Bevolking in Nederland



Vergelijkbare documenten
FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

socio-demografie jongeren geslacht leeftijd woonplaats 4 grote steden en per provincie afkomst opleiding religie

Langdurige werkloosheid in Nederland

Allochtonen op de arbeidsmarkt

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Tempo vergrijzing loopt op

Diversiteit in de Provinciale Staten

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. In 2025 fors meer huishoudens in de Randstad

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet

Diversiteit in Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en Eerste Kamer in 2011

fluchskrift Vergrijzing in Fryslân neemt toe Aantal senioren sterk gestegen Aantal 65-plussers in Fryslân, /2012

8. Werken en werkloos zijn

10. Veel ouderen in de bijstand

Prognose van de bevolking naar herkomst,

Factsheet Demografische ontwikkelingen

Personen met een uitkering naar huishoudsituatie

Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen Figuur 2: Ontwikkeling aantal leerlingen (index: 2009 = 100) (index: 2014 = 100)

Kernprognose : tijdelijk minder geboorten

Nieuwsflits Arbeidsmarkt. Mei 2007

Administratieve correcties in de bevolkingsstatistieken

Artikelen. Allochtonenprognose : naar 5 miljoen allochtonen

Demografische gegevens ouderen

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970

Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011

Regionale bevolkings- en allochtonenprognose rpb. Centraal Bureau voor de Statistiek

Klantenherkomstanalyse met Marketingadvies

Meer over jeugdigen in Leiden staat in hoofdstuk 13 over Jeugd. Meer over ouderen in Leiden staat in hoofdstuk 14 over Welzijn en zorg.

Mannen en vrouwen in Nederland

Huishoudensprognose : belangrijkste uitkomsten

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen

1.1 Bevolkingsontwikkeling Bevolkingsopbouw Vergrijzing Migratie Samenvatting 12

Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet

Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs

Vrouwen op de arbeidsmarkt

2. Groei allochtone bevolking fors minder

12. Vaak een uitkering

Inhoudsopgave hoofdstuk 2

Centraal Bureau voor de Statistiek

Demografische ontwikkeling Gemeente Enkhuizen

Artikelen. Huishoudensprognose : belangrijkste uitkomsten. Maarten Alders en Han Nicolaas

Artikelen. Organisatiegraad van werknemers, Jo van Cruchten en Rob Kuijpers

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

2. De niet-westerse derde generatie

Uit huis gaan van jongeren

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

Constructen & Afgeleiden. MOA Gouden Standaard gebruikersdag 7 juni 2010 door Harm Hartman, Insight Director Synovate Nederland

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn

Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen opnieuw toegenomen

7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs

Demografische ontwikkeling Gemeente Enkhuizen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Demografische ontwikkeling Gemeente Drechterland

5. Onderwijs en schoolkleur

DE GENKSE BEVOLKING OP

Jongeren op de arbeidsmarkt

Demografische kenmerken van Tsjechen en Slowaken in Nederland

Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen Figuur 2: Prognose aantal leerlingen (index: 2011 = 100) (index: 2016 = 100)

Bevolkingsprognose Deventer 2015

Artikelen. Huishoudensprognose : uitkomsten. Coen van Duin en Suzanne Loozen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Demografische ontwikkeling Gemeente Koggenland

Vooronderzoek: Foto van Haaksbergen

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners

Pensioenaanspraken in beeld

De grijze golf. Demografische ontwikkeling Drechtsteden tot Figuur 1 Bevolking Drechtsteden , totaal

Transcriptie:

Bevolking in Nederland Ontwikkelingen in omvang en structuur Inleiding Institutionele Personen De in Nederland woonachtige bevolking kan op verschillende manieren worden beschreven. Onderzoekers onderscheiden Per 1 januari bevolking in particuliere Totaal aantal Index totaal aantal personen personen verschillende doelgroepen met als hoofdindelingen particuliere huishoudens versus personen levend binnen particuliere (x 1.000) huishoudens (x 1.000) (x 1.000) (1970 = 100) huishoudens. Deze twee populaties kunnen verder ingekleurd worden naar verschillende structuurkenmerken. Simpele 6 kenmerken om de populatie van personen in huishoudens te beschrijven zijn onder meer leeftijd, geslacht en regio, 1970 12.958 100 maar ook etniciteit of herkomst, werkzaamheid en opleidingsniveau zijn vaak relevante kenmerken om gedrags- 1980 14.091 109 verschillen te beschrijven of verklaren. Daarom zijn voor deze editie van de Jaargids wederom in onze ogen belangrijke 1990 14.893 115 ontwikkelingen in de omvang en samenstelling van de te onderscheiden populaties weergegeven. De nadruk ligt hierbij 2000 224 15.640 15.864 122 op de populatie van personen. In een volgende editie wordt de nadruk meer gelegd op de ontwikkelingen binnen de 2001 219 15.768 15.987 123 huishoudenspopulatie, maar veel daarover valt ook af te leiden uit de publicatie in de vorige editie. 2002 217 15.888 16.105 124 2003 215 15.978 16.193 125 De data die hier zullen worden weergegeven, zijn ontleend aan externe bronnen en eventueel verder intern bewerkt. 2004 215 16.043 16.258 125 De marktonderzoekbranche ontleent al jaren de structuurinformatie voor populaties ten behoeve van steekproefbeheer 2005 213 16.092 16.306 en steekproefweging aan het Centraal Bureau voor de Statistieken (CBS). Jaarlijks kunnen de belangrijkste tabellen op 2006 209 16. 16.334 basis van publiektoegankelijke informatie op CBS StatLine geactualiseerd worden. Voor aanvullende gegevens baseert 206 16.152 16.358 de marktonderzoekbranche zich op de Gouden Standaard, een databank die op verzoek van de MOA door het CBS is 2008 202 16.175 16.377 ontwikkeld en ook jaarlijks wordt geactualiseerd. De Gouden Standaard bevat data op huishoudensniveau en 2010 192 16.240 16.433 127 persoonsniveau. De verdelingen op persoonsniveau hebben betrekking op de bevolking levend in particuliere huishoudens. 2015 168 16.427 16.595 128 2020 162 16.586 16.748 129 2025 177 16.706 16.882 130 Ontwikkeling in omvang en structuur van in Nederland wonende personen In eerste instantie wordt er stilgestaan bij de ontwikkeling van de omvang van de bevolking. In tabel 1 wordt de ontwikkeling van de omvang van de Nederlandse bevolking geschetst vanaf 1970 tot en met. Tevens is de Gemiddelde jaarlijkse toename (x1.000) in de periode 1990-86,2 CBS-prognose gebruikt om de vermoedelijke bevolkingsomvang tot en met 2025 in kaart te brengen. Gemiddelde verwachte jaarlijkse toename (x1.000) in de periode 2008-2025 29,7 Tabel 1: Ontwikkeling en prognose van het aantal personen in Nederland Tabel 1 geeft aan dat het totaal aantal personen in Nederland in 2006 met 24 duizend is gestegen. De verwachte groei in wordt geraamd op 19 duizend personen. De prognose voor de periode tot 2025 laat zien dat de Nederlandse bevolking zal groeien naar een omvang van ongeveer 16,9 miljoen personen. In vergelijking met de vorig jaar afgegeven prognose betekent dit wederom een bijstelling naar beneden ter grootte van ongeveer 50 duizend personen in 2025. 7

De totale bevolking kan worden opgesplitst in de bevolking in particuliere huishoudens en de institutionele bevolking. Uit tabel 1 blijkt dat de institutionele bevolking vanaf 2000 met ongeveer 8% in omvang is afgenomen en de voorspelling is dat deze dalende trend zich tot 2020 zal voortzetten. Zoals gezegd, is het aantal personen in particuliere huishoudens de basis voor de Gouden Standaard. Verderop in deze bijdrage treft u kengetallen aan die betrekking hebben op de bevolking in particuliere huishoudens. Uit de geïndexeerde ontwikkeling blijkt dat we de komende decennia worden geconfronteerd met een groei van de populatieomvang, welke beduidend lager is dan die in de afgelopen 17 jaren. Dit wordt verder geïllustreerd aan de hand van de vergelijking in de gemiddelde jaarlijkse toename van de bevolking in het recente verleden en de nabije toekomst. Niet alleen de omvang van de Nederlandse bevolking is van belang, ook de samenstelling van de bevolking en bijbehorende ontwikkelingen zijn belangrijk. Figuur 1 toont in de tijd een afnemend percentage jongeren en personen tussen de 20 en 40 jaar, zodat de leeftijdsgroep 40 jaar en ouder derhalve een stijgend aandeel kent. De leeftijdsopbouw is bepalend voor de zogenaamde groene en grijze druk. De groene druk is de verhouding tussen het aantal personen van 0 tot 20 jaar ten opzichte van de personen in de zogenaamde 'productieve' leeftijdsgroep van 20 tot 65 jaar. De grijze druk is de verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar en ouder ten opzichte van de productieve leeftijdsgroep. Figuur 1 toont de ontgroening en de vergrijzing in Nederland, aangezien de groene druk in de loop van de tijd is afgenomen en de grijze druk is toegenomen. Ter vergelijking, in 1970 bedroeg de groene druk 66,5% en was de grijze druk slechts 18,7%. De grijze druk lijkt een goede indicator voor de ontwikkeling van de zorgkosten in ons land. De bevolkingsgroei is een resultante van twee belangrijke factoren: de natuurlijke aanwas op basis van een geboorteoverschot en anderzijds het migratiesaldo. Het aantal levendgeborenen minus het aantal overledenen geeft het geboorteoverschot weer en het aantal immigranten minus het aantal emigranten bepaalt het migratiesaldo. Tabel 2 laat zien dat de afnemende bevolkingsgroei voortkomt uit een daling van beide saldi, waarbij het migratiesaldo de afgelopen jaren zelfs negatief geworden is. 2000 2010 2020 Personenpopulatie x 1.000 24,4 30,0 32,0 13,6 15.864 24,2 23,7 22,0 26,4 25,1 24,5 34,9 35,8 33,9 14,5 15,3 19,6 16.358 16.433 16.748 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 0% 20% 40% 60% 80% 100% 19 jaar en jonger 20-39 jaar 40-64 jaar 65 jaar of ouder 8 Totale bevolkingsgroei absoluut 123.125 118.210 87.287 65.460 47.494 28.684 23.782 Totale bevolkingsgroei, per 1.000 2000 2010 2020 9 relatief inwoners 7,8% 7,4% 5,4% 4,0% 2,9% 1,8% 1,5% Groene druk 39,4% 39,4% 38,9% 37,6% Grijze druk 21,9% 23,6% 25,2% 33,5% Levendgeborenen absoluut 206.619 202.603 202.083 200.297 194.007 187.910 185.057 Overledenen absoluut 140.527 140.377 142.355 141.936 136.553 136.402 135.372 Figuur 1: Leeftijdsontwikkeling en demografische druk van de personenpopulatie Geboorteoverschot absoluut 66.092 62.226 59.728 58.361 57.454 51.508 49.685 Geboorteoverschot, per 1.000 De institutionele 1 bevolking laat een andere ontwikkeling zien. In tabel 3 is te zien dat het percentage jongere personen relatief inwoners 4,2% 3,9% 3,7% 3,6% 3,5% 3,2% 3,0% in instituties in het laatste decennium licht is toegenomen, terwijl het percentage 65-plussers is afgenomen. Echter, voor de toekomst wordt binnen de institutionele bevolking een forse stijging verwacht van het aandeel 65-plussers. Immigratie absoluut 132.850 133.404 121.250 104.514 94.019 92.297 101.150 De institutionele bevolking heeft een andere verdeling naar geslacht dan de totale populatie in Nederland. In de totale Emigratie incl. saldo bevolkingspopulatie is de verhouding nagenoeg fifty-fifty en in de institutionele bevolking is een ruime meerderheid adm. correcties absoluut 78.977 82.566 96.918 104.831 110.235 119.725 132.470 Migratiesaldo incl. saldo vrouw. Dit heeft 2 waarschijnlijk te maken met de hogere levensverwachting voor vrouwen, aangezien bijna de helft van 3 de institutionele bevolking 80 jaar of ouder is. adm. correcties absoluut 53.873 50.838 24.332-317 -16.216-27.428-31.320 Migratiesaldo, per 1.000 relatief inwoners 3,4% 3,2% 1,5% 0,0% -1,0% -1,7% -1,9% Overige correcties absoluut 3.160 5.146 3.227 7.416 6.256 4.604 5.417 0 Tabel 2: Ontwikkeling en opsplitsing bevolkingsgroei

Totaal Institutionele bevolking Geslacht Tot. bevolking absoluut Ongehuwd (%) Gehuwd (%) Verweduwd (%) Gescheiden (%) naar leeftijd (%) (%) Absoluut <20 20-65 65+ Man Vrouw 1970 12.957.621 47,1 47,2 4,8 0,9 1980 14.091.014 43,9 48,5 5,3 2,2 1995 247.708 6,9 23,5 69,7 34,3 65,7 1990 14.892.574 43,4 46,7 5,7 4,1 247.482 7,0 23,9 69,1 34,7 65,3 2000 15.863.950 44,4 44,6 5,6 5,4 1997 241.531 7,3 24,7 68,0 35,2 64,8 2001 15.987.075 44,7 44,3 5,5 5,5 1998 236.736 7,2 24,7 68,1 35,7 64.3 2002 16.105.285 45,0 43,9 5,5 5,7 1999 230.507 7,3 24,9 67,8 35,8 64,2 2003 16.192.572 45,2 43,6 5,4 5,8 2000 224.003 7,3 24,9 67,8 35,9 64,1 2004 16.258.032 45,5 43,3 5,4 5,9 2001 218.784 7,2 25,0 67,8 36,1 63,9 2005 16.305.526 45,7 42,9 5,4 6,0 2002 216.789 7,4 25,5 67,1 36,7 63,3 2006 16.334.210 45,9 42,6 5,4 6,1 2003 214.800 7,6 25,9 66,6 37,2 62,8 16.357.992 46,1 42,4 5,3 6,2 2004 214.912 7,7 26,5 65,8 37,6 62,4 2005 213.197 7,6 26,7 65,7 38,0 62,0 Tabel 4: Ontwikkeling burgerlijke staat 2006 208.653 7,6 26,3 66,1 37,9 62,1 206.137 6,9 29,8 63,3 37,6 62,4 Allochtonen en personen met een niet-nederlandse nationaliteit 2010 192.338 6,5 27,1 66,4 36,6 63,4 De volgende fenomenen waaraan aandacht wordt besteed, zijn de ontwikkelingen in omvang en structuur van de 10 2015 167.946 5,7 22,0 72,3 35,1 64,9 2020 162.194 5,1 18,6 76,3 34,7 65,3 2025 176.796 4,4 16,9 78,6 35,2 64,8 allochtonen in Nederland en de mensen met een niet-nederlandse nationaliteit. Tot de groep allochtonen worden personen gerekend die woonachtig zijn in Nederland en van wie tenminste één ouder is geboren in het buitenland. Wie zelf in het buitenland is geboren hoort tot de eerste generatie allochtonen, wie in Nederland is geboren hoort tot 11 de tweede generatie. Tabel 3: Ontwikkeling en structuur van de institutionele bevolking Totaal Generatie Westers, Niet-Westers Niet-Westers De laatste ontwikkeling in deze paragraaf die beschouwd wordt, is de ontwikkeling van de burgerlijke staat in Nederland in tabel 4. Hieruit blijkt dat in het verleden scheiden not-done was, maar dat het tegenwoordig veel vaker voorkomt. Dit illustreert dat ook normen en waarden zich in de loop van de tijd ontwikkelen. Alloch- Alloch- 1e 2e Westers Niet- Marokko NL Ant. Suri- Turkije Overig tonen tonen Westers & Aruba name n-w Absoluut % tot. bev. % van allocht. % van allochtonen % van niet-westerse allochtonen 2000 2.775.302 17,5 51,6 48,4 49,2 50,8 18,6 7,6 21,5 21,9 30,4 2001 2.870.224 18,0 51,9 48,1 48,3 51,7 18,4 7,9 20,8 21,5 31,3 2002 2.964.949 18,4 52,2 47,8 47,4 52,6 18,2 8,0 20,2 21,2 32,3 2003 3.038.758 18,8 52,2 47,8 46,6 53,4 18,2 8,0 19,8 21,0 33,0 2004 3.088.152 19,0 51,9 48,1 46,0 54,0 18,4 7,8 19,5 21,1 33,2 2005 3.122.717 19,2 51,5 48,5 45,6 54,4 18,6 7,7 19,4 21,1 33,2 2006 3.147.615 19,3 51,0 49,0 45,4 54,6 18,8 7,5 19,3 21,2 33,2 3.170.406 19,4 50,5 49,5 45,2 54,8 19,0 7,5 19,2 21,2 33,2 Tabel 5: Ontwikkeling in omvang en structuur van allochtonen in Nederland

Tabel 5 toont dat de allochtone bevolking in Nederland vanaf 2000 met 14% in omvang is toegenomen, terwijl de totale bevolking in dezelfde periode slechts met 3% in omvang toenam. Dit resulteert in een groeiend aandeel allochtonen, van 17,5% in 2000 tot 19,4% in. Tevens worden de allochtonen op twee manieren onderverdeeld, namelijk naar CBS StatLine Pers.populatie in particuliere huishoudens (x 1.000) 16,152 generatie en naar het al dan niet behoren tot de groep van westerse allochtonen. Er blijken ongeveer net zo veel eerste generatie allochtonen te zijn als tweede generatie allochtonen. Het percentage niet-westerse allochtonen neemt Geslacht % Provincie % langzaam toe. De belangrijkste niet-westerse groepen allochtonen zijn Turkse, Surinaamse en Marokkaanse allochtonen. Man 49,6 Groningen 3,5 Vrouw 50,4 Friesland 3,9 Kijkend naar de personen in Nederland met een niet-nederlandse nationaliteit in figuur 2, dan valt op dat de leeftijdsstructuur Drenthe 3,0 van de groep niet-nederlanders volstrekt afwijkend is van die van de totale populatie. Ouderen zijn er Leeftijd % Overijssel 6,8 betrekkelijk weinig, maar nemen wel toe qua aandeel en met name de groep tussen de 20 en 40 jaar is relatief sterk 0-18 23,4 Flevoland 2,3 oververtegenwoordigd. Daar waar in de totale populatie deze categorie tendeert naar een kwart, vormt deze leeftijdsgroep 19-29 13,3 Gelderland 12,1 bij de niet-nederlanders meer dan 45%. Wel kan worden opgemerkt dat ook bij de niet-nederlanders de 30-39 15,0 Utrecht 7,2 processen van ontgroening en vergrijzing zich aantoonbaar afspelen. 40-49 15,6 Noord-Holland 16,0 50-64 19,1 Zuid-Holland 21,2 Personenpopulatie x 1.000 65+ 13,6 Zeeland 2,3 Totale bevolking 24,3 31,9 30,5 13,3 15.494 Noord-Brabant 14,8 24,2 26,4 34,9 14,5 16.358 Grootte huishouden % Limburg 6,9 Niet-Nederlands 1 persoon 15,5 29,8 44,9 22,4 2,8 725 2 personen 28,9 Netto maandinkomen 18+ bevolking % 19,2 47,7 27,7 5,4 682 12 3 personen 16,8 Euro 500 of minder 19,1 13 Marokkaanse nationaliteit 44,6 35,8 18,5 1,1 150 4 personen 24,2 Euro 501 tot Euro 1001 19,2 26,3 42,9 23,4 7,4 81 5 personen of meer 14,6 Euro 1001 tot Euro 1501 19,5 Euro 1501 tot Euro 2001 18,8 Turkse nationaliteit 37,1 42,5 19,3 1,1 154 Regio % Euro 2001 tot Euro 2501 11,3 23,9 43,7 25,3 7,1 97 Drie grote steden + aggl. 15,0 Euro 2501 tot Euro 3001 5,3 0% 20% 40% 60% 80% 100% Rest West 29,3 Euro 3001 tot Euro 3501 2,9 19 jaar en jonger 20-39 jaar 40-64 jaar 65 jaar of ouder Noord 10,4 Euro 3501 tot Euro 4001 1,5 Oost 21,2 Euro 4001 of meer 2,4 Figuur 2: Ontwikkeling leeftijdsopbouw in procenten naar nationaliteit Zuid 24,0 Sociaal-economische categorie % Aanvullende kenmerken van de Nederlandse bevolking per 2006 (Gouden Standaard) Hoogst voltooide opleiding % Ondernemer 4,7 De bevolking kan op veel meer verschillende manieren worden onderverdeeld dan tot nu toe is gedaan bij de geschetste Geen onderwijs 15,1 Loondienst (excl. overheid) 33,4 ontwikkelingen in de vorige paragrafen. Met behulp van de Gouden Standaard zijn de personen in particuliere Basisonderwijs 13,5 Overheidsdienst 5,5 huishoudens op allerlei verschillende manieren geclassificeerd in tabel 6. Hierin worden per kenmerk afzonderlijk LBO/VMBO 12,2 Arbeidsongeschikt 3,5 verdelingen weergegeven, die een beeld schetsen van de samenstelling van de Nederlandse bevolking in particuliere MAVO 9,4 Werkloos / bijstand 3,5 huishoudens en die tevens een handvat geven bij het trekken en wegen van steekproeven. Volledigheidshalve merken MBO 23,9 VUT / gepensioneerd 15,7 wij op dat de getoonde verdelingen uit de meest recente Gouden Standaard () zijn gebaseerd op data uit 2006. HAVO/VWO 7,6 Studerend 4,3 HBO 11,5 Overig 29,3 WO 6,7 Tabel 6: Verdeling Nederlandse bevolking in particuliere huishoudens naar kenmerken (Bron: Gouden Standaard )

De gegevens van de personenpopulatie in particuliere huishoudens in Nederland worden afgesloten met een overzicht CBS StatLine van de werkzaamheid naar geslacht in tabel 7. Ondanks dat het begrip emancipatie al lang geleden zijn intrede heeft Huishoudenspopulatie (x 1000) 7.191 gedaan, zijn er nog steeds meer mannen werkzaam dan vrouwen. Kijkend naar de beroepsbevolking, dan vallen een aantal zaken op: Grootte van het huishouden % Regio % Mannen zijn relatief vaker actief in leidinggevende functies, vrouwen vaker in niet-leidinggevende functies; 1 persoon 35,0 Drie grote steden + aggl. 17,2 Daar waar mannen relatief wat vaker eigenaar van een bedrijf zijn, zijn vrouwen wat vaker actief in vrije beroepen. 2 personen 32,6 Rest West 28,8 3 personen 12,6 Noord 10,4 Beroepsindeling voor 20-65 jarigen (%) Geslacht 4 personen 13,6 Oost 20,1 Man Vrouw Totaal 5 personen of meer 6,2 Zuid 23,5 Onbekend 0,8 0,5 0,7 Hoogst voltooide opleiding hoofdkostwinner Provincie % Boer/tuinder 1,1 0,4 0,7 % Groningen 3,8 Eigenaar bedrijf 7,1 3,5 5,3 Geen onderwijs 0,0 Friesland 3,8 Vrij beroep 4,5 6,9 5,7 Basisonderwijs 10,6 Drenthe 2,8 Wetenschappelijk beroepsniveau (SBC* 8); leidinggevend 2,7 1,0 1,9 LBO/VMBO 13,7 Overijssel 6,5 Wetenschappelijk beroepsniveau (SBC 8); niet leidinggevend 2,2 1,7 1,9 MAVO 8,3 Flevoland 2,1 Hoger beroepsniveau (SBC 6); leidinggevend 6,2 2,6 4,4 MBO 31,0 Gelderland 11,6 Hoger beroepsniveau (SBC 6); niet-leidinggevend 6,8 7,7 7,3 HAVO/VWO 8,6 Utrecht 7,2 14 Middelbaar beroepsniveau (SBC 4); leidinggevend 9,2 3,9 6,6 Middelbaar beroepsniveau (SBC 4); niet-leidinggevend 16,4 18,3 17,3 Elementair en Lager beroepsniveau (SBC 1 en 2) 21,3 17,5 19,4 HBO 16,9 Noord-Holland 17,0 WO 10,9 Zuid-Holland 21,7 Zeeland 2,3 15 Niet werkzaam 21,6 36,0 28,7 Woonsituatie % Noord-Brabant 14,3 Onbekend 1,0 Limburg 6,9 *SBC staat voor standaard beroepenclassificatie Woont in koopwoning 53,7 Woont in huurwoning 45,3 Tabel 7: Werkzaamheid personen in particuliere huishoudens van 20-65 jaar naar geslacht (Bron: Gouden Standaard) Tabel 8: Verdeling huishoudenspopulatie naar kenmerken (Bron: Gouden Standaard ) Particuliere huishoudens in Nederland Een andere demografische invalshoek die voor het marktonderzoek van groot belang is, is die van de particuliere Robbert Nagtzaam huishoudens. Dit jaar hebben we voor de personenpopulatie als speerpunt van deze bijdrage in de Jaargids gekozen. GfK Panel Services Benelux In de Jaargids 2009 zullen we de huishoudenspopulatie diepgaander uitwerken. Het totaal aantal particuliere robbert.nagtzaam@gfk.nl huishoudens in en de verdeling naar enkele belangrijke kenmerken willen we u echter niet onthouden. Deze worden weergegeven in tabel 8. Net als in tabel 6 geldt dat de getoonde verdelingen uit de meeste recente Gouden Ton Luijten Standaard () zijn gebaseerd op data uit 2006. GfK Panel Services Benelux ton.luijten@gfk.nl 1 Het betreft de bewoners van instellingen zoals verpleeg-, bejaarden- en kindertehuizen, revalidatiecentra en gevangenissen die daar in principe langer dan een jaar (zullen) verblijven. Bron: waar geen andere bron is vermeld, zijn de gegevens ontleend aan CBS StatLine