Andere naam: Engelse Beagle Oorsprong: Groot-BrittanniëGehouden als: Jacht en gezinshond Grootte: Ong. 33-41 cm Gewicht: Rond de 15 kg Kleur: Alle brakken kleuren Vachtsoort: Kortharige zachte vacht Gem. Leeftijd: 13 Jaar Korte geschiedenis van het ras De Beagle is een zeer oud ras. De hond wordt gebruikt bij de hazejacht te voet en joeg in grote meutes of packs. De opdracht van de honden was om de haas te vangen en dood te bijten. Schietwapens werden bij dit type jacht niet gebruikt. Na de Eerste Wereldoorlogen in verband met het feit dat hertenstammen zich steeds verder naar het noorden uitbreidden, ontstond de behoefte aan een hondensoort die langzaam joeg. Honden met korte benen werden steeds interessanter waaronder ook de Beagle. Deze werden in Scandinavie omgevormd van packhound tot alleendrijvende hond, een verandering die niet zonder problemen tot stand kwam. De Beagle komt in grote delen van de wereld voor als jacht-, tentoonstellings- en gezelschapshond 1 / 6
Karakter: De Beagle is een ideale huishond. Het gezin is zijn roedel en hij is erg lief voor kinderen. De Beagle is klein en handzaam, zachtmoedige, evenwichtig qua karakter en een vrolijke en ondeugende rakker. Thuis ontpopt hij zich als een heerlijke 'vrijkous' lief voor iedereen, maar buiten toont hij zich 'jacht- hond' en raakt in zijn element als hij tijdens een wandeling vol overgave snuffelend een 'spoor' volgt. Omdat hij vanouds als meutehond erop gefokt is het te schieten wild zonder hulp van de mens binnen te halen, bezit de Beagle een grote mate van zelfstandigheid, wat wij ervaren als een behoorlijke portie eigenwijsheid. Hij moet dus zeer consequent opgevoed worden. Door deze karaktertrekken is de Beagle een moeilijk op te voeden hond en is het aan te bevelen een gehoorzaamheidstraining met de Beagle te volgen zodat zijn baas kan leren op een juiste manier met zijn hond om te gaan. Ook heeft de Beagle graag veel aandacht en vraagt dit dan ook van zijn baas. Door zijn vrolijke karakter is hij altijd in voor een spelletje. Een bak gevuld met touwknopen, spijkerbroekpijpen, doeken, tennisballen en toiletrolletjes zijn vaak zijn favoriete speelgoed. Mede door zijn eigenzinnige karakter maakt dit hem tot een hond die moeilijk of niet ALLEEN kan blijven. Een Beagle heeft veel behoefte aan beweging. Naast de uitlaatbeurten moet hij dagelijks zo'n anderhalf uur kunnen wandelen en rennen. Dus heeft u door een druk bezet leven weinig tijd om een Beagle op te voeden en alle aandacht en beweging te geven die hij nodig heeft, dan moet u beslist niet aan een Beagle beginnen. DUS: BEZINT EER GIJ BEGINT. Rasstandaard: Een vrolijke Brak wiens wezenlijke functie jagen is, vooral op hazen, wiens spoor hij volgt. Driest, erg actief, met veel uithoudingsvermogen en vastberadenheid. Waakzaam, intelligent en van gelijkmatig temperament. Algeheel beeld: 2 / 6
Een forse en compact gebouwde Brak, die de indruk wekt van kwaliteit zonder grofheid. Temperament: Lief en oplettend, zonder agressie of angst. Hoofd en schedel: Hoofd tamelijk lang, krachtig, maar niet grof, iets fijner bij een teef, zonder frons en rimpels. Schedel licht gewelfd, matig breed, met geringe achterhoofdsknobbel. Stop goed afgetekend, deze verdeelt de afstand tussen neuspunt en jachtknobbel zo gelijk mogelijk. Voorsnuit niet puntig, lippen goed hangend. De neusspiegel breed, het liefst zwart, maar iets minder pigmentatie bij lichter gekleurde honden is toegestaan. Wijde neusgaten. Ogen: Donkerbruin of hazelnootkleurig, tamelijk groot, niet diepliggend, niet uitpuilend, goed uit elkaar geplaatst, met een zachte aantrekkelijke uitdrukking. Oren: Lang met afgeronde punten: naar voren getrokken bijna tot de neuspunt reikend. Laag aangezet, fijn van structuur, gracieus en dicht tegen de wang gedragen. 3 / 6
Mond: De kaken moeten sterk zijn, met een perfect, regelmatig en volledig schaargebit; de boventanden moeten sluitend over de ondertanden heen vallen en recht in de kaken staan. Hals : Voldoende lang om de Brak in staat te stellen zijn hoofd gemakkelijk naar de grond te brengen om het spoor te volgen, licht gebogen met weinig keelhuid. Voorhand: Schouder goed naar achter hellend, niet beladen. Voorbenen recht en goed onder de hond geplaatst, met goede substantie, en rond van bot. Niet versmallend naar de voet. Middenvoeten kort. Stevige ellebogen ), noch naar binnen, noch naar buiten draaiend. Hoogte van grond tot ellebogen ongeveer de helft van de schofthoogte. Lichaam: Bovenlijn recht en horizontaal. Borst daalt tot onder de elleboog. Ribben goed gerond en ver naar achter doorlopend, kort in rug, maar goed in verhouding. Krachtige, soepele lendenen, de buik niet te veel opgetrokken. Achterhand: 4 / 6
Dijen zeer gespierd. Sprongen goed gebogen. Sterke, laag geplaatste hakken en evenwijdig aan elkaar ge- plaatste middenvoeten. Voeten: Gesloten en krachtig. Goed gebogen tenen en sterke zoolballen. Geen hazenvoeten. Nagels kort. Staart: Stevig en van matige lengte. Hoog aangezet en vrolijk gedragen maar niet over de rug gekruld of vanaf de staartwortel naar voren gebogen. Goed met haar bedekt, vooral aan de onderzijde. Gang: Gaat met rechte rug; krachtig gangwerk, zonder neiging tot rollen. Vrije, ver uitgrijpende en recht naar voren gerichte pas, zonder hoge knie actie. Achterbenen tonen stuw- kracht. De voorbenen mogen niet maaien of kruisen. Vacht: Kort, dicht en bestand tegen het weer. 5 / 6
Kleur: Iedere erkende Brakkenkleur, behalve de leverkleur. Staartpunt wit. Gewicht en maat: De schofthoogte mag niet meer dan 16 inches (40,5 cm) of minder dan 13 inches (33 cm.) zijn. Opmerking: Mannelijke dieren moeten twee normaal ontwikkelde testikels bezitten die volledig in het scrotum moeten zijn ingedaald 6 / 6