Binnenkort komt u naar het MCL voor een schildklieroperatie. Uw chirurg heeft met u besproken waarom deze operatie nodig is. Deze brochure geeft een overzicht van de schildklieraandoeningen, waarvoor een operatie nodig is. Het is goed u te realiseren dat voor iedere persoon de situatie net weer iets anders kan liggen. U kunt lezen hoe de praktische gang van zaken rondom de operatie is. Als u na het lezen van de brochure nog vragen heeft, neem dan contact op met de polikliniek chirurgie. De schildklier De schildklier is een vlindervormig orgaan dat in de hals op de luchtpijp ligt. De schildklier produceert hormonen die belangrijk zijn voor het regelen van de stofwisseling. Voor de productie van die hormonen is de schildklier voornamelijk afhankelijk van een voldoende aanbod van jodium in het lichaam. In de buurt van de schildklier liggen de stembandzenuwen. Deze zorgen ervoor dat de stembanden kunnen bewegen. Er is een kleine kans dat de zenuw tijdens de operatie wordt beschadigd. Daarom kan het zijn dat de K.N.O.-arts vóór de operatie het functioneren van uw stembanden controleert. - 1 - MCL Patiënteninformatie
Direct tegen de schildklier aan, aan de achterzijde, liggen vier bijschildkliertjes. Twee aan de linkerkant en twee aan de rechterkant. De bijschildklieren zijn van belang voor de kalkhuishouding. Waarom opereren? Het kan om verschillende redenen nodig zijn dat u aan uw schildklier wordt geopereerd. Kort samengevat: De schildklier werkt te hard. Als dat niet met medicijnen in de hand is te houden kan een operatie nodig zijn. Er zit een knobbel in de schildklier. Die knobbel kan de oorzaak zijn dat de schildklier te hard werkt, maar het kan ook een kwaadaardig gezwel zijn. De schildklier kan vele knobbels bevatten en zo groot worden dat u last krijgt met ademhalen en slikken. De knobbels kunnen ook een cosmetisch probleem zijn. Afhankelijk van de reden van uw operatie, kan het nodig zijn de schildklier geheel of gedeeltelijk te verwijderen. Soorten operaties We onderscheiden drie soorten operaties: Totale thyreoïdectomie (schildklierverwijdering) De schildklier wordt in zijn geheel verwijderd, bijvoorbeeld bij de meeste vormen van schildklierkanker. Subtotale thyreoïdectomie Beide helften van de schildklier worden grotendeels verwijderd, bijvoorbeeld bij een te hard werkende of een te grote schildklier. Hemithyreoïdectomie (halve schildklierverwijdering) Eén helft van de schildklier wordt verwijderd. Bijvoorbeeld indien zich in die helft van de schildklier een knobbel bevindt, waarvan onduidelijk is of die goedaardig of kwaadaardig is. - 2 - MCL Patiënteninformatie
Complicaties Iedere ingreep kan complicaties geven. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico s op complicaties na een operatie, zoals trombose, longontsteking, een nabloeding of een wondinfectie. Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk. Hoe ingewikkelder de operatie, hoe groter de kans op beschadigingen vlakbij de schildklier. De twee belangrijkste complicaties zijn beschadiging van de stembandzenuw (waardoor heesheid optreedt) en beschadiging van de bijschildklieren (waardoor u last krijgt van een te laag kalkgehalte in het bloed). Beschadiging van de stembandzenuw Er kan heesheid optreden, maar dit gaat na de operatie vaak vanzelf weer over. Een beschadiging van een stembandzenuw met blijvende heesheid komt zelden voor. Wanneer een stemband na de operatie niet meer goed werkt, kunt u met behulp van een logopediste weer goed leren praten. Hard spreken of roepen is dan echter niet meer mogelijk. Ook als de stembandzenuw niet wordt beschadigd kunnen er stemveranderingen ontstaan (zoals heesheid). Dit kan het gevolg zijn van beschadigingen van de halsspieren of van andere zenuwen. Tekort aan bijschildklierhormoon Het tekort aan bijschildklierhormoon ontstaat omdat er bij de operatie bijschildkliertjes zijn beschadigd of verwijderd. Dit merkt u aan tintelingen in de vingertoppen en in het ergste geval aan spierkrampen. Met kalktabletten en vitamine D-preparaten kan dit goed worden behandeld. Te veel of al het schildklierweefsel is weggehaald Als er te veel of al het schildklierweefsel is weggehaald, maakt de schildklier te weinig of geen hormoon meer aan. Als dat niet wordt behandeld, kunnen er verschillende klachten ontstaan (zoals vermoeidheid, traagheid, kouwelijkheid, obstipatie, droge huid, haaruitval, opzwellen van de oogleden en dikke tong). Deze klachten kunnen gemakkelijk worden behandeld door het innemen van schildklierhormoon (meestal een tablet per dag). - 3 - MCL Patiënteninformatie
Te weinig schildklier weggehaald Als er te weinig schildklierweefsel is weggehaald, dan blijft de schildklier te hard werken. Dit kan meestal goed worden behandeld met medicijnen of met een behandeling met radioactief jodium. Over het algemeen is de thyreoïdectomie dus een veilige operatie met weinig complicaties en een vlot herstel. Meestal hoeft u na de operatie geen medicijnen meer te gebruiken om de schildklierfunctie te regelen. Wel blijft u na de operatie poliklinisch onder controle om na te gaan of de schildklierfunctie goed blijft. Uiteraard is dat afhankelijk van de reden van uw operatie. In het geval van een kwaadaardig schildkliergezwel is veelal een nabehandeling met radioactief jodium nodig. Wanneer en hoe dit gaat gebeuren overleggen de chirurg en internist-oncoloog met u. Voorbereiding thuis Gebruikt u bloedverdunnende middelen? Stop hier dan mee ruim voor de operatie na overleg met uw behandelend arts. Neem de medicijnen die u thuis gebruikt mee naar het ziekenhuis, liefst in de originele verpakking. Opname Op de dag van opname wordt u verwacht bij de opnamebalie in de centrale hal. Vanaf hier begeleidt een vrijwilliger u naar de chirurgische afdeling. Soms gaat u, voor u naar de afdeling gaat, nog naar het laboratorium om bloed te laten prikken. Als u wordt opgenomen op de dag van de operatie moet u bij opname nuchter zijn. Dit betekent dat u vanaf een bepaald tijdstip niet meer mag eten, drinken en roken. De anesthesioloog geeft u hierover apart informatie. - 4 - MCL Patiënteninformatie
Na opname krijgt u van de verpleegkundige informatie over de operatie en de voorbereiding op de operatie. Soms heeft u deze informatie al gekregen tijdens het Chirurgisch Verpleegkundig Spreekuur. De (assistent-) chirurg komt langs om de operatie te bespreken en uw eventuele vragen te beantwoorden. Hij/zij doet een kort lichamelijk onderzoek. U krijgt de dagen na de operatie een injectie om trombose te voorkomen. Voor de operatie start u met pijnmedicatie en worden uw pols, temperatuur en bloeddruk gemeten. Voordat u naar de operatieafdeling gaat, krijgt u speciale operatiekleding aan. Wilt u voor de operatie uw sieraden afdoen, en eventueel uw gebitsprothese en uw gehoorapparaat verwijderen? Bent u erg slechthorend, overleg dan of u uw gehoorapparaat kunt inhouden. Vlak voor de operatie rijdt een verpleegkundige u in bed naar de operatieafdeling op de eerste verdieping. De verpleegkundige draagt u over aan het operatiepersoneel. De operatie In de operatiekamer zijn, behalve de chirurg, ook een anesthesioloog, operatieassistenten en anesthesiemedewerkers aanwezig. De operatie wordt gedaan onder volledige verdoving. Dit wordt narcose genoemd. De operatie duurt ongeveer tussen de anderhalf en drie uur, afhankelijk van wat er moet gebeuren en of u al eens eerder geopereerd bent. U ligt op uw rug op de operatietafel met het hoofd achterover. Aan het begin van de operatie krijgt u een infuus in de arm. Een infuus is een slangetje in uw arm waardoor u vocht krijgt. Mogelijk worden tijdens de operatie ook andere slangetjes aangebracht: Wonddrain: een slangetje in het operatiegebied waardoor wondvocht wordt afgevoerd. Dit is afhankelijk van het soort operatie en van het bloedverlies tijdens de operatie. Deze drain wordt meestal binnen 24 uur weer verwijderd. - 5 - MCL Patiënteninformatie
Urinekatheter: een slangetje naar uw blaas waardoor urine wordt afgevoerd. Met name bij operaties die langer dan 3 uur (kunnen) duren. Hiermee wordt voorkomen dat de blaas tijdens de narcose overrekt raakt. Het komt soms voor dat mensen daar na de operatie wat irritatie bij het plassen aan overhouden. Als dat binnen een paar dagen niet overgaat, kan het zinvol zijn om te onderzoeken of u blaasontsteking heeft door middel van een urinekweek. Zuurstofslangetje: een slangetje in uw neus om zuurstof toe te dienen. Er wordt een horizontale snede laag in de hals gemaakt, waarna de schildklier gemakkelijk geheel of gedeeltelijk kan worden verwijderd. Belangrijk daarbij is natuurlijk om de stembandzenuwen en de bijschildklieren te sparen. Na de operatie Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer, deze kamer heet de verkoever. Het operatieteam belt uw contactpersoon over het verloop van de operatie. Op de uitslaapkamer worden regelmatig uw bloeddruk en hartslag gecontroleerd. De hersteltijd op de uitslaapkamer varieert van een half uur tot twee uren. Daarna wordt u door de verpleegkundige naar de afdeling teruggebracht. Op de afdeling De pijn na de operatie valt over het algemeen erg mee en is te vergelijken met een lichte keelontsteking. De pijn kan wat vervelender zijn als er een wonddrain is geplaatst. Dit komt niet vaak voor. De wond geneest snel en meestal met een fraai litteken dat vaak na verloop van tijd nauwelijks meer te zien is. De (assistent-) chirurg komt elke dag visite lopen. Heeft u vragen dan kunt u deze tijdens de visite stellen. Naar huis De meeste patiënten gaan twee of drie dagen na de operatie naar huis. Uw normale werkzaamheden kunt u daarna snel hervatten. - 6 - MCL Patiënteninformatie
Voor een controlebezoek aan de polikliniek chirurgie krijgt u bij ontslag uit het ziekenhuis een afspraak mee. Op het kaartje staan datum en tijd, welk ziekenhuis, welke arts en het nummer van de polikliniek. In sommige gevallen bent u al op de hoogte van deze afspraak, omdat deze afspraak al aan u wordt doorgegeven bij de oproep voor de operatie. Soms laat de arts na de operatie uw stembandfunctie door de KNO-arts controleren. Als dat nodig is, wordt er voor u een afspraak gemaakt. Zo nodig wordt ook een controleafspraak gemaakt bij de internist. Uw huisarts krijgt bericht door middel van een ontslagbrief. Problemen Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts. Voor dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u contact opnemen met polikliniek chirurgie. Dit kan van maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 en 16.30 uur. Telefoonnummer 058-286 6070. Heeft u klachten na de operatie, zoals koorts of pijn, gaat de wond nabloeden of komt er pus uit, neem dan contact op met de polikliniek wondzorg. Dit kan van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 12.00 en van 13.00 tot 16.30. Telefoonnummer 058-286 6903. s Avonds, s nachts en in het weekend kunt u contact opnemen met Dokterswacht Friesland. www.mcl.nl Polikliniek chirurgie 058 286 60 70 Polikliniek wondzorg 058 286 69 03 MCL september 2015 Docnr. 29132 (1) - 7 - MCL Patiënteninformatie