kindergeneeskunde informatiebrochure Wiegendood
Inhoudstafel 1. Inleiding 4 2. Oorzaken 4 3. Preventie 5 4. Contactgegevens bij vragen 9 5. Persoonlijke notities 9 3
1. Inleiding Wiegendood is een angstbeeld waar vele jonge ouders mee leven. Het kan tot op heden niet worden verklaard of voorkomen. Met een aantal eenvoudige maatregelen kan men het risico hierop echter wel sterk doen afnemen. Een onverwachte dood komt op alle leeftijden voor en overvalt niet alleen zuigelingen. De plotse dood van de zuigeling verschilt van deze in andere leeftijdsgroepen doordat meestal elk duidelijk voorteken ontbreekt en, zelfs na grondig onderzoek, geen doodsoorzaak kan worden vastgesteld. Voor andere leeftijdsgroepen gebeurt dit slechts uitzonderlijk. Het is enkel wanneer de doodsoorzaak bij een baby onbekend blijft dat men van wiegendood spreekt. Men schat dat in België jaarlijks 200 tot 250 baby s aan wiegendood overlijden, meestal baby s tussen 1 en 5 maanden. 2. Oorzaken Aangenomen wordt dat wiegendood een gevolg is van wisselende combinaties van kind- en omgevingsgebonden factoren. Er zijn aanwijzingen dat een deel van de slachtoffers een onrijpheid vertoont van de hersenfuncties die zorgen voor de controle van hart- en ademhalingsritme en voor het vrij blijven van de luchtwegen. Daarnaast kent men een aantal omstandigheden die vrij veel met wiegendood samengaan, maar het zou verkeerd zijn deze factoren als oorzaken van wiegendood te beschouwen, want dan zou elk Vlaams doorsnee gezin tot de risicogroep behoren. Wiegendood kan nog steeds niet worden voorkomen. Ook het polysomnografisch onderzoek, waarbij tijdens de slaap een groot aantal functies, zoals hart- en ademhalingsritme worden onderzocht, is niet feilloos in het opsporen van risicokinderen. Het maakt sommige ouders onnodig ongerust en geeft andere een vals gevoel van geruststelling. Het ontbreken van afwijkingen tijdens het onderzoek garandeert ook niet dat wiegendood is uitgesloten. 4
Toch is dit onderzoek zinvol voor bepaalde risicogroepen, bijvoorbeeld voor: de heel vroeggeboren baby s; baby s met een zeer laag geboortegewicht; de broertjes, zusjes en naaste familieleden (zoals neefjes en nichtjes) van een wiegendoodslachtoffer; baby s die in hun wieg worden betrapt op abnormaal lange adempauzes of een abnormaal adempatroon; baby s die luidruchtig snurken, met korte, volledige ademhalingsonderbrekingen; baby s die heel bleek, slap of shockerig worden gevonden. Een shockerig kind voelt koud aan handen en voeten, en bovendien ook aan het gelaat, de neus en de ledematen. Ademhalingsonderbrekingen van minder dan zes seconden zijn een normaal verschijnsel. Ook het regelmatig diep zuchten tijdens de slaap, gevolgd door een adempauze, is normaal. Indien een kind tot een risicogroep behoort, kan na een grondig lichamelijk en polysomnografisch onderzoek worden beslist om het thuis met een harten ademhalingsmonitor te bewaken. Voor de overige zuigelingen die niet tot deze groepen behoren, lijkt het zinvoller de gekende risicofactoren in acht te nemen en deze zoveel mogelijk te vermijden. 3. Preventie Levensgewoonten Respecteer de levensgewoonten van de zuigeling, in het bijzonder van het slaap-waakritme. Neem de baby liefst niet mee naar vermoeiende, rustverstorende activiteiten, zoals bijvoorbeeld drukke familiefeesten, marathon -reizen, verhuizingen... Houd een regelmaat in het voedingspatroon. Let er vooral op dat de zuigeling zijn eerste maaltijd s morgens steeds op tijd krijgt. Houd het ritme van vijf of meer voedingen per dag liefst aan tot de baby minstens vier maanden oud is. 5
Huilbuien Ga bij huilbuien zorgvuldig na wat er scheelt. Ouders vinden huilbuien terecht vaak zeer vermoeiend, maar verliezen soms uit het oog dat dit nog meer geldt voor de baby zelf. Een uitgeputte zuigeling kan na een huilbui inslapen in een gevaarlijke positie waarbij de bovenste luchtwegen kunnen worden afgesloten. Ga steeds even kijken hoe het kind is ingeslapen. Buik-, rug- of zijligging? Recente onderzoeken komen tot de conclusie dat in verhouding meer kinderen in buik- of zijligging aan wiegendood overlijden dan in rugligging. Rugligging is daarom de voorkeurshouding om baby s te slapen te leggen. Deze houding is bij jonge zuigelingen ook het gemakkelijkst te realiseren. Het is echter ook duidelijk dat rugligging het probleem van wiegendood niet volledig uit de wereld helpt. Bovendien laten veel zuigelingen zich niet zomaar in de houding leggen die ouders wensen. Vaak haalt men als tegenargument aan dat baby s die op hun rug liggen, in hun braaksel kunnen stikken. Dit komt slechts zeer zelden voor. Zijligging is aan te raden wanneer het kind verkouden is. Hierbij moet het onderste armpje steeds naar voor worden gebracht, zodat de baby niet op de buik kan rollen. Temperatuur Stem de kledij en de dekens af op de temperatuur van de slaapkamer en niet op de buitentemperatuur. Vooral tijdens de winter- en lentemaanden zijn baby s vaak té warm aangekleed en toegedekt. Dit wordt eveneens vaak vastgesteld bij de slachtoffers van wiegendood. Baby s vanaf zes weken kunnen slecht tegen oververhitting. Het kan hen in paniek brengen waardoor de warmteproductie nog toeneemt. Anderzijds is afkoeling schadelijk daar het de kans op luchtweginfecties vergroot. Controleer dus geregeld de temperatuur van de baby tijdens de slaap. Dit kan op een gemakkelijke manier door de bovenzijde van de vingers op het voorhoofd of in de hals van het kind te leggen. Dit vraagt wel wat ervaring, maar die kan men opdoen bijvoorbeeld tijdens de dagelijkse verzorging. 6
Houd er tevens rekening mee dat de lichaamstemperatuur tijdens de nacht spontaan wat daalt. Een ander duidelijk teken is zweten; een zuigeling die zweet, is doorgaans te warm ingeduffeld. Een kruippakje, gecombineerd met een slaap- of trappelzak, zorgt vaak al voor voldoende isolatie. De zak moet wel zodanig zijn gemaakt dat de baby er niet in verstrengeld kan raken. Een ritssluiting is het veiligst. Een kamertemperatuur van 16 tot 19 C is ideaal voor kinderen vanaf zes weken. Tijdens koude perioden kan men eventueel licht bijverwarmen. Temperaturen boven de 20 C moet men zeker vermijden. Gebruik nooit warmwaterkruiken en zet het bedje nooit tegen de verwarming aan. Let ook op met een reiswieg in woningen met vloerverwarming. Donsdekens Donsdekens zijn om meerdere redenen af te raden, zelfs voor kinderen die op de rug slapen. Ze worden immers vaak los op de kinderen gelegd, waardoor ze gemakkelijk wegglijden en boven op de baby terecht kunnen komen. Dit is minder het geval met dunne dekentjes die goed onder het matras kunnen worden geplooid. Ze stabiliseren op die wijze ook de slaaphouding van de baby. Met een donsdeken kan men de isolatie van de baby moeilijk aanpassen aan de omstandigheden. Dit is gemakkelijker met dunne dekentjes. Naar behoefte kan men er immers één toevoegen of weglaten. Bedje Leg het kind in een ruim, stevig bedje of wieg. Zo vermijdt men dat het kind zich al te gemakkelijk in een hoekje kan wegdrummen. Gebruik een draagwieg of een kinderwagen liefst uitsluitend voor transport. Zorg voor een harde matras en verwijder alle kussens, hoofdkussens en knuffeldieren uit het bedje of de wieg. Ze verhogen immers het risico dat het kind de eigen uitgeademde lucht inademt en daardoor minder warmte kan verliezen. Bovendien kan dit ook tot een koolzuurvergiftiging leiden. 7
Geneesmiddelen Let op met geneesmiddelen. Gebruik bij zuigelingen onder de leeftijd van één jaar geen hoestsiropen, koortswerende zetpillen die meerdere producten bevatten (combinatie zetpillen) of antiallergische middelen (antihistaminica). Vele hoestsiropen onderdrukken bijvoorbeeld niet alleen de hoest, maar ook de ademhalingscontrole. Bovendien is hoesten voor baby s een essentieel verdedigingsmechanisme waarmee de luchtwegen van slijmen worden bevrijd. Roken Vermijd roken in de plaats waar een zuigeling verblijft en zeker in de slaapkamer. Wanneer in huis wordt gerookt, rookt de baby passief mee. Als gevolg hiervan verzwakt men de afweermechanismen van de longen, waardoor de kans op luchtweginfectie toeneemt. Dit doet op zijn beurt ook de kans op wiegendood toenemen. Andere Lucht regelmatig de ruimte waarin de baby slaapt. Huisdieren horen niet in de slaapkamer van een zuigeling, niet alleen omwille van hygiënische redenen, maar ook omwille van mogelijke overgevoeligheid en allergische reacties van de zuigeling tijdens de slaap. Zorg er bij verkoudheden voor dat de baby goed kan blijven ademen. Het doorspoelen van de neus met een fysiologische zoutoplossing is het meest efficiënt en het minst gevaarlijk. Koortsige baby s worden best zo weinig mogelijk toegedekt. Wanneer de koorts tot boven 38,5 C oploopt, mag men niet aarzelen om een arts te raadplegen. Wiegendood vindt bijna altijd plaats als het kind slaapt. Het kan dus zowel overdag als s nachts voorvallen. Houd de baby bijgevolg zeker tijdens de eerste maanden zoveel mogelijk in uw nabijheid zodat u gemakkelijk kunt controleren hoe het ermee gaat. Dit kan bijvoorbeeld door de baby s nachts in de slaapkamer van de ouders te laten slapen en overdag in de leefruimte. 8
4. Contactgegevens bij vragen Heeft u bij het doorlezen van de folder toch nog bijkomende vragen? Stel ze dan gerust! U kan de dienst kindergeneeskunde contacteren: Tel. 03 380 20 90 E-mail Pediatrie_azstjozef@emmaus.be Uren tussen 8.00 en 18.30 uur Neem ook zeker een kijkje op onze website www.azsintjozef-malle.be. U vindt er o.a. meer praktische informatie terug. Ook voor financiële informatie kan u hier terecht. 5. Persoonlijke notities 9
10
11
Opdrachtgever: Katrien Gijsen - hoofdverpleegkundige kindergeneeskunde VU: Koen Vancraeynest - algemeen directeur Versiedatum: 3 mei 2017