Basisveiligheid-VCA Proefexamen 3



Vergelijkbare documenten
Examen: Basisveiligheid (BE)

Examen: Proefexamen Basisveiligheid VCA (BE)

Proefexamen VCA Basisveiligheid

Examen: Basisveiligheid

Examen: Proefexamen Basisveiligheid VCA

Examen: Proefexamen Basisveiligheid

Examen: Proefexamen Basisveiligheid VCA

Proefexamen VCA Basisveiligheid

Basisveiligheid-VCA Proefexamen 2

Examen: Proefexamen Basisveiligheid VCA

Examen: Proefexamen Basisveiligheid

Het echte B-VCA examen dat u na de opleiding gaat maken omvat 40 vragen en daarvoor heeft u maximaal 60 minuten de tijd.

Het echte VOL-VCA examen dat u na de opleiding gaat maken omvat 70 vragen en daarvoor heeft u maximaal 105 minuten de tijd.

Examen: Proefexamen Basisveiligheid VCA

Evenementcode: proefexamen

Evenementcode: proefexamen

Examen: Basisveiligheid

Evenementcode: proefexamen

Examenopgaven Basisveiligheid

Examen: Proefexamen Basisveiligheid

Evenementcode: proefexamen

Basisveiligheid-VCA Proefexamen 4

Basisveiligheid-VCA Proefexamen 1

Het echte VOL-VCA examen dat u na de opleiding gaat maken omvat 70 vragen en daarvoor heeft u maximaal 105 minuten de tijd.

Proefexamen Basisveiligheid VCA

Examenopgaven Basisveiligheid

Basisveiligheid-VCA Proefexamen 5

Evenementcode: proefexamen

Examenopgaven VCA Basis

Het echte B-VCA examen dat u na de opleiding gaat maken omvat 40 vragen en daarvoor heeft u maximaal 60 minuten de tijd.

Examen: Proefexamen B-VCA Groen

Examen: Basisveiligheid

Het echte VOL-VCA examen dat u na de opleiding gaat maken omvat 70 vragen en daarvoor heeft u maximaal 105 minuten de tijd.

Evenementcode: proefexamen

Examen: Proefexamen B-VCA Groen

Examenopgaven VCA Basis

Proefexamen Basisveiligheid (B-VCA)

Examenopgaven VOL-VCA

Examen: Basisveiligheid VCA Groen

Examenopgaven VIL-VCU

Hoofdstuk Paragraaf Eindterm Toetsterm 1. Wetgeving 1.5 Grondbeginselen arbeidstijdenwetgeving De kandidaat kan de doelstellingen van de

Examen: Basisveiligheid (BE)

Examenopgaven VOL-VCA

Examenopgaven VOL-VCA

Proefexamen VOL-VCA. Naam kandidaat: Lees de volgende aanwijzingen goed door!

Evenementcode: proefexamen

Examen: Proefexamen VIL-VCU

Examen: Proefexamen VOL-VCA

Examenopgaven VOL-VCA

VOL-VCA Proefexamen 1

Examenopgaven VOL-VCA

BIJLAGE 5: proefexamen NEN 3140

Examen: Proefexamen VOL-VCA

Examenopgaven VOL-VCA

Door slecht onderhoud en verkeerd gebruik van handgereedschap gebeuren er nog vaak ongelukken op de werkplek.

Basisveiligheid VCA voor de groen-grijze sector 5e druk

Antwoorden Oefenvragen, puzzels en multiplechoice-vragen

Examen: Proefexamen VOL-VCA

Examenopgaven VOL-VCA

dit examen Benodigdheden: potlood en gum Een Einde examen:

Hawkinsstraat RR Zutphen telefoon:

Examen: Proefexamen VIL-VCU

WERKEN OP HOOGTE MET DE HOOGWERKER

Kandidaat: EXAMEN: proefexamen Projectmatig Werken. Lees de volgende aanwijzingen goed door! Dit examen bestaat uit 40 meerkeuzevragen.

-5- Noem de blusmethoden voor een klasse A-brand. -5- Omschrijf de brandklassen. -5- Noem de blusmethoden voor een klasse B-brand.


6S Puntenlijst Productie

Toolbox-meeting Besloten ruimten

-2- Noem voorbeelden van orde en netheid (good housekeeping). -2- Bij welke werkzaamheden kan een aanvullende werkvergunning nodig zijn?

Thema: Algemene kennis

Arbodocument/ Aanvraag-uitzenddocument

Examen: VOL-VCA. Evenementcode: Proefexamen_VOL VCA. Naam kandidaat: Lees de volgende aanwijzingen goed door!

-1- Over welke domeinen gaat de V&G-wetgeving? -1- Voor wie geldt de V&Gwetgeving? -1- Noem de twee vormen van overleg.

KOZIJNEN STELLEN. Stelt u de gezondheid. Arbouw voor gezond en veilig werken

Als je op fraude betrapt wordt, wordt je uitgesloten van het examen en krijg je geen diploma.

Brand en explosiegevaar

WERKEN OP HOOGTE MET DE WERKBAK

Toolbox-meeting veiligheids- & gezondheidssignalering

Examenopgaven VIL-VCU

Zijn voorwerpen te groot of te zwaar dan zijn er hulpmiddelen om het voorwerp te verplaatsen: - steekwagen - heftruck - takels - hijskranen

Veilig werken, gereedschappen en machines

WERKEN IN BESLOTEN RUIMTEN BRON: ARBOUW

Examen: Proefexamen VIL-VCU

Lees. dit examen. Benodigdheden: potlood en gum. Een. Einde examen: Pagina 1 van 13

Examen: Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden (BE)

Basisveiligheid voor technische en facilitair departement

Handleiding. Bij het installeren en / of samenbouwen van de apparatuur moet voor de ingebruikname alle veiligheidscomponenten zijn aangebracht.

Veiligheid in het Technieklokaal

Veiligheid: pictogrammen en borden

Bijlage pictogrammen ervaringsbewijs

Plafond- en wandmonteur

VEILIGHEIDSTIPS VOOR JOBSTUDENTEN

Omgaan met gevaarlijke stoffen

Toolbox-meeting Lassen

Handleiding Hijscilinder

Korte functieomschrijving (mag ook als bijlage worden toegevoegd):

MEERSPILLIGE BOORMACHINE

Verbodstekens. Een voorbeeld: VEILIGHEIDSSIGNALISATIE

Veilig en gezond werken

TOOLBOXMEETING VEILIGHEID- EN GEZONDHEIDSSIGNALISATIE

Transcriptie:

asisveiligheid-v Proefexamen 3 Lees de volgende aanwijzingen goed door! Dit examen bestaat uit 40 meerkeuzevragen. Na elke vraag volgen drie antwoordmogelijkheden, waarvan er slechts één de juiste is. Voor dit examen zijn maximaal 40 punten te behalen. Elk goed antwoord levert u 1 punt op. U bent geslaagd wanneer u 28 of meer punten hebt gehaald. an dit examen mogen maximaal 60 minuten besteed worden. enodigdheden: - dit examen; - schrapkaart (waarop u uw antwoorden noteert); - potlood en gum. Richtlijnen: - controleer of alle bladzijden van dit examen aanwezig zijn; - vul de schrapkaart alleen met potlood in; - geef het door u gekozen antwoord aan door het hokje zwart te maken; - gum een fout ingevuld antwoord goed uit. Een meerkeuzevraag wordt fout gerekend in de volgende gevallen: - als het gekozen antwoord fout is; - als er meer dan één hokje zwart gemaakt is; - als er geen enkel hokje zwart gemaakt is; - als een hokje niet zwart gemaakt, maar op een andere wijze gemarkeerd is. Einde examen: - plaats of controleer uw naam op de schrapkaart; - lever dit examen en de schrapkaart in bij de surveillant.

1. Wat staat onder andere in een bedrijfsnoodplan vermeld? De fasering bij bestrijding van noodsituaties. Wanneer de evacuatieoefening gehouden wordt. Welke stoffen en processen op het terrein voor een noodsituatie kunnen zorgen. 2. Wat betekent dit gevarenpictogram? De stof is giftig. De stof is explosiegevaarlijk. De stof is gevaarlijk voor het milieu. 3. Wat is een regel bij het verplaatsen van personen met een heftruck? Personen mogen niet met een heftruck verplaatst worden. Personen mogen alleen verplaatst worden als zij een valgordel dragen. Personen mogen alleen in een werkbak verplaatst worden, waarbij is voldaan aan de veiligheidseisen. 4. Hoe moet je een klasse D brand blussen? Door afkoelen met heel veel water. Met behulp van speciale blusmiddelen. Niet, deze moet je gecontroleerd laten uitbranden. 5. Welke veiligheidsmaatregelen moet je nemen bij het gebruik van zuurstof of andere gassen in een besloten ruimte? Voldoende brandblusapparaten in de besloten ruimte plaatsen. Een gasfiltermasker dragen. Vooraf de slangen controleren op lekkage. 6. Wat betekent de E-markering op PM s (persoonlijke beschermingsmiddelen)? Dat het desbetreffende middel voldoet aan de Europese richtlijnen. Dat de drager van dit beschermingsmiddel niets kan overkomen. Dat de drager van dit beschermingsmiddel goed moet uitkijken voor gevaren.

7. Wat is een regel bij het gebruik van moersleutels? De bek moet precies op de moer passen. Het handvat moet geïsoleerd zijn. De moersleutel moet zwaar genoeg zijn. 8. Wat is het belangrijkste doel van een beschermkap op een vast opgestelde cirkelzaag? De beschermkap moet voorkomen dat houtsof en zaagsel door de lucht vliegen. het hout gaat schuiven. je de draaiende cirkelzaag kan aanraken. 9. Van welk materiaal zijn handschoenen gemaakt die beschermen tegen schadelijke stoffen. Textiel. Kunststof. Leder. 10. Wat moet je als eerste doen als je een brand ontdekt? De brand blussen. Zorgen voor je eigen veiligheid. De vluchtroute vrijmaken. 11. Vanaf welk geluidsniveau moet je volgens de wet gehoorbescherming dragen? 75 d(). 80 d(). 85 d(). 12. Wat betekent dit pictogram? Oxiderende stoffen. orrosieve stoffen. Milieugevaarlijke stoffen.

13. Welke zichtbare gevaren kunnen er op de werkplek voorkomen? Op de werkplek worden chemicaliën gebruikt. Er wordt met oude machines gewerkt. De werknemer informeert niet naar de omgevingsfactoren. 14. Een zwaar gewicht wordt verplaatst met een kraan en hijsketting. Wat is de juiste werkwijze? De ketting moet aan de punt van de haak bevestigd worden. De bouten van de sluitingen moeten geheel zijn aangedraaid. Het kettingwerk moet met een hamer of stang op zijn plaats geslagen worden. 15. Waar moet je op letten als je bij je werkzaamheden een verlengkabel gebruikt? De kabel moet op een haspel zitten. De kabel mag niet langer zijn dan 20 meter. De kabel moet geschikt zijn voor het aan te sluiten vermogen. 16. Waar moet je op letten als je werkt met machines? Je moet een veiligheidsopleiding gevolgd hebben om de machine te bedienen. Je mag geen loshangende kleren of sieraden dragen en lang haar niet los dragen. Je moet toestemming hebben van de chef van de onderhoudsafdeling om de machine te bedienen. 17. Je gebruikt gebrekkig gereedschap. Waarvan is dit een voorbeeld? Onveilige handeling. Onveilige situatie. Gebrek aan motivatie. 18. Welk element vormt, naast zuurstof en ontstekingsenergie, de derde zijde van de branddriehoek? randstof. Elektrische stroom. Water. 19. Hoe moet een acetyleenfles geplaatst zijn tijdens laswerkzaamheden? De fles moet op de grond staan. De fles mag op de grond liggen. De fles moet minimaal onder een hoek van 30 graden met de vloer liggen.

20. Waarvoor dient de noodstop? Om in geval van nood een alarmsignaal (via SMS) af te geven. Om in geval van nood de machine zo snel mogelijk te stoppen. Die zorgt ervoor dat machine niet automatisch herstart na een stroomonderbreking of storing. 21. Op een fabrieksterrein staat een bord. Dit bord geeft aan dat je een helm moet dragen. Wat voor soort bord is dit? Een gebodsbord. Een waarschuwingsbord. Een gevaarsbord. 22. Hoe moet je een rolsteiger beklimmen? Via de buitenzijde. Via de buitenzijde als de uithouders zijn uitgezet. Via de binnenzijde. 23. ls je tijdens het boren in een muur een onder spanning staande 400 Volt kabel raakt, wat is dan het gevaar? Overbelasting van de apparatuur. Doorsmelten van een zekering. Het ontstaan van een steekvlam. 24. Wat moet opgenomen zijn in een analyse van een risicovolle taak? Een beoordeling van de risico s samen met preventiemaatregelen. De tijd die besteed wordt voor het opstellen van het analyseverslag. Een actieplan voor het treffen van maatregelen. 25. De mens heeft zuurstof nodig om te leven. Uit hoeveel % zuurstof bestaat de lucht in normale omstandigheden? 19%. 20%. 21%. 26. Wat moet je doen als er een lekkage ontstaat? Onmiddellijk zelf de lekkage dichten en de werkplek afzetten. Onmiddellijk de deskundigen waarschuwen en de werkplek afzetten. De werkplek afzetten en gereedschap halen om de lekkage te dichten.

27. Wat is belangrijk bij het werken met een hangsteiger? De ruimte onder de steiger moet zijn afgeschermd met lint. De hangsteiger mag alleen maar worden gebruikt tot windkracht 8. oven een hoogte van 25 meter is het verplicht om valbescherming te gebruiken. 28. Welke regel geldt o.a. voor een hijskraan? Een hijskraan mag niet hoger zijn dan 23 meter. Een hijskraan moet voorzien zijn van een V-keurmerk. Een hijskraan moet een E-markering hebben. 29. Hoe komen gevaarlijke stoffen in je lichaam? Door te eten met vuile handen, waardoor de stof in de maag terecht kan komen. Door de huid, als je gevaarlijke stoffen die in de verpakking zitten, niet met handschoenen vastpakt. Door de ademhalingsorganen, als je elke dag langs een opslagplaats van gevaarlijke stoffen loopt. 30. Wat is het aanwijzingsteken voor een EHO-voorziening? Een rechthoekig groen bord met een wit kruis. Een rechthoekig groen bord met de tekst nooduitgang. Een rond rood bord met de tekst arts/verpleegkundige 31. Waarom heeft de schouder van de gasfles een bepaalde kleur? Om het gevaar aan te geven. Om ze op een snelle en eenvoudige manier van elkaar te kunnen onderscheiden. Om snel te kunnen zien van welke leverancier of fabrikant de gasfles afkomstig is. 32. Voor welk werk is een aanvullende vergunning vereist? Voor het werken met elektrische machines. Voor het werken op een steiger. Voor het werken in een besloten ruimte. 33. Wat moet er volgens een werkvergunning gecontroleerd worden? Of de medewerker instructie heeft gehad in het blussen van kleine, beginnende branden. Of de veiligheidskundige regelmatig de werkplek bezoekt. Of de voorgeschreven maatregelen zijn genomen.

34. Wat zijn twee nadelen van blussen met water? Water geeft kans op legionellabesmetting en water versnelt chemische reacties. Olie blijft drijven op water en water is elektrisch geleidend. Water veroorzaakt waterschade en water zorgt voor onderkoeling. 35. Wat moet je doen als je stopt met lassen en snijden in een besloten ruimte? lleen de gasafsluiters van alle gasflessen geheel dichtdraaien. De brander in de ruimte op een onbrandbare ondergrond plaatsen. De slangen en de brander direct uit de besloten ruimte halen. 36. ij het blussen van een brand let je eerst op je eigen veiligheid. Wat doe je daarna? Mensen in de directe omgeving waarschuwen. Het juiste blusmiddel kiezen. Melden dat je de brand gaat blussen. 37. Je moet een krat met 60 kg. materiaal verplaatsen. Hoe doe je dat veilig? Samen met een collega de krat oppakken en verplaatsen. De krat wegschuiven met een vorkheftruck. Een steekwagen gebruiken om de krat te verplaatsen. 38. Wanneer moet een staalkabel worden afgekeurd? ls er al één draadje in de kabel is gebroken. Na een gebruiksduur van 3 jaar. ls over een grotere lengte meerdere draadjes zijn gebroken. 39. Om te zorgen dat de werknemer niet in aanraking komt met gevaarlijke stoffen, moet de werkgever maatregelen nemen aan de bron. Wat is hiervan een goed voorbeeld? De voorraad gevaarlijke stoffen zo klein mogelijk houden. Gevaarlijke stoffen precies volgens de regels opslaan. Een vervangende, minder gevaarlijke stof zoeken. 40. Welke verplichting heeft de werknemer ten aanzien van PM s (persoonlijke beschermingsmiddelen)? De werknemer moet de PM s (persoonlijke beschermingsmiddelen) juist gebruiken en goed onderhouden. De werknemer moet zelf de juiste PM s (persoonlijke beschermingsmiddelen) passen en kopen. De werknemer moet nieuwe PM s (persoonlijke beschermingsmiddelen) gebruiken.