Historie. Revisie 07/2012

Vergelijkbare documenten
Historie. Revisie 07/2012

Historie. Revisie 07/2012

Reglement voor de netkoppeling van fotovoltaïsche cellen

Bijlage: Lastenboek - Export vermogen begrenzing bij rechtstreekse klanten_v1.0

Voorschriften ontkoppeling V3

Reglement voor de netkoppeling van Fotovoltaïsche cellen

Netkoppeling van decentrale productie

WKK en slimme netten

Middenspanningsdistributie Leaflet 2015 RM6. AA10-AA20 24 kv. Smart Recloser

Forfaitaire verbruiken. Regels voor een elektriciteitsafname zonder meting

POLITIEVERORDENING. Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem

Toegangspunten Elektriciteit Nieuwe installaties

PROCEDURE VOOR HERINDIENSTNAME EN/OF HET OPNIEUW ONDER SPANNING BRENGEN VAN EEN LAAGSPANNINGSINSTALLATIE NA EEN INCIDENT

informeert TAD: Technologische AdviesDienst

PRAKTISCHE GIDS. Voor eigenaars en gebruikers van een hoogspanningscabine

Netontkoppelbeveiliging volgens Synergrid C Netontkoppelingsbord. Decentrale Productie (>56kVA ) < 1MVA

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

Gebruiksaanwijzing TTA DEUR. Typenummer (meting per 0,1C)

Gebruiksaanwijzing TTA /+150 C (1) VDH doc Versie: V1.1 Datum:

Netontkoppelbeveiliging volgens Synergrid C Netontkoppelingsbord. Decentrale Productie 56kVA. Aangesloten in laagspanning of hoogspanning

Lokale productie-installaties en noodgroepen

C8-02 Algemene modaliteiten voor de plaatsing en het beheer van specifieke meters in het kader van de producten R3 en SDR van Elia

VDH doc Versie: v1.0 Datum: Software: ALFA75-MTT File: Do WPD Bereik: 0,0/+80,0 C per 0,1 C

BDS-001, besturing voor handbediende schuifdeuren

Inductieve omschakelaar ISK 71-24

INSTALLATIE INSTRUCTIES Alleen geschikt als permanente installatie, onderdelen genoemd in de handleiding kunnen niet buiten gemonteerd worden.

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

C4/12.1 Regels van goed vakmanschap van apparatuur en steunen vreemd aan OV

TeleREC 2 / TeleREC Top / TeleREC

Handleiding tijdklok 230V~

MK99 NL AUTOMATISCH IN WERKING TREDENDE STARTONDERBREKER MET ELEKTRONISCHE SLEUTEL EN OVERRIDE NOODCODE

SPECIFIEKE TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN VOOR DE AANSLUITING OP HET LS-DISTRIBUTIENET VAN TIJDELIJKE INSTALLATIES VOOR WERVEN

SPECIFIEKE TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN VOOR HET AANSLUITEN VAN VASTE PROFESSIONELE INSTALLATIES ZONDER METER

ELEKTRICITEIT. Wat is de gewenste situatie? Maatregelen. Sector Glastuinbouw

1 INTEGRATIE VAN MICRO - WKK SYSTEMEN IN ELEKTRISCHE

BEDIENINGSINSTRUCTIE BLUSCENTRALE TYPE 8010

Gebruikshandleiding Rbee Solar Enkelfasige en driefasige tellers in werking stellen BENELUX-NL

Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding

NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN TECHNISCHE BEPALING

MD741 GASDETECTIECENTRALE MET 1 ZONE

Pagina 1 van 14. Nederlandse uitgave:

(On)voldoende spanningskwaliteit kost geld!

Modaliteiten van de ter beschikking stelling Impulsen elektriciteit

2. Beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking

ALGEMENE MODULE SPECIFICATIES. Voedingsspanning module V DC (tussen klemmen 11 & 12)

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Opslag van elektrische energie:

NP GEBRUIKERS HANDLEIDING BRANDMELDCENTRALE BMC-708

NRS 2-4. Gebruiksaanwijzing HN-schakelaar NRS 2-4

Meensesteenweg 338, 8800 Roeselare TEL: 051/ FAX: 051/ / Ondernemingsnummer: BE

MC 785D-6p in- en opbouw

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Modaliteiten van de ter beschikking stelling

Gebruikshandleiding lusdetector 1 lus (enkeldetetector type Vector TOE 40/7)

Bedieningshandleiding FC 1008 E

43 Keerlusprint Werking. informatieblad 43 keerlusprint KLS versie 2.0

Terminologie aangepast op basis van Technisch Reglement Distributie

INSTALLATIEHANDLEIDING. PowerMan 230/ / / /80-2

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Hoe keuringsverslagen elektrische installaties interpreteren meest voorkomende inbreuken

Sepam serie 20 Ontkoppelbeveiliging B22 Geavanceerde MMI (display)

Idee, ontwerp en realisatie : Marc Van den Schoor. PICAXE-18M2+Rotor speed controller V1 Manual.docx pagina 1 van 7

Brandmeldcentrale BMC-V

Technisch lastenboek

Mode 3 laadpunten voor elektrische voertuigen: keuze van de differentieelschakelaar

PROJECTWERK RIS VRAGENLIJST OPSTELLING

Een elektrische installatie moet altijd door een erkend organisme worden gekeurd bij :

NPS-16 Burenalarmeringssysteem

v.10/ Thermische beveiliging. Alle electrische batterijen zijn voorzien van een dubbele thermische beveiliging :

Betrouwbaar en veilig overal in huis energie beschikbaar

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Meensesteenweg 338, 8800 Roeselare TEL: 051/ FAX: 051/ / Ondernemingsnummer: BE

Handleiding ALFA(NET) 71 0/+100 C

MET CERTIFICATEN OP ZAK GENIET U PAS ÉCHT VAN DE ZONNEPANELEN OP UW DAK

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Handleiding. 24Vdc -50/+50 C

SPECIFIEKE TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN WAARAAN DE NETTEN VAN DE DISTRIBUTIENETBEHEERDERS MOETEN VOLDOEN INZAKE BESCHERMING TEGEN OVERSTROOM

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie NIET CONFORM

Betrouwbaar en veilig overal in huis energie beschikbaar. Uw vision groepenverdeler van Hager

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

I. GOEDGEKEURDE TARIEVEN VOOR AANSLUITING OP HET DISTRIBU- TIENET

Beveiligingen pmo. 11 december 2002

Toelichting beleid noodgroepen

MD770 Analoog, adresseerbare gas- & CO-detectiecentrale Lastenboekbeschrijving

Voorwoord / veiligheidsaanwijzing 3. Gebruik van de s88-n-16/cd terugmeldingsmodule 4. Aansluitingen s-88-n-16/cd 4

Handleiding Hoe een nieuwe zonnepaneleninstallatie aanmelden bij netbeheerder Eandis?

KEURINGSVERSLAG. Adres eigenaar: VVB 4 x 10 mm² Type electrode: Max. beveiliging: 4 x 25 A. # verdeelborden: Type: X2,5: 40 A.

1 Kenmerken: 2 Installatie: MontageGIDS. inteo SOLIRIS IB

Toelichtingen bij het opstellen van een afzonderlijk Technisch Reglement Plaatselijk Vervoernet van Elektriciteit

Les 6 : Relais schakelingen

Meensesteenweg 338, 8800 Roeselare TEL: 051/ FAX: 051/ / Ondernemingsnummer: BE

NP Gebruikershandleiding CMK470S

Werking isolatiewachters

Meensesteenweg 338, 8800 Roeselare TEL: 051/ FAX: 051/

Beschrijving: SAM 8.1/2 Tl.Nr.: HOL

Gevolgen van de sterke groei van PV-panelen

Transcriptie:

Klantinstallaties op het LS-distributienet Richtingsgevoelige beveiliging van een installatie voor decentrale productie TSC LS/CK02

Historie Revisie 07/2012 1 12 TSC LS_CK02 07/2012

Inhoud 1 Algemeen 4 2 Groenestroommeter 5 2.1 Opstelling 5 2.2 Uitzondering 5 3 Beveiligingsrelais 6 3.1 Functionele eisen van het relais 6 3.2 Opstelling 6 3.3 Meetkringen 6 3.4 Asymetriebewaking 6 4 Krachtinstallatie 7 4.1 Hoofdvermogenschakelaar 7 4.2 Ontkoppelvermogenschakelaar 7 4.3 Afnamebeperking 7 4.4 Schematische voorstelling 7 5 Werking 8 5.1 Netontkoppelbeveiliging 8 5.2 Back-up beveiliging 8 5.3 Injectiebeperking 8 5.4 Afnamebeperking 8 5.5 Automatische Wederinschakeling 9 5.6 Minimumspanningsspoel 9 5.7 Vertraagde minimumspanningsspoel 9 5.8 Hulpspanning 9 6 Stuurkring 10 6.1 Meting 10 6.2 Waarschuwing 10 6.3 Uitschakelkring 10 6.4 Back-up 10 7 Testen van de installatie 11 7.1 Controle voor indienstname 11 7.2 Periodieke controle 11 8 Bijlagen 12 2 12 TSC LS_CK02 07/2012

AFKORTINGEN ALSB Algemeen laagspanningsbord MSS Minimum spanningsspoel NOB Net ontkoppelingsbeveiliging NOK Net ontkoppelingskast (met gemotoriseerde ontkoppelingsschakelaar) 3 12 TSC LS_CK02 07/2012

1 Algemeen Bij het plaatsen van een installatie voor decentrale productie met aansluiting op het laagspanningsnet, wordt het injecteerbaar vermogen bepaald vanuit de netstudie. Indien dit vermogen afwijkt van het contractueel afneembaar vermogen, wegens beperkingen van het LSdistributienet, moet het injecteerbaar of afneembaar vermogen worden beperkt. Dit kan enkel opgelost worden met een richtingsgevoelig beveiligingsrelais. Dit relais meet de richting van de energie en zal ingrijpen indien het afgenomen of geïnjecteerd vermogen de ingestelde maximum waarde overschrijdt in twee richtingen. Het document C10-11 geeft aan dat indien er een installatie voor decentrale productie wordt geïnstalleerd deze ook moet beveiligd worden tegen werking in geval van een storing op het LSdistributienet. De beveiliging bestaat er in dat als er zich een fout voordoet in het LS-distributienet de installatie voor decentrale productie mee wordt ontkoppeld. De details en de instellingen van de NOB zijn terug te vinden in het document C10-11 van Synergrid. Beide functionaliteiten evenals de functie die waakt over de symmetrische verdeling van de opgewekte energie over de drie fasen worden ondergebracht in één toestel. In deze technische specificatie worden de praktische richtlijnen beschreven waarmee rekening moet gehouden worden als men een installatie voor decentrale productie met aansluiting op het laagspanningsnet, moet ontkoppelen of het vermogen in een bepaalde richting beperkt dient te worden. 4 12 TSC LS_CK02 07/2012

2 Groenestroommeter 2.1 Opstelling Volgens het Technisch reglement distributie elektriciteit artikel V.2.4.2 3 van de Vreg moet voor productie-installaties in dienst genomen vanaf 1 september 2010 de meetinrichting op een zichtbare plaats in de buurt van de verbruiksteller van de netbeheerder geplaatst worden. Uitzonderingen hierop zijn enkel mogelijk indien de kabelafstand tussen de facturatiemeter en de NOK groter is dan 50m kabellengte. 2.2 Uitzondering Bij uitzondering wordt de groenestroommeter op een zodanige plaats opgesteld dat er geen risico s gepaard gaan volgens de welzijnswet. De toegangsweg met een beschrijving van de risico s wordt samen met het technisch dossier aangeleverd aan Infrax. De toegang tot de locatie moet te allen tijde begeleid worden door een persoon van het bedrijf die op de hoogte is van de gevaren. Hij brengt per bezoek de medewerker van Infrax op de hoogte van de risico s op de toegangsweg naar en ter plaatse van de groenestroommeter. 5 12 TSC LS_CK02 07/2012

3 Beveiligingsrelais 3.1 Functionele eisen van het relais Naast de eisen gesteld in de C10-11 betreffende de functie als NOB, moet het beveiligingsrelais over volgende functionaliteiten beschikken: - Stroombeveiliging in functie van de richting van de energie. - Bewaking van de symmetrische verdeling van de opgewekte energie over de 3 fasen. - Minstens één digitale uitgang die het signaal geeft bij overschrijding van 100% toegelaten vermogen in de ingestelde richting. - Minstens één digitale ingang voor de werking van de back-up beveiliging. - Drie programmeerbare wisselcontacten en een watchdog contact voor de uitschakeling van de decentrale productie. - Het wijzigen van de instellingen is vergrendelbaar met een pincode. 3.2 Opstelling Het beveiligingsrelais wordt steeds vlak langs de meterkast van de DNB opgesteld. De NOB wordt ondergebracht in een modulaire kast van hetzelfde type als de meterkast zodat deze mechanisch naadloos op elkaar aansluiten. De kast van de NOB wordt door de DNB verzegeld. In het deksel kan een uitsparing voorzien worden voor het relais zodat de bedieningstoetsen bereikbaar zijn. Onder de kast van de NOB kan een 2 de modulaire kast geplaatst worden die dienst doet als klantencompartiment. Hierin worden de signalen op klemmen gebracht die niet uitsluitend bestemd zijn voor de DNB. 3.3 Meetkringen De meting van de stroom voor het beveiligingsrelais gebeurt op de TI s van de facturatiemeting. Hiervoor is het belangrijk de NOB kast vlak tegen de facturatiemeting aan te plaatsen. De verbinding van de stroomkring gebeurt via een klemmenblok (type: TVS14-0002 van Landis+Gyr) zoals beschreven in Bijlage 3. De voorbereiding van de bekabeling naar de facturatiemeting wordt voorzien door de installateur. Dit houdt in: - Het aansluiten van de draden op de TVS14-0002 in de kast van de NOB; - 1m reserve voorzien om aangesloten te worden in de meterkast. De DNB brengt de bekabeling in de meterkast en sluit deze vervolgens aan in de facturatiemeting. Na de aansluiting wordt de kast van de NOB gesloten en verzegeld. De meting van de spanning gebeurt vlak achter de hoofdvermogenschakelaar van de LS-installatie en wordt voorzien door de installateur. Indien er spanningstransformatoren nodig zijn is een nauwkeurigheid klasse 1 met een vermogen van 10VA voldoende. 3.4 Asymetriebewaking De meting van de nulstroom voor het beveiligingsrelais om te waken over de symmetrische verdeling van de opgewekte energie gebeurt op een TI onder de vorm van een torus die rond de nulleider wordt aangebracht. De stroom meetkring van deze TI wordt verbonden met het beveiligingsrelais. Bij de programmatie van het relais moet worden opgenomen dat er een melding verschijnt als de nulstroom 0A wordt omdat dit niet mogelijk is in normale toestand. Zo kan nagegaan worden als deze beveiliging onderbroken wordt als het geheel in dienst is. 6 12 TSC LS_CK02 07/2012

4 Krachtinstallatie 4.1 Hoofdvermogenschakelaar Achter de meting wordt de hoofdvermogenschakelaar van de LS-installatie geplaatst. Deze moet geschikt zijn als veiligheidsonderbreking volgens het AREI art. 235 voor een zichtbare en vergrendelbare onderbreking van de decentrale productie bij werken op het LS-distributienet. De hoofdvermogenschakelaar bevindt zich in hetzelfde lokaal als de meting en de kabelafstand tussen meting en vermogenschakelaar mag maximum 3m bedragen. Vervolgens gebeurt de verdeling naar de verschillende LS-feeders. 4.2 Ontkoppelvermogenschakelaar De ontkoppeling van de decentrale productie gebeurt door een vermogenschakelaar met een MSS. Een hoger liggende vermogenschakelaar wordt uitgerust met een vertraagde MSS en doet dienst als back-up ontkoppelvermogenschakelaar. De ontkoppelvermogenschakelaar met MSS mag bij decentrale productie met een vermogen 56kVA vervangen worden door een contactor. Dit op voorwaarde dat deze geen veiligheidsfunctie heeft. 4.3 Afnamebeperking Indien het afneembaar vermogen beperkt dient te worden, doet de hoofdvermogenschakelaar van de LS-installatie dienst als ontkoppelvermogenschakelaar bij afnamebeperking. Deze wordt dan uitgerust met een vertraagde MSS. 4.4 Schematische voorstelling Onderstaand schema geeft een overzicht van de krachtinstallatie. Figuur 1: Krachtinstallatie richtingsgevoelige beveiliging van een installatie voor decentrale productie van klantinstallaties op het LSdistributienet 7 12 TSC LS_CK02 07/2012

5 Werking 5.1 Netontkoppelbeveiliging Bij het aanspreken van de uitschakelvoorwaarden opgelegd door C10-11 moet de uitschakelkring de ontkoppelvermogenschakelaar openen en de volledige decentrale productie ontkoppelen van het net. Het contact ( Trip 1 ) dat deze beveiligingsfuncties bundelt wordt in serie geplaatst met het Watchdog contact van het beveiligingsrelais. Het verbreken van één van deze contacten zet de MSS van de ontkoppelvermogenschakelaar spanningsloos en ontkoppelt zo de decentrale productie. 5.2 Back-up beveiliging Indien de ontkoppelvermogenschakelaar van de decentrale productie niet uitschakelt moet na een tijd van 0.3 sec een hoger liggende back-up vermogenschakelaar worden uitgeschakeld. Dit is enkel van toepassing voor het aanspreken van de injectiebeperking en de ontkoppelbeveiliging (volgens C10/11). Bij afnamebeperking heeft de hoofdvermogenschakelaar geen back-up beveiliging. De back-up wordt met een vertraagde MSS gerealiseerd. Deze sequentie dient als back-up indien de eerstgenoemde vermogenschakelaar faalt. Het werkingsprincipe is als volgt: Als er binnen de opgelegde tijd geen terugmelding van de ontkoppelvermogenschakelaar heeft plaatsgevonden op een digitale ingang van het relais, zal het Trip 2 contact de vertraagde MSS spanningsloos zetten en de back-up vermogenschakelaar uitschakelen. 5.3 Injectiebeperking Er moet een contact aanwezig zijn als melding indien het injectievermogen de ingestelde maximum waarde overschrijdt. Dit contact is vrij te gebruiken door de klant om maatregelen te treffen bij een te hoog injectievermogen. Een maatregel kan zijn het eigen verbruik te verhogen door extra belasting in te schakelen. De overmaat aan vermogen wordt dan lokaal geconsumeerd en niet meer geïnjecteerd in het net. Een 2 de mogelijkheid is het injectievermogen te verminderen door een gedeelte van de decentrale productie uit te schakelen. In het geval dat er na een tijd van 10 sec nog steeds een teveel aan vermogen wordt geïnjecteerd moet het Trip 1 contact gebruikt worden om de decentrale productie uit te schakelen met behulp van de ontkoppelvermogenschakelaar in de NOK. 5.4 Afnamebeperking Er moet een contact aanwezig zijn als melding indien het afgenomen vermogen de ingestelde maximum waarde overschrijdt. Dit contact is vrij te gebruiken door de klant om belasting uit te schakelen. In het geval dat er na een tijd van 10 sec nog steeds een teveel aan vermogen wordt afgenomen moet het Trip 3 contact de vertraagde MSS van de hoofdvermogenschakelaar onderbreken en de volledige installatie uitschakelen. 8 12 TSC LS_CK02 07/2012

5.5 Automatische Wederinschakeling Automatische wederinschakeling is enkel toegelaten bij PV installaties. De vrijgave van de automatische wederinschakeling gebeurt automatisch indien de ontkoppeling het resultaat is van de uitschakelvoorwaarden opgelegd door C10-11. De automatische wederinschakeling moet handmatig worden vrijgegeven indien de ontkoppeling heeft plaatsgevonden omwille van onbalans en overschrijding van het injectie- of afnamevermogen. Het aantal automatische wederinschakelingen moet ook worden bijgehouden door het relais. Indien er binnen een tijdsperiode van 1u meer dan 5 wederinschakelingen zijn gebeurd moet de uitschakelkring onderbroken blijven zodat er geen automatische wederinschakeling meer mogelijk is. De vrijgave voor automatische wederinschakeling moet dan handmatig gebeuren. 5.6 Minimumspanningsspoel De (directe) MSS wordt gebruikt voor de ontkoppelvermogenschakelaar. Bij het wegvallen van de spanning zal de MSS de ontkoppelvermogenschakelaar aanspreken en de decentrale productie ontkoppelen. Dit kan beschouwd worden als een extra beveiliging bij weigering van het beveiligingsrelais Indien er zich een spanningsdip voordoet bestaat de kans dat de ontkoppeling eerder gebeurt door de MSS als door het beveiligingsrelais, afhankelijk van het gebruikte merk en type. 5.7 Vertraagde minimumspanningsspoel De vertraagde minimumspanningsspoel wordt gebruikt voor de back-up vermogenschakelaar en de vermogenschakelaar voor afnamebeperking. De vertraging van de MSS wordt ingesteld op een tijd die voldoende is om geen invloed te ondervinden van overgangsverschijnselen zoals spanningsdips omwille van een kortsluiting. Men mag de MSS vertragen tot 3s. 5.8 Hulpspanning Het gebruik van een UPS voeding is belangrijk voor de werking van het beveiligingsrelais. Zo kan er na een uitschakeling nog steeds een uitlezing gebeuren om de oorzaak van ontkoppeling op te sporen. Het gebruik van een UPS zorgt tevens voor een stabiele voedingsspanning van het relais. De UPS bevindt zich buiten de kast van de NOB. Het vermogen moet minstens voldoende zijn om het relais een uur lang te voeden. 9 12 TSC LS_CK02 07/2012

6 Stuurkring Bij het opstellen van de stuurschema s voor de richtingsgevoelige beveiliging moet met de volgende uitgangspunten rekening gehouden worden. De schematische voorstelling van de stuurkring is toegevoegd in Bijlage 1. 6.1 Meting - De meetkring van de spanning is voorzien van testklemmen in het klantencompartiment. 6.2 Waarschuwing - Er wordt een contact ter beschikking gesteld als waarschuwing bij overschrijding van de 100% toegelaten vermogen in de ingestelde richting. 6.3 Uitschakelkring - De uitschakeling bestaat uit contacten die in normale bedrijfssituatie gesloten zijn en openen als er zich een fouttoestand voordoet. - De uitschakelkring bevat minstens volgende componenten: o Een tripcontact van het beveiligingsrelais ( Trip 1 ); o Het watchdog contact van het beveiligingsrelais; o Een testknop op de kast van de NOB. - De uitschakelkring is voorzien van testklemmen voor het tripcontact en achter het watchdog contact. Deze bevinden zich in de NOK. - De uitschakeling van de vermogenschakelaar van de ontkoppelbeveiliging gebeurt door het onderbreken van een MSS die constant onder spanning staat. - De uitschakelkring van de MSS wordt gevoed door een automaat achter de hoofdvermogenschakelaar van de LS-installatie. Hierdoor is de uitschakeling van de DP verzekerd als de hoofdvermogenschakelaar uitschakelt. - De uitschakelkring dient ook uitgerust te worden met bijkomende contacten, opgelegd door het AREI of geëist door lokale instanties zoals brandweer. Deze kunnen bestaan uit een sleutelschakelaar ter beveiliging tegen onterecht inschakelen bij werken en een noodstop. 6.4 Back-up - De uitschakeling van de back-up vermogenschakelaar van de ontkoppelbeveiliging gebeurt door het onderbreken van een vertraagde MSS die constant onder spanning staat. - De uitschakelkring van de MSS wordt gevoed door een automaat achter de hoofdvermogenschakelaar van de LS-installatie. Hierdoor is de uitschakeling van de DP verzekerd als de hoofdvermogenschakelaar uitschakelt. - De onderbreking gebeurt met een 2de tripcontact ( Trip 2 ) van het beveiligingsrelais. De werking wordt toegelicht in paragraaf 5.2. 10 12 TSC LS_CK02 07/2012

7 Testen van de installatie 7.1 Controle voor indienstname Het volledige uitschakelcircuit dient getest te worden evenals de back-up. Dit houdt in dat de volledige installatie even spanningsloos wordt gezet voor de indienstname. De installateur legt een testsequentie voor die is afgestemd op de sturing die hij heeft voorzien voor de betrokken installatie. De testen gebeuren samen met een afgevaardigde van de DNB en een keuringsorganisme, onder verantwoordelijkheid van de installateur. Het relais wordt tijdens het testen verzegeld met een pincode welke vervolgens aan de binnenzijde van de kast van de NOB wordt genoteerd. De testprocedure wordt samen met de schema s op voorhand ter inzage overgemaakt aan de DNB. Deze controle/keuring vindt plaats na de AREI keuring die nodig is voor de groenestroomcertificaten. De goedkeuring van de schema s en de inzage in de testprocedure worden zo snel mogelijk aan de DNB aangevraagd/overgemaakt. Enkel na goedkeuring van dit dossier is de installateur in staat zijn materialen te bestellen en zijn NOB kast en NOK samen te stellen. In het volledige uitvoeringstraject van deze installatie houdt hij rekening met deze doorlooptijden. Infrax engageert zich om elk dossier binnen een tijdspanne van 1 week te bestuderen en haar advies/opmerkingen te formuleren. 7.2 Periodieke controle Om de 5 jaar wordt het volledige uitschakelcircuit gecontroleerd door Infrax met een live test. Dit wil zeggen dat gedurende een korte tijd de decentrale productie wordt uitgeschakeld. Eveneens wordt de verzegelde stand van het beveiligingsbord gecontroleerd. De test gebeurt onaangekondigd om eventuele fraude na te gaan. 11 12 TSC LS_CK02 07/2012

8 Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. LS-installatie met richtingsgevoelige beveiliging voor decentrale productie met aansluiting op het laagspanningsnet Situatieplan van een installatie met richtingsgevoelige beveiliging voor decentrale productie met aansluiting op het laagspanningsnet. Aansluitwijze stroomkringen op klemmenblok TVS14-0002 12 12 TSC LS_CK02 07/2012

Bijlage 1: LS-installatie met richtingsgevoelige beveiliging voor decentrale productie met aansluiting op het laagspanningsnet Bijlage 1 TSC LS_CK02 07/2012

Bijlage 2: Situatieplan van een installatie met richtingsgevoelige beveiliging voor decentrale productie met aansluiting op het laagspanningsnet Bijlage 2 TSC LS_CK02 07/2012

Bijlage 3: Aansluitwijze stroomkringen op klemmenblok TVS 14-0002 Meterkast NOB Facturatiemeting Relais TVS-14 TVS-14 1A I1A I1B I1C 5A I2A I2B I2C 9A I3A I3B I3C 13A 1A I1A I1B I1C 5A I2A I2B I2C 9A I3A I3B I3C 13A 1A I1A I1B I1C 5A I2A I2B I2C 9A I3A I3B I3C 13A 1A I1A I1B I1C 5A I2A I2B I2C 9A I3A I3B I3C 13A U I L1 L2 L3 N Bijlage 3 TSC LS_CK02 07/2012