Heeft u opmerkingen of suggesties i.v.m. deze brochure? Geef ons gerust een seintje! Dienst kwaliteit E-mail: info@jessazh.be Tel: 011 33 55 11 Getunnelde centrale katheter Type Hickman Jessa Ziekenhuis vzw Maatschappelijke zetel: Salvatorstraat 20, B-3500 Hasselt www.jessazh.be versie december 2015 (Object-ID 230193)
Welkom In overleg met uw behandelende arts is er besloten tot het plaatsen van een getunnelde katheter, meer bepaald een Hickman katheter. In deze informatiebrochure vindt u meer uitleg over de ingreep, de katheter en de verzorging ervan. Het is niet altijd gemakkelijk alle informatie die u krijgt te begrijpen, te onthouden en te verwerken. Deze brochure is bedoeld als ondersteuning daarbij, en kan u helpen de gesprekken met uw arts beter te begrijpen. U kan hem natuurlijk ook laten lezen door de mensen uit uw omgeving. Misschien heeft u na het lezen van deze brochure nog vragen. Als dat vragen zijn over uw eigen diagnose of behandeling, stel die vragen dan aan uw arts of de huisarts. Het is aan te raden uw vragen vooraf op te schrijven, zodat u niets vergeet. 1
Inhoud 1. Wat is een getunnelde katheter? p. 4 2. Waarom een Hickman katheter? p. 5 3. Wat is de plaats van de katheter? p.5 4. Inbrengen van de Hickman katheter p. 6 5. Complicaties p. 6 6. Het inbreng- en steekgaatje p. 7 7. Hoe de katheter thuis verzorgen? p. 8 7.1. Stollingsgevaar p. 8 7.2. Infectiegevaar p. 10 7.3. Bloedingsgevaar p. 10 8. Contactgegevens p. 12 2
1. Wat is een getunnelde katheter? Een getunnelde katheter is een centraal veneuze katheter. Dat wil zeggen het uiteinde van de katheter ligt in een groot centraal in het lichaam gelegen bloedvat. Een Hickman katheter is een merknaam dat voor het type centraal veneuze katheter gebruikt wordt. Een Hickman katheter is een ongeveer 70cm lang hol slangetje van silicone, een soort rubber. De katheter heeft na het inbrengen een deel dat zich buiten en een deel dat zich in het lichaam bevindt. Aan het deel dat zich buiten het lichaam bevindt zitten 1 of meerdere uiteinden, ook wel lumina genoemd. Het aantal lumina hangt af van de behandeling die u gaat krijgen. Elk lumen kan afgesloten worden met een dopje of aangesloten worden aan een infuus. Op elk lumen zit een klemmetje bevestigd, hiermee wordt het lumen open en toe gezet. De uiteinden van de lumina zijn vaak verschillend van kleur om ze makkelijker uit elkaar te houden als er een infuus aangekoppeld is. Van het deel dat zich in het lichaam bevindt, loopt er een stukje van de katheter eerst onder de huid door. In dat gedeelte van de katheter bevindt zich een verdikking van een wit, sponsachtig materiaal, de cuff. Deze cuff groeit vast in de huid, zorgt ervoor dat de katheter op zijn plaats blijft zitten en voorkomt dat er bacteriën naar binnen komen. Een stukje naast de cuff gaat de katheter een groter bloedvat in dat net onder het sleutelbeen en net boven de long ligt. 3
4
2. Waarom een Hickman katheter? De katheter wordt geplaatst in een groter bloedvat. Het voordeel hiervan is dat het bloedvat minder snel geïrriteerd raakt door vloeistoffen die via een infuus toegediend worden. De katheter kan worden gebruikt voor het toedienen van bloed, medicijnen (o.a. antibiotica en chemotherapie) en voeding. Dat gebeurt via een infuus dat via een kraantje wordt aangesloten op de katheter. Dit kan soms thuis gebeuren, op de polikliniek en op de verpleegafdelingen. De hoeveelheid en de snelheid van de toe te dienen vloeistof kan geregeld worden door middel van een infuuspomp. Er kan ook bloed via de katheter afgenomen worden. De katheter blijft zitten tot de behandeling afgelopen is. De katheter wordt eerder verwijderd indien er een infectie optreedt of de katheter verstopt geraakt door een bloedstolsel. 3. Wat is de plaats van de katheter? De plaats waar de katheter uit het lichaam komt, kan u van tevoren met de verpleegkundige of de behandelende arts bespreken. Bij het bepalen van de juiste plaats is het van belang te letten op: plaats van de schouderbandjes van de BH plaats van de autogordel zichtbaarheid van de insteekplaats voor u, in verband met de verzorging van de katheter de insteekplaats zit onder de kleding en dus voor anderen niet zichtbaar 5
4. Het inbrengen van de Hickman katheter Het inbrengen van de katheter gebeurt onder lokale verdoving door een chirurg in de operatiekamer. U ligt helemaal plat met de arm naar boven toe, aan de kant waar de katheter komt. De artsen kunnen door deze houding beter bij het bloedvat komen. Tijdens het aanprikken van een bloedvat bestaat er een kans op het per ongeluk aanprikken van de bovenkant van de long, een klaplong genoemd. Na het plaatsen van de katheter wordt er een controle röntgenfoto gemaakt om te controleren of de katheter in het bloedvat ligt en er geen complicaties, zoals een acute klaplong, zijn opgetreden. Als de foto goed is, kan er gestart worden met de behandeling via het infuus. Voor de ingreep moet u een dag en een nacht opgenomen worden in het ziekenhuis. De wondjes bij de inbreng- en insteekgaatjes worden gecontroleerd. De wondjes lekken meestal nog wat vocht na, maar dit is normaal. Het inbrengen van de katheter kan een vervelend gevoel geven. De ingreep duurt normaal een half uur tot een uur. 5. Complicaties Een enkele keer kan het inbrengen van de katheter of het hebben van een katheter ook complicaties opleveren. Op korte termijn kan er wat spierpijn en een stijf gevoel in de schouder ontstaan (aan de kant waar de katheter geplaatst is). Ook kan er soms een grote, blauwe plek ontstaan. Deze plek is pijnlijk, maar trekt vanzelf weg. Ook is het mogelijk dat na de plaatsing van de katheter op de controlefoto blijkt dat de ligging niet goed is. Dan moet de katheter verwijderd worden en een nieuwe worden geplaatst. Tevens is er zoals hierboven genoemd een risico op een klaplong. Indien u een klaplong ontwikkelt, moet u daarvoor apart behandeld worden. 6
Tevens zijn er ook nog op langere termijn complicaties mogelijk door de aanwezigheid van een katheter. Er kan een ontsteking ontstaan bij de insteekplaats van de katheter of een infectie in de bloedbaan omdat er bacteriën via de katheter in de bloedbaan zijn gekomen. U kan koorts en /of koude rillingen krijgen en zich erg ziek voelen. Indien de koorts de bron van infectie is, wordt deze behandeld met antibiotica. De katheter kan verstopt geraken door een bloedpropje (=een trombose). De katheter kan zich na verloop van tijd spontaan gaat verplaatsen. Een aanwijzing hiervoor kan zijn: pijn tijdens de infusie van stoffen in de nek, arm of tussen de schouderbladen. De cuff kan naar buiten komen. Indien de katheter zich dan reeds buiten het bloedvat bevindt, moet deze verwijderd worden. Zorg er altijd voor dat de klemmetjes toe zijn indien de lumina niet gebruikt worden, zodat er geen luchtembolie kan optreden. 6. Het inbreng en insteekgaatje Na het plaatsen van de katheter heeft u 2 wondjes. Bij het sleutelbeen bevindt zich een wondje waardoor de katheter in het bloedvat wordt gebracht = inbrengplaats. Het wondje waardoor de katheter naar buiten komt is de insteekplaats. De 2 wondjes bevinden zich meestal linksboven in de borstkas. De inbrengplaats wordt gehecht (1 week ter plekke laten) en de insteekplaats wordt meestal gelijmd. 7
7. Hoe de katheter thuis verzorgen? Er zijn drie grote gevaren waarvoor u thuis moet opletten: stolling in de katheter, infectiegevaar en bloeding door het losmaken van het afsluitdopje. 7.1. Stolling in de katheter Om te voorkomen dat de katheter verstopt raakt door bloedstolsels, spoelt u om de drie dagen een heparine-oplossing (250 eenheden heparine per lumen of een 1/4 ampul) door het afsluitdopje van de katheter. Indien u een katheter heeft met drie lumens, dan heeft u 3/4 ampul heparine-oplossing nodig. De resterende 1/4 ampul kan achteraf niet meer gebruikt worden en moet worden weggegooid. Werk steeds hygiënisch. Indien u tijdens het verloop van de hieronder beschreven werkwijze de punt van de spuit of naald aanraakt met de vingers, moet u nieuw materiaal gebruiken en herbeginnen bij de eerste stap. Werkwijze 1. Benodigheden drie lumen Hickman katheter Proper werkvlak, bv. gestreken zakdoek of keukenhanddoek Alcoholisch ontsmettingsmiddel (NOOIT ether, aceton,...) Ontsmettingsdoekjes Heparine-oplossing Spuiten van 10 ml Optreknaald (maat 18 G roze kleur) Inspuitnaald (maat 24 G paarse of oranje kleur) 2. Handelingen Was zorgvuldig uw handen en droog ze goed af. Leg het nodige materiaal klaar op een proper werkvlak. Bevochtig een kompres met ontsmettingsmiddel en ontsmet de hals van de heparine-ampul. Hou nu het kompres rond de hals van de ampul en breek ze met het kompres open. Zet nu de geopende ampul rechtop neer. 8
Open de omslag van de spuit langs de zijde van de stamper van de spuit. Open ook de omslag van de naald (maat 18 G = roze kleur) langs de zijde van het gekleurde aanzetstuk) Haal de spuit uit de verpakking en plaats het gekleurde aanzetstuk van de naald zo op de punt van de spuit dat u noch het aanzetstuk, noch de punt van de spuit aanraakt. Verwijder het omhulsel van de naald. De spuit mag nu niet meer neergelegd worden. Neem nu de ampul in uw andere hand en zuig de vloeistof (+/- 2,5 ml) uit de ampul op in de spuit. Let erop dat de naald de buitenrand van de ampul niet raakt. Deze handeling dient herhaald te worden voor elk lumen van de katheter. Bevestig het omhulsel terug op de naald en leg de spuit neer op het werkvlak. Open nu de omslag van de dunne naald (24 G = oranje kleur) langs de zijde van het gekleurde aanzetstuk. Verwijder de dikke naald van de spuit en zet de dunne naald met omhulsel op de spuit. Hou de spuit recht en druk de stamper een beetje in om voorzichtig de luchtbel te verwijderen. Zet het plastic klemmetje dat zich op de verdikking van de leiding bevindt open. Neem het uiteinde van een leiding van de katheter, ontsmet het afsluitdopje grondig en laat het kompres rond het afsluitdopje gedurende 15 seconden. Neem de spuit met de heparine-oplossing en verwijder het omhulsel van de naald. Verwijder het kompres van het dopje en steek de naald tot de helft loodrecht in het midden van het afsluitdopje. Spuit langzaam de inhoud van de spuit (2,5 ml heparine-oplossing) in het lumen van de katheter. 9
Verwijder spuit met naald uit het afsluitdopje en plaats de huls terug over de naald. Sluit het klemmetje van de katheter. Voor de overige lumina dienen dezelfde handelingen gevolgd te worden. Steek gebruikte naalden veilig terug in hun omhulsel. Werp nooit vrije naalden in een vuilniszak. Controleer even of de afsluitdopjes van elk lumen van de katheter nog goed bevestigd zijn. 7.2. Infectiegevaar Om infecties te voorkomen dient u bij iedere manipulatie van de katheter steeds uw handen grondig te wassen en het afsluitdopje goed te ontsmetten met alc. 70% gedurende 1 minuut. Om besmetting aan de insteekplaats van de katheter te voorkomen dient deze afgeschermd te worden door een steriel verband. Controleer dagelijks of het verband nog goed bevestigd is. Vermijd dat het verband vochtig wordt als u zich wast. Indien u niet op de raadpleging of het dagverblijf komt, maakt u een afspraak met een thuisverpleegkundige om 1x per week het verband en de afsluitdopjes te vernieuwen. Ondanks de beste zorgen kan er toch een infectie optreden. Indien dit gebeurt, neem dan contact op met uw huisarts. De symptomen van infectie zijn: temperatuursstijging (koorts) gevoel van irritatie, pijn, warmte en roodheid ter hoogte van het insteekpunt of op het verloop van de katheter 7.3. Bloedingsgevaar Normalerwijze kan het afsluitdopje niet los geraken. Niettemin doet u er goed aan om steeds een reserve-afsluitdopje en een botte klem bij u in de buurt te hebben. Het eventueel loskomen van het afsluitdopje houdt twee gevaren in: ofwel bloedverlies ofwel luchtinlaat (luchtembolie) 10
Met vragen kan u altijd terecht bij de verpleegkundige of de behandelende arts. 11
8. Contactgegevens Afdelingen Hematologie Afdeling C7, tel: 011 33 92 00 Hoofdverpleegkundige Hilde Maes, tel: 011 33 92 01 Afdeling A5, tel: 011 30 91 50 Hoofdverpleegkundige Hilda Dullers, tel: 011 30 91 51 Physician assistant Hematologie Ingrid Geuns, tel: 011 33 92 02 E-mail: ingrid.geuns@jessazh.be Daghospitaal oncologie Dagzaal L0, tel: 011 30 89 51 Dagzaal D5, tel: 011 30 91 54 Secretariaat oncologie Om afspraken te maken Tel: 011 30 99 61 Dienst spoedgevallen Voor urgente zaken, tel: 011 30 99 70 12