Resultaten kolonievogels in Zuid-holland noord Hoe is het met de kolonievogels in Zuid-holland gegaan? Nemen de soorten toe of af? Hoe is dat het afgelopen seizoen vergaan? En hoe ontwikkelen de aantallen zich vanaf 2003 in onze provincie, of district 9. Ik heb de resultaten voor jullie eens op een rij gezet en hoop dit in de vorm van een kort verslag jaarlijks te herhalen als stimulans voor al jullie telwerk. Van de meeste soorten verzamelen we met zijn allen een compleet beeld of een steekproef die groot genoeg is om van jaar tot jaar te vergelijken. Van deze soorten voeg ik een grafiek toe. In deze grafiek worden de volgende gegevens samengevat: (1) het getelde aantal per jaar (oranje balken, linker Y-as) met een trendlijn en (2) de jaarlijkste verandering tussen kolonies die in beide jaren zijn geteld (blauwe lijn, rechter Y-as, procentuele verandering waarbij 100% overeenkomt met een gelijk blijvend aantal). Aalscholver Alle aalscholverkolonies uit ons district worden jaarlijks geteld. De aantallen nemen nog steeds toe, met gemiddeld 52 nesten per jaar. Vanaf 2003 zet de groei zich eigenlijk continue door, met alleen een kleine terugval in de jaren 2007, vooral 2008 en 2011. In 2015 is de groei beperkt tot 1%, na een zeer succesvol 2014. De aantallen komen overeen met ongeveer 10% van de nederlandse populatie. De grootste kolonies liggen verspreidt door het district met in 2015 in Meijendel (kavel 1: 348 en 242 nesten), Nieuwkoopse plassen (293 nesten) en Ackerdijkse plassen (252 nesten). De grootste kolonies van Nederland liggen echter niet in ons district.
Blauwe Reiger In totaal worden 95 kolonies uit het district jaarlijks bijgehouden! Deze kolonies vertoonden bij elkaar bijna 2000 nesten tot en met 2008. Daarna volgde een periode van vijf normale tot koude winters, welke het surplus uit de populatie de das om heeft gedaan en de aantallen terugbrent tot ongeveer 1250 nesten. Zowel uit de getelde aantallen, maar nog beter uit de blauwe lijn, die het verschil tussen jaren aangeeft, valt op te maken dat de aantallen stabiel zijn van 2003-2008; van 2008 tot en met 2013 alleen maar zijn afgenomen en daarna zet de groei in, met een plus van +11% en +7% in 2014 en 2015. Grote kolonies met meer dan honderd nesten bevinden zich in 2015 in het Zuiderpark van Den Haag (110 nesten) en Groot Ammers (139 nesten). Ander grote kolonies (>100 nesten) uit het verleden liggen in Rijswijk, Nieuwkoop, Reeuwijkse plassen en Loetbos. Deze zijn inmiddels allemaal gehalveerd. Purperreiger De Purperreiger blijft maar toenemen in ons district, met maar hele kleine dipjes. Wel echter in 2015 Alle kolonies worden jaarlijks geteld, met de grootste aantallen in Zouweboezem (157 in 2015) en Kinderdijk (137 in 2015). De kolonie van Nieuwkoop neemt al een aantal jaren af en is dit jaar voor het eerst onder de 100 gekomen (98 nesten), of schuift alles op naar Zegveld?
Lepelaar De Lepelaar is een nieuwkomer in ons district sinds 2008 (De Pot in het Noorden) en vanaf 2010 zijn de aantallen redelijk stabiel rond de 50 nesten in vijf kolonies; Park Cronesteyn sinds 2012 in 2015 3 paar; Geerplas, Langeraar ook sinds 2012 en in 2015 5 paar; De Pot in het Noorden nu 38 paar (-11 nesten); heempark Delft sinds 2013 en in 2015 2 paar en tot slot Zevenhuisezplas sinds 2011 en nu 1 paar. De nederlandse populatie is inmiddels bijna 3000 paar groot, zuidholland kan daarom in de toekomst nog wel verder groeien. Kokmeeuw Kokmeeuw is blijkbaar geen geliefde soort onder de tellers, wat duidelijk uit het totaal aantal nesten naar voren komt. Dit geldt trouwens voor alle meeuwen, inclusief de Zwartkopmeeuw!? Al jaren huist de grootste kolonie Kokmeeuwen in Nieuwkoop (~4500 paar), maar deze kolonie wordt al een aantal jaren niet meer geteld. Andere grote aantallen bevinden zich in de Reeuwijkse plassen (totaal 1400), Benthuizerplas (500) en mogelijk nog in de Starrevaart, al lijkt deze laatste kolonie sterk afgenomen te zijn. Of de afname van de nederlandse populatie ook in zuidholland tot staan is gebracht valt moeilijk te zeggen. Hopelijk willen tellers in Nieuwkoop en Starrevaart de handen in een slaan?
Visdief Jaarlijks worden er ongeveer 500 Visdieven in ons district doorgegeven. De aantallen schommelen behoorlijk van jaar tot jaar (± 20%). In de database bevinden zich heel veel kleine kolonies, die vaak ook maar een paar jaar bezet zijn. Aantallen van betekenis komen uitsluitend voor in Flora Holland (op 2 locaties ruim 100 paar); de Reeuwijkse plassen worden ook steeds minder aantrekkelijk sinds de meeste broedeilanden zijn weggespoeld. Maar deze pionieer soort kan plots met tientallen tergelijkertijd opduiken (Ter Aar, Alphen aan de Rijn en Duifpolder). Zwarte Stern Mooie aantallen Zwarte Sterns zijn tegenwoordig weer in het veenweide landschap te vinden. Sinds 2010 een vrijwel stabiele populatie van bijn 350 paar. Onder de bezielende leiding van Jan van der Winden worden alle slooten in het laagveen afgespeurd door vele vrijwilligers, met voor 2015 de volgende totalen per gebied: Krimpenerwaard (165); Reeuwijk-Bodegraven (55); Aarlanderveen (14); Nieuwkoop (48); Kinderdijk (39) en Zouwe Boezem (19). De Krimpenerwaard zorgt voor de grootste toename. Op een nederlandse populatie van ongeveer 1500 broedpaar, maken de aantallen in zuidholland bijna 1/3 deel uit.
Oeverzwaluw Oeverzwaluwen namen toe in de eerste decade van deze eeuw, maar stabiliseren sinds 2011 rond de 500 nesten. Het gaat om een handvol kolonies (27) uit de laatste jaren, welke om wel bekende redenen kunnen opkomen en weer verdwijnen. Het is maar de vraag of alle kolonies jaarlijks worden genoteerd. Voorbeelden van plotselinge opkomst en ondergang in zandhope langs de Noordelijke dwarsweg, hoek A12 (210 nesten in 2012) of Pontwaard Lek bij Vianen (139 in 2015). Slechts op een paar locaties komt de Oeverzwaluw jaarlijks terug, waaronder Olof Palmelaan, Natuurstrook Elfenbaan te Hazerswoude, Rietveldsepad te Alphen aan de Rijn, Pijnacker zuid, Zevenhuiserplas (nu verlaten) en Achthoven. Huiszwaluw Huiszwaluwen worden niet in de hele provincie geteld. Vlakdekkende gebieden liggen vooral in het westen, noorden en noordoosten. Midden en zuid is behoorlijk ondervertegenwoordigd. Overigens is het ook niet de bedoeling van SOVON om alle locaties jaarlijks te volgen. Dat zijn te veel locaties. Uit de reeksen in de database blijkt vooral dat locaties al vele jaren achter elkaar geteld worden. Uit de vergelijking tussen jaren blijkt dat de Huiszwaluw jaarlijs toeneemt met 5%. Het afgelopen jaar was met +5% daarmee een keurig gemiddeld jaar. Inmiddels worden in totaal 2500 nesten gevolgd.
Roek Een totaal van 500 nesten op 28 kolonies, waarvan 6 niet zijn geteld in 2015, vormen het aantal Roeken binnen de districtsgrenzen slechts een kleine bijdrage aan de landelijke populatie van 48.000 52.000 nesten. Over de periode 2003-2015 groeit het aantal met +4% per jaar, al schommelen de aantallen de laatste 3-4 jaar wel meer dan voorheen.