De Sprookjesverteller
Eerste druk, juni 2010 2010 Robert Corel Illustraties: Emiel Schaap isbn: 978-90-484-1253-2 nur: 277 Uitgever: Free Musketeers, Zoetermeer www.freemusketeers.nl Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de directe of indirecte gevolgen hiervan. Niets uit deze uitgave mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, waaronder begrepen het reproduceren door middel van druk, offset, fotokopie of microfilm of in enige digitale, elektronische, optische of andere vorm of (en dit geldt zonodig in aanvulling op het auteursrecht) het reproduceren (i) ten behoeve van een onderneming, organisatie of instelling of (ii) voor eigen oefening, studie of gebruik welk(e) niet strikt privé van aard is.
Robert Corel
Inhoudsopgave Vermiljoen 7 De Zeven Heerlykheden 15 Heen en Weer 23 Rosalie is niet thuis! 29 De Bruggeman 35 Pimpampoentje 41 De Eeuwige Reiziger 45 De Cascade van Hellegouw 51 Karmijntje en de Tovervedel 57 De Goudgraaf of de Vergulde Metselaar 65 De Gele Roos 71 Voddepor 76
Vermiljoen In een land waar de beekjes stroomden alsof ze geen enkele haast kenden en de bomen ruisten alsof ze speelden met de wind, daar woonde zij, Vermiljoen. Vermiljoen was een meisje, een bijzonder meisje. Vermiljoen was een meisje met zulk rood haar, dat men haar de naam gaf waar ze nu zo trots op was. Tenslotte kende niemand een ander meisje met zo een naam. Vermiljoen was iedere dag te vinden bij de beekjes, waar ze zingend de ruisende bomen tekende en wat lekkere zaden meebracht voor de vogels. Op een dag kwam haar vader haar onverwacht halen. Vader, waarom bent u hier? Is er iets? Luister, lief kind. De Groothertog heeft gevraagd alle meisjes in het land naar het hof te sturen. De Prins van het Grote Keizerrijk zoekt een bruid. Morgenochtend moet je klaar zijn voor vertrek. Vermiljoen keek verschrikt naar haar vader. Maar toen ze de verdrietige blik in zijn ogen zag en wist dat hij haar niet wilde laten gaan, pakte ze haar vaders hand vast en zei: Maakt u zich geen zorgen, ik kom gauw weer thuis. De volgende ochtend vertrok Vermiljoen samen met de andere meisjes van het boerenland. Onderweg vroeg een meisje aan Vermiljoen hoe zij toch aan dat mooie, rode haar kwam. 7
Zo ben ik geboren. Ik heb er niets voor gedaan, antwoordde ze. Als ik net zulk mooi haar als jij zou hebben, dan zou de Prins vast met me willen trouwen. Van mij mag het, ik ga liever terug naar mijn ouders en iedere dag de vogels weer voeren bij het beekje. Terwijl de kar zich voortspoedde door het bos, probeerden de twee meisjes te bedenken hoe ze het haar rood zouden kunnen kleuren. Ik heb wel een idee! zei plots de man die op de bok zat en de kar bestuurde. Ze stopten langs de weg en de man vroeg aan Vermiljoen of hij een haar mocht uittrekken. Vermiljoen knikte en voor ze het wist had hij er een in zijn handen. De andere meisjes keken vol verbazing toe. Hij nam de haar en vermengde deze met wat grond die langs de kant van de weg te vinden was. Hij voegde nog wat helder water uit een beekje toe en maalde alles in een kommetje. Onvoorstelbaar, het goedje veranderde in rode verf! De man pakte een kwastje en smeerde het haar van het meisje in. Niet veel later had zij hetzelfde mooie, rode haar als Vermiljoen! De andere meisjes werden jaloers, ze wilden ook een Prinsessenbruid worden. En zo gebeurde het dat de man uiteindelijk de reis vervolgde met een kar vol roodharige meisjes. Bij het Hof aangekomen, wisten zij niet wat ze zagen! Honderden 8
meisjes stonden daar zenuwachtig te popelen om zich aan de Prins te presenteren. De een was nog mooier uitgedost dan de ander. Behalve de meisjes van het boerenland, wat zagen ze er armoedig uit! Geen mooie, glinsterende jurken, gelakte schoentjes en verzorgde nagels! Welnee, maar ze hadden wel allen rood haar. Het scheelt, zo kun je ze tenminste van veraf zien aankomen. Het lijken wel vuurtorens! klonk het uit de menigte. En alle stadsmeisjes moesten zo hard lachen, dat de boerenmeisjes nóg roder kleurden van schaamte. Vermiljoen had spijt van dit alles. Wist zij veel, ze had zich nooit druk gemaakt over haar rode haar. Tenslotte vond men het thuis dat het prachtig was. Maar dat was hier niet het geval. Het was wel duidelijk dat geen van hen een kans zou maken als Prinsessenbruid. Zij zelf dus ook niet, maar dat vond ze allesbehalve erg. Inmiddels was t nacht geworden. Het was een lange, vermoeiende dag geweest voor de Prins. Hij was naar het Groothertogdom gekomen om een bruid te vinden, maar tot nu toe waren het alleen verwaande meisjes zonder enige flair. Een Prinses die later Keizerin wordt, moet iedereen betoveren met haar schoonheid en charme, zo dacht hij. Groothertog, zei de Prins, als ik morgen geen bruid kan vinden in uw land, dan zal ik verder moeten reizen. Misschien kan ik ergens anders wél een geschikte bruid vinden. De Groothertog schrok! Dit zou zijn eigen reputatie en deze 9
van zijn land schaden. Hij moest vóór de dageraad een meisje vinden met wie de Prins zou willen trouwen. Met deze opdracht ging hij met zijn mannen op zoek. Vermiljoen en de andere meisjes van het boerenland moesten de nacht doorbrengen in een vrijgemaakte stal. Terwijl zij zich in het stro installeerden, werd in een ander onderkomen een lelijk plan bedacht. De stadse krengen zouden deze boerendochters wel eventjes laten merken dat ze geen Prinselijke kans maakten! De volgende ochtend verzamelden Vermiljoen en de andere boerenmeisjes zich om de waterpomp, elk met een eigen emmertje om te vullen. Er heerste een uitgelaten sfeer. Vandaag werden zij aan de Prins voorgesteld! Misschien woon ik straks wel in het Paleis en hoef ik nooit meer een stal van binnen te zien! zei er één. Maar Vermiljoen verlangde hevig terug naar het boerenland waar zij zich zo thuis voelde. Met de volle emmertjes keerden zij naar de stal terug om zich te wassen. Maar wat was dit toch! Tot hun grote schrik werden ze niet schoner van het water, maar zagen bruin en stonken als naar vers gemest land! De stadse meiden rolden over de grond van de pret! Ha! zei er één, om jullie een beetje thuis te laten voelen! Kijk nou, een stapel Roodbontjes in de stal! zei een ander. Op dat moment toog de Groothertog gefrustreerd langs de stal. Hij had die nacht geen enkel geschikt meisje kunnen vinden. Ik geef het op verzuchtte hij de Keizer zal mij het land wel afnemen en degraderen tot bode. 10