ECLI:NL:RBMAA:2012:BY2805

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ECLI:NL:RBMAA:2012:BY2805"

Transcriptie

1 ECLI:NL:RBMAA:2012:BY2805 Instantie Rechtbank Maastricht Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer / FA RK en / FA RK Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en familierecht Eerste aanleg - enkelvoudig Afwijzing verzoek van de moeder het gezamenlijk gezag te beëindigen. Weigering van de moeder aan de minderjarige voorlichting omtrent het vaderschap te geven. Bepaling dat de vader en de minderjarige gerechtigd zijn tot begeleide contacten met elkaar. Verwijzing naar EHRM 23 juni 2005, zaaknr /990, Zwadka T. Polen. Opdracht aan de stichting bureau jeugdzorg om een indicatiebesluit af te geven opdat begeleiding van de contacten door de Mutsaersstichting kan plaatsvinden. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak RECHTBANK MAASTRICHT Sector Civiel Datum uitspraak: 19 april 2012 Zaaknummers: / FA RK / FA RK De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven inzake: In de zaak met zaaknummer : [moeder], verzoekster, verder te noemen: de moeder, advocaat mr. J.E.H.R. Vluggen, en: [vader],

2 wederpartij, verder te noemen: de vader, advocaat mr. D.M. Gijzen. EN: In de zaak met zaaknummer : [vader], verzoeker, verder te noemen: de vader, advocaat mr. D.M. Gijzen. en: [moeder], wederpartij, verder te noemen: de moeder, advocaat mr. J.E.H.R. Vluggen, In de zaak met zaaknummer : Wederom gezien de stukken, waaronder thans de beschikking van deze rechtbank van 26 mei Het verdere verloop van de procedure De Raad voor de Kinderbescherming te Maastricht, verder te noemen: de raad, heeft op 6 oktober 2011 een rapport uitgebracht. In de zaak met zaaknummer : Het verloop van de procedure De vader heeft op 23 september 2011 een verzoekschrift tot vaststelling van een regeling in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en tot vaststelling van een informatie- en consultatieregeling ingediend. De feiten [minderjarige] (roepnaam: [de minderjarige]) is geboren te [geboorteplaats] op [2007] uit de inmiddels beëindigde relatie tussen de moeder en de vader. [de minderjarige] is erkend door de vader. De ouders hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over [de minderjarige]. [de minderjarige] verblijft bij moeder. Het verzoek en het verweer

3 Ten aanzien van het verzoek. De vader heeft verzocht de vaststelling van een regeling in het kader van de verdeling van de zorgen opvoedingstaken in die zin dat de vader contact heeft met [de minderjarige] eenmaal in de veertien dagen gedurende een weekend. Daarnaast heeft de vader verzocht te bepalen dat de moeder de vader op de hoogte houdt omtrent alle gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van [de minderjarige] en hem te raadplegen zo nodig door tussenkomst van derden over daaromtrent te nemen beslissingen, in ieder geval zodra zich een dergelijke aangelegenheid voordoet en in ieder geval uiterlijk eenmaal per kalenderkwartaal. De vader heeft gesteld dat hij [de minderjarige] sinds februari 2009 niet meer heeft gezien. Er is geen enkele vorm van communicatie meer. De vader is van mening dat hij recht op omgang heeft met [de minderjarige], ongeacht of hij wel of geen gezag uitoefent over [de minderjarige], en dat hij recht heeft op informatie over [de minderjarige]. De vader wil dat het contact met [de minderjarige] hersteld wordt, terwijl de moeder te kennen heeft gegeven in ieder geval geen contact meer te willen hebben met de vader, waardoor het contact met [de minderjarige] gefrustreerd wordt. Ten aanzien van het verweer De moeder heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandelingen van 9 februari 2012 en 15 maart 2012 aangegeven, dat vanaf het moment dat zij zwanger was van [de minderjarige] de vader dingen deed die niet door de beugel konden. De vader heeft de afgelopen drie jaar geen enkel initiatief naar [de minderjarige] ondernomen. Er dient geen omgang te zijn tussen de vader en [de minderjarige] en diens verzoek dient afgewezen te worden. De moeder staat al jaren alleen voor de opvoeding en verzorging van [de minderjarige]. De moeder doet het al die jaren al goed. De moeder is angstig naar de vader vanwege de dingen die in het verleden zijn gebeurd. Er is geen communicatie tussen de moeder en de vader mogelijk. Indien er toch een vorm van contact tussen de vader en [de minderjarige] moet komen, dan dienen deze op neutraal terrein plaats te vinden, bijvoorbeeld door begeleiding van het axtiehuis, gevestigd te Heerlen. In beide zaken:. De zaken zijn gevoegd behandeld ter zitting van 9 februari De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De behandeling van de zaken is aangehouden voor de duur van een maand met de bepaling dat de vader bij de nadere mondelinge behandeling in persoon aanwezig dient te zijn, dan wel een doktersverklaring zal worden overgelegd met de reden van niet verschijning van de vader. Tevens is de behandeling van de zaken aangehouden opdat de raad aan de rechtbank nadere informatie kan verschaffen over de in Zuid-Limburg bestaande mogelijkheden van omgangsbegeleiding in een omgangshuis, waarover ter zitting is gesproken. De behandeling van de zaken is voortgezet ter zitting van 15 maart (Verdere) BEOORDELING: De rechtbank beveelt op grond van artikel 285 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de voeging van bovengenoemde zaken, nu beide zaken verknochte onderwerpen betreffen. 1. Met betrekking tot het gezag 1.1 Ingevolge het bepaalde in artikel 1:253n lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW, kan de

4 rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag, bedoeld in de artikelen 251a, lid 1, 252, lid 1, 253q, lid 5, of 277 lid 1 beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt. Het tweede lid van artikel 1: 253n lid 1 bepaalt dat het eerste en derde lid van artikel 1:251a van overeenkomstige toepassing zijn. Blijkens de stukken oefenen de vader en de moeder op grond van het bepaalde in artikel 1:252 lid 1 BW gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over [de minderjarige]. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:251a lid 1 BW kan de rechter na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed op verzoek van de ouders of van één van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien: a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. 1.2 De raad heeft op 6 oktober 2011 een rapport uitgebracht. Daarin heeft de raad geadviseerd om het verzoek van de moeder om voortaan alleen het ouderlijk gezag uit te oefenen over [de minderjarige] af te wijzen. Een belangrijk punt dat uit het rapport van de raad naar voren komt is dat de moeder geen voorlichting aan [de minderjarige] heeft gegeven over wie zijn vader is. [de minderjarige] heeft geen herinneringen aan zijn vader. Bij gelegenheid van de mondelinge behandelingen van 9 februari 2012 en 15 maart 2012 is gebleken dat de moeder nog steeds geen statusvoorlichting aan [de minderjarige] heeft gegeven en zelfs heeft aangegeven de uitspraak van de rechtbank in deze zaken af te willen wachten. De rechtbank acht deze opstelling van de moeder niet in het belang van [de minderjarige]. De raad heeft benadrukt dat [de minderjarige] twee ouders heeft, die in zijn belang zullen moeten gaan samenwerken. Volgens de raad is de vader in het verleden onvoorspelbaar geweest, is zijn situatie nu stabieler. De moeder heeft niet meer geïnvesteerd in de communicatie tussen de ouders en is dat volgens de raad ook niet van plan. Met de raad is de rechtbank van oordeel dat niet gebleken is van feiten of omstandigheden, waardoor er een onaanvaardbaar risico is dat [de minderjarige] klem of verloren zou raken tussen de ouders. De rechtbank wordt door de opstelling van de moeder de mogelijkheid ontnomen om zich een beeld van de rol van de vader van [de minderjarige] te vormen. De moeder laat de vader op geen enkele wijze toe tot het leven van [de minderjarige]. De rechtbank acht deze opstelling van de moeder niet in het belang van [de minderjarige]. Met de raad is de rechtbank van oordeel dat eenhoofdig gezag van de moeder niet in het belang is van [de minderjarige]. Het is voor [de minderjarige] belangrijk dat hij opgroeit met een reëel beeld van zijn vader. Het uitblijven van een reëel beeld van zijn vader kan op termijn een negatief effect hebben op zijn (identiteits)ontwikkeling en mogelijk zijn beeld van zijn moeder negatief gaan beïnvloeden. De rechtbank wijst in dit verband op het bepaalde in artikel 1:247 BW. In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat het ouderlijk gezag de plicht en het recht van de ouder omvat zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden. In het derde lid is bepaald dat het ouderlijk gezag mede omvat de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te

5 bevorderen. De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige] dat de moeder, al dan niet met professionele hulp, gaat werken aan haar opstelling ten opzichte van de vader en dat zowel de moeder als de vader zich zullen inspannen om de communicatie tussen hen aangaande [de minderjarige] te bevorderen. De moeder heeft haar verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag mede gebaseerd op het feit dat zij lijdt aan een auto-immuunziekte, waardoor zij het risico kan lopen vroegtijdig te overlijden. De moeder wil nu al geregeld hebben, dat de vader in het geval van haar overlijden niet overblijft als de ouder die alleen het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uitoefent. De rechtbank is van oordeel dat in deze vrees geen reden is gelegen om nu het gezamenlijk gezag te beëindigen. De rechtbank voegt hieraan nog toe dat de moeder in wezen van de rechtbank vraagt vooruit te lopen op een in de toekomst gelegen omstandigheid, waarvan ongewis is of deze zich zal voordoen. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat beëindiging van het gezamenlijk gezag evenmin anderszins noodzakelijk is in het belang is van [de minderjarige]. De rechtbank zal het verzoek van de moeder tot beëindiging van het gezamenlijk gezag dan ook afwijzen. 2. Met betrekking tot de regeling in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, almede met betrekking tot de informatie- en consultatie 2.1 In artikel 1:253a lid 2 BW is bepaald dat de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Deze regeling kan (onder meer) omvatten: - een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken, alsmede en uitsluitend indien het belang van het kind dit vereist, een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben; - de wijze waarop informatie omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind wordt verschaft aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft dan wel de wijze waarop deze ouder wordt geraadpleegd. In aanvulling op hetgeen hiervoor met betrekking tot de leden 1 en 3 van artikel 1:247 BW vermeld, overweegt de rechtbank overweegt de rechtbank als volgt. In artikel 1:247 lid 2 BW is bepaald dat onder verzorging en opvoeding mede wordt verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid van de ouders voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en veiligheid van het kind, alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. Op grond van deze bepalingen, in onderling verband en samenhang gelezen, heeft de vader de plicht en het recht om [de minderjarige] te verzorgen en op te voeden en is de moeder verplicht om de ontwikkeling van de banden van [de minderjarige] met de vader te bevorderen. In het licht van de genoemde wettelijke bepalingen zou dit slechts anders zijn als contacten tussen [de minderjarige] en de vader schadelijk zouden zijn voor het geestelijke en lichamelijke welzijn en de veiligheid van [de minderjarige]. Dat deze situatie zich zou voordoen is, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, niet aannemelijk geworden. In tegendeel, gelet op de rapportage van de raad is eerder aannemelijk dat de weigering van de moeder om contacten tussen [de minderjarige] en zijn vader toe te laten schadelijk zal blijken te zijn voor de ontwikkeling van [de minderjarige]. Uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de rechten van de mens (EHRM) bijvoorbeeld EHRM

6 23 juni 2005, zaaknr /990, Zawadka t. Polen volgt dat niet alleen uit de artikelen 6 en 8 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM), maar ook uit de artikelen 9 lid 3 en 16 van het Internationaal Verdrag inzake Rechten van het Kind (IVRK) voortvloeit dat de staat, om het omgangsrecht ten uitvoer te leggen, al het mogelijke moet doen wat in de omstandigheden kan worden verwacht. In de praktijk rust een belangrijk deel van deze verplichting op de rechter, die alle middelen moet inzetten die met het oog op de omstandigheden van het geval te realiseren zijn om het omgangsrecht ten uitvoer te leggen. De rechtbank is van oordeel dat er geen contra-indicaties bestaan voor het het tot stand brengen van contacten tussen [de minderjarige] en de vader. Nu de vader sinds februari 2009, derhalve al gedurende drie jaar, geen contact meer heeft gehad met [de minderjarige], acht de rechtbank het noodzakelijk dat een verblijfsregeling zorgvuldig wordt begeleid. De rechtbank acht de Mutsaersstichting te Venlo geschikt om de contacten tussen de vader en [de minderjarige] te begeleiden. De rechtbank zal een regeling vaststellen waarbij de verdere invulling van de begeleide contacten tussen de vader en [de minderjarige] zal geschieden in nader overleg tussen de ouders en de Mutsaersstichting. De vader en de moeder zijn gehouden hun volledige medewerking te verlenen aan de begeleide omgang. Aan de hand van de uitkomsten van de begeleide omgang zal de rechtbank een nadere beslissing nemen over de vraag welke verblijfsregeling tussen de vader en [de minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken het meest in het belang is van [de minderjarige]. De Mutsaersstichting wordt dan ook verzocht aan de rechtbank te rapporteren over het verloop van de begeleide contacten en te adviseren over de vraag welke verblijfsregeling het meest in het belang van [de minderjarige] moet worden geacht. Voor de financiering van de begeleide contacten dient de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg een indicatiebesluit te verstrekken. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op hetgeen dienaangaande is bepaald in voornoemd artikel 253a lid, het verzoek van de vader ten aanzien van de informatie- en consultatieregeling dient te worden toegewezen. Al het vorenstaande in onderling verband en samenhang beschouwd, zal de rechtbank beslissen zoals hierna nader bepaald. BESLISSING De rechtbank: Wijst af het verzoek van de moeder tot beëindiging van het gezamenlijk gezag. Bepaalt dat de moeder de vader eenmaal per kalenderkwartaal dient te informeren omtrent alle gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van [de minderjarige] en de vader te raadplegen zo nodig door tussenkomst van derden over daaromtrent te nemen beslissingen of zoveel eerder als zich een dergelijke aangelegenheid voordoet. Bepaalt dat de vader en de minderjarige [de minderjarige] gerechtigd zijn tot begeleide contacten met elkaar, waarbij de verdere invulling zal geschieden in nader overleg tussen de ouders en de Mutsaersstichting; Verzoekt de Stichting Bureau Jeugdzorg een indicatiebesluit af te geven teneinde de begeleiding van de contacten tussen de vader en [de minderjarige] te laten uitvoeren door de Mutsaersstichting; Verzoekt de Mutsaersstichting en de advocaten van de ouders de rechtbank binnen een termijn van zes maanden schriftelijk te informeren omtrent het verloop van de begeleide contacten en te adviseren omtrent de vraag welke contactregeling het meest in het belang van [de minderjarige] moet

7 worden geacht. Deze beschikking is gegeven door mr. R.E. Bakker, rechter, tevens kinderrechter en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2012 in tegenwoordigheid van de griffier. MD Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-hertogenbosch: a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

ECLI:NL:GHARL:2017:2726

ECLI:NL:GHARL:2017:2726 ECLI:NL:GHARL:2017:2726 Instantie Datum uitspraak 30-03-2017 Datum publicatie 09-05-2017 Zaaknummer 200.197.064 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Personen-

Nadere informatie

Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend

Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend Regelingen en voorzieningen CODE 7.2.3.38 Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend jurisprudentie bronnen EB, Tijdschrift voor scheidingsrecht, afl. 10 - oktober 2010 Gerechtshof

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1198 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1198 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1198 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 01-08-2007 Datum publicatie 07-08-2007 Zaaknummer 0600575 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en familierecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2016:10882

ECLI:NL:RBNHO:2016:10882 ECLI:NL:RBNHO:2016:10882 Instantie Datum uitspraak 28-12-2016 Datum publicatie 17-01-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer C/15/245613 / FA RK 16-4085 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2015:10059

ECLI:NL:RBAMS:2015:10059 ECLI:NL:RBAMS:2015:10059 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 20-10-2015 Datum publicatie 13-06-2016 Zaaknummer C/13/592460 / JE RK 15-996 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2016:7682

ECLI:NL:RBAMS:2016:7682 ECLI:NL:RBAMS:2016:7682 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 22-11-2016 Datum publicatie 28-11-2016 Zaaknummer C/13/614102 / FA RK 16-5813 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6590

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6590 ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6590 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 16-10-2012 Datum publicatie 18-12-2012 Zaaknummer 193036 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en familierecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:3092

ECLI:NL:GHAMS:2014:3092 ECLI:NL:GHAMS:2014:3092 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 04-03-2014 Datum publicatie 04-08-2014 Zaaknummer 200.123.306/01 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALK:2012:5380, Bekrachtiging/bevestiging

Nadere informatie

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht ECLI:NL:GHSHE:2016:416 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 11-02-2016 Datum publicatie 12-02-2016 Zaaknummer 200 180 361_01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:10366 GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

ECLI:NL:GHARL:2013:10366 GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN ECLI:NL:GHARL:2013:10366 GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Zwolle afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.128.246 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, 137888) beschikking

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2005:AS6703

ECLI:NL:RBUTR:2005:AS6703 ECLI:NL:RBUTR:2005:AS6703 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 26-01-2005 Datum publicatie 14-03-2005 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 184276/FA RK04-5055 Personen-

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634 ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 24-01-2013 Datum publicatie 05-02-2013 Zaaknummer 200.113.026 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2013:10520

ECLI:NL:RBNHO:2013:10520 ECLI:NL:RBNHO:2013:10520 Instantie Datum uitspraak 16-01-2013 Datum publicatie 12-11-2013 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer 187067 / FA RK 11-3921 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2012:BY4474

ECLI:NL:GHARN:2012:BY4474 ECLI:NL:GHARN:2012:BY4474 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 25-10-2012 Datum publicatie 28-11-2012 Zaaknummer 200.111.854 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2014:8276

ECLI:NL:RBAMS:2014:8276 ECLI:NL:RBAMS:2014:8276 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 05-11-2014 Datum publicatie 09-12-2014 Zaaknummer FA RK 14-7711 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - enkelvoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:5046 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2014:5046 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2014:5046 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 04-11-2014 Datum publicatie 16-12-2014 Zaaknummer 200.148.742-01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Afdeling civiel recht ECLI:NL:GHSHE:2015:5019 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 03-12-2015 Datum publicatie 04-12-2015 Zaaknummer F 200 170 080_01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

A 2011 N 57 PUBLICATIEBLAD

A 2011 N 57 PUBLICATIEBLAD A 2011 N 57 PUBLICATIEBLAD LANDSVERORDENING van de 15de december 2011 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek ter zake van gezamenlijk gezag over minderjarige kinderen (Landsverordening gezamenlijk

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2016:11833

ECLI:NL:RBDHA:2016:11833 ECLI:NL:RBDHA:2016:11833 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 03-10-2016 Datum publicatie 04-10-2016 Zaaknummer C/09/503343 / FA RK 16-214 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBASS:2011:BP3458

ECLI:NL:RBASS:2011:BP3458 ECLI:NL:RBASS:2011:BP3458 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 26-01-2011 Datum publicatie 07-02-2011 Zaaknummer 82435 FA RK 10-2820 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 145 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Arnhem afdeling civiel recht

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Arnhem afdeling civiel recht ECLI:NL:GHARL:2016:7585 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 20-09-2016 Datum publicatie 28-11-2016 Zaaknummer 200.194.462 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2016:1836

ECLI:NL:RBDHA:2016:1836 ECLI:NL:RBDHA:2016:1836 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 29012016 Datum publicatie 01032016 Zaaknummer 490662 en 498112 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen en familierecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2017:449

ECLI:NL:RBMNE:2017:449 ECLI:NL:RBMNE:2017:449 Instantie Datum uitspraak 02-02-2017 Datum publicatie 06-02-2017 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer C/16/418623 / FA RK 16-4448 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:6706

ECLI:NL:RBDHA:2015:6706 ECLI:NL:RBDHA:2015:6706 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 11062015 Datum publicatie 21072015 Zaaknummer C09488927 FA RK 153785 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen en

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2017:357 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:GHAMS:2017:357 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01 ECLI:NL:GHAMS:2017:357 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 07-02-2017 Datum publicatie 23-02-2017 Zaaknummer 200.199.846/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2017:386

ECLI:NL:RBMNE:2017:386 ECLI:NL:RBMNE:2017:386 Instantie Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak 02-02-2017 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer C16/420604/FO RK 16-141 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2017:1855 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:GHAMS:2017:1855 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01 ECLI:NL:GHAMS:2017:1855 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 16-05-2017 Datum publicatie 22-05-2017 Zaaknummer 200.198.666/01 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER. BESCHIKKING van 20 december 2011 in de zaak met zaaknummer

Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER. BESCHIKKING van 20 december 2011 in de zaak met zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6082 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 20-12-2011 Datum publicatie 16-02-2012 Zaaknummer 200.089.788-01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECHTSCHEIDINGS PROCESRECHT SPREKER MR. H.A. GERRITSE 9 APRIL 2015 09:00-11:15 WWW.AVDRWEBINARS.NL

ECHTSCHEIDINGS PROCESRECHT SPREKER MR. H.A. GERRITSE 9 APRIL 2015 09:00-11:15 WWW.AVDRWEBINARS.NL ECHTSCHEIDINGS PROCESRECHT SPREKER MR. H.A. GERRITSE 9 APRIL 2015 09:00-11:15 WWW.AVDRWEBINARS.NL Inhoudsopgave Mr. H.A. Gerritse Jurisprudentie Hoge Raad 4 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1402, met betrekking

Nadere informatie

Protocol Gezag en omgang na scheiding. Datum 30 januari 2013

Protocol Gezag en omgang na scheiding. Datum 30 januari 2013 Protocol Gezag en omgang na scheiding Datum 30 januari 2013 Status Definitief Inleiding - 5 1 Doel van het onderzoek - 6 2 Uitgangspunten - 7 3 Werkwijze van de Raad - 8 3.1 Eerste informatieronde - 8

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht ECLI:NL:GHARL:2015:6066 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 27-07-2015 Datum publicatie 17-08-2015 Zaaknummer 200.172.365/01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2009:BH5268

ECLI:NL:RBALK:2009:BH5268 ECLI:NL:RBALK:2009:BH5268 Instantie Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak 25-02-2009 Datum publicatie 09-03-2009 Zaaknummer 103747 / FA RK 08-654 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen-

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht

Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN. locatie Leeuwarden. afdeling civiel recht ECLI:NL:GHARL:2017:6088 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 13-07-2017 Datum publicatie 26-07-2017 Zaaknummer 200.215.386/01 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX6197 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX6197 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHLEE:2012:BX6197 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 02-08-2012 Datum publicatie 31-08-2012 Zaaknummer 200.102.809 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen- en

Nadere informatie

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1184

ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1184 ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1184 Instantie Rechtbank Breda Datum uitspraak 11-04-2011 Datum publicatie 14-04-2011 Zaaknummer 647993 ov 11-945 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2016:5654

ECLI:NL:RBMNE:2016:5654 ECLI:NL:RBMNE:2016:5654 Instantie Datum uitspraak 19-10-2016 Datum publicatie 25-10-2016 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer C/16/419469 / FT RK 16/1339 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie