RVL480. Verwarmingsregelaar

Vergelijkbare documenten
Verwarmingsregelaar. voor toepassing met partnerregelaar

RVL482. Verwarmingsregelaar. met ketelvoorregeling en warm tapwater bereiding

Weersafhankelijke regelaar

Weersafhankelijke regelaar

Weersafhankelijke regelaar

Weersafhankelijke regelaar met tapwaterbereiding en ketelvoorregeling

Bestelling. Apparatencombinaties. Techniek

QAW70. Ruimte-apparaat. Siemens Building Technologies HVAC Products. voor verwarmingsregelaars VILLAGYR RVP102 en SIGMAGYR RVL4

Dompeltemperatuurregelaar

QAA910. Siemens Building Technologies HVAC Products. Synco living Ruimtetemperatuuropnemer

RVL470. Weersafhankelijke regelaar. G2522nl. Installatievoorschriften. 1 Montage. 2 Inbedrijfstelling

Verwarmingsregelaar. Siemens Building Technologies Landis & Staefa Division

RVL469 G nl Installatievoorschriften Weersafhankelijke regelaar. 1 Montage. 2 Inbedrijfstelling

Ruimteapparaat voor Synco 700 regelaar

Gebruiksaanwijzing. Siemens Building Technologies AG c 1/24

Verwarmingsregelaar. Siemens Building Technologies Landis & Staefa Division

RVL471. Weersafhankelijke regelaar. G2524nl. Installatievoorschriften. 1 Montage. 2 Inbedrijfstelling

Gebruiksaanwijzing Weersafhankelijke regelaar RVL472

Elektrische servomotoren

Elektromotorische servomotoren voor afsluiters

Weersafhankelijke regelaar SAM 2200

Ruimtetemperatuurregelaar

RVL472. Weersafhankelijke regelaar. G2526nl. Installatievoorschriften. 1 Montage. 2 Inbedrijfstelling

Dompeltemperatuurverschilregelaar

Weersafhankelijke regelaar SAM 2100

RVL472. Weersafhankelijke regelaar. G2526nl. Installatievoorschriften. 1 Montage. 2 Inbedrijfstelling

RRV918. Siemens Building Technologies HVAC Products. Synco living Verwarmingsregelaar

Weersafhankelijke regelaar SAM 2100

Ruimtetemperatuurregelaar

Ruimtethermostaat met handschakelaar AAN/UIT Tweepunts regelalgoritme

Draadloze ruimtetemperatuurregelaar met dagklok en groot LCDdisplay

QXA2000. Condensbeveiliging. Siemens Building Technologies HVAC Products

Regeling van de varimat WR I.7.3. Systeeminformatie

Ruimtetemperatuurregelaar. voor verwarmings- en koelsystemen

Servomotoren voor kleine afsluiters

Ruimtethermostaat met LCD

Ruimteapparaten met PPS2- interface

Kanaaltemperatuurregelaar

Kabeltemperatuuropnemer

Ruimteopnemer. In ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties voor het meten van de relatieve ruimtevochtigheid en de ruimtetemperatuur

Regelingen. Regelingen 7. 1

Ruimtetemperatuurregelaar met weekschakelklok, LCD en opt. externe temperatuuropnemer

Ruimteapparaat met PPS2-interface

Installatiehandleiding VAG5000-Basic. Weersafhankelijke ketelregelaar

Ruimtetemperatuurregelaar RLA162.1

Weersafhankelijke regelaar SAM 2003

Elektromotorische servomotoren

MGC OpenTherm regelaar

Thermische aandrijvingen

Ruimtetemperatuurregelaar

Vorstbeveiligingsthermostaat. Vorstbeveiligingsthermostaat met 6 m capillairlengte

Elektromotorische servomotoren

Datablad ECL Comfort V ac en 24 V ac

Productinformatie. ORION-VA Klimaatcomputer met centrale regelingen (IRIS)

RMZ792. Bus-bedienunit. Building Technologies HVAC Products. Synco 700

Dompeltemperatuuropnemers

Verwarmingselement. Building Technologies Division

AQ2000 OPTIMALISATIE/COMPENSATIE REGELAAR

Elektromotorische aandrijvingen

Productinformatie. ORION-VS Klimaatcomputer met centrale regelingen (SIRIUS)

Doorstroomafsluiter met buitendraad, PN 16

Weersafhankelijke regelaar SAM91

Gewenste waarde-vorming voor regeling en besturing van het ketelcircuit op basis van warmtevraag vanuit de groepen welke kan bestaan uit:

Kanaaltemperatuuropnemer

Itho Daalderop VAG5000-Basic weersafhankelijke ketelregelaar

Regel omschrijving: Ventilatie regeling Kampmann

T6590B1000 FANCOIL REGELAAR KENMERKEN TOEPASSINGEN PRODUCT GEGEVENS

Beschrijving: SAM 8.1/2 Tl.Nr.: HOL

Elektronische module EK002 voor het sturen van twee ketels in cascade

Multizone-modules MZ003 en MZ004

Dompeltemperatuurregelaar

Schakelkasten voor installaties met één ketel

Bestnr Micro Micro 2+ suevia Digitale schakelklok Data Micro +/2+

Espace bedrade regeling (230 volt)

Biofloor - Regelingen

Ruimtetemperatuur voelers MODBUS, SHT-A1-MB(-LCD) Ruimte MODBUS. Omschrijving

Ruimtetemperatuurregelaar RCU50...

Driewegkranen PN10 met buitendraad

Synco 700 Modulaire ketelvolgorderegelaar RMK770

I.9.4. Regeling van de varimat WR. Systeeminformatie

Smoorkleppen PN6, PN10, PN16

Gebruiksaanwijzing DSC785 Dry/Store Controller

ELIOS DIN GEBRUIKSAANWIJZING

Ruimtetemperatuurregelaar

Cenvax ComfortControl 6320

VIESMANN. Montagehandleiding. Uitbreiding EA1. Veiligheidsvoorschriften. voor de vakman. Bestelnr

Driewegkranen PN6. In gesloten verwarmingssystemen, bij voorkeur als mengkraan

ASZ... Potentiometers. Building Technologies Division. ASZxx.3x

Transcriptie:

2 540 Verwarmingsregelaar RVL480 Communicatieve verwarmingsregelaar voor woningen en utiliteitsbouw. Geschikt voor verwarmingsgroep regeling, keteltemperatuur regeling of voorregeling. Geschikt voor warmte opwekkers zoals branders en stadsverwarming. 6 voorgeprogrammeerde installatietypes. Voedingsspanning AC 230 V Toepassing Toepassing in gebouwen: Flatgebouwen Eengezinswoningen Utiliteitsbouw Toepassing in installaties: Verwarmingsgroepen met eigen warmte-opwekking Verwarmingsgroepen met aansluiting op stadsverwarming Gekoppelde installaties, bestaande uit warmte-opwekking en meerdere verwarmingsgroepen Toepasbare verwarmingselementen: Radiator-, convector-, vloer-, plafond- en stralingsverwarmingen Functies Verwarmingsgroep regeling Weersafhankelijke regeling van de aanvoertemperatuur door besturing van de regelafsluiter in een verwarmingsgroep Weersafhankelijke regeling van de aanvoertemperatuur door besturing van de ketel in een verwarmingsgroep Weersafhankelijke regeling van de aanvoertemperatuur door besturing van de regelafsluiter in de primaire retour van een verwarmingsgroep met aansluiting op stadsverwarming (overdrachtstation) CE12540nl 20.05.2008 Building Technologies

Voorregeling Bedrijfswijzen Andere functies Warmtevraagafhankelijke regeling van de hoofdaanvoertemperatuur door besturing van de regelafsluiter in de hoofdvoorloop; Warmtevraag via de databus Warmtevraagafhankelijke regeling van de keteltemperatuur door besturing van de brander; Warmtevraag via de databus Warmtevraagafhankelijke regeling van de secundaire aanvoertemperatuur door besturing van de regelafsluiter in de primaire retour van een stadsverwarmingaansluiting; Warmtevraag via de databus Automatisch Automatische omschakeling tussen ORMALE en GEREDUCEERDE temperatuur volgens het weekprogramma, automatisch vakantiebedrijf, buitentemperatuurafhankelijke uitschakeling (ECO-functie) Gereduceerd Continu verwarmen op GEREDUCEERDE temperatuur, met ECO-functie Comfort Continu verwarmen op ORMALE temperatuur, geen ECO-functie Bewaking Handbedrijf Geen regeling, pompen in bedrijf De vorstbeveiliging is in elke bedrijfswijze actief. Optimaliseringsfuncties Bewakingsfuncties Afstandsbediening Inbedrijfstellingshulp Communicatiefuncties Bestelling Bij bestelling moet de naam en het typenummer RVL480 worden opgegeven. De bedienings- en installatiehandleiding zijn bijgevoegd. Opnemers, eventueel ruimtebedienapparaat, servomotor en regelafsluiter dienen afzonderlijk te worden besteld. Productdocumentatie Document Documentnr. Opslagnummer Basisdocumentatie P2540 Installatiehandleiding in de talen De, En, Fr, G2540 74 319 0617 0 L, Sv, Fi, Da, It, Es Bedieningshandleiding in de talen De, En, Fr, B2540 74 319 0616 0 L, Sv, Fi, Da, It, Es CE+ conformiteitsverklaring T2540 Milieuverklaring E2540 Apparatencombinaties Toepasbare opnemers en bedienapparaten Aanvoer- en retourtemperatuur: alle opnemers met LG-i 1000-meetelement, bijv.: Klemtemperatuuropnemer QAD22 Dompeltemperatuuropnemers QAE212 en QAP21.3 Ruimtetemperatuur: Ruimtebedienapparaat QAW50 Ruimtebedienapparaat QAW70 2/10

Ruimtetemperatuuropnemer QAA24 Buitentemperatuur: Buitentemperatuuropnemer QAC22 Toepasbare servomotoren Communicatie Let op Toepasbaar zijn alle Siemens elektromotorische en elektrohydraulische servomotoren met 3-puntsbesturing. De communicatie is mogelijk met: alle LPB-compatibele regelaars van Siemens Communicatiecentrale OCI600 De verwarmingsregelaar RVL480 kan niet als partnerregelaar voor RVL469 worden gebruikt! Technische uitvoering Installatietypes Groepsregeling: 1 Groepsregeling met regelafsluiter Voorregeling: 4 Voorregeling met regelafsluiter, warmtevraag via databus B9 A6/B5 2540S01 2 Groepsregeling met ketel 5 Voorregeling met ketel, warmtevraag via databus 2540S02 2540S04 B9 A5/B6 E2 2540S05 3 Groepsregeling met warmtewisselaar 6 Voorregeling met warmtewisselaar, warmtevraag via databus B9 A6/B5 2540S03 1 1 2540S06 A6 Ruimtebedienapparaat E1 Warmteopwekker (ketel / wisselaar) B1 Aanvoer-/ketelopnemer E2 Verbruiker (ruimte) B5 Ruimteopnemer LPB Databus Retouropnemer (primair circuit) M1 Groepspomp / transportpomp 1 Retouropnemer (secundair circuit) 1 Regelaar RVL480 B9 Buitenopnemer Y1 Regelafsluiter verwarmingsgroep Werking In RVL480 zijn 6 installatietypes geprogrammeerd. Bij de inbedrijfstelling dient het betreffende installatietype te worden gekozen. Hiermee worden alle functies geactiveerd die voor dit type installatie zijn vereist; de waarden van de instellingen zijn afgestemd op de praktijk. Alle functies die door het gekozen installatietype niet worden gebruikt, zijn geblokkeerd en niet zichtbaar. 3/10

Instellingen voor de eindgebruiker Bij een weersafhankelijke regeling wordt de aanvoertemperatuur bij de heersende buitentemperatuur bepaald door de stooklijn. De basisinstelling wordt uitgevoerd met het "staafje" of op een bedienregel; de ruimtetemperatuur wordt gecorrigeerd met de draaiknop. De eindgebruiker kan tevens instellen: Gewenste waarde van de ruimtetemperatuur voor ORMAAL verwarmen, GEREDUCEERD verwarmen en vorstbeveiliging/vakantie Een weekklokprogramma en max. acht vakantieperioden per jaar Bedrijfswijze Datum en tijd Temperatuurmeting Aanvoertemperatuur: met LG-i 1000-opnemer Buitentemperatuur: met LG-i 1000-opnemer. Bij busverbinding kan tevens de leverancier van de buitentemperatuur worden vastgelegd Ruimtetemperatuur: met een LG-i 1000-ruimtetemperatuuropnemer of met een ruimtebedienapparaat of met beide (gemiddelde waarde) Ruimteverwarming De ruimtetemperatuur wordt altijd in de regeling betrokken. Deze wordt met behulp van een opnemer gemeten of met behulp van het ruimtemodel met instelbare gebouwtijdconstante nagebootst. Bij gebruik van een opnemer is de ruimte-invloed op de regeling instelbaar. Ook de maximum begrenzing van de ruimtetemperatuur is dan instelbaar. De verwarming wordt afhankelijk van de buitentemperatuur in- en uitgeschakeld (ECO-functie). Er wordt uitgeschakeld, wanneer met de in het gebouw opgeslagen warmte de gewenste ruimtetemperatuur op peil kan worden gehouden. Hiertoe houdt de regelaar rekening met het verloop van de buitentemperatuur en met de warmteopslagcapaciteit van het gebouw. Er kunnen twee stookgrenzen worden ingesteld; voor ORMAAL en voor GEREDUCEERD verwarmen. De regeling is geoptimaliseerd; inschakeling en opstoken alsmede uitschakeling worden zodanig gestuurd, dat tijdens de gebruikstijden altijd de gewenste ruimtetemperatuur heerst. Aan het einde van elke gebruiksperiode schakelt de verwarming (circulatiepomp) uit tot de gewenste ruimtetemperatuur voor de uitschakelperiode wordt bereikt (optimalisering, uitschakelbaar). Tijdens aanwarmen kan de gewenste ruimtetemperatuur worden verhoogd (snel aanwarmen). Instelbaar zijn de maximale tijd voor aanwarmen en vervroegde uitschakeling. De weersafhankelijke aanvoertemperatuurregeling c.q. vraagafhankelijke voorregeling werkt met driepuntsbesturing. P-band en integratietijd zijn instelbaar. De aanvoertemperatuur wordt geregeld door het corrigerend orgaan (regelafsluiter of mengkraan) modulerend te besturen. Voor de aanvoertemperatuur zijn minimum en maximum begrenzing alsmede maximale gewenste waarde stijging (opwarmrem) instelbaar. Aanvoertemperatuurregeling Keteltemperatuurregeling De weersafhankelijke keteltemperatuurregeling c.q. vraagafhankelijke ketelvoorregeling werkt met tweepuntsbesturing. De keteltemperatuur wordt door in- en uitschakelen van de brander (trap 1 of 2) geregeld (directe branderbesturing). Vrijgave van trap 2 vindt plaats, wanneer de vrijgave-integraal wordt bereikt; trap 2 wordt weer geblokkeerd, wanneer de uitschakel-integraal wordt bereikt. Beide integralen zijn instelbaar. Zonder warmtevraag wordt de ketel uitgeschakeld of op minimum waarde (instelbaar) geregeld. Minimum en maximum begrenzing van de keteltemperatuur zijn instelbaar. 4/10

Stadsverwarming Minimum retourbegrenzing Blokkeerfuncties Schakelklok Afstandbediening Opmerking QAW70 Doorsturen van de warmtevraag Communicatie Storingsmelding en aanvoeralarm Aanvullende functies De secundaire aanvoertemperatuur wordt weersafhankelijk c.q belastingafhankelijk geregeld door besturing van de regelafsluiter in de primaire retour. Maximaalbegrenzingen werken op: de primaire retourtemperatuur; hierbij zijn instelbaar: gebruikte opnemer (lokale buitenopnemer of bussignaal), steilheid van de begrenzingskarakteristiek en startpunt van de compensatie Verschil tussen de primaire en de secundaire retourtemperatuur (DRT) Een minimale begrenzing van de slag (Y min -functie) voorkomt bij een kleine doorstroming meetfouten in de warmtemeting. De integratietijd van de begrenzingsfuncties is instelbaar. De minimum begrenzing van de retourtemperatuur functioneert zowel bij groepsregelingen als bij de vraagafhankelijke ketelvoorregeling (niet bij weersafhankelijke ketelregeling) en beschermt de ketel tegen rookgascorrosie. Alle instellingen kunnen softwarematig tegen verandering worden geblokkeerd. De instellingen voor stadsverwarming kunnen hardwarematig worden geblokkeerd. De RVL480 heeft een weekschakelklok. Per dag zijn 3 I-perioden instelbaar; hierbij zijn voor elke dag van de week verschillende I-perioden mogelijk. Voor het invoeren van maximaal acht vakantieperioden is de RVL480 voorzien van een jaarschakelklok met automatische zomer-/wintertijd-omschakeling. Omschakelen van de bedrijfswijze met het ruimtebedienapparaat QAW50 Ingreep op de voornaamste regelfuncties met het ruimtebedienapparaat QAW70 Keuze van een andere bedrijfswijze (programmeerbaar) met een extern contact Activering van een gewenste waarde voor de aanvoertemperatuur met een extern contact (van bijv. externe boilervraag). Instelbaar zijn de werking van de waarde (constant of minimaal) en de gewenste aanvoertemperatuur De regelaar bepaalt de dag van de week automatisch aan de hand van de ingestelde datum. Wijzigen vanuit de QAW70 is niet mogelijk. Via de schaalbare DC 0 10 V-uitgang (komt overeen met 0..x C) kan de warmtevraag worden doorgegeven. De waarde x is binnen het bereik 30 130 C instelbaar. Communicatie met andere regelaars vindt plaats via de databus en draagt zorg voor: Melden van de warmtevraag aan de warmteopwekking Uitwisseling van blokkeer- en dwangsignalen Uitwisseling van meetwaarden zoals buitentemperatuur, retourtemperatuur en aanvoertemperatuur alsmede kloksignalen Uitwisseling van storingsmeldingen Storingsmelding van opnemers, databus en ruimtebedienapparaten. Aanvoeralarm; instelbare tijdsduur, waarin de aanvoertemperatuur buiten de ingestelde grenswaarden mag blijven. a afloop ervan vindt een foutmelding plaats. Weergave van parameters, actuele waarden, bedrijfstoestand en storingsmeldingen Simulatie van de buitentemperatuur Relaistest; alle relais kunnen handmatig afzonderlijk worden bestuurd Opnemertest; alle meetwaarden van opnemers zijn oproepbaar Test van de contacten op de klemmen H1 M, H2 M, H3 M en H4 M Buitentemperatuurafhankelijke installatie vorstbeveiliging (instelbaar); er wordt een instelbare minimale aanvoertemperatuur aangehouden adraaien van de pomp als bescherming tegen warmtestuwing Pompkick tegen vastzitten in de zomer Regelaar-bedrijfsurenteller 5/10

Meer informatie over de databus (LPB) is in de volgende documenten opgenomen: Apparatenblad Systeemgrondslagen LPB: 2030 Apparatenblad LPB: 2032 Mechanische uitvoering 1 8 2540Z03 9 2 10 3 4 5 6 11 12 13 7 1 Toetsen voor de keuze van de bedrijfswijze (gekozen toets brandt) 2 Weergaveveld (LCD) 3 Toetsen voor de bediening van het weergaveveld: Prog = Bedienregel kiezen + = Weergegeven waarde wijzigen 4 Toets voor "Regelafsluiter sluiten" of Brandertrap 2 AA/UIT tijdens handbedrijf 5 Toets voor "Regelafsluiter openen" tijdens handbedrijf 6 Toets voor handbedrijf 7 LED's voor: Handbedrijf / Regelafsluiter opent/ Brandertrap 1 I / Regelafsluiter sluit / Brandertrap 2 I Pomp I 8 Mogelijkheid tot verzegelen van het deksel 9 Infotoets voor weergave actuele waarden 10 Instelschuif voor instelling van de aanvoertemperatuur bij 5 C buitentemperatuur 11 Instelschuif voor instelling van de aanvoertemperatuur bij +15 C buitentemperatuur 12 Draaiknop voor correctie van de ruimtetemperatuur 13 Bevestigingsschroef met verzegelmogelijkheid De RVL480 bestaat uit de regelaarbehuizing met de elektronica, netvoeding, uitgangsrelais en aan de voorzijde alle bedieningselementen en de sokkel met de aansluitklemmen. De bedieningselementen bevinden zich onder een afsluitbaar doorzichtig deksel. De bedieningshandleiding wordt in het doorzichtige deksel geplaatst. Het uitlezen van alle waarden vindt plaats via het weergaveveld (LCD); dit veld is voorzien van een achtergrondverlichting. De regelaarbehuizing wordt met twee schroeven op de sokkel bevestigd; één daarvan kan worden verzegeld. Het deksel kan eveneens worden verzegeld. De RVL480 is ontworpen voor drie manieren van montage: Wandmontage (op een wand, in een schakelkast, etc.) Railmontage (klikken op een montagerail) Frontmontage (deur van een regelpaneel, etc.) 6/10

Analoge bedieningselementen Digitale bedieningselementen Druktoetsen voor het kiezen van de gewenste bedrijfswijze Infotoets Rechtstreeks instellen van de stooklijn met het "staafje" (alleen wanneer analoge instelling is geselecteerd) Draaiknop voor handmatige correctie van de ruimtetemperatuur Drie toetsen voor handbedrijf en handmatige besturingscommando's Het invoeren c.q. wijzigen van alle instelparameters, het activeren van keuzefuncties en het uitlezen van actuele waarden en toestanden vindt plaats volgens het bedienregelprincipe. Aan elke parameter, elke actuele waarde en elke keuzefunctie is een bedienregel met een bijbehorend nummer toegewezen. Het kiezen van een bedienregel en het wijzigen van de weergave gebeurt telkens met één toetsenpaar. Instructies Projectering Inbedrijfstelling De leidingen van de meetcircuits voeren veiligheidslaagspanning De leidingen naar de servomotor en naar de pomp voeren AC 24 230 V De plaatselijk geldende voorschriften voor elektrische installaties dienen in acht te worden genomen. Parallel leggen van opnemerleidingen naast voedingsleidingen naar b.v. servomotor, pomp, brander etc. is niet toegestaan (Beveiligingsklasse II E 60730) Het installatietype moet worden ingesteld Bij toepassingen in stadsverwarmingsinstallaties kunnen de stadsverwarmingsparameters worden geblokkeerd Afvoer De RVL480 geldt voor verwijdering als gebruikt elektronisch apparaat in de zin van de Europese richtlijn 2002/96/EG (WEEE) en mag niet als huisvuil worden afgevoerd. De nationaal geldende wettelijke voorschriften moeten worden nageleefd en de regelaar dient te worden afgevoerd via de daartoe aangewezen kanalen. De lokale en actueel van kracht zijnde wetgeving moet worden nageleefd. Garantie Bij gebruik van de RVL480 met apparatuur van andere leveranciers dient de correcte functionaliteit door de gebruiker te worden gecontroleerd. Siemens levert in dergelijke gevallen geen ondersteuning op het gebied van service of garantie. 7/10

Technische gegevens Voeding Relaisuitgangen Voedingsspanning AC 230 V (±10 %) Frequentie 50 Hz Vermogensopname (zonder externe last) Max. 7 VA Beveiliging voedingskabel 10 A Spanning AC 24 230 V Stroom Y1/K4, Y2/K5, Q1 AC 0,02 2 (2) A ominale stroom ontstekingstransformator Max. 1 A (max. 30 s) Inschakelstroom ontstekingstransformator Max. 10 A (max. 10 ms) Toelaatbare leidinglengten naar opnemers of ruimtebedienapparaat Cu-kabel 0,6 mm Cu-kabel 0,5 mm 2 Cu-kabel 1,0 mm 2 Cu-kabel 1,5 mm 2 20 m 50 m 80 m 120 m Elektrische aansluiting Buscommunicatie (via draadverbinding) Schroefaansluitingen voor aders tot 2,5 mm 2 Busprotocol/-type LPB Busbelasting kengetal E 6 Gangreserve Tijd 12 h ormen en standaards -conformiteit volgens EMC-richtlijn Storingsgevoeligheid Emissies Laagspanningsrichtlijn Elektrische veiligheid 2004/108/EC E 61000-6-1 / -2 E 61000-6-3 / -4 2006/95/EC E 60730-1 / E 60730-2-9 Beveiligingsgegevens Afmetingen Beveiligingsklasse II volgens E 60730 Beschermingsgraad (deksel gesloten) IP42 volgens E 60529 Vervuilingsgraad 2 volgens E 60730 Zie maatschetsen Gewicht Apparaat (netto) 1,1 kg Kleur behuizing Omgevingscondities Behuizing Lichtgrijs RAL 7035 Sokkel Duivenblauw RAL 5014 Bedrijf Vervoer Opslag E 60721-3-3 E 60721-3-2 E 60721-3-1 Klimaatcondities Klasse 3K5 Klasse 2K3 Klasse 1K3 Temperatuur 0 +50 C 25 +70 C 20 +65 C Vochtigheid <95 % r.v. <95 % r.v. <95 % r.v. (niet condenserend) (niet condenserend) Mechanische condities Klasse 3M2 Klasse 2M2 Klasse 1M2 Toepassingshoogte Max. 3000 m hoogte boven de zeespiegel 8/10

Aansluitschema's Laagspanning L LPB A6 B9 B1 D1 D2 B M B M - DC 0...10 V + S1 S2 B5 1 Y1 B M B M B M AC 230 V L DB MB A6 MD B9 B1 M Ux M H1 H2 B5 M 1 H4 H3 M 1 2540A01 etspanning Links: Aansluitingen voor installatietypes 1, 3, 4 en 6 (groep resp. stadsverwarming) Rechts: Aansluitingen voor installatietypes 2 en 5 (ketel met 2-traps brander) L L AC 230 V L F1/F4 F2/F5 F3 Y1/K4 Y2/K5 Q1 1 AC 230 V L F2/F5 Y2/K5 F1/F4 Y1/K4 F3 Q1 1 Y1 Y2 Y1 M1 F1 F2 1. M1 2540A02 2. E1 2540A03 A6 Ruimtebedienapparaat LPB Databus B1 Aanvoer-/ketelopnemer M1 Verwarmingsgroep-/transportpomp B5 Ruimteopnemer 1 Regelaar RVL480 Retouropnemer (primair circuit) S1 Extern contact bedrijfswijze 1 Retouropnemer (secundair circuit) S2 Extern contact warmtevraag (b.v. boiler) B9 Buitenopnemer Ux Warmtevraaguitgang E1 Brander met twee trappen Y1 Servomotor verwarmingsgroep, met contact voor minimum slagbegrenzing F1 Regelthermostaat Draadbrug voor het blokkeren van de * stadsverwarmingsparameters F2 Maximaalthermostaat 9/10

Maatschets 35 ±0.3 E 60715 139 1.5 95 (42.5) 2540M01 144 16.4 144 15.3 26 26 26 26 144 4.5 14 max. 3 18 max. 8 max. 5 M16 22 106 50 39 39 35 36 29 138 +1 0 E 50262 IEC 61554-144 144 36 72 106 108 138 +1 0 Maten in mm 10/10 2008 Siemens Schweiz AG Wijzigingen voorbehouden