LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS Vak: PV Praktijk/TV Elektriciteit (13/13 lt/w) Specifiek gedeelte Studierichting: Elektrotechnieken Studiegebied: Mechanica-Elektriciteit Onderwijsvorm: TSO Graad : tweede graad Leerjaar: eerste en tweede leerjaar Leerplannummer: 2017/005 (vervangt 2015/022) Nummer inspectie: 2015/1123/1//V19/ (vervangt 2015/1123/1/V17) Pedagogische begeleidingsdienst Huis van het GO! Willebroekkaai 36 1000 Brussel
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 2 Inhoud 1. Visie 3 2. Beginsituatie 5 3. Competenties 6 3.1. Cluster 1: Algemene competenties (deze competenties kunnen in alle projecten terugkomen) 6 3.2. Cluster 2: Specifieke competenties 27 4. Algemene pedagogisch-didactische wenken 49 5. Minimale materiële vereisten 52 6. Evaluatie 54 7. Bibliografie 56
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 3 1. Visie Leerlingen die kiezen voor de tweede graad TSO Elektrotechnieken zijn aangetrokken door de wereld van de elektriciteit en de installatietechniek. Deze leerlingen willen vooral de uitvoering van opdrachten voorbereiden en bijsturen. Ze zullen zelfstandig en opdrachtgebonden een dossier kunnen samenstellen. Ze zullen uitvoeringsrichtlijnen kunnen formuleren om de gevraagde kwaliteitscriteria te bereiken. De studierichting heeft een dubbele doelstelling. De leerlingen leren procesmatig denken en kwaliteitsvol handelen om zich als elektrotechnicus te kunnen bewegen tussen opdrachtgever-ontwerper en de zuivere uitvoerder. De klemtoon ligt op herkennen, interpreteren, toelichten en verwerken van de ontwerpaspecten om te komen tot praktische realisaties. De taak van een dergelijke elektrotechnicus is zowel uitvoerend als coördinerend. Vervolgstudies aanvatten om zich te specialiseren en/of zijn competenties te verbreden via een Se-n- Se of professionele bacheloropleiding Het is van kapitaal belang om dit enthousiasme levendig te houden zodat hun schoolcurriculum gedragen wordt door een motiverende interesse. Om dit te realiseren is, naast een praktische professionele benadering, een dynamische en aanschouwelijke aanpak vereist zodat de leergierigheid van deze leerlingen continu wordt aangemoedigd. Leerlingen uit de studierichting Elektrotechnieken zullen in eerste instantie hun projecten begeleid verwezenlijken waarbij 60 % van de beschikbare tijd gaat naar het conceptuele en 40 % naar uitvoering. In deze opleiding wordt de klemtoon gelegd op het verwerven van competenties en worden telkens relevante contexten, ondersteunende kennis, te verwerven vaardigheden en attitudes geïntegreerd tot zinvolle opleidingsgehelen. In cluster 1 vind je de algemene competenties die in alle projecten kunnen terugkomen. Een didactische aanpak via projectwerking met contextrijke authentieke opdrachten is een voorwaarde opdat leerlingen een competentie kunnen behalen. Deze projecten kunnen zowel klassikaal, in groep als individueel aan bod komen waarbij een toenemende graad van zelfstandigheid bij de leerlingen cruciaal is. In dit competentiegericht leerplan worden een aantal competenties beoogd die eigen zijn aan een aantal beroepen uit de sector. Hiervoor werd gebruik gemaakt van de beroepskwalificatie elektrotechnicus.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 4 De elektrotechnisch monteur (m/v) monteert en plaatst leidingen en dozen, trekt draden en kabels teneinde de elektrische onderdelen van een installatie voor te bereiden op aansluiting en in bedrijfstelling. De elektrotechnisch installateur (m/v) heeft een ruimer takenpakket, maar zijn werk situeert zich steeds in sterk vergelijkbare contexten en omstandigheden. Hij sluit elektrische componenten aan in de verschillende borden conform het AREI en stelt de eigen elektrische installatie in bedrijf. Hij stelt de eigen residentiële en klassieke (niet-complexe) tertiaire elektrische installatie in werking en voert basiscontroles uit. Hij stelt in samenwerking met een specialist ook de niet klassieke (complexe) tertiaire installatie in dienst en assisteert bij het ingrijpen op niet klassieke (complexe) tertiaire elektrische installaties. Het takenpakket van de elektrotechnicus (m/v) is uitgebreider en gevarieerder. Hij stelt een residentiële en klassieke (niet-complexe) tertiaire en klassieke (niet-complexe) industriële elektrische installatie in werking en voert controles uit. Hij stelt in samenwerking met een specialist ook de niet klassieke (complexe) tertiaire en industriële installatie in dienst. Bovendien zoekt hij storingen aan een residentiële, tertiaire en industriële elektrische installatie en herstelt de defecte elementen. Hij werkt samen met de technicus industriële automatisering, de meet- en regeltechnicus of met een programmeur van geautomatiseerde systemen voor wat het geautomatiseerd gedeelte van een installatie betreft. Hij werkt samen met een elektromecanicien of onderhoudstechnicus voor het (elektro-)mechanisch gedeelte van industriële installaties. Bemerkingen Volgende onderdelen van de beroepskwalificatie elektrotechnicus worden enkel verwerkt in de competentie 10 De leerlingen stellen de eigen residentiële, klassieke (niet-complexe) tertiaire en industriële (niet-complexe) elektrische installatie in werking en voeren controles uit. de kringen systematisch onder spanning brengen volgens het stappenplan. visuele controles uitvoeren op de werking van de elektrische installatie. de goede werking controleren van de elektrische installatie door testen en metingen. Volgende onderdelen van de beroepskwalificatie elektrotechnicus worden enkel verwerkt in de competentie De leerlingen verlenen assistentie bij niet klassieke (complexe) tertiaire en industriële elektrische installaties, stellen de installaties in werking en voeren controles uit.(zie derde graad). complexe problemen bespreken met de specialist (ontwerper, programmeur, ). het probleem oplossen in samenspraak met de specialist. Realiseren van een tertiair en industrieel elektrisch schema zit verwerkt in de competentie De leerlingen stellen de eigen residentiële, klassieke (niet-complexe) tertiaire en industriële (niet-complexe) elektrische installatie in werking en voeren controles uit. (zie derde graad)
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 5 2. Beginsituatie De leerlingen komen uit het 2 e jaar van de eerste graad. Afhankelijk van de studierichting die de leerlingen volgden, kan de voorkennis sterk verschillen. Door middel van enkele goed gekozen oefeningen zal de leerkracht bij het begin van het schooljaar meteen het niveau van de leerlingen nagaan. Mocht blijken dat er voor sommigen een bijwerking nodig is, dan zal dit hoofdzakelijk moeten gebeuren door inhaallessen buiten het normale lessenrooster en/of door binnenklasdifferentiatie. De leerkracht zal echter steeds zorgen voor een gestructureerde bijwerking en voor een degelijke begeleiding van de leerling. Coördinatie met collega's zal zeker noodzakelijk zijn.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 6 3. Competenties 3.1. Cluster 1: Algemene competenties (deze competenties kunnen in alle projecten terugkomen) DECR. NR Competentie 1. in teamverband werken KENNIS 1.1. het voorraadbeheer beschrijven. 1.2. de gebruikte materialen (types van kabels, gebruikte elektrische componenten ) beschrijven en aanduiden. 1.3. de onderdelen van een werkfiche aanduiden. 1.4. de belangrijkste gegevens van de elektrische componenten toelichten. VAARDIGHEDEN 1.5. informatie uitwisselen met medeleerling en leidinggevende. 1.6. instructies van leidinggevende opvolgen. 1.7. verbruikte materialen registreren gebruik makend van ICT. 1.8. mondeling rapporteren. 1.9. de verantwoordelijke inlichten bij een onvoorziene omstandigheid. 1.10. tijdsbesteding registreren gebruik makend van ICT.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 7 ATTITUDES De leerlingen willen klantgericht werken. 1.11. positief omgaan met gezag. 1.12. CONTEXT De elektrotechnicus moet op een constructieve en gebruiksvriendelijke wijze informatie uitwisselen met collega s en leidinggevenden. Hij heeft formele of informele contacten met collega s/klanten. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Laat de leerlingen in groep werken (projectmatig werken). Laat de leerlingen tabellen maken met de nodige materiaalhoeveelheden. Maak gebruik van eenvoudige computerprogramma s om de berekeningen uit te voeren/te controleren. De eigenheid van de diverse beroepen uit de sector met eigen woorden laten uitleggen. De leerkracht stelt open en uitdagende vragen, hij lokt interactie uit. De leerkracht stimuleert de leerlingen om in overleg te gaan.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 8 DECR. NR Competentie 2. werken met oog voor veiligheid, energie, kwaliteit en welzijn KENNIS 2.1. de milieuvoorschriften in functie van de eigen werkzaamheden aanduiden. 2.2. veiligheidsregels (PBM s, CBM s, signalisatie) toelichten. 2.3. toepassingen van het AREI toelichten. 2.4. procedures van BA4/BA5 toelichten. 2.5. de Vitale 8 toelichten. VAARDIGHEDEN 2.6. zich houden aan de regels over veiligheid, gezondheid en milieu. 2.7. zuinig omspringen met materialen, gereedschappen en tijd. 2.8. verspilling vermijden (D). 2.9. afval sorteren. 2.10. ergonomisch werken. 2.11. werken met oog voor de energieprestatie van gebouwen (D). 2.12. persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen gebruiken aangepast aan de werkomstandigheden. 2.13. gepaste maatregelen nemen om hinder (stof, lawaai ) en afval te beperken. 2.14. de eigen werkplek inrichten volgens voorschriften en/of instructies.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 9 2.15. de eigen gereedschappen, machines en materialen opslaan. ATTITUDES De leerlingen willen 2.16. veilig werken. 2.17. op milieu en duurzaamheid gericht zijn. 2.18. reflecteren op het eigen handelen in functie van kwaliteitszorg. CONTEXT Bij het werken met machines kan er lawaaihinder en stof voorkomen. De situatie op de werkplek kan het dragen van lasten en werken in moeilijke houdingen en omstandigheden impliceren. De elektrotechnicus wordt door zijn werkgever bevoegd verklaard om werkzaamheden uit te voeren aan installaties die een vergelijkbare bouw en complexiteit kennen. Zelfevaluatie en reflectie in projectmatig werken. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Veilig werken houdt ook in: het niet dragen van scherpe gereedschappen, messen, schroevendraaier in de zakken van werkkledij. Aandacht hebben voor de verschillende zintuigen (visueel, auditief, geur, tast ). Gebruik materiaal van Eandis, Volta (boekje safetyfirst, VCA ) Maak gebruik van sites van keuringsorganismes ( zoals vinçotte, BTV ). BA4/BA5 toepassen naar eigen werkplaatsreglement.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 10 DECR. NR Competentie 3. werken op hoogte volgens de veiligheidsvoorschriften KENNIS 3.1. de risico s en veiligheidsvoorschriften van werken op hoogte toelichten. 3.2. de PBM s, CBM s, soorten ladders herkennen en aanduiden. 3.3. het gebruik van een ladder toelichten. VAARDIGHEDEN 3.4. de juiste ladders plaatsen en gebruiken. 3.5. persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen gebruiken aangepast aan de werkomstandigheden. 3.6. een ladder veilig plaatsen en gebruiken. ATTITUDES De leerlingen willen 3.7. veilig werken. 3.8. spontaan een veilige houding aannemen in dagelijkse situaties. 3.9. maatregelen treffen ter voorkoming van situaties die personen en omgeving kunnen schaden. CONTEXT Leerlingen in de tweede graad leren de ladder juist plaatsen en gebruiken voor de juiste toepassingen. De echte werken op hoogte beginnen pas vanaf de derde graad. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Ook in de werkbox de juiste houdingen aannemen. Ook dit hoofdstuk van VCA bespreken.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 11 DECR. NR Competentie 4. gepaste machines en gereedschappen gebruiken KENNIS 4.1. de gebruikte materialen, machines en gereedschappen toelichten. 4.2. meetgereedschap toelichten. VAARDIGHEDEN 4.3. de gepaste machines gebruiken. 4.4. machines en gereedschappen op de juiste manier en volgens de veiligheidsinstructiekaart gebruiken. 4.5. de staat van arbeidsmiddelen (machines, gereedschappen, verlengkabels, ladder ) voor en na gebruik controleren. 4.6. gereedschappen, machines en materialen reinigen en opslaan. 4.7. omgaan met verschillende schalen op een meettoestel. 4.8. een afleesfout interpreteren. ATTITUDES De leerlingen willen 4.9. zorg dragen van het materiaal. 4.10. werken uitvoeren met goed functionerende apparatuur. CONTEXT De elektrotechnicus werkt met materialen en machines die met enige omzichtigheid moeten behandeld worden omwille van kans op breuken, beschadigingen Alle leercontexten die de leerlingen tegenkomen tijdens hun opleiding.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 12 SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Laat de leerlingen controle uitvoeren op gereedschappen alvorens het gereedschap in gebruik te nemen bijv. waterpas, multimeter Verscheidene fabrikanten van elektrische gereedschap geven op aanvraag demonstraties en workshops. De arbeidsmiddelen worden behandeld tijdens de realisatiemomenten. Het is niet de bedoeling om lessen gereedschapsleer of materialenleer te geven, maar op zijn minst wel de juiste kennis mee te geven om het toestel te gebruiken. www.livios.be is een erg bruikbare site in verband met bouwmaterialen en gereedschappen. DECR. Competentie 5. De leerlingen organiseren de eigen taken in functie van een dagplanning NR KENNIS de grenzen van bevoegdheden aanduiden. 5.1. 5.2. 5.3. de technische voorschriften aanduiden. de technische voorschriften toelichten (D). VAARDIGHEDEN afspraken maken over de planning gebruik makend van ICT. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. 5.8. 5.9. 5.10. voorbereidingen treffen om een opdracht optimaal uit te voeren. installatieschema, situatieschema, montagevoorschriften en werkinstructies lezen. installatieschema, situatieschema, montagevoorschriften en werkinstructies begrijpen. uitbreidingstoepassingen uitvoeren op installatieschema, situatieschema, montagevoorschriften en werkinstructies (D). binnen de voorgeschreven tijd een taak nauwkeurig uitvoeren en afwerken volgens de vooropgestelde eisen. relevante informatie verzamelen.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 13 5.11. relevante informatie verwerken (D). ATTITUDES De leerlingen willen 5.12. planmatig denken en werken. 5.13. documentatie op de juiste wijze gebruiken. 5.14. positief omgaan met stress. CONTEXT De beroepsbeoefenaar werkt in diverse installaties met gelijkaardig (vaak identiek) materiaal waarbij de werkinstructies en het situatieschema gerespecteerd moeten worden. Hij verricht steeds weerkerende handelingen volgens opgelegde instructies en schema s. De werkopdrachten worden vaak strikt afgebakend in de tijd en er heersen in veel gevallen strikte deadlines, wat stressbestendigheid en doorzettingsvermogen vraagt. De elektrotechnicus heeft in principe regelmatige uren, maar afhankelijk van de tijdsdruk die op een bepaald project zit, moet wel eens overgewerkt worden. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Leer de leerlingen dat de planning minimaal antwoord geeft op: wie, wat gaat doen, hoe, wanneer. Werkinstructie kan mondeling of met een schets, technische gegevens meegedeeld worden. Stel gegevens ter beschikking van werkelijke uitvoeringstijden. Met lezen bedoelen wij het uitvoeren van het schema, het strikt opvolgen van instructies. Met begrijpen bedoelen wij bijv. een fout zoeken, een extra verbruiker bijplaatsen
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 14 DECR. Competentie 6. De leerlingen voeren voorbereidende werkzaamheden uit NR KENNIS de gebruikte materialen, machines en gereedschappen toelichten. 6.1. 6.2. 6.3. materialenlijst toelichten. aansluitingsvoorwaarden bij een huisinstallatie conform de distributienetbeheerders (richtlijnen aansluiting elektriciteit/telefoon/kabeldistributie, tarieven, tellers, beschikbaar spanning en vermogen ) toelichten. VAARDIGHEDEN de concrete mogelijkheden nagaan op de werkplek aan de hand van de werkinstructie. 6.4. 6.5. 6.6. 6.7. 6.8. het werkplaatsreglement naleven. niet-standaardsituaties identificeren en melden aan de verantwoordelijke (D). de benodigde gereedschappen, machines en materialen verzamelen voor de uit te voeren werkzaamheden. de werkplek afbakenen en een doorgang voorzien voor bevoegden. ATTITUDES De leerlingen willen professionele gedragsregels volgen. 6.9. 6.10. flexibel handelen.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 15 CONTEXT Hij moet werken volgens opgelegde werkinstructies en schema s die bepalend zijn voor alle voorbereidende werkzaamheden die hij doet in functie van de installatie. Hij moet aandachtig omgaan met gevaarlijke situaties en veiligheidssignalisatie op de werkplek/werf. Hij moet PBM s en CBM s respecteren en met zorg gebruiken. Alle leercontexten die de leerlingen tegenkomen tijdens hun opleiding. DECR. NR Competentie 7. De leerlingen gebruiken de algemene elektrische begrippen op de juiste manier KENNIS 7.1. het principe voor het opwekken van elektrische energie verklaren. 7.2. het blokschema van het elektriciteitsdistributiesysteem toelichten. 7.3. de verschillende elementen van een stroomkring toelichten. 7.4. elektrische geleidbaarheid toelichten. 7.5. de basisgrootheden van het SI-stelsel definiëren. 7.6. het schakelen van weerstanden (serie, parallel en gemengd) definiëren en toelichten. 7.7. het joule-effect definiëren. 7.8. het ontstaan van spanning- en vermogensverlies definiëren en beschrijven. 7.9. rendement en arbeid toelichten. 7.10. de verschillende soorten kwh-meters aanduiden.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 16 7.11. de eigenschappen van spanningsbronnen toelichten. 7.12. herlaadbare en niet-herlaadbare cellen toelichten. 7.13. elektrolyse toelichten. 7.14. magnetisme toelichten. 7.15. de hysteresislus toelichten. 7.16. elektromagnetisme toelichten. 7.17. toepassingen van elektromagnetisme verklaren. 7.18. elektromagnetische krachtwerking verklaren en toelichten. 7.19. de lorentzkracht definiëren en toelichten. 7.20. toepassingen van de lorentzkracht verklaren. 7.21. elektromagnetische inductie door beweging verklaren. 7.22. elektromagnetische inductie door stroomverandering toelichten. 7.23. zelfinductie en wederzijdse inductie toelichten. 7.24. toepassingen op wederzijdse inductie beschrijven. 7.25. elektrostatica toelichten. VAARDIGHEDEN 7.26. de verschillende elementen van een stroomkring tekenen.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 17 7.27. 7.28. 7.29. 7.30. 7.31. 7.32. 7.33. 7.34. de meest gebruikte veelvouden of onderdelen van eenheden (met exponentiële notatie) gebruiken. vervangingsweerstand, deelstromen en/of deelspanningen berekenen. een voorschakelweerstand of shuntweerstand berekenen. de eigenschappen van de serie- en van de parallelschakeling proefondervindelijk vaststellen. oefeningen oplossen van een gemengde schakeling (D). rendement en arbeid berekenen. metingen uitvoeren met kwh-meter. de eigenschappen van de verschillende schakelingen van een batterij (zoals serieschakeling, parallelschakeling ) proefondervindelijk vaststellen en berekeningen uitvoeren. 7.35. de hysteresislus proefondervindelijk vaststellen (D). 7.36. veldsterkte, fluxdichtheid berekenen (D). 7.37. de eigenschappen van elektromagnetisme proefondervindelijk vaststellen. 7.38. de richting en de zin van de Lorentzkracht kunnen bepalen. 7.39. proefondervindelijk vaststellen dat de spanning verlaagd bij éénfasige transformatoren. ATTITUDES De leerlingen willen 7.40. op de juiste manier metingen doen. 7.41. ordelijk werken.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 18 CONTEXT De elektrotechnicus moet zelfstandig onderdelen kunnen herstellen of vervangen. Hij moet ook fouten kunnen zoeken in elektrische installaties en assistentie verlenen bij het oplossen van complexe problemen die buiten zijn bevoegdheid vallen. Daarvoor is een bepaalde kennis nodig van elektriciteit - elektronica. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Laat de leerlingen zelf bedenkingen formuleren rond de gemeten en berekende waarden. Leg verbanden met serie/parallel met competentie 20. Leg verbanden met vermogen, arbeid en rendement met competentie 22. Hysteresis: aan de hand van een relais: aantrekstroom en houdstroom. Toepassingen van elektromagnetisme: deurbel, zoemer, relais, elektromagnetische schakelaar, elektromagnetische beveiliging. Toepassingen van de lorentzkracht: universele motor, elektrodynamische luidspreker. Elektromagnetische inductie door beweging: generator zoals de fietsdynamo, elektrodynamische microfoon. Zelfinductie en wederzijdse inductie: voorschakelapparaat TL, transformator, inductieoven. DECR. Competentie 8. de wetten/regels van de elektriciteit toepassen NR KENNIS de wet van Faraday verklaren en toelichten. 8.1. 8.2. 8.3. 8.4. 8.5. 8.6. de wet van Ohm definiëren en toelichten. de wet van het vermogen definiëren en toelichten. de wet van Pouillet definiëren en toelichten. de wet van Hopkinson toelichten. de wet van Lenz toelichten.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 19 VAARDIGHEDEN 8.7. een hoeveelheid elektriciteit berekenen. 8.8. weerstand, stroom en spanning berekenen. 8.9. de wet van Ohm afleiden door metingen op didactische opstellingen. 8.10. het vermogen, arbeid en rendement berekenen. 8.11. de eigenschappen van vermogen, arbeid en rendement proefondervindelijk vaststellen. 8.12. de factoren die de weerstand van een vaste geleider bepalen, afleiden uit metingen op didactische opstellingen. 8.13. de eigenschappen van het elektromagnetisch flux proefondervindelijk vaststellen. ATTITUDES De leerlingen willen 8.14. op de juiste manier metingen doen. 8.15. ordelijk werken. CONTEXT De elektrotechnicus moet zelfstandig onderdelen kunnen herstellen of vervangen. Hij moet ook fouten kunnen zoeken in elektrische installaties en assistentie verlenen bij het oplossen van complexe problemen die buiten zijn bevoegdheid vallen. Daarvoor is een bepaalde kennis nodig van elektriciteit - elektronica. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Laat de leerlingen zelfstandig metingen uitvoeren en de meetresultaten toelichten aan de hand van een laboverslag. Leg verbanden met de wet van Pouillet met de competenties 14 en 17. Toepassingen wet van Pouillet: verbruiker met lange kabel, halogeenverlichting, weerstand van lamp in koude toestand.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 20 DECR. Competentie 9. De leerlingen kennen de basiscomponenten van elektriciteit/elektronica NR KENNIS vaste weerstanden en variabele weerstanden zoals NTC, PTC, LDR toelichten. 9.1. 9.2. 9.3. 9.4. 9.5. 9.6. 9.7. 9.8. 9.9. de werking van een spoel op DC toelichten. de werking van een condensator op DC toelichten. schakelen van condensatoren op DC toelichten. het spanning- /tijdsverloop bij lading en ontlading van een condensator verklaren. de opwekking van een sinusvormige wisselspanning beschrijven. enkelvoudige wisselstroomketens toelichten. eigenschappen van de enkelvoudige wisselstroomketens toelichten. de logische poorten toelichten (NOT, AND, OR, NAND, NOR EXOR en NEXOR). VAARDIGHEDEN een NTC- en PTC gebruiken in een elektrische kring en de invloed van temperatuur aantonen. 9.10. 9.11. 9.12. de weerstandslijn van een lineaire weerstand opmeten en grafisch voorstellen (rechtevenredig). het stroomverloop bij een variabele weerstand aangesloten op een constante spanning opmeten en grafisch voorstellen met ICTtoepassing (omgekeerd evenredig). 9.13. 9.14. de formules voor het berekenen van de vervangcapaciteit en de spanningsverdeling toepassen. de werking van een spoel proefondervindelijk vaststellen.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 21 9.15. de werking van een condensator proefondervindelijk vaststellen. 9.16. het opladen en ontladen grafisch voorstellen met ICT-toepassing. 9.17. de amplitude, de periode en de frequentie meten met een oscilloscoop. 9.18. een sinusvormige veranderlijke spanning of stroomsterkte vectorieel voorstellen. 9.19. metingen uitvoeren op een kring met Ohmse weerstand aangesloten op een sinusvormige wisselspanning. 9.20. metingen uitvoeren op een inductieve kring aangesloten op een sinusvormige wisselspanning. 9.21. metingen uitvoeren op een capacitieve kring aangesloten op een sinusvormige wisselspanning. 9.22. de eigenschappen van de logische poorten proefondervindelijk vaststellen. ATTITUDES De leerlingen willen 9.23. op de juiste manier metingen doen. CONTEXT De elektrotechnicus moet zelfstandig onderdelen kunnen herstellen of vervangen. Hij moet ook fouten kunnen zoeken in elektrische installaties en assistentie verlenen bij het oplossen van complexe problemen die buiten zijn bevoegdheid vallen. Daarvoor is een bepaalde kennis nodig van elektriciteit - elektronica. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN De leerlingen bouwen zelfstandig de laboproef op. Naast het verwerven van inzicht in de elektronica staan de lessen in het teken van het verwerven van meetvaardigheid. De leerlingen meten dus zelfstandig spanningen en stromen. Logische poorten worden dan gebruikt in de logische stuurmodule in competentie 20. Leg de nadruk op het feit dat men bij ontlading van spoelen en condensatoren veiligheidsmaatregelen dient te treffen.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 22 DECR. Competentie 10. De leerlingen stellen de eigen residentiële elektrische installatie in werking en voeren controles uit NR KENNIS de PBM s en CBM s bij werkzaamheden onder spanning aanduiden. 10.1. 10.2. 10.3. schakelschema s voor residentiële toepassingen herkennen. de symbolen op de schakelschema s herkennen. VAARDIGHEDEN het project basisschakeling uitwerken (aan de hand van een aansluitschema meerdere basisschakelingen in een opstelling plaatsen, 10.4. aansluiten, bedraden en de functionaliteit testen). 10.5. 10.6. het project modules uitwerken (aan de hand van een aansluitschema voorprogrammeerde modules in een opstelling plaatsen, aansluiten, bedraden en de functionaliteit testen). het project logische module uitwerken (aan de hand van een aansluitschema programmeerbare logische module in een opstelling plaatsen, aansluiten, bedraden en de functionaliteit testen). 10.7. 10.8. 10.9. 10.10. 10.11. binnen de projecten continuïteit van het aardingssysteem controleren. binnen de projecten de kringen systematisch onder spanning brengen. binnen de projecten visuele controles uitvoeren op de werking van de elektrische installatie. binnen de projecten de goede werking controleren van de eigen geïnstalleerde residentiële laagspanningsinstallatie door testen en metingen. onderdelen herstellen of vervangen van de eigen geïnstalleerde residentiële laagspanningsinstallatie (kleine transformatoren, schakelaars, detectoren, bekabeling, batterijen ) (D). een installatie voor gebruik vrijgeven na aansluiting en controle (D). 10.12.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 23 ATTITUDES De leerlingen willen het opgestelde stappenplan volgen. 10.13. een eindproduct maken dat voldoet aan de gevraagde specificaties. 10.14. CONTEXT De elektrotechnicus moet een residentiële installatie onder spanning kunnen brengen volgens opgelegde veiligheidsprocedures. Deze procedures zijn bepalend voor elke installatie, maar de toepassing ervan verschilt, afhankelijk van de complexiteit van de installatie. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Met visuele controles bedoelen we controleren of er overal gebruik is gemaakt van draadhulzen en de juiste ontmantelafstand, van de juiste kleurencode en draaddoorsnede, van de juiste spankracht en lengte van de bedrading Maak bij de uit te voeren schakelingen gebruik van een stappenplan om de schakeling onder spanning te brengen. Voorbeelden van projecten: basisschakeling. badkamer, hal Voorbeelden van projecten modules: zonnewering, rolluik (zie competentie 20) Voorbeelden van projecten logische module: buitenverlichting (zie competentie 20)
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 24 DECR. De leerlingen verlenen assistentie bij klassieke (niet-complexe) tertiaire installatie en stellen de installaties in werking en Competentie 11. NR voeren controles uit KENNIS werkbevoegdheid aanduiden. 11.1. 11.2. programmeertechnieken toelichten. VAARDIGHEDEN de werking van een schema interpreteren. 11.3. 11.4. 11.5. 11.6. de werking van het programma interpreteren. de continuïteit van het aardingssysteem controleren. de installatie indien nodig vrijgeven voor gebruik na aansluiting en controle (D). ATTITUDES De leerlingen willen een goede samenwerking met de specialist. 11.7. 11.8. 11.9. 11.10. voorstellen formuleren om fouten te vermijden. aandacht besteden aan de oorzaak van de fout. de gevolgen van een handeling inschatten (op gebied van veiligheid). zorgvuldig omspringen met technische documenten van de bestaande installatie. 11.11.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 25 CONTEXT De elektrotechnicus moet een residentiële, klassieke (niet-complexe) tertiaire of industriële (niet-complexe) installatie onder spanning kunnen brengen volgens opgelegde veiligheidsprocedures. Deze procedures zijn bepalend voor elke installatie, maar de toepassing ervan verschilt, afhankelijk van de complexiteit van de installatie. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Voorbeelden van projecten logische module. garagepoort, parking Programmeertechnieken: speciale functies in logo uitleggen. DECR. De leerlingen stellen een diagnose van een storing aan een residentiële, tertiaire installatie en herstellen de defecte Competentie 12. NR elementen KENNIS de meetprocedures toelichten. 12.1. 12.2. 12.3. de meetmethodes toelichten. foutanalyse toelichten. VAARDIGHEDEN technische bronnen raadplegen (ééndraadschema, situatieschema, technisch dossier). 12.4. 12.5. 12.6. 12.7. 12.8. stroom en spanning (indien mogelijk) uitschakelen om werkzaamheden buiten spanning aan de elektrische installatie uit te voeren. onderdelen van de elektrische installatie demonteren (D). fouten zoeken in elektrische installaties door uitsluiting van mogelijke oorzaken op basis van waarnemingen en metingen. defecte onderdelen van de elektrische installatie vervangen en/of herstellen (D).
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 26 ATTITUDES De leerlingen willen rekening houden met de aangeleerde meetprocedure. 12.9. CONTEXT Hij moet een residentiële, klassieke (niet-complexe) tertiaire of industriële (niet-complexe) installatie onder spanning kunnen brengen volgens opgelegde veiligheidsprocedures. Deze procedures zijn bepalend voor elke installatie, maar de toepassing ervan verschilt, afhankelijk van de complexiteit van de installatie. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Start met een procedure voor het testen van een verdeelbord vooraleer het vrijgegeven wordt.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 27 3.2. Cluster 2: Specifieke competenties DECR. NR Competentie 13. De leerlingen zetten veilig leidingtracés uit volgens de instructies KENNIS 13.1. de technische voorschriften toelichten. 13.2. de gebruikte gereedschappen: waterpas, laser, pasdarm, smetkoord toelichten. 13.3. de van toepassing zijn de gebruikte symbolen op schakelschema s herkennen en aanduiden. 13.4. de leidingschema s voor residentiële en tertiaire toepassingen toelichten om de voorbereidende werken te kunnen starten. 13.5. een grondplan toelichten om wijzigingen aan te brengen. VAARDIGHEDEN 13.6. elektrische schema s en werkinstructies lezen. 13.7. elektrische schema s en werkinstructies begrijpen. 13.8. ééndraad-, situatie- (grondplan), stroombaan-, leiding- en bedradingsschema ontwerpen. 13.9. ééndraad-, situatie- (grondplan), stroombaan-, leiding- en bedradingsschema tekenen (handmatig en/of met CAD-pakket). 13.10. componenten, leidingen en kanalisaties aftekenen in overeenkomst met het situatieschema of elektrisch dossier. 13.11. leidingen en kanalisaties aftekenen zodat het formaat ervan overeenkomt met het type kanalisatie en elektrisch dossier. 13.12. aanbevelingen doen in functie van de eigen werkzaamheden (D). 13.13. het gepaste gereedschap op een veilige en efficiënte manier gebruiken.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 28 ATTITUDES De leerlingen willen werken volgens instructie. 13.14. ordelijk en nauwkeurig werken. 13.15. de gevolgen van een handeling inschatten (op gebied van veiligheid). 13.16. CONTEXT De beroepsbeoefenaar werkt in diverse installaties met gelijkaardig (vaak identiek) materiaal waarbij de werkinstructies en het situatieschema gerespecteerd moeten worden. Hij moet werken volgens opgelegde werkinstructies en schema s die bepalend zijn voor alle voorbereidende werkzaamheden die hij doet in functie van de installatie. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Maak gebruik van bestaande plannen en schema s. Bij het opstellen van situatieschema s zijn ontwerpen van keukens en badkamers noodzakelijk. Vermeld de specifieke gereedschappen in een overzichtslijst, ook gereedschappen die niet voorhanden zijn in de werkplaats.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 29 DECR. Competentie 14. De leerlingen leggen buizen met draden en/of kabels voor de verschillende stroomkringen NR KENNIS een toepassing van het AREI aanduiden. 14.1. 14.2. 14.3. 14.4. 14.5. 14.6. ferro-metalen en non-ferro-metalen aanduiden. het gebruikte materiaal zoals buizen (TTh, flexibele buis (geribd en glad), voorbedraad ), handelsmaten en toebehoren herkennen en aanduiden. isolatieklassen van de materialen aanduiden. de normalisatie en harmonisatie: H07V-U, H07V-R, XVB-F2, XGB-F2, UTP, coax, luidsprekerkabel aanduiden. de keuzecriteria, om een materiaal te kiezen, in functie van de uitwendige invloeden herkennen. VAARDIGHEDEN de gewenste buislengte en diameter bepalen. 14.7. 14.8. 14.9. 14.10. 14.11. 14.12. 14.13. de buizen op maat brengen en ontbramen. de leidingen plooien zodat de buigradius gerespecteerd wordt. de buizen verbinden met behulp van een mof. leidingen vastzetten op geregelde afstand. buizen bevestigen bij opbouw en inbouw. een ringbuis of flexbuis met draden of kabel volgens de stroomkringen leggen. pakkingbussen (kabelwartels) plaatsen aangepast aan de uitwendige invloeden. 14.14.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 30 14.15. kabels bevestigen, ontmantelen en plaatsen met gepast gereedschap. 14.16. kabels invoeren in de toestellen. 14.17. voldoende draadreserve voorzien. 14.18. de kabels nummeren volgens de instructie. 14.19. de draden bundelen volgens de stroomkringen en labelen volgens het ééndraadschema. 14.20. een logica aanhouden in het kleurgebruik van verschillende elektrische draden, conform het AREI en normen. 14.21. materiaal kiezen in functie van de uitwendige invloeden en de keuze verantwoorden. 14.22. isolatieklassen van de materialen onderscheiden. ATTITUDES De leerlingen willen ordelijk en net werken. 14.23. 14.24. doelmatig te werk gaan. CONTEXT De elektrotechnicus moet oog hebben voor kwaliteit en de tevredenheid van de klant door met zorg en toewijding en zin voor esthetiek te werken. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Volgens het AREI blauw nulleider, gele/groene beschermingsgeleider. Gebruik de norm voor verdere kleuren (installatieboek Vynckier).
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 31 DECR. Competentie 15. De leerlingen plaatsen en bevestigen dozen met aangepast materiaal, gereedschap en machines NR KENNIS de opvoegmethodes van sleuven toelichten (D). 15.1. 15.2. 15.3. 15.4. 15.5. 15.6. de verschillende inbouw- en opbouwdozen: aftakdozen, contactdozen, vloerdozen, verdeeldozen en spatwaterdichte dozen toelichten. de gebruikte machines en gereedschappen: beitel met handbescherming, hamer, boormachine met geschikte stofzuiger, boorhamer toelichten. de gebruikte bouwstoffen: baksteen, plaaster, cellenbeton, aanduiden. de gebruikte bevestigingsmiddelen: pluggen, lijmen toelichten. beschermingswaarden en IP-waarden aanduiden. VAARDIGHEDEN het juiste materiaal kiezen en de keuze verantwoorden. 15.7. 15.8. 15.9. 15.10. 15.11. 15.12. 15.13. inbouwdozen en/of opbouwdozen horizontaal of verticaal, enkelvoudig of meervoudig plaatsen. inbouwdozen bevestigen met in de praktijk voorkomende materialen: metselspecie, plaaster, PU-schuim (D). opbouwdozen plaatsen. holle wanddozen plaatsen. nissen en doorboringen maken door in muren en vloeren te kappen en te boren (D). rekening houden met de bevestigingsmaterialen. een sleuf dichten (D). 15.14.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 32 ATTITUDES De leerlingen willen methodisch werken. 15.15. nauwkeurig werken. 15.16. CONTEXT De beroepsbeoefenaar werkt in diverse installaties met gelijkaardig (vaak identiek) materiaal waarbij de werkinstructies en het situatieschema gerespecteerd moeten worden. Hij verricht steeds weerkerende handelingen volgens opgelegde instructies en schema s. De elektrotechnicus moet in wisselende situaties kunnen werken met bepaalde toestellen. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Gebruik herbruikbare materialen (zavel) om sleuven te dichten (sleuven zijn gemaakt door leerkracht). De leerkracht demonstreert en/of verwijst naar toepassingen uit de praktijk (cement, plaaster eist het gebruik van specifieke PBM s omwille van de chemische eigenschappen). Werk met overzichtstabellen, waar de leerlingen naast de benamingen en symbolen ook de gangbare gegevens gemakkelijk kunnen terugvinden. DECR. Competentie 16. De leerlingen monteren en plaatsen leidingen en buizen NR KENNIS het gebruikte materiaal: buizen, opbouw kabelgoten, kabelgoten met compartimenten 16.1. bevestigingssteunen, hulpstukken (bochten, verloopstukken ), goot- en draagsystemen (kabelgoten) toelichten. 16.2. 16.3. 16.4. in de praktijk voorkomende fixeermiddelen: metselspecie, plaaster, plamuurmiddel, aanduiden. bevestigingsmiddelen: pluggen, lijmen, aanduiden. de gebruikte gereedschappen: zaag, winkelhaak, toelichten.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 33 VAARDIGHEDEN 16.5. montagevoorschriften en technische tekeningen voor leidingen, buizen en kanalisatie lezen. 16.6. montagevoorschriften en technische tekeningen voor leidingen, buizen en kanalisatie begrijpen (D). 16.7. materiaal kiezen in functie van de uitwendige invloeden en de keuze verantwoorden. 16.8. bevestigingssteunen en hulpstukken maken en aanpassen. 16.9. goot-en draagsystemen bewerken. 16.10. bevestigingsbeugels, gootsystemen, draagsystemen en hulpstukken monteren. 16.11. buizen in opbouw parallel naast elkaar leggen met de geëigende hulpstukken. 16.12. leidingen met metselspecie of plaaster fixeren. ATTITUDES De leerlingen willen een constructieve houding aannemen. 16.13. 16.14. kwalitatief werk leveren. CONTEXT De beroepsbeoefenaar werkt in diverse installaties met gelijkaardig (vaak identiek) materiaal waarbij de werkinstructies en het situatieschema gerespecteerd moeten worden. Hij verricht steeds weerkerende handelingen volgens opgelegde instructies en schema s. De leerlingen voeren opdrachten uit tijdens schoolactiviteiten of thuis. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN IP-waarden toepassen volgens het AREI (in de gebruikte opdrachten).
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 34 DECR. De leerlingen trekken draden en/of kabels voor de verschillende stroomkringen in elektrische installaties voor het Competentie 17. NR aansluiten van diverse toestellen KENNIS de strip- en ontmanteltechnieken toelichten. 17.1. 17.2. 17.3. 17.4. de diverse draden met hun draaddoorsnede voor elektrische toepassingen aanduiden. de verschillende soorten draden kabels, elektriciteitsbuizen en wandgootsysteem voor residentiele installaties toelichten. de verschillende elektrische verbindingen, steekklemmen, rijgklemmen, draadhulzen, solderen, lasverbinding, krimpkous herkennen en aanduiden. VAARDIGHEDEN de juiste draaddoorsnede voor het aansluiten van het materiaal kiezen en de keuze verantwoorden. 17.5. 17.6. 17.7. 17.8. 17.9. 17.10. 17.11. 17.12. 17.13. de kabels bevestigen met gepaste hulpmiddelen. de kabels ontmantelen met gepast gereedschap. pakkingbussen (kabelwartels) op een correcte wijze plaatsen aangepast aan de sectie van de draad. voldoende draadreserve voorzien. de kabels volgens de instructie nummeren. kabels manueel hanteren. vermogen- en stuurkabels in goten en buizen leggen, moduleren, bevestigen en verbinden. draden en kabels kiezen in functie van de toepassing en verbruikers. materialen in functie van het vermogen en/ of stroom selecteren. 17.14.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 35 een snoerbreuk opsporen en herstellen. 17.15. elektrische verbindingen toepassen. 17.16. ATTITUDES De leerlingen willen werken volgens AREI. 17.17. kwalitatief werk leveren. 17.18. CONTEXT De elektrotechnicus verricht steeds weerkerende handelingen volgens opgelegde instructies en schema s in wisselende situaties. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Gebruik oefeningen aan de hand van de werkelijkheid, verlengkabel, halogeenverlichting Werk met overzichtstabellen voor draden, kabels en snoeren die de leerlingen steeds verder aanvullen doorheen de loop van het schooljaar. Leer de leerlingen gericht zoeken in catalogi, multimedia en internet. Laat de leerlingen metingen uitvoeren bij de verschillende wetten (labo) en een verslag maken.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 36 DECR. NR Competentie 18. De leerlingen plaatsen het aardingssysteem en sluiten aan KENNIS 18.1. doel, opbouw en werking van een aardingssysteem omschrijven. 18.2. de aansluiting van hoofd- en bijkomende equipotentiale verbindingen toelichten. 18.3. de bekabeling van het aardingssysteem beschrijven. 18.4. de procedure voor het plaatsen van een aardingslus en het inslaan van de aardelektrode toelichten. 18.5. de oplossingen bij een te hoge spreidingsweerstand toelichten. VAARDIGHEDEN 18.6. een aarding plaatsen (aardelektrode) (D). 18.7. de aarding aansluiten. 18.8. de spreidingsweerstand van de aardingsinstallatie uitmeten. 18.9. de aardingsonderbreker plaatsen. 18.10. de equipotentiaalverbindingen realiseren. 18.11. het juiste type verliesstroomschakelaar bepalen en aansluiten, rekening houdend met de waarde van de spreidingsweerstand. ATTITUDES De leerlingen willen zorgvuldige verbindingen conform met het AREI realiseren. 18.12. 18.13. een correcte plaatsingswijze hanteren.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 37 CONTEXT De elektrotechnicus verricht steeds weerkerende handelingen volgens opgelegde instructies en schema s in wisselende situaties. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Op de site van www.stroomopwaarts.be kan men de nodige didactische lespakketten terugvinden. Aantonen waar je welk type aardgeleider gebruikt (elektrolytisch volkoper of gelood koper). DECR. NR Competentie 19. De leerlingen leggen en sluiten gepantserde kabels aan KENNIS 19.1. de types van bekabeling herkennen en aanduiden. 19.2. de normalisatie en harmonisatie aanduiden. 19.3. de gebruikte gereedschappen: kabelmes, striptang, kniptang, metaalzaag toelichten. 19.4. de toepassingsgebieden beschrijven. 19.5. het binnenbrengen van de elektriciteitsvoorziening volgens de lokale intercommunale toelichten (bv. energiebocht). VAARDIGHEDEN 19.6. unipolaire kabels leggen. 19.7. EXVB en XVB kabels van elkaar onderscheiden. 19.8. een gepantserde kabel aansluiten (D). 19.9. kabels bevestigen, plaatsen met gepast gereedschap.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 38 ATTITUDES De leerlingen willen controleren of het juiste kabeltype gebruikt wordt. 19.10. CONTEXT De elektrotechnicus moet in wisselende situaties kunnen werken met bepaalde gereedschappen en materialen. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Het is zo dat ondergrondse kabels moeten beschermd worden tegen mechanische beschadiging (beschermbuis). Het komt erop neer dat het type kabel geschikt moet zijn voor ondergrondse plaatsing (bijv.. EXVB; XVB is in principe niet geschikt), tenzij deze niet rechtstreeks in de volle grond wordt geplaatst en dus beschermd is door een mantelbuis. In de wetgeving wordt ook een onderscheid gemaakt tussen gewapende kabel (bv. XFVB) en gepantserde kabel (bv. EVAVB). Gewone gewapende kabel wordt niet verondersteld voldoende bescherming te bieden bij plaatsing op een diepte minder dan 60 cm. Deze basisactiviteit is eraan toegevoegd zodat de leerlingen de verschillende types van kabels leren kennen bij plaatsing in de ondergrond. Instructies kan je vinden op www.eandis.be of www.infrax.be. Denk ook aan de nieuwe technieken zoals de intelligente meters. Werk met overzichtstabellen voor draden, kabels en snoeren die de leerlingen steeds verder aanvullen doorheen de loop van het schooljaar. Maak gebruik van een beperkte diameter.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 39 DECR. Competentie 20. De leerlingen bevestigen en sluiten materiaal voor laagspanning aan NR KENNIS het gebruikte materiaal: schakelaars (inbouw, opbouw en spatwaterdichte) schakelaars in uitvoering stopcontacten herkennen en 20.1. aanduiden. 20.2. de basisschakelingen: éénpolige schakeling, tweepolige schakeling, dubbele aansteking, wisselschakeling, dubbele wisselschakeling, kruisschakeling, combinatieschakelingen beschrijven. 20.3. toepassingen met signalisatie- en oriëntatielampjes, dimmers beschrijven. 20.4. het aansluiten en de schakelprocedure toelichten. VAARDIGHEDEN 20.5. ééndraad-, situatie- (grondplan), stroombaan-, leiding- en bedradingsschema ontwerpen. 20.6. ééndraad-, situatie- (grondplan), stroombaan-, leiding- en bedradingsschema tekenen (handmatig en/of met CAD-pakket). 20.7. schakelaars uitmeten naar klemmen en functie. 20.8. schakelaars en stopcontacten in de muren plaatsen. 20.9. opbouwschakelaars en stopcontacten plaatsen. 20.10. elektrische kabels ontmantelen. 20.11. schakelaars en stopcontacten aansluiten door de geleiders aan de toestelklemmen te verbinden. 20.12. het juiste type lampen in de verlichtingsarmaturen plaatsen. 20.13. verlichting in residentiële gebouwen plaatsen en aansluiten.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 40 ATTITUDES De leerlingen willen onderhandelend ingesteld zijn (D). 20.14. innoverend ingesteld zijn. 20.15. uitvoeringsfouten ontdekken en mogelijke oplossingen aanreiken. 20.16. CONTEXT De elektrotechnicus moet in wisselende situaties kunnen werken met bepaalde gereedschappen en materialen. Hij verricht steeds weerkerende handelingen volgens opgelegde instructies en schema s in wisselde situaties.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 41 SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Leerlingen nooit laten testen/schakelen zonder bevoegd verklaarde leerkracht. Vertrek steeds vanuit een probleemstelling. Voor het CAD-tekenen kunnen eenvoudige gebruiksvriendelijke tekenpakketten gebruikt worden met een volledige en correcte symbolenbibliotheek. Bij het opstellen van situatieschema s zijn ontwerpen van keukens en badkamers noodzakelijk. In de werkplaats kan een mini-woning gebouwd worden met prefabwanden. Laat de leerlingen schakelaars doormeten, spanningen en stromen meten. Gebruik steeds de meest geschikte meetapparatuur. Ga bij het doormeten van schakelaars zeer methodisch te werk. Laat de schakelingen gevarieerd uitvoeren: nu eens opbouw, dan weer inbouw met en zonder aftakdozen, met verbindingen achter de schakelaar, in kabelgoten en plinten. Leer de leerlingen de bijsluiter van schakelcomponenten lezen en interpreteren. Geef aandacht aan de wandcontactdozen voor fornuizen, ovens, steamers Dimmers voor led Leer de leerlingen gericht zoeken in catalogi, multimedia en internet. Reële situaties uitmeten. Meetprocedure: controle van meettoestel op goede werking, controleer de continuïteit van de meetsnoeren, meet daar waar zeker spanning is en daarna de andere meetpunten, controleer als laatste stap opnieuw daar waar spanning is. Metingen uitvoeren bij de verschillende wetten (labo) + verslag. Betrek ook de hernieuwbare energie.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 42 DECR. Competentie 21. De leerlingen realiseren een standaard, klassiek residentieel elektrisch schema NR KENNIS de werking van een elektrische installatie toelichten. 21.1. de componenten en onderdelen van een elektrische installatie toelichten. 21.2. toepassingen van het AREI toelichten. 21.3. de realisatie van een technisch dossier toelichten. 21.4. VAARDIGHEDEN rekening houden met de behoeften van de klant bij het ontwerp van de installatie. 21.5. voorstellen formuleren aan de klant aan de hand van het ontwerp van de installatie. 21.6. op een bouwplan de plaats van nutaansluitingen herkennen (energiebocht). 21.7. een eenvoudig technisch dossier realiseren. 21.8. ATTITUDES De leerlingen willen dat de klanten tevreden zijn. 21.9. alle vragen van de klant beantwoorden. 21.10.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 43 CONTEXT De leerlingen voeren opdrachten uit tijdens schoolactiviteiten, stage of thuis. De elektrotechnicus werkt met elektrische componenten (materiaal, onderdelen) die met enige omzichtigheid moeten behandeld worden omwille van kans op breuken, beschadigingen en die moeten worden aangesloten conform het schema dat in de gebruiksaanwijzing van de component wordt beschreven. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Bij het opstellen van situatieschema s zijn ontwerpen van keukens en badkamers noodzakelijk. Een technisch dossier dat voldoet aan de richtlijnen van de technische keuring (situatie-, ééndraadschema ), kan je vinden op www.aib-vincotte.com. Brochures met de plaatselijke voorschriften van de verschillende nutsbedrijven kunnen opgevraagd worden. Installatie-eisen bij renovatie: http://www.energiesparen.be. DECR. NR Competentie 22. De leerlingen monteren en sluiten op zeer lage spanning aan (telefonie, informatica ) KENNIS 22.1. de aansluiting van de logische stuurmodule aanduiden. 22.2. voorgeprogrammeerde modules toelichten. 22.3. intelligente relais toelichten. 22.4. het aansluiten van databekabeling toelichten. 22.5. de gebruikte gereedschappen: UTP-tang, coax-stripper, LAN meter toelichten. VAARDIGHEDEN 22.6. stuurkabels en outlets voor telefonie( RJ 11), TV-(coax) en datadistributie( RJ45) monteren, plaatsen en aansluiten 22.7. ééndraad-, situatie- (grondplan), stroombaan-, leiding- en bedradingsschema ontwerpen.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 44 22.8. 22.9. 22.10. 22.11. 22.12. 22.13. 22.14. ATTITUDES De leerlingen willen leergierig zijn. 22.15. ééndraad-, situatie- (grondplan), stroombaan-, leiding- en bedradingsschema tekenen (handmatig en/of met CAD-pakket). technische bronnen (installatievoorschriften, technisch dossier ) raadplegen. belinstallatie, parlofoon en/of videofoon plaatsen en aansluiten. de specifieke gereedschappen en testtoestellen gebruiken (D). componenten van domoticasystemen in woningen en kantoorgebouwen: garagepoortopeners, rolluikbediening plaatsen en aansluiten (D). voorgeprogrammeerde modules plaatsen en aansluiten. eenvoudige digitale schakeling uitvoeren met behulp van logische stuurmodule. CONTEXT De leerlingen voeren opdrachten uit tijdens schoolactiviteiten of thuis. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Gebruik van voorgeprogrammeerde kits zoals Came, Faac Je kan gebruik maken van RF zender, hand- en wandzender, draadloze bedieningen (tempolec), Stel toestellen van verschillende fabrikanten ter beschikking. Leer de leerlingen de installatievoorschriften raadplegen. Leer de leerlingen gericht zoeken in catalogi, multimedia en internet. Laat de leerlingen hun eigen netwerkkabeltje maken en gebruiken. Gebruik de logische stuurmodule als hulpmiddel om logische poorten in te oefenen.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 45 DECR. NR Competentie 23. De leerlingen plaatsen, monteren en bedraden verdeelborden KENNIS 23.1. de soorten beveiligingen, overbelasting, kortsluiting herkennen en beschrijven. 23.2. de werking van zekering en automaten beschrijven. 23.3. de differentieelschakelaars herkennen. 23.4. de werking van een differentieelschakelaar beschrijven. 23.5. de gebruikte schakeltoestellen: impulsrelais, trappenhuisautomaat, schakelklok, bewegingsmelder toelichten. 23.6. de bedoeling van afschermingen in verdeelkastenbeschermkap (vingerveiligheid) beschrijven. 23.7. de procedure voor werkzaamheden onder spanning toelichten. VAARDIGHEDEN 23.8. aan de hand van het zelfstandig samengesteld elektrische dossier de geschikte verdeelkast kiezen (opzoeken cataloog, aantal modules ). 23.9. technische bronnen (ééndraadschema, situatieschema, technisch dossier ) raadplegen. ééndraad-, situatie- (grondplan), stroombaan-, leiding- en bedradingsschema ontwerpen. 23.10. 23.11. ééndraad-, situatie-, stroombaan-, leiding- en bedradingsschema tekenen (handmatig en/of met CAD-pakket). 23.12. een residentieel bord plaatsen volgens de instructies van de ontwerper. 23.13. de samengestelde delen van een verkregen ontwerp monteren. 23.14. een residentieel bord bedraden.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 46 23.15. de voedingskabel invoeren en verbinden met de aansluitscheider. 23.16. een meterkast plaatsen. 23.17. de installatie uitvoeren conform de richtlijnen van de distributiebeheerder. 23.18. bordcomponenten volgens de bord lay-out van het verdeelbord bedraden. 23.19. schakelmateriaal en verbruikers kiezen, plaatsen en aansluiten. 23.20. residentiële verdeelborden uitmeten (op kortsluiting, op continuïteit van de aarding, op functionaliteit ). ATTITUDES De leerlingen willen een veilig en goed werkend verdeelbord maken. 23.21. 23.22. een verdeelbord systematisch uitmeten. CONTEXT De leerlingen voeren opdrachten uit tijdens schoolactiviteiten of thuis. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Leer de leerlingen de bijsluiter van schakelcomponenten lezen en interpreteren. Bord eerst spanningsloos uitmeten. Je kan een kwh-meting demonstreren met een elektrische verwarming. Soorten metingen: doormeting van kringen, isolatiemeting, weerstandsmeting, meting op kortsluiting, meting op functionaliteit. Voorbeeld meterkast: 25s60-kast, frame voor de meetmodule (kwh-meter), kabel correct doorvoeren, scheiderblok plaatsen Volg de richtlijnen van de lokale distributienetbeheerder (bijv.: energiekabel ).
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 47 DECR. NR Competentie 24. De leerlingen installeren en sluiten verlichtingsinstallaties aan KENNIS 24.1. soorten lampen: halogeenlampen, fluorescentielampen, ledverlichting, spaarlampen aanduiden. 24.2. duurzame technologieën toelichten. 24.3. de werking van éénfasige transformatoren beschrijven. 24.4. gegevens en de beveiliging van éénfasige transformatoren toelichten. VAARDIGHEDEN 24.5. leidingstracés uitzetten voor kabelgoten en kabels volgens de instructie. 24.6. verdelingen maken van het stroomnetwerk naar de verschillende lichtpunten. 24.7. ééndraad-, situatie- (grondplan), stroombaan-, leiding- en bedradingsschema ontwerpen. 24.8. ééndraad-,situatie-, stroombaan-, leiding- en bedradingsschema tekenen (handmatig en/of met CAD-pakket). 24.9. verlichtingsarmaturen plaatsen. 24.10. de verlichtingsarmaturen verbinden. 24.11. draaddoorsnede bepalen aan de hand van een reële situatie. 24.12. railsystemen plaatsen voor het bevestigen van verlichtingsarmaturen in plafonds, valse plafonds en muren (D). 24.13. indien nodig transformatoren plaatsen bij de lampen en aansluiten (transfokasten). 24.14. een starter en voorschakelapparatuur bij fluorescentielampen plaatsen en aansluiten (D).
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 48 het juiste type lampen in de armaturen plaatsen. 24.15. bescherming tegen opwarming van de isolatie van de geleiders toepassen. 24.16. ATTITUDES De leerlingen willen een optimale verlichting realiseren vertrekkende van het verlichtingsdossier. 24.17. de juiste montagemethode hanteren. 24.18. CONTEXT De leerlingen voeren opdrachten uit tijdens schoolactiviteiten of thuis. SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN Sta voldoende stil bij duurzame verlichtingsconcepten. Verklaar het bestaan van verschillende types TL-lampen aan de hand van mogelijke toepassingen. Besteed voldoende aandacht aan het gebruik van de juiste draaddoorsnede bij halogeenverlichting en aan de beveiliging van gewikkelde transformatoren.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 49 4. Algemene pedagogisch-didactische wenken DIFFERENTIATIE Er worden leerplandoelstellingen voorzien om aan differentiatie te doen zodat de leerkracht kan inspelen op de verschillende interesses, leerstatus en leerprofielen van de leerlingen. Deze differentiatiedoelstellingen worden cursief gedrukt en aangeduid met een D. PROJECTMATIG WERKEN Een project bestaat uit verschillende fasen: toelichten van de opdracht plan van aanpak uitvoeren volgens plan van aanpak tonen van het resultaat evaluatie Voorbeelden van projecten kan je terugvinden op de virtuele klas elektronica/elektriciteit. HANDELINGSWERKWOORDEN Kennis Herkennen: Aanduiden: Toelichten: Beschrijven: Omschrijven: Verklaren: Definiëren: het juiste gereedschap, materiaal kunnen nemen. juiste benaming kunnen geven (bijv. normalisatie en types). kennis die nodig is om het juist te gebruiken (bijv. gebruik van gereedschappen) aan de hand van (concrete) voorbeelden begrijpelijk maken. principiële werking geven, in woorden schetsen. theoretisch benadering/begrippen. nauwkeurig de bijzonderheden van iets aangeven. formules verklaren (de formule ter beschikking krijgen en uitleggen). (blok)schema krijgen en uitleggen. formules kunnen weergeven en uitleggen. Vaardigheden De keuze verantwoorden: linken leggen met de theorie en berekeningen. Lezen: schema kunnen volgen en toepassen. Begrijpen: schema s kunnen begrijpen om uiteindelijk geen schema meer nodig te hebben en uitbreiding aan toevoegen. Interpreteren: werking verstaan, fouten zoeken, wijzigingen aanbrengen.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 50 LEERLIJNEN 2e graad 3e graad in teamverband werken verbruikte materialen registreren materiaal in werkbox materiaal in een reële situatie informatie geven correcte doelgerichte rapportering mondeling ook schriftelijk werken met oog voor veiligheid, energie, kwaliteit en welzijn toepassingen van het AREI enkel de gemaakte toepassingen in de 2de toepassingen van de 3de graad graad BA4/BA5 werkplaatsreglement juiste procedure werken op hoogte volgens de veiligheidsvoorschriften ladders ook rolsteigers, stellingen theoretisch hoogtewerker gepaste machines en gereedschappen gebruiken enkel de gebruikte machines en ook de gebruikte machines en gereedschappen gereedschappen in de 2de graad van de 3de graad opslaan, reinigen en de staat controleren ook herstellen De leerlingen organiseren de eigen taken in functie van een dagplanning planning eigen werk plannen ook aanbevelingen doen bestellingen plaatsen belangrijkste gegevens volgens oefening in volledige bestelbon werkbox technisch dossier oefening in werkbox reële situatie De leerlingen voeren voorbereidende werkzaamheden uit benodigde gereedschappen, machines en materialen materialenlijst ook klemmenlijst, kabellijst, verbindingslijst Elektrische begrippen éénfasige transformator: enkel ook driefasige transformator: nullast- en spanningsverlaging kortsluitproef enkelvoudige wisselstroomkringen samengestelde wisselstroomkringen De leerlingen stellen een installatie in werking en voeren controles uit eigen ontworpen residentiële installatie residentiële, tertiaire en industriële installatie De leerlingen verlenen assistentie, stellen de installatie in werking en voeren controles uit klassiek (niet-complex) tertiaire installatie niet klassiek (complexe) tertiaire en industriële installatie De leerlingen stellen een diagnose van een storing residentiële en tertiaire installatie tertiaire en industriële installatie De leerlingen zetten veilig leidingtracés uit volgens de instructies enkel van de basisschakelingen ook van motorschakelingen, meeste gebruikte symbolen alle gebruikte symbolen residentieel en tertiair industrieel
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 51 De leerlingen trekken draden en/of kabels voor de verschillende stroomkringen in elektrische installaties voor het aansluiten van diverse toestellen éénfasig ook driefasig Keuze draden volgens AREI met berekeningen De leerlingen plaatsen het aardingssysteem en sluiten aan residentieel ook industrieel en tertiair werfkast doel en werking link leggen naar de netstructuren De leerlingen bevestigen en sluiten materiaal voor laagspanning/mono-en driefasig aan basisschakelingen residentieel, tertiair, industrieel schakelaars: residentieel industriële schakelaars stopcontacten: residentieel industrieel 230V ook 3-fasig soorten schema s residentieel domoticasysteem eenvoudig CAD-pakket complexer CAD-pakket De leerlingen monteren en sluiten op zeer lage spanning aan (telefonie, informatica ) voorgeprogrammeerde modules inbraakalarm, brandalarm, domotica basiskennis Logo grondige kennis Logo De leerlingen plaatsen, monteren en bedraden verdeelborden Soorten verdeelborden basisschakelingen residentieel, industrieel en tertiair De leerlingen installeren en sluiten verlichtingsinstallaties aan residentieel industrieel theoretische werking gasontladingslampen éénfasige transformatoren ook driefasig
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 52 5. Minimale materiële vereisten 1 ALGEMEEN Vaste beamer + projectiescherm aanwezig in het vaklokaal Centrale PC of laptop aangesloten op het internet + (laser)printer aanwezig in het vaklokaal Werkbanken met bankschroef Kleine trapladder Om de leerplandoelstellingen geïntegreerd te realiseren is het noodzakelijk dat de lessen steeds gegeven worden in een daartoe aangepast vaklokaal. PC s (voldoende aantal) met aangepast software (o.m. CAD-programma) Kopieën van bijgeleverde aansluitschema's Geïnstalleerde werkboxen met spanningsvoorziening, voorzien van de benodigde beveiliging en best met een sleutelcontact, zodat de leerkracht de opstelling zelf kan bedienen Set didactische componenten om de verschillende formules (wet van Ohm, vermogen, weerstand van geleiders, schakelen van weerstanden) te kunnen afleiden Set didactische componenten om de eigenschappen van het magnetisme, het elektromagnetisme, de elektromagnetische krachtwerking en de elektromagnetische inductie aan te tonen. SPECIFIEK (per groep leerlingen) Voldoende multimeters Labovoeding (gelijkspanning), functiegenerator Nodige meettoestellen voor de laboproeven Een set didactisch materiaal om de laboproeven te realiseren Set geïsoleerde schroevendraaiers Set platte steeksleutels Set ringsleutels Set inbussleutels Set geïsoleerde tangen (combinatie, zijkniptang, striptang, bektang ) Ontmanteltang voor kabel Tang voor drukverbindingen Gereedschap voor het aansluiten en bewerken van data- en telefoniekabels Hamer Beitel Zaag Kabelmes Vijlen Rolmeter of vouwmeter Pasdarm Smetkoord 1 Inzake veiligheid is de volgende wetgeving van toepassing: - Codex - ARAB - AREI - Vlarem Deze wetgeving bevat de technische voorschriften die in acht moeten genomen worden m.b.t.: - De uitrusting en inrichting van lokalen; - De aankoop en het gebruik van toestellen, materiaal en materieel. Zij schrijven voor dat: - Duidelijke Nederlandstalige handleidingen en een technisch dossier aanwezig moeten zijn; - Alle gebruikers de werkinstructies en onderhoudsvoorschriften dienen te kennen en correct kunnen toepassen; - De collectieve veiligheidsvoorschriften nooit mogen gemanipuleerd worden; - De persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig moeten zijn en gedragen worden, daar waar de wetgeving het vereist.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 53 Waterpas (eventueel laserwaterpas) Lichte soldeerbouten. liefst op ZLVS (vb. 24 V) Hete luchtblazer voor krimpkous Elektrische schroevendraaier Boormachine Boorhamer Set boren Klokboor Universeel meettoestel KWh-meter Isolatie en aardingsmeter Plooiveer Trekveer Waterpas Aardingssystemen Verlichtingsarmaturen Communicatiesystemen Voorgeprogrammeerde modules Logische stuurmodules Elektrische veiligheidscomponenten Wandgootsystemen Bevestigingsmaterialen, fixeermateriaal, bouwstoffen PBM en CBM in functie van de risico- analyse Verbruiks- en installatiemateriaal afhankelijk van de uitgevoerde oefeningen
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 54 6. Evaluatie Doelstelling Evaluatie wordt beschouwd als de waardering van het werk waarmee leraar en leerlingen samen bezig zijn. Het is de bedoeling dat zowel de leraar als de leerling informatie krijgen over het bereiken van de doelstellingen en over het leerproces. De leraar gebruikt deze informatie bij toekomstige besluiten over het leerproces van de leerlingen en het onderwijsleerproces (bijv. de instructie en begeleiding van de leraar). Daarenboven is evaluatie de evaluatie- en rapporteringspraktijk een belangrijke pijler binnen de kwaliteitszorg van de school en als dusdanig spoort de evaluatie met de schoolvisie op leren. Omdat evaluatie naar de leerlingen toe eenvormigheid moet vertonen over de vakken en de leerjaren heen, is het logisch dat: de school hierover haar visie ontwikkelt. de betrokken leerkrachten deze visie concretiseren voor hun vak in de vakgroepwerking. De leerling en zijn ouders vinden in de rapportering (score, commentaar, remediëring) bruikbare informatie over de doelmatigheid van de gevolgde studiemethode. Competentiegericht evalueren Competentiegericht evalueren houdt in dat de leraar de kennis, vaardigheden en attitudes geïntegreerd beoordeelt. De leraar beoordeelt op welke manier competenties gebruikt worden bij het oplossen van authentieke of levensechte problemen op meerdere momenten tijdens het leerproces en via verschillende evaluatiemethoden. De leerling zelf is bij competentiegerichte evaluatie sterk betrokken en neemt onder begeleiding van de leraar ook een toenemende verantwoordelijkheid hierin. De complexiteit van de situatie en de verantwoordelijkheid en zelfstandigheid van de leerling hierin hangen af van de competentie van de leerlingen. Er zijn verschillende soorten competentiegerichte evaluatievormen en -instrumenten: bijv. het portfolio, casusopdrachten, simulaties, authentieke opdrachten (bijv. op de werkplek), reflectiegesprekken of verslagen, beoordelingsformulieren (a.d.h.v. gedrags- of prestatie-indicatoren scores geven, zie verder), zelf-, peer- of co-evaluatie. Het gaat niet zozeer om welke evaluatievorm de beste is, wel om afwisseling te brengen in de evaluatiepraktijk gezien de verscheidenheid aan leerlingen. Het kiezen van de juiste evaluatievorm hangt af van het doel van de evaluatie (bijv. de manier van aanpak toetsen, samenwerking beoordelen, het resultaat of product beoordelen ) en het moment waarop je evalueert (bijv. tijdens of na het leerproces). Feedback geven zorgt ervoor dat de evaluatiemethoden krachtige leerinstrumenten worden. Effectieve feedback beantwoordt volgende vragen: hoe doet de leerling het, wat is het doel van de leerling en wat nu? Bij het ontwerpen van competentiegerichte evaluatieopdrachten wordt vaak aan de opdracht een beoordelingsinstrument gekoppeld (= wat we beoordelen). Daarin staan gedragsindicatoren: er wordt beschreven welk gedrag de leerling moet laten zien of aan welke kwaliteitseisen de leerling in het proces of het product moet voldoen.
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 55 Kwaliteitsvol evalueren De evaluatie zelf moet voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen, wil er aan de hand van de resultaten een zinvol oordeel over de competentieontwikkeling van een leerling geveld kunnen worden. Valide: meten wat je moet meten. Bij competentiegericht onderwijs betekent dit dat de leraar meet in hoeverre de leerling in staat is om problemen op te lossen door kennis, vaardigheden en attitudes geïntegreerd in te zetten. Betrouwbaar: evaluatieresultaten worden niet beïnvloed door toevalligheden en storende factoren. Eerlijk. Generaliseerbaar naar andere taken. Cognitieve complexiteit: vraagt de taak om probleemoplossend vermogen, kritisch denken, begrip, metacognitieve processen. Efficiëntie: een toets moet zoveel mogelijk informatie verschaffen tegen een zo laag mogelijke kost. Transparantie over de evaluatiecriteria. Authenticiteit van problemen/situaties. Impact op het leerproces en onderwijsproces. Bronnen BERBEN, M. & VAN TEESELING, M, Differentiëren is te leren. Omgaan met verschillen in het voortgezet onderwijs., CPS Onderwijsontwikkeling en advies, Amersfoort, 2014. CASTELIJNS, J., SEGERS, M. & STRUYVEN, K., Evalueren om te leren. Toetsen en beoordelen op school, Coutinho, Bussum, 2011. CLUITMANS, J.J. & DEKKERS, M.A.F., Aan de slag met competenties. Een kennisbasis over competentiegericht leren voor de onderwijsprofessional., OAB drs. M.A.F. Dekkers bv, Nuenen, 2009. COUBERGS, C., Struyven, K., Engels, N., COOLS, W. & DE MARTELAER, K., Binnenklasdifferentiatie. Leerkansen voor alle leerlingen., Acco, Leuven, 2013. COUBERGS, C. & STRUYVEN, K., Zomerdriedaagse. Verschillen als troef., Brussel, 1-3 juli 2014. DOCHY, F. & NICKMANS, G., Competentiegericht opleiden en toetsen. Theorie en praktijk van flexibel leren., Lemma BV, Utrecht, 2005. HARRE, K., SMEYERS, L. & VANHOOF, J., Evaluatiepraktijk op school. 10 pijlers voor een kwaliteitsvolle leerlingenevaluatie, Politeia nv, 2014. HATTIE, J., Leren zichtbaar maken., Abimo, 2013. KLATTER, E., Visiedocument evalueren, beoordelen en kwalificeren van competentieontwikkeling, Stichting Consortium Beroepsonderwijs, 2011. Steunpunt Diversiteit en Leren, Evalueren om te leren. Document geraadpleegd op 19/11/2014: http://www.diversiteitenleren.be/sites/default/files/evalueren_om_te_leren_0.pdf
TSO tweede graad Specifiek gedeelte Elektrotechnieken 56 7. Bibliografie Een actuele bibliografie kan teruggevonden worden in de virtuele klas Elektronica/elektriciteit.