Verslag Vergadering van Commissie Onderzoek van de Rekening (COR) Vergaderdatum 17 februari 2016 Kenmerk Status verslag Concept Verslaglegging door Telefoonnummer Mevrouw M. Hoogduin 070-4418161 Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Onderzoek van de Rekening, gehouden op 17 februari 2016 in het provinciehuis te Den Haag AANWEZIG: Voorzitter: Griffier: de heer E. Braam mevrouw I. van Mulligen VVD de heer Van Staalduinen PvdA - PVV de heer Zwerus CDA de heer Van der Bent CDA mevrouw Kip SP - D66 mevrouw Oosterop GroenLinks - SGP en ChristenUnie de heer Van der Velden 50PLUS Partij voor de Dieren AFWEZIG MET KENNISGEVING: PvdA mevrouw Matil D66 mevrouw Meurs AANWEZIGE GEDEPUTEERDEN: de heer Van der Sande VERDER AANWEZIG: PwC de heer Van Kommer PwC de heer Linders PwC de heer Lantman AGENDA: 2. Opening overlegvergadering 2a. Mededelingen 2b. Vaststellen agenda 2c. Spreekrecht 2d. Rondvraag 3. Conceptverslag vorige vergaderingen Pagina1/6
4. Conceptbesluitenlijst vorige vergaderingen 5. Bespreekstukken 5a. Verordening beleidsevaluaties 5b. Memo van de accountant over kenmerken samenwerkingsvormen 6. Sluiting 2. Opening overlegvergadering De VOORZITTER opent de vergadering om 17.00 uur en heet de aanwezigen van harte welkom, met name de accountant en juristen van PwC de heren Van Kommer, Linders en Lantman. 2a. Mededelingen Er is bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Matil van de PvdA en van mevrouw Meurs van D66. Mevrouw Meurs wordt vervangen door mevrouw Oosterop. De heer Schaapman, SGP&ChristenUnie, is afwezig en wordt vervangen door de heer Van der Velden. 2b. Vaststellen van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2c. Spreekrecht Er hebben zich geen insprekers gemeld. 2d. Rondvraag Er zijn geen rondvragen ingediend. 3. Conceptverslagen Commissie Onderzoek Rekening 02-12-2015 en 20-01-2016 De verslagen worden vastgesteld. 4. Conceptbesluitenlijst Commissie Onderzoek Rekening 02-12-2015 en 20-01-2016 De besluitenlijsten worden vastgesteld. Pagina 2/6
5. Bespreekstukken 5a. Verordening beleidsevaluaties De VOORZITTER meldt dat GS voorstellen de verordening Onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid in te trekken en een nieuwe verordening in te stellen onder de naam de verordening Beleidsevaluaties en geeft gelegenheid tot reageren. De heer ZWERUS verwijst naar artikel 3 lid 5 van de verordening. Daarin staat dat GS jaarlijks schriftelijk verslag moeten uitbrengen aan de pers, maar er staat niet precies wanneer. Hij verzoekt of met de gedeputeerde kan worden afgesproken wanneer de commissie kan beschikken over dit verslag, bijvoorbeeld met de jaarstukken. Gedeputeerde VAN DER SANDE geeft aan dat er verschillende mogelijkheden zijn voor het aanleveren van het schriftelijk verslag. Dat kan bijvoorbeeld met de stukken van de jaarrekening. Dat is een goed moment, geredeneerd vanuit de cyclus. Nadeel van dit moment is dat het verslag wellicht te weinig aandacht krijgt. Er kan ook worden gekozen voor een moment wat verder in het jaar. Het beleid kan dan meer prominent terugkomen. Het is uiteindelijk aan de commissie te beslissen wat wenselijk is. Mevrouw KIP is akkoord met het voorstel. Ze heeft nog wel een aantal vragen. In hoeverre vindt er onderzoek plaats naar de effectiviteit van subsidies? Is de kalender bij de begroting volledig en wat is de status ervan? Deze vraag komt voort uit het gemis van de beleidsonderdelen Milieu en Bestuur. Wordt de SNL-subsidie geëvalueerd en door wie? Het gaat om een subsidie voor natuur en landschapsbeheer waar relatief veel geld in om gaat. Gedeputeerde VAN DER SANDE stelt dat de kalender redelijk volledig is en nu voorligt om te worden vastgesteld. Deze wordt ieder jaar bij de begroting geactualiseerd en opnieuw vastgesteld, dat is een doorlopend proces. Als het gaat om evalueren van beleid, geldt het principe dat GS het beleid zelf evalueren op het moment dat GS zelf het beleid hebben vastgesteld. Waar het beleid niet door GS is vastgesteld, evalueren GS niet zelf. Behoudens bijvoorbeeld SNL of andere onderwerpen die als belangrijk worden gezien en waar een hoop geld in om gaat. Een mogelijkheid is dat een en ander ter toetsing wordt voorgelegd aan de Randstedelijke Rekenkamer. Ambtelijk wordt verder uitgezocht of alle subsidies en regelingen op de kalender staan vermeld. Mevrouw KIP geeft aan dat zij ziet dat de bestuurlijke subsidieregeling is opgenomen, maar dat zij beleidsonderdelen mist. Op de eerste pagina bijvoorbeeld wordt melding gemaakt van de Visie ruimte en mobiliteit en energie. Wat mist is de Beleidsvisie Duurzaamheid en Milieu met de nota over toezicht en handhaving op grote bedrijven en de paragraaf Bestuur. Gedeputeerde VAN DER SANDE meldt dat de Beleidsvisie Duurzaamheid en Milieu erin is opgenomen. Dat is wat anders dan de nota Vergunningverlening toezicht en handhaving. Hij komt daarop terug bij de begroting. Mevrouw OOSTEROP heeft geen vragen die nog niet zijn gesteld en is akkoord. Pagina 3/6
De VOORZITTER vraagt op welk moment er standaard zaken gerapporteerd kunnen worden. Worden de rapportages ingebracht bij het behandelen van de jaarrekening, of bij de begroting? De heer VAN DER VELDEN is het eens met gedeputeerde Van der Sande dat het onvoldoende aandacht krijgt als de rapportage gelijk met de jaarstukken wordt behandeld. Er blijven twee momenten over op de agenda waarin het relatief rustig is, oktober en februari. Omdat het onbekend is of stukken met betrekking tot het voorafgaande jaar al klaar zijn in februari stelt hij voor om de rapportages te behandelen in september. Vanwege de rustige agenda stelt de heer ZWERUS voor de rapportages te behandelen in februari, wanneer dat haalbaar is. Gedeputeerde VAN DER SANDE stelt voor de aanlevering te laten plaatsvinden bij de stukken van de jaarrekening, maar dat de behandeling ervan apart plaatsvindt op een desgewenst moment. De commissie bepaalt dan zelf wanneer en hoeveel aandacht eraan wordt besteed. Iedereen heeft er baat bij dat beleidsevaluaties de juiste aandacht krijgen. De heer VAN DER VELDEN, is het daarmee eens en wil ambtenaren het gevoel geven dat het werk de aandacht krijgt die het verdient. De heer ZWERUS is het daarmee eens. De heer VAN STAALDUINEN is akkoord met het voorstel van gedeputeerde Van der Sande. Mevrouw KIP is akkoord. De VOORZITTER stelt de toezegging van de gedeputeerde Van de Sande vast, dat de stukken beschikbaar zijn met het behandelen van de jaarrekening. Op de vragen van mevrouw Kip over het ontbreken van de nota VTH in de kalender en het onderdeel Bestuur, wordt schriftelijk teruggekomen. De voorzitter stelt vast, ook naar aanleiding van wat mevrouw Kip aangaf, dat in de nieuwe verordening een stuk over doelmatigheid en doeltreffendheid wordt toegevoegd. Gedeputeerde VAN DER SANDE merkt op dat dit wellicht aan de aandacht is ontglipt. In artikel 3 staat een stuk over effectiviteit, efficiëntie, doelmatigheid en doeltreffendheid vermeld. De VOORZITTER stelt vast dat de verordening beleidsevaluaties voor de vergadering van 2 maart aanstaande een hamerstuk kan worden en bedankt eenieder voor de inbreng. 5b. Memo van de accountant over kenmerken samenwerkingsvormen De VOORZITTER zegt dat conform de toezegging in de overlegvergadering van 2 december 2015 door de accountant een memo is opgesteld om de COR een Pagina 4/6
indruk te geven van mogelijkheden en bijbehorende kenmerken van de samenwerkingsvormen. Op basis van dit memo wordt een gesprek gevoerd met de accountant over de mogelijkheden en onmogelijkheden van bepaalde samenwerkingsvormen voor toekomstige verbonden partijen. Hij geeft een van de aanwezige accountants de gelegenheid een en ander toe te lichten. De heer VAN KOMMER constateert dat PS een stevige ambitie heeft ten aanzien van verschillende fondsen. Een fonds is een middel om een doel te realiseren. PwC heeft een memo opgesteld om de privaatrechtelijke vorm daarbij te kiezen en de voor- en nadelen bij samenwerking met burgers en het bedrijfsleven in kaart te brengen. De vormen van samenwerking kunnen van invloed zijn op de risicobereidheid die er is om middelen in te zetten. Dat heeft weer gevolgen voor de rechtsvorm en de governance die men toepast. Er wordt een sheet uitgedeeld waarop de stappen staan omschreven om bepaalde keuzes te maken. Hij stelt voor het gesprek hierover aan te gaan en vragen uit te wisselen. De VOORZITTER stelt voor om de informatie te delen met de commissie. De heer LINDERS geeft een toelichting op de sheet die wordt uitgedeeld. Het is een hulpmiddel bij het maken van een weloverwogen, gestructureerde en bewuste keuze voor een bepaalde rechtsvorm aan de hand van een aantal stappen. Stap 1 is helder krijgen wat de doelstelling is van de activiteit en binnen welke randvoorwaarden en spelregels de activiteit gerealiseerd moet worden. Randvoorwaarden zijn bijvoorbeeld de mate van zeggenschap, de mate van aansprakelijkheid of het nodig zijn van aanvullend kapitaal. Stap 2 gaat over welke keuze wordt gemaakt ten opzichte van de samenwerkingsvorm. Is dat een contractuele samenwerkingsvorm of is het een rechtsvorm met rechtspersoonlijkheid. In stap 3 worden de randvoorwaarden gewogen. Welke randvoorwaarden zijn het belangrijkst. Bij stap 4 worden de zeggenschap en de governance concreet ingericht. Hoe wordt bijvoorbeeld het bestuur vormgegeven, wie houdt toezicht en hoe wordt met stakeholders omgegaan. In de laatste stap wordt gekeken naar de daadwerkelijke inrichting. Hoe wordt een en ander gefinancierd, welke middelen komen er, is er sprake van personeel. Ook de fiscaliteit kan zeer relevant zijn bij de keuze voor een bepaalde inrichtingsvorm. De VOORZITTER vraagt of er naar aanleiding van de toelichting nog vragen zijn. De heer ZWERUS vindt het een duidelijk verhaal en complimenteert de accountant. De heer VAN DER VELDEN sluit zich hierbij aan. De heer VAN STAALDUINEN dankt de accountant voor zowel de memo als het stappenplan. Beide zijn bruikbare stukken die goed in toekomstige discussies kunnen worden gebruikt. In hoeverre kunnen beide documenten als bril of als framework kunnen worden gebruikt voor toetsing? De heer VAN DER BENT vraagt zich af wat precies de meerwaarde is voor de commissie. Het ministerie van BZK heeft in januari ook een rapport uitgebracht over verzelfstandiging en samenwerking bij decentrale overheden, waar veel van deze stappen zijn benoemd. Hij twijfelt aan de bruikbaarheid bij de discussie over Pagina 5/6
het Energiefonds, waar al een technische sessie over is geweest. Er is geen relatie gelegd met de verschillende vormen die toen zijn toegelicht. Mevrouw OOSTEROP vindt het een helder verhaal en dankt de accountant ook namens haar fractiegenote mevrouw Meurs, die onder andere om deze notitie heeft gevraagd. De heer VAN KOMMER kijkt vanuit de rol als accountant en benadrukt dat het belangrijk is om aan de voorkant eerst zaken te bespreken om de doelstelling goed helder te krijgen. Het gaat om complexe vraagstukken waarvan men de komende jaren of last of gemak van heeft. Er wordt veel tijd besteed aan het vaststellen van hoe groot een probleem is in plaats van aan de voorkant problemen te voorkomen. Het stappenplan is hier een handvat voor. Gedeputeerde VAN DER SANDE heeft hier niets aan toe te voegen. Wel wil hij het belang van het onderwerp benadrukken in relatie tot het dan wel aanpassen dan wel opnieuw vaststellen van de verordening. Het is de bedoeling dat er meer met de buitenwereld wordt gedaan, met meer privaatrechtelijk verbonden partijen. Daar moet goed naar worden gekeken, want de Provinciewet gaat nog altijd uit van het primaat en de voorkeur voor publiekrechtelijke middelen. Artikel 158 lid 2 van de Provinciewet geeft niet voor niets aan dat bij deelname aan privaatrechtelijke instituties of bij het oprichten daarvan dit moet worden voorgelegd aan de Staten. De heer ZWERUS geeft het advies mee om bij samenwerking met een privaatrechtelijke organisatie met gelden om te gaan alsof het gaat om eigen vermogen. Dat maakt het wat zakelijker. Gedeputeerde VAN DER SANDE vindt dit een goed voorbeeld. Wordt het ideale nieuwe vehikel geïntroduceerd met alle kosten die erbij horen of wordt er gebruikgemaakt van een bestaand vehikel. Het gaat om geld van iedereen in Nederland die bijdraagt. De heer ZWERUS vindt het stappenplan een goede tool. Het is een handleiding om te gaan toetsen aan de hand van criteria, bijvoorbeeld op het gebied van fiscaliteit. De heer VAN DER BENT is het daarmee eens, maar vraagt zich af of de COR dit document in een later traject weer gaat gebruiken. Is dit de uitkomst waarmee straks goede beslissingen genomen kunnen worden over privaatrechtelijke overeenkomsten? De VOORZITTER stelt voor om het in de commissie Bestuur en Middelen wat meer in detail te bespreken. De heer VAN DER BENT vindt dit een goed idee, maar pleit ervoor dit te doen als het op de agenda staat. De VOORZITTER constateert dit te bespreken bij de verordening Verbonden partijen. Pagina 6/6
6. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 17.45 uur. Pagina 7/6