De Europese gezondheidsautoriteiten hebben bepaalde voorwaarden verbonden aan het in de handel brengen van het geneesmiddel CEREZYME. Het verplicht plan voor risicobeperking in België, waarvan deze informatie deel uitmaakt, is een maatregel genomen om een veilig en doeltreffend gebruik van CEREZYME te waarborgen (RMA versie 07/2014). CEREZYME (imiglucerase) Thuisinfusie Gids voor Gezondheidszorgbeoefenaars Disease management moet gebeuren onder leiding van artsen die bekend zijn met de behandeling van de ziekte van Gaucher. De patiënten kunnen antistoffen ontwikkelen (eiwitten die worden aangemaakt als reactie op Cerezyme en die de behandeling kunnen beïnvloeden) en moeten worden gecontroleerd op allergische reacties op Cerezyme. Cerezyme mag niet worden toegediend aan mensen die mogelijk overgevoelig (allergisch) zijn voor imiglucerase of voor enig ander bestanddeel van het middel. Dit materiaal bevat niet alle informatie. Voor de volledige informatie: Lees aandachtig de SKP (in bijlage) vooraleer Cerezyme voor te schrijven (en/of te gebruiken en/of af te leveren). De volledige en geactualiseerde tekst van deze SKP is beschikbaar op de website www.fagg.be, rubriek bijsluiters Page 1
Doel van dit educatief materiaal (RMA of risk minimisation activities) Deze informatie maakt deel uit van het Belgische risicobeheerplan, dat informatiemateriaal beschikbaar stelt aan gezondheidszorgbeoefenaars en patiënten. Deze bijkomende risicobeperkende activiteiten hebben als doel een veilig en doeltreffend gebruik van Cerezyme te waarborgen en moeten volgende belangrijke onderdelen bevatten: Informatie betreffende : 1. Infusiegerelateerde reacties inclusief overgevoeligheid bij thuisinfusie: 2. Infusieplaatsreacties bij thuisinfusie. 3. Medicatiefouten bij thuisinfusie (hogere doseringen dan aanbevolen, septische contaminatie als resultaat van zelfbereiding in de thuissetting). Voor patiënten die Cerezyme thuis toegediend krijgen bestaat er een handleiding en educatief materiaal. Voor initiatie van thuisinfusie is er een training van de patiënt nodig door een arts of verpleegkundige in een klinische omgeving. De patiënt wordt onderricht dat de dosering en infusiesnelheid thuis constant dienen te blijven en niet mogen gewijzigd worden zonder toestemming van een arts. De doelstelling van dit document bestaat erin een leidraad te bieden aan gezondheidszorgbeoefenaars voor de behandeling van Gaucher patiënten die Cerezyme thuis krijgen toegediend. Het proces dat aanvangt met de evaluatie en selectie van patiënten, wordt in detail besproken. Daarna worden de vereisten voor thuisinfusie uiteengezet. Tot slot komen de organisatie van thuisinfusie en opleiding aan de beurt. Page 2
Inhoudsopgave Doel van dit educatief materiaal (RMA of risk minimisation activities)... 2 1. Therapeutische indicaties... 4 2. Contra-indicaties... 4 3. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik... 4 4. Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding... 5 5. Bijwerkingen... 5 6. ICGG Gaucher Registry... 6 7. Dosering... 7 8. Wijze van toediening... 7 9. Thuisinfusie... 7 10. Selectie en pre-training van patiënten voor thuisinfusie in hospitaalmilieu... 8 11. Organisatie van thuisinfusie... 9 12. Toediening van Cerezyme... 11 13. Nuttige links... 12 14. Bijlagen... 12 Page 3
1. Therapeutische indicaties Cerezyme (imiglucerase) is geïndiceerd voor gebruik als langdurige enzymsubstitutietherapie bij patiënten met een bevestigde diagnose van niet-neuronopathische (type 1) of chronische neuronopathische (type 3) ziekte van Gaucher die klinisch significante niet-neurologische verschijnselen van de ziekte vertonen. De niet-neurologische verschijnselen van de ziekte van Gaucher bestaan uit een of meer van de volgende aandoeningen: anemie na uitsluiting van andere oorzaken, bijvoorbeeld ijzerdeficiëntie trombocytopenie botziekte na uitsluiting van andere oorzaken, zoals vitamine D-deficiëntie hepatomegalie of splenomegalie 2. Contra-indicaties Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor een van de hulpstoffen. 3. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Overgevoeligheid Uit de huidig beschikbare gegevens, waarbij gebruik is gemaakt van ELISA-screening gevolgd door een radio-immunoprecipitatie-assay ter bevestiging, blijkt dat tijdens het eerste jaar van behandeling ongeveer 15% van de behandelde patiënten IgG-antistoffen tegen imiglucerase vormt. Het lijkt erop dat indien patiënten IgG-antilichamen vormen dit vooral in de eerste zes maanden van de behandeling zullen doen; na 12 maanden worden nog slechts zelden antistoffen tegen Cerezyme gevormd. Geadviseerd wordt om patiënten, waarvoor het vermoeden bestaat dat ze verminderd op de behandeling reageren, regelmatig op de vorming van IgG antistoffen tegen imiglucerase te controleren. Patiënten met antistoffen tegen imiglucerase hebben meer kans op overgevoeligheidsreacties (zie rubriek 4.8). Indien een patiënt reacties vertoont die zouden kunnen wijzen op overgevoeligheid, wordt verdere controle op imiglucerase-antistoffen geadviseerd. Zoals met elk intraveneus eiwitproduct zijn ernstige allergieachtige overgevoeligheidsreacties mogelijk, maar deze treden soms op. Als deze reacties optreden, wordt aanbevolen om de infusie met Cerezyme onmiddellijk stop te zetten en moet een geschikte medische behandeling worden ingesteld. De huidige medische standaarden voor een spoedeisende behandeling moeten in acht worden genomen. Bij patiënten die eerder antistoffen of overgevoeligheidsreacties hebben ontwikkeld tegen Ceredase (alglucerase), is bij toediening van Cerezyme (imiglucerase) extra voorzichtigheid geboden. Page 4
4. Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding De beperkte ervaring die beschikbaar is, suggereert dat Cerezyme tijdens de zwangerschap voordelen biedt bij het onder controle brengen van de ziekte van Gaucher. Bij zwangere patiënten met de ziekte van Gaucher en bij vrouwen die zwanger willen worden, moeten de risico s van de behandeling tijdens een zwangerschap worden afgewogen. Vrouwen die nog geen behandeling hebben gehad, moet geadviseerd worden om te overwegen vóór de conceptie met therapie te beginnen teneinde een optimale gezondheid te bereiken. Bij vrouwen die al met Cerezyme behandeld worden, zou overwogen moeten worden dit tijdens de hele zwangerschap verder te zetten. De zwangerschap en klinische verschijnselen van de ziekte van Gaucher moeten nauwlettend worden gevolgd om de dosis af te stemmen op de behoeften en de therapeutische respons van de patiënt. Het is niet bekend of het werkzame bestanddeel van Cerezyme in de moedermelk wordt uitgescheiden. Het enzym wordt waarschijnlijk wel in het maagdarmstelsel van het kind verteerd. Voor meer informatie omtrent vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding, wordt er aangeraden de samenvatting van de productkenmerken te raadplegen. 5. Bijwerkingen De bijwerkingen zijn in de onderstaande tabel onderverdeeld volgens systeem/orgaanklassen en frequentie (vaak ( 1/100 tot < 1/10), soms ( 1/1.000 tot < 1/100) en zelden ( 1/10.000 tot < 1/1.000)). Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst. Zenuwstelselaandoeningen Hartaandoeningen Bloedvataandoeningen Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Maagdarmstelselaandoeningen Immuunsysteemaandoeningen Soms: Duizeligheid, hoofdpijn, paresthesieën* Soms: Tachycardie*, cyanose* Soms: Blozen*, hypotensie* Vaak: Dyspneu*, hoest* Soms: Braken, misselijkheid, buikkrampen, diarree Vaak: Overgevoeligheidsreacties Huid- en onderhuidaandoeningen Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Zelden: Page 5 Anafylactoïde reacties Vaak: Urticaria/angio-oedeem*, pruritus*, uitslag*
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Soms: Artralgie, rugpijn* Soms: Irritatie, brandend gevoel, zwelling, steriel abces op de plaats van de infusie, beklemmend gevoel op de borst*, koorts, rillingen, vermoeidheid Bij in totaal circa 3% van de patiënten zijn symptomen waargenomen die op overgevoeligheid duiden (in de bovenstaande tabel met een * aangegeven). Deze symptomen traden voor het eerst op tijdens of kort na de infusies. Deze symptomen reageren gewoonlijk goed op een behandeling met antihistaminen en/of corticosteroïden. Patiënten moeten worden geadviseerd de infusie van het product te staken en contact met hun arts op te nemen als deze verschijnselen zich voordoen. Melden van bijwerkingen bij het gebruik van Cerezyme Als gezondheidszorgbeoefenaar dient u zich te engageren om elke bijwerking bij het gebruik van Cerezyme te rapporteren aan : Sanofi Belgium Airport Plaza - Montreal Building Leonardo Da Vincilaan 19 1831 Diegem Tel: +32 2 710 54 00 Fax: +32 2 710 56 29 E-mail: pharmacovigilance.belgium@sanofi.com Bij voorkeur voorzien van een uitgebreide beschrijving van de bijwerking. In de bijlage 14.1 treft u een blanco bijwerkingenformulier aan. De gezondheidszorgbeoefenaars worden verzocht bijwerkingen van Cerezyme te melden aan het Belgisch Centrum voor Geneesmiddelenbewaking voor geneesmiddelen voor Humaan gebruik (BCGH) van het FAGG. Het melden kan online gebeuren via www.gelefiche.be of via de "papieren gele fiche" beschikbaar via het Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium en drie maal per jaar via de Folia Pharmacotherapeutica. De gele fiche kan worden verzonden naar het BCGH per post naar het adres FAGG - BCGH - Eurostation II - Victor Hortaplein 40/40-1060 Brussel, per fax op het nummer 02/524.80.01, of per email naar adversedrugreactions@fagg-afmps.be. 6. ICGG Gaucher Registry Medici en andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden aangespoord om patiënten met de ziekte van Gaucher, inclusief patiënten met chronische neuronopathische verschijnselen van de ziekte, te registreren in de ICGG Gaucher Registry. In dit Register worden patiënten gegevens anoniem verzameld. Het doel van de "ICGG Gaucher Registry" is om de kennis over de ziekte van Gaucher te bevorderen en om de effectiviteit van enzymsubstitutietherapie te beoordelen, uiteindelijk leidend tot een verbetering in het veilige en werkzame gebruik van Cerezyme. Page 6
7. Dosering Disease management moet gebeuren onder leiding van artsen die bekend zijn met de behandeling van de ziekte van Gaucher. Gezien de heterogeniteit en de multisystemische aard van de ziekte van Gaucher, moet de dosering voor iedere patiënt individueel worden vastgesteld, na een uitgebreide beoordeling van alle klinische verschijnselen van de ziekte. Zodra de individuele respons van de patiënt met betrekking tot alle relevante klinische verschijnselen duidelijk is vastgesteld, kunnen de doseringen en de frequenties waarmee het middel wordt toegediend, worden aangepast om ofwel reeds bereikte optimale parameters voor alle klinische verschijnselen te behouden ofwel de klinische parameters die nog niet zijn genormaliseerd te verbeteren. Verscheidene doseerschema s zijn effectief gebleken bij enkele of alle niet-neurologische verschijnselen. - Een aanvangsdosering van 60 E/kg lichaamsgewicht eens per twee weken gaf binnen zes maanden therapie een verbetering van hematologische en viscerale parameters te zien; voortgezet gebruik heeft ofwel de progressie van botziekte tot staan gebracht, of botziekte verbeterd. - Bij toediening van lage doses van slechts 15 E/kg lichaamsgewicht eens per twee weken, bleken de hematologische parameters en de organomegalie weliswaar te verbeteren, maar dit was niet het geval voor de botparameters. De gebruikelijke infusiefrequentie is eens per twee weken; over deze infusiefrequentie zijn de meeste gegevens beschikbaar. Pediatrische patiënten De dosering hoeft niet te worden aangepast voor pediatrische patiënten. De werkzaamheid van Cerezyme op neurologische symptomen van patiënten met de chronische neuronopathische vorm van de ziekte van Gaucher is niet vastgesteld en er kan geen speciaal doseringsschema voor deze verschijnselen worden aanbevolen. 8. Wijze van toediening Na reconstitutie en verdunning wordt de bereiding via intraveneuze infusie toegediend. - In eerste instantie mag de snelheid waarmee Cerezyme wordt toegediend niet meer dan 0,5 eenheid per kg lichaamsgewicht per minuut bedragen. - Bij daaropvolgende infusies mag de infusiesnelheid worden verhoogd, maar nooit tot meer dan 1 eenheid per kg lichaamsgewicht per minuut. - Het verhogen van de infusiesnelheid dient te gebeuren onder toezicht van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. 9. Thuisinfusie Voor patiënten die gedurende enkele maanden hun infusies goed verdragen, kan thuisinfusie van Cerezyme worden overwogen. Het besluit om de patiënt te laten overstappen op thuisinfusie dient te worden genomen na beoordeling en aanbeveling door de behandelend arts. Page 7
Voor de infusie van Cerezyme door de patiënt of zorgverlener thuis is training door een arts of verpleegkundige in een klinische omgeving nodig. De patiënt of zorgverlener ontvangt instructies over de infusietechniek en het bijhouden van een behandelingsdagboek. Patiënten die tijdens de infusie last krijgen van bijwerkingen DIENEN ONMIDDELLIJK MET DE INFUSIE TE STOPPEN en contact op te nemen met een arts of verpleegkundige en eventuele volgende infusies dienen plaats te vinden in een klinische omgeving. De dosering en infusiesnelheid dienen thuis constant te blijven en mogen niet worden gewijzigd zonder toestemming van een arts of verpleegkundige. Voor instructies over reconstitutie en verdunning van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 12. 10. Selectie en pre-training van patiënten voor thuisinfusie in hospitaalmilieu Het besluit om de patiënt te laten overstappen op thuisinfusie dient te worden genomen na beoordeling en aanbeveling door de behandelende arts. De hiernavolgende informatie duidt enkele klinische en logistieke problemen aan die in overweging moeten worden genomen voor en na de overgang naar thuisbehandeling - Beoordeling van de patiënt door de behandelende arts - Thuisomstandigheden - Opleiding in het toedienen van Cerezyme Beoordeling van de patiënt door de behandelende arts Patiënten moeten medisch stabiel worden bevonden. Vóór de overschakeling moet een beoordeling worden uitgevoerd. Patiënten moeten gedurende een aantal maanden Cerezyme -infusies hebben gekregen in een gecontroleerde omgeving totdat er een gedocumenteerd patroon bestaat van infusies die goed worden verdragen zonder infusiegerelateerde reacties of milde infusiegerelateerde reacties die werden gecontroleerd met premedicatie. Patiënten moeten een voorgeschiedenis hebben van therapietrouw voor het voorgeschreven infusieschema. De behandelende arts is verantwoordelijk voor het regelmatig opvolgen van de ziekte van de patiënt die thuisinfusie krijgt. Thuisomstandigheden De thuisomgeving dient gunstig te zijn voor een behandeling met thuisinfusie, waaronder een schone omgeving met elektriciteit- en watervoorziening, telefoonverbinding, koelkast en fysieke ruimte om Cerezyme en andere infusiebenodigdheden te bewaren. De infusiesnelheid van Cerezyme die door de patiënt werd verdragen in een beter gecontroleerde omgeving (bv. in een ziekenhuis of als poliklinische patiënt), mag niet worden gewijzigd in de thuisomgeving tenzij dit noodzakelijk is als gevolg van veiligheidsoverwegingen. De behandelende arts/thuisverpleegkundige is verantwoordelijk voor de noodzakelijke planning en opvolging van de infusie. Page 8
Er dient een contactlijst met hulpmiddelen te worden ingevuld in het behandelingsdagboek (zie Bijlage 14.2) voor de patiënt en/of verzorger en de verpleegkundige. Deze moet beschikbaar zijn in de woning. Opleiding in het toedienen van Cerezyme De initiële instructies zullen in principe in het ziekenhuis worden gegeven en de vereiste mate van ondersteuning door de thuisverpleegkundige zal worden besproken en goedgekeurd door de behandelende arts en de patiënt en/of verzorger. Indien de patiënt volledige ondersteuning verkiest bij zijn/haar infusie thuis, zal de thuisverpleegkundige de volledige procedure uitvoeren voor de patiënt. Indien de patiënt verkiest om de procedure zelf uit te voeren of met de hulp van een verzorger, zal/zullen de patiënt en/of de verzorger opgeleid worden door de thuisverpleegkundige terwijl het infuus wordt bereid en toegediend. De thuisverpleegkundige zal de volledige infusieprocedure uitleggen en tonen aan de patiënt en/of verzorger. Tijdens de volgende bezoeken zal de thuisverpleegkundige aanwezig zijn om te helpen indien nodig, maar de patiënt en/of verzorger zal/zullen geleidelijk aan steeds meer van de toedieningprocedure uitvoeren onder de supervisie van de thuisverpleegkundige totdat ze zich vertrouwd voelen met de volledige infusieprocedure. De procedure die staat beschreven in de Samenvatting van de kenmerken van het product, moet nauwgezet worden gevolgd bij het oplossen, verdunnen en toedienen van Cerezyme. De thuisverpleegkundige of het ziekenhuis zullen zorgen voor de benodigdheden voor het toedienen van de thuisinfusie. Genzyme zal het patiëntenzorgteam een thuisinfusie-opleiding geven. De behandelende arts is verantwoordelijk voor het verschaffen van het opleidingsmateriaal aan de patiënt ter gelegenheid van diens opleiding en aan het patiëntenzorgteam. Indien meer exemplaren van het opleidingsmateriaal wenselijk zijn, wordt u gevraagd deze te bestellen door de bestelbon die bij het opleidingspakket zit in te vullen en terug te sturen naar : Sanofi Belgium Airport Plaza - Montreal Building Leonardo Da Vincilaan 19 1831 Diegem Tel: +32 2 710 54 00 Medical_info@sanofi.com 11. Organisatie van thuisinfusie De volgende informatie is bedoeld om alle personen die betrokken zijn bij de procedures voor het organiseren van thuisinfusie met Cerezyme, informatie en een leidraad te bieden. Patiënt Algemeen De patiënt en/of verzorger, en/of de thuisverpleegkundige werden geïnformeerd door de behandelende arts over de behandeling die thuis wordt toegediend, de eraan verbonden risico s, de mogelijke complicaties en de voorziening van medische assistentie thuis. De patiënt en/of verzorger begrijpt/begrijpen de ziekte en zijn in staat bijwerkingen te herkennen en begrijpt/begrijpen de procedure die moet worden gevolgd in geval van bijwerkingen. De patiënt en/of Page 9
verzorger moet(en) ermee instemmen om de behandeling thuis toe te dienen. De patiënt en/of verzorger heeft/hebben de geschikte opleiding gehad over de procedures van de oplossing, verdunning en infusie met Cerezyme. De thuisomgeving dient gunstig te zijn voor een behandeling met thuisinfusie, waaronder een schone omgeving met elektriciteit- en watervoorziening, telefoonverbinding, koelkast en fysieke ruimte om Cerezyme en andere infusiebenodigdheden te bewaren. Als de patiënt de procedure zelf uitvoert o De patiënt/verzorger moet de voorgeschreven toedieningmethode van Cerezyme, zoals beschreven in de handleiding en poster voor de patiënt, strikt volgen. o De patiënt/verzorger zal elke toediening van Cerezyme in het behandelingsdagboek noteren. o Bij een eventuele reactie als gevolg van de infusie moet de patiënt/verzorger de infusie stopzetten en telefonisch contact opnemen met de behandelende arts en/of het noodnummer 100 of 112 bellen. Medisch De patiënt moet fysiek en mentaal in staat zijn om de infusies thuis te ondergaan. De behandelende arts is verantwoordelijk voor de aanbeveling om Cerezyme -infusies thuis toegediend te krijgen. De patiënt beschikt over veneuze toegang of centraal veneuze toegang die een adequate infusie mogelijk maakt. Behandelende arts De behandelende arts is verantwoordelijk voor de initiatie van alle nodige administratieve handelingen, waardoor andere belanghebbenden (apotheker, verpleegkundige, patiënt, verzorger) hun taken kunnen voortzetten. De behandelende arts is verantwoordelijk voor de dosering en infusiesnelheid. Eventuele wijzigingen aan de Cerezyme -toediening moeten duidelijk aan de patiënt worden meegedeeld en beschreven in het behandelingsdagboek (zie Bijlage 14.2). De patiënt moet regelmatig worden opgevolgd in verband met eventuele infusie-gerelateerde reacties en voor het behoud van therapeutische doelen. Ziekenhuis/Apotheker Het ziekenhuis/de apotheker voorziet in de medicatie van de patiënt voor elk voorschrift en de vereiste apparatuur/materialen. Thuisverpleegkundige De thuisverpleegkundige is bevoegd om intraveneuze (IV)-infusies toe te dienen. De thuisverpleegkundige kreeg een opleiding over Cerezyme en is zich bewust van de mogelijke bijwerkingen en de acties die moeten worden ondernomen ingeval er zich bijwerkingen voordoen. De thuisverpleegkundige zal samen met de patiënt en/of verzorger de nodige mate van ondersteuning bepalen. De thuisverpleegkundige zal de voorgeschreven toedieningmethode van Cerezyme, zoals beschreven in het behandelingsdagboek, strikt volgen. De thuisverpleegkundige zal voor elke patiënt een coördinatietaak hebben ten opzichte van de behandelende arts en de patiënt/verzorger bij het organiseren van de behandeling thuis. De thuisverpleegkundige zal elke toediening van Cerezyme in het behandelingsdagboek noteren. Bij een eventuele reactie als gevolg van de infusie moet de thuisverpleegkundige de infusie stopzetten en telefonisch contact opnemen met de behandelende arts en/of het noodnummer 100 of 112 bellen. Page 10
Derde/verzorger Het verdient de voorkeur dat de verzorger/derde aanwezig is tijdens de thuisinfusie. Het behandelingsdagboek (Bijlage 14.2) Het behandelingsdagboek vormt een communicatiemiddel voor iedereen die betrokken is bij het toedienen van Cerezyme in de thuisomgeving. Het behandelingsdagboek dient in de woning van de patiënt te worden bewaard en zal worden bijgewerkt door de thuisverpleegkundige/patiënt/verzorger bij elke toediening van Cerezyme. De patiënt/verzorger dient het behandelingsdagboek bij elke afspraak mee te nemen naar het ziekenhuis ter controle en het vervolgens opnieuw mee naar huis te nemen. In het behandelingsdagboek vermeldt de behandelende arts duidelijk de dosis en de infusiesnelheid, evenals eventuele wijzigingen hiervan. De thuisverpleegkundige/patiënt/verzorger noteert de bevindingen en acties van het initiële gesprek en alle relevante informatie van volgende bezoeken in het behandelingsdagboek. In het behandelingsdagboek vermeldt de behandelende arts duidelijk wat er moet gebeuren en welke medicatie er moet worden toegediend in geval van een infusiegerelateerde reactie. 12. Toediening van Cerezyme De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg: Instructies voor gebruik reconstitutie, verdunning en toediening Elke flacon met Cerezyme is uitsluitend voor eenmalig gebruik. Na reconstitutie bevat elke flacon met Cerezyme 400 eenheden imiglucerase in 10,0 ml (40 eenheden per ml). Stel aan de hand van het doseerschema voor de desbetreffende patiënt vast hoeveel flacons moeten worden gereconstitueerd, en neem dit aantal flacons uit de koelkast. Werk aseptisch Reconstitutie Reconstitueer de inhoud van iedere flacon met 10,2 ml water voor injecties; breng het water voor injecties niet met kracht in aanraking met het poeder en vermijd schuimvorming van de oplossing door voorzichtig te mengen. Het volume na reconstitutie bedraagt 10,6 ml. De gereconstitueerde oplossing heeft een ph van ongeveer 6,1. Na reconstitutie is het een heldere, kleurloze vloeistof zonder vreemde deeltjes. De gereconstitueerde oplossing moet verder worden verdund. Controleer vóór verdere verdunning de gereconstitueerde oplossing in iedere flacon visueel op de aanwezigheid van vreemde deeltjes en op verkleuring. Gebruik nooit flacons die vreemde deeltjes bevatten of waarvan de inhoud is verkleurd. Na reconstitutie dient de inhoud van de flacons onmiddellijk te worden verdund en niet te worden bewaard voor verder gebruik. Verdunning De gereconstitueerde oplossing bevat 40 eenheden imiglucerase per ml. Het gereconstitueerde volume is zodanig dat uit iedere flacon nauwkeurig 10,0 ml (overeenkomend met 400 eenheden) kan worden opgezogen. Zuig uit iedere flacon 10,0 ml gereconstitueerde oplossing op en voeg de opgezogen volumes samen. Verdun de samengevoegde volumes met 0,9% natriumchlorideoplossing voor intraveneuze toediening tot een totaal volume van 100 tot 200 ml. Meng de oplossing voor infusie voorzichtig. Page 11
Toediening Aanbevolen wordt de verdunde oplossing via een in-line laag-eiwitbindende filter van 0,2 µm toe te dienen om eventuele eiwitdeeltjes te verwijderen. Dit leidt niet tot verlies aan activiteit van imiglucerase. Aanbevolen wordt de verdunde oplossing binnen drie uur toe te dienen. Het met 0,9% natriumchlorideoplossing voor intraveneuze toediening verdunde product blijft maximaal 24 uur chemisch stabiel als het bij 2 C en 8 C, buiten invloed van licht, wordt bewaard; de microbiologische veiligheid van het product wordt echter bepaald door de aseptische werkwijze tijdens het reconstitueren en verdunnen. Cerezyme bevat geen conserveringsmiddelen. Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften. 13. Nuttige links 14. Bijlagen www.orpha.net www.erfelijkheid.nl 14.1 Bijwerkingenformulier 14.2 Voorbeeld behandelingsdagboek Page 12
Bijwerkingenformulier Bijlage 1
Voorbeeld behandelingsdagboek voor Cerezyme -thuisinfusie Algemene gegevens Patiënt Naam: Adres: Postcode / Stad: Telefoon: Verpleegkundige Naam: Organisatie: Telefoon: Behandelende arts Naam: Ziekenhuis: Adres: Postcode/stad Telefoon: Apotheker Naam: Postcode/Stad: Telefoon: Noodnummer 100 of 112 Bijlage 2
Details van toediening (in te vullen door behandelende arts) Cerezyme toegediend sinds Datum (dd-mm-jjjj): Eerste infusie thuis Datum (dd-mm-jjjj): Redenen voor Cerezyme -infusie thuis Ondersteuning door verpleegkundige is vereist voor Infusiegegevens (in te vullen door behandelende arts) Cerezyme dosis Aantal flacons gebruikt Flacons van 400 E: Duur van de toediening Toedieningssnelheid Details in geval van nood (in te vullen door de behandelende arts) Acties in geval van ernstig infusiegerelateerde reactie 1. STOP onmiddellijk de infusie 2. Bel de noodtelefoon (100 of 112) Bel de arts op... In de bijsluiter staat o.a.: Sommige bijwerkingen werden aanvankelijk waargenomen terwijl patiënten het geneesmiddel toegediend kregen of kort daarna. Deze omvatten - jeuk, - blozen, - galbulten/plaatselijke zwelling van de huid of binnenkant van de mond of keel, - pijn op de borst, - versnelde hartslag, - blauwkleuring van de huid, - buiten adem zijn, - een tintelend, prikkelend, brandend of verdoofd gevoel van de huid, - bloeddrukdaling - en rugpijn. Als u een van deze symptomen ondervindt, breng dan ONMIDDELLIJK uw arts op de hoogte. Het is mogelijk dat u bijkomende geneesmiddelen moet krijgen om een allergische reactie te voorkomen (bv. antihistaminica en/of corticosteroïden). Bijlage 2
Infusiegegevens (in te vullen door de thuisverpleegkundige en/of patiënt en/of verzorger) Datum van infusie Algemene gezondheidstoestand van de patiënt: specifieke problemen/opmerkingen Cerezyme Dosis Aantal flacons gebruikt Datum (dd-mm-jjjj): Flacons van 400 E: Duur van de toediening Toedieningssnelheid Problemen/opmerkingen (gerelateerd aan de infusie vb. bijwerkingen) Datum van infusie Algemene gezondheidstoestand van de patiënt: specifieke problemen/opmerkingen Cerezyme Dosis Aantal flacons gebruikt Datum (dd-mm-jjjj): Flacons van 400 E: Duur van de toediening Toedieningssnelheid Problemen/opmerkingen (gerelateerd aan de infusie vb. bijwerkingen) Datum van infusie Algemene gezondheidstoestand van de patiënt: specifieke problemen/opmerkingen Cerezyme Dosis Aantal flacons gebruikt Datum (dd-mm-jjjj): Flacons van 400 E: Duur van de toediening Toedieningssnelheid Problemen/opmerkingen (gerelateerd aan de infusie vb. bijwerkingen) Bijlage 2
Bijlage 2