VERDRAG INZAKE SOCIALE ZEKERHEID TUSSEN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

Vergelijkbare documenten
VERDRAG INZAKE SOCIALE ZEKERHEID TUSSEN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar Nr. 1 HERDRUK 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

MEMORANDUM VAN OVEREENSTEMMING VOOR DE UITVOERING VAN HET VERDRAG INZAKE SOCIALE ZEKERHEID TUSSEN DE REGERING VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

Modelartikelen inzake wijzigingen van bestaand bilateraal socialezekerheidsverdrag

Verdrag tussen de Tsjechische Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de export van sociale-verzekeringsuitkeringen

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1996 Nr. 208

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2000 Nr. 97

Staten-Generaal. s-gravenhage, 13 maart De goedkeuring wordt alleen voor Nederland gevraagd.

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan inzake sociale zekerheid; s-gravenhage, 21 februari 2008.

O V E R E E N K O M S T Betreffende de gezondheidszorgenverzekering tussen het Koninkrijk België en Australië

KAZACHSTAN BENODIGDE TRANSPORTVERGUNNINGEN. 1. Benodigde transportvergunningen voor Nederlandse vervoerders

De Federale Regering, De Vlaamse Regering, De Waalse Regering, De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, De Regering van de Duitstalige Gemeenschap,

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië inzake internationaal vervoer over de weg

OVEREENKOMST TUSSEN HET KONINKRIJK BELGIË MONTENEGRO INZAKE HET VERRICHTEN VAN BETAALDE WERKZAAMHEDEN DOOR BEPAALDE GEZINSLEDEN

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2002 Nr. 79

ADMINISTRATIEF AKKOORD VOOR DE TOEPASSING VAN HET VERDRAG INZAKE SOCIALE ZEKERHEID TUSSEN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN EN DE REPUBLIEK POLEN

Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken

TURKIJE BENODIGDE TRANSPORTVERGUNNINGEN. 1. Benodigde transportvergunningen voor Nederlandse vervoerders

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2016 Nr. 101

OVEREENKOMST BETREFFENDE BELASTINGHEFFING OP INKOMSTEN UIT SPAARGELDEN EN DE VOORLOPIGE TOEPASSING ERVAN

MOLDAVIË BENODIGDE TRANSPORTVERGUNNINGEN. 1. Benodigde transportvergunningen voor Nederlandse vervoerders

Administratieve schikking voor de toepassing van de overeenkomst over de sociale zekerheid tussen België en Canada van 10 mei 1984

BOSNIË-HERZEGOVINA BENODIGDE TRANSPORTVERGUNNINGEN. Cabotage (= vervoer tussen twee in een ander land gelegen plaatsen) is niet toegestaan.

Europees Verdrag inzake sociale zekerheid, met Aanvullend Akkoord; Parijs, 14 december 1972

Londen, 4 november 2004

BIJLAGE. bij het. Voorstel voor een besluit van de Raad

OVEREENKOMST. Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), vertegenwoordigd door de heer Georges CARLENS, administrateur generaal,

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Verdrag inzake de voltrekking en de erkenning van de geldigheid van huwelijken

Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname

7107/15 JVS/jvc DGD 1. Raad van de Europese Unie. Brussel, 28 april 2015 (OR. en) 7107/15. Interinstitutioneel dossier: 2015/0049 (NLE)

Titel. Inhoudstafel Tekst Begin

TITEL I Algemene bepalingen

KROATIË BENODIGDE TRANSPORTVERGUNNINGEN. 1. Benodigde transportvergunningen voor Nederlandse vervoerders

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2002 Nr Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid

Brussel, 9 december 2010 (OR. fr) ASSOCIATIE TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN MAROKKO UE-MA 2706/10

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar A/ Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

1) Overal in de tekst wordt de Commissie van de Europese ( 1 ) Standpunt van het Europees Parlement van 18 april 2012 (nog niet

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN. Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der

TRACTATENBLAD KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1975 Nr. 132

TRACTATENBLAD VAN HET

Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime,

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar Nr. 391 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

OEKRAÏNE BENODIGDE TRANSPORTVERGUNNINGEN. 1. Benodigde transportvergunningen voor Nederlandse vervoerders

TWEEDE PROTOCOL TOT WIJZIGING VAN DE OVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN BELGIE DE REGERING VAN NIEUW-ZEELAND TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING

WELKE WETGEVING Bureau voor Belgische Zaken (BBZ)

BENODIGDE TRANSPORTVERGUNNINGEN

Vredes- en humanitaire operaties 2019

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

7111/15 JVS/mg DGD 1. Raad van de Europese Unie. Brussel, 28 april 2015 (OR. en) 7111/15. Interinstitutioneel dossier: 2015/0048 (NLE)

Verdrag inzake de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed

Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Onder afhankelijke gezinsleden wordt verstaan:

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1995 Nr. 100

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2002 Nr. 41

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2000 Nr. 33

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Controlevoorschriften arbeidsongeschiktheidswetten 2018

- krachtens artikel 16, eerste lid, van verordening (EG) nr. 883/2004; De voor deze overeenkomst bevoegde autoriteiten zijn,

, , , , 132) , 229) VOORSTEL VAN WET

Tweede Kamer der Staten-Generaal

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN. Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der

VERTALING. Artikel 2 van de Overeenkomst wordt opgeheven en vervangen door het volgende :

Koninklijk besluit betreffende de documenten voor het verblijf in België van bepaalde vreemdelingen.

Directe belastingen, Internationale inlichtingenuitwisseling; Spanje. De Staatssecretaris van Financiën maakt het volgende bekend.

OVEREENKOMST IN DE VORM VAN EEN BRIEFWISSELING BETREFFENDE BELASTINGHEFFING OP INKOMSTEN UIT SPAARGELDEN EN DE VOORLOPIGE TOEPASSING ERVAN

Verordening 883/2004: overzicht toepasselijke wetgeving bij wonen of werken in België of Duitsland

Overeenkomst vredes- en humanitaire operaties 2003

Reglementnummer: Pagina 1 van 6. Werkgever: gevestigd te.

Raad van de Europese Unie Brussel, 28 april 2017 (OR. en)

Rijnvarenden: overeenkomst m.b.t. toepasselijke wetgeving

2017 no. 6 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA

BIJLAGE. bij het. Voorstel voor een besluit van de Raad

Bij besluit van 4 maart 2010 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

PROTOCOL TOT WIJZIGING VAN DE OVEREENKOMST EN VAN HET PROTOCOL TUSSEN DE REGERING VAN HET KONINKRIJK BELGIË DE REGERING VAN DE REPUBLIEK INDIA

PROTOCOL TUSSEN DE REPUBLIEK OOSTENRIJK HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN MET AANVULLEND PROTOCOL

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

(Inwerkingtreding , gepubliceerd in BS van )

(Inwerkingtreding 01/01/2016, gepubliceerd in BS van )

Directe belastingen, Internationale inlichtingenuitwisseling; Italië. De staatssecretaris van Financiën maakt het volgende bekend.

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2004 Nr. 264

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Memorandum van Overeenstemming tussen Tsjechië en Nederland inzake de stroomlijning en intensivering van wederzijdse bijstand in belastingzaken

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST. tussen. Zonnebloem UITVAARTVERZEKERINGEN N.V. [NAAM UITVAARTVERENIGING]

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1961 Nr. 74

Directe belastingen, Internationale inlichtingenuitwisseling; Argentinië. De staatssecretaris van Financiën maakt het volgende bekend.

Tweede Kamer der Staten-Generaal

TITEL I - Algemene bepalingen

Verdrag betreffende de bevoegdheid der autoriteiten en de toepasselijke wet inzake de bescherming van minderjarigen

Directe belastingen, Internationale inlichtingenuitwisseling; Curaçao

OVEREENKOMST TUSSEN HET KONINKRIJK BELGIË DE REPUBLIEKARMENIË INZAKE HET VERRICHTENVAN BETAALDE WERKZAAMHEDEN DOOR GEZINSLEDENVAN HET PERSONEEL

Bijzondere pakketvoorwaarden Bruns ten Brink

BETREFFENDE DE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VAN DE EUROPESE UNIE

TRACTATENBLAD VAN HET

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Transcriptie:

VERDRAG INZAKE SOCIALE ZEKERHEID TUSSEN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN EN [ ]

Het Koninkrijk der Nederlanden en [ ] Hierna te noemen Verdragsluitende Partijen; Geleid door de wens hun wederzijdse samenwerking op het gebied van sociale zekerheid te bevorderen, met name ter voorkoming van dubbele verzekering uit hoofde van de stelsels van sociale zekerheid van beide landen, Zijn het volgende overeengekomen:

Deel 1. Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder: a. de term grondgebied, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, het grondgebied van het Koninkrijk in Europa; wat [ ] betreft, [ ]. b. de term wetgeving betekent de wet- en regelgeving zoals gespecificeerd in artikel 2; c. de term bevoegde autoriteit, wat Nederland betreft, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, of zijn bevoegde vertegenwoordiger; en wat [ ] betreft, [ ]; d. de term bevoegde orgaan, wat Nederland betreft, de Sociale verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of andere door bovengenoemde minister aangewezen lichamen; en wat [ ] betreft, [ ]; e. de term relevante instelling betreft onder meer de publieke registers inzake onroerend goed, belastingautoriteiten en kamers van koophandel. 2. Elke term die niet wordt omschreven in het eerste lid van dit artikel heeft de betekenis die eraan wordt gegeven in de van toepassing zijnde wetgeving. Artikel 2 Materiële werkingssfeer 1. Dit Verdrag is van toepassing op de socialezekerheidswetgeving inzake: i. wat Nederland betreft, a. ouderdom; b. arbeidsongeschiktheid; c. nabestaanden; d. werkloosheid; e. kinderbijslagen; f. ziekte (uitkeringen en verstrekkingen) en moederschap en voor de toepassing van artikel 13 ook de wetgeving aangaande: g. sociale bijstand

i. wat [ ] betreft, a. [ ] b. [ ] c. Artikel 3 Personele werkingssfeer Tenzij anders aangegeven is dit Verdrag van toepassing op alle personen die onderworpen zijn, of zijn geweest, aan de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen alsmede op andere personen die rechten ontlenen aan deze personen. Artikel 4 Gelijkheid van behandeling Tenzij anders voorzien in dit Verdrag hebben de in artikel 3 bedoelde personen van een Verdragsluitende Partij wanneer zij werken of verblijven op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, dezelfde rechten en verplichtingen als de onderdanen van die Verdragsluitende Partij wat betreft de toepassing van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij. Deel 2. Vaststelling van toepasselijke wetgeving Artikel 5 Algemene bepaling Tenzij anders voorzien in dit Verdrag is op personen die werkzaam zijn op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij uitsluitend de wetgeving van die Verdragsluitende Partij van toepassing. Artikel 6 Gedetacheerde werknemers 1. Wanneer een persoon op wie de wetgeving van een Verdragsluitende Partij van toepassing is en die ten minste een maand direct voorafgaand aan de detachering werkzaam was voor een werkgever met een plaats van bedrijfsuitoefening op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij die daar normaal gesproken werkzaamheden uitvoert, door dezelfde werkgever wordt gedetacheerd om werkzaamheden te verrichten op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, is de werknemer uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Partij als zou deze werknemer werkzaam zijn op het grondgebied van de eerste Verdragsluitende Partij, mits de duur van deze detachering niet langer is dan [ ] maanden. 2. Achtereenvolgende detacheringen van dezelfde werknemer binnen een tijdvak van [ ] maanden gelden als één detachering, tenzij de detacheringen door een tijdvak van ten minste [ ] maanden onderbroken zijn. 3. Indien een persoon ingevolge het eerste lid onderworpen blijft aan de wetgeving van de ene Verdragsluitende Partij, is dat lid van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot/echtgenote en kinderen die hem vergezellen, tenzij zij zelf als werknemer of zelfstandige werkzaam zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

4. Het eerste lid van dit artikel is van toepassing wanneer een persoon die door zijn of haar werkgever naar het grondgebied van een derde staat wordt gezonden en op wie de wetgeving van de uitzendende Verdragsluitende Partij van toepassing blijft, vervolgens door deze werkgever van het grondgebied van de derde staat naar het grondgebied van de ontvangende Verdragsluitende Partij wordt gezonden. Artikel 7 Zeevarenden Een persoon die tewerkgesteld wordt aan boord van een zeeschip is onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij wier vlag het schip voert. Wanneer een persoon die gewoonlijk op het grondgebied van de ene Verdragsluitende Partij woont door een werkgever in dezelfde Verdragsluitende Partij te werk wordt gesteld op een zeeschip dat vaart onder de vlag van de andere Verdragsluitende Partij, dan is de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Partij op deze persoon van toepassing als zou de persoon werkzaam zijn op het grondgebied van de eerste Verdragsluitende Partij. De onderneming of de persoon die het loon betaalt, wordt voor de toepassing van genoemde wetgeving als werkgever aangemerkt. Dit artikel laat onverlet de verplichtingen van de reder ingevolge het Maritieme Arbeidsverdrag, 2006, (MLC, 2006) zoals vastgelegd in de nationale wet- en regelgeving van de Verdragsluitende Partij wier vlag het schip voert. Artikel 8 Bemanning van luchtvaartuigen Een persoon die als lid van de bemanning van een luchtvaartuig werkt, is, met betrekking tot die dienstbetrekking, uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de werkgever zijn voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening heeft. Indien de onderneming echter een filiaal of statutaire zetel op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij heeft en deze persoon bij dat filiaal of deze zetel werkzaam is, is deze persoon uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan dat filiaal of die zetel is gevestigd. Artikel 9 Ambtenaren, leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten 1. Dit Verdrag laat onverlet de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961 of van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963. 2. Ambtenaren van de ene Verdragsluitende Partij die naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij worden uitgezonden, zijn uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Partij als zou deze persoon werkzaam zijn op het grondgebied van de eerste Verdragsluitende Partij. 3. Indien een persoon ingevolge het tweede lid onderworpen blijft aan de wetgeving van een Verdragsluitende Partij, is dat lid van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot/echtgenote en kinderen die hem vergezellen, tenzij zij zelf als werknemer of zelfstandige werkzaam zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

4. Wanneer een persoon die lokaal in dienst is genomen door een diplomatieke missie of consulaire post van een Verdragsluitende Partij tewerkgesteld wordt op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, is de wetgeving van de laatste Verdragsluitende Partij van toepassing op die persoon. Artikel 10 Uitzonderingen De bevoegde autoriteiten of de bevoegde organen van beide Verdragsluitende Partijen kunnen ermee instemmen om in het belang van bepaalde personen of categorieën personen uitzonderingen op de toepassing van de artikelen 5 tot en met 8 en artikel 9, tweede, derde en vierde lid, toe te staan, mits op de betreffende personen uitsluitend de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen van toepassing is. Artikel 11 Woonplaats Een persoon die in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag onderworpen is aan de wetgeving van Nederland wordt, wat betreft de verzekering ingevolge die wetgeving, beschouwd als wonend op het grondgebied van Nederland. Deel 3. Administratieve en diverse bepalingen Artikel 12 Afgifte van verklaringen 1. Voor de toepassing van de artikelen 6 en 10 van dit Verdrag, zal het bevoegde orgaan van de zendende Verdragssluitende Partij van wie de wetgeving op de betreffende persoon wordt toegepast, binnen zes maanden een verklaring uitgeven waaruit blijkt dat deze persoon, en de echtgenoot/echtgenote en kinderen die hem vergezellen, onderworpen blijven aan de wetgeving en verantwoordelijk blijven voor de premieafdracht aangaande die wetgeving. In de verklaring zal de periode waarvoor de verklaring geldig blijft, vermeld worden. 2. Wanneer een gedetacheerde werknemer, aan wie een verklaring is uitgegeven door een bevoegd orgaan van een van de Verdragssluitende Partijen, vervolgens tewerk gesteld wordt op het grondgebied van de ontvangende Verdragssluitende Partij door een andere werkgever uit de zendende Verdragssluitende Partij, of wanneer er andere omstandigheden zijn die van invloed zijn op de geldigheid van de verklaring, dient de gedetacheerde werknemer onmiddellijk het bevoegde orgaan van de uitzendende Verdragssluitende Partij hierover te informeren. 3. Een familielid zoals bedoeld in artikel 6 lid 3 en artikel 9 lid 3 van dit Verdrag, die als werknemer of zelfstandige werkzaamheden gaat verrichten op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, dient onmiddellijk het bevoegde orgaan van de uitzendende verdragssluitende partij hierover te informeren. Dit bevoegde orgaan zal vervolgens het bevoegde orgaan van de ontvangende Verdragssluitende Partij informeren.

Artikel 13 Verificatie van bijstand 1. Teneinde het recht op sociale bijstand in Nederland te kunnen bepalen verstrekt of verifieert het bevoegde orgaan in [ ], op verzoek van het bevoegde orgaan in Nederland, de noodzakelijke informatie. Het bevoegde orgaan verstrekt daarbij een verificatieverklaring, vergezeld van, indien beschikbaar, kopieën van relevante documenten aan het bevoegde orgaan in Nederland. 2. Voor dit doel en binnen dit kader heeft informatie betrekking op gegevens over inkomen, bezittingen of andere gegevens die relevant zijn om het recht op sociale bijstand in Nederland te kunnen vaststellen. Dit betreft onder andere informatie over onroerend goed, afkomstig uit relevante instellingen als publieke registers inzake onroerend goed of de kamers van koophandel. 3. Onverminderd het bepaalde in lid 1, zijn de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigers en de bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij bevoegd om direct in contact te treden met relevante instellingen van de andere Verdragsluitende Partij, teneinde het recht op sociale bijstand in Nederland te verifiëren. Artikel 14 Formulieren en procedures 1. De bevoegde organen bepalen gezamenlijk welke formulieren en procedures nodig zijn voor de uitvoering van dit Verdrag. 2. De bevoegde organen stellen elkaar onverwijld in kennis van elke wijziging van de formulieren. 3. De bevoegde organen kunnen aanvullende administratieve procedures overeenkomen voor de uitvoering van dit Verdrag. 4. De bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen stellen elkaar in kennis van eventuele wijzigingen van of aanvullingen op hun wetgeving die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van dit Verdrag. Artikel 15 Uitwisseling van informatie en wederzijdse ondersteuning 1. In reactie op een schriftelijk verzoek, zullen de bevoegde autoriteiten en de bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen, voor zover zulks is toegestaan door hun respectieve wetgeving, elkaar voorzien van informatie en ondersteuning ten behoeve van de uitvoering van dit Verdrag. 2. De in lid 1 bedoelde informatie en ondersteuning wordt kosteloos verstrekt, tenzij de bevoegde organen anderszins overeenkomen. 3. Afschriften van verklaringen zoals bedoeld in artikel 12 van dit Verdrag worden tussen de bevoegde organen in elektronische vorm uitgewisseld in de maand die volgt op de maand waarin de verklaringen zijn afgegeven. 4. De bevoegde organen verstrekken elkaar elk jaar per 31 januari de statistieken van het aantal verklaringen dat uit hoofde van de artikelen 6 en 10 van dit Verdrag in het daaraan voorgaande jaar in overeenstemming met artikel 12 zijn afgegeven. Deze

statistieken worden aangeleverd in een door de bevoegde organen overeen te komen vorm. 5. Indien er gedurende de geldigheidsduur van de verklaring een wijziging optreedt in de informatie op de verklaring, bijvoorbeeld een verandering van werkgever of vertrek uit het grondgebied vóór de beëindiging van zijn of haar diensttermijn, trekt het bevoegde orgaan van de zendende Verdragssluitende Partij de verklaring in en stelt het bevoegde orgaan van de ontvangende Verdragssluitende Partij daarvan in elektronische vorm onverwijld in kennis. Artikel 16 Voertaal 1. Ten behoeve van de uitvoering van dit Verdrag is Engels de voertaal. 2. Documenten, met name verklaringen, die voor de toepassing van dit Verdrag dienen te worden ingediend worden vrijgesteld van de vereisten voor authenticiteit of soortgelijke formaliteiten. Artikel 17 Beslechting van geschillen Geschillen tussen de Verdragsluitende Partijen inzake de interpretatie of toepassing van dit Verdrag worden beslecht door middel van onderhandelingen en overleg tussen de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen. Indien geschillen niet binnen een bepaald tijdsbestek worden opgelost, worden zij langs diplomatieke weg beslecht. Artikel 18 Bescherming van gegevens Wanneer voor de toepassing van dit Verdrag de bevoegde autoriteiten, hun bevoegde vertegenwoordigers of de bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij persoonsgegevens verstrekken aan de bevoegde autoriteiten, hun bevoegde vertegenwoordigers of de bevoegde organen van de andere Verdragsluitende Partij, is deze verstrekking onderworpen aan de wettelijke bepalingen inzake de bescherming van gegevens van de Verdragsluitende Partij die de gegevens verstrekt. De verdere verwerking van gegevens is onderworpen aan de bepalingen van de wetgeving inzake de bescherming van gegevens van de ontvangende Verdragsluitende Partij. Deel 4. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 19 Overgangsbepaling Bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, worden in het geval van personen die vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag werkzaam waren op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, de tijdvakken van detachering bedoeld in artikel 6, eerste lid, geacht te zijn begonnen op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag. De verklaring wordt uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en in overeenstemming met artikel 12 afgegeven, indien een verzoek om een verklaring binnen deze 6 maanden bij het betreffende bevoegde orgaan is ingediend. Wanneer een verzoek om een verklaring meer dan 6 maanden na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag wordt ingediend, wordt

de vrijstelling verleend vanaf de maand volgend op de maand waarin de verklaring wordt ingediend. Artikel 20 Inwerkingtreding 1. De Verdragsluitende Partijen stellen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun respectieve juridische of constitutionele procedures vereist voor de inwerkingtreding van dit Verdrag. 2. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op de datum van de laatste kennisgeving. 3. Dit Verdrag wordt voorlopig toegepast op de eerste dag van de derde maand volgend op de datum van ondertekening van het Verdrag. Artikel 21 Beëindiging van het Verdrag Elk van de Verdragsluitende Partijen kan dit Verdrag te allen tijde schriftelijk en langs diplomatieke weg opzeggen. Opzegging dient te geschieden uiterlijk zes maanden vóór het einde van het lopende kalenderjaar; het Verdrag houdt alsdan op van kracht te zijn aan het einde van dat jaar. TEN BLIJKE waarvan, de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag in tweevoud hebben ondertekend, in de Engelse taal, te [...], op de [.] 20. VOOR HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN VOOR [ ]

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Dit artikel geeft een omschrijving van de belangrijkste begrippen uit het verdrag. Begrippen die voorkomen in het onderhavige verdrag en die niet zijn gedefinieerd, hebben de betekenis die de toepasselijke wetgeving van de Verdragspartij er aan toekent. Artikel 2 Voor wat betreft Nederland is het verdrag van toepassing op wetgeving inzake de ouderdoms-, nabestaanden-, werkloosheid- ziekte, zorg- en arbeidsongeschiktheidsverzekering en de kinderbijslagen. Wat Nederland betreft zijn deze onder de materiële werkingssfeer van het verdrag opgenomen om te bewerkstelligen dat, in geval de Nederlandse wetgeving als toepasselijke is aangewezen, een werknemer die aan de verzekeringsvoorwaarden voldoet, of in geval van detachering blijft voldoen, voor alle sociale verzekeringen verzekerd blijft in Nederland. De exportbeperking van uitkeringen op grond van deze wetgeving wordt met dit verdrag niet gewijzigd. Uitsluitend ten behoeve van de verificatie van de rechtmatigheid voor in Nederland verstrekte bijstand op grond van de Participatiewet is sociale bijstand onder de werkingssfeer van het verdrag gebracht. Artikel 3 Dit artikel bepaalt dat het verdrag van toepassing is op alle personen op wie de onder de werkingssfeer van het verdrag vallende wetgeving van één van de partijen van toepassing is, alsmede op personen die rechten kunnen ontlenen aan deze personen. Het verdrag voldoet hiermee ook aan het Gottardo arrest van het Hof van Justitie EU dat bepaalt dat bilaterale verdragen die door een EU-lidstaat zijn afgesloten met derde landen door onderdanen van andere EU-lidstaten op gelijke voet kunnen worden ingeroepen als door de onderdanen van de bilaterale verdragsstaten, mits de rechten en plichten van de derde staat niet worden aangetast. Artikel 4 Dit artikel regelt de gelijkheid van behandeling van de personen beschreven onder artikel 3, waarmee ongelijkheid van behandeling op grond van nationaliteit wordt voorkomen. Artikel 5 Dit artikel bevat de hoofdregel voor de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Als hoofdregel geldt dat op personen uitsluitend de wetgeving van toepassing is van de verdragssluitende partij waar zij hun werkzaamheden uitoefenen, zelfs al wonen zij op het grondgebied van de andere partij (het zogenaamde werklandbeginsel). Artikel 6 Dit artikel bevat een afwijkende regel op de hoofdregel voor gedetacheerde werknemers. Voor een gedetacheerde werknemer die tijdelijk op het grondgebied van het andere land

werkt, blijft uitsluitend de socialezekerheidswetgeving van toepassing van het land van waaruit ze worden gedetacheerd/ uitgezonden. Teneinde schijnconstructies zoveel mogelijk te voorkomen is de eis gesteld, dat de gedetacheerde werknemer onmiddellijk voorafgaand aan de detachering tenminste één maand werkzaamheden moet hebben verricht in het uitzendende land voor de werkgever die hem detacheert. Deze werkgever dient in het uitzendende land een plaats van bedrijfsuitoefening (vestiging) te hebben en gewoonlijk activiteiten te verrichten op het grondgebied van het uitzendende land. De maximale duur van detachering kan variëren. Voor buurlanden van de Europese Unie wordt veelal een maximum termijn van 24 maanden gehanteerd in lijn met Vo 883/2004. Voor andere landen geldt in principe een maximum termijn van 60 maanden. Opeenvolgende periodes van detachering binnen deze duur worden bij elkaar opgeteld voor zover ze niet worden onderbroken door een periode van minimaal 2 maanden en maximaal 12 maanden. Op de echtgeno(o)t(e) en kinderen die een gedetacheerde werknemer vergezellen blijft eveneens de socialezekerheidswetgeving van toepassing van het land van waaruit de werknemer wordt gedetacheerd, althans voor zover zij zelf geen werkzaamheden als werknemer of zelfstandige verrichten op het grondgebied van het land waarnaar de gedetacheerde werknemer is uitgezonden. Het vierde lid van artikel 6 maakt doordetachering mogelijk. Daardoor wordt het voor werknemers die eerder in een ander verdragsland gedetacheerd waren en onder de socialzekerheidswetgeving van het uitzendende land bleven vallen, mogelijk om te blijven voldoen aan het vereisten uit het eerste lid. Artikelen 7 en 8 In deze artikelen zijn specifieke bepalingen opgenomen voor werknemers die als zeevarende werken aan boord van een zeeschip dat vaart onder de vlag van een van de verdragssluitende partijen (artikel 7) en werknemers aan boord van een vliegtuig (artikel 8). De hoofdregel is dat zeevarenden aan boord van schepen voor de socialezekerheidswetten zijn verzekerd in Nederland als het schip in Nederland is geregistreerd en onder Nederlandse vlag vaart en bij de ander verdragssluitende partij als het schip onder de vlag van die partij vaart. Van deze hoofdregel wordt afgeweken wanneer de in Nederland wonende zeevarende werkt aan boord van een schip van de andere verdragssluitende partij voor een in Nederland gevestigde werkgever, dan blijft de zeevarende voor de socialezekerheidswetten verzekerd in Nederland. Zo zal ook de zeevarende van de ander verdragssluitende partij in dienst van een werkgever uit de andere verdragssluitende partij aan boord van een schip dat geregistreerd is in Nederland voor de socialezekerheidswetten verzekerd zijn bij de ander verdragssluitende partij. Als werkgever wordt beschouwd de persoon of onderneming die het loon betaalt. Nederland heeft het Maritiem Arbeidsverdrag goedgekeurd. Op grond van dit verdrag moeten verdragsstaten voor de zeevarenden, die werken aan boord van schepen waarvan

zij de vlaggenstaat zijn, regelen dat de reder van het schip tijdens hun werkzaamheden aan boord van het schip of/en in een vreemde haven aansprakelijk is voor medische zorg (waaronder ook tandheelkundige zorg) aan de zeevarenden en voor uitkeringen bij overlijden of arbeidsongeschiktheid van de zeevarenden veroorzaakt door een arbeidsongeval, beroepsziekte of enig ander risico aan boord van het schip tijdens werkzaamheden aan boord van het schip. Ten slotte moet de vlaggenstaat de verplichtingen van de reder regelen in het geval van repatriëring van de zeevarende of wanneer de zeevarende wordt achtergelaten. Een werknemer die werkzaam is als bemanningslid in een vliegtuig is onderworpen aan de sociale zekerheidswetten van het land waar de werkgever voornamelijk zijn activiteiten uitoefent. Deze regel geldt niet wanneer de werknemer in een nevenvestiging van het betreffende bedrijf in het andere land werkzaam is of in de aldaar gevestigde statutaire zetel. Artikel 9 Dit artikel bevat een specifieke bepaling voor personeel van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen. Op hen blijft de socialezekerheidswetgeving van toepassing van de staat van waaruit ze worden gezonden. Voor gedetacheerde ambtenaren die tijdelijk op het grondgebied van het andere land werken, geldt dat de socialezekerheidswetgeving van toepassing blijft van het land van waaruit ze worden gedetacheerd. Hetzelfde geldt voor de echtgeno(o)t(e) en kinderen die de ambtenaar vergezellen voor zover zij zelf geen werkzaamheden als werknemer of zelfstandige verrichten op het grondgebied van het land waarheen betrokkene is uitgezonden. Voor werknemers die lokaal zijn geworven door een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland, geldt dat de wetgeving van toepassing is van het land waar de vertegenwoordiging gevestigd is. Artikel 10 Dit artikel biedt de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van beide verdragssluitende Partijen de mogelijkheid om in het belang van individuele personen of groepen van personen uitzonderingen overeen te komen op de artikelen 5 tot en met 8 en paragraaf 2, 3 en 4 van artikel 9. Artikel 11 In dit artikel wordt een woonplaatsfictie gecreëerd voor personen die onderworpen zijn aan de wetgeving van Nederland. Dit artikel is van belang voor de toepassing van de Nederlandse volksverzekeringen. Het artikel bepaalt dat indien de Nederlandse wetgeving als toepasselijke wetgeving is aanwezen als bedoeld in artikel 2, de desbetreffende persoon geacht wordt in Nederland te wonen. Artikel 12 Dit artikel regelt de uitgifte van verklaringen voor gedetacheerde personen. De bevoegde organen geven certificaten af waaruit blijkt welke wetgeving van toepassing is zoals bedoeld in artikel 2.

Artikel 13 Dit artikel regelt de verificatie van de rechtmatigheid voor bijstand op grond van de Participatiewet in Nederland. In dat verband kan Nederland een verzoek bij de bevoegde autoriteit bij de verdragssluitende partij indienen om informatie aan te leveren met als doel te controleren of de betrokken aanvrager voldoet aan bepaalde uitkeringsvoorwaarden. Het staat de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen en de bevoegde organen vrij om direct in contact te treden met relevante instellingen van de andere Verdragsluitende Partij. Artikelen 14, 15, 16 en 17 Deze artikelen bevatten bepalingen over formulieren en procedures ter uitvoering van het verdrag, een wederzijdse informatieplicht in het geval van gewijzigde nationale wetgeving die relevant is voor de uitvoering van dit verdrag (artikel 14), het wederzijds verstrekken van de noodzakelijke informatie en hulp in de uitvoering van de verschillende wetten (artikelen 15 en 16) en de wijze van beslechting van geschillen (artikel 17). Artikel 18 Dit artikel regelt de bescherming van persoonsgegevens die in het kader van het verdrag worden uitgewisseld. Artikel 19 Dit artikel voorziet in overgangsrecht voor werknemers die voorafgaand aan de inwerkingtreding van het verdrag reeds waren gedetacheerd. Artikelen 20 en 21 Deze artikelen handelen over de ingangsdatum en de duur van het verdrag. Het verdrag wordt voor onbepaalde tijd aangegaan, kan afhankelijk van de afspraak met de verdragspartner voorlopig worden toegepast en het verdrag kan met inachtneming van een opzegtermijn worden opgezegd.