ECLI:NL:RBDHA:2015:6706

Vergelijkbare documenten
ECLI:NL:RBAMS:2014:8276

ECLI:NL:RBAMS:2015:10059

ECLI:NL:RBDHA:2016:11833

ECLI:NL:RBAMS:2016:7682

ECLI:NL:GHAMS:2014:5046 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:RBMNE:2017:449

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX6197 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:RBDHA:2016:1836

ECLI:NL:RBMNE:2017:386

ECLI:NL:RBDHA:2017:5150

ECLI:NL:GHARN:2012:BY4474

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht

ECLI:NL:RBUTR:2005:AS6703

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/ FA RK ; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel )

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3762

ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1198 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2017:357 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:RBDHA:2013:8822

ECLI:NL:RBASS:2011:BP3458

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht

ECLI:NL:RBNHO:2016:10882

ECLI:NL:GHARL:2017:2726

Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER. BESCHIKKING van 20 december 2011 in de zaak met zaaknummer

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht

ECLI:NL:RBNHO:2013:10520

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634

» Samenvatting. » Uitspraak. 1. Verloop van de procedure. 2. Verdere beoordeling

ECLI:NL:GHAMS:2014:3092

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6590

ECLI:NL:GHAMS:2016:4075 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2016:573 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

JPF 2013/149 Rechtbank 's-gravenhage 23 oktober 2012, /FA RK ; ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371. ( mr. Bellaart )

ECLI:NL:RBROT:2017:2606

ECLI:NL:GHAMS:2016:428 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:GHAMS:2017:1855 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

Transcriptie:

ECLI:NL:RBDHA:2015:6706 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 11062015 Datum publicatie 21072015 Zaaknummer C09488927 FA RK 153785 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen en familierecht Eerste aanleg meervoudig verklaring voor recht dat de ouders zijn geschorst in hun gezag; benoeming voogdes op grond van art. 1:253q en r BW. Moeder woont in Honduras, haar 2 kinderen zijn in Nederland op een inmiddels ingetrokken toeristenvisum; uitzetting door de IND dreigt. Wetsverwijzingen Burgerlijk Wetboek Boek 1 Burgerlijk Wetboek Boek 1 241 Burgerlijk Wetboek Boek 1 253q Burgerlijk Wetboek Boek 1 253r Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 800 Vindplaatsen Uitspraak Rechtspraak.nl JPF 2016/37 met annotatie van mr. dr. I. CurrySumner Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer Rekestnummers: FA RK 152319 / FA RK 153785 Zaaknummers: C/09/485656 / C/09/488927 Datum beschikking: 11 juni 2015 Voorziening in de voogdij ex artikel 1:253q lid 2, jo 1:253r BW Beschikking op het op 20 mei 2015 ingekomen verzoekschrift van: de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden, hierna: de Raad.

Als belanghebbenden worden aangemerkt: [de tante], hierna: de tante, wonende te [woonplaats], advocaat: mr. D.H.P.C. Glaudemans te Delft, [de oom], hierna: de oom, wonende te [woonplaats], advocaat: mr. D.H.P.C. Glaudemans te Delft, Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Zoetermeer, de beoogd voogdes. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; de brief d.d. 19 mei 2015 van de beoogd voogdes; het op 27 mei 2015 ingekomen Plan van aanpak Voogdij van de beoogd voogdes; het faxbericht d.d. 28 mei 2015 van de zijde van de tante en oom. Op 29 mei 2015 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: [naam] namens de Raad, de tante en de oom met hun advocaat en de beoogd voogdes in de persoon van [naam]. Van de zijde van de tante en oom zijn een pleitnota, kopieën van de paspoorten van de minderjarigen en een kopie van een akte met nummer [nummer] (in de Spaanse taal) overgelegd. De Raad heeft ter terechtzitting verklaard dat zijn verzoek dient te worden begrepen als een verzoek tot voorziening in de (tijdelijke) voogdij ex artikel 1:253q lid 2 juncto 1:253r van het Burgerlijk Wetboek (BW). De minderjarigen hebben, bijgestaan door een tolk, hun mening in raadkamer kenbaar gemaakt. De minderjarigen hebben tevens schriftelijk hun mening kenbaar gemaakt.

Verzoek en verweer Het verzoek strekt ertoe Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden (hierna: de beoogd voogdes) te belasten met de voogdij over na te noemen minderjarigen. Feiten Volgens de Raad zijn uit [de moeder] (hierna: de moeder), de volgende thans nog minderjarige kinderen geboren: [de minderjarige 1], op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Honduras, en [de minderjarige 2], op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Honduras. Eveneens volgens de Raad is [naam] de biologische vader van deze minderjarigen en heeft hij [de minderjarige 2] ook erkend. Het kopie van het paspoort van de oudste minderjarige is afgegeven op 26 november 2014, met No. [nummer] met een I.D. No.: [nummer], geldig tot 27 november 2019. Het kopie van het paspoort van de jongste minderjarige is eveneens afgegeven op 26 november 2014 met No. [nummer] met een I.D. No. : [nummer] en eveneens geldig tot 27 november 2019. De wettelijke woonplaats van de minderjarigen is gelegen op een onbekend adres in Honduras, bij de voor zover thans moet worden aangenomen met het gezag belaste moeder. De minderjarigen verblijven sinds februari 2015 met een toeristenvisum zonder gezaghebbende ouder(s) in Nederland bij de tante en deels ook bij de oom. Op 27 maart 2015 zijn de minderjarigen en de tante door de politie opgepakt vanwege winkeldiefstal, waardoor het visum van de minderjarigen is ingetrokken. De mogelijkheid van terugkeer van de minderjarigen naar Honduras is bij de IND in onderzoek. Op 30 maart 2015 is bij beschikking van deze rechtbank (FA RK 152319 / C/09/485656) de thans beoogde voogdes op grond van artikel 1:241 BW met de voorlopige voogdij over de minderjarigen belast, zulks met toepassing van artikel 800 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), met ingang van 31 maart 2015 tot 10 april 2015. Op 9 april 2015 is bij beschikking van deze rechtbank (FA RK 15319 / C/09/485656) de thans beoogde voogdes op grond van artikel 1:241 BW met de voorlopige voogdij over de minderjarigen belast, met ingang van 10 april 2015 tot 9 juni 2015. Hierbij is het (primaire) verzoek tot het belasten van de oom met de voogdij over de minderjarigen en tot (voorlopige) ondertoezichtstelling en het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen afgewezen. Het verzoek is voor het overige aangehouden en verwezen naar de zitting van heden. Beoordeling De Raad heeft ter terechtzitting zijn verzoek nader toegelicht en heeft nadrukkelijk gesteld dat de minderjarigen zonder gezaghebbende ouder(s) of ander gezaghebbend persoon in Nederland verblijven. Het contact met de moeder in Honduras lijkt beperkt te zijn tot af en toe telefonsich contact omdat de moeder geen vaste woon of verblijfplaats meer heeft. Uit het verhandelde ter terechtzitting en de overgelegde stukken is gebleken dat de moeder al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag over de minderjarige uit te oefenen. Tevens is gebleken dat de vader, voor zover hij met het gezag belast zou zijn, eveneens in de onmogelijkheid verkeert om het gezag uit te oefenen nu zijn verblijfplaats onbekend is..

De rechtbank komt tot het voorgaande op grond van de stelling van de tante en de oom dat de minderjarigen uit Honduras naar Nederland zijn gebracht met de bedoeling dat de minderjarigen door de tante en de oom (mogelijk via een latere adoptie) in Nederland zouden kunnen worden verzorgd en opgevoed. Ter terechtzitting is nog overgelegd een Spaanstalige schriftelijke verklaring van de moeder afgelegd ten overstaan van een notaris zijnde [naam], met nummer [nummer]. Hieruit is af te leiden dat de moeder heeft verklaard dat een ander (de tante ) dan zij met het gezag over (in elk geval) de minderjarige [de minderjarige 2], moet worden belast. Daarnaast zijn van belang de verklaring van de Raad en de tante en de oom, alsmede hetgeen de minderjarigen in het kindgesprek naar voren hebben gebracht. Hieruit kan worden opgemaakt dat de moeder in Honduras niet over een vaste woon of verblijfplaats beschikt en zij slechts met moeite en zeer sporadisch telefonisch contact heeft met de minderjarigen of de tante. Aldus is de conclusie dat het gezag van de moeder van rechtswege is geschorst en dat dit ook geldt voor het gezag van de vader voor zover hij daarmee is belast. Op grond van het bovenstaande zullen de vader en de moeder niet in deze procedure worden opgeroepen. Tevens dient in de voogdij over de minderjarigen te worden voorzien. Het belang van de minderjarigen verzet zich niet tegen de verzochte voogdijbenoeming. De beoogd voogdes zal spoedig nagaan of de minderjarigen zich in een veilige situatie bevinden bij voornoemde oom en tante, waarbij hun eventuele justitiële gegevens bij de Raad voor de Kinderbescherming dienen te worden opgevraagd, en in overleg treden met de IND over de (eventuele) terugkeer van de minderjarigen naar Honduras. De beoogd voogdes heeft zich schriftelijk bereid verklaard tot aanvaarding van de voogdij over de minderjarigen. Beslissing De rechtbank: verklaart voor recht dat het gezag van de moeder over de minderjarigen, en voor zover aan de orde ook het gezag van de vader over de minderjarigen: [de minderjarige 1], op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Honduras, en [de minderjarige 2], op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Honduras, van rechtswege is geschorst; benoemt tot voogdes over de minderjarigen: Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

stelt in de zaak met nummer FA RK 152319 / C/09/485656 vast dat er niets meer te beslissen valt. Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M. Vink, C.L. Strop en A.E.J. Satink, tevens kinderrechters, bijgestaan door V. van den HoedKoreneef als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2015.