BARBOTAGE SCHOUDER FRANCISCUS GASTHUIS
Afspraak Mevrouw/meneer Dag Datum Tijdstip U kunt zich melden bij de Röntgenafdeling op de eerste verdieping, bij balie 105. Denkt u eraan uw gegevens ieder kalenderjaar voor uw eerste bezoek aan de polikliniek te laten controleren bij het Inschrijfbureau in de Centrale Hal. Dit moet ook wanneer uw gegevens niet zijn veranderd ten opzichte van het vorige kalenderjaar. Uw actuele gegevens zijn daarna beschikbaar bij alle poliklinieken en afdelingen van ons ziekenhuis.
Röntgenafdeling Op de Röntgenafdeling worden verschillende onderzoeken verricht met behulp van röntgenstralen (röntgenfoto), ultrageluidsgolven (echografie) of magnetische velden (MRI). De afdeling bevindt zich op de eerste verdieping van Franciscus Gasthuis. U kunt zich melden bij de receptie van ons Diagnostisch Centrum en Röntgenafdeling, balie 105, in de grote polikliniekhal, op de eerste verdieping. Indien u opgenomen bent, zal de verpleging u naar de afdeling brengen en u aanmelden. De door uw behandelend specialist gestelde vraag verwachten wij met een barbotage van de schouder te kunnen beantwoorden. In deze folder wordt verteld hoe het onderzoek in zijn werk gaat. Wilt u om enige reden het onderzoek weigeren? Geeft dit dan tijdig aan bij uw behandelend arts en de Röntgenafdeling. Wat is een barbotage van de schouder? Tijdens deze behandeling wordt met behulp van echografie (*) een verkalking in uw schoudergewricht aangeprikt (punctie), verbrokkeld en weggespoeld. Tegelijkertijd wordt een mengsel van medicijnen in de schouder gespoten, waardoor uw lichaam de verkalking zelf kan opruimen. (*) Bij een echografie maakt men gebruik van niet hoorbare geluidsgolven. Met een apparaatje (transducer), dat die geluidsgolven uitzendt en weer opvangt, wordt het lichaam afgetast. Deze signalen worden omgezet in beelden die zichtbaar zijn op een monitor. De radioloog beoordeelt de beelden. Er worden geen röntgenstralen gebruikt. Het onderzoek is, voor zover bekend, niet schadelijk voor de gezondheid.
Voorbereiding Als u bloed verdunnende medicijnen gebruikt, bijvoorbeeld Marcoumar of Sintrom, kan het zijn dat u tijdelijk moet stoppen met deze middelen. U hoort dit tijdig van uw behandelend arts. Zorg dat uw behandelend arts voorafgaand aan het onderzoek een overzicht heeft van uw actuele medicatie. In verband met het aan- en uitkleden adviseren wij u gemakkelijke kleding aan te doen en vooral geen sieraden te dragen. Dit laatste met het oog op mogelijk verlies. Onderzoek Nadat u zich bij de balie heeft gemeld, neemt u plaats in de wachtruimte. Indien u opgenomen bent, brengt de verpleging u naar de wachtruimte. De laborant(e) neemt u vervolgens mee naar de onderzoeksruimte. Tijdens het onderzoek ligt u op een onderzoekstafel. De radioloog brengt gel aan op de huid. Dit kan wat koud aanvoelen. De gel verhindert dat er lucht komt tussen de huid en de transducer, hetgeen noodzakelijk is om goede echografiebeelden te krijgen. De schouder wordt ontsmet met alcohol en plaatselijk verdoofd met een spuitje. Dit kan even pijnlijk zijn. Na enkele minuten is de huid verdoofd. De radioloog brengt een naald in waarmee de kalk in de schouder wordt aangeprikt en verbrokkeld. Daarna wordt er zoveel mogelijk kalk weggespoeld uit de schouder. Hierna wordt een mengsel van medicijnen en verdoving ingespoten. Het is de bedoeling dat het lichaam hierdoor in staat is om de verkalkingen op te ruimen, zodat er geen nieuwe verkalkingen ontstaan. Na afloop van de behandeling krijgt u een pleister op de plaats van de punctie. Het onderzoek neemt ongeveer dertig minuten in beslag.
Naar huis Na het onderzoek kunt u naar huis. Wij raden u aan om met het openbaar vervoer te komen. Indien u toch van plan bent met de auto te komen, raden wij u aan om iemand mee te nemen die u na het onderzoek met uw auto kan terugbrengen. Autorijden is de rest van de dag (na de behandeling) namelijk niet toegestaan. Complicaties De pijnklachten kunnen de eerste dagen na de behandeling toenemen. Meestal nemen de klachten na vijf tot zeven dagen geleidelijk af. Om de pijnklachten te verminderen, mag u een pijnstiller innemen. Meestal treedt tijdens het herstel na ongeveer tien weken een korte toename van de klachten op. Dit kan enkele dagen duren. Na ongeveer 16 weken is een eindtoestand bereikt. Als u na deze periode nog restklachten houdt, is het mogelijk de schouder nogmaals te behandelen. Er wordt dan uitsluitend verdoving ingespoten. U dient in dit geval opnieuw een verwijzing te vragen bij uw huisarts of specialist. Soms komt het voor dat de behandeling helemaal niet heeft geholpen. Dit is ongeveer bij een kwart (25%) van de patiënten het geval. Een tweede behandeling heeft dan in het algemeen geen zin. Nazorg De eerste week na de behandeling mag u de behandelende schouder niet zwaar belasten. U mag bijvoorbeeld niet zwaar tillen, stofzuigen of boven uw macht werken. Ook mag u gedurende één week geen schouder belastende sporten beoefenen. Mocht u op dit moment voor uw schouder onder behandeling zijn van een fysiotherapeut, dan moet de behandeling gedurende één week worden onderbroken. Het is wel belangrijk de schouder onbelast te oefenen, zodat het ingespoten medicijn zich goed in het weefsel verspreidt.
Bericht van verhindering Het is belangrijk dat u op tijd aanwezig bent. Indien u op het afgesproken tijdstip verhinderd bent, laat ons dat dan zo snel mogelijk weten. Graag twee dagen voor het onderzoek. Vragen Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, dan kunt u van maandag tot en met vrijdag telefonisch contact opnemen met de Röntgenafdeling via telefoonnummer 010 461 7100. Juni 2016 1125