Instituut Asbestslachtoffers Verslag over 2007
Instituut Asbestslachtoffers (IAS) Het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) adviseert de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over het recht op een tegemoetkoming voor asbestslachtoffers met de ziekte mesothelioom. Daarnaast bemiddelt het IAS tussen (ex-)werkgevers en (ex-)werknemers over het betalen van een schadevergoeding. Het IAS is daarvoor in 1999 opgericht door organisaties van werkgevers en werknemers, het Comité Asbestslachtoffers, het Verbond van Verzekeraars en de overheid. Meer informatie vindt u op de website van het IAS: www.asbestslachtoffers.nl. Colofon Uitgave van Instituut Asbestslachtoffers IAS publicatie 2008/1 Redactie S.A. Aarendonk D. Morreau M.A. van der Woude Druk en vormgeving Artoos Drukkerij B.V. April 2008
Inhoudsopgave Voorwoord 2 Het IAS in 2007 4 - Resultaten bemiddeling en advies - Verbeterde aanvraagprocedure - Tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS) - Voorlichting IAS Kerncijfers IAS 2007 8 - Aanvragen - Afgeronde dossiers - Voorraad dossiers - Regeling TAS en TNS - Resultaten bemiddeling - Kenmerken ex-werknemers met mesothelioom Epidemiologische ontwikkelingen 14 - Aantal gevallen van maligne mesothelioom in Nederland - Is er sprake van onderaanmelding door vrouwen? - Vergelijking asbestgebruik en ontwikkeling - mesothelioom Medische ontwikkelingen 18 - Voorlichting aan mesothelioompatiënten - IAS zoekt versnelling medisch traject Juridische ontwikkelingen 22 - Proportionele aansprakelijkheid - Verjaring van claims - Schadevergoeding voor milieuslachtoffers - Schadevergoeding voor zelfstandigen - Schadevergoeding voor klussers Internationale ontwikkelingen 26 - Vergoedingsregelingen voor asbestslachtoffers Interviews - Jacqueline Cramer 7 - Rob van der Heijden 13 - Lex Burdorf 17 - Bas de Mol 21 - Lydia Charlier 25 - Jan Tempelman 29 Nieuws - Regeling tegemoetkoming voor asbestslachtoffers - uitgebreid met TNS 6 - Meeste gevallen van mesothelioom in Australië 16 - Om wie gaat het? 16-9de bijeenkomst International Mesothelioma Interest - Group in Amsterdam 20 - Knoflook en bramen verminderen schadelijke - werking asbest 20 - VS: Mesomark bloedtest goedgekeurd voor - mesothelioom 20 - Asbestslachtoffers ongelijk gecompenseerd 24 - Nieuw bewijsmateriaal 24 - RPF en pleurale plaques 24 - Asbestmilieuvervuiling 28 - Methoden om asbest onschadelijk te maken 28 - Asbest in het milieu maakt ziek 28 Bijlagen - Missie, taken en werkwijze IAS 30 - Personalia 31 - Jaarrekening 2007 en accountantsverklaring 32 - Samenvatting 43 - Summary 44 1
Voorwoord Dit verslag over het jaar 2007 geeft een overzicht van de activiteiten in het achtste jaar van het Instituut Asbestslachtoffers (IAS). Centraal hierbij staat de bemiddeling van (ex-)werknemers met de ziekte maligne mesothelioom. Conform de missie van het IAS wordt gestreefd naar een snelle en zorgvuldige afhandeling van de aanvragen. De soms zeer langdurige schadeprocedures waarmee deze asbestslachtoffers in het verleden werden geconfronteerd, ook wel omschreven als de juridische lijdensweg, worden op structurele wijze aangepakt. In 2007 werd de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor 309 aanvragers geadviseerd een tegemoetkoming toe te kennen krachtens de TAS-regeling. 157 mesothelioomslachtoffers ontvingen de volledige schadevergoeding conform de normbedragen. Als we het bemiddelingsresultaat van 2000 tot en met 2007 in ogenschouw nemen zien wij dat bijna de helft van de aanvragers met mesothelioom een volledige schadevergoeding heeft ontvangen. Over dit resultaat zijn we niet ontevreden gelet op de moeilijke bewijsvoering en de verjaring van een groot aantal claims. Genoemd resultaat weerspiegelt de solidariteit van partijen die op maatschappelijk verantwoorde wijze meewerken aan de bemiddeling door het IAS. Teneinde nog sneller en meer servicegericht te zijn in de werkwijze hebben wij per 1 april 2007 veranderingen doorgevoerd in de aanvraagprocedure. Zo wordt iedere aanvrager die dat wenst thuis bezocht door een IAS-medewerker en zijn de termijnen voor bemiddeling aangescherpt. Het IAS is er niet meer alleen voor de mesothelioomslachtoffers in loondienst. Sinds 1 december 2007 omvat de dienstverlening van het IAS namelijk ook de advisering aan de Sociale Verzekeringsbank in het kader van de TNS-regeling. Deze regeling is bedoeld voor mesothelioomslachtoffers die, anders dan in loondienst, op fatale wijze aan asbest zijn blootgesteld. Door deze uitbreiding komen nu alle mesothelioomslachtoffers in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming, een belangrijke ontwikkeling. De cijfers in dit jaarverslag laten zien dat de belangstelling voor de nieuwe regeling bijzonder groot is. Net als in de vorige jaren zijn in dit verslag enkele interviews opgenomen met personen, die voor het IAS een belangrijke rol vervullen. De minister van VROM komt aan het woord over de TNS-regeling, die door staatssecretaris Van Geel van VROM in de vorige kabinetsperiode geïnitieerd werd. Minister Jacqueline Cramer wijst er op dat de regeling een einde maakt aan een situatie, waarbij alleen werknemers in aanmerking komen voor een tegemoetkoming. Dat is niet billijk richting slachtoffers die buiten de werksituatie aan asbest zijn blootgesteld. Zij worden immers met hetzelfde leed geconfronteerd. Bij de uitwerking van de TNS-regeling is zoveel mogelijk aangesloten bij de al bestaande TAS-regeling, zowel wat betreft de hoogte van de tegemoetkoming als de procedure. Op deze wijze wordt het slachtoffer in de uitvoeringspraktijk zo min mogelijk belast en wordt ongelijkheid in behandeling voorkomen. 2 Per 1 december trad Rob van der Heijden aan als nieuwe bestuursvoorzitter van het IAS. Hij volgde in die functie mevrouw Tiesinga-Autsema op, die op 28 augustus afscheid nam. In de tussenliggende periode nam bestuurslid Jan Pieter Six het voorzitterschap waar. In dit jaarverslag een interview met de heer Van der Heijden. Hierin benadrukt hij dat de snelheid van afhandeling van de dossiers, ondanks de evidente progressie in de afgelopen jaren, voor hem een belangrijk aandachtspunt zal zijn. Het IAS maakt bij de afhandeling van de aanvragen voor bemiddeling gebruik van de diensten van verschillende organisaties en deskundigen. In dit jaarverslag zijn interviews opgenomen met twee deskundigen, die regelmatig worden geraadpleegd door de IAS-medewerkers. Allereerst Lex Burdorf, die als epidemioloog van het Erasmus Medisch Centrum actief is op het gebied van (historische) asbestblootstelling. Volgens zijn inschatting zal het aantal asbestslachtoffers in Nederland vanaf 2012 of 2013 gaan dalen. Het
IAS maakt ook gebruik van de deskundigheid van Jan Tempelman. De heer Tempelman is als veiligheidskundige werkzaam bij TNO en heeft veel onderzoek gedaan naar de gevaren van asbestblootstelling. Hij waarschuwt in het interview voor de nog bestaande, vaak niet onderkende risico s. Die hangen vooral samen met het onderhoud en de sanering van oude gebouwen. Bas de Mol, bestuurslid van het IAS en als thoraxchirurg verbonden aan het AMC te Amsterdam, stelt in zijn interview tot zijn spijt vast dat de medische ontwikkeling bij mesothelioom nog niet snel verloopt. Mogelijk dat recent onderzoek in het buitenland aanwijzingen oplevert voor betere behandelmethoden. Prof. De Mol meent dat het IAS zelf op medisch gebied een belangrijke rol zou kunnen vervullen. Daartoe zou de informatievoorziening richting slachtoffers en medische beroepsgroepen verbeterd moeten worden, teneinde de levensduur te verlengen en de kwaliteit van het leven van deze slachtoffers te verbeteren, Het interview met advocaat Lydia Charlier behandelt o.a. de vraag of het achteraf juist is dat indertijd in het Convenant gekozen is voor de toepasselijkheid van het geldende recht. Mevrouw Charlier, die namens de FNV veel asbestzaken heeft gevoerd, is van mening dat het geldend recht zich steeds ongunstiger ontwikkelt voor betrokken asbestslachtoffers. Dit, gegeven de zware eisen aan het blootstellingbewijs, de verjaringsproblematiek en de steeds beperktere verzekeringsdekking. In verband met deze ontwikkelingen pleit zij voor een herbezinning van het Convenant teneinde de positie van het IAS te versterken. Aldus kunnen slachtoffers datgene ontvangen waar ze volgens mevrouw Charlier recht op zouden hebben en kan de volgens haar bestaande onbalans ongedaan worden gemaakt. Per saldo kan worden vastgesteld dat het jaarverslag 2007 niet alleen de dossierontwikkeling in 2007 cijfermatig in beeld brengt, evenals de door Ernst & Young goedgekeurde Jaarrekening, maar ook verschillende belangrijke ontwikkelingen en visies betreffende het werkterrein van het IAS. Voor de toekomst van het IAS betekenen ze even zo vele uitdagingen om het nog beter te doen en nieuwe initiatieven te ontplooien. In dat verband zijn door het bestuur enkele beleidsprioriteiten geformuleerd, waaronder de verzameling en verspreiding van kennis en het vinden van gemeenschappelijke oplossingen voor bestaande juridische knelpunten. Tot slot past een woord van dank aan de organisaties waar het IAS nauw mee samenwerkt om de missie van het IAS zo goed mogelijk te vervullen, te weten het Nederlands Mesotheliomen Panel, de werkgroep Mesotheliomen van de NVALT, BSA Schaderegeling, TNO, de Erasmus Universiteit Rotterdam en Technische Universiteit Delft. Samen met deze organisaties zal het IAS zijn werk met onverminderde inzet blijven verrichten. Den Haag, 5 april 2008 M.R. van der Heijden, voorzitter M.A. van der Woude, directeur 3
Het IAS in 2007 2007 was het achtste jaar van het Instituut Asbestslachtoffers (IAS). In dit jaar is de invoering van de tegemoetkomingsregeling voor niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS) voorbereid. Deze en andere belangrijke gebeurtenissen worden hierna toegelicht. Op pagina 6 en 7 vindt u een uitgebreide toelichting op de TNS-regeling. Resultaten bemiddeling en advies Het aantal aanmeldingen (503) was in 2007 aanzienlijk hoger dan in 2006 (371). Dit heeft onder andere te maken met de invoering van de TNS-regeling op 1 december waardoor de instroom in die maand meer dan drie keer zo hoog was als in andere jaren. Daarnaast was de instroom ook in andere maanden relatief iets hoger dan in 2006. Dit zou te maken kunnen hebben met een (incidentele?) toename van het aantal mesothelioomslachtoffers. Het CBS registreerde in 2006 namelijk 21% meer mesothelioomsterfgevallen dan in 2005 (463 i.v.t. 382). Het totaal aantal aanvragen dat het IAS de afgelopen 8 jaar in behandeling heeft genomen komt inclusief 2007 op 3033. Daarvan was 90,7% op 31 december 2007 financieel afgewikkeld. 14 procent werd afgewezen omdat er geen sprake was van de ziekte maligne mesothelioom. Van het resterende deel heeft 45,5% de volledige schadevergoeding conform de normbedragen ontvangen (in 2007 54.133 voor werknemers; 5.272 voor nabestaanden), 41,95% kreeg alleen een uitkering via de Regeling TAS (in 2007: 16.655 voor werknemers en huisgenoten); 12,55% kreeg geen vergoeding toegekend. Sinds de invoering van de Regeling TAS in 2000 hebben 1626 slachtoffers na positief advies van het IAS een vergoeding ontvangen in de vorm van een voorschot of eenmalige uitkering. Deze groep bestaat vrijwel geheel (96%) uit mannen, met een gemiddelde leeftijd van 68 jaar. Het aantal aanvragen voor een tegemoetkoming was in 2007 iets hoger dan in 2006. In 2007 werd de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor 309 aanvragers geadviseerd een tegemoetkoming toe te kennen via de Regeling TAS. 4 Verbeterde aanvraagprocedure in nieuwe overeenkomsten met BSA en SVB Sneller, eenvoudiger, meer servicegericht, efficiënt, formeel correct en met optimaal bereik van alle rechthebbenden. Dat waren de uitgangspunten voor de verbeterde aanvraagprocedure die door het IAS in samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en BSA Schaderegeling BV is voorbereid. Aanleiding voor dit project was het evaluatierapport van onderzoeksbureau Research voor Beleid waarin geconcludeerd werd dat de belasting van de aanvraagprocedure voor het slachtoffer, ondanks de invoering van het voorschot, nog steeds groot is. De mogelijkheid van een huisbezoek voor het intakegesprek is één van de wijzigingen. Verder zijn de termijnen voor de afwikkeling van aanvragen aangescherpt. De verbeterde aanvraagprocedure is sinds 1 april 2007 doorgevoerd. Alle verbeteringen zijn verwerkt in de nieuwe samenwerkingsovereenkomsten met BSA en de SVB, die ook sinds 1 april 2007 van kracht zijn. De overeenkomsten met BSA en de SVB zijn verlengd tot 2010, respectievelijk 2011.
Tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS) Alle mensen die door contact met asbest in Nederland de ziekte mesothelioom hebben gekregen, kunnen sinds 1 december 2007 via het IAS in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming van de overheid op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS) of de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS). Tot nog toe konden alleen werknemers daar aanspraak op maken. In 2007 heeft het ministerie van VROM in nauwe samenwerking met het IAS en de SVB de invoering van de TNS-regeling voorbereid. Op 1 december werd deze ingevoerd. Op pagina 6 van dit verslag wordt de inhoud van deze regeling toegelicht. Minister Jacqueline Cramer van Ruimte en Milieu geeft op pagina 7 antwoord op een aantal vragen die naar aanleiding van de invoering van de regeling naar voren zijn gekomen. Voorlichting IAS Het IAS heeft in 2007 verschillende voorlichtingsactiviteiten verricht, zowel voor haar primaire doelgroep, de asbestslachtoffers, als voor andere betrokkenen. Zo werden er onder andere presentaties gehouden voor longartsen, op het 10-jarig jubileumcongres van de Asbestslachtoffersvereniging Nederland (AVN) en voor een Japanse delegatie die in september op bezoek was. Ter gelegenheid van de invoering van de TNS-regeling is de algemene brochure herzien. Ook werd een algemeen informatieboekje gepubliceerd waarin eenvoudig en beknopt de werkwijze van het instituut wordt uitgelegd en toegelicht met verhalen van slachtoffers die door het IAS bemiddeld zijn. De website van het IAS, www.asbestslachtoffers.nl, werd in 2007 intensiever bezocht dan in voorgaande jaren. In 2007 bezochten 26.381 mensen minimaal één keer de website, in 2005 waren dat er nog maar 10.951. In 85% van de gevallen werd de website gevonden door direct het zoekadres in te typen. De zoektermen die in de overige gevallen het meest gebruikt werden, waren: asbest, asbestslachtoffers en instituut asbestslachtoffers. Het IAS heeft in 2007 zes keer een elektronische nieuwsbrief verstuurd naar een vast adressenbestand. Dit betekent een verdubbeling ten opzichte van 2006. De brieven deden verslag van gebeurtenissen die wereldwijd plaatsvonden op het gebied van asbest en gezondheid. Elke nieuwsbrief bevatte verder een editorial waarin een deskundige zijn of haar visie gaf op een thema dat de gemoederen bezighield. Zo werd ingegaan op de vergoedingsregelingen voor asbestslachtoffers in België, Duitsland en Japan. Geïnteresseerden kunnen de nieuwsbrieven van de website downloaden. 5
Nieuws NIEUWS 6 Regeling tegemoetkoming voor asbestslachtoffers uitgebreid met TNS Alle mensen die door contact met asbest in Nederland de ziekte mesothelioom hebben gekregen, kunnen sinds 1 december 2007 in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming van de overheid door de invoering van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS). Tot nog toe konden alleen (ex-) werknemers of hun huisgenoten aanspraak maken op een tegemoetkoming via de Regeling Tegemoetkoming Asbestslachtoffers (TAS). Met de TNS-regeling kunnen ook mesothelioomslachtoffers die in hun werk als zelfstandige, via het milieu of via producten aan asbest zijn blootgesteld een financiële tegemoetkoming krijgen. Tegemoetkoming TNS De TNS-tegemoetkoming in de geleden immateriële schade is even hoog als via de TAS-regeling, namelijk 16.655 (2007). Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. De tegemoetkoming moet worden gezien als een uiting van maatschappelijke betrokkenheid bij het leed van deze personen en is geen vervanging voor schadevergoeding door de partij die de ziekte heeft veroorzaakt. Waar mogelijk zal de verstrekte tegemoetkoming worden verhaald op aansprakelijk te stellen partijen. Naar schatting zullen jaarlijks zo n 100 mensen een beroep doen op deze regeling. Het ministerie van VROM reserveert daarvoor jaarlijks 2 miljoen op haar begroting. Voorwaarden TNS De tegemoetkoming is bedoeld voor de slachtoffers zelf. Er is een overgangsperiode waarin nabestaanden een aanvraag kunnen indienen (10 november 2006 tot 1 juni 2008). Om in aanmerking te komen dient men aan bepaalde voorwaarden te voldoen. Zo moet iemand minimaal tien jaar aaneengesloten in Nederland hebben gewoond in de periode waarin de asbestbesmetting daadwerkelijk plaatsgevonden kan hebben en daarmee de oorzaak kan zijn van de ziekte (dat wil zeggen 10 tot 60 jaar voorafgaand aan de constatering van de ziekte mesothelioom). Ook mag er geen sprake zijn van schadevergoeding of tegemoetkoming door een aansprakelijke partij of op grond van een regeling voor asbestslachtoffers in het buitenland.
Interview Jacqueline Cramer, minister van VROM Het ministerie van VROM is verantwoordelijk voor de zogenoemde TNS-regeling, de nieuwe regeling voor een financiële tegemoetkoming aan mesothelioomslachtoffers zonder loon dienstverband. Minister Cramer licht toe. V/-Waarom een TNS-regeling? A/- Een deel van de slachtoffers, bijvoorbeeld zij die mesothelioom hebben gekregen door asbest in het milieu, viel buiten de boot. Er bestond al een voorziening van werkgevers voor werk nemers, met een vangnet van de overheid (de TAS-regeling van SZW). Dat vangnet hebben we willen uitbreiden naar álle mesothelioom slachtoffers. Omdat zij met precies hetzelfde leed worden geconfronteerd, mag de overheid deze groep mensen niet vergeten. V/- Is dit de eerste regeling voor mensen die door milieuverontreiniging ziek zijn geworden? Volgen er regelingen voor andere gevaarlijke stoffen? A/- Deze regeling geeft beslist geen startschot voor een volksverzekering voor milieuziektes. Mesothelioom is een zeer speciaal geval. Ten eerste is de ziekte enkel en alleen toe te schrijven aan asbestblootstelling. Ten tweede overlijden slachtoffers vaak helaas heel snel, waardoor ze de uitkomst van een aansprakelijkheidsprocedure vaak niet meer meemaken. De overheid geeft als het ware een voorschot, zodat het slachtoffer zelf er nog wat aan heeft. V/- Hoe wordt de regeling gefinancierd? A/- Het ministerie van VROM staat garant voor de financiering. Maar waar dat enigszins mogelijk is verhalen wij, namens het slachtoffer, de kosten van de tegemoetkoming wel op een aansprakelijk bedrijf. Dat kunnen diverse producenten van asbesthoudende producten zijn. V/- Slachtoffers moeten 10 jaar aaneengesloten in Nederland hebben gewoond. Waarom deze voorwaarde? A/- De Nederlandse overheid wil de maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen voor mensen die in Nederland de ziekte hebben opgelopen. Dat valt nooit met zekerheid vast te stellen, maar je moet toch van iets meetbaars uitgaan. Daarom is gekozen voor een minimale periode die iemand hier moet hebben gewoond. We hebben het met 10 jaar soepel genomen. V/- De regeling kent een overgangsperiode vanaf 10 november 2006. Waarom is gekozen voor deze datum? A/- Op 10 november 2006 nam het kabinet het besluit om het bestaande vangnet te verbreden. Vanaf dat moment is de milieu- en productslachtoffers een tegemoetkoming in het vooruitzicht gesteld, maar de regeling was er natuurlijk nog niet meteen. Daarom kunnen tijdelijk, voor de slachtoffers die in het verstreken jaar helaas al zijn overleden, de nabestaanden een aanvraag indienen. 7 V/- Wat merken slachtoffers van die twee verschillende regelingen? A/- Eigenlijk niets. De TNS-regeling wordt net als de TAS uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank, met het Instituut Asbestslachtoffers als loket voor het slachtoffer. Iedereen met mesothelioom kan zich simpelweg bij het IAS melden, waarna met hem/haar wordt nagegaan voor welke van de twee regelingen een aanvraag kan worden ingediend.
Kerncijfers IAS 2007 Het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) adviseert de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over het recht op een tegemoetkoming voor asbestslachtoffers met de ziekte mesothelioom op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS) of (sinds 1 december 2007) de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS). Daarnaast bemiddelt het IAS tussen (ex-)werkgevers en (ex-)werknemers over het betalen van een schadevergoeding. Sinds de start in 2000 heeft het IAS 3033 aanvragen in behandeling genomen. Daarvan was 90,7% (2751) op 31 december 2007 afgewikkeld. 14 procent werd afgewezen omdat er geen sprake was van de ziekte maligne mesothelioom. Van het resterende deel heeft 45,5% de volledige schadevergoeding conform de normbedragen ontvangen (in 2007 54.133 voor werknemers; 5.272 voor nabestaanden), 41,95 % ontving een tegemoetkoming via de Regeling TAS (in 2007: 16.655 voor werknemers en huisgenoten); 12,55% kreeg geen vergoeding toegekend (zie figuur). 12,55% Schadevergoeding TAS Geen schadevergoeding 41,95% 45,50% Figuur: verdeling afgewikkelde elde aanvragen IAS 2000-2007 naar financieel resultaat 8 Aanvragen In 2007 werden 503 aanvragen voor bemiddeling bij het IAS ingediend. Dat aantal is flink hoger dan in 2006 met als belangrijke oorzaak de invoering van de TNS-regeling op 1 december 2007. Hierdoor was de instroom in die maand meer dan drie keer zo hoog als in andere jaren. Daarnaast was de instroom gedurende het gehele jaar hoger dan in 2006. Onderstaande tabel laat zien dat het aantal aanmeldingen in 2000 exceptioneel hoog was en in 2003 en 2007 een sprong heeft gemaakt. In 2000 was de instroom bijzonder hoog door de oude claims, die met de komst van het IAS vooral in de eerste maanden ingediend werden (het zgn. stuwmeereffect). In 2003 is het aantal aanmeldingen substantieel gestegen, waarschijnlijk door de invoering van de voorschotregeling. Het totaal aantal aanvragen sinds de opening van het IAS op 26 januari 2000 kwam aan het eind van 2007 op 3033. jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec totaal 2000 1 116 135 56 45 45 42 38 30 37 25 24 594 2001 14 28 14 22 14 16 22 19 24 19 37 15 244 2002 26 24 18 14 18 15 16 19 26 33 31 20 260 2003 25 33 27 27 26 18 42 41 29 20 20 34 342 2004 19 23 42 43 25 30 33 30 31 23 26 20 345 2005 30 32 22 24 36 37 22 42 35 30 34 30 374 2006 30 24 38 29 25 26 40 30 29 32 42 26 371 2007 40 26 37 52 48 28 46 32 33 26 36 99 503 Totaal 3033 Tabel: instroom van dossiers verdeeld naar maand en jaar
Afgeronde dossiers 3000 3033 2738 2500 2000 instroom 1500 afgerond 1000 500 0 594 594 244 244 260 259 342 334 345 330 374 351 503 371 227 233 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 totaal Diagram: instroom en afgeronde dossiers verdeeld naar jaar van instroom Bovenstaand diagram laat een vergelijking zien tussen het aantal aanmeldingen en het aantal afgeronde dossiers per jaar sinds de start van het instituut. Dit naar jaar van instroom. Het grote verschil tussen instroom en afgerond in 2007 heeft te maken met de gemiddelde doorlooptijd in de behandeling van dossiers. Aanvragen uit de laatste maanden van het jaar kunnen nog niet zijn afgerond. De tabel hieronder laat het aantal afgeronde dossiers zien naar maand van instroom. Van de totale instroom over de afgelopen zeven jaar (3033 aanvragen) was eind december 2007 91% (2738) volledig afgerond.* jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec totaal 2000 1 116 135 56 45 45 42 38 30 37 25 24 594 2001 14 28 14 22 14 16 22 19 24 19 37 15 244 2002 26 24 18 14 18 15 16 19 26 33 31 20 260 2003 25 33 27 26 24 18 42 41 28 20 21 33 338 2004 19 23 42 42 25 30 31 30 28 21 26 19 336 2005 31 32 21 34 34 35 21 42 33 30 34 30 367 2006 30 24 38 29 24 26 39 30 28 31 42 25 366 2007 32 24 28 41 34 17 28 13 11 4 1 233 Totaal 2738 9 Tabel: afgeronde dossiers naar maand en jaar van instroom* * Het aantal afgeronde dossiers (2738) komt niet exact overeen met het aantal financieel afgewikkelde dossiers (2751).
Voorraad dossiers Eind 2007 bedroeg de voorraad 295 dossiers. Alle aanvragen uit 2000, 2001 en 2002 zijn inmiddels afgerond. De 25 nog niet afgeronde aanvragen uit 2003 tot en met 2006 betreffen dossiers waarvan de verjaring ter discussie staat. Er is nog onvoldoende jurisprudentie om de discussie met werkgever c.q. verzekeraar te beslechten. Van de 503 aanvragen in 2007 staan er nog 270 (54%) open. Het feit dat dossiers nog in de werkvoorraad zitten, betekent niet dat er niets mee is gebeurd. Zo is vaak al een beslissing genomen over uitbetaling van de normbedragen. Regeling TAS en Regeling TNS Sinds de invoering van de regeling TAS in 2000 hebben 1626 slachtoffers na een positief advies van het IAS een financiële tegemoetkoming ontvangen in de vorm van een voorschot of eenmalige uitkering. Sinds 2000 kunnen (ex-)werknemers met de ziekte mesothelioom in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming via het IAS op grond van de regeling TAS. Per 1 juli 2003 werd de reikwijdte uitgebreid naar huisgenoten die via hun partners met asbest in aanraking zijn geweest (bijvoorbeeld via de werkkleding) en daardoor de ziekte krijgen. Sinds 1 december 2007 kunnen alle mensen met de ziekte mesothelioom in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming via het IAS, of via de Regeling TAS of via de Regeling TNS (voor niet-loondienstgerelateerde asbestslachtoffers). In beide gevallen wordt deze tegemoetkoming in de vorm van een voorschot uitgekeerd. Het voorschot wordt verstrekt op basis van de diagnose maligne mesothelioom en de aannemelijkheid dat het slachtoffer in zijn werk of op andere wijze is blootgesteld aan asbest. Pas daarna vindt het onderzoek in het kader van de bemiddeling tussen de werknemers en de werkgever/verzekeraar plaats. Vóór 2003 diende eerst bemiddeling plaats te vinden, voordat sprake kon zijn van een tegemoetkoming krachtens de Regeling TAS. De voorschotregeling is ingevoerd omdat veel slachtoffers, ondanks de inspanningen van het IAS, overleden voordat het bemiddelingstraject volledig was afgerond. Uit de hieronder gepresenteerde cijfers blijkt dat het aantal tegemoetkomingsaanvragen in 2007 (364) 4% is gestegen in vergelijking tot 2006 (349) en 32% in vergelijking tot 2003 (276), het eerste jaar dat de tegemoetkoming als voorschot kon worden aangevraagd. Instroom aanvraag tegemoetkoming TAS/TNS 10 jan febr mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec totaal 2002 1 1 1 2 5 2003 21 26 19 21 17 14 31 38 26 19 17 27 276 2004 17 21 25 26 23 23 26 23 29 20 26 18 277 2005 28 29 20 22 36 34 19 37 31 26 28 28 338 2006 28 22 33 28 24 24 36 30 28 30 41 25 349 2007 38 21 32 14 33 30 33 35 23 28 30 47 364 Totaal 132 120 129 111 133 125 145 164 137 123 143 147 1609 Tabel: aanvraag TAS/TNS per maand en jaar van instroom
Beslissing op aanvraag tegemoetkoming TAS aantal waarvan % waarvan % adviezen afwijzing toekenning 2003 223 85 38,3% 138 61,9% 2004 293 63 21,5% 230 78,5% 2005 317 68 21,5% 249 78,5% 2006 354 63 17,8% 291 82,2% 2007 370 61 16,9% 309 83,1% Totaal 1557 340 21,8% 1217 78,2% Tabel: verdeling beslissing op aanvraag voorschot In 2007 werd voor 309 asbestslachtoffers met mesothelioom aan de SVB een positief advies afgegeven met betrekking tot de toekenning van de tegemoetkoming. Dat betrof 83% van alle adviezen in dat jaar. Het percentage positieve adviezen dat jaarlijks afgegeven wordt is sinds 2004 stabiel en ligt rond de 80%. Het advies was in 2007 in 61 gevallen negatief (16,9%). In de meeste gevallen (72%) was de afwijzingsgrond geen mesothelioom. 10% van de afwijzingen betrof mensen die vroegtijdig overleden, waarbij het in 2 gevallen ging om mensen die geen nabestaande hadden in de zin van de TAS/ TNS-regeling. 8% van de afwijzingen zijn gevallen waar toekenning van het voorschot niet noodzakelijk was omdat de voormalige werkgever tot uitbetaling van het bedrag was overgegaan. 10% betrof gevallen waarin men niet aan de bewijslast voldeed, de loondienstverhouding niet aan kon tonen of de asbestblootstelling niet aannemelijk kon maken (zie figuur). 10% vroegtijdig overleden 10% voldoet niet aan bewijslast 8% al bedrag ontvangen 72% geen maligne mesothelioom 11 Figuur: Reden voor afwijzing tegemoetkoming
Resultaten bemiddeling In 2007 werd in 407 gevallen een definitieve conclusie ten aanzien van de bemiddeling geformuleerd. In 2006 was het aantal geformuleerde conclusies hoger, namelijk 450. Het diagram maakt zichtbaar dat het aandeel bemiddelde dossiers waarbij de volledige schadevergoeding werd uitgekeerd, gecorrigeerd voor de afwijzingen wegens geen mesothelioom, in 2007 (44%), lager was dan in 2006 (51%). Deze daling heeft onder andere te maken met de afwikkeling van oude, complexe dossiers en juridische knelpunten op het gebied van verjaring en stelplicht/bewijslast. 60% 50% 46% 55% 55% 55% 51% 44% 40% 30% 30% 20% 18% 10% 0% 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 Diagram: percentage afgeronde dossiers met uitkering normbedrag gecorrigeerd voor afwijzingen wegens geen mesothelioom Kenmerken (ex)-werknemers met mesothelioom De groep asbestslachtoffers met recht op een TAS-uitkering bestaat vrijwel geheel uit mannen (96%) met een gemiddelde leeftijd van 68 jaar. 64% is boven de 65. Meer dan driekwart is geboren in de periode tussen 1925 en 1944. De TAS-gerechtigden wonen veelal in gebieden waar in het verleden met asbest is gewerkt op scheepswerven, in asbestproductie, isolatie- en asbestverwerkende bedrijven. Het gaat om de regio s Rijnmond, Amsterdam Noord, de Zaanstreek, Zuid Limburg, in Zeeland rond Vlissingen, Middelburg en Veere, en in Twente rond Goor (zie ook kaart Nederland, binnenkant omslag achter). 12 16% 6% 2% 5% 11% jonger dan 50 50-54 55-59 60-64 21% 18% 65-69 70-74 75-79 21% 80 jaar en ouder Figuur: Leeftijdsverdeling TAS-gerechtigden 2000-2007.
Interview Rob van der Heijden, voorzitter IAS Met een gezonde dosis ambitie aan de slag In december 2007 ben ik voorzitter geworden van het IAS. Asbest was voor mij een nieuw terrein, hoewel ik de laatste jaren al veel over de problematiek van de slachtoffers had gehoord. Maar in mijn directe omgeving heb ik er gelukkig nooit mee te maken gehad. Hoe ik dan bij het instituut terecht ben gekomen? Ik was net gestopt als burgemeester van Zandvoort en kreeg wat meer tijd. Die wilde ik graag maatschappelijk nuttig besteden. De werkzaamheden als voorzitter van het IAS pasten daar uitstekend in. Daar kwam mijn ervaring als voorzitter van de Stichting Joodse tegoeden bij. Er zijn allerlei parallellen met de werking van het instituut. Toen ik voor deze functie bij het IAS werd gevraagd, heb ik daar met overtuiging positief op gereageerd. Daarnaast ben ik vele jaren bestuurlijk betrokken geweest bij maatschappelijk relevante organisaties. Ik moet uiteraard nog in de organisatie groeien, alhoewel ik de indruk heb dat dit snel gaat. Duidelijk is mij inmiddels wel geworden gezien de complexiteit van het onderwerp en het leed van betrokkenen - dat het maatschappelijk belang van het IAS groot is. Op dit moment strekt de dienstverlening zich uit tot de slachtoffers met mesothelioom. Asbestoseslachtoffers en mensen met asbestgerelateerde longkanker komen niet in aanmerking. In de komende tijd wil ik me samen met mijn bestuur beraden over deze situatie. Ik wil graag bekijken op welke manieren we onze expertise in kunnen gaan zetten voor alle asbestslachtoffers. Ambitieus mogen we ook zijn als het gaat om andere zaken, zoals de snelheid van afhandeling van dossiers. Hoewel er in de loop der jaren al een enorme vooruitgang is geboekt, ervaren slachtoffers soms nog steeds dat het allemaal wat lang duurt. In overleg met BSA is nu ingezet op verdere versnelling van procedures zonder dat de kwaliteit van de dienstverlening hieronder lijdt. We moeten daarbij de uiterste grens opzoeken van wat mogelijk is. Een belangrijk probleem blijft verder de verjaring van claims. Er is nog steeds geen eenvoudig hanteerbare lijn om de verjaring te doorbreken, iets dat echt prioriteit heeft. Dit frustreert de missie van het instituut in hoge mate. Daarom zullen wij met voorrang onderzoeken of op dit gebied extra (bovenjuridische) afspraken gemaakt kunnen worden. Dat brengt mij tot slot bij een andere ambitie van het IAS, namelijk om kennisinstituut te zijn. Het is belangrijk om de bij het IAS aanwezige kennis aan anderen beschikbaar te stellen. Het model van het IAS is uniek en te waardevol om dat niet uit de dragen. Op 26 januari 2010 bestaat het IAS 10 jaar. Op dat moment kunnen we aan de hand van onze gedeelde ervaring en kennis met elkaar de balans opmaken wat in de afgelopen jaren is bereikt en wat er in de komende jaren nog gerealiseerd dient te worden. 13
Epidemiologische ontwikkelingen Aantal gevallen van maligne mesothelioom in Nederland Het aantal gevallen van mesothelioom was in 2006 voor het eerst ruim boven de 400, namelijk 463 (CBS). Of deze stijging toeval is of het begin van een stijgende lijn is nog niet duidelijk. Tussen 1999 en 2005 was het aantal gevallen stabiel en lag rond de 400 per jaar. De groep bestaat vrijwel geheel uit mannen. Ongeveer driekwart is boven de 65. Er zijn in Nederland vier databanken die gevallen van mesothelioom registreren: het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Nederlandse Kankerregistratie (NKR), het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA) en het Nederlands Mesotheliomenpanel (NMP). De hieronder vermelde tabel laat het totaal aantal gevallen van mesothelioom zien volgens het CBS en de NKR, het aandeel mannen en het aandeel jonger dan 65 jaar. Het aandeel jongeren lijkt dalend. Dit komt omdat asbest in Nederland in de vorige eeuw tot en met de zeventiger jaren op grote schaal werd toegepast. Daarna nam het gebruik af, door het verbod op het gebruik van het blauwe asbest in 1978 en onder invloed van de recessie in de bouw. De cijfers van de verschillende databanken komen niet met elkaar overeen. Dit hangt samen met de verschillende manieren en momenten waarop geregistreerd wordt. JAAR CBS NKR CBS NKR CBS NKR totaal totaal % man % man %<65 jaar %<65 jaar 1990 273 271 86% 86% 41% 48% 1995 323 336 86% 87% 37% 42% 1997 377 350 87% 87% 35% 41% 1998 325 345 89% 92% 39% 38% 1999 402 413 87% 87% 30% 33% 2000 389 387 87% 88% 33% 38% 2001 401 391 86% 85% 30% 35% 2002 394 355 86% 86% 33% 34% 2003 393 388 88% 87% 25% 32% 2004 398 87% 30% 2005 382 90% 24% 2006 463 86% 25% * Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): sterftecijfers (mortaliteit) (Bron: CBS Statline) * Nederlandse Kankerregistratie (NKR): incidentiecijfers (Bron: ikcnet.nl). 14 Is er sprake van onderaanmelding door vrouwen? Het percentage vrouwen dat via het IAS een financiële tegemoetkoming heeft ontvangen is veel lager dan het percentage vrouwen dat jaarlijks de ziekte mesothelioom krijgt. Van de asbestslachtoffers die sinds de start van het IAS in 2000 een financiële tegemoetkoming via de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS) kregen is drie procent vrouw. Volgens de twee landelijke kankerregistraties (NKR en CBS) is het percentage vrouwen dat jaarlijks mesothelioom krijgt of daaraan overlijdt hoger, namelijk tussen de 10 en 14%. Hoe is dit verschil te verklaren? Of nog scherper geformuleerd: is er sprake van onderaanmelding bij het IAS door vrouwen? Een mogelijke verklaring is dat bij vrouwen de relatie met asbest niet wordt gelegd (door slachtoffers zelf noch door betrokkenen zoals de longarts), waardoor aanmelding bij het IAS niet voor de hand ligt.
Tot 1 december 2007 kwamen namelijk alleen beroepsgerelateerde asbestslachtoffers of huisgenoten van deze slachtoffers met mesothelioom in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming. Veelal gaat dit om mannen die in typische mannenberoepen als loodgieter, electricien, verwarmingsmonteur, sloper of timmerman in de jaren 60 en 70 intensief met asbest in aanraking zijn geweest. Er is echter geen drempelwaarde bekend voor mesothelioom. Het kan dus ook voorkomen bij mensen die niet direct met asbest hebben gewerkt. Inmiddels is er sinds december ook een financiële tegemoetkomingsregeling voor niet loondienstgerelateerde asbestslachtoffers met mesothelioom. Iedereen met de ziekte mesothelioom kan dus nu via het IAS in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming. De komende jaren zal blijken of het percentage vrouwen daardoor toe zal nemen. Vergelijking asbestgebruik en ontwikkeling mesothelioom Het aantal mensen dat in Nederland de ziekte mesothelioom krijgt zal de komende jaren niet afnemen. Asbest werd in Nederland in de vorige eeuw tot en met de zeventiger jaren op grote schaal toegepast. De figuur hieronder laat zien dat de invoer van asbest in de jaren 70 het hoogst was en rond 1975 een piek bereikte. Naar verwachting zal daarom het aantal gevallen van mesothelioom voorlopig niet afnemen. Het duurt namelijk gemiddeld 30 tot 40 jaar voordat de ziekte mesothelioom zich openbaart. Onderzoekers van de Erasmus Universiteit voorspellen dat het aantal overlijdensgevallen als gevolg van mesothelioom tot het jaar 2017 toe zal nemen tot ongeveer 490 per jaar en daarna in gelijke mate af zal nemen. Het totaal aantal sterfgevallen wordt in de periode 2000-2028 geschat op meer dan 12.000 mannen en 800 vrouwen (Segura et al, 2003). 5 4 3 2 1 mannen vrouwen totaal asbest gebruik in Nederland 1960 1965 1970 1975 1980 1985 1990 1996 2000 2005 jaar van overlijden 15 Figuur: invoer van asbestvezels in Nederland tussen 1915 en 1985 vergeleken met de ontwikkeling in het aantal sterfgevallen aan maligne mesothelioom tussen 1960 en 2005. Bron: Harmsma, S. (2006). Asbest in kaart. Historisch onderzoek asbestgebruik. Methode Asbestkansenkaart. Senternovem, Landelijk Informatiebeheeer Bodem; CBS en Nederlandse Kankerregistratie (2007): O. Visser.
16 Nieuws * Meeste gevallen van mesothelioom in Australië Volgens een schatting van Bianchi et al. komt de ziekte maligne mesothelioom wereldwijd gezien het meest voor in Australië, het Verenigd Koninkrijk en België. Nederland staat op de vierde plaats. Gebieden waar de ziekte veel voorkomt hebben normaal gesproken in het verleden een omvangrijke asbestindustrie gehad. Er zijn echter ook gebieden waar veel asbest is verwerkt, maar mesothelioom weinig voorkomt. Hiervoor zijn verschillende verklaringen mogelijk, t.w.: een onbetrouwbare mesothelioomregistratie, de epidemie die nog moet beginnen omdat de industrialisatie er later heeft plaatsgevonden, werknemers die minder langdurig blootgesteld wegens korte arbeidscontracten, het type asbest dat gebruikt werd, een lage levensverwachting in het algemeen, of bepaalde leefstijlkenmerken die de gevoeligheid voor het ontwikkelen van mesothelioom beïnvloeden. Een in het gerenommeerde tijdschrift The Lancet gepubliceerde studie van Lin et al. (2007), laat zien dat Nederland behoort tot de landen met relatief veel asbestslachtoffers met mesothelioom in verhouding tot de omvang van het asbestgebruik. Om wie gaat het? De ziekte mesothelioom komt vooral voor bij mannen die in het verleden intensief met asbest hebben gewerkt. Volgens de Britse epidemioloog Peto hebben in zijn land timmermannen, loodgieter, electriciens, schilders en behangers het hoogste risico op mesothelioom. In Frankrijk worden, volgens epidemioloog Rolland, de hoogste risico s op mesothelioom gezien bij loodgieters, pijpfitters, metaalwerkers en mensen die werkzaam zijn in de scheepsreparatie, asbest-, metaalproductieindustrie en in de bouw. In de toekomst worden in Frankrijk meer slachtoffers verwacht die in kleine sloop- en renovatiebedrijven hebben gewerkt. In 2007 werden in verschillende landen resultaten van onderzoeken gepubliceerd naar asbestziekten bij specifieke groepen. Zo werd een hoger risico op mesothelioom gevonden bij Zuidafrikaanse ex-mijnwerkers uit de Noordkaap, telefoonlijnwerkers, onderhoudswerkers van een Texaanse olieraffinaderij, Amerikaanse asbesttextielwerkers, Australische aboriginals die in een asbestmijn in de Australische regio North South Wales hadden gewerkt, vermiculiet-mijnwerkers uit het Amerikaanse Libby in de staat Montana, Britse docenten die in scholen werkten die voor 1975 zijn gebouwd, Deense bouwvakkers en 11 ex-werknemers van de Zeeuwse Provinciale Stoombootdiensten. * Voor bronvermelding zie website IAS: www.asbestslachtoffers.nl onder Nieuws
Interview Lex Burdorf, asbestdeskundige en als epidemioloog verbonden aan het Erasmus Medisch Centrum Er is veel meer onderzoek naar blootstelling nodig. Het is heel moeilijk om in te schatten hoeveel asbestslachtoffers er uiteindelijk zullen zijn. Want we weten gewoon niet hoeveel mensen er aan asbest zijn blootgesteld. Omdat we nu een aantal jaren op weg zijn met het IAS, zou je voor werknemers met mesothelioom normaal gesproken een redelijke schatting kunnen doen. Want opeenvolgende jaren laten zich goed met elkaar vergelijken. Wat dat betreft laat 2006 opeens een, op het oog, opvallende toename van het aantal slachtoffers zien. Maar je kunt hier geen conclusie aan verbinden zonder dit eerst goed te onderzoeken. Het kan liggen aan een andere diagnose of een andere registratie, maar het kan net zo goed toeval zijn. Als onderzoeker lig ik er overigens niet wakker van als getallen niet helemaal kloppen. Je kunt alleen ontwikkelingen duiden op basis van het grote geheel. Het wordt wat mij betreft ook pas spannend als je zou zien dat de aantallen aanzienlijk gaan dalen. Volgens mijn inschatting pas vanaf 2012 of 2013. In Zweden, dat qua asbestgeschiedenis heel goed met Nederland is te vergelijken, is dat al aan de gang. Dat komt omdat daar veel eerder beschermende maatregelen zijn genomen. Epidemiologisch interessant zijn ook eventuele nieuwe groepen asbestslachtoffers. Door het grootschalige gebruik van asbest in de thuissituatie, moeten we nu ook daarvan de gevolgen kunnen zien. Maar we weten er volstrekt niets van. Dat is misschien ook wel een kritiekpunt op het hele asbestdossier. Blijkbaar vindt men het niet belangrijk genoeg om verder onderzoek te doen en heeft het geen prioriteit. Neem het onderzoek naar de milieuslachtoffers rond Goor, waar we ook eerst twintig jaar tevergeefs om hebben gevraagd. In heel veel andere landen is dat anders. Van elke patiënt, die zich met mesothelioom bij een kankercentrum meldt, wordt daar de oorzaak van de blootstelling onderzocht. Bij ons is dat dus helaas niet het geval. Er zou voor dit soort onderzoek veel meer geld beschikbaar moeten komen. Ik merk ook op dat er door allerlei organisaties in ons land geen goede voorlichting wordt gegeven. Zo wordt er nog steeds geroepen dat witte asbest niet schadelijk is. Dat wordt dan weer overgenomen door anderen, bijvoorbeeld in procedures voor de rechter. Ondertussen staat vast dat je er wel degelijk mesothelioom van kunt krijgen, zoals ook de Gezondheidsraad in haar laatste rapport constateert. Ik denk dat het IAS ten behoeve van de slachtoffers hier een schone taak heeft. Door gedegen informatie te verspreiden die autoriteit uitstraalt. Zo bestaat ook de mythe dat er bij het ontwikkelen van mesothelioom een erfelijkheidsaspect zou zitten. Maar daar is geen enkele aanwijzing voor. Dat speelt alleen een rol bij bijzondere kankersoorten, zoals borstkanker. Er valt dus op voorlichtingsgebied nog heel wat winst te behalen. 17
Medische ontwikkelingen * Voorlichting aan mesothelioompatiënten Mesothelioompatiënten zijn een speciale groep omdat de ziekte zowel medische als financieel/juridische gevolgen heeft. Het is daarom van het grootste belang dat patiënten, naast informatie over de ziekte, zo snel mogelijk horen dat ze zich bij het IAS aan moeten melden voor een financiële tegemoetkoming en bemiddeling. Dit vraagt extra voorlichting door de specialist. Als dit niet gebeurt bestaat het risico dat men de tegemoetkoming misloopt. Dit gebeurde bijvoorbeeld afgelopen jaar in Schotland. Een Schotse gezondheidsdienst had verzuimd een mesothelioompatiënt te informeren over de mogelijkheden van schadevergoeding en aan welke voorwaarden daarvoor moest worden voldaan. Het slachtoffer overleed drie maanden na diagnose zonder dat aan de voorwaarde van een biopsie ter herbeoordeling van de diagnose was voldaan. Pas na zijn dood hoorde zijn vrouw over de mogelijkheden om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding. Het IAS probeert longartsen op het gebied van voorlichting zoveel mogelijk te informeren en te faciliteren. In 2007 zijn twee nieuwe brochures verschenen waarin op handzame wijze informatie wordt gegeven over de vergoedingsregelingen en de werkwijze van het instituut. Daarnaast verzorgt het instituut presentaties en wordt in het blad Pulmoscript van de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT) de aandacht gevestigd op de samenwerking tussen de longartsen en het IAS. 18 * Voor bronvermelding zie website IAS: www.asbestslachtoffers.nl onder Nieuws
IAS zoekt versnelling medisch traject Wegens de snelle progressie van de ziekte maligne mesothelioom dient de afhandeling van een aanvraag door het IAS binnen zo kort mogelijke tijd te worden afgerond. Daarom is het belangrijk dat de nauwe samenwerking met de medische sector verder wordt geïntensiveerd en dat alle mogelijkheden worden benut om het medisch traject te versnellen, zonder dat dit ten koste gaat van de zorgvuldigheid. Longartsen en pathologen vormen een belangrijke schakel in dit proces. Hoe werkt het medisch traject bij het IAS? Direct na ontvangst van de aanvraag vraagt het IAS het Nederlands Mesotheliomen Panel (NMP), een expertpanel van pathologen, of de aanvrager daar in het kader van de medische diagnosestelling bekend is. Als deze niet bekend is bij het NMP vraagt de medisch adviseur van het IAS alle gegevens van de patiënt op bij de longarts en de patholoog en zorgt ervoor dat deze bij het NMP terecht komen. Volgens de normtermijnen die het IAS met het NMP heeft afgesproken ontvangt het IAS binnen twee weken na aanvraag een voorlopige conclusie van de coördinator van het NMP en binnen acht weken na aanvraag de definitieve conclusie. Als in de voorlopige conclusie de diagnose past bij maligne mesothelioom is gesteld, komt de patiënt in aanmerking voor de financiële tegemoetkoming op grond van het medische traject. Indien er twijfel bestaat, dient gewacht te worden op de definitieve conclusie van het panel, dat één keer in de zeven weken bijeenkomt. In bijzondere gevallen, bijvoorbeeld als er te weinig pathologisch materiaal beschikbaar is, wordt ook een beoordeling gevraagd aan de longartsenwerkgroep Mesotheliomen van de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT). Via een nauw omschreven procedure komt deze expertgroep tot een definitief oordeel. Kan het medisch traject nog sneller? Binnenkort wordt het medisch traject geëvalueerd. Daarbij wordt gezocht naar mogelijkheden om het traject te versnellen zonder dat dit ten koste gaat van de zorgvuldigheid. Er zijn namelijk knelpunten geconstateerd die soms vertraging opleveren. Het komt bijvoorbeeld voor dat aanvragers (nog) niet bekend zijn bij het NMP op het moment dat het IAS de diagnose opvraagt. Het IAS hoopt dat longartsen de patiënt direct informeren over het IAS zodra er sprake is van maligne mesothelioom, én dat zij zo snel mogelijk het onderzoeksmateriaal aan het NMP toezenden. Een ander knelpunt betreft de tijd die het duurt om medisch materiaal op te vragen bij de behandelend specialist. Hoewel de gewenste medische gegevens gelukkig meestal snel en volledig worden opgestuurd, denkt het IAS dat ook hier enige tijdwinst te behalen valt. Wat betreft de verzending van medische informatie laat het IAS onderzoeken in hoeverre deze communicatie gedigitaliseerd kan worden, zonder dat de privacy van de aanvrager in het geding komt. 19
20 Nieuws * 9de bijeenkomst International Mesothelioma Interest Group in Amsterdam De negende internationale conferentie van de International Mesothelioma Interest Group (IMIG) zal van 25 tot 27 september 2008 plaatsvinden in Amsterdam, georganiseerd door het Nederlands Kanker Instituut en het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Het IAS zal een bijdrage leveren aan deze bijeenkomst. De IMIG is een groep medici met bijzondere belangstelling voor de ziekte maligne mesothelioom. Een van de conclusies van de achtste bijeenkomst van de groep was dat op dit moment operatieve verwijdering van de tumor in combinatie met andere behandelvormen (multimodale therapie) de beste kansen op lange termijn overleving geven. Knoflook en bramen verminderen schadelijke werking asbest Knoflook en bramen kunnen de schadelijke werking van asbest verminderen, aldus twee opmerkelijke nieuwsberichten uit 2007. Knoflook werkt als antioccidant en vermindert daardoor de schadelijke werking van chrysotiel asbest in het bloed. Dit constateerden Indiase en Duitse onderzoekers in een reageerbuis-experiment met menselijk bloed. Ratten die met boysenberries, een grote bramensoort, zijn gevoed ontwikkelen minder vaak symptomen van mesothelioom door asbest. De bramen die in de VS en Nieuw Zeeland groeien kunnen rauw of in jam verwerkt gegeten worden. De beschermende werking komt volgens de Japanse onderzoekers door de stof polyphenol die in dit soort bramen in grote concentratie voorkomt. VS: Mesomark bloedtest goedgekeurd voor mesothelioom De Amerikaanse Food and Drug Administration heeft de Mesomark bloedtest goedgekeurd als middel in het onderzoek naar mesothelioom. Met deze test wordt de hoeveelheid mesotheline in het bloed gemeten. Deze stof geeft aanwijzingen over de grootte van een mesothelioom gezwel. De test kan gebruikt worden om te meten hoeveel effect een behandeling op een patiënt heeft. Hiervoor hoeft de patiënt alleen bloed af te staan, veel minder belastend dan andere testmethodes die momenteel gebruikt worden. * Voor bronvermelding zie website IAS: www.asbestslachtoffers.nl onder Nieuws
Interview Bas de Mol, bestuurslid IAS. In het dagelijks leven hoogleraar cardio thoracale chirurgie en verbonden aan het AMC Medische ontwikkelingen bij mesothelioom gaan langzaam. Als hart-longchirurg heb je uiteraard te maken met mesotheliomen en longkanker. Maar mijn interesse voor de asbestproblematiek is breder. Naast medicus ben ik jurist en destijds gepromoveerd op het regelen van medische schade in het ziekenhuis. Die kennis komt me nog steeds van pas. En als chirurg ben je ook technicus. Je kijkt dan ook naar zaken als de technische ontwikkeling van zo veilig mogelijke werkmethodes. Een voorbeeld is het voorkómen van blootstelling aan ziekenhuisbacteriën. De asbestproblematiek interesseert me dus omdat hetnet als mijn werk- een medisch en juridisch, maar ook een technisch industrieel verhaal is. Vanuit die achtergrond is mijn deelname aan het bestuur van het IAS te verklaren. De diagnostiek om op basis van weefselonderzoek mesothelioom vast te stellen is al veertig jaar dezelfde. Pathologen hebben daarvoor een standaard ontwikkeld en weten inmiddels meestal wel of iemand de ziekte heeft. Er is slechts een klein grijs gebied, waarin het Mesotheliomenpanel een dossier nog eens kan bekijken. Volgens regels die zijn neergelegd in een protocol voor de medische diagnostiek en met de allerbeste specialisten van Nederland. Dat werkt goed. Ik verwacht dus niet veel nieuws van een evaluatie van ons protocol. Maar je moet zoiets wel doen uit oogpunt van zorgvuldigheid en om er helemaal zeker van te zijn of er nog iets valt te verbeteren. Wat de verdere medische ontwikkelingen betreft gaat het allemaal heel langzaam. Er komen nu tumormarkers op de markt, waarmee je mogelijk in een eerder stadium kunt zien of tumoren meer of minder kwaadaardig worden. Daar is dan misschien de behandelstrategie op aan te passen. In Nederland blijven we overigens voorlopig op het spoor zitten van bestraling en cytostatica. Want er zijn nog geen bewijzen dat je met opereren (het schoonmaken van de borstkas) betere resultaten behaalt. Dat kan anders worden als dat volgt uit nader onderzoek. In Engeland gaan ze nu de verschillende behandelmethodes, inclusief kosteneffectiviteit en kwaliteit van leven, met elkaar vergelijken. Als dan blijkt dat we in geselecteerde gevallen beter kunnen opereren, moeten we dat uiteraard overwegen. Een belangrijke taak van het bestuur van het IAS is het optimaliseren van (medische) informatievoorziening richting slachtoffers en medische beroepsgroepen. Dan kun je ook denken aan het ter beschikking stellen van onze kennis. Er zijn inmiddels meer dan zes jaar lang complete dossiers van patiënten door onze handen gegaan. Naar mijn mening moeten we die kennis ontsluiten voor wetenschappelijke doeleinden. Maar het gaat ook om onze eigen werkwijze. Je zou blootstellingsgegevens uit dossiers kunnen gebruiken om de Asbestkaart te updaten of conclusies te trekken over de nalatigheid van werkgevers. Je kunt zo meer overtuigingskracht ontwikkelen bij de bemiddeling van claims van andere slachtoffers. Door gebruik te maken van de eigen informatie wordt het IAS zo in feite een lerende organisatie. 21
Juridische ontwikkelingen * Proportionele aansprakelijkheid Van verschillende kanten was er in 2007 kritiek op de kansberekening bij het vaststellen van proportionele aansprakelijkheid in het arrest Karamus-Nefalit. In maart 2006 kende de Hoge Raad in bovengenoemd arrest schade deels toe aan de werkgever en deels aan de werknemer, een keuze voor toepassing van proportionele aansprakelijkheid. Deze benadering week af van de tot dan toe gebruikelijke benadering van alles of niets in civiele zaken. Het arrest werd in de rechtspraktijk met gemengde gevoelens ontvangen. In deze (omstreden) zaak werd de werkgever aansprakelijk gesteld voor gezondheidsschade (longkanker) door blootstelling aan asbest, terwijl de werknemer ook stevig had gerookt. Een deskundige had de kans dat ziekte was veroorzaakt door asbestblootstelling geschat op 55%, waarna de werknemer overeenkomstig schadevergoeding kreeg toegekend. Inmiddels is er op basis van dit arrest een rekenmodel gekomen dat regelmatig door de (kanton)rechter wordt gehanteerd. In dit model is de kans dat een niet-roker door asbestblootstelling longkanker krijgt naar schatting 63,5%, voor een fervent roker is dat 55%. Juristen en andere critici zetten vraagtekens bij de hoogte van de percentages en de verschillen daartussen. Er zou nog veel te weinig bekend zijn over de relatie tussen roken en asbestblootstelling om op deze manier claims te beoordelen. Het vraagstuk van de proportionele schadevergoeding blijft (ook) om deze reden onder vuur liggen. Het is wachten op medische ontwikkelingen die meer duidelijkheid verschaffen. Verjaring van claims Verjaring van asbestclaims zorgt nog steeds voor veel problemen. De oplossing die de Hoge Raad in 2000 heeft bedacht om rechters in staat te stellen de verjaringstermijn te doorbreken, biedt in de praktijk niet elk slachtoffer soelaas. Het gaat om de zeven gezichtspunten, waarin verjaring naar redelijkheid en billijkheid buiten toepassing kan blijven. Voor slachtoffers levert dat in de praktijk vaak geen positief resultaat op. De verjaring blijft in stand. Ook in 2007 waren er weer zaken waarbij asbestslachtoffers hun claim vanwege verjaring niet meer zagen behandeld. Zo hield de rechtbank in het geval van een ex-werknemer met asbestose vast aan de 30-jarige verjaringstermijn. En het Gerechtshof Den Haag oordeelde in hoger beroep dat de claim van de nabestaanden van een werknemer met mesothelioom was verjaard. Zeker als een slachtoffer al enige tijd is overleden en relevante feiten van het dienstverband, waaronder blootstellingsgegevens, niet meer zijn te achterhalen, is er maar weinig kans dat de verjaring opzij wordt gezet. 22 Schadevergoeding voor milieuslachtoffers Voormalige asbestverwerkers kunnen aansprakelijk zijn voor ziekte door asbestafval in het milieu. Eternit werd in 2007 door de rechter aansprakelijk gesteld voor gezondheidsschade veroorzaakt door asbestcementafval uit de fabriek in Goor. Het slachtoffer, een 62-jarige vrouw en haar echtgenoot, hadden in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw een boerenbedrijf vlakbij het bedrijfsterrein van de fabriek. Ze haalden daar geregeld asbestafval op om hun erf te verharden. Het Hof Arnhem oordeelde dat Eternit in die jaren op de hoogte is geweest van de gezondheidsrisico s van asbest en dus niet zomaar het afval aan derden ter beschikking had mogen stellen. Milieuslachtoffers met mesothelioom * Voor bronvermelding zie website IAS: www.asbestslachtoffers.nl onder Nieuws
kunnen hun claim niet laten bemiddelen door het IAS. Sinds december 2007 is er voor hen wèl een met de TAS-regeling vergelijkbare voorziening, voor het geval dat ze hun schade niet meer op de (ex-) werkgever kunnen verhalen. Dit is de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS), op basis waarvan milieuslachtoffers ook een voorschot kunnen krijgen. Schadevergoeding voor zelfstandigen Ook zelfstandigen zijn in het verleden met asbest in aanraking geweest. Naast de milieuslachtoffers is dit een tweede groep niet-werknemers die mogelijk grote risico s heeft gelopen. Eternit heeft in 2007 met twee broers, die beiden mesothelioom hadden gekregen, een schikking getroffen. Zij hadden lange tijd een bedrijf dat handelde in juten zakken waarin Eternit asbest had vervoerd. Bij het schoonmaken moeten ze asbestvezels hebben ingeademd. Het is de eerste keer dat Eternit een schikking heeft getroffen met zelfstandigen die met asbestproducten in aanraking zijn geweest. Tot dan toe bood het bedrijf alleen vergoedingen aan ex-werknemers en omwonenden van de fabriek in Goor. Schadevergoeding voor klussers De aansprakelijkheid voor gezondheidsschade bij klussers is nog een onontgonnen terrein. De rechtbank Maastricht heeft in 2007 als eerste Nederlandse rechter een bedrijf (Nefalit) aansprakelijk gesteld voor gezondheidsschade van een klusser. Het ging om een man die in 1976 asbesthoudende vloerplaten had verzaagd tijdens de verbouwing van zijn huis. Bijzonder is dat het beroep van Nefalit op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid werd afgewezen. In 2007 hebben ook twee Australische klussers schadevergoeding gekregen van een asbestproducent. 23 Bill Ravansi: opslag ruwe asbest
24 Nieuws Asbestslachtoffers ongelijk gecompenseerd Werknemers met ziekten als asbestose en longkanker, maar ook die met andere beroepsziekten, zullen niet snel meer in aanmerking komen voor een voorziening zoals bij mesothelioom. Dit stelt onderzoekster Margo Peeters in haar proefschrift Compensatie en erkenning voor werknemers met asbestziekten tussen 1978 en 2005 (Erasmus Universiteit, 27 juni 2007). Daarmee zouden asbestslachtoffers dus blijvend ongelijk worden gecompenseerd. Peeters concludeert dat partijen als werkgevers en verzekeraars veel minder geneigd zijn om een voorziening te treffen dan destijds in het geval van mesothelioom. Dit omdat deze partijen inmiddels via recht, politiek of publieke opinie, minder goed onder druk zijn te zetten. De promovenda benoemt het IAS en de TAS-regeling daarmee als een bijzonder compensatiesysteem met vooral een ad hoc karakter. Anderzijds meent zij ook dat het IAS en de TAS-regeling passen in een tendens van groeiende interesse in de specifieke compensatie van beroepsziekten. Nieuw bewijsmateriaal Een DNA-test kan mogelijk meer licht gaan werpen op het verband tussen blootstelling aan asbest en gezondheidsschade. Amerikaanse onderzoekers hebben in 2007 gemeld dat ze een test hebben ontwikkeld, die aantoont of iemands gezondheid door een gevaarlijke stof is beschadigd. De test laat de verandering in het DNA door blootstelling zien. Dit zou een bruikbaar hulpmiddel kunnen worden bij de bewijslast van juridische claims door asbestschade. RPF en pleurale plaques In 2007 heeft een Engelse rechter voor de eerste keer schadevergoeding toegekend bij Retroperitoneale Fibrose (RPF). Deze asbestziekte kenmerkt zich door bindweefseltoename rond organen achter het buikvlies. Een (ex)-automonteur kreeg schadevergoeding van zijn vroegere werkgever, omdat de ziekte had geleid tot een beschadigde nier. In een zaak over pleurale plaques is een geheel andere uitspraak gedaan. Het House of Lords, het hoogste Engelse rechtsorgaan, bepaalde dat deze longaandoening niet meer als ziekte aangemerkt dient te worden, omdat deze zelden pijn of andere ziekteverschijnselen geeft. * Voor bronvermelding zie website IAS: www.asbestslachtoffers.nl onder Nieuws
Interview Lydia Charlier, advocaat bij Beer advocaten De uitgangspunten van het IAS-convenant zijn aan herbezinning toe Als specialist in beroepsziektezaken heb ik verschillende asbestslachtoffers bijgestaan en ben ik bij baanbrekende zaken betrokken geweest, zoals Cijsouw/De Schelde, het verjaringsarrest Van Hese/De Schelde en de zaken rond de heropening van de vereffening van RDM: Andeweg en Bloem/RDM. Alle vier zaken die ik in opdracht van de FNV heb gedaan. Inmiddels behandel ik alweer 15 jaar zaken van de FNV, één van de convenantpartijen van het IAS. Het IAS heeft gezorgd voor een snellere afwikkeling voor een deel van de aanvragen en daarmee voor een vermindering van de juridische lijdensweg voor die betrokkenen. Natuurlijk is er praktisch gezien altijd ruimte voor verbetering. De feitenvergaring vormt het fundament van de vordering. Het zou beter zijn als de feitenvergaring door het IAS standaard door een huisbezoek wordt ondersteund. Nu gebeurt de intake in de praktijk meestal telefonisch. De letselschadepraktijk leert dat een huisbezoek meer informatie oplevert dan een afstandelijk telefoongesprek. Het convenant is 10 jaar geleden tot stand gekomen. Een goed moment om te evalueren. En dat is nodig. De uitgangspunten van destijds zijn mijns inziens aan herbezinning toe. Het IAS-convenant is eigenlijk het ultieme poldermodel: gebaseerd op betaalbaarheid en solidariteit. Een kwestie van balans. Ik zie in de resultaten een disbalans ten nadele van de asbestslachtoffers. De volledige vergoeding is nationaal en internationaal bezien erg laag als gekeken wordt naar smartengeldtoekenningen via de rechter voor het verlies van levensverwachting. Ik denk dan onder andere aan het HIV-arrest. Van de slachtoffers wordt op dat punt veel solidariteit gevraagd waarvoor ze momenteel te weinig terugkrijgen. Minder dan de helft van de groep ontvangt de volledige schadevergoeding. Dat weegt niet op tegen hetgeen ze ingeleverd hebben. In het convenant is gekozen voor toepasselijkheid van het geldend recht. Het is de vraag of die keuze juist is geweest. Een paar voorbeelden. Het geldend recht heeft zich ontwikkeld, en stelt zware eisen aan het blootstellingsbewijs van 40 jaar geleden. Dat bewijs is soms erg lastig boven water te krijgen. Het geldend recht laat de slachtoffers steeds meer in de steek met betrekking tot de verjaringsproblematiek. In verjaringszaken speelt een grote rol wat indertijd de state of the art en state of the industry was, in verband met de vraag wat de werkgever kan worden verweten. Slachtoffers staan op dat punt op een kennisachterstand. Het IAS kan als kenniscentrum een grotere rol spelen, zodat algemeen bekend wordt wat er indertijd over de schadelijkheid van asbest bekend was. In verjaringszaken speelt bovendien het probleem van ontbreken van verzekeringsdekking. Oorzaak daarvan is het recente ingrijpen van verzekeraars in de dekkingsstructuur. Dat werkt negatief voor verjaringsslachtoffers. 25 Tot slot denk ik dat de positie van neutrale bemiddelaar, die het IAS op grond van het convenant heeft, niet volstaat. Die positie is te vrijblijvend en levert voor het kwestbare, juridisch veel minder toegeruste slachtoffer minder op dan wenselijk is. Ik pleit daarom voor verstand met lef: een meer gezaghebbend IAS met de bevoegdheid tot het geven van een bindend advies.
Internationale ontwikkelingen * Vergoedingsregelingen voor asbestslachtoffers Nederland heeft internationaal gezien een uniek vergoedingssysteem voor asbestslachtoffers met de ziekte mesothelioom gebaseerd op het wereldberoemde poldermodel. Sociale partners hebben afspraken met elkaar gemaakt over voorwaarden en de hoogte van schadevergoedingen. Dit model trekt internationaal aandacht. Een Japanse delegatie is daarom zowel in 2007 als in 2006 bij het IAS op bezoek geweest om over de Nederlandse situatie geïnformeerd te worden. In de ons omringende landen vallen vergoedingen voor asbestslachtoffers normaal gesproken onder de beroepsrisicoverzekering of worden zij via belastingen gefinancierd. Gert van der Laan, klinisch arbeidsgeneeskundige bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) beschreef in de IAS-nieuwsbrief van augustus 2007 de Duitse situatie. Hieronder een samenvatting van zijn bijdrage. Daarna nog enkele korte berichten over vergoedingsregelingen in andere landen. Duitsland kent een lange traditie van asbestcompensatieregelingen Duitsland kent een lange traditie van regelingen van compensatie van asbestgerelateerde ziektes. Het bijzondere van het Duitse systeem rond beroepsziekten is dat onderzoek, compensatie en preventie centraal aangestuurd worden: Alles aus einer Hand. In 1943 kwam longkanker door asbest in Duitsland al op de lijst van beroepsziekten te staan, mesothelioom in 1977 en larynxcarcinoom in 1997. Asbestgerelateerde ziektes vallen onder het regiem van de Berufskrankheitverordnungen, een verplichte verzekering tegen beroepsziekten en bedrijfsongevallen. Hierbij wordt de premie geheel door de werkgever betaald. De directe werkgeversaansprakelijkheid is bij deze regeling uitgesloten, behalve in gevallen waarbij sprake is van grove schuld of nalatigheid. Nederland kende een soortgelijke situatie tot 1957. De invoering van de WAO in dat jaar en de herintroductie van de werkgeversaansprakelijkheid hebben deze situatie sindsdien bij ons veranderd. In Duitsland berust de uitvoering van de regelingen bij de Berufsgenossenschaften, vergelijkbaar met de vroegere Nederlandse bedrijfsverenigingen. Loonderving, ziektekosten en directe kosten worden in geval van beroepsziekten vergoed; in de vergoeding zit geen smartengeld-component. De Berufsgenossenschaften zijn méér dan een uitkeringsinstantie. Er worden inspecties uitgevoerd en metingen gedaan in bedrijven of bedrijfstakken met een verhoogd risico op beroepsziekten. Ook wordt onderzoek gedaan naar preventiemogelijkheden. 26 Individuele gevalsbeoordeling Bij de beoordeling van gevallen van beroepsziekten ( Begutachtung ) wordt gebruik gemaakt van criteriadocumenten die voor iedere beroepsziekte zijn opgesteld. Hierbij worden verschillende stappen doorgelopen met een medische beoordeling en een arbeidshygiënisch-technische recherche. Bij de medische beoordeling gaat het om het vaststellen van een heldere diagnose. Bij mesothelioom bijvoorbeeld wordt het Duitse mesothelioom panel ingeschakeld (Diagnosesicherung). Parallel aan de medische beoordeling vindt een arbeidshygiënisch onderzoek plaats. In dit kader wordt het arbeidsverleden precies in kaart gebracht en een schatting gemaakt van het aantal asbestvezeljaren. Hierbij kan worden teruggevallen op de grote historische database met blootstellingsmetingen in allerlei bedrijven. Voor asbestgerelateerde longkanker wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde Helsinki Criteria (Henderson et al., 1997), een simpel internationaal protocol dat veel eenvoudiger te hanteren is * Voor bronvermelding zie website IAS: www.asbestslachtoffers.nl onder Nieuws
dan het in Nederland door rechters toegepaste proportionele risicomodel. Het leerstuk van de proportionele aansprakelijkheid wordt in Duitsland als Kausalitätsakrobatiek bestempeld vanwege de onzekerheden die bestaan bij het retrospectief schatten van vezeljaren en rookgewoontes, zeker in het kader van een aansprakelijkheidsprocedure. Stijging aanvragen Frans asbestslachtoffervergoedingsfonds Het Franse asbestslachtofferschadevergoedingsfonds FIVA heeft in de periode tussen juni 2006 en mei 2007 22.681 aanvragen ontvangen. Dit betekent een stijging van 32% in vergelijking tot de voorafgaande periode. Meer dan driekwart betreft aanvragen voor vergoeding wegens niet-kwaadaardige afwijkingen zoals pleurale plaques. De groep bestaat voor 94 procent uit mannen. 70 procent is tussen de 51 en 70 jaar. Meer dan de helft van de aanvragers komt uit de kustgebieden in het noord-westen. Canada: 1000 mesothelioomslachtoffers zonder vergoeding Van de 1500 mensen die in de Canadese provincie Ontario tussen 1980 en 2002 mesothelioom hebben gekregen, hebben er 1000 geen schadevergoeding wegens beroepsziekte gehad. Dit zijn de resultaten van een onderzoek dat kort geleden werd gepubliceerd in het International Journal of Occupational and Environmental Health. Volgens de regionale Workplace Safety and Insurance Board vragen de meeste slachtoffers geen schadevergoeding aan. Van diegenen die dat wel doen ontvangt ca. 90% een vergoeding. Japan: weinig uitkeringen voor asbestgerelateerde longkanker Sinds een jaar geleden een vergoedingsregeling voor niet-beroepsgebonden asbestslachtoffers werd ingevoerd is slechts 20% van de aanvragen wegens asbestgerelateerde longkanker goedgekeurd. Dit geringe percentage is te wijten aan de (te?) strenge medische criteria om voor een vergoeding in aanmerking te komen. Slachtoffers of hun nabestaanden moeten door middel van longfoto s en weefsel met een bepaalde hoeveelheid asbestvezels laten zien dat de longkanker voornamelijk door asbest is veroorzaakt. Nabestaanden van slachtoffers die al lang geleden overleden zijn, beschikken meestal niet over deze informatie. Voor mesothelioom is alleen een medisch document vereist waarin de diagnose mesothelioom staat vermeld. Van de aanvragen door nabestaanden is tot nu toe 84% voor mesothelioom goedgekeurd en slechts 9% voor longkanker. 27 Japanse delegatie op bezoek bij IAS op 19 september 2007
Nieuws * 28 Asbestmilieuvervuiling Asbestmilieuvervuiling is in 2007 wereldwijd nog steeds een probleem. (Voormalige) asbestproducerende landen als Canada, Australië, Zuid Afrika, Vietnam en India kampen met zware asbestvervuiling in (voormalige) asbestmijnplaatsen. Australië probeert zelfs het voormalige asbestmijnplaatsje Wittenoom in West Australië van alle kaarten te halen door de infrastructuur te verwijderen en bewoning te verbieden. In Nederland werd in 2007 veel geld geïnvesteerd in de sanering van terreinen en wegen rondom de voormalige asbestfabrieken in Goor en Harderwijk. Methoden om asbest onschadelijk te maken Asbest omzetten in onschadelijk materiaal kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld met paddestoelen. IJzer kan na inademing van de asbest leiden tot een ontstekingsreactie in de longen. Bepaalde paddestoelen halen dit ijzer uit crocidoliet- en chrysotiel asbest. Paddestoelen laten groeien op terreinen met asbestvervuiling zou daarom de schadelijkheid van de asbest kunnen verminderen. Italiaanse wetenschappers hebben in 2007 chrysotiel (wit) asbest onschadelijk gemaakt door gebruik van ultrasound techniek met oxaal zuur. Heijmans Infrastructuur bouwt in Moerdijk een installatie die asbest omzet in risicoloos materiaal voor gebruik als vulstof in de wegenbouw. Het gaat om een voor Europa uniek procédé, aldus het bedrijf. Asbest in het milieu maakt ziek Sinninghe Damsté et al., schrijven in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 3 november jl. dat de milieublootstelling aan asbest rondom Goor de belangrijkste verklaring is voor de sterk verhoogde incidentie van pleuramesothelioom onder vrouwen in dit gebied. Een Frans onderzoek meldt dat 11 inwoners van Aulnay sous Bois, ten noordoosten van Parijs, een asbestziekte gekregen hebben door asbestafval van een fabriek daar. In Spanje hebben 48 omwonenden van de voormalige asbestfabriek Uralita in de Catalaanse plaats Cerdanyola het bedrijf aansprakelijk gesteld voor hun ziekte. Tot slot constateerden Italiaanse onderzoekers dat onder vrouwen van (ex-)werknemers en omwonenden van een voormalige Italiaanse asbestcementfabriek in Casale Monferrato (regio Piedmont) de ziekte mesothelioom vaker dan gemiddeld voorkomt. * Voor bronvermelding zie website IAS: www.asbestslachtoffers.nl onder Nieuws
Interview Jan Tempelman, adviseur IAS. In het dagelijks leven onderzoeker bij TNO Slecht gesaneerde gebouwen zijn een groot probleem. Vanaf 1972 ben ik me bij TNO gaan bezig houden met asbest, in een tijd dat het nog op grote schaal werd geproduceerd en gebruikt. We zijn toen meetmethodes gaan ontwikkelen om blootstelling te meten. Destijds was het nog niet makkelijk om mensen te overtuigen van de gezondheidsrisico s. Er zat een enorme lobby van de asbestcementindustrie achter en ook het belang van werkgelegenheid was groot. Als je daar als onderzoeker iets tegenover wilt stellen gaat dat niet zonder slag of stoot. Als er wetenschappelijke onderzoeken zijn van het IAS zit ik daar vaak bij, zoals bij de ontwikkeling van de Asbestkaart. En als adviseur van het IAS kijk ik soms naar individuele blootstelling in een bepaald dossier. Ik zoek dan in de archieven naar aanknopingspunten als onderzoek naar de blootstelling op een dood spoor zit. Dan doe je wel eens een verrassende ontdekking. Het komt voor dat een gebouw vroeger een andere bestemming had en uit onze meetgegevens blijkt dat het toen vol zat met asbest. De huidige eigenaar weet dat niet, terwijl het slachtoffer daar dus wel degelijk aan asbest is blootgesteld. TNO doet veel onderzoek naar de gezondheidseffecten van materialen en kleine deeltjes, zoals fijnstof en nanoparticles. Maar economische ontwikkelingen lopen daar bijna altijd op vooruit. En ook al kun je onderzoek vervroegen, dan nog is het moeilijk om niet achter de feiten aan te lopen. Effectstudies kosten veel tijd en de markt wacht daar niet op. Zo zijn er, als asbestvervangers, keramische materialen in de markt gezet. Minder schadelijk dan asbest misschien, maar ook niet geheel ongevaarlijk. Het heeft dezelfde vezelstructuur, dus je moet er wel degelijk mee uitkijken. Van de nog veel kleinere nanodeeltjes weten we eigenlijk nog weinig, terwijl er wel producten van op de markt komen. Dit is verontrustend, we zouden hier veel alerter op moeten zijn. Nog steeds is er sprake van beroepsmatige blootstelling aan asbest, hoewel het in veel gevallen niet meer gaat om de traditionele beroepen in de scheepsbouw en de isolatiebranche. Wat mij betreft is nu het grote probleem, dat in de jaren 80 van de vorige eeuw gebouwen slecht zijn gesaneerd. Risicogroepen zijn vooral onderhoudsmensen en monteurs van installatiebedrijven. Aangezien onderhoud tegenwoordig bijna altijd is uitbesteed, komen er allemaal lieden binnen die de geschiedenis van het gebouw niet kennen. Bij renovaties zijn het dan weer aannemers en onderaannemers die van niets weten. En dan heb je ook nog het probleem van de groeiende groep werknemers uit de nieuwe lidstaten van de EU. Die pakken alles aan, ongeacht de risico s. Daarbij speelt een rol dat de regelgeving voor sloop van asbest in de loop der jaren enorm is aangescherpt. Slopen is duurder geworden, wat de kans op illegale activiteiten vergroot. De kans dat hier slachtoffers gaan vallen is dus groot. 29
Missie, taken en werkwijze Instituut Asbestslachtoffers (IAS) Missie Het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) is op 10 maart 1999 opgericht door het Comité Asbestslachtoffers, FNV, CNV, MHP, VNO- NCW, MKB-Nederland, LTO-Nederland, Verbond Sectorwerkgevers Overheid en Verbond van Verzekeraars. Dit op basis van het Convenant Instituut Asbestslachtoffers, dat naast bovengenoemde organisaties op 23 november 1998 mede ondertekend werd door de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Justitie. Het Convenant omvat afspraken die gericht zijn op de versnelling van de procedures met betrekking tot schadeclaims van asbestslachtoffers. De missie van het IAS is de in het Convenant verankerde procedures zo snel en zorgvuldig mogelijk af te handelen. Dit door het uitoefenen van drie hoofdtaken: advies, bemiddeling en voorlichting. Taken van het IAS Advies Mensen met de ziekte mesothelioom kunnen via het IAS een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming van 16.655, *. Het IAS gaat met hen na hoe het contact met asbest heeft plaatsgevonden en adviseert de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over het recht op een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS) of de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS). De SVB beslist vervolgens om de tegemoetkoming wel of niet toe te kennen en te betalen. Bemiddeling Het IAS bemiddelt ook tussen (ex-)werkgevers en (ex-)werknemers of hun huisgenoten over het betalen van een schadevergoeding. Hierover zijn afspraken gemaakt met het Comité Asbestslachtoffers, organisaties van werkgevers en werknemers, het Verbond van Verzekeraars en de overheid. Het IAS heeft als doel deze schadeclaims zo snel en zorgvuldig mogelijk af te handelen. Dit geldt zowel voor de bemiddeling zelf als voor het hieraan voorafgaande medische en arbeidshistorische onderzoek. De hiermee samenhangende kosten worden bij werkgevers en verzekeraars in rekening gebracht. Voor slachtoffers is de dienstverlening van het IAS daardoor altijd kosteloos. Wel is het van het allergrootste belang zo snel mogelijk de (ex-)werkgever per aangetekende brief aansprakelijk te stellen. Hiervoor kan de aanvrager de tekst van een door het IAS beschikbaar gestelde voorbeeldbrief gebruiken. De (ex-)werkgever of diens verzekeraar betaalt standaard een schadevergoeding van 54.133,-*. Voorlichting Het IAS vervult een verwijs- en voorlichtingsfunctie voor asbestslachtoffers, werkgevers, verzekeraars en intermediaire organisaties. Ten behoeve hiervan verricht het IAS onderzoek. Via jaarverslagen, rapporten, de IAS-website (www.asbestslachtoffers.nl), elektronische nieuwsbrief en de Asbestkaart (www.asbestkaart.nl) worden de onderzoeksresultaten bekend gemaakt. 30 Werkwijze van het IAS 1. Aanmelding De aanvrager meldt zich aan bij het IAS: telefonisch (070 306 87 70), met de antwoordkaart uit de brochure of per e-mail (info@asbestslachtoffers.nl). De medewerker van het IAS vult telefonisch samen met de aanvrager de aanvraagformulieren in. In een tweede gesprek gaat het IAS met de aanvrager na hoe het contact met asbest heeft plaatsgevonden. Dat kan telefonisch of bij de aanvrager thuis. Het IAS stuurt daarna de ingevulde formulieren toe. De aanvrager controleert ze en stuurt ze direct ondertekend terug. Ook machtigt hij/zij het IAS om medische informatie op te vragen en de SVB om eventuele schade via de rechter te verhalen. 2. Tegemoetkoming Het IAS vraagt het Nederlands Mesotheliomen Panel (NMP) om bevestiging van de bij de aanvrager gestelde diagnose maligne mesothelioom. Daarna adviseert het IAS de SVB om u wel of niet de tegemoetkoming te betalen. Beslist de SVB positief, dan ontvangt de aanvrager 16.655,-*. Het IAS en de SVB streven ernaar de procedure voor de tegemoetkoming binnen twee maanden af te ronden. 3. Schadevergoeding Als de aanvrager bij een werkgever aan asbest is blootgesteld, stelt hij/zij deze per aangetekende brief aansprakelijk. Hiervoor kan de voorbeeldbrief gebruikt worden die het IAS beschikbaar stelt. Het IAS onderzoekt daarna of de (ex-)werkgever aansprakelijk is te houden voor de gezondheidsschade en bemiddelt vervolgens tussen de aanvrager en de (ex-)werkgever of zijn verzekeraar. Als de werkgever of verzekeraar aansprakelijkheid aanvaardt, ontvangt de aanvrager een schadevergoeding van 54.133,-*. Het IAS streeft ernaar het gehele traject binnen zes maanden af te ronden. * Genoemde bedragen voor schadevergoeding en tegemoetkoming gelden voor 2007 en worden jaarlijks geïndexeerd.
Personalia Het Instituut Asbestslachtoffers is een zelfstandige stichting. De stichting wordt geleid door een onafhankelijk bestuur en een directeur. De stichting werd opgericht op 10 maart 1999 door negen maatschappelijke organisaties, die zijn vertegenwoordigd in de Raad van Toezicht en Advies. Bestuur Mw. J.L.E.M.W.R.R. Tiesinga-Autsema, voorzitter van 1 januari tot 28 augustus 2007 Jhr. mr. J.P.H. Six, waarnemend voorzitter van 28 augustus tot 1 december 2007 M.R. van der Heijden, voorzitter sinds 1 december 2007 J. van der Linden Prof. dr. mr. dr. B.A.J.M. de Mol Mr. G.J.H.M. Wagemans Raad van Toezicht en Advies Drs. J. Gmelich Meijling, voorzitter Drs. P.F. van Kruining (MHP) Mr. C. van der Lingen (VSO) J.J.H. Koning (VNO-NCW) Mr. W.M.J.M. van Mierlo (MKB-Nederland) Mw. mr. W.H. Quaedvlieg-Meijer (Verbond van Verzekeraars) Mr. R.F. Ruers (Comité Asbestslachtoffers) Drs. W. van Veelen (FNV) Drs. A. Woltmeijer (CNV) Bureau Drs. M.A. van der Woude, directeur Mw. N. Martens, bureaumanager Mw. drs. S.A. Aarendonk, beleidsmedewerker Medewerkers* Drs. ing. M.C. Roumen, directeur E.H.J. Joosten, directeur Mw. drs. H.A. Voogt, medisch adviseur Mr. M. Kuiper, teamleider unit IAS Mw. A.B.M. Fiege - dossierverantwoordelijke Mw. N.J. van Osch - dossierverantwoordelijke Mw. D.M. Valstar - dossierverantwoordelijke Mw. H.E. Ruiter - dossierverantwoordelijke M. de Back dossierverantwoordelijke A. Angoelal medewerker Intake Mw. A. van der Harst - assistent dossierverantwoordelijke Mw. R. Schmit - assistent dossierverantwoordelijke H. Bout - huisbezoek M. Dijkshoorn - huisbezoek R. Kroezen - huisbezoek Mw. J. Koster - huisbezoek Mw. A. van Veen - huisbezoek 31 *De medewerkers van BSA Schaderegeling BV, die in 2007 deel uit maakten van de uitvoeringsunit van het IAS.
Financieel verslag over 2007 Jaarrekening Balans (bedragen in euro s) (Voor resultaatverdeling) Activa 31-12-2007 31-12-2006 Onderhanden werk 156.210 225.112 Debiteuren 107.873 160.577 Belastingen en sociale premies 15.987 20.955 Overlopende activa 69.190 15.573 Overige vorderingen 13.991 9.625 Vorderingen en overlopende activa 207.041 206.730 Liquide middelen 800.262 529.398 Totaal activa 1.163.513 961.240 Passiva 31-12-2007 31-12-2006 Eigen vermogen Bestemmingsfonds 300.000 300.000 300.000 300.000 Langlopende schulden 0 0 32 Kortlopende schulden en overlopende passiva Projectensubsidie SZW & Defensie 632.470 641.471 Crediteuren 161.280 181.688 Overlopende passiva 69.763-161.919 Totaal passiva 1.163.513 961.240
Winst- & verliesrekening (bedragen in euro s) 31-12-2007 31-12-2006 Gefactureerde omzet 478.919 661.895 Mutatie onderhanden werk (omzet) -125.180-99.602 Netto omzet 353.739 *) 562.293 Uitvoeringskosten 865.339 891.754 Mutatie onderhanden werk (kosten) -56.278 0 Kostprijs van de omzet 809.061 891.754 Brutomarge -455.322-329.461 Personeelskosten -126.234-121.427 Inhuurkosten -78.624-66.784 Overige algemene kosten -181.854-141.617 Overige bedrijfskosten -386.712-329.828 Bedrijfsresultaat -842.034-659.288 Financiële baten en lasten 16.202 12.414 Resultaat voor subsidies -825.832-646.875 Incidentele baten 40.508 0 Vergoeding uitvoeringskosten SVB ten behoeve van TNS-regeling 102.206 0 Vergoeding uitvoeringskosten SVB ten behoeve van TAS-regeling 683.118 646.875 825.832 646.875 Resultaat 0 0 33 *) Bij toepassing van de grondslagen 2006 zou de netto-omzet over 2007 509.949 bedragen.
Grondslagen voor waardering en bepaling van het resultaat Tenzij in het navolgende anders wordt vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voorzover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. In maart 2007 is een nieuwe overeenkomst met BSA gesloten, waarbij in tegenstelling tot voorgaande jaren, door BSA (achteraf) op basis van afgewikkelde dossiers wordt gefactureerd. In de jaarrekening heeft dit geleid tot een aangepaste berekeningswijze voor het bepalen van het onderhanden werk respectievelijk de nog te verwachten kosten voor de afwikkeling van de dossiers. Op grond hiervan zijn bovendien voor een aantal posten de cijfers van 2006 niet volledig vergelijkbaar. Toelichting op de balans Onderhanden werk De waardering van het onderhanden werk geschiedt aan de hand van ervaringscijfers. Er wordt bepaald hoeveel procent van de afgesloten dossiers heeft geleid tot een verhaalbare opbrengst. Het gemiddelde percentage voor de jaren 2000 tot en met 2006 is berekend op 46,5%. Als gevolg van de nieuwe overeenkomst met BSA en de neergaande trend van het slagingspercentage in de afgelopen jaren is voor 2007 voorzichtigheidshalve een slagingspercentage gehanteerd van 40%. Het op basis van dit percentage berekende aantal lopende dossiers per ingangsjaar per ultimo 2007, vermenigvuldigd met het bijbehorende tarief resulteert in de opbrengstwaarde van de nog te factureren omzet. Hierbij is rekening gehouden met een gemiddelde voortgang van de onderhanden dossiers van 50%. Het aantal dossiers in behandeling is van 191 dossiers in 2006 gestegen tot 295 dossiers in 2007, waarvan 49 dossiers op grond van de TNS-regeling niet zullen leiden tot een verhaalbare opbrengst. In 2007 zijn er 402 dossiers afgewikkeld (2006: 472). 34 De opbouw van de post onderhanden werk is als volgt: 31-12-2007 31-12-2006 Opbrengstwaarde 156.210 281.390 Nog te besteden kosten 0 *) -56.278 Totaal nog te factureren omzet 156.210 225.112 De berekening van de opbrengstwaarde is als volgt: (295-49) dossiers * 3.175 *40%* 50% = 156.210 *) Met ingang van 2007 zijn de te verwachten kosten gepresenteerd onder de overlopende passiva.
Vorderingen en overlopende activa De post vorderingen en overlopende activa is als volgt opgebouwd: 31-12-2007 31-12-2006 Debiteuren 107.873 160.577 Omzetbelasting 19.250 16.460 Loonbelasting -3.263-807 Sociale lasten 0 5.302 Overlopende activa 69.190 15.573 Overige vorderingen 13.991 9.625 Totaal vorderingen en overlopende activa 207.041 206.730 Het debiteurensaldo is 52.704 lager ten opzichte van december 2006. De lagere stand wordt vooral veroorzaakt doordat er in 2006 veel facturen in het laatste kwartaal van het jaar zijn verstuurd. Van de 107.873 is 41.561 niet ouder dan 90 dagen. De post overlopende activa bestaat uit opgebouwde rente op banktegoeden ( 16.297), een dubbele betaling ( 50.000) en vooruitbetaalde verzekeringspremies ( 2.893). Liquide middelen 31-12-2007 31-12-2006 Kas 176 64 Rabobank 14.041 50.962 Rabobedrijfsplusrekening 786.045 478.372 Totaal liquide middelen 800.262 529.398 Bestemmingsfonds Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De destijds vooruit ontvangen subsidie bestaat uit een éénmalige bijdrage van 1.134.451 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waarmee de resultaten van de Stichting Instituut Asbestslachtoffers over de periode 1999 tot en met 2002 zijn verrekend. Het ontvangen bedrag is bestemd voor het opbouwen van de Stichting Instituut Asbestslachtoffers. Het verloop van deze subsidie is als volgt: 2007 2006 Beginstand 300.000 300.000 Mutatie boekjaar m.b.t. herbestemming 0 0 Eindstand bestemmingsfonds 300.000 300.000 35 Begin 2004 heeft de directie van het Instituut een projectenplan ten behoeve van de besteding van de ontvangen subsidies bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna te noemen: SZW) ingediend. Vervolgens werd door het ministerie van SZW vastgesteld dat het Instituut een eigen vermogen ad 300.000 werd toegestaan en de bedragen zoals beschreven in het projectenplan mogen worden besteed zoals vooraf is aangegeven. Na opheffing van het Instituut zal het bedrag ad 300.000 of het restant hiervan terugvloeien naar het ministerie van SZW. Ditzelfde geldt ook voor onbenutte projectgelden.
Kortlopende schulden en overlopende passiva In 2004 heeft het ministerie van SZW het Instituut akkoord gegeven op het ingediende projecten bestedingsplan, dat door de directie van het Instituut is ingediend. In 2007 heeft de directie een bedrag van 510.000 toegewezen aan nieuwe projecten. In onderstaand overzicht staat de opbouw van de subsidies. Projectensubsidies SZW & Defensie 2007 2006 Project website ontwikkeling Beginstand 26.340 26.340 Bij/af: mutaties 2007 0 0 Eindstand 26.340 26.340 Project onwikkeling nieuwsbrief Beginstand 15.449 15.449 Af: naar toe te wijzen subsidies -15.449 0 Eindstand 0 15.449 Project lustrumbijeenkomst Beginstand 1.448 1.448 Af: naar toe te wijzen subsidies 1.448 0 Eindstand 0 1.448 Project IAS monitor Beginstand 0 0 Bij: toegewezen subsidie 2007 50.000 0 Eindstand 50.000 0 Project best practices Beginstand 0 0 Bij: toegewezen subsidie 2007 20.000 0 Af: onttrekking uit hoofde van bestedingen -8.953 0 Eindstand 11.047 0 36 Project ODIS Beginstand 0 0 Bij: toegewezen subsidie 2007 100.000 0 Eindstand 100.000 0 Subtotaal toegewezen subsidies SZW 187.387 43.237
Projectensubsidies SZW & Defensie 2007 2006 Subtotaal toegewezen subsidies SZW 187.387 43.237 Project evaluatie protocol diagnose maligne mesothelioom Beginstand 0 0 Bij: toegewezen subsidie 2007 100.000 0 Eindstand 100.000 0 Project Asbestkaart 2 Beginstand 0 0 Bij: toegewezen subsidie 2007 200.000 0 Af: onttrekking uit hoofde van bestedingen -48 0 Eindstand 199.952 0 Project onderzoek asbestgerelateerde longkanker Beginstand 0 0 Bij: toegewezen subsidie 2007 40.000 0 Eindstand 40.000 0 Subtotaal toegewezen subsidies Defensie 339.952 0 Toe te wijzen bedragen aan projecten Beginstand 598.234 598.234 Bij: overschot projecten voorgaande jaren 16.897 Af: toegewezen subsidies 2007-510.000 0 Subtotaal toe te wijzen bedragen aan 0 projecten 105.131 598.234 Totaal projectensubsidies SZW & Defensie 632.470 641.471 37
Overlopende passiva Het saldo ultimo boekjaar is als volgt opgebouwd: 2007 2006 Nog te besteden kosten onderhanden dossiers 227.923 0 Reservering detacheringskosten 150.408 71.784 Geld derden 10.009 0 Overige overlopende passiva 16.747 13.172 Vooruitontvangen SVB 450.000 400.000 Vergoeding uitvoeringskosten SVB -785.324-646.875 Totaal 69.763-161.919 Bij het bepalen van de nog te besteden kosten van de onderhanden dossiers is rekening gehouden met het feit dat 95% van de onderhanden TAS-dossiers in rekening zullen worden gebracht en de gemiddelde voortgang van de dossiers 50% bedraagt. De berekening is dan als volgt: - 246 TAS dossiers * 1.700 * 95% * 50% = 198.645-49 TNS dossiers * 1.195 * 50% 29.278 Totaal 227.923 Niet uit de balans blijkende verplichtingen In maart 2007 is een nieuwe overeenkomst met BSA gesloten, waarbij in tegenstelling tot voorgaande jaren, door BSA (achteraf) op basis van afgewikkelde dossiers wordt gefactureerd. De overeenkomst is aangegaan voor een periode van 3 jaren, eindigende op 31 maart 2010. Per 1 januari 2007 is er een overeenkomst gesloten om de detacheringovereenkomst tussen de Stichting Instituut Asbestslachtoffers en het ministerie van SZW te verlengen. Deze overeenkomst loopt tot 1 september 2011 en de loonkosten zullen één op één worden doorbelast wat op een bedrag van circa 75.000 per jaar zal neerkomen. Ten slotte heeft het Instituut een huurverplichting, welke ten minste zes maanden van te voren moet worden opgezegd. De huurprijs op jaarbasis bedraagt 14.000. 38 Toelichting op de winst- & verliesrekening Algemeen In de winst- & verliesrekening worden baten en lasten verantwoord die gedurende het boekjaar voortvloeien uit bedrijfsactiviteiten en toerekenbaar zijn aan het boekjaar. Netto omzet In 2007 is er een netto omzet gerealiseerd van 353.739. Dit is 208.554 lager dan de omzet in 2006. Dit komt met name door de gewijzigde berekening van het onderhanden werk ( 156.210) en de nieuwe procedure van BSA. Bij toepassing van de grondslagen 2006 zou de netto-omzet over 2007 509.949 bedragen.
Kostprijs van de omzet De uitvoeringskosten zijn als volgt opgebouwd: 2007 2006 Uitvoeringskosten BSA 736.967 775.867 Uitvoeringskosten NMP/NVALT 105.280 103.275 Overige uitvoeringskosten 23.092 12.612 Totaal uitvoeringskosten 865.339 891.754 De werkzaamheden betreffende onderzoek van bovennormatieve materiële schade zijn in 2007 door BSA en door ingehuurde expertisebureaus uitgevoerd. Onder de post uitvoeringskosten overige zijn de volgende kosten geregistreerd; Onderzoeken bovennormatieve materiële schades Aansprakelijkheidsonderzoeken Expertise uitgaven betreffende beoordeling asbestzaken Overig (medisch) advies Uittreksels Kamer van Koophandel Personeelskosten, inhuurkosten en overige bedrijfskosten De voornaamste inhuurkosten zijn de kosten van detachering van de directeur van de Stichting Instituut Asbestslachtoffers, evenals de kosten ten behoeve van managementondersteuning bij het Instituut. De opbouw is als volgt: 2007 2006 Personeelskosten 126.234 121.427 Detacherings- & overige kosten m.b.t. inhuur personeel 78.624 66.784 204.858 188.211 Voorlichting 8.343 22.914 Kosten juridische vraagstukken 3.243 0 Implementatie TNS-regeling 36.511 0 Huisvestingskosten 23.412 24.132 Bestuurskosten 40.755 46.508 Administratiekosten 17.352 0 Overige kosten 52.238 48.061 181.854 141.615 39 Totaal personeelskosten, inhuurkosten en overige bedrijfskosten 386.712 329.826
Het Instituut heeft in 2007 twee medewerkers in dienst, waarvan één bureaumanager en één beleidsmedewerker. De gehele administratie wordt door een derde partij uitgevoerd en is in de financiële administratie van het Instituut opgenomen (in 2006 waren deze kosten opgenomen in de uitvoeringskosten van BSA). De kosten voor voorlichting in 2007 betreffen de productie van het jaarverslag. De implementatiekosten van de TNS-regeling betreffen out of pocket kosten, waaronder aanpassing automatiseringssysteem, brochures etc. De bestuurskosten betreffen met name de vergoedingen, welke op kwartaalbasis aan de bestuursleden en de voorzitter van de RTA van het Instituut worden uitgekeerd. Financiële baten & lasten 2007 2006 Bankkosten en provisie -327-342 Ontvangen bankrente 16.529 12.756 Totaal financiële baten en lasten 16.202 12.414 Vergoeding uitvoeringskosten IAS door SVB In 2007 is er van de SVB een voorschot aan het Instituut uitbetaald ad 450.000,=. Het SVB zal het tekort voor de daadwerkelijke uitvoeringskosten nog aanvullen. 2007 2006 Verrekening uitvoeringskosten met voorschotten SVB 450.000 400.000 Tekort uitvoeringskosten -785.324-646.875 Te ontvangen van de SVB -335.324-246.875 40
Verdeling TNS- en TAS-regeling In de jaarrekening van de Stichting Instituut Asbestslachtoffers zijn de kosten welke gemaakt zijn ten behoeve van de (de implementatie van) de TNS-regeling volledig meegenomen. Naast de direct toerekenbare kosten wordt voor de overige kosten een verdeling gemaakt op basis van het aantal aanvragen van TAS respectievelijk TNS. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de TNS-regeling eerst per 1 december 2007 is ingevoerd. Een uitsplitsing van de winst- en verliesrekening tussen TNS- en TAS-regeling is als volgt: TNS TAS Totaal 31-12-2007 31-12-2007 31-12-2007 Gefactureerde omzet 0 478.919 478.919 Mutatie onderhanden werk (omzet) 0-125.180-125.180 Netto omzet 0 353.739 353.739 Uitvoeringskosten 29.278 836.061 865.339 Mutatie onderhanden werk (kosten) 0-56.278-56.278 Kostprijs van de omzet 29.278 779.783 809.061 Brutomarge -29.278-428.044-455.322 Personeelskosten -25.196-101.038-126.234 Inhuurkosten -5.568-73.056-78.624 Overige algemene kosten -42.164-139.690-181.854 Overige bedrijfskosten -72.828-313.794-386.712 Bedrijfsresultaat -102.208-739.828-842.034 Financiële baten en lasten 0 16.202 16.202 Resultaat voor subsidies -102.208-723.828-825.832 Incidentele baten 0 40.508 40.508 Vergoeding uitvoeringskosten SVB ten behoeve van TNS-regeling 102.206 0 102.206 Vergoeding uitvoeringskosten SVB ten behoeve van TAS-regeling 0 683.118 683.118 102.206 723.626 825.832 Resultaat 0 0 0 41
Aan: het bestuur van de Stichting Instituut Asbestslachtoffers Accountantsverklaring Verklaring betreffende de jaarrekening Wij hebben de jaarrekening 2007 van Stichting Instituut Asbestslachtoffers te Den Haag, bestaande uit de balans per 31 december 2007 en de winst-en-verliesrekening over 2007 met de toelichting, gecontroleerd. Verantwoordelijkheid van de directie De directie van Stichting Instituut Asbestslachtoffers is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven in overeenstemming met de grondslagen van de stichting. Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de stichting. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het directie van Stichting Instituut Asbestslachtoffers daarbij heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. 42 Oordeel Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting Instituut Asbestslachtoffers per 31 december 2007 en van het resultaat over 2007 in overeenstemming met de grondslagen voor waardering en bepaling van het resultaat zoals opgenomen in de jaarrekening. Den Haag, 15 februari 2008 Ernst & Young Accountants namens deze w.g. W. Flikweert AA
Samenvatting Dit verslag over 2007 geeft een overzicht van het achtste operationele jaar van het Instituut Asbestslachtoffers (IAS). Het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) adviseert de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over het recht op een tegemoetkoming voor asbestslachtoffers met de ziekte mesothelioom. Daarnaast bemiddelt het IAS tussen (ex-)werkgevers en (ex-)werknemers over het betalen van een schadevergoeding. Het IAS is daarvoor in 1999 opgericht door organisaties van werkgevers en werknemers, het Comité Asbestslachtoffers, het Verbond van Verzekeraars en de overheid. Het instituut heeft drie hoofdfuncties: - advies aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in het kader van de Regeling tegemoetkoming Asbestslachtoffers (TAS) en de Regeling niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS); - bemiddeling tussen asbestslachtoffers en hun (ex) werkgevers om gezondheidsschade vergoed te krijgen; - kennisontwikkeling en voorlichting op het gebied van asbest en gezondheidsschade. Resultaten bemiddeling en advies Het aantal aanmeldingen (503) was in 2007 aanzienlijk hoger dan in 2006 (371). Dit heeft onder andere te maken met de invoering van de TNS-regeling op 1 december waardoor de instroom in die maand meer dan drie keer zo hoog was als in andere jaren. Het totaal aantal aanvragen dat het IAS de afgelopen 8 jaar in behandeling heeft genomen komt inclusief 2007 op 3033. Daarvan was 91% op 31 december 2007 financieel afgewikkeld.14 procent werd afgewezen omdat er geen sprake was van de ziekte maligne mesothelioom. Van het resterende deel heeft 45,5% de volledige schadevergoeding conform de normbedragen ontvangen (in 2007 54.133 voor werknemers; 5.272 voor nabestaanden), 41,95% kreeg alleen een uitkering via de Regeling TAS (in 2007: 16.655 voor werknemers en huisgenoten); 12,55% kreeg geen vergoeding toegekend. Sinds de invoering van de Regeling TAS in 2000 hebben 1626 slachtoffers na positief advies van het IAS een vergoeding ontvangen in de vorm van een voorschot of eenmalige uitkering. Deze groep bestaat vrijwel geheel (96%) uit mannen, met een gemiddelde leeftijd van 68 jaar. Het aantal aanvragen voor een tegemoetkoming was in 2007 iets hoger dan in 2006. In 2007 werd aan 309 mensen een tegemoetkoming toegekend. Overige gebeurtenissen in 2007 - In 2007 heeft het IAS meegewerkt aan de invoering van de Regeling tegemoetkoming voor niet loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS) op 1 december 2007. Alle mensen die door contact met asbest in Nederland de ziekte mesothelioom hebben gekregen, kunnen sinds 1 december via het IAS in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming van de overheid via de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS) of via de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS). - Op 1 april 2007 is een verbeterde aanvraagprocedure in gebruik genomen in combinatie met nieuwe samenwerkingsovereenkomsten met de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en BSA Schaderegeling BV, de organisatie die de advies- en bemiddelingsactiviteiten voor het IAS uitvoert. - Ter gelegenheid van de invoering van de TNS-regeling is de algemene brochure herzien. Ook werd een algemeen informatieboekje gepubliceerd waarin eenvoudig en beknopt de werkwijze van het instituut wordt uitgelegd, toegelicht met verhalen van slachtoffers die door het IAS bemiddeld zijn. 43
Summary This report for 2007 gives a brief account of the eighth operational year of the Dutch Institute for Asbestos Victims (IAS). The IAS advises the Social Insurance Bank (SVB) on entitlement to compensation for asbestos victims suffering from mesothelioma. The IAS also mediates between current and former employers and employees about the payment of compensation. The IAS was set up for these purposes in 1999 by employers and employees organisations, the Asbestos Victims Committee, the Association of Insurance Companies and the government. The Institute has three main tasks: - to advise the SVB with respect to claims under the Asbestos Victims Compensation Scheme (TAS scheme) and the Compensation Scheme for Victims of Non-work-related Mesothelioma (TNS scheme); - to mediate between asbestos victims and their employers or former employers to secure compensation for health damage; - to increase knowledge and provide information on the subject of asbestos and health damage. Results of mediation and advice In 2007, the number of claims (503) was significantly higher than in 2006 (371). One of the reasons for this was the introduction of the TNS scheme on 1 December 2007, which led to three times as many claims in this month compared to previous years. The total number of claims processed by the IAS in the 8 years up to the end of 2007 came to 3033. On 31 December 2007, a financial settlement had been reached in 90.7% of these cases. 14% of the cases were rejected because malignant mesothelioma had not been diagnosed. Of the remaining claims, the standard full compensation amount was paid in 45.5% of the cases (in 2007: 54,133 for employees; 5,272 for survivors); 41.95% received compensation under the TAS scheme only (in 2007: 16,655 for employees and housemates); and no compensation was paid in 12.55% of the cases. Since the introduction of the TAS scheme in 2000, a total of 1626 people have received compensation in the form of an advance payment or a lump-sum payment following a positive recommendation by the IAS. The vast majority (96%) of this group are men with an average age of 68. The number of claims for compensation in 2007 was slightly higher than in 2006. In 2007, 309 people were awarded compensation. 44 Other events in 2007 - On 1 December 2007, the IAS helped introduce the Compensation Scheme for Victims of Non-workrelated Mesothelioma (TNS scheme). As from that date, everyone who is suffering from mesothelioma as a result of exposure to asbestos in the Netherlands can claim financial compensation from the government, through the IAS, under the Asbestos Victims Compensation Scheme (TAS scheme) or the Compensation Scheme for Victims of Non-work-related Mesothelioma (TNS scheme). - On 1 April 2007, an improved claims procedure was introduced as well as new cooperation agreements with the SVB and BSA Schaderegeling BV, the organisation responsible for carrying out the advisory and mediation activities on behalf of the IAS. - The general information leaflet was revised to include information on the new TNS scheme. In addition, a general information booklet was published, offering a clear and concise explanation of the working methods of the Institute, illustrated by stories of people who have used the mediation services of the IAS.
TAS-gerechtigden 2000 t/m 2007: aantal mesothelioomslachtoffers per 100.000 inwoners op 31 december 2007. Bron: Sociale Verzekeringsbank, L.van Eekelen, februari 2008.
Stichting Instituut Asbestslachtoffers Directie en bureau: Bezuidenhoutseweg 60 Postbus 90405 2509 LK Den Haag Telefoon: 070-349 97 54 Fax: 070-349 97 96 e-mail: secrias@ser.nl www.asbestslachtoffers.nl Uitvoering: Scheveningseweg 56 Postbus 16353 2500 BJ Den Haag Telefoon: 070-306 87 70 Fax: 070-306 87 75 e-mail: info@asbestslachtoffers.nl