Werken aan de lijn Kerntaken Kernopgaven... Bedienen en bewaken apparatuur Controleren kwaliteit Verrichten onderhoud Ontvangst, opslag en transport Produceren / verpakken van voedingsmiddelen Reiniging en desinfectie 4. Zelf oplossen versus hulp inroepen Zorgdragen voor veiligheid Proactief versus reactief optreden Omgaan met veranderingen Hygiënisch werken versus voortgang productieproces Competenties 4 5 6 7 8 9 0 Voorbereiden werkzaamheden Bedienen apparatuur Registreren en rapporteren van gegevens Bewaken procesverloop Verantwoord ingrijpen Uitvoeren kwaliteitscontroles aan proces en product Onderhouden apparatuur Communiceren tijdens werkzaamheden Samenwerken Veilig en milieubewust werken....4 Zorg dragen voor kwaliteit eigen werk Beroepscompetenties ontwikkelen Functioneren in de organisatie Ontvangen en opslaan grondstoffen, hulpstoffen, materialen en (eind)producten Produceren voedingsmiddel Reinigen en desinfecteren Hygiënisch werken Doel De operator werkt zelfstandig en volgens richtlijnen aan een proceslijn in een voedingsmiddelenbedrijf, zodat de productie optimaal verloopt. Kritische beroepssituatie Niels heeft zijn werkplek aan een proceslijn in een productie- en/of verpakkingsafdeling. Na overleg werkt hij zelfstandig volgens de productplanning. Hij is verantwoordelijk voor de bediening van de apparatuur en de voortgang van zijn procesonderdeel. Zijn werk vindt weliswaar plaats op een beperkte werkplek, maar hij communiceert waar nodig met medewerkers in de naastgelegen schakels in de keten. Hij werkt met hen samen als daar aanleiding voor is. Hij houdt het tempo erin, maar laat zich niet opjagen. Niels voert de vastgestelde proces- en productcontroles uit en registreert de gegevens. Bij afwijkingen beslist hij of hij zelf kan bijsturen of dat hij een collega of leidinggevende moet inschakelen, waarbij hij binnen de marges van de procedures en voorschriften blijft. Niels is voortdurend waakzaam en alert, heeft voeling met het product en oog voor ongewenste afwijkingen. Waar nodig seint hij anderen in over procesvariabelen of waargenomen producteigenschappen, zodat zij daarop kunnen inspelen. Bij productwisselingen verricht hij de juiste handelingen en reageert hij adequaat op nieuwe situaties. Aan de hem toevertrouwde apparatuur voert Niels klein preventief onderhoud uit. Hij signaleert tijdig aankomende onderhoudsproblemen en overlegt hierover met zijn leidinggevende. Hij voelt zich eigenaar van de apparatuur. Technische storingen verhelpt hij zelf waar mogelijk en toegestaan. Bij grotere storingen alarmeert hij de juiste persoon van de technische dienst en licht hij de aard en de aanleiding van de storing toe. Samen evalueren ze de storing zodat die waar mogelijk voorkomen kan worden. Niels reinigt en desinfecteert zijn eigen werkplek volgens de voorschriften in het zorgsysteem. Hij controleert en registreert nauwkeurig of dit goed is uitgevoerd. Persoonlijke hygiëne is voor hem een gewoonte. Zodoende draagt hij bij aan de voedselveiligheid van de producten. Bij het bedienen van machines en het verhelpen van storingen liggen ongelukken op de loer. Het spreekt daarom voor zich dat Niels werkt volgens de vereiste veiligheidsvoorschriften. Na zijn dienst draagt Niels zijn werk over aan de volgende operator. Hij informeert hem zodanig dat ook hij zijn werk snel en soepel kan beginnen. Op dat moment tonen zij zich samen verantwoordelijk voor het lijnrendement. November 006 Pagina van 7
Benodigde competenties Competentie met resultaat. Voorbereiden werkzaamheden Een probleemloze processtart Beheersingscriteria a. Ontvangt werkopdracht / productieopdracht b. Gebruikt relevante informatie c. Plant en regelt de eigen activiteiten d. Werkt nauwkeurig en planmatig bij aanvoer van grondstoffen, hulpstoffen en materialen e. Gebruikt de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen. Bedienen apparatuur De apparatuur werkt optimaal a. Start de apparatuur op, houdt hem in werking, stelt hem bij en stopt de apparatuur b. Verhelpt eenvoudige problemen aan de apparatuur c. Schakelt indien nodig de leidinggevende of collega s in d. Werkt zorgvuldig en geconcentreerd volgens procedures en voorschriften e. Anticipeert op situaties die de apparatuur kunnen beïnvloeden. Registreren en rapporteren gegevens De productiegegevens zijn volgens bedrijfsvoorschriften vastgelegd en met alle belanghebbenden gecommuniceerd a. Legt relevante gegevens nauwkeurig vast in de daarvoor van toepassing zijnde systemen b. Rapporteert gegevens en bevindingen aan leidinggevende, collega s en/of andere betrokkenen 4. Bewaken procesverloop Het productieproces verloopt volgens de gestelde normen a. Is voortdurend alert op afwijkingen b. Signaleert storingen in procescondities c. Interpreteert de procesinformatie op de juiste wijze d. Bepaalt wanneer afwijkingen of storingen moeten worden gemeld e. Handelt op de juiste wijze bij storingen 5. Verantwoord ingrijpen Het productieproces is zo min mogelijk verstoord a. Signaleert afwijkingen aan product of proces b. Grijpt op het juiste moment en op de juiste wijze in c. Overziet de consequenties van zijn actie d. Roept tijdig de hulp in van anderen e. Communiceert met betrokkenen over de noodzaak van ingrijpen en over de oplossingen 6. Uitvoeren kwaliteitscontroles aan proces en product De kwaliteitscontroles zijn volgens voorschrift uitgevoerd en gerapporteerd a. Voert controles uit volgens voorschrift, registreert en rapporteert de gegevens b. Controleert en beoordeelt meetwaarden c. Signaleert mogelijke afwijkingen aan meetapparatuur 7. Onderhouden apparatuur De technische staat van de apparatuur voldoet aan de gestelde normen a. Pleegt klein preventief en correctief onderhoud b. Gebruikt het juiste gereedschap c. Controleert de technische staat van de apparatuur d. Signaleert afwijkingen aan apparatuur en onderneemt actie e. Overlegt indien nodig met collega s of direct leidinggevende November 006 Pagina van 7
Competentie met resultaat Beheersingscriteria vervolg 8. Communiceren tijdens werkzaamheden Betrokkenen zijn voldoende op de hoogte a. Hanteert correcte omgangsvormen en communiceert op passende wijze b. Neemt actief deel aan werkoverleg, luistert aandachtig, vraagt naar noodzakelijke informatie en vraagt zo nodig door c. Deelt relevante informatie tijdig mee, stemt deze waar nodig af met anderen en zorgt voor een goede overdracht van het werk d. Legt een probleem op duidelijke wijze voor aan de leidinggevende / betrokkenen e. Beheerst Nederlandse taal (luisteren en lezen op niveau B; gesprekken voeren, spreken en schrijven op niveau A) 9. Samenwerken Effectieve en efficiënte manier van werken a. Houdt zich aan de afspraken, is gemotiveerd en flexibel in de uitvoering van taken b. Toont respect voor opvattingen en gewoonten van anderen en houdt rekening met de verschillen en hun manier van werken c. Geeft feedback en ontvangt feedback van collega s d. Vraagt collega s om hulp indien nodig en biedt ook hulp aan e. Stelt het gemeenschappelijk resultaat van het team centraal f. Spreekt anderen aan op uitingen/gedrag en laat zich aanspreken g. Overlegt met collega s en leidinggevende over de uit te voeren werkzaamheden 0. Veilig en milieubewust werken Veilig en gezond werken zonder onnodige belasting van het milieu a. Signaleert en meldt onveilige situaties en niet-milieubewust handelen b. Reageert alert en actief op (het ontstaan van) onveilige situaties c. Weet hoe hij moet handelen in noodsituaties d. Gaat efficiënt en bewust om met het materiaal e. Verzamelt afval en restmateriaal, sorteert dit en voert dit af volgens voorschriften. Zorgdragen voor kwaliteit van eigen werk Tevreden interne en externe klanten a. Werkt binnen de kaders van de zorgsystemen b. Signaleert knelpunten in het werkproces en doet verbetervoorstellen c. Is kritisch op de eigen werkuitvoering d. Overziet de gevolgen van de eigen werkzaamheden in het grotere geheel. Beroepscompetenties ontwikkelen Activiteiten ondernomen ten behoeve van persoonlijke ontwikkeling a. Bepaalt met de leidinggevende welke beroepscompetenties hij verder moet ontwikkelen op basis van wat goed en nog niet goed gaat b. Overlegt met de leidinggevende welke activiteiten hij daartoe moet ondernemen c. Stelt zich open voor persoonlijke ontwikkeling en handelt hiernaar d. Beheerst een moderne vreemde taal op een passend niveau. Functioneren in de organisatie De operator functioneert binnen de organisatie a. Stelt zich op als loyale betrokken werknemer t.o.v. bedrijf en collega s en respecteert regels b. Volgt instructies van de leidinggevende op en vraagt aanvullende informatie bij onduidelijkheden c. Neemt actief deel aan functionerings- en/of beoordelingsgesprekken m.b.t. de eigen functie d. Heeft vertrouwen in eigen kunnen, komt voor zichzelf op, zonder anderen te benadelen e. Gaat flexibel om met mogelijke veranderingen in taakstellingen November 006 Pagina van 7
Competentie met resultaat Beheersingscriteria vervolg. Ontvangen en opslaan grondstoffen, hulpstoffen, materialen en (eind)producten De grondstoffen en materialen zijn volgens voorschrift / specificatie ontvangen en opgeslagen a. Neemt goederen in ontvangst en registreert de gegevens b. Transporteert goederen en slaat deze op juiste wijze op c. Neemt indien van toepassing de noodzakelijke monsters d. Hanteert de planning, procedures en voorschriften. Produceren voedingsmiddelen Voedingsmiddelen die aan de specificaties voldoen a. Bewerkt grondstoffen, hulpstoffen en materialen b. Bereidt en/of verpakt voedingsmiddelen c. Handelt op basis van productkennis adequaat bij de bewerking, bereiding en/of verpakking d. Meldt productgevaarlijke situaties aan leidinggevende e. Werkt volgens planning, voorschriften en procedures. Reinigen en desinfecteren Materialen en apparatuur zijn volgens voorschrift gereinigd en gedesinfecteerd a. Reinigt en desinfecteert materiaal, apparatuur en werkplek volgens voorschriften en methoden b. Gebruikt voorgeschreven schoonmaak- en desinfectiemiddelen c. Gebruikt persoonlijke beschermingsmiddelen d. Registreert gegevens.4 Hygiënisch werken Hygiënisch uitgevoerde werkzaamheden a. Verzorgt zijn persoonlijke hygiëne b. Werkt hygiënisch c. Signaleert onhygiënische situaties en handelt adequaat d. Houdt de werkplek hygiënisch in optimale staat November 006 Pagina 4 van 7
Aanwijzingen voor uitvoering van proeve van bekwaamheid Toetstechnische richtlijnen De algemene toetstechnische richtlijnen van De groene standaard (december 006) zijn van toepassing. Specifieke toetstechnische richtlijnen: - Uitvoeringsoptie is van toepassing: De proeve wordt afgenomen binnen een gesimuleerde omgeving. De reden hiervoor is de volgende: het afbreukrisico voor het bedrijf en het veiligheidsrisico voor de deelnemer kunnen te groot zijn indien de proeve in een volledig authentieke beroepssituatie plaatsvindt. Deelnemers missen daarvoor vaak nog routinematige bedrijfservaring aan bepaalde proceslijnen. Indien naar het oordeel van bedrijf en school het genoemde risico aanvaardbaar is, dan kan de proeve alsnog in de authentieke context plaatsvinden. In alle gevallen zal de examensituatie moeten voldoen aan de hieronder gestelde eisen. - Duur van de proeve: minimaal dag - De examensituatie moet minimaal voldoen aan de volgende omschrijving: De deelnemer moet zelfstandig kunnen werken aan een proceslijn in een technologiehal of een andere vergelijkbare context waarbij controles aan product en proces worden uitgevoerd. Een van de volgende situaties moet minimaal voorkomen: het opstarten van het proces, een productwisseling of het beëindigen van het proces. Als de examensituatie niet aan deze minimumeis voldoet, moet de proeve van bekwaamheid verplaatst worden naar een nader te bepalen tijdstip en/of plaats. De hoofdvraag voor beoordeling is: kan de deelnemer de kritische beroepssituatie toevertrouwd worden? Deelnemerinstructie Je gaat een proeve van bekwaamheid uitvoeren. In jouw geval betekent dit dat je minimaal dag in een technologiehal of in een andere vergelijkbare context zelfstandig aan een proceslijn gaat werken om voedingsmiddelen te bereiden. De naam van de technologiehal of het bedrijf, de plaats en de exacte duur krijg je tijdig te horen via je school. Tijdens de proeve voer je het werk uit op een wijze zoals in een dergelijke situatie gebruikelijk is. In ieder geval voer je controles uit aan product en proces. Tijdens de proeve komt in ieder geval een van de volgende situaties voor: opstarten van het proces, een productwisseling of het beëindigen van het proces. De eisen die aan het uitvoeren van deze taken gesteld worden, staan beschreven in de kritische beroepssituatie. Na afloop voer je een reflectiegesprek met de assessoren. Dan geef je een toelichting op de werkzaamheden die je uitgevoerd hebt. Ook moet je kunnen aangeven waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt bij het uitvoeren van je werk. November 006 Pagina 5 van 7
Bijlage bij beoordelingsformulier Dit formulier is een bijlage bij het beoordelingsformulier zoals opgenomen in de algemene toetstechnische richtlijnen van De groene standaard. De assessoren vullen dit in indien de deelnemer de proeve van bekwaamheid niet behaald heeft en het dient daarmee als feedbackformulier voor de onderdelen die nog niet voldoende zijn. Indien de deelnemer de proeve behaald heeft, hoeft dit formulier niet ingevuld te worden. Naam deelnemer: Kruis de competenties aan die onvoldoende zijn Opmerkingen. Voorbereiden werkzaamheden Een probleemloze processtart. Bedienen apparatuur De apparatuur werkt optimaal. Registreren en rapporteren gegevens De productiegegevens zijn volgens bedrijfsvoorschriften vastgelegd en met alle belanghebbenden gecommuniceerd 4. Bewaken procesverloop Het productieproces verloopt volgens de gestelde normen 5. Verantwoord ingrijpen Het productieproces is zo min mogelijk verstoord 6. Uitvoeren kwaliteitscontroles aan proces en product De kwaliteitscontroles zijn volgens voorschrift uitgevoerd en gerapporteerd 7. Onderhouden apparatuur De technische staat van de apparatuur voldoet aan de gestelde normen 8. Communiceren tijdens werkzaamheden Betrokkenen zijn voldoende op de hoogte November 006 Pagina 6 van 7
Bijlage bij beoordelingsformulier vervolg Kruis de competenties aan die onvoldoende zijn Opmerkingen 9. Samenwerken Effectieve en efficiënte manier van werken 0. Veilig en milieubewust werken Veilig en gezond werken zonder onnodige belasting van het milieu. Zorgdragen voor kwaliteit van eigen werk Tevreden interne en externe klanten. Beroepscompetenties ontwikkelen Activiteiten ondernomen ten behoeve van persoonlijke ontwikkeling. Functioneren in de organisatie De operator functioneert binnen de organisatie. Ontvangen en opslaan grondstoffen, hulpstoffen, materialen en (eind)producten De grondstoffen en materialen zijn volgens voorschrift / specificatie ontvangen en opgeslagen. Produceren voedingsmiddelen Voedingsmiddelen die aan de specificaties voldoen. Reinigen en desinfecteren Materialen en apparatuur zijn volgens voorschrift gereinigd en gedesinfecteerd.4 Hygiënisch werken Hygiënisch uitgevoerde werkzaamheden November 006 Pagina 7 van 7