Versie 0 juni 2013 1
Wat met hemelwater in het havengebied Antwerpen? 1. Hemelwaterbesluit: Wat is me dat? De Vlaamse Regering heeft op 5 juli 2013 een gewijzigde hemelwaterverordening, kortweg gewestelijke stedenbouwkundige verordening over hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater definitief goedgekeurd. Deze verordening is van kracht vanaf 1 januari 2014, de hemelwaterverordening uit 2004 is daarmee opgeheven. De verordening is niet van toepassing indien het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, zo vervuild geraakt waardoor het als afvalwater wordt beschouwd en bijgevolg onderhevig is aan de milieuwetgeving. De verordening is van toepassing op elke constructie (gebouwen en/of verharding) groter dan 40 m², en bij aanpassingen aan de afwatering van het hemelwater van zulke constructies indien het hemelwater voorheen op natuurlijke wijze in de bodem infiltreerde. De te nemen maatregelen moeten geplaatst en in gebruik genomen zijn, uiterlijk bij ingebruikname van de gebouwen en/of de verharding en moeten in gebruik blijven. In eerste instantie wordt er geopteerd voor hergebruik (waar mogelijk) via een hemelwaterput en infiltratie op eigen terrein. Indien infiltratie geen meerwaarde biedt, kan via een gemotiveerde aanvraag het hemelwater worden afgevoerd naar de dichtstbijzijnde waterloop (al dan niet via een ingebuisde afwateringsleiding). Dit besluit van de Vlaamse Regering maakt het ook verplicht om gescheiden riolering van enerzijds regenwater (RWA= regenwaterafvoer) en anderzijds afvalwater (DWA= droogweerafvoer) aan te leggen tot aan het lozingspunt van de bedrijfssite. Deze bepalingen zijn bindend. Versie 0 juni 2013 2
Figuur 1: Schematische voorstelling van de gewestelijke verordening hemelwater. 2. Hoe moet deze wetgeving toegepast worden in de haven? 2.1. Hergebruik van hemelwater Iedereen is ervan overtuigd dat men ook in het havengebied zuinig met water moet omgaan. Het 'hemelwaterbesluit' maakt bindend dat bij de aanleg of uitbreiding van een gebouw of verharding hemelwater zo veel mogelijk wordt hergebruikt. Hemelwater is 'laagwaardig' water. Het is niet 100% zuiver. Daarom dat het best ingezet kan worden voor 'laagwaardige' toepassingen zoals het spoelen van toiletten, waswater voor het kuisen van magazijnen, wasplaats voor heftrucks en voertuigen, voor het natsproeien van open opslaghopen, enz. Immers, voor die toepassingen is geen 100% zuiver water of drinkwater nodig! Waar hergebruik verzekerd is en er geen vervuiling van het hemelwater kan optreden, is de plaatsing van een hemelwaterput verplicht voor nieuwbouw of herbouw van gebouwen groter dan 100 m². Het volume van de hemelwaterput bedraagt minimaal 50 liter per m² horizontale dakoppervlakte (uitgezonderd groendaken), afgerond naar het hogere duizendtal zodat de plaatsing van een hemelwaterput van minimaal 5.000 liter verplicht wordt. De maximale inhoud is 10.000 liter. Indien er echt geen of onvoldoende hergebruikmogelijkheden zijn om binnen de bedrijfssite (er zijn bijvoorbeeld noch toiletten, noch sproeiers,... in uw magazijn of een beperkt aantal toiletten zodat een kleinere put aangewezen is); dan dient u, in het kader van uw aanvraag van stedenbouwkundige verordening, een gemotiveerde vraag tot afwijking aan uw dossier toe te voegen. Langs de andere Versie 0 juni 2013 3
kant, kan men ook een put groter dan 10.000 liter plaatsen als een hoger hergebruik aantoonbaar is. Meer informatie betreffende het opstellen van een afwijkingsdossier kan u bekomen bij het Uniek Loket Haven. Het hemelwater dat niet hergebruikt wordt, moet in de bodem geïnfiltreerd worden. De noodoverloop van een hemelwaterput moet verplicht aangesloten worden op een infiltratievoorziening als die aanwezig of verplicht is. 2.2. Infiltreren hemelwater Infiltreren betekent dat hemelwater in de bodem dringt en daar de grondwatertafel aanvult. De plaatsing van een infiltratievoorziening is niet toegelaten in drinkwaterbeschermingszones, maar zulke zones komen in het havengebied Antwerpen niet voor. Elke constructie (zowel gebouwen als verhardingen) in het havengebied groter dan 40 m² en op een perceel groter dan 250 m², moet daarom in principe over een infiltratievoorziening beschikken. De infiltratieoppervlakte daarvan bedraagt minimaal 4m² per 100 m² afwaterende oppervlakte en het buffervolume minimaal 25 liter per 100 m² afwaterend oppervlakte. Als een hemelwaterput wordt voorzien, mag er maximaal 60 m² afwaterende oppervlakte in mindering worden gebracht. In geval van uitbreiding of verandering van een bestaande dak- of grondoppervlakte, wordt een deel van de bestaande oppervlakte (voor zover deze nog niet is aangesloten op een hemelwaterput, infiltratie- of buffervoorziening) mee opgenomen voor de berekening van het afwaterend oppervlak. Dit deel is minstens even groot als de uitbreiding of verandering. Groendaken tellen slechts mee voor de helft van hun oppervlakte. 2.2.1. Meerwaarde om te infiltreren De reden dat de Vlaamse Regering de beslissing heeft genomen om infiltreren van hemelwater bij de aanleg van nieuwe gebouwen en verhardingen in Vlaanderen steeds bindend te maken, is dat er in de meeste gebieden een tendens is van steeds meer dalende grondwatertafels en dat er een risico is van verzilting van het grondwater onder meer in de gebieden langs de kust en langs de Schelde. Door middel van kunstmatige infiltratie wordt getracht de natuurlijke grondwatercyclus terug een stuk te herstellen. 2.2.2. Hoe infiltreren? Infiltratievoorzieningen kunnen ingedeeld worden in een drietal groepen: - Oppervlakte-infiltratie: hemelwater wordt afgevoerd naar een verlaagde grasstrook of gracht. Deze zone vangt het water op, waarna het in de bodem infiltreert. Wanneer de afvoer naar de grasstrook of gracht rechtstreeks gebeurt, dus niet via een leiding, is er geen sprake van een lozing en is de hemelwaterverordening daar niet verder van toepassing qua maatgevende bepalingen. - Ondergrondse infiltratie: hierbij komt het hemelwater via een leiding in een ondergrondse infiltratievoorziening, zoals een infiltratieput, -kolk, -buis en/of blokken. Via de onderzijde en/of zijkant van de voorziening loopt het vervolgens de grond in. Versie 0 juni 2013 4
- Doorlatende verharding: dit type verharding bestaat uit 2 lagen, een toplaag met een hoge doorlatendheid en een funderingslaag. De funderingslaag neemt de neerslag direct op en vanuit deze berging kan het dan infiltreren in de ondergrond. Meer informatie hieromtrent is terug te vinden in de waterwegwijzer bouwen en verbouwen van de VMM (http://www.vmm.be/pub/waterwegwijzer-bouwen-en-verbouwen-1/view). 2.2.3. Wanneer is infiltratie technisch moeilijk haalbaar? Infiltratie is in volgende gevallen technisch moeilijk haalbaar: wanneer de doorlatenheidsfactor kf van de bodem op de plaats van de geplande infiltratievoorziening kleiner is dan 1,0 10-5 m/s; bij voortdurend voorkomende hoge grondwaterstanden. Voor de Rechteroever (RO) van het Antwerps havengebied is een studie uitgevoerd om de mogelijkheid voor infiltratie en buffering van hemelwater in kaart te brengen. Voor Linkeroever (LO) zal dit op termijn ook gebeuren. De zones op RO waar het omwille van hoge grondwaterstanden of bodemeigenschappen (doorlatenheidsfactor < 1,0 10-5 m/s) technisch moeilijk haalbaar is om te infiltreren worden in figuur 2 globaal aangegeven als niet-gevoelig. Het betreft hier een viertal gebieden (zie cirkels in figuur 2). Figuur 2: Infiltratiegevoelige bodems op RO. De cirkels zijn de zones die niet-gevoelig zijn voor infiltratie en dus infiltratie niet gewenst is. Versie 0 juni 2013 5
Voor meer gedetailleerde informatie over uw terrein, ten behoeve van een gemotiveerd verzoek tot afwijking van de infiltratieverplichting uit de verordening, kan u eventueel uitgevoerde bodemonderzoeksrapporten raadplegen. U kan ook overwegen om infiltratieproeven uit te voeren om na te gaan of infiltratie zinvol is of niet, maar check ook zeker of infiltratie al dan niet een meerwaarde heeft zoals beschreven in onderstaande paragraaf. 2.2.4. Wanneer heeft infiltratie weinig of geen meerwaarde? Bodemverontreiniging Infiltratie is niet aangewezen in zones waar er een risico is op het verspreiden van verontreinigingen in de bodem en/of het grondwater. Bij aanwezigheid van gekende verontreinigingen op het perceel moet men daar bij het ontwerp van de infiltratievoorziening rekening mee houden. In het geval infiltratie niet mogelijk is zonder risico s kan de stedenbouwkundige een aanvraag tot gemotiveerd verzoek omvatten. De aanvrager heeft er belang bij om dit zo nodig te doen omwille van zijn aansprakelijkheid van de gevolgen van het mobiliseren van verontreinigingen op zijn perceel door de aanleg van de constructie en de infiltratievoorziening. Geen invloed op grondwaterkwaliteit of grondwaterreserves Infiltratie is bindend gemaakt vanwege steeds meer dalende grondwatertafels en toenemend risico van verzilting. In sommige gebieden heeft infiltratie geen of nauwelijks invloed op grondwatertafel of verzilting. Uit de studie uitgevoerd voor RO blijkt dat zoetwaterreserves, gevormd door infiltratie van hemelwater op rechteroever een buffer vormen tegen het instromen van brakwater vanuit de dokken. In figuur 3 zijn de grondwaterstromingsrichtingen aangegeven. Versie 0 juni 2013 6
Figuur 3: Zonering gebaseerd op de stromingsrichtingen van het grondwater ter hoogte van het studiegebied (Rood = richting Schelde, Blauw = richting dokken, Bruin = richting polder, Geel = vanuit polders/kempen; blauwe stippellijn = invloedszone voeding vanuit dokken) Er worden op RO vier zones onderscheiden met een verschillende stromingsrichting voor het grondwater (zie figuur 3): Rode zone: door verminderde infiltratie en zeespiegelstijging is verbrakking mogelijk in deze zone, er is mogelijks invloed op grondwaterkwaliteit. Infiltratie is hier aangewezen Blauwe zone: : In de opgespoten terreinen ten oosten van de dokken, blijft het grondwater zoet bij stijging van de zeespiegel en sterk verminderde infiltratie. Er is m.a.w. geen verzilting bij verminderde infiltratie. De bijdrage tot het vermijden van verdroging is zeer beperkt en er bestaat ook nauwelijks vraag naar gebruik van grondwater (via grondwaterwinningen) in deze zone. Het grondwater stroomt in deze zone naar de dokken, die globaal genomen volstaan als buffer om wateroverlast te vermijden. Er is met andere woorden weinig meerwaarde om te infiltreren vermits er weinig invloed is op grondwaterkwaliteit en grondwaterreserves. In uw stedenbouwkundige aanvraag kan u dan ook best verzoeken tot een afwijking van de infiltratieverplichting. De nabijheid van waardevolle natuurelementen kan hiervoor echter een tegenindicatie vormen. Versie 0 juni 2013 7
Bruine zone: Het grondwater richting polder, invloed op grondwaterreserve. Infiltratie is m.a.w. aangewezen. Gele zone: grondwater vanuit polder, invloed op grondwaterreserve. Infiltratie is m.a.w. aangewezen. 2.2.5. Aanvraag van een afwijking voor infiltratie. De aanvrager kan conform art. 13 van de wetgeving een gemotiveerde afwijking indienen voor o.a. : de plaatsing van een hemelwaterput groter dan 10.000 liter als hij meer hemelwater kan herbruiken de plaatsing van een infiltratievoorziening indien infiltratie technisch zeer moeilijk haalbaar is of weinig of geen meerwaarde biedt. De vergunningverlenende overheid zal bij de beoordeling van de aanvraag beslissen over het al dan niet toestaan van de gevraagde afwijking(en). Indien infiltratie geen nut heeft dient er wel worden overgegaan tot buffering en vertraagde afvoer. 2.3. Buffering en vertraagde afvoer. De wetgeving voorziet niet (langer) in de verplichte realisatie van buffervoorzieningen, uitgezonderd in drinkwaterwinningsgebieden dewelke in het havengebied niet voorkomen. Toch kan buffering aangewezen zijn. Daartoe moet men dan wel een gemotiveerde afwijking aanvragen. 2.3.1. Meerwaarde van bufferen In Vlaanderen is er veel wateroverlast. Bij een hevige regenbui kan het vele hemelwater dat op dat moment valt niet steeds op een veilige manier geborgen worden. Het watert over te vele verhardingen en gebouwen te snel af naar de rioleringen, die al dat water niet kunnen 'slikken', met overstromingen tot gevolg. In de haven stroomt het regenwater, al dan niet via regenwaterafvoerleidingen, naar de Schelde of de dokken. Hier stelt het wateroverlastprobleem zich minder, mits de afvoervoorzieningen voldoende gedimensioneerd en onderhouden zijn. Indien de afvoervoorzieningen niet voldoende gedimensioneerd zijn, is er wel een risico op wateroverlast. Voor terreinen die wel lozen in openbare riolering of naar kleinere waterlopen, is buffering en vertraagde afvoer steeds wel aangewezen. Het risico op wateroverlast moet geval per geval bekeken worden en gekoppeld worden aan de afvoercapaciteit van het ontvangende riolerings- en afwateringsstelsel. Versie 0 juni 2013 8
2.3.2. Toepassen van bufferen en vertraagd afvoeren van hemelwater in de haven. Indien men kiest voor buffering met vertraagde afvoer, zal meen een gemotiveerde afwijking van de verordening moeten vragen. Verder heeft men in dat geval conform de wetgeving een buffervolume van tenminste 25 l per m² afwaterend oppervlakte nodig. Indien het afwaterend oppervlak groter is dan 2500 m², wordt de buffervoorziening bovendien verplicht uitgerust met vertraagde lozing. Het maximaal ledigingdebiet bedraagt ten allen tijde 20 liter per seconde en per aangesloten hectare. In het havengebied op rechteroever, worden drie zones onderscheiden met betrekking tot de afvoer van het regenwater (figuur 4). Er zijn gebieden die afwateren naar de havendokken, de Schelde en naar waterlopen 1ste categorie. Voor de gebieden die afwateren naar de dokken, is individuele buffering/vertraagde afvoer weinig zinvol, aangezien de dokken functioneren als een collectieve buffervoorziening. Er moet hierbij wel aangegeven worden dat de huidige dimensionering en toestand van de RWA op diverse plaatsen de piekdebieten niet aankan waardoor er wateroverlast kan ontstaan. Het is dan ook aan te raden de noodzaak voor buffering of vertraagde afvoer bij een vergroting van het verharde oppervlakte geval per geval af te stemmen op de capaciteit van het ontvangende RWA-stelsel. Voor de gebieden die afwateren naar de Schelde, heeft individuele buffering/vertraagde afvoer geen meerwaarde, met dezelfde randbemerking m.b.t. de afstemming op de capaciteit van het ontvangende RWA-stelsel. Voor de gebieden die afwateren naar een onbevaarbare waterloop, blijft individuele buffering/vertraagde afvoer aangeraden wanneer niet al het water op eigen terrein kan infiltreren. Versie 0 juni 2013 9
Figuur 4: Neerslagafstroomgebieden die rechtsreeks afvloeien in de dokken: Albertkanaal (Straatsburgdok- Wijnegem) (blauw); haventerreinen en dokken op rechteroever (rood); Schelde-Rijnkanaal (Kanaaldok B2- Kreekraksluizen) (groen). Versie 0 juni 2013 10
Meer weten? Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen Uniek Loket Haven Haven 102, Loodglansstraat 5b, 2030 Antwerpen. Van maandag tot vrijdag, van 8.45 tot 11.45 en op afspraak Tel : +32 3 229 64 75 uniek.loket@haven.antwerpen.be www.portofantwerp.com/uniekloket Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen Afdeling Ruimtelijke Ordening en Milieu Entrepotkaai 1, 2000 Antwerpen Tijdens kantooruren Tel : +32 3 205 20 11 milieu@haven.antwerpen.be www.portofantwerp.com Alfaport Antwerpen Brouwersvliet 33 bus 8 2000 Antwerpen tel.: +32 3 205 18 88 fax.: +32 3 231 27 52 email: info@alfaportantwerpen.be website: www.alfaportantwerpen.be sofie.coppens@alfaportantwerpen.be Zie ook de brochure van de VMM, 2012, Waterwegwijzer bouwen en verbouwen. Te downloaden via http://www.vmm.be/pub Zie ook rapporten Onderzoek over de toepassing van het hemelwaterbesluit in het Antwerps havengebied op de rechteroever, in het bijzonder de mogelijke rol van infiltratie in het tegengaan van de verzilting van het grondwater (K 2205); Deelrapport Post 1- Actualiseren van de watertoetskaart Deelrapport Post 2 Meerwaarde van infiltratie Deelrapport Post 3 - Meerwaarde van buffering Versie 0 juni 2013 11