Volkel West II in Uden

Vergelijkbare documenten
Plangebied kapschuur aan de Holte 17 te Onstwedde

Onderzoeksgebied Klaver 5 in Sevenum

Plangebied Nijkerkerweg-Tolboom

Archeologie Deventer Briefrapport 27. November Controleboringen Cellarius - De Hullu (project 494)

Nieuw Delft veld 3 en 8 (westelijk deel)

RAAP-NOTITIE Plangebied Kotmanpark-Oost Gemeente Enschede Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek

Plangebied Volkel West II

Adviesdocument 768. Oranjerie landgoed Mattemburgh, gemeente Woensdrecht. Project: Projectcode: HOOM2. Opdrachtgever: Brabants Landschap

RAAP-NOTITIE Plangebied Burloseweg Gemeente Winterswijk Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek

Plangebied Griene Dyk te Sneek

RAAP-NOTITIE Plangebied Weideveld. Gemeente Bodegraven Een archeologische begeleiding

Plangebied Zanddijk 18 te Mariënvelde

Plangebied Kreater, Rotterdam-Overschie

Plangebied Stroinkslanden

Plangebied Chopinstraat

Beulakerweg 127 te Giethoorn, gem. Steenwijkerland (Ov.)

Ranst Vaartstraat, Pomuni Trade (gemeente Ranst)

Plangebied H.W. Iordensweg te Twello

Gageldijk. GAG: Archeologische begeleiding rond de aanleg van een fietsviaduct aan de Gageldijk, gemeente Utrecht. Basisrapportage Archeologie 109

Plangebied Braak 2a te Vessem

Archeologisch booronderzoek voor het plangebied Ringbaan Noord-Maasstraat te Tilburg. Koen Hebinck

Plangebied HOV Spooronderdoorgang Santpoort- Driehuis in Santpoort-Noord

Plangebied Doornsteeg 7 te Lunteren

Plan van Aanpak. Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek. gemeente Nieuwkoop

Selectiebesluit archeologie Breda, Molengracht JEKA

Aanvullend archeologisch onderzoek plangebied Canneveltstraat te Vollenhove

Archeologisch booronderzoek voor het plangebied Utrechtseweg 82 te Zeist. K oen Hebinck

Nieuw Delft veld 6, 8 (oostelijk deel), 9 en kademuur Nieuwe Gracht Zuid

Plangebied Amanietlaan-Varenlaan- Drieerweg Gemeente Ermelo Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek

Plangebied Uddelerveen 66 te Uddel

Een leidingsleuf in Katwijk Klei-Oost Zuid. Een archeologische begeleiding aan de Trappenberglaan te Rijnsburg. A. Porreij-Lyklema. Archol.

Plangebied Dokter Kijlstraweg 2 te Mûnein

Plangebied Ielke Boonstraloane te Garyp

Plangebied Pioniersweg 15 in Barger-Oosterveld

Plangebied Groeneweg/Homaat te Westerbork

CHECKLIST. Beoordeling standaard rapport IVO-waarderend

Archeologische MonumentenZorg

xxx Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen voor de locatie Oogenlust aan de Hees te Eersel, gemeente Eersel.

Bureauonderzoek Archeologie

Ede, Roekelse Bos (gem. Ede)

8 QUICKSCAN 2017 ARCHEOLOGIE KLAVER Gemeente Horst aan de Maas

Plangebied Visvijvers te Gendt

Verkennend archeologisch onderzoek IVO Vorstenbosch-Bergakkers fase 2. R. Jansen, L.G.L. van Hoof

Archeologisch onderzoek te Macharen Kerkstraat

Archeologisch booronderzoek Eefselerweg 13a te Lievelde, gemeente Oost Gelre (GLD)

Plangebied De Wegwijzer te Dinxperlo

4 Conclusies en aanbevelingen

Heesch - Beellandstraat

Plangebied Klein Schelfhorst in Paterswolde

CHECKLIST. 1. Het IVO-verkennend (voorzover booronderzoek) dient te zijn uitgevoerd door een instelling die beschikt over een opgravingsvergunning

Transcriptie:

6500 voor Chr. R A P P O R T RAAP-RAPPORT 2916 Volkel West II in Uden 3750 voor Chr. Gemeente Uden Archeologisch onderzoek: een waarderend proefsleuvenonderzoek 2200 voor Chr. 700 voor Chr. 150 na Chr. 320 na Chr. Archeologisch Adviesbureau 250 na Chr. 1650 na Chr.

Volkel West II in Uden Gemeente Uden Archeologisch onderzoek: een waarderend proefsleuvenonderzoek dr. M.P.F. Verhoeven RAAP Archeologisch Adviesbureau BV, 2014

Colofon Opdrachtgever: Agel Adviseurs Titel: ; archeologisch onderzoek: een waarderend proefsleuvenonderzoek Status: eindversie Datum: 13 november 2014 Auteur: dr. M.P.F. Verhoeven Projectcode: UDEVO3 Bestandsnaam: RA2916_UDEVO3 Projectleider: dr. M.P.F. Verhoeven Projectmedewerkers: drs. M. Lipsch, drs. M. Ruijters ARCHIS-vondstmeldingsnummers: niet van toepassing ARCHIS-waarnemingsnummers: niet van toepassing ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: 63546 Bewaarplaats documentatie: RAAP Zuid-Nederland Autorisatie: drs. W. De Baere Bevoegd gezag: Gemeente Uden ISSN: 0925-6369 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. Leeuwenveldseweg 5b 1382 LV Weesp Postbus 5069 1380 GB Weesp telefoon: 0294-491 500 telefax: 0294-491 519 E-mail: raap@raap.nl RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2014 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

Samenvatting Inleiding In opdracht van Agel Adviseurs heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau op 14 oktober 2014 een waarderend proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in verband met een nieuw bestemmingsplan voor woningbouw in plangebied Volkel West II in de gemeente Uden. Methode Het onderzoeksgebied is onderzocht door middel van zeven proefsleuven in een schaakbordpatroon met een gezamenlijke oppervlakte van 700 m². Op deze wijze is ca. 7% van het plangebied onderzocht. Resultaten In sleuf 1 is een greppel uit de Nieuwe tijd aangetroffen. In de overige sleuven zijn grote hoeveelheden door mensen veroorzaakte verstoringen aangetroffen in de vorm van zeer onregelmatige kuilen. Omdat vondsten ontbreken is de datering en functie van deze kuilen onbekend, maar gelet op de soms scherpe insteek in profiel, gaat het waarschijnlijk om kuilen uit de Nieuwe tijd. Aanbevelingen Er is geen behoudenswaardige vindplaats aangetroffen; het plangebied kan voor ontwikkeling worden vrijgegeven. 4

Inhoud Samenvatting... 4 1 Inleiding... 6 1.1 Administratieve gegevens... 6 1.2 Aanleiding en doelstelling... 6 1.3 Randvoorwaarden... 6 2 Voorgaand onderzoek... 9 3 Doel van het onderzoek... 10 4 Methoden... 11 5 Resultaten... 13 5.1 Bodem... 13 5.2 Archeologie... 15 6 Conclusies en aanbevelingen... 20 6.1 Conclusies... 20 6.2 Aanbeveling... 21 Literatuur... 22 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen... 23 Bijlage 1. Sporenlijst... 24 Bijlage 2. Kolomprofielen... 26 5

1 Inleiding 1.1 Administratieve gegevens locatie: Volkel West II - plaats: Uden - gemeente: Uden - provincie: Noord-Brabant - toponiem: Volkel - oppervlakte plangebied: ca. 1,5 ha - kaartblad topografische kaart Nederland 1:25.000: 45H - centrumcoördinaten (X/Y): 172647 / 406337 bevoegde overheid: Uden onderzoekskader: nieuw bestemmingsplan in kader van woningbouw datum veldonderzoek: 14-10-2014 beheer en plaats vondsten en documentatie: archief RAAP-zuid. De vondsten en documentatie zullen worden overgedragen aan het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van de provincie Noord-Brabant. 1.2 Aanleiding en doelstelling In het plangebied (zie figuur 1) zijn bodemingrepen gepland die mogelijk bedreigend zijn voor eventuele archeologische resten. In het kader van de Archeologische Monumenten Zorg is volgens het door de bevoegde overheid goedgekeurde PvE (Peeters, 2014b) een inventariserend veldonderzoek (waarderende fase) door middel van proefsleuven uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek was het toetsen en aanvullen van de gespecificeerde archeologische verwachting met betrekking tot het onderzochte plangebied, waarbij de waardering (fysieke en inhoudelijke kwaliteit) van eventuele vindplaatsen voorop stond. 1.3 Randvoorwaarden Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep (zie artikel 24 van het Besluit archeologische monumentenzorg). De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.3), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als richtlijn. RAAP beschikt over een opgravingsvergunning, verleend door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 6

Industrielaan RAAP-RAPPORT 2916 407000 172000 172500 173000 407000 Velmolen Liessent 406500 N264 406500 Vloet Rudige 406000 Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2014 8 Strepen Niemeskant Leeuwstraat 406000 172000 172500 173000 Figuur 1. Ligging plangebied (rood). Inzet: ligging in Nederland (ster). 7

Geologische perioden Archeologische perioden Tijdvak Chronozone Datering Tijdperk Datering Holoceen Laat Subatlanticum Vroeg Subatlanticum Subboreaal Atlanticum Boreaal Preboreaal Weichselien Pleniglaciaal Laat Glaciaal Laat Midden Late Dryas Allerød Vroege Dryas Bølling Vroegste Dryas Denekamp Hengelo - 1150 na Chr. - 0-450 voor Chr. - 3700-7300 - 8700-9700 - 11.050-11.500-12.000-12.500-13.500-30.500-60.000 Prehistorie Recente tijd Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd Bronstijd Neolithicum (Nieuwe Steentijd) Mesolithicum (Midden Steentijd) - 1945 C - 1850 B - 1650 A - 1500 Laat B - 1250 Laat A - 1050 D: Ottoonse tijd - 900 C: Karolingische tijd - 725 B: Merovingisch tijd - 525 A: Volksverhuizingstijd - 450 Laat Midden Vroeg - 270-70 na Chr. - 15 voor Chr. Laat - 250 Midden - 500 Vroeg - 800 Laat - 1100 Midden - 1800 Vroeg - 2000 Laat - 2850 Midden - 4200 Vroeg - 4900/5300 Laat - 6450 Midden - 8640 Vroeg - 9700 Vroeg Laat - 12.500 Jong B - 16.000 Jong A - 35.000 Pleistoceen Vroeg Vroeg Glaciaal Moershoofd Odderade Brørup - 71.000 Paleolithicum (Oude Steentijd) Midden Eemien Saalien II Oostermeer Saalien I Belvedère/Holsteinien Glaciaal x Holsteinien Elsterien - 114.000-126.000-236.000-241.000-322.000-336.000-384.000-416.000 Oud - 250.000 463.000 tabel1_standaard_geobioarcheo_raap_2014 Tabel 1. Geologische en archeologische tijdschaal. 8

2 Voorgaand onderzoek In juni 2014 heeft RAAP een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied. Hier worden de resultaten van dat onderzoek (Peeters, 2014a) kort samengevat. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een plateau-achtige horst ligt, waar rivierafzettingen aan het oppervlak voorkomen. Direct westelijk van het plangebied ligt een oost-west georiënteerde dalvormige laagte die de afwatering van de horst verzorgt. In het plangebied zelf zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. In de wijdere omgeving van het plangebied wel. Het betreft een vuurstenen afslag uit het Meso-/Neolithicum en een tweetal waterputten uit de nieuwe tijd. Bovendien is op de gemeentelijke verwachtingskaart aan het gebied direct ten oosten van het plangebied een zeer hoge archeologisch waarde toegekend (historische kern van het gehuchtje Vloet). Uit historisch kaartmateriaal uit de 19e en 20e eeuw blijkt dat het plangebied steeds wisselend als akker- en grasland in gebruik was. Er zijn geen aanwijzingen dat het plangebied ooit bebouwd is geweest. Tijdens het verkennend booronderzoek is de overgangsligging van het plangebied bevestigd. In het zuidelijk deel van het plangebied zijn hogere (drogere) gronden aangetroffen. De gronden worden hier gekenmerkt door een cultuurdek, wat wijst op langduriger landbouwkundig gebruik. Het noordelijk deel van het plangebied ligt zichtbaar wat lager. Hier ontbreekt een dergelijk cultuurdek. De gronden in het plangebied blijken reeds (deels) te zijn verploegd (tot minimaal 50 cm beneden maaiveld). De mate van verstoring lijkt echter beperkt. Het lijkt er op dat de C-horizont redelijk intact is gebleven. Het meest noordelijk deel van het plangebied is volledig verstoord. Op basis hiervan worden in het plangebied archeologische resten verwacht die gerelateerd zijn aan droge archeologie (bewoning, begraving en beakkering). Gezien de verploegde bovengrond zullen alleen dieper ingegraven grondsporen bewaard zijn gebleven. Deze grondsporen komen vooral voor vanaf de periode Bronstijd t/m Nieuwe tijd (landbouwersperiode). De resultaten van het onderzoek tonen aan dat in het plangebied archeologische resten verwacht worden die gerelateerd zijn aan droge archeologie. Het meest noordelijke deel van het plangebied is reeds dermate verstoord dat intacte archeologische resten hier niet meer worden verwacht. Toekomstige ingrepen in het plangebied, die dieper gaan dan de reeds verstoorde bovengrond (50 cm beneden maaiveld), zullen zeer waarschijnlijk leiden tot aantasting van archeologische resten. Ten opzichte van de geplande ontwikkelingen is geadviseerd om een waarderend proefsleuvenonderzoek te laten uitvoeren. 9

3 Doel van het onderzoek Het waarderend onderzoek in de vorm van proefsleuven werd aanbevolen naar aanleiding van de resultaten van het vooronderzoek, met als doel te bepalen wat de aard, omvang, datering, kwaliteit en diepteligging van de mogelijk aanwezige archeologische grondsporen/resten is. De resultaten van het proefsleuvenonderzoek zijn bepalend voor de vraag hoe verder met deze archeologische waarden dient te worden omgegaan. Indien de vindplaatsen behoudenswaardig blijken te zijn, zal moeten worden beoordeeld of deze bij de inrichting van het terrein kunnen worden ingepast. Indien een dergelijke conserverende inrichting niet mogelijk is, dan komen de vindplaatsen mogelijk voor een opgraving in aanmerking. In het Programma van Eisen (Peeters, 2014b) zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Hoe is de stratigrafie in archeologische (antropogene) zin? Op welk niveau zijn archeologische sporen leesbaar? Wat is de opbouw van een eventueel aanwezig akkerdek (opbouw, datering, fasering, etc.)? In welke mate is het gebied verstoord? Zijn er archeologische resten aanwezig in het plangebied? Indien ja, beschrijf, interpreteer en dateer. Indien nee, wat is hiervoor de verklaring? Wat is de omvang van de vindplaats(en)? Wat is de eventuele onderlinge samenhang? Wat is de waardering (gaafheid, conservering en inhoudelijke kwaliteit) van de resten (sporen, vondsten en monsters)? Zijn er behoudenswaardige resten aanwezig binnen het plangebied? Op welke wijze kan met de behoudenswaardige vindplaats(en) in het plangebied omgegaan worden? Hoe verhouden de conclusies zich tot de bevindingen van het eerdere onderzoek of andere bekende gegevens? In welke mate wijkt de geconstateerde waarde af van de gespecificeerde verwachting? 10

4 Methoden Proefsleuven Conform het Programma van Eisen zijn zeven sleuven (nummer 1 t/m 7) van 4x25 m in een verspringend patroon gegraven, in vier noordoost-zuidwest gerichte rijen aangelegd (zie figuur 8). In totaal is 700 m 2 proefsleufoppervlak aangelegd; dit is een dekkingsgraad van 7%. In alle sleuven is met een graafmachine op rupsbanden en met een gladde bak één opgravingsvlak aangelegd, in de top van C-horizont (zie figuur 2). In het oosten van de sleuven is steeds een dieper kijkgat aangelegd om de hoogte van het opgravingsvlak goed te kunnen bepalen. De diepte van de sleuven varieerde van circa 60 cm in sleuf 4 tot ca. 90 cm in sleuf 7. De vlaktekeningen zijn digitaal vervaardigd met behulp van een Robotic Total Station (RTS). Dit omvat het digitaal inmeten van sporen, spoornummers, vondsten, kolomprofielen, coupelijnen, vlakhoogtes (ingemeten in één raai centraal in de put) en maaiveldhoogtes. Als basis hiervoor is gebruik gemaakt van een lokaal meetsysteem dat door RAAP door middel van een GPS (grondslagpunten met Z-waarden, ingemeten in het Rijksdriehoeksnet) is uitgezet. De hoogte van de aangelegde vlakken is ingemeten ten opzichte van NAP. Figuur 2. Aanleggen van het vlak in sleuf 1. 11

De sporen en bodemlagen zijn in een reeks genummerd. Voor de plaatselijke gelaagdheid zijn spoornummers 5000 t/m 9000 gereserveerd. De beschrijving en interpretatie van sporen en lagen is opgenomen in de RAAP-database. In de proefsleuven zijn om de ca. 8 m kolomprofielen beschreven vanaf het maaiveld in het RAAP boorbeschrijvingssysteem (Deborah), geïnterpreteerd en ingemeten (met X-, Y- en Z-coördinaat). De nummering van de kolomprofielen gebeurde als volgt: het eerste cijfer duidt de put aan, het tweede cijfer de zijde (1= noord, 2= oost, 3= zuid, 4= west) en het laatste cijfer het volgnummer. Sporen en profielen zijn in detail beschreven in bijlagen 1 en 2. Afwerking en behandeling van sporen en vondsten De grondsporen zijn 1:1 digitaal ingemeten en beschreven in een database. Bij de aanleg van het opgravingsvlak zijn de verschillende bodemlagen onderzocht op vondsten, ook met behulp van een metaaldetector. Een selectie van de sporen is gecoupeerd, in profiel getekend op schaal 1:20, en indien relevant, gefotografeerd en afgewerkt. Met name onduidelijke sporen in het vlak zijn gecoupeerd. Greppels en sporen tegen de putwand zijn gecoupeerd tegen de putwand, waardoor de stratigrafische positie vastgelegd kon worden. Na afloop van het veldwerk zijn de tekeningen gedigitaliseerd. Vondsten zijn verzameld per spoor (en vulling) waarbij per materiaalgroep een afzonderlijk vondstnummer is toegekend. Alle vondsten zijn na afloop van het veldwerk gewassen, gedroogd, geteld, gewogen en ingevoerd in de database. Bemonstering Er zijn geen monsters genomen omdat geen voor bemonstering relevante sporen werden aangetroffen. 12

5 Resultaten 5.1 Bodem De bodem in het plangebied (zie figuur 8) bestaat uit zwak siltig matig fijn zand. In alle bodemlagen komt wat grind voor. De oorspronkelijke bodem bestond uit een veldpodzolgrond. Onverstoorde podzolgronden worden van boven naar onder gekenmerkt door een donkere humushoudende bovenlaag (nu meestal de bouwvoor): de A-horizont, met daaronder een lichtgrijze uitspoelingslaag (de E-horizont) en een bruine inspoelingslaag (de B-horizont). Onder de B-horizont bevindt zich zand waarin geen bodemvorming is opgetreden, de C-horizont. Vanwege het ontbreken van zuurstof, is deze C-horizont vaak lichtgrijs gekleurd in natte gebieden; in droge zones is de kleur geel of oranje vanwege roestvorming. In vrijwel alle sleuven is grond opgebracht (Aa-horizont: spoor 8000), ongetwijfeld om het natte gebied geschikt te maken voor landbouw. De opgebrachte grond bevindt zich ofwel aan het oppervlak, ofwel onder de huidige bouwvoor (Ap-horizont: spoor 9000). De recente ophoging aan het maaiveld bestaat uit een tot ca. 30 cm dik donkerbruingrijs pakket met enkele fragmenten bouw- Figuur 3. Profiel 111 in het oosten van sleuf 1. 13

puin. Deze laag komt in alle sleuven voor, behalve in sleuf 1 en in het oostelijke deel van sleuf 2 (kolomprofielen 211 en 212). In die sleuven komt een oude, afgedekte opgebrachte laag (tot ca. 35 cm dik) voor onder de huidige bouw voor, met een gele kleur en grijze vlekken, waarschijnlijk het resultaat van vermenging van de bouwvoor en onderliggende E-horizont. De huidige bouwvoor bestaat uit een tot ca. 40 cm dikke laag donkerbruingrijs zand, met wat grond en bouwpuin. In het oosten van sleuf 1 (profiel 111) en sleuf 2 (profiel 212) is nog een vrijwel intact podzolprofiel aangetroffen, met een ca. 15 cm dikke lichtgrijze E-horizont (spoor 7000) en daaronder een tot ca. 40 cm dikke bruine B-horizont (figuur 3). In de overige sleuven is de E-horizont echter niet meer bewaard, en zijn alleen nog de B- of BC-horizont nog aanwezig (sporen 6000 en 5500), of alleen de C-horizont. In de meeste gevallen (in sleuven 3 t/m 7) is de C-horizont nat en daardoor lichtgrijs van kleur (spoor 5001), maar in sleuven 1 en 2 is de ondergrond iets droger, waardoor de laag overwegend lichtgeelbruin is. De natte C-horizonten zijn plaatselijk lemig; in feite bestaan ze in verticale doorsnede uit een opeenvolging van zeer dunne (ca. 1-3 mm) zand- en leemlaagjes. In het oosten van sleuf 7 is op een diepte van ca. 1.40 m beneden maaiveld grind aangetroffen, ooit afgezet in het Midden Pleistoceen door de Maas en Rijn. Natuurlijke verstoringen (spoor 9999) komen in het westen van sleuf 2 voor in de vorm van lichtgeelbruine vlekken in de C-horizont; waarschijnlijk het gevolg van bodemverplaatsing door dieren en/of planten en/of water. Figuur 4. Antropogene verstoringen in sleuf 4. 14

5.2 Archeologie Met name in sleuven 4 t/m 7 zijn in de grijze en natte C-horizont grote hoeveelheden antropogene verstoringen aangetroffen (spoor nr. ). Deze bestaan uit in oppervlak onregelmatige plekken en stroken van zwarte, grijze, bruine en gele vlekken, soms met rechte kanten (zie figuur 4). Vooral sleuven 5 en 6 zaten er vol mee. In eerste instantie werd gedacht dat het om natuurlijke verstoringen gaat, bijvoorbeeld het gevolg van vorstwerking (cryoturbatie) in de ijstijd. Echter, enkele van deze sporen zijn gecoupeerd, waaruit blijkt dat het gaat om tot maximaal ca. 50 cm diepe kuilen met weliswaar rechte of ronde, maar zeer onregelmatige onderkanten (zie figuren 5 en 6). In geen van de sporen zijn vondsten aangetroffen. De sterk gevlekte grijze, bruine en gele vullingen duiden wellicht op kapot gegraven podzolen. Bij RAAP zijn dergelijke sporen niet bekend; normale kuilen zijn regelmatig in zowel oppervlak, doorsnede als vulling. Ook vanwege het totale ontbreken van vondsten, is het niet bekend wat de datering of functie van de kuilen is. Gezien de rechte insteken, wordt vermoed dat het om sub recente sporen gaat, uit de Nieuwe tijd. Wellicht werd via de kuilen zand gewonnen? Een antropogeen spoor waarvan de functie wel duidelijk is, perceelscheiding, is spoor 1 in sleuf 1 (zie figuren 7 en 8). Dit spoor is een lineaire, in doorsnede spitsvormige greppel in het oosten van sleuf 1. De greppel was maximaal 1.6 m breed en 60 cm diep. Het spoor is noordwest-zuidoost gericht en loopt dwars door de sleuf, waardoor de lengte niet bekend is. De vulling bestaat uit Figuur 5. Profiel door antropogene verstoring in sleuf 6. 15

RAAP-RAPPORT 2916 Figuur 6. Profiel door antropogene verstoring in sleuf 6. Figuur 7. Profiel door spoor 1 in sleuf 1. 16

172560 172580 172600 172620 172640 172660 172680 172700 406380 legenda sporen 1 greppel kuil vlak recente verstoring spoornummer 113 sleuf 1 6000 112 1 111 7000 6000 406380 overig 406360 112 kolomprofiel profielnummer grens plangebied sleuf 2 212 211 406360 Beekvloed 213 9999 6000 406340 sleuf 3 311 406340 312 406280 406300 406320 0 5 10 m 15 20 25 1:500 sleuf 4 412 413 5001 313 411 5001 513 5001 sleuf 5 713 5001 sleuf 7 511 512 5001 712 5001 5001 711 613 sleuf 6 5001 5001 5000 612 611 5001 5001 406320 406300 406280 ML1/udevo3_ml 172560 172580 172600 172620 172640 172660 172680 172700 Figuur 8. Resultaten proefsleuvenonderzoek. 17

172550 172600 172650 172700 406300 406350 406350 406300 0 10 20 30 40 50 m 1:1000 ML1/udevo3_ml 172550 172600 172650 172700 Figuur 9. Plangebied geprojecteerd op kadastrale kaart 1811-1837. Bron: watwaswaar.nl, Uden, sectie F, blad 02. een ca. 20 cm dikke donkerbruingrijze humeuze laag met wat zeer kleine rode puinrestjes. Deze laag dekt een laag met dezelfde kleur, maar met lichtgeelbruine vlekken, af. Deze greppel is op de kadasterkaart uit de periode 1811-1837 afgebeeld (watwaswaar.nl: Uden, sectie F, blad 02). Op figuur 9 is de greppel zichtbaar als een noordwest-zuidoost gerichte lijn: zie figuur 9. De dikke oost-west georiënteerde lijn die dwars door het gebied loopt is de grens tussen twee kaartbladen, dus geen topografisch element. Het is duidelijk dat het om een ontwaterings-/perceelsgreppel uit de Nieuwe tijd gaat. Hoewel deze geheel is uitgespit, zijn er geen vondsten aangetroffen in de greppel. Behalve recent bouwpuin, zijn er ook in de overige sleuven geen vondsten aangetroffen. 18

Waardering In de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.3; www.sikb.nl) worden criteria genoemd voor de waardering van archeologische vindplaatsen. Men maakt onderscheid tussen belevingswaarde, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit van een vindplaats. Belevingswaarde is slechts van belang voor zichtbare archeologische monumenten en is derhalve voor onderhavig onderzoek niet relevant. De vindplaatsen worden eerst op hun fysieke kwaliteit beoordeeld. Ze worden op basis van hun fysieke kwaliteit als behoudenswaardig (opgraven of beschermen) aangemerkt indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (5 of 6 punten) scoren. Bij een middelmatige tot lage score (4 punten of minder) wordt naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of het terrein toch behoudenswaardig is. Een afweging vindt plaats op de eerste 3 inhoudelijke kwaliteitscriteria: zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde. Bij een bovengemiddelde score van 7 punten of meer voor de eerste drie criteria, wordt de vindplaats als behoudenswaardig aangemerkt. Waardering op fysieke criteria De mate waarin archeologische overblijfselen nog intact en in hun oorspronkelijke positie aanwezig zijn, geeft een indruk van de fysieke kwaliteit van een vindplaats. Binnen deze waarde wordt onderscheid gemaakt tussen de criteria gaafheid en conservering: gaafheid: de mate waarin de vindplaats verstoord is en de huidige stabiliteit van de fysieke omgeving; conservering: de mate waarin het archeologisch vondstmateriaal bewaard is gebleven. Waardering op inhoudelijke criteria Een waardering op basis van inhoudelijke kwaliteit kent de volgende criteria: zeldzaamheidswaarde: de mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied; informatiewaarde: de betekenis van een monument als bron van kennis over het verleden; ensemblewaarde: de meerwaarde die aan een monument wordt toegekend op grond van de mate waarin sprake is van een archeologische context en van een landschappelijke context. Waardering van de vindplaats(en) Omdat noch de datering, noch de aard van de antropogene verstoringen kan worden bepaald, is het niet mogelijk een waardering hiervan uit te voeren. Mogelijk gaat het om zandwinningskuilen uit de Nieuwe tijd die laag scoren op inhoudelijke criteria. Ook het stukje sub-recente greppel kan niet als behoudenswaardig worden bestempeld. 19

6 Conclusies en aanbevelingen 6.1 Conclusies In deze paragraaf worden de conclusies gegeven in de vorm van antwoorden op de onderzoeksvragen (zie hoofdstuk 2). Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Hoe is de stratigrafie in archeologische (antropogene) zin? Op welk niveau zijn archeologische sporen leesbaar? De bodem in het plangebied bestaat uit zwak siltig matig fijn dekzand. De oorspronkelijke bodem bestond uit een veldpodzolgrond. In vrijwel alle sleuven is grond opgebracht, ongetwijfeld om het natte gebied geschikt te maken voor landbouw. De opgebrachte grond bevindt zich ofwel aan het oppervlak, ofwel onder de huidige bouwvoor. In het oosten van sleuf 1 en sleuf 2 is nog een vrijwel intact podzolprofiel aangetroffen. In de overige sleuven is de E-horizont echter niet meer bewaard, en zijn alleen nog de B- of BC-horizont nog aanwezig. In de meeste gevallen is de C-horizont nat, maar in sleuven 1 en 2 is de ondergrond iets droger. Natuurlijke verstoringen (spoor 9999) komen in het westen van sleuf 2 voor in de vorm van lichtgeelbruine vlekken in de C-horizont; waarschijnlijk het gevolg van bodemverplaatsing door dieren en/of planten en/of water. De archeologische sporen zijn leesbaar in de C-horizont, op een gemiddelde diepte van ca. 50 cm beneden maaiveld. Wat is de opbouw van een eventueel aanwezig akkerdek (opbouw, datering, fasering, etc.)? In vrijwel alle sleuven is grond opgebracht, ongetwijfeld om het natte gebied geschikt te maken voor landbouw. De opgebrachte grond bevindt zich ofwel aan het oppervlak, ofwel onder de huidige bouwvoor. De recente ophoging aan het maaiveld bestaat uit een tot ca. 30 cm dik donkerbruingrijs pakket met enkele fragmenten bouwpuin. Deze laag komt in alle sleuven voor, behalve in sleuf 1 en in het oostelijke deel van sleuf 2. In die sleuven komt een oude, afgedekte opgebrachte laag (tot ca. 35 cm dik) voor onder de huidige bouw, met een gele kleur en grijze vlekken, waarschijnlijk het resultaat van vermenging van de bouwvoor en onderliggende E-horizont. In welke mate is het gebied verstoord? De oorspronkelijke podzolbodem is alleen in kleine delen van sleuven 1 en 2 compleet bewaard gebleven. In sleuf 2 zijn natuurlijke verstoringen aanwezig; in sleuven 4 t/m 7 zijn er vele antropogene verstoringen in de vorm van tot maximaal ca. 50 cm onregelmatige kuilen. 20

Zijn er archeologische resten aanwezig in het plangebied? Indien ja, beschrijf, interpreteer en dateer. Indien nee, wat is hiervoor de verklaring? Ja: in sleuf 1 is een perceels-/ontwateringsgreppel uit de Nieuwe tijd aanwezig, die op de kadasterkaart van 1811 zichtbaar is. In sleuven 4 t/m 7 zijn vele onregelmatige kuilen met heterogene vulling (grijze, bruine en gele zandbrokken) aanwezig, waarvan de datering en functie onbekend is. Mogelijk gaat het om zandwinningskuilen uit de Nieuwe tijd. Dit verklaart echter niet het grillige patroon. Wat is de omvang van de vindplaats(en)? Wat is de eventuele onderlinge samenhang? De greppel uit sleuf 1 was, op basis van de kadasterkaart ca. 200 m lang. De antropogene kuilen bevinden zich in een gebied van ca. 110x40 m. Er is geen sprake van onderlinge samenhang. Wat is de waardering (gaafheid, conservering en inhoudelijke kwaliteit) van de resten (sporen, vondsten en monsters)? Zijn er behoudenswaardige resten aanwezig binnen het plangebied? Op welke wijze kan met de behoudenswaardige vindplaats(en) in het plangebied omgegaan worden? Omdat noch de datering, noch de aard van de antropogene verstoringen kan worden bepaald, is het niet mogelijk een waardering hiervan uit te voeren. De indruk is echter dat het gaat om zandwinningskuilen uit de Nieuwe tijd die laag scoren op inhoudelijke criteria. Ook het stukje subrecente greppel kan niet als behoudenswaardig worden bestempeld. Hoe verhouden de conclusies zich tot de bevindingen van het eerdere onderzoek of andere bekende gegevens? In welke mate wijkt de geconstateerde waarde af van de gespecificeerde verwachting? Er zijn weliswaar enkele archeologische resten aangetroffen, maar geen resten van bewoning of begraving uit de periode Bronstijd-Nieuwe tijd. Dit hangt waarschijnlijk samen met het gegeven dat het gebied natter is dan oorspronkelijk gedacht. Er is inderdaad sprake van een cultuurdek, maar dit is vrijwel overal aanwezig in de vorm van opgebrachte grond; er is geen sprake van een zonering, zoals oorspronkelijk gedacht. 6.2 Aanbeveling Er is geen behoudenswaardige vindplaats aangetroffen; het plangebied kan voor ontwikkeling worden vrijgegeven. 21

Literatuur Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Peeters, M., 2014a. Plangebied Volkel West II, gemeente Uden; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. RAAP-notitie 4836. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Peeters, M., 2014b. Programma van Eisen inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), plangebied Volkel West II, gemeente Uden. RAAP-PvE 1381. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. 22

Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuur 1. Ligging plangebied (rood). Inzet: ligging in Nederland (ster). Figuur 2. Aanleggen van het vlak in sleuf 1. Figuur 3. Profiel 111 in het oosten van sleuf 1. Figuur 4. Antropogene verstoringen in sleuf 4. Figuur 5. Profiel door antropogene verstoring in sleuf 6. Figuur 6. Profiel door antropogene verstoring in sleuf 6. Figuur 7. Profiel door spoor 1 in sleuf 1. Figuur 8. Resultaten proefsleuvenonderzoek. Figuur 9. Plangebied geprojecteerd op kadastrale kaart 1811-1837. Bron: watwaswaar.nl, Uden, sectie F, blad 02. Tabel 1. Geologische en archeologische tijdschaal. Bijlage 1. Sporenlijst. Bijlage 2. Kolomprofielen. 23

Bijlage 1. Sporenlijst 24

spoor sleuf soort bodem kleur horizont puin 1 1 greppel zwak siltig matig fijn zand donkerbruingrijs - weinig 1 1 greppel zwak siltig matig fijn zand donkerbruingrijs - geen 5000 1 laag zwak siltig matig fijn zand lichtgeelbruin C geen 5001 3 laag zwak siltig matig fijn zand lichtgrijs C geen 5500 1 laag zwak siltig matig fijn zand lichtgeelbruin BC geen 6000 1 laag zwak siltig matig fijn zand bruin Bs geen 7000 1 laag zwak siltig matig fijn zand lichtgrijs E geen 8000 1 laag zwak siltig matig fijn zand donkerbruingrijs Aa geen 9000 1 laag zwak siltig matig fijn zand donkerbruingrijs Ap veel 5 kuil zwak siltig matig fijn zand lichtbruingrijs - geen 9999 2 verstoring zwak siltig matig fijn zand lichtgeelbruin - geen 25

Bijlage 2. Kolomprofielen 26

kolomprofiel: UDEVO3-111 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.687,54, Y: 406.379,23, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,86, precisie 0 cm -Mv / 16,86 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn 50 cm -Mv / 16,36 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, sterk humeus, zwartbruin, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: afgedekt/begraven A-horizont, interpretatie: veldpodzolgronden 60 cm -Mv / 16,26 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: E-horizont, interpretatie: veldpodzolgronden 76 cm -Mv / 16,10 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, bruin, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: B-horizont met ingespoelde ijzer/aluminium (humuspodzolen), enkele Fe-vlekken, interpretatie: veldpodzolgronden 115 cm -Mv / 15,71 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeelbruin, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont, interpretatie: veldpodzolgronden Einde kolomprofiel op 125 cm -Mv / 15,61 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-112 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.677,74, Y: 406.374,22, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,70, precisie 0 cm -Mv / 16,70 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn 25 cm -Mv / 16,45 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtgeel, matig fijn Opmerking: donkerbruingrijs gevlekt, deels opgebracht, deels verspitte A- en E-horizont 60 cm -Mv / 16,10 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, bruin, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: B-horizont met ingespoelde ijzer/aluminium (humuspodzolen), enkele Fe-vlekken, interpretatie: veldpodzolgronden Einde kolomprofiel op 90 cm -Mv / 15,80 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-113 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.665,44, Y: 406.368,73, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,85, precisie 0 cm -Mv / 16,85 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn 30 cm -Mv / 16,55 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtgeel, matig fijn Opmerking: donkerbruingrijs gevlekt, deels opgebracht, deels verspitte A- en E-horizont 60 cm -Mv / 16,25 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, bruin, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: B-horizont met ingespoelde ijzer/aluminium (humuspodzolen), enkele Fe-vlekken, interpretatie: veldpodzolgronden 75 cm -Mv / 16,10 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeelbruin, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont, interpretatie: veldpodzolgronden Einde kolomprofiel op 85 cm -Mv / 16,00 m +NAP 27

kolomprofiel: UDEVO3-211 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.670,99, Y: 406.361,78, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,80, precisie 0 cm -Mv / 16,80 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn 32 cm -Mv / 16,48 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtgeel, matig fijn Opmerking: donkerbruingrijs gevlekt, deels opgebracht, deels verspitte A- en E-horizont 66 cm -Mv / 16,14 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: EB-horizont, interpretatie: veldpodzolgronden 72 cm -Mv / 16,08 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, bruin, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: B-horizont met ingespoelde ijzer/aluminium (humuspodzolen), enkele Fe-vlekken, interpretatie: veldpodzolgronden 100 cm -Mv / 15,80 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeelbruin, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont, interpretatie: veldpodzolgronden Einde kolomprofiel op 110 cm -Mv / 15,70 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-212 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.663,83, Y: 406.358,70, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,79, precisie 0 cm -Mv / 16,79 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn 30 cm -Mv / 16,49 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: E-horizont, interpretatie: veldpodzolgronden 43 cm -Mv / 16,36 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, bruin, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: B-horizont met ingespoelde ijzer/aluminium (humuspodzolen), enkele Fe-vlekken, interpretatie: veldpodzolgronden 60 cm -Mv / 16,19 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeelbruin, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont, interpretatie: veldpodzolgronden Einde kolomprofiel op 70 cm -Mv / 16,09 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-213 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.649,73, Y: 406.352,54, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,59, precisie 0 cm -Mv / 16,59 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 20 cm -Mv / 16,39 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn 42 cm -Mv / 16,17 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: donkerbruingrijs gevlekt, verspitte E- en B-horizont 56 cm -Mv / 16,03 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: BC-horizont, enkele Fe-vlekken, interpretatie: veldpodzolgronden 70 cm -Mv / 15,89 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeelbruin, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont, interpretatie: veldpodzolgronden Einde kolomprofiel op 80 cm -Mv / 15,79 m +NAP 28

kolomprofiel: UDEVO3-311 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.625,20, Y: 406.340,89, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,18, precisie 0 cm -Mv / 16,18 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn 28 cm -Mv / 15,90 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: lichtgrijs gevlekt 66 cm -Mv / 15,52 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont, oxidatie en reductie verschijnselen Einde kolomprofiel op 110 cm -Mv / 15,08 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-312 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.616,34, Y: 406.337,01, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,08, precisie 0 cm -Mv / 16,08 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 10 cm -Mv / 15,98 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 42 cm -Mv / 15,66 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde kolomprofiel op 56 cm -Mv / 15,52 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-313 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.608,55, Y: 406.333,66, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,11, precisie 0 cm -Mv / 16,11 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 12 cm -Mv / 15,99 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 42 cm -Mv / 15,69 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde kolomprofiel op 56 cm -Mv / 15,55 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-411 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.609,43, Y: 406.312,96, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,08, precisie 0 cm -Mv / 16,08 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 12 cm -Mv / 15,96 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 40 cm -Mv / 15,68 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde kolomprofiel op 84 cm -Mv / 15,24 m +NAP 29

kolomprofiel: UDEVO3-412 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.599,62, Y: 406.308,80, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,02, precisie 0 cm -Mv / 16,02 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 12 cm -Mv / 15,90 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 38 cm -Mv / 15,64 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde kolomprofiel op 54 cm -Mv / 15,48 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-413 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.590,62, Y: 406.305,01, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,06, precisie 0 cm -Mv / 16,06 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 16 cm -Mv / 15,90 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 44 cm -Mv / 15,62 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde kolomprofiel op 58 cm -Mv / 15,48 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-511 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.641,70, Y: 406.306,35, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,28, precisie 0 cm -Mv / 16,28 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 30 cm -Mv / 15,98 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 56 cm -Mv / 15,72 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: lichtgeelgrijs gevlekt 76 cm -Mv / 15,52 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde kolomprofiel op 103 cm -Mv / 15,25 m +NAP 30

kolomprofiel: UDEVO3-512 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.630,19, Y: 406.301,28, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,18, precisie 0 cm -Mv / 16,18 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 20 cm -Mv / 15,98 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 50 cm -Mv / 15,68 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijsgeel, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont 65 cm -Mv / 15,53 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, veel dunne leemlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde kolomprofiel op 74 cm -Mv / 15,44 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-513 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.620,44, Y: 406.297,09, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,18, precisie 0 cm -Mv / 16,18 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 14 cm -Mv / 16,04 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 42 cm -Mv / 15,76 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelgrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Opmerking: wat lichtgrijze, humeuze vlekjes 50 cm -Mv / 15,68 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: afgedekt/begraven A-horizont Opmerking: lijkt wel begraven A-horizont, vloeibaar geworden, toendrabodem? 60 cm -Mv / 15,58 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijsgeel, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde kolomprofiel op 70 cm -Mv / 15,48 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-611 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.686,89, Y: 406.326,83, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,51, precisie 0 cm -Mv / 16,51 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 8 cm -Mv / 16,43 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 42 cm -Mv / 16,09 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeelgrijs, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde kolomprofiel op 82 cm -Mv / 15,69 m +NAP 31

kolomprofiel: UDEVO3-612 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.677,53, Y: 406.322,75, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,51, precisie 0 cm -Mv / 16,51 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 22 cm -Mv / 16,29 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 60 cm -Mv / 15,91 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtgrijsbruin, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: donkerbruingrijs gevlekt 82 cm -Mv / 15,69 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde kolomprofiel op 100 cm -Mv / 15,51 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-613 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.666,37, Y: 406.317,66, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,50, precisie 0 cm -Mv / 16,50 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 32 cm -Mv / 16,18 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 64 cm -Mv / 15,86 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtgrijsbruin, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: donkerbruingrijs gevlekt 74 cm -Mv / 15,76 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde kolomprofiel op 83 cm -Mv / 15,67 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-711 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.655,63, Y: 406.334,09, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,38, precisie 0 cm -Mv / 16,38 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 20 cm -Mv / 16,18 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 54 cm -Mv / 15,84 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtgrijsbruin, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: donkerbruingrijs gevlekt 115 cm -Mv / 15,23 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeelbruin, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken Einde kolomprofiel op 140 cm -Mv / 14,98 m +NAP 32

kolomprofiel: UDEVO3-712 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.646,17, Y: 406.329,81, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,27, precisie 0 cm -Mv / 16,27 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 28 cm -Mv / 15,99 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 49 cm -Mv / 15,78 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtgrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: donkerbruingrijs gevlekt 80 cm -Mv / 15,47 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken Einde kolomprofiel op 90 cm -Mv / 15,37 m +NAP kolomprofiel: UDEVO3-713 beschrijver: MRU, datum: 14-10-2014, X: 172.634,20, Y: 406.324,15, precisie locatie: 1 cm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45H, hoogte: 16,24, precisie 0 cm -Mv / 16,24 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, donkerbruingrijs, matig fijn Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: zeer recente ophoging 22 cm -Mv / 16,02 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn 46 cm -Mv / 15,78 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtgrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: donkerbruingrijs gevlekt 62 cm -Mv / 15,62 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, veel dunne zandlagen, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken Einde kolomprofiel op 76 cm -Mv / 15,48 m +NAP 33