Aanvullende handleiding Modbus RTU-module (RS485)

Vergelijkbare documenten
Aanvullende handleiding Modbus RTU-module

Aanvullende handleiding KNX-module

C.M.I. Control and Monitoring Interface. Verkorte handleiding Montage en aansluiten Inbedrijfname. Handleiding versie 1.05 NL

Draadloze ruimtesensor en ontvanger

DL Buskoppelaar/ sensoruitbreiding

Aanvullende handleiding. Relaisversies

CAN-BC2. CAN-Busconverter. Montagehandleiding Programmeerhandleiding. Versie V1.06 NL

ANS 21. Bediening Montagehandleiding. Eénkrings solarregeling. Versie 10 NL. Manual versie 3

TAPPS Onlineschema. Programmering met TAPPS

Aanvullende handleiding UVR1611E-NM/NP

RAS-PLUS (/F) Ruimtesensor met display. Bediening Programmering Montagehandleiding. Version 1.10

RSM610 Regel- en schakelmodule

Analoog - signaalconverter

WNA. Wireless router. Installatiehandleiding. Versie Manual versie 1

Doepke. Dupline. Handcodeerapparaat DHK 1. Bedieningshandleiding /01/10/E

CAN-MTx2 CAN-MTX2-CO2. CAN monitor

Modbuskoppeling Verdyn - Priva (engineering in Priva)

UDV. Montagehandleiding. ¾ universeel driewegventiel. Version 1.00 NL

Handleiding HCS VB5118

CAN-BC. CAN Busconverter. Bedieningshandleiding. Version A NL

Handleiding HCS VB5248

Handleiding HCS VB5224

INSTALLATIE EN GEBRUIKERS HANDLEIDING. Camera 2-draads besturingsmodule. Versie 2.0 April 2017

KEYSTONE. OM8 - EPI 2 AS-Interface module Handleiding voor installatie en onderhoud.

RUIMTEREGELAAR MET STOOKLIJN- VERSTELLING

UVR 16x2. Vrijprogrammeerbare universele regeling. Programmering Deel 2: Functies. Version V1.07

Handleiding HCS VB5238

Draadloze ruimtesensor en ontvanger

Datascan. RMA procedures

MD-GSM. GSM module. Bedieningshandleiding. Versie 1.7 NL

MODBUS remote I/O-unit type MODBUS4S110

PDM-8-MB POM (VOEDING OVER MODBUS) Montage & gebruiksvoorschriften

VDH doc Versie: v1.0 Datum: Software: ALFA75-MTT File: Do WPD Bereik: 0,0/+80,0 C per 0,1 C

Ruimtetemperatuur voelers MODBUS, SHT-A1-MB(-LCD) Ruimte MODBUS. Omschrijving

Modbus. Verhulst VKTrs V1.0 *

UVR16x2 Vrijprogrammeerbare universele regeling

COMPACTE DRAADLOZE SCHAKELAAR

LMS RS485 Modbus Interface

Garantie- en servicevoorwaarden Focus touch P10

COMPACTE DRAADLOZE SCHAKELAAR

APT-200. Tweeweg handzender. Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19

MotorControl gebruiksaanwijzing V3 vanaf softwareversie 2.0e

MOD-I-XP. Vooraanzicht. Kenmerken. MOD-I-XP_ _NL Technische wijzigingen voorbehouden Pagina 1 van 8. Modem voor externe gegevensoverdracht

HeatLink HANDLEIDING 1

Inhoudsopgave. Handleiding: MC v2.0a. Pagina - 1 -

Inhoudsopgave. SNI handleiding. Inhoudsopgave

User Manual DMX 0-10V Demux 8 channel

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 ALED-003 DRAADLOZE LED SPOT

User Manual DMX Universal Demux 8 channel Switch / PWM / Servo / Strobe / Binair

Bedieningshandleiding GTC-II

Bestnr VÖLKNER Terugmeldingsmodule

Gebruiksaanwijzing Teller serie DC50 Versie 2.0 ISO 9001

Gebruikers- en montagehandleiding Pijpdakventilator MPV

MINI INBOUW SCHAKELAAR

TPC-200. Draadloos schakelen via de PC. Handleiding voor de KlikAan-KlikUit TPC-200 PC gestuurde zender en timer

Elektrische verwarming

Tastor Konsum SD Rolluikbesturing

HANDLEIDING DISPLAY. zentralpower S-Serie 3.6 S 4.0 S 5.0 S

SPRAAK MODULE INT-VG. 1. Eigenschappen. 2. Specificaties

Wij danken u hartelijk voor de aankoop van uw LivingLight Color Player Touch en/of Color Player Touch receiver.

Bedieningshandleiding. Vloerverwarmingsthermostaat

Technische handleiding Versie 11/11. PLC-INTERFACE (slave)

Koppelen Centix Datacollecter aan RS-485 device d.m.v. de W&T 58631

Uitsluitend aansluiten op de spanning en frequentie zoals aangegeven op het typeplaatje.

Gebruikershandleiding (NL)

Gebruiksaanwijzing XKM RS232. nl-nl. M.-Nr

Bedieningshandleiding

elero Lumo Gebruiksaanwijzing De handleiding goed bewaren!

TAPPS 2. Versie 1.05 NL. Programmeersoftware

Modbus Verdyn. Revisie geldig vanaf software versie 1T_V1.1

nea smart-ruimtethermostaat Bedieningsinstructie en montagehandleiding

START SET DRAADLOOS SCHAKELEN

Bestnr H-TRONIC 8-kanaals zender

Bedieningshandleiding. Analoge ingang 4-kanaals

7. Gegevens opslag/ overdracht. Inhoudsopgave:

MC 885 HL CMP Hoog/Laag Brander Thermostaat

Otc TopEnd voor Windows-95/98/XP

G A R A N T I E. Fabrieksgarantie 3. editie

ADRESSEERBARE ZONE UITBREIDING int-adr_nl 05/14

HANDLEIDING VASCO TIMER MODULE TIMER MODULE

Het koppelen van de Wago aan de AC500-eco via Modbus RTU. A quick start guide. Jaap Ruiten

SC Standalone 2-deurs toegangscontrolesysteem INHOUD: 1. KENMERKEN. 61 mm. 1

Transcriptie:

Technische Alternative RT GmbH A-3872 Amaliendorf, Langestr. 124 Tel +43 (0)2862 53635 mail@ta.co.at MD-MODB Vers. 1.01 NL Aanvullende handleiding Modbus RTU-module (RS485) Inhoudsopgave Basisprincipes... 1 Inbouw een aansluiting... 2 Modbus RTU 485-aansluiting... 3 Programmering met TAPPS2... 3 Instellingen voor M-Bus-ingangen van de module... 4 Apparaat-instellingen voor Modbus... 4 Master-modus... 4 Slave-modus... 4 Modbus-ingangen... 5 Algemeen Type... 5 Omschrijving... 5 Algemeen Opgaves m.b.t. Modbus-bron... 5 Eenheid... 6 Sensorcheck... 6 Sensorfout... 6 Modbus-uitgangen... 8 Algemeen - Type... 8 Omschrijving... 8 Ingangsvariabele... 8 Algemeen Opgaves m.b.t. eigenschappen... 9 Verzendvoorwaarden... 9 C.M.I. menu... 11 Modbus... 11 Modbus-instellingen... 11 Mastermodus... 11 Slavemodus... 11 Modbus-ingang in mastermodus... 12 Modbus-uitgang im Mastermodus... 13 Modbus-ingang en -uitgang in slavemodus... 14 Basisprincipes De module vormt samen met de CAN-busconverter CAN-BC2 de verbinding tussen de CAN-Bus van Technische Alternative en Modbus RTU. Aanvullend staat een M-Bus-aansluiting voor het koppelen van maximaal 4 M-Busmeters ter beschikking. De programmering geschiedt met de software TAPPS2. De CAN-BC2 inclusief MD-MODB kan via de regelaar UVR16x2, via CAN-MTx2 of de interface C.M.I. bediend worden. Er gelden dezelfde minimale systeemvereisten als bij de CAN-busconverter CAN-BC2. In deze handleiding worden alleen de voor de module relevante eigenschappen beschreven. In de handleiding voor de CAN-BC2 is alle verdere informatie voor de CAN-busconverter opgenomen.

Inbouw een aansluiting 1. Plaatsen van de 2 meegeleverde afstandhouders op de printplaat van de CAN-BC2 2. De module wordt op de daarvoor voorziene pinnen van de printplaat van de CAN-BC2 gestoken. De afstandhouders zorgen voor de juiste afstand tot de print van de converter. Het inbouwen mag alleen bij uitgeschakelde CAN-BC2 geschieden. 3. Aansluiten van de Modbus-kabel met in achtneming van de polariteit (A/+/1, B/-/2) en/ of aansluiten van de M-Bus-kabel Ieder Modbus-netwerk is bij de Terminering Modbus eerste en de laatste netwerkdeelnemer met een 120 busafsluiting te voorzien (met jumper termineren). In een Modbus-netwerk zijn dus altijd twee eindweerstanden (telkens aan het einde) te vinden. Het verwerken van de Modbus-kabel dient volgens de Modbus-richtlijnen te geschieden. Informatie m.b.t. M-Busbekabeling zijn in de handleiding van de CAN-BC2 opgenomen. 2

Modbus RTU 485-aansluiting De Modbus RTU dient ervoor gegevens uit vast gedefinieerde datasecties van een apparaat te lezen of in deze te schrijven. De informatie, welke data in welke datasectie staan, is per apparaat verschillend. Om via Modbus RTU te kunnen communiceren, dienen eerst de Modbus-instellingen gedefinieerd te worden (baudrate, parity en stopbits). Deze module is alleen voor de communicatie via RS485 geschikt. De communicatie geschiedt volgens het master/ slave principe. De communicatie start altijd vanuit de master door een aanvraag. Iedere slave heeft een eigen adres, welke eenmalig toegewezen dient te worden. Herkent de slave dat zijn adres door de master wordt aangesproken, zendt deze een antwoord. De slaves kunnen onderling niet communiceren. Evenzo kunnen zij ook niet een communicatie met de master beginnen. Er bestaat de mogelijkheid in iedere richting (Modbus CAN en CAN Modbus) 64 waardes over te dragen. Programmering met TAPPS2 Voor de programmering van een busconverter met Modbusmodule dient het juiste apparaattype geselecteerd te worden. Wordt de busconverter met de module achteraf uitgerust en is een programmering voor de busconverter (zonder module) beschikbaar, dan dient de volgende werkwijze voor het uitbreiden van de programmering (met module) te worden nageleefd: 1. Openen van de bestaande programmering (zonder module). 2. Nieuw project voor het apparaattype met de betreffende uitbreidingsmodule aanmaken (CAN-BC2-MODB). 3. De complete inhoud van de bestaande tekening selecteren (Ctrl + a) en aansluitend kopiëren (Ctrl + c). 4. De gekopieerde tekening in de nieuwe tekening (met module) plakken (Crtl + v). 5. Functiedata (*.dat-bestand) van de bestaande programmering (zonder module) aanmaken ( Exporteren ). 6. Deze functiedata in de nieuwe tekening (met module) importeren. Hierdoor worden alle instellingen van de oorspronkelijke programmering in de nieuwe tekening overgenomen en er kan met de programmering van de uitbreidingsmodule verder worden gegaan. 3

Instellingen voor M-Bus-ingangen van de module Deze instellingen worden gezamenlijk met de 4 ingangen van de busconverter uitgevoerd. De gehele eenheid kan daarom maximaal 8 M-Busmeters uitlezen. De instellingen worden in de handleiding van de busconverter beschreven. Apparaat-instellingen voor Modbus Deze instellingen worden in het menu Bestand/ Instellingen / Apparaat-instellingen... uitgevoerd. Master-modus Master/slave Keuze Master Baudrate Instelbereik van 1200 tot 38400 Baud Parity Keuze: Even/ Oneven/ Geen Stopbits Keuze: 1 of 2 Slave-modus Master/slave: Keuze Slave Apparaat: In slave-modus dient aanvullend het apparaatnummer (1 247) van de busconverter in het Modbus-netwerk vastgelegd worden. Voor de apparaat-instellingen dient de structuur van het aangesloten Modbus-Netwerk bekend te zijn. 4

Modbus-ingangen Algemeen Type Er kunnen maximaal 64 Modbusingangen geprogrammeerd worden. De Modbus-ingangen staan vervolgens voor andere busuitgangen, functie-ingangsvariabelen, visualisatie of datalogging als bron ter beschikking. Keuze, of de van de Modbus overgenomen waarde een analoge (= getalswaarde) of digitale waarde (AAN/UIT) is. Omschrijving Aan iedere Modbus-ingang kan een eigen omschrijving worden toegekend. De keuze van de omschrijving volgt uit verschillende betekenisgroepen of gebruikersgedefinieerd. Voorbeeld: Algemeen Opgaves m.b.t. Modbus-bron Invoer van de eigenschappen van de waardes, welke door de busconverter overgenomen dienen te worden. Daarvoor zijn de exacte gegevens van de Modbus-eigenschappen van de bron noodzakelijk. Apparaat/ Functie/ Adres Mastermodus: Opgave van het Modbus-apparaat (slave), waarvan de waarde overgenomen wordt. Slavemodus: het eigen apparaatnummer wordt in de apparaatinstellingen vastgelegd. De functie volgt uit de keuze van het ingangstype. Het adres van de module wordt automatisch vergeven en afhankelijk van het ingangsnummer en het type opgeteld. Datatype / Byte-volgorde Alleen bij analoge waardes: opgave van het datatype van het apparaat, waarvan de waarde wordt overgenomen. Intervaltijd De intervallen voor het uitlezen kunnen van 10 seconden tot 30 minuten ingesteld worden (alleen in Master-modus mogelijk). Deler/ Factor Alleen bij analoge waardes: Opgave van een deler of factor voor het aanpassen van de overgenomen waardes aan de daadwerkelijke grootte (bv. juiste kommapositie). 5

Eenheid Aan iedere Modbus-ingang dient een eenheid te worden toegewezen, omdat de overgave dimensieloos geschiedt. Er staat een veelvoud aan eenheden ter beschikking. Sensorcorrectie De waarde van de Modbus-ingang kan met een vaste differentiewaarde worden gecorrigeerd. Startwaarde Vastleggen van een startwaarde, welke na een herstart van de busconverter zolang wordt weergegeven, totdat een nieuwe waarde van de Modbus overgenomen wordt. Sensorcheck De activering van de sensorcheck is alleen voor analoge Modbus-ingangen mogelijk. Met sensorcheck Ja staat de sensorfout van de Modbus-waarde als digitale ingangsvariabele van een functie ter beschikking. Deze toepassing is alleen zinvol, indien voor de sensorfout gebruikersgedefinieerde drempel- en uitgavewaardes worden gedefinieerd. Sensorfout Deze keuze wordt alleen bij een geactiveerde sensorcheck weergegeven. Sensorfout: Status Nee voor een correcte waarde binnen de drempelwaarde en Ja voor een waarde buiten de drempelwaarde. Hiermee kan bv. op de uitval van een Modbus-apparaat gereageerd worden. Voor een zinvol gebruik van de sensorcheck dienen de drempelwaardes voor kortsluiting en onderbreking van Standaard naar gebruikersgedefinieerd gewijzigd en de gewenste drempelwaardes gedefinieerd worden. Aansluitend worden ook de gewenste kortsluit- en onderbrekingswaarde gedefinieerd. Onderschrijdt de uitgelezen meetwaarde de gedefinieerde kortsluitwaarde of overschrijdt de meetwaarde de onderbrekingswaarde, dan worden de betreffende uitgavewaardes in plaats van de meetwaardes overgenomen. Door een goede keuze van de drempelwaardes en de uitgavewaardes kan aan de busconverter bij uitval van een meetwaarde een vaste waarde opgegeven worden, zodat een functie in noodbedrijf door kan blijven functioneren (vaste hysterese: 10 cq. 1,0 C). De kortsluitwaarde kan alleen onder de onderbrekingswaarde worden gedefinieerd. 6

Voorbeeld: Temperatuur Daalt de meetwaarde onder 5 C wordt 20 C uitgegeven, stijgt de meetwaarde boven 40 C, wordt eveneens 20 C uitgegeven. Weergave van een analoge Modbus-ingang in Master-modus na het afsluiten van de parameterinvoer met OK in TAPPS2 Nummer van de ingang Apparaatnummer van de slave Functie Adres Omschrijving Weergave van een analoge Modbus-ingang in Slave-modus Het apparaatnummer 1 van de module wordt bij de apparaat-instellingen gedefinieerd. Functie en adres van de ingang worden automatisch vergeven. De ingang 2 is een analoge ingang (functie 6) en heeft het adres 1. 7

Modbus-uitgangen Er kunnen maximaal 64 Modbus-uitgangen geprogrammeerd worden. Deze worden door de opgave van de bron in de busconverter, het type en de Modbus-eigenschappen vastgelegd. Algemeen - Type Keuze of de waarde een analoge (=getalswaarde) of digitale waarde (AAN/UIT) is. Omschrijving Aan iedere Modbus-uitgang kan een eigen omschrijving worden toegekend. De keuze van de omschrijving volgt uit verschillende betekenisgroepen of gebruikersgedefinieerd. Voorbeeld: Ingangsvariabele Na het koppelen van de bron met de Ingangsvariabel in TAPPS2 worden het brontype, de bron en de variabele weergegeven. Variabele Voor analoge waardes staan 4 verschillende variabelen van de bron beschikbaar. Voor digitale waardes zijn alleen de meetwaarde (AAN/UIT) en de netwerkfout beschikbaar. Meetwaarde de door de sensor gemeten waarde RAS Modus - afhankelijk van de positie van de schakelaar op de ruimtesensor (RAS, RASPT, RAS-PLUS, RAS-F) worden de volgende analoge waardes uitgegeven: Automatisch 0 Normaal 1 Verlaagd 2 Standby 3 Sensorfout digitale waarde, AAN, indien de sensorfout optreedt Netwerkfout digitale waarde, AAN indien timeout actief (= fout). 8

Algemeen Opgaves m.b.t. eigenschappen Invoer van de eigenschappen van het doelapparaat, waaraan de waarde van de busconverter uitgegeven dient te worden (Mastermodus) en definitie van het datatype (alleen analoog). Hiervoor zijn de exacte gegevens van de Modbuseigenschappen van de bron noodzakelijk. Apparaat / Functie/ Adres Mastermodus: Deze gegevens hebben betrekking op het doelapparaat (slave) en zijn daarom alleen in de Master-modus mogelijk. Slavemodus: het eigen apparaatnummer wordt in de apparaatinstellingen vastgelegd. De functie volgt uit de keuze van het ingangstype. Het adres van de module wordt automatisch vergeven en afhankelijk van het ingangsnummer en het type opgeteld. Datatype / Byte-volgorde Alleen bij analoge waardes: gegevens m.b.t. het datatype van de uitgegeven waardes in de busconverter (afgestemd op het doelapparaat) Deler / Factor Alleen bij analoge waardes: Opgave van een deler of factor voor het aanpassen van de uitgegeven waardes aan het doelapparaat. Aan de Modbus kunnen alleen hele getallen zonder eenheid worden uitgegeven. Voorbeeld: 38,3 C wordt met "383" uitgegeven. Dient alleen "38" te worden uitgegeven, dan dient een deler 10 te worden opgegeven. Verzendvoorwaarden Deze opgaves betreffen de voorwaarden, waarbij waardes aan het doelapparaat uitgegeven dienen te worden. Deze zijn alleen in de Master-modus mogelijk. Analoge waardes: Digitale waardes: Bij wijziging > 10 Bij wijziging Ja/Nee Blokkadetijd 00:10 [mm:ss] In interval zenden Ja Intervaltijd 5 min Bij een wijziging van de actuele waarde ten opzichte van de laatst gezonden met meer dan bv. 1,0K wordt opnieuw gezonden. In de converter wordt de eenheid van de bron met de betreffende kommapositie overgenomen. (minimale waarde: 1) Zenden van de waarde bij een wijziging van de toestand Wijzigt de waarde zich binnen 10 sec. sinds de laatste overdracht met meer dan 1,0K wordt de waarde desondanks pas na 10 sec. opnieuw overgedragen. (minimale waarde: 1 sec.) De waarde wordt te allen tijde iedere 5 minuten overgedragen, ook indien deze zich sinds de laatste overdracht niet met meer als 1,0K heeft gewijzigd. Instelbereik: 1 59 min 9

Weergave van een digitale Modbus-uitgang in Master-modus na het afsluiten van de parameterinvoer met OK in TAPPS2 Adres Functie Apparaatnummer Nummer van de uitgang Bron Omschrijving Weergave van een analoge Modbus-uitgang in Slave-modus Het apparaatnummer 1 van de module werd bij de apparaat-instellingen gedefinieerd. Functie en adres van de uitgang werden automatisch vergeven. De uitgang 2 is een analoge uitgang (functie 4) en krijgt het adres 2. 10

C.M.I. menu Modbus Modbus-instellingen Voor de apparaat-instellingen dient de structuur van het aangesloten Modbus-Netwerk bekend te zijn. De CAN-BC2 kan in master- of slavemodus worden gebruikt. Mastermodus Baudrate Instelbereik van 1200 tot 38400 Baud Parity Keuze: Even/ Oneven/ Geen Stopbits Keuze: 1 of 2 Slavemodus Apparaat: In slave-modus dient aanvullend het apparaatnummer (1 247) van de busconverter in het Modbus-netwerk vastgelegd worden. 11

Modbus-ingang in mastermodus De instelmogelijkheden worden in het hoofdstuk Programmering met TAPPS2 beschreven. Exception Code Foutcode bij problemen met het opvragen van het slave-apparaat. De code wordt pas na afloop van de intervaltijd ververst. Exception code-weergaves OK het opvragen van de waardes van het slave-apparaat was succesvol No respond geen antwoord van het slave-apparaat. Oorzaken: Modbus-instellingen komen niet met het slave-apparaat overeen, foutief slave-apparaatnummer, foutieve bekabeling of terminering Andere weergaves Foutmeldingen van het slave-apparaat 12

Modbus-uitgang im Mastermodus De instelmogelijkheden worden in het hoofdstuk Programmering met TAPPS2 beschreven. Exception Code Foutcode bij problemen met het opvragen van het slave-apparaat. De code wordt pas na afloop van de verzendvoorwaarden ververst. 13

Exception code-weergaves OK het opvragen van de waardes van het slave-apparaat was succesvol No respond geen antwoord van het slave-apparaat. Oorzaken: Modbus-instellingen komen niet met het slave-apparaat overeen, foutief slave-apparaatnummer, foutieve bekabeling of terminering Andere weergaves Foutmeldingen van het slave-apparaat Uitzondering: Weergave Acknowledge het slave-apparaat benodigt voor de verwerking van de waardes iets langere tijd, geeft echter aan dat een waarde werd ontvangen. Deze weergave is daarom geen echte foutmelding. Modbus-ingang en -uitgang in slavemodus De weergaves in de slave-modus zijn tot aan de Exception code en de instelmogelijkheden van de apparaat-instellingen identiek aan die in de master-modus. Technische wijzigingen voorbehouden 2017 14

Document-nr. / Datum: TA17067 / 23.03.2017 Fabrikant: EU-conformiteitsverklaring Technische Alternative RT GmbH Vestigingslocatie: A- 3872 Amaliendorf, Langestraße 124 De gehele verantwoording voor de weergave van deze conformiteitsverklaring wordt door de fabrikant gedragen. Productomschrijving: Merknaam: Productomschrijving: MD-MODB Technische Alternative RT GmbH Modbus-module voor CAN-busconverter Het product waarop bovenstaande verklaring betrekking heeft, is in overeenstemming met de volgende richtlijnen: 2014/35/EU 2014/30/EU 2011/65/EU Laagspanningsrichtlijn Toegepaste harmoniserende normen: EN 60730-1: 2011 EN 61000-6-3: 2007 +A1: 2011 + AC2012 EN 61000-6-2: 2005 + AC2005 EN 50581: 2012 Elektromagnetische compatibiliteit RoHS beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen Automatische elektrische regelaars voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik - Deel 1: Algemene eisen Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) - Deel 6-3: Algemene normen - Emissienormen voor huishoudelijke, handels- en lichtindustriële omgevingen Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) - Deel 6-2: Algemene normen - Immuniteit voor industriële omgevingen Technische documentatie voor de beoordeling van elektrische en elektro nische producten met betrekking op de restrictie van gevaarlijke stoffen Locatie CE markeringen: Op verpakking, gebruikshandleiding en typeplaatje Afgegeven door: Juridisch bindende handtekening Technische Alternative RT GmbH A- 3872 Amaliendorf, Langestraße 124 Dipl.-Ing. Andreas Schneider, directeur, 23.03.2017 Deze verklaring verklaart de overeenstemming met de genoemde richtlijnen, echter bevat generlei toezeggingen van eigenschappen. De veiligheidsbepalingen in de meegeleverde productdocumentatie dienen te worden nageleefd. 15

Garantiebepalingen Opmerking: De volgende garantiebepalingen beperken het wettelijke recht op garantie niet, maar vullen uw rechten als consument aan. 1. De firma Technische Alternative RT GmbH geeft twee jaar garantie vanaf verkoopsdatum aan de eindgebruiker op alle door haar verkochte apparaten en onderdelen. Defecten dienen onverwijld na vaststelling en binnen de garantietermijn te worden gemeld. Onze technische ondersteuning heeft voor bijna alle problemen een oplossing. Een direct contact voorkomt daardoor onnodige inspanningen voor de foutoplossing. 2. De garantie omvat een kostenloze reparatie (echter niet de kosten voor foutopsporing op locatie, uitbouwen, inbouwen en transport) op basis van werkings- en materiaalfouten, welke tot de functionaliteit behoren. Indien na beoordeling door Technische Alternative een reparatie uit kostentechnische gronden niet zinvol is, volgt een vervanging van het artikel. 3. Uitgezonderd zijn schades, welke door overspanning of extreme omgevingsfactoren ontstaan. Evenzo kan geen garantie overgenomen worden, indien het defect aan het apparaat op transportschade, welke niet door ons zijn veroorzaakt, een ondeskundige installatie en montage, foutief gebruik, niet naleven van bedienings- of montagehandleidingen of op slechte verzorging te herleiden zijn. 4. De aanspraak op garantie vervalt, indien reparaties of ingrepen door personen worden uitgevoerd, welke hiertoe niet bevoegd zijn of door ons niet gemachtigd zijn of indien onze apparaten met onderdelen, uitbreidingen of accessoires voorzien zijn, welke geen originele onderdelen betreffen. 5. De defecte onderdelen dienen aan de fabrikant te worden gezonden, waarbij een kopie van de factuur en een precieze foutenbeschrijving dient te worden bijgevoegd. De afhandeling wordt bespoedigd, indien een RMA-nummer op onze internetpagina www.ta.co.at wordt aangevraagd. Een voorafgaande afstemming van het probleem met onze technische ondersteuning is noodzakelijk. 6. Servicewerkzaamheden onder garantie betekenen noch een verlenging van de garantietermijn, noch treedt er een nieuwe garantietermijn in werking. De garantietermijn voor ingebouwde onderdelen eindigt met de garantieperiode van het gehele apparaat. 7. Verdergaande of andere aanspraken, in het bijzonder aanspraken op het vergoeden van buiten het apparaat ontstane schades in zoverre een aansprakelijkheid niet dwingend door de wet is voorgeschreven zijn uitgesloten. Disclaimer Deze montage- en bedieningshandleiding is auteursrechtelijk beschermd. Een gebruik buiten het auteursrecht om mag alleen met uitdrukkelijke toestemming van de firma Technische Alternative RT GmbH. Dit geldt in het bijzonder voor reproductie, vertalingen en elektronische media. Technische Alternative RT GmbH A-3872 Amaliendorf Langestraße 124 Tel ++43 (0)2862 53635 Fax ++43 (0)2862 53635 7 E-Mail: mail@ta.co.at --- www.ta.co.at --- 2017