ECLI:NL:RBROT:2017:2606

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ECLI:NL:RBROT:2017:2606"

Transcriptie

1 ECLI:NL:RBROT:2017:2606 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer , , en Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Einduitspraak: ECLI:NL:RBROT:2017:4722 Personen- en familierecht Beschikking OTS en uithuisplaatsing. IPR, bevoegdheid Nederlandse rechter, gewone verblijfplaats. Wetsverwijzingen Burgerlijk Wetboek Boek 1 Burgerlijk Wetboek Boek 1 265b Vindplaatsen Rechtspraak.nl JPF 2017/93 met annotatie van prof. mr. I. Sumner Uitspraak beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaak en rekestnummers : C/10/ / JE RK en C/10/ / JE RK ( [de minderjarige 2] ) C/10/ / JE RK en C/10/ / JE RK ( [de minderjarige 1] ) datum uitspraak: 22 maart 2017 beschikking voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing (zaak- en rekestnummers C/10/ / JE RK ( [de minderjarige 2] ) en C/10/ / JE RK ( [de minderjarige 1] )) in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad,

2 gevestigd te Rotterdam, betreffende [Naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats], Frankrijk, hierna te noemen [roepnaam], [Naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats], hierna te noemen [roepnaam]. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [Naam moeder], hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] ; en merkt als informant aan: [Naam vader], hierna te noemen de vader, volgens opgave ter zitting wonende te [adres] Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 9 maart 2017; - de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 14 maart 2017; - de per bij de rechtbank ingekomen brief van de Raad van 21 maart Op 22 maart 2017 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder; - de vader; - de vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam] ; - de vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam]. Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de Franse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van mw. M.E. Velleman, tolk in de Franse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd

3 overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers. De feiten Bij beschikking van 9 maart 2017 is [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld tot 9 juni Ook is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van vier weken. De beslissing op het verzoek is voor het overige aangehouden. Bij beschikking van 14 maart 2017 is [de minderjarige 1] voorlopig onder toezicht gesteld tot 14 juni Ook is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van vier weken. De beslissing op het verzoek is voor het overige aangehouden. Het verzoek De Raad heeft verzocht om machtigingen tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstellingen. De Raad heeft de verzoeken ter zitting als volgt toegelicht. Op 8 maart 2017 heeft het Erasmus Medisch Centrum (hierna: EMC) te Rotterdam een melding gedaan bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond over [de minderjarige 2] die op 8 maart 2017 in het EMC ter wereld is gekomen. De moeder van [de minderjarige 2] bevond zich op het Centraal Station in Rotterdam toen haar bevalling begon. De moeder is overgebracht naar het EMC, zij bleek niet in het bezit te zijn van medische gegevens. Bij navraag naar de medische gegevens in de woonplaats van de moeder ( [woonplaats] Frankrijk) werd een zorgelijke situatie gemeld. De moeder heeft geen vaste verblijfplaats en er waren ernstige zorgen over de sociale situatie en veiligheid van het - toen nog ongeboren - kind. De moeder is niet verschenen op afspraken met de verloskundige. Daarnaast loopt reeds gedurende twee maanden een onderzoek naar [de minderjarige 1], het broertje van [de minderjarige 2], van de kinderbescherming in Frankrijk en is door de kinderbescherming politiebrigade - zonder succes - getracht het gezin te lokaliseren. Uit een beschikking van een Franse rechtbank die vanuit Frankrijk is ontvangen, blijkt dat de Franse rechter heeft bepaald dat een bevel gegeven moest worden tot een opvoedingsmaatregel. De vader van de kinderen is volgens de informatie uit Frankrijk bekend met drugshandel. De Franse kinderbescherming heeft verzocht om [de minderjarige 2] niet uit het ziekenhuis te ontslaan. De Raad maakt zich ernstig zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige 2] en over de veiligheid en stabiliteit die de moeder haar al dan niet kan bieden. Ook heeft de Raad zorgen over de vraag of de moeder in staat is om te voorzien in de basisbehoeften van [de minderjarige 2]. Om deze redenen heeft de Raad verzocht [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht te stellen en om machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. Van [de minderjarige 1] was aanvankelijk niet bekend waar hij verbleef, maar hij is meegekomen met de ouders toen zij een afspraak hadden met de GI. Gelet op de gemelde zorgen vanuit Frankrijk over

4 [de minderjarige 1] en de bij de Raad bestaande zorgen over de situatie van de moeder, heeft de Raad ook een ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing verzocht voor [de minderjarige 1]. De Raad heeft de Franse kinderbescherming gevraagd onderzoek te doen naar de kinderen en de Raad heeft ook contact gehad met de desbetreffende rechter in Frankrijk. Als de kinderen zouden teruggaan naar Frankrijk, dan zouden zij in Franse pleeggezinnen moeten worden geplaatst en zou de Franse kinderbescherming het onderzoek kunnen doen naar het perspectief van de kinderen. De Raad is wel van mening dat het in het belang van de kinderen is dat zij zo spoedig mogelijk naar Frankrijk worden overgeplaatst, maar het is nog niet duidelijk hoe hieraan vorm gegeven moet worden. Het standpunt van de GI De GI heeft ter zitting verklaard dat de GI vanuit Frankrijk informatie heeft gekregen over [de minderjarige 1]. De ouders van [de minderjarige 1] zouden in Frankrijk een zwervend bestaan hebben geleid. In september 2016 is er in Frankrijk een onderzoek gestart naar de opvoedsituatie van [de minderjarige 1]. Er zijn voorstellen gedaan aan de ouders voor huisvesting, maar ouders hebben die voorstellen afgewezen. Door de Franse autoriteiten zijn er zorgen gemeld over de opvoedvaardigheden van de moeder. Men heeft aldaar geconstateerd dat de moeder niet goed kan aansluiten bij de behoeften van [de minderjarige 1] en dat de interactie tussen de moeder en [de minderjarige 1] beperkt is. De moeder heeft weinig geduld en aandacht voor haar zoon. [de minderjarige 1] is bij de Franse autoriteiten in beeld gekomen door een anonieme melding. Over de vader is gemeld dat hij meerdere zonen heeft en dat zij onder toezicht zijn gesteld. Er is een onderzoeksopdracht gegeven om te rapporteren over de familiegeschiedenis. De rapportage zou op 2 juli 2017 gereed moeten zijn. De GI is op 20 maart 2017 telefonisch ervan op de hoogte gesteld door het bureau huisvesting te [plaats] dat de moeder die dag een afspraak zou hebben bij dit bureau voor huisvesting in een sociale huurwoning en dat zij aan het einde van diezelfde week over die woning de beschikking zou kunnen krijgen. De GI deelt de zorgen van de Raad en voegt daar nog aan toe dat [de minderjarige 2] een kwetsbaar meisje is dat op dit moment nog niet vervoerd kan worden naar Frankrijk. Het zou naar de mening van de GI raadzaam zijn hiermee nog enkele weken te wachten. Het standpunt van de ouders De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij per ongeluk in Nederland is beland. De moeder was op weg met een bus van de Euroline van [Frankrijk] naar Luxemburg om aldaar sigaretten te gaan kopen. Doordat zij onderweg in slaap is gevallen, is zij in Luxemburg niet uitgestapt en kon zij de bus pas verlaten in Rotterdam. Onderweg is de bevalling op gang gekomen en in Rotterdam aangekomen is zij naar het EMC gebracht. De moeder wil de kinderen terug hebben en zij wil in ieder geval dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] worden overgeplaatst naar Frankrijk. Zij is bereid om met de kinderen haar intrek te nemen in een opvangvoorziening als dat van haar wordt verlangd. De moeder begrijpt niet waarom de kinderen niet bij haar zouden kunnen worden teruggeplaatst omdat de Franse kinderbescherming een woning voor haar heeft geregeld waar zij met [de minderjarige 1] zou

5 gaan wonen. Van een beslissing van een Franse rechter over [de minderjarige 1] weet zij niets. De vader heeft verklaard dat hij woonachtig is te [adres]. De ouders woonden niet samen maar het was wel de bedoeling van de ouders om samen te gaan wonen na de bevalling van [de minderjarige 2]. De verdere beoordeling Rechtsmacht Uit de stukken en uit het besprokene ter zitting concludeert de kinderrechter dat [de minderjarige 1] zijn gewone verblijfplaats heeft in Frankrijk en dat het de bedoeling van ouders is dat ook [de minderjarige 2] aldaar haar gewone verblijfplaats heeft, maar zij onbedoeld in Nederland ter wereld is gekomen. Ingevolge artikel 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) in verbinding gelezen met artikel 1 Rv geldt als hoofdregel dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft indien het kind zijn gewone verblijfplaats buiten Nederland heeft, maar is deze bepaling slechts van toepassing indien en voor zover geen verdragen of EU-verordeningen van toepassing zijn. Nederland en Frankrijk zijn lidstaten van de Europese Unie. In het onderhavige geval is daarom van toepassing verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 (hierna aangeduid als de verordening Brussel II bis) inzake de bevoegdheid en erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000. Op grond van artikel 8 van de verordening Brussel II bis is de Nederlandse rechter in procedures betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid - waaronder procedures inzake kinderbeschermingsmaatregelen - bevoegd als het kind zijn gewone verblijfplaats heeft in Nederland ten tijde van het verzoek. Artikel 20 Brussel II Bis, lid 1, bepaalt dat in spoedeisende gevallen deze verordening voor de gerechten van een lidstaat geen beletsel vormt om met betrekking tot personen of goederen die zich in die staat bevinden, voorlopige en bewarende maatregelen te nemen waarin de wetgever van die lidstaat voorziet, zelfs indien krachtens deze verordening een gerecht van een andere lidstaat bevoegd is om ten gronde over de zaak te beslissen. Vooralsnog moet naar het oordeel van de kinderrechter ervan worden uitgegaan dat er geen sprake was van een situatie waarin [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hun gewone verblijfplaats hadden in Nederland ten tijde van de verzoeken van de Raad. Echter, wel was en is - gelet op alle

6 beschikbare informatie vanuit Frankrijk - sprake van spoedeisende gevallen waarin voorlopige maatregelen van kinderbescherming dien(d)en te worden getroffen. Gelet op vorenvermelde bepalingen van de verordening Brussel II bis in samenhang gelezen met de bepalingen van Rv, was en is de kinderrechter bevoegd te beslissen op de verzoeken van de Raad om voorlopige maatregelen van kinderbescherming te treffen. Toepasselijk recht De verordening Brussel II bis bevat geen bepalingen inzake het toepasselijk recht. Voor het toepasselijk recht zal de kinderrechter daarom aansluiting zoeken bij het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, s- Gravenhage, 19 oktober 1996, Trb. 197, 299 (hierna: HKBV 1996), welk verdrag door Nederland en Frankrijk is geratificeerd. Ingevolge artikel 15 van het HKBV 1996 is Nederlands recht van toepassing als de Nederlandse rechter bevoegd is. Nu, zoals hierboven is uiteengezet, de Nederlandse rechter bevoegd is in het onderhavige geval voorlopige maatregelen van kinderbescherming te treffen, zijn de op grond van het Nederlands recht uitgesproken voorlopige ondertoezichtstellingen van zowel [de minderjarige 2] als [de minderjarige 1] en de verleende machtigingen tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken, op goede gronden afgegeven. Immers op grond van Nederlands recht kunnen (voorlopige) maatregelen van kinderbescherming worden getroffen indien sprake is van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van een kind. Uit de informatie die vanuit Frankrijk is verstrekt blijkt dat daarvan sprake is. In hetgeen door de ouders ter zitting is aangevoerd ziet de kinderrechter geen aanleiding tot opheffing van de reeds getroffen maatregelen. Er is nog geen duidelijkheid over de opvoedsituatie bij de ouders en nader onderzoek daarnaar wordt door de Raad, maar kennelijk ook door de Franse autoriteiten op het gebied van kinderbescherming, noodzakelijk geacht. Wel lijkt aangewezen te zijn dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] zo spoedig mogelijk worden overgeplaatst naar Frankrijk opdat de Franse organisaties van kinderbescherming aldaar nader onderzoek kunnen doen naar het perspectief voor de kinderen. De Raad en de GI kunnen bedoelde overplaatsing bewerkstelligen met behulp van (en wellicht door tussenkomst van) de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie te Den Haag. Nu de daadwerkelijke overplaatsing en de daarvoor wellicht noodzakelijke procedure vermoedelijk enige tijd zal vergen, zal de kinderrechter, gelet op voornoemde noodzaak van nader onderzoek naar de opvoedsituatie voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] bij de ouders, de machtigingen uithuisplaatsing voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] in het belang van hun verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek) verlengen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. Omdat de termijnen van de voorlopige ondertoezichtstelling van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] niet gelijk lopen, zal de kinderrechter voor de eenduidigheid van de termijn van de uithuisplaatsing beide machtigingen verlengen tot 9 juni 2017.

7 Inzake zaak en rekestnummers C/10/ / JE RK ( [de minderjarige 2] ) en C/10/ / JE RK ( [de minderjarige 1] ) Ten aanzien van het verzoek van de Raad aan de kinderrechter om de bevoegdheid om te beslissen op de verzoeken tot het treffen van definitieve maatregelen van kinderbescherming over te dragen aan de Franse rechter, wijst de kinderrechter op de bepalingen van de verordening Brussel II bis. De verzoeken tot het treffen van definitieve maatregelen zullen worden behandeld op na te noemen zittingsdatum, alwaar de bevoegdheidsvraag aan de orde zal worden gesteld. Partijen wordt verzocht zich alsdan uit te laten over de bevoegdheid van de kinderrechter om op deze verzoeken van de Raad te beslissen, alsook over de mogelijkheid van overdracht van de bevoegdheid die de kinderrechter volgens de Raad zou toekomen op grond van artikel 15 van de verordening Brussel II bis. Indien de hierna te noemen zittingsdatum niet meer plaats behoeft te vinden, verzoekt de kinderrechter de Raad alle betrokkenen hiervan op de hoogte te stellen, teneinde te voorkomen dat ouders wellicht tevergeefs naar Nederland zullen reizen. De beslissing De kinderrechter: Inzake zaak- en rekestnummers C/10/ / JE RK ( [de minderjarige 2] ) en C/10/ / JE RK ( [de minderjarige 1] ) verleent machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg tot 9 juni 2017; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; Inzake zaak en rekestnummers C/10/ / JE RK ( [de minderjarige 2] ) en C/10/ / JE RK ( [de minderjarige 1] ) bepaalt dat de Raad, de GI, de belanghebbende en de informant terzake van deze verzoeken zullen worden gehoord ter zitting van 30 mei 2017 om 9.30 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein De zaak zal op deze zitting, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door ondergetekende.

8 Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. van den Broek-Prins, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.L. Wöltgens-Cremers als griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 maart Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Den Haag.

ECLI:NL:RBAMS:2016:7682

ECLI:NL:RBAMS:2016:7682 ECLI:NL:RBAMS:2016:7682 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 22-11-2016 Datum publicatie 28-11-2016 Zaaknummer C/13/614102 / FA RK 16-5813 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2015:10059

ECLI:NL:RBAMS:2015:10059 ECLI:NL:RBAMS:2015:10059 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 20-10-2015 Datum publicatie 13-06-2016 Zaaknummer C/13/592460 / JE RK 15-996 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:6706

ECLI:NL:RBDHA:2015:6706 ECLI:NL:RBDHA:2015:6706 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 11062015 Datum publicatie 21072015 Zaaknummer C09488927 FA RK 153785 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen en

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2016:11833

ECLI:NL:RBDHA:2016:11833 ECLI:NL:RBDHA:2016:11833 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 03-10-2016 Datum publicatie 04-10-2016 Zaaknummer C/09/503343 / FA RK 16-214 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2014:8276

ECLI:NL:RBAMS:2014:8276 ECLI:NL:RBAMS:2014:8276 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 05-11-2014 Datum publicatie 09-12-2014 Zaaknummer FA RK 14-7711 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - enkelvoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2012:BY4474

ECLI:NL:GHARN:2012:BY4474 ECLI:NL:GHARN:2012:BY4474 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 25-10-2012 Datum publicatie 28-11-2012 Zaaknummer 200.111.854 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht ECLI:NL:GHSHE:2016:416 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 11-02-2016 Datum publicatie 12-02-2016 Zaaknummer 200 180 361_01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2017:449

ECLI:NL:RBMNE:2017:449 ECLI:NL:RBMNE:2017:449 Instantie Datum uitspraak 02-02-2017 Datum publicatie 06-02-2017 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer C/16/418623 / FA RK 16-4448 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht ECLI:NL:GHARL:2017:6088 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 13-07-2017 Datum publicatie 26-07-2017 Zaaknummer 200.215.386/01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2017:386

ECLI:NL:RBMNE:2017:386 ECLI:NL:RBMNE:2017:386 Instantie Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak 02-02-2017 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer C16/420604/FO RK 16-141 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2016:10882

ECLI:NL:RBNHO:2016:10882 ECLI:NL:RBNHO:2016:10882 Instantie Datum uitspraak 28-12-2016 Datum publicatie 17-01-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer C/15/245613 / FA RK 16-4085 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht ECLI:NL:GHARL:2014:4151 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 24-04-2014 Datum publicatie 27-05-2014 Zaaknummer 200.141.970-01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2013:10520

ECLI:NL:RBNHO:2013:10520 ECLI:NL:RBNHO:2013:10520 Instantie Datum uitspraak 16-01-2013 Datum publicatie 12-11-2013 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer 187067 / FA RK 11-3921 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2017:2967

ECLI:NL:RBAMS:2017:2967 ECLI:NL:RBAMS:2017:2967 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 12-05-2017 Zaaknummer C/13/614815 / FA RK 16-6107 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht ECLI:NL:GHARL:2015:6066 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 27-07-2015 Datum publicatie 17-08-2015 Zaaknummer 200.172.365/01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX6197 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX6197 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHLEE:2012:BX6197 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 02-08-2012 Datum publicatie 31-08-2012 Zaaknummer 200.102.809 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2017:357 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:GHAMS:2017:357 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01 ECLI:NL:GHAMS:2017:357 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 07-02-2017 Datum publicatie 23-02-2017 Zaaknummer 200.199.846/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634 ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 24-01-2013 Datum publicatie 05-02-2013 Zaaknummer 200.113.026 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3762

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3762 ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3762 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 05-11-2010 Datum publicatie 12-11-2010 Zaaknummer 295127 / JE RK 10-2574 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen-

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2016:1836

ECLI:NL:RBDHA:2016:1836 ECLI:NL:RBDHA:2016:1836 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 29012016 Datum publicatie 01032016 Zaaknummer 490662 en 498112 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen en familierecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1198 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1198 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1198 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 01-08-2007 Datum publicatie 07-08-2007 Zaaknummer 0600575 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en familierecht

Nadere informatie

JPF 2012/161 Rechtbank Dordrecht 30 mei 2012, 96504/FA RK ; 96507/FA RK ; LJN BW7709. ( mr. Haerkens-Wouters )

JPF 2012/161 Rechtbank Dordrecht 30 mei 2012, 96504/FA RK ; 96507/FA RK ; LJN BW7709. ( mr. Haerkens-Wouters ) JPF 2012/161 Rechtbank Dordrecht 30 mei 2012, 96504/FA RK 12-7108; 96507/FA RK 12-71111; LJN BW7709. ( mr. Haerkens-Wouters ) [Verzoekster] te [adres verzoekster], verzoekster, advocaat: mr. M. Huisman

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:5046 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2014:5046 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2014:5046 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 04-11-2014 Datum publicatie 16-12-2014 Zaaknummer 200.148.742-01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel )

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) [De minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Frankrijk, wonende

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2009:BH5268

ECLI:NL:RBALK:2009:BH5268 ECLI:NL:RBALK:2009:BH5268 Instantie Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak 25-02-2009 Datum publicatie 09-03-2009 Zaaknummer 103747 / FA RK 08-654 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen-

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:573 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:GHAMS:2016:573 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01 ECLI:NL:GHAMS:2016:573 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 16-02-2016 Datum publicatie 24-02-2016 Zaaknummer 200.179.961/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6590

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6590 ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6590 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 16-10-2012 Datum publicatie 18-12-2012 Zaaknummer 193036 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en familierecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2005:AS6703

ECLI:NL:RBUTR:2005:AS6703 ECLI:NL:RBUTR:2005:AS6703 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 26-01-2005 Datum publicatie 14-03-2005 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 184276/FA RK04-5055 Personen-

Nadere informatie

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1184

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1184 ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1184 Instantie Rechtbank Breda Datum uitspraak 11-04-2011 Datum publicatie 14-04-2011 Zaaknummer 647993 ov 11-945 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBASS:2011:BP3458

ECLI:NL:RBASS:2011:BP3458 ECLI:NL:RBASS:2011:BP3458 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 26-01-2011 Datum publicatie 07-02-2011 Zaaknummer 82435 FA RK 10-2820 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen-

Nadere informatie

JPF 2013/149 Rechtbank 's-gravenhage 23 oktober 2012, 422965/FA RK 12-5121; ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371. ( mr. Bellaart )

JPF 2013/149 Rechtbank 's-gravenhage 23 oktober 2012, 422965/FA RK 12-5121; ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371. ( mr. Bellaart ) JPF 2013/149 Rechtbank 's-gravenhage 23 oktober 2012, 422965/FA RK 12-5121; ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371. ( mr. Bellaart ) [De vrouw] te [woonplaats vrouw], hierna: de vrouw, advocaat: mr. L.J. Zietsman te

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2017:721

ECLI:NL:RBOVE:2017:721 ECLI:NL:RBOVE:2017:721 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15-02-2017 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer ak_16 _ 1345 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMAA:2012:BY2805

ECLI:NL:RBMAA:2012:BY2805 ECLI:NL:RBMAA:2012:BY2805 Instantie Rechtbank Maastricht Datum uitspraak 19-04-2012 Datum publicatie 12-11-2012 Zaaknummer 152909 / FA RK 11-238 en 165071 / FA RK 11-1210 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:5150

ECLI:NL:RBDHA:2017:5150 ECLI:NL:RBDHA:2017:5150 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 11052017 Datum publicatie 24052017 Zaaknummer C/09/501371 / HA RK 15544 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen

Nadere informatie

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht ECLI:NL:GHSHE:2015:5019 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 03-12-2015 Datum publicatie 04-12-2015 Zaaknummer F 200 170 080_01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:3092

ECLI:NL:GHAMS:2014:3092 ECLI:NL:GHAMS:2014:3092 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 04-03-2014 Datum publicatie 04-08-2014 Zaaknummer 200.123.306/01 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALK:2012:5380, Bekrachtiging/bevestiging

Nadere informatie

ECHTSCHEIDINGS PROCESRECHT SPREKER MR. H.A. GERRITSE 9 APRIL 2015 09:00-11:15 WWW.AVDRWEBINARS.NL

ECHTSCHEIDINGS PROCESRECHT SPREKER MR. H.A. GERRITSE 9 APRIL 2015 09:00-11:15 WWW.AVDRWEBINARS.NL ECHTSCHEIDINGS PROCESRECHT SPREKER MR. H.A. GERRITSE 9 APRIL 2015 09:00-11:15 WWW.AVDRWEBINARS.NL Inhoudsopgave Mr. H.A. Gerritse Jurisprudentie Hoge Raad 4 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1402, met betrekking

Nadere informatie