f Temperatuurregeling met ontdooifunctie Bedieningshandleiding 5311073-01/07 Type: TAR 1180 TAR 1180H Softwareversie r16 TAR 1180/24 TAR 1180 V TAR (2)3180 Algemeen Universele temperatuurregeling met cyclische ontdooifunctie en 2 relaisuitgangen. Het tweede relais kan een regelrelais, een waarschuwingsrelais of een ontdooi- of ventilatorrelais zijn, zodat de regeling zowel als 2- of 3-puntsregeling voor allerlei toepassingen als eenvoudige koelingregeling (bijvoorbeeld in koelmeubelen) kan worden toegepast. Bedieningselementen a b c e a. Aanduiding relaisstatus (knipperend = antipendeltijd loopt) b. AAN = ontdooien c. AAN = relais 2 AAN (knipperend = alarmherhalingstijd loopt) d. Programmeertoets e. Waarde verlagen f. Waarde verhogen d De bediening is erg eenvoudig. Wanneer de regeling ingeschakeld wordt, wordt het typenummer van het apparaat (180) weergegeven, dat na ongeveer drie seconden vervangen wordt door de gemeten werkelijke waarde. Parameters weergeven en wijzigen Druk op 'P'. Op het display wordt het parameternummer weergegeven Druk opnieuw op 'P' en selecteer de gewenste parameter Druk nogmaals op 'P'. De waarde van de geselecteerde parameter wordt weergegeven Druk op ' ' om de parameterwaarde te wijzigen Druk nogmaals op 'P'. De nieuwe waarde wordt opgeslagen en het parameternummer wordt opnieuw weergegeven. Instellingen vergrendelen De nominale regeltemperatuur en de code kunt u naar eigen inzicht instellen. Alle andere parameters zijn beveiligd door een code. Het codenummer is voor alle apparaten -- 88 --, U voert de code als volgt in: Druk op 'P'. Selecteer met behulp van ' ' parameter P21, Druk nogmaals op 'P'. Stel het codenummer (88) in met behulp van ' '. Druk nogmaals op 'P'. Het parameternummer wordt weer weergegeven. Wanneer u niet binnen 1 minuut een toets indrukt, moet de code opnieuw ingevoerd worden. Handmatig ontdooien AAN Houd, terwijl de gemeten (werkelijke) waarde wordt weergegeven, de toets ' ' minimaal 2,5 s ingedrukt. Handmatig ontdooien UIT Houd, terwijl de gemeten (werkelijke) waarde wordt weergegeven, de toets ' ' minimaal 2,5 s ingedrukt. Alarm resetten Een alarmmelding kan alleen gereset worden (door een willekeurige toets in te drukken) wanneer de werkelijke waarde weergegeven wordt (het waarschuwingsrelais valt dan weer af). Als er een herhalingstijd voor alarmen ingesteld is, wordt het relais na de met P15 ingestelde tijd opnieuw bekrachtigd. Tijdens een ontdooicyclus wordt de alarmtimer gestopt. Regelingtype/versie uitlezen Houd 'P' ingedrukt. Na minimaal 2 s wordt het regelingtype (180) en vervolgens de softwareversie (r16) weergegeven. Lees voor ingebruikname deze bedieningshandleiding aandachtig door! Door onoordeelkundig gebruik vervalt de garantie. Deze documentatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. Desondanks kunnen wij niet garanderen dat de informatie in deze documentatie volledig correct is.
Parameterlijst en toelichting P01 Werkelijke waarde op de regelingvoeler in C/ F (alleen uitlezing) *P02 Nominale regeltemperatuur 1, zonder code instelbaar. Heeft betrekking op relais K1, bereik P04...P05 P03 Schakelhysterese van P02. Bereik 2...20 K [2 K] P04 Hoogste instelbare nominale regeltemperatuur Bereik -50..+100 C (-58..212 F), geldt uitsluitend voor P02. [+100 C] P05 Kleinste instelbare nominale regeltemperatuur Bereik -50 C/-58 F...P04. [-50 C] P06 Schakelgedrag van het relais. Uitsluitend instelbaar met code 70! Koelen = relais bekrachtigt bij stijgende temperatuur Koelen, relatief = relais bekrachtigt bij stijgende temperatuur, nominale temperatuur 2 (P13*) is de schakelafstand tot P02. Vriezen = relais valt af bij stijgende temperatuur Verwarmen = relais bekrachtigt bij dalende temperatuur Verwarmen, relatief = relais bekrachtigt bij dalende temperatuur, nominale temperatuur 2 (P13*) is de schakelafstand tot P02. Alarm AAN = relais bekrachtigt bij melding Alarm UIT = relais valt af bij melding. Het uitschakelpunt is altijd de ingestelde nominale temperatuur. P07 P08 P09 Niet beschikbaar voor TAR 1180 H Relais K1 Relais K2 01 Koelen Alarm AAN 02 Vriezen Alarm AAN 03 Verwarmen Alarm AAN 11 Koelen Alarm UIT 12 Vriezen Alarm UIT 13 Verwarmen Alarm UIT 21 Koelen Ontdooicyclus 22 Vriezen Ontdooicyclus 23 Verwarmen Ontdooicyclus 31 Koelen Ventilator 32 Vriezen Ventilator 33 Verwarmen Ventilator 41 Koelen Koelen 42 Vriezen Koelen 43 Verwarmen Koelen 51 Koelen Verwarmen 52 Vriezen Verwarmen 53 Verwarmen Verwarmen 61 Koelen Koelen, relatief 62 Vriezen Koelen, relatief 63 Verwarmen Koelen, relatief 71 Koelen Verwarmen, relatief 72 Vriezen Verwarmen, relatief 73 Verwarmen Verwarmen, relatief Uitlezingmodus/voelertype Uitsluitend instelbaar met code 70! 0 = TF201/ C; 1 = TF201/ F; 2 = TF202/ C; 3 = TF202/ F, [0] Correctiefactor voelertemperatuur en werkelijke waarde. Bereik ±10 K respectievelijk ±18 F Ontdooimodus 1= cyclisch ontdooien De ontdooifunctie wordt steeds gestart nadat het met P10 ingestelde interval verstreken is. De tijd begint te lopen wanneer het apparaat ingeschakeld wordt. 2 = Ontdooien na bedrijfsduur. De duur van de inschakelperiodes van het koelrelais (1) worden opgeteld en opgeslagen. Wanneer de totale inschakeltijd groter wordt dan de met P10 ingestelde waarde, wordt een ontdooicyclus gestart. De totaalteller wordt dan weer gereset. 3 = zoals 1 + Display Hold 4 = zoals 2 + Display Hold (DH) Display Hold-functie Hiermee kunt u tijdens het ontdooien de gemeten waarde 'bevriezen'. Tijdens de ontdooicyclus wordt op het display de werkelijke waarde weergegeven op het moment dat de ontdooicyclus gestart werd. Nadat de ontdooicyclus voltooid is, wordt de temperatuur opnieuw gemeten wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: de gemeten waarde is lager geworden dan de weergegeven temperatuur + 2 graden of automatisch na 15 minuten De Display Hold-functie wordt in de modi (P09) 3-4 geactiveerd. P10 P11 Ontdooicyclus/Machinebedrijfstijd. Bereik 1...99 uur [4 uur] Ontdooicyclusduur. 0...99 min., 0 = Geen ontdooicyclus [15 min.] Daarna wordt de koeling weer ontgrendeld.
De werking van de parameters P12 - P15 is afhankelijk van de configuratie van relais 2 (alarmrelais of regelrelais) Relais 2 is geconfigureerd als alarmrelais: P12 P13 P14 P15 Bovenste alarmtemperatuur. Bereik -50...+100 C [+26 C] Onderste alarmtemperatuur. Bereik -50 C...P12 [-50 C] Alarmvertraging 1...99 min. [60 min.] Alarmherhaaltijd na resetten. 0...99 min., 0 = geen alarm meer na resetten [15 min.] Relais 2 is NIET als alarmrelais geconfigureerd: P12 geen functie P13 Nominale temperatuur 2, respectievelijk schakelafstand tot P02 P14 Hysterese van P13 (2-20 K) P15 Nalooptijd ventilator. Na einde koelcyclus, 0...99 min. P16 Antipendeltijd koeling. 0...99 min. [2 min.] P17 Info: resterende tijd tot volgende ontdooicyclus P18 Info: resterende looptijd huidige ontdooicyclus P19 Info: resterende looptijd alarmvertraging P20 Info: antipendeltijd *P21 Code om ongewenste bediening te voorkomen; codenummer is - 88 -, voor parameter P06/P07-70 -. De met '*' gemarkeerde parameters kunnen zonder code gewijzigd worden. De standaardwaarden zijn de ingestelde regelingwaarden bij uitlevering. De tussen haakjes [ ] geplaatste waarden zijn de fabrieksinstellingen. Werking De via een voeler gemeten temperatuur wordt door een microprocessor verwerkt en weergegeven. Op basis van een vergelijking van de werkelijke waarde en de nominale regeltemperatuur wordt het uitgangsrelais (afhankelijk van de configuratie) aangestuurd. Voeler en uitlezing U kunt 2 verschillende voelertypen gebruiken en waarden naar keuze weergeven in C of F (instelbaar met P07). Relais configureren De beide uitgangsrelais kunnen met parameter P06 voor verschillende taken geconfigureerd worden. (Zie de parameterlijst, alleen instelbaar met behulp van code 70). Temperatuuralarm Wanneer de gemeten werkelijke waarde buiten het bereik van de grenswaarden komt (ingesteld met P12/P13), kan het apparaat een alarmmelding genereren als relais K2 geconfigureerd is als waarschuwingsrelais. Alarm resetten zie pagina 1 Ontdooien De ontdooicyclus wordt gestart door een cyclustimer. Tijdens de ontdooicyclus is de koeling geblokkeerd. De eerste ontdooicyclus wordt gestart na de met parameter P10 ingestelde tijd. Wanneer P11 de waarde '0' heeft is de ontdooifunctie uitgeschakeld. Relais K2 kan naar keuze als ontdooirelais om een verwarmingselement te schakelen geconfigureerd worden. Tip: als relais 1 geconfigureerd is voor verwarmen en relais 2 voor ontdooien, wordt de verwarming tijdens een ontdooicyclus geblokkeerd. Handmatig ontdooien AAN/UIT zie pagina 1 Ventilatorbediening Als relais K2 geconfigureerd is als ventilatorrelais, wordt dit relais samen met de koeling en de ontdooicyclus geschakeld. Na het einde van een koelcyclus blijft het ventilatorrelais nog bekrachtigd gedurende de met parameter P15 ingestelde tijd (ventilatornalooptijd). Toepassingsvoorbeeld koeling TAR 1180, relais 1 = koelingrelais relais 2 = alarmrelais voeler
Afmetingen TAR 3180 Achteraanzicht met montageraam Paneel Afdichting Uitsparing Afmetingen TAR 1180 afneembaar Voeding
Installeren/in gebruik nemen Let op! De regeling moet door een erkend elektrotechnisch installateur geïnstalleerd worden. De regeling moet geïnstalleerd worden volgens de ter plaatse geldende veiligheidsvoorschriften. Let op de aansluitwaarde op het typeplaatje. De voelerkabels moeten, wanneer deze verlengd worden, afgeschermd zijn en mogen ook niet naast netspanningvoerende bekabeling geïnstalleerd worden. De afscherming moet aan een zijde geaard worden. De doorsnede van de voelerkabel is ook bij verlenging ervan niet kritisch; gebruik minimaal 0,5 mm 2. Wanneer de regeling ingeschakeld wordt, wordt op het display de gemeten temperatuurwaarde weergegeven. Na invoeren van het codenummer kunt u de basisinstelling van de regeling instellen: relaisschakelgedrag met P06 uitlezing/voelertype met P07 correctiewaarde voor de uitlezing (indien noodzakelijk) met P08 regeltemperatuurbereik (zelf te bepalen) met P04/P05 Daarna kunt u de gewenste nominale temperatuur waarden instellen. Met de parameters P17 tot P20 kunt u informatie opvragen over de resterende vertragingstijd. Storingen Display knippert -> uitlezing -60 = kortsluiting in de voeler Display knippert -> uitlezing 110 = breuk in de voeler Bij een breuk of respectievelijk kortsluiting in de voeler (of wanneer de gemeten waarde buiten het bereik van -60...+110 C ligt) wordt de koeling na 1 minuut uitgeschakeld en genereert de regeling direct een alarmmelding, ongeacht de met behulp van parameter P14 (alarmvertragingstijd) ingestelde waarde. Technische gegevens Werkspanning 12 VAC/DC (12-18 VDC) TAR 1180/24 24 VAC/DC TAR 3180 230 VAC Opgenomen vermogen max. 3,5 VA Relaisschakelvermogen 8 A cos Φ = 1 3 A inductief/250 VAC TAR 1180 V 12 A nominale stroom, 250 VAC Bedrijfstemperatuur -10...+55 C Opslagtemperatuur -20...+60 C Temperatuurbereik -50...+100 C Resolutie 1 K Display LED, rood, 13 mm Relaisstatus 1,2 mm; rood Aansluiting Schroefaansluiting 2,5 mm² Beschermingsklasse IP 54 aan voorzijde TAR 3180 IP 30 Fabrieksinstellingen resetten Houd 'P' ingedrukt en schakel het apparaat in. De volgende informatie wordt dan weergegeven: '180'-'rxx'-'def' (apparaattype, softwareversienummer, standaard). De fabrieksinstellingen zijn nu opnieuw ingesteld. Temperatuurvoeler Temperatuur -20 C -10 C 0 ºC +10 C +20 C +25 C TF201 1366 1493 1628 1771 1922 2000 TF202 683 746,5 814 885,5 961 1000 Weerstand (Ohm)