan u terecht bij de collega s, hoofdverpleegkundige, dokters, diëtist, Wij wensen je alvast veel werkvreugde. Namens het team
1
1.Voorstelling van de dienst. Waar vind ik de afdeling? De afdeling bevindt zich op de 9 de verdieping. Als u uit de lift komt slaat u rechts af. Route: 900 Coördinaten van de dienst Hoofdverpleegkundige: Ann Cherlet, t: 050 45 39 48 Mail:ann.cherlet@azsintjan.be Dokters: Gastrologie: Dermatologie: Dokter Cabooter Dokter De Wilde Dokter Laukens Dokter Orlent Dokter Vandeputte Dokter De Cuyper Dokter Hindryckx Dokter Wittouck Dokter Goeteyne Nefrologie: Dokter Van De Casteele Dokter Devriese Dokter Vandenbergh Dokter Vermeire Endocrinologie: Dokter Taes Dokter Van Den Bruel Dokter Van Imschoot Diensten waarmee wordt samengewerkt. Endocrinologie: consultatie, voetkliniek Nefrologie: nierdialyse Diabetesverpleegkundigen: Mevr. Osselaere Kristien, Mevr. Savat Marleen, Mevr. Plaisier Katrien, Dienst dieet: Dermatologie en gastrologie: Mevrouw Meulemeester Tini endocrinologie: Mevrouw Meulemeester Tini Sociale Dienst Voor onderzoeken: medische beeldvorming, isotopen, endoscopiezaal 2
2. Bespreking van de heelkundige ingrepen. Alleen de meest voorkomende patiëntengroepen op de V.E. worden besproken. 2.1 PATIËNTEN MET ENDOCRINOLOGISCHE AANDOENINGEN: 2.1.1 PATIËNTEN MET DIABETES De opnameredenen kunnen teruggebracht worden tot het op punt stellen van pas ontdekte diabetes, het op punt stellen van ontregelde diabetes en het behandelen van complicaties. De eerst optredende complicaties zijn hypo -en hyperglycemie. In een later stadium kunnen de complicaties door een hyperglycemie hoofdzakelijk herleidt worden tot angiopathiei en neuropathieii. Angiopathie uit zich bv. in hypertensie, nierinsufficiëntie. Neuropathie uit zich bv. in verminderde gewaarwording, verminderde controle over de blaasspier (incontinentie). Het samengaan van angiopathie en neuropathie en het verhoogd gevaar voor infectie kan leiden tot diabetische voet (voetwonden en verwondingen). Het hoofddoel van de behandeling is het bekomen van normale glycemiewaarden ( een op puntstelling). De normale glycemiewaarden verminderen de kansen op complicaties of stellen de complicaties uit. 2.2 PATIËNTEN MET SCHILDKLIERPROBLEMEN 2.2.1 PATIËNTEN MET DERMATOLOGISCHE AANDOENINGEN De meest voorkomende aandoeningen waarom patiënten op VE D4 worden opgenomen zijn: wondroos, ulcera, erysipelas, zona, psoriasis. Deze patiënten worden opgenomen om een behandeling in te stellen en de evolutie van de huidaandoeningen op te volgen. De wondzorg wordt uitgevoerd op doktersvoorschrift en meestal wordt de wondzorg pas uitgevoerd als de behandelende dokter de wonde heeft nagekeken. Indien nodig kan de dokter de wondzorg aan passen op de desbetreffende formulieren die aanwezig zijn in de map voor deze module. 2.3 PATIËNTEN MET AANDOENINGEN TER HOOGTE VAN HET MAAGDARMKANAAL Enerzijds worden op VE D4 heel veel patiënten opgenomen om tot een diagnose van een ziektetoestand te kunnen komen, anderzijds worden patiënten opgenomen om de ziektetoestand te behandelen. Het stellen van de diagnose kan gebeuren door oesofago gastro duodenoscopieiii (OGD), endoscopische retrograde cholangiopancreatografieiv (ERCP), coloscopie (colo), dubbel balloon. De ziektebeelden van patiënten die worden opgenomen op VE D4 zijn veelal ten gevolge van: pancreatitis, carcinomen ter hoogte van het maagdarmkanaal (slokdarm, lever, maag, duodenum, colon, sigmoïd en rectum), gastro-enteritis, RBPA, diarree, braken, cholecystitis, diverticulitis, delier (ethyl), slokdarmvariches, maagulcus, darmpoliepen en levercirose. Ook worden frequent patiënten opgenomen voor een venofer -infuus. 2.4 PATIËNTEN MET NEFROLOGISCHE/INFECTIEUZE AANDOENINGEN Bij deze patiënten komt het meten van blaasresidu door middel van een bladderscan, blaassondage, urineculturen, controle op 24 uur urine, transport naar hemodialyse en CAPD (buikdialyse) frequent voor. Belangrijk bij deze patiënten is de kennis over nierwerking en de wetenschap wat een fistel is. Aan de kant waar men een fistel heeft mag men geen bloed prikken, infuus plaatsen of bloeddruk meten. 3
3. Dagindeling 05.00 uur: medicatiebedeling 06.30 uur: start moduleverpleging: module 1: k 901-904 module 2: k 905-909 module 3: k 910-935 06.45 uur: temperatuur- en polsopname, venapunctie, ev. hygiënische zorgen. Per module is er 1 verpleegkundige die instaat voor de totaalzorg. (patiënten die vroeg in de voormiddag een onderzoek moeten ondergaan), toediening IV, SC en IM medicatie. 07.00 uur: dextrometing, insulinetoediening 07.45 uur: maaltijddistributie 08.00 uur: hulp maaltijden 09.00 uur: patiëntenbespreking 09.30 uur: werkverdeling + uitvoering van de zorgen + rapportage in verpleegkundig dossier. 10.30 uur: waterbedeling, utility in orde brengen 11.00 uur: medicatiebedeling en klaarzetten medicatie, dextrometing en maaltijddistributie. 12.30 uur: overdracht patiënten 13.00 uur: medicatie klaarzetten 14.00 uur: koffiebedeling 14.30 uur: temperatuuropname, bloeddruk- en polsopname indien nodig en navragen stoelgang. 15.00 uur: namiddagverzorging + wondzorg 16.30 uur: medicatiebedeling 16.45 uur: dextrometing, insulinetoediening 17.00 uur: overdracht van de hoofdverpleegkundige of verantwoordelijke aan de 3 modulen verpleegkundigen en de maaltijddistributie. 17.30 uur: administratie, aanpassen voorschriften, avondronde 19.00 uur: medicatiebedeling, verzorging, controle van alle patiënten, eventuele parameters en eventuele wondzorg. 20.45 uur: overdracht nachtdienst 21.00 uur: toer van alle patiënten, glycemiecontroles en avondinsuline. 22.30 uur: klaarmaken medicatie voor de nacht en de fiches klaar maken voor de volgende dag. 24.00 uur: toedienen van medicatie en de toer doen van alle patiënten. 03.00 uur: toer van alle patiënten en dextrometing waar nodig. 05.00 uur: medicatiebedeling voor s morgens en de toer van de patiënten doen. 06.00 uur: i.v. medicatietoedieningen. 4. Verpleegmethoden Als verpleegmethode wordt een mengvorm gebruikt van teamverpleging, individuele verpleging (modules) en taakverpleging. Teamverpleging De verpleegeenheid wordt onderverdeeld in 3 modules. Studenten worden toegewezen aan één moduleteam (wordt vermeld op het bord in de bureau). Daarbij wordt verwacht dat eerst de toegewezen patiënten worden verzorgt, dat daarna hulp wordt geboden binnen het eigen team en dat daarna hulp wordt aangeboden aan de andere teams De verpleegkundige verantwoordelijk voor een module, voert alle taken uit (zorgen, medicatie klaarzetten en ronddelen ) voor de patiënten die tot deze module behoren. 4
5. Procedures Zie Dina: Specifieke procedures/klinische paden/zorgpaden 6. Woordverklaring Angiopathie: verdikking van de basale membraan en proliferatie van endotheelcellen van de capillairen in retina, nierglomeruli, spieren en huid ten gevolge van hyperglycemie bij diabetespatiënten. Neuropathie: zenuwaandoening (krachtsverlies, snelle vermoeidbaarheid, uitvalsverschijnselen, spontane pijnen ) ten gevolge van hyperglycemie bij diabetes patiënten. OGD: endoscopisch onderzoek van slokdarm, maag en duodenum. ERCP: endoscopisch onderzoek van galwegen (gal) en pancreas. Coloscopie: endoscopisch onderzoek van rectum, sigmoïd en colon. Gastro-enteritis: ontsteking van maag en darmslijmvlies. RBPA: rood bloedverlies per anum Cholecystitis: onsteking van de galblaas. Diverticulitis: ontsteking van een uitstulping ter hoogte van het maagdarmkanaal. NPO: niets per os. LV: licht verteerbaar. RA: restenarm. HK: haemoculturen 5
STUDENT Welkom van de mentoren: Tania Segaert/Elke De Brabander Nancy Strubbe/Carmen Dufoort Sharon Bultinck/Brigitte Bakker We heten je van harte welkom en wensen je een leerzame stageperiode. Het team, en in het bijzonder de mentoren, zullen zich inzetten om je te begeleiden bij je leerproces. Twee belangrijke uitgangspunten worden vooropgesteld. 1. Slechts de zorgen die in de theorie en in de praktijk behandeld werden op school, mogen uitgevoerd worden. 2. De aard van de leermomenten wordt bepaald in functie van de stagedoelen en dit in samenspraak met de mentoren en de stageleerkrachten. Vergeet niet! Voor elk probleem, klein of groot van gelijk welke aard ook, spreek de hoofdverpleegkundige of/en een verpleegkundige of/en een mentor aan waar u zich goed bij voelt en zeker de begeleiding van uw school. Blijf er niet mee zitten en laat je stage er niet door beïnvloeden. Welke leermomenten bieden wij aan: Nota: Alle handelingen die een student stelt, dienen te gebeuren onder strikt toezicht van een verpleegkundige. Verpleegtechnisch Het is mogelijk om diverse zorgenaspecten te integreren. Het zorgenaanbod is meestal ruim en sterk wisselend. FREQUENT AANWEZIGE LEERMOMENTEN totaalzorgen verplaatsingstechnieken parametercontrole (temperatuur, polsslag, bloeddruk, gewicht) venapuncties wondzorg: aanbrengen vette gaas, wondspoeling, aanleggen vochtige compressen, gecombineerde wondzorg capillaire glycemiebepaling - insulinetoediening S.C.inspuiting (o.a. Fraxiparine) plaatsen van een perifeer infuus en voorbereiden en aanhangen van zij-infuus; verwisselen infuuszakken toedienen van bloedtransfusie T.P.N. klaarmaken en toedienen bloedafname voor haemocultuur maagsonde plaatsen: sondevoeding aanhangen, nuchtere maagtubage, darmlavage toepassen isolatiemaatregelen voorbereiding van patiënten op onderzoeken verzorgen van diabetesvoeten. verzorgen van stoma. werken met spuitpompen. O2 toediening Aërosol toedienen MINDER FREQUENT AANWEZIGE LEERMOMENTEN I.M.-inspuitingen blaascatherisatie: intermittent voor steriele staalafname, plaatsen verblijfsonde, verwijderen verblijfsonde palliatieve pijnpompen
Psychosociaal en relationeel Ook hier is het aanbod van uiteenlopende aard. zich inleven in de belevingswereld van patiënten met chronische aandoeningen. begeleiden van patiënten met een slechte prognose. begeleiden van patiënten in het volhouden van hun therapie. begeleiden van patiënten met angst voor verpleegkundig-technische handelingen, onderzoeken, aanleren van hygiënische maatregelen aan diabetespatiënten. Administratief vlak ( 3de jaarstudenten ) Bijwonen van doktersronde en bijwonen van opname Voorbereiding door de student Vooraf contacteren van de hoofdverpleegkundige. Onderstaande links openklikken en al eens lezen Info: zie http://www.azsintjan.be Stage bij Az- St. Jan - Informatie voor verpleging, verzorging en logistiek De eerste dag: De stagecoordinator en de begeleidingsverpleegkundigen plannen telkens om 9 uur een onthaal op maandag voor de studenten van o.a. volgende scholen: Vesalius, HBOV, KHBO, Howest, Katho, De plaats van afspraak is aan het onthaal ( groene draaideuren vooraan in het ziekenhuis ) Het onthaal bestaat uit: 1. Opwachten aan de voordeur voor een welkomstwoordje. 2. Begeleiden naar de kleedkamers en tijd geven om je om te kleden. 3. Rondleiding binnen onze campus met de belangrijkste plaatsen. 4. Na de rondleiding een kleine presentatie met vooral afspraken en verwachtingen. 5. Zo nodig begeleiden naar de stageplaats. Op je eerste stage heb je volgende documenten mee: 1. Gezondheidsattest 2. Print voorstelling van de dienst 3. Print werkpostfiche 4. Print onthaaldocument Doelen van de dienst die meegenomen worden bij tussentijdse en eindevaluaties van de student. Het is de bedoeling dat de student bij aanvang aan de stagelector en mentoren een schriftelijk overzicht voorlegt met stagedoelen. In de stagedoelen kun je voorop stellen je sterke punten verder te ontwikkelen en te werken aan je zwakke punten. De student is verantwoordelijk voor het eigen leerproces en de vraag naar feedback. Een zorg wordt achteraf besproken met de student zodat hij eruit leert voor de toekomst. Het groeiproces van de student zal voor de evaluatie bepalend zijn.
Doelen van de dienst naar de student toe: Je heeft de introductiebundel vooraf ingezien om een beter zicht te hebben op de problematiek en de individuele noden van de patiënten. Je voorstellen aan het personeel en patiënten is een elementaire vorm van beleefdheid en wordt in dank afgenomen. Je bent steeds net en verzorgd als je op de VE aankomt. Dit is een zaak van persoonlijke hygiëne. Indien je een zorg gaat uitvoeren steeds het verpleegdossier grondig raadplegen ivm aanwezige infecties en de te nemen maatregelen. Je neemt initiatief om de aanwezige leermomenten te benutten, door concrete afspraken te maken met de verantwoordelijke om onderzoeken, behandelingen bij te wonen. Tijdig vragen om SC, IM, bloedafnames en wondzorgtechnieken te sparen. Je vult leerdoelen in op begeleidingsfiche, je bespreekt deze met de mentor en de verpleegkundigen zodat ze je daarbij kunnen begeleiden. Je bent verantwoordelijk voor je eigen leerproces, daarom wordt gevraagd de begeleidingsfiche voor te leggen aan de mentor of de verpleegkundige om deze lijst samen na de zorgverlening in te vullen en te bespreken. Je gaat op een tactvolle en beleefde manier van om met de patiënten en het personeel met wie wordt samengewerkt. Je respecteert het BEROEPSGEHEIM en de privacy van de patiënt! Er kunnen geen documenten met een identificatie van de patiënt meegenomen worden naar huis. Je integreert je op een gepaste manier in het team, rekening houdend met de eigenheid van de verpleegeenheid. Je kan zelf vragen stellen en problemen of gegevens aan bod brengen. Je woont de patiëntenoverdracht bij. Je neemt verantwoordelijkheid op. Wees eerlijk, correct en stipt. Eerlijk uitkomen voor eventuele fouten of vergissingen. Je neemt zelf initiatief voor neventaken. Je bent zelf verantwoordelijk voor het opvolgen van een patiënt in samenspraak met de hoofdverpleegkundige en/of de mentoren. Je bent in staat om op een constructieve wijze om te gaan met feedback. Je zorgt ervoor dat je zoveel mogelijk doelstellingen hebt bereikt op het einde van jouw stage. Je neemt maatregelen om kruisinfecties te voorkomen. Je vult op het einde van de stage de studentenenquête in. Bij ziekte of afwezigheid verwittig je steeds je begeleiding van school maar tevens de verpleegeenheid: 050 45 30 90
NIEUWE COLLEGA Coaches: Carmen Dufoort/Nancy Strubbe Tania Segaert/Elke De Brabander 1. Welkom van de hoofdverpleegkundige Ik heet je in naam van het team en mezelf hartelijk welkom op onze afdeling. Je zult veel nieuwe indrukken opdoen. Ik wil je daarin geruststellen : stilaan krijg je alles onder de knie! We zullen je zo snel mogelijk integreren in de groep, maar ook dit zal wat tijd vragen. Ik reken erop dat je open zult communiceren om je integratie te vergemakkelijken. We stellen alles in het werk om jou te helpen, daarvoor staat de coach, de begeleidingsverpleegkundigen en het voltallige team klaar om het leerproces mee te begeleiden. We verwachten van jou het initiatief om ervoor te zorgen dat je gedurende de opleiding voldoende leert en aanwezig bent op de vormingen die voor jou georganiseerd worden Dit zullen dan ook de zaken zijn die bij de tussentijdse feedbackgesprekken en functioneringsgesprekken onder andere aan bod zullen komen. 2. Nieuwe medewerker De nieuwe medewerker is verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces. Daarom zal van jouw verwacht worden: 1. dat je op gepaste tijden je opleidingsplan invult. 2. je bespreekt het opleidingsplan met de coach. 3. je volgt de opgelegde vormingen. 2.1: Het persoonlijk opleidingsplan = de POP Het POP geeft je een duidelijk overzicht van de vaardigheden en de beroepskennis en attitudes die van jou worden verwacht op je nieuwe dienst. Bij indiensttreding wordt een nulmeting opgemaakt met de begeleidingsverpleegkundige en coach. Daarna neem je zelf regelmatig initiatief om het POP te overlopen met je coach, hoofdverpleegkundige of begeleidingsverpleegkundige. Deze data plan je best meteen zodat je zeker bent dat je op tijd reflecteert en feedback kunt krijgen i.v.m. jouw leerproces. Het is EEN WERKDOCUMENT, een leidraad voor het volgen van de evolutie van je kennen, kunnen en integreren. Na het doorlopen van het volledige opleidingsplan (ten vroegste na 1 jaar) kunnen maximum 40 uren vorming worden toegekend. 2.2: Bespreken van het opleidingsplan Samen met de coach de evolutie bespreken en eventueel de nodige acties ondernemen om je ontwikkeling van de vaardigheden, kennis en integratie op jouw dienst te bevorderen. 2.3: Vormingsaanbod en noden Elke nieuwe starter moet in samenspraak met de hoofdverpleegkundige een aantal vormingen volgen die worden vastgelegd door het ziekenhuis. Deze informatie krijg je bij de start van de begeleidingsverpleegkundigen.
Vormingen vastgelegd voor de dienst Verplichte vormingen voor alle nieuwe medewerkers. Verplichte vormingen voor de dienst.. Onthaalnamiddag voor nieuwe personeelsleden Inleiding in het personeelstatuut IDPBW Praktische opleiding: draagbare blusmiddelen Klantgerichtheid voor nieuwe medewerkers Tijdsregistratie: niet langer chinees Aansprakelijkheid van verpleegkundigen en vroedvrouwen Vigigerm pakt de strijd aan tegen infecties Het pijnbeleid in het ziekenhuis Staand orders diabetesbeleid Informatie ivm vormingen bij indiensttreding Centraal patiëntendossier Rondleiding in het ziekenhuis Gebruik van Dina ( informatica toepassingen) Fixatie van een patiënt Palliatief zorgadviesteam Samenwerking met de apotheek deel 1 Samenwerking met de apotheek deel 2 Samenwerking met het laboratorium Zorgprogramma geriatrie HACCP voor zorgeenheden Het verpleegkundig dossier Milieubeleid Berekeningen voor verpleegkundigen en vroedvrouwen Basiscursus wondzorg Terugkomnamiddag: feedback nieuwe verpleegkundigen Basisopleiding Basic Life Support Een incident melden : onderdeel van een veilige cultuur 10
Aanbevolen vormingen voor de dienst.. Samenwerking met apotheek deel 3: chemotherapie Technische aspecten van een lijktooi Het gebruik van volumetrische-, spuit-, en voedingspompen 3. Coach
Op de dienst fungeren een aantal ervaren verpleegkundigen als coach. Zij gaan jou zo goed mogelijk begeleiden en ondersteunen op de werkvloer. Je kunt bij hen terecht met al je vragen met als doel je kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen. De coach is ook je vertrouwenspersoon die het integreren in het team stimuleert. Het is goed om met de coach van bij de start: minimum 2 geijkte momenten af te spreken in de eerste twee maanden een aantal vaste momenten af te spreken om de 2 maanden in het eerste jaar. Dit alles in het kader van je POP en integratie in het team. 4.Begeleidingsverpleegkundige De begeleidingsverpleegkundigen zijn er om jou te ondersteunen en jouw integratie te bevorderen zodat je je kan ontwikkelen tot een goed functionerend teamlid. Voor oncologie is dit Wallaert Shirley t: 050.45.99.53. Uiteraard kun je ook steeds beroep doen op haar collega s: Ingrid Devos t: 050.45.39.29. Katrien De Vooght t: 050.45.39.27. Taken begeleidingsverpleegkundigen : Onthaal bij de start in het ziekenhuis. Opvolging en ondersteunen van de POP. Aanbieden van individuele werkvloerbegeleiding. Bepaalde technieken opnieuw inoefenen. Informeren ivm de vormingen. Zorgen dat de nieuwe medewerker zichzelf kan inschrijven voor latere vormingen. 5. Afspraken op de afdeling Je POP bijwerken na 3-6-9 maand om dan af te sluiten na 1 jaar. Indien daar belangrijke punten uitkomen bespreek je dit met je coach en/of hoofdverpleegkundige. Inschrijven in de nodige vormingen voor jouw afdeling en doorgeven op je wensenlijst elke maand naar je hoofdverpleegkundige zodat hij/zij er rekening kan mee houden op de werklijst.