ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377

Vergelijkbare documenten
ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158

ECLI:NL:RBALK:2010:BO9234

ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2061

ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1675

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3511

ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA ZITTINGSPLAATS BONAIRE STRAFVONNIS

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012

ECLI:NL:RBDHA:2014:1006

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273

ECLI:NL:OGEAA:2016:411

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO7907

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5994

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4974 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993

ECLI:NL:GHDHA:2017:2291

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid:

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 november 2016 TEGENSPRAAK

Uitspraak. Parketnummer: Datum uitspraak: 17 november 2016 VERSTEK

ECLI:NL:RBGEL:2016:1041

ECLI:NL:GHDHA:2016:935

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:GHARL:2017:2188

ECLI:NL:RBNNE:2017:1473

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB4499

ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7293

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1193

ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999

Verkort vonnis van de rechtbank 's-hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

ECLI:NL:RBMNE:2016:5688

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Datum uitspraak: 1 november TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

ECLI:NL:GHAMS:2014:3775

ECLI:NL:RBOVE:2016:1480. Datum uitspraak: Datum publicatie: Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig.

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8408 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2015:5213 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHSHE:2015:2029


ECLI:NL:RBOBR:2017:4416

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692

ECLI:NL:RBROT:2017:6331

ECLI:NL:RBMNE:2016:4569

GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken

Transcriptie:

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 15-04-2011 Datum publicatie 15-04-2011 Zaaknummer 19.605555-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste aanleg - meervoudig De rechtbank veroordeelt verdachte tot een werkstraf voor het ontuchtig zoenen van twee dementerende vrouwen in een verzorgingstehuis in Hoogeveen. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak RECHTBANK ASSEN Sector strafrecht Parketnummer: 19.605555-10 Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 april 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [Verdachte], geboren [geboortedatum] 1950, [adres]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 01 april 2011. De verdachte is verschenen. Tenlastelegging De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat 1. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 5 februari 2010, te Hoogeveen, althans in de gemeente Hoogeveen, met [slachtoffer 1], geboren [geboortedatum] 1923, opgenomen in een gesloten afdeling van verzorgingstehuis [naam tehuis], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 1] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan

wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens (dementie) leed dat die [slachtoffer 1] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het geven van (een) (tong-)zoen(en) aan die [slachtoffer 1]; art 247 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 5 februari 2010, te Hoogeveen, althans in de gemeente Hoogeveen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1], die wegens dementie was opgenomen in een verzorgingstehuis, heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het geven van (een) (tong-)zoen(en) aan die [slachtoffer 1] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [slachtoffer 1] onverhoeds heeft gezoend/gekust; art 246 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 18 februari 2010, te Hoogeveen, althans in de gemeente Hoogeveen, met J. [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum]1933, opgenomen in verzorgingstehuis [naam tehuis], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 2] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens (dementie) leed dat die [slachtoffer 2] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het geven van (een) (tong-)zoen(en) aan die [slachtoffer 2]; art 247 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat hij op of omstreeks 18 februari 2010, te Hoogeveen, althans in de gemeente Hoogeveen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) J. [slachtoffer 2], die wegens dementie was opgenomen in een verzorgingstehuis, heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het geven

van (een) (tong-)zoen(en) aan die [slachtoffer 2] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [slachtoffer 2] onverhoeds heeft gezoend/gekust; art 246 Wetboek van Strafrecht Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie mr. S.M. von Bartheld acht hetgeen onder 1 primair en 2 primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: * 60 uren werkstraf, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren werkstraf, subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Bewijsmotivering Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en geen vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen: - de aangifte van [aangever 1]1; - de verklaring van getuige [getuige 1]2; - de aangifte van [aangever 2]3; - de verklaring van getuige [getuige 2]4; - de verklaring van verdachte5; - de verklaring van verdachte ter terechtzitting. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 5 februari 2010 te Hoogeveen, met [slachtoffer 1], [geboortedatum] 1923, opgenomen in een gesloten afdeling van verzorgingstehuis [naam tehuis], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 1] aan een ziekelijke stoornis van haar geestvermogens (dementie) leed dat die [slachtoffer 1] niet of onvolkomen in staat was haar wil kenbaar te maken, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, bestaande uit het geven van een zoen aan die [slachtoffer 1];

2. hij op 18 februari 2010 te Hoogeveen, met J. [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum] 1933, opgenomen in verzorgingstehuis [naam tehuis], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 2] aan een ziekelijke stoornis van haar geestvermogens (dementie) leed dat die [slachtoffer 2] niet of onvolkomen in staat was haar wil kenbaar te maken, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, bestaande uit het geven van een zoen aan die [slachtoffer 2]. De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De verdachte zal van het onder 1 primair en 2 primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Kwalificaties Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op: onder 1 primair: met iemand die aan een zodanige ziekelijke ontwikkeling van haar geestvermogens lijdt dat zij niet of onvolkomen in staat is haar wil daaromtrent kenbaar te maken, ontuchtige handelingen plegen, strafbaar gesteld bij artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht; onder 2 primair: met iemand die aan een zodanige ziekelijke ontwikkeling van haar geestvermogens lijdt dat zij niet of onvolkomen in staat is haar wil daaromtrent kenbaar te maken, ontuchtige handelingen plegen, strafbaar gesteld bij artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht. Strafbaarheid De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht. Strafmotivering De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij in een verzorgingstehuis twee dementerende vrouwen een ontuchtige zoen heeft geven. Verdachte heeft misbruik gemaakt van de wilsonbekwaamheid van deze twee oudere vrouwen. De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de eis van de officier van justitie en de omstandigheid dat door de voorvallen verdachte reeds geruime tijd zeer beperkt zijn moeder die eveneens in het verzorgingstehuis woont heeft mogen bezoeken. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 04 maart 2011, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld. De rechtbank is op grond van de ernst van de feiten, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke taakstrak in de vorm van een werkstraf.

Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22b, 22c en 57 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar. De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en 2 primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit 30 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 15 dagen zal worden toegepast, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank beveelt, dat deze voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, en mr. P.L.M.J. Rooijakkers en mr. H.T. van Voorst, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 15 april 2011. 1 op pag. 24ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, registratienr: PL033E 2010051165 (het pv) 2 op pag. 54ev van het pv 3 op pag. 68ev van het pv 4 op pag. 78ev van het pv 5 op pag. 62/63 van het pv Parketnummer: 19.605555-10 Uitspraak d.d.: 15 april 2011 5 vonnis