150906 10.00 uur AA Kramer Orde van dienst Votum en groet Psalm 42: 1 (berijming 1774: t Hijgend hert, der jacht ontkomen.) Wet voor kinderen GK 131: 1, 4 Barmhartig Vader. Kinderen: Zeven werken van Barmhartigheid. Zingen: God kent je vanaf het begin. Doop Bij de doop: Psalm 105: 5 Lezen: Mattheus 25: 31-46 Preek Nieuw liedboek 1008 ( Rechter in het licht verheven.. ) Bevestiging Daan en Roland Bij de zegen: Nieuw Liedboek 416: 1, 2, 3 Ga met God Collecten Slotlied: Opw 331 Breng dank aan de Eeuwige. zegen
Votum en groet Psalm 42: 1 (berijming 1774: t Hijgend hert, der jacht ontkomen.) 1 't Hijgend hert, der jacht ontkomen, Schreeuwt niet sterker naar 't genot Van de frisse waterstromen, Dan mijn ziel verlangt naar God. Ja, mijn ziel dorst naar den HEER'; God des levens, ach, wanneer Zal ik naad'ren voor Uw ogen, In Uw huis Uw Naam verhogen? Wet voor kinderen GK gezang 131: 1, 4 Barmhartig Vader. 1 Barmhartig Vader op uw troon, wij bidden tot U door uw Zoon, wij knielen voor uw aangezicht dat straalt in heerlijkheid en licht. 4 Leer ons uw weg te willen gaan, de fakkel van uw Woord vooraan; laat stralen voor uw aangezicht ons nieuwe leven door het Licht. Kinderen: Zeven werken van Barmhartigheid. Zingen: God kent je vanaf het begin. God kent jou vanaf het begin helemaal van buiten en van binnenin Hij kent al je vreugde en al je verdriet, want Hij ziet de dingen En weet je wat zo mooi is bij Jezus voel je je vrij om helemaal jezelf te zijn, want Hij houdt van jou, ja Hij houdt van jou, ja Hij houdt van jou en mij
God kent jou vanaf het begin helemaal van buiten en van binnenin Hij kent al je vreugde en al je verdriet, want Hij ziet de dingen Hij ziet de dingen Doop Bij de doop: Psalm 105: 5 5 God zal zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig zijn verbond gedenken. Wat Hij beloofd heeft, blijft van kracht tot in het duizendste geslacht. 't Verbond met Abraham, zijn vrind, bevestigt Hij van kind tot kind. Lezen: Mattheus 25: 31-46 31 Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32 Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; 33 de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34 Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. 35 Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, 36 ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe. 37 Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? 38 Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? 39 Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen? 40 En de koning zal hun antwoorden: Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan. 41 Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. 42 Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. 43 Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet. 44 Dan zullen ook zij antwoorden: Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor u gezorgd? 45 En hij zal hun antwoorden: Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan. 46 Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven. Preek
LB 1008 / LvdK 280 ( Rechter in het licht verheven.. ) 1 Rechter in het licht verheven, Koning in uw majesteit, louter ons geringe leven, scheld ons onze schulden kwijt, laat uw vleug'len ons omgeven, troost ons met uw tederheid. 2 Hoor de bittere gebeden om de vrede die niet daagt. Zie hoe diep er wordt geleden, hoe het kwaad de ziel belaagt. Zie uw mensheid hier beneden, wat zij lijdt en duldt en draagt. 3 Houd wat Gij hebt ondernomen, klief het duister met uw zwaard. Kroon de menselijke dromen met uw koninkrijk op aard. Laat de vrede eind'lijk komen, die uw hart voor ons bewaart. Bevestiging Daan en Roland Bij de zegen: LB 416: 1, 2, 3 Ga met God 1 Ga met God en Hij zal met je zijn, jou nabij op al je wegen met zijn raad en troost en zegen. 2 Ga met God en Hij zal met je zijn: bij gevaar, in bange tijden, over jou zijn vleugels spreiden. 3 Ga met God en Hij zal met je zijn: in zijn liefde je bewaren, in de dood je leven sparen. Collecten
Slotlied: Opw 331 Breng dank aan de Eeuwige. Breng dank aan de Eeuwige, breng dank aan de Heilige, breng dank aan onze Vader die ons Jezus zond. Breng dank aan de Eeuwige, breng dank aan de Heilige, breng dank aan onze Vader die ons Jezus zond. Want nu zegt de zwakke: ik ben sterk, zegt de arme: ik ben rijk, om wat de Here heeft gedaan voor ons. Want nu zegt de zwakke: ik ben sterk, zegt de arme: ik ben rijk, om wat de Here heeft gedaan voor ons. Breng dank. zegen