de oosterpoort programma 16 oktober, 20.15 uur philippe jaroussky & ensemble artaserse
Programma G.F. Händel (1685-1759) Ouverture uit Radamisto Recitatief Son pur felice en aria Bel contento uit Flavio Concerto 1 opus 6, nr. 4 Allegro Recitatief Son stanco en aria Deggio morire oh stelle! uit Siroe Concerto 8 opus 6, nr. 3 Grave / Andante allegro Aria Se potessero i sospir miei uit Imeneo Concerto 4 opus 6, nr. 3 Largo / Allegro Recitatief Vieni d empietà en aria Vile, se mi dai morte uit Radamisto pauze
Concerto grosso 2 opus 6, nr. 3 Recitatief Che mi chiama alla gloria en aria Se parla nel mio cor uit Giustino Concerto 6 opus 6, nr. 2 Concerto 3 opus 3 Largo Recitatief Inumano ratel en aria Stille amare uit Tolomeo Concerto 4 opus 6, nr. 1 en 2 Aria Ombra cara uit Radamisto Concerto 3 opus 3, nr. 3 Recitatief Privarmi ancora en aria Rompo i lacci uit Flavio
Philippe Jaroussky Philippe Jaroussky (1978) is een Franse contratenor. Hij is vooral bekend van zijn interpretatie van barokmuziek, maar zingt ook moderne Franse chansons. Jaroussky begon op zeer jonge leeftijd met muziek: op 11-jarige leeftijd speelde hij viool, vier jaar later kwam daar de piano bij om uiteindelijk te kiezen voor zijn stem als instrument. Jaroussky nam diverse CD s op en won verschillende prijzen waaronder die van beste Franse lyrische zanger in 2007 en hij werd genomineerd voor een Grammy Award voor Beste Opera Opname. Ensemble Artaserse Aanvankelijk werd het ensemble gevormd door een kern van musici die zich toelegden op de Italiaanse muziek uit het begin van de 17e eeuw, met Christine Plubeau (viola da gamba), Claire Antonini (theorbe), Yoko Nakamura (klavecimbel en orgel) en Philippe Jaroussky (contratenor). In oktober 2002 gaven zij hun eerste concert in het Théâtre du Palais-Royal. Gaandeweg traden andere musici toe met de bedoeling de muziek uit de 18e eeuw te vertolken. Er volgden vele optredens op festivals zoals Ambronay, Sablé, Pontoise, het Festival de Musique Ancienne in Lyon, in de Salle Gaveau in Parijs, het Théâtre du Châtelet, het Palau de Musica in Valence en het Barbican Center in Londen. In het seizoen 2010-2011 maakte Ensemble Artaserse haar debuut in het Théâtre des Champs-Élysées met Philippe Jaroussky en Andreas Scholl en er volgde een succesvolle tournee door Duitsland en Japan. In het voorjaar van 2017 is een Händel-cd opgenomen met Philippe Jaroussky. Deze zal in het najaar van 2017 verschijnen.
Toelichting G.F. Händel Händel was lange tijd vooral bekend vanwege zijn orkestmuziek en oratoria. We mogen echter niet vergeten dat hij de belangrijkste operacomponist was van de barok en dat hij het grootste deel van zijn energie en zijn leven wijdde aan theatermuziek. Al op jonge leeftijd was hij een bekend organist, eerst in zijn geboortestad Halle (1702) waar hij tevens zijn rechtenstudie afmaakte, en later als kapelmeester bij de opera van Hamburg (1707). Zijn vader, kamerdienaar en lijfchirurg van de Saksische en Brandenburgse keurvorsten, was niet blij met zijn keuze. De hertog van Saksen-Weissenfels zorgde er echter voor dat de jongen les kreeg van de organist Zachau. Na drie jaar les ging Händel naar Berlijn (1696), waar hij kennis maakte met Italiaanse muziek en musici. Bij de Hamburgse opera verschenen in 1705 zijn eerste opera s, Almira en Nero. In 1706 vertrok Händel naar Italie, overgehaald door Gian de Medici, prins van Toscane. Via Bologna, waar hij voor het eerst castraten hoorde zingen en hun zangtechniek kon bestuderen, kwam hij in Florence. Vervolgens verbleef hij in Rome, Napels en Venetië, waar zijn opera Agrippina veel succes had. Als een gevierd man keerde hij in 1710 terug naar Duitsland, en werd benoemd tot hofkapelmeester van de keurvorst van Hannover. Ook ging hij in dat jaar voor het eerst naar Londen. Zijn tweede bezoek (1712), zou duren totdat zijn vorst Koning van Engeland werd. De nationale opera van (*Henry Purcell) beleefde hier een kortstondige bloeitijd, maar meteen hierop deed de Italiaanse opera zijn intrede, voor Händel een nieuwe uitdaging. In twee weken schreef hij de opera Rinaldo (1711), die meteen een succes was. Na twee minder geslaagde opera s, Il pastor Fido (1712) en Teseo (1712), componeerde hij ter gelegenheid van de Vrede van Utrecht het Te Deum (1713). De roem die hij hiermee oogstte, maakte van hem een leidende figuur in het Londense muziekleven. Hij schreef veel gelegenheidswerken, waaronder de elf Chandos anthems (1716-1718), gecomponeerd op het kasteel van de Hertog van Chandos. Vanwege zijn successen kon hij in 1720 een eigen opera-onderneming openen, genaamd de Royal Academy of Music. In de jaren hierna componeerde hij een hele reeks opera s, maar in 1728 ging de Academy failliet. In Napels leerde hij de nieuwste operastromingen kennen. Vol nieuwe energie richtte hij een jaar later in Londen opnieuw een onderneming op, en schreef opnieuw een reeks opera s. De smaak van het publiek was echter veranderd, de bloeitijd van de Italiaanse opera s was voorbij. Händel ging zich in toenemende mate richten op het oratorium. Zijn meesterwerk, het oratorium The Messiah (1742), werd uitbundig ontvangen en sinds die tijd wijdde hij zich nog uitsluitend aan dit genre.
Händel was een realist, die rekening hield met de smaak van het publiek en de politieke stromingen. Hij hechtte veel belang aan zijn vrijheid en weigerde daarom een eredoctoraat, toegekend door Oxford omdat hij bang was dat dit verplichtingen met zich zou brengen. Met vorsten, de adel en de allerrijksten leefde hij op gelijke voet. Zijn naturalisatie tot Engelsman veranderde zijn levensstijl niet. Zijn gewoontes en omgangstaal bleven Duits. De opera s van Händels in de toenmalige Italiaanse stijl, hebben weinig actie. Maar de kwaliteit van zijn muziek is veel groter dan bij veel van zijn Italiaanse tijdgenoten. Ze bestaan meestal uit een serie aria s, enkele duetten of terzetten en een slotkoor. Händel componeerde zijn werken meestal voor bepaalde stemmen zoals voor de castraatzangers Senesino, Bernacchi en Carestini. Pas de laatste dertig jaar kregen zijn opera`s weer erkenning. Zijn begrafenis in Westminster Abbey was er een met vorstelijke allure.
Ensemble Artaserse Raul Orellana, concertmeester en viool Petr Ruzicka, viool Guillaume Humbrecht, viool Patrick Oliva, viool José Manuel Navarro, viool Koji Yoda, viool Paula Waisman, viool Katia Krasutskaya, viool Marco Massera, altviool Inigo Aranzasti Pardo, altviool Elisa Joglar, cello Ruth Verona, cello Guillaume Arrignon, contrabas Yoko Nakamura, klavecimbel Marc Wolff, theorbe Guillaume Cuiller, hobo Vincent Blanchard, hobo Evolaine Kinert, fagot